CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Deltaplan Cultuur, Rapport BMC februari 2021

raadscommissie Werk en Middelen 20 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen25.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

● De instellingen hebben daar waar mogelijk hun organisaties af geschaald, onder meer door het opzeggen en/of niet verlengen van de arbeidsovereenkomst. ● Er zijn al dan niet tijdelijke aanpassingen gedaan binnen de accommodaties om binnen de anderhalvemeterregelgeving (nog) publiek te kunnen ontvangen. ● Er wordt onderzocht hoe de beschikbare capaciteit per instelling op korte, middellange of lange termijn kan worden aangewend voor andere activiteiten en/of een ander gebruik, of kan worden gecombineerd met andere functies (bijv. horeca, les-, studie- of werkruimten). ● Er worden nieuwe producten/productcombinaties ontwikkeld die een (beperkt) deel van de inkomstenderving als gevolg van de lockdownmaatregelen compenseren. ● Er wordt geïnvesteerd in ICT-oplossingen die het aanbieden van alternatieve content (beter) mogelijk maken. ● Met name de instellingen die voor een deel afhankelijk zijn van landelijke of internationale bezoekers richten zich meer op de ‘lokale markt’. ● Er wordt actief gezocht naar bezuinigingsmogelijkheden om de drastische terugloop van eigen inkomsten deels te compenseren. Wat betreft de maatregelen met het oog op de toekomst zien we ook enkele rode draden: maatregelen waarbij de gemeente nodig is en maatregelen die de instellingen in gezamenlijkheid kunnen oppakken.

25/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Maatregelen waarbij de inzet van de gemeente nodig is: ● Verschillende instellingen (BplusC, Leidse Schouwburg – Stadsgehoorzaal, Gebr. de Nobel, Theater Ins Blau) vragen hulp van de gemeente om hun accommodaties toekomstbestendig te maken. Het pakket maatregelen ‘Herordenen en verdichten culturele infrastructuur’ (hoofdstuk 6) haakt hierop in. ● De meeste instellingen vragen om een herziening van de prestatieafspraken in het kader van de UVOK’s. Dit lijkt ons gegeven de sterk veranderde omstandigheden niet meer dan logisch. ● Enkele instellingen vragen om herziening van het subsidieniveau om de Fair Practice Code te kunnen toepassen. Wij gaan ervan uit dat de gemeente dit verzoek in overweging neemt. We zien dat alle instellingen voor de korte termijn willen experimenteren met productdifferentiatie en het zoeken naar nieuwe doelgroepen en meer divers publiek. Ook zien we de behoefte en ook eerste acties om online beter zichtbaar te zijn en langs deze weg programma’s te ontwikkelen en aan te bieden. In het verlengde hiervan kunnen de uitkomsten van de fieldlabs Back to Live ook in Leiden worden toegepast om weer veilige bijeenkomsten met grotere groepen bezoekers te kunnen organiseren. Allemaal onderwerpen die zich goed lenen voor een gezamenlijke aanpak. Op zijn minst om af te stemmen en uit te wisselen, maar ook om samen te ontwikkelen en uit te voeren.

Door de inventarisaties heen zien we nadrukkelijk de wens om samen te werken op deze onderwerpen, maar bijvoorbeeld ook op het thema ruimtelijk ontwerp: hoe krijg je je accommodatie meer flexibel ingericht en is wat de ene instelling daarvoor heeft bedacht ook bruikbaar voor de andere instelling? In hoofdstuk 5 gaan we nader in op het opzetten van een samenwerkingsverband van de C6. We adviseren de C6-instellingen en de gemeente om de uitvoering van ‘kortetermijnmaatregelen’ op instellingsniveau zo snel mogelijk te agenderen voor een bijeenkomst van het beoogde samenwerkingsverband. Gezamenlijk optrekken om te komen tot een coronaproof programmering en publieksbereik zal zeker bijdragen aan de effectiviteit van maatregelen op (individueel) instellingsniveau. Zo kunnen de instellingen onderling én de gemeente van elkaar leren.

26/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Hoofdstuk 5 Optimaliseren organisatiegraad 5.1 Samenwerkingsverband C6 Belang van samenwerking De grote culturele instellingen van Leiden willen hun onderlinge samenwerking versterken. De bereidheid tot samenwerken was er in zekere mate altijd al, maar nu de coronacrisis hard heeft toegeslagen, zeker ook in de cultuursector, zien de instellingen eens te meer het belang van samenwerking. De culturele instellingen willen de handen ineenslaan om het culturele leven in Leiden te revitaliseren en de beschikbare middelen in samenhang en efficiënt in te zetten, inspelend op steeds weer wisselende maatregelen en omstandigheden vanwege de pandemie en de nasleep daarvan. Samen sterk! Een krachtenbundeling van de grote culturele instellingen is een belangrijke maatregel in het kader van het Deltaplan Cultuur Leiden. In samenspraak met de culturele instellingen stellen wij voor om vorm en inhoud te geven aan een geformaliseerd samenwerkingsverband van de grote instellingen.

Anders dan andere maatregelen in het Deltaplan Cultuur is deze maatregel niet zozeer gericht op het behalen van kostenbesparingen of financiële effecten, maar eerst en vooral op het bieden van een instellingsoverstijgend inhoudelijk perspectief, het zoeken naar nieuwe verbindingen met het publiek en het gezamenlijk optrekken in het invoeren, monitoren en bijstellen van maatregelen in het kader van de anderhalvemetersamenleving. Stedelijke programmering Kennis & Cultuur De instellingen willen collectief de schouders zetten onder een stedelijke programmering die inspeelt op het onderscheidende grondthema van Leiden als stad van Kennis en Cultuur. Inhoudelijke focus kan worden gevonden in programma’s die inspelen op het grondthema ‘Je leert het in Leiden’. Waar tot op heden sprake is van wisselende jaarthema’s (bijvoorbeeld European City of Science), is het wenselijk om gezamenlijke programma’s te enten op de onderliggende identiteit van Leiden als stad van Kennis en Cultuur. Het grondthema ‘Je leert het in Leiden’ biedt prima aanknopingspunten voor onderscheidende activiteiten met meer aandacht voor ‘leren’ en ‘produceren’ en waarin de verbinding wordt gezocht tussen ‘top’ en ‘basis’. Het productiehuis van Theater Ins Blau en broedplaats Nieuwplaatz voorzien hier al deels in, maar er is meer mogelijk.

Ook de grote instellingen zouden zich kunnen committeren aan programma’s ‘Je leert het in Leiden’. Bij voorkeur in een bottom-upbenadering en cocreatie met andere organisaties en creatieven van binnen en buiten het culturele veld. Een interessant voorbeeld in dit verband is het initiatief van museum De Lakenhal om door middel van een ‘open call’ uiteenlopende partijen uit te nodigen om met initiatieven te komen voor een nieuw stedelijk activiteiten- en tentoonstellingsprogramma. Van belang is op te merken dat het grondthema ‘Je leert het in Leiden’ een uitstekende aanleiding biedt om de samenwerking met het onderwijs richting te geven, waaronder de Universiteit Leiden. 27/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Gegeven het (post)coronatijdperk is het wenselijk om concrete projecten ‘Je leert het in Leiden’ op te zetten in nieuwe vormen, in de geest van de fieldlabs van de Raad voor Cultuur en gebruikmakend van praktische inzichten die de fieldlabs Back to Live opleveren voor coronaproof visitormanagement van grote groepen bezoekers. Maar ook bijvoorbeeld met onlineaanbod of projecten in de openbare ruimte voor kleine groepen of individueel gebruik. Een interessante suggestie die in een van de sessies met de instellingen naar voren kwam is om gezamenlijk een programmalijn Jong Talent op te zetten in verschillende kunstdisciplines, waarbij op vaste tijden optredens/voorstellingen/presentaties van jonge (amateur-)kunstenaars opgenomen en gestreamd worden. Dat zou een vast format kunnen worden in programma’s rond ‘Je leert het in Leiden’. Vanuit het besef dat samen werken aan de culturele toekomst van de stad nu relevanter is dan ooit, hebben de Leidse podia in de afgelopen periode samen met Cultuurfonds Leiden al verschillende gesprekken gevoerd over gezamenlijke programmering. Dat heeft geleid tot een notitie waarin zij een gemeenschappelijke ambitie formuleren: in plaats van te concurreren op programmering met de grote steden in de regio, willen zij vanuit eigen kracht en authenticiteit coproduceren, gebaseerd op het oer-Leidse DNA: ‘Je leert het in Leiden’.

De notitie bevat een inhoudelijke en prikkelende aanzet om te komen tot een stedelijke programmering met gezamenlijke producties. De notitie hebben we bijgevoegd (bijlage 4). In het kader van de planontwikkeling voor een Deltaplan Cultuur is de notitie van de podia ook besproken met de C6. De richting van de notitie wordt door alle grote instellingen onderschreven, met de kanttekening dat een stedelijke programmering ‘Je leert het in Leiden’ niet beperkt moet blijven tot de podiumkunsten (podia en de gezelschappen/makers) in de stad, maar toe zou moeten groeien naar een cultuurbrede aanpak, waarbij ook het cultureel erfgoed van Leiden betrokken kan worden en waarin producties van zowel professionals als amateurs het podium krijgen. De instellingen hebben aangegeven tijd en energie te willen investeren in een stedelijke programmering van niveau, maar tegelijkertijd ook realistisch te willen blijven. Want om breedgedragen eigen producties op te zetten is veel menskracht en (ook) veel geld nodig. Vooralsnog kan een alternatieve, meer realistische aanpak zijn om kleinschalige producties te gebruiken als focuspunt voor een event of festival waar alle C-partners zich bij aansluiten met eigen programmering.

Zo wordt er nog weleens gevraagd naar de Theatermarathon die in Leiden een aantal jaren geleden werd georganiseerd en die het midden hield tussen een theaterfestival en de ‘Nacht van Kunst en Kennis’. Het concept van een festival ‘Je leert het in Leiden’, met een publiekstrekker als middelpunt en met randprogrammering in en om de huizen van de C6 en andere partners, lijkt haalbaar. Aanboren nieuw publiek Het samenwerkingsverband van de C6 zou zich in het verlengde van een stedelijke programmering ‘Je leert het in Leiden’ ook moeten richten op een gezamenlijke aanpak in de noodzakelijke zoektocht naar nieuw publiek en het behouden van bestaand publiek. 28/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Wat betreft de zoektocht naar nieuwe doelgroepen is een betere verbinding van de cultuursector met het sociaal domein van groot belang. Dit sluit ook aan bij de doelstellingen van het nieuwe cultuurbeleid Kracht van Cultuur. In plaats van dat elke culturele instelling eigener beweging de wijk in trekt en/of partnerships zoekt met organisaties die actief zijn in het sociaal domein, is het wenselijk dat hierin gezamenlijk wordt opgetrokken. Het samenwerkingsverband van de C6 kan daarbij uitstekend van pas komen. Ook is het wenselijk om ervaringen in de zoektocht naar nieuw publiek onderling uit te wisselen. Ook daarvoor kan het samenwerkingsverband uitstekend worden benut. De contacten en de faciliteiten die BplusC met Huizen van de Buurt al in de wijken heeft, kunnen hierbij goed van pas komen. Het aanboren van nieuwe publieksgroepen en het behouden van bestaande publieksgroepen heeft ook alles van doen met marketingcommunicatie. Daarin heeft elke culturele instelling een eigen verantwoordelijkheid en ja, Leiden Marketing is hierbij ook van belang, maar er valt zeker ook resultaat te boeken met een gezamenlijke marketingcommunicatiestrategie op C6-niveau, bijvoorbeeld door gezamenlijke campagnes of voordeelacties aan te bieden (‘word lid van de Bibliotheek en ontvang een vrijkaartje voor …’; ‘bezoek voorstelling Y en krijg 50% korting op …’).

Van belang daarbij is om expliciet in te zetten op specifieke doelgroepen. Vanuit BMC hebben we eerder al op basis van de Whize-methodiek een hanteerbare doelgroepsegmentatie voor Leiden aangereikt. Deze zou nog aangevuld kunnen worden met een analyse van doelgroepen in de regio waarvoor Leiden een centrumfunctie vervult. Deze doelgroepsegmentatie kan structuur bieden aan gezamenlijke marketingcommunicatieacties van het samenwerkingsverband. Doelgroepsegmentatie op basis van het Whize-model ziet er voor Leiden als volgt uit:

In bijlage (6) hebben we meer informatie over de Whize-doelgroepsegmentatie opgenomen. Wij denken dat deze doelgroepsegmentatie een goed hulpmiddel kan zijn voor het benaderen van nieuwe doelgroepen. En dat zou op deze wijze heel goed vanuit het samenwerkingsverband van de C6 kunnen worden opgepakt.

29/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Coronaproof programmeren In hoofdstuk 4 hebben we aangegeven dat gezamenlijk optrekken in coronaproof programmeren en publieksbereik hoog op de agenda van het samenwerkingsverband moet staan. Al was het maar om alle inzichten die landelijk worden opgedaan vanuit de fieldlabs zoals geïnitieerd door de Raad voor Cultuur en de fieldlabs Back to Live goed te volgen en toepasbaar maken voor de Leidse cultuurpraktijk. Het is onzinnig dat elke instelling dit afzonderlijk zou moeten doen. Belangenbehartiging van de cultuursector Behalve voor het samen optrekken in een stedelijke programmering ‘Je leert het in Leiden’ en in het aanboren van nieuw publiek en het behouden van bestaand publiek, kan het samenwerkingsverband van de C6 worden benut voor belangenbehartiging van de Leidse cultuursector: ● Het samenwerkingsverband kan in algemene zin kansen en bedreigingen voor de Leidse cultuursector monitoren en hierover het gesprek aangaan met belangrijke stakeholders, waaronder de gemeente en koepels/platforms in het onderwijs, het sociaal domein en het bedrijfsleven.

● Het samenwerkingsverband kan ook belangen behartigen dan wel input leveren bij voor de cultuursector relevante samenwerkingsverbanden, waaronder: o Leiden Marketing (optimaliseren publiciteit & promotie cultuuraanbod); o Leids Congresbureau (verbeteren van de sales- & verhuurpropositie die de C6 ook als collectief te bieden hebben); o Leids Cement, het nieuwe onlineplatform voor de creatieve community van Leiden e.o.; o Leidse Burcht, het nieuwe onlineplatform voor jongeren in Leiden. Samenwerking in de backoffice Een vierde aandachtsgebied voor het samenwerkingsverband van de C6 heeft betrekking op samenwerking in de backoffice, bijvoorbeeld op het gebied van financiële of salarisadministratie, gezamenlijke inkoop, gedeelde ICT-diensten, personeelspools. Niet elke C6-instelling ziet hier de voordelen van in. BplusC en de Leidse Schouwburg/ Stadsgehoorzaal wel; zij willen de mogelijkheden onderzoeken van shared services, ook gelet op het naar elkaar toe groeien qua huisvesting, programmering en organisatie. Mogelijk willen op termijn ook andere C6-instellingen gebruikmaken van shared services, maar het is niet wenselijk dat op voorhand nu al af te dwingen. Organisatie van de samenwerking De instellingen zijn het erover eens dat het samenwerkingsverband van de C6 niet vrijblijvend moet zijn. Het wordt van belang geacht de samenwerking te formaliseren.

Niettemin zijn de instellingen het er ook over eens dat elke reorganisatie en het formeel afstaan van verantwoordelijkheden, budgetten en/of personele capaciteit op voorhand gedoemd is te mislukken. Keep it simple, maar niet vrijblijvend. Daarom komen we uit op de vorm van een samenwerkingsovereenkomst. Op termijn kan naar bevind van zaken altijd nog worden bezien in hoeverre het wenselijk is om een verdergaande vorm van samenwerking aan te gaan.

30/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Qua organisatie is het voorstel als volgt: ● Coördinatiegroep, bestaande uit de directies van de C6: Taak van de coördinatiegroep is de koers van het samenwerkingsverband te bepalen, afspraken te maken over de uitvoering van gezamenlijk op te pakken activiteiten en de voortgang te bewaken. Het voorzitterschap van de Coördinatiegroep kan roulerend worden ingevuld; de instellingen opteren voor een halfjaarlijkse wisseling. Hierdoor wordt de betrokkenheid van elke afzonderlijke instelling bij het samenwerkingsverband vergroot en ontstaat ook de mogelijkheid om steeds wat andere accenten te kunnen leggen. De Coördinatiegroep stelt elk jaar een werkplan vast en legt achteraf ook verantwoording af over de uitvoering daarvan. ● Werkgroepen, bestaande uit stafmedewerkers van de C6: ○ Programmering. Hierin werken de programmeurs samen aan programma en producties ’Je leert het in Leiden’. ○ Marketingcommunicatie. Publiciteit en promotie van programma’s ‘Je leert het in Leiden’. Maar ook: strategische agenda bepalen: Wat is wenselijk om in C6-verband aan marketingcommunicatie op te zetten? Wat kan worden afgesproken met Leiden Marketing? Cultuurfonds Leiden is bereid om in ieder geval in een opstartperiode ondersteuning te bieden. Dat zou kunnen in de vorm van een secretarisrol van zowel de Coördinatiegroep als de werkgroepen.

Cultuurfonds Leiden kan vanuit deze positie ook meteen zijn makelaarsrol waarmaken door waar nodig en zinvol verbindingen te leggen met andere organisaties, makers enzovoort. Cultuurfonds Leiden fungeert tevens als administratieve organisatie van samenwerkingsprojecten. Over de inzet van het Cultuurfonds moeten nadere afspraken worden gemaakt, evenals over een vergoeding van de inzet. In een plenaire bespreking van een concept van dit Deltaplan Cultuur op 9 februari jl. is besloten om als eerste voorzitter van het samenwerkingsverband te benoemen de directeur van Gebr. de Nobel. Financiering van de samenwerking De insteek is om de inzet van directie- en stafleden voor hun werk ten behoeve van de Coördinatiegroep en de werkgroepen dan wel de werkzaamheden die daaruit voortvloeien voor eigen rekening te laten komen. Dat betekent dat elke instelling de inzet van eigen mensen ten behoeve van het samenwerkingsverband inpast in haar eigen instellingsbeleid. Voor de out-of-pocketkosten van producties en programma’s ‘Je leert het in Leiden’ en van marketingcommunicatieacties zal uitvoeringsbudget beschikbaar moeten komen. Daarnaast is het reëel om in ieder geval voor de administratieve rol van Cultuurfonds Leiden een vergoeding te betalen. Voor het verwerven van uitvoeringsbudget zien de instellingen mogelijkheden om een beroep te doen op verschillende landelijke en regionale fondsen.

31/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Voor succesvolle fondsenwerving is nodig dat het samenwerkingsverband kan beschikken over een basisbudget voor cofinanciering. In een volgende fase zal voor het samenwerkingsverband ook een eerste begroting moeten worden opgesteld. Wat betreft het benodigde basisbudget merken we op dat dit in een aanloopperiode met meer kleinschalige initiatieven nog bescheiden kan zijn. De instellingen geven aan dat zij als cultureel ondernemers hiervoor zelf kunnen zorgen om daarmee ook succesvol fondsen te kunnen aanboren. Op termijn wordt evenwel voorzien in grotere producties, waarvoor substantieel budget nodig is. Dan denken we eerder aan enige tonnen dan aan enige tienduizenden euro’s. Op basis van het motto ‘minder geld in stenen, meer voor inhoud’ zou de bekostiging van een substantieel basisbudget voor een gezamenlijke stedelijke programmering op termijn gedekt kunnen worden uit de middelen die structureel vrijgespeeld worden door uitvoering van een integraal huisvestingsplan. Hierop gaan we in hoofdstuk 6 nader in. Verhouding tot het cultuurbeleid Het beoogde samenwerkingsverband kan naar onze mening uitstekend inspelen op verschillende ambities en doelstellingen van het beleidskader de Kracht van Cultuur en deze plaatsen in de context van onze veranderende samenleving.

Zo kan de stedelijke programmering voorzien in ambitie 1: ‘Op sterke benen’, waarin de gemeente onder meer aangeeft nieuwe presentatievormen te willen stimuleren, verbreding van het publiek en impulsen voor het makersklimaat. Ook beoogt het samenwerkingsverband expliciet in te spelen op ambitie 2 van de Kracht van Cultuur: ‘Met hart en ziel’, waarmee beoogd wordt de verbinding met het sociaal domein te versterken en nieuwe publieksgroepen te bereiken. Ten slotte sluit het samenwerkingsverband ook goed aan bij ambitie 3: ‘Met kop en schouders’, waarmee de gemeente het cultuuraanbod nog meer onderscheidend wil laten zijn op het (onderscheidende) snijvlak van kennis & cultuur, om daarmee ook (inter)nationaal publiek aan te spreken. Draagvlak bij de instellingen Het samenwerkingsverband zoals hierboven op hoofdlijnen is uitgewerkt kan op draagvlak rekenen van de C6. 5.2 Aanbesteding onderdelen BplusC? Veranderende omstandigheden vragen om een heroverweging De gemeente heeft besloten om het vrijetijdsaanbod van BplusC aan te besteden. Ook overweegt de gemeente een deel van het bibliotheekwerk in deze aanbesteding mee te nemen. De aanbestedingsgedachte past in het ‘oude denken’ over meer marktwerking in de publieke sector. De coronacrisis heeft het denken over meer marktwerking in de publieke sector fundamenteel veranderd.

Wij denken dat het verstandig is om het voornemen tot aanbesteding van onderdelen van BplusC te heroverwegen. Heroverwegen aanbesteding vrijetijdsaanbod De veranderende omstandigheden in onze samenleving vragen naar onze mening om een heroverweging van het besluit tot aanbesteding van het vrijetijdsaanbod van BplusC. Wij voeren hiervoor de volgende argumenten aan: 32/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

●

●

●

●

Met een aanbesteding van het vrijetijdsaanbod wordt aangestuurd op het creëren van een level playing field, waarin ook andere aanbieders de gelegenheid krijgen om met gemeentelijk subsidie kunstonderwijs te verzorgen. ondersteuning van de gemeente. Dat betekent dat het resultaat van de aanbesteding kan zijn dat de gemeentelijke subsidie die nu aan één organisatie verstrekt wordt bij verschillende organisaties terecht kan komen. Het culturele bestel in Leiden kent al een veelheid van organisaties; nog een organisatie erbij werkt de versnippering alleen maar verder in de hand. De koers zou naar onze mening moeten zijn: minder versnippering en waar mogelijk en zinvol ook minder organisaties. Juist deze tijd van de (post)coronacrisis vraagt om bundeling en integreren, niet om desintegreren. Het idee van aanbesteden is nog ingegeven vanuit het idee van meer marktwerking. Inmiddels heeft de coronacrisis ons geleerd dat de marktwerking in de publieke sector te ver is doorgeschoten. Dit nu toch doorzetten voor het vrijetijdsaanbod in het Leidse kunstonderwijs spoort niet met het veranderde inzicht in meer marktwerking. Nog los van de coronacrisis, maar wel daardoor aangewakkerd, is het inzicht dat de wildgroei aan zzp’ers niet goed is. We moeten waar mogelijk weer terug naar vaste dienstverbanden.

Een aanbesteding van (delen van) het kunstonderwijs kan ertoe leiden dat de uitvoering daarvan terechtkomt bij aanbieders die werken met zzp’ers. Een aanbesteding van het vrijetijdsaanbod werkt verstorend op de algehele herhuisvesting van BplusC. De herhuisvesting is een complex traject, dat ook impact moet hebben op programmatische en organisatorische samenwerking. Het opsplitsen van de organisatie van en de geldstromen voor BplusC vergroot de complexiteit van de beoogde transitie.

Wij geven in overweging om in plaats van aanbesteding van een deel van het kunstonderwijs van BplusC te bezien hoe er nadere afspraken tussen gemeente en BplusC kunnen worden gemaakt over de bekostiging van het vrijetijdsaanbod. Denkbaar is dat de gemeente het beschikbare subsidiebedrag voor het vrijetijdsaanbod uitsluitend ingezet wil hebben voor specifieke doelgroepen, bijvoorbeeld jeugd t/m 18 jaar en niet meer aan volwassenen. Met mogelijk extra inzet van trajecten talentontwikkeling, wat weer mooie aanknopingspunten biedt voor het samenwerkingsprogramma ‘Je leert het in Leiden’. Wat betreft het vrijetijdsaanbod aan volwassenen zou de lijn kunnen zijn dit aanbod kostendekkend aan te bieden. Daarbij moeten er nadere afspraken worden gemaakt over wat kostendekkend is: alleen de directe kosten (honorarium docent + materiaalkosten) of ook (een deel) van huisvesting en overhead? Het is vervolgens aan BplusC om waar mogelijk docenten in vaste dienst te houden, maar dan wel hun kosten geheel terug te verdienen uit de markt. Dat vraagt het nodige aan ondernemerschap, maar BplusC geeft aan daarvoor klaar te zijn. Net als de andere grote culturele instellingen hanteert BplusC het zogenoemde Iglomodel van Berenschot:

33/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Iglo-model B

C

A

In het Iglomodel wordt onderscheid gemaakt tussen: ● Onderdeel A: alle voorzieningen, faciliteiten en formatie die de bestaansvoorwaarde vormen om de activiteiten uit onderdeel B en C te kunnen uitvoeren. Hieronder vallen alle kosten met netrekking tot huisvesting, onderhoud en gebouwbeheer en de beheerorganisatie (HR, financiële administratie, ICT-infrastructuur, enz.). De kosten van de voorzieningen in onderdeel A worden niet doorberekend in de kostprijs/subsidie van activiteiten uit onderdeel B of C. Op deze manier worden optimale randvoorwaarden gecreëerd voor een hoge bezettingsgraad van de voorzieningen met activiteiten uit onderdeel B en C. ● Onderdeel B: door de gemeente gesubsidieerde activiteiten (basis voor de Uitvoeringskomsten). ● Onderdeel C: niet-gesubsidieerde activiteiten. Wij geven dus in overweging om, in plaats van aan te besteden, te hercontracteren met BplusC. Dat is naar onze mening de beste garantie om een samenhangend aanbod kunst- en cultuureducatie te behouden en ook goede verbindingen te leggen tussen vrijetijdsaanbod en cultuureducatie in het onderwijs. Wij denken ook dat een hercontractering met BplusC op het vrijetijdsaanbod kan leiden tot een kostenbesparing wanneer de gemeente als opdrachtgever helder aangeeft voor welk aanbod er wel subsidie beschikbaar wordt gesteld, maar ook voor welk aanbod niet meer.

Het is dan aan BplusC om te bezien welke mogelijkheden zij als cultureel ondernemer ziet om het aanbod waarvoor geen subsidie meer wordt verleend toch aan te bieden, maar dan als C-onderdeel van het Iglomodel. Een hercontractering van gemeente met BplusC zou er ook toe moeten leiden dat er meer duidelijkheid komt in wat de gemeente aan prestaties vraagt en het subsidie dat daarvoor nodig is. Dit vraagt van BplusC om meer transparantie in de begrotingsopzet met eenduidig gedefinieerde kostenplaatsen, in de vorm van een outputbegroting. BplusC is (vanzelfsprekend) voorstander van een heroverweging van de aanbesteding en is bereid om mee te denken in een reorganisatie van het vrijetijdsaanbod met bijbehorende herziening van subsidieafspraken met de gemeente. Heroverwegen aanbesteden bibliotheekwerk De Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) benoemt vijf maatschappelijke functies waaraan elke bibliotheekorganisatie moet voldoen: 34/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

1. 2. 3. 4. 5.

Ter beschikking stellen van kennis en informatie Bieden van mogelijkheden tot ontwikkeling en educatie Bevorderen van lezen en het laten kennismaken met literatuur Organiseren van ontmoeting en debat Kennismaken van kunst en cultuur

De gemeente overweegt om de vijfde kernfunctie (Kennismaken met kunst en cultuur) af te splitsen van het bibliotheekwerk zoals BplusC dat nu uitvoert en te betrekken bij het aanbod cultuureducatie en kunstonderwijs van BplusC. In die beweging is de gemeente voornemens deze vijfde kernfunctie van het bibliotheekwerk mee te nemen in de aanbesteding van het vrijetijdsaanbod. Alle bedenkingen die wij hiervoor hebben aangevoerd bij een aanbesteding van het vrijetijdsaanbod kunstonderwijs van BplusC gelden mutatis mutandis ook voor de gekoppelde aanbesteding van de kernfunctie Kennismaken met kunst en cultuur zoals bedoeld in de Wsob. Daarnaast zijn wij van mening dat de vijf kernfuncties van het bibliotheekwerk niet gezien moeten worden als op zichzelf staande blokken, maar als een geheel van met elkaar samenhangende bibliotheekfuncties die vragen om een gecoördineerde uitvoering met centrale regie. Draagvlak bij de instellingen Deze maatregel wordt gedragen door de instellingen. 5.3 Samenvoeging podiumorganisaties In onze analyse hebben we aangegeven dat het aantal podiumorganisaties in Leiden bovengemiddeld is, vergeleken met andere gemeenten tussen 100.000 en 150.000 inwoners in de regio. We hebben ook aangegeven dat het een onderscheidende kwaliteit is dat Leiden zo’n veelzijdig aanbod aan musea en podiumkunsten kent.

We onderschrijven dat het een kracht is dat elk podium een eigen identiteit en uitstraling heeft en dat dit juist bijdraagt aan de veelzijdigheid van cultuurstad Leiden. Niettemin zijn wij van mening dat er wanneer de coronacrisis verergert en langer aanhoudt dan verwacht, aanleiding is om te komen tot verdergaande reorganisatie; mogelijk door middel van een gezamenlijke backoffice, maar mogelijk ook door middel van algehele samenvoeging van de instellingen. Van belang is om dan wel te bewaken dat de eigenheid van de podia in stand blijft. Voor musea is een samenvoeging niet aan de orde, omdat deze bekostigd worden door verschillende subsidiënten en financiers. Voor de podia behoort samenvoeging wel tot mogelijkheden. In het geval van een zwaar-weer-scenario geven wij in overweging om te onderzoeken of de organisaties van de grote Leidse podia samengevoegd kunnen worden in één organisatie. Concreet zou dit een samenvoeging betekenen van Leidse Schouwburg – Stadsgehoorzaal, Theater Ins Blau en Gebr. de Nobel. Het idee is dan dat verschillende podia vanuit één organisatie worden aangestuurd.

35/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Hoewel de podia elk met een eigen identiteit hun eigen programmering en marktbewerking moeten behouden en de huisvestingslasten gelijk blijven, valt in directievoering en overhead een substantiële besparing te bereiken. Wij hebben begrepen dat bij elk van de podia binnen nu en enkele jaren een directiewisseling te verwachten is vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Dit zou een praktische aanleiding kunnen zijn om te komen tot samenvoeging van alle Leidse podia. Het voert te ver om nu precies aan te geven welk financieel voordeel met een samenvoeging van alle Leidse podia kan worden bereikt, maar met een besparing op directiekosten en een efficiencyslag op financiële administratie, salarisadministratie, pr en marketing, ICT en centrale inkoop moet structureel een aanzienlijk bedrag kunnen worden vrijgespeeld. Draagvlak bij de instellingen Voor deze maatregel bestaat geen draagvlak bij de betrokken instellingen. Wij voegen hieraan toe ook zelf niet te geloven in van bovenaf opgelegde fusies. Deze optie is wat ons betreft dan ook alleen aan de orde in een zwaar-weer-scenario en zelfs dan zal het besluit niet op voorhand moeten zijn dat er wordt samengevoegd, maar wel dat de mogelijkheden daartoe worden onderzocht.

36/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Hoofdstuk 6 Herordenen en verdichten cultureel vastgoed 6.1 Uitgangspunten en visie Minder geld in stenen, meer voor inhoud De uitkomst van een herordening van het cultureel vastgoed in Leiden moet zijn dat de culturele infrastructuur in de toekomst minder m2 beslaat, efficiënter wordt benut en er onderaan de streep structureel minder geld gaat zitten in huisvesting. De herordening zal daarmee voorzien in het duurzaam oplossen van structurele tekorten op de onderhoudsbudgetten, waar enkele instellingen in de huidige situatie mee te kampen hebben. De plus die een herordening van de culturele infrastructuur op de huisvestingslasten mogelijk zal hebben kan daarnaast worden aangewend om meer budget voor inhoudelijke activiteiten beschikbaar te krijgen. Wij geven in overweging om dit principe bij de besluitvorming van dit Deltaplan Cultuur als zodanig vast te leggen. In het vorige hoofdstuk hebben wij voorstellen gedaan voor meer samenwerking in een stedelijk programma ‘Je leert het in Leiden’. Vrijvallend budget uit een herordening van de gemeentelijke portefeuille cultureel vastgoed kan dan hiervoor worden ingezet.

Efficiënt en multifunctioneel gebruik van accommodaties Een herordening van het cultureel vastgoed moet niet alleen vanuit financiële overwegingen worden ingestoken, maar zal ook moeten worden opgepakt vanuit de intentie de culturele infrastructuur kwalitatief te verbeteren. Dus kleiner in omvang, maar van hogere kwaliteit. Dat betekent dat elke herhuisvestingsopgave aangevlogen moet worden vanuit een inhoudelijke visie, op basis waarvan een programma van eisen kan worden gemaakt. Daarbij zal niet zozeer geredeneerd moeten worden vanuit het herhuisvesten van instellingen, maar vanuit functies. Verschillende invalshoeken zijn hierbij van belang: ● Inhoudelijke meerwaarde. Welke combinatie van functies leidt tot meerwaarde in het aanbod? Dat kan zijn door: ○ verschillende schakels (functies) van de creatieketen (Leren > Produceren > Presenteren > Interesseren) qua accommodatie te combineren; oefen-/educatieplekken bij productiefaciliteiten en bij een presentatieplek/podium; ○ (betere) amateurkunst/talentontwikkeling te huisvesten bij professionele kunst; ○ multidisciplinair te accommoderen. Zie bijvoorbeeld het Kunstenpand in Rotterdam Zuid (het nieuwe Theater Zuidplein), dat een bijenkorf is van professionele kunst en amateurkunst bij elkaar, ruimte biedt aan talentontwikkeling, verschillende genres en disciplines bedient en ook huiskamer wil zijn van Rotterdam-Zuid.

● Efficiency. Welke functies kunnen goed gecombineerd worden? Is dubbel ruimtegebruik mogelijk? Wanneer dat het geval is, leidt dat tot een forse besparing aan m2. 37/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

●

●

Flexibilisering van gebruiksmogelijkheden. Welke mogelijkheden bieden de accommodatie en de inrichting om gemakkelijk in te spelen op uiteenlopende vormen van kunstproducties en publiekscapaciteit? Flexibilisering in het gebruik van accommodaties is ook van belang om snel te kunnen aanpassen aan steeds weer wisselende maatregelen in de anderhalvemetersamenleving. Uitstraling. Hoe kan herhuisvesting leiden tot aantrekkelijke accommodaties voor het publiek? Tot plekken waar je graag wilt zijn? Om cultuur te beleven, zelf te beoefenen en veilig elkaar te ontmoeten zodra dat weer kan?

De manier waarop BplusC en Leidse Schouwburg - Stadsgehoorzaal inmiddels werken aan gezamenlijke huisvesting in de twee cultuurhubs speelt goed in op bovenstaande uitgangspunten en vinden wij veelbelovend. Beleidskaders vastgoed en cultuur Een integraal huisvestingsplan moet zicht bieden op een verdichting van de culturele infrastructuur en op een kwaliteitsverbetering. Daar zijn forse investeringen mee gemoeid. Te doen gebruikelijk is om per investeringsopgave te bezien hoe die gedekt kan worden, waarbij als eerste gekeken wordt naar vrijval van kapitaallasten van investeringen. Onderdeel van dit Deltaplan Cultuur is om voor een andere aanpak te kiezen, namelijk een integrale herordening van de gemeentelijke portefeuille cultureel vastgoed, waarbij investeringen om te komen tot de beoogde herordening van het geheel van accommodaties gefinancierd kunnen worden uit opbrengsten van verkoop, verhuur of herontwikkeling van panden die door de herordening vrijgespeeld kunnen worden. Wij geven in overweging om de haalbaarheid van een algehele herordening van de gemeentelijke portefeuille cultureel vastgoed te onderzoeken in een integraal huisvestingsplan. Mogelijk spoort de voorgestelde aanpak niet met het vigerende vastgoedbeleid van de gemeente. Naar onze mening is er evenwel alle aanleiding om nu anders te denken; nood breekt wetten.

Mocht het vastgoedbeleid niet aansluiten bij de door ons voorgestelde herordening, dan geven wij in overweging om af te wijken van het vastgoedbeleid dan wel het vastgoedbeleid aan te passen. Bij een eventuele aanpassing van het vastgoedbeleid past naar onze mening ook dat de gemeente met betrekking tot maatschappelijke voorzieningen, in dit geval het cultureel vastgoed, niet werkt met marktconforme huurtarieven, maar met kostprijsdekkende huurtarieven. Voor enkele culturele voorzieningen is dat nu wel zo benoemd, maar voor andere instellingen weer niet. Het zou goed zijn dit te harmoniseren. Met een kostprijsdekkende huur kan een heldere relatie worden gelegd tussen de huur die de gemeente bij de instellingen in rekening brengt, de feitelijke kostprijs (kapitaal- en eigenaarslasten) en de subsidie. Indachtig het Iglomodel van Berenschot denken wij verder dat het wenselijk is om expliciet onderscheid te maken tussen huisvestingssubsidie en activiteitensubsidie. Dit is nu niet bij alle culturele instellingen het geval.

38/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Wij realiseren ons dat dit als zodanig geen oplossing biedt voor de financiële knelpunten die enkele instellingen ondervinden met tekorten op hun huisvestingsbudget, maar het helpt wel om meer duidelijkheid te krijgen tussen gemeentelijke subsidie die nodig is als bestaansvoorwaarde voor de instelling (alle kosten met betrekking tot huisvesting, onderhoud en gebouwbeheer en de beheerorganisatie (HR, financiële administratie, ICT-infrastructuur enz.)) en de subsidie die de gemeente beschikbaar stelt om inhoudelijke activiteiten/prestaties uit voeren zoals vastgelegd in de UVOK’s. Wat betreft het cultuurbeleid de Kracht van Cultuur betekent een herordening van het cultureel vastgoed ook dat afgeweken wordt van Ambitie 1: ‘Op sterke benen’, die aangeeft dat de gemeente inzet op handhaving van het bestaande culturele bestel. Wij denken dat er alle aanleiding is om de portefeuille cultureel vastgoed in te herschikken en in te dikken. Effect op programma’s, organisaties en exploitaties Bij een integraal huisvestingsplan dient niet alleen gekeken te worden naar de investeringen in gebouwen en naar de exploitatiekosten als gevolg van huur en (gebruikers)onderhoud, maar ook naar de effecten die herhuisvesting heeft op de organisatie en exploitatie van de desbetreffende instellingen.

Zo geldt bijvoorbeeld voor de mogelijke cultuurhubs van BplusC in combinatie met respectievelijk de Stadsgehoorzaal (Bibliotheek) en de Leidse Schouwburg (kunstonderwijs/muziekeducatie) dat hier niet alleen winst te behalen valt op huisvesting, maar dat er ook perspectief is op synergie in programma en organisatie en daarmee op exploitatie. Zo kunnen alleen al kostenbesparingen op gebouwbeheer, baliefuncties en horeca worden gerealiseerd, maar mogelijk zijn er ook verdergaande synergievoordelen haalbaar. Het is wenselijk om in het integraal huisvestingsplan voor elke herhuisvestingsopgave deze synergie in beeld te brengen. Startnotitie Voortgang vernieuwing/huisvesting BplusC De Startnotitie die de gemeente heeft opgesteld om het toekomstperspectief voor BplusC uit te werken en de huisvestingsopgaven die daarmee samenhangen nader te onderzoeken, is veelbelovend. Gevoed door de input van BplusC en Leidse Schouwburg – Stadsgehoorzaal gaat de Startnotitie uit van een integrale benadering en redeneert ze niet vanuit instellingen, maar vanuit functies (bibliotheek, cultuureducatie, cultuurparticipatie). Dat is positief. Wat in de voorgestelde aanpak naar onze mening nog ontbreekt is om het onderzoek te starten met de vraag welke synergie gezamenlijke huisvesting van onderdelen van BplusC bij andere organisaties zal hebben op programma en organisatie.

Van daaruit kan worden bezien wat dit vraagt van de accommodatie en vervolgens wat het effect is op de exploitatie. In de aanpak zou daarom wat ons betreft ook meegenomen moeten worden dat de instellingen zelf nauw betrokken worden bij het onderzoek. Ook zou het goed zijn om het onderzoek te starten met het bepalen van een ambitieniveau. De intentie zou moeten zijn om niet alleen te redeneren vanuit kostenbesparingen, maar ook te komen tot een kwaliteitsverbetering.

39/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Van belang is verder om op te merken dat in de Startnotitie over huisvesting van BplusC andere huisvestingsopgaven nog niet benoemd zijn, terwijl daar in onze ogen wel aanleiding toe is. Daarom adviseren wij het huisvestingsonderzoek naar BplusC uit te breiden tot een integraal huisvestingsplan voor de Leidse culturele infrastructuur. Onderzoek Republiq In 2019 heeft bureau Republiq in opdracht van de gemeente de huisvestingssituatie van de C6 onderzocht. Belangrijkste conclusies: ● Er is sprake van structurele tekorten op onderhoudsbudgetten in de exploitatie van culturele instellingen. ● Gemeente en instellingen komen moeizaam met elkaar in gesprek over huisvesting. ● Geldzorgen leiden tot besparing op onderhoud en dat leidt tot discussies. ● In de portefeuille cultureel vastgoed is sprake van een complex stelsel van financiële afspraken en verrekeningen. ● Huur stijgt met inflatie, maar de exploitatiesubsidies stijgen niet navenant mee. ● Huurverhogingen zijn een voordeel voor de afdeling Vastgoed, maar zetten exploitaties van instellingen verder onder druk. ● Er is sprake van wisselende huurregimes, van kostprijsdekkend tot marktconform. ● Geldzorgen op huisvestingsvlak hollen de primaire taak van de instellingen uit. ● Er is behoefte aan een totaalplan voor huisvesting van het gemeentelijk cultureel vastgoed.

In het kader van dit Deltaplan Cultuur hebben we Republiq gevraagd met ons mee te kijken naar een mogelijke herordening van de culturele infrastructuur voor zover het het gemeentelijk cultureel vastgoed betreft. Centrale vraag aan Republiq: biedt een herordening van de Leidse culturele infrastructuur reëel zicht op een meer compacte, kwalitatief betere Leidse culturele infrastructuur tegen structureel lagere huisvestingslasten, en zo ja: hoe kan dat worden aangepakt? Republiq heeft ingezoomd op de herhuisvesting van BplusC in de twee cultuurhubs met respectievelijk Leidse Schouwburg en Stadsgehoorzaal en daar een verkennende doorrekening van gemaakt. Republiq komt tot de conclusie dat deze herhuisvesting daadwerkelijk kan leiden tot compactere huisvesting van hogere kwaliteit tegen structureel lagere lasten. Voorwaarde is wel dat de verkoopopbrengsten van vrijkomende panden bij deze herhuisvesting betrokken kunnen worden. Republiq geeft aan dat wat voor de twee cultuurhubs geldt ook van toepassing kan zijn op andere herhuisvestingen en dat er alle aanleiding is om te komen tot een integraal huisvestingsplan voor de Leidse cultuursector. Vanzelfsprekend vraagt een herordening van de culturele infrastructuur om een grondige aanpak, te beginnen met het opstellen van een integraal huisvestingsplan. We hebben Republiq gevraagd over de opzet hiervan mee te denken.

In bijlage 5 doen we een voorstel voor een onderzoeksopzet om te komen tot een integraal huisvestingsplan.

40/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Draagvlak instellingen Een herordening van de culturele infrastructuur dan wel van de gemeentelijke portefeuille cultureel vastgoed, zoals in het voorgaande aangegeven en te beginnen met een integraal huisvestingsplan, wordt door de instellingen onderschreven. 6.2 Te onderzoeken opgaven integraal huisvestingsplan Herhuisvesting Bibliotheek bij Stadsgehoorzaal (B-hub) Voor de Bibliotheek geldt: ofwel renovatie en upgrading van de bestaande hoofdvestiging aan de Nieuwstraat ofwel herhuisvesten, waarbij de optie voorligt om in en nabij de Stadsgehoorzaal gevestigd te worden. Het pand dat dan vrijkomt kan worden herbestemd dan wel verkocht. De gecombineerde huisvesting van Bibliotheek + Stadsgehoorzaal biedt zicht op een cultuurhub, waar ‘s avonds voorstellingen kunnen worden geprogrammeerd en waar overdag ook bibliotheekfuncties kunnen worden ondergebracht, zoals studie- en flexwerkplekken, vergaderingen, boekpresentaties, maar ook displays met tijdschriften en boeken. Met de foyer overdag als bibliotheekcafé. Deze maatregel wordt onderschreven door betrokken instellingen. Herhuisvesting Cultuureducatie bij Leidse Schouwburg (C-hub) Een tweede cultuurhub kan ontstaan door het aanbod muziekeducatie (nu gehuisvest in het pand aan het Rapenburg) te verplaatsen naar/bij de Leidse Schouwburg in het naastgelegen pand aan de Hazewindsteeg.

Dit pand moet worden opgeknapt en geschikt worden gemaakt voor muziekeducatie (o.a. geluidsisolatie). Een open verbinding met de schouwburg kan leiden tot dubbelgebruik van de verschillende zalen in de schouwburg (grote zaal, de Mouterij, de bonbonnièrezaal en de twee foyers). Wanneer er geen theatervoorstellingen zijn, kunnen deze ruimten door BplusC worden benut voor voorspeelavonden, afstudeerprojecten, talentenjacht enzovoort. De foyers kunnen worden benut als aangename verblijfsruimte voor ouders/begeleiders die op lessende kinderen wachten. Het huidige pand aan het Rapenburg kan worden herbestemd/verkocht. Deze maatregel wordt onderschreven door betrokken instellingen. Functies Muziekhuis Qbus naar Nieuwplaatz en Gebr. de Nobel De oefencabines en concertfuncties zoals nu gehuisvest in het Muziekhuis kunnen worden verplaatst naar respectievelijk broedplaats de Nieuwplaatz en (de kleine zaal) van Gebr. de Nobel. Een deel van de functies van het Muziekhuis gaat ook mee naar de schouwburg, als onderdeel van de C-hub. De accommodaties van Nieuwplaatz en Gebr. de Nobel zullen hierop moeten worden aangepast. Het pand van Qbus/Muziekhuis kan worden herbestemd dan wel verkocht. Deze maatregel wordt door betrokken instellingen onderschreven.

41/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Verbeteren cultuuraccommodaties in de wijk BplusC beschikt over verschillende locaties/accommodaties in de wijken: Huizen van de Buurt. In de zoektocht naar nieuwe doelgroepen en de verbinding met het sociaal domein zijn de Huizen van de Buurt van groot belang. Niet alleen voor activiteiten van BplusC zelf of van de wijkpartner Inclusio, maar ook voor andere partners en initiatieven in de cultuursector. De Huizen van de Buurt/BplusC als bruggenhoofd van cultuur in de wijk. Deze maatregel wordt onderschreven door betrokken instellingen. Makershuis Theater Ins Blau, herhuisvesten de Veenfabriek, afstoten Scheltema Theater Ins Blau heeft een plan om te komen tot een Makershuis dat ruimte kan bieden aan uiteenlopende oefen- en repeteerfuncties voor makers/gezelschappen. De accommodatie van Theater Ins Blau zou hierop aangepast moeten worden. Het Makershuis kan onderdak en ondersteuning bieden aan tijdelijke projecten/producties, maar ook aan vaste huisvesting voor makers en gezelschappen. Wij denken dat de ambitie van het Makershuis in lijn is met het gedachtegoed van dit Deltaplan Cultuur: organisaties en initiatieven op basis van functies en synergie bij elkaar brengen, ook qua huisvesting. In dit geval is de synergie van artistieke, logistieke en organisatorische aard en wordt versnippering van faciliteiten en menskracht tegengegaan.

Van theatergezelschap De Veenfabriek hebben wij begrepen dat zij zoeken naar betere huisvesting, mogelijk op een andere plek dan het Scheltemagebouw. Wij geven in overweging om als onderdeel van het integraal huisvestingsplan te onderzoeken of herhuisvesting van De Veenfabriek mogelijk is als onderdeel van het gedachte Makershuis. In deze propositie zou het Scheltemagebouw kunnen worden afgestoten dan wel verkocht. De opbrengsten kunnen dan betrokken worden bij de realisering van het Makershuis dan wel herhuisvesting van De Veenfabriek. Voor deze maatregel is draagvlak bij Theater Ins Blau. De maatregel is (nog) niet besproken met De Veenfabriek. Lockdown Leidse Schouwburg? De Leidse podiuminfrastructuur is omvangrijk. Met de hiervoor genoemde, nader te onderzoeken (her)huisvestingsopgave zal de podiuminfrastructuur een behoorlijke slag compacter en efficiënter worden gemaakt. Wanneer mocht blijken dat de beoogde cultuurhub van BplusC kunsteducatie/muziekonderwijs en Leidse Schouwburg niet haalbaar is, geven wij in het geval van een slecht-weer-scenario in overweging om te onderzoeken of de schouwburg gesloten kan worden. Dat zou kunnen in de vorm van een meerjarige lockdown, in afwachting van betere tijden. Afstoten/verkopen van de oudste schouwburg van Nederland is wat ons betreft geen serieuze optie.

Theater als kunstvorm is al enkele millennia oud en heeft tal van pandemieën overleefd. At the end zal dat ook nu weer het geval zijn. Deze maatregel is aan de orde geweest in het overleg met de Leidse Schouwburg – Stadsgehoorzaal, waarbij de directeur heeft aangegeven tegen permanente sluiting van de schouwburg te zijn. 42/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Hoofdstuk 7 Samenvatting en scenario’s Naast continuering van het steunpakket zien we drie typen maatregelen om de coronacrisis het hoofd te bieden: ● maatregelen die betrekking hebben op het functioneren en de wendbaarheid van de individuele instellingen in de (post)coronatijd, in casu de C6; ● maatregelen die erop gericht zijn de organisatiegraad van het culturele veld te verhogen; ● maatregelen die betrekking hebben op de kwaliteit en de omvang van de culturele infrastructuur van Leiden wat betreft de accommodaties: het cultureel vastgoed. Op het niveau van wat instellingen individueel kunnen doen om de crisis het hoofd te bieden hebben we in kaart gebracht wat elk van de C6 al aan maatregelen in gang heeft gezet en wat zij nog van plan zijn te doen. De maatregelen hebben niet alleen betrekking op het besparen van kosten, het zoeken naar alternatieve verdienmodellen, het voorsorteren op wanneer de crisis weer voorbij is, maar ook op het zoeken naar nieuwe vormen van aanbod en publieksbereik die in de anderhalvemetersamenleving wel mogelijk zijn. In onze waarneming zijn de instellingen goed bezig en doen zij wat in hun vermogen ligt; wij zien geen substantiële maatregelen die over het hoofd zijn gezien.

Wel zien wij mogelijkheden om programmering en accommodaties nog beter coronaproof te krijgen en nieuwe doelgroepen aan te boren, gebruikmakend van de inzichten die landelijk worden aangereikt vanuit de fieldlabs zoals geïnitieerd door de Raad voor Cultuur en de fieldlabs Back to Live, die recent zijn gestart voor grootschalige publieksevents. Met de veelheid aan instellingen, organisaties en initiatieven kent Leiden een zeer gevarieerd cultureel bestel. Dat is een kwaliteit. Tegelijkertijd zien we dat instellingen overwegend co-existeren en dat er van structurele samenwerking nog onvoldoende sprake is. Daar ligt een kans. Het voorstel is om te komen tot een samenwerkingsverband van de C6. Dit samenwerkingsverband kan zich richten op: ● ontwikkelen van een stedelijk programma ‘Je leert het in Leiden’, inspelend op het Leidse DNA als stad van kennis en cultuur. Met eigen producties en daardoor stimuleren van het makersklimaat; ● aanboren van nieuwe doelgroepen, ook in lijn met het cultuurbeleid Kracht van de Stad en met name in het sociaal domein; ● samen optrekken in de invoering, monitoring en bijstelling van maatregelen om programmering en accommodaties coronaproof te krijgen. Om de organisatiegraad van het Leidse culturele bestel te verhogen stellen we verder voor: ● af te zien van de aanbesteding van onderdelen van BplusC.

Dit is niet meer van deze tijd en werkt juist versnippering in de hand; ● ingeval de coronacrisis zich onverhoopt verdiept en langer aanhoudt: een reorganisatie van de Leidse podia. Althans, om de mogelijkheden van samenvoeging te onderzoeken. 43/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Het derde type maatregel heeft betrekking op de culturele infrastructuur wat betreft de accommodaties. Leiden heeft aantoonbaar een omvangrijke culturele infrastructuur met relatief veel accommodaties. De gemeentelijke vastgoedportefeuille bevat 21 cultuurpanden met in totaal ruim 50.000 m2 bvo. In het bijzonder valt op dat Leiden relatief veel musea en podia kent. Deze rijke en gevarieerde culturele infrastructuur is een kwaliteit; Leiden is een echte cultuurstad en onderscheidt zich daarmee van veel andere steden. Het is evenwel de vraag of zo’n grote infrastructuur op termijn houdbaar is. Wij denken van niet. Daarom stellen we voor om te komen tot een herordening van de culturele infrastructuur, te beginnen met het maken van een integraal huisvestingsplan. Met als inzet: een meer compacte culturele infrastructuur van hogere kwaliteit. En: minder geld naar stenen en meer voor de inhoud.

In een integraal huisvestingsplan geldt voor elk van de te onderzoeken huisvestingsopgaven dat eerst in overleg met betrokken instellingen een ambitieniveau en een programma van eisen moeten worden opgesteld vanuit de inhoudelijke vraagstelling: ● Welke functies kunnen goed gecombineerd worden? Is dubbel ruimtegebruik mogelijk? ● Hoe kunnen accommodaties en de inrichting worden aangepast om gemakkelijk in te spelen op uiteenlopende vormen van kunstproducties en publiekscapaciteit, passend bij steeds weer wisselende maatregelen in de anderhalvemetersamenleving? ● Hoe kan herhuisvesting leiden tot aantrekkelijke accommodaties voor het publiek? Tot plekken waar je graag wilt zijn? Om cultuur te beleven, zelf te beoefenen en veilig elkaar te ontmoeten zodra dat weer kan? Verder adviseren wij om in het kader van het integraal huisvestingsplan per opgave niet alleen te kijken naar de huisvesting, maar ook naar effecten op programmering, organisatie en exploitatie. Expertbureau Republiq heeft met ons meegekeken naar de vraag of er een substantieel positief financieel effect te verwachten is van een herordening van het cultureel vastgoed zoals voorgesteld. Het antwoord is volmondig: ja. Om de herordening van het cultureel vastgoed mogelijk te maken zullen opbrengsten van vrijkomende panden hard nodig zijn om noodzakelijke investeringen in betere huisvesting te bekostigen.

De herordening van het cultureel vastgoed moet ook leiden tot structureel lagere huisvestingslasten. Hiermee kunnen bestaande tekorten op onderhoudsbudgetten worden weggewerkt. Wat er verder op termijn overblijft aan besparing aan huisvestingslasten is nodig om meer financiële ruimte te creëren voor programmering. Ook dat laatste is van belang want eerder onderzoek van bureau Republiq geeft aan dat de grote culturele instellingen relatief weinig subsidie beschikbaar hebben voor programmering in vergelijking met collega-instellingen elders in het land. Het aanwenden van opbrengsten uit verkoop van cultuurpanden voor verbeteringen van de culturele infrastructuur is mogelijk niet conform het gemeentelijk vastgoedbeleid. Wij geven in overweging in dit geval af te wijken van het beleid; nood breekt wetten. 44/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Dat geldt voor ook voor het structureel vrijspelen van huisvestingsbudget ten behoeve van meer ruimte voor culturele programmering. De drie typen maatregelen die wij voor het Deltaplan Cultuur in overweging geven kennen een onderlinge samenhang. Wij denken dat met het geheel aan maatregelen niet alleen de Leidse cultuursector kan worden omgevormd tot een toekomstbestendig geheel aan accommodaties en organisaties, maar dat er ook een inhoudelijk perspectief geboden wordt om het culturele klimaat in Leiden van nieuwe impulsen te voorzien. ‘Minder geld in stenen, meer voor inhoud’ is de centrale boodschap van dit Deltaplan. De door ons voorgestelde maatregelen vatten we samen in twee hoofdscenario’s: ● Scenario De Crisis voorbij (het gunstige scenario); ● Scenario De Crisis houdt aan (het ongunstige scenario). Onder het scenario De Crisis voorbij vallen wat ons betreft de volgende maatregelen: ● Herordening cultureel vastgoed; integraal huisvestingsplan alle onderdelen BplusC: o B-hub: Bibliotheek bij Stadsgehoorzaal; o C-hub: Muziekeducatie bij Leidse Schouwburg; o herhuisvesten pop bij Gebr. de Nobel; o herhuisvesten oefencabines bij Nieuwplaatz; o verbeteren Huizen van de buurt.

● Herordening culturele bestel; optimaliseren organisatiegraad: o opzetten samenwerkingsverband C6 ten behoeve van stedelijke programmering ‘Je leert het in Leiden’ en meer verbinding met sociaal domein voor nieuwe doelgroepen; o geen aanbesteding, maar reorganisatie en hercontractering vrijetijdsaanbod BplusC. ● Maatregelen op instellingsniveau: o continueren bestaande steunpakket gemeente; o uitvoeren maatregelenpakket conform voorstel van de instellingen. Onder het scenario De Crisis houdt aan vallen wat ons betreft de volgende maatregelen: ● Alle maatregelen zoals genoemd onder De Crisis voorbij, aangevuld met: ● Herordening cultureel vastgoed; door middel van een integraal huisvestingsplan te onderzoeken: o herhuisvesting de Veenfabriek bij Theater Ins Blau; o afstoten gebouw Scheltema; o meerjarige lockdown Leidse Schouwburg ingeval C-hub niet doorgaat. ● Herordening culturele bestel; optimaliseren organisatiegraad: o (onderzoek naar) samenvoegingen grote podia tot één organisatie (Leidse Schouwburg – Stadsgehoorzaal + Gebr. de Nobel + Theater Ins Blau). Denkbaar is om een tussenscenario te benoemen waarin een elementen uit de twee hoofdscenario’s samen worden genomen.

45/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Bijlage 1 Kerngegevens C6 De Lakenhal Kengetallen over 2019 Beschrijving Rechtsvorm Locatie Kernactiviteiten Bezoekers Doelstellingen vanuit gemeente (UVOK) Doelgroepen

Fte Vrijwilligers Nettoverlies COVID Compensatie gemeente Leiden Huisvestingslasten

Museum De Lakenhal is het museum voor kunst, kunstnijverheid en geschiedenis van de stad Leiden. Onderdeel van gemeentelijke organisatie Binnenstad Exposities, evenementen, verhuur, kunstprojecten, educatie, winkel en horeca 105.000 (heropening 20 juni 2019) Beheer en toegankelijk maken collectie, 85.000 bezoekers jaarlijks, aantal tentoonstellingen, financiële huishouding, inpassing gemeentelijk beleid 1. cultuurliefhebbers 2. families met kinderen van 6-12 jaar 3. publiek uit Leiden en regio 4. (inter)nationale cultuurtoeristen 5. onlinebezoekers 6. scholieren in primair en voortgezet onderwijs 7. special guests: - doven & slechthorenden - blinden & slechtzienden - mensen met autisme of niet-aangeboren hersenletsel - getalenteerde kinderen 47,8 (iedereen) 35 vrijwilligers € 450.000 (raming) € 335.000 € 1.550.000

BplusC Kengetallen over 2019 Beschrijving Rechtsvorm Locatie Kernactiviteiten Bezoekers

Doelgroepen

Doelstellingen vanuit gemeente (UVOK) Fte Vrijwilligers Nettoverlies COVID 2020

Bibliotheek plus Centrum voor kunst en cultuur in Leiden e.o. Stichting(?) Diverse eigen en met partners gedeelde locaties binnen de gemeente Leiden en daarbuiten Bibliotheekdiensten, kunst- en cultuureducatie, onderwijs, amateurkunst, ontmoeting en debat Totaal aantal leerlingen en cursisten: 9.950 Aantal deelnemers binnenschools: 68.688 Totaal aantal uitleningen: 890.898 Totaal aantal bezoekers: 953.185 focus op specifieke doelgroepen: jeugd tot 21 jaar, minder draagkrachtigen, laaggeletterden, inburgeraars; focus op taalontwikkeling en bevordering van participatie, onder meer via een vernieuwd aanbod van cursussen en andere activiteiten; versterken van de aanwezigheid in de wijken. BplusC zet zich in om het leven van alle inwoners van (de regio) Leiden actief te verrijken met kennis, kunst en cultuur, op basis van de Toekomstvisie BplusC, vastgesteld door de gemeenteraad op 21 april 2016 79,84 Ca. 110 Aanpassing dienstverlening BplusC aan beperkende coronamaatregelen en bezuinigingsmaatregelen: € 234.000

46/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden

Declaratie 2020 Gemeente Leiden € 107.557 Regio gemeenten € 25.483 Ontvangen compensatie van gemeente Leiden 2020 € 106.591

Exploitatiesubsidie Huisvestingslasten Eigen vermogen (besteedbaar) Update n.a.v. Conclusie Republiqrapport

Zie Aanvraag tijdelijke regeling compensatiebudget Cultuur en coronaschade 2020 en Aangepaste begroting 2021 corona € 6.240.640 (€5.558.766 van de gemeente Leiden) € 1.956.434 € 273.389 De problematiek bij BplusC richt zich vooral op de toekomst. De afgelopen jaren blijft het tekort redelijk beperkt, onder meer omdat – in overleg met de gemeente – een deel van het onderhoud niet uitgevoerd is. Er is sprake van achterstallig onderhoud en BplusC voorziet een investeringsopgave voor de komende jaren van ca. € 7,7 miljoen. In 2019 is een globale schatting gemaakt van de te verwachten jaarlijkse impact op de begroting van het uitvoeren van het huurdersonderhoud. Deze schatting was gebaseerd op drie panden in het centrum van Leiden, te weten Nieuwstraat, Volkshuis en een nieuw te bouwen muziekpand. De schatting van het uitvoeren van het huurdersonderhoud voor deze drie panden was circa € 375.000. Het onderzoek wees verder uit dat BplusC € 267.000 minder uitgeeft aan facilitaire ondersteuning en ICT dan conform de NEN-norm te verwachten is. De maximale jaarlijkse impact op de begroting zou dan in een toekomstige situatie kunnen uitkomen op een tekort van ca. € 642.000. De huidige begroting biedt hiervoor geen ruimte en het eigen vermogen is niet voldoende om deze investeringen te kunnen dragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://leiden.notubiz.nl/document/9911342/1#search=%22deltaplan%22