CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2173-03 05032021_Toelichting bestemmingsplan Vlietvoorde_vastgesteld.pdf

Raadsvergadering 11 mei 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Bestemmingsplan Vlietvoorde (2173).28.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

In de jurisprudentie is geaccepteerd dat in het bestemmingsplan kan worden volstaan met het opnemen van de op basis van deze gegevens getrokken conclusies. Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om op de locatie 'Vlietvoorde' nieuwbouw te realiseren. Er wordt geen exploitatieplan opgesteld. Voorafgaand aan het opstellen van dit bestemmingsplan is een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente Leidschendam-Voorburg en de initiatiefnemer, waarmee het kostenverhaal anderszins is verzekerd.

8.1.2

Grondexploitatiewet

Op grond van artikel 6.12 Wro is de gemeenteraad verplicht om een exploitatieplan vast te stellen voor gronden, waarop de verwezenlijking van een bouwplan als genoemd in artikel 6.2.1 Bro is voorgenomen. Met deze dwingende wettelijke regeling heeft de wetgever beoogd een transparante en rechtvaardige regeling vast te leggen op basis waarvan door de gemeente gemaakte grondexploitatiekosten op de particuliere grondeigenaren binnen het te exploiteren gebied kunnen worden verhaald. Het voorliggende bestemmingsplan 'Vlietvoorde' beoogt een juridisch-planologische regeling vast te leggen, die het verwezenlijken van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro mogelijk maakt. De vaststelling van een exploitatieplan is zoals gezegd voor de in het Bro genoemde gevallen dwingend voorgeschreven. De gemeenteraad kan echter bij het besluit tot de vaststelling van een bestemmingsplan tevens besluiten van de gelijktijdige vaststelling van een exploitatieplan af te zien, indien het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over de in dat bestemmingsplan voorziene ontwikkelingen anderszins is verzekerd. Onder 'anderszins verzekerd zijn' kan in het bijzonder worden verstaan verhaal van deze grondexploitatiekosten via het privaatrechtelijke spoor, zoals door middel van het sluiten van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer / grondeigenaar.

78

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

8.1.3

gevolgen voorliggend bestemmingsplan

Bij de vaststelling van voorliggende bestemmingsplan dient het onderliggende plankostenverhaal gedekt te zijn. De wet schrijft voor dat op het moment dat de gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, er zekerheid moet bestaan over de dekking van door de gemeente te maken plankosten. Indien het kostenverhaal op het moment van vaststelling van het plan (nog) niet anderszins verzekerd is, dan is de gemeenteraad op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om tegelijkertijd met het bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen. Ten behoeve van het voorliggende plan heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg een zogenoemde koop- en realisatieovereenkomst gesloten met de ontwikkelende partij. In deze overeenkomst, die als een anterieure overeenkomst kan worden aangemerkt, zijn partijen overeengekomen dat het plankostenverhaal verdisconteerd is in de prijs, waarvoor de gemeente de in het plan begrepen gronden verkoopt aan de ontwikkelende partij. Daarmee is het plankostenverhaal anderszins verzekerd en kan de gemeenteraad afzien van het vaststellen van een exploitatieplan. Voor de economische uitvoerbaarheid van het voorliggende plan is voorts nog het volgende van belang. Voor het project Duivenvoordecorridor / Vlietvoorde heeft de gemeente een grondexploitatie geopend.

Indien deze grondexploitatie een negatief resultaat laat zien, is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan slechts aannemelijk wanneer de gemeente ofwel het tekort op de grondexploitatie afboekt ofwel een voorziening voor dit tekort opneemt in de gemeentelijke begroting. De grondexploitatie voor Duivenvoordecorridor / Vlietvoorde kent ten tijde van het in procedure brengen van het voorliggende bestemmingsplan een negatief resultaat. De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg heeft in het kader van dit negatief resultaat op de grondexploitatie een voorziening opgenomen in de begroting. Daarmee is voldoende aannemelijk dat de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling (in elk geval vanuit gemeentelijk perspectief) economisch uitvoerbaar is.

8.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het opstellen van een bestemmingsplan dient zorgvuldig te gebeuren. In dat kader blijft het van belang dat er vooroverleg met betrokken instanties, burgers en maatschappelijke organisaties plaatsvindt, zodat in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten kunnen worden gesignaleerd. De verplichting tot het voeren van vooroverleg vloeit voort uit de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 sub e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in samenhang met het in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gecodificeerde zorgvuldigheidsbeginsel. Op grond hiervan is de gemeente verplicht bij de voorbereiding van een bestemmingsplan de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en af te wegen belangen. Het bestemmingsplan wordt niet aan inspraak onderworpen op grond van de Inspraakverordening gemeente Leidschendam-Voorburg. Door het volgen van de procedure als bedoeld in artikel 3:4 Awb (uniforme openbare voorbereidingsprocedure) wordt eenieder immers actief betrokken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan. Naast de wettelijke verplichting om de mogelijkheid te bieden om door eenieder zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan in te dienen, zal er tevens vooroverleg met betrokken instanties, maatschappelijke organisaties, ingezetenen en belanghebbenden plaatsvinden.

Gedurende het opstellen van onderhavig bestemmingsplan heeft reeds afstemming plaatsgevonden met verschillende instanties en organisaties.

(vastgesteld)

79

bestemmingsplan Vlietvoorde 8.2.1

Resultaten vooroverleg

Een aantal instanties, maatschappelijke organisaties, nutsbedrijven en dergelijke is op grond van het bepaalde in artikel 3.1.1 Bro gevraagd om aan te geven welke specifieke, door deze overlegpartners behartigde, belangen in het voorliggende bestemmingsplan verankerd zouden moeten worden, rekening houdend met de specifieke ruimtelijke kenmerken, aanwezige waarden, etc. van het plangebied. Daarbij is ook nadrukkelijk aan de betreffende overlegpartners verzocht de reactie te motiveren en tevens te beschrijven op welke wijze dat specifieke belang in het bestemmingsplan verwerkt zou moeten worden. De volgende instanties, organisaties, e.d. zijn voor het geven van een overlegreactie aanschreven op grond van artikel 3.1.1 Bro: 1. Adviescommissie woningbouw en woonomgeving Leidschendam-Voorburg; 2. Dunea; 3. Gemeente Voorschoten; 4. KPN, afdeling UTN Straalverbindingen; 5. N.V. Nederlandse Gasunie; 6. Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.; 7. Platform Duurzaam Leidschendam-Voorburg; 8. Provincie Zuid Holland; 9. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; 10. TenneT TSO B.V.; 11. Veiligheidsregio Haaglanden, Afd. Risicobeleid en Planontwikkeling; 12. Vereniging Archeologische Werkgroep Leidschendam-Voorburg; 13. Vereniging Erfgoed Leidschendam. De instanties 2, 8, 11, en 12 hebben binnen de gestelde tijd een vooroverlegreactie ingediend.

De instanties 2 en 8 hebben aangegeven dat hun belangen niet geschaad worden door het ontwerpbestemmingsplan Vlietvoorde. De veiligheidsregio Haaglanden (11) en de Vereniging Archeologische Werkgroep Leidschendam-Voorburg (12) hebben wel een inhoudelijke vooroverlegreactie gegeven op het ontwerpbestemmingsplan Vlietvoorde. 11. Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Inhoud vooroverleg reactie Het meest waarschijnlijke scenario is een lekkage van een tankwagen met gevaarlijke stoffen. Hierbij komt een kleine hoeveelheid van de vervoerde stof vrij. Hoe groot de effecten naar de omgeving zullen zijn, is afhankelijk van de stof (mate van giftigheid) en de hoeveelheid die is vrijgekomen. Bij de meeste stoffen zal de omgeving uit voorzorg worden ontruimd, maar zullen er, buiten irritatie aan luchtwegen en ogen en/of stankoverlast, weinig problemen zijn. Geadviseerde maatregelen Aangezien met het voorliggende ruimtelijke plan geen maatregelen aan de risicobron kunnen worden getroffen, zijn onderstaande maatregelen gericht op de beheersing en vermindering van de effecten van een incident. De adviezen hebben niet alleen betrekking op het ergst denkbare scenario. Ongeacht het type incident (van een lekkage tot het vrijkomen van de volledige inhoud giftige stoffen) hebben ze een positief effect op de zelfredzaamheid, de bestrijdbaarheid en beheersbaarheid. a.

Afschakelbare ventilatie Indien in objecten een ventilatievoorziening aanwezig is of wordt gerealiseerd heeft afschakelbare ventilatie een positieve invloed op het beperken van de schadelijke effecten van de vrijgekomen stoffen binnen objecten ongeacht het incident (van een ‘gewone’ brand tot een incident met een risicobron in het kader van externe veiligheid). Daarom is het van belang dat in het object met ventilatievoorziening, deze ventilatie met een eenvoudige handeling kan worden uitgeschakeld. Hiermee kunnen de gevolgen bij het vrijkomen van giftige stoffen in het object worden beperkt. Dit mag ook een handmatige handeling zijn. Dit geldt bij verbouw en (vervangende) nieuwbouw van alle objecten, bestemd voor het verblijf van personen. Het is daarbij van belang dat ook eventuele ramen en ventilatieopeningen kunnen worden gesloten.

80

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde b. Sirenedekking De sirenedekking is op dit moment onvoldoende voor het plangebied van het betreffende bestemmingsplan. Bewoners kunnen daarom niet geïnformeerd worden over een mogelijk incident door middel van het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS). Geadviseerd wordt om de reikwijdte van de sirenedekking binnen de gemeente te vergroten waardoor ook bewoners en aanwezigen binnen het plangebied in Vlietvoorde kunnen worden geïnformeerd over een incident. c. Risicocommunicatie Om ervoor te zorgen dat mensen goed voorbereid zijn en weten hoe ze moeten reageren bij een ongeval met één of meerdere risicobronnen, is het van belang dat zij hier vooraf over worden geïnformeerd. Hiervoor is er op regionaal niveau een risicocommunicatie-aanpak ontwikkeld met een brede range aan middelen die ingezet kan worden. Om de bewoners binnen het invloedsgebied van de risicobronnen te informeren over deze risicobronnen, risico’s en gevaren, de wijze van alarmeren en de wenselijke manier van reageren tijdens incidenten, kan de gemeente ook voor dit plangebied gebruik maken van de middelen die door de Veiligheidsregio zijn ontwikkeld. Voor aanvullende informatie kan contact worden opgenomen met de risicocommunicatieadviseur van de Veiligheidsregio Haaglanden.

Maatregelen ten behoeve van de hulpverlening Zowel voor de bereikbaarheid en bestrijdbaarheid van ‘dagelijkse incidenten’, zoals brand of wateroverlast, als voor calamiteiten op het gebied van externe veiligheid, is het van belang dat de bereikbaarheid voor de hulpdiensten en bluswatervoorzieningen voldoende zijn. d. Bereikbaarheid en bluswatervoorziening Geadviseerd wordt bij de indeling van het gebied rekening te houden met de bereikbaarheid, doorrijdbaarheid voor hulpdiensten en voldoende bluswatervoorzieningen. De VRH wordt graag betrokken bij het ontwerp van het gebied. Reactie gemeente Leidschendam-Voorburg op overlegreactie VRH Het belang van het borgen van een voldoende niveau van fysieke veiligheid wordt volledig onderschreven en onderkend. Het bestemmingsplan is niet het aangewezen instrument waar het gaat om het verankeren van dit belang. Bij de verdere uitwerking van de plannen zal op het gebied van de fysieke veiligheid van de nieuwe bewoners uiteraard tijdig nadere afstemming met de VRH plaatsvinden. Het aspect externe veiligheid heeft een eigen plaats in het voorliggende bestemmingsplan. In paragraaf 5.9 wordt op dit aspect uitgebreid nader ingegaan.

Conclusie: de aandachtspunten die door de VRH in haar overlegreactie naar voren worden gebracht zijn reeds integraal onderdeel van de planvorming en voorbereiding van het voorliggende bestemmingsplan en het hieropvolgende concrete bouwplan. Een nadere beantwoording van de overlegreactie of verwerking daarvan in het plan is dan ook niet noodzakelijk.

12. Vereniging Archeologische Werkgroep Leidschendam-Voorburg (AWLV) Inhoud vooroverleg reactie De AWLV heeft zich verdiept in onderstaande gegevens: 1. diverse historische kaarten; 2. informatie over Oostbosch vermeld in diverse literatuur; 3. de brief van Erfgoed Leidschendam over het ontwerp BP d.d. 30 april 2020; 4. de waarnemingen die leden van de AWLV hebben gedaan bij de proefsleuven van de firma RAAP, de bodemsanering die in 2019 is uitgevoerd en de proefsleuven die in 2019 ter plaatse van het Kanaal van Corbulo zijn uitgevoerd door de firma Transect; 5. de gemeentelijke notitie “Maak het in de Duivenvoordecorridor. Een ruimtelijke uitnodiging” d.d. 15 augustus 2017.

(vastgesteld)

81

bestemmingsplan Vlietvoorde Op basis van bovenstaande heeft de AWLV zorgen of de cultuurhistorische waarde voldoende is onderzocht en waar nodig in situ wordt beschermd. Zo zijn volgens ons de archeologische resten van buitenplaats Oostbosch niet volledig in kaart gebracht en is geen aandacht besteed aan het dempingsmateriaal van een sloot, de inhoud van diverse waterputten en overige niet onderzochte sporen/funderingen. Tevens worden op de locatie waar zich volgens vooronderzoek prehistorische resten bevinden, woningen gebouwd, althans dreigt daar de bodem te worden verstoord. Om een goed oordeel te kunnen geven of de uitgevoerde archeologische onderzoeken afdoende zijn uitgevoerd en de archeologische resten voldoende zijn onderzocht dan wel worden beschermd, verzoeken wij u om ons informatie te verstrekken. Gaarne ontvangen wij de volgende zaken  Het besluit van burgemeester en Wethouder welke terreinen archeologisch gezien zijn vrijgegeven en waar nog nader onderzoek moet plaatsvinden.  De diverse archeologische onderzoeksrapporten. De AWLV is bereid om creatief na te denken over het behoud (waar noodzakelijk) van archeologische resten maar ook over hoe de informatie aan de burgers kenbaar gemaakt kan worden.

Tevens zijn wij bereid om samen met de gemeente Leidschendam-Voorburg te kijken naar het behoud van historische elementen binnen dit landschap en wellicht een publicatie te verzorgen over de geschiedenis van Oostbosch op basis van literatuur en de resultaten van het archeologische onderzoek. Reactie gemeente Leidschendam-Voorburg op overlegreactie AWLV De gemeente heeft kennis genomen van de vooroverlegreactie van de AWLV. De gemeente is van mening dat de cultuurhistorische en archeologische waarden correct in het bestemmingsplan zijn geborgd. De gemeente archeologen en het onderzoeksbureau RAAP zijn het hier gezamenlijk over eens. Uiteraard blijft de gemeente graag met de AWLV in gesprek, op dit moment leidt de vooroverlegreactie niet tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.

8.2.2

Zienswijzeprocedure

Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wro resp. Afdeling 3.4 van de Awb is het ontwerpbestemmingsplan voor een periode van zes weken zowel digitaal als in papieren vorm ter inzage gelegd. Tijdens deze periode heeft een ieder zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij de gemeenteraad. Gedurende de terinzagelegging zijn in totaal 6 unieke zienswijzen ingediend. Voor de beantwoording van de zienswijzen wordt verwezen naar de Nota Zienswijzen, welke is opgenomen als bijlage 12.

82

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

(vastgesteld)

83

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlagen Toelichting

84

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 1

(vastgesteld)

Woonvisie woningmarktregio Haaglanden

85

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 2

86

Beeldkwaliteitplan Vlietvoorde

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 3

(vastgesteld)

Quickscan flora & fauna

87

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 4

88

Aanvullende inventarisatie rugstreeppad

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 5

(vastgesteld)

Vooronderzoek niet-gesprongen explosieven

89

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 6

90

Akoestisch onderzoek

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 7

(vastgesteld)

Verkeersstudie Veursestraatweg

91

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 8

92

Archeologisch proefsleuvenonderzoek

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 9

(vastgesteld)

Aerius berekening

93

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 10

94

Notitie archeologievriendelijk bouwen

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 11

(vastgesteld)

M.e.r. aanmeldnotitie

95

bestemmingsplan Vlietvoorde

Bijlage 12

96

Nota Zienswijzen

(vastgesteld)

bestemmingsplan Vlietvoorde

(vastgesteld)

97

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=bcbf3544-2bbd-4be7-921f-b88c80b645e1