CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2851 Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Herentuyn

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Herentuyn Voorburg (2851).20.101 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Behorende bij:

Ontwerp Raadsbesluit Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen Onderwerp Gelet op de strijdigheden met het bestemmingsplan “Oude Dorpskern Voorburg 2011” kan slechts medewerking aan onderhavig project worden verleend als de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen afgeeft. Ontwerpbesluit verklaring van geen bedenkingen ex artikel 6.5 Besluit omgevingsrecht voor het herontwikkelen van een deel van het voormalig gemeentehuis en de bestaande supermarkt Hoogvliet tot zesendertig woningen en een nieuwe commerciële ruimte voor supermarkt Hoogvliet, inclusief parkeervoorzieningen (parkeerkelder), in- en uitrit, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen bouwwerk zijnde en aanlegwerkzaamheden dan wel gebruik, op de percelen kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie E , nummers 3913, 8459, 8530 (ged.), 9050, 9140, 9638, 9640, 9729, 9730 en 9837 (ged.), plaatselijk gemerkt Herenstraat 40, 42, 44, 46, 48, Vlietstraat 2, 2A en 6 en Raadhuisstraat 47A in Voorburg. Het raadsbesluit Ontwerp verklaring van geen bedenkingen maakt integraal onderdeel uit van ons besluit.

Luchtfoto ontwikkellocatie

Artist impression Raadhuisstraat

Artist impression Vlietstraat oostzijde

Artist impression Vlietstraat westzijde

Artist impression Sionsstraat

Artist impression Vlietstraat - groenelementen

Artist impression Vlietstraat – groenelementen

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING VOOR DE ACTIVITEIT: 1. Bouwen, artikel 2.1, eerste lid, onder a, Wabo; 2. Strijdig gebruik, artikel 2.1, eerste lid, onder c, juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a.3o, Wabo (buitenplanse afwijkingsmogelijkheid op basis van een goede ruimtelijke onderbouwing); 3. Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, artikel 2.1, eerste lid, onder b, Wabo 4. Slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, artikel 2.1, eerste lid, onder h, Wabo; 5. Slopen en Wijzigen gemeentelijk monument, artikel 2.2, eerste lid, onder b, Wabo, juncto artikel 13, Erfgoedverordening Gemeente Leidschendam-Voorburg; 6. Maken of veranderen van een uitweg, artikel 2.2, eerste lid, onder e, Wabo, juncto artikel 1:8 en artikel 2:12, eerste lid, Algemene plaatselijke verordening LeidschendamVoorburg. Nr.

695024 Aanvraag Op 29 december 2020 hebben wij van Waaijer Projectrealisatie B.V., Postbus 170 2270 AD Voorburg, een aanvraag om omgevingsvergunning ontvangen voor het herontwikkelen van een deel van het voormalig gemeentehuis en de bestaande supermarkt Hoogvliet tot zesendertig woningen en een nieuwe commerciële ruimte voor supermarkt Hoogvliet, inclusief parkeervoorzieningen (parkeerkelder), in- en uitrit, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen bouwwerk zijnde en aanlegwerkzaamheden dan wel gebruik, op de percelen kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie E , nummers 3913, 8459, 8530 (ged.), 9050, 9140, 9638, 9640, 9729, 9730 en 9837 (ged.), plaatselijk gemerkt Herenstraat 40, 42, 44, 46, 48, Vlietstraat 2, 2A en 6 en Raadhuisstraat 47A in Voorburg. Korte beschrijving nieuwbouwproject Het nieuwbouwproject “Herentuyn” omvat het oprichten van zesendertig woningen met parkeervoorzieningen (parkeergarage) en is gelegen tussen de Herenstraat, Vlietstraat, Sionsstraat en Raadhuisstraat. Het nieuwbouwproject bestaat uit een mix woningen en appartementen in negentien verschillende woningtypen, ontsloten via de Raadhuisstraat of vanuit Vlietstraat, al dan niet in combinatie met galerijen of via de binnentuin. Onder de verhoogde binnentuin in het hart van het bouwplan (niveau 1+) bevinden zich de supermarkt en bergingen (niveau 0+).

Daaronder liggen de parkeervoorzieningen in de parkeerkelder (niveau -1). De in- en uitrit naar de parkeerkelder, alsmede de expeditie / laad- en loszone van de supermarkt zijn gelegen aan de Raadhuisstraat.

Beschermd stads- en dorpsgezicht De ontwikkellocatie is gelegen binnen een door het rijk aangewezen beschermd stads- en dorpsgezicht. Gemeentelijk monument De aanvraag betreft tevens het wijzigen van beschermd gemeentelijk monument Herenstraat 48, monumentnummer G026, en het (onder toezicht) slopen en na realisatie van de parkeergarage weer herbouwen van het beschermd gemeentelijk monument Vlietstraat 6, monumentnummer G108, beiden gelegen binnen de bebouwde kom van onze gemeente. Bodemverontreiniging(en) Voorafgaande aan de bouwwerkzaamheden zal een bodemsanering plaatsvinden in verband met de aanwezige, ernstige bodemverontreiniging(en). Hiervoor is een saneringsplan opgesteld, welke door de Omgevingsdienst Haaglanden (bevoegd gezag) is goedgekeurd op 8 november 2021. Voordat de parkeergarage, de supermarkt en de nieuwe woningen in gebruik genomen kunnen worden, dienen de ernstige bodemverontreiniging(en) te zijn gesaneerd en de betreffende ontwikkellocatie te zijn vrijgegeven. In hoofdstuk 4.5 van de ruimtelijke onderbouwing wordt nader ingegaan op het aspect Bodem.

Bij aanvraag behorende gegevens en bescheiden Onderstaande gegevens en bescheiden hebben wij beoordeeld en maken integraal onderdeel uit van dit besluit: Algemeen - aanvraagformulier omgevingsvergunning Bouwen & Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde & Strijdig gebruik & Het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht & In- en uitrit - ruimtelijke onderbouwing “Herentuyn Voorburg”, d.d. 11-05-2022 - tekeningen, rapportages en aanverwante stukken zoals vermeld in Bijlage I Overzichtslijst van de bij de omgevingsvergunning behorende stukken, kenmerk 695024 – Het oprichten van zesendertig woningen en een nieuwe commerciële ruimte voor supermarkt Hoogvliet, inclusief parkeervoorzieningen (parkeerkelder) – Herentuyn Voorburg

Voorbereidingsprocedure Uitgebreide uniforme openbare voorbereidingsprocedure Het ingediende bouwplan is in strijd met de “Beheersverordening 2017 LeidschendamVoorburg” (waarin inhoudelijk het ‘oude’ bestemmingsplan “Oude Dorpskern Voorburg 2011” van toepassing is verklaard) en kan slechts worden vergund middels de uitgebreide Wabo-procedure met goede ruimtelijke onderbouwing. Teneinde te voldoen aan het gestelde in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht hebben wij ons voornemen tot medewerking aan de aanvraag omgevingsvergunning op datum 2022 op de gebruikelijke wijze gepubliceerd. Hierbij is gelijktijdig mededeling gedaan van de vereiste terinzagelegging voor een periode van zes weken, ingaande op datum 2022. Ook hebben wij ons voornemen langs elektronische weg kenbaar gemaakt. Tevens is, voor zover noodzakelijk, een kennisgeving gestuurd naar de wettelijke adviseurs. Gedurende de periode van terinzagelegging kunnen zienswijzen omtrent de voorgenomen medewerking aan de aanvraag en het raadsbesluit ontwerp Verklaring van geen bedenkingen worden gemaakt. Na behandeling van (eventueel) ingekomen zienswijzen zal er een definitief besluit op de aanvraag worden genomen. Naar aanleiding van de terinzagelegging en kennisgevingen van de ontwerpbesluiten zijn wel / geen zienswijzen naar voren gebracht.

Beoordeling aanvraag – 1. activiteit BOUWEN De aanvraag hebben wij beoordeeld op de toetsingsgronden c.q. weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 2.10, eerste lid, onderdelen a, b, c en d, van de Wabo. Bouwbesluit (artikel 2.10, eerste lid, onderdeel a) De aanvraag dient te voldoen aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012. Wij achten het aannemelijk dat voldaan zal worden aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012, voor zover de ingediende stukken een toets aan de voorschriften van het Bouwbesluit 2012 mogelijk maken. Gelijkwaardigheid – Beperking van uitbreiding van brand Overeenkomstig artikel 2.81, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 is een te bouwen bouwwerk zodanig dat de kans op een snelle uitbreiding van brand voldoende beperkt wordt. Overeenkomstig artikel 2.83, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012 heeft een brandcompartiment een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 2.81 aangegeven waarde. Het bouwplan voldoet voor de parkeergarage niet rechtstreeks aan artikel 2.83, eerste lid, maar voorziet in een gelijkwaardige oplossing met één brandcompartiment met gebruiksoppervlakte van circa 2900 m2, hetgeen groter is dan maximale gebruiksoppervlakte van 1000 m2. Voor deze gelijkwaardige oplossing heeft moBius consult een rapport opgesteld: “Rapportage Brandveiligheid - Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, kenmerk 6820.06, d.d.

april 2022”. In dit rapport wordt op pagina 5 beschreven hoe met gelijkwaardige voorzieningen (sprinklerinstallatie conform een goedgekeurd UPD) voldaan kan worden aan de gestelde prestatie-eisen. Na akkoord hiervan door de Veiligheidsregio Haaglanden kunnen wij hier ook mee instemmen en voorziet het bouwplan in een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in artikel 2.83, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012. Uitgangspunten toetsing Bij de toetsing van het bouwplan is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: - primaire gebruiksfunctie: Woonfunctie in woongebouw, Winkelfunctie, en Overige gebruiksfunctie voor het stallen van motorvoertuigen - gehanteerd toetsniveau: Nieuwbouw volgens Bouwbesluit

In ons besluit, alsmede in de bijlagen, zijn voorschriften vermeld waaraan voldoen dient te worden, dan wel voorafgaande aan de aanvang van de desbetreffende werkzaamheden aannemelijk gemaakt dient te worden dat hieraan voldaan wordt. In bijlage B onder “Verplichtingen vanuit het Bouwbesluit 2012 - SPECIFIEK” wordt nader ingegaan op voorschriften uit het Bouwbesluit 2012. Bouwverordening (artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b) De aanvraag is in overeenstemming met de bepalingen van de bouwverordening Leidschendam-Voorburg voor zover die van toepassing zijn op de aanvraag. Bestemmingsplan (artikel 2.10, eerste lid, onderdeel c) De aanvraag is in strijd met de Beheersverordening Leidschendam-Voorburg, juncto het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Oude Dorpskern Voorburg 2011". Bij rubriek “Beoordeling aanvraag - activiteit STRIJDIG GEBRUIK” gaan wij daar separaat en nader op in. Welstand (artikel 2.10, eerste lid, onderdeel d) De geïntegreerde welstands- en monumentencommissie heeft, na diverse behandelingen, in haar vergadering van 3 mei 2022 ons geadviseerd dat de aanvraag voldoet aan redelijke eisen van welstand, onder de voorwaarde dat de lijn van de balustrade op de verdieping bij de aangepaste tekening van het vluchttrappenhuis op het dek wordt doorgezet richting het monument aan de Herenstraat. De initiatiefnemer / architect van het bouwplan heeft hiermee ingestemd.

Daarnaast verzoekt de commissie nog nader te onderzoeken of de trap vanuit de parkeergarage zo aangepast kan worden dat de dakopbouw verder vanaf de straat gepositioneerd kan worden en daarmee nog minder vanuit het straatbeeld zichtbaar zal zijn. De initiatiefnemer / architect van het bouwplan heeft dit nader onderzocht, maar de suggestie van de commissie heeft echter niet geleid tot een aanpassing. De commissie vraagt zich verder af of het voorgestelde keimwerk niet beter uitgevoerd kan worden in een ruwere baksteen voor meer nuance in de gevel. Daarnaast vraagt de commissie zich af of ter plaatse van de dakrand/kroonlijst beëindiging van blok 1.01 (de hoek om naar de lagere aangrenzende blokken) het doorzetten van de kroonlijst de hoek om of een knip tussen voorgevel en zijgevel met de zijgevel in andere steen wellicht een verbetering kan zijn. Deze suggesties tot verbetering worden door de initiatiefnemer / architect ter harte genomen in de verdere bouwkundige uitwerking.

Verder dienen nog ter nadere instemming aan de welstands- en monumentencommissie te worden voorgelegd: - monsterborden van toe te passen gevelstenen en een nadere toelichting op kleuren en materialen; - detailtekening van de hekwerken naar de parkeergarage; - definitief voorstel huisnummering Op grond van dit advies zijn wij van oordeel dat de aanvraag voldoet aan artikel 12a van de Woningwet.

Beoordeling aanvraag – 2. activiteit STRIJDIG GEBRUIK De aanvraag hebben wij beoordeeld op de toetsingsgronden c.q. weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel c, juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a.3o, van de Wabo Bestemmingsplan (artikel 2.10, eerste lid, onderdeel c, juncto artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a.3o) De aanvraag is in strijd met de “Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg” (waarin inhoudelijk het ‘oude’ bestemmingsplan “Oude Dorpskern Voorburg 2011” van toepassing is verklaard). De percelen waarop het ingediende bouwplan betrekking heeft, hebben de bestemmingen: - Bedrijf - Nutsvoorziening – artikel 4 - Centrum – artikel 5 - Maatschappelijk – artikel 16 - Verkeer – artikel 20 - Verkeer - Verblijfsgebied – artikel 21 - Waarde - Archeologie hoge verwachting – artikel 25 - Waarde - Beschermd Stads- en Dorpsgezicht – artikel 26 - Overige regels – artikel 34

Fragment verbeelding De aanvraag is in strijd met artikelen 4, 5, 16 en 26 van het bestemmingsplan "Oude Dorpskern Voorburg 2011" en kan slechts worden vergund met toepassing van een afwijking als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a.3o, van de Wabo en voor zover de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.

In de Ruimtelijke onderbouwing “Herentuyn Voorburg” wordt hier in paragraaf 2.3 nader op ingegaan. Hieronder volgt een opgaaf van de voor dit ontwikkelgebied geldende bestemmingen. Bedrijf - Nutsvoorziening – artikel 4 Overeenkomstig artikel 4.1.1 zijn de voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden bestemd voor: a. nutsvoorzieningen; met de daarbij behorende: b. groenvoorzieningen; c. ontsluitingswegen; d. paden; e. waterlopen en waterpartijen. Overeenkomstig artikel 4.2.2, sub a, mogen gebouwen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Overeenkomstig artikel 4.2.2, sub b, mag de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van gebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Het bouwplan voldoet niet aan deze bepalingen, omdat in deze bestemming een deel van de nieuwe supermarkt wordt gerealiseerd. Daarnaast wordt de maximale goot- en bouwhoogte, zoals aangegeven op de verbeelding, iets overschreden door het op locatie te herbouwen monumentale pand Vlietstraat 6. Centrum– artikel 5 Overeenkomstig artikel 5.1.1 zijn de voor 'Centrum' aangewezen gronden bestemd voor: a. detailhandel, uitgezonderd verkoop van motorbrandstoffen en opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk; b. detailhandel ondersteunende horeca; c. publieksgerichte dienstverlening, uitsluitend in de vorm van kapsalons, schoonheidsalons, nagelstudio’s en reisbureaus; d.

ter plaatse van de aanduiding (h=1), (h=1,2a), (h=1,2b) is de functie horeca toegestaan tot maximaal die categorie van de Staat van Horeca-activiteiten zoals opgenomen in de verbeelding; e. ter plaatse van de aanduiding (su) is op de begane grond een supermarkt toegestaan; f. ter plaatse van de bouwaanduiding [bg] is een bijgebouw toegestaan; op de verdiepingen; g. wonen; h. aan huis verbonden beroepen;

i. ter plaatse van de aanduiding (su) is een kantine en/of kantoor behorende bij de supermarkt toegestaan; met de daarbij behorende: j. groenvoorzieningen; k. nutsvoorzieningen; l. ontsluitingswegen; m. parkeervoorzieningen; n. terrassen. Overeenkomstig artikel 5.2.2, sub a, mogen hoofdgebouwen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Overeenkomstig artikel 5.2.2, sub b, mag de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Overeenkomstig artikel 5.5 is met betrekking tot de gronden met deze bestemming het bepaalde in artikel 34.1 van toepassing. Het bouwplan voldoet niet aan deze bepalingen, omdat in deze bestemming op de begane grond een deel van de nieuwe supermarkt wordt gerealiseerd en op de verbeelding de vereiste aanduiding (su) ontbreekt. Het bouwplan voldoet niet aan deze bepalingen, omdat in deze bestemming op de begane grond een deel van de nieuwe woningen, inclusief bergingen, worden gerealiseerd. De appartementen op de verdiepingen aan zijde Herenstraat, te realiseren in de bestaande bebouwing, voldoen wel aan de gestelde voorschriften. Daarnaast worden de maximale goot- en bouwhoogten zoals aangegeven op de verbeelding overschreden. De parkeergarage, te realiseren onder de nieuwe bebouwing, voldoet wel aan de gestelde voorschriften.

Maatschappelijk – artikel 16 Overeenkomstig artikel 16.1.1 zijn de voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; met de daarbij behorende: b. groenvoorzieningen; c. nutsvoorzieningen; d. ontsluitingswegen;

e. paden; f. parkeervoorzieningen; g. speeltoestellen; Overeenkomstig artikel 16.2.2, sub a, mogen hoofdgebouwen uitsluitend binnen de bouwvlakken worden gebouwd. Overeenkomstig artikel 16.2.2, sub b, mag de goothoogte, respectievelijk de bouwhoogte van hoofdgebouwen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. Overeenkomstig artikel 16.3 is met betrekking tot de gronden met deze bestemming het bepaalde in artikel 34.1 van toepassing. Het bouwplan voldoet niet aan deze bepalingen, omdat in deze bestemming een deel van de nieuwe supermarkt wordt gerealiseerd. Het bouwplan voldoet niet aan deze bepalingen, omdat in deze bestemming een deel van de nieuwe woningen, inclusief bergingen, worden gerealiseerd. Daarnaast worden de maximale goot- en bouwhoogten zoals aangegeven op de verbeelding overschreden. De parkeergarage, te realiseren onder de nieuwe bebouwing, voldoet wel aan de gestelde voorschriften. Verkeer – artikel 20 Overeenkomstig artikel 20.1.1 zijn de voor 'Verkeer' aangewezen gronden bestemd voor: a. hoofdontsluitingswegen; b. parkeervoorzieningen; c. voet- en fietspaden; met de daarbij behorende: d. bermen; e. geluidwerende voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. oeververbindingen en duikers; i. speeltoestellen; j. voorzieningen voor het openbaar vervoer; k.

voorzieningen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van verkeer; l. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval; m. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; n. waterlopen en waterpartijen.

Overeenkomstig artikel 20.2.1 mogen op deze gronden ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer; b. bouwwerken ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; c. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; d. geluidwerende voorzieningen; e. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Overeenkomstig artikel 20.2.2 gelden voor het bouwen als bedoeld in lid 20.2.1 de navolgende regels: a. de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 6 m² bedragen; b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de bouwhoogte van gebouwde nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 meter; d. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer dan 6 meter bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming mag niet meer bedragen dan aangegeven in artikel 30. Overeenkomstig artikel 20.3 is met betrekking tot de gronden met deze bestemming het bepaalde in artikel 34.1 van toepassing. Het bouwplan voldoet niet aan deze bepalingen voor wat betreft de nieuwe ontsluitingen c.q. trappartijen naar de woningen in de Raadhuisstraat.

Overigens voldoen de overige verkeersinrichtingen in de Raadhuisstraat wel aan de gestelde voorschriften. Daarnaast worden de nieuw aan te leggen in- en uitritten opgevat als voorzieningen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van verkeer (artikel 20.1.1, sublid k). Verkeer - Verblijfsgebied – artikel 21 Overeenkomstig artikel 21.1.1 zijn de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden bestemd voor: a. buuurtonsluitingswegen; b. parkeervoorzieningen; c. voet- en fietspaden; met de daarbij behorende: d. bermen; e. geluidwerende voorzieningen; f. groenvoorzieningen;

g. nutsvoorzieningen; h. oeververbindingen en duikers; i. speeltoestellen; j. terrassen. k. voorzieningen voor het openbaar vervoer; l. voorzieningen ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; m. (ondergrondse) inzamelplaatsen voor (gescheiden) afval; n. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; o. waterpartijen en -lopen; Overeenkomstig artikel 21.2.1 mogen op deze gronden ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen en bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer; b. bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen; c. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Overeenkomstig artikel 21.2.1 gelden voor het bouwen als bedoeld in artikel 21.2.1 de volgende regels: a. de oppervlakte van bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 6 m² bedragen; b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van het openbaar vervoer en de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de bouwhoogte van gebouwde nutsvoorzieningen mag niet meer bedragen dan 5 meter; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bestemming mag niet meer bedragen dan aangegeven in artikel 30.

Overeenkomstig artikel 21.3 is met betrekking tot de gronden met deze bestemming het bepaalde in artikel 34.1 van toepassing. Het bouwplan voldoet aan deze bepalingen voor wat betreft de nieuwe inrichting in de Vlietstraat. Waarde - Archeologie hoge verwachting – artikel 25 Overeenkomstig artikel 25.1 hebben de voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden een hoge archeologische verwachtingswaarde en zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Bij rubriek “Beoordeling aanvraag – activiteit UITVOEREN VAN EEN WERK, GEEN BOUWWERK ZIJNDE” gaan wij hier separaat en nader op in.

Waarde - Beschermd Stads- en Dorpsgezicht – artikel 26 Overeenkomstig artikel 26.1 zijn de voor 'Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht' aangewezen gronden, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en/of de versterking van de aanwezige historischruimtelijke en/of cultuurhistorische waarden. Overeenkomstig artikel 26.2 gelden op de gronden met deze bestemming de volgende regels: a. de uitwendige hoofdvorm van bestaande bouwwerken - bepaald door de goothoogte, de bouwhoogte, de kapvorm, de dakhelling, de voorgevelbreedte, de gevelindeling, de bestaande bouwmassa en de bestaande uiterlijke verschijningsvorm - dient gehandhaafd te worden; b. de voorgevel van hoofdgebouwen dient in de bestemmingsgrens en/of bouwgrens, die grenst aan het openbaar gebied of aan de weg, te worden gebouwd; c. de voorgevelbreedte van hoofdgebouwen mag ten hoogste gelijk zijn aan de perceelsbreedte; d. de goothoogte van hoofdgebouwen dient tenminste 75% van de aangegeven goothoogte te bedragen; e. per pand dient sprake te zijn van wisselende goot- en bouwhoogten; f. het is verboden hoofdgebouwen samen te voegen. Overeenkomstig artikel 26.3.1 kan het bevoegd gezag afwijken van het bepaalde in artikel 26.2 sub a, indien: a. het bouwwerk ten gevolge van een calamiteit geheel of gedeeltelijk teniet is gegaan; b.

handhaving van de uitwendige hoofdvorm van het bestaande bouwwerk in redelijkheid niet kan worden gevergd en de onevenredig nadelige gevolgen niet door middel van financiële tegemoetkomingen en/of anderszins door de eigenaar en/of gebruiker kunnen worden opgeheven. Overeenkomstig artikel 26.3.2 zijn burgemeester en wethouders bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 26.2, sub f, met een maximum van twee hoofdgebouwen, indien het betrokken bouwplan geen onevenredige afbreuk doet aan en mede strekt tot behoud en/of versterking van de aanwezige historische ruimtelijke - en/of cultuurhistorische waarden van het beschermd stads- en dorpsgezicht. Overeenkomstig artikel 26.3.3 zijn burgemeester er wethouders bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 26.2 mits bij verbouw of vervanging van reeds bestaande beeldverstorende panden en bij nieuwbouw in verstoorde gebieden de aanwezige historisch-ruimtelijke en/of cultuurhistorische waarden behouden en/of versterkt worden.

Overeenkomstig artikel 26.3.4 winnen burgemeester en wethouders, alvorens een ontheffing als bedoeld in artikelen 26.3.1, 26.3.2 en 26.3.3 te verlenen, schriftelijk advies in bij de gemeentelijke monumentencommissie, waarbij in ieder geval de volgende aspecten dienen te worden beoordeeld: a. de vraag of het bouwplan geen onevenredige afbreuk doet aan en/of mede strekt tot behoud en/of versterking van het uitwendige karakter van het bouwwerk; b. de vraag of het bouwplan leidt of kan leiden tot aantasting van de aanwezige historisch-ruimtelijke - en/of cultuurhistorische waarden; c. de vraag of het bouwplan op enige andere wijze leidt of kan leiden tot aantasting van het beschermd stads- en dorpsgezicht. Overeenkomstig artikel 26.4 wordt tot gebruik, strijdig met deze bestemming, in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken op een wijze of tot een doel ten gevolge waarvan de aanwezige ruimtelijk-historische - en/of cultuurhistorische waarden onevenredig worden aangetast. Overeenkomstig artikel 26.5 is met betrekking tot de gronden met deze bestemming het bepaalde in artikel 34.1 van toepassing. Omdat onderhavig bouwplan voorziet in volledige sloop en nieuwbouw is feitelijk sprake van een aanpassing van de huidige hoofdvorm, welke niet met een binnenplanse afwijking overeenkomstig artikel 26.3.1 dan wel artikel 26.3.3 kan worden verleend.

Hiervoor dient dan ook een buitenplanse afwijking verleend te worden. Bij de beoordeling van het bouwplan is het gestelde in artikel 26.3.4 in acht genomen. Nu de monumentencommissie positief op het bouwplan heeft geadviseerd kan gesteld worden dat er geen onevenredige afbreuk of aantasting plaatsvindt van de in artikel 26.3.4 genoemde aspecten. Overwegingen over ruimtelijke onderbouwing In de ruimtelijke onderbouwing zijn de relevante aspecten om af te wijken van het bestemmingsplan naar onze mening volledig toegelicht. Wij onderschrijven de inhoud van deze ruimtelijke onderbouwing, zoals ook wordt bevestigd in het positieve advies van de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling (zie bijlage A). Eindconclusie De Ruimtelijke onderbouwing “Herentuyn Voorburg” geeft in voldoende mate aan waarom afwijken van het bestemmingsplan ruimtelijk aanvaardbaar is.

Beoordeling aanvraag – 3. activiteit UITVOEREN VAN EEN WERK, GEEN BOUWWERK ZIJNDE De aanvraag hebben wij beoordeeld op de toetsingsgronden c.q. weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 2.11 van de Wabo. Bestemmingsplan (artikel 2:11, eerste lid) Een omgevingsvergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, in strijd is met het geldende bestemmingsplan. De locatie van de uit te voeren grondwerkzaamheden is gelegen in het bestemmingsplan “Oude dorpskern Voorburg 2011” in de (dubbel)bestemming “Waarde- Archeologie hoge verwachting” – artikel 25. Overeenkomstig artikel 25.1 hebben de voor 'Waarde - Archeologie hoge verwachting' aangewezen gronden een hoge archeologische verwachtingswaarde en zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Overeenkomstig artikel 25.2.1 mogen op deze gronden ten behoeve van de bestemming, zoals in artikel 25.1.1 bedoeld, uitsluitend voor archeologisch onderzoek bestemde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter.

Overeenkomstig artikel 25.2.2 mag ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming geldende regels - uitsluitend worden gebouwd, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd van archeologisch onderzoek, zoals gesteld in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op het rapport zoals onder a bedoeld, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de vergunning voorschriften te verbinden, gericht op: 1. het treffen van maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. het doen van opgravingen; 3. begeleiding van de activiteiten door een archeologische deskundige die voldoet aan de bij de vergunning te stellen kwalificaties.

Overeenkomstig artikel 25.2.3 is met betrekking tot de gronden met deze bestemming het bepaalde in artikel 34.1 van toepassing. Aanleiding Voor het bouwplan geldt de activiteit “Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde” (aanlegactiviteit) voor de benodigde bodemingrepen. Archeologisch onderzoek en advies In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg is in januari 2019 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd door IDDS in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Herenstraat 42-52 in Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor met name resten vanaf het Midden Neolithicum in de top van het Oude duin- en strandwalzand en resten vanaf de 13e eeuw vanaf de onderzijde van de bouwvoor. Vindplaatsen uit de late prehistorie (IJzertijd/Romeinse tijd) kunnen langs de oostelijke flank van de strandwal ingebed zijn in afdekkende veen- en kleilagen. Hoewel delen van het plangebied eerder archeologisch zijn onderzocht, geldt dat die onderzoeken zich met name hebben gericht op de resten vanaf de 13e eeuw.

Deze resten mogen met name direct langs de Herenstraat nog worden verwacht en kunnen ook in de rest van het plangebied (uitgezonderd het opgegraven perceel Herenstraat 50 en het onderzochte deel van het terrein achter Herenstraat 52-54) nog aanwezig zijn. Ook ter plaatse van het pand en het gesaneerde binnenterrein van Herenstraat 42 kunnen deze resten nog aanwezig zijn. De verstoringsdieptes ter plaatse zijn niet bekend. Resten in de top van het Oude duin- en strandwalzand kunnen in het hele plangebied voorkomen. Op basis van de beschikbare gegevens is niet bekend wat de exacte diepteligging van dit niveau is in het plangebied en in hoeverre dit niveau nog intact is. Dit niveau zal wel mogelijk worden verstoord met de geplande aanleg van de parkeerkelder. Het veldonderzoek onderbouwt, voor het deel van het plangebied dat is onderzocht, de verwachtingen uit het bureauonderzoek. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied op de flank van een oude duinen-/strandwalcomplex ligt waarin verschillende niveaus een hoge archeologische verwachting hebben. Omdat al deze niveaus worden bedreigd door de bouw van de parkeerkelder adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren.

Voorafgaand aan het vervolgonderzoek wordt geadviseerd allereerst het deel van het plangebied dat nog niet mocht worden onderzocht (de supermarkt) alsnog te onderzoeken met de 3 geplande boringen zodra de toegang tot dit gebied geregeld kan worden.

Het aanvullend onderzoek kan alleen worden uitgevoerd na de sloop van de bestaande gebouwen en waarschijnlijk het beste gecombineerd worden met de aanleg van de parkeerkelder. Het advies is: het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek binnen de bouwkuip van de parkeergarage. Op basis van de resultaten van de proefsleuven kan besloten worden om geen verder onderzoek te doen of juist om de bouwkuip (of een deel daarvan) op te graven (in samenwerking met het uitgraven van de parkeergarage). Dit aanvullend onderzoek wordt opgestart na de sloop van de bestaande gebouwen. In de Ruimtelijke onderbouwing “Herentuyn Voorburg” wordt hier in paragraaf 4.2 ook nader op ingegaan. Beoordeling Voornoemd rapport en advies van IDDS is door de gemeente inhoudelijk beoordeeld. Aan onderhavige ontwikkeling kan medewerking worden verleend met inachtneming van onderstaande voorwaarden: - Archeologische begeleiding van de ontkoppeling van de vloeren van de -

funderingsbalken conform een door de gemeente goedgekeurd PvE; Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek binnen de funderingen (niveau 1)

-

conform een door de gemeente goedgekeurd PvE; Indien daartoe wordt besloten; opgraving binnen de funderingen (niveau 1)

-

conform een door de gemeente goedgekeurd PvE; Archeologische begeleiding van ondergrondse sloop conform een door de

-

gemeente goedgekeurd PvE; Archeologische begeleiding (protocol opgraven) van de ontgraving van de rest van de bouwput conform een door de gemeente goedgekeurd PvE.

Conclusie Gelet op voornoemde kan onder het stellen van voorwaarden worden ingestemd met de uit te voeren bodem- en bouwactiviteiten. Zie ook bijlage A, onderdeel 5. Archeologie.

Beoordeling aanvraag – 4. activiteit SLOPEN VAN EEN BOUWWERK IN BESCHERMD STADS- OF DORPSGEZICHT De aanvraag hebben wij beoordeeld op de toetsingsgronden c.q. weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 2.16 van de Wabo. Her-/nieuwbouwverplichting (artikel 2:16) Een omgevingsvergunning wordt geweigerd, indien naar het oordeel van het bevoegd gezag niet aannemelijk is dat op de plaats van het te slopen bouwwerk een ander bouwwerk kan of zal worden gebouwd. Beoordeling Het oprichten van vervangende nieuwbouw is contractueel met de ontwikkelaar vastgelegd, waarbij het bouwplan wordt uitgewerkt volgens de door Gemeente Leidschendam-Voorburg vastgestelde ontwikkelvisie. Daarnaast heeft de welstands- en monumentencommissie ingestemd met de sloop van de bestaande bebouwing(en) en het oprichten van vervangende nieuwbouw. Hiermee is het voldoende aannemelijk dat op de plaats van het te slopen bouwwerken, andere bouwwerken kunnen of zullen worden gebouwd.

Beoordeling aanvraag – 5. activiteit SLOPEN EN WIJZIGEN GEMEENTELIJK MONUMENT De aanvraag hebben wij beoordeeld op de weigeringsgrond zoals genoemd in artikel 13 van de Erfgoedverordening Leidschendam-Voorburg. Gemeentelijk monument De aanvraag betreft tevens het wijzigen van beschermd gemeentelijk monument Herenstraat 48, monumentnummer G026, en het (onder toezicht) slopen en na realisatie van de parkeergarage weer herbouwen van het beschermd gemeentelijk monument Vlietstraat 6, monumentnummer G108, beiden gelegen binnen de bebouwde kom van onze gemeente. Monumentencommissie (artikel 12, eerste lid) De geïntegreerde welstands- en monumentencommissie heeft, na diverse behandelingen, in haar vergadering 3 mei 2022 ons geadviseerd dat het verlenen van de omgevingsvergunning zich niet verzet tegen het belang van de monumentenzorg, enerzijds gelet op de uitgevoerde, bouwhistorische onderzoeken en anderzijds gelet op het gestelde in paragraaf 4.2, onderdeel Cultuurhistorie, van de Ruimtelijke onderbouwing “Herentuyn Voorburg”. Op grond van dit advies zijn wij van oordeel dat er geen beletselen zijn om de vergunning te verlenen.

Beoordeling aanvraag – 6. activiteit MAKEN OF VERANDEREN VAN EEN UITWEG De aanvraag hebben wij beoordeeld op de toetsingsgronden c.q. weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 2.18 van de Wabo, juncto artikel 1:8 en artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg. Weigeringsgronden (artikel 1:8) De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; d. de bescherming van het milieu. Verbodsbepaling (artikel 2:12, eerste lid) Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. Weigeringsgronden (artikel 2:12, vierde lid en artikel 2:12, vijfde lid) In afwijking van artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd in het belang van: a. de bruikbaarheid van de weg; b. het veilig en doelmatig gebruik van de weg; c. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving; d. de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente. Bestemmingsplan (artikel 2:12, zesde lid) e. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt geweigerd, indien door de aanleg of verandering van de uitweg in strijd is met het geldende bestemmingsplan.

Het bevoegd gezag weigert de vergunning in ieder geval indien door de aanleg van een uitweg of de verandering van een bestaande uitweg een voor het verkeer gevaarlijke situatie ontstaat die niet door het verbinden van voorschriften aan de vergunning kan worden voorkomen. Beoordeling De aanvraag is in overeenstemming met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Oude Dorpskern Voorburg 2011”. De aanvraag is positief beoordeeld door de Brandweer, de afdeling Stadsbeheer en de afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling / cluster Mobiliteit. Gelet hierop kan worden ingestemd met de aanleg van een in- en uitritconstructie ter plaatse van de Raadhuisstraat.

ONTWERPBESLUIT Gelet op: - artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, - artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, - artikel 2.1, eerste lid, onder c, juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a.3o, van de -

Wabo, artikel 2.1, eerste lid, onder h, artikel 2.2, eerste lid, onder b van de Wabo, juncto artikel 13 van de

-

Erfgoedverordening Gemeente Leidschendam-Voorburg, en artikel 2.2, eerste lid, onder e, van de Wabo, juncto artikel 1:8 en artikel 2:12,

eerste lid, Algemene plaatselijke verordening Leidschendam-Voorburg besluiten wij: 1. Bouwen, artikel 2.1, eerste lid, onder a, b en d, Wabo; 1. aan Waaijer Projectrealisatie B.V. onder voorwaarden omgevingsvergunning te verlenen voor het herontwikkelen van een deel van het voormalig gemeentehuis en de bestaande supermarkt Hoogvliet tot zesendertig woningen en een nieuwe commerciële ruimte voor supermarkt Hoogvliet, inclusief parkeervoorzieningen (parkeerkelder), in- en uitrit, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen bouwwerk zijnde en aanlegwerkzaamheden dan wel gebruik, op de percelen kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie E , nummers 3913, 8459, 8530 (ged.), 9050, 9140, 9638, 9640, 9729, 9730 en 9837 (ged.), plaatselijk gemerkt Herenstraat 40, 42, 44, 46, 48, Vlietstraat 2, 2A en 6 en Raadhuisstraat 47A in Voorburg, overeenkomstig de bij dit besluit behorende en gewaarmerkte gegevens en bescheiden en met inachtneming van de in de bijlage genoemde voorschriften en/of verplichtingen; 2. dat het niet toegestaan is met bouw- en/of constructieve werkzaamheden aan te vangen voordat het bouwveiligheidsplan (UITVOERINGSFASE), met bijbehorende bouwplaatsinrichting-tekening, is goedgekeurd en dat deze bescheiden uiterlijk drie weken voor de aanvang van bouw- en/of constructieve werkzaamheden dienen te worden aangeleverd (zie bijlage D); 3.

dat het niet toegestaan is met de uitvoering van de constructieve werkzaamheden aan te vangen voordat de navolgende constructie-technische bescheiden (UITVOERINGSFASE) door ons college zijn goedgekeurd en dat deze bescheiden uiterlijk drie weken voor de aanvang van de betreffende werkzaamheden dienen te worden aangeleverd:

Tbv palenplan a. definitief funderingsadvies aan de hand van de nog te maken sonderingen en gekozen paaltype; b. definitief palenplan met posities van de sonderingen en grootte belastingen op c.

de palen weergegeven; de palen dienen gedimensioneerd te worden op de horizontale

belastingafdracht, rekening houdend met de mate van paalkopinklemming die de stekken genereren, excentriciteiten en de laagste en hoogste waarde van de verticale paalbelasting (zie bijvoorbeeld NVN 6724); d. paalberekening en paalwapening; e. resultaten van het heiwerk (doormeting); Bij toepassing Oliver-palen f. het draagvermogen wordt berekend volgens de geldende normen Eurocodes: NEN 9997-1 g. de uitvoering van de in de grond gevormde palen vereist veel aandacht. De controle tijdens de uitvoering door een onafhankelijke heiopzichter is een vereiste. h. alle Oliver-palen dienen akoestisch doorgemeten te worden. i. zowel het Oliver-paalsysteem als de uitvoering ervan dienen gecertificeerd te zijn. Tbv bouwput / CSM-wanden j. voor aanvang werkzaamheden van de bemaling dient een werkplan van de k.

bemaling ter goedkeuring te worden ingediend; voor aanvang werkzaamheden van de bouwput dient een werkplan ter goedkeuring te worden ingediend, inclusief damwand- en stempelraam, werkberekeningen, werktekeningen en monitoringsplan CSM-wanden. In het monitoringsplan dienen de alarmeringswaarden aangegeven te worden voor de maximale toegestane vervormingen van de CSM-wanden;

l. constante monitoring tijdens aanbrengen van de CSM-wanden; m. constructieve tekening(en) en berekening(en) van kelder- en damwandconstructies; Tbv overige constructie onderdelen n. definitieve constructieberekeningen en tekeningen van in het werk gestorte en prefab-betonconstructie- onderdelen, inclusief detaillering en wapening; o. definitieve constructieberekeningen en tekeningen van de breedplaatvloeren, inclusief sparingen, leidingwerk, detaillering, wapening en schijfwerking t.b.v. stabiliteit, waarbij het leidingverloop voldoet aan de laatste versie van de “Richtlijn leidingen in breedplaatvloeren”, van AB-FAB en Uneto-VNI;

p. definitieve constructieberekeningen en tekeningen van de staalconstructies, inclusief detaillering; q. detailberekeningen en werkplaatstekeningen van de staalconstructie; r. definitieve constructieberekeningen en tekeningen van de houtconstructies, s.

inclusief detaillering; definitieve constructieberekeningen en tekeningen van de dak- en/of

t.

kapconstructies, inclusief detaillering; definitieve constructieberekeningen en tekeningen van alle verbindingen

tussen verschillende constructieonderdelen; u. definitieve constructieberekeningen en tekeningen van de metselwerkv.

ondersteuningen, inclusief detaillering; definitieve stabiliteitsberekening per blok waarbij blijkt hoe de stabiliteit

gewaarborgd wordt en hoe eventuele trekkrachten in de fundering worden opgenomen. De dragende en stabiliserende elementen dienen duidelijk op de constructieve overzichten aangegeven te worden; w. definitieve berekeningen en tekeningen van de wateraccumulatie van de x. y.

dakconstructie inclusief de detaillering van de (nood)overstortvoorzieningen; definitieve berekeningen en tekeningen van de glazen constructies; van glazen vloerafscheidingen dient voorafgaande aan de werkelijke montage

z.

aangetoond te worden dat zij voldoen aan de voorgeschreven sterkte-eisen c.q. uiterste grenstoestand d.m.v. een zandzakslingerproef; definitieve berekeningen en tekeningen van de vloerafscheidingen (leuningen,

relingen e.d.), inclusief detaillering; aa. de brandwerendheid van constructieve onderdelen die voortschrijdende instorting tot gevolg hebben of waaraan brandwerende eisen gelden, dienen vooraf aangetoond te worden door middel van detailleringen en eventuele berekeningen; bb. constructieve tekeningen en berekeningen van overige, niet genoemde constructie-onderdelen; Tbv brandwerende coating staalconstructie cc. brandwerende coating dient aangebracht te worden conform “Kwaliteitsrichtlijnen applicatie brandwerende coating”, publicatie van Bouwen van Staal; 4. dat het niet toegestaan is met de uitvoering van de betreffende werkzaamheden aan te vangen voordat de navolgende bouwtechnische bescheiden door ons college zijn goedgekeurd en dat ondergenoemde bescheiden uiterlijk drie weken voor de aanvang van de betreffende werkzaamheden dienen te worden aangeleverd:

a. bemonstering van toe te passen gevelstenen en een nadere toelichting op kleuren en materialen; b. de kleuren van het voegwerk in de metselwerkvlakken aan de hand van proefmuren; c. detailtekening van de hekwerken naar de parkeergarage; d. definitief voorstel huisnummering openomen in gevelvlakken; e. aansluitdetails van verblijfsruimte-scheidende wanden, met hierbij de soort en f.

de dikte wand bij vermeld; certificaten waaruit blijkt dat constructieonderdelen zoals kozijnen, ramen,

deuren en hang- en sluitwerk voldoen aan inbraakwerendheidklasse 2; g. nadere bouwtechnische specificaties omtrent de te treffen voorzieningen zoals voorgeschreven in het rapport 621-UPI.03_Uitgangspunten installaties omgevingsvergunning, 15-04-2022, van Overdevest; h. nadere bouwtechnische specificaties omtrent de te treffen voorzieningen zoals voorgeschreven in het rapport 2820.07.mm_Rapportage akoestiek t.b.v. aanvraag omgevingsvergunning, d.d. februari 2022, van moBius consult; KOMO-attesten i. KOMO-attest van de (prefab) begane grondvloer; j. KOMO-attest van de (prefab) gevelelementen; k. KOMO-attest van de (prefab) dakelementen; l. KOMO-attest van de (akoestische) beglazingen; m. KOMO-attest van alle toe te passen isolatiematerialen, met hierbij aangegeven waar welke soort, type, dikte en λ-waarde wordt toegepast; n. KOMO-attest waaruit blijkt dat de verblijfsruimte-scheidende wanden voldoen aan de geluidseis D ≥ 32 dB / L ≥ 79 dB; o. KOMO-attest(en) waaruit blijkt dat toegangsdeuren van de verblijfsruimten voldoen aan afdeling 3.4 van het Bouwbesluit 2012; p. KOMO-attest(en) van de geluidwerende geluidroosters in toegangsdeuren van de verblijfsruimten; 5.

dat het niet toegestaan is met de uitvoering van de betreffende werkzaamheden aan te vangen voordat de navolgende brandtechnische bescheiden (UITVOERINGSFASE) door ons college zijn goedgekeurd en dat ondergenoemde bescheiden uiterlijk drie weken voor de aanvang van de betreffende werkzaamheden dienen te worden aangeleverd: a. b. c. d. e.

Programma van Eisen van de brandmeldinstallatie; Programma van Eisen van de ontruimingsalarminstallatie; Ontruimingsplan; UPD Sprinklerinstallatie; productcertificaat van de toe te passen panieksluitingen c.q. paniekbeslag;

f.

nadere brandtechnische specificaties omtrent de te treffen voorzieningen

zoals voorgeschreven in het rapport 2820.06_Rapportage Brandveiligheid Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, d.d. april 2022, van moBius consult; g. nadere brandtechnische specificaties omtrent de te treffen voorzieningen zoals voorgeschreven in het rapport 11684-1 UPD SPR_Uitgangspuntendocument Brandbeveiliging Sprinklersysteem, d.d. 24-02-2022, van DLVD Advies; h. nadere brandtechnische specificaties omtrent de te treffen voorzieningen zoals voorgeschreven in het rapport 621-UPI.03_Uitgangspunten installaties omgevingsvergunning, 15-04-2022, van Overdevest; KOMO-attesten i. KOMO-attest en/of T.N.O.-rapport van de leidingdoorvoeren, inclusief

j.

brandmanchetten, welke door een brandwerende wand-, plafond- of vloerconstructie gaan, waaruit de vereiste brandwerendheid blijkt; KOMO-attest en/of T.N.O.-rapport van de brandwerende kozijn- en

k.

deurconstructie(s), waaruit de vereiste brandwerendheid blijkt; KOMO-attest en/of T.N.O.-rapport van de brandwerende beglazing(en), waaruit de vereiste brandwerendheid blijkt;

6. dat om te kunnen voldoen aan de geldende normen “geluidsreducerende maatregelen” nodig zijn zoals beschreven in paragraaf 4.9.2 van de Ruimtelijke onderbouwing en hieronder vermeld: a. de geluidsbelasting afkomstig van de parkeergarage kan gereduceerd worden door absorberend materiaal toe te passen in het plafond bij de in- en uitrit van de parkeergarage; b. de invloed van het geluid van de personenwagens uit de parkeergarage kan effectief worden beperkt door de ramen in de gevel direct boven de in- en uitrit als vaste ramen uit te voeren. De slaapkamer van de betreffende woning boven de inrit krijgt een draairaam dat zo ver mogelijk van de parkeergarage is gelegen; c.

het bevoorraden van de supermarkt in de dag- en avondperiode zorgt voor knelpunten. Door het laden en lossen met vrachtwagen alleen overdag toe te staan zal de geluidsbelasting hiermee gereduceerd worden in de avondperiode. Zodoende wordt geadviseerd het laden en lossen te beperken tot 19:00 uur;

d. het knelpunt voor de dagperiode (bij de langtijdgemiddeld beoordeling) betreft het motorgeluid (gedurende 4x4 minuten per dag voor de vrachtwagens t.b.v. de verplaatsing van de afzetbakken). Deze geluidsbron bevindt zich relatief ver van de gevel waardoor een geluidsreducerende maatregel niet mogelijk is.

Hier wordt geadviseerd om de geluidwering van de betreffende gevel te verhogen om de binnenwaarde te kunnen garanderen; 7. dat gedurende het bouwproces ten behoeve de controletoets van de Energieprestatie, foto’s van de thermische schil en de installaties ter goedkeuring worden aangeleverd (zie bijlage E); 8. dat na gereedmelding van het werk door een door de afdeling Handhaving aanvaarde deskundige instantie of persoon, in het bijzijn van een inspecteur van de afdeling Handhaving, de navolgende metingen dienen te worden verricht: a. geluidsmetingen, waaruit blijkt dat er aan afdeling 3.1 en afdeling 3.4 van Bouwbesluit 2012 wordt voldaan; b. ventilatiemetingen, waaruit blijkt dat er aan afdeling 3.6 van Bouwbesluit 2012 c.

wordt voldaan; blowerdoortest (Qv10-meting), waaruit blijkt dat de luchtdichtheid van de

woningen overeenkomt met de gehanteerde waarde uit de EPC-berekening, overeenkomstig opgaaf afdeling Handhaving; d. infraroodmetingen van de uitwendige vloer-, gevel- en dakconstructies, overeenkomstig opgaaf afdeling Handhaving; 2. Strijdig gebruik, artikel 2.1, eerste lid, onder c, Wabo; 9. aan Waaijer Projectrealisatie B.V. omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het gestelde in artikelen 4, 5, 16, 20 en 26 van het bestemmingsplan "Oude Dorpskern Voorburg 2011" en het nieuwbouwproject met bijbehorende Goede Ruimtelijke Onderbouwing toe te staan; 3. Uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, artikel 2.1, eerste lid, onder b, Wabo: 10. aan Waaijer Projectrealisatie B.V. onder voorwaarden omgevingsvergunning te verlenen voor het uitvoeren van diverse grondwerkzaamheden, dieper dan 30 cm, ten behoeve van het herontwikkelen van zesendertig woningen en een nieuwe commerciële ruimte voor supermarkt Hoogvliet, inclusief parkeervoorzieningen (parkeerkelder), overeenkomstig de bij dit besluit behorende en gewaarmerkte gegevens en bescheiden en met inachtneming van de in bijlage A, onderdeel 5. Archeologie, genoemde verplichtingen;

4. Slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, artikel 2.1, eerste lid, onder h, Wabo; 11. aan Waaijer Projectrealisatie B.V. omgevingsvergunning te verlenen voor het (al dan niet geheel) slopen van de bestaande bebouwing op de percelen kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie E, nummers 3913, 8459, 8530 (ged.), 9050, 9140, 9638, 9640, 9729, 9730 en 9837 (ged.), plaatselijk gemerkt Herenstraat 40, 42, 44, 46, 48, Vlietstraat 2, 2A en 6 en Raadhuisstraat 47A in Voorburg, overeenkomstig de bij dit besluit behorende en gewaarmerkte gegevens en bescheiden en met inachtneming van de in bijlage C genoemde voorwaarden en verplichtingen; 12. dat het niet toegestaan is met sloopwerkzaamheden aan te vangen voordat de (nog in te dienen) asbest-/sloopmelding door het bevoegd gezag is geaccepteerd en het sloopveiligheidsplan, met bijbehorende sloopplaatsinrichtingstekening, is goedgekeurd (zie bijlage D); 5. Slopen en wijzigen gemeentelijk monument, artikel 2.2, eerste lid, onder b, Wabo; 13. aan Waaijer Projectrealisatie B.V.

omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen van beschermd gemeentelijk monument Herenstraat 48 en het (onder toezicht) slopen en na realisatie van de parkeergarage weer herbouwen van het beschermd gemeentelijk monument Vlietstraat 6, overeenkomstig de bij dit besluit behorende en gewaarmerkte gegevens en bescheiden en met inachtneming van de in paragraaf 4.2.2 van de ruimtelijke onderbouwing genoemde voorwaarden en verplichtingen; 6. Maken of veranderen van een uitweg, artikel 2.2, eerste lid, onder e, Wabo; 14. aan Waaijer Projectrealisatie B.V. omgevingsvergunning te verlenen voor het wijzigen c.q. verleggen van de huidige in- en uitrit aan de Raadhuisstraat ten behoeve van de nieuwe parkeergarage, overeenkomstig de bij dit besluit behorende en gewaarmerkte gegevens en bescheiden en met inachtneming van de in bijlage F genoemde voorwaarden en verplichtingen; 7. Instemming Hoogheemraadschap van Delfland; 15. dat pas met de uitvoering van de bouwwerkzaamheden mag worden begonnen na schriftelijke instemming van het Hoogheemraadschap van Delfland met betrekking tot de watercompenserende oplossing in relatie tot de vereiste 33,7 m3 aan waterberging;

Leidschendam, datum 2022 burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,

A. van Mazijk secretaris

J. Bijl burgemeester

Bijlage A, behorende bij omgevingsvergunning nr. 695024 A. Advies afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling 1. Inleiding Voor de betreffende locatie is door de gemeenteraad een ontwerp Vvgb vastgesteld. 2. Koop- en realisatie-overeenkomst Ten behoeve van de herontwikkeling van de betreffende locatie(s) is een Koop-, Ontwikkel- en Realisatieovereenkomst gesloten tussen de gemeente en de private partij (Waaijer Projectrealisatie B.V.). In deze overeenkomst is de planologische medewerking van de gemeente als inspanningsverplichting vastgelegd, naast de rechten en verplichtingen ten aanzien van zaken als eigendom van gronden, parkeren zowel binnen het projectgebied als in de openbare ruimte, inrichting van de openbare ruimte, verhaal van plankosten en planschade, etc. 3. Strijdigheden met het bestemmingsplan “Oude Dorpskern Voorburg 2011” Het bouwplan waarvoor de aanvraag is ingediend is op meerdere onderdelen in strijd met het bestemmingsplan.

Functioneel • het plan voorziet in het oprichten van zesendertig woningen en een nieuwe commerciële ruimte voor supermarkt Hoogvliet, inclusief parkeervoorzieningen (parkeerkelder) met bijbehorende bouwwerken, geen bouwwerk zijnde Gelet op aard en omvang van de strijdigheden met het vigerende bestemmingsplan kan een omgevingsvergunning voor de activiteit “Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening” slechts worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º van de Wabo. Daarbij kan van het vigerende bestemmingsplan worden afgeweken op voorwaarde dat: • •

de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing (GRO) bevat

De ingediende aanvraag, met inbegrip van de daarbij toegevoegde GRO, is beoordeeld op alle aspecten die relevant zijn voor de toets aan de hand van het criterium “goede ruimtelijke ordening”. Hierna volgt een (beknopte) inhoudelijk oordeel per aspect, waarbij het aspect Archeologie een separaat hoofdstuk heeft gekregen in verband met noodzakelijke vervolgacties.

4. Kwalitatief-ruimtelijke aspecten 4.1 Stedenbouw Stedenbouwkundig zijn er geen belemmeringen of nadere voorwaarden voor medewerking aan het bouwplan. 4.2 Mobiliteit Vanuit Mobiliteit zijn er geen belemmeringen of nadere voorwaarden voor medewerking aan het bouwplan. 4.3 Bodem De bodemparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing is naar aanleiding van opmerkingen aangevuld en aangepast. Met de bodemparagraaf en de daarin geformuleerde conclusies wordt ingestemd. Mits uitvoering wordt gegeven aan de voorwaarden zoals die ook in de bodemparagraaf zijn opgenomen zijn er vanuit het beleidsveld Bodem geen belemmeringen voor medewerking aan het bouwplan. 4.4 Geluid Het rapport Akoestisch onderzoek Huygenskwartier Voorburg, 20-12-2021 M+P is akkoord. 4.5 Milieuzonering & Activiteitenbesluit: Het akoestisch rapport van M+P is akkoord wat betreft het onderwerp geluid van de supermarkt en parkeergarage. De Ruimtelijke onderbouwing is ook akkoord wat betreft dit onderwerp. De conclusie luidt: de geluidsbelasting vanwege de supermarkt en parkeergarage voldoet zonder maatregelen niet aan de geluidsvoorwaarden van het Activiteitenbesluit en VNG handreiking Bedrijven en Milieuzonering.

Om te voldoen aan de geldende normen zijn geluidsreducerende maatregelen nodig zoals beschreven in paragraaf 4.9.2 van de Ruimtelijke onderbouwing, te weten: • De geluidsbelasting afkomstig van de parkeergarage kan gereduceerd worden door

•

absorberend materiaal toe te passen in het plafond bij de in- en uitrit van de parkeergarage; De invloed van het geluid van de personenwagens uit de parkeergarage kan effectief

•

worden beperkt door de ramen in de gevel direct boven de in- en uitrit als vaste ramen uit te voeren. De slaapkamer van de betreffende woning boven de inrit krijgt een draairaam dat zo ver mogelijk van de parkeergarage is gelegen; Het bevoorraden van de supermarkt in de dag- en avondperiode zorgt voor knelpunten. Door het laden en lossen met vrachtwagen alleen overdag toe te staan zal de geluidsbelasting hiermee gereduceerd worden in de avondperiode. Zodoende wordt geadviseerd het laden en lossen te beperken tot 19:00 uur;

•

Het knelpunt voor de dagperiode (bij de langtijdgemiddeld beoordeling) betreft het motorgeluid (gedurende 4x4 minuten per dag voor de vrachtwagens t.b.v. de verplaatsing van de afzetbakken). Deze geluidsbron bevindt zich relatief ver van de gevel waardoor een geluidsreducerende maatregel niet mogelijk is. Hier wordt geadviseerd om de geluidwering van de betreffende gevel te verhogen om de binnenwaarde te kunnen garanderen.

Deze maatregelen moeten worden doorgevoerd in het bouwplan en hiermee kan voldaan worden aan een goed woon- en leefklimaat in de woningen. 4.6 Luchtkwaliteit Voor wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ wordt de ruimtelijke onderbouwing akkoord bevonden. 4.7 Stikstofdepositie De opgestelde notitie met betrekking tot stikstofdepositie en de daaronder liggende AERIUS-berekening zijn akkoord bevonden. Vanuit het aspect stikstofdepositie zijn er daarom geen belemmeringen of nadere voorwaarden voor medewerking aan het bouwplan. 4.8 Water In de ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de 33,7 m3 aan waterberging die vanuit de planvorming noodzakelijk is. Aan de omgevingsvergunning dient een voorwaarde te worden verbonden dat van de vergunning pas gebruik kan worden gemaakt nadat het Hoogheemraadschap van Delfland heeft ingestemd met de watercompenserende oplossing. Verder wordt nog het volgende opgemerkt: • Binnen het plan lijkt ruimte voorhanden om water te bufferen op de balkons. Daarmee

•

kan het water nuttig worden hergebruikt ten behoeve van beplanting. Met die oplossing kan aanleg van een pompkelder worden voorkomen, dit zou de voorkeur vanuit het beleidsveld Water hebben. Tegen hittestress wordt niet echt iets gedaan, daken moeten vergroend worden of (second best) voorzien worden van witte (of andere hittereflecterende) dakbedekking om hittevorming tegen te gaan.

Nadere afstemming ten aanzien van deze bovenstaande punten kan rechtstreeks met de gemeentelijk beleidsadviseur Water, dhr. Simon van Damme (dammesc@leidschendamvoorburg.nl) plaatsvinden.

4.9 Monumenten De vanuit beleidsveld Monumenten gevraagde aanpassingen en aanvullingen zijn in de ruimtelijke onderbouwing verwerkt resp. aan de aanvraag toegevoegd door middel van een aanvullend onderzoek(en). Hiermee wordt ingestemd. In geval van Vlietstraat 6 dient het te slopen c.q. ontmantelen van het monument onder deskundig toezicht plaats te vinden, waarbij bij opnieuw opbouwen wordt ingezet op hergebruik van de cultuurhistorisch waardevolle elementen. Tijdens het ontmantelen zullen de monumentale waarden gedocumenteerd moeten worden om vervolgens te kunnen beoordelen welke onderdelen opnieuw kunnen worden ingepast bij het herbouwen. Met deze toevoeging zijn er vanuit het beleidsveld Monumenten geen belemmeringen voor medewerking aan het bouwplan. 4.10 Economie Door middel van een DPO is aangetoond dat er voldoende marktruimte voorhanden is om de beoogde vergroting van de supermarkt door te voeren. Het beoogde woonprogramma in het voorliggende bouwplan vergroot die marktruimte nog verder. Distributieplanologische belemmeringen voor het bouwplan zijn dan ook niet aan de orde. Het verplaatsen van de supermarkt naar een nieuwe locatie met een ingang voorbij de Vlietstraat zorgt voor een extra impuls van het eerste deel van de Herenstraat (aan de zijde van het Oosteinde, dat nu nog alleen als aanloopgebied fungeert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=f7d7fb99-41f1-4fad-8705-60d8a924e661