Deltaplan Cultuur, Rapport BMC februari 2021
Tekst van het document
Deltaplan Cultuur
Rapport Gemeente Leiden
BMC Februari 2021 drs. M.M. van Vulpen Projectnummer: PO016789 Classificatie: Intern gebruik
BMC Advies B.V. P.O. box 490 3800 AL Amersfoort
Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort
T +31 (0)33 496 52 00 www.bmc.nl
KVK 32078667 IBAN NL91ABNA0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01
Inhoud Hoofdstuk 1 Inleiding
3
1.1 Aanleiding voor een Deltaplan Cultuur
3
1.2 Opdracht
4
1.3 Verantwoording
4
1.4 Leeswijzer
5
Hoofdstuk 2 Uitgangssituatie
7
2.1 Kerngegevens van de grote culturele instellingen (C6)
7
2.2 Huidig pakket ondersteuningsmaatregelen coronacrisis
7
2.3 Relevante beleidskaders gemeente
9
2.4 Resultaten gespreksronden met het culturele veld
12
Hoofdstuk 3 Verkenning van de opgave
15
3.1 Tijdshorizon coronacrisis
15
3.2 Fieldlabs Back to Live
16
3.3 Advies Raad voor Cultuur Onderweg naar Overmorgen
16
3.4 Analyse Leiden
18
Hoofdstuk 4 Maatregelen op instellingsniveau
22
4.1 Vooraf
22
4.2 Overzicht actuele maatregelen
22
4.2 Overallbevindingen BMC
25
Hoofdstuk 5 Optimaliseren organisatiegraad
27
5.1 Samenwerkingsverband C6
27
5.2 Aanbesteding onderdelen BplusC?
32
5.3 Samenvoeging podiumorganisaties
35
Hoofdstuk 6 Herordenen en verdichten cultureel vastgoed
37
6.1 Uitgangspunten en visie
37
6.2 Te onderzoeken opgaven integraal huisvestingsplan
41
Hoofdstuk 7 Samenvatting en scenario’s
43
Bijlage 1 Kerngegevens C6
46
Bijlage 2 Omvang culturele infrastructuur
52
Bijlage 3 Maatregelen per instelling (ingevulde formats)
55
Bijlage 4 Manifest ‘Je leert het in Leiden’
68
Bijlage 5 Onderzoeksopzet Integraal huisvestingsplan
71
Bijlage 6 Whize-doelgroepsegmentatie
75
2/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor een Deltaplan Cultuur De cultuursector is een van de sectoren die het hardst getroffen wordt door de coronacrisis. Ook in Leiden heeft het culturele veld het zwaar te verduren, zowel de organisaties als individuele kunstenaars en andere creatieven. De grote culturele instellingen van de stad, ruggengraat van het Leidse culturele bestel, worden in hun voortbestaan bedreigd. De gemeente Leiden is zich terdege bewust van de ernst van de situatie en heeft medio vorig jaar al in aanvulling op landelijke regelingen een steunpakket voor de cultuursector samengesteld en ingezet. Dat steunpakket richt zich primair op de grote culturele instellingen als ruggengraat van de Leidse culturele infrastructuur, maar biedt ook maatwerk voor kleinere organisaties. De gemeente Leiden realiseert zich dat steunpakketten om te overleven niet voldoende zijn. Van de crisis en de na-ijleffecten zullen we nog lange tijd last hebben en het is zelfs zeer de vraag of we überhaupt nog teruggaan naar het oude normaal. In dit besef heeft de gemeente Leiden het initiatief genomen om een Deltaplan Cultuur op te stellen. Een Deltaplan Cultuur dat de gemeente en het culturele veld handvatten moet bieden om de effecten van de crisis het hoofd te bieden, zowel voor de korte termijn als voor de lange termijn.
Zoals de wethouder het zei: “een plan dat niet alleen voor morgen is, maar ook voor overmorgen”, verwijzend naar het recente advies van de Raad voor Cultuur over hoe de cultuursector een uitweg uit de crisis kan zoeken. Het Deltaplan Cultuur zoals de gemeente dat voor zich ziet zal enerzijds bouwstenen moeten bevatten waarmee de sector zich kan aanpassen aan de veranderende omstandigheden en waarmee perspectief geboden wordt op een toekomstbestendige cultuur- en erfgoedsector. Die bouwstenen kunnen betrekking hebben op omvorming van het aanbod en het zoeken naar nieuwe wegen in publieksbereik, maar ook op transities in organisatie en accommodatie. Meer op inhoud zijn daarbij richtinggevende kaders de ambities van Leiden als Stad van Ontdekkingen en het nog niet zo lang geleden vastgestelde cultuurbeleid Kracht van Cultuur. Anderzijds zal het Deltaplan ook concrete maatregelen moeten bevatten voor de korte termijn, waarbij de vraag aan de orde is welke initiatieven de sector zelf nog kan nemen naast wat reeds in gang is gezet. Zijn er nog nieuwe maatregelen of innovatieve aanpakken die helpen om verder kosten te besparen of toch nog inkomsten te genereren? Hoe kunnen cultuuruitingen toch hun weg vinden naar het publiek, de inwoners van Leiden? Deze vragen gelden voor elke instelling afzonderlijk, maar ook voor de gezamenlijkheid.
Wat zijn mogelijke maatregelen die vanuit samenwerking kunnen worden opgepakt? Voor de korte termijn is ook de vraag aan de orde wat aanvullend nodig is aan ondersteuning vanuit de gemeente. Met de kanttekening dat de financiële mogelijkheden van de gemeente beperkt zijn.
3/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Het gevraagde Deltaplan Cultuur moet zich primair richten op de grote culturele instellingen: BplusC, Leidse Schouwburg - Stadsgehoorzaal, Theater Ins Blau, Gebr. de Nobel, Museum De Lakenhal en De Pieterskerk Leiden – ook wel aangeduid als de C6. Hoewel de focus ligt op de C6, zal het Deltaplan Cultuur wel degelijk oog moeten hebben voor het culturele veld in bredere zin, waaronder de kleinere instellingen, de makers en de amateurkunst, en voor de samenhang tussen alle culturele initiatieven in de stad. 1.2 Opdracht Als beoogd resultaat is aan de onderzoekers gevraagd om in samenspraak met de instellingen (C6) een Deltaplan Cultuur te ontwikkelen met daarin in ieder geval de volgende elementen: ● bevat minimaal drie scenario’s, waarvan in ieder geval één met een heel gunstig en één met een heel ongunstig verloop van de ‘crisis’; ● geeft per scenario een toekomstbestendig beeld met benodigde maatregelen op zowel gemeentelijk als instellingsniveau; deze (inhoudelijke) maatregelen worden vertaald in SMART geformuleerde financiële, personele en gebouwtechnische consequenties; ● stimuleert samenwerking tussen instellingen en zoekt naar instellingsoverstijgende oplossingen; ● wordt gedragen door de hierboven genoemde instellingen; ● geeft rekenschap van en laat zich inspireren door de relevante gemeentelijke beleidskaders als de Cultuurvisie 2020 ‘De kracht van cultuur’ en de
Ontwikkelingsvisie ‘Leiden Stad van Ontdekkingen’. 1.3 Verantwoording We hebben in het afgelopen najaar en rond de jaarwisseling de nodige gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van het culturele veld in Leiden. Als gevolg van de COVID-19-maatregelen waren dit vooral onlinebesprekingen. We hebben in wisselende samenstellingen gesproken met de directies/bestuurders van de C6. Ook hebben we (aanvullend) gesproken met De Veenfabriek, PS Theater en de Cultuurmakelaar. Ook heeft er regelmatig terugkoppeling plaatsgevonden met de ambtelijke begeleidingscommissie van deze opdracht. Vanzelfsprekend hebben we de nodige beleidsdocumenten en achtergrondinformatie tot ons genomen. In de uitvoering van de opdracht is ons al snel duidelijk geworden dat er drie categorieën maatregelen van belang zijn: ● maatregelen die betrekking hebben op het functioneren en de wendbaarheid van de individuele instellingen in de (post)coronatijd, in casu de C6; ● maatregelen die betrekking hebben op de organisatiegraad van het culturele bestel en welke stappen in collectief verband wenselijk en mogelijk zijn; ● maatregelen die betrekking hebben op de kwaliteit en de omvang van de culturele infrastructuur van Leiden wat betreft de accommodaties: het cultureel vastgoed.
4/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
In elk van de genoemde categorieën zijn verschillende maatregelen denkbaar, variërend van eenvoudige, meer voor de hand liggende maatregelen tot meer fundamentele, verdergaande maatregelen. Tegen deze achtergrond hebben we ervoor gekozen het Deltaplan Cultuur niet zozeer in scenario’s te presenteren, maar de typen (categorieën) maatregelen leidend te laten zijn. Dat neemt niet weg dat we afrondend de verschillende maatregelen wel degelijk in een scenariostructuur hebben kunnen presenteren, ook bedoeld als samenvatting van het geheel aan maatregelen dat wij in overweging geven. De opdracht is vanuit BMC uitgevoerd door Jurjen Weemstra, Dick te Winkel en Marco van Vulpen. Wat betreft het onderdeel cultureel vastgoed hebben we een beroep kunnen doen op bureau Republiq, dat in 2019 in opdracht van de gemeente nog een analyse heeft gemaakt van de huisvestingssituatie en de huisvestingslasten van de C6. Tot slot nog een opmerking over ‘draagvlak onder de instellingen’. Met een Deltaplan Cultuur vraagt de gemeente niet om halve maatregelen. Zeker in een zwaar-weerscenario is het een illusie te veronderstellen dat elke voorgestelde maatregel op (evenveel) draagvlak kan rekenen bij (elk van) de instellingen. Denkbaar is ook dat niet elke maatregel de goedkeuring zal krijgen van de gemeente.
Deze rapportage Deltaplan Cultuur moet dan ook gezien worden als een advies dat aanzet tot het nemen van weloverwogen beslissingen. Ons is gevraagd erop uit te trekken, analyses te maken, discussies te voeren en uiteindelijk tot voorstellen te komen. Wij zullen in deze rapportage steeds aangeven voor welke maatregelen wij draagvlak bij de instellingen ervaren en bij welke maatregelen dat niet of niet geheel duidelijk is, maar die wij als onderzoekersadviseurs toch in overweging willen geven. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 schetsen wij eerst de uitgangssituatie met het huidige pakket aan noodmaatregelen, de kerngegevens van de C6 (bijlage) en de hoofdlijnen van de relevante gemeentelijke beleidskaders. Ook geven we in dit hoofdstuk onze bevindingen weer van de verkennende gesprekken met de instellingen, om op te halen hoe zij aankijken tegen de toekomst van de cultuursector in de (post)coronaperiode en welke punten zij graag opgenomen zien in het Deltaplan Cultuur. Hoofdstuk 3 is een scharnierhoofdstuk. We zetten daarin op een rij hoe landelijke adviesorganisaties en kennisinstellingen aankijken tegen het verloop van de crisis, wat ons te wachten staat in de periode daarna. We gaan ook in op het advies van de Raad voor Cultuur Op weg naar overmorgen.
Tegen deze achtergrond analyseren we in dit hoofdstuk de opgave waar de Leidse cultuursector voor staat en komen we tot een beredeneerd voorstel van de drie categorieën maatregelen. In de hoofdstukken 4, 5, en 6 hebben we die drie categorieën maatregelen zo concreet mogelijk uitgewerkt. Met ‘zo concreet mogelijk’ bedoelen we wat redelijkerwijs mogelijk was gegeven het beschikbare budget voor deze opdracht.
5/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Bij het uitwerken van elke categorie maatregelen hebben we voor een opbouw in maatregelen gekozen van wat in onze ogen in elk geval zou moeten, dat wil zeggen: in het meest gunstige scenario qua verloop van de crisis tot en met maatregelen waarvan wij menen dat die pas aan de orde zijn in een zeer ongunstig scenario qua verloop van de crisis. Hoofdstuk 7 is de samenvatting, waarbij we alle voorgestelde maatregelen hebben gerangschikt in scenario’s: ● een scenario De Crisis voorbij (het gunstige scenario); ● een scenario De Crisis houdt aan (het ongunstige scenario). Hierbij geldt de kanttekening dat er ook elementen uit beide scenario’s kunnen worden geplukt, wat dan leidt tot een derde (tussen)scenario.
6/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Hoofdstuk 2 Uitgangssituatie 2.1 Kerngegevens van de grote culturele instellingen (C6) De grote culturele instellingen van Leiden zijn: ● Museum De Lakenhal. Het stedelijk museum van Leiden e.o. Maakt deel uit van de gemeentelijke organisatie. Is in de periode 2017-2019 geheel gerenoveerd en uitgebreid. Trekt op jaarbasis ruim 100.000 bezoekers. ● BplusC. Gecombineerde organisatie van Bibliotheek en Centrum voor de kunsten. Is gehuisvest over verschillende locaties in het centrum in de wijken (Huizen van de Buurt). De Bibliotheek trekt jaarlijks in haar vestigingen een klein miljoen bezoekers en heeft bijna 900.000 uitleningen. Op het gebied van kunst- en cultuureducatie bedient BplusC jaarlijks zo’n 10.000 leerlingen in het vrijetijdsaanbod en bijna 70.000 leerlingen in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. ● Leidse Schouwburg - Stadsgehoorzaal. Is gehuisvest in twee monumentale panden in de binnenstad met elk verschillende zalen en foyers. Trekt in totaal ruim 170.000 bezoekers per jaar. ● Theater Ins Blau. Is het vlakkevloertheater van de stad en fungeert tevens als productiehuis voor eigentijdse theaterinitiatieven. Trekt zo’n 53.000 bezoekers per jaar. ● Gebr. de Nobel. Is het poppodium voor Leiden e.o.. Beschikt over een grote zaal en een kleine zaal, nieuw gerealiseerd (2014) in een oud fabrieksgebouw aan de Marktsteeg. Trekt jaarlijks ca. 75.000 bezoekers.
● Pieterskerk. Multifunctionele voorziening in monumentale kerk. Wordt gebruikt voor grote concerten en congressen, maar biedt ook een museale presentatie over het verhaal van de Pilgrims en de geschiedenis van de kerk. Trekt jaarlijks een kleine 120.000 bezoekers. Deze instellingen worden de C6 genoemd. Van elk van deze instellingen hebben we in de bijlage meer kerngegevens opgenomen, onder andere over aanbod, omvang van de organisatie (aantal fte, vrijwilligers), subsidieniveau en huisvestingslasten (bijlage 1). 2.2 Huidig pakket ondersteuningsmaatregelen coronacrisis De Leidse cultuursector is acuut en zwaar getroffen door de lockdown in het voorjaar van 2020 en vervolgens door de anderhalvemeterbeperkingen en de nieuwe lockdown van begin 2021. Veel instellingen en organisaties voor kunst en cultuur onderhouden een directe relatie met de gemeente Leiden als ontvanger van subsidie en/of als huurder van gemeentelijk vastgoed. De gemeente heeft direct maatregelen genomen om de gesubsidieerde instellingen te ondersteunen. Zo is vooruitbetaling van subsidies voor 2020 (op verzoek) mogelijk gemaakt en zijn afspraken mogelijk gemaakt over de subsidie voor activiteiten die doorgeschoven worden of helemaal niet uitgevoerd kunnen worden. Ten slotte is aangeboden om gebruik te maken van de mogelijkheid tot opschorting van huurbetaling voor zover het gemeentelijke panden betreft.
7/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
In mei vorig jaar hebben 22 cultuurorganisaties een brandbrief gestuurd aan het college van Leiden dat de maatregelen onvoldoende zijn om het hoofd boven water te houden. Naar aanleiding hiervan is de gemeente in overleg getreden met de grote culturele instellingen. De gemeente was al bezig met het opstellen van een Tijdelijke Regeling Compensatie Cultuur en Corona. De inzichten uit het overleg met het culturele veld zijn betrokken bij de uitwerking van de Tijdelijke Regeling. Deze regeling is op 14 juli 2020 vastgesteld. Uitgangspunt van deze Tijdelijke Regeling is dat financiële steun kan worden verleend aan Leidse culturele instellingen die een structurele subsidierelatie met de gemeente hebben van minimaal € 75.000,- per jaar en waar de financiële schade als gevolg van de coronamaatregelen aantoonbaar € 10.000,- of meer bedraagt. Ook is een hardheidsclausule opgenomen om zo nodig financiële steun te bieden aan kleinere organisaties. Hiervan hebben onder andere het LIFF en ARS Aemula gebruikgemaakt. De omvang van de steun wordt uiteindelijk bepaald door de netto coronaschade die de instellingen hebben geleden in 2020. Voorwaarde is wel dat partijen die een beroep doen op de Tijdelijke Regeling ook maximaal gebruikmaken van de generieke en sectorspecifieke steunmaatregelen vanuit de rijksoverheid.
Definitieve vaststelling van de netto coronaschade vindt uiteindelijk plaats bij de vaststelling van de jaarrekening (mei 2021). De middelen voor deze steun heeft de gemeente voor een groot deel kunnen dekken uit de rijksbijdrage voor steun aan de lokale basisinfrastructuur. Voor 2020 bedraagt die rijksbijdrage voor Leiden € 1.070.000,-. Daarnaast is dekking gevonden uit een provinciale bijdrage van ruim € 200.000,- en uit gemeentelijke middelen. Alle grotere culturele instellingen hebben steun aangevraagd in 2020. De omvang van de steunbijdragen verschilt doordat de bepaling van de nettoschade varieert. Zo konden niet alle instellingen gebruikmaken van de NOW-regeling, kregen (ook) de door het rijk gesubsidieerde instellingen extra rijkssteun en waren er specifieke rijksregelingen voor ondersteuning, zoals die van het Fonds Podiumkunsten. In 2020 heeft Leiden (voorlopig) de volgende bedragen toegekend: Voorlopig toegekende compensatie netto coronaschade 2020 BplusC
106.591
LSSGZ
112.014
Nobel
170.000
InsBlau
79.160
Pieterskerk Leiden
166.060
Lakenhal
335.000
PS|Theater
28.242
Molen de Valk
25.000
ARS
23.000
Imperium
7.000
LIFF
5.000
Voorlopig totaal
1.057.067
8/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Voor 2021 wordt de Tijdelijke Regeling verlengd. Het rijk heeft al bekendgemaakt dat Leiden voor dit jaar opnieuw een bijdrage voor steun van de culturele basisinfrastructuur ontvangt, voor geheel 2021 € 1.900.000,-. 2.3 Relevante beleidskaders gemeente Cultuurbeleid Kracht van Cultuur Het nieuwe cultuurbeleid Kracht van Cultuur is vastgesteld door de gemeenteraad op 23 januari 2020, net voor het uitbreken van de coronacrisis. Kernpunten uit de visie zijn: ● Cultuur biedt ieder die in Leiden woont, werkt of verblijft de gelegenheid mee te doen in de Stad van Ontdekkingen. ● Cultuur geeft ieder de gelegenheid tot ontwikkeling en ontmoeting, tot genieten en ontdekken. ● Cultuur is er voor iedereen, ongeacht leeftijd, afkomst, opleiding, herkomst, talent en/of vitaliteit. Het beleid is uitgewerkt in drie kaders/ambities, die we onderstaand kort samenvatten. Ambitie 1: ‘Op sterke benen’: Het bestaande bestel blijft de sterke basis vormen voor cultuur in Leiden. Met die sterke basis is de inzet om te komen tot een nóg groter bereik onder en meer betrokkenheid van bewoners. De gemeente vraagt daarom aan de sector het cultuuraanbod (nog) diverser en inclusiever te maken. Met oog voor toegankelijkheid, spreiding in de stad, óók dicht bij de woonomgeving en bijzondere doelgroepen.
Meer concreet wil de gemeente (onder meer): ● Nieuwe presentatievormen stimuleren: cross-overs tussen verschillende kunstdisciplines, gebruik van verrassende locaties, meer aandacht voor nietwesterse cultuur. ● Toepassing van de vier P’s uit de Code Culturele Diversiteit: de gemeente vraagt instellingen hier meer werk van te maken. ● Meer cultuuraanbod in de wijk. De bewoners kunnen dan ‘vlak naast hun deur’ een voorstelling, expositie of concert bijwonen. Onder andere cultuurcoaches kunnen hier een rol in vervullen. ● Kansrijke projecten subsidiëren vanuit cultuurbudgetten en via de subsidieregeling Onderwijsinnovatie. Ook de culturele instellingen kunnen bijdragen aan aansluiting op de (culturele) arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door stageplekken te bieden of begeleiding van aankomend talent. ● Verdere ontwikkeling om het gebied rond de Lammermarkt te laten uitgroeien tot het Cultuurkwartier, waar culturele activiteiten elkaar versterken en de Lammermarkt een culturele ontmoetingsplek wordt. ● Leidse makers stimuleren. De makers hebben in januari 2019 aan de wethouder Cultuur het MakersManifest 2019 aangeboden, waarin wordt gevraagd om faciliteiten als broedplaatsen, expositieruimten, ondersteuning bij backofficeactiviteiten en meerjarige subsidies. De gemeente moedigt makers aan zelf de regie nemen en met initiatieven te komen.
De gemeente continueert het Makersstipendium, projectsubsidies voor makers en haar subsidie aan broedplaatsen als De Nieuwplaatz. 9/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Ambitie 2: ‘Met hart en ziel’: De gemeente zet in op betere verbinding tussen cultuur en het sociaal domein. Voor specifieke doelgroepen die een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken (integratie, eenzaamheid) of die extra aandacht van cultuur verdienen, zoals jongeren. Cultuur als middel. Meer concreet wil de gemeente (onder meer): ● helpen een structuur op te bouwen voor samenwerking en netwerkvorming die vraag en aanbod bij elkaar brengt. Hiervoor is opdracht gegeven aan een extern bureau; ● een van haar cultuurcoaches inzetten op het snijvlak van cultuur en zorg; ● integratieprojecten ondersteunen; dat kan vanuit cultuur, maar ook vanuit het Culturele Integratiebudget dat sinds 2019 beschikbaar is. Het culturele deel van het integratiebudget bedraagt € 75.000,- en kan worden bestemd voor culturele initiatieven die integratie bevorderen. Ambitie 3: ‘Met kop en schouders’: Leiden onderscheidt zich (inter)nationaal met haar bijzondere weefsel van kennis en cultuur. Cultuur én kennis maken samen de stad. Lokaal en regionaal, nationaal en internationaal. Het cultuurbeleid is erop gericht het onderscheidend vermogen van Leiden als stad van cultuur & kennis verder te ontwikkelen, onder meer door programma’s cultuur & kennis te subsidiëren, onder andere als onderdeel van Leiden European City of Science (2022).
Wetenschap, kennis, kunst en cultuur komen dan een jaar lang samen in Leiden. De cultuurbegroting wordt in de nieuwe beleidsperiode min of meer gecontinueerd. Voor de grote instellingen blijft de subsidie nagenoeg gelijk. Wel worden extra subsidiegelden vrijgemaakt voor: ● een nieuwe subsidieregeling voor nieuwe initiatieven die bijdragen aan inclusieve cultuur met groter bereik, met een – in de gemeentebegroting beschikbaar – budget van € 70.000,- (ambitie 1 en 2); het gaat om samenwerkingsinitiatieven van twee of meer instellingen; ● de cultuurcoaches: Het beschikbare budget was € 90.000,- en is opgehoogd tot € 330.000,-. Hiermee kunnen in totaal 9 cultuurcoaches aan de slag. De cultuurcoaches zijn inzetbaar op speerpunten als zorg, wijken en (kansarme) jongeren; ● een deel van het integratiebudget (€ 75.000,-); dit wordt bestemd voor culturele initiatieven die integratie bevorderen. Met de grote instellingen worden Uitvoeringsovereenkomsten (UVOK) gesloten. Ons is opgevallen dat in deze UVOKs nog geen SMART vertaling heeft plaatsgevonden van de nieuwe beleidsdoelen. Wij begrijpen dat de gemeente voornemens is dit wel te doen, maar nu even pas op de plaats maakt vanwege alle onzekerheden als gevolg van de coronacrisis. Beleidskader vastgoed Het gemeentelijke beleidskader vastgoed is in 2014 vastgesteld.
10/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Hoofddoelstellingen van dit beleidskader zijn: ● De relatie tussen huurder en verhuurder (gemeente) transparant maken, met een onderscheid in de rol van de gemeente als subsidieverstrekker en als vastgoedeigenaar/verhuurder. ● Het zorgvuldig en doelmatig huisvesten van gebruikers van gemeentelijk vastgoed, passend bij een efficiënt gebruik en doelmatige inzet van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. ● Komen tot een uniforme huurstelling en daardoor het opheffen van willekeur (gelijke monniken, gelijke kappen). ● Het beperken van verlies op de portefeuille maatschappelijk vastgoed, onder andere door actief te sturen op het voorkomen van leegstand. ● Het veiligstellen van goed onderhoud, ook door de gebruiker/huurder. De gemeentelijke vastgoedportefeuille beperkt zich tot: ● vastgoed ter ondersteuning van gewenste ruimtelijke ontwikkelingen; ● eigen huisvesting in het stadhuis en voor die onderdelen waarvoor geldt dat huren via de markt duurder is dan eigen bezit; ● onderwijs; ● beleidsondersteunend vastgoed in gebruik bij maatschappelijke organisaties en functies die beleidsmatig gewenst worden en waarvoor geldt dat die huisvesting niet uit de markt kan worden betrokken of waarbij verkoop zal leiden tot lastenverhoging voor de gemeente.
Dit maatschappelijk vastgoed heeft onder andere betrekking op culturele voorzieningen, waaronder bibliotheken, podia en het (gemeentelijk) museum. Belangrijke spelregels voor gemeentelijk maatschappelijk vastgoed: ● wordt multifunctioneel gebruikt, tenzij dit aantoonbaar niet kan; ● wordt intensief gebruikt, tenzij dit aantoonbaar niet kan; ● heeft een maatschappelijke (openbare) functie; ● wordt goed onderhouden op basis van een meerjarenonderhoudsplan; ● wordt gebaseerd op meerjarenvastgoedexploitaties. Voor de verhuur van gemeentelijk vastgoed worden marktconforme verhuurprijzen als uitgangspunt genomen, met uitzondering van onder andere: ● strategisch vastgoed en panden die verkocht zullen worden waar marktconforme huur niet mogelijk is; ● de verhuur van de specifieke vastgoedobjecten met hun daarmee samenhangende unieke gebruik, zijnde de cultuurpanden Lakenhal, Gebr. de Nobel, Leidse Schouwburg en Stadsgehoorzaal. Gezien het specifieke karakter van het vastgoed en de bijbehorende exploitaties is het uitgangspunt hierbij om niet een marktconforme huur in rekening te brengen, maar een kostprijsdekkende huur. De te ondersteunen maatschappelijke functies (waaronder kunst & cultuur) krijgen één totaalsubsidie voor zowel activiteiten als huisvesting. Uitzondering hierop zijn De Lakenhal en Gebr. de Nobel. Deze instellingen ontvangen aparte programmasubsidies.
11/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
2.4 Resultaten gespreksronden met het culturele veld Dit Deltaplan Cultuur hebben we opgesteld in dialoog met de grote culturele instellingen, de C6, zoals hiervoor in beeld gebracht. Als eerste stap hebben we met elk van de instellingen afzonderlijk gesproken en ook enkele plenaire sessies gehad, overwegend door middel van videovergaderingen. Door deze sessies hebben we een beeld kunnen krijgen van hoe de instellingen erin staan, wat hen opvalt, waar hun noden liggen en welke kansen zij zien. Los van het feit dat alle hiervoor genoemde organisaties vanzelfsprekend elk hun eigen dynamiek, doelen, aandachtspunten en knelpunten kennen, is er in de informatie en standpunten die we hebben opgehaald wel een aantal gemeenschappelijke opvattingen en/of ontwikkelingen te herkennen: ● De instellingen spreken hun waardering uit voor de wijze waarop de gemeente heeft geanticipeerd op de directe (financiële) nood als gevolg van de maatregelen ter bestrijding van de coronacrisis. Maar de zorgen over de effecten op middellange en lange termijn zijn groot. Bij een aantal instellingen is de ‘inkomstenval’ enorm. ● De instellingen geven aan de ambities uit de vorig jaar vastgestelde Cultuurvisie Kracht van Cultuur te ondersteunen. In lijn met deze visie willen zij graag een groter bereik realiseren onder de bewoners door zich te richten op ‘nieuwe doelgroepen’.
Een aantal instellingen ziet de huidige ‘crisis’ als een momentum om hier een extra inspanning op te leveren. ● Het culturele veld in Leiden is breed en gevarieerd. De instellingen zien dat als een kwaliteit, maar onderkennen ook dat dit een schaduwzijde heeft. De veelheid aan organisaties en initiatieven werkt versnippering in de hand. Wij proeven bij de instellingen behoefte aan en bereidheid tot meer samenhang en samenwerking, over instituties en disciplines heen en met meer verbinding tussen top en basis. Ook op dit punt vinden de instellingen dat de crisis alle aanleiding geeft om de handen ineen te slaan. ● De instellingen geven aan dat ze mogelijkheden/kansen zien voor meer inhoudelijke samenwerking. Dat zou kunnen door aansluiting te zoeken bij het DNA van de stad. Partijen zijn het erover eens dat het DNA zit in het zijn van stad van Kennis en Cultuur. Daar zou vanuit de cultuursector veel actiever op ingespeeld moeten worden, in coproductie met het brede onderwijsveld, van basisschool tot universiteit. ‘Je leert het in Leiden’ hebben we aan verschillende gesprekstafels als potentieel leidend principe opgetekend. De veronderstelling is dat inhoudelijke focus helpt bij het aangaan van samenwerkingsverbanden en goed is voor de herkenbaarheid van het cultuuraanbod in Leiden.
● We hebben met de instellingen ook de culturele infrastructuur doorgenomen aan de hand van het model van de Creatieve Keten. Dit model biedt een aanknopingspunt om het culturele bestel te bezien op samenhang en ontwikkeling. Het model onderscheidt als schakels in de creatieve keten: Leren > Produceren > Presenteren > Interesseren.
12/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
●
●
●
Met de instellingen hebben we geconstateerd dat de culturele infrastructuur van Leiden een accent kent op presentatie-instellingen, met een relatief hoge dichtheid aan podia en musea. We constateren een behoefte aan meer balans tussen de schakels van de Leidse creatieve keten. Dit betekent meer aandacht voor de schakels ‘Leren’ en ‘Produceren’; belangrijke aandachtspunten hierbij zijn talentontwikkeling en ruimte voor het makersklimaat. Er is een breedgedragen gevoel bij de instellingen dat een te groot deel van het cultuurbudget verdwijnt ‘in stenen’ en er bijgevolg relatief weinig budget voor activiteiten overblijft. Dit gevoel wordt volgens de instellingen geschraagd door het onderzoek van bureau Republiq, dat vorig jaar de huisvestingslasten van de grote culturele instellingen in Leiden heeft onderzocht. De instellingen wijzen erop dat uit dit onderzoek niet alleen gebleken is dat de instellingen problemen ondervinden om de kosten van onderhoud te dragen (bij BplusC en Leidse Schouwburg - Stadsgehoorzaal zelfs substantiële tekorten), maar ook dat de huisvestingslasten vanwege de vaak monumentale panden relatief hoog zijn en dat het subsidieniveau van de grote instellingen lager lijkt dan in vergelijkbare steden en instellingen elders.1 De instellingen zien mogelijkheden om de rijke infrastructuur van voorzieningen dan wel cultureel vastgoed beter te benutten.
In combinatie met het besef dat er relatief veel geld vastzit in stenen, ervaren we bij de instellingen een zekere bereidheid om stappen te zetten in een herordening van de Leidse culturele infrastructuur om te komen tot een meer doelmatig en efficiënt gebruik van cultureel/maatschappelijk vastgoed. Daarbij valt op dat instellingen bereid lijken te zijn om meer vanuit functies te redeneren dan vanuit instituties. Zo hebben BplusC en Leidse Schouwburg – Stadsgehoorzaal het initiatief genomen om te komen tot twee cultuurhubs; een hub waar de bibliotheekfunctie wordt gebundeld met de podiumfunctie van de Stadsgehoorzaal en een cluster waarin de muziek- en theaterschoolfunctie wordt gebundeld met de podiumfunctie van de schouwburg. De advisering en besluitvorming met betrekking tot het toekennen/beschikken van subsidie wordt door de instellingen als onvoldoende transparant ervaren. Een aantal partijen pleit voor een ‘onafhankelijke adviescommissie’ en het bundelen van geldstromen uit fondsen en subsidieregelingen. Ook is er behoefte aan een duidelijk financieel perspectief, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de grote culturele voorzieningen (beleid gericht op continuïteit), organisaties die in lijn met de OCW-kunstenplansystematiek zich voor een aantal jaren verzekerd weten van subsidie en subsidies voor incidentele projecten via fondsen.
Nu voorziet het subsidiestelsel alleen in structurele subsidie of projectsubsidie.
1
Wij tekenen bij dit ‘gevoel’ van de instellingen aan dat Republiq in het onderzoek vorig jaar heeft aangegeven dat de huisvestingslasten per instelling niet bijzonder afwijken van vergelijkbare instellingen elders in het land, maar dat wel opvalt dat er per instelling relatief weinig subsidie beschikbaar is voor inhoud/programmering. Ook tekenen we bij dit punt aan dat de huisvestingslasten per (onderzochte) instelling weliswaar niet opvallend hoog zijn, maar dat het geheel aan huisvestingslasten in de Leidse cultuursector wel degelijk aantoonbaar hoger ligt dan in andere, vergelijkbare steden. Leiden heeft bovengemiddeld veel culturele instellingen met culturele accommodaties. Hier komen wij nader op terug in hoofdstuk 6. Het ‘gevoel’ van de instellingen dat er veel geld in stenen zit klopt dus wel degelijk, alleen niet zozeer op instellingsniveau als wel voor de culturele infrastructuur als geheel. 13/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
●
Last but not least: we constateren dat de instellingen ondanks het vaststellen van het nieuwe cultuurbeleid de Kracht van Cultuur in de relatie met de gemeente nog te weinig inhoudelijke visie en onvoldoende regie in de uitvoering van beleid ervaren. Er is behoefte aan een stip aan de horizon; een ‘grand plan’. Wat betreft meer regie op uitvoering van beleid ervaren de instellingen ook gebrek aan samenhang bij de gemeente tussen de afdeling Cultuur en de afdeling Vastgoed.
14/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Hoofdstuk 3 Verkenning van de opgave 3.1 Tijdshorizon coronacrisis In Nederland is het vaccinatieprogramma gestart op 8 januari jl. Met het in grote hoeveelheden beschikbaar komen van vaccins is de prognose dat in september van dit jaar de hele Nederlandse bevolking ofwel besmet is geweest ofwel is ingeënt met een vaccin. Hierdoor zal de groepsimmuniteit naar verwachting toenemen, waardoor het aantal besmettingen als het goed is zal afnemen en daarmee ook de druk op de zorg. Wanneer deze ontwikkeling zich daadwerkelijk voordoet, zal het kabinet naar verwachting geleidelijk beperkende maatregelen versoepelen. Daarbij zal scherp gemonitord worden hoe de pandemie zich verder ontwikkelt. Mocht het aantal besmettingen onverhoopt toch weer stijgen, dan zullen de maatregelen weer worden aangescherpt. Op het moment van verschijnen van dit Deltaplan Cultuur gloort er weer licht aan het eind van de tunnel. Of, zoals minister de Jonge het eind december 2020 stelde: ‘We staan aan het begin van het einde van de crisis.’ Anderen zijn wat minder optimistisch en spreken van het ‘einde van het begin’. Niemand weet precies hoe de pandemie zich verder ontwikkelt. Zo ontstaan er nieuwe varianten van het virus waarvan het nog niet duidelijk is of die niet of minder gevoelig zijn voor de beschikbare vaccins.
Mogelijk blijkt dat de periode dat de vaccins bescherming bieden minder lang is dan gedacht of gehoopt. Over hoe het verloop van de pandemie zal zijn bestaan verschillende inzichten en aannames. Veel kennisinstellingen, waaronder het RIVM, onderscheiden drie fasen: ● De onmiddellijke fase: dit is de fase waarin we vechten om het virus eronder te krijgen, waarbij alles draait om groepsimmuniteit. Zoals we in het afgelopen jaar ervaren hebben verloopt dat gevecht met ups en downs. ● De herstelfase: in deze fase zijn we bezig met herstel van gezondheidsschade en economische schade. Ook speelt hierbij een belangrijke rol het herstel van vertrouwen en sociaal gedrag. Weliswaar kan het virus dan onder de knie zijn en kunnen de maatregelen van de anderhalvemetersamenleving formeel zijn opgeheven, maar dan nog is het zeer de vraag of en hoe mensen hun gedrag aanpassen. ● De postcoronafase. De verwachting is dat uiteindelijk de behoefte aan sociaal verkeer en ontmoeting weer helemaal terugkomt. Op basis van de ‘wet van de uitgestelde behoeftebevrediging’ misschien zelfs aanvankelijk in verhevigde vorm. ‘We duiken er weer op’, zoals het hoofd van de Innovatieafdeling van de Rabobank zeer plastisch omschreef in zijn column Onze honger naar huid, herrie en hosanna (Financieel Dagblad 16 december jl.).
Uiteindelijk is de verwachting dat we vroeger of later weer terug kunnen naar normaal menselijk contact, maar mogelijk wel in een sterk veranderde sociaal-economische context. Ook over hoelang deze fasen van het verloop van de pandemie duren verschillen de inzichten en aannames. De meeste kennisinstellingen en onderzoeksbureaus gaan ervan uit dat de onmiddellijke fase nog wel een jaar kan duren en dat de herstelfase vervolgens ook nog één of twee jaar kan duren. Al met al is de verwachting dat we nog enkele jaren zoet zijn met de crisis en de nasleep daarvan. 15/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
3.2 Fieldlabs Back to Live In februari van dit jaar wordt gestart met een aantal landelijk georganiseerde fieldlabs om te onderzoeken wat de effecten van maatregelen en gedrag zijn bij evenementen waar grotere aantallen mensen bijeenkomen. De fieldlabs moeten bouwstenen opleveren die bijdragen aan preventie en reductie van het risico van verspreiding van COVID-19 (of eventueel toekomstige varianten), met als doel te zorgen voor een veilige omgeving waarin de normale bezetting bij evenementen weer mogelijk is. In totaal worden acht fieldlabs georganiseerd met evenementen waar ‘normale’ aantallen bezoekers aanwezig zijn (proefpersonen), waaronder een congres, een festival, een theater-/cabaretvoorstelling (Guido Weijers) en een dance-event. In elk fieldlab worden als standaardvariabelen toegepast: publieksgroepen met/zonder mondkapje en statisch bezoek (zitplaatsen)/dynamisch bezoek (staan, rondlopen, bewegen). De bouwstenen hebben betrekking op: ● gedrag van bezoekers; ● triage, tracken en tracen; ● sneltesten; ● bezoekersdynamiek; ● luchtkwaliteit; ● persoonlijke bescherming; ● reiniging en desinfectie van oppervlakken en materialen; ● kwetsbare groepen. 3.3 Advies Raad voor Cultuur Onderweg naar Overmorgen In zijn advies Onderweg naar overmorgen van 16 november jl.
aan de minister van OCW betoogt de Raad voor Cultuur dat er voor een bloeiend cultureel leven meer nodig is dan sneltesten en een vaccin. In lijn met de opvattingen van de meeste kennisinstellingen en onderzoeksbureaus verwacht de Raad dat de effecten van de pandemie nog jaren zullen doorwerken. In zijn analyses heeft de Raad gebruikgemaakt van het zogenoemde Kwadrantenmodel. Hierin worden vier verschillende situaties onderscheiden van cultuuruitingen met betrekking tot de mate van interactiviteit tussen (publiek en kunstenaar(s)):
16/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Dit model is bruikbaar gebleken om te doordenken welke gevolgen de coronacrisis en de bijbehorende maatregelen hebben voor de dagelijkse praktijk. In veel sectoren werd de afgelopen periode onderzocht hoe activiteiten die in het zwaarst getroffen kwadrant niet meer mogelijk waren (meer-op-meer) konden worden verlegd naar kwadranten waar de bewegingsvrijheid nog wat groter was: theatervoorstellingen werden gestreamd, musici traden online op, festivals vonden online plaats, producties werden geschikt gemaakt voor één bezoeker tegelijk, publiek trok langs scènes in plaats van samen plaats te nemen in een zaal enzovoort. Op basis van zijn analyses komt de Raad tot een aantal concrete aanbevelingen. Voor de korte termijn ligt de sleutel wat de Raad betreft bij een periode van één à twee jaar experimenteren in zogenoemde fieldlabs. De bedoeling is dat deze labs worden geïnitieerd door consortia van grotere instellingen en kennisinstellingen, met een grote toegankelijkheid voor kunstenaars, artiesten, ontwerpers, docenten en culturele organisaties, zowel gesubsidieerd als ongesubsidieerd.
Doel van elk fieldlab is om toepasbare inzichten en werkvormen te ontwikkelen, met als belangrijkste zoekrichtingen: ● Artistieke kwaliteit: culturele organisaties moeten gemakkelijker hun aanbod kunnen aanpassen bij de overgang tussen ‘normaal’, de ‘anderhalvemetermaatschappij’ en verschillende vormen van lockdown (productdifferentiatie). ● Technologisch: waar fysieke bijeenkomsten niet of beperkt mogelijk zijn, wint digitale aanwezigheid aan belang. Nieuwe platforms waarlangs cultuuruitingen hun weg naar het publiek kunnen vinden zijn van belang (digitalisering). ● Ruimtelijk: het is nodig om op zoek te gaan naar alternatieve vormen van ruimtegebruik in de anderhalvemetermaatschappij en flexibel aan te passen accommodaties (ruimtelijk ontwerp). ● Financieel: aanbod voor minder bezoekers en langs digitale weg levert minder inkomsten op. Het is noodzakelijk dat er nieuwe verdienmodellen worden ontwikkeld. 17/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
●
●
●
Maatschappelijk: de cultuursector had het al lastig met eerlijke betaling aan creatieven en producenten, maar de waarden voor solidariteit, diversiteit, vertrouwen en eerlijke betaling zijn nu eens te meer van belang (Fair Practice Code). Sociaal: met het veranderen van aanbod, aanbiedingswijze en verminderde zichtbaarheid is het van belang niet alleen bestaand publiek te behouden, maar vooral ook nieuw publiek aan te boren. Bestuurlijk: rijk, provincies, gemeenten en cultuurfondsen moeten juist in deze periode meer afstemming zoeken in het aanwenden van subsidiestromen voor de culturele sector.
3.4 Analyse Leiden Maatregelen op instellingsniveau Zolang de crisis duurt en er sprake is van een gehele of gedeeltelijke lockdown en maatregelen in het kader van de anderhalvemetersamenleving, is het zaak dat de overheid het voortbestaan van de culturele instellingen waarborgt. Naast continuering van het steunpakket is het ook aan de instellingen zelf om door te gaan met het zoeken naar tijdelijke maatregelen om kosten te besparen en waar mogelijk nog wat aan inkomsten te genereren. Daarnaast staan de instellingen voor de opgave om hun aanbod en bedrijfsvoering om te vormen en aan te passen aan de veranderende omstandigheden. De resultaten van de fieldlabs Back to Live en het type maatregelen zoals voorgesteld door de Raad voor Cultuur bieden daarbij goede handvatten. Wat betreft de maatregelen die de Raad voor Cultuur heeft aanbevolen hebben we een format opgesteld op basis waarvan we de instellingen hebben gevraagd aan te geven welke maatregelen zij in dit verband al genomen hebben en nog denken te nemen. In hoofdstuk 4 gaan wij nader in op de maatregelen op instellingsniveau en in hoeverre daar in onze ogen nog winst te boeken valt. Optimaliseren organisatiegraad Gelet op de omvang van de stad kent Leiden een rijke en gevarieerde culturele infrastructuur, met een relatief groot aantal organisaties en accommodaties.
Dat is absoluut een kwaliteit; Leiden onderscheidt zich daarmee van omliggende steden als Zoetermeer, Alphen aan de Rijn en ook Delft, die qua inwonertal vergelijkbaar zijn. Leiden is echt een cultuurstad. Zo is bijvoorbeeld niet alleen het aantal musea in Leiden veel groter, maar Leiden kent ook een ruimer aanbod podiumkunsten, met een grotere verscheidenheid aan podia en makers. De coronacrisis stelt de Leidse cultuursector en de gemeente voor de uitdaging een goede balans te vinden tussen behoud van de culturele verscheidenheid die zo kenmerkend is voor cultuurstad Leiden en ervoor te zorgen dat de organisatorische slagkracht van het culturele bestel als geheel wordt versterkt. Een goed georganiseerd cultureel veld is nodig om de effecten van de crisis het hoofd te kunnen bieden en bij te dragen aan een toekomstbestendige cultuursector in deze stad. Het culturele bestel zoals Leiden dat nu kent kan gekenschetst worden met het begrip co-existentie: er is een rijke schakering van culturele instellingen die in harmonie naast elkaar bestaan. Dat is een waarde, maar deze wordt als gevolg van COVID-19 bedreigd. 18/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Wij denken dat het noodzakelijk en ook mogelijk is om de organisatiegraad van het Leidse culturele bestel te optimaliseren. Daartoe zijn verschillende maatregelen denkbaar: ● Opzetten van een samenwerkingsverband van culturele instellingen. Op specifieke werkterreinen zijn er wel samenwerkingsverbanden, zoals Leiden Marketing, het Leids Congresbureau of het maandelijks overleg van museumdirecties, maar van structurele samenwerking tussen culturele instellingen is nog geen sprake. Ook bij de C6, de grote culturele instellingen, is wel sprake van samenwerking op ad-hocbasis, maar niet systematisch en substantieel. Ook de instellingen zelf onderschrijven dat er in Leiden nog de nodige winst te halen valt uit betere samenwerking. Te beginnen met een samenwerkingsverband van de C6. ● Afzien van aanbesteding van onderdelen BplusC. BplusC is het resultaat van een fusie tussen de Bibliotheek Leiden en het Centrum voor Kunst Leiden. Vanuit het oogpunt van krachtenbundeling en het verhogen van de organisatiegraad is dat destijds (2007) een logische beslissing geweest, maar nu ligt er het voornemen om onderdelen van BplusC door middel van aanbesteding weer af te splitsen. Hierdoor komen er mogelijk nieuwe spelers bij in het culturele veld.
Naar onze mening zal de organisatorische slagkracht van BplusC als gevolg van de voorgenomen aanbesteding aangetast worden en dreigt een versnippering in plaats van versterking van de organisatiegraad van het culturele veld. Het besluit om toe te werken naar aanbesteding van onderdelen van BplusC is vóór corona genomen. De wereld is inmiddels behoorlijk veranderd. ● Krachtenbundeling van instellingen. Het optimaliseren van de organisatiegraad van het Leidse culturele bestel kan gebaat zijn bij een krachtenbundeling van culturele instellingen. Dat gaat verder dan het opzetten van samenwerkingsverbanden. De ultieme vorm van krachtenbundeling is samenvoeging. Denkbaar is alle professionele, gemeentelijk gesubsidieerde instellingen te fuseren tot een ‘cultuurbedrijf Leiden’. Elders in het land zijn hier al wel pogingen toe gedaan (o.a. Sittard-Geleen), maar dat is bepaald geen onverdeeld succes gebleken. Wel kan het lonen om functioneel gelijksoortige instellingen te bundelen; instellingen die min of meer vergelijkbare activiteiten en bedrijfsprocessen kennen. Voor Leiden geven wij in overweging te bezien in hoeverre een krachtenbundeling, mogelijk samenvoeging, van de nu nog afzonderlijke podiuminstellingen wenselijk is. Wij realiseren ons dat deze maatregel op weinig bijval van betrokken instellingen kan rekenen.
Ons voorstel is dan ook om deze maatregel uitsluitend te bezien in het ongunstige scenario dat de coronacrisis onverhoopt verergert en/of langer aanhoudt dan gedacht. In hoofdstuk 5 werken we de maatregelen in deze categorie op hoofdlijnen uit. Daarbij geven wij aan in welke mate de voorgestelde maatregelen op draagvlak van de instellingen kunnen rekenen. Herordenen en verdichten culturele infrastructuur Leiden kent een omvangrijke en gevarieerde culturele infrastructuur met niet alleen veel organisaties, maar ook accommodaties. Alleen al de portefeuille cultureel vastgoed van de gemeente omvat 21 panden en in totaal ruim 50.000 m2 bvo. 19/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Voor een overzicht zie bijlage 2 ‘Omvang culturele infrastructuur’. Daarnaast telt Leiden veel culturele voorzieningen en accommodaties die door andere partijen bekostigd worden. Meer gelet op type culturele voorziening valt op dat Leiden een hoge dichtheid van musea en podia kent. Wat betreft de musea telt Leiden – Stad van Ontdekkingen – maar liefst 13 musea, waaronder 4 rijksmusea (Naturalis, Museum Boerhave, Museum voor Volkenkunde en Rijksmuseum voor Oudheden). Ook zijn in Leiden bijzondere musea gehuisvest die geheel of in belangrijke mate op private middelen draaien, zoals Corpus, Japanmuseum Sieboldhuis, de Hortus Botanicus en de Pieterskerk, die zich ook als museum manifesteert. Daarnaast zijn er de gemeentelijk gefinancierde musea, met Museum De Lakenhal als boegbeeld. We constateren dat de rijke museale infrastructuur slechts in beperkte mate op de gemeentebegroting drukt. Dat ligt anders bij het relatief grote aantal podia in Leiden; die drukken wel allemaal op de gemeentelijke begroting. Vorig jaar hebben wij in opdracht van de gemeente Delft onderzoek gedaan naar herhuisvesting van Theater de Veste. In dat kader hebben wij een benchmark uitgevoerd naar de omvang van de podiuminfrastructuur van de gemeente Delft in vergelijking met die van de cultuursteden Dordrecht, Maastricht, Haarlem, Deventer en Leiden.
De benchmark laat zien dat Leiden in dit lijstje cultuursteden op Haarlem na de meeste zalen en het grootste aantal stoelen kent. Overigens bereiken de Leidse podia een mooi resultaat qua publieksbereik en komen ze als beste uit de bus qua bezoekersaantallen. Ook de benchmark podia hebben we opgenomen in bijlage 2 ‘Omvang culturele infrastructuur’. Verder valt op dat een aanzienlijk deel van het gemeentelijk cultureel vastgoed wordt gebruikt door BplusC; 7 van de 21 gemeentelijke cultuurpanden zijn voor BplusC. Inmiddels onderzoekt de gemeente mogelijkheden om de huisvesting van BplusC te herstructureren. Zoals gezegd: de rijke culturele infrastructuur die Leiden kent is een onderscheidende kwaliteit, maar in tijden van corona ook een zorg. De vraag is hoe toekomstbestendig zo’n omvangrijke culturele infrastructuur is. Of positiever geformuleerd: zijn er mogelijkheden om de culturele infrastructuur van Leiden te herordenen en te verdichten? Wij denken van wel.
Wij stellen dan ook voor te komen tot een herordening van de Leidse culturele infrastructuur, zodanig dat: ● de culturele infrastructuur waar mogelijk en zinvol wordt verdicht, waardoor er structureel minder geld in stenen gaat zitten en meer middelen besteedbaar komen voor programma; ● de grote culturele voorzieningen beter in staat zijn de kosten voor onderhoud te dragen; ● accommodaties flexibeler en meer dan nu het geval is doelmatig en efficiënt kunnen worden gebruikt, waarbij het delen van ruimten bevorderd wordt; ● het cultureel vastgoed niet op basis van instellingsstructuren is georganiseerd, maar op basis van functies, waarbij ook bezien wordt of functies zodanig geclusterd kunnen worden dat dit een verrijking is voor het activiteitenaanbod en daarmee aantrekkelijker wordt voor gebruikers en publiek. 20/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
De Leidse culturele infrastructuur zal naar onze mening herordend moeten worden op basis van een integraal huisvestingsplan. Een heroriëntatie op de huisvestingssituatie van BplusC speelt hierin een sleutelrol, maar wij zien ook aanleiding om de herordening van de culturele infrastructuur breder op te pakken, met bijzondere aandacht voor de podiuminfrastructuur. Van belang is dat een integraal huisvestingsplan niet vanuit gelegenheidsargumenten wordt opgesteld, maar op basis van een goed doordachte inhoudelijke visie. Daarin zullen gemeente en instellingen gezamenlijk moeten optrekken. Het recente besluit van de gemeente om te onderzoeken op welke wijze BplusC anders kan worden gehuisvest vinden wij een goede stap. Niettemin denken wij dat het mogelijk is om een spade dieper te steken. Een spade dieper betekent wat ons betreft: vertrekken vanuit visie, breder dan alleen BplusC, en inzetten op kwaliteitsverbetering. Een herordening en verdichting van de Leidse culturele infrastructuur gaat substantieel helpen om de cultuursector in Leiden niet alleen meer coronaproof te krijgen, maar ook toekomstbestendiger. Daarmee wordt het Deltaplan Cultuur ‘niet alleen een plan voor morgen, maar ook voor overmorgen’. In hoofdstuk 6 werken we de maatregelen in deze categorie op hoofdlijnen uit.
Daarbij geven wij ook aan in welke mate de voorgestelde maatregelen op draagvlak van de instellingen kunnen rekenen. Samenhangend pakket maatregelen De drie typen maatregelen die wij voor het Deltaplan Cultuur in overweging geven kennen een onderlinge samenhang. Wij denken dat met het geheel aan maatregelen niet alleen de Leidse cultuursector kan worden omgevormd tot een toekomstbestendig geheel aan accommodaties en organisaties, maar er ook een inhoudelijk perspectief geboden wordt om het culturele klimaat in Leiden van nieuwe impulsen te voorzien. Daarbij merken we op dat de herordening van het gemeentelijk cultureel vastgoed niet alleen moet zorgen voor een meer compacte en kwalitatief verbeterde culturele infrastructuur, maar ook de financiële basis moet leggen om vanuit een gezamenlijke aanpak te komen tot meer focus en effort in de programmering en een beter publieksbereik. ‘Minder geld in stenen, meer voor inhoud’ is de centrale boodschap van dit Deltaplan.
21/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Hoofdstuk 4 Maatregelen op instellingsniveau 4.1 Vooraf We hebben in het kader van dit Deltaplan Cultuur een inventarisatie gemaakt van de maatregelen die de instellingen zelf al hebben getroffen of nog gaan uitvoeren om de acute negatieve effecten van de coronacrisis het hoofd te bieden. We hebben dit gedaan in de vorm van een vast format dat door de C6-instellingen op ons verzoek is ingevuld. Bij dit format hebben wij zo veel mogelijk gebruikgemaakt van de door de Raad voor Cultuur geformuleerde zoek- en oplossingsrichtingen om de crisis het hoofd te bieden, ook op termijn. De resultaten van de inventarisatie van noodmaatregelen per instelling presenteren we op hoofdlijnen in de onderstaande paragraaf, onder verwijzing naar de ingevulde formats zelf (bijlage 3). We sluiten dit hoofdstuk af met onze overallbevindingen van wat de instellingen aan maatregelen getroffen hebben, voorzien van enkele aanbevelingen. 4.2 Overzicht actuele maatregelen Productdifferentiatie Een instelling kan, in plaats van zich te specialiseren in één artistieke vorm of presentatiewijze, het aanbod aanpassen aan (de gevolgen van) de coronamaatregelen. Deels kan bestaand aanbod worden doorontwikkeld, maar ook kan nieuw aanbod worden ontwikkeld met een ander verdienmodel.
We zien op dit punt binnen de ingevulde formats van de instellingen de volgende rode lijnen en in het oog springende maatregelen: ● De Pieterskerk is bezig haar museaal aanbod te versterken i.s.m. Erfgoed Leiden & Omstreken en in combinatie met een grotere horeca-/ontmoetingsfunctie, waardoor een zogenoemde Third Place ontstaat. In de Third Place kunnen kleinschalige programma’s worden aangeboden zodra dat kan (poetry, artist meetings, verdieping en debat) en daarnaast biedt de ruimte mogelijkheden voor individueel werken via WiFi in booths. De Pieterskerk kan snel worden omgebouwd om concerten en grote congressen te kunnen accommoderen wanneer dat weer kan. Om de lasten te verlagen zijn 30-40 oproepkrachten en freelancers verbonden aan de Pieterskerk Leiden voor de operationele uitvoer van alle commerciële taken in maart losgekoppeld. Enkel een kleine vaste organisatie van 6,5 fte is behouden om de continuïteit te garanderen. ● De Lakenhal heeft een verschuiving van gebouwgeoriënteerd aanbod naar contentgeoriënteerd aanbod gecreëerd. Hierbij is er een gelijkmatiger verdeling ontstaan over drie kanalen: in het museum, in de stad en thuis (digitaal). ● Bij BplusC kunstonderwijs worden de lessen grotendeels online aangeboden. BplusC werkt met een ‘belteam kwetsbare ouderen’ om eenzaamheid te bestrijden. Boeken kunnen worden thuisbezorgd.
22/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
●
De accommodaties van de Leidse Schouwburg en Stadsgehoorzaal worden extra in de markt gezet als trouwlocatie met arrangementen van Grand Café van ‘t Huis. Ook fungeert de Stadsgehoorzaal als tijdelijke studeerplek, als alternatief voor de Universiteitsbibliotheek.
Wat betreft nog uit te voeren maatregelen valt met name het plan van Gebr. de Nobel op om, zodra de sportscholen weer open mogen, in samenwerking met lokale DJ’s work-out (gyms) te organiseren met de COVID-19-beperkingen. Hetzelfde wil Gebr. de Nobel doen met yogaclubs. Ook wil Gebr. de Nobel na de verbouwing voor makers oefen- en repetitieruimte realiseren tegen een redelijk tarief. Nieuwe doelgroepen In lijn met de Cultuurvisie Kracht van Cultuur is het wenselijk om een groter bereik te realiseren onder de bewoners door gericht te zijn op ‘nieuwe doelgroepen’, niet alleen voor de korte, maar ook voor de lange termijn. Opvallende punten uit de ingevulde formats: ● Voor de Pieterskerk geldt dat er vóór corona een breed (inter)nationaal publiek werd bediend: zo’n 50.000 bezoekers op de museale openstellingen en circa 65.000 bezoekers bij commerciële en culturele verhuur. De nieuwe setting richt zich voornamelijk op Leiden en omgeving en het NL-toerisme. Het Leidse 2040+-publiek is nieuw publiek. Bij de tentoonstellingen wordt ook ingezet op schoolbezoek. ● Theater Ins Blau heeft een kwartiermaker aangesteld om contacten te leggen in de wijken, in eerste instantie voor de organisatie van het FAT Festival in juni 2021, maar ook om structureel voet aan de grond te krijgen in de wijken.
● BplusC richt zich actief op mbo-studenten en met de inzet van cultuurcoaches op onder andere kwetsbare ouderen in de wijken en bewoners in focuswijken. ● De Lakenhal wil het aanbod in de stad onderzoeken met lokale partners. Daartoe heeft het een ‘Open call’ uitgeschreven voor creatieve makers en denkers in de stad en het land, ten behoeve van lokaal bereik en participatie van publiek. Wat betreft nog uit te voeren maatregelen zien we eigenlijk bij alle instellingen voorbereidingen om verbinding te leggen met en aanbod te bieden aan specifieke, kansrijke doelgroepen: expats, Leidenaren met een migratieachtergrond, jeugd en jongeren, doelgroepen buiten Leiden. Technologische kansen Omdat fysiek bijeenkomen niet in elk scenario mogelijk is, wint digitale aanwezigheid aan belang; het is nodig goed werkzame platforms te ontwikkelen, goede digitale aanbiedingsvormen te vinden, publiek te zoeken voor digitale uitingen en hieraan een verdienmodel te koppelen. In de formats zien we dat eigenlijk elke instelling al nieuwe manieren heeft gevonden om publiek gepersonaliseerd te bereiken via de website of een app. Wat betreft nog uit te voeren maatregelen zien we dat bijna alle instellingen actief op zoek zijn naar mogelijkheden om cultuuraanbod te streamen.
23/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Wellicht het meest concreet is Gebr. de Nobel, dat plannen heeft om via het platform De Leidse Burcht liveoptredens op te nemen en te streamen: ● Kraak & Smaak: promotie livestream voor de Amerikaanse markt; ● 3voor12: bandpresentatie drie bands; ● Lokale bands (regio Leiden): de bands kunnen sinds 19 januari 2021 gratis een videoclip of livestream opnemen in een van de zalen van Gebr. de Nobel. De opname kunnen de bands gebruiken om hun band digitaal te promoten. Voor de technische begeleiding zet Gebr. de Nobel haar zzp’ers (betaald) in die op dit moment grotendeels werkloos thuis zitten. Ruimtelijk ontwerp Het is nodig om op zoek te gaan naar alternatieve vormen van ruimtegebruik in de anderhalvemetermaatschappij en flexibel aan te passen accommodaties. Zo kan worden ingespeeld op veranderende sets maatregelen en wordt ook het multifunctionele gebruik van ruimten bevorderd. Uit de ingevulde formats maken we op dat elke instelling bezig is de accommodatie zodanig in te richten dat voldaan kan worden aan de maatregelen in het kader van de anderhalvemetersamenleving. Enkele instellingen gaan zelfs nog een stapje verder: ● De Pieterskerk biedt een Third Place-inrichting en mogelijkheden tot opschaling voor grote events zodra de omstandigheden dat weer toelaten. ● Gebr.
de Nobel heeft mede met inzet van eigen personeel de capaciteit van de grote zaal uitgebreid van 750 naar 850 bezoekers. Met deze uitbreiding kunnen grotere bands naar Leiden worden gehaald. De financiering van deze verbouwing is mogelijk gemaakt via een lening bij de gemeente Leiden. De verbouwing heeft ook de horeca veel beter bereikbaar gemaakt voor het in de grote zaal aanwezige publiek. Wat betreft nog uit te voeren maatregelen zien we verschillende initiatieven qua ruimtelijk ontwerp: ● De Lakenhal wil een aparte kassa buiten, om de bezoekersstroom beter te kunnen organiseren. ● In algemene zin zien we verschillende plannen waarbij wordt toegewerkt naar minder m2 en meer multifunctioneel gebruik van de accommodaties: ○ bij BplusC en Leidse Schouwburg – Stadsgehoorzaal plannen voor herhuisvesting in twee cultuurhubs; ○ bij Gebr. de Nobel het plan om ook de foyer te verbouwen, zodat het publiek langer voor en na optredens aanwezig kan zijn zodra dat weer kan; ○ bij Theater Ins Blau het plan om de accommodatie zodanig uit te breiden dat ruimte geboden wordt aan oefen-/repeteermogelijkheden voor makers en gezelschappen; ○ bij Gebr. de Nobel het plan om alle muziekactiviteiten in Leiden in het cultuurkwartier (Marktsteeg) te concentreren. Zo worden gesprekken gevoerd om de organisaties die nu in de Q-bus programmeren, waaronder Hothouse en de X, onderdak te bieden bij Gebr.
de Nobel. Marktsteeg wordt Muzieksteeg.
24/85 ‘Deltaplan Cultuur’ gemeente Leiden
Fair Practice De cultuursector had het al lastig met eerlijke betaling aan creatieven en producenten, maar de waarden voor solidariteit, diversiteit, vertrouwen en eerlijk betaling zijn nu eens te meer van belang. Uit de informatie van de instellingen maken we op dat bij 5 van de C6 een deugdelijke cao wordt toegepast voor het vaste personeel. Wat betreft de inzet van zzp’ers zien we ook dat de instellingen zich inspannen voor redelijke vergoedingen, zodanig dat ook rekening wordt gehouden met pensioenopbouw. Met de kanttekening dat enkele instellingen aangeven hiervoor compensatie nodig te hebben in het subsidieniveau. 4.2 Overallbevindingen BMC De belangrijkste conclusie van de inventarisatie is dat alle C6-instellingen al veel inspanningen hebben gepleegd om hun producten, organisatie en bedrijfsvoering zo veel mogelijk aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. In dat opzicht kan worden gesteld dat de desbetreffende instellingen met steun van de gemeente en het rijk adequaat hebben gereageerd op de meest acute nood. De rode lijn die zich aftekent in de door de instellingen genomen maatregelen is de volgende: ● Het activiteitenaanbod is zo veel mogelijk aangepast: van gebouwgebonden naar contentgebonden, van fysiek naar digitaal/hybride, van grootschalige naar kleinschalige activiteiten et cetera.