Concept besluitenlijst PHO Bestuur en Middelen 18 november 2020 (Agendabundel, met link naar besluitenlijst)
Tekst van het document
Er is geïnvesteerd in het zwaluwstaarten van de Regionale omgevingsagenda en de RSM. Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit hebben immers een wederkerige relatie. Eind 2020 is een tussentijdse rapportage opgeleverd over de voortgang van projecten uit het Regionaal Investeringsfonds (RIF). Er is in 2020 actief bijgedragen aan de voortgang van de realisatie van het HOV-net Zuid-Holland Noord. Met name op de frequentieverhoging op het spoor LeidenUtrecht zijn belangrijke stappen gezet. Zo is de realisatie van station Hazerswoude weer iets realistischer geworden en zal de frequentie van treinen in de brede spits naar verwacht eind 2021 een feit worden. Holland Rijnland heeft actief steun verleend aan de belangenbehartiging voor de ontwikkeling van de OV-knoop Leiden als onderdeel van MOVV (onder andere ten behoeve van BO MIRT en Nationaal Groeifonds) en draagt zorg voor de afstemming van de voorziene maatregelen voor versterking van deze OV-knoop met een nieuwe OV-concessie. Onder invloed van de Coronacrisis is de aanbesteding hiervan overigens uitgesteld. Holland Rijnland heeft al wel forse input geleverd aan het beleidskader en programma van eisen en de afstemming met de gemeenten georganiseerd. Voor de Regiotaxi beheert Holland Rijnland het contract en coördineert overleg tussen klantorganisaties en vervoerder.
Onder invloed van de Coronacrisis is er in 2020 veel tijd gaan zitten in het treffen van een continuïteitsregeling voor de vervoerders en zijn ook meerkosten die voor de aangepaste wijze van vervoer gemaakt zijn aan de vervoerders vergoed. Ook de communicatie met de vervoerders en naar reizigers en gemeenten heeft veel tijd in beslag genomen. In 2019 heeft de regio een eerste aanzet gedaan om te komen tot een regionaal doorfiets/snelfietsrouteplan. In 2020 is hier een vervolg aan gegeven en naar verwachting wordt dit in maart 2021 inclusief een kaart vastgesteld. Dit plan dient ook als input voor het Nationaal Toekomstplan Fiets. Het voornemen voor het NTF is in het MiRT van najaar 2020 bevestigd. Op basis van een landelijk plan worden daar in het MiRT in het voorjaar concreet gelden aan gekoppeld. De provincie Zuid-Holland coördineert de inzet vanuit de regio’s.
16
Ook in 2020 is er geïnvesteerd in de verkeersveiligheid door het toekennen van subsidies op basis van het Actieprogramma Verkeersveiligheid 2020. Binnen de mogelijkheden die de Coronacrisis nog bood zijn projecten die opgenomen zijn zoveel mogelijk uitgevoerd. Mede door de gedeeltelijke sluiting van de scholen in 2020 konden niet alle voorgenomen projecten doorgang vinden. Het programma bevindt zich momenteel in een overgangsfase. We werken toe naar een nieuwe aanpak van het Rijks Strategisch Plan Verkeersveiligheid. In 2020 is daartoe met enige regelmaat contact geweest met provincie en is enkele malen aangesloten bij initiatieven van het ministerie van I&M met als doel de regionale plannen zoveel mogelijk aan te sluiten bij die van Rijk en provincie. De eerste stappen in die aanpak zijn gezet door onderzoek te doen welk bureau de regio zo goed mogelijk kan ondersteunen bij de ontwikkeling van een verkeersveiligheidsmodel. Waarschijnlijk kan hiervoor in het eerste kwartaal 2021 een opdracht worden verleend.
2.1.7 Regionale energietransitie
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2017 is het Energieakkoord Holland Rijnland opgesteld met daarin ambities om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. Na de totstandkoming van het landelijke Klimaatakkoord werd elke regio verplicht een zogenaamde Regionale Energiestrategie (RES) op te stellen. Het gebied Holland Rijnland is aangewezen als één van de dertig RES-regio’s. De Regionale Energie Strategie (RES) beschrijft welke strategie een regio hanteert om regionale energiedoelstellingen te bepalen en te behalen. De RES heeft een horizon van 2030 met een doorkijk naar 2050. De RES wordt opgesteld door de RES regio, bestaande uit de volgende partners: 13 gemeenten, provincie en het hoogheemraadschap. Holland Rijnland levert de programmacoördinator en vervult de functie van procesbewaker en kassier. Het budget voor de RES bestaat structureel uit een bijdrage van de 13 gemeenten voor het Energieakkoord Holland Rijnland (€ 617.966,-). Daarnaast is er een rijksbijdrage voor de RES van in totaal € 1.258.000,- (als volgt verdeeld: €50.000,- in 2019, 708.000,- in 2020 en € 500.000,- in 2021). Dit budget loopt via de begroting van Holland Rijnland en verantwoording vindt plaats via de p&c cyclus Holland Rijnland en via Stuurgroep RES en PHO+ Energie. In 2020 is er nu in totaal €1.137.833,- uitgegeven ten behoeve van het opstellen van de RES.
Eind 2020 is er in de reserve beschikbaar €188.079 Daar komt in principe nog bij het restant van 2020 €188.252, zodat er in z'n totaliteit een bedrag van €376.330 in zit. In juni 2020 is de Concept RES Holland Rijnland opgesteld door het programmateam RES. Dit stuk is vrijgegeven door de dagelijkse besturen en algemene besturen van de 13 gemeenten van Holland Rijnland, de provincie en de hoogheemraadschappen. Ook konden daarop wensen en bedenkingen ingediend worden. In de zomer van 2020 heeft een Europese aanbesteding plaatsgevonden van brede ondersteuning bij het opstellen van de RES op het gebied van (technisch) onderzoek, communicatie en participatie en procesondersteuning. Na de zomer is er stevig ingezet op participatie rondom de RES via een regionaal traject en via ondersteuning (financieel en door middel van inzet van een bureau) van lokale trajecten. Ook is er veel werk verzet voor onderzoek en berekeningen rondom het regionale energiesysteem en op de thema's warmte, energiebesparing, zon op daken, duurzame mobiliteit en ruimte en energie.
17
2.1.8 Wat heeft dat gekost? Domein 1 Ruimte en Energie
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Directe kosten
1.641.411
1.626.244
3.267.655
7.296.774
-4.029.119
Kosten werkorganisatie
1.271.748
-364.915
906.833
867.296
39.537
Lasten
2.913.159
1.261.329
4.174.488
8.164.070
-3.989.582
Directe baten
-966.277
-1.491.244
-2.457.521
-6.849.171
4.391.650
-
-
-
-
-
Baten
-966.277
-1.491.244
-2.457.521
-6.849.171
4.391.650
Saldo van baten en lasten
1.946.882
-229.915
1.716.967
1.314.899
402.068
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-
-
-
-
-
1.946.882
-229.915
1.716.967
1.314.899
402.068
Bijdragen gemeenten
Resultaat
Op het programma Ruimte en Energie is een positief resultaat van €402.068. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. - Overschot op de bedrijvenstrategie van € 20.000 Het bedrag van € 20.000 is geld dat Holland Rijnland bij alle gemeenten ophaalde naar aanleiding van de opdracht van de provincie Zuid-Holland uit 2018 om een regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Dit onderwerp was bij de reorganisatie van Holland Rijnland geschrapt. Deze bedrijventerreinenstrategie werd in 2019 afgerond op basis van een onderzoek door STEC. Uiteindelijk is de factuur van STEC helemaal betaald door de provincie en de uitgaven zijn door Holland Rijnland niet gedaan. In 2020 is bij de behandeling van de jaarrekening 2019 besloten dit budget te blijven reserveren voor het onderwerp bedrijventerreinenstrategie. De verwachting is nu dat op basis van de provinciale behoefteraming en onder invloed van de Regionale Omgevingsagenda er in de tweede helft van 2021 budget nodig zal zijn voor de uitwerking van de strategische keuzes m.b.t. ruimte voor economische ontwikkeling in Holland Rijnland i.r.t. wonen, mobiliteit, energie en groen. - Overschot op energie van €188.252 Het voor 2020 gereserveerde bedrag vanuit de rijksbijdrage RES is geheel besteed. Van de additionele gemeentelijke bijdrage voor het Regionaal Energieakkoord resteert een bedrag €188.252.
In het besluit bij de jaarrekening wordt voorgesteld dit bedrag te storten in de Reserve Energieakkoord. - Overschot Regionaal Project Verkeersveiligheid van €66.000 Voor verkeersveiligheid is minder uitgegeven doordat er minder projecten zijn uitgevoerd als gevolg van de coronabeperkingen. Vooral educatieve projecten voor gedragsbeïnvloeding konden maar
18
beperkt doorgaan. Het overschot van de ontvangen subsidie is reeds overgeboekt naar de balans. Het gaat hier dus om het Holland Rijnlandbudget, niet om het subsidiebudget. - Overschot woonruimteverdeling €72.000 In 2020 is voor de urgentiecommissie extra budget beschikbaar gesteld om de continuïteit van de ondersteuning te waarborgen. De onderbesteding is ontstaan door dat de vacatures ter vervanging van een langdurig zieke medewerker en de ondersteuning van de administratie later konden worden ingevuld dan verwacht. Ook in 2021 zal inhuur noodzakelijk zijn. Tevens zijn de kosten voor SP71 voor de bezwaarschriftencommissie lager dan voorzien. - Overschot Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmarkt €50.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. Een woonagenda heeft een relatie met ruimte en maatschappij. Daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aan het overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000. Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem.
Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het coronavirus. Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het Programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten door naar 2021.
19
2.2 Maatschappij en Jeugd 2.2.1 Platform kennisdeling en beleidsafstemming sociaal domein
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het sociaal domein is een complex beleidsterrein dat continue in ontwikkeling is. Om zo effectief mogelijk te opereren, is het van belang dat gemeenten onderling afstemmen en kennis met elkaar delen. Holland Rijnland heeft ook in 2020 een platform geboden voor bestuurlijk en ambtelijk overleg, waar gemeenten elkaar kunnen inspireren, beleid kunnen afstemmen en ervaringen en kennis met elkaar kunnen delen. Inclusieve arbeidsmarkt Aanvankelijk leek het economisch beter te gaan. Maar het effect van de corona crisis is echter lastig in te schatten. Het is wel duidelijk dat in voor Holland Rijnland belangrijke sectoren als horeca en toerisme ontslagen gaan vallen. Het Rijk kwam in september 2020 met een omvangrijk sociaal steunpakket met als belangrijk onderdeel het opzetten van regionale mobiliteitsteams om mensen van werk naar werk te leiden. Om te voorkomen dat er een verloren generatie ontstaat, wordt zwaar ingezet op de aanpak jeugdwerkloosheid. De in 2018 opgezette brancheteams zijn in deze Corona crisis actief gebleven om zelfs vanuit de digitale omgeving zoveel mogelijk werkzoekenden te plaatsen. De opgave uit het landelijke Sociaal Akkoord om in de periode tot 2025 in Holland Rijnland 3.700 extra banen te realiseren voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt ligt redelijk op schema.
Tegelijkertijd verandert de arbeidsmarkt snel door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Het is van belang dat het onderwijs hierop aansluit. Holland Rijnland heeft in 2020 de totstandkoming van Centra voor Innovatie en Vakmanschap voorpraktijkgericht onderwijs gestimuleerd. In de arbeidsmarktregio is harmonisatie van instrumenten om tot een eenduidige werkgeversdienstverlening te komen ingezet. De aansluiting van beleid en uitvoering is hierin essentieel. Holland Rijnland heeft de aansluiting van onderwijs-arbeidsmarkt en arbeidsmarkt-economie ondersteund, bijvoorbeeld door middel het cofinancieringsfonds; Holland Rijnland heeft een actieve rol gespeeld in het totstand komen van het programma Kracht van de verbinding in de Duin-en Bollenstreek. Daarnaast heeft zij de coördinatie van het Marktbewerkingsplan en de doorontwikkeling van het Werkgeversservicepunt Holland Rijnland ondersteund. Holland Rijnland heeft verder 2020 ook het platform van scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs ondersteund, om ervaringen in de aanpak van kwetsbare jongeren uit te wisselen. Doel van het overleg is te komen tot "Fantastische Lijnen" van school naar werk dan wel vervolgonderwijs.
Doordecentralisatie Maatschappelijke zorg Door de inrichting van een regionale projectorganisatie bereiden de regiogemeenten zich samen voor op de doordecentralisatie van de maatschappelijke zorg. De gemeenten in de regio hebben met elkaar afgesproken om de maatschappelijke zorg zó in te richten dat zeer kwetsbare inwoners zoveel mogelijk zelfstandig in de woonomgeving van hun keuze kunnen wonen en deelnemen aan de lokale
20
samenleving. Dit doen zij door, samen met ervaringsdeskundigen en zorgpartijen, de zorg in de regio te veranderen: meer ambulante hulp en meer kleinschalige vormen van wonen met zorg. De coronacrisis heeft gezorgd voor een hogere instroom in de Maatschappelijke opvang (voor dak- en thuislozen) en een toename van jongvolwassenen op de wachtlijsten van beschermd wonen, omdat zij psychische problemen hebben. Eind 2020 werd duidelijk dat de doordecentralisatie van maatschappelijke zorg niet per 2022, maar per 2023 ingaat. Holland Rijnland heeft ambtelijke ondersteuning aan deze regionale projectorganisatie geboden, het beheer van het het regionaal investeringsfonds Maatschappelijke zorg uitgevoerd en de regionale werkgroep Inkoop regionale voorzieningen getrokken. Daarnaast verzorgt Holland Rijnland het regionale platform voor ambtelijke advisering en bestuurlijke besluitvorming.
2.2.2 Aanjaagfunctie terugdringen laaggeletterdheid
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De regio Holland Rijnland telt naar schatting 50.000 laaggeletterde volwassenen (16-65 jaar). Samen met meer dan veertig partners in de regio Holland Rijnland zetten wij ons in voor het voorkomen en terugdringen van laaggeletterdheid. In 2020 is hiervoor het Regionaal programma integrale aanpak Laaggeletterdheid 2020-2024 Holland Rijnland opgesteld, samen met de subregio's. Daarnaast werd in 2020 de aanbesteding van volwasseneneducatie voorbereid om per 2021 voor een periode van drie jaar de regionale trajecten voor taal-, reken- en digitale vaardigheden (volwasseneneducatie) in te kopen. Door de coronacrisis konden er weinig activiteiten en lessen bij de aanbieders op locatie worden uitgevoerd. De formele aanbieders van de volwasseneneducatie hebben daarom veel online gewerkt met hun deelnemers en Taalhuizen hebben alternatieven gezocht in taalwandelingen en online taalcafés. Holland Rijnland heeft het proces ondersteund en inhoudelijk geadviseerd bij de totstandkoming van het regionaal programma integrale aanpak laaggeletterdheid en de aanbesteding van de volwasseneneducatie. Verder heeft Holland Rijnland de regionale werkgroep Vervolgaanpak laaggeletterdheid getrokken en de subregionale en lokale taalpacten (uitwerking van regionaal programma op subregionaal en lokaal niveau) en de taalhuizen geadviseerd.
Holland Rijnland heeft tevens subsidies aangetrokken en co-financiering georganiseerd voor projecten ouderbetrokkenheid voor laagtaalvaardige ouders.
2.2.3 Vertegenwoordiging en coördinatie jeugdhulpregio
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De impact van de Corona-maatregelen op Jeugd was groot. Met name de eerste maanden na invoering van de maatregelen hebben in het teken gestaan van het omgaan met de gevolgen hiervan en focus om ervoor te zorgen dat de hulpverlening aan jeugdigen gecontinueerd kon worden. Holland Rijnland coördineert en beheert het Transformatiefonds. Door de Corona-maatregelen hebben enkele projecten uit het transformatiefonds enige vertraging opgelopen of zijn verlengd om zo meer inzicht te krijgen in de resultaten, zoals het project Samen Werken aan Veiligheid en de pilot Projectondersteuner jeugd. Om voldoende resultaten te krijgen en ook om een aantal projecten door te laten lopen tot de Inkoop 2022 is in 2020 besloten om de projecten te verlengen in 2021. Dit is ook bedoeld om voldoende input te krijgen voor de maatschappelijke businesscases die in 2019 gestart zijn, in 2020 gevuld zijn met de ervaringen uit de lopende projecten en in 2021 afgerond worden.
21
In 2020 is het transformatieplan herijkt om in te kunnen zetten op de huidige prioriteiten van gemeenten. Hiermee is een deel van de middelen uit het transformatiefonds gekoppeld aan concrete projecten die in 2020 gestart zijn. Op verzoek van de gemeenten zijn de resterende middelen toegekend aan gemeenten met als doel om enerzijds de randvoorwaarden te scheppen voor de zorginhoudelijke transformatie en anderzijds in te zetten op specifieke maatregelen die lokaal of subregionaal prioriteit hebben en bijdragen aan de transformatie van de jeugdhulp. Het Regionaal Beleidsteam Jeugd is in de loop van 2020 opgeheven. Holland Rijnland coördineerde de regionale beleidsopgaven. De deelnemende beleidsmedewerkers zijn, in het kader van de inkoop van de jeugdhulp per 1 januari 2022, trekkers geworden van de zorginhoudelijke segmenten. De regionale beleidsopgaven zijn onderdeel geworden van het takenpakket van de trekkers. Vanwege de prioritering op het inkooptraject was de beschikbaarheid van voldoende gemeentelijke capaciteit om de regionale beleidsopgaven op te pakken een knelpunt. Holland Rijnland heeft in de voorbereiding op de Inkoop 2022 de rol van projectleider vervuld. De gemeenten in Holland Rijnland werken samen om de jeugdhulp verder te transformeren, de kwaliteit te waarborgen en de kosten beheersbaar te houden.
De stijgende uitgaven aan jeugdhulp zetten de financiële positie van gemeenten zwaar onder druk. In 2020 hebben de gemeenten gewerkt aan het opstellen van bezuinigingsmaatregelen om deze kosten te beheersen. Holland Rijnland heeft de gemeenten daarbij ondersteund met procescoördinatie en -ondersteuning.
2.2.4 Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp)
TWO Jeugdhulp maakt als uitvoeringsorganisatie onderdeel uit van Holland Rijnland en realiseert namens de deelnemende gemeenten een adequaat aanbod van goede, passende en tijdige (specialistische) hulp voor jeugdigen en gezinnen in de regio. Voor de uitvoering van het gezamenlijk opdrachtgeverschap via de TWO Jeugdhulp sloten gemeenten een dienstverleningsovereenkomst (DVO) af met Holland Rijnland. De DVO loopt tot 1 januari 2022 bevat afspraken over de diensten die TWO Jeugdhulp levert aan gemeenten. Gemeenten hebben aangegeven de werkzaamheden van de TWO ook na 2022 voort te willen zetten. Inmiddels is het bureau KokxDeVoogd gestart om te onderzoeken op welke manier TWO Jeugdhulp het beste voorgezet kan worden en welke governance daarbij het best passend is. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het jaar 2020 stond voor de TWO in het teken van: • • • •
Corona Voorbereiding Inkoop 2022 Tekorten jeugdhulp en kostenbeheersing Doorontwikkeling TWO Jeugdhulp
Waar de coronamaatregelen in veel sectoren leidden tot minder werk, moest de TWO alle zeilen bijzetten. Op verzoek van de gemeenten werkten wij de landelijke regelingen uit (omzetgarantie voor zorgaanbieders en de meerkostenregeling) en implementeerden wij deze versneld, zorgden wij ervoor dat jeugdhulpaanbieders ingezet konden worden bij de lokale opvang van kwetsbare kinderen en hielden wij zicht op de continuering van de jeugdhulp in deze bijzonder tijd. De TWO ontving als gevolg van Corona veel vragen van jeugdhulpaanbieders. Hier richtten wij een speciale website voor
22
in en rapporteerden wij frequent aan gemeenten over de ontwikkelingen van Corona in relatie tot de jeugdhulp. De verwachting is dat de TWO ook in 2021 extra inzet levert vanwege Corona. Naast Corona ging de aandacht uit naar de voorbereiding op de inkoop van de jeugdhulp. Daarin ondersteunde TWO de gemeenten met kennis en expertise. De focus lag op het verder concretiseren van de doelen uit het Inkoopplan. Middels de inkoop 2022, verdere transformatie van de jeugdhulp en bezuinigingsmaatregelen beogen de gemeenten te komen tot een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelstel. Desalniettemin geldt dat de gemeenten nog onvoldoende perspectief hebben op de gewenste positieve financiële effecten binnen de jeugdhulp. Het jaar 2020 kenmerkte zich dan ook als jaar van oplopende financiële tekorten, een zoektocht naar maatregelen om de kosten te beheersen en de eigen verantwoordelijkheid van de gemeenten daarin. Vanzelfsprekend hielden deze vraagstukken ook de TWO bezig. Centraal stond ook de versterking van de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp: hoe krijgen we beter grip op de kosten? Samen met de gemeenten werkte de TWO aan meer synergie tussen beleid (inhoud door gemeenten) en inkoop (uitvoering door TWO Jeugdhulp).
Zo startte er een traject om gemeentelijke accountmanagement richting jeugdhulpaanbieders vorm te geven, naast het reeds bestaande contractmanagement door TWO Jeugdhulp. In zijn algemeenheid is in 2020 een doorontwikkeling van de TWO ingezet: van tijdelijke pioniersorganisatie naar een structurele beheersorganisatie met een aantal heldere kerntaken, te weten: • • • •
inkoop & contractmanagement; advies & ondersteuning; monitoring; ondersteunende taken op het gebied van financiën, administratieve processen en de servicedesk.
Naast de grote thema’s van corona, doorontwikkeling van de TWO, inkoop 2022 en kostenbeheersing gaf de TWO in 2020 ook uitvoering aan de volgende zaken: • Data gedreven werken: in 2020 leverde TWO, naast de reguliere halfjaarrapportages over de jeugdhulp, een dashboard voor gemeenten op. Dit dashboard bevat managementinformatie en wordt binnenkort uitgebreid met een prognosemodel. Intern is in 2020 binnen TWO ingezet op data gedreven contractmanagement richting aanbieders. • Financiën: Op het gebied van financiën ging de aandacht uit naar het opstellen en de besluitvorming rond de Herziene Begroting Jeugdhulp 2020, Begroting Jeugdhulp 2021, uitwerken bezuinigingsvoorstellen, de Meerjarenbegroting Jeugdhulp en de Verantwoording en afrekening Jeugdhulp 2019. • Contractering: de belangrijkste activiteiten waren het voeren van het contractmanagement met de jeugdhulpaanbieders, het vaststellen van de tarieven en de maximale bestedingsruimten voor de jeugdhulpaanbieders en het actualiseren van de overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders. • Administratieve ondersteuning: in 2020 voerde de TWO extra administratieve taken uit, zoals implementatie van de Beschikbaarheidswijzer van jeugdhulp, financieel-administratieve afhandeling Nee Tenzij-regeling en extra monitoring naar aanleiding van de gewijzigde kaders voor begeleiding.
23
2.2.5 Uitvoering jeugdbeschermingstafel
Jeugdbeschermingstafel De Jeugdbeschermingstafel Holland Rijnland wordt ingezet als betrokken professionals zich zorgen maken over een ontwikkelingsbedreiging van een kind onder de 18 jaar. Aan de Jeugdbeschermingstafel (JBT) wordt gesproken met gezinnen waarin het opvoedklimaat onveilig is of waarbij anderszins sprake is van een bedreigde ontwikkeling bij één of meerdere kinderen in het gezin. Dit gebeurt nadat de JBT een verzoek tot onderzoek (VOT) heeft ontvangen. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2020 zijn er 198 VTO’s (Verzoek tot onderzoek) behandeld vanuit meer dan 10 verschillende organisaties. Dat is een stijging ten opzichte van 2019 met 179 behandelde VTO's. De meeste meldingen zijn gedaan door het Jeugd en Gezinsteam (JGT, 75) en Veilig Thuis (VT, 54). In totaal zijn er 202 VTO’s ingediend in 2020, waarvan er nog 14 VTO’s in 2021 behandeld zullen worden. Los van de reguliere meldingen worden aan de JBT ook de uitgestelde raadsonderzoeken geëvalueerd. • In totaal zijn er in totaal 43 zaken besproken aan de JBT waarbij er sprake was van een evaluatie. Vanwege de overlapping 2019/2020 en 2020/2021 is hieronder verder uitgeschreven hoe deze cijfers geïnterpreteerd moeten worden. • Aan het einde van het jaar 2019 waren er 6 raadsonderzoeken uitgesteld, die in 2020 zijn geëvalueerd.
Van deze 6 uitgestelde raadsonderzoeken zijn er 5 afgeschaald naar vrijwillige hulpverlening en is er 1 zaak doorgezet naar de RvdK voor onderzoek. • In 2020 zijn er tevens 37 VTO’s besproken aan de JBT waarbij tot een uitgesteld raadsonderzoek is besloten. Van deze 37 VTO’s zijn er reeds 19 geëvalueerd in 2020, waarvan 11 zaken zijn afgeschaald naar de vrijwillige hulpverlening en 8 alsnog door de RvdK in onderzoek zijn genomen. De overige 18 zaken die reeds besproken zijn (en niet in onderzoek zijn genomen) in 2020 worden in 2021 geëvalueerd. Ook bij de JBT was corona van invloed op het werk. Een deel van de tafels is digitaal gedaan. Al snel bleek dat het werk van de JBT zich hier minder goed voor leent. Daarom zijn er extra maatregelen getroffen zodat de tafels fysiek doorgang konden vinden.
2.2.6 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL)
Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs en moeten de kans krijgen zich te ontwikkelen om een positieve basis te leggen voor hun toekomst. Door zich te ontplooien en onderwijs te volgen, worden zij toegerust om deel te nemen aan de samenleving en vergroten zij de kans op een arbeidsplek die aansluit bij hun talenten en interesses. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het RBL voert voor elf gemeenten in de regio de leerplicht en RMC-taken uit. Het regionaal uitvoeren van deze taken heeft vele voordelen, zoals eenduidig beleid, een hogere kwaliteit, efficiency en schaalvoordelen. Daarnaast is het makkelijk samenwerken met andere regionaal georganiseerde partners zoals scholen. De missie van het RBL is het waarborgen van het recht op onderwijs voor 5- tot 23-jarigen. Deze missie komt als hoofddoelstelling terug in het ‘’Beleidsplan Leerplicht en RMC 2018-2022’’ dat gemeenten hebben vastgesteld: alle jongeren tussen de 5 en 23 jaar die daartoe in staat zijn, volgen
24
onderwijs tot zij een startkwalificatie hebben behaald. Wanneer het recht op onderwijs in het gedrang komt – bijvoorbeeld door een gebrek aan aanbod – heeft het RBL een belangrijke signaalfunctie. Het RBL heeft deze missie verder uitgewerkt in drie concrete doelstellingen: • We gaan voor minder schoolverzuim: we zoeken de best passende oplossing als schoolgang niet lukt en richten ons op het tegengaan van verzuimrecidive. • We gaan voor minder thuiszitten: in de breedste zin van het woord: ook bij langdurig geoorloofde afwezigheid zoeken wij mogelijkheden voor onderwijs. • We gaan voor minder voortijdig schooluitval: ons doel is dat elke jongere die het kan, een startkwalificatie behaalt. Als dit echt niet lukt, gaan we voor een zinvolle dagbesteding, in nauwe samenwerking met netwerkpartners. In haar eigen jaarverslag over schooljaar 2019/2020 rapporteert het RBL uitgebreid over haar taken en geboekte resultaten voor wat betreft bovenstaande doelstellingen. NB link leggen
2.2.7 Wat heeft dat gekost Domein 2 Maatschappij en Jeugd
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
922.318
2.590.533
3.512.851
2.646.495
866.356
Kosten werkorganisatie
3.416.270
-324.268
3.092.002
3.025.952
66.050
Lasten
4.338.588
2.266.265
6.604.853
5.672.447
932.406
Directe baten
-832.686
-1.726.011
-2.558.697
-2.630.305
71.608
-
-
-
-
-
Baten
-832.686
-1.726.011
-2.558.697
-2.630.305
71.608
Saldo van baten en lasten
3.505.902
540.254
4.046.156
3.042.143
1.004.013
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-753.428
-753.428
-753.428
0
Saldo reserveringen
-
-753.428
-753.428
-753.428
0
3.505.902
-213.174
3.292.728
2.288.715
1.004.013
Directe kosten
Bijdragen gemeenten
Resultaat Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO) TWO Overhead (TWO specifiek) Saldo TWO inclusief overhead
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
2.028.999
-477.681
1.551.318
1.476.777
74.541
0
520.808
520.808
521.492
-684
2.028.999
43.127
2.072.126
1.998.269
73.857
Op het programma Maatschappij en Jeugd is een positief resultaat van €1.004.013 inclusief het overschot van €73.857 voor het onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. - Overschot op (vooral) ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO van €73.857
25
Binnen onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp) is sprake van een overschot van €73.857 (dit is een combinatie van €74.541 uit programma maatschappij en jeugd en -/- €684 uit programma Organisatie en samenwerking). In het besluit bij de jaarrekening wordt voorgesteld dit over te hevelen naar 2021 omdat deze middelen bedoeld zijn om in 2021 de inkoop 2022 en de versterking van de bedrijfsvoering van TWO te bekostigen. Dit traject is gestart in 2020. Eerder is van 2019 naar 2020 een bedrag van €61.094 overgeheveld. Het zwaartepunt van deze twee speerpunten ligt immers, conform de afspraken met gemeenten, in 2021. - Overschot op het Transformatiefonds Jeugd van €524.662 In de TURAP is een deel van het budget van het Transformatiefonds, dat door het Rijk aan de jeugdregio Holland Rijnland is toegekend, in 2020 aan de bestemmingsreserve onttrokken. Doordat een deel van de kosten begin 2021 gemaakt zal worden, bleek de inschatting van de uitgaven hoger te zijn dan de daadwerkelijke realisatie. Een aantal projecten uit het Transformatieplan is verlengd tot het moment dat nieuwe overeenkomsten jeugdhulp ingaan (Inkoop Jeugdhulp 2022) en de realisatie van deze kosten valt zodoende ook in 2021.
- Regionale samenwerkingsagenda jeugd €91.237 De gemeenten hebben financieel bijgedragen aan het werkbudget van de Regionale Werkagenda Jeugd 2020 om regionale beleidsopgaven uit te voeren. Een verschuiving van prioriteiten door de focus op de Inkoop 2022 en minder uitgebreid uitgevoerde activiteiten door corona zorgen voor dit overschot. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 voor een deel de kosten van de (beleids)opgaven in het Jaarplan Jeugdhulp 2021 (voorheen Regionale Werkagenda) te bekostigen. - Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmark €100.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. Een woonagenda heeft een relatie met ruimte en maatschappij. Daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aanhet overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000. Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het coronavirus.
Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het Programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten grotendeels door naar het eerste deel van 2021. - overschot Regionaal Bureau Leerplicht van €190.000 Door Corona werden opleidingen uitgesteld (€30.000) en reis- en verblijfskosten niet gemaakt (€10.000). Ook werden scholen gesloten en was er een korte periode sprake van minder contact met onze doelgroep. Dat maakte dat wij incidenteel terughoudend konden zijn met het volledig invullen van vacatureruimte, vervanging bij zwangerschapsverlof en vervanging bij detachering (€40.000).
26
Een andere belangrijke verklaring van bovengenoemd overschot (circa €80.000) is het gevolg van de indexering van de RMC subsidie. Er was aanvankelijk een bedrag aan RMC subsidie begroot van ruim €810.000. Bij de TURAP is dat verhoogd naar €875.000. Vervolgens is de daadwerkelijke subsidie uitgekomen op €916.000. De indexatie gebeurt nu dubbel. Een indexering vanuit gemeenten en vanuit het rijk. Dit wordt m.i.v. 2022 rechtgetrokken .
27
2.3 Strategisch positioneren 2.3.1 Cofinanciering
In 2016 heeft het Algemeen Bestuur ingestemd met het Cofinancieringsfonds Holland Rijnland. Het fonds is bedoeld voor bovengemeentelijke initiatieven uit de regio die een innovatief karakter hebben en een bijdrage leveren aan de Regionale Agenda van Holland Rijnland. Vanaf de instelling van het fonds heeft het Dagelijks bestuur van Holland Rijnland met advies van het Portefeuillehoudersoverleg besloten om aan een groot aantal initiatieven een financiële bijdrage te verstrekken. De bijdrage kan binnen een bepaald jaar worden uitgekeerd, maar loopt soms ook over meerder jaren. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2020 is o.a. het project Kracht van de verbinding voor het stimuleren van de aansluiting onderwijsarbeidsmarkt in de Duin-en Bollenstreek gehonoreerd en is een project van de Hogeschool Leiden op het terrein van biodiversiteit gestart. In dit project wordt de steeds toenemende overlast van de exoot rode rivierkreeft betrokken. Naast het werven van nieuwe projecten, monitort Holland Rijnland de voortgang van lopende projecten en zorgt dat verantwoording wordt afgelegd.
2.3.2 Wat heeft dat gekost? Domein 3 Strategisch positioneren
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
282.421
0
282.421
151.000
131.421
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Directe baten
-
-
-
-
-
Bijdragen gemeenten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Directe kosten Kosten werkorganisatie Lasten
Saldo van baten en lasten
Resultaat
In 2020 is een bedrag van €151.000 uitgegeven. Voor de specificatie hiervan wordt verwezen naar paragraaf 6.1.
28
2.4 Organisatie en samenwerking 2.4.1 Overhead
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) wordt overhead gedefinieerd als "alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces". Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Als het personeel betreft, behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead: • • • • •
Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch) Control, informatie- en beveiligingsbeleid Interne en externe communicatie Bestuurszaken en bestuursondersteuning Documentatie en informatieverstrekking (DIV) (inclusief expertiseontwikkeling en advies over de procesinrichting) • Managementondersteuning primair proces Binnen het programma zijn onder meer bestuurlijke overleggen gefaciliteerd, Themacafés en regiomidddagen georganiseerd en is een slag gemaakt in de verbetering van de P&C-cyclus. Een manager of leidinggevende drukt volledig op het programma Overhead, ongeacht of deze voor een deel van zijn tijd ook inhoudelijke taken vervuld. Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen. Andere overheadtaken, zoals HRM en ICT, voert Servicepunt71 uit. De bijdrage aan Servicepunt71 voor het leveren van de bedrijfsvoering wordt eveneens weergegeven in dit programma. Naast deze behoren ook tot de overhead: • de kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; • de verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • de bijdrage aan een verbonden partij, voor zover deze verbonden partij werkzaam is voor het taakveld 0.4 Overhead.
2.4.2 Frictie- en transitiekosten
Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Met de herprofilering van de organisatie in 2016 werden tien medewerkers boventallig. In 2020 betrof het nog twee medewerkers, één voor parttime salariskosten voor een gedeelte van het jaar en de andere alleen voor een gering bedrag aan ABP-premies, waaraan wij al vanaf 2015 contractueel gebonden zijn. Er is voor de laatste medewerker, die nog salaris ontving een passende oplossing gevonden met in achtneming van de CAR/UWO en het Sociaal Plan. Totaal ging het om 36.000, - euro aan frictiekosten.
2.4.3 Wat heeft dat gekost? Domein 4 Organisatie en samenwerking Directe kosten Kosten werkorganisatie
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
190.934
-11.392
179.542
154.884
24.658
2.139.666
750.575
2.890.241
2.959.589
-69.348
29
Domein 4 Organisatie en samenwerking
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Lasten
2.330.600
739.183
3.069.783
3.114.473
-44.690
Directe baten
-
-
-
-15.055
15.055
Bijdragen gemeenten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-15.055
15.055
2.330.600
739.183
3.069.783
3.099.418
-29.635
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-
-
-
-
-
2.330.600
739.183
3.069.783
3.099.418
-29.635
Saldo van baten en lasten
Resultaat
We hebben bij de TURAP een bedrag van €50.000 extra budget toegevoegd voor onder andere de extra kosten AO/IC. Ook hebben we hier een tegemoetkoming in de kosten van SP71 gekregen, maar per saldo is nog steeds meer uitgegeven dan we aan budget hadden.
30
2.5 Algemene dekkingsmiddelen
De middelen die Holland Rijnland ontvangt vanuit de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in het programma Algemene Dekkingsmiddelen. De bijdrage van de gemeenten bestaan uit: • Een regulier deel; • De bijdrage voor de TWO Jeugdhulp; • De bijdrage voor frictie- en transitie. Overige inkomsten van bijvoorbeeld de provincie of de bijdrage voor het RIF, zijn opgenomen in de desbetreffende paragraaf van de jaarstukken. Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Directe kosten
-
-
-
-
-
Kosten werkorganisatie
-
-
-
-
-
Lasten
-
-
-
-
-
Directe baten
-
-
-
-
-
Bijdragen gemeenten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Baten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Saldo van baten en lasten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-131.094
-131.094
-131.094
0
Saldo reserveringen
-
-131.094
-131.094
-131.094
0
-8.065.805
-296.094
-8.361.899
-8.361.902
3
Resultaat
31
32
3 Jaarverslag Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De deelnemende gemeenten zijn op grond van de gemeenschappelijke regeling geheel gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit betekent dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft te hebben (zie kader). Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft wel een algemene reserve die eventueel kan worden ingezet bij eventuele risico's die zich voordoen. De deelnemende gemeenten worden minimaal driemaal per jaar geïnformeerd over het verloop van de begroting van Holland Rijnland door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde wordt het AB door het DB geïnformeerd over tussentijdse wijzigingen. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. De gemeenten worden in staat geacht op basis van deze informatie voldoende voorzieningen in de eigen begroting te treffen. Deze eventuele risico’s kunnen betrokken worden in het geheel van de door de gemeente gelopen risico’s. Uit dit oogpunt is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
Risico’s Onder risico's worden verstaan alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
Risico’s uit reguliere bedrijfsvoering Elke organisatie kent risico’s uit reguliere bedrijfsvoering, zo ook Holland Rijnland. Oorzaken hiervan kunnen gelegen zijn in onder meer: • Automatisering / datalek • Aanbestedingsprocedure Er zijn processen ingericht om deze risico’s zoveel als mogelijk te beperken. De maximale omvang van eventueel optredende risico’s worden geraamd op € 100.000 (afgerond), zijnde 1% van de begrote lasten.
33
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Jaarverslag Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Jaarrekening 2019
Begroting 2020
Jaarrekening 2020
Netto schuldquote
-19,7%
-8,2%
-17,1%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-19,7%
-8,2%
-17,1%
Solvabiliteitsratio
4,9%
1,5%
5,7%
Structurele exploitatieruimte
3,9%
0,3%
3,4%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft aan in welke mate de schuldenlast van een organisatie een risico kan vormen voor de financiële positie. Dit wordt berekend door de schulden te verminderen met de vorderingen en dit te delen door de omzet van een bepaald jaar. Als bijvoorbeeld de netto schuldquote 100% is, betekent dit dat het totaal aan schulden minus vorderingen gelijk is aan de jaarlijkse omzet van de organisatie. Dit kan een risico vormen voor de organisatie doordat een stijging van de rente bij een hoge schuldquote een groot effect kan hebben op de rentelasten binnen de exploitatie. Voor de jaarrekening 2020 geldt zelfs een negatieve netto schuldquote. Dit betekent dat het totaal van de vorderingen hoger is dan het totaal van de schulden. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen houdt ook nog rekening met leningen die de organisatie aan derden uitgegeven heeft. Omdat Holland Rijnland geen leningen uitgeeft is dit gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het balanstotaal. Aan dit percentage valt dus af te lezen welk aandeel van de bezittingen van de organisatie is gefinancierd met eigen vermogen. De rest is gefinancierd met leningen. Aangezien Holland Rijnland reserves van beperkte omvang heeft, is de solvabiliteitsratio zeer laag.
Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte is een indicator om aan te geven hoeveel ruimte er structureel beschikbaar is in de begroting. Dit wordt berekend door het saldo van structurele baten en lasten te delen door de totale baten. Hoe hoger dit kengetal is, hoe meer ruimte er beschikbaar is om de begroting bij te sturen als dat nodig is. Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er meerjarig geen sprake van exploitatieruimte. Wel kan het voorkomen dat in een jaar in de realisatie een resultaat wordt behaald zodat er sprake is van enige structurele exploitatieruimte bij de jaarrekening. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet.
34
Normering Kengetallen:
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
30% < > 50%
< 30%
Structurele exploitatieruimte
> 0,6%
0% > < 0,6%
0%
3.2 Financiering
Inleiding In de paragraaf financiering lichten we de ontwikkelingen en beleidskeuzes toe voor 2020 in een onderdeel "algemene ontwikkelingen" en een onderdeel "ontwikkelingen Holland Rijnland". Onder de "algemene ontwikkelingen" komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen van de weten regelgeving aan de orde. De "ontwikkelingen Holland Rijnland" richten zich specifiek op de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van Holland Rijnland. Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen De gemiddelde kapitaalmarktrente (= langlopende financiering) voor rentevaste en lineaire leningen met een looptijd van twintig jaar is over 2020 uitgekomen op 0,41%. In 2019 was de gemiddelde rente 0,78%. De rente laat in de eerste maanden van 2020 een daling zien. In maart stijgt de rente sterk als gevolg van de start van de Coronacrisis. In de maanden na maart daalt de rente naar wederom een zeer laag niveau.
De rente op de geldmarkt (= kortlopende financiering) wordt voornamelijk bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB gebruikt de rentestand om te sturen op de inflatie. Het belangrijkste tarief van de ECB is de herfinancieringsrente. De herfinancieringsrente is in 2020 niet aangepast (0%). De depositorente die de ECB hanteert is voor de geldmarkt de ondergrens. De depositorente is in 2020 niet aangepast (-0,5%), met als gevolg lage rentetarieven op (kas)geldleningen met een korte looptijd.
35
Ontwikkelingen Holland Rijnland Beleidsverantwoording treasury De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de veertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht in de maand december van het lopende begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Het rekeningresultaat wordt verrekend met de algemene reserve tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgegeven naar de betreffende instanties. De treasury-functie binnen Holland Rijnland dient uitsluitend de publieke taak. Holland Rijnland heeft momenteel geen externe langlopende en kortlopende financieringmiddelen in portefeuille. Wel heeft Holland Rijnland een beperkte kredietfaciliteit op de rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Eventuele positieve saldi op de rekening courant worden afgestort in 's Rijks Schatkist. Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze kasgeldlimiet in 2020 weergegeven: Gemiddelde netto vlottende schuld
Kasgeldlimiet
Ruimte (=+) of Overschrijding
eerste kwartaal 2019
-51.650.093
808.911
52.459.004
tweede kwartaal 2019
-56.406.232
808.911
57.215.143
derde kwartaal 2019
-66.474.930
808.911
67.283.841
vierde kwartaal 2019
-64.932.437
808.911
65.741.348
Omschrijving
In 2020 overschreden we de kasgeldlimiet niet. Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze renterisiconorm in 2020 weergegeven: Omschrijving Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen) Ruimte onder renterisiconorm
36
2019
2020
10.016.817
9.864.768
20%
20%
2.003.363
1.972.954
0
0
2.003.363
1.972.954
Holland Rijnland heeft geen lopende langlopende leningen. Als gevolg hiervan loopt Holland Rijnland geen renterisico op herfinancieringen en voldoen we aan de renterisiconorm. Schatkistbankieren Gedurende 2020 zijn de overtollige middelen afgestort in 's Rijks schatkist om binnen de gestelde doelmatigheidsdrempel te blijven. Conform de vereisten in het BBV (art 52c) is in de toelichting op de balans het drempelbedrag vermeld en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Holland Rijnland buiten ’s Rijks schatkist heeft aangehouden.
3.3 Bedrijfsvoering
Organisatie Holland Rijnland De organisatie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen): • Strategische eenheid • Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) • Bedrijfsbureau (inclusief Urgentiecommissie, Verkeersveiligheid, Regiotaxi en DIV) • TWO Jeugdhulp De bedrijfsvoeringstaken ICT, HRM, facilitaire zaken, financiën, juridische zaken en inkoop worden uitgevoerd door Servicepunt 71. De leiding van de organisatie ligt bij de secretaris-directeur. Concerncontrol adviseert de secretarisdirecteur maar is een zelfstandige functie die uit de lijnorganisatie is gehaald vanwege de onafhankelijke positie die gewenst is ten opzichte van de lijnorganisatieonderdelen.
Personele zaken Organisatieontwikkeling staat nog steeds hoog op de agenda. Het in 2017 vastgestelde opleidingsbeleid wordt vertaald in per jaar opgestelde opleidingsplannen. Verplichte opleidingen zoals voor de leerplichtambtenaren en de medewerkers in de bedrijfshulpverlening vormen een belangrijk onderdeel daarvan. Daarnaast wordt ruimte geboden aan individuele ontwikkelwensen. Van het beschikbare opleidingsbudget is in 2020 veel minder dan wat er voor budget aan beschikbaar is besteed. Dit komt mede door Corona.
37
Het ziekteverzuimcijfer is gedaald van 4,5% in 2019 naar 3,3% in 2020 en blijft daarmee onder het gemiddelde van 4,8% bij de overheid of in gemeenten. De daling is te verklaren door een lager aantal meldingen en een gemiddeld korter verzuim. Het vele thuiswerken door corona heeft hier aan bijgedragen en het thuiswerken zal ook na corona blijvend worden gestimuleerd. Vanaf september nam het verzuim weer wat toe, maar dat is vewerkt in bovenstaande percentages. Beleidsindicatoren Als gevolg van de BBV-wijzigingen zijn met ingang van 1 januari 2018 beleidsindicatoren worden opgenomen. Met deze beleidsindicatoren is het via de website 'waarstaatjegemeente.nl' beter mogelijk de resultaten van de gemeentenonderling te vergelijken. Van deze indicatoren vallen er een aantal onder het hoofdtaakveld Bestuur en Organisatie. Omdat het voornamelijk overhead-gerelateerde indicatoren betreft, worden ze in deze paragraaf opgenomen. Het betreft de volgende indicatoren: Holland Rijnland Begroting 2020
Periode
Holland Rijnland Jaarrekening 2020
Beleidsindicator
Eenheid
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2020
0,09
0,12
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2020
0,10
0,12
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2020
€ 11,38
€ 13,16
Externe inhuur
Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur
2020
17,5%
24,3%
Overhead
% van de totale lasten
2020
23,4%
18,2%
38
3.4 Vennootschapsbelasting
Holland Rijnland is niet Vennnootschapsbelasting(Vpb) -plichtig voor het jaar 2020. Voor de activiteiten rond jeugdhulp, leerplicht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming, waardoor geen sprake is van Vpb-plicht. Bij de activiteit Collectief Vraagafhankelijk Vervoer kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland.
3.5 Heffingen en Leges
Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het gaat om een bedrag van € 65 per aanvraag voor een urgentie of een stadvernieuwingsurgentie. In 2020 is een bedrag van circa € 30.848 aan leges ontvangen. Begroot was een bedrag van €35.455. De onkosten voor het programma Overige uitvoerende taken, woonruimteverdeling onderdeel urgentieverlening worden vooral gedekt uit de reguliere bijdrage van alle deelnemende gemeenten.
3.6 Onvoorzien
De verplichting conform artikel 28b van de BBV een post onvoorzien op te nemen, is niet op Holland Rijnland van toepassing. In artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland is bepaald dat deelnemende gemeenten er steeds zorg voor dragen dat Holland Rijnland te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
39
40
4 Jaarrekening 2020
41
4.1 Balans en toelichting op de balans ACTIVA
31-12-2019
31-12-2020
VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa - Overige investeringen met een economisch nut
0
0
88.824
65.485
88.824
Financiële vaste activa
65.485
0
- Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar
0
Totaal vaste activa
0 0
88.824
65.485
0
0
57.224.796
53.952.482
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige vorderingen
61.210
328.716
57.162.589
53.612.586
996
11.180
Liquide middelen
877.488
- Kassaldi - Bank- en girosaldi
329.577
0
0
877.488
329.577
Overlopende activa
316.857
379.732
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
236.244
348.875
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
80.613
30.856
Totaal vlottende activa
58.419.140
54.661.791
Totaal generaal
58.507.964
54.727.276
42
PASSIVA
31-12-2019
31-12-2020
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen
2.860.648
3.104.867
- Algemene reserve
232.471
200.000
- Bestemmingsreserves
451.423
1.396.997
2.176.753
1.507.871
- Nog te bestemmen resultaat / Af te rekenen met de gemeenten
Voorzieningen
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar
0
0
2.860.648
3.104.867
18.482.974
11.891.195
Totaal vaste passiva VLOTTENDE PASSIVA
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Kasgeldleningen
0
0
- Overige schulden
18.482.974
11.891.195
Overlopende passiva
37.164.342
39.731.214
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
761.665
561.293
- De van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
35.194.559
38.669.920
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
1.208.118
500.000
Totaal vlottende passiva
55.647.317
51.622.410
Totaal generaal
58.507.964
54.727.276
- Gewaarborgde geldleningen
0
0
- Garantstellingen
0
0
43
4.1.1 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening 2020 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. De programma's va de begroting zijn in 2020 ten opzichte van 2021 gewijzigd. De reden is dat er in 2019 nog gewerkt werd met de inhoudelijke agenda en in 2020 met de regionale agenda. De P&C producten zijn daarop aangepast. Het effect is dat het vergelijken van de cijfers van 2020 met die van 2019 in een aantal gevallen niet mogelijk is. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor aanvullende informatie over de waardering van de activa zie hieronder bij ’Overige investeringen met economisch nut’. Baten en Lasten De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben.
Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Kassiersfunctie Jeugdzorg Holland Rijnland verzorgt namens twaalf van de dertien gemeenten de inkoop van de jeugdzorg en de daaruit voortvloeiende betalingen aan de zorgaanbieders. Hiervoor betalen de gemeenten voorschotten aan Holland Rijnland. Basis hiervoor zijn mandaten van de twaalf colleges aan Holland Rijnland. Daarnaast hebben de twaalf colleges en Holland Rijnland een dienstverleningsovereenkomst gesloten. Uitvoering is voor rekening en risico van de gemeenten. Holland Rijnland vervult uitsluitend een kassiersfunctie. Hiervoor heeft Holland Rijnland één bankrekening bij de BNG en één bij de schatkist geopend. Deze zijn in de balans opgenomen. De per 31 december 2020 op kasbasis resterende voorschotten aan zorgaanbieders en ontvangen voorschotten van gemeenten zijn eveneens in de balans opgenomen. Zie respectievelijk de overlopende activa en overlopende passiva.
Pensioenen Holland Rijnland waardeert de pensioenverplichtingen volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last verantwoord. De pensioenen van de werknemers van Holland Rijnland zijn ondergebracht bij het ABP (bedrijfstakpensioenfonds).
44
Vennootschapsbelasting Holland Rijnland is niet Vpb-plichtig voor het jaar 2020. Voor de activiteiten jeugdhulp, Regionaal Bureau Leerplicht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming. Hierdoor is er geen sprake van Vpb-plicht. Bij de activiteit collectief vervoer kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is er dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland.
4.1.2 Toelichting op de balans Toelichting op de activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met de gedane afschrijvingen en eventuele investeringsbijdragen. De investeringen worden geactiveerd inclusief BTW, omdat de BTW voor Holland Rijnland een onderdeel van de kosten vormt. Op basis van artikel 7 van de financiële verordening van Holland Rijnland over het waarderings- en afschrijvingsbeleid van de vaste activa wordt de afschrijvingstermijn bepaald. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden, te beginnen in het jaar na aanschaf, lineair afgeschreven, afhankelijk van de economische levensduur, in maximaal: • 10 jaar voor telefooninstallaties, bekabeling en meubilair; • 5 jaar voor automatiseringsapparatuur; • 5 jaar voor software met een verkrijgingprijs van groter dan € 1.500. De afschrijving van de niet genoemde soorten investeringen wordt afgestemd op de verwachte economische levensduur. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- Overige investeringen met een economisch nut
88.824
65.485
Totaal materiele vaste activa
88.824
65.485
Materiele vaste activa
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de overige investeringen met een economisch nut. Bijdragen Boekwaarde DesAfvan 31-12-2019 Investeringen investeringen schrijvingen derden
AfBoekwaarde waarderingen 31-12-2020
ICT verhuizing 2016
29.821
0
0
14.910
0
0
14.911
Meubilair 2016
59.002
0
0
8.429
0
0
50.574
Totaal
88.824
0
0
23.339
0
0
65.485
45
Er zijn geen investeringen gedaan in 2020.
46
Vlottende activa • Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
61.210
328.716
57.162.589
53.612.586
996
11.180
0
0
57.224.796
53.952.482
- Overige vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist - Debiteuren algemeen - Nog te ontvangen bedragen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
• Schatkistbankieren Conform de wet FIDO is Holland Rijnland verplicht om overtollige middelen, boven de doelmatigheidsdrempel, aan te houden in 's Rijks Schatkist. Voor 2020 bedraagt de doelmatigheidsdrempel € 250.000 (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden). De middelen die, in het kader van de doelmatigheidsdrempel, buiten 's Rijks Schatkist zijn gehouden zijn: Middelen buiten 's Rijks Schatkist
Holland Rijnland
TWO Jeugdhulp
HR inclusief TWO Jeugdhulp
Kwartaal 1
44.098
800.085
844.183
Kwartaal 2
155.567
799.993
955.560
Kwartaal 3
23.260
799.995
823.256
Kwartaal 4
10.645
799.815
810.460
Op basis van een berekening gebaseerd op de middelen van Holland Rijnland kan worden geconcludeerd dat over 2020 de doelmatigheidsdrempel niet is overschreden,. Holland Rijnland heeft echter ook een kassiersfunctie ten aanzien van de TWO Jeugdhulp. Als de middelen van de TWO Jeugdhulp worden meegenomen in de berekening, dan is er wel een overschrijding van de doelmatigheidsdrempel. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat het drempelbedrag, dat is gebaseerd op het begrotingstotaal, ongewijzigd blijft. Dit komt omdat de baten en lasten van de TWO Jeughulp geen onderdeel zijn van het begrotingstotaal van Holland Rijnland, terwijl de middelen die op de rekeningcourant worden aangehouden voor het uitvoering van het betalingsverkeer wel worden meegenomen in de berekening. Het is niet efficiënt om een lager saldo aan middelen aan te houden op de rekeningcourant van de TWO Jeughulp voor het uitvoeren van het betalingsverkeer. Daarom is hier niet voor gekozen. • Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.