2573-36 Bijlage 33 toelichting, Groenstructuurplan, uitvoeringsprogramma.pdf
Tekst van het document
Als je daar eenmaal zit, ben je al bijna in de duinen… Heerlijk! Ik heb echt het gevoel gekregen dat ik veel dichter aan zee ben komen te wonen, zonder dat ik verhuist ben!
De Loo-zone in 2020
Pagina 51
Tot slot De begrenzing en functie van dit park is helder, waardoor de ruimtedruk van niet-groene functies zoals bebouwing, hier laag is. Het is wenselijk om een kwaliteitsslag te maken en het park eenduidiger programmeren en routeren, maar het is niet noodzakelijk om dit op korte termijn op te pakken.
Pagina 52
Een sfeerbeeld dat de potentie van de spoorzone weergeeft
Pagina 53
7.6
Spoorzone
De spoorzone vormt de begrenzing met Den Haag en ligt aan de westzijde van de gemeente langs de spoorlijn Den Haag-Schiphol. Vanwege de spoorlijn en hoogspanningsmasten die in een gedeelte van deze zone staan, is de druk om deze zone te bebouwen klein. Thans is de zone vooral in gebruik als volkstuin en als natuurlijke parkstrook. Voor het deel ter hoogte van de Zijdesingel/Kastelenring is onlangs een ontwerp gemaakt, waarin onder andere meer water gerealiseerd wordt in een parkachtige setting. Daarnaast wordt er vanuit de provincie een snelfietsroute langs een deel van deze zone aangelegd. Deze loopt van Leiden naar het Sijtwendetracé waar het aansluit op het fietspad langs de Noordelijke Randweg (de Norah). Het gedeelte van deze strook ten zuiden van de Norah is meer versnipperd. Er liggen hier diverse functies, waardoor het gebied wordt opgeknipt: treinstations, volkstuinen, enkele kantoorgebouwen en parkeerplaatsen. Ter hoogte van de Schipholboog mist een langzaamverkeersverbinding. De potentie van de spoorzone De spoorzone heeft de potentie om een natuurlijke en educatieve parkstrook te worden die doorloopt tot in de stadsas van Den Haag (Scheveningen-Centrum-Binckhorst). Het verbindt deze hoogstedelijke zone met het buitengebied. Het is uniek dat het buitengebied zo ver het stedelijk weefsel binnendringt.
Voor de Gemeente Leidschendam-Voorburg kan de spoorzone vooral een aantrekkelijke recreatieve strook worden die gericht is op natuuren landschapsbeleving en -educatie. Het gebruik is voornamelijk gericht op de extensieve recreatievormen zoals fietsen en wandelen. Volkstuinen en schooltuinen passen ook goed binnen deze zone, mits ze zowel ruimtelijk als functioneel een relatie aangaan met de rest van het park. Hierbij kan gedacht worden aan een openbaar pad door de tuinen of een openstelling tussen zonsopgang en zonsondergang. Tevens mogen deze functies de doorgaande routes niet frustreren/
belemmeren. Natuurontwikkeling met daaraan natuureducatie gekoppeld past ook zeer goed binnen deze strook, aangezien deze strook deels aan het buitengebied grenst. Dit sluit ook goed aan bij het thema dat deze strook binnen de het Groenstructuurplan heeft gekregen: ‘landschap, natuur en educatie’. Evenals bij de centrale zone heeft de spoorzone de potentie om uit te groeien tot een aantrekkelijke fietsroute om van de ene naar de andere kant van de gemeente te komen. De snelfietsroute sluit hier nauw op aan. Wijken worden door middel van groene verbindingen met de spoorzone verbonden, waardoor het groen echt de wijken in penetreert. Tot slot is het ook via de spoorzone eenvoudig om van het stedelijk gebied, het landelijk gebied te bereiken om daar te recreëren (verbetering stad-land verbinding). Bijkomende effecten van de spoorzone: • Hoogwaardige groene woonmilieus die ontwikkeld kunnen worden, gelegen aan een natuurlijk park; • Huisvesten van ‘educatieve’ functies zoals schooltuinen, volkstuinen, natuurpaden e.d. Naast concrete aspecten zijn er ook meer indirecte voordelen van de spoorzone: • De spoorzone versterkt het beeld dat de gemeente een groene woongemeente is; • De spoorzone vormt een belangrijke verbinding vanuit de gemeente met het buitengebied; • Een spoorzone geeft aanleiding om groenverbindingen te maken vanuit de aangrenzende wijken naar de spoorzone.
Hierdoor wordt het groen nog meer de wijken ingetrokken; • Een groene omgeving biedt ontspanning en verlaagt stress. Daarnaast zorgt het ervoor dat mensen meer bewegen. Een toename van groen heeft derhalve een positief effect op de volksgezondheid;
Pagina 54
De huidige verschillende functies binnen de spoorzone
Pagina 55
•
•
De OZB van woningen aan een park is gemiddeld zo’n 5% hoger dan die van vergelijkbare woningen die niet aan een park gelegen zijn. Hier heeft de gemeente dus direct (economisch) voordeel van groen; Een ‘groene long’ in de gemeente heeft positieve invloed op het stadsmilieu. Het zet het schadelijke CO2 om in zuurstof. Een groene omgeving heeft meer capaciteit voor waterberging en zuivert tegelijkertijd het water dat terecht komt in singels en sloten. Dit heeft positieve invloed op de benodigde capaciteit van het rioolstelsel in een wijk.
Opgaven en maatregelen De opgaven in de spoorzone zijn: 1. Versterken van de relatie met het landelijk gebied, waarbij vooral ingezet wordt op natuur- en landschapsbeleving. Aspecten die hierbij van belang zijn: • Plan op welke wijze het landschap aan de andere zijde van de spoorlijn door getrokken kan worden in de spoorzone; • Het waarborgen van het ruimtelijke kwaliteit in deze zone; • Het stimuleren van natuurvriendelijke oevers, waarbij deze gedeeltelijk ook toegankelijk zijn voor kinderen in het kader van natuureducatie. • Variatie creëren in milieus waardoor er een diversiteit aan plantengroei mogelijk is; • Beplantingssortiment kiezen dat enerzijds aansluit bij het aangrenzende buitengebied en anderzijds aantrekkelijk is voor de fauna, zodat zich veel insecten, vogels en kleine zoogdieren in deze strook vestigen; • Beheer afstemmen op natuurontwikkeling; • Heldere communicatie naar aanwonenden en gebruikers waarin het natuurlijk beheer toegelicht wordt; het zal er immers niet altijd ‘strak’ bijliggen; • Het stimuleren van bloemrijke bermen langs wegen.
2.
Creëren van een hoogwaardige doorgaande langzaam verkeersroute vanaf het buitengebied tot in de Binckhorst Aspecten die hierbij van belang zijn: • Bestaande bebouwing zo inpassen dat zij onderdeel van de parkzone wordt; • Bestaande parkeerterreinen zo inpassen zodat zij onderdeel van de parkzone worden; • Een drager zoeken die de zone tot één geheel maakt. Water in combinatie met een eenduidige langzaam verkeersroute is één van de mogelijkheden; • Overleg met de gemeente Den Haag om haar deel van de zone ruimtelijk ook aan te laten sluiten op deze spoorzone; • Onderzoek hoe de barrières in het gebied, zoals de brede doorgaande wegen en de Randstadrail, geslecht kunnen worden, zodat er één doorlopend geheel ontstaat; • Aansluiten op de initiatieven voor een snelfietspad vanaf Leiden tot aan het Sijtwendetracé; • De overige fietspad-delen op een logische wijze met elkaar verbinden; • Veilige kruisingen maken op die plekken waar autoverkeer rijdt, waarbij (bij voorkeur) het langzaam verkeer voorrang heeft; • Een eenduidige inrichting van de langzaamverkeersroute zodat deze herkenbaar is; • Een goede en logische verbinding (tunnel) maken onder de randstadrail tussen de Schipholboog en het CBS; • Onderzoek naar de mogelijkheden voor het doortrekken van deze zone via de Tennet-locatie tot in de Binckhorst; • Een goede ruimtelijke verbinding maken van deze zone via Schakenbosch naar
het buitengebied en hier aanhaken op het routenetwerk in het buitengebied; • De aangrenzende wijken beter verbinden met deze zone; o.a. door het maken van ‘groene’ verbindingen vanuit de wijken naar deze zone
Pagina 56
Het is een mooie lentedag in 2020, een strak blauwe lucht en vanmiddag verwachten ze een temperatuur van tegen de 20 graden. De hele stad snakt ernaar om na de donkere, koude winter weer naar buiten te gaan. Ik pak mijn fiets en rijd via een groene route naar de spoorzone. Ik heb besloten om vandaag eens van het schitterende buitengebied van de gemeente te gaan genieten en wat is er mooier dan daarmee al in de stad te beginnen! Ik fiets via de Machinesloot naar de Spoorzone. Je zit meteen ´buiten´! Langs het water fiets ik richting het noorden. Overal hoor ik vogels en het lijkt wel of alle vlinders vandaag besloten hebben om mij te vergezellen. Zoveel heb ik er nog nooit gezien! Net voorbij de tunnel onder de Randstadrail door, zie ik een groep kinderen aandachtig luisteren naar een boswachter. Ik vang op dat hij aan het vertellen is over een orchidee die sinds kort in dit gebied voorkomt. Weer even verderop is het beredruk in de volkstuinen. Het is geweldig dat het fietspad (en overigens ook het voetpad) dwars door deze volkstuinen slingert. Je voelt je er echt even onderdeel van, terwijl de sloten aan weerszijden van de paden voorkomen dat mensen echt de volkstuinen in kunnen. In de schooltuinen iets verderop is het een stuk minder druk, maar dat is logisch op een zaterdagmorgen.
Toch zie ik een meisje van een jaar of acht trots aan haar oma vertellen wat ze allemaal gepoot heeft de afgelopen week. Haar oma is één en al oor en ik zie dat ze voluit geniet om met haar kleindochter op stap te zijn! De overgang naar ‘het echte buitengebied´ ervaar ik nauwelijks; de paden zijn naadloos op elkaar aangesloten. Ik besluit eerst maar eens een kop koffie te gaan drinken in kasteel Duivenvoorde, alvorens verder het gebied in te trekken. Ik heb er zin in vandaag!
De spoorzone in 2020
Pagina 57
3.
Ontwikkelen van een ruimtelijke strategie voor de inpassing van volkstuinen en schooltuinen op zo’n manier dat zij een meerwaarde leveren aan deze zone. Aspecten die hierbij van belang zijn: • Mogelijke inpassingsvarianten maken voor de volkstuinen en schooltuinen; • Mogelijkheden onderzoeken hoe volkstuinen meer opengesteld kunnen worden voor de recreant. 4.
Een verbinding maken met ‘de andere zijde’ van de spoorlijn ‘Den Haag – Leiden’, zodat dit gebied recreatief beter ontsloten wordt Aspecten die hierbij van belang zijn: • Bekijken of de bestaande fietstunnel onder het spoor door ter hoogte van de Sijtwendetunnel hiervoor gebruikt kan worden; • Onderzoek hoe het landelijk gebied ten westen van de spoorlijn beter ontsloten kan worden en waarop aangesloten kan worden. 5.
De wateropgave, die voortkomt uit het gemeentelijk Waterplan, ruimtelijk integreren in deze strook, gekoppeld aan natuurontwikkeling. Aspecten die hierbij van belang zijn: • Het stimuleren van natuurvriendelijke oevers; • Het water inzetten om de ruimtelijke kwaliteit van deze strook verder te verbeteren; • Het water inzetten als verbindend element in dit park. 6.
Een goede ruimtelijke verbinding maken van deze zone via Schakenbosch met het buitengebied Aspecten die hierbij van belang zijn: • Aansluiten op bestaande initiatieven voor een snelfietspad; • Aansluiten op bestaande en nog te maken routestructuren in het buitengebied. 7.
Onderzoek doen naar het doortrekken van deze zone via de Tennet-locatie tot in de Binckhorst
Tot slot De stedelijke druk op deze zone is beperkt, enerzijds vanwege de ligging langs het spoor en anderzijds vanwege de aanwezigheid van hoogspanningsleiding. De urgentie om deze strook vanuit dat aspect op te pakken, is derhalve beperkt. Er speelt op korte termijn echter wel een watervraag in deze zone. Dat is de reden dat een deel van deze zone vanaf 2012 toch heringericht gaat worden. De hiervoor genoemde opgaven moeten zoveel mogelijk meeliften met deze herinrichting. Waar dit niet mogelijk is, houdt de herinrichting in ieder geval rekening met bovenstaande opgaven en zorgt het ervoor dat het deze opgaven in de toekomst niet frustreert.
Pagina 58
De wijkgroenstructuren
Pagina 59
7.7
Groenvisies voor de wijken
Huidige situatie en knelpunten De gemeente Leidschendam-Voorburg kent vele verschillende soorten wijken. Doordat deze echter nauwelijks ten opzichte van elkaar gedefinieerd zijn, bestaat de kans dat ze steeds meer op elkaar gaan lijken. Onderscheidende en karakteristieke structuren van een wijk worden immers niet onderkend, waardoor zij langzamerhand zullen verdwijnen. Om meer verschil in het groen tussen de wijken te krijgen, is het derhalve van belang deze karakteristieken te onderkennen en waar mogelijk te versterken. Globaal zijn de wijken ingedeeld is drie categorieën, te weten: ‘klassieke wijken’, ‘groene wijken’ en ‘overige wijken’. Ambitie In het Groenstructuurplan is een plan voor het gehele stedelijk gebied uitgewerkt. Voor de afzonderlijke wijken moet dit nog uitgewerkt worden in Wijkgroenstructuurplannen, waarin de belangrijkste groenstructuren van de wijk beschreven worden. De ambitie hierbij is dat er meer variatie in het groen tussen de wijken komt. Deze variatie wordt tevens versterkt door het karakter, de doelgroep en de functie van de wijkparken steviger te omschrijven. Voor groen in wijken geldt: eenheid in de wijk, verschil tussen wijken. In het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven wat de belangrijkste lijnen en groengebieden binnen de wijk zijn, waarbij per wijk ook het ‘onderscheidende groenelement’ wordt benoemd.
Dit vormt vervolgens de basis voor de gecombineerde wijkgroenstructuurplannen en –beheerplannen. Over het algemeen heeft het wijkstructuurgroen i.t.t. de hoofdstructuur, weinig relatie met het groen in de omliggende wijken. Zij is voornamelijk voor de eigen wijk van belang. Het wordt vooral gebruikt door de eigen wijkbewoners. Door de wijkgroenstructuur
aan te laten sluiten bij het type wijk, ontstaat er differentiatie in het groen en diversiteit tussen wijken, één van de uitgangspunten van de Woonvisie. De wijkparken moeten ook aansluiten bij de wijk, waarbij voor het wijkpark een duidelijk karakter omschreven wordt. Dit geeft houvast aan het ontwerp en het latere beheer, maar kan ook sturing geven aan wensen die later ingebracht worden en een plek moeten krijgen binnen de gemeente. Op deze wijze wordt voorkomen dat parken op termijn, als gevolg van de ‘parkmode’, steeds meer op elkaar gaan lijken. Daarnaast moet per wijk gezocht worden naar ‘groene’ langzaamverkeersaansluitingen op de vier groene zones. Indien men zonder hindernissen naar deze grote groengebieden kan, zal dat de groenbeleving doen toenemen. Tot slot vormen de cultuurhistorie en de landschappelijke karakteristiek handvatten voor de inrichting van de buitenruimte. Het groen kan hier effectief ingezet worden om de ruimtelijke kwaliteit hiervan te verbeteren door deze te ondersteunen of door storende elementen beter in te passen. Opgaven en maatregelen De opgaven vanuit het Groenstructuurplan zijn: 1. Beschrijven van de wijkgroenstructuur, waarbij aangesloten wordt bij de stedenbouwkundige opzet van de wijk en het woonmilieu zoals beschreven in de WOONvisie; 2.
Een duidelijke omschrijving maken voor de wijkparken met betrekking tot inrichting, doelgroep en functie, waardoor elk park een duidelijke eigen identiteit krijgt; 3. Maken van goede groene aansluitingen op de aanliggende groene zones. In bijlage 1 zijn de afzonderlijke wijken met bijbehorende opgaven verder beschreven.
Pagina 60
De verschillende soorten entrees in de gemeente
Pagina 61
7.8
Groene lijnen
Huidige situatie en knelpunten De stedenbouwkundige structuur van de gemeente bestaat uit een gritstructuur. De lijnen die evenwijdig aan de vliet lopen, lopen vanuit Voorburg, functioneel gezien, continu door tot in Leidschendam. Ruimtelijk zijn deze lijnen echter veel minder als continue eenheid te ervaren. De lijnen die haaks op de Vliet staan, zijn veel minder vaak continu. Ze zijn in de loop van de tijd ontstaan bij de uitbreiding van de kernen en liggen minder vaak in elkaars verlengde. Mede hierdoor zijn deze lijnen veel korter. Ze zijn vaak opgespannen tussen twee lijnen die evenwijdig aan de Vliet lopen. Gevolg hiervan is dat deze lijnen, omdat ze relatief kort zijn, vaak wel een meer continu profiel hebben.
Veelal is de verkeershoofdstructuur aan deze stedelijke lijnen gekoppeld. Ruimtelijk is het wenselijk ook de hoofdgroenstructuur aan deze lijnen te koppelen: • De verkeerstructuur wordt ruimtelijk eenduidig begeleid, wat rust geeft in het wegprofiel en zodoende de verkeersveiligheid ten goede komt; • Er wordt hier veel effect bereikt met een relatief beperkte hoeveelheid groen. Veel mensen komen in aanraking met het betreffende groen waardoor met een relatief beperkte ingreep bij veel mensen een eerste groene indruk wordt verkregen; • Vaak zijn deze lijnen breed, waardoor er voldoende ruimte is voor bomen om tot volle wasdom te komen.
Ambitie Zoals vermeld, bestaat de stedelijke structuur uit continue lijnen die evenwijdig aan de Vliet lopen (overeenkomstig de bodemkundige ondergrond en de stedenbouwkundige uitbreidingsrichtingen) en meer discontinue lijnen die hier haaks opstaan. Zij vormen gezamenlijk de ruimtelijke structurerende lijnen binnen de gemeente.
Bij de vormgeving van de continue lijnen, dient naast eenheid en continuïteit ook rekening gehouden te worden met de ‘verkleuring’ binnen de gemeente: van een meer stedelijk Voorburg naar een meer landelijk Leidschendam.
Voor de oriëntatie binnen de gemeente zijn vooral de lijnen die evenwijdig lopen aan de Vliet van groot belang. De ambitie is om deze hoofdgroenstructuurlijnen ook ruimtelijk een meer continu karakter te geven, waarbij zij elk een eigen identiteit krijgen die aansluit op het ruimtelijk karakter van de omgeving, de ondergrond en de ontstaansgeschiedenis van deze lijn. Hierdoor wordt de stedenbouwkundige structuur veel helderder wat ten goede komt aan de oriëntatie.
Een andere maatregel om een groene indruk te geven aan de gemeente, is door de entrees van de gemeente ‘groen’ te maken. Dit is de eerste kennismaking met de gemeente: ‘de eerste indruk’. Entrees liggen niet per definitie aan de rand van de gemeente. Zo vormen de drie stations en de twee randstadrailstations, ook entrees tot de gemeente voor diegenen die met het openbaar vervoer komen. De Noordelijke Randweg heeft zijn entrees tot de gemeente op de kruispunten waar deze ‘boven’ komt, ter hoogte van de Prins Bernhardlaan en de Mgr. Van Steelaan. Hetzelfde geldt voor de Utrechtsebaan die al eerder op gemeentelijk grondgebied loopt, maar de automobilist draait voor zijn gevoel pas aan het einde van ‘afslag Voorburg’ de gemeente in.
Pagina 62
Ligging van de bestaande trambanen in de gemeente
Pagina 63
Bij de entrees is ervoor gekozen om die plekken te kiezen waar de automobilist of recreant daadwerkelijk het stedelijk gebied van de gemeente inrijdt. Dit ligt vaak, maar niet overal, op de gemeentegrens. Indien de gemeentegrens in het landelijk gebied ligt, is het niet wenselijk dit ‘groots’ kenbaar te maken. Juist de openheid en terughoudendheid in objecten, versterkt het karakter van het buitengebied. De auto-entrees kunnen verdeeld worden in wijk- en buurtontsluitingswegen. Over het algemeen kan gesteld worden dat wijkontsluitingswegen meer verkeer afhandelen, waardoor het vergroenen van deze entrees het meeste effect heeft. Bij de fasering zou derhalve allereerst op de entrees van de wijk- en daarna pas op de entrees van de buurtontsluitingswegen ingezet moeten worden. Tot slot zijn er nog enkele ‘recreatieve entrees’. Dit zijn voornamelijk entrees voor het langzaam verkeer. Een ander aspect zijn de trambanen. Groene trambanen zorgen voor een aantrekkelijk beeld en reduceren tevens het geluid van de voorbijrijdende trams. Er dient derhalve gestreefd te worden naar het vergroenen van trambanen. In naaststaande kaart is de huidige situatie aangegeven. De ‘oranje banen’ liggen thans in een ballastbed (grindondergrond) en kunnen zonder problemen omgevormd worden tot groene trambanen. Voor de Koningin Julianalaan ligt dit anders.
Hier wordt de trambaan ook gebruikt door hulpdiensten. Bekeken moet worden of dit anders opgelost kan worden om vervolgens de trambaan ook in een grasbaan te leggen. In Voorburg West liggen de trambanen in de weg, daar waar ook het autoverkeer rijdt. Hier is het niet mogelijk om de trambanen te vergroenen.
Opgaven en maatregelen In het groenstructuurplan staat voor de groene lijnen al een aantal algemene opgaven vermeld: 1. Het vergroenen van de stedenbouwkundige hoofdstructuur; 2. De lijnen van de stedenbouwkundige hoofdstructuur die evenwijdig aan de Vliet lopen, meer continu vormgegeven waarbij aandacht besteed moet worden aan het verschil tussen de lijnen: ontstaansgeschiedenis, bodemkundige ondergrond, functie, omliggende typen wijken e.d.; 3. De discontinuïteit benadrukken van de lijnen die haaks op de Vliet staan; hierbij aansluitend op de bodemkundige ondergrond en ontstaansgeschiedenis; 4. Vergroenen van de entrees van de gemeente; 5. Vergroenen van de trambanen waar mogelijk. Voor de trambanen kan deze opgave verder geconcretiseerd worden tot: • Vergroenen van de trambanen in de Hofzichtlaan, het resterende deel van de Mgr. Van Steelaan en de Heuvelweg; • Onderzoek doen naar de mogelijkheden om de hulpdiensten in de Koningin Julianalaan van de trambaan te halen en deze vervolgens te vergroenen. Hierna zal nader op de individuele lijnen ingegaan worden.
Pagina 64
De hoofdstructuurlijnen in de gemeente
Pagina 65
Westeinde – Herenstraat – Oosteinde – Voorburgseweg – Koningin Julianaweg – Veursestraatweg
Huidige situatie en knelpunten Deze lijn vormt het historische dorpslint aan de middeleeuwse hoofdweg op de strandwal. Het verbond de eerste nederzettingen die hier gebouwd werden met elkaar en liep van Voorschoten naar Rijswijk. In Voorburg wordt deze weg begeleid door een mix van statige herenhuizen, herbergen, dorpskernbebouwing, voormalige buitenplaatsen, enkele boerderijen en landarbeiderswoningen. De architectuur is vaak rijk gedetailleerd en gevarieerd met serres, veranda’s, torentjes, loggia’s e.d. In Leidschendam is de bebouwing minder ‘rijk’. Het betreft voornamelijk vooroorlogse arbeiderswoningen en vrijstaande tuinderswoningen. I.t.t. tot Voorburg ligt het huidige dorphart van Leidschendam niet meer aan deze lijn. Hierdoor is deze lijn in Leidschendam ook minder ‘een beelddrager’ dan in Voorburg. Over het algemeen is deze lijn binnen de stedelijke kernen verkeersluw. Dit wordt in Leidschendam nog extra versterkt als op termijn de Oude Trambaan weer in twee richtingen voor het verkeer opengesteld wordt. Ambitie Op deze lijn dient hoofdzakelijk een laanstructuur te komen. Dit sluit naadloos aan bij zijn ligging op de strandwal en de aangrenzende, veelal statige, bebouwing. Ter hoogte van de Veursestraatweg is een laanstructuur niet realiseerbaar, waardoor hier gekozen wordt voor een meer parkachtige opzet. Langs de Veurseweg komt een laanstructuur van Eiken.
Op de Koningin Julianaweg is de laanstructuur al aanwezig met zijn statige Platanen. In Voorburg is de lijn veel meer versnipperd. Hier dient ingezet te worden op meer eenduidigheid, zodat deze lijn als eenheid ervaren wordt. Omdat hier al veel eiken staan, wordt voorgesteld deze soort hier leidend te maken. Een eik past ook goed bij de strandwal. Ter hoogte van de Loozone en in de Herenstraat wordt de laanstructuur onderbroken.
Opgaven en maatregelen • Versterken van het karakter en ruimtelijke eenheid van deze lijn, waarbij de historische betekenis het uitgangspunt vormt; • Inzetten op een continue laanbeplanting op deze lijn, waarbij in Leidschendam aangesloten wordt op de huidige Platanen en in Voorburg op de Eiken; • Ter hoogte van de Veursestraatweg inzetten op een meer parkachtige opzet; • Vanaf de kruising met de Noordsingel richting de Duivenvoordecorridor een doorgaande eikenlaanstructuur als overgang naar en aansluiting op het buitengebied.
Pagina 66
Prinses Marianneweg, Parkweg – Oosteinde – Oude Trambaan – Veursestraatweg
Huidige situatie en knelpunten Een deel van deze weg is als parallelstructuur ‘achter’ de bebouwing van de Middeleeuwse hoofdweg aangelegd en heette de ‘Achterweg’. Lange tijd bleef deze weg vrij van bebouwing. Bij de uitbreidingsplannen van 1917 werd dit patroon doorbroken en werd deze weg de infrastructurele drager van het stedenbouwkundige plan. In 1888 was er al een tramverbinding ingelegd. Aan de Voorburgse kant wordt deze weg aan twee zijden begeleid door ruime vooroorlogse woningen met voortuin. Ook komen er ruime geschakelde villa’s en aaneengesloten gezinswoningen uit de jaren ’30 voor. In Leidschendam is deze lijn pas in 1924 aangelegd toen de tram elektrisch werd en een vrije baan nodig had. Daarom is hij ook nooit een goed onderdeel geworden van de stedelijke structuur. Vooral tussen de De Damsigtstraat en park Rozenrust grenst deze lijn aan één zijde aan achterkanten van tuinen met schuttingen. De bebouwing aan de andere zijde bestaat over het algemeen uit eenvoudige aaneengesloten eengezinswoningen zonder een uitgesproken detaillering en karakteristiek. Een parallelweg met haaksparkeren versterkt het pretentieloze karakter van dit gedeelte van deze lijn.
Ambitie De ambitie is om hier in Voorburg een herkenbare lijn van te maken met een laanbeplanting. De laanbeplanting past bij het strandwallenlandschap. In de Prinses Mariannelaan is thans al een laanstructuur van Lindes aanwezig. Wel zijn er op een aantal plaatsen open plekken ontstaan. Het is wenselijk om deze gaten op te vullen. De boomstructuur in de Parkweg/Oosteinde is veel minder helder. Er is geen verband tussen de verschillende onderdelen op dit gedeelte van de lijn. Aangezien ook in dit deel al lindes staan, is het wenselijk om de laanstructuur met lindes vanuit de Prinses Mariannelaan hier door te zetten.
Ter hoogte van de oude trambaan is er sprake van een asymmetrisch profiel met aan de ene zijde achtertuinen met een veelal groene afscheiding, terwijl aan de andere kant woonbebouwing staat die weinig pretentie uitstraalt. Vanuit de ondergrond (de ligging op de strandwal) is een laanstructuur voor de hand liggend. Ruimtelijk ligt dit echter niet voor de hand; een laanstructuur geeft een bepaalde statigheid en dat stuit niet aan bij de huidige omgeving. Vooral het feit dat deze weg langs een groene wand met achtertuinen loopt, zorgt ervoor dat je je in een ‘achterafstraat’ waant. Het zou derhalve wenselijk zijn om op termijn het gehele profiel, inclusief bebouwing op te pakken. Tot die tijd is een grote reconstructie van het groen niet aan de orde, omdat het het basis-probleem niet oplost. Voor het gedeelte van de Veursestraatweg vanaf de Noordsingel wordt aangesloten op de Duivenvoordecorridor: een laanbeplanting van Eiken.
Opgaven en maatregelen • Versterken van het continue karakter van deze lijn van Voorburg tot aan de Oude Trambaan door een laanstructuur te maken van Lindes; • Studie naar het verbeteren van de stedenbouwkundige inpassing van het Leidschendamse gedeelte; • Het maken van een laanbeplanting met Eiken vanaf de Noordsingel tot aan de gemeentegrens met Voorschoten.
Pagina 67
Prins Bernhardlaan – Noordsingel
Huidige situatie en knelpunten Deze lijn is ontstaan bij de naoorlogse uitbreiding van Voorburg en Leidschendam. Een groot deel van deze lijn ligt in de centrale zone. Opvallend is dat in dit deel de woningen grotendeels van deze lijn afgekeerd zijn, terwijl ze ten westen van de Loo-zone veelal georiënteerd zijn op deze lijn. Ambitie Ten oosten van de Loo-zone is het wenselijk de weg onderdeel van de centrale zone uit te laten maken door hier het karakter van een ‘parkway’ voor te stellen: een aangename verkeersweg door een groene, parkachtige omgeving. Een laanstructuur is hier niet wenselijk en ook niet voor de hand liggend. De meeste woningen zijn immers van deze laan afgekeerd, waardoor een formele laan hier niet past. Er dient hier dus meer ingezet te worden op een meer groepsgewijze boombeplanting met een parkachtige opzet. Dit sluit ook goed aan bij het karakter van de strandvlaktes, waar laanstructuren minder voor de hand liggen. In Voorburg buigt de Prins Bernhardlaan richting de strandwal. Daarnaast is de bebouwing hier, in tegenstelling tot het deel ten oosten van de Loo-zone, op deze weg gericht. Tot slot is het profiel hier smaller is dan ten oosten van de Loo-zone. Aan de westelijke zijde van de Loo-zone ligt een formelere laanstructuur dus meer voor de hand.
Bovenstaande sluit ook goed aan bij de ‘verkleuring’ van stad naar landelijk gebied: van een laanstructuur in Voorburg naar een meer parkachtige opzet in Leidschendam.
Opgaven en maatregelen • De overgang vormgeven van een formele stedelijke inrichting in Voorburg naar een meer tuinstedelijke, landelijke inrichting in Leidschendam, waarbij aangesloten wordt op de karakteristiek van de wanden van deze twee lijnen. Dit verschil in de twee delen kan zowel gevonden worden in boomsoorten, plantverbanden als in al (Leidschendam) dan niet (Voorburg) het gebruik van elementen uit het buitengebied, zoals kruidige (bloeiende) bermen. Dit versterkt de relatie met het buitengebied; • Een laanstructuur met Eiken realiseren ten westen van de Loozone; • Een parkway realiseren ten oosten van de Loo-zone; • De groenzones die langs deze parkway gelegen zijn meer onderdeel uit laten maken van de centrale zone en de parkway die hier voorgesteld wordt; • De Loo-zone vormt de overgang van de twee karakters van deze lijn. Ter hoogte van de Loo-zone komt alleen beplanting in het kader van de Loo-zone omdat deze zone prioriteit heeft boven deze infrastructurele lijn.
Pagina 68
Koningin Wilhelminalaan – Van Arembergelaan - Potgieterlaan Koningin Julianalaan – Mgr. Van Steelaan – Heuvelweg
Huidige situatie en knelpunten Ook deze lijn is ontstaan bij de naoorlogse uitbreiding van Voorburg en Leidschendam. Deze infralijn volgt nog enigszins een kleine strandwal. Opvallend is ook langs deze lijn het verschil in bebouwing in de twee kernen. In Voorburg zijn de woningen en gebouwen op deze lijn georiënteerd, terwijl in Leidschendam de bebouwing zich af lijkt te keren van deze lijn. De bebouwing is gericht op de achterliggende straten en keert zich met zijn rug naar deze infrastructuur. De overgang tussen deze twee gebieden ligt ter hoogte van de randstadrail. Daarnaast is er sprake van een breder profiel in Leidschendam doordat er bredere groenzones langs deze wegen liggen dan in Voorburg. Dit sluit nauw aan bij de eerdere constatering dat Voorburg een meer stedelijk en formeel karakter heeft en Leidschendam een meer informeel en landelijk karakter.
Ambitie De Koningin Wilhelminalaan, Van Arembergelaan, Potgieterlaan en Koningin Julianalaan hebben een formeel stedelijk profiel. Insteek is om hier de laanstructuur te versterken. Ten oosten van de randstadrail gaat de klassieke stedenbouw over in een informeel tuinstadkarakter. Hier ligt het voor de hand om een meer parkachtige structuur voor te stellen. Daar waar flats dicht op de weg staan, kan een losse rij bomen komen die aansluit op het karakter van de parkstructuur. Dit sluit goed aan bij de plannen die gemaakt zijn in het kader van de Heuvelwegvisie voor dit gedeelte van de lijn.
Opgaven en maatregelen • Vergroenen van de trambanen in het resterende deel van de Mgr. Van Steelaan en de Heuvelweg; • Onderzoek doen naar de mogelijkheden om de hulpdiensten in de Koningin Julianalaan van de trambaan te halen en deze vervolgens te vergroenen; • De Koningin Julianalaan en de Mgr. van Steelaan tot aan de randstadrail omvormen tot robuuste laanstructuur. Hierbij ligt een platanenlaan het meest voor de hand; • In de Koningin Wilhelminalaan, Van Arembergelaan, Potgieterlaan inzetten op een doorgaande laanbomenstructuur; • De overgang ter hoogte van de randstadrail vormgeven van een formele stedelijke inrichting in Voorburg naar een meer tuinstedelijke, landelijke inrichting in Leidschendam, waarbij aangesloten wordt op de karakteristiek van de wanden van deze twee lijnen. Dit verschil in de twee delen kan zowel gevonden worden in boomsoorten, plantverbanden als in al (Leidschendam) dan niet (Voorburg) het gebruik van elementen uit het buitengebied, zoals kruidige (bloeiende) bermen.
Dit versterkt de relatie met het buitengebied; • Een meer parkachtige wegbeplanting realiseren ten oosten van de randstadrail; • De groenzones die langs deze parkway gelegen zijn meer onderdeel uit laten maken van de parkway, zodat het accent ligt op de breedte van het profiel; • Ter hoogte van de Loo-zone komt alleen beplanting in het kader van de Loo-zone, omdat deze zone prioriteit heeft boven deze infrastructurele lijn.
Pagina 69
De lijnen haaks op de Vliet
Huidige situatie en knelpunten De lijnen die haaks op de Vliet staan, hebben een veel minder continu karakter dan de lijnen die er evenwijdig aan lopen. De lijnen haaks op de Vliet verbinden de verschillende stedelijke uitbreidingen van de twee kernen met elkaar en de meeste van deze lijnen zijn daarom met de stadsuitbreidingen in verschillende perioden aangelegd. De enige uitzonderingen zijn de Binckhorstlaan, de Laan van Nieuw Oosteinde, de Loolaan en de Landscheiding, waarvan de laatste twee tegenwoordig niet meer zichtbaar zijn. Deze ‘haakse’ lijnen lopen loodrecht op de bodemkundige ondergrond en verbinden hierdoor de strandvlaktes met de strandwallen. De Laan van Nieuw Oosteinde en de voorzieningen-as zijn tegenwoordig de belangrijkste van de lijnen in de gemeente die haaks op de Vliet staan. Zij worden apart beschreven. Twee bijzondere ‘haakse’ lijnen zijn de randstadrail en de Utrechtsebaan (A12). Het zijn op zichzelf staande doorsnijdingen en werken vooral als barrière binnen de wijken waar ze doorheen lopen. Door de groene taluds zijn het (deels) wel groene lijnen, die door hun ontoegankelijkheid en zeer extensieve beheer waarde hebben als natuurgebied en ecologische verbinding.
Ambitie De lijnen die haaks op de Vliet staan, zijn door hun beperktere lengte en grotere aantal minder dominant dan de vier lijnen die evenwijdig aan de Vliet liggen. De insteek is om elke lijn die haaks op de vliet staat een eigen uniforme groenstructuur te geven.
Opgaven en maatregelen • Vergroenen trambaan in de Hofzichtlaan; • Het discontinue karakter van deze lijnen benadrukken in de beplanting door bij verschillende soorten lijnen ook verschillend met groen om te gaan. Door de jaren heen breidde beide kernen zich verder uit richting de kust. Door de lijnen die deze uitbreidingsrichting volgen, elk anders vorm te geven, wordt het beeld van fasegewijze uitbreiding versterkt; • Elke lijn haaks op de vliet een eigen uniforme groenstructuur geven; • Bij die lijnen die tussen meer dan twee lijnen evenwijdig aan de Vliet zijn opgespannen, nader onderzoeken of gehele lijn als eenheid vormgegeven moet worden of als twee of drie losse delen, waarbij de lijnen evenwijdig aan de Vliet het ‘omslagpunt’ zijn. De beslissing om een dergelijke lijn als geheel of als losse delen vorm te geven, is mede afhankelijk van de stedenbouwkundige structuur van de losse delen; • De beplanting aan laten sluiten bij de bodemkundige ondergrond (strandvlaktes/strandwallen); • Inzetten op natuurontwikkeling op de taluds van de A12 en de randstadrail, welke vervolgens als ecologische verbinding kunnen functioneren.
Pagina 70
Laan van Nieuw Oosteinde
Huidige situatie en knelpunten De Laan van Nieuw Oosteinde is één van de weinige oude continue lijnen die haaks op de kust lopen. Via de Laan van Nieuw Oostindië en de Van Alkemadelaan loopt hij door tot aan zee. In Voorburg loopt deze lijn langs het oude kasteel ‘De Werve’ door Voorburg-Noord, de meest stedelijke en eerste uitbreidingswijk van de gemeente richting de strandvlaktes. Deze wijk is ook als enige haaks op de strandwal gebouwd. Latere uitbreidingswijken zijn allen evenwijdig aan de strandwal gebouwd. De laan van Nieuw Oosteinde versterkt dit haakse karakter. Ambitie Het is de insteek om het unieke karakter van deze lijn te benadrukken. Vanwege het stedelijke karakter van de wijk waar hij doorheen loopt, is een laanstructuur het meest voor de hand liggend. Al in de 17e eeuw kreeg het profiel een statig karakter met laanbomen wat in de 19e eeuw nog zwaarder werd aangezet met een kenmerkend dubbel profiel. Thans staan er voornamelijk lindes in het profiel, dat verschraald is door het verdwijnen van de bomen in de middenberm. De lindes veroorzaken echter enige overlast. Onderzocht moet worden of deze boomsoort op termijn vervangen moet worden. Daarbij is het van belang dat er wel weer een 1e grootte soort gekozen wordt die over de gehele lengte toegepast kan worden, waarbij het eens zo kenmerkende dubbele profiel weer zoveel mogelijk wordt teruggebracht.
Opgaven en maatregelen • Het continue karakter van deze lijn versterken; het is één van de weinige continue lijnen in deze richting; • De formele dubbele stedelijke beplanting (laanbeplanting) versterken, aansluitend op de klassieke stedelijke opbouw van deze wijk; • Onderzoek doen naar de meest gewenste boomsoort op de gehele lijn.
Pagina 71
De voorzieningen-as
Huidige situatie en knelpunten De voorzieningen-as verbindt Leidsenhage met het Damcentrum. I.t.t. de Laan van Nieuw-Oosteinde is dit niet zozeer een ruimtelijke, maar meer een programmatisch belangrijke lijn. Hij verbindt twee winkelgebieden met elkaar. Het moet een aantrekkelijke route worden, waarbij het toevoegen van gerichte functies de aantrekkelijkheid versterkt. De verschillende onderdelen van deze lijn hebben ieder een eigen karakter. Het Damplein dat grenst aan de plek waar Leidschendam ontstaan is, ligt op de strandwal aan de Vliet. De Damlaan is een winkelstraat met autoverkeer. Door zijn veelal pandsgewijze bebouwing heeft het een kleinschalig karakter. Ter hoogte van de Oude Trambaan/Koningin Julianaweg zit er een knik in het profiel. Een heldere continuïteit van de lijn ontbreekt hier. Op zich is dit karakteristiek voor de lijnen die haaks op de Vliet staan. Wel is het wenselijk dat hier een logische verbinding tussen deze twee delen gerealiseerd wordt, met name voor het langzame verkeer. Tussen de Koningin Julianaweg en de Noordsingel is de stedenbouwkundige wand vrij amorf. De gebouwtypologie is wisselend. Het Raadhuispark, de waterstructuur en de loofgang met bolesdoorns zorgen voor een groen karakter op dit gedeelte van de lijn. De kruising met de Noordsingel valt samen met de Centrale Zone en heeft eveneens een groen karakter.
Het deel voorbij de Noordsingel heeft een grootschalig, stedelijke karkater met aan de ene zijde een flat en aan de andere zijde het winkelcentrum ‘Leidsenhage’.
Ambitie Vanwege zijn grote diversiteit in profiel en aangrenzende stedenbouw is het niet wenselijk om te streven naar één uniform groenbeeld in deze lijn. De drie delen krijgen ieder een eigen uniform beeld dat aansluit bij de omringende stedenbouw en waarbij gebruik gemaakt wordt van de diverse sterke bestaande groenelementen. Wel is het de insteek om een goede functionele verbinding te maken voor met name het langzaamverkeer, zodat deze twee winkelcentra op een goede manier met elkaar verbonden worden. Opgaven en maatregelen • Een logische en heldere verbinding maken van de Damlaan naar de Bachlaan; • De beplanting aan laten sluiten bij de bodemkundige ondergrond (strandvlaktes/strandwallen); • Onderzoek doen naar de groentypologie op de drie verschillende delen van deze lijn, in relatie met de stedebouwkundige omgeving, waarbij gebruik gemaakt wordt van de diverse sterke bestaande groenelementen en waterstructuren.
Pagina 72
De lijnen in het buitengebied
Huidige situatie en knelpunten De lange karakteristieke lijnen in het buitengebied zijn veelal de ontginningslijnen waarlangs het gebied ontgonnen is. De bebouwing is hoofdzakelijk langs deze ontginningslijnen gesitueerd. Kenmerkend voor deze lijnen is dat zij veelal hoger in het landschap gelegen zijn (op de dijken, of liever gezegd op de niet afgegraven veenrestanten van de ontginningsstructuren). De wegen zelf zijn van oudsher niet beplant met bomen. De erven die erlangs liggen, zijn daarentegen van oudsher zwaar beplant, net zoals de optrekkende kavelgrenzen vanaf de linten waarlangs vroeger veel meer beplanting stond. In de grote open ruimten komen zeer beperkt nog enkele hakhoutbosjes voor. Het is wenselijk deze karakteristiek te handhaven en waar mogelijk te versterken. Dit wordt in het landschapsontwikkelingsplan (LOP) verder uitgewerkt. De hoger gelegen wegen zijn vaak wel begeleid (geweest) door de zeer kenmerkende meidoornhagen. Vanwege de hoge ligging van de wegen, kon de veekering niet d.m.v. de gebruikelijke sloten plaatsvinden. Langs wegen werden daarom meidoornhagen gebruikt als veekering. De voorgenoemde landschapskwaliteiten zijn verder gespecificeerd in de ruimtelijke kwaliteitsparagraaf van het bestemmingsplan Buitengebied 2011.
Ambitie De ambitie van verschillende regionale en rijksbeleidsstukken is om het cultuurhistorische karakter van dit landschap te behouden en waar mogelijk te versterken. Dit houdt voor de wegen in het buitengebied in, dat er geen boombeplanting langs deze lijnen komt. Uitzondering hierop is de boombeplanting langs de N206 die door de open ruimte van de Zoetermeersemeerpolder loopt en die de karakteristieke eivorm van dit voormalige veenmeer beleefbaar maakt. Meidoornhagen worden op de hogere delen wel gestimuleerd, maar dit zal vooral op particuliere grond plaats moeten vinden. Opgaven en maatregelen • De oorspronkelijke karakteristiek van de ontginningslijnen handhaven en versterken; dit betekent dat boombeplanting beperkt blijft tot de particuliere erven en er geen begeleidende boombeplanting langs de wegen komt; • Stimuleren van het herstellen van meidoornhagen langs de hoger gelegen wegen.
Pagina 73
Groen-blauwe linten
Huidige situatie en knelpunten Binnen de gemeente liggen vier ‘waterlijnen’ die wijkoverstijgend zijn en daarom apart behandeld worden. Het zijn de Vliet, de Stompwijksevaart, de Broeksloot en de Machinesloot. De Vliet wordt behandeld in de paragraaf ‘Vlietzone’. De overige drie waterlijnen worden hieronder behandeld, waarbij onderscheid gemaakt moet worden tussen de landelijk gelegen Stompwijksevaart en de stedelijke Broeksloot en Machinesloot. De Stompwijkse vaart is een boezem met een belangrijke functie voor afwatering van het polderwater. Hij heeft een harde oever langs de Stompwijkseweg en een grasoever langs de andere zijde. De Machine- en Broeksloot zijn stedelijke waterlopen en staan onder druk van versnippering. Ze worden regelmatig onderbroken door bruggen/wegen en verschillende onderdelen worden verschillend vormgegeven, waardoor de eenheid onder druk staat.
Ambitie De ambitie is om de belangrijke stedelijke waterlopen (Broeksloot en Machinesloot) meer als eenheid vorm te geven, waarbinnen wel variatie aanwezig is. Dit kan gedaan worden door meer ‘open’ en ‘dichte’ delen te creëren door minder uit te gaan van lijnbeplanting, maar meer van groepsgewijze beplanting. Dit past ook beter bij het singelkarakter van deze waterlopen. Daarnaast is een ombouw naar meer natuurvriendelijke oevers het onderzoeken waard. Om meer van deze waterlopen te kunnen genieten, dient tot slot bekeken te worden of het parkeren aan de kant van de waterlopen opgeheven kan worden. Geparkeerde auto’s blokkeren nu te veel het zicht op deze waterlopen.
Opgaven en maatregelen • De stedelijke waterlopen meer als eenheid vormgeven; • De lijnbeplanting langs deze waterlopen omvormen tot een meer parkachtige groepsgewijze beplanting met daartussen open stukken; • Onderzoek doen naar de mogelijkheden voor ecologische oevers. Deze moeten dan wel zoveel mogelijk over de gehele lengte aangelegd worden en niet over een klein deel omdat dat de versnippering zou versterken wat ongewenst is; • Op termijn het opheffen van parkeerplaatsen aan de waterkant.
Pagina 74
Pagina 75
7.9
Stompwijkse buitengebied
Huidige situatie en knelpunten Er zijn thans veel ontwikkelingen gaande in het ‘Stompwijkse’ buitengebied en er zijn diverse beleidsplannen vastgesteld en in ontwikkeling: • Integrale gebiedsvisie Stompwijk; • Nieuwe Driemanspolder; • Nieuw bestemmingsplan ‘landelijk gebied’ met uitgebreide landschapsparagraaf; • Provinciaal Ecologische Hoofdstructuur; • Het LOP (landschapsontwikkelingsplan) / Regiopark Duin, Horst en Weide; • Provinciale structuurvisie; • Rijksbufferzone; • Groen-blauwe Slinger; • Nationaal Landschap ‘Groene Hart’; • Snelwegpanorama A4 ‘Wijk en Wouden’; • Belvedèrenota Zoeterwoude-Weipoort; • Regionaal Structuurplan Haaglanden; • Structuurvisie ‘Ruimte voor wensen’ + herziening; • Schaken met paard en landschap. Vooral het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) dat de komende tijd wordt opgesteld, vormt een belangrijk document voor het buitengebied van de gemeente. Het gaat hierbij zowel om de Duivenvoordecorridor als het Stompwijkse buitengebied. In dit document zal beschreven worden hoe de bestaande waarden in het buitengebied zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk verbeterd kunnen worden. Onderdeel van dit document is ook een voorstel over de omgang met (cultuurhistorische) groenelementen in dit landschap. Dit zijn van oorsprong voornamelijk particuliere groenelementen, zoals dichtbeplante erven, hakhoutbosjes en meidoornhagen.
Omdat het Landschapsontwikkelingsplan als doel heeft de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken, is het niet nodig om hier in dit uitvoeringsprogramma verder op in te gaan. Ambitie Het karakteristieke open Stompwijkse buitengebied wordt als zeer waardevol gezien binnen het verstedelijkte Haaglanden. De ambitie voor het veenweidegebied is behoud van de karakteristieke cultuurhistorische en landschappelijke waarden in het gebied, het versterken van de melkveehouderij en het vergroten van het recreatief medegebruik van het landschap. De waarden worden verder gespecificeerd in de ruimtelijke kwaliteitsparagraaf van het bestemmingsplan 2011. De opgaven en maatregelen De opgaven uit het Groenstructuurplan zijn hieronder verwoord. Zij zullen meegenomen moeten worden in het landschapsontwikkelingsplan.
• Versterken van het veenweidelandschap met zijn karakteristieke vergezichten, dicht beplante erven en veehouderij; • Recreatief medegebruik van het landschap stimuleren, mits dit geen afbreuk doet aan de landschappelijke waarden van het gebied; • Transformeren van de Stompwijkseweg tot een recreatief aantrekkelijke route; • Uitplaatsen van loonwerkbedrijven en andere niet gebiedsgebonden bedrijvigheid; • Verspreid liggende glastuinbouw saneren; • Zeer terughoudend omgaan met nieuwbouw in het buitengebied; noodzakelijke nieuwbouw aan laten sluiten bij de gebouwkarakteristiek van het buitengebied; • Alleen gebiedsondersteunende functies toelaten; • Van oorsprong voorkomende groenelementen terug brengen in het landschap.
INVESTERINGSAGENDA
Pagina 77
8
Inleiding
In het uitvoeringsprogramma is omschreven welke opgaven er liggen om de ambitie die verwoord is in het Groenstructuurplan, waar te maken. In de investeringsagenda worden deze opgaven vervolgens verder concreet uitgewerkt in rendement dat het oplevert, prioriteit en kosten, zodat er voor de komende jaren duidelijkheid bestaat wat er al dan niet aangepakt moet worden om de beschreven ambitie te verwezenlijken. Dit is in tabelvorm gedaan, zodat er een helder, eenduidig en beknopt overzicht ontstaat. Gedurende de komende jaren zullen er zich situaties voordoen, waardoor de prioriteit van projecten verandert. Daarnaast kunnen onvoorziene werkzaamheden op andere sectoren soms aanleiding geven om bepaalde groenprojecten naar voren (of juist naar achteren) bij te stellen. Het is daarom van belang dat deze tabel om de vier jaar tegen het licht gehouden wordt en geactualiseerd wordt.
Pagina 78
Pagina 79
9
Prioritering projecten
Er zijn binnen het Groenstructuurplan negen deeluitwerkingen omschreven, die opgepakt moeten worden om de omschreven ambitie te verwezenlijken. Niet alle deeluitwerkingen hoeven tegelijkertijd opgepakt te worden. Van een aantal deeluitwerkingen is de urgentie echter zeer hoog. Er zijn een viertal aspecten die de prioritering van een ingreep bepalen, te weten: 1. 2.
3. 4.
De mate waarin de deeluitwerking van belang is voor de realisatie van de ambitie zoals beschreven in het Groenstructuurplan De urgentie: de mate van verstedelijkingsdruk met de kans op versnippering van het gebied, die speelt bij de betreffende deeluitwerking; De mate waarin bij al lopende planvorming aangehaakt kan worden (werk met werk maken); Het rendement en de zichtbaarheid; wat is de kwaliteitswinst en hoe zichtbaar is de investering. Dit kan verdeeld worden in een vijftal aspecten: het effect, de samenhang, de variatie, de doelmatigheid en de duurzaamheid.
Punt 4 wordt hieronder verder toegelicht. Effect Dit betreft de mate waarin het groen bijdraagt aan een groene beleving. Een bomenlaan langs een doorgaande verkeersroute draagt meer bij dan eenzelfde bomenlaan in een woonstraatje, simpelweg omdat er meer mensen langs komen. Het gaat daarnaast ook om effecten op andere vlakken. Zo kan de aanleg van een ‘ontbrekend’ stukje natuur, diverse natuurgebieden aan elkaar koppelen, waardoor de vitaliteit van alle natuurgebieden in de omgeving kan toenemen. Het stukje ‘nieuwe natuur’ heeft dus een meerwaarde voor een groter gebied en heeft daarmee een groot effect.
Samenhang Een ruimte wordt als aangenaam ervaren als de verschillende onderdelen van die ruimte in samenhang ontworpen zijn. Groen heeft hierin een belangrijke rol, onder andere als ruimtelijk bindmiddel. In het groen zelf hebben bomenrijen, heestervakken en grasvelden een meerwaarde als ze op de juiste wijze gecombineerd worden. Tenslotte is samenhang in de tijd een meerwaarde als heden en verleden in stad en landschap duidelijk herkenbaar zijn. De monumentale bomen van de Voorburgse landgoederen zijn hier een goed voorbeeld van. Variatie Groen kan sterk bijdragen aan een eigen identiteit van een buitenruimte. Variatie aan groen zorgt voor herkenning en komt de oriëntatie ten goede. Door voor elk park een eigen identiteit te kiezen, ontstaan er duidelijk van elkaar verschillende parken die elk een eigen gebruik kennen. Door variatie in het groen neemt de vatbaarheid voor ziektes af. Variatie komt de groenbeleving ten goede. Door het groen aan te laten sluiten op de stedenbouwkundige karakteristiek van de wijk, wordt de eigen identiteit van die wijk versterkt en ontstaat er differentiatie tussen de diverse wijken. Er ontstaan verschillende woonmilieus wat één van de uitgangspunten is van de gemeentelijke WOONvisie. Doelmatigheid De inrichting van groenvoorzieningen moet zijn afgestemd op de functie en daarmee op het gewenste gebruik.
Voldoet een groenvoorziening aan het gebruik, dan zal het draagvlak van dat betreffende groen hoog zijn. Bij de inrichting van parken moet derhalve gekeken worden naar de samenstelling van de omliggende wijk. Als het groen aansluit bij die behoeften, zullen bewoners het groen extra waarderen.
Pagina 80
Duurzaamheid Er moet om meerdere redenen gestreefd worden naar ‘duurzaamheid’ in het groen. Allereerst bepalen vooral de grote volwassen bomen de groenbeleving in de stad. Daarnaast neemt de milieukwaliteit van groen over een langere reeks van jaren toe, omdat ouder groen beter zuivert en over het algemeen meer natuurwaarden bevat. Daarnaast betreft duurzaamheid ook het soort groen dat toegepast wordt. Een eik heeft een veel langere tijd nodig om een bepaalde omvang te behalen dan een populier, maar gaat daarentegen veel langer mee. Met langzaam groeiend hout met een (potentieel) lange levensduur, dient extra terughoudend om gegaan te worden wat betreft kap, ook als het nog een relatief jonge boom betreft. Tot slot is een aantal ecologische kerngebieden van belang voor de duurzaamheid. Dit zijn gebieden van waaruit soorten zich kunnen ontwikkelen en verspreiden. Zij zijn noodzakelijk voor de soortenrijkdom van flora en fauna.
Pagina 81
Pagina 82
Pagina 83
10
Financiering
Beter zichtbaar, bruikbaar en bereikbaar In 2008 is er een gemeentelijk Groenfonds ingesteld. Het doel van dit fonds is om voor het groen: • Projecten te realiseren in het kader van (regionale) structuurplannen; • Het evenwicht tussen ‘groen’ en ‘rood’ in stand te houden; • De kwaliteit en het gebruik te behouden en versterken. Het fonds moet worden vrijgemaakt door de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Groenstructuurplan. Er is daarvoor een kostenverdeling uitgewerkt als vertaling van de doelen uit het Groenstructuurplan. Het accent ligt daarbij op het dichterbij de mensen brengen van het groen; dit moet: 1. Beter zichtbaar; 2. Beter bruikbaar; 3. Beter bereikbaar zijn. Een actieve stimulerende rol is hierbij weggelegd voor de gemeentelijke website als wegwijzer naar mooie plekken, aantrekkelijke routes en om te weten wat er speelt in aanleg en beheer. Meeliften, planning en subsidies Er wordt ingezet op zoveel mogelijk meeliften met andere projecten zodat een win-win situatie ontstaat. Laaghangend en zichtbaar fruit heeft daarbij voorrang. Denk aan bouwprojecten, rioolrenovaties etc. De onderstaande verdeling van het Groenfonds is voor de periode 2012-2016. De voortgang wordt jaarlijks teruggekoppeld en na 4 jaar vindt er een evaluatie plaats.
Daarnaast biedt het groenfonds ook de mogelijkheid om subsidies te genereren vanuit Haaglanden en de provincie Zuid-Holland. Kansrijk zijn daarbij vooral projecten die scoren op recreatie, cultuurhistorie, landschap en natuur en tevens van regionale waarde zijn zoals de Loo-zone en vooral het buitengebied. Hier zal nadrukkelijk op worden ingezet.
Samenvattend • Algemeen: zoveel mogelijk meeliften met andere planvorming; • Subsidies: zoveel mogelijk inzetten op genereren van subsidies van Haaglanden en de provincie Zuid-Holland. Kansrijk zijn projecten met recreatie, cultuurhistorie, landschap en natuur die tevens van regionale waarde zijn. Toedeling groenfonds 2012-2016 Hieronder wordt een onderverdeling gemaakt voor de toedeling van de reserve Groenfonds ter hoogte van € 1.090.000,-.
1. Website gemeente als groene wegwijzer Wervend groenportaal voor inwoners en bezoekers. Informatie over de eigen woonplek voor het ontdekken van de openbare ruimte. Wegwijzer naar de mooiste speelplekken, bijzondere bomen, de historische landgoederen, interessante dieren etc. Dit gebeurt door een link naar een geografische kaart waarop de informatie per locatie aan te klikken is. Via links of rechtstreeks zijn er ‘groene wijkwandelingen’ te downloaden en er is informatie te vinden over karakteristieke ‘groenplekken’ in de gemeente. Links zijn er ook naar informatie over het landelijk gebied met o.a. excursies en recreatieve adressen en andere relaties met ‘het groen’ in de gemeente zoals verenigingen en stichtingen die een relatie met cultuurhistorie, flora, fauna en natuur hebben. € 10.000 ,-
Pagina 84
2. Levende Canon: het verhaal van de eigen woonplek zichtbaar maken in het groen Het verhaal van de eigen woonplek zichtbaar maken in het groen. Vergroten van de belevingswaarde en de recreatieve kwaliteit. Markeren van mijlpalen in de tijd zoals de Gracht van Corbulo en de Landscheiding en andere belangrijke structuren zoals oude woonplekken, kastelen etc. Bestaand historisch groen behouden en versterken door dit meer zichtbaar te maken en te renoveren. € 80.000,3. Groenvisie Schakenbosch: een sterke groene schakel met het buitengebied Investering in de aansluiting op Prinsenhof en als recreatieve schakel naar het buitengebied van de Duivenvoorde corridor. Meeliften met de private planvorming voor Schakenbosch; € 15.000,4. Centrale Zone: de groene ruggengraat van Voorburg en Leidschendam Vanwege de hoge stedelijke druk op deze zone opstellen van een gebiedsvisie met de beeldbepalende groene factoren. Op basis hiervan aandragen van groene bouwstenen als input voor projecten. Inzetten op meeliften via bijvoorbeeld de grondexploitatie. € 20.000,5. Vlietzone: een aantrekkelijke blauw-groene recreatieve as Een aantrekkelijke wandelstructuur langs de Vliet met een grotere belevingswaarde rond de bruggen en in de oude buitenplaatsen.
En voor beiden zijde van de Vliet meeliften met ontwikkelingsprojecten binnen de eigen gemeente en samenwerking zoeken met de Haagse planvorming voor de Vlietzone. € 40.000,-
6. Loo-zone: een Koninklijke schakel van de Vliet richting Paleis in het Bos Kwaliteitsslag in dit belangrijke stadspark en als vitale schakel in het groene netwerk van Haaglanden. Meer activiteiten, belevingswaarde en doorlopende routes. Meeliften met het Waterplan (in samenwerking met het Hoogheemraadschap Delfland). € 70.000,7. Spoorzone: de groene recreatieve poort Ontwikkelen van 4 km recreatieve natuurzone voor de eigen inwoners en als schakel in het groene regionale netwerk van Haaglanden. Meeliften met het Waterplan en de Heuvelwegvisie (in samenwerking met de Hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland). € 50.000,8. Wijkgroenvisies: bij de voordeur actief en aantrekkelijk groen 8.1 Wijkparken als ontmoetingspunt: Actiever en mooier maken van 1 bestaande locatie per wijk -park of plein- in samenspraak met de bewoners. Gebruik maken van de eigen karakteristiek van de wijk. € 100.000,8.2 Dieren en natuur ‘bij de voordeur’: Een aantrekkelijke woonomgeving door meer interessante zoogdieren, vogels, vlinders, planten etc. door vlinderweides, Mussenflats, IJsvogelwandjes, egelhuisjes, etc. Realiseren bij voorkeur via initiatieven van bewoners, groene organisaties en vastgoedeigenaren. € 40.000,-
Pagina 85
8.3 Goed bereikbaar voor iedereen: Voor jong en oud betere kwaliteit toegang en verblijf van het groen door o.a. goede aantrekkelijke routes met rustplekken om van bank naar bank te wandelen. Aandacht voor veiligheid voor kinderen en voorzieningen voor mensen met een beperking. € 75.000,-
9.4 Groenblauwe lijnen als aantrekkelijk netwerk: Langs belangrijk water versterken van de kwaliteit van recreatie, natuur en ruimte o.a. door mee te liften met het Waterplan (in samenwerking met de Hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland). Machinesloot; Broeksloot; Stompwijkse vaart. € 40.000,-
Totaal: € 215.000,-
Totaal: € 530.000,-
9. Groene lijnen: voor een sterke groene identiteit
10. Buitengebied: wervend recreatief landschap in de regio Impuls voor het recreatief gebruik en de bijzondere kwaliteit van het landschap rond Stompwijk, Wilsveen en in de Duivenvoorde corridor. Meeliften met lokale en regionale planvorming. Hierbij valt te denken aan boerenlandpaden, het recreatief knooppunt e.d. Tevens mogelijk maken van aanspraak op subsidies. € 60.000,-
9.1 Gebiedsvisie Heuvelweg: Versterken groene allee met zicht op groen en water. Combineren met het vergroten van de recreatieve waarde. Ook aandacht voor aansluiting op aangrenzende gebieden zoals Prinsenhof en de Heuvel. € 300.000,9.2 Wervende Poorten als groen visitekaartje: Als groene binnenkomer van de gemeente bij de belangrijkste toegangen in de hoofdinfrastructuur van Stompwijk, Voorburg en Leidschendam (ruim 20 locaties). € 90.000,9.3 Groene doorgaande lijnen voor het groene gezicht: Herstellen of versterken; vooral op zichtlocaties zoals belangrijke kruisingen waar nu nog veel ‘gaten’ zijn. Meeliften met projecten infrastructuur. € 100.000,-
Totaal Het totaal van de bovenstaande uitgaven is € 1.090.000,-. Dit wordt gedekt door de reserve Groenfonds. Via dit budget zullen ook nadrukkelijk de kansen op subsidies worden betrokken. Eerder is al ca. € 150.000,- vrijgemaakt en besteed aan de uitvoering van het 1000-bomenplan en de uitwerking van het Groenstructuurplan.
Pagina 86
Pagina 87
11 Overzichtstabel met te treffen maatregelen 11.1
Overzichtskaart
Op de volgende bladzijden zijn kaarten met de maatregelen vermeld. De cijfers verwijzen naar de cijfers in de maatregelentabel die op de bladzijden achter de kaarten is opgenomen. 11.2
Maatregelentabel
In de maatregelentabel zijn per maatregel de volgende punten aangegeven: • • • • • • •
Een toelichting op de maatregel; Het rendement van de maatregel; De prioriteit (urgentie) van de maatregel; Soort uitwerking (uitvoering of studie); Kosten (indien een concreet bedrag beschikbaar is); De strategie; Eventuele bijzonderheden.
Pagina 88
De locaties van de maatregelen (m.u.v. de groenvisies voor de wijken en de lijnen)
Pagina 89
De locaties van de maatregelen in de wijken en de lijnen
Pagina 90
Nummer
Omschrijving maatregelen en opgaven
Toelichting maatregel/opgave
Groenportaal gemeentelijke website
Overzichtelijk en aantrekkelijk presenteren van informatie over recreatie, parken, routes etc. voor bewoners en andere gebruikers. Via kaarten snel aan te klikken met ook links naar andere belangrijke websites