CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2098 Nota van Antwoord op zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau Verkenning bereikbaarheid CID Binckhorst.pdf

Raadsvergadering 6 april 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Nota van Antwoord op zienswijzen NRD Verkenning CID Binckhorst en beantwoording schriftelijke vragen GBLV (2098).42.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

l) Indiener wenst nadere afspraken te maken over de bestuurlijke en ambtelijke begeleiding van het proces. Indiener wacht hierover een voorstel af.

Initiatiefnemers treden (nader) in contact met indiener over de ambtelijk en bestuurlijke begeleiding van het proces.

Zienswijze 10 Inhoud zienswijze

Beantwoording

42

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen a) Indiener heeft goede ervaringen met de rol die het verlengen van de RandstadRail. Indiener onderschrijft het belang daarvan in het CID Binckhorst. Indiener geeft aan dat in de gemeente Zoetermeer de komende jaren ook ontwikkelingen plaatsvinden. In totaal zijn hiermee harde en zachte plannen en zoeklocaties in beeld voor de periode vanaf ‘nu tot circa 2040’ die optellen tot ruim 27.000 nieuwe woningen. De vraag naar mobiliteit neemt, mede hierdoor, sterk toe. Hierdoor is er een grote opgave voor de bereikbaarheid voor de beide gemeenten, de regio en zuidelijke Randstad. Met een goede bereikbaarheid van de gemeenten, regio en zuidelijke randstad wordt het economisch potentieel ontplooid.

Initiatiefnemers (h)erkennen de samenhang van de besluitvorming over de projecten Koningscorridor en Bereikbaarheid CID/Binckhorst. De HOV-oplossing in CID/Binckhorst staat zoals bij de inleiding aangegeven niet op zichzelf, maar is op de lange termijn onderdeel van het regionale OV-systeem met een verbinding naar Delft, Zoetermeer en Scheveningen (Koningscorridor). Voor de uitwerking van de rest van de Koningscorridor te weten de takken naar Scheveningen, Zoetermeer en Delft loopt momenteel een separate (pre)verkennende studie.

b) Indiener vraagt om het belang van goede bereikbaarheid van Zoetermeer te onderschrijven. Indiener vraagt te waarborgen dat de huidige mate van bereikbaarheid van de gemeente Zoetermeer met de ontwikkelingen in Den Haag waaronder het CID Binckhorst, behouden blijft of zelfs verbetert. Indiener vraagt bij uitwerking van de alternatieven aandacht voor de effecten van die alternatieven waaronder op de bereikbaarheid van Zoetermeer en tussen Zoetermeer, Amsterdam en Utrecht. Indiener vraagt om hiervan de effecten in beeld te brengen en nodig aanvullende maatregelen in de verdere planvorming op te nemen om de bereikbaarheid van Zoetermeer te waarborgen.

Het belang van een regionaal OV-netwerk volgt uit o.a. de Visie OV schaalsprong Den Haag en regio (26-02-2018) Link. In Schaalsprong OV Den Haag en regio is de onderbouwing gegeven, waarbij de Koningscorridor de economische toplocaties van de regio dichterbij brengt. De doorkoppeling naar de regio is daarbij essentieel om die verbinding te maken. Een nieuwe lightrail zorgt voor extra capaciteit voor IC’s op het baanvak tussen Den Haag en Zoetermeer. De genoemde aspecten zijn als zodanig echter geen onderdeel van deze m.e.r.-procedure, wel wordt gekeken naar de verbindingen van/naar de regio (reistijden e.d.).

c) Indiener trekt in de bereikbaarheidsopgave graag verder samen op.

Dank voor uw aanbod. Wij betrekken u graag.

Vanwege de noodzaak om adaptief op de reeds gestarte verstedelijkingsopgave al in 2030 te voorzien in een versterking van de (OV) bereikbaarheid in CID / Binckhorst, richt het besluitvormingsproces zich vooral op de uitwerking van het HOV-type (HOV-Bus, tram of lightrail) en de tracékeuze voor het deel van de Koningscorridor tussen Den Haag Centraal en Station Voorburg. Het voorkeursbesluit waarvoor dit Plan-MER uitgewerkt wordt, heeft daarbij alleen betrekking op het benoemde plangebied in het NRD. Vanwege de samenhang is het relevant om ook naar de effecten van het regionale HOV-systeem te kijken zoals beoogd met de Koningscorridor. De effecten van doorkoppeling naar de regio (het realiseren van de Koningscorridor) worden daarom beschouwd op een hoger abstractieniveau dan de lokale alternatieven in CID/Binckhorst. De verbinding met de regio wordt daarmee als ‘doorkijk’ bestudeerd.

43

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen 5.11

Zienswijze 11 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Vanwege het analytisch karakter van de vorige fase waarin veel werd onderzocht, is ervoor gekozen om de directe omgeving te betrekken op het moment dat er meer duidelijkheid is over wat er onderzocht wordt en welk onderzoek er gaat plaatsvinden. Wel heeft participatie plaatsgevonden met omgevingspartijen als overheden, belangenorganisaties en mobiliteitspartijen.

Indiener geeft aan niet te begrijpen waarom indiener pas in dit late stadium wordt geïnformeerd over de plannen en daardoor als bijgevolg nauwelijks heeft kunnen reageren. Indiener geeft aan dat het onduidelijk is hoe de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg hierbij betrokken is.

Het college van B&W van de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg heeft deze NRD vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak. De gemeenteraad van LeidschendamVoorburg heeft nog geen besluiten genomen, maar is in een eerder stadium wel geïnformeerd over de Verkenning. De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg neemt een besluit over het uiteindelijke Masterplan met daarin het Voorkeursalternatief. Gemeente Leidschendam-Voorburg is mede-opdrachtgever voor de Verkenning. b)

Indiener benadrukt het belang van het behouden van Opa’s Veldje en de Scouting en geeft hierbij het voorbeeld van de bouwplannen in het KPNkantorengebied. De speelweide heeft een belangrijke functie in de wijk.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Indiener geeft aan dat er nagedacht kan worden over andere tracés. Indiener geeft aan dat het voor de hand liggend is om de ontsluiting van het CID-Binckhorst gebied niet over het grondgebied van Voorburg-West te plannen, maar direct vanuit de Binckhorst naar de stations van Den Haag Centraal en Holland Spoor. Daarmee zijn meteen alle trein- tram- en busstations met het gebied verbonden. Dit alternatief heeft het kenmerk van ‘out of the box’ denken.

Dank voor uw creatieve suggestie. Zie de beantwoording van zienswijze 3c ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracés. Op grond van de zienswijzen worden er twee tracés aan het onderzoek toegevoegd, namelijk een tracé via de Prinses Mariannelaan en een tracé via de Zonweg en Regulusweg. Het tracé via de Prinses Mariannelaan wordt in het Plan-MER onderzoek meegenomen als faseringsvariant, wat inhoudt dat er tijdelijk (tot 2040) gebruik gemaakt zou kunnen worden van het tracé door de Prinses Mariannelaan. Ook het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd

44

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

In het Omgevingsplan Binckhorst wordt géén specifiek tracé voor de HOV-verbinding vastgelegd. Wel maakt het Omgevingsplan Binckhorst het aanleggen van een HOVverbinding mogelijk (‘toelatingsplanologie’), maar een specifiek tracé (bijvoorbeeld het tracé via de Maanweg) wordt niet dwingend planologisch vastgelegd in dit Omgevingsplan. Dit plan voorziet in een ruimtereservering langs de oostzijde van de Binckhorstlaan om een toekomstige HOV verbinding op een eigen baan te kunnen maken waarmee zowel een verbetering van het aanbod aan OV mogelijk wordt als een goede doorstroming van het OV over de Binckhorstlaan kan worden gewaarborgd. Het door Indiener geschetste tracé heeft als belangrijk nadeel dat de Binckhorst niet goed ontsloten wordt met de rest van de regio voor een verbinding richting Delft of Zoetermeer/Utrecht moet worden omgereden waardoor het OV op deze verbindingen geen goed alternatief is voor het autogebruik. De doelstelling om een leefbaar woongebied in de Binckhorst en omgeving te creeren komt dan onder druk te staan. Ook is de wens van de gemeente Leidschendam-Voorburg om station Voorburg (weer) aan te sluiten op een hoogwaardig stedelijk OV netwerk. d)

5.12

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. Na deze eerste inzageperiode van de NRD, komt er een tweede mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen na vaststelling van het Plan-MER en het concept-Masterplan. Ook hiervoor zal ruim aandacht worden gegeven in verschillende media en wordt meedenken op prijs gesteld. Net als in de huidige fase, zullen ook dan momenten worden georganiseerd waarop toelichting zal worden gegeven op de plannen. Naast deze officiële momenten van inspraak, wordt vanuit het project een gezamenlijk Bewonersplatform georganiseerd voor bewoners, belanghebbenden en georganiseerde belangengroepen zoals Bewonersorganisatie Bickhorst (Voorburg), Rover en de Fietsersbond uit Leidschendam-Voorburg en Den Haag.

Zienswijze 12

45

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener geeft aan het onjuist te vinden dat de burgers pas in dit stadium worden geïnformeerd over de plannen en voornemens en daarop kunnen reflecteren, terwijl het traject al geruime tijd loopt, en er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt. Indiener geeft aan dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject. Eerdere informatievoorziening en participatie had naar Indieners mening in de rede gelegen.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener geeft dat Opa’s Veldje in zijn totaliteit gespaard moet worden. Er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar Station Voorburg (om wellicht in de toekomst te worden doorgetrokken naar Zoetermeer– hierover verderop in deze zienswijze meer). Hier ligt eigenlijk alleen nog maar voor of het tracé op maaiveld of verhoogd of verlaagd moet worden aangelegd, hetgeen verband houdt met de vervoersmodaliteit. Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf).

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Indiener geeft aan dat er nogmaals serieus naar andere tracés dient te worden gekeken, waaronder het tijdens de online bijeenkomsten aangedragen alternatief om de beoogde tramlijn over de Maanweg (op Maaiveldhoogte) door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuwe Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg, mits dit verkeerstechnisch verantwoord is. Zodoende kan Opa’s veldje worden behouden, wordt rekening gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone, en kunnen inpassingskosten worden beperkt.

Zie de beantwoording zienswijze 7a ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracés. De tracés van de drie alternatieven (tram, lightrail, snelle bus op eigen baan) liggen binnen het aangegeven plangebied. Uit eerder onderzoek in 2019 is een tracé naar voren gekomen dat het meest voor de hand ligt (Den Haag Centraal – Lekstraat – Binckhorstlaan –Maanweg - Station Voorburg en een verbinding naar Delft via BinckhorstlaanGeestbrugweg). De exacte ligging van de tracés binnen dit plangebied, en dus ook het aangemerkte gedeelte binnen de gemeentegrens van Leidschendam-Voorburg, en hoogteligging is onderdeel van onderzoek waarin voor ieder alternatief een schetsontwerp wordt opgesteld.

46

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen Het door Indiener aangedragen alternatief dat voorziet in doortrekking van het Maanweg HOV-tracé onder de A12 wordt niet gezien als een geschikte mogelijke oplossing voor een HOV-verbinding (ook al wordt daarmee Opa’s Veldje en de loop-en fietsroute Huygens’traverse ontzien). Het zorgt voor een conflict met het autoverkeer op de toe- en afritten van de A12 waar doorstroomhinder voor autoverkeer en OV ontstaat. Ook is er aan de andere zijde van de A12 onvoldoende ruimte voor de inpassing van de HOV baan. Daarnaast past het niet bij optie voor de mogelijke toekomstige doorkoppeling naar Zoetermeer. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. d)

Indiener geeft aan dat mocht een tracé over Opa’s veldje toch onvermijdelijk blijken – hetgeen dus nader moet worden aangetoond – dan dient het tracé maximaal te worden ingepast in de bestaande groene omgeving. En dat wil zeggen ondergronds, zodat het unieke karakter van Opa’s veldje en de gebruiksmogelijkheden behouden blijven. En op deze wijze kan – bij evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Zoetermeer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, worden gespaard. Gelet op de enorme revenuen van het onderhavige tracé voor met name Den Haag (bereikbaarheid Binckhorst) mag worden verondersteld dat voor de hiermee gemoeide meerkosten binnen de totale begroting ruimte kan worden gevonden.

De alternatieven worden uitgewerkt tot een schetsontwerp, waarmee de inpassingsmogelijkheden inzichtelijk worden gemaakt. Hiervoor geldt dat voor de HOV-bus en de HOV-tram wordt uitgegaan van een ligging op maaiveld. Voor de lightrail wordt uitgegaan van geen gelijkvloerse kruisingen met ander verkeer. Dat houdt in dat het tracé in de Binckhorstlaan waarschijnlijk verhoogd ligt, waarna deze in de Maanweg ook verhoogd ligt. Voor de lightrail worden ter hoogte van Opa's veldje de effecten van een verhoogde ligging onderzocht, waarbij ook wordt ingegaan op het scenario (variant) dat wordt uitgegaan van een verdiepte (ondergrondse) ligging. Dit is ook van belang om zicht te hebben op de effecten voor de mogelijke toekomstige doortrekking van het tracé richting Zoetermeer en de passage langs Huygens’' Hofwijck. Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a. Daar waar de HOV-tram en lightrail op straatniveau (maaiveld) komen te liggen worden de sporen zoveel mogelijk met een grasbaan (groen) ingepast en bij de gelijkvloerse kruisingen zal dat asfalt zijn. De uiteindelijke inpassing en afscherming van de HOV met (wijk)groen is voor de vervolgfase om nader vorm te geven.

e)

Indiener geeft aan dat mocht een ondergronds tracé onverhoopt technisch niet mogelijk zijn, en een bovengronds tracé onontkoombaar zijn, dan is het zaak om dit zoveel mogelijk met een groene natuurlijke afscheiding in te passen. Dus geen betonnen kolossen en een om graffiti vragende betonnen afscheiding, en zeker geen zgn. ‘netkous’. Er dient gekozen te

Het belang van inpassing in dit bestaand stedelijk gebied wordt ook door initiatiefnemers gezien. Bij de uitwerking van de schetsontwerpen van de 3 alternatieven wordt dan ook goed gekeken om aantasting waar mogelijk te beperken. In het Plan-MER worden vervolgens de effecten van het tracé in beeld gebracht. Hierbij wordt ook onderzoek gedaan naar o.a. ruimtegebruik, geluidsbelasting, trillingen en

47

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen worden voor een natuurlijke geluidswerende voorziening die tevens de tram zoveel mogelijk aan het oog onttrekt. Camoufleren en niet accentueren is daarbij het devies, temeer de trams bij een bovengrondse variant over de Maanweg en Opa’s Veldje door het zichtveld van vele woningen in Voorburg-West rijden. Elke vorm van hinder door licht en geluid moet voorkomen worden. Verder dient het tracé, op alle plekken zo ver mogelijk van de huizen en de scouting verwijderd te zijn incl. de ‘bocht’ van de Maanweg naar Opa’s Veldje .

luchtkwaliteit. In dat kader wordt ook rekening gehouden met bestaande bebouwing nabij Opa's veldje. In het Plan-MER wordt ook ingegaan of wettelijke (geluid) maatregelen te verwachten zijn, de exacte uitwerking hiervan wordt gedaan in de vervolgfase (planuitwerking). De vormgeving wordt in deze fase nog niet bepaald. Bij de verdere uitwerking van het voorkeursalternatief moeten dan de keuzes voor de uiteindelijke vormgeving worden gemaakt, vanuit ruimtelijk, stedenbouwkundig en architectonisch oogpunt. Daar waar de HOV-tram en lightrail op straatniveau (maaiveld) komen te liggen worden de sporen zoveel mogelijk met een grasbaan (groen) ingepast en bij de gelijkvloerse kruisingen zal dat asfalt zijn. De uiteindelijke inpassing en afscherming met (wijk)groen is voor de vervolgfase om nader vorm te geven. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

5.13

f)

Indieners geeft aan dat het van groot belang is dat het nadere onderzoek objectief en open-minded is, en dat er niet naar een uitkomst wordt toegewerkt. Indiener veronderstelt dat de voorstudie die voorafging aan de voorliggende Notitie in dat opzicht niet geheel geruststellend is aangezien er passages blijken te zijn die voorsorteren op een gekozen uitkomst.

Er wordt gezocht naar een oplossing die voldoet aan de opgaven die aan de Verkenning zijn gesteld. Hierbij wordt het afweegkader zoals in het NRD staat gehanteerd om tot een voorkeur te komen. De onafhankelijke commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) is gevraagd om advies te geven over de NRD en zal uiteindelijk ook toetsen of het uiteindelijke Plan-MER of de studie op goede wijze is uitgevoerd. In het advies over de NRD laat de Commissie m.e.r. de binnengekomen zienswijzen meewegen.

g)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 13 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Indiener vraagt zich af waarom de inwoners van Leidschendam-Voorburg pas in dit stadium worden betrokken over de plannen en voornemens en daarop kunnen reflecteren, terwijl het traject al geruime tijd loopt, en er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt. Indiener geeft aan dat dit

48

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject. Indiener vraagt zich af waarom het college van Leidschendam-Voorburg zich niet aan dit beleid houden. b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar Station Voorburg (om wellicht in de toekomst te worden doorgetrokken naar Zoetermeer). Het MER rapport gaat kennelijk alleen over deze modaliteiten: op maaiveld, verhoogd of verlaagd inpassen in het bestaand stedelijk gebied van Voorburg. Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). Indiener vindt dat Opa’s veldje in zijn totaliteit gespaard moet worden en vindt het onbegrijpelijk dat er recent geïnvesteerd is in de voetgangerstraverse van Station Voorburg naar de Binckhorst, en diezelfde voorziening nu weer moet worden aangepast.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Indiener dringt erop aan dat ook naar andere tracés serieus wordt gekeken, mede op basis van een lokaal en regionaal openbaarvervoerplan, w.o. het tijdens de online bijeenkomsten aangedragen alternatief om de beoogde tramlijn over de Maanweg (op Maaiveldhoogte) door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuw Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg. Zodoende kan Opa’s veldje worden behouden, wordt rekening gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone, en kunnen inpassingskosten worden beperkt.

Zie de beantwoording zienswijze 7a ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracés. Op grond van de zienswijzen worden er twee tracés aan het onderzoek toegevoegd, namelijk een tracé via de Prinses Mariannelaan en een tracé via de Zonweg en Regulusweg. Het tracé via de Prinses Mariannelaan wordt in het Plan-MER onderzoek meegenomen als faseringsvariant, wat inhoudt dat er tijdelijk (tot 2040) gebruik gemaakt zou kunnen worden van het tracé door de Prinses Mariannelaan. Ook het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd.

49

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen Het door indiener aangedragen alternatief dat voorziet in doortrekking van het Maanweg HOV-tracé onder de A12 wordt niet gezien als een geschikte mogelijke oplossing voor een HOV-verbinding (ook al wordt daarmee Opa’s Veldje en en de loop-en fietsroute Huygens’traverse ontzien). Het zorgt voor een conflict met het autoverkeer op de toe- en afritten van de A12 waar doorstroomhinder voor autoverkeer en OV ontstaat. Ook is er aan de andere zijde van de A12 onvoldoende ruimte voor de inpassing van de HOV baan. Daarnaast past het niet bij optie voor de mogelijke toekomstige doorkoppeling naar Zoetermeer. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. d)

Indiener stelt dat aan de basis van zo’n openbaar vervoerplan een herkomst- en bestemmingsonderzoek moet liggen. Op die wijze kan worden bepaald welke herkomst en bestemming de nieuwe tramlijn moet hebben. En als die bekend is kan bepaald worden op welke wijze deze tramlijn station Voorburg aandoet. Als de herkomst Scheveningen of Den Haag CS is dan zou de bestemming niet alleen Zoetermeer, maar ook Delft (via Pr. Mariannelaan) en via een nieuw tracé ook Leidschendam Voorschoten - Leiden Lammenschans kunnen zijn. In zo’n openbaar vervoerplan zal ook de rol van Station Voorburg opnieuw moeten worden bezien als overstappunt naar de Binckhorst, Delft en LeidschendamVoorburg en verder. Ook de status als intercitystation zal daarbij (weer) moeten worden betrokken.

Op basis van herkomst- en bestemmingsonderzoek wordt met verkeersmodellen in het Plan-MER onderzocht hoe verkeer- en vervoerstromen naar verwachting gaan lopen. Hierbij geldt als uitgangspunt dat wordt aangesloten bij de gemaakte keuzes voor lijnvoeringen door de Binckhorst zoals in de vorige fase is aangehouden.

e)

Indiener stelt dat het onduidelijk is of de op papier aangegeven bestemming Zoetermeer een haalbare kaart zal zijn. Er moet rekening moet worden gehouden met het historisch belangrijke rijksmonument Huygens’’ Hofwijck en de bijbehorende tuin die door de Utrechtse Baan en het Hoogspoor al behoorlijk is aangetast.

Het belang van een regionaal OV-netwerk volgt uit o.a. de Visie OV schaalsprong Den Haag en regio (26-02-2018). Link In Schaalsprong OV Den Haag en regio is de onderbouwing gegeven, waarbij de Koningscorridor de economische toplocaties van de regio dichterbij brengt. De doorkoppeling naar de regio is daarbij essentieel om die verbinding te maken. Het zorgt ook voor extra capaciteit op de nu drukke verbindingen tussen Den Haag, Zoetermeer en Rotterdam. Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

f)

Indiener stelt dat het van groot belang is dat het nadere onderzoek objectief en open-minded is, en dat er niet naar een uitkomst wordt toegewerkt. De voorstudie die voorafging aan de voorliggende Notitie is in

Zie beantwoording zienswijze 12f.

50

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen dat opzicht niet geheel geruststellend; daarin wordt op sommige plekken al gezinspeeld op een bovengrondse, verhoogde ligging. g)

5.14

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 14 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener geeft aan dat het ongelooflijk is dat burgers pas in dit stadium worden geïnformeerd over de plannen en voornemens en daarop kunnen reflecteren, terwijl het traject al geruime tijd loopt, en er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt. Dit is eerder gebeurd met bouwplannen, en gebeurt nu weer.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener geeft aan zich serieus af te vragen welke positie Leidschendam Voorburg überhaupt inneemt in alle ontwikkelingen die zo dicht tegen de gemeentegrens plaatshebben.

De gemeente Leidschendam-Voorburg ziet de woningdruk op de gehele regio Haaglanden toenemen. Om voor alle inwoners goede en betaalbare huisvesting te kunnen bieden is het nodig om in de regio veel woningen bij te bouwen. De gemeente Den Haag voorziet in deze regionale behoefte door in CID en Binckhorst een behoorlijk verdichting van het woningaantal te realiseren. Om aan de bereikbaarheidsbehoefte van deze nieuwe woningen te voldoen, is het ook nodig om in te zetten op goede fiets-, voet-, en OVverbindingen. Voor deze MIRT-Verkenning is de gemeente Leidschendam-Voorburg daarom mede-initiatiefnemer.

c)

Indiener stelt dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject.

Het college van B&W van de gemeenten Den Haag en Leidschendam-Voorburg heeft deze NRD vastgesteld en vrijgegeven voor inspraak. De gemeenteraad van LeidschendamVoorburg heeft nog geen besluiten genomen, maar is in een eerder stadium wel geïnformeerd over de Verkenning. De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg neemt een besluit over het uiteindelijke Masterplan met daarin het Voorkeursalternatief. Gemeente Leidschendam-Voorburg is mede-opdrachtgever voor de Verkenning.

d)

Indiener stelt dat betere informatievoorziening over en een sterkere positie in het overleg met Den Haag nodig is om de belangen van de inwoners beter te bedienen.

Er is door de initiatiefnemers waaronder de gemeenten Leidschendam-Voorburg en Den Haag gekozen om nu, in deze fase van de verkennning, de omgeving de gelegenheid te geven om mee te denken en zienswijzen en aandachtspunten mee te geven voor het vervolg van het onderzoek. Vanwege het analytisch karakter van de vorige fase waarin

51

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen veel werd onderzocht, is ervoor gekozen om de directe omgeving te betrekken op het moment dat er meer duidelijkheid is over wat er onderzocht wordt en welk onderzoek er gaat plaatsvinden. Wel heeft participatie plaatsgevonden met omgevingspartijen als overheden, belangenorganisaties en mobiliteitspartijen. e)

Indiener geeft aan dat het feit dat de informatievoorziening ook nu weer in zo’n laat stadium op gang komt, twee dingen kan betekenen. Of de gemeente Den Haag blijft in gebreke en informeert de gemeente LV laat, of de kwaliteit van het overleg met Den Haag laat te wensen over. Indiener stelt dat het niet anders kan dan dat de gemeente LV op enigerlei wijze gecompenseerd wordt voor alle activiteit aan de grens die een beslag legt op onze gemeente. Graag ontvangt indiener inzicht in deze afspraken. Het is het goed recht van de inwoners van LV inzicht te krijgen in de “deals” die de leefbaarheid van de betreffende wijk benadelen.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

f)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar Station Voorburg (om wellicht in de toekomst te worden doorgetrokken naar Zoetermeer– hierover verderop in deze zienswijze meer). Hier ligt eigenlijk alleen nog maar voor of het tracé op maaiveld of verhoogd of verlaagd moet worden aangelegd, hetgeen verband houdt met de vervoersmodaliteit. Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie voor VoorburgWest, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). Ik vind dan ook dat Opa’s veldje in zijn totaliteit gespaard moet worden.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

g)

Indiener stelt dat er (alsnog) serieus naar andere tracés te worden gekeken, w.o. het tijdens de online bijeenkomsten aangedragen alternatief om de beoogde tramlijn over de Maanweg (op Maaiveldhoogte) door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuwe Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg. Zodoende kan Opa’s veldje worden behouden, wordt rekening gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone, en kunnen inpassingskosten worden beperkt.

Zie beantwoording zienswijze 7a ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracés. Zie beantwoording zienswijze 4d ten aanzien van het voorgestelde tracé onder de A12 door.

52

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen h)

Indiener stelt dat mocht een tracé over Opa’s veldje toch onvermijdelijk blijken – hetgeen dus nadermoet worden aangetoond – dan dient het tracé maximaal te worden ingepast in de bestaande groene omgeving. En dat wil zeggen ondergronds, zodat het unieke karakter van Opa’s veldje en de gebruiksmogelijkheden behouden blijven. En op deze wijze kan – bij evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Z’meer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, worden gespaard. Gelet op de enorme revenuen van het onderhavige tracé voor met name Den Haag (bereikbaarheid Binckhorst) mag worden verondersteld dat voor de hiermee gemoeide meerkosten binnen de totale begroting ruimte kan worden gevonden.

Zie beantwoording zienswijze 12d.

i)

Indiener stelt dat mocht een ondergronds tracé onverhoopt technisch niet mogelijk zijn, en een bovengronds tracé onontkoombaar zijn, dan is het zaak om dit zoveel mogelijk met een groene natuurlijke afscheiding in te passen. Dus geen betonnen kolossen en een om graffiti vragende betonnen afscheiding, en zeker geen zgn. ‘netkous’. Er dient gekozen te worden voor een natuurlijke geluidswerende voorziening die tevens de tram zoveel mogelijk aan het oog onttrekt. Camoufleren en niet accentueren is daarbij het devies, temeer de trams bij een bovengrondse variant over de Maanweg en Opa’s Veldje door het zichtveld van vele woningen in Voorburg-West rijden. Elke vorm van hinder door licht en geluid moet voorkomen worden. Verder dient het tracé, op alle plekken zo ver mogelijk van de huizen en de scouting verwijderd te zijn incl. de ‘bocht’ van de Maanweg naar Opa’s Veldje.

Zie beantwoording zienswijze 12e.

j)

Indiener stelt dat het van groot belang is dat het nadere onderzoek objectief en open-minded is, en dat er niet naar een uitkomst wordt toegewerkt. De voorstudie die voorafging aan de voorliggende Notitie is in dat opzicht niet geheel geruststellend; daarin wordt op sommige plekken al gezinspeeld op een bovengrondse, verhoogde ligging.

Zie beantwoording zienswijze 12f.

k)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

53

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen 5.15

Zienswijze 15 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener geeft aan het onjuist te vinden dat de burgers pas in dit stadium worden geïnformeerd over de plannen en voornemens en daarop kunnen reflecteren. Indiener vraagt zich af of de gemeenteraad van LeidschendamVoorburg wel intensief betrokken is geweest en of zij actief hebben meegedacht over alternatieve opties voor een dergelijk traject.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. In alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over en door Opa’s veldje naar Station Voorburg. Het station Voorburg is de afgelopen jaren verder afgeschaald als intercity station. Voor grote vervoersbewegingen zou het daarom logisch zijn te kijken naar goede aansluiting op intercity stations Den Haag HS en Den Haag CS.

Zie ook beantwoording zienswijze 11c. Belangrijk nadeel om de Binckhorst alleen via de stations Hollands Spoor en Den Haag Centraal te ontsluiten, is dat het gebied niet goed ontsloten wordt met de rest van de regio. Voor een reis richting Delft of Zoetermeer/Utrecht moet worden omgereden waardoor het OV op deze verbindingen geen goed alternatief is voor het autogebruik. De doelstelling om een leefbaar woongebied in de Binckhorst en omgeving te creëren komt dan onder druk te staan. Ook is de wens van de gemeente Leidschendam-Voorburg om station Voorburg (weer) aan te sluiten op een hoogwaardig stedelijk OV netwerk. Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Indiener stel dat het onderzoeken van bestaande opties zoals de buslijnen 26 en 28 onvoldoende is meegenomen. Er liggen vele goedkopere alternatieven. Indiener vraagt zich af of de gemeente LeidschendamVoorburg het wenselijk vindt dat de vervoersbewegingen tussen de Binckhorst en station Voorburg sterk wordt geïntensiveerd. Indiener stelt dat dit als inwoner niet wenselijk en stelt voor dat deze mensen naar de grote intercity stations in de buurt gaan.

In de vorige (analytische) fase van deze Verkenning zijn diverse oplossingsrichtingen beschouwd. Voor de toekomstige situatie waarin fors wordt geïnvesteerd in de verdere verstedelijking van CID Binckhorst volstaat een vervoerstrategie met enkel het (uitbreiden) van de bestaande buslijnen niet. De gemeente Leidschendam-Voorburg ziet ook dat de ontwikkelingen in Binckhorst niet moeten leiden tot meer autoverkeer, de druk in Voorburg is qua autobewegingen al groot genoeg. Voor een goed bereikbaar Voorburg is het daarom nodig ook in te zetten op een beter openbaar vervoer netwerk.

d)

Indiener geeft aan dat een ander alternatief dat tijdens de online bijeenkomst is aangedragen om een alternatief beoogde tramlijn over de Maanweg door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuwe Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg, mits dit verkeerstechnisch verantwoord is. Het voordeel hiervan is dat kosten ‘beperkt’ kunnen worden, Opa’s veldje kan worden behouden

Zie beantwoording zienswijze 4d ten aanzien van het voorgestelde tracé onder de A12 door.

54

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen en rekening kan worden gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone.

5.16

e)

Indiener stelt dat Opa’s veldje een prachtige speeltuin/speelweide met waterpartij is met een belangrijke functie voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg en Den Haag. In het plan voor de Binckhorst is wel commitment gegeven op groen maar in de plannen is daar geen enkele richting of zekerheid over gegeven. Ook hier zit een grote zorg van de bewoners van Voorburg West. Velen hebben dan ook gestemd op de groen voorstellen bij het participatie traject dat eind sept is afgerond. Onherroepelijk zal de druk op Opa’s veldje toenemen door toename van het aantal bewoners in de Binckhorst. Onlangs heeft de gemeente geïnvesteerd om, met inspraak van onze kinderen, Opa’s Veldje geweldig op te knappen. Opa’s veldje moet in de nieuwe plannen dan ook volledig worden gespaard.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

f)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 16 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener stelt dat het blijkt dat er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt, zonder dat burgers daarin zijn gekend en dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

55

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar Station Voorburg. Maar Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie (met o.a. scouting) voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). c)

5.17

Indiener stelt dat Opa’s veldje in zijn totaliteit gespaard moet worden. En vooruitlopend op evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Zoetermeer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, moet worden gespaard.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

d)

Indiener vraagt zich af waarom er niet serieus gekeken wordt naar het aangedragen alternatief tijdens de online bijeenkomsten: een tramlijn over de Maanweg onder het viaduct van de A12 door naar de Laan van Nieuwe Oosteinde om vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg. De sneltram gaat onder de Utrechtsebaan door, en buigt dan na het talud af naar rechts. Een stukje over de Laan van Nieuw Oosteinde, langs het politiebureau. Zodoende kan Opa’s veldje worden behouden, wordt rekening gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone, en kunnen inpassingskosten worden beperkt. Het is van groot belang dat het nadere onderzoek objectief en open-minded is, en dat er niet naar een uitkomst wordt toegewerkt. Het grote voordeel van dit tracé is dat het gemakkelijker kan worden ingepast in het brede profiel van de Laan van Nieuw Oosteinde (Voorburg). Maar dat betekent wel dat aan de studie de viaductdoorgeleiding voor deze viaducten moet worden meegenomen met de andere viaducten op de Binckhorstlaan. Op deze manier blijft de Huygens’-traverse gespaard.

Zie beantwoording zienswijze 4d ten aanzien van het voorgestelde tracé onder de A12 door.

e)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

Zienswijze 17 Inhoud zienswijze

Beantwoording

56

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen a)

Indiener geeft aan dat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest. Eerdere informatievoorziening en participatie had naar Indieners mening in de rede gelegen.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er nu wordt gesproken over drie alternatieven maar bij alle varianten loopt het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s Veldje naar Station Voorburg. En zelfs wordt er gesproken om het tracé in de toekomst door te trekken naar Zoetermeer ten koste van het terrein van Hofwijck! Kennelijk zijn alle belangrijke keuzes al gemaakt, zonder enige vorm van inspraak. Wat rest zijn secundaire keuzes waarbij belanghebbenden, de inwoners van Voorburg (west) nu pas mee mogen praten. Indiener vindt deze gang van zaken onacceptabel.

Zie beantwoording zienswijze 13b ten aanzien van het tracé vanaf de Maanweg naar Station Voorburg en de mogelijke doortrekking naar Zoetermeer. Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

c)

Indiener geeft aan dat Opa’s veldje gespaard moet worden aangezien het een prachtige speeltuin/speelweide is met traverse en waterpartij met een belangrijke functie voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf).

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

d)

Indiener stelt dat (alsnog) serieus naar andere tracés dient te worden gekeken, zoals het tijdens de online bijeenkomsten aangedragen alternatief om de beoogde tramlijn over de Maanweg (op Maaiveldhoogte) door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuwe Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg. Op deze manier kan Opa’s veldje worden behouden en wordt rekening gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone.

Zie beantwoording zienswijze 7a en 3a ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracés. Zie beantwoording zienswijze 4d ten aanzien van het voorgestelde tracé onder de A12 door.

e)

Indiener stelt dat mocht een tracé over Opa’s veldje toch onvermijdelijk blijken – hetgeen dus nader dient te worden aangetoond – dan dient het tracé maximaal te worden ingepast in de bestaande groene omgeving. Bijvoorbeeld ondergronds, zodat het unieke karakter van Opa’s veldje en de gebruiksmogelijkheden behouden blijven. En op deze wijze kan – bij eventuele latere doortrekking van de OV-verbinding naar Zoetermeermeer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, worden gespaard.

Zie beantwoording zienswijze 12d. Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

57

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen

5.18

f)

Indiener stelt dat mocht een ondergronds tracé onverhoopt technisch niet mogelijk zijn, en een bovengronds tracé onontkoombaar zijn, dan is het zaak om dit zoveel mogelijk met een groene natuurlijke afscheiding in te passen. Dus geen betonnen kolossen en een om graffiti vragende betonnen afscheiding, en zeker geen zgn. ‘netkous’. Er dient gekozen te worden voor een natuurlijke geluidswerende voorziening die tevens de tram zoveel mogelijk aan het oog onttrekt. Camoufleren en niet accentueren is daarbij het devies, temeer de trams bij een bovengrondse variant over de Maanweg en Opa’s Veldje door het zichtveld van vele woningen in Voorburg-West rijden. Elke vorm van hinder door licht en geluid moet voorkomen worden.Verder dient het tracé, op alle plekken zo ver mogelijk van de huizen en de scouting verwijderd te zijn incl. de ‘bocht’ van de Maanweg naar Opa’s Veldje.

Zie beantwoording zienswijze 12e.

g)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 18 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener stelt dat het blijkt dat er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt, zonder dat burgers daarin zijn gekend en dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé langs de ecologische zone van de Broeksloot vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje/ het Huygens’-traverse naar Station Voorburg. Het verdwijnen van groen bij dit mooie speelveld en het Huygens’-traverse is niet in het belang van ieder die hier graag speelt en recreëert. Dit speelveld heeft een belangrijke sociale en recreatieve functie

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

58

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen voor bewoners van Leidschendam-Voorburg, het nabij Oud- Rijswijk en in toenemende mate ook voor de bewoners van Den Haag. Al het aanwezige groen en de natuurlijke materialen maken het juist zo’n fijne plek in tegenstelling tot vele stenen speelplekken. Groen zorgt voor rust in je hoofd en het beïnvloed ook de fysieke functies in het lichaam positief, zoals de hartslag die lager wordt en stress af neemt. In een steeds drukker wordende omgeving, waar ook de nieuwe wijk aan zal bijdragen, is dit groen juist van groot belang voor de gezondheid van de bewoners! De geplande OV verbinding gaat ten koste van een deel van dit groen en dat is zeer ongewenst! Bovendien geeft een bovengrondse sneltram overlast in de vorm van onder andere geluid en bewegende schaduw, wat de rustgevende beleving zeer ten nadele komt en stress verhoogd. c)

Indiener stelt dat de nieuw geplande OV verbinding/sneltram tevens gepland is langs de Maanweg en daarmee direct langs de ecologische zone van de Broeksloot. Wederom een groenstrook en rustpunt wat gecompromitteerd wordt door de geplande sneltram. Ook dit zal geen rustpunt meer zijn voor mens en dier wanneer de tram er frequent en snel zal langsrijden. Deze zone wordt met regelmaat gebruikt door wandelaars en joggers die er hun rondje lopen in de pauzes van hun (thuis)werk of in de ochtend/ avond om er even ‘uit’ te zijn. In de plannen voor het gebied/ gebiedspaspoort wordt dit groen juist genoemd als een aantrekkelijk punt van de nieuwe wijk! Mijns inziens zou dit dan ook behouden moeten worden. Misschien vraagt u zich nu af wat het verschil zou kunnen zijn met de in het gebiedspaspoort als ‘drukke en gevaarlijke weg’ bestempelde Maanweg. Hierover wil ik graag vermelden dat dit geen drukke weg is, behalve op sommige dagen in de avondspits. Het is ook geen gevaarlijke weg, omdat de verkeersstromen goed gereguleerd zijn. Overdag en in de ochtend en avond is de Broeksloot zone derhalve een fijn groen rustpunt dat mijns inziens zou moeten worden ontzien.

Waarom zou de OV verbinding/tram niet verder/ dieper door de nieuwe Binckhorst kunnen lopen en via de Laan van Nieuw Oost einde naar station Voorburg kunnen lopen? Mocht dat niet gewenst zijn dan zou de sneltram het beste verdiept kunnen worden aangelegd aan de Binckhorst kant van de Maanweg, zodat

Het belang van wijkgroen en deze ecologische zone wordt ook door initiatiefnemers gezien. In het kader van het Plan-MER worden schetsontwerpen opgesteld, waarmee de inpassingsmogelijkheden inzichtelijk worden gemaakt. Met de inpassing van de HOV-baan in de Maanweg en de stedenbouwkundige wijzigingen krijgt de inrichting van de Maanweg een ander dwarsprofiel. Aangezien het ontwerpproces nog bezig is, is het niet bekend hoe deze er exact uit komt te zien. Voor de Maanweg e.o. is wel een gebiedspaspoort opgesteld, waarin de stedenbouwkundige uitgangspunten zijn benoemd (Den Haag, Visie Maanweg, december 2019). In het schetsontwerp wordt aangesloten bij het stedenbouwkundig wensbeeld voor de Maanweg, waarbij enerzijds voldoende ruimte wordt geboden voor voetgangers en fietsers en kwalitatief hoogwaardig groen en anderzijds de HOV-baan in het stedenbouwkundige beeld wordt ingepast. De effecten op het groen en ook mogelijke maatregelen zijn onderwerp van het Plan-MER. Ten aanzien van de voorgenomen tracéligging wordt verwezen naar de beantwoording van zienswijze 3a. Een verdiepte ligging bij de Binckhorstbrug is geen reële oplossing vanwege de aanwezigheid van de Rotterdamsebaan, aanpassing zou tot zeer hoge kosten leiden. Dat maakt dat de ligging in de Maanweg verhoogd of op maaiveld is.

59

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen het minder nabij en verstorend is aan de ecologische en recreatie zone rond de Broeksloot en deze zijn functie behoud voor mens en dier. d)

5.19

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 19 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener stelt dat het blijkt dat er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt, zonder dat burgers daarin zijn gekend en dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar Station Voorburg. Maar Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie (met o.a. scouting) voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). En vooruitlopend op evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Zoetermeer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, moet worden gespaard.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Indiener geeft aan dat een ander alternatief dat tijdens de online bijeenkomst is aangedragen om een alternatief beoogde tramlijn over de Maanweg door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuwe Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg, mits dit verkeerstechnisch verantwoord is. Het voordeel hiervan is dat kosten ‘beperkt’ kunnen worden, Opa’s veldje kan worden behouden en rekening kan worden gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone.

Zie beantwoording zienswijze 4d ten aanzien van het voorgestelde tracé onder de A12 door.

c)

Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

60

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen d)

5.20

5.21

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 20 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener geeft aan het onjuist te vinden dat de burgers pas in dit stadium worden geïnformeerd over de plannen en voornemens en daarop kunnen reflecteren. Indiener vraagt zich af of de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg wel intensief betrokken is geweest en of zij actief hebben meegedacht over alternatieve opties voor een dergelijk traject.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener benadrukt het belang van het behouden van Opa’s Veldje en de Scouting en geeft hierbij het voorbeeld van de bouwplannen in het KPNkantorengebied. De speelweide heeft een belangrijke functie in de wijk.

Zie beantwoording 13b.

c)

Indiener stelt dat er daarom nagedacht worden over andere tracés. Voor de hand ligt dan ook om de ontsluiting van het CID-Binckhorst gebied niet over het grondgebied van Voorburg- West te plannen, maar direct vanuit de Binckhorst naar de stations van Den Haag Centraal en Holland Spoor. Daarmee zijn meteen alle trein- tram- en busstations met het gebied verbonden. Dit alternatief heeft het kenmerk van 'out of the box' denken. Indiener rekent erop dat deze zienswijze ingebracht wordt in de overlegen met alle betrokken partijen.

Zie beantwoording zienswijze 4d ten aanzien van een tracé onder de A12 door. Zie beantwoording zienswijze 7a ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracés.

d)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 21 Inhoud zienswijze

Beantwoording

61

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen a)

Indiener vraagt zich af waarom de inwoners van Leidschendam-Voorburg pas in dit stadium worden betrokken over de plannen en voornemens en daarop kunnen reflecteren, terwijl het traject al geruime tijd loopt, en er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt. Indiener geeft aan dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject. Indiener vraagt zich af waarom het college van Leidschendam-Voorburg zich niet aan dit beleid houden.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa's veldje naar Station Voorburg1 (om wellicht in de toekomst te worden doorgetrokken naar Zoetermeer). Het MER rapport gaat kennelijk alleen over deze modaliteiten: op maaiveld, verhoogd of verlaagd inpassen in het bestaand stedelijk gebied van Voorburg.

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

c)

Indiener dringt er op aan dat ook naar andere tracés serieus wordt gekeken, mede op basis van een lokaal en regionaal openbaarvervoerplan, w.o. het tijdens de online bijeenkomsten aangedragen alternatief om de beoogde tramlijn over de Maanweg (op Maaiveldhoogte) door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuw Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg, Zodoende kan Opa's veldje worden behouden, wordt rekening gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone, en kunnen inpassingskosten worden beperkt.

Zie beantwoording zienswijze 4d ten aanzien het voorgestelde tracé onder de A12 door. Zie beantwoording zienswijze 7a ten aanzien van het verzoek om na te denken over andere tracés.

d)

Indiener stelt dat aan de basis van zo’n openbaar vervoerplan een herkomst- en bestemmingsonderzoek moet liggen. Op die wijze kan worden bepaald welke herkomst en bestemming de nieuwe tramlijn moet hebben.

Zie beantwoording zienswijze 13d.

Op grond van de zienswijzen worden er twee tracés aan het onderzoek toegevoegd, namelijk een tracé via de Prinses Mariannelaan en een tracé via de Zonweg en Regulusweg. Het tracé via de Prinses Mariannelaan wordt in het Plan-MER onderzoek meegenomen als faseringsvariant, wat inhoudt dat er tijdelijk (tot 2040) gebruik gemaakt zou kunnen worden van het tracé door de Prinses Mariannelaan. Ook het tracé via de Zonweg – Regulusweg wordt toegevoegd aan het onderzoek. In eerste instantie wordt door middel van een quick scan gekeken naar de ruimtelijke inpassing, de verstedelijking, de kosten en de vervoerwaarde van dit tracé. Op grond van de resultaten van deze quick scan wordt dit tracé mogelijk volwaardig toegevoegd aan het onderzoek. Over de uit te voeren analyse en de uitkomsten daarvan wordt via de gebruikelijke kanalen, de komende informatiebijeenkomsten en in het op te richting Bewonersplatform gecommuniceerd.

62

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen En als die bekend is kan bepaald worden op welke wijze deze tramlijn station Voorburg aandoet. Als de herkomst Scheveningen of Den Haag CS is dan zou de bestemming niet alleen Zoetermeer, maar ook Delft (via Pr. Mariannelaan) en via een nieuw tracé ook Leidschendam -Voorschoten Leiden Lammenschans kunnen zijn. In zo’n openbaar vervoerplan zal ook de rol van Station Voorburg opnieuw moeten worden bezien als overstappunt naar de Binckhorst, Delft en Leidschendam-Voorburg en verder. Ook de status als intercitystation zal daarbij (weer) moeten worden betrokken.

5.22

e)

Indiener stelt dat het van groot belang is dat het nadere onderzoek objectief en open-minded is, en dat er niet naar een uitkomst wordt toegewerkt. De voorstudie die voorafging aan de voorliggende Notitie is in dat opzicht niet geheel geruststellend; daarin wordt op sommige plekken al gezinspeeld op een bovengrondse, verhoogde ligging.

Zie beantwoording zienswijze 12f.

f)

Indiener geeft aan erop te rekenen dat de burgers van LeidschendamVoorburg vanaf nu intensief worden betrokken bij de verdere stappen en ontwikkelingen en ziet graag een ontvangstbevestiging tegemoet.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

Zienswijze 22 Inhoud zienswijze

Beantwoording

a)

Indiener vraagt zich af waarom de inwoners van Leidschendam-Voorburg pas in dit stadium worden betrokken over de plannen en voornemens en daarop kunnen reflecteren, terwijl het traject al geruime tijd loopt, en er in het voortraject al (tracé)keuzes zijn gemaakt. Indiener geeft aan dat dit het democratisch gehalte niet ten goede komt, temeer omdat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg tot op heden slechts marginaal betrokken is geweest bij het traject. Indiener vraagt zich af waarom het college van Leidschendam-Voorburg zich niet aan dit beleid houden.

Voor de participatie in de vorige en in deze fase zie hoofdstuk 3 en zienswijze 3a.

b)

Indiener stelt dat er wordt gesproken over een drietal alternatieven en een plangebied. Dat suggereert een grotere keuze dan er feitelijk is, want in alle varianten gaat het tracé vanaf de Maanweg over/door Opa’s veldje naar

Voor het Opa’s veldje wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 3a. Voor Hofwijck wordt verwezen naar hoofdstuk 3 en zienswijze 4a.

63

Hoofdstuk 6

Beantwoording zienswijzen Station Voorburg. Maar Opa’s veldje is een prachtige speeltuin/speelweide met traverse en waterpartij met een belangrijke functie (met o.a. scouting) voor Voorburg-West, Leidschendam-Voorburg, en ook steeds meer voor Den Haag (juist vanwege het ontbreken van groen in de Binckhorst zelf). En vooruitlopend op evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Zoetermeer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, moet worden gespaard. c)

Indiener stelt dat er (alsnog) serieus naar andere tracés te worden gekeken, w.o. het tijdens de online bijeenkomsten aangedragen alternatief om de beoogde tramlijn over de Maanweg (op Maaiveldhoogte) door te trekken onder het viaduct van de A12 naar de Laan van Nieuwe Oosteinde en vanuit daar een bocht te maken richting Station Voorburg. Zodoende kan Opa’s veldje worden behouden, wordt rekening gehouden met de ecologische betekenis van de Broekslootzone, en kunnen inpassingskosten worden beperkt.

Zie beantwoording zienswijze 7a en 4d.

d)

Indiener stelt dat mocht een tracé over Opa’s veldje toch onvermijdelijk blijken – hetgeen dus nadermoet worden aangetoond – dan dient het tracé maximaal te worden ingepast in de bestaande groene omgeving. En dat wil zeggen ondergronds, zodat het unieke karakter van Opa’s veldje en de gebruiksmogelijkheden behouden blijven. En op deze wijze kan – bij evt. latere doortrekking van de OV-verbinding naar Z’meer - ook Huygens’ Hofwijck dat van grote historische waarde is, worden gespaard. Gelet op de enorme revenuen van het onderhavige tracé voor met name Den Haag (bereikbaarheid Binckhorst) mag worden verondersteld dat voor de hiermee gemoeide meerkosten binnen de totale begroting ruimte kan worden gevonden.

Zie beantwoording zienswijze 12d.

Indiener stelt dat mocht een ondergronds tracé onverhoopt technisch niet mogelijk zijn, en een bovengronds tracé onontkoombaar zijn, dan is het zaak om dit zoveel mogelijk met een groene natuurlijke afscheiding in te passen. Dus geen betonnen kolossen en een om graffiti vragende betonnen afscheiding, en zeker geen zgn. ‘netkous’. Er dient gekozen te worden voor een natuurlijke geluidswerende voorziening die tevens de tram zoveel mogelijk aan het oog onttrekt. Camoufleren en niet accentueren is daarbij

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=e103f426-88a4-42f0-803c-af048611a8b6