CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2173-03 05032021_Toelichting bestemmingsplan Vlietvoorde_vastgesteld.pdf

Raadsvergadering 11 mei 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Bestemmingsplan Vlietvoorde (2173).28.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Geconcludeerd wordt dat het voorgenomen plan in overeenstemming is met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht wordt genomen:  Het verdwijnen van mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen van de rugstreeppad binnen het plangebied, is niet op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek wordt noodzakelijk geacht;  Ten aanzien van broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs uit te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te gebeuren, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;  Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen.

(vastgesteld)

55

bestemmingsplan Vlietvoorde Daarnaast moet met betrekking tot het onderdeel Natura 2000 inzichtelijk worden gemaakt of er sprake is van een significante toename van de stikstofdepositie ter plaatse van Natura 2000-gebieden 'Meijendel en Berkheide'. In paragraaf 5.5 is reeds besproken dat de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve impact heeft op het dichtstbijzijnde Natura - 2000 gebied Vervolgonderzoek ten behoeve van het NNN en/of toetsing aan het onderdeel houtopstanden (voormalige Boswet) is bij onderhavig plan niet aan de orde.

5.8.3

Gevolgen voor het plan

Op basis van de Quickscan flora & fauna kan geconcludeerd wordt dat het voorgenomen plan in overeenstemming is met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming, onderdeel soorten, in acht wordt genomen:  Het verdwijnen van mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen van de rugstreeppad binnen het plangebied, is niet op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek wordt noodzakelijk geacht;  Ten aanzien van broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs uit te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te gebeuren, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten;  Ten behoeve van (incidenteel) aanwezige algemene soorten dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Het plangebied is op dit moment in gebruik als weiland/grasland. Conform het maaiprotocol van de gemeente Leidschendam-Voorburg worden de gronden in het plangebied beheerd. Het maaiprotocol is in overeenstemming met de Wet natuurbescherming. Een ecoloog zal regelmatig het gebied bezoeken en de constateringen van het veldbezoek ten behoeve van de quickscan flora en fauna actualiseren.

Daarbij is het uitgangspunt om de bestaande situatie te beheren en daarmee ontwikkelingen in het gebied onbelemmerd te kunnen realiseren.

5.8.3.1 Aanvullend onderzoek rugstreeppad Op basis van de uitgevoerde Quickscan kon niet uitgesloten worden dat er met de geplande ontwikkelingen mogelijke vaste rust- en verblijfplaatsen van de rugstreeppad zouden worden aangetast. Op 4 oktober 2019 heeft een aanvullende inventarisatie plaatsgevonden binnen het plangebied. De aanvullende notitie is toegevoegd als bijlage 4. Het gebied was in het vroege voorjaar 2019 nog voor een deel bebouwd en er was een parkeerplaats, waardoor het dus in geen geval onderdeel uitmaakt van het voortplantingshabitat van de rugstreeppad. Wel kunnen in de loop van de zomer jonge individuen het gebied gekoloniseerd hebben als zomer-landhabitat. Om die reden is het van belang om voordat de ophoging plaatsvindt een gedegen onderzoek te doen naar mogelijke aanwezigheid van enkele zwervende volwassen en juveniele rugstreeppadden. De inspecties zijn uitgevoerd in de late avonduren, op 24, 26 en 29 september en op 1 oktober 2019. In alle gevallen was het zeer vochtig tot regenachtig weer, wat gunstig is voor het vinden van rugstreeppadden. Conclusies Er zijn in het geheel geen rugstreeppadden (Wnb-hrl) aangetroffen binnen het plangebied. Hoewel het in dit geval om een kwalitatief onderzoek gaat, is het op basis van deze resultaten redelijkerwijze uit te sluiten dat dit gebied een essentieel leefgebied is van de zwaar beschermde rugstreeppad.

Tijdens de inventarisatie zijn wel veel bruine kikkers aangetroffen, maar voor deze soort geldt een provinciale vrijstelling. De ecologe zal in de loop van de bestemmingsplan procedure en na vaststelling van het bestemmingsplan het plangebied blijven monitoren op de mogelijke aanwezigheid van beschermde flora & fauna.

56

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

5.9

Externe veiligheid

5.9.1

Huidige situatie plangebied

Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet men rekening houden met verplichte afstandsnormen tussen de ruimtelijke ontwikkeling en de risicobron (inrichtingen met of vervoer van gevaarlijke stoffen) volgens onderstaande wetten:  Besluit externe veiligheid inrichtingen 2004 (Bevi), staatsblad 2004 nr. 250.  Besluit externe veiligheid buisleidingen 2011 (Bevb), staatsblad 2010 nr. 636.  Circulaire risiconormering vervoer van gevaarlijke stoffen (Crnvgs) voor transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor of het water, juli 2012. Tevens is rekening gehouden met het beleid Externe Veiligheid van stadsgewest Haaglanden d.d. december 2012. Risicovolle objecten zijn o.a.:  ondergrondse buisleidingen met transport van aardgas of andere stoffen;  transport van gevaarlijke stoffen over o.a. rijkswegen en spoorbanen;  bedrijven vallend onder de Wet Milieubeheer met grootschalige opslag van chemische stoffen;  grootschalige opslag van chemische stoffen (PGS15);  LPG-tankstations. Plaatsgebonden risico Het PR kent een grenswaarde van 10-6 per jaar. Binnen de PR 10-6 contour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde en in nieuwe situaties moet in beginsel ook aan deze waarde worden voldaan.

Verantwoordingsplicht groepsrisico Het groepsrisico is een maat voor de maatschappelijke ontwrichting in situaties waarin zich een ramp met gevaarlijke stoffen voordoet. De verantwoordingsplicht is erop gericht om een weloverwogen afweging te maken over de risico's in relatie tot de (ruimtelijke) ontwikkelingen op de betreffende locatie. Het groepsrisico wordt vergeleken met de oriëntatiewaarde: de kans op een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers van 10-5 per jaar, met de kans op een ongeval met 100 dodelijke slachtoffers van 10-7 per jaar, en met de kans op 1.000 of meer dodelijke slachtoffers van 10-9 per jaar. De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico ligt voor het transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen echter een factor 10 lager dan voor inrichtingen. Het groepsrisico moet worden verantwoord. In de verantwoording worden onderwerpen behandeld over het risico en de ruimtelijke situatie. Het risico moet worden afgewogen. Het groepsrisico wordt kwantitatief beoordeeld. Daarnaast komen ook planologische aspecten aan de orde en de mogelijkheden tot rampenbestrijding. Bij een bestemmingsplan moet beoordeeld worden of de wettelijke grenswaarde tot het plaatsgebonden risico niet wordt overschreven. Ook moet beoordeeld worden of de oriënterende waarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Met de toepassing van de wet- en regelgeving kan het beoordeeld worden.

Er moet naar verschillende aspecten over externe veiligheid worden gekeken bij ruimtelijke plannen. Dit is van toepassing bij het opstellen of wijzigen van ruimtelijke plannen. De aspecten zijn:  Bedrijven waar opslag en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor en water;  vervoer van gevaarlijke stoffen via leidingen. Op afbeelding 23 is een uitsnede van de risicokaart weergegeven. In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen externe risicobronnen aanwezig die invloed hebben op het plangebied en de daarin aanwezige functies. De dichtstbijzijnde risicocontour van een hogedruk aardgasleiding ligt op circa 660 meter.

(vastgesteld)

57

bestemmingsplan Vlietvoorde

5.9.1.1 Ondergrondse aardgasleiding In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen ondergrondse aardgas-transportleidingen. De dichtstbijzijnde leiding bevindt zich ten zuiden van het plangebied op circa 660 meter afstand. Op onderstaande kaart, afkomstig van de risicokaart, is de ligging van de gasleiding ten opzichte van het plangebied weergeven. Aangezien de onderzoek locatie zich buiten het invloedsgebied van de gasleiding bevindt is externe veiligheid voor het plangebied niet relevant

Afbeelding 23 Risicocontour hogedruk gas transportleiding

5.9.1.2 Transport gevaarlijke stoffen over de weg Op 1 april 2015 zijn de Wet basisnet en het Besluit externe veiligheid transport (Bevt) in werking getreden. De Circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is daarmee komen te vervallen. De wegen in beheer bij het Rijk zijn aangewezen als basisnetroute. Het bevoegd gezag neemt bij het vaststellen van een besluit dat betrekking heeft op gronden in de omgeving van een basisnetroute, ten aanzien van nieuw toe te laten kwetsbare objecten, de basisnetafstand in acht en houdt daarmee rekening ten aanzien van nieuw toe te laten beperkt kwetsbare objecten. De basisnetafstand volgt uit bijlage I van de Regeling basisnet. Daarnaast worden voor daartoe aangewezen rijkswegen binnen een zone van 30 meter vanaf de rand van de rijksweg beperkingen opgelegd vanwege eventuele plasbranden (plasbrandaandachtsgebied). De aanwijzing volgt eveneens uit bijlage I van de Regeling basisnet. Het betreft dezelfde wegvakken als hierboven genoemd. In Leidschendam-Voorburg zijn voor de A4, tussen het Prins Clausplein en Zoeterwoude-dorp (wegvak Z7), zowel een basisnetafstand (13 m) als een plasbrandaandachtsgebied vastgesteld. Voor de rijksweg A4 geldt op basis van de regeling Basisnet een plaatsgebonden risicocontour met een kans van 10-6 per jaar (PR-10-6-contour) van 13 meter. Dit vormt daarmee geen belemmering voor dit plangebied.

58

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde Over de rijksweg A4 worden naast brandbare vloeistoffen en brandbare gassen ook giftige vloeistoffen vervoerd. Het invloedsgebied als gevolg van het transport van giftige over de rijksweg A4 bedraagt meer dan 4000 meter. Het plangebied ligt in zijn geheel in het invloedsgebied van het vervoer van giftige vloeistoffen. Gezien de afstand van deze risicobron tot het plangebied wordt er geen toename van het groepsrisico verwacht. Het plangebied bevindt zich niet binnen de 200 meter zone waarin het Groepsrisico verantwoord moet worden bij een bestemmingsplan en het ligt ook niet binnen de 355 meter zone inzake een incident met LPG-transport. Op basis van bovenstaande is en EV-verantwoording inzake transport van gevaarlijke stoffen niet relevant voor het plangebied.

5.9.2

Toekomstige situatie plangebied

De ontwikkelingen binnen het plangebied vallen niet binnen een risicocontour. Derhalve is het niet noodzakelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico nader te verantwoorden.

5.9.3

Gevolgen voor dit plan

Er is een bureauonderzoek verricht om de risico's te onderzoeken. Er kan geconcludeerd worden dat het plangebied niet binnen specifieke risicocontouren ligt. Dit gaat zowel om een plaatsgebonden risico als een groepsrisico. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor dit plan. Er is geen aanvullend onderzoek nodig.

5.10

Kabels en leidingen

5.10.1 Huidige en toekomstige situatie plangebied Er kunnen planologische relevante kabels en/of leidingen in het plangebied liggen. Ze kunnen ook in de omgeving voorkomen. Voorbeelden zijn hoofdnutsvoorzieningen. Dit kunnen leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen zijn. Daarnaast zijn aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen en afvalwaterleidingen ook voorbeelden. Deze leidingen worden bestemd als ze voorkomen in het gebied. Met het geldende bestemmingsplan kan worden vastgesteld welke maatregelen, overleggen en/of rapporten nodig zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling. Op basis van het geldende bestemmingsplan kan dan vastgesteld worden welke maatregelen, overleggen en/of rapporten noodzakelijk zijn om een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken.

5.10.2 Gevolgen voor het plan Er komen in of nabij het gebied geen planologisch relevante kabels en leidingen voor. Er is voor wat betreft dit aspect geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan. Nader aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk.

(vastgesteld)

59

bestemmingsplan Vlietvoorde

5.11

Duurzaamheid

5.11.1 Huidige situatie plangebied In de huidige situatie bestaat het plangebied uit weiland/grasland met enkele woningen. Aangezien het plangebied momenteel grotendeels braak ligt zijn er geen noemenswaardige duurzaamheidsmaatregelen getroffen. Voor de sanering bestond het plangebied voor circa 130.000 m2 uit tuinbouwkassen plus de daarbij behorende voorzieningen zoals bedrijfsgebouwen. Het is niet bekend in hoeverre duurzaamheid een rol speelde ten tijde van de bedrijfsvoering van de tuinbouwkassen.

5.11.2 Toekomstige situatie 'Wonen als gast in het landschap' is de hoofddoelstelling van het project Vlietvoorde en daarbij is duurzaamheid één van de hoofdpunten. De ontwikkeling van Vlietvoorde beoogt een integraal duurzame leefomgeving. Een ontwikkeling waar natuur en landschap voor flora, fauna en mens in een duurzaam en aantrekkelijk nalatenschap aan toekomstige generaties wordt doorgegeven. Met de ontwikkeling van Vlietvoorde wordt ruimte geboden aan flora en fauna die door de glastuinbouw in de vorige eeuw uit het gebied zijn verdreven. Een belangrijk onderdeel van een duurzame toekomst in ons land is het terugbrengen en vergroten van de biodiversiteit. Met de afname van de hoeveelheid verharding en een grote hoeveelheid nieuwe natuur draagt Vlietvoorde bij aan een landelijk belang. De doelstelling is om alle ontwikkelingen binnen Vlietvoorde CO 2 neutraal te kunnen uitvoeren. Om vlietvoorde tot een duurzame ontwikkeling te maken is circulair denken van belang. Op individueel vlak wordt per woning ingezet op een circulaire samenleving, waarbij voor, tijdens en na het bouwproces zoveel mogelijk toekomstbestendige systemen zijn gebruikt of ingepast. Enkele voorbeelden zijn de waterzuivering die binnen het gebied plaatsvindt en het toepassen van duurzame bouwmaterialen.

De woningen worden conform de doelstellingen van de gemeente Leidschendam - Voorburg gasloos gebouwd en voorzien van een duurzame energievoorziening. De bewoners van Vlietvoorde zullen gezamenlijk zorg dragen voor het beheer en het duurzame onderhoud van de leefomgeving. Door de zorg (onder begeleiding) over te dragen aan de inwoners van Vlietvoorde wordt de collectieve verantwoordelijkheid voor de eigen duurzame leefomgeving aangewakkerd en versterkt.

5.11.3 Gevolgen voor de plan De ontwikkelingen binnen het plangebied sluiten aan op de duurzaamheidsdoelstellingen waar heel Nederland naar streeft. Nieuwe woningen mogen per 1 juli 2018 niet meer aangesloten worden op het gasnetwerk, maar dienen met een duurzamere en schonere energievoorzieningen gerealiseerd te worden. De realisatie van het project Vlietvoorde draagt bij aan het verduurzamen van het vastgoed van de gemeente Leidschendam - Voorburg en helpt bij het terugdringen van de CO2 concentratie in de atmosfeer. Aanvullend versterkt het project Vlietvoorde de natuurlijke ontwikkeling binnen de gemeente door ruimte te bieden aan verschillende soorten flora en fauna.

60

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

5.12

Bedrijven - en milieuzonering

5.12.1 Huidige situatie plangebied De invloed van bestaande (of nieuw te vestigen) bedrijvigheid moet op de leefomgeving worden afgewogen. Er dient een ruimtelijke scheiding te worden aangebracht tussen milieubelastende functies en milieugevoelige functies. Dit kan door middel van milieuzonering. Wonen is een voorbeeld van een milieugevoelige functie. De VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) geeft richtlijnen voor de in acht te nemen afstanden. Deze afstanden worden gemeten tussen de grens van de bestemming die bedrijven/milieubelastende activiteiten toestaat en de uiterste situering van de gevel van woningen. Aan de hand van de VNG-brochure is beoordeeld of er in de omgeving belemmerende bedrijvigheid aanwezig is voor de beoogde milieugevoelige functies binnen het plangebied Vlietvoorde. Daarnaast worden in het plangebied, specifiek op landgoed Oostbos, verschillende niet-woonfuncties gerealiseerd. Gezien de korte afstand van deze functies tot de woningen in de gebieden 'Bos', 'Kreek' en 'Plas' worden ook deze aan de hand van de VUNG-brochure beoordeeld.

Milieucategorie

Gemengd gebied

Rustige woonwijk

1

0 meter

10 meter

2

10 meter

30 meter

3.1

30 meter

50 meter

3.2

50 meter

100 meter

4.1

100 meter

200 meter

4.2

200 meter

300 meter

Tabel 2: richtafstanden VNG-brochure bedrijven en milieuzonering Het veranderen van de bestemming binnen het plangebied Vlietvoorde kan invloed hebben op de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende bedrijven. Zoals in paragraaf 5.7.2 aangegeven heeft het perceel behorende bij het adres Veursestraatweg 292C de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden nader uit te werken' (BU). Dit betreft het perceel waarop tot voor kort een tuincentrum was gevestigd. De bebouwing behorende bij het tuincentrum is gesloopt en is onderdeel van de gebiedsontwikkeling. Met het wijzigen van de bestemming voor dit perceel is er geen invloed meer vanuit de bestemming en bijbehorende bedrijvigheid op de te ontwikkelen woningen. In de directe nabijheid van het plangebied heeft het perceel Veursestraatweg 199B de bestemming de bestemming 'Bedrijfsdoeleinden (c,v)' (B(V)). De afstand van het bedrijf tot de rand van het plangebied is circa 50 meter. De afstand tot de eerste te realiseren woningen in het gebied is meer dan 150 meter. Daarmee is er voldoende afstand tussen woningen en het bedrijf om geen belemmering te zijn.

5.12.2 Toekomstige situatie plangebied Naast de verschillende woongebieden worden er op het landgoed Oostbos verschillende niet-woonfuncties gerealiseerd zoals een horecapaviljoen en een bezoekerscentrum. De afstand van deze bedrijvigheid tot de woongebieden is ruim voldoende om aan de richtafstanden te voldoen. De locaties waar de bedrijvigheid wordt toegestaan wordt op de verbeelding planologisch vastgelegd waardoor de minimale afstanden gewaarborgd zijn.

5.12.3 Gevolgen voor het plan Dit bestemmingsplan heeft geen beperkende werking op de ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende bedrijven en de ontwikkeling van woningen in het plangebied. Er is voor het aspect bedrijven- en milieuzonering geen verdere onderzoek nodig om de beoogde woningen binnen Vlietvoorde te ontwikkelen.

(vastgesteld)

61

bestemmingsplan Vlietvoorde

5.13

Verkeer en parkeren

De reikwijdte van het begrip 'goede ruimtelijke ordening' bestrijkt ook het goed omgaan met verkeer en parkeren. Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen voor de functies van de beoogde ontwikkeling aanwezig te zijn. Ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerp van onderhavig bestemmingsplan heeft de gemeente Leidschendam - Voorburg een besluit genomen dat de snelheid op de Veursestraatweg zal worden verlaagd van 80 km/h naar 50 km/h. In onderhavig bestemmingsplan is nog uitgegaan van snelheid van 80 km/h. Indien de snelheidsverlaging nog voor de definitieve vaststelling wordt doorgevoerd dan zal onderhavig bestemmingsplan daarop aangepast worden.

5.13.1 Huidige verkeerssituatie In de huidige situatie zijn de woningen aan de Veursestraatweg direct op deze weg ontsloten. Tussen de Veursestraatweg (N447) en deze woonpercelen ligt een vrijliggend fietspad. Verkeer op de N-weg en het fietspad heeft daarbij voorrang. Vanuit de Veursestraatweg lopen twee ontsluitingswegen naar de verspreid liggende woningen in het plangebied. De wegen hebben een informeel karakter en zijn ingericht als erftoegangswegen. Parkeren bij de woningen vindt op eigen perceel plaats. Er zijn geen openbare parkeerplaatsen in het gebied aanwezig. 5.13.2 Nieuwe verkeerssituatie In de nieuwe situatie wordt het totale plangebied door middel van een ontsluitingsweg ontsloten op de Veursestraatweg. Deze nieuwe weg wordt gerealiseerd ter plaatse van de parkeerplaats van het voormalige tuincentrum aan de Veursestraatweg 292C. De gebiedsontsluitingsweg loopt langs het landgoed Oostbos in de richting van de woongebieden 'Bos', 'Kreek' en 'Plas'. De ontsluitingsweg wordt met een bomenrij begeleid en sluit aan op de bestaande Veursestraatweg. De ontsluitingsweg uit het plangebied wordt zonder rotonde of verkeerslichten aangetakt op de doorgaande Veursestraatweg. In de woongebieden worden vanuit de gebiedontsluitingsweg woonstraten aangelegd die de individuele woonpercelen in het woongebied ontsluiten.

Fietsers en voetgangers In Vlietvoorde wordt één compleet netwerk voor gemotoriseerd en langzaamverkeer aangelegd. Het betreft veelal vrijliggend fiets- en voetpaden die eigen ontsluitingen hebben op de woongebieden en de Veursestraatweg. Op enkele plekken kruisen de fiets- en voetpaden de Veursestraatweg. Op deze plekken worden voorzieningen aangebracht om te zorgen voor een veilige oversteek. Openbaar vervoer Nabij het plangebied wordt in beide richtingen een bushalte gerealiseerd. De buslijn vormt de verbinding tussen Leidschendam, Voorburg en het plangebied. Parkeren In het plangebied is de parkeernota 'Nota Parkeernormen 2012' van de gemeente Leidschendam Voorburg van toepassing. het parkeren bij de beoogde functies dient te voldoen aan de parkeernormen zoals opgenomen in de parkeernormennota. Voor wat betreft het parkeren bij de woningen wordt dit op eigen terrein opgelost of worden er in de nabijheid van woningen centrale parkeervoorzieningen gerealiseerd. Voor wat betreft de functies op landgoed Oostbos worden in dit gebied eveneens centrale parkeerplaatsen aangelegd. In onderstaande tabellen is de parkeerbehoefte per deelgebied in kaart gebracht.

62

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Type woning

aantal

parkeernorm

parkeerbehoefte

Vrijstaand

1

2,3

2,3

Geschakeld 2

22

2,3

50,6

Geschakeld 3

27

2,3

62,1

Appartementen

9

2,3

20,7

totaal

59

135,7

Tabel 3: Parkeerbalans deelgebied bos De parkeerbehoefte binnen deelgebied bos bedraagt afgerond 136 parkeerplaatsen. Om hier in te voorzien worden er in totaal 76 parkeerplaatsen onder de woningen gerealiseerd in de vorm van parkeergarages. Daarnaast worden 63 parkeerplaatsen gerealiseerd in het openbare gebied. In totaal worden er 139 parkeerplaatsen gerealiseerd in het deelgebied Bos.

Type woning

aantal

parkeernorm

parkeerbehoefte

Vrijstaand

10

2,3

23

Geschakeld 2

28

2,3

64,4

Geschakeld 3 Appartementen

totaal

39

87,4

Tabel 4: Parkeerbalans deelgebied Kreek De parkeerbehoefte binnen deelgebied Kreek bedraagt afgerond 87. Om hier in te voorzien worden er in totaal 60 parkeerplaatsen onder en bij de woningen gerealiseerd. Daarnaast worden 40 parkeer plaatsen gerealiseerd in het openbare gebied in de vorm van een parkeergarage. In totaal worden er 100 parkeerplaatsen gerealiseerd in het deelgebied Kreek.

Type woning

aantal

parkeernorm

parkeerbehoefte

Vrijstaand

6

2,3

13,8

Geschakeld 2

6

2,3

13,8

Geschakeld 3

6

2,3

13,8

Appartementen

Totaal

18

41,4

Tabel 5: Parkeerbalans Plas De parkeerbehoefte binnen deelgebied Plas bedraagt afgerond 42. Om hier in te voorzien worden er in totaal 42 parkeerplaatsen in het openbare gebied gerealiseerd in de vorm van een parkeergarage. Parkeren onder of nabij de woningen is vanwege het watermilieu niet mogelijk, maar ook niet wenselijk.

(vastgesteld)

63

bestemmingsplan Vlietvoorde

Type woning

aantal

parkeernorm

parkeerbehoefte

Appartementen

7

2,3

16,1

Totaal

16,1

Tabel 6: Parkeerbalans Landgoed Oostbos De parkeerbehoefte binnen het landgoed Oostbos bedraagt afgerond 16. Parkeren op het landgoed is voor de ruimtelijk kwaliteit niet wenselijk. In de openbare parkeergarages van Kreek en Bos is een overschot van 16 parkeerplaatsen gerealiseerd voor de bewoners van de appartementen op het landgoed Oostbos. Op basis van bovenstaande tabellen en toelichting kan geconcludeerd worden dat er voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden om in de totale parkeerbehoefte van de bewoners van Vlietvoorde te voorzien. De parkeerbehoefte is conform de gemeentelijke parkeernota "Nota Parkeernormen 2012' berekend. Parkeerbehoefte openbaar landgoed & (horeca) paviljoen Ten tijde van de ter inzagelegging van voorliggend bestemmingsplan is de exacte invulling van het openbare landgoed en het (horeca) paviljoen nog niet bekend. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is opgenomen dat ontwikkelingen moeten voldoen aan de Nota parkeernomen van de gemeente Leidschendam - Voorburg. Op voorhand kan gesteld worden dat er binnen het plangebied voldoende ruimte is om aan de parkeerbehoefte voor het openbare landgoed en het horeca paviljoen te kunnen voldoen. Verkeergeneratie De gemeente Leidschendam - Voorburg is voornemens meerdere woningbouwontwikkelingen binnen de Duivenvoordecorridor en nabije omgeving te realiseren.

Het gaat dan om ontwikkelingen binnen de zowel de Duivenvoordecorridor als binnen direct aangrenzende gebieden, zoals de gebieden Schakenbosch en Vliethaven). Ten behoeve van een veilige en gewenste verkeersontsluiting voor al deze woongebieden, dus ook buiten de Duivenvoordecorridor, is een verkeersstudie uitgevoerd. De uitgevoerde verkeersstudie is toegevoegd als bijlage 7. De ontwikkelingen die binnen onderhavig bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt zijn meegenomen in deze verkeersstudie. De Veursestraatweg zal op basis van de uitgevoerde studie door de gemeente Leidschendam - Voorburg heringericht worden om aan de toekomstige eisen te voldoen.

5.13.3 Gevolgen voor dit plan Parkeren Op basis van de uitgevoerde berekening dienen er voor de bewoners en bezoekers van de nieuwe woongebieden en het nieuwe landhuis 281 parkeerplaatsen gerealiseerd te worden. Verdeeld over de drie nieuwe woongebieden, zowel bij de woningen als binnen gezamenlijke parkeergarages, worden er 281 parkeerplaatsen gerealiseerd. De in paragraaf 5.13.2 opgenomen tabellen hebben betrekking op de parkeerbehoefte behorende bij het woonprogramma ten tijde van de ter inzagelegging van het bestemmingsplan. Indien het woningprogramma wordt aangepast zal wederom getoetst moeten worden aan het gemeentelijke parkeerbeleid. Met zekerheid kan in ieder geval gesteld worden dat het plangebied voldoende ruimte biedt om de parkeerbehoefte op te vangen.

64

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

5.14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats geven. Dit is noodzakelijk in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland verwerkt in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Uit het Besluit m.e.r. volgt dat een m.e.r.-beoordeling verplicht is voor de vaststelling van een bestemmingsplan. Dit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met een oppervlakte van 100 ha of meer en/of een aaneengesloten gebied van 2.000 woningen of meer en/of een bedrijfsvloeroppervlak van 200.000 m² of meer. Dit staat in de Besluit m.e.r., onderdeel D, categorie 11.2.

De totale oppervlakte van het plangebied blijft ruimschoots onder de 100 ha. De daadwerkelijke stedelijk ontwikkeling binnen de drie woongebieden plus het landgoed Oostbos bedraagt maximaal 13.250 m2, wat neerkomt op slechts 1.325 ha. Het totaal aantal woningen plus het landgoed Oostbos blijven ruimschoots onder de 2.000 m2. Het plangebied en de geplande ontwikkelingen blijven daarmee onder de gestelde drempelwaardes uit het Besluit m.e.r. Op basis van deze constatering is er géén uitgebreide m.e.r.-beoordeling nodig. Wanneer de drempelwaarden niet worden overschreden geldt in het kader van het bestemmingsplan een zogenaamde vorm-vrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Op 7 juli 2017 is een wetswijziging van het Besluit milieueffectrapportage inwerking getreden. De belangrijkste procedurele wijziging is dat een vormvrije m.e.r.beoordeling aangevraagd dient te worden in de vorm van een aanmeldnotitie. Dit is een nieuwe, extra en verplichte procedurele stap in de vormvrije m.e.r.beoordeling.

5.14.1 Gevolgen voor dit plan Deze ontwikkeling blijft ver onder de drempelwaardes bepaald in bijlage C en D. Het bevoegd gezag heeft geoordeeld dat er geen sprake is van significant negatieve effecten. Een uitgebreide m.e.r. procedure is niet noodzakelijk. De aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling is toegevoegd als bijlage 11.

(vastgesteld)

65

bestemmingsplan Vlietvoorde

Hoofdstuk 6 6.1

Cultureel erfgoed

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt aangegeven hoe met het cultureel erfgoed binnen het plangebied omgegaan. Hierbij gaat het om de onderdelen archeologie, maar ook om monumenten, beschermde stadsgezichten en waardevolle landschapselementen.

6.2

Archeologisch erfgoed

6.2.1

Huidige archeologische situatie

6.2.1.1 Inleiding Gemeenten zijn verplicht om in bestemmingsplannen rekening te houden met archeologische waarden. Dat is vastgelegd in de Erfgoedwet (hoofdstuk 9). De Erfgoedwet regelt samen met de toekomstige Omgevingswet de omgang met het cultureel erfgoed in Nederland, waaronder de archeologische waarden in de bodem. De zorgplicht voor het cultureel erfgoed wordt in de Erfgoedwet bij de gemeenten neergelegd. Het bestemmingsplan met het daaraan gekoppelde vergunningsstelsel is het instrument voor de uitvoering van deze zorgplicht. In deze paragraaf komen eerst het wettelijk kader en het gemeentelijke archeologiebeleid aan de orde. Daarna worden de resultaten van de uitgevoerde archeologische onderzoeken besproken, en vervolgens de maatregelen die worden genomen om de archeologische waarden te beschermen. Alhoewel gemeentes in het kader van de Erfgoedwet de zorgplicht voor archeologisch waarden in de bodem hebben, zijn de archeologisch waardes binnen Vlietvoorde ook van provinciaal belang. De gemeente Leidschendam - Voorburg heeft alle ontwikkelingen binnen het plangebied, dus ook ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie, afgestemd met de provincie Zuid - Holland.

6.2.1.2 Wettelijke kader: Verdrag van Valletta en de Erfgoedwet In 1993 heeft Nederland het Verdrag van Valletta, ook wel bekend onder de naam Verdrag van Malta, getekend, en in 1998 geratificeerd. Doel van het Verdrag van Valletta is een betere bescherming van het Europese cultureel erfgoed door een structurele inpassing hiervan in de ruimtelijke ordening. De bepalingen van het Verdrag van Valletta zijn in Nederland geïmplementeerd in de Erfgoedwet. In de Erfgoedwet is de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed gebundeld. De Erfgoedwet regelt de bescherming van het archeologische erfgoed, de inpassing hiervan in ruimtelijke ontwikkelingen en de financiering van het archeologische onderzoek. Bij het ingaan van de Erfgoedwet op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de Monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet (certificeringsstelsel en aanwijzing Archeologische Rijksmonumenten). Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving (vergunningverlening en integratie in de planvorming) gaat over naar de Omgevingswet. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het overgangsrecht van de Erfgoedwet, waar ze van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is.

Het betreft vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; en de bescherming van stads- en dorpsgezichten. De uitgangspunten voor de bescherming van het archeologisch erfgoed in de wetgeving zijn de volgende:  Archeologische waarden moeten zoveel mogelijk in de bodem, in situ, behouden en ontzien worden. Alleen als behoud in situ niet mogelijk is, wordt overgegaan tot behoud ex situ, d.w.z. behoud van informatie door het verrichten van opgravingen en het opslaan van gegevens en vondsten.  Het onderzoek naar archeologische waarden moet in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming plaatsvinden, zodat in de uitwerking en uitvoering van de plannen rekening gehouden kan worden met de aanwezige archeologische vindplaatsen.

66

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde  

De verantwoordelijkheid voor het archeologische erfgoed ligt bij de gemeenten, die verplicht zijn tot het opstellen en uitvoeren van archeologiebeleid. De initiatiefnemer van bodemverstorende activiteiten moet het archeologische onderzoek en de eventuele inpassing van archeologische waarden in de planontwikkeling en -uitvoering zelf regelen en ook zelf betalen (principe 'de verstoorder betaalt').

6.2.1.3 Gemeentelijk beleid De gemeente Leidschendam-Voorburg beschikt sinds 2009 over een archeologiebeleid, waarin wordt samengewerkt met de gemeenten Wassenaar en Voorschoten. In 2014 is het archeologiebeleid herzien en is de "Nota herijking archeologiebeleid 2013, gemeenten Leidschendam-Voorburg, Wassenaar en Voorschoten" vastgesteld. Op de beleidskaart behorende bij de Nota is het grondgebied van de gemeenten opgedeeld in vier categorieën archeologische gebieden: Waarde Archeologie 1 t/m Waarde Archeologie 4. Voor elke categorie gelden verschillende vrijstellingsgrenzen (oppervlakte- en dieptegrenzen) en verschillende beleidsregels, afhankelijk van de archeologische waarde of verwachting. Bij bodemingrepen die de vrijstellingsgrenzen overschrijden, kan de gemeente voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. De voorwaarden kunnen bestaan uit de verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek en/of het treffen van maatregelen om de archeologische waarden in de bodem te behouden. De gemeente maakt daarbij een afweging tussen archeologische en andere, maatschappelijke belangen. Het is ook mogelijk dat een vergunning in het belang van het archeologische erfgoed niet wordt verleend. Op de gemeentelijke beleidskaart ligt Vlietvoorde in een gebied met Waarde Archeologie 3. Voor deze categorie gelden vrijstellingsgrenzen van 100 m2 en 30 cm beneden maaiveld.

Afbeelding 24: plangebied op de gemeentelijke beleidskaart archeologie.

(vastgesteld)

67

bestemmingsplan Vlietvoorde

6.2.1.4 UNESCO Werelderfgoed Binnen het plangebied bevinden zich goed bewaarde resten van het Romeinse Kanaal van Corbulo, dat omstreeks 50 na Christus door de Romeinen is gegraven om de monding van de Maas en de Rijn met elkaar te verbinden. Dit kanaal is meegenomen in de nominatie van het grootste archeologische monument van Nederland, de limes (de Romeinse rijksgrens), voor de status van UNESCO Werelderfgoed. Om erkend te worden als Werelderfgoed moet aan de limes het hoogst mogelijke niveau van bescherming in Nederland worden opgelegd. Dit betekent dat delen van het Kanaal van Corbulo door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden aangewezen tot archeologisch Rijksmonument. Het Kanaal valt dan niet langer onder het gemeentelijk beleid, maar onder de bevoegdheid van het Rijk (art. 3.1 Erfgoedwet). In principe zijn bodemingrepen ter plaatse van het kanaal dan niet meer toegestaan. In dit bestemmingsplan is alvast rekening gehouden met de toekomstige status van het Kanaal van Corbulo als archeologisch Rijksmonument

Afbeelding 25 gedeelte van het kanaal van Corbulo die worden voorgedragen voor de UNESCO Werelderfgoedlijst

68

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde 6.2.1.5 Archeologievriendelijk bouwen Vanwege de grote archeologische rijkdom van Vlietvoorde heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg voor dit plangebied in aanvulling op het gemeentelijke archeologiebeleid expliciet tot doel gesteld de archeologische waarden in de bodem zoveel mogelijk te behouden. Bij de ontwikkeling van Vlietvoorde Noord, Zuid en Oost moet worden uitgegaan van archeologievriendelijke of archeologie sparende methoden. Hiervoor wordt aansluiting gezocht bij de "Handreiking Archeologievriendelijk bouwen" van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze Handreiking doet geen uitspraken over de maximaal toelaatbare verstoringen op archeologische vindplaatsen, omdat dit een bevoegdheid is die aan de gemeenten toekomt. Wel biedt de Handreiking uitgangspunten waaraan een archeologievriendelijk bouwplan moet voldoen, beoordelingscriteria voor de toetsing van bouwplannen, en diverse oplossingen om een bouwplan archeologievriendelijk(er) te maken.

6.2.2

Toekomstige archeologische situatie

6.2.2.1 Archeologisch onderzoek De voorgenomen ontwikkelingen in Vlietvoorde overschrijden de gemeentelijke vrijstellingsgrenzen. Daarom zijn diverse onderzoeken uitgevoerd naar de aanwezigheid van archeologisch waarden. Voor dit bestemmingsplan zijn het verkennende booronderzoek van Transect uit 2017 en het proefsleuvenonderzoek van RAAP Archeologisch Adviesbureau uit 2017 het meest relevant en worden daarom hieronder behandeld. Het proefsleuvenonderzoek van RAAP is opgenomen in bijlage 8 Het booronderzoek van Transect geeft een goed beeld van de landschappelijke opbouw in Vlietvoorde Zuid en Oost, de zones waar bouw- en graafwerkzaamheden gepland staan en derhalve verstoring van de bodem zal optreden. Vlietvoorde ligt op de oostelijke flank van de strandwal langs de Veursestraatweg, vermoedelijk de oudst bewaard gebleven strandwal in het westelijk kustgebied. Tijdens of vlak na de vorming van deze strandwal hebben zich duinen gevormd op de strandafzettingen. Uit het booronderzoek van Transect is gebleken dat in Vlietvoorde Zuid en Oost twee duincomplexen aanwezig zijn. Het zuidelijke duin is aanzienlijk hoger dan het noordelijke duin (afb. 26 ), vermoedelijk omdat het zuidelijke complex is gevormd op een plek waar ook de strandafzettingen relatief hoog voorkwamen. De top van de duinafzettingen is in delen van de onderzochte gebieden nog volledig intact.

In de duinafzettingen zijn bij het booronderzoek sporen van bodemvorming waargenomen. De duin- en strandafzettingen worden vrijwel overal afgedekt door veen. Op een zandrug in het noordelijke duincomplex zijn cultuurlagen en archeologische vondsten aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een vindplaats uit de Jonge Steentijd. De vondsten bestaan uit aardewerk, vuursteenafslagen, houtskool, gebroken kwarts en verbrand bot. Bij het proefsleuvenonderzoek van RAAP is op deze zandrug inderdaad een vindplaats aangetroffen (vindplaats 1, afbeelding 27). Transect heeft de diepteligging van de duin- en strandafzettingen ten opzichte van het maaiveld in Vlietvoorde Zuid en Oost in kaart gebracht.

(vastgesteld)

69

bestemmingsplan Vlietvoorde

Afbeelding 26 diepteligging van de duin - en strandafzettingen in Vlietvoorde Zuid en Oost (Nales 2017) Het proefsleuvenonderzoek van RAAP heeft geresulteerd in vijf archeologische vindplaatsen in het plangebied (afb. 27), die door RAAP als volgt worden beschreven en gewaardeerd :  Vindplaats 1: Vlaardingencultuur (Jonge Steentijd): vondstmateriaal (o.a. vuursteen, aardewerk en botmateriaal) in een cultuurlaag, met onder de cultuurlaag greppels, paalkuilen, kuilen op een uitloper van het duin / de strandwal. De vindplaats is afgedekt door een veenpakket, en is in de proefsleuven aangetroffen op een diepte tussen 2,60 en 3,10 m -NAP (circa 1,70 tot 2,20 m -mv). De begrenzingen van het duin waarop de vindplaats is aangetroffen zijn nog niet vastgesteld. Daarom wordt de oppervlakte van de vindplaats vooralsnog geschat op 7.500 m2 over de delen waar de duin- en strandafzettingen vermoedelijk binnen twee meter beneden het maaiveld liggen. Advies is om een eventueel vervolgonderzoek op deze vindplaats gefaseerd uit te voeren, en dus niet meteen het hele gebied op te graven, maar eerst verspreid over de vindplaats enkele aanvullende proefsleuven aan te leggen om de vindplaats nauwkeuriger te begrenzen en te waarderen.

 Vindplaats 2: Vroege IJzertijd: een concentratie paalkuilen en kuilen op de overgang van zand naar veen (ingegraven vanuit het veen), waarvan twee kuilen opvallen door een grote hoeveelheid divers vondstmateriaal, waaronder briquetage-aardewerk (zoutgootjes, ovenroosters en steunpootjes). De sporen behorende tot deze vindplaats lagen op een diepte tussen 1,50 en 2,50 m -NAP (0,60 tot 1,60 m -mv). Vanwege de beperkte omvang van vindplaats 2 is deze tijdens het vooronderzoek meteen onderzocht. De aangetroffen kuilen zijn volledig opgegraven en gedocumenteerd. Voor vindplaats 2 zijn daarom geen vervolgstappen nodig.

70

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde 

Vindplaats 3: Midden en Late IJzertijd en inheems-Romeinse periode: los vondstmateriaal in verschillende putten, vooral op de overgangszone van zand naar veen. Ook een met klei gevulde geul in het oosten van het plangebied wordt tot deze vindplaats gerekend. De vondsten en sporen zijn aangetroffen op dieptes tussen 1,50 en 2,00 m -NAP (0,6 tot 1,10 m -mv). Deze vindplaats wordt niet als behoudenswaardig aangemerkt. Vervolgstappen bestaande uit vervolgonderzoek of beschermende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Wel wordt aanbevolen om eventuele graafwerkzaamheden in de overgangszone van veen naar zand extensief te laten begeleiden, bijvoorbeeld door amateurarcheologen, die op die manier nog vondsten kunnen verzamelen en waarnemingen kunnen doen. Vindplaats 4: Kanaal van Corbulo: de met klei gevulde watergang van het Kanaal van Corbulo, inclusief hieraan gerelateerde structuren, zoals twee parallel aan het kanaal gelegen greppeltjes, houten beschoeiingen, en vondstmateriaal uit het kanaal. Rekening houdend met een marge van zes meter aan weerszijden van het kanaal betreft het een zone van circa 500 meter lang en 30 meter breed, waarmee de vindplaats een oppervlakte heeft van circa 1,5 hectare. Deze marge wordt in acht genomen in verband met de aanwezigheid van mogelijke oeverstructuren zoals paden, greppels, vlonders of aanlegsteigers.

De top van de vullingen van het Kanaal bevindt zich in het plangebied op circa 1,10 m -NAP (0,60 m -mv). De onderzijde van de insnijding is aangetroffen op 2,90 m -NAP (2,40 m -mv). Vindplaats 5: Buitenplaats Oostbos: een hoofdgebouw uit de Nieuwe Tijd, waarin diverse fasen zijn herkend, waarschijnlijk aangelegd vanaf de 17 eeuw, met o.a. een houten vloer, funderingen en muren, een waterput en twee beerputten, enkele bijgebouwen in zowel steenbouw als houtbouw met o.a. een kelder met plavuizen, een vijver en verschillende grachten. De buitenplaats kan in drie delen worden opgedeeld. Het eerste deel betreft het hoofdgebouw in het zuidwesten, inclusief water- en beerput, en heeft een oppervlakte van circa 2.140 m2. Het tweede deel omvat het bijgebouw inclusief kelder in het noordwesten, met een oppervlakte van circa 968 m2. Het derde deel bestaat uit de vijverpartij in het noordoosten, inclusief mogelijke orangerie; deze heeft een oppervlakte van circa 2.640 m2. Er is een marge van enkele meters om de diverse structuren aangehouden. De resten van de buitenplaats kunnen vrijwel direct onder maaiveld worden aangetroffen, vanaf een diepte van 0,30 m -NAP (0,10 m -mv).

(vastgesteld)

71

bestemmingsplan Vlietvoorde

Afbeelding 27: De archeologische vindplaatsen aangetroffen bij het proefsleuvenonderzoek van Raap (Molthof 2018) Op basis van de waarderingscriteria van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie heeft RAAP vindplaatsen 1, 2, 4 en 5 aangemerkt als waardevol en behoudenswaardig, en vindplaats 3 als niet behoudenswaardig. Vindplaats 2 is tijdens het vooronderzoek afdoende onderzocht (zie hierboven); nadere maatregelen zijn voor deze vindplaats niet noodzakelijk. Vindplaats 4 (Kanaal van Corbulo) betreft het beoogde Rijksmonument / Werelderfgoed UNESCO. Bij het proefsleuvenonderzoek heeft RAAP een tweede geul aangetroffen, op een diepte vanaf 1,50 m -NAP (0,60 m -mv). Dit is mogelijk een voorloper van het later gegraven Kanaal van Corbulo. De tweede geul is door RAAP niet als behoudenswaardige vindplaats aangemerkt.

72

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde In de planvorming is desondanks met deze geul rekening gehouden. Deze tweede geul wordt aangeduid als Kanaal van Corbulo II, en de geul van vindplaats 4 als Kanaal van Corbulo I. Met de kennis die is opgedaan met de uitgevoerde archeologische onderzoeken is in de planvorming rekening gehouden door:  geen bouw- en graafwerkzaamheden te verrichten in het kerngebied van buitenplaats Oostbos (vindplaats 5);  geen bouw- en graafwerkzaamheden te verrichten ter plaatse van het Kanaal van Corbulo I (vindplaats 4);  geen bouwwerkzaamheden en slechts incidenteel ophogingen en ontgravingen te verrichten ter plaatse van het Kanaal van Corbulo II;  in Vlietvoorde Zuid en Oost te ontwikkelen binnen de kaders van de "Handreiking Archeologievriendelijk bouwen" van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 6.2.2.2 Archeologisch Peil Op basis van de resultaten van het uitgevoerde archeologische onderzoek heeft de gemeente een Archeologisch Peil vastgesteld voor de vindplaatsen die als behoudenswaardig zijn aangemerkt (vindplaatsen 1, 4 en 5) en de gebiedsdelen met een hoge archeologische verwachting die nog niet (voldoende) zijn onderzocht en/of niet gewaardeerd. Het Archeologisch Peil is de diepte waaronder archeologisch waardevolle resten aanwezig zijn of kunnen zijn, uitgedrukt ten opzichte van het NAP.

In het Archeologisch Peil is een marge van 30 cm ter bescherming van de archeologische waarden opgenomen. Graafwerkzaamheden onder het Archeologisch Peil zijn niet of alleen onder voorwaarden toegestaan. Het Archeologisch Peil staat weergegeven op de plankaart bij dit bestemmingsplan.

6.2.2.3 Notitie archeologievriendelijk bouwen project Vlietvoorde Ten behoeve van het plan Vlietvoorde zijn nieuwe bestemmingsplanregels opgesteld waarin archeologievriendelijk bouwen een prominente plaats heeft gekregen. De notitie is opgesteld door de gemeente Leidschendam - Voorburg en als bijlage 10 toegevoegd aan de toelichting van onderhavig bestemmingsplan.

6.2.3

Gevolgen voor de plan

6.2.3.1 Bescherming archeologische waarden Voor dit bestemmingsplan hebben de beleidsregels en voorschriften van de huidige archeologienota (2013) als uitgangspunt gediend. Uitzondering hierop is de zone van het toekomstige Rijksmonument (Kanaal van Corbulo I, vindplaats 4), waarvoor de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1 wordt opgenomen. Bodemingrepen dieper dan het Archeologisch Peil zijn in deze zone in beginsel niet toegestaan. Dit betekent een verzwaring ten opzichte van het vigerende beleid, die echter noodzakelijk en vereist is vanwege de toekomstige status van archeologisch Rijksmonument en UNESCO Werelderfgoed. Voor de overige vindplaatsen die als behoudenswaardig zijn aangemerkt (vindplaatsen 1 en 5), en de gebiedsdelen met een hoge archeologische verwachting die nog niet (voldoende) zijn onderzocht en/of niet gewaardeerd, wordt de dubbelbestemming Waarde Archeologie 3 gehandhaafd. Voor deze gebiedsdelen geldt dat de gemeente voorwaarden kan stellen aan vergunningen voor bodemingrepen dieper dan het Archeologisch Peil over een oppervlakte groter dan 100 m2, of kan besluiten hiervoor geen vergunning te verlenen. De delen van het plangebied die afdoende zijn onderzocht en/of op basis van het vooronderzoek worden afgewaardeerd, krijgen geen dubbelbestemming archeologie. Het betreft o.a. de vindplaatsen 2 en 3.

Eventuele archeologische resten in de gebieden zonder dubbelbestemming archeologie worden beschermd door de wettelijke meldingsplicht voor archeologische (toevals)vondsten van art. 5.10 van de Erfgoedwet: degene die anders dan bij het verrichten van opgravingen een vondst doet waarvan hij weet of moet vermoeden dat het een archeologische vondst betreft, is verplicht deze vondst te melden bij de bevoegde overheid (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, provincie Zuid-Holland of de gemeente Leidschendam-Voorburg) en gedurende zes maanden ter beschikking te houden voor onderzoek.

(vastgesteld)

73

bestemmingsplan Vlietvoorde 6.2.3.2 Conclusie Met het regime van dubbelbestemmingen archeologie in dit bestemmingsplan wordt recht gedaan aan de archeologische rijkdom van Vlietvoorde, en blijft tevens de herontwikkeling van het gebied economisch haalbaar en verantwoord.

6.3

Cultuurhistorisch erfgoed

6.3.1

Huidige cultuurhistorische situatie

Er zijn in de bestaande situatie nog geen planologisch verankerde Rijksmonumenten in het plangebied aanwezig. Wel ligt aan de zuidwestzijde, op korte afstand van het plangebied, het Rijksmonument Veursestraatweg 288 (boerderij). Ook de Rijksbeschermde Landgoederenzone Wassenaar-Voorschoten-Leidschendam (ten noorden van de Veursestraatweg, ten oosten van Schakenbosch en aan weerskanten van de Noortheylaan) ligt op korte afstand van het plangebied.

6.3.2

Toekomstige cultuurhistorische situatie

Met de sloop van de voormalige tuinbouwkassen ontstonden er kansen om de oude landschappelijke en cultuurhistorische waarden binnen het plangebied te herstellen. Met de ontwikkelingen binnen het plangebied worden vele oude cultuurhistorische waarden in de vorm van o.a. landschappelijke structuren en het landgoed Oostbos in ere hersteld. Belangrijk voor zowel onderhavig plangebied als voor de cultuurhistorie van geheel Nederland wordt het Romeinse kanaal van Corbulo voor een deel hersteld. Het deel van het kanaal van Corbulo dat op de nominatie staat om onderdeel te worden van de UNESCO werelderfgoedlijst is weergegeven op afbeelding 18. Bij de planvorming heeft uitvoerig en zorgvuldig overleg plaatsgevonden tussen de initiatiefnemer, de provincie Zuid - Holland, de gemeente Leidschendam - Voorburg, de Rijksdienst voor cultureel Erfgoed en de Limes - organisatie.

6.3.3

Gevolgen voor dit plan

De ontwikkeling van het plan Vlietvoorde heeft geen directe invloed op de in het plan aanwezige en aangrenzende monumenten. In de planopzet is rekening gehouden met de oorspronkelijke landschappelijke opbouw van het gebied. Met het herstel van landgoed Oostbos, de typologie van het landschap in en rondom het plangebied en het herstel van het kanaal van Corbulo worden verdwenen landschappelijke kwaliteiten en elementen in het gebied weer hersteld. Het maatschappelijke belang om de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied te beschermen wordt planologisch vertaald middels functieaanduidingen:  Het Kanaal van Corbulo krijgt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1';  Het landgoed Oostbos krijgt de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landgoed'  Het in het plangebied aanwezige gemeentelijke monument wordt planologisch beschermd met de functieaanduiding 'cultuurhistorisch waardevolle bebouwing'.

74

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Hoofdstuk 7 7.1

Juridische vormgeving

Systematiek van de bestemmingsregels

Dit bestemmingsplan is opgesteld voor een specifieke ontwikkeling, namelijk de realisatie van drie unieke woonmilieus binnen het plangebied Vlietvoorde aan de Veursestraatweg. Met voorliggend plan wordt het voormalige glastuingebied herbestemd tot woongebied. De juridisch-planologische regeling van dit bestemmingsplan is opgesteld conform de gangbare en actuele bestemmingsplannormen en standaarden voor digitaal uitwisselbare ruimtelijke plannen. De plandocumenten omvatten de bindende planstukken, te weten de regels en de verbeelding, en de onderbouwende of toelichtende planstukken (de toelichting en andere onderzoeken). De regels en de verbeelding bevatten een juridische vertaling van de beleidsvoorwaarden vanuit de diverse overheden enerzijds (hoofdstuk 2) en van het beoogde ruimtelijk toekomstperspectief anderzijds (hoofdstuk 4). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met:  de toelichting op de verbeelding en regels;  nadere onderzoeken t.b.v. diverse specifieke beleidsaspecten.

7.2

Inleidende regels

De artikelen 1 en 2 omvatten alle gebruikelijke bepalingen en definities, die van belang zijn voor de toepassing van zowel de bestemmingsregels als de algemene regels. Zodoende hebben zij een zekere betekenis voor de handhaving van de regels en de hierin bepaalde eisen ten behoeve van bijvoorbeeld de stedenbouwkundige karakteristiek en/of cultuurhistorische waarde.

7.3

Bestemmingsregels

Agrarisch De gronden met enkelbestemming 'Agrarisch' zijn bestemd voor de instandhouding en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen landschapswaarden, waarbij de openheid van het landschap de primaire kenmerkende waarde is. Bos De gronden met de enkelbestemming 'Bos' zijn bestemd voor de aanleg, behoud, bescherming en versterking van het bos met de aldaar voorkomende landschaps- of natuurwaarden. Aanvullend wordt in bos de mogelijkheid gecreëerd één doorlopende ontsluiting voor gemotoriseerd verkeer te realiseren. Overige paden zijn ten behoeve van langzaam verkeer. De wegen en paden sluiten aan op het integrale wegennetwerk van Vlietvoorde. Groen De gronden met de enkelbestemming 'Groen' zijn hoofdzakelijk bestemd voor groen voorzieningen en extensieve recreatie. De enkelbestemming kent meerdere functieaanduidingen om de realisatie van o.a. een landhuis, een landgoed en paviljoen mogelijk te maken. Om de verschillende woongebieden, en het volledige plangebied te kunnen ontsluiten, zijn ontsluitingswegen voor gemotoriseerd toegestaan waar dit noodzakelijk is. Verkeer - Verblijfsgebied De gronden met de enkelbestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn bestemd voor de hoofdontsluitingsstructuur binnen Vlietvoorde. Met de hoofdontsluitingsstructuur worden alle woongebieden ontsloten op de Veursestraatweg.

De wegen binnen het plangebied worden binnen de overige bestemmingen mogelijk gemaakt.

(vastgesteld)

75

bestemmingsplan Vlietvoorde Water De gronden met de enkelbestemming 'Water' zijn bestemd voor alle watergangen binnen het plangebied en de bijbehorende infrastructurele werken. De enkelbestemming kent meerdere functieaanduidingen om o.a. aanlegsteigers, wandelpaden en water- en oeverrecreatie mogelijk te maken. Wonen De gronden met de enkelbestemming 'Wonen' zijn bestemd voor de bestaande woningen binnen het plangebied. De regels uit de vigerende beheersverordening ' 2017 Leidschendam - Voorburg' worden overgenomen en blijven gehandhaafd. Woongebied De gronden met de enkelbestemming 'Woongebied' zijn bestemd voor de drie woongebieden (bos, plas en kreek) van Vlietvoorde. Binnen het woongebied is wonen toegestaan in twee-onder-een-kap, aangebouwde, vrijstaande en gestapelde woningen. De enkelbestemming kent een functieaanduidingen om de landtongen binnen het woongebied kreek mogelijk te maken. Aan de hand van specifieke bouwaanduidingen zijn de woongebieden planologisch vastgelegd. Waarde - Archeologie 1 De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van het (toekomstige) archeologische Rijksmonument. Met de toevoeging van een archeologisch peil worden de archeologisch waarden extra beschermd.

Waarde - Archeologie 3 De voor "Waarde - Archeologie 3" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), bestemd voor de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden. Met de toevoeging van een archeologisch peil worden de archeologisch waarden extra beschermd. Waterstaat - Waterkering De gronden met de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' zijn derhalve voor de daar voorkomende bestemmingen bestemd voor de waterkering, met de daarbij behorende bouwwerken.

7.4

Algemene regels, overgangs- en slotregels

In het bestemmingsplan is een aantal algemene regels opgenomen, zoals algemene bouw- en gebruiksregels. Ook is een vergunningsplicht opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, met name ten behoeve van de bescherming van archeologische waarden in het gebied. Tenslotte zijn de wettelijk verplichte bepalingen ten aanzien van het overgangsrecht opgenomen in het bestemmingsplan.

76

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

7.5

Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan

Het ontwikkelen van beleid en de vertaling daarvan in een bestemmingsplan heeft geen zin, indien na de vaststelling van het bestemmingsplan geen handhaving plaatsvindt. Daarom is het belangrijk om reeds ten tijde van het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te besteden aan de handhaafbaarheid van de voorgeschreven regels. De wettelijke basis hiervoor is gelegd in artikel 125 van de Gemeentewet, in samenhang met de afdelingen 5.3 en 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Vier factoren zijn van wezenlijk belang voor een goed handhavingsbeleid: 1. Voldoende kenbaarheid van het plan. Een goed handhavingsbeleid begint bij de kenbaarheid van het bestemmingsplan bij degenen die het moeten naleven. Het bestemmingsplan is immers aan eenieder kenbaar gemaakt zodat wordt aangenomen dat belanghebbenden in het plangebied op de hoogte (kunnen) zijn van de regels. 2. Voldoende draagvlak voor beleid en regeling in het plan. De inhoud van het plan kan slechts gehandhaafd worden indien het beleid en de regeling in grote kring wordt ondersteund door de gebruikers van het plangebied. Uiteraard kan niet iedereen zich vinden in elk onderdeel van het plan. Een algemene positieve benadering van het bestemmingsplan is echter wel wenselijk. 3. Realistische en inzichtelijke regeling.

Een juridische regeling dient realistisch en inzichtelijk te zijn; dat wil zeggen niet onnodig beperkend of inflexibel. Bovendien moeten de bepalingen goed controleerbaar zijn. De regels moeten derhalve niet meer regelen dan noodzakelijk is. 4. Actief handhavingsbeleid. Het sluitstuk van een goed handhavingsbeleid is voldoende controle van de feitelijke situatie in het plangebied. Daarnaast moeten adequate maatregelen worden getroffen indien de regels worden overtreden. Indien dit wordt nagelaten, ontstaat een grote mate van rechtsonzekerheid. De afdeling die belast is met handhaving heeft jaarlijkse handhavingsplannen en een handhavingsprogramma voor meerdere jaren. Daarin zijn prioriteiten gesteld ten aanzien van de te handhaven zaken. In het algemeen geldt op grond van vaststaande jurisprudentie een beginselplicht tot handhaving. Dat neemt natuurlijk niet weg dat per geval moet worden onderzocht of handhaving (nog) mogelijk of proportioneel is. Een uitzondering is bijvoorbeeld concreet zicht op legalisatie van de overtreding. Bij handhaving van de regels wordt onder meer aandacht besteed aan de normen met betrekking tot brandveiligheid en constructieve veiligheid, monumentenstatus, toezicht op de naleving en uitvoering van omgevingsvergunningen en de handhaving op milieuovertredingen.

(vastgesteld)

77

bestemmingsplan Vlietvoorde

Hoofdstuk 8

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.1

Economische uitvoerbaarheid

8.1.1

Financieel - economische uitvoerbaarheid

Het vereiste van economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan dwingt tot economische planvorming: bij de ontwikkeling van het ruimtelijk plan dienen voortdurend de lasten die zijn verbonden aan het realiseren van de doelstellingen van het plan te worden afgezet tegen de baten daarvan. Bij de economische verantwoording in de plantoelichting zal vooral aandacht moeten worden besteed aan de cijfermatige verklaring van de bij de planontwikkeling gemaakte keuzes. Daarbij moeten ook de feitelijk te verwachten exploitatiekosten worden beschouwd in relatie tot de materiële en immateriële 'nuttigheid' van de met het desbetreffende bestemmingsplan mogelijk gemaakte voorzieningen. Van de verantwoording van de uitkomsten van het verplichte onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan zal meestal een verantwoording van de berekeningen over de grondexploitatie deel uitmaken, maar dat is daarvan slechts één aspect. De verantwoordingsplicht gaat niet zover dat in het (openbare) bestemmingsplan gedetailleerde cijfers moeten worden opgenomen over bijvoorbeeld vertrouwelijke bedrijfsinformatie, kostenramingen voor aanbestedingen of vertrouwelijke informatie over de financiële positie van particuliere participanten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=bcbf3544-2bbd-4be7-921f-b88c80b645e1