2573-02 Zienswijzennota Stedelijk (definitief).docx
Tekst van het document
Zienswijzennota/Nota van wijzigingen Bestemmingsplan
“Stedelijk” (IDN-nr.: NL.IMRO.1916.Stedelijk-VG01) Zaaknummer KCS: 698794
Versie
:
Definitief
Datum
:
21 december 2021
1
Inhoudsopgave A.
INLEIDING.......................................................................................................................................3
B.
ZIENSWIJZEN.................................................................................................................................5 OVERZICHT ZIENSWIJZEN ...................................................................................................5
B2.
ONTVANKELIJKHEID ZIENSWIJZEN ....................................................................................6
B3.
SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN....................................................8
C.
B1.
WIJZIGINGEN IN HET BESTEMMINGSPLAN N.A.V. ZIENSWIJZEN .........................................53 WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING ...................................................................................53
C2.
WIJZIGINGEN IN DE REGELS .............................................................................................53
C3.
WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING ................................................................................53
D.
C1.
AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN HET BESTEMMINGSPLAN ....................................................55 D1.
AMBTSHALVE WIJZIGINGEN IN DE TOELICHTING ..........................................................55
D2.
AMBTSHALVE WIJZIGING IN DE REGELS.........................................................................55
D3.
AMBTSHALVE WIJZIGINGEN OP DE VERBEELDING .......................................................60
Bijlage 1: omzetting bestemming ‘Gemengd’ ........................................................................................65
2
A.
INLEIDING
De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft meer dan 100 ruimtelijke plannen. In deze plannen is aangegeven hoe de gronden binnen de gemeente gebruikt mogen worden en welke bouwmogelijkheden/andere werkzaamheden op deze gronden zijn toegestaan. Deze wijze van het bestemmen van gronden gaat in de toekomst veranderen met de komst van de Omgevingswet. Met de invoering van deze nieuwe wet op 1 juli 2022 beschikt de gemeente nog maar over één ruimtelijk plan voor het gehele grondgebied: het omgevingsplan. In het omgevingsplan worden de komende jaren alle beleidsstukken en alle verordeningen op het gebied van de fysieke leefomgeving samengevoegd. Hierdoor wordt het omgevingsrecht in de toekomst meer inzichtelijk, meer samenhangend en eenduidiger. De gemeente heeft twee nieuwe bestemmingsplannen voorbereid, te weten het bestemmingsplan “Stedelijk” en het bestemmingsplan “Landelijk”. Beide plannen zijn een eerste, voorbereidende stap op weg naar het uiteindelijke omgevingsplan. Het plangebied van het bestemmingsplan “Stedelijk” dekt vrijwel het gehele stedelijk gebied van Stompwijk, Voorburg en Leidschendam (zie onderstaande afbeelding). Een aantal gebieden in de stedelijke kernen wordt nog wel buiten het bestemmingsplan gelaten. Hierbij gaat het om locaties waar al sprake is van een lopende ontwikkeling en waarvan het daarom niet wenselijk is die mee te nemen in deze brede herziening.
Plangebied bestemmingsplan “Stedelijk”
3
Het ontwerp van het bestemmingsplan “Stedelijk” heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) respectievelijk Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), voor iedereen zowel elektronisch als in papieren vorm ter inzage gelegen vanaf vrijdag 25 juni 2021 tot en met donderdag 5 augustus 2021. Gedurende deze termijn van zes weken bestond voor iedereen de gelegenheid om, naar keuze schriftelijk dan wel mondeling, zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan kenbaar te maken bij de gemeenteraad. In totaal zijn er 21 zienswijzen ingediend. Een overzicht van de ontvangen zienswijzen is in tabelvorm opgenomen in Onderdeel B1 van deze nota. De hier voorliggende nota behandelt de ingekomen zienswijzen en beschrijft daarnaast de, ten opzichte van het ter inzage gelegde ontwerp, bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Stedelijk” doorgevoerde wijzigingen. In Onderdeel B wordt allereerst beschreven van wie zienswijzen zijn ontvangen en wordt ingegaan op de ontvankelijkheid daarvan. Daarna worden ontvankelijke zienswijzen inhoudelijk samengevat en van een inhoudelijke reactie voorzien. In Onderdeel C wordt beschreven welke inhoudelijke en/of redactionele aanpassingen naar aanleiding van de zienswijzen zijn doorgevoerd in de plantoelichting, in de regels en op de verbeelding.
Onderdeel D ten slotte geeft een overzicht van de in het plan doorgevoerde zogenaamde ambtshalve wijzigingen.
4
B.
ZIENSWIJZEN
Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” zijn daarover 21 schriftelijke zienswijzen ontvangen. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. In Paragraaf B1 is in tabelvorm weergegeven van wie1 en op welke datum de verschillende schriftelijke zienswijzen zijn ontvangen. In Paragraaf B2 wordt ingegaan op de ontvankelijkheid van de ingediende zienswijzen. De ontvankelijke zienswijzen worden in Paragraaf B3 afzonderlijk samengevat, afzonderlijk beoordeeld en afgewogen en vervolgens van een reactie voorzien.
B1.
OVERZICHT ZIENSWIJZEN
Nr.
Zaaknummer
Indiener
Correspondentieadres
1.
698794
Reclamant 1
02 juli 2021
2.
698794
Reclamant 2
14 juli 2021
3.
698794
Reclamant 3
14 juli 2021
4.
698794
Wooninvest
Postbus 163
2270 AD Voorburg
19 juli 2021
5.
698794
VOF Leo Leoni
Rozenboomlaan 45
2271 VR Voorburg
19 juli 2021
5a.
698794
Reclamant 5a
19 juli 2021
5b.
698794
Reclamant 5b
19 juli 2021
5c.
598794
Reclamant 5c
19 juli 2021
6.
698794
Architectenburo Van Vliet
7.
698794
Reclamant 7
27 juli 2021
7a.
698794
Reclamant 7a
27 juli 2021
7b.
698794
Reclamant 7b
27 juli 2021
7c.
698794
Reclamant 7c
27 juli 2021
7d.
698794
Reclamant 7d
27 juli 2021
7e.
698794
Reclamant 7e
29 juli 2021
Delftsekade 31
Postcode & Plaats
2266 AJ Leidschendam
Datum ontvangst
26 juli 2021
1 Met dien verstande dat door private natuurlijke - en private rechtspersonen ingediende zienswijzen geanonimiseerd in deze
openbare nota zijn opgenomen en daarin slechts van officiële instanties de NAW-gegevens zijn vermeld.
5
8.
698794
Ontwikkelingscombinatie Damcentrum
Saturnusstraat 60, unit 78
2516 AH Den Haag
27 juli 2021
8a.
698794
Ontwikkelingscombinatie Damcentrum
Saturnusstraat 60, unit 78
2516 AH Den Haag
27 juli 2021
09.
698794
Reclamant 9
28 juli 2021
10.
698794
Reclamant 10
29 juli 2021
11.
698794
Reclamant 11
03 augustus 2021
12.
698794
Boswoning 3
2675 DZ Honselersdijk
04 augustus 2021
13.
698794
Postbus 25006
3001 HA Rotterdam
04 augustus 2021
14.
698794
EBH Legal advocaten en mediators, namens reclamant 12 Moree Gelderblom advocaten, namens reclamant 13 Stichting Mooi Voorburg
Postbus 57
2270 AB Voorburg
05 augustus 2021
15.
698794
VvE Damplein
p/a Damplein 84
2265 AD Leidschendam
05 augustus 2021
16.
698794
Reclamant 16
17.
698794
DAS Rechtsbijstand N.V., namens reclamant 17
Postbus 23000
1100 DM Amsterdam
06 augustus 2021
18.
698794
Gasunie transport services
Postbus 181
9700 AD Groningen
06 augustus 2021
19.
698794
Wijkvereniging Oud Voorburg
p/a Park Vronesteyn 27
2271 HP Voorburg
06 augustus 2021
20.
698794
Architectenburo Van Vliet Namens reclamant 20
Delftsekade 31
2266 AJ Leidschendam
26 augustus 2021
21.
698794
Jurable
Middelbroekweg 120a
2675 KJ Honselersdijk
8 november 2021
B2.
05 augustus 2021
ONTVANKELIJKHEID ZIENSWIJZEN
Het ontwerp van het bestemmingsplan “Stedelijk” heeft ter inzage gelegen van vrijdag 25 juni 2021 tot en met donderdag 5 augustus 2021. Zienswijzen die op de laatste dag van de termijn ter post zijn bezorgd worden bij de gemeente (in beginsel) als ingekomen geregistreerd op vrijdag 6 augustus 2021. Derhalve zijn zienswijzen met als registratiedatum 6 augustus 2021 daarom in elk geval aangemerkt als zijnde tijdig ingediend. Ook zienswijzen die binnen de termijn ter post zijn bezorgd en die binnen één week na het einde van de termijn bij de gemeente zijn ontvangen, worden aangemerkt als tijdig ingediend. Zienswijzen die na het einde van de termijn ter post zijn bezorgd of die weliswaar binnen de termijn ter post zijn bezorgd, maar meer dan één week na het einde van de termijn pas bij de gemeente worden ontvangen, worden aangemerkt als niet tijdig ingediend. Dergelijke zienswijzen hoeven formeel niet inhoudelijk in behandeling te worden genomen. De gemeenteraad kan er echter voor kiezen dergelijke zienswijzen alsnog ambtshalve van een beantwoording te voorzien.
6
De elektronische weg voor het indienen van zienswijzen is ten aanzien van het voorliggende bestemmingsplan expliciet uitgesloten, dit is in de bekendmaking van de terinzagelegging van het ontwerp ook uitdrukkelijk vermeld.
7
B3.
SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
1.
Reclamant 1, particulier, woonachtig in Stompwijk.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant heeft met belangstelling kennisgenomen van het ontwerpbestemmingsplan en geeft aan voor de nieuwe stedelijke plannen voor Stompwijk te zijn. Reclamant is ook voor uitbreiding van bebouwing in Stompwijk. Reclamant is eigenaar van een perceel grond ter grootte van 5000 m² in Stompwijk welke momenteel in gebruik is voor moestuinen en als paardenweide. Reclamant staat er voor open om samen met de gemeente te bekijken of het op termijn mogelijk is om groen, tuinen en bebouwing ter plaatse te combineren. Reclamant geeft aan hiervoor enkele mooie ideeën te hebben. Beantwoording van de zienswijze: Reclamant heeft op 23 november 2020 een initiatiefvoorstel bij de gemeente ingediend voor het realiseren van moestuintjes, het vervangen van 2 bestaande woningen en het realiseren van 4 nieuwe woningen op het perceel in Stompwijk. De gemeente heeft het initiatiefvoorstel met belangstelling bekeken en beoordeeld. Uit deze beoordeling is gebleken dat op basis van ruimtelijke en planologisch-juridische uitgangspunten het niet mogelijk was om medewerking te verlenen aan het verzoek van reclamant. Het initiatiefvoorstel is, na een tussentijds bericht van de gemeente met eerder genoemd negatief standpunt, aangepast naar enkel het realiseren van moestuintjes.
De gemeente is bereid om met reclamant en overige belanghebbenden in gesprek te gaan over zijn idee om groen, tuinen en bebouwing ter plaatse te combineren. Het initiatief hiervoor ligt echter bij reclamant. Hij kan hiervoor na participatie met belanghebbenden een nieuw initiatiefvoorstel indienen bij de gemeente. Conclusie: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
8
2.
Reclamant 2, 2 particulieren (buren) woonachtig in Leidschendam.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant geeft in zijn zienswijze aan dat deze betrekking heeft op de bestemmingen ‘Wonen – grondgebonden’, ‘Gemengd – 1’ en ‘Cultuur en ontspanning’ en dan specifiek ter plaatse van een aantal adressen aan de Prins Hendriklaan in Leidschendam. Reclamant stelt dat de bouwregels voor bijgebouwen (artikel 31.2.3) een aantal bestaande, legale bouwwerken alsmede terrassen aan de achterzijde van de woningen onmogelijk maakt. Dit wordt ook niet afgedekt door de algemene bouwregels zoals opgenomen in artikel 46. Reclamant verzoekt om de regels zodanig aan te passen dat de eerdere genoemde bouwwerken niet onder het overgangsrecht gaan vallen. Reclamant stelt dat de maximale goot- en bouwhoogte voor de woningen, gelegen aan de Rozenlaan, veel ruimer is dan de bestaande situatie. Dit in tegenstelling tot de maximale maten bij andere bebouwing. Reclamant verzoekt om de maximale goot- en bouwhoogte voor de eerdergenoemde locatie aan te laten sluiten bij de huidige bebouwing. Reclamant geeft aan dat binnen de bestemmingen ‘Gemengd – 1’ en ‘Cultuur en ontspanning’ diverse functies zijn toegelaten. Deze functies hebben uiteenlopende ruimtelijke effecten. Reclamant geeft aan dat in het bestemmingsplan niet is geborgd dat er, indien er een wijziging van gebruik van de gronden en gebouwen plaatsvindt, sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening.
Reclamant geeft als voorbeeld van (ontbreken van) voldoende parkeergelegenheid indien in plaats van de Leidschendamse speeltuinvereniging zich er een theater of museum vestigt. Reclamant geeft de gemeenteraad nog mee dat het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Stedelijk’ het uitgelezen moment is om regels op te nemen die aansluiten bij de gemeentelijke visie op de groene woongemeente. Reclamant denkt hierbij aan het opnemen van een voorwaardelijke verplichting over compensatie van groen of het maken van vegetatiedaken en -gevels. Reclamant heeft op 27 juli 2021 zijn zienswijze aangevuld met het verzoek om hier nog een naar te kijken: -
de aanduiding [-bg]. Volgens reclamant is deze niet conform de SVBP.
Beantwoording van de zienswijze: Het bestemmingsplan “Stedelijk” is opgebouwd volgens een bepaalde systematiek. In deze systematiek worden hoofdgebouwen (woningen) opgenomen in een bouwvlak. Bijbehorende bouwwerken (bv. een tuinschuur) liggen in het zogenaamde bebouwingsvlak. Op basis van de gehanteerde systematiek worden bijbehorende bouwwerken dan ook niet in een bouwvlak opgenomen.
9
Reclamant heeft gelijk ten aanzien van het punt dat de standaard regeling voor bijbehorende bouwwerken. Deze regeling voldoet niet in situaties waar, om moverende redenen, met omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan. In het bestemmingsplan Raadhuis is hiervoor een aparte regeling toegevoegd bij de vaststelling van het plan op 9 december 2014. De volgende regeling zal worden overgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”: Indien de oppervlakte, bouwhoogte en/of andere maten van bestaande rechtmatig gebouwde bijbehorende bouwwerken afwijken van het bepaalde in de artikelen, <...>, <...> en <...> mogen de oppervlakte, bouwhoogte en/of andere maten van bijbehorende bouwwerken ten hoogste gelijk zijn aan de bestaande, afwijkende maten. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard. Dit betekent dat de geldende bouw- en goothoogte 1 op 1 worden overgenomen vanuit het voorgaande plan, in dit geval het bestemmingsplan “Raadhuis”. Uit een vergelijking tussen beide bestemmingsplannen is gebleken dat dit ook het geval is. Reclamant heeft een punt als hij stelt dat, indien de Leidschendamse speeltuinvereniging besluit om haar activiteiten te staken, op basis van de toegelaten functies een ander gebruik kan plaatsvinden.
De bestemming ‘Cultuur en ontspanning’ sluit in theorie gebruik van de gronden voor bijvoorbeeld een museum of theater niet uit. In de praktijk is echter een dergelijke functiewijziging niet zonder meer mogelijk. Ten eerste zal de grondeigenaar (de gemeente zelf) moeten instemmen met het nieuwe gebruik. Daarnaast dient een nieuw (en passend) gebruik van de gronden getoetst worden aan de huidige bouw- en gebruiksvoorschriften. De huidige bouwvoorschriften (goot- en bouwhoogte alsmede maximaal te bebouwen oppervlakte) zijn afgestemd op het huidige gebruik als lokale speeltuin. Zodra er een initiatief komt (en dit wijkt af van de voorschriften zoals opgenomen in de bestemming ‘Cultuur en ontspanning’) bestaat er de mogelijkheid voor direct belanghebbende om hun reactie in te brengen tegen de voorgenomen wijziging. Zoals eerder is aangehaald, is het bestemmingsplan “Stedelijk” een conserverend bestemmingsplan. Dit betekent dat enkel het bestaande beleid van de gemeente wordt opgenomen in het bestemmingsplan. De gemeente bereidt zich, met het opstellen van bouwstenen als voorbereiding op de Omgevingsvisie, terdege voor op de aanstaande Omgevingswet. De gemeentelijke omgevingsvisie zal, zodra deze is vastgesteld, als basis dienen voor het omgevingsplan. Het beleid dat reclamant noemt in zijn zienswijze wordt opgenomen in de omgevingsvisie.
10
De gemeentelijke bestemmingsplannen worden conform de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen, afgekort SVBP, opgesteld. Binnen deze standaard is het mogelijk om functies/bouwwerken uit te sluiten door middel van het ‘–‘-teken. In tegenstelling tot wat reclamant suggereert is het derhalve wel toegestaan om de bouwaanduiding [-bg] op te nemen in bestemmingsplannen. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
3.
Reclamant 3, woonachtig in Leidschendam.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant heeft bezwaar tegen de aan het ontwerpbestemmingsplan Stedelijk ten grondslag liggende en aan de toelichting toegevoegde onderzoeken. Deze zijn veelal van meerdere jaren geleden waardoor zij geen enkel inzicht bieden in de leefkwaliteit binnen het plangebied. Reclamant geeft aan, zonder volledig te zijn, dat hij actuele onderzoeken mist met betrekking tot het verkeer, luchtkwaliteit, woningbehoefte en flora- en fauna. Reclamant stelt daarnaast dat het ontwerpbestemmingsplan geen enkel inzicht biedt in binnen een overzienbare periode te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot onder meer verkeer, woningbouw en bedrijvigheid. Het plan benoemt, op welk gebied dan ook, geen actuele knelpunten en oplossingen hiervoor. Reclamant is daarnaast van mening dat het enkel ter inzage legen van het ontwerpplan op de wettelijk voorgeschreven wijze onvoldoende participatie geboden wordt. Reclamant maakt als laatste punt ook nog bezwaar tegen de vermelding in de publicatie dat het niet mogelijk om een anonieme zienswijze in te dienen of een zienswijze in te dienen via de e-mail. Waarom niet? In de omliggende gemeenten in de regio is dit wel mogelijk. In de gemeenten Den Haag en Pijnacker worden de zienswijzen standaard geanonimiseerd. Reclamant stelt het op prijs om dit ook bij zijn zienswijze te doen.
Beantwoording van de zienswijze: Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard. Daarnaast zijn er geen nieuwe (her)ontwikkelingsprojecten opgenomen in het bestemmingsplan “Stedelijk”. Gelet op het voorgaande is het juridisch niet noodzakelijk om, veelal dure, onderzoeken te laten uitvoeren. De leefkwaliteit in het plangebied verandert niet door het vaststellen van een conserverend bestemmingsplan. Reclamant geeft aan dat het bestemmingsplan geen enkel inzicht biedt in te verwachten ontwikkelingen met betrekking tot verkeer, woningbouw en bedrijvigheid. Ook hiervoor geldt dat er
11
sprake is van een conserverend bestemmingsplan waarin enkel de huidige planologische situatie is vastgelegd. Indien er op dit moment actuele knelpunten zijn worden deze via een apart traject door de gemeente in behandeling genomen, beoordeeld en van een oplossing voorzien. Het bestemmingsplan “Stedelijk” is op de wettelijk voorgeschreven wijze bekendgemaakt en zowel digitaal als fysiek ter inzage gelegd. Hiermee voldoet de gemeente aan alle gestelde voorwaarden door de wetgever. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 17 december 2019 het raadsvoorstel participatiekaders projecten omgevingsvisie en omgevingsplan vastgesteld. In dit voorstel is voor de verschillende producten in het kader van de aanstaande omgevingswet opgenomen hoe de gemeente wil omgaan met participatie in dit kader. De gemeenteraad heeft het besloten om te kiezen voor de volgende ambitieniveaus per fase in het traject op weg naar het gebiedsdekkende omgevingsplan: •
consoliderend voor het proces om te komen tot twee bestemmingsplannen;
•
onderscheidend voor het proces om te komen tot een omgevingsvisie;
•
vernieuwend voor het proces om te komen tot een omgevingsplan.
In de Algemene wet bestuursrecht is opgenomen dat een zienswijze minimaal voorzien dient te zijn van een naam, adres en handtekening. De mogelijkheid voor het indienen van een digitale zienswijze in bestemmingsplanprocedures, bijvoorbeeld via Digid, wordt door de gemeente op dit moment nog niet gefaciliteerd. Het is wel een mogelijk om een zienswijze, voorzien van een handtekening, bij de gemeente in te dienen. Het anonimiseren van ontvangen zienswijzen is een standaardprocedure bij de gemeente, gelet op de bepalingen in de Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG). Dit geldt echter niet voor zienswijzen welke worden ingediend door een bedrijf. De AVG ziet namelijk enkel toe op het beschermen van persoonsgegevens. Reclamant, een adviesbureau, heeft echter verzocht om zijn zienswijze te anonimiseren waar de gemeenteraad in deze zienswijzennota gehoor aan heeft gegeven. Conclusie: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
4.
Reclamant 4, Wooninvest, gevestigd in Leidschendam.
Inhoud van de zienswijze: De zienswijze is een schriftelijke reactie van Wooninvest (hierna: Reclamant) op de gemeentelijke brief in het kader van het wettelijk vooroverleg (ex artikel 1.3.1 Bro). Reclamant vraagt zich af, nu er in het ontwerpbestemmingsplan Stedelijk een onderscheid is gemaakt tussen grondgebonden en gestapelde woningen, of het binnen een van beide woonbestemmingen mogelijk is om beide types te combineren.
12
Reclamant vraagt zich af wat de overweging is geweest om voor het gebied De Star, waar al een ruimtelijke onderbouwing voor bestaat, geen wijzigingsgebied op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan. Reclamant vraag zich af of dit geen voordelen voor de voortgang van de ontwikkeling met zich meebrengt. Reclamant hoort graag van de gemeente hoe deze garandeert dat de planning tot en met de invoering van het omgevingsplan geen nadelige invloed kan hebben op haar projecten. Beantwoording van de zienswijze: Binnen de bestemming ‘Wonen – Grondgebonden’ is het uitsluitend mogelijk om aaneengebouwde en vrijstaande woningen te realiseren. Op de verbeelding zijn de maximale goot- en bouwhoogte van deze woningen aangegeven. Dit maakt het dus niet direct mogelijk om gestapelde woningen binnen deze bestemming te realiseren. Dit hoeft voor de vergunningverlening bij eventuele nieuwe gestapelde woningen geen groot probleem te zijn, aangezien op locaties waar al een bouwvlak is opgenomen en de bestemming 'Wonen' is opgenomen met een reguliere omgevingsvergunningprocedure tot een besluit kan worden gekomen (besluit binnen 8 weken). In de aanvraag omgevingsvergunning kan reclamant derhalve de verhouding tussen grondgebonden en gestapelde woningen aangeven. Op 2 februari 2021 heeft de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg het ruimtelijk kader voor de locatie ‘De Star’ vastgesteld.
In het bijbehorende raadsvoorstel is opgenomen dat na vaststelling van het ruimtelijk kader gestart wordt met het nader uitwerken van de plannen alsmede het uitvoeren van de benodigde milieukundige onderzoeken. Daarnaast heeft de gemeenteraad een krediet beschikbaar gesteld om het ruimtelijk kader verder uit te werken tot een ontwerpbestemmingsplan voor de locatie. Het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan “Stedelijk” is om meerdere redenen niet mogelijk gebleken: •
een groot deel van de (milieukundige) onderzoeken zijn nog niet uitgevoerd voor de herontwikkelingslocatie. Zonder deze onderzoeken kunnen wij in het bestemmingsplan niet goed motiveren dat de ontwikkeling voorziet in een ‘goede ruimtelijke ordening’. De huidige wetgeving vereist van ons dat alle relevante omgevingsonderzoeken zijn uitgevoerd, beoordeeld en voorzien van een motivatie van de gemeente voordat een bouwplan in het bestemmingsplan kan worden opgenomen;
•
zodra de Omgevingswet in werking treedt worden de wettelijke eisen ten aanzien van onderzoeken versoepeld, maar zover is het op dit moment helaas nog niet. Naar verwachting treedt de Omgevingswet per 1 juli 2022 in werking;
•
op basis van het vastgesteld Ruimtelijk kader kunnen nog geen concrete wijzigingsregels worden opgesteld. Dit kan pas zodra het plan verder is uitgewerkt binnen de kaders van het ruimtelijk kader.
13
Het opnemen van een wijzigingsgebied voor een bouwplan in een verder conserverend ontwerpbestemmingsplan als “Stedelijk” kan er daarnaast voor zorgen dat een situatie ontstaat waarin het bouwplan moet wachten totdat op het gehele bestemmingsplan is beslist. (Bijvoorbeeld een verzoek tot voorlopige voorziening bij de Raad van State tegen een ander onderdeel van het bestemmingsplan maar waardoor de besluitvorming voor het gehele bestemmingsplan wordt geschorst). Dit is voor beide plannen niet wenselijk. Vanuit de projectorganisatie voor ‘de Star’ worden op dit moment de voorbereidingen getroffen om een projectbestemmingsplan voor ‘De Star’ op te stellen. Dit plan heeft haar eigen planning en proceduretijd en zal daardoor niet worden ‘opgehouden’ door bestemmingsplan “Stedelijk”. De reeds gemaakte afspraken hieromtrent met de gemeente kunnen gewoon doorgang vinden. Conclusie: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
5.
Reclamant 5, VOF Leo Leoni en 3 particulieren gevestigd te Voorburg.
Inhoud van de zienswijze: VOF Leo Leoni (hierna: reclamant) exploiteert aan de Rozenboomlaan 45-47 een klein Italiaans restaurant/traiteur onder de naam ‘Il Tortellino’. Reclamant geeft aan dat aan het pand Rozenboomlaan 45-47 de bestemming ‘Gemengd’ is toegekend, met op de begane grond horeca t/m categorie 1, wat conform het huidig gebruik is. Het bedrijf heeft door de coronaperikelen aanmerkelijke schade geleden. Door het afhalen van maaltijden heeft het bedrijf kunnen overleven. Om een toekomst te hebben is een kleine aanpassing van de bedrijfsformule echter wel noodzakelijk. Reclamant wil de restaurantruimte, ondergebracht op nummer 45, binnen het bestaande pand meer ruimte geven mede ingegeven door de noodzaak om 1,5 meter afstand te houden. Reclamant stelt dat de interne verbouwing mogelijk is binnen het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk’. De bouwregels zijn hiervoor toereikend. Reclamant merkt dat in de praktijk dat restaurantbezoekers vaak graag een wijntje bij het eten willen. Voor het kunnen aantrekken van voldoende bezoekers is dit van wezenlijk belang stelt reclamant. Het ontwerpbestemmingsplan Stedelijk staat het schenken van alcoholhoudende dranken echter nog niet toe stelt reclamant en hij verzoekt de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan een maatwerkbestemming op te nemen die het toelaat om tussen 12.00 uur en 22.00 uur alcohol te schenken.
Reclamant geeft aan dat er zo spoedig mogelijk een aanvraag voor een exploitatievergunning en een drank- en horecavergunning zal worden ingediend.
14
Beantwoording van de zienswijze: Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard. Bij het opstellen van de regels behorend bij het bestemmingsplan “Stedelijk” is een fout gemaakt welke geen recht doet aan het conserverend karakter van het bestemmingsplan. In de regels is bij de verschillende bestemmingen ‘Gemengd’ (artikelen 11 t/m 14) opgenomen dat horeca als functie rechtstreeks is toegelaten. Dit is niet correct en wordt hersteld bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Stedelijk”. Enkel de percelen, waarbij in vigerende bestemmingsplan een functieaanduiding horeca is opgenomen, krijgen deze mogelijkheden in het bestemmingsplan “Stedelijk”. Concreet voor deze locatie betekent dit dat aan het pand Rozenboomlaan 45-47 geen aanduiding ‘horeca’ wordt toegekend conform het vigerende bestemmingsplan “Oosteinde – Parkweg”. Tussen de periode van 1 juli 2016 en 1 april 2017 heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg een pilot gedraaid onder de naam ‘tijdelijke combinatie winkel en horeca’. Reclamant heeft meegedaan aan deze pilot. Tijdens deze periode mocht er alcoholische drank geschonken worden als onderdeel van een horecaconcept. Voor het adres Rozenboomlaan 45-47 zijn in het verleden meerdere aanvragen ingediend om medewerking te verlenen aan een restaurantfunctie ter plaatse.
In 2017 heeft de gemeente geoordeeld dat er Ruimtelijk en economisch geen bezwaren waren tegen het vestigen van een restaurant op de Rozenboomlaan 45 (horeca categorie 3). Hierbij is wel de voorwaarde gesteld dat er ten behoeve van de restaurantfunctie 6 nieuwe parkeerplaatsen moesten worden gevonden in de openbare ruimte. Hier kon aan voldaan worden middels het laten verrichten van een onderzoek naar de parkeerdruk ter plaatse. Voor zover bekend is dit onderzoek nooit bij de gemeente ingediend. De gemeente heeft de door reclamant gewenste uitbreiding opnieuw beoordeeld op stedenbouwkundige-, economische- en verkeerskundige uitgangspunten. Uit stedenbouwkundig oogpunt is het behouden van een actieve plint van belang. De eigenaar vraagt in zijn zienswijze om 2 zaken, te weten: •
de uitbreiding van het aantal m² horeca in het pand op nr. 45 (mede vanwege de beperkingen vanwege Covid-19),
•
om uitbreiding van de horecacategorie om het schenken van alcohol mogelijk te maken.
Ten opzichte van de eindconclusie uit het advies van 2017 zijn de economische inzichten van de gemeente gewijzigd. De conclusie uit 2017 geldt derhalve niet meer. De gemeentelijke detailhandelsen horeca structuurvisie zet in op concentratie van de horeca en detailhandel in de 4 kernwinkelgebieden binnen de gemeente. Dit doel wordt onder andere nagestreefd door in te zetten op deze 4 kernwinkelgebieden en geen ondersteuning te verlenen aan nieuwe horeca of detailhandel daarbuiten.
15
Het verlenen van medewerking aan het verzoek van reclamant staat haaks op de gemeentelijke visie en het daaruit voortvloeiende beleid. De detailhandelsfunctie is bovendien gevestigd op slechts 500 meter van de twee kernwinkelgebieden in Voorburg. Het is niet wenselijk om op deze korte afstand extra horeca toe te staan. Daarnaast zou eventuele medewerking mogelijk ook tot ongewenste precedentwerking in de gemeente leiden. Vanuit economisch oogpunt is het niet gewenst om uitbreiding toe te staat van gebruik en omvang. Hiermee is het standpunt, t.o.v. van het gemeentelijk standpunt in 2017, derhalve gewijzigd. Het bestaande detailhandelsbedrijf is bij recht in het vigerende bestemmingsplan “Oosteinde – Parkweg” toegestaan. Het pand is gelegen in een drukke omgeving van Voorburg en heeft deels de beschikking over een klein parkeerterrein aan de voorzijde. De gewenste uitbreiding van de gebruiksmogelijkheden zal naar verwachting zeker leiden tot een toename van de parkeerbehoefte. Gezien de bestaande parkeerdruk in Voorburg lijkt de kans klein dat in de openbare ruimte voldoende ruimte beschikbaar is. In 1e instantie dient parkeren opgelost te worden op eigen terrein, als dat niet kan dient middels een onderzoek aangetoond te worden dat er voldoende ruimte beschikbaar is in de openbare ruimte.
In de Nota Parkeernormen van de gemeente staat uitgelegd hoe dit onderzoek uitgevoerd dient te worden. Indien er voldoende ruimte in de openbare ruimte beschikbaar is (lees: parkeerdruk onder 85%) kan het college besluiten af te wijken van het parkeerbeleid. Dit is een nadrukkelijk een bevoegdheid, geen plicht voor het college. De bereidheid om af te wijken van het parkeerbeleid is afhankelijk van de wenselijkheid van de aangevraagde ontwikkeling. Gelet het negatieve economische standpunt is de gemeente niet bereid om af te wijken van het parkeerbeleid. Het is derhalve niet zinvol dat de initiatiefnemer alsnog een parkeeronderzoek laat uitvoeren. Er is, vanuit economisch oogpunt, namelijk geen draagvlak om medewerking te verlenen aan het verzoek van reclamant. Het verzoek om alcoholhoudende drank te mogen schenken kan meerdere redenen niet worden gehonoreerd: •
er is geen sprake van een restaurant. Er is ter plaatse enkel detailhandel ondersteunende horeca toegestaan;
•
het al dan niet mogen schenken van alcohol is gebaseerd op de ‘Alcoholwet’ (rechtsopvolger van de Drank- en horecawet) en niet op het bestemmingsplan.
16
Gelet op bovenstaande punten kan er derhalve geen medewerking worden verleend aan het verzoek van reclamant om alcohol te mogen schenken omdat dit niet via een bestemmingsplan geregeld kan worden. Conclusie: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
6.
Reclamant 6, Architectenburo van Vliet gevestigd in Leidschendam.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant is eigenaar van het pand Delftsekade 31, een voormalige kaaspakhuis en rijksmonument. In het ontwerpbestemmingsplan heeft het pand Delftsekade 31 de bestemming ‘Gemengd – 1’ met vanaf de 1e verdieping uitsluitend ‘wonen’. Dit laatste is niet gewenst. Het gehele pand is momenteel in gebruik als kantoor en dient in de toekomst in zijn geheel ‘Gemengd’ gebruikt te kunnen worden (zowel wonen als anderszins). In het jaar 2000 is het pakhuis in gebruik genomen als kantoor voor zijn architectenburo. Reclamant hecht er als gebruiker en eigenaar groot belang aan dat hij het gehele pand nu en in de toekomst als kantoor of anderszins gebruikt kan worden. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk’ zorgt voor een niet wenselijke inperking ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Reclamant verzoekt om het vast te stellen bestemmingsplan op dit punt aan te passen. Beantwoording van de zienswijze: Reclamant heeft gelijk als hij stelt dat het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” beperkend is in gebruik ten opzichte van vigerende bestemmingsplan, in dit geval bestemmingsplan “Leidschendam Zuid”. In dit laatste genoemde bestemmingsplan is binnen de bestemming ‘Gemengd’ opgenomen dat een kantoorfunctie ten behoeve van de in hetzelfde artikel genoemde hoofdactiviteiten ook op de verdieping is toegestaan.
Uit een vergelijking tussen de verschillende planregels is gebleken dat het enkel in het bestemmingsplan “Leidschendam - Zuid” is toegestaan om een kantoorfunctie uit te oefenen op de verdieping binnen de bestemming ‘Gemengd’. Het is stedenbouwkundig onwenselijk om binnen het gehele plangebied “Stedelijk’ de mogelijkheid te bieden om kantoorfuncties te realiseren vanaf de 1e verdieping.
17
De omissie wordt herstel door middel van de aanduiding (k) ‘kantoor’ toe te voegen aan het adres Delftsekade 31 op de verbeelding van het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk’. Hiermee worden de planologische mogelijkheden voor reclamant gelijkgetrokken met het vigerend bestemmingsplan. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
7.
Reclamant 7, 5 particulieren (buren) woonachtig in Leidschendam.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant geeft aan dat de goothoogte voor de woningen, gelegen aan de Rijnlandstraat is vastgelegd op 10,5 meter. Reclamant verzoekt om maximale bouwhoogten van circa 12,5 - 13 meter mogelijk te maken. Reclamant stelt dat de oorsprong van zijn zienswijze ligt in het realiseren van een dakopbouw in de toekomst. Het huidige en het ontwerpbestemmingsplan voorzien niet in deze bouwmogelijkheid. Door het mogelijk maken van een hogere bouwhoogte zal er meer woon/leefruimte gecreëerd worden in de woningen waardoor het woongenot zal worden vergroot. De mogelijkheid tot het realiseren van een dakopbouw en flexibiliteit zorgt ervoor dat reclamant niet onnodig hoeft te verhuizen naar een andere woning, binnen of buiten de gemeente. Reclamant stelt dat, met het aanpassen van de maximale bouwhoogte, de woningen een overeenkomstige bouwhoogte als de omliggende woningen aan het Molenpad en Plaspoelkade krijgen alsmede de nog te realiseren woningen aan de Rijnlandstraat fase 2 en Schoorlaan in Leidschendam. Een gelijke bouwhoogte maximale bouwhoogte geeft eenheid en komt daarmee de samenhang van de wijk te goede besluit reclamant zijn zienswijze. Beantwoording van de zienswijze: Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard.
Dit betekent dat de maatvoering ten aanzien van de maximale bouwhoogte is overgenomen uit de verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van de desbetreffende woningen aan de Rijnlandstraat. Op 8 juli 2021 heeft de gemeente een verzoek om vooroverleg ontvangen van een aantal bewoners aan de Rijnlandstraat om medewerking te verlenen aan het plaatsen van een dakopbouw met aansluitend een dakterras. Op 2 augustus 2021 heeft de gemeente hier onder voorwaarden positief op gereageerd. De voorwaarden hadden betrekking op de uitvoering (aspect welstand) van de te realiseren dakopbouw.
18
Gelet op het positieve standpunt van de gemeente op het verzoek om vooroverleg is er, in het kader van het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”, gekeken naar de overige woningen in het woonblok met een plat dak. Ook voor deze woningen is het aanvaardbaar om de maximale bouwhoogte aan te passen. Voor een aantal adressen in de Rijnlandstraat wordt de maximale bouwhoogte aangepast naar 13 meter. De overige woningen beschikken over een schuin dakconstructie. De huidige bouwhoogte voor deze woningen blijft gehandhaafd. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
8. / 8a Reclamant 8, Ontwikkelingscombinatie Damcentrum gevestigd in Den Haag. Inhoud van de zienswijze: Ontwikkelingscombinatie Damcentrum (hierna: reclamant) heeft zowel een zienswijze aan het college van burgemeester en wethouders alsmede een aan de gemeenteraad van Leidschendam – Voorburg gestuurd. Beide zienswijzen zijn identiek van aard en worden hieronder uiteengezet. Reclamant geeft aan het niet eens te zijn met een aantal zaken die in het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk’ staan. Het betreft de bestemming van de percelen Damlaan 38 t/m 42a, het postkantoor en de KPN-nummercentrale. In het kader van de herontwikkeling Leidschendam centrum heeft reclamant een Samenwerkingsovereenkomst (hierna: SOK) met de gemeente afgesloten. Aan de hand van deze SOK is een nieuwe bestemming voor de locatie vastgesteld, welke in het nu vigerende bestemmingsplan staat. Reclamant wil dat de huidige bestemming onverkort gehandhaafd blijft. Beantwoording van de zienswijze: In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” zijn de percelen Damlaan 38 t/m 42a, het postkantoor en de KPN nummercentrale abusievelijk voorzien van de bestemmingen ‘Gemengd’ c.q. “Bedrijf Nutsvoorziening’. Voorafgaand aan het ter inzage leggen van o.a. het bestemmingsplan “Stedelijk” is een document genaamd ‘Wat moet u weten over de bestemmingsplannen Landelijk en Stedelijk?’ opgesteld.
In dit document is opgenomen dat: “Plannen waarbij met een partij een overeenkomst is afgesloten (intentieovereenkomst en/of anterieure overeenkomst) waarin is afgesproken dat voor het plan een specifieke ruimtelijke procedure zou worden gevolgd (met een eigen bestemmingsplan of eigen ruimtelijk kader), zijn buiten het bereik van het bestemmingsplan gehouden.”
19
Concluderend kan gesteld worden dat reclamant gelijk heeft. Het vast te stellen bestemmingsplan wordt als zodanig aangepast wat betekent dat de in eigendom zijnde percelen van reclamant buiten het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk” worden gelaten. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
9.
Reclamant 9, particulier, woonachtig in Stompwijk.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant geeft aan dat er onlangs door de gemeente medewerking is verleend voor het realiseren van 4 woningen aan Huyssitterweg in Stompwijk. Het perceel, kadastraal bekend SWK03 B2050 (hierna: perceel) is grotendeels als ‘Groen’ bestempeld terwijl dit een bouwperceel is geworden. Daarnaast geeft reclamant aan dat er een rode lijn is ingetekend pal langs de gevel van de woning aan de Huyssitterweg en over perceel 2050. Dit is een wetgevingszone wijzigingsgebied 9. Het kan volgens reclamant niet de bedoeling zijn dat deze op deze plaats is ingetekend. De lijn zou op de kavelgrens naar het openbaar gebied moeten liggen. Reclamant verzoekt om het vast te stellen bestemmingsplan op deze twee punten aan te passen. Beantwoording van de zienswijze: Reclamant heeft gelijk. Ten tijde van het ter inzage gaan van het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” was er echter nog geen onherroepelijke omgevingsvergunning voor het realiseren van de 4 woningen. Hierdoor was het juridisch niet mogelijk om de omgevingsvergunning op te nemen in het ontwerpbestemmingsplan. De verleende omgevingsvergunning, onherroepelijk sinds 8 juli 2021, wordt integraal opgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”. De ‘rode lijn’ is afkomstig uit het vigerende bestemmingsplan “Stompwijk” en vormt de begrenzing van ‘wetgevingszone wijzigingsgebied 9’.
De op het perceel van reclamant liggende ‘strook’ is echter niet meer nodig voor het realiseren van een verkeersveilige aansluiting van de Veenpoldersweg op de Huyssitterweg. De ‘wetgevingszone wijzigingsgebied 9’ wordt zodanig aangepast dat de ‘rode lijn’ op de kavelgrens met het openbaar gebied wordt gesitueerd. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
20
10.
Reclamant 10, particulier, woonachtig in Voorburg.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant juicht het toe dat er een actualisatie komt van alle bestemmingsplannen binnen de gemeente. Het valt reclamant echter op dat de voormalige regeling voor hellingen van kappen (hellingshoek van daken) niet terugkomt in de planologische regeling behorende bij het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk’. Een dergelijke regeling is bijvoorbeeld wel opgenomen in het bestemmingsplan ‘Nieuw Damsigt’. Reclamant verzoekt om hem moverende redenen om een regeling voor dakhellingen op te nemen in het vast te stellen bestemmingsplan ‘Stedelijk’. Het opnemen van een dergelijke planologische regeling zorgt er, volgens reclamant voor, dat de bezonning en toetreding van daglicht mogelijk blijft in de vele (kleine) stadstuinen in Voorburg. Het bijvoorbeeld wijzigen van een bestaande kapvorm kan er namelijk voor zorgen dat beide genoemde aspecten teniet worden gedaan wat vervolgens overlast kan geven voor direct omwonenden (vermindering bezonning en daglicht). Beantwoording van de zienswijze: Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard. Reclamant heeft gelijk dat er in het vigerende bestemmingsplan “Nieuw Damsigt” een regeling is opgenomen voor het reguleren van de dakhelling. Deze regeling is destijds opgenomen voor een 11-tal woningen aan de Rodelaan vanwege de specifieke vorm van de betreffende woningen.
Voor de overige woningen in het plangebied geldt deze regeling echter niet. In de overige vigerende bestemmingsplannen voor het stedelijk gebied is er geen regeling opgenomen voor het reguleren van de dakhelling met uitzondering van de 11 woningen aan de Rodelaan. De dakhelling wordt bepaald door de maximale goot- en bouwhoogte welke is opgenomen per bouwvlak. Hierdoor worden de dakhellingen dus indirect opgenomen. Het alsnog opnemen van een maximale dakhelling per bouwvlak zorgt ervoor dat er een planologische beperking optreedt voor woningeigenaren in de gemeente hetgeen ongewenst is en in strijd is met het conserverend karakter van het bestemmingsplan. Conclusie: Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
21
11.
Reclamant 11, particulier, woonachtig in Voorburg.
Inhoud van de zienswijze: Reclamant merkt op de bijlage 7 van de toelichting (welstandsnota) zeer verouderd is. Het gebied waar reclamant woonachtig is, is niet opgenomen. Daarnaast geeft reclamant aan dat een 2-tal beleidsdocumenten, de “duurzaamheidsagenda 20162020” en het “Klimaatplan 2009-2020” verouderd zijn. Reclamant mist het “schone lucht akkoord” in het bestemmingsplan. Beantwoording van de zienswijze: Reclamant merkt terecht op dat de wijk waarin hij woonachtig is niet specifiek is opgenomen in de ‘Welstandsnota Leidschendam – Voorburg’. Dit betekent echter niet dat het welstandsbeleid voor het betreffende gebied niet van toepassing is. Ook voor het directe woonomgeving van reclamant gelden welstandseisen op basis van de nota. De laatste aanpassing van het gemeentelijk welstandsbeleid is vastgesteld op 13 september 2011. Met de komst van de Omgevingswet in 2022 wordt het gemeentelijke welstandsbeleid (nieuwe naam wordt Omgevingskwaliteitsbeleid) geactualiseerd en geïntegreerd in het toekomstige Omgevingsplan. De jaartallen in vastgestelde gemeentelijke beleidsdocumenten zorgen voor verwarring. Zolang een beleidsdocument niet door de gemeenteraad is ingetrokken is het formeel vigerend, ook als de titel van het betreffende document anders doet vermoeden. In dit geval betekent dat de ‘Duurzaamheidsagenda 2016-2020’ nog van toepassing is op het plangebied.
Het nieuwe beleidsdocument ‘Duurzaam bouwen’ (vervanger voor het document ‘Duurzaamheidsagenda 20162020’) heeft voor inspraak ter inzage gelegen van 11 november t/m 22 december 2021. De gemeenteraad zal hier waarschijnlijk in mei 2022 een definitief besluit over nemen. Het ‘Klimaatplan 2009-2020’ is ingetrokken op 7 december 2021 en is uit de bijlage van het vast te stellen bestemmingsplan gehaald. Reclamant heeft gelijk. Het ‘schone lucht akkoord’ ontbreekt nog in het overzicht met beleidsdocumenten. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan het Schone Lucht Akkoord en zet zich daarmee ook in voor schonere lucht in de hele gemeente. De doelstelling is om in 2030 vijftig procent gezondheidswinst te hebben gerealiseerd door schonere lucht. In het Schone Lucht Akkoord inventarisaren het Rijk, provincies en gemeenten acties en maatregelen om de luchtkwaliteit in Nederland te verbeteren, met het doel gezondheidswinst door schonere lucht voor alle Nederlanders te realiseren. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 9 maart 2021 een uitvoeringsplan vastgesteld dat is toegevoegd aan het overzicht met beleidsdocumenten in hoofdstuk 3.4 van de toelichting behorende bij het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk”. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
22
12.
EBH Legal, gevestigd in Honselersdijk (namens Vistaland Holding B.V.)
Inhoud van de zienswijze: EBH legal geeft aan dat zijn cliënt (hierna: reclamant) sinds 24 september 2019 eigenaar is van een kantoorgebouw aan de Zwartelaan 24 in Voorburg. De aankoop heeft plaatsgevonden op basis van het feit dat op de gronden de bestemming ‘Gemengd’ rustte van het bestemmingsplan “Oude dorpskern Voorburg 2011”. Reclamant stelt, op basis van de bestemming, dat er in het kantoorgebouw een redelijk aantal appartementen kunnen worden gerealiseerd. Dat dergelijke bouw- en gebruiksmogelijkheden beleidsmatig hoog gewenst zijn blijkt volgens reclamant uit de Structuurvisie “Ruimte voor wensen 2040” uit 2012 respectievelijk de “Woonvisie 2016-2020”. Uit deze documenten blijkt niet dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden in de nabije toekomst “wegbestemd” zouden kunnen worden. Reclamant geeft aan dat op 2 maart 2020 een verzoek om vooroverleg bij de gemeente heeft ingediend. Bij brief van 21 april 2020 heeft reclamant hier een gunstige eindbeoordeling voor gekregen van het college. Gelet op het belang van het realiseren van kleinere en goedkopere koopappartementen als het belang om dergelijk verouderde kantoorruimte te transformeren, is het bouwplan welwillend ambtelijk ontvangen volgens Reclamant. Op 27 juli 2020 heeft reclamant een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het transformeren van het kantoorpand.
Op 6 augustus 2020 heeft reclamant een brief van het college ontvangen waarin, namens het college, is bevestigd dat er geen sprake is van enige strijdigheid met het bestemmingsplan ‘Oude dorpskern Voorburg 2011’. Op 17 augustus 2020 heeft reclamant een brief ontvangen namens het college waarin wordt bericht dat de gemeenteraad, in haar vergadering van 7 juli 2020, voor de gehele gemeente een voorbereidingsbesluit heeft genomen als bedoeld in artikel 3.3 van de Wabo. Reclamant stelt dat de plannen voor transformatie van het kantoorgebouw naar een appartementengebouw als gevolg hiervan een ernstige vertraging van een jaar hebben opgelopen. Reclamant stelt dat met het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk’, waarin het pand de bestemming ‘Gemengd’ heeft gekregen, de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het perceel zijn ‘wegbestemd’. Reclamant geeft aan dat op grond van bestaande jurisprudentie geldt dat legaal bestaand gebruik in een nieuw bestemmingsplan als zodanig moet worden bestemd. De enige uitzondering hierop is als zwaarwegende nieuwe planologische inzichten hiertoe aanleiding geven. Volgens reclamant is hiervan geen sprake. Reclamant stelt dat er een omvangrijke planschade ontstaat als er op een dergelijke manier onverwachts en onverhoeds bouw- en gebruiksmogelijkheden worden weggenomen. Juist vanwege
23
de inhoud van eerdere genoemde beleidsstukken, geldt dat reclamant zich overvallen voelt doordat de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit heeft genomen. Van enig kenbaar voornemen daartoe is geen sprake volgens reclamant. In dit geval is dienaangaande al helemaal geen sprake van enig openbaar gemaakt concreet beleidsvoornemen met enige formele status. In het geval het voornemen van de gemeenteraad wel degelijk specifiek is gericht op het ‘wegbestemmen’ van de transformatie van dit kantoorgebouw en het zodoende wel de bedoeling van de gemeenteraad is om het bestaande recht in een nieuw bestemmingsplan ‘weg te bestemmen’, is het goed om dit nu vast te stellen, volgens reclamant. In dat geval wijst reclamant er op dat er een omvangrijke financiële schade ontstaat als gevolg van het algeheel ‘wegbestemmen’ van de bestaande rechten. Concreet betekent dit, volgens reclamant, een schade van op zijn minst € 600.000 voor deze ontwikkeling. Reclamant verzoekt de gemeenteraad om het ontwerpbestemmingsplan op dit punt te willen heroverwegen vanwege het belang van het transformeren van kantoren op de locatie en het op die manier ook voorkomen van onbedoelde maar omvangrijke (plan-)schade. Beantwoording van de zienswijze: Het bestemmingsplan “Stedelijk” is conserverend van aard.
Dit betekent dat de geldende bouw- en gebruiksmogelijkheden 1 op 1 worden overgenomen vanuit het voorgaande plan, in dit geval het bestemmingsplan “Oude Dorpskern Voorburg 2011”. Het voormalige kantoorpand Zwartelaan 24 heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Gemengd’. De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor: •
kantoren;
•
wonen, met inbegrip van een aan huis verbonden beroep.
In de verschillende vigerende bestemmingsplannen van de gemeente waren tot op heden negen gemengde bestemmingen te onderscheiden, elk met net een iets andere regeling. Om de regels meer eenduidig en inzichtelijk te maken is ervoor gekozen om het aantal terug te brengen tot vier gemengde bestemmingen. Uitgangspunt bij deze deregulering was het planologisch waarborgen van bestaande rechten. Mede op basis van de zienswijze van reclamant is geconstateerd dat er hierbij een fout is gemaakt. In het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is voor het betreffende pand eveneens de bestemming ‘Gemengd’ opgenomen. Op basis van de bijbehorende regels is het echter niet mogelijk om de begane grond van het pand te gebruiken voor functie ‘wonen’. Reclamant heeft derhalve een punt als hij stelt dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het perceel zijn ‘wegbestemd’. Zoals eerder vermeld is er een fout gemaakt bij het overzetten van de gebruiksmogelijkheden. In het vast te stellen bestemmingsplan “Stedelijk” wordt deze omissie hersteld. Op basis van de huidige 4
24
‘gemengde’ bestemmingen blijkt dat de bestemming ‘Gemengd – 1’ het best passend is voor de locatie Zwartelaan 24. Concreet betekent dit dat de vigerende planologische gebruiksmogelijkheden (kantoor en wonen, met inbegrip van aan huis verboden beroep) worden ‘hersteld’. Reclamant kan vervolgens, op basis van het vastgestelde bestemmingsplan “Stedelijk”, een aanvraag omgevingsvergunning indienen voor het transformeren van het kantoorpand. De gemeente zal vervolgens de aanvraag toetsen aan het bestemmingsplan en overige relevante regelingen. Met het herstellen van de planologische mogelijkheden is er geen juridische grond meer voor het indienen van een aanvraag om tegemoetkoming in planschade vanwege het ‘wegbestemmen’ van bouw- en gebruiksmogelijkheden. Conclusie: Deze zienswijze geeft aanleiding tot een gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.
13.
Moree Gelderblom advocaten, gevestigd te Rotterdam, namens reclamant 13.
Inhoud van de zienswijze: Moree Gelderblom advocaten geeft namens haar cliënten (hierna: reclamant) geeft aan dat het vreemd is dat het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” in de vakantieperiode ter inzage is gelegd. Reclamant geeft aan dat het gemeentelijk standpunt niet delen zoals verwoord in raadsbrief 2112 (d.d. 8 juni 2021) en in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” betekent voor reclamant een ingrijpende wijziging op de bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van hun percelen. Reclamant is woonachtig in een rijksmonument (ID: 25712). In het vigerende bestemmingsplan “Raadhuis” hebben de percelen van reclamant de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Stedelijk’ wijzigt de bestemmingen van de percelen naar ‘Wonen – grondgebonden’ en ‘Groen’. Het gevolg van deze wijziging is dat het overgrote deel van de percelen wordt gewijzigd in ‘Groen’. Reclamant geeft aan dat zij zich niet kunnen verenigen met toewijzing van de bestemming ‘Groen’ en stellen zich op het standpunt dat de percelen als ‘Wonen Grondgebonden’ bestemd moeten worden. De percelen van reclamant worden al jaar en dag gebruikt als tuin, erf, parkeervoorziening met bijbehorende paden, verhardingen en bestaande bebouwing (bestaande uit o.a. stallen, schuren en een kas).
Ook worden er op de percelen al meer dan 100 jaar dieren gehouden en – in overleg met het bevoegd gezag, bouwwerken gerestaureerd en gerealiseerd. Dit gebruik is op gronden met de bestemming ‘Groen’ niet meer toegestaan. Het waardevolle ensemble van de boerderij met de omgeving wordt hierdoor doorbroken. De eenheid van het ensemble en het gebruik hiervan zal verloren gaan, hetgeen de gemeente juist altijd wilde tegengaan aldus reclamant.
25
Reclamant heeft de ambitie om eenheid terug te brengen in het ensemble, waarbij het gerestaureerde rijksmonument een geheel vormt met de aangrenzende tuin die wordt onderbroken door de sloot met natuurvriendelijke oever en de diversiteit aan bij het geheel passende (bestaande en nog aan te passen) gebouwde objecten. Mede in relatie tot de restauratie van het rijksmonument hebben al diverse overleggen met de gemeente plaatsgevonden waarin de ambities van reclamant zijn besproken. Reclamant wil met het gehele perceel recht doen aan (de waarde van) het monument. In verband daarmee is ook met de gemeente gesproken over het plegen van onderhoud en herstel, waaronder het opschonen en ontwikkelen van het terrein met bijbehorende opstallen, moestuin en dieren teneinde de relatie met het rijksmonument te versterken. Het uitvoeren van deze plannen wordt door het toekennen van de bestemming ‘Groen’ bemoeilijkt. Als het gebruik van tuin en erf alsmede het plegen van onderhoud en herstel van gebouwde objecten niet meer mogelijk is, verzwakt de nu nog hoge ensemblewaarde van het perceel. Op deze manier wordt ook bij reclamant de drive ontnomen om het ensemble te versterken en toekomstbestendig te maken zoals ook de Rijksdienst stimuleert. Het meegaan in de energietransitie bij een rijksmonument vraagt bijvoorbeeld om aanpassingen of toevoegingen bij of op de omliggende bebouwing.
Met de thans voorgenomen bestemming wordt dit belemmerd aldus reclamant. Ditzelfde geldt ook voor de instandhouding, versterking en/of herstel van aanwezige bebouwing. Reclamant stelt daarnaast dat in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat het historische lint een van de oudste structuren is van Leidschendam-Voorburg. Aan het Westeinde, Oosteinde, de Koningin Julianaweg en een deel van de Veursestraatweg zijn karakteristieke woningen gelegen met rijke architectuur en soms diepe voor- en achtertuinen. De woning van reclamant is een karakteristieke woning met rijke architectuur en een diepe voor- en achtertuin. Om dit karakter te behouden is het van belang om de vrijstaande ligging en architectonische verschijningsvorm te handhaven. Met het wijzigen van de bestemming wordt dit niet gehandhaafd. Immers, het gebruik als tuin, erf en het houden van dieren is niet meer toegestaan op de gronden met de bestemming ‘Groen’. Veel van omliggende percelen hebben op grond van het bestemmingsplan “Raadhuis” de bestemming ‘Tuin’. Deze percelen krijgen op grond van het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” de bestemming ‘Wonen - Grondgebonden’. Op deze gronden is het gebruik als tuin toegestaan. Het is reclamant niet duidelijk om welke redenen het perceel – in afwijking van de andere percelen – de bestemming ‘Groen’ heeft gekregen.
Reclamant geeft aan dat in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is opgenomen dat de aangrenzende open ruimte bij de boerderij, tussen de Koningin Julianaweg en de Oude Trambaan
26
een restant vormt van het oorspronkelijk cultuurlandschap. Deze gronden zijn daarom bestemd als ‘Groen’ waar geen nieuwe bebouwing is toegestaan. Reclamant stelt dat het, op basis van de toelichting, erop lijkt dat een groot gedeelte van de percelen de bestemming ‘Groen’ is gegeven om het realiseren van bouwwerken te voorkomen en daarmee het oorspronkelijke cultuurlandschap te behouden. Naar de stellige overtuiging van reclamant hoeft de gemeente, voor het behoud van het oorspronkelijke cultuurlandschap, niet de bestemming ‘Groen’ toe te kennen aan het perceel. Sterker nog, de bestaande bestemming wordt teniet gedaan als gevolg waarvan het aanwezige cultuurlandschap niet kan worden behouden. Het feit dat de boerderij een rijksmonument is, brengt al mee dat de percelen uit hoofde daarvan beschermd zijn. Dit is ook als zodanig vermeldt in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Reclamant geeft aan dat op een aantal andere adressen in de gemeente de rijksmonumenten (en de daarbij omliggende open ruimte) wel als ‘Wonen - Grondgebonden’ is bestemd. Kennelijk is het voor het beschermen van de waarden van het monument dus niet noodzakelijk om de bestemming ‘Groen’ toe te wijzen, maar kan dit ook anderszins worden ondervangen. Gelet hierop is het volgens reclamant niet nodig om de waarden van het perceel (dubbel) te bestemmen met het toewijzen van de bestemming ‘Groen’.
Indien de gemeente het perceel al (dubbel) zou willen beschermen, stelt reclamant voor om de percelen te bestemmen als ‘Wonen Grondgebonden’ en de ‘Waarde - cultuurhistorie’ aan de percelen toe te wijzen. Verder verzoekt reclamant om een bouwvlak toe te voegen aan het perceel, zodat de stalvoorziening kan worden verbeterd en tevens geschikt kan worden gemaakt om onderdeel te zijn van de energietransitie. Daarnaast verzoekt reclamant om op het perceel de mogelijkheid tot het houden van dieren te waarborgen conform artikel 31.1.1 aanhef en onder r. van de planregels. Reclamant merkt tenslotte nog op dat de gemeente de ambitie heeft om de regeldruk voor haar inwoners te verlagen. De toevoeging van de bestemming ‘Groen’ zal de regeldruk voor reclamant - in tegenstelling tot de gemeentelijke ambitie - juist verhogen. Indien en voor zover de gemeenteraad het voornemen handhaaft om de percelen de bestemming ‘Groen’ te geven geeft reclamant het volgende nog te gelden: 1. Waardevermindering Zoals in paragraaf 3.4.13.1 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan terecht wordt opgemerkt, wordt de waarde van een perceel in grote mate bepaald door de mogelijkheid om een perceel te bebouwen en te gebruiken. In het onderhavige geval worden de mogelijkheden op de percelen van reclamant ingrijpend gewijzigd en beperkt.
De waarde van de percelen met bijbehorende bebouwing zal hierdoor dalen.
27
2. Overgangsrecht In de overgangsrechtelijke bepalingen (artikel 51.2.1) is bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Als het gebruik, bedoeld in artikel 51.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden om dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Daarnaast is in artikel 51.2.5 een hardheidsclausule opgenomen, inhoudende dat het bevoegd gezag de met het bestemmingsplan strijdige situatie kan beëindigen indien het voorgezet strijdige gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegen aard voor een of meer natuurlijke personen. Naar mening van reclamant is de, volgens reclamant, hardheidsclausule in strijd met de rechtszekerheid. Nog afgezien van het feit dat de hardheidsclausule bijzonder ruim is geformuleerd, is het ook niet duidelijk onder welke omstandigheden sprake zou zijn van een onbillijkheid van overwegende aard. Het blijft voor reclamant onzeker of zij een beroep kunnen doen op het overgangsrecht aldus reclamant. Op grond van het bovenstaande verzoek reclamant om af te zien van vaststelling van het bestemmingsplan “Stedelijk” danwel het bestemmingsplan te wijzigen met inachtneming van deze zienswijze.