CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1938_Rapport Tracéafweging HOV CID-Binckhorst Zeef 1 incl factsheets 20apr22 - DEF.pdf

Commissie Omgeving 28 juni 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsbrief: Terinzagelegging Ontwerp Masterplan Bereikbaarheid CID Binckhorst35.952 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Dit biedt enige toegevoegde waarde vanuit klimaatadaptatie.

Tabel 10 Bijdrage aan klimaatadaptatie

Variant

Score

Toelichting

V1

0

Voegt niks toe en onttrekt niets.

V2

--

Aantasting van bestaand groen voor inpassing HOV-baan. Bij keuze voor spoor op maaiveld is er wel mogelijkheid voor groene uitvoering spoorbaan.

V3

--

Aantasting van bestaand groen voor inpassing HOV-baan. In de huidige situatie is ruimte voor groen, wat vervalt door inpassing van een HOV-as. Bij keuze voor spoor is er wel mogelijkheid voor groene uitvoering spoorbaan.

24

V4

--

Aantasting van bestaand groen voor inpassing HOV-baan. In de huidige situatie is ruimte voor groen, wat vervalt door inpassing van een HOV-as. Aantasting van een deel groen nabij hoofdspoor. Bij keuze voor spoor is er wel mogelijkheid voor groene uitvoering spoorbaan.

V5

-

Groene inpassing HOV-baan in plaats van huidige gebouwen noordzijde Zonweg is mogelijk. Echter ook een opgave voor compensatie oppervlaktewater (dempen water tussen huidige bedrijfsruimten noordzijde Zonweg).

V6

-

Zie ruimtegebruik. Sterk versteende omgeving, vanwege verharding van busbaan geen mogelijkheid tot groene inpassing HOV-baan. Bij tram groene afwerking mogelijk, maar geen ruimte voor extra groen.

V7

0

Groene inpassing HOV-baan in Binckhorstlaan mogelijk. Inpassing gaat ten koste van weinige groen in Saturnusstraat en een deel groen nabij hoofdspoor.

V8

+

Zie ruimtegebruik. Bij OV-systemen met sporen is groene uitvoering van HOV-baan mogelijk. Bij HOV-bus is er een neutraal effect op klimaatadaptatie (rijbaan in asfalt).

V9

0

Er wordt geen openbare ruimte onttrokken. Qua toevoeging is er geen mogelijkheid tot groene uitvoering HOV-baan in de Pr. Mariannelaan.

V10

0

Geen aantasting of toevoeging van groenvoorzieningen.

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg 3.2 Beperken (NMCA) knelpunten In de analyses in de Verkenning is een aantal knelpunten in bestaande vervoersnetwerken vastgesteld (Verkenning CID-Binckhorst, Effectenstudies en kansrijke alternatieven, 12 november 2019). Het gaat om knelpunten die komen uit NMCA-analyses2 en regionale/stedelijke effectenstudies. Het is wenselijk dat deze knelpunten niet verergeren als gevolg van de HOVverbinding via CID-Binckhorst en bij voorkeur ontlasten. Er zijn drie typen knelpunten onderscheiden: • Hoofdwegennet • Spoor • Bus, tram en metro. In de beoordeling van de tracés ligt de focus op capaciteitsknelpunten voor bus/tram/metro. Het is aannemelijk dat tracévarianten vergelijkbare effecten hebben op knelpunten voor het autoverkeer en hoofdspoor, waardoor op die onderdelen geen onderscheidend effect te verwachten is voor de keuze voor een tracé. Zie het rapport Effectenstudies en kansrijke alternatieven (Witteveen+Bos e.a., november 2019) met meer inhoudelijke informatie over effecten op het autoverkeer en hoofdspoor. Effect op bestaande capaciteitsknelpunten bus/tram/metro Bij de beoordeling van de varianten is gekeken naar bestaande capaciteitsknelpunten in het stedelijke openbaar vervoernetwerk. In de eerdere analyses zijn zeven knelpunten in het bus/tram/metro-netwerk benoemd (Witteveen+Bos, november 2019).

In de beoordeling op de tracévarianten ligt de focus op twee knelpunten. De knelpunten die wel zijn beoordeeld zijn het Rijswijkseplein en de positie van de (huidige) bus in de Binckhorstlaan. Andere knelpunten in het openbaar vervoernetwerk zijn niet beschouwd, aangezien de overige knelpunten verder van Binckhorst af liggen en alle tracévarianten naar verwachting vergelijkbare effecten hebben.

Figuur 7 Bestaande knelpunten bus/tram/metro t.o.v. tracévarianten

Geconstateerd kan worden dat alle varianten van de tracés vergelijkbare impact heeft op de knelpunten van het Rijswijkseplein en de Binckhorstlaan. Belangrijkste effect is dat het inpassen van een HOV-baan tussen Den Haag

De knelpunten zijn destijds bepaald op basis van de Nationale Markt en Capaciteitsanalyse (NMCA) uit 2017. Inmiddels is hier een nieuwe versie van uitgekomen in de vorm van de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) uit 2021. Inhoudelijk gezien worden hier vergelijkbare knelpunten voor de lange termijn gesignaleerd. 2

25

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg Centraal en station Voorburg zorgt voor ontlasting van het busknelpunt in de Binckhorstlaan. Met de vrijliggende HOV-baan wordt extra capaciteit aan het vervoersnetwerk toegevoegd, waarmee het knelpunt in de Binckhorstlaan komt te vervallen. Dit geldt voor alle varianten. Verder heeft een HOV-verbinding tussen Den Haag Centraal en station Voorburg een (beperkt) positief effect op het Rijswijkseplein. De lijn Den Haag – Voorburg zorgt niet zozeer voor vermindering van de hoeveelheid OV-lijnen via het Rijswijkseplein, maar naar verwachting wel voor een kleine afname van het aantal reizigers. Bij elkaar hebben alle varianten daarmee een licht positief effect op de bestaande knelpunten van het stedelijke openbaar vervoernetwerk. Tabel 11 Beperken (NMCA) knelpunten bus, tram, metro

Variant

Score

Toelichting

V1

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan, maar in mindere mate door geheel andere ligging. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein.

V2

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast in mindere mate busknelpunt Binckhorstlaan doordat HOV-as via heel andere route gaat. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein.

V3

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein

V4

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein.

V5

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein

V6

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein

V7

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein

V8

+

HOV-as Den Haag Centraal – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein.

26

V9

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein.

V10

+

HOV-as DH – Voorburg ontlast busknelpunt Binckhorstlaan. Tak Delft ontlast tramknelpunt Rijswijkseplein.

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg 3.3 Bijdragen aan ambities OV en fiets In de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) is beleid geformuleerd om de bereikbaarheid van de regio op lange termijn te garanderen. Belangrijk onderdeel hiervan is de zogenoemde mobiliteitstransitie, waarbij meer focus komt op gebruik van fiets en openbaar vervoer. Dit is nodig omdat verdere verstedelijking niet opgevangen kan worden met het autonetwerk. Dit is uitgewerkt in de ambities voor openbaar vervoer (Schaalsprong OV) en fiets (Ruim baan voor de Fiets).

Bij de beoordeling van de tracévarianten is een aantal bevindingen te benoemen: • De varianten V1 (Hoofdspoor), V2 (Supernovaweg) en V10 (tunnel) kennen een meer gesterkt verloop van het tracé en zijn (bijna) volledig gescheiden van het overige verkeer. Hierdoor bieden deze tracés een goede betrouwbaarheid en mogelijkheden om in de toekomst capaciteitsgroei op te vangen. Bij V1 en V2 is hierbij op te merken dat er langs het tracé geen verdere overstapmogelijkheden zijn. Deze zijn daarom licht positief beoordeeld. De tunnelvariant (V10) biedt wel een overstapmogelijkheid bij een halte in het gebied Binckhorst, waardoor deze variant sterk positief scoort. • De varianten V3 t/m V7 zijn allen tracés die het gebied Binckhorst kruisen tussen de Binckhorstlaan en Supernovaweg/Regulusweg. Dit betekent dat in deze tracés altijd sprake is van haakse bochten, wat de snelheid omlaag brengt. Verder ontstaan bij deze tracés (bij bus en tram) meerdere gelijkvloerse kruisingen met het overige verkeer, wat de kans op incidenten vergroot. De varianten V3, V4 en V7 kennen ook geen uitwisselmogelijkheden met overig openbaar vervoer. De route via de Melkwegstraat (V6) biedt weliswaar een overstapmogelijkheid, maar kent extra haakse bochten. De variant V3, V4, V6 en V7 krijgen daarom een licht negatieve score.

Bij variant V7 (Saturnusweg) is op te merken dat nader onderzoek nodig is naar de exacte route voor de verbinding naar Delft. • Bij de Zonweg (V5) zijn dezelfde effecten van toepassing als bij voorgaande bullet benoemd. Wel zijn hier de effecten minder nadelig, omdat hier minder krappe bogen inpasbaar zijn en omdat hier wel overstapmogelijkheden op overig openbaar vervoer aanwezig zijn. Daarom krijgt deze variant een neutrale score. • Het tracé via de Maanweg (variant V8) kent een relatief gestrekt tracé, wat relatief hoge systeemsnelheden mogelijk maakt (met uitzondering van de scherpe boog op het kruispunt Binckhorstlaan-Maanweg). De bus- en tramopties kennen wel gelijkvloerse kruispunten, wat nadelig kan zijn voor de betrouwbaarheid. Met lightrail ontstaat geheel gescheiden robuust OVsysteem met groeimogelijkheden in capaciteit.

De HOV-verbinding moet bij voorkeur bijdragen aan de mobiliteitstransitie en ambities voor openbaar vervoer en fiets, en in ieder geval niet tegenwerken. Hieronder wordt verder ingegaan op de criteria voor de robuustheid, capaciteit en betrouwbaarheid van het openbaar vervoernetwerk en het fietsnetwerk. Robuustheid, capaciteit en betrouwbaarheid van het OV-netwerk De kwaliteit van het openbaar vervoernetwerk is gebaat bij een robuust netwerk met voldoende capaciteit voor reizigers en met goede betrouwbaarheid. De tracés van de HOV-verbinding moet daarbij bijdragen aan deze aspecten in het licht van het regionale netwerk (dus CID-Binckhorst overstijgend). In de beoordeling is hierbij gekeken naar de volgende punten: • De robuustheid van het openbaar vervoernetwerk gaat over de mate waarin het OV-systeem relatief hoge systeemsnelheden mogelijk maakt en waarin een tracé alternatieve reisroutes en overstapmogelijkheden biedt. • De betrouwbaarheid richt zich op de kans dat het openbaar vervoer gestoord wordt in de dienstregeling (bijvoorbeeld door verstoring in de verkeersafwikkeling of beweegbare bruggen). • Capaciteit sec voor de vergelijking van de tracés buiten beschouwing gelaten, omdat de capaciteit van het openbaar vervoer vooral afhankelijk is van OV-systeem (HOV bus, HOV tram of lightrail) en niet van het tracé.

Wel kan het tracé van invloed zijn op de mogelijkheden om de capaciteit in de toekomst verder uit te breiden.

27

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg • De variant V9 (Pr. Mariannelaan) voert langs de Binckhorstlaan, wat een gestrekt tracé met hoge snelheden mogelijk maakt. Nadeel is dat het openbaar vervoer in de Prinses Mariannelaan en de lus Voorburg gemengd is met het overige verkeer. Hier is ook sprake van een aantal scherpe bogen. Dit betekent dat op dit deel van het tracé met lagere snelheid gereden moet worden, in het bijzonder in de Laan van Middenburg en Westeinde. Bovendien is door de menging met het overige verkeer de kans op incidenten aanwezig, wat nadelig is voor punctualiteit en betrouwbaarheid. Deze aandachtspunten betekenen bovendien dat er nauwelijks groeimogelijkheden in capaciteit zijn. Voordeel van deze variant is de aanwezigheid van meerdere overstapmogelijkheden op overig openbaar vervoer. Bij elkaar is deze variant als licht negatief beoordeeld.

(hoofdontsluitingsroute Binckhorst), hetgeen snelheid dempt en betrouwbaarheid / punctualiteit nadelig beïnvloedt. V5

0

Haakse bochten in het tracé, voor systeemsnelheid minder nadelig maar gelijk aan Maanweg. Bij gelijkvloerse HOV-as bovendien kruisingssituaties bij BH-laan-Zonweg en ZonwegSupernovaweg (hoofdontsluitingsroute Binckhorst), hetgeen snelheid dempt en betrouwbaarheid / punctualiteit nadelig beïnvloedt. Wel goede mogelijkheid voor haltes en aansluiting andere modaliteiten (fiets etc). Met lightrail ontstaat geheel gescheiden robuust OV-systeem met groeimogelijkheden in capaciteit.

V6

-

Voor snelheid en comfort minder aantrekkelijk tracé. Haakse bochten en kruisingssituaties bij Zonweg-Melkwegstraat en Melkwegstraat-Maanweg (ontsluiting Binckhaven), hetgeen snelheid dempt en betrouwbaarheid benadeeld. Door bussysteem beperkte toekomstige capaciteitsgroei mogelijk.

V7

-

Haakse bochten in het tracé en gemengd verkeer in Saturnusweg zijn voor systeemsnelheid minder interessant. Bij gelijkvloerse HOV-as bovendien kruisingssituaties Regulusweg (hoofdontsluitingsroute Binckhorst), hetgeen snelheid dempt en betrouwbaarheid / punctualiteit nadelig beïnvloedt. Gemengd verkeer in Saturnusstraat gaat ten koste van snelheid en betrouwbaarheid. Met lightrail ontstaat geheel gescheiden robuust OV-systeem met groeimogelijkheden in capaciteit.

V8

+

De gestrekte ligging langs de hoofdverkeersassen op vrije baan maakt hoge capaciteit en betrouwbaarheid mogelijk. Bij ligging op maaiveld is kruisingssituatie bij Binckhorstlaan – Maanweg nadelig voor de betrouwbaarheid. Met lightrail ontstaat geheel gescheiden robuust OV-systeem met groeimogelijkheden in capaciteit.

V9

-

De gestrekte ligging langs de hoofdverkeersassen op vrije baan maakt in Binckhorst hoge capaciteit en betrouwbaarheid mogelijk. Het tracé kent in Voorburg een aantal scherpe bogen.

Tabel 12 Robuustheid, capaciteit en betrouwbaarheid van het OV-netwerk

Variant

Score

Toelichting

V1

+

Goede haltes maken is ruimtelijk lastig en dus nadelig voor systeemuitwisselingen (geen overstapmogelijkheden langs het tracé). Gestrekt tracé dus relatief hoge snelheid mogelijk, maar alleen relevant op stadsregionaal niveau / koningscorridor. Goede capaciteitsgroei richting toekomst mogelijk.

V2

+

Goede haltes maken is ruimtelijk lastig en dus nadelig voor systeemuitwisselingen (geen overstapmogelijkheden langs het tracé). Gestrekt tracé dus relatief hoge snelheid mogelijk, maar alleen relevant op stadsregionaal niveau / koningscorridor. Goede capaciteitsgroei richting toekomst mogelijk.

V3

-

Het tracé kent extra haakse bochten, voor systeemsnelheid nadelig. Bij gelijkvloerse HOV-as bovendien kruisingssituaties bij BH-laan-Mercurisuweg en Mercuriusweg-Supernovaweg (hoofdontsluitingsroute Binckhorst), hetgeen snelheid dempt en betrouwbaarheid / punctualiteit nadelig beïnvloedt.

V4

-

Het tracé kent extra haakse bochten, voor systeemsnelheid nadelig. Bij gelijkvloerse HOV-as bovendien kruisingssituaties bij BH-laan-Mercurisuweg en Mercuriusweg-Supernovaweg

28

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg In de Pr. Mariannelaan is OV gemengd met wegverkeer, met nadelig effect voor betrouwbaarheid (geen HOV kwaliteit). Weinig toekomstige capaciteitsuitbreiding mogelijk. V10

++

De geheel vrije en gestrekte ligging maakt een robuuste verbinding met hoge snelheid, capaciteit en betrouwbaarheid mogelijk. Tevens ruimte voor toekomstige capaciteitsgroei.

Robuustheid, capaciteit en betrouwbaarheid van het fietsnetwerk In het licht van de mobiliteitstransitie is een aantrekkelijk gebruik van de fiets een belangrijk. Dit vraagt om een fietsnetwerk van hoge kwaliteit. Denk hierbij aan een hoge robuustheid door een fijnmazig netwerk, voldoende capaciteit met een fijnmazig netwerk en brede fietspaden en een hoge betrouwbaarheid. In inpassing van een HOV-tracé kan conflicteren met de kwaliteit van het fietsnetwerk. In de beoordeling van de tracés is daarom vooral gekeken in hoeverre de varianten onderdelen van het fietsnetwerk aantasten of belangrijke fietsroutes kruisen. Inpassing van een HOV-tracé kan ook positief effect op het fietsnetwerk hebben, wanneer meekoppelkansen voor missende schakels ontstaan of er voldoende ruimte is voor gestrekte fietsroutes langs het HOV-tracé.

Figuur 8 Fietsnetwerk (Den Haag, Ruim baan voor de fiets, 2019)

29

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg In de relatie tussen de HOV-tracés en het fietsnetwerk zijn de volgende bevindingen gedaan: • Variant V1 (Hoofdspoor) volgt een route buiten de bebouwde gebieden om. Hiermee heeft deze variant weinig interactie met het fietsnetwerk. Daarbij speelt dat een eventuele halte ter hoogte van de Binckhorst niet goed aansluit bij het fietsnetwerk. • Bij de varianten V2 t/m V5 en V7 is te constateren dat de belangrijke regionale sterfietsroute Den Haag – Ypenburg/Nootdorp wordt aangetast. Voor inpassing van het HOV-tracé in deze varianten is ruimte nodig, wat ten koste gaat van de bestaande fietsvoorzieningen en beschikbare ruimte voor langzaam verkeer. Bij de varianten V2 (Supernovaweg), V3 (Mercuriusweg) en V4 (Wegastraat) gaat het hierbij om een groot deel van de fietsroute Supernovaweg/Regulusweg. Deze variant zijn daarom sterk negatief beoordeeld. Bij varianten V5 (Zonweg) en V7 (Saturnusstraat) gaat het om een korter deel van de Regulusweg. Daarom zijn deze twee varianten licht negatief beoordeeld. • De varianten V6 (Melkwegstraat) en V8 (Maanweg) kennen een HOV-tracé die geen noemenswaardig effect heeft op het fietsnetwerk. Weliswaar kruist het HOV-tracé de fietsroute Binckhorstlaan bij afbuigen naar de Zonweg of Maanweg.

Dit zijn echter geen regionale fietsroutes en er is voldoende ruimte voor fietsvoorzieningen, waardoor de impact beperkt is. De varianten krijgen daarom een neutrale score. • Voor varianten V9 (Pr. Mariannelaan) is dezelfde conclusie te trekken. De interactie tussen het HOV-tracé en het fietsroutenetwerk is wel aanwezig, maar het betreft geen regionale fietsroute of aantasting van de beschikbare ruimte voor fietsverkeer. Wel is op de fietsroute Voorburg-Rijswijk sprake van menging van het HOV met het overige verkeer, wat nadelig is voor de verkeersveiligheid (dit is onder het criterium Leefbaarheidsknelpunt (paragraaf 3.1) meegewogen). • Ook bij variant V10 (tunnel) is er weinig interactie tussen de HOVverbinding en het fietsnetwerk. Door de ondergrondse ligging heeft het HOV-tracé geen invloed op het fietsnetwerk of de beschikbare ruimte voor fietsers. Daarom krijgt deze variant een neutrale score.

Figuur 9 Fietsnetwerk in relatie tot tracévarianten Den Haag Centraal – station Voorburg

30

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg 3.4 Technische maakbaarheid Bij technische maakbaarheid is inzichtelijk gemaakt hoe eenvoudig het is om een HOV-verbinding via het beoogde tracé te realiseren. Hierbij is gekeken naar de inpasbaarheid van een HOV-baan en naar de technische uitdagingen die hierbij komen kijken.

Tabel 13 Robuustheid, capaciteit en betrouwbaarheid van het fietsnetwerk

Variant

Score

Toelichting

V1

-

HOV-as gaat niet ten koste van infra en of reserveringen voor Fiets / wandelen. Maar sluit er ook niet op aan.

V2

--

HOV-as gaat ten koste van ruimte voor fietsinfra langs de Regulusweg. Sluit niet goed fietsnetwerk aan. Wel aantasting van aanwezige fietsinfrastructuur langs Supernovaweg / Regulusweg.

V3

--

Aantasting van aanwezige fietsinfrastructuur langs Supernovaweg/Regulusweg.

V4

--

Aantasting van aanwezige fietsinfrastructuur langs Supernovaweg/Regulusweg.

V5

-

HOV-baan gaat niet ten koste van reserveringen voor fiets/ wandelen, behoudens bij onderdoorgang gebouw einde Zonweg/Regulusweg. Aantasting van aanwezige fietsinfrastructuur langs Supernovaweg/Regulusweg.

V6

0

HOV-as gaat niet ten koste van reserveringen voor fiets/ wandelen. Zorgt ook niet voor stimulering van kwaliteit fietsnetwerk. HOV-baan kruist de hoofdfietsroute Maanweg.

V7

-

HOV-baan gaat niet ten koste van reserveringen voor fiets/ wandelen. Aantasting van aanwezige fietsinfrastructuur langs Supernovaweg/Regulusweg.

V8

0

HOV-as gaat niet ten koste van reserveringen voor fiets/ wandelen. Biedt ook geen grote voordelen voor stimulans fietsnetwerk.

V9

0

HOV-as gaat niet ten koste van reserveringen voor fiets/ wandelen. Sluit er ook niet in het bijzonder op aan.

V10

0

HOV-verbinding gaat niet ten koste van reserveringen voor fiets/ wandelen. Door meer ruimte op straatniveau mogelijkheid voor extra kwaliteit langzaam verkeer. Anderzijds ook geen versterkend effect.

Inpasbaarheid Hieronder wordt verstaan de ruimtelijke inpasbaarheid van het tracé. De uitdaging is hierbij om het HOV-tracé in te passen met zo min mogelijk ruimtelijke impact op bestaande omgeving en voorzieningen. Geconcludeerd kan worden dat bij de meeste variante sprake is van een uitdagende inpassing van een HOV-tracé in de omgeving. Hierbij zijn de volgende conclusies en bevindingen voor de varianten te trekken en te benoemen: • Bij variant V1 (hoofdspoor) moet het HOV-tracé worden ingepast naast of in de sporen van het hoofdspoor. Hierbij ontstaan op meerdere plekken uitdagingen voor de inpasbaarheid rond het kruisen van het hoofdspoor. Het gaat dan met name om de wisselstraat nabij Den Haag Centraal, de verbinding vanaf Den Haag Holland Spoor en het kruisen van de sporen voor het emplacement Grote Binckhorst. Gelijkvloers kruisen lijkt niet mogelijk, waardoor een grotendeels ongelijkvloerse oplossing nodig is. • Bij alle overige varianten is sprake van een complexe ruimtelijke situatie rond de sporendriehoek. Hier komen veel projecten samen (Schenkcorridor, Velostrada, spoorviaducten) in een omgeving waar weinig ruimte beschikbaar is. • Varianten V2 (Supernovaweg), V3 (Mercuriusweg) en V4 (Wegastraat) kennen een complexe inpasbaarheid met name langs de Supernovaweg en Regulusweg. Er is onvoldoende ruimte voor inpassing van een HOV-baan.

Inpassing van een HOV-tracé vraagt altijd grootscheepse aanpassingen aan het spooremplacement Grote Binckhorst of volledig amoveren van alle bebouwing aan de bebouwde zijde van de Supernovaweg. In de Wegastraat (V4) is weinig ruimte aanwezig, waardoor HOV niet inpasbaar is zonder

31

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg bereikbaarheid van omliggende panden aan te tasten. • De meeste varianten voeren (deels of helemaal) via de Binckhorstlaan. In de planvorming voor de Binckhorstlaan is rekening gehouden met latere inpassing van een HOV-verbinding, waardoor een groot deel van het tracé inpasbaar is. Wel zijn in de huidige situatie een aantal percelen en voorzieningen aanwezig, waar gebruik van wordt gemaakt. • Bij de variant V5 (Zonweg) ontstaat een complexe inpassing door enerzijds de bebouwing de Zonweg en anderzijds het passeren van het spooremplacement langs de Regulusweg. In de Zonweg staat de bebouwing dicht op de rijbaan, waarbij op de hoek met de Regulusweg het kantoorgebouw de Zonweg overbrugd. Dit vraagt aanpassing van het kantoorgebouw, waarbij dat deels gesloopt moet worden. Daarnaast is er weinig ruimte om het tracé langs de Regulusweg in te passen zonder het spooremplacement te verkleinen. • Variant V6 voert via de Melkwegstraat. In deze omgeving is er weinig ruimte voor inpassing van een HOV-verbinding. Inpassing van busbaan of tramsporen is mogelijk binnen de beschikbare ruimte, mits bij verdere bouwplannen gekeken wordt naar een alternatieve ontsluiting van aanliggende percelen (zoals huidige betoncentrale). Vanwege het krappe profiel en de meerdere scherpe bochten is een lightrail niet inpasbaar.

Voor HOV-tram kent dit tracé meerdere zeer scherpe bogen, waardoor een tram over een groot deel van het tracé stapvoets rijdt. • In de variant via de Saturnusstraat (V7) voert het HOV-tracé door deze smalle straat. In de Saturnusstraat is weinig ruimte aanwezig, waardoor HOV niet inpasbaar is zonder bereikbaarheid van omliggende panden aan te tasten, het HOV gemengd moet worden met overig verkeer of ongelijkvloers is. Voor het overbruggen van de Binckhaven is doorsnijding van stedelijke ruimte nodig met inpassing van benodigde hellingbanen, waardoor deze ruimte niet beschikbaar is voor ontwikkelingen voor woningbouw en andere functies. Aan de zijde van de Regulusweg is er weinig ruimte om een HOVtracé buiten het spooremplacement in te passen. Deze variant krijgt daarom een sterke negatieve score. • Het tracé via de Maanweg (variant V8) is relatief makkelijk in te passen.

Naast de ruimtereservering in de Binckhorstlaan is in de planvorming voor de Maanweg reeds rekening gehouden met inpassing van een HOVverbinding. Het huidige dwarsprofiel (met 2x2 rijstroken) wordt daarbij aangepast met meer ruimte voor fiets, groen en 2x1 rijstrook. Daarnaast is er ruimte om een HOV-baan in te passen. Aandachtspunt is dat de inpassing (op delen) wellicht meer ruimte vraagt, waarbij mogelijk stroken van de naast gelegen groene zone nodig zijn. Dit geldt voor de inpassing van de haltes en kruispunten en mogelijk verdere dwarsprofiel, afhankelijk van hoe (stedenbouwkundig) het dwarsprofiel wordt opgebouwd. Verdere aandachtspunten in deze varianten zijn de inpasbaarheid bij de Binckhorstbrug en de kruising Binckhorstlaan-Maanweg. Bij een lightrail is hiervoor amoveren van het kantoor Het Hanzegebouw nodig. Bij elkaar is deze variant daarom neutraal beoordeeld. • Variant V9 voert via de Prinses Mariannelaan en lus Voorburg. De inpasbaarheid op het deel van de Binckhorstlaan is relatief eenvoudig door de ruimtereservering in de eerdere plannen. Gedachte achter dit HOV-tracé is om gebruik te maken van de bestaande sporen. In de Prinses Mariannelaan, Laan van Middenburg en Westeinde is onvoldoende ruimte beschikbaar voor een vrijliggende HOV-baan. De variant via dit HOV-tracé vraagt daarom om gemengd verkeer (zoals in de huidige situatie).

Optie met een lightrail is daardoor niet haalbaar. Voor de inpassing op deze wijze zijn relatief weinig maatregelen in de openbare ruimte nodig, om inpassing mogelijk te maken. Bij andere criteria zijn de aandachtspunten vanuit leefbaarheid, verkeersveiligheid en robuustheid benoemd. Verdere aandachtspunten bij de inpassing zijn de beperkte ruimte in de Binckhorstbrug, het kruispunt Binckhorstlaan-Maanweg en de Voorburgse Binckhorstlaan. Bij elkaar krijgt deze variant een neutrale score. • Voor variant V10 (tunnel) is het nodig om een geboorde tunnel te gebruiken. Voordeel hiervan is dat het tracé vrij van het bestaande stratenpatroon ondergronds ingepast kan worden (rekening houdend met ondergrondse beperkingen). Belangrijkste aandachtspunten voor de inpassing is dat het beginpunt en eindpunt van de tunnel veel ruimte vraagt. Voor het faciliteren van de tunnelboor is meer ruimte nodig dan alleen de

32

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg tunnelmond zelf. Zowel aan de Haagsche als aan de Voorburgse zijde is weinig ruimte beschikbaar op daarvoor logische plekken om de tunnelmonden in te passen. Naast tunnelmonden leidt ook de inpassing van ondergrondse halte(s) tot een inpassingsvraagstuk, aangezien ook hiervoor op maaiveld ruimte beschikbaar moet zijn in dichtbebouwde stedelijke omgeving. Deze variant krijgt daarom een licht negatieve beoordeling. • Bij alle varianten, behalve V9 (Pr. Mariannelaan), voert het HOV-tracé langs Huygenstraverse tussen de Maanweg en station Voorburg. Er is ruimte beschikbaar voor inpassing van een HOV-tracé, waarbij dat wel ten koste gaat van groenvoorzieningen en/of oppervlaktewater. • Tot slot voeren alle varianten via station Voorburg. Ingeval van een eventuele toekomstige doortrekking richting Voorburg met lightrail is te constateren alleen een ongelijkvloerse halte mogelijk is. Door de ligging van rijksmonument Huygens Hofwijck is toekomstige doortrekking op maaiveld niet mogelijk, omdat de afstand tussen het station en het rijksmonument te kort is voor een hellingbaan. Een doortrekking vraagt daarom een ondergrondse halte (tunnel onder stationsplein en rijksmonument) of bovengrondse halte op +1-niveau (halte op stationsplein en doortrekking via spoortaluds langs het rijksmonument).

Hierdoor is een toekomstige doortrekking naar Zoetermeer voor variant V9 (Prinses Mariannelaan) via de lus Voorburg niet mogelijk.

V3 V4

Onvoldoende ruimte

V5 V6

Onvoldoende ruimte voor constructie

V7

Onvoldoende ruimte

V8 V9

Gemengd verkeer niet geschikt voor lightrail

V10

Inpassing in tunnel heeft automatisch eigenschappen van lightrail

Tabel 15 Beoordeling criterium Inpasbaarheid

In voorgaande toelichting zijn per tracé conclusies getrokken over de inpasbaarheid van HOV. Op basis van de analyses voor inpasbaarheid zijn daarnaast conclusies getrokken over de mogelijkheid van inpassing van de OVsystemen. Onderstaande tabel toont een weergave van de mogelijke OVsystemen per tracévariant.

Variant

Score

Toelichting

V1

--

Gelijkvloerse uitwerking niet mogelijk (los van systeem). Ten koste van emplacement. Haltes niet inpasbaar want ingeklemd tussen het spoor en auto-ontsluiting Binkchorst (Supernova/Regulusweg)

V2

--

Niet inpasbaar in huidige ruimte Supernovaweg / Regulusweg, wat ten koste gaat van ruimte voor auto, spoor-emplacement of bebouwing. Ingeval van spooremplacement lange ombouwtijd. Bij kruising Maanweg/aansluiting A12 is ongelijkvloerse kruising nodig. Bij beoogde regionale doortrekking is ondergronds/+1niveau halte Voorburg nodig.

V3

--

Niet inpasbaar in huidige ruimte Supernovaweg / Regulusweg, wat ten koste gaat van ruimte voor auto, spooremplacement of bebouwing. Ingeval van spooremplacement lange ombouwtijd. Bij kruising Maanweg/aansluiting A12 is ongelijkvloerse kruising nodig. Bij beoogde regionale doortrekking is ondergronds/+1niveau halte Voorburg nodig.

V4

--

Niet inpasbaar in huidige ruimte Supernovaweg / Regulusweg, wat ten koste gaat van ruimte voor auto, spoor-emplacement of bebouwing. Ingeval van spooremplacement lange ombouwtijd.

Tabel 14 Inpasbaarheid OV-systemen per tracévariant

Variant V1

Bus

Tram

Lightrail

Toelichting Inpassing langs het hoofdspoor heeft automatisch eigenschappen van lightrail

V2

33

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg Niet inpasbaar in dwarsprofiel Wegastraat, vraagt dubbel ruimtegebruik (lightrail), aankoop panden of gemengd verkeer. Bij kruising Maanweg/aansluiting A12 is ongelijkvloerse kruising nodig. Bij beoogde regionale doortrekking is ondergrondse/+1niveau halte Voorburg nodig. V5

V6

--

0

complexiteit bij Binckhorstbrug en kruispunt Maanweg. Bij beoogde regionale doortrekking is ondergrondse/+1-niveau halte Voorburg nodig.

Lijkt inpasbaar in profiel Zonweg mits stedenbouwkundig karakter wordt herzien. Aandachtspunten zijn ondergrondse leidingen (Gas), gebouw Regulusweg, bestaande bebouwing Zonweg en aanpassing spooremplacement Grote Binckhorst. Ingeval van spooremplacement lange ombouwtijd. Bij kruising Maanweg/aansluiting A12 is ongelijkvloerse kruising nodig. Bij beoogde regionale doortrekking is ondergrondse/+1-niveau halte Voorburg nodig. In Binckhorstlaan past HOV-baan in ruimtereservering. Scherpe bogen zijn te krap voor inpassing lightrail. Inpasbaarheid eerste deel Melkwegstraat (zijde Zonweg) is vanwege krapper dwarsprofiel niet mogelijk zonder negatieve impact op andere voorzieningen. Aandachtspunt is ontsluiting omliggende gebouwen.

V7

--

Niet inpasbaar in huidige ruimte Supernovaweg / Regulusweg, wat ten koste gaat van ruimte voor auto, spoor-emplacement of bebouwing. Ingeval van spooremplacement lange ombouwtijd. Niet inpasbaar in dwarsprofiel Wegastraat, vraagt dubbel ruimtegebruik (lightrail), aankoop panden of gemengd verkeer. Bij kruising Maanweg/aansluiting A12 is ongelijkvloerse kruising nodig en halte Voorburg bovengronds. Te weinig ruimte voor hellingbaan ondergronds halte Voorburg. Volledige HOV-baan in Saturnusstraat ook op hoogte of hellingbaan in Saturnusstraat ten koste van functies, voorzieningen en bereikbaarheid gebouwen.

V8

0

Inpasbaarheid is goed. Gebruik van ruimtereservering in de Binckhorstlaan en voldoende breedte in de Maanweg. Geen grote ondergrondse leidingen aanwezig. Aandachtspunten zijn

V9

0

Inpasbaarheid is vanwege ruimtereservering in de Binckhorstlaan daar goed. Aandachtspunten zijn complexiteit bij Binckhorstbrug en kruispunt Maanweg. In LeidschendamVoorburg wordt gebruik gemaakt van de bestaande infrastructuur, waardoor weinig extra ruimte nodig is (ondanks dat hiermee geen HOV-kwaliteit wordt geboden).

V10

-

De lijnvoering onder stedenbouwkundig gebied kan alleen met een boortunnel. Weinig ruimte om start en einde boortunnel in te passen. Voordeel is dat inpassing niet per se afhankelijk is van bestaande wegenstructuur.

Technische complexiteit Naast de ruimtelijke inpasbaarheid spelen bij de varianten aandachtspunten over de complexiteit van technische constructies of verkeerssituaties. In het criterium technische complexiteit is daarom inzichtelijk gemaakt in welke mate in een variant technische uitdagingen naar voren komen. Hierbij is specifiek gelet op twee zaken: • Civieltechnisch grote en/of complexe constructies. Het gaat hierbij om benodigde technische constructies die groot zijn, technische uitdaging kennen of risico’s met zich meebrengen. • Verkeerskundig ingewikkelde kruispunten. Het gaat hierbij om kruispunten in het wegennet, waar toevoeging van hoogwaardig openbaar vervoer het kruispunt ingewikkeld maakt of de verkeersafwikkeling sterk benadeeld.

34

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg Voor technische complexiteit zijn de volgende conclusies bij de varianten getrokken: • Realisatie van variant V1 (hoofdspoor) vraagt ingrijpende aanpassingen op meerdere punten aan het hoofdspoor. Het gaat hierbij om aanpassingen aan wisselstraten, kruising van spoorboog naar Den Haag Holland Spoor en aanpassing aan spooremplacement Grote Binckhorst. Er is sprake van technische complexiteit bij zowel gelijkvloerse inpassing als optie met een tunnel. Tevens heeft de realisatie hiervan tot gevolg dat de treindienst van NS beïnvloed wordt en de werkplaats van NS langdurig onbereikbaar is. Deze variant is als sterk negatief beoordeeld. • Varianten V2 t/m V5 (Supernovaweg, Mercuriusweg, Wegastraat en Zonweg) kennen vergelijkbare technische uitdagingen. Dit heeft ten eerste te maken met de beperkte ruimte in de Supernovaweg/Regulusweg, wat vraagt om technische ingrepen op het spooremplacement en de beperkte ruimte in de straat. Daarnaast is er rond de Maanweg weinig ruimte om een vrijliggende HOV-baan in te passen, vanwege de nabijheid van het hoofdspoor en kantoorgebouw op de hoek Maanweg/Regulusweg. Specifiek voor de route via de Zonweg is aanpassing van het kantoorgebouw Regulusweg 1 een technische uitdaging. In ieder geval moet het middendeel verwijderd worden voor inpassing van de HOV-baan, maar mogelijk grotere delen.

Dit vraagt ook aanpassingen aan de constructie van het kantoorgebouw. Deze varianten zijn daarom sterk negatief op technische complexiteit beoordeeld. • Variant V6 (via Melkwegstraat) kent relatief weinig technische complexiteit. Dit komt omdat het HOV-tracé (bus, tram) geheel op maaiveld ingepast kan worden, waarbij er weinig grote civieltechnische bouwwerken nodig zijn. Alleen zijn hier de viaducten in de sporendriehoek en de halte Voorburg als aandachtspunten te benoemen (die ook voor de meeste andere varianten gelden). Deze variant krijgt daarom een licht positieve beoordeling. • In variant V7 (Saturnusstraat) komen een aantal complexe uitdagingen naar voren. Hierbij is in eerste instantie een nieuwe brug over de Binckhaven (tussen Binckhorstlaan en Saturnusstraat) te benoemen. Daarnaast kent ook deze variant uitdagingen voor inpassing rond het spooremplacement,

Figuur 10 Complexe constructies en verkeerskruisingen i.r.t. tracévarianten

35

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg het hoofdspoor en kruising van de Maanweg. Deze variant krijgt daarom een sterk negatieve score. • In de variant via de Maanweg (V8) komen een aantal technische uitdagingen bij elkaar. Ten eerste worden hier de benodigde aanpassingen aan de Binckhorstbrug voor het kruisen van de Binckhaven benoemd. Dit vraagt een geheel nieuwe brug of aanpassingen van de bestaande brug. Ten tweede is er weinig ruimte om een HOV-baan op het kruispunt Binckhorstlaan-Maanweg in te passen. Doordat de Binckhorstbrug en het kruispunt Binckhorstlaan-Maanweg dicht bij elkaar liggen, ontstaat een nauwe samenhang in de technische mogelijkheden van constructie van de brug, de ruimtelijke inpassing van de HOV-baan (hoogteverschil) en de verkeerskundige afwikkeling van het verkeer. Daarnaast geldt bij de optie voor een ondergrondse of bovengrondse lightrail een aandachtspunt bij het kruisen van de tunnel in de Rotterdamsebaan. Hier is een technische constructie voor de fundatie van de lightrail nodig binnen de risicozone van de tunnel. Daarom krijgt deze variant een licht negatieve beoordeling. • De technische uitdagingen in variant V9 (Pr. Mariannelaan) zijn deels vergelijkbaar met de Maanweg (V8).

Ook deze variant kent technische complexiteit van benodigde aanpassingen aan de Binckhorstbrug, in samenhang met aanpassingen aan het kruispunt Binckhorstlaan-Maanweg. De technische constructie voor de Rotterdamsetunnel is niet nodig, aangezien in deze variant geen lightrail mogelijk is. Wel is het kruispunt Binckhorstlaan-Prinses Mariannelaan als verkeerskundig aandachtspunt te benoemen. Er is weinig ruimte beschikbaar om het kruispunt uit te breiden met toevoeging van voorzieningen voor HOV. Daardoor gaat inpassing van HOV ten koste van verkeerskundige afwikkeling, waarbij samenhang in de verkeersregeling van Binckhorstbrug, kruispunt Maanweg en kruispunt Pr. Mariannelaan wenselijk is. Tot slot kent deze variant een gelijkvloerse halte bij station Voorburg, wat anders is dan bij de andere varianten. • Variant V10 (tunnel) vraagt om geboorde tunnel onder het hele gebied door. Tunnels van deze lengte zijn technisch complex en dragen risico’s met zich mee (zoals verzakkingen). Er is weinig ruimte voor het begin- en eindpunt van de tunnel, waardoor de technische werkzaamheden in beperkte ruimte

moet worden uitgevoerd. • In de varianten met een mogelijke toekomstige doortrekking richting Zoetermeer met lightrail, is een ongelijkvloerse inpassing van halte Voorburg nodig (vanwege het kruisen van rijksmonument Huygens Hofwijck, zie ook voorgaande criterium). Het inpassen van een ondergrondse of bovengrondse halte is technisch complex vanwege de beperkte ruimte op het stationsplein en de nabijheid van hoofdspoor, stationsgebouw en kantoorgebouw. Tabel 16 Technische complexiteit

36

Variant

Score

Toelichting

V1

--

Technisch uitermate complex vanwege benodigde aanpassing spooremplacement Binckhorst (ook bij tunnel onder emplacement). Realisatie heeft langdurige impact op treindiensten NS en werkplaats.

V2

--

Complexiteit is hoog vanwege lastige inpassing Supernovaweg, aantasting spooremplacement, benodigd extra kunstwerk bij kruising Maanweg (moet op hoogte, gelijksvloers niet mogelijk) en aanlanding op hoogte bij station Voorburg.

V3

--

Hoog vanwege aantasting spooremplacement, benodigd extra kunstwerk bij kruising Maanweg (moet op hoogte, gelijksvloers niet mogelijk) en aanlanding op hoogte bij station Voorburg.

V4

--

Hoog vanwege aantasting spooremplacement, benodigd extra kunstwerk bij kruising Maanweg (moet op hoogte, gelijksvloers niet mogelijk) en aanlanding op hoogte bij station Voorburg.

V5

--

Hoog, vanwege gebouw einde Zonweg en aanpassing emplacement, benodigd extra kunstwerk bij kruising Maanweg (moet op hoogte, gelijksvloers niet mogelijk) en aanlanding op hoogte bij station Voorburg.

V6

+

Technische complexiteit is gering: voor de HOV-as geen kunstwerken nodig en inpassing lijkt oplosbaar. Voor inpassing van HOV-tram is amoveren van gebouwen nodig.

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg V7

--

Hoge complexiteit vanwege inpassing brug over de haven, inpassing HOV-baan in dichtbebouwde omgeving, inpassing nabij spooremplacement en ongelijkvloerse aanlanding Voorburg.

V8

-

Technisch complexe situatie in omgeving Binckhorstbrug en Binckhorstlaan – Maanweg,

V9

0

Geen complexe kunstwerken nodig. Wel complexe kruisingssituaties ter plekke van Binckhorstlaan – Maanweg.

V10

--

De lijnvoering door het gebied kan alleen met een technisch uitdagende boortunnel. Weinig ruimte om start en einde boortunnel in te passen.

37

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg 3.5 Financiële haalbaarheid Onder de financiële haalbaarheid is inzichtelijk gemaakt wat de kosten zijn van de verschillende tracés. In de beoordeling is daarbij niet alleen naar de feitelijke kosten gekeken, maar ook naar de relatie tussen de kosten en de baten (doelbereik en vervoerswaarde).

Over de varianten heen is te zien dat de kosten ver uiteenlopen tussen grofweg 100mln. tot 800mln. euro. Verder valt op dat de kosten voor het OVsysteem bus bij de tracévarianten in dezelfde orde van grootte ligt. Ook bij de tram liggen de kosten van de tracévarianten op ongeveer hetzelfde niveau. Bij de lightrail zijn er grotere verschillen tussen de tracés, vooral ingegeven doordat de varianten met een tunnel duurder zijn dan de overige opties.

Kosten in relatie tot kansen voor financiering Bij de kosten in relatie tot kansen voor financiering is een kostenraming gemaakt van de verschillende tracés. De beoordeling is daarbij alleen gericht op de omvang van de kosten. Er is geen budgetplatfond afgesproken. Daarom is gekozen om geen kwalitatieve beoordeling voor de kosten te doen, maar te volstaan met de feitelijke informatie, namelijk het bedrag van de raming op basis van de SSK-kostenraming.

Kosten in relatie tot doelbereik en vervoerswaarde (baten) Dit gaat over de verhouding tussen de berekende kosten en het algemene beeld op doelbereik en verwachte effecten. Hierbij is er sprake van samenhang in drie aspecten: • Hoogte van de kosten. • Doelbereik. Mate waarin de doelen van de verkenning worden behaald, vooral gericht op ontsluiten van Binckhorst en vervoerswaarde OV. • Overige positieve of negatieve effecten, zoals op leefbaarheid en ambities OV en fiets.

Onderstaande overzicht toont de kosten per tracévariant. Hierbij is per tracé onderscheidt gemaakt in het OV-systeem. De berekening van de kosten is uitgevoegd volgens de SSK-systematiek met een bandbreedte van +/- 70%, aan de hand van kostenramingen op basis van kengetallen. Het betreft hier berekende investeringskosten exclusief de vastgoedkosten en grondverwerving. Bij een aantal varianten is niet voor elk OV-systeem een kostenraming gemaakt, aangezien dat OV-systemen zijn waarvan bij inpasbaarheid (paragraaf 3.5) is geconcludeerd dat deze niet haalbaar of van meerwaarde is (aangeduid met een -).

Wat betreft de verschillende varianten zijn de volgende bevindingen te benoemen: • Bij de varianten V1 tot en met V4 is geconcludeerd dat de benodigde investeringen niet opwegen tegen de baten. Variant V1 (tunnel) vraagt grote investeringen, terwijl het gebied Binckhorst slecht wordt bediend. Bij de varianten V2 (Supernovaweg), V3 (Mercuriusweg) en V4 (Wegastraat) zijn de kosten weliswaar vergelijkbaar met de meeste andere varianten, maar zijn weinig positieve effecten op andere aspecten te behalen. Daarom krijgen deze varianten een sterk negatieve score. • De variant via de Zonweg (V5) kent naar verwachting relatief positieve effecten, maar een moeilijkste technische inpasbaarheid. Aangezien de kosten in verhouding zijn met de overige varianten is scoort dit neutraal. • Bij varianten V6 (Melkwegstraat), V8 (Maanweg) is een licht positief effect te verwachten. Ook bij deze varianten liggen de kosten op hetzelfde niveau als de meeste varianten. Wel is bij deze varianten een beter doelbereik te

Tabel 17 Kosten van de varianten Den Haag Centraal – station Voorburg (prijspeil 1 jan. 2021)

Investeringsko sten (mln. euro excl. btw) Bus Tram Lightrail

V1

V2

V3

V4

V5

V6

V7

V8

V9

V1 0

590

235

115 135 235

NB NB NB

100 130 345

115 PM -

NB NB NB

105 130 330

NB 125 -

810

38

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg verwachten in de bediening van het gebied Binckhorst en ruimtelijke inpasbaarheid. Daarom zijn deze varianten licht positief beoordeeld. • Bij variant V7 (Saturnusstraat) wordt het gebied Binckhorst wel goed bediend, maar levert dat weinig exploitatievoordeel vanwege de lage snelheid. Verder zijn de overige aspecten nadelig, onder andere vanwege moeilijke inpassing in beperkte ruimte. Daarom is deze variant ligt negatief beoordeeld. • Bij variant V9 (Pr. Mariannelaan) valt op te merken dat de kosten enigszins hoger liggen dan de overige varianten, maar nog steeds binnen de bandbreedtes zijn. Met deze variant wordt het gebied Binckhorst redelijk goed bediend (Binckhorstavenue) met een snelle ontsluiting richting Den Haag, al is de exploitatiesnelheid op het gedeelte in Voorburg beperkt. Technisch gezien is inpassing van bus of tram mogelijk, waarbij deze inpassing wel impact heeft op de omgeving (zoals verkeersveiligheid). Bij elkaar heeft dit geleid tot een licht positieve score. • Bij variant 10 (tunnel) is sprake van een grote investering voor het realiseren een ondergrondse verbinding. Dit levert een grote technische complexiteit op met een centrale, maar niet volledige bediening van het gebied Binckhorst. Bij elkaar levert een licht negatieve score op voor dit criterium.

Tabel 18 Kosten in relatie tot doelbereik en vervoerswaarde (baten)

Variant

Score

Toelichting

V1

--

De hoge investeringskosten in relatie tot het matige doelbereik scoort sterk negatief vanwege noodzakelijke -1-uitwerking

V2

--

De hoge investeringskosten in relatie tot het matige doelbereik scoort sterk negatief.

V3

--

De hoge investeringskosten in relatie tot het matige doelbereik scoort sterk negatief.

V4

--

De hoge investeringskosten in relatie tot het matige doelbereik scoort sterk negatief.

V5

0

Matig positief doelbereik en mogelijk beperkt exploitatievoordeel (iets kortere route) afgezet tegen hogere kosten is neutraal.

39

V6

+

Kosten in relatie tot doelbereik licht positief.

V7

-

Negatief doelbereik en beperking exploitatievoordeel afgezet tegen hoge kosten is negatief.

V8

+

Kosten in relatie tot doelbereik licht positief.

V9

+

Lagere kosten dan Maanweg tracé. Doelbereik scoort licht lager, met name op realiseren verstedelijkingsprogramma.

V10

-

Zeer hoge kosten, maar ook relatief hogere opbrengsten. Waarschijnlijk lage kosteneffectiviteit. Lage/negatieve maatschappelijke waarde.

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg 3.6 Overzicht en conclusies Den Haag Centraal – station Voorburg In voorgaande paragrafen zijn de varianten voor de tracés tussen Den Haag Centraal en station Voorburg beoordeeld aan de hand van de gestelde criteria. In onderstaande overzicht zijn de scores van de varianten voor alle criteria getoond.

In de beoordelingsmethodiek voor de trechtering zijn regels vastgesteld wanneer varianten in de zeef in aanmerking komen voor nader onderzoek of afvallen (zie hoofdstuk 2). In onderstaande tabel is samengevat hoe de varianten scoren op doelbereik, financiële haalbaarheid en technische maakbaarheid. Tevens is bij elke variant benoemd of de variant daarmee een redelijkerwijs in aanmerking te nemen tracé kent, voor nader onderzoek in zeef 2 / de beoordelingsfase van de MIRT-verkenning.

Criterium

V1

V2

V3

V4

V5

V6

V7

V8

V9

V10

Realiseerbaarheid van het

--

--

-

-

+

++

+

++

0

Tabel 20 In aanmerking te nemen tracés Den Haag Centraal – Leidschendam-Voorburg

verstedelijkingsprogramma Kwalitatieve aansluiting

--

--

-

-

+

0

+

+

0

+

Nr.

Naam

Beschrijving score

++

V1

Tracé langs

•

Ruimtegebruik

--

--

--

--

0

-

--

+

+

Leefbaarheidsknelpunten

0

0

0

-

-

0

-

0

-

0

Bijdrage aan

0

--

--

--

-

-

0

+

0

0

+

+

+

+

+

+

+

+

+

+

punten

bus/tram/metro +

-

-

0

-

-

+

-

++

betrouwbaarheid OV-

--

--

--

-

0

-

0

0

nisch

Tech-

Supernovaweg

maatregelpakket, ruimtegebruik, bijdrage aan

--

--

--

--

0

--

0

0

-

Technische complexiteit

--

--

--

--

--

+

--

-

0

--

V3

Binckhorstlaan

klimaatadaptatie en het fietsnetwerk.

Mercuriusweg –

kansen voor financiering

Supernovaweg --

--

--

--

0

+

-

+

+

• •

Kosten zijn hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik is sterk Technische maakbaarheid scoort sterk negatief. Doelbereik: sterk negatieve score op ruimtegebruik,

Nee

bijdrage aan klimaatadaptatie en het fietsnetwerk.

–

Kosten in relatie tot Kosten in relatie tot

Nee

negatief.

betrouwbaarheid --

Doelbereik: sterk negatieve score op realiseerbaarheid verstedelijkingsprogramma, kwalitatieve aansluiting

0

Inpasbaarheid

Technische maakbaarheid scoort sterk negatief.

–

•

fietsnetwerk

Financieel

Binckhorstlaan

• •

– Regulusweg

netwerk Robuustheid, capaciteit en

Kosten zijn hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik is sterk negatief.

V2 +

Nee

maatregelpakket en ruimtegebruik.

•

capaciteitsknelpunten

Robuustheid, capaciteit en

Doelbereik: sterk negatieve score op realiseerbaarheid verstedelijkingsprogramma, kwalitatieve aansluiting

hoofdspoor

klimaatadaptatie Effect op bestaande

In aanmerking

maatregelpakket

fiets

Ambities OV en

Knel-

Verstedelijkingsopgave

Tabel 19 Overzicht scores tracévarianten op inhoudelijke beoordeling

•

Kosten zijn hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik is sterk negatief.

•

Technische maakbaarheid scoort sterk negatief.

•

Doelbereik: sterk negatieve score op ruimtegebruik,

– Regulusweg

-

V4

doelbereik en

Binckhorstlaan – Wegastraat

vervoerswaarde

40

bijdrage aan klimaatadaptatie en het fietsnetwerk.

Nee

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg Nr.

Naam

Beschrijving score

In

Nr.

Naam

Beschrijving score

Binckhorstlaan

• •

aanmerking –

•

– Regulusweg V5

• •

Doelbereik: mix van positieve scores, neutrale scores

Ja, voor HOV

– Pr.

en een negatieve score. Samengevat een licht positieve

bus en tram

HOV bus, tram of lightrail in te passen.

Mariannelaan

score op doelbereik.

V9

Doelbereik: mix van positieve scores, neutrale scores

Ja, voor HOV

en negatieve scores. Samengevat een neutrale score op

bus, tram en

Regulusweg

doelbereik.

lightrail

•

•

V6

Binckhorstlaan

Kosten zijn hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik scoort

– Zonweg –

scores en negatieve scores. Scoort gelijk aan trace over

Melkwegstraat

de Zonweg-Regulusweg. Samengevat een neutrale

– Maanweg

score op doelbereik.

•

Technische maakbaarheid scoort neutraal, lightrail niet inpasbaar.

V10

Technische maakbaarheid scoort sterk negatief. Doelbereik: mix van (sterk) positieve score, neutrale

Kosten zijn relatief laag, en de kosten i.r.t. doelbereik scoort positief.

•

neutraal.

• •

Technische maakbaarheid scoort licht negatief.

Technische maakbaarheid scoort sterk negatief. Geen

– Zonweg –

Binckhorstlaan

aanmerking

Kosten zijn hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik is sterk negatief.

Supernovaweg

In

HOV-tunnel

•

Doelbereik: negatieve score op realiseerbaarheid

Nee

verstedelijkingsprogramma, en verder neutrale en

Binckhorst

(sterk) positieve scores.

Ja, voor HOV

•

bus

Kosten zijn zeer hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik is negatief.

•

Technische maakbaarheid scoort (sterk) negatief.

Kosten zijn lager dan Zonweg-Regulusweg, en de kosten i.r.t. doelbereik scoort positief.

•

Conclusies tracés Den Haag Centraal – Leidschendam-Voorburg Voor de verbinding tussen Den Haag en Voorburg zijn tien varianten voor een HOV-tracé afgewogen aan de hand van een set criteria voor doelbereik, kosten en technische haalbaarheid. Op basis van deze beoordeling komen vier tracés in aanmerking om in zeef 2 van de verkenning nader te onderzoeken. Deze vier varianten zijn: • V5 Binckhorstlaan - Zonweg – Regulusweg (bus, tram en lightrail) • V6 Binckhorstlaan – Zonweg – Melkwegstraat – Maanweg (bus) • V8 Binckhorstlaan – Maanweg (bus, tram en lightrail) • V9 Binckhorstlaan – Pr. Mariannelaan (tram)

Technische maakbaarheid scoort positief, wel bochtig tracé.

V7

Binckhorstlaan

•

Doelbereik: positieve score op realiseerbaarheid

–

verstedelijkingsprogramma en kwalitatieve aansluiting

Saturnusstraat

maatregelpakket. Sterk negatieve scores op

– Regulusweg

ruimtegebruik, bijdrage aan klimaatadaptatie en het

Nee

fietsnetwerk.

•

Kosten zijn hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik is sterk negatief.

•

Technische maakbaarheid scoort sterk negatief. Geen HOV bus, tram of lightrail in te passen.

V8

Binckhorstlaan

•

– Maanweg

•

Doelbereik: mix van positieve en neutrale scores.

Ja, voor HOV

Samengevat een positieve score op doelbereik.

bus, tram en

Kosten zijn middel hoog, en de kosten i.r.t. doelbereik

lightrail

Bij deze conclusies zijn de tracés via de Zonweg en via de Maanweg mogelijk voor de drie OV-systemen (HOV-bus, HOV-tram en lightrail). De route via de Melkwegstraat (V6) kent dermate veel scherpe bochten en weinig ruimte dat alleen een HOV-bus kansrijk is. Bij het tracé via de Prinses Mariannelaan en lus

scoort positief.

41

Hoofdstuk 3

Beoordeling tracés Den Haag Centraal – station Voorburg Voorburg (V9) is in de huidige situatie reeds een tram aanwezig, waardoor het logisch om hier gebruik van de maken voor een HOV-verbinding.

42

Hoofdstuk 4

Beoordeling tracés aansluiting richting Delft In de verkenning wordt naast de verbinding tussen Den Haag Centraal en station Voorburg gekeken naar een verbinding richting Rijswijk en Delft. Het navolgende hoofdstuk gaat in op de beoordeling van de zeven varianten voor de tracés richting Delft. Hierbij zijn de scores op alle criteria weergegeven en is toegelicht hoe deze scores tot stand zijn gekomen. In elke paragraaf wordt ingegaan op een thema uit het beoordelingskader met een weergave van de resultaten van de beoordeling van de bijbehorende criteria. In de criteria is telkens het hele tracé tussen Den Haag Centraal en de aansluiting richting Delft beoordeeld. Voor de aansluiting richting Rijswijk/Delft is alleen uitgegaan van varianten met tram of bus. Een lightrailoptie is buiten beschouwing gelaten, aangezien de bestaande spoorverbinding tussen Rijswijk en Delft een tram betreft en er bovendien reeds geïnvesteerd wordt in verbetering van de bestaande hoofdspoorverbinding tussen Den Haag en Delft. Hierdoor heeft een lightrail geen noemenswaardige meerwaarde. Wel kunnen in twee tracés een lightrail Den Haag-Voorburg gecombineerd worden met een tram richting Rijswijk/Delft.

4.1 Realiseren van de verstedelijkingsopgave Onder het thema ‘realiseren van de verstedelijkingsopgave’ wordt ingegaan op de criteria die zijn gericht op de samenhang van de ligging van het HOVtracé in relatie tot de ruimtelijke opbouw en concentraties, tot de kwaliteit van openbare ruimte en relatie met op leefomgeving en duurzaamheid. Hieronder wordt ingegaan op de thema’s: • Realiseerbaarheid van het verstedelijkingsprogramma • Kwalitatieve aansluiting maatregelpakket • Ruimtegebruik • Leefbaarheidsknelpunten • Bijdrage aan klimaatadaptatie

Figuur 11 Tracévarianten aansluiting richting Delft

43

Hoofdstuk 4

Beoordeling tracés aansluiting richting Delft

Realiseerbaarheid van het verstedelijkingsprogramma Bij dit criterium wordt gekeken naar de relatie tussen het HOV-tracé en het verstedelijkingsprogramma voor de CID-Binckhorst. Het gaat enerzijds om de ligging van het tracé ten opzichte van de (deel)gebieden waar de verstedelijking plaats vindt. Anderzijds is gekeken naar de invloed van een tracé op het tempo waarin de woningbouw zich kan ontwikkelen. Het wensbeeld is dat het HOV-tracé goed aansluit bij de gebieden in de CID-Binckhorst met hoge dichtheden. Op die manier worden de betreffende gebieden goed met het OV ontsloten, wordt bijgedragen aan de mobiliteitstransitie (autoritten worden voorkomen) en komt dit ten goede aan de vervoerswaarde voor het OV. Onderstaande afbeelding toont een weergave van de zeven HOV-tracés tussen Den Haag en Rijswijk op de verbinding naar Delft. Naarmate een HOV-tracé meer gebieden met grotere verdichting aandoet, scoort dat tracé beter. Deze bevindingen zijn voor de verschillende OV-systemen gelijk. Voor de woningbouw ontwikkeling is het niet alleen van belang dat het tracé langs de ontwikkellocaties voert, maar tevens dat de woningbouw met een hoog tempo gerealiseerd kan worden (zie ook de figuur in paragraaf 3.1).

Figuur 12 Kerngebieden Binckhorst i.r.t. tracévarianten aansluiting richting Delft

44

Hoofdstuk 4

Beoordeling tracés aansluiting richting Delft Op basis van deze analyse zijn de volgende conclusies te trekken: • Te zien is dat tracés R1 (Weteringkade) en R2 (Trekvlietplein) bijna geheel langs de ontwikkelgebieden voeren, waarbij alleen de omgeving van de Schenkcorridor wordt aangeraakt. Ondanks dat, zijn deze varianten relatief snel realiseerbaar en passen ze bij de snelheid van woningbouw. Het tracé ligt echter zover buiten de ontwikkelgebieden dat dit niet bijdraagt aan de ontwikkeling in Binckhorst en daarom sterk negatief scoort. • Het tracé via de Mercuriusweg (R3) doet, naast de Schenkcorridor, ook het noordelijk deel van de Binckhorst aan. De tracés voeren echter niet langs het zuidelijk deel van de Binckhorst. Inpassing van het HOV-tracé rond de Mercuriusweg vraagt technische uitdaging en aanpassing van brug over de Trekvliet. Dit tracé is daarom licht negatief beoordeeld. • De tracés R4 (Broekslootkade), R5 (Cromvlietkade) en R6 (Geestbrugweg) voeren allen langs het grootste deel van de Binckhorstlaan en bedienen dan ook de ontwikkelgebieden goed. Bij deze varianten is wel sprake van een nieuwe (grote) brug over de Trekvliet (R4 en R5) of aanpassingen aan Binckhorstbrug en Geestbrug (R6). Per saldo zijn deze varianten licht positief beoordeeld. • Tot slot is variant R7 (Rotterdamsetunnel) neutraal beoordeeld.

Deze variant via bestaande wegen is relatief snel te realiseren, wat aansluit bij het ontwikkeltempo van woningbouw. Nadeel is dat de tunnel halverwege in de Binckhorstlaan aansluit, waarmee alleen de noordelijke ontwikkelgebieden in Binckhorst worden aangedaan. Daarom is deze variant neutraal beoordeeld.

Score

Toelichting

R1

--

Geen aankoppeling Binckhorst op de centrale tramlijn 1 – Delft DH CS –Scheveningen (regio Haaglanden). Binckhorst wordt niet aangekoppeld en ontsloten op tramlijn 1, wat nodig is voor de doorontwikkeling van Binckhorst en Regio.

--

Geen aankoppeling Binckhorst op de centrale tramlijn 1 – Delft DH CS –Scheveningen (regio Haaglanden). Tussen tracé en hoofdspoor geen/nauwelijks ontwikkelingen. Direct aan de zuidkant komt een park, geen direct aangrenzende bebouwing. Tevens door loop tracé geen mogelijkheid voor een halte in Binckhorst.

R3

-

Tast reeds vergunde projecten / ontwikkelingen aan, o.a. door de benodigde bocht van BH-laan naar Mercuriusweg. Sluit wel deels aan op verstedelijkingsprogramma Binckhorst (noordelijk deel).

R4

+

Aansluiting op verstedelijkingsprogramma Binckhorst is goed. De HOV-verbinding loopt aan de zuidzijde langs het stedelijk deelgebied Junopark en gaat daar deels ten koste van.

R5

+

Aansluiting op verstedelijkingsprogramma Binckhorst is goed. De HOV-verbinding loopt aan de zuidzijde langs het stedelijk deelgebied Junopark en gaat daar deels ten koste van.

R6

+

Aansluiting op verstedelijkingsprogramma Binckhorst is goed, met name in de verdichting in de Binckhorstlaan.

R7

0

Sluit deels aan op verstedelijkingsprogramma Binckhorst. Alleen noordelijk deel Binckhorstlaan wordt ontsloten, maar kerngebieden Binckhaven en Maanweg worden niet aangedaan. Een route via de Rotterdamsetunnel is relatief snel te realiseren, wat aansluit bij het ontwikkeltempo.

Kwalitatieve aansluiting maatregelpakket Het doel van de Binckhorst is te transformeren tot een modern, hoogwaardig, stedelijk woon-werkgebied. De mate waarin HOV beschikbaar is draagt bij aan dit doel. In het licht van de tracékeuze wordt de beschikbaarheid van HOV hierbij beïnvloed door de aantrekkelijkheid van het HOV. Enerzijds vormt de loopafstand vanuit het gebied naar de dichtstbijzijnde halte een belemmering om gebruik te maken van het OV. Wanneer de gemiddelde loopafstanden naar een halte langer is, dan scoort

Tabel 21 Realiseerbaarheid van het verstedelijkings-programma

Variant

R2

45

Hoofdstuk 4

Beoordeling tracés aansluiting richting Delft een tracé lager. De haltes liggen daarom bij voorkeur midden in het gebied te ontwikkelen gebied. Anderzijds heeft de operationele snelheid van het HOV impact op de beschikbaarheid van het HOV. Wanneer de snelheid lager ligt (door de inpassing van het HOV, bijvoorbeeld door krappe boogstralen) is het OV minder aantrekkelijk ten opzichte van andere vervoerswijzen en scoort de beschikbaarheid lager.

Tabel 22 Kwalitatieve aansluiting maatregelpakket

De varianten hebben een andere ligging van het HOV-tracé in relatie tot de gebiedsontwikkelingen. Voor de varianten zijn daarbij de volgende conclusies te trekken: • De varianten R1 (Weteringkade) en R2 (Trekvlietplein) liggen buiten de gebieden waar ontwikkelingen te verwachten zijn. Met deze varianten wordt de Binckhorstavenue niet of met lage OV-frequentie bedient. Eventuele haltes komen zover buiten de kerngebieden van Binckhorst te liggen, dat hier grote loopafstanden ontstaan. Ook in snelheid kennen deze varianten geen grote voordelen. Daarom krijgen deze varianten een zeer slechte score. • Varianten R3 (Mercuriusweg) en R7 (Rotterdamsetunnel) doen met het HOV-tracé de Schenkcorridor en het noordelijk deel van de Binckhorst aan. Verder voeren deze tracés niet door gebied Binckhorst, waardoor loopafstanden vanuit het zuidelijk deel van de Binckhorst groot worden. De operationele snelheid wordt lager door de haakse bochten bij de Mercuriusweg (R3) of de integratie met complexe kruispunt Binckhorstlaan-Mercuriusweg (R7). Dit resulteert in een licht negatieve score. • De varianten via de Broekslootkade (R4), Cromvlietkade (R5) en Geestbrugweg (R6) voeren allen dóór de kerngebieden van Binckhorst (Binckhorstavenue). Hierdoor zijn de loopafstanden vanuit de Binckhorst naar eventuele haltes kort.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=540e9027-5626-4755-b95b-8fd050e6994f