CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2098 Nota van Antwoord op zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau Verkenning bereikbaarheid CID Binckhorst.pdf

Raadsvergadering 6 april 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Nota van Antwoord op zienswijzen NRD Verkenning CID Binckhorst en beantwoording schriftelijke vragen GBLV (2098).42.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Zie beantwoording zienswijze 12e.

e)

Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

64

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen het devies, temeer de trams bij een bovengrondse variant over de Maanweg en Opa’s Veldje door het zichtveld van vele woningen in Voorburg-West rijden. Elke vorm van hinder door licht en geluid moet voorkomen worden.Verder dient het tracé, op alle plekken zo ver mogelijk van de huizen en de scouting verwijderd te zijn incl. de ‘bocht’ van de Maanweg naar Opa’s Veldje.

5.23

f)

Indiener stelt dat het van groot belang is dat het nadere onderzoek objectief en open-minded is, en dat er niet naar een uitkomst wordt toegewerkt. De voorstudie die voorafging aan de voorliggende Notitie is in dat opzicht niet geheel geruststellend; daarin wordt op sommige plekken al gezinspeeld op een bovengrondse, verhoogde ligging.

Zie beantwoording zienswijze 12f.

g)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 23 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener geeft aan dat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest. Eerdere informatievoorziening en participatie had naar Indieners mening in de rede gelegen.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven (1. HOV-tram, 2. Lightrail, 3. HOV-bus + ART/tram). Voor zover wij kunnen nagaan is - in ieder geval waar het tracé over het grondgebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg gaat - de tracékeuze feitelijk reeds gemaakt. Uit de tekst en diverse afbeeldingen in de notitie maakt Indiener

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

65

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen op dat het facto maar om één tracé gaat, waarbij uitsluitend de modaliteitskeuze en de al dan niet verhoogde/verlaagde ligging hiervan voorligt. De keuze is dus nogal beperkt en geclausuleerd en komt erop neer dat het tracé linksom of rechtsom over Opa's veldje gaat, de speeltuin/ speelweide met traverse in Voorburg-West, direct bij Indiener voor de deur. c)

Indiener stelt dat in alle varianten het bovengeschetste tracé geweldige impact heeft voor Opa's veldje en met name voor omwonenden die direct en 24/7 uitkijken op Opa's veldje; nog afgezien van jarenlange bouwwerkzaamheden in de directe omgeving van onze woningen met alle risico's en overlast van dien (bv. verzakkingen vanwege heiwerkzaamheden op enkele tientallen meters van woningen), gaat het dan onder meer over blijvende gevolgen als: serieuze extra geluidsoverlast, trillingen, extra emissies, horizonvervuiling en/of lichtoverlast van hoogfrequent passerende trams of bussen. Nog afgezien van de blijvende waardevermindering van de betrokken woningen.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

d)

Indiener stelt behoefte te hebben aan transparantie omtrent de te onderzoeken alternatieven (en evt. verworpen alternatieven) en verzoeken u ons dit inzicht onverwijld te geven. In dat kader zou Indiener ook graag een nadere duiding willen hebben van de betekenis van de voorstudie3, want deze versterkt de indruk dat niet alleen het tracé al vastligt maar ook dat wordt gekoerst op een verhoogde ligging daarvan, waardoor de keuze dus eigenlijk nog beperkter is dan wordt gesuggereerd in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau. Een verhoogde ligging is naar alle waarschijnlijkheid ook de meest belastende variant.

Zie beantwoording zienswijze 3c.

e)

Indiener merkt de volgende punten op: 1. het is zaak dat te maken keuze 'first time right' en proportioneel is zodat de overlast voor omwonenden eenmalig is (niet meerdere keren een bouwput); 2. het is zaak om bij de keuze nog eens te kijken naar het realiteitsgehalte van eventuele dóórontwikkeling van het tracé, mede gelet op de tijdhorizon van 2040, en evt. belemmerende factoren. Ter illustratie: hoe reëel is bijvoorbeeld het doortrekken van het tracé naar Zoetermeer over het terrein van Hofwijck, gelet op de speciale status als Rijksmonument.

1. Het doel van het Plan-MER is om de effecten van verschillende alternatieven in beeld te brengen zodat een voorkeursalternatief kan worden afgewogen met het pakket aan maatregelen dat past bij de voorziene verstedelijkingsopgave. Daarbij wordt ook gekeken naar de toekomstvastheid van de alternatieven, ook om te voorkomen dat er inderdaad meerdere keren gebouwd moet worden. 2. Bij toekomstvastheid wordt ook gekeken naar de mogelijke doortrekking van de HOV vanuit Voorburg naar Zoetermeer. De verdere uitwerking van de doortrekking van Voorburg naar Zoetermeer maakt deel uit van een studie die parallel loopt (preverkenning Koningscorridor). Bij de criteria archeologie en cultuurhistorie wordt

Zie beantwoording zienswijze 3b.

66

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

f)

5.24

3. het is niet duidelijk of en op welke wijze de waardevermindering van de ca. 35 direct omliggende woningen in Voorburg bij de beoordeling wordt meegenomen. Het betreft dan de woningen in de Tuinluststraat en deels ook Overburgkade. Dat zou wel het geval moeten zijn. En die waardevermindering is vermoedelijk aanzienlijk. 4. via een zgn. expert judgement wordt gekeken naar het criterium ruimtegebruik, aldus de notitie. Indiener gaat ervan uit dat het lokale experts betreft die daadwerkelijk zicht op en verstand van de lokale situatie hebben.

Huygens’' Hofwijck meegenomen in de effectbeoordeling. 3. Waardevermindering of -verhoging is inderdaad geen onderdeel van het Plan-MER. Dit is ook niet gebruikelijk in een m.e.r.-procedure; pas op het moment dat plannen onherroepelijk zijn kunnen hiervoor aparte procedures worden gestart. Zie ook beantwoording onderdeel 23f. 4. Diverse specialisten zijn betrokken bij de effectbeoordeling. Zij zijn deskundig in hun vakgebied, maar niet per definitie een ‘lokale’ expert. Uiteraard wordt volop gebruik gemaakt van informatie van de lokale situatie.

Indiener stelt dat mocht om regionale belangen (toch) besloten worden tot een traject over Opa's veldje, dan dient er niet alleen sprake te zijn van maximale inpassing van het tracé maar ook van reële compensatie van de woningeigenaren voor het waardeverlies van woningen, opdat omwonenden niet het 'kind van de rekening' worden. Hierover dient z.s.m. maar in ieder geval voor de besluitvorming over het Masterplan door de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg (planning: april 2021) duidelijkheid te komen.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. In de vervolgfase (planuitwerking) zal de inpassing in meer detail wordt vormgegeven, in deze fase komt inpassing op een hoger abstractieniveau aan bod. Waardevermindering of -verhoging is geen onderdeel van het Plan-MER. In de vervolgfase na vaststelling van het voorkeursalternatief wordt het tracé, de inpassing en maatregelen in de planuitwerkingsfase uitgewerkt. Mogelijke planschade wordt dan ook onderzocht. Mocht indiener schade ondervinden, dan kunt u tegen die tijd een verzoek tot schadevergoeding indienen. Over de procedure wordt te zijner tijd meer informatie gegeven. Met een ieder die wordt geraakt zal persoonlijk contact op worden genomen in de planuitwerkingsfase

Zienswijze 24 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener stelt dat het blijkt dat er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt, zonder dat burgers daarin zijn gekend en dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

67

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen Station Voorburg (om wellicht in de toekomst te worden doorgetrokken naar Zoetermeer– hierover verderop in deze zienswijze meer). Hier ligt eigenlijk alleen nog maar voor of het tracé op maaiveld of verhoogd of verlaagd moet worden aangelegd, hetgeen verband houdt met de vervoersmodaliteit. Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). Ik vind dan ook dat Opa’s veldje in zijn totaliteit gespaard moet worden. c)

Indiener stelt dat er (alsnog) serieus naar andere tracés gekeken moet worden en geeft daarbij belangrijke uitgangspunten aan: 1. Ruimte is schaars en heel kostbaar. Eenmaal weggegeven kan deze alleen met zeer hoge kosten teruggekregen worden. 2. Tast het historisch erfgoed niet verder aan, maar laat het beter tot zijn recht komen. 3. Pas het op een natuurlijke manier aan in het bestaande landschap. Heb hierbij ‘ook’ aandacht voor de prachtige jaren 30 wijk Voorburg West.

Zie beantwoording zienswijze 7a ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracé’s.

d)

Indiener stelt dat de genoemde uitgangspunten alle varianten laat vervallen die: 1. Verhoogd of deels verhoogd worden aangelegd 2. Een bedreiging vormen voor de bestaande natuur 3. Een bedreiging vormen voor de nu al zeer schaarse groenvoorziening 4. Een bedreiging vormen voor het eerder genoemde Opa’s Veldje

Zie beantwoording zienswijze 12d. De insteek is om impact op de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen. In het plan-MER wordt getoetst aan een breed scala aan criteria in de zienswijze maken daar onderdeel van uit.

Indiener stelt dat mocht een tracé over Opa’s veldje toch onvermijdelijk blijken – hetgeen dus nadermoet worden aangetoond – dan dient het tracé maximaal te worden ingepast in de bestaande groene omgeving. En dat wil

Zie beantwoording zienswijze 12d.

e)

Veel zienswijzen gaan over Opa’s Veldje en Huygens’ Hofwijck en het belang van het behoud van de kwaliteiten daarvan. De zorgen over en het belang van goede inpassing en daarmee het behouden van Opa’s veldje wordt door de initiatiefnemers gezien en onderschreven. Bij de uitwerking van HOV-tracés langs Opa’s veldje en de scouting worden de functie en het gebruik van dit gebied gehandhaafd. Een van de mogelijke tracés ligt zo dicht mogelijk naast de huidige treinsporen. In het Plan-MER worden de effecten in beeld gebracht van de verschillende opties voor de inpassing. In de vervolgfase (planuitwerking) wordt voor het uiteindelijke voorkeursalternatief meer in detail onderzoek gedaan voor de betreffende aspecten.

Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

68

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen zeggen ondergronds, zodat het unieke karakter van Opa’s veldje en de gebruiksmogelijkheden behouden blijven. En op deze wijze kan – bij evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Z’meer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, worden gespaard. Gelet op de enorme revenuen van het onderhavige tracé voor met name Den Haag (bereikbaarheid Binckhorst) mag worden verondersteld dat voor de hiermee gemoeide meerkosten binnen de totale begroting ruimte kan worden gevonden. f)

Indiener stelt dat mocht een ondergronds tracé onverhoopt technisch niet mogelijk zijn, en een bovengronds tracé onontkoombaar zijn, dan is het zaak om dit zoveel mogelijk met een groene natuurlijke afscheiding in te passen. Dus geen betonnen kolossen en een om graffiti vragende betonnen afscheiding, en zeker geen zgn. ‘netkous’. Er dient gekozen te worden voor een natuurlijke geluidswerende voorziening die tevens de tram zoveel mogelijk aan het oog onttrekt. Camoufleren en niet accentueren is daarbij het devies, temeer de trams bij een bovengrondse variant over de Maanweg en Opa’s Veldje door het zichtveld van vele woningen in Voorburg-West rijden. Elke vorm van hinder door licht en geluid moet voorkomen worden. Verder dient het tracé, op alle plekken zo ver mogelijk van de huizen en de scouting verwijderd te zijn.

Zie beantwoording zienswijze 12e.

g)

Indiener stelt dat te onderzoeken varianten zijn: 1. Volgt het traject van de huidige bussen 26 en 28. Betrek hierbij de tramlijn die door de Prinses Mariannelaan ligt. Hier is vanuit station Voorburg een rechtstreekse verbinding met Delft te realiseren. 2. Kijk naar het tijdens de online bijeenkomsten aangedragen alternatief om de beoogde tramlijn over de Maanweg (op Maaiveldhoogte) door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuw Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg. 3. Laat de tramverbinding over de Maanweg weg. Maak die zo groen mogelijk. Verplaats de tram, laat hem over de Zonweg lopen. Laat hem op die hoogte aansluiten op de tram. Het traject kan mooi ingepast worden in de te plannen nieuwbouwwijk.

Zie beantwoording zienswijze 7a en 12c. Voor de laatste voorgestelde variant wordt verwezen naar beantwoording zienswijze 3a.

69

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

5.25

5.26

h)

Indiener stelt dat het van groot belang is dat het nadere onderzoek objectief en open-minded is, en dat er niet naar een uitkomst wordt toegewerkt. De voorstudie die voorafging aan de voorliggende Notitie is in dat opzicht niet geheel geruststellend; daarin wordt op sommige plekken al gezinspeeld op een bovengrondse, verhoogde ligging.

Zie beantwoording zienswijze 12f.

i)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 25 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Heroverweeg de plannen voor een OV Verbinding die over Opa's Veldje gaan. Kies voor duurzaamheid en voor de kinderen. De vrijheid die zij op Opa's Veldje ervaren is heel veel waard.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Zet in op 30 km/uur -zone op de Maanweg. Maak verschil door te kiezen voor duurzaamheid: auto te gast in de stad is een prima alternatief.

Het verkeersaanbod op de Maanweg zal fors afnemen na openstelling van de Rotterdamsebaan. De Maanweg blijft echter een functie hebben voor de bereikbaarheid van een groot deel van de Binckhorst en als verbinding met de A12. Het verkeersaanbod blijft te hoog om er een 30 km weg van te maken.

Zienswijze 26 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Indiener stelt dat Opa’s Veldje veld al een flink stuk groen heeft ingeleverd omdat er een voetpad moest komen van station Voorburg naar de Binckhorst. Dit ging Indiener al zeer aan het hart vanwege het verlies aan groen. Indiener woont met gezin langs de rijksweg A12 en de spoorverbinding tussen Den Haag en Utrecht, wat meerdere negatiever gevolgen heeft op Indiener gezondheid. Geluidsoverlast is in grote mate aanwezig, altijd 24/7, ook dit heeft negatieve effecten op Indieners

70

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen nachtrust en woongenot, een nieuwe OV verbinding zal deze overlast verergeren.

5.27

b)

Indiener beleeft Opa’s Veldje als 'onze tuin', en geeft aan dat vele buurtgenoten en anderen daar heel veel plezier van hebben. Er wordt gespeeld, menig feest gevierd, gepicknickt, gesport, gebarbecued, etc., etc. Het is een plek voor spelen, bewegen en ontmoeting. Verdere aantasting daarvan is een ramp.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Daarnaast wil Indiener aangeven dat er wat voldoende alternatieven zijn voor een OV verbinding, zoals over de Prinses Mariannelaan waar reeds een tramspoor ligt, ook hebben bewoners van de Binckhorst grote stations in de buurt die gemakkelijk met de bus, per fiets, zelfs wandelend te bereiken zijn. Voor dat laatste zouden er misschien extra mooie, groene en/of uitnodigende looproutes aangelegd kunnen worden, hier bestaan veel creatieve ideeën voor. Het overgewicht onder de mensen neemt dramatisch toe, dus wellicht is het dan ook zeer goed om mensen uit te dagen om meer te bewegen. Dit bereikbaarheidsproject voor CID – De Binckhorst zou een goede aanleiding kunnen zijn precies daarvoor de juiste randvoorwaarden te scheppen en internationaal aanzien te verwerven als woon- en werkgebied waar gezondheid, bewegen, ontmoeten en innovatie samen gaan.

Aantrekkelijke looproutes en goede fietsroutes zijn onderdeel van zowel de Omgevingsvisie voor het gebied als het plan Openbare ruimte en buitenruimte Binckhorst.23 Echter is een goede hoogwaardige openbaar vervoer verbinding in een gebied met de omvang van de Binckhorst noodzakelijk om de bereikbaarheid van het gebied nog beter te kunnen waarborgen zonder dat er veel op automobiliteit wordt teruggevallen. Er wordt dus zowel gezorgd voor goede OV-verbindingen als voor goede fietsverbindingen en wandelpaden.

Zienswijze 27

23

Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

1. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Indiener geeft aan de volgende kanttekeningen te hebben bij het tracé: 1. Het stuk langs de A12, van ‘de Arc’ tot aan het station Voorburg moet zoveel mogelijk geintegreerd worden met het beton/taluds van het spoor en A12, opdat het groen van opa’s veldje en de recent gerealiseerde Huygens’ Traverse zoveel mogelijk in tact blijven.

2. Aanpassingen in de (trein)dienstregeling en haltering op station Voorburg is geen onderdeel van de scope van deze fase (en ook niet onderscheidend in de alternatieven).

20190709 Raamwerk Openbare Ruimte Binckhorst A3.indd (raadsinformatie.nl)

71

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen 2. Indiener ziet het als een voordeel dat er een logische (overstap)verbinding komt aan het eind van het tracé met de spoorverbindingen van Station Voorburg. Noodzakelijk voor het succes van dit nieuwe tracé is verhoging van de opstapmogelijkheden op station Voorburg. Indiener verwacht dat betrokken gemeentes zorgen dat er 2x zo vaak treinen stoppen op Station Voorburg, tevens als handreiking naar de bevolking van Voorburg. b)

5.28

Indiener ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet, en rekent op een correcte behandeling van deze zienswijze in het participatie traject.

De indieners van zienswijzen hebben een ontvangstbevestiging ontvangen. Correcte behandeling van de zienswijze is vanzelfsprekend.

Zienswijze 28 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener stelt verbaast te zijn dat de burgers nu pas zijn geïnformeerd over de plannen aangaande een nieuw tracé voor een sneltram, terwijl blijkt dat deze plannen al in een zeer ver gevorderd stadium zijn en bepaalde keuzes al zijn gemaakt zonder dat daar inspraak over is geweest.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat in de plannen duidelijk wordt dat Opa’s veldje, voor heel veel Voorburgers uit de omgeving een favoriete plek, opgeofferd zal worden om het tracé van een sneltram mogelijk te maken. Basisscholen uit de omgeving gebruiken Opa’s veldje als plek om buiten gymnastieklessen te geven, kinderen spelen er na schooltijd, de scouting gebruikt het terrein, het is het enige stukje groen in de directe omgeving van het station, waar de jeugd echt de ruimte heeft om te spelen. Het verdwijnen van Opa’s veldje zal voor heel veel kinderen en volwassenen behoorlijk dramatisch zijn. Ook de aangrenzende Broeksloot zou verdwijnen, wat ook voor schoolkinderen heel jammer zou zijn. Er worden biologielessen gegeven bij die sloot. Aan kinderen wordt daar de ecologische betekenis bijgebracht van het leven in en rondom de sloot. In de nabije omgeving zijn daar geen andere plekken voor.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Indiener geeft aan dat zoals de plannen nu klaarliggen zou ook het terrein naar Huygens’ Hofwijck aangetast worden. Hofwijck, de trots van de

Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

72

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen gemeente Leidschendam Voorburg raakt, als de plannen doorgaan, verstopt achter een tracé waarvan Indiener de noodzaak ernstig betwijfelt. d)

5.29

Indiener stelt dat het begrijpelijk is dat er mogelijkheden voor openbaar vervoer moeten zijn voor de mensen die in de toekomst vanuit de Binckhorst moeten reizen. Maar de vraag is wel voor hoeveel mensen deze nieuwe plannen echt noodzakelijk zijn. Vanuit de Binckhorst is men heel gemakkelijk op Den Haag Centraal of station Voorburg. Een eventuele snelbus over de Maanweg zou dan nog een mogelijkheid kunnen zijn. En mocht het toch echt noodzakelijk zijn om een sneltramlijn aan te leggen, dan moet die maar onder de grond, zodat Opa’s veldje en de tuin van Hofwijck gespaard kunnen blijven.

Een goede hoogwaardige Openbaarvervoer verbinding in een gebied met de omvang van de Binckhorst noodzakelijk om de bereikbaarheid van het gebied nog beter te kunnen waarborgen zonder dat er veel op automobiliteit wordt teruggevallen. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

Zienswijze 29 Inhoud zienswijze

Beantwoording

73

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen a)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar Station Voorburg1 (om wellicht in de toekomst te worden doorgetrokken naar Zoetermeer). De gesuggereerde bus verbinding over de Westenburgstraat is slechts als tijdelijke optie in beeld en dus geen alternatief. Zie Notitie par 3.3.3.”… Hierdoor ligt het voor de hand om bij het realiseren van de regionale verbinding en de busbaan om te bouwen naar trambaan of ART”.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. In de beantwoording bij de zienswijze 3c is ingegaan op de onderbouwing bij de tracéligging van de HOV verbinding.

b)

Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie voor Voorburg-West, LeidschendamVoorburg en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). Opa’s veldje wordt ook intensief (dagelijks) gebruikt door de scouting, de omringende basisscholen (gymles) en diverse sportclubs.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Mocht een tracé over Opa’s veldje toch onvermijdelijk blijken – hetgeen dus nader moet worden aangetoond – dan dient het tracé maximaal te worden ingepast in de bestaande groene omgeving. En dat wil zeggen ondergronds, zodat het unieke karakter van Opa’s veldje en de gebruiksmogelijkheden behouden blijven. En op deze wijze kan – bij evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Z’meer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, worden gespaard. Vraag is overigens in hoeverre het nodig is om de lijn naar Zoetermeer door te trekken, gezien de uitstekende treinverbinding die reeds bestaat tussen Zoetermeer en Voorburg. Een extra spoor langs hetzelfde tracé voegt, behalve veel kosten niets toe.

Zie beantwoording zienswijze 12d.

Mocht een ondergronds tracé onverhoopt technisch niet mogelijk zijn, en een bovengronds tracé onontkoombaar zijn, dan is het zaak om dit zoveel mogelijk met een groene natuurlijke afscheiding in te passen. Dus geen betonnen kolossen en een om graffiti vragende betonnen afscheiding, en zeker geen zgn. ‘netkous’. Er dient gekozen te worden voor een natuurlijke geluidswerende voorziening die tevens de tram zoveel mogelijk aan het oog onttrekt. Camoufleren en niet accentueren is daarbij het devies, temeer de

Zie beantwoording zienswijze 12e

d)

Van het HOV Bus/ART alternatief wordt een schetsontwerp opgesteld waarbij wordt uitgegaan van een aparte busbaan. Mogelijke tijdelijke oplossing zou kunnen zijn dat de bus met het verkeer in de Westenburgstraat mee rijdt, echter dat is geen oplossing die past bij de visie voor de lange termijn. In dat kader wordt inderdaad rekening gehouden met een latere opwaardering van de busbaan naar een ART of HOV-Tram oplossing.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a. Het realiteitsgehalte van de doorontwikkeling van het tracé is daarmee onderdeel van de afweging richting het Voorkeursalternatief (dat is de 'doorkijk’ naar de situatie dat het lokale HOV-tracé in het plangebied in CID Binckhorst wordt aangesloten/verbonden met de regio). De verdere uitwerking van deze doortrekking is onderdeel van de preverkenning Koningscorridor.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. Wat betreft de bovengrondse afbuiging zal de vormgeving van de infrastructuur in een vervolgfase van het project worden uitgewerkt. Hierbij zal worden getracht zoveel

74

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

e)

5.30

5.31

trams bij een bovengrondse variant over de Maanweg en Opa’s Veldje door het zichtveld van vele woningen in Voorburg-West rijden. Elke vorm van hinder door licht en geluid moet voorkomen worden. Verder dient het tracé, op alle plekken zo ver mogelijk van de huizen en de scouting verwijderd te zijn incl. de ‘bocht’ van de Maanweg naar Opa’s Veldje. Indien hier een bovengrondse afbuiging gerealiseerd wordt, moet deze zo ver mogelijk naar het SDU gebouw geplaatst worden, waarbij het spoor boven de weg de bocht maakt, en niet over het huidige groen rondom de Broeksloot.

mogelijk rekening te houden met de diverse eisen, wensen en suggesties die hierop van toepassing zijn.

Indiener reageert op een passage van uit paragraaf 4.4 Alternatief 2: Ligthrail en geef aan dat In alle gevallen moet milieu en natuur volwaardig worden meegenomen en dat is nu niet het geval. Milieu kent een bredere scope dan genoemd in de notitie. Op p. 9 wordt niet duidelijk in hoeverre de gevolgen voor milieu en natuur zijn. Onder de gevolgen voor milieu vallen conform art. 1.1 lid 2 Wet milieubeheer vallen ook de gevolgen voor natuur, cultuurhistorische waarden, met inbegrip van architectonisch en archeologisch erfgoed.

In deze fase van de Verkenning wordt toegewerkt naar een Voorkeursalternatief door alternatieven te vergelijken. Daarbij zijn in het afweegkader de criteria opgenomen die relevant zijn voor deze keuze en waarop de alternatieven (mogelijk) onderscheidend zijn ten opzichte van elkaar. De scope van de criteria is daarmee voldoende voor milieu en natuur. Ook archeologie en cultuurhistorie zijn onderdeel van het afweegkader.

Zienswijze 30 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Indiener geeft aan het onbegrijpelijk te vinden dat juist in deze bijzondere coronatijden waarbij er al zo weinig mogelijkheden zijn voor kinderen met het stopzetten van alle buitenschoolse activiteiten en sport om dan ook nog in de openbare speelgelegenheden te snijden.

Zienswijze 31 Inhoud zienswijze

Beantwoording

75

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen a)

Inhoudelijk komt Indieners zienswijze er op neer dat bij het afweegkader in paragraaf 4.3 en tabel 4-2 van de Notitie een zeer belangrijke opgave buiten beschouwing is gelaten. Dat is de opgave van inpassing van de bereikbaarheidsmaatregelen en de alternatieven in de bestaande woonomgeving. Welk alternatief ook wordt gekozen, deze zal in de bestaande bebouwing van Voorburg-West ingepast moeten worden. Daarbij is het van groot belang dat de huidige bewoners van het plangebied geen onaanvaardbare hinder ondervinden van het uiteindelijke alternatief. Het uiteindelijk te kiezen tracé dient dan ook maximaal te worden ingepast in de bestaande (groene) omgeving. Dit aspect wordt ten onrechte nergens in de Notitie benoemd.

De insteek is om impact op de omgeving zoveel mogelijk te voorkomen en zorg te dragen voor een goede inpassing. In deze fase ligt de focus op het bepalen van de vervoerstrategie voor CID Binckhorst waarbij ook de kansen en risico's voor inpassing aan bod komen. Ten behoeve van het Plan-MER worden de trace alternatieven uitgewerkt tot een schetsontwerp om inzicht te krijgen in de benodigde ruimte en daarmee aantasting van bestaande waarden en om de effecten op de omgeving in beeld te brengen. In het afweegkader zijn meerdere criteria opgenomen om de effecten om de woonomgeving te bepalen, zoals geluid, trillingen, luchtkwaliteit en ruimtegebruik (wijkgroen, barrières e.d.). Naar aanleiding van zienswijzen wordt in het onderzoek wordt ‘ruimtelijke kwaliteit van de bestaande omgeving’ meegenomen als expliciet criterium.

b)

Indiener stelt dat uit het volgende blijkt dat deze maximale inpassing noodzakelijk is en tot aangepaste keuzes zal moeten leiden: Bij alternatief 1 (HOV Tram) en alternatief 2 (Lightrail) wordt uitgegaan van een tak richting Delft vanaf de Binckhorstlaan, via de Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg waar vervolgens kan worden aangesloten op de huidige infrastructuur van lijn 1. Daarbij wordt volledig uit het oog verloren dat ruimte zeer schaars is in dit deel van Voorburg-West. De Binckhorstlaan vanaf de kruising met de Maanweg tot aan de kruising met de Prinses Mariannelaan heeft geen bestaande tramrails waar gebruik van kan worden gemaakt. Dit betekent dat er een (tram)rails aangelegd moet worden die een zeer ernstige aantasting van het woon- en leefklimaat van bewoners van deze straat met zich brengt. Uit verkeersstudies bij de plannen voor de Rotterdamsebaan en het Omgevingsplan Binckhorst blijkt dat het aantal verkeersbewegingen op het wegvak Binckhorstlaan-Prinses MariannelaanGeestbrugweg navenant zal toenemen. De Rotterdamsebaan, zo staat vast, levert geen oplossing voor het lokale bestemmingsverkeer, dat met de bouw van de duizenden nieuwe woningen op de Binckhorst zeer navenant zal toenemen. Volgens sommige studies zelfs met 39% als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. Hier kan geen enkel OV alternatief iets aan veranderen.

Wanneer hier ook nog een tram aan wordt toegevoegd, dan leidt dit tot een totaal onleefbare situatie voor omwonenden. De keuze voor de aftakking naar Delft ligt bovendien al volledig vast, terwijl

Voor dit deel van het plangebied is bekend dat de ruimte beperkt is. Er worden schetsontwerpen gemaakt voor het zuidelijk deel van de Binckhorstlaan (tussen kruising met de Maanweg en de Prinses Mariannelaan) voor alle alternatieven, waarbij ook wordt uitgewerkt op welke wijze een HOV baan kan worden ingepast. In het Plan-MER worden de alternatieven beoordeeld om de effecten op de omgeving in beeld te brengen. Met het vaststellen van de NKO in 2019 wordt voorzien in een nieuw HOV tracé tussen Den Haag Centraal en station Voorburg. Daarbij is voorzien in een aansluiting van dit tracé vanaf de Binckhorstlaan op de huidige infrastructuur naar Delft tot 2030 (middellange termijn). Van Den Haag Centraal en station Voorburg bestaat de mogelijkheid om het HOV-tracé op de lange termijn te verbinden met de regio richting Scheveningen, Zoetermeer en Delft (2040, lange termijn als onderdeel van de studie Koningscorridor).

76

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen een nut- en noodzaaktoets ontbreekt. Was deze toets wel uitgevoerd, dan was al snel gebleken dat er totaal geen noodzaak noch nut bestaat van de aftakking. Zo kunnen reizigers via station Den Haag HS naar Delft reizen. Ook kunnen reizigers door slechts een klein stukje te lopen vanaf een nieuwe halte op de Maanweg naar de Prinses Mariannelaan, overstappen op een prima busverbinding. Ook is niet aangetoond hoeveel reizigers daadwerkelijk gebruik zullen gaan maken van deze aftakking. Kortom, de noodzaak van de aftakking naar Delft is niet aanwezig, terwijl deze aftakking een onaanvaardbare aantasting oplevert van het woon- en leefklimaat van bewoners van dit deel van Voorburg-West. c)

Indiener stelt dat de Notitie een goed startpunt is voor verder onderzoek en participatie van bewoners van het plangebied. Bewoners die als geen ander nut en noodzaak en gevolgen kunnen aangeven en die daarom veel intensiever betrokken moeten worden bij het proces. Indiener verzoekt dan ook om de burgers van Leidschendam-Voorburg vanaf nu intensief te betrekken bij de verdere stappen en ontwikkelingen.

De initiatiefnemers zullen langs twee lijnen de betrokkenheid van de omgeving in deze fase intensiever gaan organiseren: 1). In het vervolg van de Verkenning en in aanloop naar de tweede trechtering (de keuze van een voorkeursalternatief) worden bewoners en belanghebbenden actief geïnformeerd over de Verkenning met (online) informatiebijeenkomsten, website, nieuwsbrieven etc. Dit in aanvulling op de inspraakprocedure ten aanzien van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en inspraak in 2021 over het Masterplan Mobiliteit. 2). Daarnaast wordt vanuit het project een gezamenlijk Bewonersplatform georganiseerd voor bewoners, belanghebbenden en georganiseerde belangengroepen zoals de Bewonersorganisaties in Voorburg, Rover en de Fietsersbond uit Leidschendam-Voorburg en Den Haag. Doel van dit Bewonersplatform is het zorgvuldig en nauw betrekken van bewoners bij het proces en de inhoudelijke stappen in de verkenning. De status van dit Bewonersplatform is in lijn met het participatieniveau ‘proactief informeren en raadplegen’.

77

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen 5.32

Zienswijze 32 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener geeft aan het op prijs te stellen wanneer bijv. in de Voorburgse editie van “Het Krantje”, het ter inzage leggen van dit document, inclusief de termijn waarop commentaar kon worden gegeven, was gepubliceerd of, zoals vaker wordt toegepast, een bericht hierover in de brievenbus zou zijn geland. Wanneer daarover wel is gecommuniceerd, ook naar de Voorburg inwoners en Indiener dat bericht heeft gemist, dan graag aangeven waar en wanneer dat is gebeurd.

Het bericht dat inspraak mogelijk was op de OV-Verbinding Binckhorst heeft op 2 september 2020 in de Gemeenterubriek van de huis-aan-huisbladen In Den Haag en Leidschendam-Voorburg gestaan. Daarnaast ook in de digitale nieuwsbrief van 3 september 2020 en ook nog op de gemeentelijke website.

b)

Indiener stelt dat de titel van de notitie suggereert dat hierin niet alleen over de (on-)mogelijkheden van het openbaar vervoer worden beschreven maar ook van het fietsverkeer, het autoverkeer en van voetgangersvoorzieningen. Omdat afgezien van enkele bijna zijdelingse aantekeningen betreffende het fietsverkeer, “alleen” de inrichting van het openbaar vervoer onderwerp is van de notitie; de vlag dekt dus niet de lading. Een deel van de problematiek van (on-)bereikbaarheid van het Binckhorstgebied wordt al veroorzaakt door de huidige verkeersdruk, verkeersdruk die dus “van buiten de stad” afkomstig is. De verkeersdruk wordt nog eens verergerd door de extra vervoersbewegingen die het gevolg zijn van de geplande bebouwing van het Binckhorst-gebied. Wanneer de huidige verkeersdruk verminderd zou kunnen worden (bv. door het aanleggen van Park&Ride parken in de periferie van Haaglanden met uitstekende OV verbindingen naar het centrum van de stad), dan zal dat ook impact (kunnen) hebben op de te kiezen OV structuren voor het Binckhorst-gebied. Indiener vindt hierover weinig informatie in deze notitie. In het rapport worden een 10-tal oplossingsrichtingen vermeld waaruit een drietal kansrijke oplossingsrichtingen zijn uitgewerkt. Indiener vindt het jammer dat een metro-achtige oplossingsrichting hier niet bij genoemd is. Slechts op 1 plek, nl.

op pagina 28, wordt een tunnel-achtige oplossing geschetst, overigens zonder verdere uitwerking.

De problematiek van de huidige onbereikbaarheid spitst zich toe op de slechte verbinding met het openbaar vervoer in het gebied. Het is juist de bedoeling om goed openbaar vervoer in het gebied te realiseren zodat ondanks de toename van het aantal woningen en bestemmingen de automobiliteit beperkt blijft. Het realiseren van Park & Ride is geen onderdeel van de beoordeling in het Plan-MER (en uiteindelijke afweging) maar wel beleid van de gemeente en regio. De volledig ondergrondse oplossing die in de Notitie Kansrijke Alternatieven uit 2019 is benoemd, is in de afweging afgevallen omdat deze zeer kostbaar is en niet faseerbaar waardoor er niet op de komende termijn van 10 jaar een goede OV-oplossing beschikbaar is.

c)

Het verbaast Indiener dat het tracé voor het HOV kennelijk al vast ligt. Het geschetste tracé ligt eigenlijk rondom de woongebieden heen in plaats van

Op grond van de zienswijzen worden er twee tracés aan het onderzoek toegevoegd, namelijk een tracé via de Prinses Mariannelaan en een tracé via de Zonweg en

78

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen door de woongebieden zelf, hetgeen logischer zou zijn geweest omdat de afstand tussen HOV en woning dan korter zou zijn geweest.

Regulusweg. Het tracé via de Prinses Mariannelaan wordt in het Plan-MER onderzoek meegenomen als faseringsvariant, wat inhoudt dat er tijdelijk (tot 2040) gebruik gemaakt zou kunnen worden van het tracé door de Prinses Mariannelaan. Ook het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd.

d)

Indiener mist in het demografische aspect in het rapport. Wordt er uitgegaan van de behoeftes van primair een jonge bevolking (iedereen op de fiets!) of stelt de grijze golf die er op de termijn waarvoor gepland wordt ruimschoots aanwezig is andere eisen aan mobiliteit?

De bereikbaarheidseffecten worden in het Plan-MER met behulp van verkeersmodellen bepaald, waarin ook wordt gekeken naar de effecten op de verschillende modaliteiten (voetgangers, fietsers, OV, autoverkeer). In de basis wordt niet uitgegaan van 1 specifieke bevolkingsgroep, maar een gemengde samenstelling. In de berekening wordt rekening gehouden met aanvullende maatregelen om het autogebruik te verminderen, zoals goede fietsvoorzieningen, ontmoedigen autogebruik (lage parkeernorm, parkeertarieven) en nieuwe mobiliteitsontwikkelingen (Smart Mobility, mobiliteitshubs).

e)

De inpassing van de HOV verbinding in het profiel van de Maanweg lijkt Indiener erg moeilijk wanneer de bestaande groenstrook intact moet worden gelaten. Op maaiveld niveau is er geen ruimte voor (trottoir, brede fietspaden, rijstroken voor gemotoriseerd verkeer, vrije baan voor HOV). Aantasting van de groenstrook is ongewenst o.m. vanuit milieuoverwegingen en vanuit het pogen Dan Haag om een stad met veel groen te laten zijn.

Het belang van de groenstrook langs de Maanweg wordt ook door initiatiefnemers gezien. Deze groenstrook is een waardevol groengebied (ecologische zone) dat als zodanig is opgenomen in de omgevingsplannen en gemeentelijk beleid van zowel Den Haag als Leidschendam-Voorburg. In het kader van het Plan-MER worden schetsontwerpen opgesteld. Met de inpassing van de HOV-baan in de Maanweg en de stedenbouwkundige wijzigingen krijgt de inrichting van de Maanweg een ander dwarsprofiel. Voor de Maanweg e.o. is een gebiedspaspoort opgesteld, waarin de stedenbouwkundige uitgangspunten zijn benoemd (Den Haag, Visie Maanweg, december 2019). In het schetsontwerp wordt aangesloten bij het stedenbouwkundig wensbeeld voor de Maanweg, waarbij enerzijds voldoende ruimte wordt geboden voor voetgangers en fietsers en kwalitatief hoogwaardig groen en anderzijds de HOV-baan in het stedenbouwkundige beeld wordt ingepast. In de ontwerpen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden deze groenstrook te behouden en waar mogelijk te verbeteren. De effecten op deze groenstrook en ook mogelijke maatregelen zijn onderwerp van het Plan- MER.

79

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen f)

In de aansluiting van het openbaar vervoer op bestaande tramverbindingen o.a. naar Delft, wordt een railvoorziening genoemd die aansluit op de railverbinding die nog in de Prinses Mariannelaan c.q. Geestbrugweg ligt. De Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg zijn hier helemaal niet voor geschikt: te smal. Bovendien tast het gebruik van deze bestaande railinfrastructuur het principe van HOV en ongelijkvloerse kruisingen aan.

In de Prinses Mariannelaan en Geestbrugweg zal inderdaad maatwerk nodig zijn om een (H)OV-verbinding in te passen. De verdere uitwerking van HOV richting o.a. Delft/Rijswijk (via Geestbrugweg) maakt onderdeel uit van de preverkenning Koningscorridor, daarbij wordt ook gekeken naar de beschikbare ruimte en de consequenties van inpassing.

g)

Indiener vindt het onbegrijpelijk dat een deel (of misschien wel alles) van de groene speelweide bij het Station Voorburg moet worden opgeofferd voor een aansluiting van het HOV op station Voorburg. Deze speelweide vervult een grote functie binnen Voorburg-West. Bijna ongeacht het weer, wordt deze speelweide veel gebruikt door jonge gezinnen en jongeren. Bovengrondse verbinding vind ik daarom zeer ongewenst, ondergrondse aansluiting zou kunnen. Dan kan (later) ook het park rond het Huygens’ kasteeltje intact blijven. Bovendien zou dan ook de Scouting-groep op hun huidige locatie kunnen blijven.

Zie beantwoording zienswijze 29b.

h)

Indiener stelt op pagina 39 ook een AVLM aansluiting bij station Voorburg te zien. Niet opgenomen in de lijst met afkortingen, ga ik er vanuit dat hiermee Automatisch Vervoer Last Mile wordt bedoeld. Wordt hiermee de shuttle bus bedoeld? Wat zijn de plannen hiermee?

Met de term AVLM die is opgenomen op kaart zoals opgenomen op pagina 39 (Bijlage 2 Realisatieplan No-regretpakket (juli 2019) wordt inderdaad bedoeld automatisch vervoer op de ‘last mile’ (AVLM).

i)

Indiener benoemt het uitgangspunt: Bevordering van het gebruik van fietsen als middel van vervoer en stelt dat ook wordt aangegeven dat fietsstallingen inpandig zouden moeten worden aangelegd. Er zijn echter een beperkt aantal fietsparkeergelegenheden ingetekend die zo te zien in aparte ruimtes zijn ingericht. Te weinig voor het grote aantal fietsen dat men kan verwachten, niet inpandig en te veraf gelegen ten opzichte van de wooneenheden. Gevolg zal zijn een groot aantal fietsen “op straat” geparkeerd.

Het door Indiener aangegeven uitgangspunt wordt gezien als een terecht aandachtspunt, maar dit is iets voor de vervolgfase (planuitwerking).

80

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen j)

5.33

Indiener geeft aan uit de notitie te halen dat de infrastructuur voor fietspaden grotendeels wordt aangelegd langs de Binckhorstlaan en langs de randen van het Binckhorst gebied. Daaruit trekt Indiener de conclusie dat de 3 bruggen die in het “Visie Maanweg”-rapport zijn aangegeven over de Broeksloot vanuit de Binckhorst naar Voorburg-West, slechts voetgangersbruggen zijn of vormen zij een essentieel element in de fietsverbindingen infrastructuur? Zo ja, hoe wordt dan vanuit Voorburg aangesloten op deze fiets-infrastructuur?

In de schetsontwerpen worden de locaties van de haltes indicatief opgenomen. De exacte locatie van de haltes wordt in de volgende fase (planuitwerking voorkeursalternatief) bepaald. Voor de halte langs de Maanweg kan dan ook gelden dat bij de nadere uitwerking (de planuitwerking) wellicht een langzaam verkeersverbinding richting de Overburgkade wenselijk is. De keuze voor een fiets-/voetgangersverbinding of alleen voetgangersverbinding wordt daar gemaakt.

Zienswijze 33 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener stelt dat het merendeel van de te onderzoeken opties minimaal een majeure impact zullen hebben op de omgeving, met de nadruk op Opa’s Veldje. Indiener stelt voor om de volgende punten mee te laten wegen in het onderzoek naar de voorkeursvariant: 1. In hoeverre kan de scouting op een veilige manier (bal)sport- en spelactiviteiten uitvoeren met kinderen in de leeftijd van 5-18 jaar. 2. In hoeverre kunnen de huidige waterpartijen rond Opa's veldje behouden blijven, inclusief de toegang naar de Trekvliet. 3. In hoeverre kan de scouting bouwwerken/stellages van houten palen blijven maken (ook wel Pionieren genoemd) en ruimte overhouden om dit veilig te kunnen doen.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener verzoekt onderzocht te hebben (zowel voor de uitvoeringsfase tijdens de bouw als ook voor de definitieve fase) welke impact de vervoersvariant en het ingetekende tracé heeft 1. op de bereikbaarheid van het clubhuis 2. op trillingen en eventuele schade aan het clubhuis

In het Plan-MER worden de effecten van de tracés in beeld gebracht, daarbij wordt ook onderzoek gedaan naar geluidsbelasting, trillingen en bereikbaarheid. Hierbij wordt in de beoordeling ook rekening gehouden met bestaande bebouwing, waaronder het clubhuis. Bouwschade, waardevermindering (of -verhoging) zijn geen onderdeel van het onderzoek.

81

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen 3. op geluidsoverlast in het clubhuis en de activiteiten welke daarin worden ondernomen. c)

Indiener geeft aan dat het tijdens de online bijeenkomst niet duidelijk is geworden waarom een alternatieve route welke via de Maanweg direct onder de sporen/A12 doorgaat niet is onderzocht, waarbij het tracé haar route via de Laan van Nieuw Oosteinde naar Station Voorburg kan vervolgen. Indiener stelt dat dit een logische optie is naast een volledig verdiepte ligging met behulp van een bouwmethode welke de historische staat van ons clubhuis niet aantast.

Het door Indiener aangedragen alternatief dat voorziet in doortrekking van het Maanweg HOV-tracé onder de A12 wordt niet gezien als een geschikte mogelijke oplossing voor een HOV-verbinding (ook al wordt daarmee Opa’s Veldje en de loop-en fietsroute Huygens’traverse ontzien). Het zorgt voor een conflict met het autoverkeer op de toe- en afritten van de A12 waar doorstroomhinder voor autoverkeer en OV ontstaat. Ook is er aan de andere zijde van de A12 onvoldoende ruimte voor de inpassing van de aan HOV baan. Daarnaast past het niet bij optie voor de mogelijke toekomstige doorkoppeling naar Zoetermeer.

d)

Indiener geeft aan verrast te zijn dat de ligging van het tracé op basis van een logische analyse nagenoeg vastligt en mogelijk majeure impact heeft op de scouting. Indiener stelt verbaast te zijn dat in de notitie geen enkele verwijzing naar de scouting is gemaakt, terwijl diverse media de impact voor de scouting wel direct signaleren op basis van dezelfde notitie. Met de enorme toename van woningen, waarbij weinig rekening is gehouden met speelruimte en groen, zou juist het behoud van Opa's Veldje en activiteiten zoals Scouting een hoge prioriteit in de plannen moeten krijgen. Indiener ziet dit graag terug in het Masterplan en/of Plan-MER.

Op grond van de zienswijzen worden er twee tracés aan het onderzoek toegevoegd, namelijk een tracé via de Prinses Mariannelaan en een tracé via de Zonweg en Regulusweg. Het tracé via de Prinses Mariannelaan wordt in het Plan-MER onderzoek meegenomen als faseringsvariant, wat inhoudt dat er tijdelijk (tot 2040) gebruik gemaakt zou kunnen worden van het tracé door de Prinses Mariannelaan. Ook het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

e)

Indiener geeft aan graag in gesprek te gaan, en mocht de voorkeur toch uitgaan naar een tracé over Opa’s Veldje, om mee te denken over de beste inpassing van de scouting in deze plannen en de budgettaire impact hiervan op het integrale mobiliteitsplan voor de CID Binckhorst.

Gedurende het verdere onderzoek en ook tijdens de eventuele planuitwerking daarna blijven wij graag met u in gesprek. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

82

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

5.34

Zienswijze 34 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener stelt dat het voorlopig eindpunt van het plan tot 2030 voor Leidschendam-Voorburg een ongelijkvloers station Voorburg is. Het kan dan bijna niet anders dan dat het plan is de lijn ongelijkvloers door te trekken naar Zoetermeer en vervolgens naar Delft en Rotterdam. Indiener dat een verbinding Den Haag - Rijswijk - Delft - Rotterdam (The Hague airport) en vervolgens tracé Erasmuslijn lijkt veel logischer.

De studie Bereikbaarheid CID-Binckhorst richt zich op de verbinding Den Haag Binckhorst - Voorburg. Eén van de aspecten waarop het voorkeursalternatief bepaald gaat worden, is toekomstvastheid. Daarbij wordt gedoeld op de mogelijke doortrekking van de lijn vanuit Voorburg naar Zoetermeer. De verdere uitwerking van de doortrekking van Voorburg naar Zoetermeer maakt deel uit van een studie die parallel loopt (preverkenning Koningscorridor). Voor de verbinding naar Delft wordt vanuit die studie een tracé onderzocht dat vanaf de Binckhorst via Geestbrugweg naar Rijswijk en verder naar Delft loopt.

b)

Indiener stelt dat een plan waarbij een verkeersader dichter op Hofwijck wordt gelegd geen wenselijke ontwikkeling is. Het aantasten van een monument is niet wat een overheid in overweging dient te nemen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) heeft ook een zienswijze ingediend waarin zij gezien te hebben dat cultureel erfgoed volwaardig wordt meegenomen in het milieuonderzoek. De RCE wordt ook om advies gevraagd ten aanzien van de beoordeling van dit aspect voor een tracé richting Zoetermeer ter hoogte van Huygens’' Hofwijck in het Plan-MER.

c)

Indiener geeft aan dat in Voorburg nog gebruik gemaakt kan worden van het bestaande spoor van voorheen lijn 10. De halte van lijn 10 kan eventueel naar onder het station verlegd worden en blijft dan op straatniveau.

Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a. In de eerste fase van de Verkenning CID-Binckhorst (2018-2019) zijn voor de verbinding tussen de Binckhorstlaan en station Voorburg de routes langs de Maanweg en langs de Mariannelaan beschouwd. De route via de Prinses Mariannelaan biedt echter geen mogelijkheid om in de toekomst een goede doorkoppeling te maken naar de regio (Zoetermeer en verder) en heeft vanwege het woonprofiel onvoldoende ruimte om als hoogwaardig lightrail uit te voeren. Daarom wordt in de NRD in aansluiting op het eindbeeld van de Koningscorridor uitgegaan van de route langs de Maanweg. Een tracé langs de Prinses Mariannelaan kan mogelijk wel een tijdelijke oplossing bieden richting het eindbeeld. Naar aanleiding van de reacties op de NRD met betrekking tot het te onderzoeken tracé en de mogelijkheid om als tijdelijke oplossing te fungeren de route langs de Prinses Mariannelaan als faseringsvariant tevens in de MER worden bestudeerd.

83

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

5.35

Zienswijze 35 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

In het visiedocument Schaalsprong OV Den Haag en omgeving (RIS303479, vastgesteld 13 september 2019) is de ambitie van de gemeente Den Haag weergegeven voor het OV netwerk in de stad en regio voor het eindbeeld in 2040. Hiervoor zijn op hoofdlijnen verschillende netwerkscenario’s onderzocht. Geconcludeerd is dat het ontwikkelen van hoofdassen voor het OV om de stad en regio te verbinden het meeste effect heeft op de doelen van de stad en regio om de economische kracht van de agglomeratie te vergroten en de noodzakelijke groei van woningen in de regio duurzaam te kunnen realiseren. Een van die assen is de Koningscorridor die het centrum van Den Haag via de nieuwe ontwikkelingen in de Binckhorst verbindt met Zoetermeer en Den Haag. De HOV verbinding die in de NRD is opgenomen betreft de eerste fase van deze corridor. Vanwege de vaste punten op deze as met een koppeling met Den Haag Centraal, het passeren van de treinsporen, het in de Binckhorst aansluiten bij de ruimtelijke ontwikkelingen ten behoeve van een hoogstedelijk woon-, werk- en leefgebied rond de Binckhorstlaan/Maanweg en de aansluiting van station Voorbrug als overstappunt, zijn de ruimtelijke opties voor mogelijke tracés beperkt. Andere tracéopties zijn daarom al in een vroegtijdig stadium afgevallen.

Indiener geeft aan graag meerdere mogelijkheden onderzocht te zien worden: 1. Het eerste alternatief is de trambaan op de Maanweg onder het viaduct (Wilhelmina viaduct) van de Utrechtsebaan door te leiden. Naar de andere kant van het talud. Waar dan het tram tracé een stukje over de Laan van Nieuw-Oosteinde gaat, langs het politiebureau. En daar dan aansluit op het NS station en het busstation Voorburg. Zo sluit de tram dus makkelijk aan op de Intercity naar Utrecht en de bus naar Leiden CS. Het grote voordeel van dit tracé is dat het gemakkelijker kan worden ingepast in het brede profiel van de Laan van Nieuw Oosteinde (Voorburg). Maar dat betekent wel dat aan de studie de viaductdoorgeleiding voor deze viaducten moet worden meegenomen met de andere viaducten op de Binckhorslaan. Hierover dient zo snel mogelijk maar in ieder geval voor de besluitvorming over het Masterplan door de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg (planning: april 2021) duidelijkheid te komen; boter bij de vis zogezegd, meest voor de hand liggend alternatief - is om het tracé midden door de nieuw te bouwen wijk te laten lopen, en niet aan de randen ervan zodat de afstand van OV tot de huishoudens gemiddeld het best wordt verdeeld, en het gebruik van het OV wordt gestimuleerd.

Ook hier geldt dat bij de bouw van nieuwe woningen makkelijker mitigerende maatregelen kunnen worden ingepast om de hinder van een HOV verbinding voor de deur te reduceren 2. Een tweede alternatief is om het tracé midden door de nieuw te bouwen wijk te laten lopen, en niet aan de randen ervan zodat de afstand van OV tot de huishoudens gemiddeld het best wordt verdeeld, en het gebruik van het OV wordt gestimuleerd. Ook hier geldt dat bij de bouw van nieuwe woningen makkelijker mitigerende maatregelen kunnen worden ingepast om de hinder van een HOV verbinding voor de deur te reduceren. Mijn voorstel is: laat de OV verbinding lopen via de Zonweg of via een verhoging via de

Ten aanzien van de door Indiener voorgestelde mogelijkheden: 1. Het door Indiener aangedragen alternatief dat voorziet in doortrekking van het Maanweg HOV-tracé onder de A12 wordt niet gezien als een geschikte mogelijke oplossing voor een HOV-verbinding (ook al wordt daarmee Opa’s Veldje en de loop-en fietsroute Huygens’-traverse ontzien). Het zorgt voor een conflict met het autoverkeer op de toe- en afritten van de A12 waar doorstroomhinder voor autoverkeer en OV ontstaat. Ook is er aan de andere zijde van de A12 onvoldoende ruimte voor de inpassing van de HOV baan. Daarnaast past het niet bij de optie voor de mogelijke toekomstige doorkoppeling naar Zoetermeer. 2. Een tracé binnen het aangeduide plangebied sluit goed aan bij de ruimtelijke ontwikkelingen ten behoeve van een hoogstedelijk woon-, werk- en leefgebied rond de

84

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

b)

Saturnusstraat en dan vanuit die straat aansluiten op het spoor. 3. Het derde alternatief is de tram lijn ondergronds te laten lopen over de Maanweg. Dit zou ook kunnen bij de voorstellen bij punt 2.

Binckhorstlaan/Maanweg zoals mogelijk gemaakt met het Omgevingsplan Binckhorst. In het Omgevingsplan Binckhorst wordt géén specifiek tracé voor de HOV-verbinding vastgelegd. Wel maakt het Omgevingsplan Binckhorst het aanleggen van een HOVverbinding mogelijk (‘toelatingsplanologie’), maar een specifiek tracé (bijvoorbeeld het tracé via de Maanweg) wordt niet dwingend planologisch vastgelegd in dit Omgevingsplan. Het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd. 3. Een volledig ondergronds tracé is wel beschouwd in de 1e fase van de Verkenning maar is afgevallen omdat een volledig ondergronds tracé naast kostbaar ook niet past bij de ruimtelijke invulling van de Binckhorst.

Indiener geeft aan dat de NRD een driedelige opgave schetst: mogelijk maken van verstedelijking, bijdragen aan de bereikbaarheid en bijdragen aan regionale ambities rond OV en fiets. De opgave 'bijdragen aan het verbeteren of tenminste het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving van het bestaand gebied’ ontbreekt. Dit is om de volgende redenen opvallend te noemen: 1. Zowel in de m.e.r op het Omgevingsplan Binckhorst als in de m.e.r. op de Rotterdamsebaan is aangetoond dat in het gebied CID-Binckhorst de milieukwaliteitsnormen tegen de wettelijke grenswaarden aan liggen. In het gebied rond de Voorburgse Binckhorslaan/Maanweg geldt een geluidbelasting van 60-65 dB, waar 48 dB de voorkeurswaarde is en 65 dB de grenswaarde. 2. Voor NO2 zit dit gebied nu al - nog zonder toename van woningen - dicht tegen de norm van 40 pg/m3 per jaar aan. Datzelfde geldt voor fijn stof (PM2,5), waar de WHO advieswaarde (10 pg/m3 pj) veel strenger is dan de huidige norm (25 Mg/m3pj). 3. In het NRD wordt nergens gesteld dat de milieu-effecten in kaart gebracht en meegewogen zullen worden. Wij verzoeken u in de m.e.r.

In het Plan-MER worden de effecten van het tracé in beeld gebracht voor het studiegebied, inclusief het deel in Voorburg. Daarbij wordt ook onderzoek gedaan naar geluidsbelasting, luchtkwaliteit en trillingen op het detailniveau dat nodig is om een voorkeursalternatief te kiezen. In de vervolgfase (planuitwerking) wordt meer in detail onderzoek gedaan voor de betreffende aspecten. Geluid is onderdeel van het afweegkader zoals opgenomen in de NRD in hoofdstuk 4. Het detailniveau dat Indiener vraagt (waaronder cumulatie) gaat in dit stadium van de Verkenning verder dan nodig is voor de besluitvorming (en in dit stadium niet onderscheidend). Voor de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief (planuitwerkingsfase) zal wel gedetailleerder akoestisch onderzoek verricht worden.

85

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen specifiek aandacht te besteden aan de milieu-effecten van het Masterplan op de Voorburgse Binckhorstlaan/Maanweg, zowel in het referentiescenario als in het toekomstige scenario. 4. Bij geluid wordt alleen gekeken naar de separate geluidbelasting van weg, spoor en industrie. Wij verzoeken u om bij geluid ook het cumulatie-effect mee te nemen. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (‘Aanvullingswet Geluid Omgevingswet’) wordt de cumulatieve geluidbelasting beoordeeld, dus de totale geluidbelasting van industrie, spoor, lokaal verkeer en snelwegverkeer. 5. Wij verzoeken u dan ook in de m.e.r. aan te geven wat de effecten van geluid, fijn stof (PM2,5) en trillingen door tram of bus zullen zijn op het Voorburgse deel van de Binckhorstlaan/maanweg en hoe de hinder die hierdoor wordt ervaren, inclusief monitoring hiervan, wordt meegewogen in het uiteindelijke besluit.

5.36

Zienswijze 36 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

In het visiedocument Schaalsprong OV Den Haag en omgeving (RIS303479, vastgesteld 13 september 2019) is de ambitie van de gemeente Den Haag weergegeven voor het OV netwerk in de stad en regio voor het eindbeeld in 2040. Hiervoor zijn op hoofdlijnen verschillende netwerkscenario’s onderzocht. Geconcludeerd is dat het ontwikkelen van hoofdassen voor het OV om de stad en regio te verbinden het meeste effect heeft op de doelen van de stad en regio om de economische kracht van de agglomeratie te vergroten en de noodzakelijke groei van woningen in de regio duurzaam te kunnen realiseren. Een van die assen is de Koningscorridor die het centrum van Den Haag via de nieuwe ontwikkelingen in de Binckhorst verbindt met Zoetermeer en Den Haag. De HOV verbindingen die onderzocht worden betreft de eerste fase van deze corridor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=e103f426-88a4-42f0-803c-af048611a8b6