2573-02 Zienswijzennota Stedelijk (definitief).docx
Tekst van het document
Reclamant heeft op 1 september 2021 zijn zienswijze aangevuld met het memo ‘expert opinion Julianaweg 116 en 118’ opgesteld door Arcadis. Reclamant heeft dit bureau verzocht een vergelijking te maken van de planologische mogelijkheden onder het bestemmingsplan “Raadhuis” v.s. de mogelijkheden onder het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk’. Arcadis adviseert op basis van de vergelijking de volgende wijzigingen aan te brengen in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk” ten aanzien van de locatie: •
de bestemming ‘Groen’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen – Grondgebonden’;
•
de aanduiding ‘bg’ te laten vervallen;
•
de bestaande bebouwing positief te bestemmen;
•
de beoogde nieuwe stal met zonnepanelen mogelijk te maken;
•
het bestaande gebruik positief te bestemmen;
•
de aanduiding ‘hp’ toe te voegen teneinde het hobbymatig houden van paarden/paardachtigen te kunnen continueren op deze locatie;
•
aanvullend op de vorige punten de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie’ op het perceel te leggen, zodat ontwikkelingen steeds kunnen worden afgewogen. Dit is ook in overeenstemming met andere percelen waar monumentale bebouwing aanwezig is;
28
•
in overleg te gaan met de eigenaren/bewoners van boerderij Westbosch zodat tot een afgewogen regeling wordt gekomen die recht doet aan de ensemblewaarde.
Beantwoording van de zienswijze: Ten aanzien van het proces: het ontwerpbestemmingsplan heeft inderdaad gedurende een gedeelte van de vakantieperiode ter inzage gelegen, dat is een feit. Wij willen hierbij wel opmerken dat de inzagetermijn is gestart op vrijdag 25 juni 2021, ruim voor de officiële start van de zomervakantie in onze regio. Uitgangspunt bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” was dat zoveel mogelijk de bestaande situatie (bestemmingsplan met conserverend karakter) werd overgenomen. De reden hiervoor is dat de gemeente nog niet over een vastgestelde omgevingsvisie beschikt. Door deze wijze van bestemmen zouden er geen nadelige planologische gevolgen mogen ontstaan voor belanghebbenden. Immers de toegestane gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden van gronden zouden in basis hetzelfde blijven als in de voorheen geldende ruimtelijke plannen. De gemeente Leidschendam-Voorburg is een aantrekkelijke groene woongemeente in de regio. De gemeente telt drie unieke kernen, Leidschendam, Voorburg en Stompwijk. Deze kernen bestaan uit diverse wijken die vrijwel allemaal hun eigen karakter en identiteit hebben. Inwoners geven aan dat de kernkwaliteiten van Leidschendam-Voorburg zijn: •
Groen en rijk aan historie;
•
Rustig stedelijk en hoogwaardig wonen;
•
Hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels);
•
Goede bereikbaarheid van de hele Randstad.
Bovenstaande kernkwaliteiten vormen het uitgangspunt voor de gemeentelijke omgevingsvisie. De kernkwaliteit ‘Groen en rijk aan historie’ omvat o.a. de vele cultuurhistorische locaties in de gemeente. Bij het opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisie maakt participatie een belangrijk onderdeel uit van het proces. In het kader van de op te stellen omgevingsvisie gaat de gemeente graag in gesprek met reclamant. Reclamant is woonachtig in een waardevol rijksmonument. Het perceel van reclamant had in het vigerende bestemmingsplan Raadhuis de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is aangekondigd dat de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’ samengevoegd zouden worden. Deze keuze is gemaakt om het aantal bestemmingen overzichtelijk te houden en om bewoners met één klik op de kaart te kunnen laten zien welke regels gelden voor hun gehele perceel (zowel voor-, zij- als achtertuin). De regels van de voormalige ‘tuin’ bestemming zijn geïntegreerd in de woonbestemming. Bij het perceel van reclamant is de samenvoeging van beide bestemmingen niet uitgevoerd maar gekozen voor de bestemming ‘Groen’. Met deze bestemming werd beoogd om het cultuurhistorische karakter van de locatie te
29
waarborgen. Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar andere planologische oplossingen met uiteindelijke hetzelfde doel, het beschermen van het cultuurhistorisch ensemble aan ter plaatse. Reclamant heeft dan ook een terecht punt als hij stelt dat, gelet op de toegekende bestemming ‘Groen’, de huidige gebruiks- en bouwmogelijkheden worden ‘wegbestemd’ en daarmee het cultuurhistorische waardevolle ensemble wordt doorbroken. Het is geenszins de bedoeling van de gemeente geweest om de verdere cultuurhistorische ontwikkeling van het perceel te dwarsbomen. Wij zijn verheugd dat reclamant een rapport heeft laten opstellen door Arcadis waarin de planologische mogelijkheden worden geschetst om het perceel op een passende alternatieve wijze te bestemmen. De volgende aanbevelingen uit het rapport nemen wij over in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”: 1. de bestemming ‘Groen’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen – Grondgebonden’ 2. de aanduiding ‘bg’ te laten vervallen; 3. de bestaande bebouwing positief te bestemmen; 4. de beoogde nieuwe stal met zonnepanelen mogelijk te maken; 5. het bestaande gebruik positief te bestemmen; 6. de aanduiding ‘hp’ toe te voegen teneinde het hobbymatig houden van paarden/paardachtigen te kunnen continueren op deze locatie; 7.
de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie Westbosch’ op het perceel te leggen, zodat ontwikkelingen steeds kunnen worden afgewogen. Ten aanzien van de punten 3 en 4 dient aangegeven te worden dat hoofdgebouwen, op basis van de gehanteerde plansystematiek, worden opgenomen in een bouwvlak. De overige bouwwerken op het perceel zijn bijbehorende bouwwerken welke zijn toegestaan binnen het bebouwingsgebied mits deze passend zijn binnen de bestemmingen ‘Wonen’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie Westbosch’. Deze bouwwerken worden dan ook niet ingetekend op de verbeelding met uitzondering van de bijbehorende bouwwerken welke zijn gesitueerd voor de voorgevelrooilijn. Deze gebouwen worden aangeduid met de aanduiding ‘bg’. Binnen het gebied waar de ‘Waarde – Cultuurhistorie Westbosch’ geldt is het niet toegestaan om te bouwen met uitzondering van bijbehorende bouwwerken. De maximale oppervlakte van deze bouwwerken bij elkaar opgeteld is gerelateerd aan de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen in de situatie dat er geen sprake zou zijn van een cultuurhistorische dubbelbestemming. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
30
14.
Reclamant 14, Stichting Mooi Voorburg, gevestigd in Voorburg.
Inhoud van de zienswijze: Stichting Mooi Voorburg (hierna: reclamant) zet zich vooral in voor het behoud van de karakteristieke stedenbouwkundige, historische en culturele elementen in de kern van Voorburg. Daarbij kijken ze niet alleen naar het aangewezen beschermde ‘Stads- en dorpsgezicht’ maar ook naar de karakteristieke naoorlogse wijken. Ten behoeve van de voorbereiding op de Omgevingswet zijn van de vele bestaande bestemmingsplannen twee overzichtelijke bestemmingsplannen opgesteld. Doel is om meer eenduidigheid te creëren in de regelgevingen en waar nodig meer flexibiliteit. Het uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan “Stedelijk” was dat de bouwmogelijkheden in principe hetzelfde blijven als in de vigerende bestemmingsplannen en dat aanpassingen in de tekst zijn bedoeld voor de overzichtelijkheid en het terugbrengen naar een uniforme regeling. Na het lezen van het ontwerpbestemmingsplan ontstaat er bij reclamant de indruk dat er in dit concept, in vergelijking met de vigerende regelingen, veel minder aandacht en ambitie is ten aanzien van het behouden van het historisch erfgoed in de kern Voorburg. Reclamant constateert aandacht voor de oude kernen (beschermd Stads- en dorpsgezicht) en historische linten, maar weinig aandacht voor de overige waardevolle vooroorlogse wijken.
Reclamant geeft aan dat het vigerende bestemmingsplan “Oosteinde - Parkweg” (in navolging van rijksbeleid, Bro, de verplichting om cultuurhistorie op te nemen in bestemmingsplannen) een duidelijkere ambitie toont om de kwaliteiten van het oude Voorburg te behouden. Dit blijkt uit meer uitdrukkelijke uitspraken in het vigerende bestemmingsplan, uitspraken die niet zijn overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk”. Reclamant geeft, aangezien het in vakantietijd niet mogelijk is om alle Voorburgse vigerende bestemmingsplannen op dit aspect te vergelijken met het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk”, bij wijze van voorbeeld passages uit het vigerende bestemmingsplan “Oosteinde - Parkweg” waaruit die aandacht blijkt. “4.3.1 Algemeen Het bestemmingsplan is vrij consoliderend van aard. Met andere woorden, de bestaande situatie wordt bestemd zoals deze is. Maar niet alleen omdat er geen ontwikkelingen op de plank liggen wordt er consoliderend bestemd. Ook omdat de wijk, zoals hij nu is, bepaalde kwaliteiten in zich heeft die het beschermen waard zijn.” In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is het beschermen van het plangebied van Oud Voorburg nergens als zodanig benoemd. Ook de begrippen ‘beschermen’, ‘rooilijnen’, ‘straatprofielen’ zoals
31
beschreven in paragraaf 4.3.7. Woongebieden (bestemmingsplan “Oosteinde - Parkweg”) komt in het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” alleen maar voor in relatie tot de oude kernen en linten, maar niet in relatie tot het ‘overige’ oude Voorburg met de vele karakteristieke vooroorlogse bebouwing, aldus reclamant. Daarnaast mist reclamant een kaartbeeld van de Vlietzone met een cultuurhistorische dubbelbestemming in het gehele plangebied van Park Leeuwensteijn tot Park Arentsburgh/Hoekenburg. Concluderend mist reclamant duidelijke uitspraken en ambities die de genoemde kwaliteiten voor het gehele plangebied van zowel Voorburg Damsigt, Oud als West in het ontwerpbestemmingsplan moeten beschermen. In de aanloop naar de Omgevingsvisie en een bestemmingsplan/omgevingsplan voor geheel Leidschendam-Voorburg meent reclamant dat met de verruimde mogelijkheden voor initiatiefnemers in het kader van de Omgevingswet ook grenzen in acht behoren te worden genomen. De grenzen liggen bijvoorbeeld in de karakteristieke eigenschappen van de vooroorlogse wijken en buurten. De voortvarendheid waarmee de gemeente wil uitbreiden met nieuwe bouwprojecten dient gepaard te gaan met de zorg voor het bestaande. Het is van belang om de identiteit van vooroorlogse straten en wijken te beschermen en richtlijnen mee te geven voor ontwikkelingen zoals nieuwbouw of sloop en nieuwbouw binnen het oude Voorburg.
Om te voorkomen dat initiatiefnemers hun vrijheden gaan misbruiken is er naar de mening van reclamant juist behoefte aan méér beleid en ambitie om de karakteristieken van de verschillende wijken te beschermen en waar mogelijk te versterken. In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” lijkt de ambitie om dit erfgoed te koesteren en te versterken echter af te nemen. Reclamant verzoekt dan ook om de genoemde thema’s zorgvuldig en compleet over te nemen in het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk”. Reclamant gaat hierover graag met de gemeente in gesprek. Op die wijze hoopt reclamant een constructieve bijdrage te leveren aan de bouwstenen voor het toekomstige omgevingsplan. Als laatste verzoekt reclamant om aan te geven op welke wijze, in het kader van de Omgevingswet, de participatie van bewoners en belanghebbenden vorm zal worden gegeven. Verruimde mogelijkheden voor initiatiefnemers zijn mooi, maar complementair daaraan is co-creatie die door initiatiefnemers in acht moet worden genomen om tot invulling van plannen te komen. Bij de vergunningverlening zal naar mening van reclamant getoetst moeten worden aan inhoudelijke participatie en niet alleen aan een verwijzing naar een verslag. Beantwoording van de zienswijze: Op dit moment heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg meer dan 100 ruimtelijke plannen.
In deze plannen is aangegeven hoe de gronden binnen de gemeente gebruikt mogen worden en welke bouwmogelijkheden/andere werkzaamheden op deze gronden zijn toegestaan. Deze wijze van het
32
bestemmen van gronden gaat in de toekomst veranderen met de komst van de Omgevingswet. Met de invoering van deze nieuwe wet op 1 juli 2022 beschikt de gemeente nog maar over één ruimtelijk plan voor het gehele grondgebied: het omgevingsplan. In het omgevingsplan worden de komende jaren alle beleidsstukken en alle verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving samengevoegd. Hierdoor wordt het omgevingsrecht in de toekomst meer inzichtelijk, meer samenhangend en eenduidiger. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is een eerste, voorbereidende stap op weg naar het uiteindelijke omgevingsplan. Zodra de Omgevingswet in werking treedt wordt dit bestemmingsplan, samen met het bestemmingsplan “Landelijk” van rechtswege samengevoegd tot één omgevingsplan en worden alle verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan geïntegreerd in het omgevingsplan. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard, het voorziet slechts in bestemmingsregelingen waarin enkel de huidige planologische situatie is vastgelegd. Wij begrijpen de indruk van reclamant dat er naar zijn mening, in vergelijking met vigerende planologische regelingen, veel minder aandacht is ten aanzien van het behouden van historisch erfgoed in Oud Voorburg. Deze indruk wordt veroorzaakt door de schaalgrootte van het bestemmingsplan “Stedelijk”.
Bij een bestemmingsplan als bijvoorbeeld “Oosteinde - Parkweg” worden alle hoofdstukken in de plantoelichting toegespitst op het plangebied van dat bestemmingsplan. Nu het plangebied de gehele stad (met uitzondering van het landelijk gebied) bestrijkt is ervoor gekozen om meer op hoofdlijnen te beschrijven in plaats van op detailniveau. Hierdoor kan de indruk worden gewerkt dat de gemeente het bestaande historisch erfgoed minder belangrijk vindt maar dat is niet aan de orde. Naast de voorbereidingen om, via de bestemmingsplannen “Stedelijk” en “Landelijk”, te komen tot een (voorlopig) omgevingsplan treft de gemeente ook voorbereidingen voor een gemeentelijke omgevingsvisie, een van de nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet. Een omgevingsvisie schetst op verhalende wijze de toekomst en is zelfbindend voor het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad (niet voor inwoners). Bij deze visie staan integraliteit en belangenafweging centraal. De gemeente stelt de omgevingsvisie stapsgewijs op. In 2019 is het Kompas voor de leefomgeving vastgesteld. Als volgende stap op weg naar de gemeentelijke omgevingsvisie heeft de gemeenteraad in het najaar van 2021 vier belangrijke bouwstenen vastgesteld, te weten: •
Groene woongemeente;
•
Lokale energiestrategie en transitievisie;
•
Mobiliteit en bereikbaarheid;
•
Economie en bedrijvigheid.
33
Deze bouwstenen vormen een belangrijke tussenstap in het proces. De omgevingsvisie zelf wordt in de volgende collegeperiode opgesteld en vastgesteld. De bouwstenen bouwen voort op het Kompas en vormen de agenda voor de op te stellen omgevingsvisie. De gemeente Leidschendam-Voorburg is een aantrekkelijke groene woongemeente in de regio. De gemeente telt drie unieke kernen, Leidschendam, Voorburg en Stompwijk. Deze kernen bestaan uit diverse wijken die vrijwel allemaal hun eigen karakter en identiteit hebben. Inwoners geven aan dat de kernkwaliteiten van Leidschendam-Voorburg zijn: •
Groen en rijk aan historie;
•
Rustig stedelijk en hoogwaardig wonen;
•
Hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels);
•
Goede bereikbaarheid van de hele Randstad.
Elke vast te stellen bouwsteen wordt gebaseerd op de hierboven genoemde kernkwaliteiten. Voor reclamant is de kernkwaliteit ‘Groen en rijk aan historie’ hopelijk een signaal dat de gemeente Leidschendam-Voorburg trots is op haar historische gebieden, panden en objecten en voornemen is deze (en andere) kernkwaliteiten behouden en te versterken. Tegelijkertijd wil de gemeente zichzelf verder ontwikkelen als toekomstbestendige gemeente. Zoals eerder aangegeven vormen de 4 bouwstenen input voor de op te stellen gemeentelijke omgevingsvisie. Het aspect ‘cultuurhistorie’ maakt een belangrijk onderdeel uit van deze visie. Naast de input uit de bouwstenen wordt er ook een uitgebreid participatietraject opgestart om samen met stakeholders invulling te geven aan de omgevingsvisie. Wij hechten aan een zorgvuldige samenwerking met stakeholders in dit traject wat uiteindelijk een vervolg krijgt in het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan. Wij nodigen reclamant hierbij van harte uit om deel te nemen aan het participatietraject. Om te benadrukken dat de gemeente het historische erfgoed in het vast te stellen bestemmingsplan belangrijk vindt is de toelichting op aantal onderdelen aangevuld, daarbij wel rekening houdend met de schaalgrootte van het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”.
In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is dit het meest ‘zichtbaar’ door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde Cultuurhistorie’ langs de gehele oever van de Vliet en een aantal panden met de aanduiding ‘Cultuurhistorisch waardevol’. Daarnaast wijzen wij er nog op dat de zienswijze van reclamant feitelijk vooral ziet op de wijze waarop het aspect cultuurhistorie in de plantoelichting een plaats heeft gekregen. Echter, in de juridisch bindende onderdelen van het plan, de verbeelding en de regels, is het beschermingsniveau van cultuurhistorische waarden zoals dat voorkwam in de ‘oude’ afzonderlijke bestemmingsplannen voor het stedelijk gebied integraal overgenomen. In zoverre leidt dit nieuwe bestemmingsplan dan ook niet in een minder adequate juridische borging van deze waarden.
34
Na vaststelling vervangt het bestemmingplan “Stedelijk” alle voorgaande bestemmingsplannen in het plangebied. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de op dat moment vigerende bestemmingsplannen van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Het uitgangspunt voor het Omgevingsplan Leidschendam-Voorburg is de nog vast te stellen gemeentelijke omgevingsvisie. Deze visie is het vertrekpunt om de juridische regelingen voor het omgevingsplan vorm te geven. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
15.
Reclamant 15, VvE Nieuw Damplein, gevestigd in Leidschendam.
Inhoud van de zienswijze: VvE Nieuw Damplein (hierna: reclamant) omvat woningen, bedrijfspanden voor horeca en detailhandel, een parkeergarage en het voetgangersgebied in een nieuwbouwcomplex in het hart van het Damcentrum. Reclamant stelt dat ze daarmee een zwaarwegend belang hebben bij een ruimtelijke ordening die de vitaliteit van de economische functies van het Damcentrum faciliteert, de verkeersonveiligheid in het gebied wegneemt en bronnen van luchtverontreiniging en geluidsoverlast terugdringt. Reclamant verwacht daarom van een bestemmingsplan voor het stedelijk gebied waarborgen voor een duurzame kwaliteit van het woon-, leef- en ondernemersklimaat in en rond het Damcentrum. Reclamant heeft het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” getoetst aan deze verwachtingen en dat leidt tot onderstaande opmerkingen. 1. Bestemming lichte horeca aan de Sluiskant In het ontwerpbestemmingsplan is - zoals voorheen - in de bedrijfsruimten van reclamant aan de Sluiskant lichte horeca (categorie 1) toegestaan. Volgens de Staat van Horeca bij het ontwerpbestemmingsplan heeft lichte horeca een bvo tot 250 vierkante meter. Dit laatste is niet in overeenstemming met de bestaande situatie. Restaurant Fratelli heeft een bvo van 420 vierkante meter.
Het college van B&W heeft in 2018 in beginsel toestemming gegeven om de bedrijfsruimte Sluiskant 21 samen te voegen met de bedrijfsruimte op Damstraat 1, om daar een tapasrestaurant mogelijk te maken. Dan wordt dat een restaurant met een bvo van 378 vierkante meter. Ook dat is niet in overeenstemming met de bestemming lichte horeca volgens reclamant. Reclamant heeft meegewerkt aan de uitbreiding van restaurant Fratelli tot de huidige bvo en ook aan de uitbreiding van Sluiskant 21. De medewerking is verleend in samenhang met de Staat van Horeca-activiteiten die als bijlage is opgenomen bij het bestemmingsplan Damplein 2011. In deze staat wordt geen maximum oppervlakte gesteld aan de bedrijfsoppervlakte. De
35
huidige Staat van Horeca-activiteiten stelt echter wel een maximum oppervlakte waardoor de twee eerder genoemde bedrijven gaan vallen in de categorie ‘middelzware horeca’. Daarmee vervalt de grondslag voor hun exploitatie aan de Sluiskant. Reclamant acht dit ongewenst. Daarnaast wil ze ook niet dat de bedrijfsruimten geëxploiteerd kunnen als middelzware horeca. Dit laatste zou een onacceptabele opening bieden naar een café of barfunctie voor deze ruimte volgens reclamant. Reclamant heeft bezwaar tegen de voorgestelde Staat van horeca-activiteiten welke als bijlage bij de regels van het ontwerpbestemmingplan “Stedelijk” is gevoegd. Reclamant is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan pas aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd als vooraf is geregeld dat beide bedrijfsfuncties, onder het nieuwe bestemmingsplan en de daarbij behorende Staat van Horeca-activiteiten, tot de categorie ‘lichte horeca’ worden gerekend. 2. Horeca categorie 2 op het Damplein Reclamant geeft aan dat er op het adres Damplein 33 zich een café bevindt. Reclamant stelt dat dat het bedrijf een zware bron van overlast is voor de omwonenden. Het gaat vooral om geluidsoverlast afkomstig van het terras, overlast van auto’s en motoren die zich rond het terras ophouden en overlast van groepen bezoekers die rond sluitingstijd de straat op gaan.
Reclamant geeft aan dat omwonenden hier al langere tijd niet meer over klagen bij de gemeente en de politie omdat dit nooit tot afdoende acties heeft geleid. Reclamant geeft aan dat het perceel Damplein 33 de bestemming ‘Gemengd’ heeft in het ontwerpbestemmingsplan. Op die bestemming is horeca categorie 1 toegestaan. Reclamant stelt dat op basis van artikel 51.2.1 van de regels het mogelijk is om het gebruik als café ongelimiteerd voort te zetten. Reclamant is van mening dat dit onjuist is en stelt daarom voor om het betreffende artikel uit te breiden dat tot strekking heeft dat de gemeente aan het strijdige gebruik een eind kan maken op het moment dat een vergunninghouder de exploitatie stopt of wil overdragen. Met z’n bepaling heeft de gemeente het noodzakelijke basisinstrument om in voorkomende gevallen actief aan strijdig gebruik een einde te maken stelt reclamant. 3. Leegstand bedrijfspanden en preventie ondermijning in het Damcentrum Reclamant geeft aan dat landelijk, door ingrijpende veranderingen in de detailhandel, de structurele leegstand van bedrijfspanden in winkelgebied toeneemt. Ook in het Damcentrum is hier sprake van. In 2020 heeft reclamant een bijdrage geleverd aan de evaluatie van de Economische Agenda 2017-2020 en haar grote zorgen uitgesproken over de leegstand in het Damcentrum.
Dit leidt tot het afglijden van de kwaliteit van het winkelbestand, waaronder het groeiend aantal fastfoodbedrijven die slecht zijn voor de volksgezondheid aldus reclamant.
36
Daarnaast heeft reclamant ook gewezen op het gevaar van ondermijning door vestiging van twijfelachtige ondernemingen in leegstaande panden. Het Landelijk Strategisch Overleg Aanpak Ondermijning (LSOAO) en de Vereniging Nederlandse gemeenten waarschuwen daar met nadruk voor. Beide partijen verwijzen daarbij naar categorieën bedrijven die ook in het Damcentrum aanwezig zijn, stelt reclamant. De effectieve bestrijding van leegstand van bedrijfsruimten is omzetting naar een woonfunctie geeft reclamant aan. In de detailhandels- en horecastructuurvisie Leidschendam-Voorburg 2019 is deze optie ook aangegeven voor het Damcentrum. Reclamant stelt daarom voor bij de bestemming ‘Gemengd’ om op de Damlaan en het Damplein de functie ‘wonen’ toe te voegen aan de lijst met functies voor de begane grond. En, waar mogelijk, in die lijst de functie horeca uit te sluiten. Zo kan de gemeente, volgens reclamant, middels een binnenplanse afwijking de vestiging van nieuwkomers in de hand houden. Het woon- en leefklimaat in het Damcentrum zal hierdoor in de komende jaren verbeteren. Tot slot van dit onderdeel stelt reclamant voor om de mogelijkheid te benutten tot aanwijzing en uitsluiting van specifieke vormen van detailhandel in de lijst met functies op de begane grond.
Daarmee kan in de komende jaren de vestiging van bijvoorbeeld kapsalons, zonnestudio’s, tattooshops, kringloopwinkels, autoverhuurbedrijven en dergelijke in vrijkomende winkelpanden aan de Damlaan en het Damplein worden voorkomen stelt reclamant. Gebruik van deze mogelijkheid vormt dan de gewenste opstap naar de door reclamant gewenste introductie van vestigingsvergunningen voor het Damcentrum. 4. Onduidelijke status van het winkelgebied in het Damcentrum In de regels van het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” wordt een onderscheid gemaakt tussen een regionaal en een lokaal verzorgend winkelcentrum. Het de toelichting behorende bij het ontwerpbestemmingsplan wordt niet duidelijk tot welk winkelgebied het Damcentrum wordt gerekend: In paragraaf 2.1.2.3 wordt gesproken over vier kernwinkel-gebieden, waaronder het Damcentrum. Het winkelgebied van dit centrum wordt omschreven als een “combinatie van het boodschappencluster met het aantrekkelijke toeristisch recreatieve horeca verblijfsgebied rond de sluis”. De speciaalzaken, waarover eerder in 2.1.1.2 wordt gesproken zijn hier buiten beeld gebracht.
Dat is ook het geval in paragraaf 2.2.4 waar Leidschendam Centrum een dubbel profiel krijgt: “enerzijds een compact en volwaardig dagelijks boodschappencentrum met nadruk op het verscluster voor de directe omgeving, anderzijds een aantrekkelijk dag- en avond horeca locatie aan de Vliet voor een breed publiek”. De onduidelijkheid over de status van het winkelgebied wordt verder vergroot door bijlage 4 behorende bij de regels met daarin het overzicht van lokaal verzorgende winkelcentra, stelt
37
reclamant. Daarin zijn wel Centrum Voorburg en de Julianabaan opgenomen, maar het Damcentrum echter niet. Het is voor de economische ontwikkeling van het centrum belangrijk dat het ontwerp de aanwezige en potentiële ondernemers èn hun (potentiële) klantenkring hier duidelijkheid geeft. Dat is met name belangrijk omdat het Masterplan voor het Damcentrum en de bestemmingsplannen de ontwikkeling van een hoogwaardig winkelgebied tot doel heeft met speciaalzaken die zich op een bovenlokale klantenkring richten en winkels in het middensegment, aldus reclamant. Als het winkelgebied een lokale status heeft dan heeft dit ook gevolgen voor de functie van de parkeergarage onder het Damplein, stelt reclamant. 5. Ongelijk speelveld Reclamant geeft aan dat in paragraaf 12.2.2 van de toelichting is opgenomen dat met een aantal stakeholders vooroverleg is geweest over het verankeren van hun mogelijke belangen in het ontwerpbestemmingsplan. Op de lijst van geraadpleegde stakeholders ontbreken wijkverenigingen en andere actieve bewonersorganisaties. Reclamant vindt dit onbegrijpelijk. Wijkverenigingen ed. behartigen een veelheid van belangen, zeker ook op het gebied van de ruimtelijke ordening. Reclamant geeft aan dat zij al meer dan 5 jaar de professionele expertise en ervaringsdeskundigheid biedt van haar leden bij de uitvoering van de bestemmingsplannen voor het Damcentrum en het Damplein.
Door de wijkverenigingen en organisaties niet toe te voegen aan de lijst van geraadpleegde stakeholders zijn deze aangewezen op het indienen van zienswijzen. Reclamant maakt hier bezwaar tegen omdat dit leidt tot een ongelijk speelveld met de stakeholders op de lijst. Daarnaast roept het, volgens reclamant, vragen op over de omgang van de gemeente met organisatie van ingezetenen die op wijkniveau belangen op het gebied van ruimtelijke ordening behartigen. Het minste wat de gemeente kan toezeggen is dat de wijkverenigingen en andere bewonersorganisaties worden toegevoegd aan de lijst van stakeholders als in een volgende ronde het stedelijk en landelijk bestemmingsplan worden samengevoegd. Beantwoording van de zienswijze: Ad 1. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard. Dit betekent dat de geldende bouw- en gebruiksvoorschriften 1 op 1 worden overgenomen vanuit het voorgaande bestemmingsplan, in dit geval bestemmingsplan “Damplein 2011”. In dat plan ligt op het betreffende perceel de bestemming ‘Centrum’ met de aanduiding ‘horeca’. In de regels is vervolgens bepaald dat er horeca gevestigd kan worden tot maximaal categorie 1 e.e.a. zoals opgenomen in de bij het plan behorende Staat van Horeca-activiteiten (zogenaamde ‘licht horeca’). In categorie 1d is bepaald dat dergelijke bedrijven een bedrijfsvloeroppervlakte mogen hebben van meer dan 250 m².
38
Ondertussen zijn de panden Sluiskant 16 en 17-18 samengevoegd ten behoeve van één horecabedrijf. Reclamant heeft gelijk als hij stelt dat dit een strijdige situatie oplevert met de bij het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk” als bijlage bijgevoegde ‘Staat van Horeca-activiteiten’. Hierin is opgenomen dat lichte horeca maximaal een bedrijfsvloeroppervlakte mag hebben van maximaal 250 m². Om het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk” te harmoniseren met de verleende omgevingsvergunning zal er een toevoeging worden gedaan in de bij regels behorende ‘Staat van Horeca-activiteiten’ welke ervoor zorgt dat de bestaande horeca met een oppervlakte 420 m² is toegestaan binnen horecacategorie 1 voor de panden Sluiskant 16 t/m 18. In 2018 heeft het college randvoorwaarden vastgesteld waaronder het bereid is om haar medewerking te verlenen aan uitbreiding van de ruimte voor horeca in de panden Damstraat 1/Sluiskant 21. Als aan de gestelde randvoorwaarden kon worden voldaan kan er medewerking worden verleend. Tot op heden is er geen omgevingsvergunning aangevraagd welke voldoet aan de gestelde voorwaarden. Dit betekent concreet dat er geen strijdige situatie is met het voorliggende ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” en er ook geen aanleiding is om dit aan te passen in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk’. Ad 2.
Zoals eerder is vermeld is het bestemmingsplan “Stedelijk’ conserverend van aard. Dit betekent concreet dat bestaande legale situaties worden overgenomen uit het vigerende bestemminsplan. Voor het pand Damplein 33 betekent dat de bestaande gebruiksfunctie (i.c. een café) als zodanig wordt opgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”. Klachten m.b.t overlast van de betreffende locatie kan reclamant melden bij de gemeente en politie. Het bestemmingsplan is hiervoor geen instrument. Ad 3. De wereld om ons heen in continue in beweging. Zo ook de retailwereld. Zoals al meerdere malen is aangegeven is er sprake van een conserverend bestemmingsplan. Dit betekent dat de geldende bouw- en gebruiksvoorschriften 1 op 1 worden overgenomen vanuit het voorgaande bestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze van reclamant is geconstateerd dat er een fout is gemaakt in het ontwerpbestemmingsplan. Voor de Damlaan was de ‘Gemengd’ opgenomen terwijl dit de bestemming ‘Gemengd – 1’ had moeten zijn. Binnen deze laatste bestemming is het (net als bij het vigerende bestemmingsplan “Damcentrum”) mogelijk om de begane grond te gebruiken voor een woonfunctie.
Naast de voorbereidingen om, via de bestemmingsplannen “Stedelijk” en “Landelijk”, te komen tot een (voorlopig) omgevingsplan treft de gemeente ook voorbereidingen voor een gemeentelijke omgevingsvisie, een van de nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet. Een omgevingsvisie schetst op verhalende wijze de toekomst en is bindend voor de gemeenteraad (niet voor inwoners). Bij deze visie staan integraliteit en belangenafweging centraal. De gemeente stelt de omgevingsvisie
39
stapsgewijs op. In 2019 is het Kompas voor de leefomgeving vastgesteld. Als volgende stap op weg naar de gemeentelijke omgevingsvisie heeft de gemeenteraad in het najaar van 2021 vier belangrijke bouwstenen vastgesteld, te weten: •
Groene woongemeente;
•
Lokale energiestrategie en transitievisie;
•
Mobiliteit en bereikbaarheid;
•
Economie en bedrijvigheid.
Deze bouwstenen vormen een belangrijke tussenstap in het proces. De omgevingsvisie zelf wordt in de volgende collegeperiode opgesteld en vastgesteld. De bouwstenen bouwen voort op het Kompas en vormen de agenda voor de op te stellen omgevingsvisie. De (on)wenselijkheid van het omzetten en/of toevoegen van functies in de Damlaan wordt, via de bouwstenen ‘Groene woongemeente’ en ‘Economie en bedrijvigheid’, in de gemeentelijke Omgevingsvisie verder uitgewerkt. Ad 4. De raad is van mening dat de beschrijving, zoals opgenomen in paragraaf 2.1.2.3 van de plantoelichting, juist en volledig is. Het Damcentrum behoort, samen met de Westfield Mall of the Netherlands, de Julianabaan en het Huygenskwartier, tot de vier kernwinkelgebieden van de gemeente. Binnen deze kernwinkelgebieden kunnen twee categorieën worden onderscheiden, te weten regionaal verzorgende winkelcentra (alleen de Mall behoort tot deze categorie) en lokaal verzorgende winkelcentra (de Julianabaan, het Huygenskwartier en het Damcentrum). De status van het Damcentrum is derhalve die van (a) een lokaal verzorgend winkelcentrum, (b) behorend tot de vier gemeentelijke kernwinkelgebieden. Ad 5. In het kader van het wettelijk vooroverleg zijn een aantal op grond van de Wro voorgeschreven stakeholders aangeschreven. De lijst met aangeschreven partijen is te vinden in artikel 12.2.2.
Dit zijn veelal instanties die een specifiek belang hebben binnen het plangebied van het bestemmingsplan “Stedelijk”. hierbij valt de denken aan o.a. buurgemeenten, hoogheemraadschappen en nutsbedrijven. Een vereniging als die van reclamant is als belangenbehartiger gelijk te stellen aan individuele bewoners en/of eigenaren binnen onze gemeente. Deze groep belanghebbenden, als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht, is middels de periode van inzage (25 juni 2021 t/m 5 augustus 2021) in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijzen naar voren te brengen. Zoals eerder is aangeven is het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk” een consoliderende stap ter voorbereiding op de aanstaande Omgevingswet. Bij het vormgeven en opstellen van de gemeentelijke omgevingsvisie en het daaropvolgende omgevingsplan maakt de gemeente graag gebruik van de kennis en kunde van haar inwoners, belangenverenigingen en bewonersorganisaties. Zo wordt het omgevingsplan in co creatie met de inwoners opgesteld. Wij nodigen reclamant van harte
40
uit om deel te nemen aan het participatieproces om te komen tot een gemeentelijke omgevingsvisie en daarop volgens een gemeentelijk omgevingsplan. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
16.
Reclamant 16, particulier, woonachtig in Leidschendam.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant geeft aan dat er 30 jaar geleden een vergunning is verleend voor het realiseren van een berging. Reclamant ziet deze berging niet terug op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan. Reclamant verzoekt om de desbetreffende berging in te tekenen. Beantwoording van de zienswijze: Reclamant heeft gelijk. Op 3 maart 1992 is er een bouwvergunning verleend voor het oprichten van een tuinschuur op zijn perceel. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is opgebouwd volgens een bepaalde systematiek. In deze systematiek worden alleen hoofdgebouwen (woningen) opgenomen in een bouwvlak. Bijbehorende bouwwerken (bv. een tuinschuur) liggen in het zogenaamde bebouwingsgebied maar worden niet specifiek op verbeelding weergegeven. Conclusie: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
17.
DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij, gevestigd in Amsterdam,
namens reclamant 17. Inhoud van de zienswijze: DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij geeft haar namens cliënt (hierna: reclamant), aan dat er in de sloot grenzend aan de tuin van reclamant (binnen de bestemming ‘Water’) al ruim 20 jaar een klein roeibootje ligt. Dit roeibootje is bevestigd aan de (eigen) vlonder in de achtertuin van reclamant. Reclamant stelt dat het bootje zonder problemen op onderhavige locatie ligt en dat het college van B&W reeds kenbaar heeft gemaakt dat, vanuit ruimtelijk oogpunt en vanuit vaarwegbeheer, er geen bezwaren zijn om een ligplaats in te nemen. Reclamant wil het roeibootje (in ieder geval zolang zij op het adres woonachtig is) behouden en verzoekt derhalve om het gebruik positief te bestemmen in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”.
41
Beantwoording van de zienswijze: Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard. Dit betekent dat de geldende bouw- en gebruiksvoorschriften 1 op 1 worden overgenomen vanuit het voorgaande plan. Daarnaast zijn de verleende omgevingsvergunningen verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. In de tussenliggende periode (tussen vaststelling van het bestemmingsplan “De Rietvink 2009” en het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is er geen omgevingsvergunning verleend om een bootje aan leggen bij het pand van reclamant). Reclamant heeft op 15 juli 2019 een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een voorwerp op, in of boven het water. In de desbetreffende aanvraag staat dat het gaat om een roeiboot welke aan een eigen vlonder van de eigen achtertuin is gelegen. Deze aanvraag is bij besluit van 4 oktober 2019 door het college van burgemeester en wethouders geweigerd. Reclamant heeft een bezwaarschrift ingediend welke is behandeld door de gemeentelijke commissie voor bezwaarschriften. Deze commissie heeft het college geadviseerd om het bestreden besluit in stand te laten. Het college heeft dit advies overgenomen in haar besluit van 1 juli 2020. Reclamant heeft het besluit van 1 juli 2020 in beroep voorgelegd bij de bestuursrechter. Op het moment dat deze zienswijzennota is opgesteld is er nog geen uitspraak gedaan in deze zaak.
Op dit moment zien wij dan ook geen grond om het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk” aan te passen. Conclusie: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
18.
Reclamant 18, Gasunie transport services, gevestigd in Groningen.
Inhoud van de zienswijze: Gasunie transport services (hierna: reclamant) stelt dat op een groot aantal locaties in het plangebied de ligging van de gastransportleidingen onjuist op de verbeelding is geprojecteerd. De daadwerkelijke ligging komt niet overeen met de nu opgenomen hartlijn en bij afsluiterlocaties zijn niet alle leidingen meegenomen binnen de belemmeringsstroken. Daarnaast is de weergegeven belemmeringsstrook (dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’) op een groot aantal locaties in het plangebied te smal. De belemmeringenstrook voor regionale gastransportleidingen dient wettelijk 4 meter aan weerszijden van de hartlijn van de leiding te bedragen. Reclamant verzoekt om de belemmeringenstrook te verbreden tot de eerder genoemde afstand van 4 meter.
42
Reclamant verzoekt om rondom het bestaande gasontvangstation (W-277 in Leidschendam) de aanduidingen ‘Veiligheidszone - gasontvangstation 1’ en ‘veiligheidszone – gasontvangstation 2’ op te nemen. Zodoende wordt voorkomen dat binnen de uit het Activiteitenbesluit milieubeheer voortvloeiende veiligheidsafstanden, kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten gerealiseerd kunnen worden. Voor het genoemde station geldt een veiligheidsafstand van 15 meter voor kwetsbare objecten en 4 meter voor beperkt kwetsbare objecten. Het Activiteitenbesluit bepaalt dat deze afstanden gemeten dienen te worden vanaf de opstelplaats, in casu is de opstelplaats het hekwerk rond het gasontvangstation. Reclamant geeft aan dat in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (hierna: Bevb) is bepaald dat een bestemmingsplan de ligging van de leidingen en de daarbij behorende belemmeringenstrook weergeeft. Het huidige artikel ‘Leiding - Gas’ (artikel 32 in het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk”) voldoet niet aan artikel 14 van het Bevb. Reclamant verzoekt om het artikel op een aantal punten aan te passen, te weten: •
aanpassingen artikel 32.5.1 (omgevingsvergunningenstelsel) Reclamant verzoekt om het ‘aanleggen van paden’ toe te voegen. Daarnaast verzoekt reclamant om de maatvoering in artikel 32.5.1 onder f te schrappen;
•
gebruik term ‘zakelijkrecht strook’ of ‘belemmerende strook’ Beide termen worden nu door elkaar gebruikt. Reclamant verzoekt om de term ‘belemmerende strook’ te gebruiken;
•
vaststellen rangorde dubbelbestemmingen / opnemen voorrangsbepaling Reclamant stelt dat er, op basis van jurisprudentie van de Raad van State, een onderlinge rangorde moet worden aangegeven tussen de verschillende dubbelbestemmingen. Reclamant verzoekt om dit zodanig te regelen dat de dubbelbestemming ‘Gas - Leiding’ bij het samenvallen met alle andere dubbelbestemmingen voorrang krijgt;
•
schrappen opgenomen afwijkingsbevoegdheden 48.3.2 en 48.3.3 Reclamant verzoekt om beide artikelen te verwijderen aangezien beide artikelen in strijd zijn met het Activiteitenbesluit milieubeheer.
In navolging van het verzoek om de aanduidingen ‘veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation 1’ en ‘veiligheidszone – gasdrukmeet- regelstation 2’ op de verbeelding op te nemen verzoekt reclamant om daarbij de volgende planregels op te nemen: 1. Veiligheidszone - gasontvangstation 1; 2. Veiligheidszone - gasontvangstation 2. Reclamant heeft hiervoor een voorbeeld bijgevoegd. Reclamant verzoekt om alle genoemde wijzigingen door te voeren in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”.
43
Beantwoording van de zienswijze: Bij het intekenen van de gasleidingen op de verbeelding is gebruikt gemaakt van de digitale gegevens die door reclamant eerder zijn verstrekt. Naar aanleiding van de ingediende zienswijze zijn de digitale leidinggegevens opnieuw aangevraagd bij de Gasunie transport services. De verstrekte leidinggegevens zijn integraal verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. De op de verbeelding weer te geven belemmeringsstrook is daarnaast overal in lijn gebracht met de wettelijke maatvoering van 4 meter. In de regels (artikel 32 ‘Leiding - Gas’) van het ontwerpbestemmingsplan was deze afstand wel al correct opgenomen. Rondom het bestaande gasontvangstation (W-277 in Leidschendam) zijn op de verbeelding de aanduidingen ‘Veiligheidszone – gasdrukmeet- en regelstation 1’ en ‘veiligheidszone – gasdrukmeeten regelstation 2’ opgenomen. De regels behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de artikelen 48.4 en 48.5 Met het opnemen van de aanduidingen en bijbehorende regels wordt voldaan aan de wettelijke verplichting. Het artikel ‘Leiding – Gas’ (artikel 32) is conform het verzoek van reclamant aangepast in de planregels. De gevraagde voorrangsbepaling door reclamant, welke op basis van jurisprudentie opgenomen dient te worden, was al reeds aanwezig in het ontwerpbestemmingsplan.
Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
19.
Reclamant 19, Wijkvereniging Oud Voorburg, gevestigd in Voorburg.
Inhoud van de zienswijze: Wijkvereniging Oud Voorburg (hierna: reclamant) vertegenwoordigt de wijk gelegen tussen de Vliet, Broeksloot, de A12 en Randstadrail. Het is een gebied dat nu onder het vigerende bestemmingsplan “Oosteinde - Parkweg” valt. Het betreft hier overwegend vooroorlogse bebouwing in karakteristieke straten en woonbuurten. Reclamant staat voor het bevorderen van het in stand houden van deze karakteristieke woonbuurten en leefbaarheid in de ruimste zin van het woord. Ten behoeve van de voorbereiding op de Omgevingswet zijn van de vele bestaande bestemmingsplannen twee overzichtelijke bestemmingsplannen opgesteld. Doel is om meer eenduidigheid te creëren in de regelgevingen en waar nodig meer flexibiliteit. Het uitgangspunt bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan “Stedelijk” was dat de bouwmogelijkheden in principe hetzelfde blijven als in de vigerende bestemmingsplannen en dat aanpassingen in de tekst zijn bedoeld voor de overzichtelijkheid en het terugbrengen naar een uniforme regeling.
44
Na het lezen van het ontwerpbestemmingsplan ontstaat er bij reclamant de indruk dat er in dit concept, in vergelijking met de vigerende regelingen, veel minder aandacht en ambitie is ten aanzien van het behouden van het historisch erfgoed in Oud Voorburg. Reclamant constateert aandacht voor de oude kernen (beschermd dorpsgezicht) en historische linten, maar weinig aandacht voor de overige waardevolle vooroorlogse wijken. Reclamant geeft aan dat het vigerende bestemmingsplan “Oosteinde - Parkweg” (in navolging van rijksbeleid, Bro, de verplichting om cultuurhistorie op te nemen in bestemmingsplannen) een duidelijkere ambitie toont om de kwaliteiten van het oude Voorburg te behouden. Dit blijkt uit meer uitdrukkelijke uitspraken in het vigerende bestemmingsplan, uitspraken die niet zijn overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk”. Reclamant geeft hieronder aan de hand van het vigerende bestemmingsplan “Oosteinde – Parkweg” een aantal voorbeelden waaruit die aandacht blijkt. “4.3.1 Algemeen Het bestemmingsplan is vrij consoliderend van aard. Met andere woorden, de bestaande situatie wordt bestemd zoals deze is. Maat niet alleen omdat er geen ontwikkelingen op de plank liggen wordt er consoliderend bestemd.
Ook omdat de wijk, zoals hij nu is, bepaalde kwaliteiten in zich heeft die het beschermen waard zijn.” In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is het beschermen van het plangebied van Oud Voorburg nergens als zodanig benoemd, volgens reclamant. “4.3.7 De Woongebieden De woongebieden in het plangebied hebben elk hun eigen kenmerken en kwaliteiten, in dit bestemmingsplan worden deze kwaliteiten beschermd. Deze kenmerken hebben betrekking op aspecten waaruit de bebouwde en onbebouwde gebieden binnen het plangebied zijn opgebouwd, zoals de straatprofielen, bouwhoogte en architectuur. Bij nieuwbouw en verbouw van woningen gaat het om het borgen van de kenmerken behorende bij de woonbuurt. Dit bestemmingsplan heeft vooral betrekking op de uiterlijk vorm van de bebouwing. Hiervoor zijn regels opgenomen voor goothoogte, bouwhoogte, erkers en bijgebouwen. Overige kenmerken binnen het plangebied zijn geborgd in de welstandsnota. Hierbij gaat het o.a. om kleurstelling, geleding en overige stijlkenmerken.
In het bestemmingsplan worden de rooilijnen strak aangehouden zodat nieuw- en verbouwprojecten zich moeten voegen in het originele straatbeeld.” In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” komen de begrippen ‘beschermen’, ‘rooilijnen’, ‘straatprofielen’ enkel voor in relatie tot de oude kernen en linten, maar niet in relatie tot het ‘overige’ oude Voorburg met de vele karakteristieke vooroorlogse bebouwing, aldus reclamant.
45
“7.2 Cultuurhistorie II Deze paragraaf benoemt de Vlietzone met cultuurhistorische dubbelbestemming. De grenzen van de Vlietzone worden expliciet benoemd en getoond in een kaartbeeld, Park Vronesteyn en Vlietwijck behoren ook tot deze zone. De cultuurhistorische waarde van de wijken wordt benoemd als waardevol, met cultuurcultuurhistorische dubbelbestemming, zie onder meer:
7.2.4.3 Woonwijken “Park Vronesteyn… is een riant opgezette karakteristieke woonwijk met bebouwing uit voornamelijk de jaren ’20. Gezien de herkenbaarheid en homogeniteit van de bebouwing, gelegen tussen de Vliet en het Oosteinde geldt de dubbelbestemming ‘Cultuurhistorie Vlietzone’ voor dit gehele ensemble…. Voor het gehele Park Vronesteyn geldt dat de herkenbaarheid, karakteristiek en continuïteit van de cultuurhistorische waarden van de architectuur en het groen behouden dient te blijven. Ook Vlietwijck wordt op vergelijkbare wijze genoemd. In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is de Vlietzone ook veelvuldig benoemd maar er is geen kaart opgenomen en het is niet duidelijk waar de grenzen liggen. In de tekst wordt vooral veel aandacht besteed aan het groene karakter en aan het Oosteinde, andere wijken worden niet benoemd.” 3.2.2.3 Wijkeigen elementen en identiteit “Binnen bijna het gehele plangebied bestaat het straatprofiel uit de weg het trottoir de voortuin en het gebouw. Deze opbouw is kenmerkend voor het plangebied en een essentiële drager van de ruimtelijke kwaliteit.” Bovenstaande voorbeelden gebruik reclamant om te illustreren waar zijn indruk mede op gebaseerd is. Uitspraken die genoemde kwaliteiten voor het gehele plangebied Oud Voorburg benoemen zijn niet te vinden in het ontwerpbestemmingsplan, aldus reclamant. Deze constatering baart reclamant zorgen.
Juist omdat de gemeente voortvarend uitbreidt met nieuwe bouwprojecten is van belang om de identiteit van vooroorlogse straten en wijken te beschermen en richtlijnen mee te geven voor ontwikkelingen zoals nieuwbouw of sloop en nieuwbouw binnen het oude Voorburg. Om te voorkomen dat initiatiefnemers hun vrijheden gaan misbruiken is er naar de mening van reclamant juist behoefte aan méér beleid en ambitie om de karakteristieken van de verschillende wijken te beschermen en waar mogelijk te versterken. In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” lijkt de ambitie om dit erfgoed te koesteren en te versterken echter af te nemen. Reclamant verzoekt dan ook om de genoemde thema’s zorgvuldig en compleet over te nemen in het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk”. Reclamant gaat hierover graag met de gemeente in gesprek. Op die wijze hoopt reclamant een constructieve bijdrage te leveren aan de bouwstenen voor het toekomstige omgevingsplan.
46
Het is voor reclamant niet duidelijk hoe lang de 2 bestemmingsplannen geldig zullen zijn. De ingangsdatum voor de Omgevingswet wordt keer op keer uitgesteld. De 2 bestemmingsplannen worden 1 omgevingsplan op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Gemeenten mogen daarna tot 2029 de tijd nemen om een omgevingsvisie en vervolgens een omgevingsplan vast te stellen. Reclamant vraagt zich af er dan een risico is dat ze met de inhoud van de 2 bestemmingsplannen nog vele jaren verder moeten. Het is daarnaast, volgens reclamant, onduidelijk welke beroepsmogelijkheden er voor burgers openstaan in de interim-periode waarin er nog geen goedgekeurde omgevingsvisie en omgevingsplan ligt. Reclamant verzoekt om hier duidelijkheid over te geven in de voorliggende nota. Reclamant geeft aan dat inmiddels is besloten dat de nieuwe gemeenteraad met de bouwstenen verder zal gaan en een omgevingsvisie gaat vormgeven en vaststellen. Daarna volgt het nieuwe omgevingsplan. De participatie van de burgers is in dit proces nog niet goed vastgelegd volgens reclamant. Voor een zinnige participatie/co-creatie zullen de burgers ook geïnformeerd moeten worden. De gemeenteraadsleden worden geïnformeerd in een besloten raadswerkgroep. Voor een goede participatie moeten de burgers over meer informatie kunnen beschikken.
Een Plan van Aanpak’ is daarvoor noodzakelijk en misschien het inschakelen van een bureau dat ervaring heeft met het begeleiden van burgers in het participatietraject naar een nieuw omgevingsplan. Co-creatie zal goede resultaten geven als er door goed geïnformeerde burgers wordt meegedacht stelt reclamant. Reclamant betreurt het dat dit belangrijke stuk in de zomervakantie ter inzage is gelegd. Het is een vakantieperiode waardoor de mogelijkheid om het ontwerpbestemmingsplan goed door te nemen en te beoordelen voor velen die met vakantie zijn niet mogelijk is. Reclamant heeft zijn zienswijze op 19 november 2021 per mail aangevuld en vraagt nogmaals om meer bescherming voor grote delen van het oude Voorburg. Er is aandacht voor de oude kernen via het ‘beschermd dorpsgezicht’, historische linten, de gehele Vlietoever en aantal panden. Het niet opnemen c.q. verwijzen naar bepaalde buurten met cultuurhistorische waarden is voor reclamant niet acceptabel. Reclamant verzoek om grote delen van het oude Voorburg een cultuurhistorische dubbelbestemming te geven en dit ook juridisch te formaliseren in de planregels en op de verbeelding. Beantwoording van de zienswijze: Op dit moment heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg meer dan 100 ruimtelijke plannen.
In deze plannen is aangegeven hoe de gronden binnen de gemeente gebruikt mogen worden en welke bouwmogelijkheden/andere werkzaamheden op deze gronden zijn toegestaan. Deze wijze van het bestemmen van gronden gaat in de toekomst veranderen met de komst van de Omgevingswet. Met de invoering van deze nieuwe wet op 1 juli 2022 beschikt de gemeente nog maar over één ruimtelijk
47
plan voor het gehele grondgebied: het omgevingsplan. In het omgevingsplan worden de komende jaren alle beleidsstukken en alle verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving samengevoegd. Hierdoor wordt het omgevingsrecht in de toekomst meer inzichtelijk, meer samenhangend en eenduidiger. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is een eerste, voorbereidende stap op weg naar het uiteindelijke omgevingsplan. Zodra de Omgevingswet in werking treedt wordt dit bestemmingsplan, samen met het bestemmingsplan “Landelijk” van rechtswege samengevoegd tot één omgevingsplan en worden alle verordeningen die over de fysieke leefomgeving gaan geïntegreerd in het omgevingsplan. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard, het voorziet slechts in bestemmingsregelingen waarin enkel de huidige planologische situatie is vastgelegd. Dit laatste betekent ook dat wij op dit moment geen vervolg kunnen geven aan het verzoek van reclamant om een groot deel van het oude Voorburg aan te wijzen als cultuurhistorisch waardevol middels een dubbelbestemming. Wij begrijpen de indruk van reclamant dat er naar zijn mening, in vergelijking met vigerende planologische regelingen, veel minder aandacht is ten aanzien van het behouden van historisch erfgoed in Oud Voorburg. Deze indruk wordt veroorzaakt door de schaalgrootte van het bestemmingsplan “Stedelijk”.
Bij een bestemmingsplan als bijvoorbeeld “Oosteinde - Parkweg” worden alle hoofdstukken in de plantoelichting toegespitst op het plangebied van dat bestemmingsplan. Nu het plangebied de gehele stad (met uitzondering van het landelijk gebied) bestrijkt is ervoor gekozen om meer op hoofdlijnen te beschrijven in plaats van op detailniveau. Hierdoor kan de indruk worden gewerkt dat de gemeente het bestaande historisch erfgoed minder belangrijk vindt maar dat is niet aan de orde. Naast de voorbereidingen om, via de bestemmingsplannen “Stedelijk” en “Landelijk”, te komen tot een (voorlopig) omgevingsplan treft de gemeente ook voorbereidingen voor een gemeentelijke omgevingsvisie, een van de nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet. Een omgevingsvisie schetst op verhalende wijze de toekomst en is zelfbindend voor het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad (niet voor inwoners). Bij deze visie staan integraliteit en belangenafweging centraal. De gemeente stelt de omgevingsvisie stapsgewijs op. In 2019 is het Kompas voor de leefomgeving vastgesteld. Als volgende stap op weg naar de gemeentelijke omgevingsvisie heeft de gemeenteraad in het najaar van 2021 vier belangrijke bouwstenen vastgesteld, te weten: •
Groene woongemeente;
•
Lokale energiestrategie en transitievisie;
•
Mobiliteit en bereikbaarheid;
•
Economie en bedrijvigheid.
48
Deze bouwstenen vormen een belangrijke tussenstap in het proces. De omgevingsvisie zelf wordt in de volgende collegeperiode opgesteld en vastgesteld. De bouwstenen bouwen voort op het Kompas en vormen de agenda voor de op te stellen omgevingsvisie. De gemeente Leidschendam-Voorburg is een aantrekkelijke groene woongemeente in de regio. De gemeente telt drie unieke kernen, Leidschendam, Voorburg en Stompwijk. Deze kernen bestaan uit diverse wijken die vrijwel allemaal hun eigen karakter en identiteit hebben. Inwoners geven aan dat de kernkwaliteiten van Leidschendam-Voorburg zijn: •
Groen en rijk aan historie;
•
Rustig stedelijk en hoogwaardig wonen;
•
Hoog niveau aan voorzieningen (zorg, onderwijs, cultuur, sport, winkels);
•
Goede bereikbaarheid van de hele Randstad.
Elke vast te stellen bouwsteen wordt gebaseerd op de hierboven genoemde kernkwaliteiten. Voor reclamant is de kernkwaliteit ‘Groen en rijk aan historie’ hopelijk een signaal dat de gemeente Leidschendam-Voorburg trots is op haar historische gebieden, panden en objecten en voornemen is deze (en andere) kernkwaliteiten behouden en te versterken. Tegelijkertijd wil de gemeente zichzelf verder ontwikkelen als toekomstbestendige gemeente. Zoals eerder aangegeven vormen de 4 bouwstenen input voor de op te stellen gemeentelijke omgevingsvisie. Naast de input uit de bouwstenen wordt er ook een uitgebreid participatietraject opgestart om samen met stakeholders invulling te geven aan de omgevingsvisie. Wij hechten aan een zorgvuldige samenwerking met stakeholders in dit traject wat uiteindelijk een vervolg krijgt in het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan. Wij hechten aan een zorgvuldige samenwerking met stakeholders in dit traject wat uiteindelijk een vervolg krijgt in het opstellen van het gemeentelijke omgevingsplan. Wij nodigen reclamant hierbij van harte uit om deel te nemen aan het participatietraject. Om te benadrukken dat de gemeente het historische erfgoed in het vast te stellen bestemmingsplan belangrijk vindt is de toelichting op aantal onderdelen aangevuld, daarbij wel rekening houdend met de schaalgrootte van het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”.
In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is dit het meest ‘zichtbaar’ door middel van de dubbelbestemming ‘Waarde Cultuurhistorie’ langs de gehele oever van de Vliet en een aantal panden met de aanduiding ‘Cultuurhistorisch waardevol’. Daarnaast wijzen wij er nog op dat de zienswijze van reclamant feitelijk vooral ziet op de wijze waarop het aspect cultuurhistorie in de plantoelichting een plaats heeft gekregen. Echter, in de juridisch bindende onderdelen van het plan, de verbeelding en de regels, is het beschermingsniveau van cultuurhistorische waarden zoals dat voorkwam in de ‘oude’ afzonderlijke bestemmingsplannen voor
49
het stedelijk gebied integraal overgenomen. In zoverre leidt dit nieuwe bestemmingsplan dan ook niet in een minder adequate juridische borging van deze waarden. Na vaststelling vervangt het bestemmingplan “Stedelijk” alle voorgaande bestemmingsplannen in het plangebied. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de op dat moment vigerende bestemmingsplannen van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Het uitgangspunt voor het Omgevingsplan Leidschendam-Voorburg is de nog vast te stellen gemeentelijke omgevingsvisie. Deze visie is het vertrekpunt om de juridische regelingen voor het omgevingsplan vorm te geven. Zoals eerder is aangegeven is er sprake van een conserverend bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende een gedeelte van de vakantieperiode ter inzage gelegen, dat is een feit. Wij willen hierbij wel opmerken dat de inzagetermijn is gestart op vrijdag 25 juni 2021, ruim voor de officiële start van de zomervakantie in onze regio. Redelijkerwijs is hierdoor voor iedereen voldoende tijd en gelegenheid geboden om tijdig een zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan te kunnen indienen. De beroepsmogelijkheden, nadat het bestemmingsplan “Stedelijk” is vastgesteld, veranderen niet. Reclamant is, indien hij zich met het bestemmingsplan niet kan verenigen, in de gelegenheid om beroep in te stellen bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
20.
Architectenburo Van Vliet, gevestigd in Leidschendam, namens reclamant 20.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant geeft aan dat in het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” op zijn perceel nog de bestemming ‘Bedrijf’ rust. Reclamant geeft aan dat dit niet correct is aangezien hij een omgevingsvergunning bezit voor het omzetten van de voormalige bedrijfsbestemming naar de bestemming ‘Wonen’ ten behoeve van het realiseren van 2 woningen. Beantwoording van de zienswijze: Wij merken op dat de ‘zienswijze’ van reclamant ver na het sluiten van de zienswijzentermijn is ingediend bij de gemeente. Deze zienswijze is derhalve formeel niet-ontvankelijk. De raad ziet echter aanleiding om ambtshalve deze zienswijze van een beantwoording te voorzien en aanpassingen in het plan door te voeren.