CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept besluitenlijst PHO Bestuur en Middelen 18 november 2020 (Agendabundel, met link naar besluitenlijst)

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 1 april 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Mededelingen, rondvragen (incl. Corona-actualiteiten) en regionale aangelegenheden26.209 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel van de HRL_Portefeuillehoudersoverleg Bestuur & Middelen van 24 maart 2021

01 02

Opening en vaststelling agenda Verslag vorige vergadering Beslispunt: Het verslag van de vorige vergadering vast te stellen. 02 Besluitenlijst_HRL_Portefeuillehoudersoverleg_Bestuur_&_Middelen_18_november_2020.pdf

03

Concept jaarrekening 2020 Beslispunten: Het Dagelijks Bestuur te adviseren om de concept jaarrekening 2020 ter vaststelling aan te bieden aan het Algemeen Bestuur en daarbij het volgende resultaat, bestedingen en dekkingen voor te stellen: Beslispunten: 1.De jaarstukken 2020 van Holland Rijnland vast te stellen; 2.Kennis te nemen van de verklaring en het verslag van de accountant; nog niet aanwezig 3.Het resultaat van de jaarrekening vóór bestemming vast te stellen op € 1.434.013,- (voordelig) voor het onderdeel Holland Rijnland reguliere taken; 4.Het resultaat van het onderdeel TWO Jeugdhulp vast te stellen op € 73.857,- (voordelig); 5.Het gezamenlijk resultaat vast te stellen op € 1.507.871,- (voordelig); 6.In te stemmen met het toevoegen van € 131.421,- aan de reserve Cofinanciering; 7.In te stemmen met het onttrekken van € 9.176,- aan de reserve RBL en € 11.085,- aan de reserve onderwijsarbeidsmarkt; 8.In te stemmen met de onttrekking aan de reserve energieakkoord van € 188.252,-; 9.In te stemmen met de toevoeging van € 50.000,- aan de algemene reserve; 10.In te stemmen met de budgetoverheveling TWO van € 74.758,-; 11.In te stemmen met de budgetoverheveling van het restant ‘Thuiszitters’ van € 34.944; 12.In te stemmen met de budgetoverheveling van € 100.000,- voor ruimte en wonen; 13.In te stemmen met het storten van € 524.662,- in de reserve Transformatiefonds Jeugd;

14.In te stemmen met het storten van € 91.237,- in de reserve werkagenda jeugdhulp; 15.In te stemmen met de budgetoverheveling bedrijvenstrategie van € 20.000,-; 16.In te stemmen met het verrekenen van het resultaat van € 313.939,- conform bijgaande verdeelstaat deelnemende gemeenten. 03 PHO voorstel jaarrekening 2020.pdf 03a Jaarstukken 2020 versie PHO.pdf

04

Concept begroting 2022 Beslispunt: Het Dagelijks Bestuur te adviseren om aan het Algemeen Bestuur voor te stellen de bijgaande begroting 2021 vast te stellen. 04 PHO-voorstel concept begroting 2022.pdf 04a concept Begroting 2022 versie PHO maart 2021.pdf

05

Rondvraag en sluiting

02 Verslag vorige vergadering 1 02 Besluitenlijst_HRL_Portefeuillehoudersoverleg_Bestuur_&_Middelen_18_november_2020.pdf

Besluitenlijst HRL_Portefeuillehoudersoverleg Bestuur & Middelen Datum Tijd

18-11-2020 8:30 - 9:30

Locatie Voorzitter Toelichting

Microsoft Teams Emile Jaensch

01

Opening en vaststelling agenda Besluit Akkoord Toelichting Aanwezig: Jaensch (vz), Van Velzen, de Gans, van der Wereld Verkerk, Huizing, Dirkse, Binnendijk, de Jong, van der Zwet, Ingwersen, Cramwinckel, van Helden, Volten, Bakker (secr dir), Nijbroek (controller), de Haan-Hoek (verslag)

02

Verslag vorige reguliere vergadering Beslispunt: Het verslag van de vorige vergadering vast te stellen. Besluit Akkoord

03

Evaluatie Regionaal Investeringsfonds (RIF) Vanuit het Algemeen Bestuur is er behoefte aan meer inzicht in de voortgang van de projecten uit het Regionaal Investeringsfonds. In bijgaande tussentijdse rapportage is beknopt de stand van zaken van de vijf RIF projecten aangegeven, waarbij primair ingezoomd is op de inhoud: Waar staan we? Ook is duidelijk gemaakt wat er aan de op dit moment lopende projecten is uitgegeven en wat er nog aan uitgegeven zal worden. Beslispunt: Het Dagelijks Bestuur te adviseren over de conclusies en de gevraagde besluiten van het AB zoals die zijn geformuleerd in de rapportage. Besluit De portefeuillehouder zal naar aanleiding van deze bespreking in het DB het volgende voorleggen. De opties: 1. Zijn er binnen het RIF nog tegenvallers die om aanvulling vragen? Is dat niet zo, dan eerst teruggeven, of 2. Een nieuw bestedingsvoorstel en daarop de zienswijzen van de raden vragen.

Hier kunnen de portefeuillehouders mee instemmen Toelichting Dit stuk ligt later vandaag ook voor in het PHO Economie en Leefomgeving. Dhr van der Zwet: Blij met de rapportage van de fondsen. Het gaat niet om alleen besluitvorming door wethouders, maar ook door raden. Als geld niet is besteed waarvoor het bedoeld was, dan valt het terug naar de raden: Dit raakt aan hun budgetrecht. Geen probleem met het verlengen, maar we moeten ons verder aan de bestedingsprincipes houden. Dhr Cramwinckel: Sluit zich aan bij dhr van der Zwet. Zouden eerst een plan moeten hebben, dan pas om geld vragen. Dhr Binnendijk: Sluit zich hier ook bij aan, op principiële bezwaren. Eerst het geld terug, en dan een inhoudelijk voorstel. Sparen kunnen we zelf. Mevr van der Wereld-Verkerk en dhr Dirkse sluiten zich ook aan. Dhr van Helden: We moeten ons niet rijk rekenen als gemeenten met een incidentele meevaller, daarmee schieten we ons zelf in de voet. Dhr Huizing: Kan zich vinden in de opmerking van Katwijk. Wel is er een nieuw voorstel over nodig, maar dan heb je het geld al staan tenminste, in plaats van dat je het opnieuw moet gaan lospeuteren. Portefeuillehouder Jaensch: Het DB erkent dat middelen terugvallen als deze over zijn. Het voorstel is om dit voor nu aan te houden. Mbt tot het budgetrecht van de raden, volgens mij gaat het AB hierover, en zo de raden; Dit wordt nagezocht.

Dhr van der Zwet: Het argument is begrijpelijk, maar normaal heeft de raad het recht om zienswijzen in te dienen. Op deze manier zijn zij buiten spel gezet. Het moet zo zijn dat projecten geld zoeken, en niet geld projecten. Dhr Dirkse: Als portefeuillehouders middelen moeten wij de financiële kant van het verhaal bewaken. We zouden de principes dus moeten aanhouden. Portefeuillehouder Jaensch: Stel we houden het geld binnen het RIF, dus geen herbesteding, en volgend jaar doen we een inhoudelijk voorstel: Zouden we dan ook een zienswijze kunnen vragen van de raden en daarmee voldoen? Dhr van der Zwet: Op die manier voldoe je aan het budgetrecht, met twee autonome besluiten die de raden kunnen nemen. Het vasthouden van de fondsen is begrijpelijk, in het kader van de afwikkeling van de lopende zaken binnen het RIF en mogelijke kosten daarbij. De portefeuillehouder zal naar aanleiding van deze bespreking in het DB het volgende voorleggen. De opties: 1. Zijn er binnen het RIF nog tegenvallers die om aanvulling vragen? Is dat niet zo, dan Pagina 2

eerst teruggeven, of 2. Een nieuw bestedingsvoorstel en daarop de zienswijzen van de raden vragen. 04

Indexering 2022 Beslispunt: Het Dagelijks Bestuur te adviseren de bijgaande nota ter behandeling aan het Algemeen Bestuur voor te leggen Besluit Variant 1 heeft nu de voorkeur. Mbt Variant 2: Het verband is inderdaad niet 100%, maar dat is het ook niet bij de andere Gemeenschappelijke Regelingen waar ze wel zo berekenen. Het voorstel trekken we in en binnen korte tijd komen we terug met een verdere onderbouwing van variant 2. Toelichting Praktisch gezien komt het er op neer dat het sec doorvoeren van de nieuwe methode van indexeren ten koste zou gaan van 1 fte. Nu wordt er een variant voorgelegd, die uitgaat van de groei van de gemeenten, maar die ook bij een mogelijke krimp meebeweegt. Dhr van der Zwet: Nog geen voorkeur, maar nog niet scherp waar precies de relatie tussen inwoners en werkzaamheden van Holland Rijnland (en dus de bedragen in de begroting) zit. Zo ga je indexeren aan de inkomstenkant, in plaats van aan de uitgavenkant. Dhr Dirkse: Kan zich niet vinden in variant 2. Of de aannames van bevolkingsgroei en de koppeling aan de werkzaamheden wel klopt wordt betwijfeld. Het gemeentefonds werkt ook niet zo. Mevr Volten: Dit zou dieper onderbouwd moeten worden. Dit gaat niet 1-op-1 op. Dhr van Velzen: Eens, voorkeur voor 1. Haal het voorstel terug, motiveer variant 2, en kom nog een keer terug. Dhr Van Helden: Ook een voorkeur voor 1.

Holland Rijnland gaat over regionale vraagstukken en dat komt onder druk te staan als je via 2 berekend door de sterke lokale focus. Dhr Binnendijk: Variant 1 Mevr Ingwersen: Variant 1 Dhr Cramwinckel: Variant 1. Inderdaad, neem het voorstel terug en beargumenteer. Mevr Van der Wereld-Verkerk: Variant 1 Dhr Huizing: Variant 1 Portefeuillehouder Jaensch: Variant 1 heeft nu de voorkeur. Mbt Variant 2: Het verband is inderdaad niet 100%, maar dat is het ook niet bij de andere Gemeenschappelijke Regelingen waar ze wel zo berekenen. Het voorstel trekken we in en binnen korte tijd komen we terug met een verdere onderbouwing van variant 2.

Pagina 3

Mevr Bakker: Dit zal snel gebeuren, bij de kaderbrief in het komende AB van december komt dit immers aan de orde. 05

Extra benodigd budget 2020 erratum Beslispunt: Het Dagelijks Bestuur te adviseren de bijgaande nota ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur voor te leggen. Besluit Akkoord

06

Begrotingswijziging 2021 erratum Beslispunt: Het Dagelijks Bestuur te adviseren de bijgaande nota ter vaststelling aan het Algemeen Bestuur voor te leggen. Besluit Akkoord

07

Rondvraag en sluiting Naar aanleiding van het AB waren er enkele vragen over de Turap 2020. De antwoorden op deze vragen delen wij bij dezen ook met u.

Pagina 4

03 Concept jaarrekening 2020 1 03 PHO voorstel jaarrekening 2020.pdf

Oplegvel 1.

Onderwerp

Jaarstukken Holland Rijnland 2020

2.



3.

Rol van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland Regionaal belang

4.

Behandelschema:

Datum: Informerend

5.

DB Colleges  PHO  DB  Gemeenteraad  PHO  DB  AB  Gemeenteraad Advies PHO

Basistaak

Inzicht in de behaalde resultaten en de financiën die daarmee gemoeid zij. Datum: Adviserend

Datum: Besluitvormend

11-03-2021

 

24-03-2021 01-04-2021 19-05-2021 03-06-2021

30-06-2021

-----

6.

Reden afwijking eerdere besluitvorming en wijze afwijken

Nvt

7.

Essentie van het voorstel

8.

Inspraak

Het vaststellen van de jaarrekening 2020. Het rekeningresultaat vóór bestemming vaststellen op € 1.507.871 voor het onderdeel TWO is dat € 73.857 (voordelig) en voor het onderdeel Holland Rijnland is dat € 1.507.871 (voordelig). -

9.

Financiële gevolgen

10.

Bestaand Kader

11.

Lokale context

Na de bestedingsvoorstellen is het saldo op de jaarrekening van Holland Rijnland € 313.939 dat verrekend wordt met de definitieve bijdrage van gemeenten. De gevolgen worden later, na de accountantscontrole, toegevoegd in een verrekenstaat. Relevante regelgeving: Relevante regelgeving: Wet gemeenschappelijke regelingen, Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten en de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland. Eerdere besluitvorming:-

Adviesnota PHO Vergadering: Datum: Tijd: Agendapunt: Kenmerk:

PHO Bestuur & Middelen 24-03-2021 10:30-12:00 03 ADV-21-01432

Onderwerp: Concept jaarrekening 2020

Beslispunten: Het Dagelijks Bestuur te adviseren om de concept jaarrekening 2020 ter vaststelling aan te bieden aan het Algemeen Bestuur en daarbij het volgende resultaat, bestedingen en dekkingen voor te stellen: Beslispunten: 1. De jaarstukken 2020 van Holland Rijnland vast te stellen; 2. Kennis te nemen van de verklaring en het verslag van de accountant; nog niet aanwezig 3. Het resultaat van de jaarrekening vóór bestemming vast te stellen op € 1.434.013,(voordelig) voor het onderdeel Holland Rijnland reguliere taken; 4. Het resultaat van het onderdeel TWO Jeugdhulp vast te stellen op € 73.857,- (voordelig); 5. Het gezamenlijk resultaat vast te stellen op € 1.507.871,- (voordelig); 6. In te stemmen met het toevoegen van € 131.421,- aan de reserve Cofinanciering; 7. In te stemmen met het onttrekken van € 9.176,- aan de reserve RBL en € 11.085,- aan de reserve onderwijsarbeidsmarkt; 8. In te stemmen met de onttrekking aan de reserve energieakkoord van € 188.252,-; 9. In te stemmen met de toevoeging van € 50.000,- aan de algemene reserve; 10. In te stemmen met de budgetoverheveling TWO van € 74.758,-; 11. In te stemmen met de budgetoverheveling van het restant ‘Thuiszitters’ van € 34.944; 12. In te stemmen met de budgetoverheveling van € 100.000,- voor ruimte en wonen; 13. In te stemmen met het storten van € 524.662,- in de reserve Transformatiefonds Jeugd; 14.

In te stemmen met het storten van € 91.237,- in de reserve werkagenda jeugdhulp; 15. In te stemmen met de budgetoverheveling bedrijvenstrategie van € 20.000,-; 16. In te stemmen met het verrekenen van het resultaat van € 313.939,- conform bijgaande verdeelstaat deelnemende gemeenten. Inleiding: In 2020 wordt de lijn gecontinueerd zoals die bij de jaarrekening 2019 is gevolgd. Dat houdt in dat er op programmaniveau verantwoording wordt afgelegd. Het Algemeen Bestuur is het gremium dat de jaarstukken van het voorgaande begrotingsjaar vaststelt (artikel 34 lid 3, Wet gemeenschappelijke regelingen). Kijkend naar de financiële resultaten dan valt allereerst het verschil op tussen de tussenrapportage (Turap) en deze jaarrekening. Bij de Turap is gemeld dat Holland

Rijnland verwachtte het jaar af te sluiten met een beperkt negatief resultaat van circa €50.000. Het resultaat over het jaar 2020 komt echter uit op een positief resultaat van €1.507.871. De belangrijkste verschillen zitten in de regionale energietransitie (RES) en bij jeugd. De kosten op beide onderdelen waren, zoals aangekondigd bij de Turap 2020, niet in te schatten. Ook cofinanciering kent zijn eigen, onvoorspelbare dynamiek waardoor het halverwege het jaar niet in te schatten is wat er resteert. Dit is ook een belangrijke reden voor het instellen van een fonds. Qua werkwijze is het standaard dat eventuele overschotten of tekorten bij de jaarrekening pas aan de reserve worden onttrokken of erin worden gestort. Van deze lijn is niet afgeweken. Ook is er aan het einde van het jaar een subsidiebedrag van €35.000 ontvangen voor ‘thuiszitters’ dat niet voorzien was. Uiteindelijk resteert een overschot van bijna €314.000 dat meerdere oorzaken heeft en niet goed genoeg voorspelbaar was bij de Turap. Het resultaat is als volgt opgebouwd:

Onderdeel Holland Rijnland TWO Totaal

€ € €

Resultaat 1.434.014 73.857 1.507.871

Het resultaat op het onderdeel Holland Rijnland is aanzienlijk positiever dan waar in de tussenrapportage (Turap) van uitgegaan werd. Daarvoor zijn verschillende oorzaken. Hieronder worden aan de hand van een tabel de verschillen toegelicht. Tevens wordt dan duidelijk wat voorgesteld wordt te storten in een reserve dan wel te onttrekken aan een reserve en van welke budgetten wordt voorgesteld ze over te hevelen. Wat dan resteert is het met gemeenten te verrekenen bedrag.

Resultaat 2020

€

1.507.871

TWO (incl overhead) Holland Rijnland Resultaat 2020

€ € €

73.857 1.434.014 1.507.871

€ € € € € € € € € € €

131.241 -9.176 -11.085 188.252 50.000 73.857 34.944 100.000 524.662 91.237 20.000

€ € €

313.939 313.939

1 Toevoeging reserve cofinanciering 2 onttrekking reserve RBL 3 Onttrekking reserve Onderwijsarbeidsmarkt 4 Toevoeging reserve energieakkoord 5 Toevoeging algemene reserve 6 Overheveling TWO naar 2021 7 Overheveling 'thuiszitters' 8 Toeveging reserve Ruimte en wonen 9 Toevoeging reserve Transformatiefonds 10 Toevoeging reserve werkagenda jeugd 11 Overheveling bedrijvenstrategie TWO (incl overhead Holland Rijnland Resultaat 2020 na bestemming Nadere toelichting tabel:

1. Toevoeging Cofinancieringsfonds Voorgesteld wordt de resterende middelen Cofinanciering, aangezien er het ene jaar meer en het andere jaar minder wordt uitgegeven en het vooraf lastig in te schatten is, te storten in het fonds (de reserve cofinanciering), om in een later jaar in te kunnen zetten bij een overbesteding. In 2020 is door corona het vinden van de juiste initiatieven lastiger geworden. De kans is groot dat na de coronacrisis de hoeveelheid innovatieve initiatieven toe gaat nemen en het cofinancieringsfonds dan extra hard nodig is om innovaties (en daarmee de economie) opgang te helpen. Wij stellen dan ook voor het overschot van € 131.241 te storten in de reserve Cofinanciering. Het AB besloot 23 maart 2016 om het Cofinancieringsfonds in te stellen. 2.3. Onttrekking reserve RBL / onttrekking reserve Onderwijsarbeidsmarkt Kosten Schakelklas Voortgezet Speciaal Onderwijs / Middelbaar Onderwijs. Er wordt een schakeljaar gevormd om de overgang VSO MO te faciliteren (AB 17 december 2017). Hiervoor gemaakte kosten kunnen worden gedekt uit de Reserve RBL, de Reserve Onderwijsarbeidsmarkt en het budget inclusieve arbeidsmarkt. De totale kosten in 2020 bedragen € 21.894 en worden voor € 9.176 gedekt uit de reserve RBL en voor € 11.085 uit de reserve onderwijsarbeidsmarkt. Het resterende bedrag wordt gedekt binnen de exploitatie. 4. Toevoeging reserve Energieakkoord

In 2020 is er minder uitgegeven dan in de begroting stond. Wij stellen voor het overschot op de begroting van de gemeentelijke bijdrage t.b.v. het energie akkoord van €188.252 te storten in de reserve Energieakkoord. Zoals reeds aangegeven bij de TURAP was een goede inschatting voor wat er in 2020 en wat in 2021 gedaan moest worden lastig, aangezien de RES 1.0 begin april opgeleverd moet worden. In elk geval wordt er in de maanden januari, februari en maart veel werk voor de RES gedaan en ook veel geld besteed aan externe ondersteuning. Medio 2021 wordt de balans opgemaakt en wordt ook gekeken hoe de RES organisatie er uit komt te zien voor de RES 2.0 in 2023. 5. Toevoeging algemene reserve In te stemmen met het toevoegen van € 50.000,- aan de algemene reserve van Holland Rijnland. Bij de Turap is er € 50.000 uit de reserve gehaald. Dat wordt nu weer aangevuld. Met deze voorgestelde storting komt de reserve op een bedrag van € 250.000. Dit is het afgesproken maximum van deze reserve. 6. Overhevelen TWO naar 2021 Binnen onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp) is sprake van een overschot van €73.857. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 de Inkoop 2022 en de versterking van de bedrijfsvoering van TWO te bekostigen.

Het zwaartepunt van deze twee speerpunten, waar in 2020 een aanvang mee is gemaakt, ligt immers, conform de afspraken met gemeenten, in het eerste deel van 2021. Bij dit inkooptraject zijn de portefeuillehouders en de ambtelijke opdrachtgevers nauw betrokken. 7. Overhevelen ‘thuiszitters’ naar 2021 Aan het eind van 2020 kwam onderzoeksgeld beschikbaar voor het uitvoeren van een kwalitatief dossieronderzoek naar thuiszitters, vanuit een subsidie van de gemeente Leiden. Het onderzoek is in 2020 gestart, maar wordt grotendeels in 2021 uitgevoerd. 8. Overhevelen budget ruimte en wonen In 2021 starten we conform een recent in het PHO Wonen vastgestelde bestuursopdracht wonen met een heroriëntatie op het woonruimte-verdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda. In 2020 zijn we hier nog niet mee begonnen mede door vertraging door corona. Daarnaast verwachten we vlak voor de zomer de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland en de Regionale Strategie Mobiliteit vast te stellen. In het najaar van 2021 dienen deze verder te worden uitgewerkt voor gerichte lobby en belangenbehartiging en realisatie van de gezamenlijke regionale integrale opgaven. Ondersteuning door externe bureaus is wenselijk.

Voorgesteld wordt derhalve om in te stemmen met het overhevelen van een budget van €100.000 voor het uitvoeren van deze activiteiten die niet passen binnen de reguliere begroting van 2021. Bij de opstelling van de begroting 2021 was dit nog niet voorzien en wachten op de Turap is gezien het moment van de uitgaven niet mogelijk. 9. Toevoeging reserve Transformatiefonds Jeugd De gemeente Leiden heeft via het gemeentefonds voor de jeugdhulpregio Holland Rijnland drie jaar achter elkaar een specifieke geoormerkte extra bijdrage gekregen voor het transformeren van de jeugdhulp in de regio Holland Rijnland. Dit is een bedrag dat daaraan besteed moet worden. Holland Rijnland coördineert dit en beheert het budget. In de TURAP is een deel van het budget van het Transformatiefonds in 2020 aan de

bestemmingsreserve onttrokken in de verwachting dat besluitvorming over het totaalbudget en een groot deel van de realisatie van de verwachte kosten in 2020 zou vallen. Besluitvorming over de volledige inzet van de middelen heeft echter pas begin 2021 plaatsgevonden. Daarnaast bleek de inschatting van de uitgaven hoger te zijn dan de daadwerkelijke realisatie doordat een deel van de kosten in 2021 gemaakt wordt. Een aantal projecten uit het Transformatieplan is verlengd tot het moment dat nieuwe overeenkomsten jeugdhulp ingaan (Inkoop Jeugdhulp 2022) en de realisatie van deze kosten valt zodoende ook in 2021. Voorgesteld wordt het overschot van € 524.662 te storten in de reserve Transformatiefonds Jeugd. 10. Toevoeging reserve werkagenda jeugd De gemeenten hebben financieel bijgedragen aan het werkbudget van de Regionale Werkagenda Jeugd 2020 om regionale beleidsopgaven uit te voeren. Een verschuiving van prioriteiten door de focus op de Inkoop 2022 en minder uitgebreid uitgevoerde activiteiten door corona zorgen voor dit overschot. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 voor een deel de kosten van de (beleids)opgaven in het Jaarplan Jeugdhulp 2021 (voorheen Regionale Werkagenda) te bekostigen. Voorgesteld wordt het bedrag ad € 91.237 dat in 2020 niet besteed is te storten in de reserve werkagenda jeugd. 11.

Overheveling gereserveerd bedrag voor bedrijventerreinstrategie In te stemmen met het overhevelen van €20.000,- naar 2021. Het bedrag van € 20.000 is geld dat Holland Rijnland bij alle gemeenten ophaalde naar aanleiding van de opdracht van de provincie Zuid-Holland uit 2018 om een regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Dit onderwerp was bij de reorganisatie van Holland Rijnland geschrapt. Deze bedrijventerreinenstrategie werd in 2019 afgerond op basis van een onderzoek door STEC. Uiteindelijk is de factuur van STEC helemaal betaald door de provincie en de uitgaven zijn door Holland Rijnland niet gedaan. In 2020 is bij de behandeling van de jaarrekening 2019 besloten dit budget te blijven reserveren voor het onderwerp bedrijventerreinenstrategie. De verwachting is nu dat op basis van de provinciale behoefteraming en onder invloed van de Regionale Omgevingsagenda er in de tweede helft van 2021 budget nodig zal zijn voor de uitwerking van de strategische keuzes m.b.t. ruimte voor economische ontwikkeling in Holland Rijnland met betrekking tot wonen, mobiliteit, energie en groen. 12. Resterend overschot 2020 Het uiteindelijke overschot bedraagt dan € 315.267. De belangrijkste redenen voor dit overschot zijn: - Een bedrag van circa € 190.000 wordt veroorzaakt door een overschot bij het Regionaal Bureau Leerplicht.

Dit heeft onder andere te maken met extra inkomsten in verband met een gedetacheerde medewerker, minder opleidingsen reiskosten en lagere salarislasten doordat in verband met corona vacatures niet direct zijn ingevuld. Per saldo heeft dat incidenteel tot lagere kosten geleid van ongeveer € 80.000. Ook resteert er € 80.000 bij het RMC. De oorzaak is gelegen in een door OCW in het 2e halfjaar gestuurde herziene beschikking RMC/kwalificatieplicht voor 2020. Deze is gestuurd in verband met de herziene loon- en prijsstijging en wordt niet ieder jaar gestuurd. Daarnaast wordt er standaard door Holland Rijnland een generieke correctie op de lonen en prijzen doorgevoerd. Deze compensatie

-

-

krijgen wij echter ook al standaard vanuit het rijk, waardoor er sprake is van een dubbele indexatie. In de begroting 2022 is hier al rekening mee gehouden, met andere woorden er wordt niet meer dubbel geïndexeerd. In 2020 is voor de urgentiecommissie extra budget beschikbaar gesteld om de continuïteit van de ondersteuning te waarborgen. De onderbesteding is ontstaan door dat de vacatures ter vervanging van een langdurig zieke medewerker en de ondersteuning van de administratie moeilijk en dus pas later konden worden ingevuld dan verwacht. Ook zijn de kosten voor SP71 voor de bezwaarschriftencommissie lager dan voorzien. Per saldo levert dit een voordeel op van circa € 72.000. Het restant is niet direct toe te rekenen aan een specifiek onderdeel en heeft primair te maken met overschotten doordat gelden niet zijn uitgegeven in verband met onder meer corona. Denk in dit geval ook aan minder opleidingskosten, maar ook aan lagere kosten voor catering bij vergaderingen, zaalhuur e.d.

De uiteindelijke afrekening voor de reguliere bijdrage van gemeenten over 2020 Bij de begroting vindt een verdeling van gemeentelijke bijdragen plaats op basis van de op dat moment bekende inwoner- en leerlingaantallen en verdeling van middelen voor Jeugdhulp (Rijkscirculaire). Bij de jaarrekening vindt hierop een correctie plaats op basis van de meest recente gegevens. Tot slot nemen niet alle regiogemeenten deel in de TWO Jeugdhulp. Daarnaast is met de gemeenten Alphen en Kaag en Braassem afgesproken dat zij, gezien de verminderde deelname in de TWO Jeugdhulp niet meebetalen aan een mogelijk tekort op de TWO Jeugdhulp. De verdeling van het saldo op de reguliere taken van Holland Rijnland vindt daarom met een andere sleutel plaats dan de verdeling van het saldo op TWO Jeugdhulp. Om hierboven genoemde redenen kunnen uiteindelijk positieve of negatieve effecten ontstaan op de afrekening van de bijdragen van de individuele gemeenten. Rekening houdend met een storting in de bedrijfsreserve van € 50.000, waarmee de bedrijfsreserve uitkomt op het toegestane maximum van € 250.000, resteert er een bedrag van € 313.939 dat terugbetaald wordt aan de deelnemers. Beoogd effect: Tijdige vaststelling door het Algemeen Bestuur van de jaarstukken en voldoen aan wettelijke verplichtingen.

Dat betekent ook dat de jaarstukken binnen veertien dagen na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de jaarstukken gelden, aan de provincie moeten zijn aangeboden. Kanttekeningen/risico’s: De accountantscontrole is nog niet gestart. In deze jaarrekening zijn een aantal correcties die bekend zijn en vorige week nog niet verwerkt waren verwerkt. Het verzoek is dan ook deze jaarrekening vast te stellen in de DB vergadering. Deze meest actuele versie wordt dan besproken in het PhO en ook heeft de accountant die 15 maart start met de controle de op dat moment meest actuele versie. Financiën: Voorstellen na besluitvorming AB verwerken

Planning: Voor 15 juli 2021 zullen de jaarstukken worden aangeboden aan Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland Communicatie: De volgende instanties ontvangen een ondertekend exemplaar van de jaarstukken: • Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland • accountantskantoor Publiek Belang Accountants • het Centraal Bureau voor de Statistiek • ondernemingsraad Holland Rijnland • archief Holland Rijnland Evaluatie: -

1 03a Jaarstukken 2020 versie PHO.pdf

Jaarstukken 2020 (concept)

INHOUDSOPGAVE 1

2

3

4

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Inleiding............................................................................................................................................3 Algemene beschouwing............................................................................................................ 3 Leeswijzer ................................................................................................................................ 4 Rekeningresultaat......................................................................................................................6 Regionaal Investeringsfonds ....................................................................................................6 Bestuur ..................................................................................................................................... 9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Jaarverslag Programma verantwoording...................................................................................... 11 Ruimte en Energie.................................................................................................................. 13 Maatschappij en Jeugd........................................................................................................... 20 Strategisch positioneren..........................................................................................................28 Organisatie en samenwerking.................................................................................................29 Algemene dekkingsmiddelen ................................................................................................. 31

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6

Jaarverslag Paragrafen................................................................................................................. 33 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.............................................................................33 Financiering............................................................................................................................. 35 Bedrijfsvoering......................................................................................................................... 37 Vennootschapsbelasting..........................................................................................................39 Heffingen en Leges................................................................................................................. 39 Onvoorzien.............................................................................................................................. 39

4.1 4.2

Jaarrekening 2020.........................................................................................................................41 Balans en toelichting op de balans........................................................................................ 42 Overzicht van baten en lasten................................................................................................ 54

5 6

Besluit............................................................................................................................................ 69 6.1

Bijlagen.......................................................................................................................................... 71 Subsidies................................................................................................................................. 71

1

2

1 Inleiding 1.1 Algemene beschouwing

Het jaar 2020 was een bijzonder jaar, waarin wij ons werk hebben moeten en meestal ook hebben kunnen aanpassen tijdens de Coronacrisis. Wij hebben niet alles kunnen uitvoeren zoals voorzien, maar vaak wel in aangepaste vorm. Zo hebben wij een aantal vacatures bij RBL niet direct ingevuld. Een aantal zaken is uitgesteld zoals bij voorbeeld de aanbesteding van de nieuwe OV-concessie. Ook hebben wij een omzetgarantieregeling moeten treffen voor de jeugdhulpaanbieders en een continuïteitsregeling voor de regiotaxi. De impact van de Corona-maatregelen op Jeugd was groot. Met name de eerste maanden na invoering van de maatregelen hebben in het teken gestaan van het omgaan met de gevolgen hiervan en focus om ervoor te zorgen dat de hulpverlening aan jeugdigen gecontinueerd kon worden. Holland Rijnland coördineert en beheert het Transformatiefonds. Door de Corona-maatregelen hebben enkele projecten uit het transformatiefonds enige vertraging opgelopen of zijn verlengd. De gemeenten in Holland Rijnland werken samen om de jeugdhulp verder te transformeren, de kwaliteit te waarborgen en de kosten beheersbaar te houden. De stijgende uitgaven aan jeugdhulp zetten de financiële positie van gemeenten zwaar onder druk. Het jaar 2020 stond ook in het teken van voorbereiding op de inkoop van de jeugdhulp en het verder concretiseren van de doelen uit het Inkoopplan.

Middels de inkoop 2022, verdere transformatie van de jeugdhulp en bezuinigingsmaatregelen beogen de gemeenten te komen tot een kwalitatief goed en betaalbaar jeugdhulpstelstel. Centraal stond ook de versterking van de gemeentelijke sturing op de jeugdhulp met als kernvraag: hoe krijgen we beter grip op de kosten? In 2020 is een doorontwikkeling van de TWO ingezet naar een structurele beheersorganisatie. Besloten is om advies in te winnen over herijking van de governance jeugd. De regionale agenda 2019-2023 bevat vooral veel ruimtelijke thema's. In 2020 hebben wij onze ambitieuze regionale agenda uitgewerkt en de basis gelegd voor de regionale omgevingsagenda Holland Rijnland, waarover in 2021 besloten wordt. Het gaat daarbij om strategische keuzes wat betreft de verdeling van de schaarse ruime voor wonen, werken, mobiliteit, groen en energie. Om die keuzes met onze opdrachtgevers collectief te gaan maken bepalen wij met de portefeuillehouders gezamenlijk een integraal ruimtelijk afwegingskader. Om verstandig knopen door te kunnen hakken is voldoende draagvlak van belang. Daarom hebben wij volgens de nieuwe werkwijze naast de portefeuillehouders ook de raadsleden betrokken in meest digitale bijeenkomsten als themacafés en webinars. In 2020 hebben we een evaluatie uitgevoerd naar de mate waarin we onze ambities uit de Regionale Woonagenda waarmaken.

Dit helpt om waar nodig bij te sturen. Eind 2020 is met behulp van de planmonitor de planlijst woningbouw geactualiseerd en met de monitor aangeboden aan de provincie. De resultaten van de evaluatie van de Regionale Woonagenda en de gedachtewisseling over een

3

mogelijke aanpassing van de huisvestingsverordening zijn vastgelegd in een bestuursopdracht voor wonen. We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Ook in 2020 is er daartoe de jaarlijkse kantorenmonitor Holland Rijnland opgesteld en ambtelijk besproken. Eind 2020 is de provincie in samenspraak met de regio's gestart met een behoefteraming voor bedrijventerreinen. Mogelijk geeft dit in 2021 aanleiding tot actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie van Holland Rijnland. Ruimte houden voor bedrijvigheid naast de enorme druk op de woningmarkt is een van de strategische ruimtelijke vraagstukken waar we aandacht aan besteden in de Regionale Omgevingsagenda. Ook vanuit het perspectief van natuur- en landschap wordt actief inbreng geleverd voor de Regionale Omgevingsagenda. Zo dragen we bij aan het vergroten van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur en landschap en de versterking van de grote waarde ervan voor de inwoners uit onze regio en anderen. In 2020 is het plan van aanpak om te komen tot een aantal icoonprojecten in samenspraak met de gemeenten tot stand gebracht en vastgesteld. Om dit type projecten mogelijk te maken en gezien het wegvallen van subsidiemogelijkheden vanuit de provincie zijn de financieringsvoorwaarden vanuit het Regionaal Groenprogramma aangepast.

In 2020 is ten behoeve van de actualisering van de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van het huidige mobiliteitssysteem in relatie tot toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en technologische en maatschappelijke trends. Op basis van deze analyse bepalen wij de mobiliteitsopgaven voor de korte- en (middel)lange termijn in Holland Rijnland. Ook is er onderzoek uitgevoerd naar de verduurzaming van mobiliteit. Dit onderzoek gebruiken wij zowel voor de regionale energiestrategie (RES) 1.0 als voor de RSM. De RSM gaat onderdeel uitmaken van de Regionale omgevingsagenda. Ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit hebben immers een wederkerige relatie. In de zomer van 2020 is de Concept RES Holland Rijnland opgesteld door het programmateam RES. Dit stuk is vrijgegeven door de dagelijkse besturen en algemene besturen van de 13 gemeenten van Holland Rijnland, de provincie en de hoogheemraadschappen. Ook zijn daarop wensen en bedenkingen ingediend. De concept RES is tijdig met de wensen en bedenkingen aangeboden aan het NP RES. Na de zomer is er stevig ingezet op participatie rondom de RES zowel regionaal als lokaal. Ook is er onderzoek gedaan en zijn er berekeningen gemaakt rondom het regionale energiesysteem en op de thema's warmte, energiebesparing, zon op daken, duurzame mobiliteit en ruimte en energie.

De resultaten daarvan worden in de RES 1.0 opgenomen. In de hoofdstukken hierna ziet u de verantwoording per programma.

1.2 Leeswijzer

In het vervolg van dit hoofdstuk leest u het rekeningresultaat, stemverhoudingen van het algemeen bestuur voor de deelnemende gemeenten en de samenstelling van het dagelijks bestuur. In hoofdstuk 2 vindt u de inhoudelijke verantwoording per programma. De programma's van de begroting zijn in 2020 ten opzichte van 2019 gewijzigd. De reden is dat er in 2019 nog gewerkt werd met de inhoudelijke agenda en in 2020 met de regionale agenda. De P&C

4

producten zijn daarop aangepast. Het effect is dat het vergelijken van de cijfers van 2020 met die van 2019 in een aantal gevallen niet mogelijk is. Met ingang van 2021 is dat niet meer aan de orde. Per programma wordt aangegeven wat men in 2020 heeft bereikt, wat daarvoor is gedaan en welke kosten daarmee gemoeid waren. In de parafen "Wat heeft dat gekost" verklaren wij de verschillen wanneer de baten of lasten meer afwijken dan € 25.000 ten opzichte van de begroting na wijziging bij de Tussenrapportage 2020. Leeswijzer financiële tabellen: • Directe kosten: kosten voor leveringen, goederen en diensten die rechtstreeks ten laste van projecten in de programma’s komen; • Kosten werkorganisatie: kosten voor personeel, huur gebouw e.d. die via toerekening van uren verdeeld worden over de projecten in de programma’s; • Directe baten: baten die rechtstreeks ten gunste van projecten in de programma’s komen. Het gaat voornamelijk om subsidies van Rijk en provincie, aanvullende subsidies van gemeentes of bijvoorbeeld leges; Onder het kopje paragrafen komt de bedrijfsvoering aan bod middels de thema’s die door het BBV worden aangedragen, zoals onder andere het weerstandsvermogen, kapitaalgoederen, PIOFACH en het BTW compensatiefonds. De jaarrekening is opgenomen in hoofdstuk 4, met de balans, de toelichting op de balans en het overzicht van baten en lasten.

De overige staten en overzichten zijn opgenomen in de bijlagen.

5

1.3 Rekeningresultaat

De jaarrekening van Holland Rijnland sluit in 2020 af met een positief resultaat van € 1.507.871. De jaarrekening van Holland Rijnland bestaat in feite uit twee aparte onderdelen die elk een aparte financiering kennen: • Holland Rijnlands reguliere taken, gefinancierd uit de reguliere gemeentelijke bijdrage. • TWO Jeugdhulp, de inkooporganisatie Jeugdhulp, gefinancierd uit de Jeugdhulpbudgetten van de gemeenten. Resultaat Holland Rijnland: Het resultaat voor het onderdeel reguliere taken komt uit op € 1.434.013 positief. In de programmaverantwoording gaan wij in op de resultaten per programma. Resultaat TWO Jeugdhulp: De kosten voor de uitvoeringsorganisatie voor de inkoop van jeugdhulp zijn onderdeel van de bedrijfsvoering van Holland Rijnland, maar worden apart in rekening gebracht bij de gemeenten die hieraan deelnemen. De gemeenten brengen dit ten laste van hun eigen Jeugdhulpbudget. Het gaat hier dus niet om de besteding van het totale uitvoeringsbudget. Over de jeugdhulpbudgetten wordt door Holland Rijnland wel een eindverantwoording opgesteld, maar het resultaat wordt verwerkt in de jaarrekeningen van de individuele gemeenten. De kosten van de TWO Jeugdhulp zijn € 73.857 euro lager uitgekomen dan begroot. Hierin zijn ook de onder overhead verantwoorde kosten meegenomen van de TWO.

Resultaat en verdeling: De verdeling over gemeenten worden zowel voor het overschot op de TWO Jeugdhulp als het resultaat van Holland Rijnland separaat aangeboden aan het Algemeen Bestuur.

1.4 Regionaal Investeringsfonds

December 2007 is het Regionaal Investeringsfonds (RIF) ingesteld en de overeenkomst door de deelnemende gemeenten ondertekend. In de RIF zijn de volgende vijf projecten benoemd: • RijnlandRoute; • HOV-netwerk ZHN; • Programma Ontsluiting Greenport (POG); • Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM); • Regionaal Groenprogramma. Voor deze projecten zal de bijdrage vanuit het RIF in z'n totaliteit € 180.000.000 mln zijn. In onderstaande tabel staat de verdeling inclusief de uitgaven tot en met 2020: Project

Budget

reeds uitgegeven t/m 2020

Rijnlandroute

€ 75.000.000

€ 57.500.000

HOV Net Zuid Holland Noord

€ 37.500.000

€ 29.897.400

POG

€ 37.500.000

€ 7.000.000

Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek

€ 10.000.000

€ 10.000.000

Groenprogramma

€ 20.000.000

€ 7.495.586

6

Project

Budget

reeds uitgegeven t/m 2020

Totaal

€ 180.000.000

€ 111.893.254

Bovenstaande tabel toont aan dat er al een groot gedeelte van het RIF daadwerkelijk is uitgegeven. Op een groot deel van het resterende budget rusten verplichtingen waardoor het vrij te besteden bedrag beperkt is. Voor de Rijnlandroute en het HOV Net Zuid Holland Noord zijn er overeenkomsten afgesloten waardoor dit budget totaal bestemd is. Voor de middelen in het POG een deel van de maatregelen gerealiseerd, een deel in voorbereiding en de invulling van een deel van de maatregelen wordt heroverwogen. De uitgaven voor de vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek zijn verricht en het Groenprogramma is voor een deel gerealiseerd. In 2020 hebben de gemeenten de tiende bijdrage van € 9.454.331 voldaan. Dit bedrag is direct in het fonds gestort. De gemaakte kosten en bijbehorende bate voor het Regionaal Groenprogramma, zijn ook opgenomen in het Programma Regionale Agenda. Stand per 1 januari 2020

34.957.927

Ontvangsten: Totaal ontvangen van de gemeenten

9.454.331

Bijdrage 2e tranche Rijnlandroute

Totaal opbrengst

9.454.331

sub-totaal

44.412.258

Uitgaven: Rijnlandroute

2.500.000

HOV-netwerk ZHN

2.488.600

Programma Ontsluiting Greenports (POG) Vitalisering Greenport Duin- en Bollenstreek (GOM) Regionaal Groenprogramma

1.000.616

Totaal betaald in 2020

5.989.216

Stand per 31 december 2020

38.423.043

Verantwoording Verantwoord op ontvangen RIF-gelden

36.768.026

7

Stand per 1 januari 2020

34.957.927

Rentcorrectie op ontvangen RIF-gelden

593.699 37.361.725

Rente saldo

1.061.318

Totaal

38.423.043

Overzicht RIF-bijdrage per gemeenten

Bijdrage t/m 2019

Kaag & Braassem

4.426.380

368.865

4.795.245

Hillegom

5.161.524

430.127

5.591.651

Katwijk

21.172.044

1.764.337

22.936.381

Leiden

36.919.824

3.076.652

39.996.476

Leiderdorp

6.852.264

571.022

7.423.286

Lisse

4.914.804

409.567

5.324.371

Noordwijk

11.568.072

964.006

12.532.078

Oegstgeest

4.810.560

400.880

5.211.440

Teylingen

8.782.860

731.905

9.514.765

Voorschoten

6.869.040

572.420

7.441.460

Zoeterwoude

1.974.600

164.550

2.139.150

Subtotaal

113.451.972

9.454.331

122.906.303

548.030

45.669

593.699

114.000.002

9.500.000

123.500.002

8.627.300

0

8.627.300

754.974

0

754.974

Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

0

0

0

Leiden: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

16.372.700

0

16.372.700

Totaal

139.754.976

9.500.000

149.254.976

Rentecorrectie Totaal Katwijk: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute Leiderdorp: aanvullende bijdrage RIF - 2e tranche Rijnlandroute

8

Bijdrage 2020

Bijdrage t/m 2020

1.5 Bestuur

De regio Holland Rijnland bestaat in 2020 uit de gemeenten Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Deze regiogemeenten worden vertegenwoordigd door de 33 leden van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur vergaderde in 2020 twee maal, namelijk op 24 juni en op 16 december. In oktober was er een schriftelijke ronde. Algemeen Bestuur en stemverhouding per 16 december 2020 gemeente

Aantal AB leden

Stem per lid

totaal

1.

Alphen aan den Rijn

3

2 x 16 stemmen 1 x 1 stem

33

2.

Hillegom

2

2 x 4 stemmen 1 x 1 stem

9

3.

Kaag en Braassem

3

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

4.

Katwijk

3

1 x 11 stemmen 1 x 10 stemmen

21

5.

Leiden

4

1 x 19 stemmen 1 x 18 stemmen 2 x 1 stem

39

6.

Leiderdorp

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

7.

Lisse

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

8.

Nieuwkoop

2

2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen

9

9.

Noordwijk

2

1 x 8 stemmen 1 x 7 stemmen

15

10.

Oegstgeest

3

2 x 4 stemmen 1 x 1 stemmen

9

11.

Teylingen

3

1 x 6 stemmen 1 x 5 stemmen 1 x 1 stem

12

12.

Voorschoten

2

1 x 5 stemmen 1 x 4 stemmen

9

13.

Zoeterwoude

2

1 x 2 stemmen 1 x 1 stem

3

Totaal

33

186

Door het vertrek van de van de heer F.Q.A. van Trigt, die benoemd werd tot burgemeester van Zoeterwoude en mevrouw B. Wolters zijn er 2 vacatures ontstaan. In de AB-vergadering van 24 juni 2020 is de heer F.M. Schoonderwoerd benoemd tot portefeuillehouder Maatschappij. In de schriftelijke

9

AB-vergadering van oktober 2020 is mevrouw C. van Starkenburg verkozen tot nieuw lid van het Dagelijks Bestuur als portefeuillehouder Jeugd. Samenstelling van het Dagelijks Bestuur per 22 februari 2021: H.J.J. Lenferink

voorzitter en portefeuillehouder Algemeen Bestuurlijke Zaken

J.W.E. Spies

portefeuillehouder Arbeidsmarkt, Economie en Energie

E.R. Jaensch

portefeuillehouder Wonen, Natuur en Landschap, Bestuur en Middelen

A.L. van Kempen

portefeuillehouder Verkeer en Vervoer

F. Spijker

portefeuillehouder Ruimte

F.M. Schoonderwoerd

portefeuillehouder Maatschappij

C.van Starkenburg

portefeuillehouder Jeugd

L.A.M. Bakker

Secretaris-directeur

10

2 Jaarverslag Programma verantwoording De gemeenten in Holland Rijnland willen vormen van samenwerking die gekenmerkt worden door optimale flexibiliteit, lage kosten, grotere betrokkenheid van de deelnemende gemeenten (nabijheid), georganiseerde ontmoeting en uitwisseling van kennis en ideeën en een slagvaardige en actiegerichte organisatie gericht op maatschappelijk relevante projecten. Vanuit deze wens draagt Holland Rijnland binnen de regio zorg voor een optimale verbinding, ontmoeting en samenwerking op ruimtelijk,economisch en sociaal gebied. Voor de inzet van de organisatie Holland Rijnland voor de realisatie van de Regionale Agenda zijn vijf rollen te onderscheiden: • Platform voor ontmoeten en netwerken, kennis en ervaringen delen: Het organiseren van regionale afstemming van thema’s die de regio aangaan en het organiseren van allerlei gelegenheden voor de veertien gemeenten om ideeën te delen, kennis uit te wisselen, belangen in te brengen en thema's te agenderen. • Afstemming en coördinatie van beleidskaders en uitgangspunten : Afstemmen en coördineren van gezamenlijke beleidskaders en -uitgangspunten, waarna uitvoering lokaal of subregionaal plaatsvindt. Gemeenten zijn veelal zelf verantwoordelijk voor het opstellen van voorstellen. HollandRijnland faciliteert en coördineert de besluitvorming op ambtelijk en bestuurlijk niveau.

• Lobby en belangenbehartiging: Optreden naar provincie, rijk en andere belangrijke gremia om de doelen van de regio te bereiken (via lobby en subsidiewerving). Holland Rijnland vormt hiervoor kansrijke allianties en fungeert tevens als aanspreekpunt in formele trajecten, zoals herziening van een provinciale structuurvisie. • Signalering nieuwe ontwikkelingen: Het signaleren en benoemen van nieuwe ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving en maatschappelijke trends. Hieronder valt ook zicht hebben op het subsidielandschap en het signaleren van mogelijkheden voor cofinanciering. • Uitvoering programma’s, taken en opdrachten: Voor een aantal specifieke opgaven voert Holland Rijnland concrete taken uit: onder meer de Urgentiecommissie Woonruimteverdeling,Opdrachtgeverschap Jeugdhulp en het Regionaal Bureau Leerplicht. In dit hoofdstuk worden de programma’s beschreven, te beginnen met drie inhoudelijke en vervolgens twee ondersteunende programma’s. Dit zijn: • Ruimte en Energie • Maatschappij en Jeugd • Strategisch positioneren • Organisatie en samenwerking • Algemene Dekkingsmiddelen Naar programma Domein 1 Ruimte en Energie

Begroting 2020

Wijziging Begroting

Begroting na wijziging

Rekening 2020

Resultaat 2020

Lasten

2.913.159

1.261.329

4.174.488

8.164.070

-3.989.582

Baten

-966.277

-1.491.244

-2.457.521

-6.849.171

4.391.650

1.946.882

-229.915

1.716.967

1.314.899

402.068

4.338.588

2.266.265

6.604.853

5.672.447

932.406

Saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd

Lasten

11

Naar programma

Begroting 2020

Wijziging Begroting

Begroting na wijziging

Rekening 2020

Resultaat 2020

-832.686

-1.726.011

-2.558.697

-2.630.305

71.608

3.505.902

540.254

4.046.156

3.042.143

1.004.013

Lasten

282.421

0

282.421

151.000

131.421

Baten

-

-

-

-

-

282.421

0

282.421

151.000

131.421

Lasten

2.330.600

739.183

3.069.783

3.114.473

-44.690

Baten

-

-

-

-15.055

15.055

2.330.600

739.183

3.069.783

3.099.418

-29.635

Lasten

-

-

-

-

-

Baten

-8.065.805

-165.000

-8.230.805

-8.230.808

3

-8.065.805

-165.000

-8.230.805

-8.230.808

3

Lasten

-

-

-

-

-

Baten

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal lasten

9.864.768

4.266.777

14.131.545

17.101.990

-2.970.445

Totaal baten

-9.864.768

-3.382.255

-13.247.023

-17.725.339

4.478.316

Saldo van baten en lasten

0

884.522

884.522

-623.349

1.507.871

Storting in reserves

-

-

-

-

-

Onttrekking uit reserves

-

-884.522

-884.522

-884.522

0

Saldo reserveringen

-

-884.522

-884.522

-884.522

0

Resultaat

0

0

0

-1.507.871

1.507.871

Baten Saldo Domein 3 Strategisch positioneren

Saldo Domein 4 Organisatie en samenwerking

Saldo Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen

Saldo Resultaat

Saldo

12

2.1 Ruimte en Energie 2.1.1 Integraal ruimtelijk kader

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? De gemeenten in Holland Rijnland wegen sectorale ruimtelijke claims onderling integraal af daar waar dit meerwaarde heeft op regionaal niveau. Zij maken strategische keuzes voor gezamenlijke agendering van regionale ruimtelijke opgaven richting provincie en Rijk en maken afspraken over de realisatie ervan. Zo draagt Holland Rijnland bij aan de gewenste ontwikkeling van de regio en vergroten we de leefkwaliteit. In 2020 is daarom een begin gemaakt met het opstellen van een Strategische Agenda Ruimte oftewel een Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland. Er zijn een viertal extreme ruimtelijke ontwikkelscenario's uitgewerkt en doorgerekend op maatschappelijke meerwaarde met behulp van het dashboard Verstedelijking en Landschap van het Ministerie van Binnenlandse zaken. De Rijn- en Veenstreek en de Duin- en Bollenstreek hebben gewerkt aan een aanvulling op de omgevingsagenda Hart van Holland. Tussenresultaten zijn besproken met ambtenaren, bestuurders en raadsleden van de verschillende gemeenten van Holland Rijnland en met onze bestuurlijke en maatschappelijke partners. Eind 2020 zijn de te maken strategische ruimtelijke keuzes vastgelegd in een memo voor de portefeuillehouders fysiek domein en gepresenteerd in het Algemeen Bestuur. Medio 2021 zal besluitvorming plaatsvinden

2.1.2 Regionale woonagenda

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Ons doel met de Regionale Woonagenda is om voor 2030 30.000 nieuwe woningen te laten bouwen, waarvan 25% sociale huur en 20% in het middensegment. Huisvesting voor doelgroepen maatschappelijke zorg en arbeidsmigranten heeft daarbij onze bijzondere aandacht. We stemmen de regionale woningbouwopgave af met andere regionale ruimteclaims en we anticiperen op de gevolgen voor mobiliteit. In 2020 hebben we een evaluatie uitgevoerd naar de mate waarin we onze ambities uit de Regionale Woonagenda waarmaken. Dit helpt om waar nodig bij te sturen. Eind 2020 is met behulp van de planmonitor de planlijst woningbouw geactualiseerd en met monitor aangeboden aan de provincie. Het bestuurlijk en ambtelijk platform van Holland Rijnland is het afgelopen jaar intensief benut, onder andere voor lobby en belangenbehartiging bij het Rijk en de provincie, inzicht in juridische instrumenten en voor gezamenlijke aandacht voor de huisvestingsvraagstukken van bijzondere doelgroepen als arbeidsmigranten, vluchtelingen, waaronder statushouders en woonwagenbewoners. Naar aanleiding van een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens is er voor deze laatste doelgroep een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar hun woningbehoefte.

Later dan aanvankelijk voorzien onder invloed van Corona, heeft er een digitaal themacafé plaatsgevonden over de ontwikkeling van woonbehoeften van verschillende doelgroepen en nieuwe doelgroepen (onder invloed van de extramuralisatie van de maatschappelijke zorg) in relatie tot de toekomstbestendigheid van het regionale woonruimteverdeelsysteem. In totaal 100+ raadsleden en andere belangstellenden namen deel aan dit themacafe. De resultaten van de Evaluatie van de Regionale Woonagenda en de gedachtewisseling over een mogelijke aanpassing van de huisvestingsverordening zijn vastgelegd in een bestuursopdracht voor wonen. Aangezien we ervoor gekozen hebben eerst de Regionale Woonagenda te evalueren, gaan we hiermee in 2021, later dan initieel gepland, aan de slag. Hierbij

13

is er ook aandacht voor de toekomstige woningbouwopgave, mede in relatie tot de verschillende doelgroepen en andere ruimtevragende activiteiten in onze regio. Vanuit het thema wonen leveren we input voor de Regionale Omgevingsagenda en omgekeerd zal deze richting geven aan de actualisering van de Regionale Woonagenda in 2021.

2.1.3 Huisvestingsverordening en uitvoering urgentieverklaring

Wij streven hierbij naar een rechtvaardige en doelmatige verdeling van de schaarse woonruimte in de sociale sector. Daarvoor hebben gemeenten samen de regionale huisvestingsverordening vastgesteld. We zorgen ervoor dat de afgesproken spelregels op de juiste, klantgerichte en efficiënte wijze worden toegepast. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Holland Rijnland verzorgt het secretariaat van de Regionale Urgentiecommissie Woonruimteverdeling. In 2020 behandelde de commissie 283 urgentieverzoeken en 170 vragen voor stadsvernieuwingsurgentie. Daarnaast zijn bezwaar- en beroepsprocedures voor de bezwarencommissie, rechtbank en Raad van State afgehandeld en is voorlichting gegeven aan intakers bij woningcorporaties. Ook stelt Holland Rijnland jaarlijks in het kader van de contingentenregeling het aantal sociale huurwoningen vast, die door corporaties beschikbaar worden gesteld met name voor de uitstroom uit de maatschappelijke zorg. Tot slot is in de beleidscommissie Woonruimteverdeling en in een (online) themacafé stilgestaan bij de gewenste en mogelijke aanpassingen van de woonruimteverdeling (zie ook paragraaf 2.1.2.). In de bijeenkomst stond de vraag centraal of het huidige woonruimteverdeelsysteem wel toekomstbestendig is of een andere wijze van verdelen nodig is. In totaal 100+ raadsleden en andere belsangstellenden namen deel aan dit themacafe.

Een van de rode lijnen van de avond was dat de woonruimteverdeling de voorraad niet kan vergroten. Het blijft een verdeling van de schaarste. Bouwen van goedkope sociale huurwoningen blijft essentieel, naast een verdere heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem.

2.1.4 Regionale strategiën voor bedrijventerreinen en kantoren

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Het is noodzakelijk dat de plancapaciteit én de gebruikte capaciteit beter aansluiten op de werkelijke ruimtebehoefte in onze intensief gebruikte regio. We willen de vraag naar werklocaties zoveel mogelijk ruimtebesparend invullen. Eind 2019 hebben we sub-regionaal (geformaliseerd in 2020) en regionaal keuzes gemaakt over welke soort bedrijvigheid we waar in ons gebied willen bundelen. We monitoren de balans tussen vraag en aanbod van werklocaties. Ook in 2020 is er daartoe de jaarlijkse kantorenmonitor Holland Rijnland opgesteld en ambtelijk besproken. Eind 2020 is de provincie in samenspraak met de regio's gestart met een behoefteraming voor bedrijventerreinen. Mogelijk geeft dit in 2021 aanleiding tot actualisatie van de regionale bedrijventerreinenstrategie van Holland Rijnland. Ruimte houden voor bedrijvigheid naast de enorme druk op de woningmarkt is een van de strategische ruimtelijke vraagstukken waar we aandacht aan besteden in de Regionale Omgevingsagenda. (Woon-werk-akkoorden vanuit de provincie Zuid-Holland bieden een instrument om slimme bovengemeentelijke uitruil mogelijk te maken. Hier is actief gebruik van gemaakt voor het Werninkterrein. Een goede ontsluiting van bedrijventerreinen en kantoren is randvoorwaardelijk. In

14

toenemende mate speelt ook connectiviteit i.v.m. de noodzakelijke digitalisering en aandacht voor mogelijkheden voor clustering i.v.m. stimuleren van circulariteit en campusvorming een rol).

2.1.5 Regionale strategie natuur, landschap en recreatie

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Wij dragen met de inzet van icoonprojecten bij aan het versterken en het behouden van de kwaliteit van natuur en landschap. Daarbij streven we naar een verhoging van de biodiversiteit, de versterking van cultuurhistorische waarden en de recreatieve aantrekkelijkheid van onze regio. Holland Rijnland biedt een unieke combinatie van kust, stad, plassengebied en veenweide. Deze rijkdom van landschappelijke diversiteit vormt de basis voor toekomstige ontwikkeling. In 2020 is het plan van aanpak om te komen tot een aantal icoonprojecten in samenspraak met de gemeenten tot stand gebracht en vastgesteld. Om dit type projecten mogelijk te maken en gezien het wegvallen van subsidiemogelijkheden vanuit de provincie zijn de financieringsvoorwaarden vanuit het Regionaal Groenprogramma aangepast. Vanuit de Landschapstafels is ook in 2020 al hard gewerkt om in 2021 te komen tot nieuwe uitvoeringsovereenkomsten 2021-2024. Er is in 2020 zowel ambtelijk als bestuurlijk bijgedragen aan de invulling, waaronder het uitvoeringsprogramma (UP) van de landschapsstrategie, van het Nationaal Park Hollandse Duinen en is HR operationeel partner geworden. Verder heeft HR zich ingezet in het versterken van het recreatieve waternetwerk van de Hollandse Plassen (HP), o.a. door het ontwikkelen van een agenda en het actualiseren van het UP HP.

Ook is er een financiële bijdrage geleverd aan het project Ervaar de Romeinse Rijn (incl. De Vliet) om de beleefbaarheid en recreatieve waterstructuur te verbeteren. De regionale samenwerking op het gebied van klimaatadaptatie is geïntensiveerd t.b.v. het binnenhalen van subsidie voor te treffen maatregelen. In 2020 zijn verschillende projecten uit het succesvolle regionale Groenprogramma gerealiseerd. In de Duin en Bollenstreek is het Merovechpark in Katwijk opgeleverd en is het project Noorder Leidse Vaart in Hillegom afgerond. In de Leidse regio heeft het Singelpark verder vorm gekregen. Het is nu met de oplevering van de Singelparkbruggen mogelijk een rondje Singelpark te lopen. Bloemrijke bermen hebben in de gehele regio bijgedragen tot substantiële toename van de bijenpopulatie. Als lid van de Lokale Actiegroep (LAG) - uitvoerder van het Europese LEADER-programma –hebben we ook in 2020 projecten benoemd en doorgeleid voor cofinanciering bij de provincie Zuid-Holland (PZH) en het RVO (Dit zijn projecten zoals de Drijvende Tuinkamers, Hihahut, Buitenplaats Molenwei op het gebied van circulaire economie en gezondheid en voor de ontwikkeling van het platteland. We hebben opdrachten verleend o.a. voor onderzoeken zoals pva ondernemersloket Circulaire Economie en bereiden declaraties voor bij PZH/ RVO.) In 2020 is besloten om het LEADER programma met 2 jaar te verlengen.

Ook de besteding van ZZG-middelen door het Landschapsfonds Holland Rijnland is nog met een jaar tot en met 2021 verlengd. Vanuit het perspectief van natuur- en landschap wordt actief inbreng geleverd voor de Regionale Omgevingsagenda. Zo dragen we bij aan het vergroten van de toegankelijkheid en bereikbaarheid van natuur en landschap en de versterking van de grote waarde ervan voor onze regio en anderen.

15

2.1.6 Regionale strategie mobiliteit

Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Met de strategische aandacht voor mobiliteit en agendering van urgente bereikbaarheidsopgaven draagt Holland Rijnland bij aan het versterken van woonmilieus, de bereikbaarheid van recreatieve gebieden en de economische ontwikkeling. Hierbij ligt de focus op de interne en externe bereikbaarheid van Holland Rijnland voor zowel personen als goederen. De prioriteit ligt bij duurzame oplossingen in relatie met het klimaatakkoord en bij de samenhang met de verstedelijkingsopgave en de realisatie van een inclusieve samenleving. Ook stimuleert Holland Rijnland veiliger weggedrag en probeert verkeeronveilige situaties te voorkomen door aanpassing van infrastructuur en in te zetten op educatie en handhaving van verkeersregels. In 2020 is ten behoeve van de actualisering van de Regionale Strategie Mobiliteit (RSM) onderzoek uitgevoerd naar het functioneren van het huidige mobiliteitssysteem in relatie tot toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en technologische en maatschappelijke trends. Op basis van deze analyse is geadviseerd over de mobiliteitsopgaven voor de korte- en (middel)lange termijn in Holland Rijnland. Ook is er onderzoek uitgevoerd naar de verduurzaming van mobiliteit. Dit onderzoek zal zowel voor de RES 1.0 als voor de RSM worden gebruikt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9934021/1