Concept besluitenlijst PHO Bestuur en Middelen 18 november 2020 (Agendabundel, met link naar besluitenlijst)
Tekst van het document
47
Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
0
0
- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
877.488
329.577
Totaal liquide middelen
877.488
329.577
Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
236.244
348.875
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
80.613
30.856
Totaal overlopende activa
316.857
379.732
Liquide middelen - Kassaldi
• Overlopende activa De overlopende activa worden tegen de nominale waarde opgenomen.
Overlopende activa
Verloopoverzicht overlopende activa Op de balans staan nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Deze ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Ze zijn als volgt te specificeren.
Omschrijving specifieke uitkering
Saldo per 1 januari 2020
Ontvangen Toevoegingen bedragen
Saldo per 31 december 2020
Leader
204.997
74.879
Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi
31.247
345.000
307.247
69.000
Totaal overlopende activa
236.244
419.879
307.247
348.875
48
279.876
Toelichting op de passiva Vaste passiva • Reserves Indien beschikbare middelen in enig jaar niet worden uitgegeven op een reguliere taak (taak die in de gemeenschappelijke regeling is opgenomen en die jaarlijks in de exploitatie voorkomt) dan kunnen overschotten die het volgend jaar niet opnieuw begroot worden, worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- Algemene reserves
232.471
200.000
- Bestemmingsreserves
451.423
1.396.997
Totaal reserves
683.894
1.596.997
- Nog te bestemmen resultaat / Af te rekenen met de gemeenten
2.176.753
1.507.871
Totaal Eigen vermogen
2.860.648
3.104.867
Eigen vermogen
Staat van reserves Reserves
Saldo 31/12 2019
Bestemming resultaat 2019 Toevoeging
Onttrekking
Saldo 01/01/2020
Toevoeging 2020
Onttrekking 2020
Saldo 31/12 2020
ALGEMENE RESERVE 8700001 Algemene Reserve
232.471
17.528
0
250.000
0
50.000
200.000
ALGEMENE RESERVE
232.471
17.528
0
250.000
0
50.000
200.000
8710006 Reserve RBL
35.933
0
9.176
26.757
0
0
26.757
8710007 Reserve cofinanciering
94.796
103.072
0
197.868
0
0
197.868
0
0
0
0
0
0
0
8710010 Reserve onderwijsarbeidsmarkt
140.105
0
24.228
115.877
0
0
115.877
8710011 Reserve Energieakkoord
180.589
0
42.510
138.079
0
0
138.079
0
81.094
0
81.094
0
81.094
0
BESTEMMINGSRESERVES
8710008 Reserve werkagenda jeugdhulp
8710012 Reserve budgetoverheveling
49
Reserves
Saldo 31/12 2019
Bestemming resultaat 2019
Saldo 01/01/2020
Toevoeging 2020
Onttrekking 2020
Saldo 31/12 2020
8710013 Reserve regionale energiestrategie (RES)
0
50.000
0
50.000
0
0
50.000
8710014 Reserve Transformatiefonds Jeugd
0
1.621.844
0
1.621.844
0
753.428
868.416
BESTEMMINGSRESERVES
451.423
1.856.010
75.914
2.231.519
0
834.522
1.396.997
TOTAAL RESERVES
683.894
1.873.538
75.914
2.481.519
0
884.522
1.596.997
Reserves Algemene Reserves Doel van de reserve : Dekkingsmiddel bij het opvangen van financiële tegenvallers en calamiteiten. Mutaties 2020: Storting: Geen Onttrekking: € 50.000: De kosten voor bedrijfsvoering worden in navolging van het financïële doorkijkje verhoogd met een bedrag van €50.000 . Reserve Budgetoverheveling Doel van de reserve: Overheveling van budgetten naar een volgend jaar. Mutaties 2020: Storting: € 81.094 (bij resultaatbestemming 2019) Onttrekking: € 81.094: In deze bestemmingsreserve wordt ultimo 2019 het bedrag van € 81.094 gestort en wordt in 2020 er direct weer uitgehaald. Op deze manier wordt bewerkstelligd dat er niet over het jaar 2020 een onrechtmatigheid wordt vastgesteld bij de jaarrekening. Reserve Regionaal Bureau Leerplicht Doel van de reserve: Ter dekking onverwachte kosten. Mutaties 2020: Geen Reserve cofinancieringsfonds Doel van de reserve: Ter dekking van bijdragen aan projecten. Mutaties 2020: Geen Reserve werkagenda jeugdhulp Doel van de reserve: faciliteren werkagenda Jeugd. Mutaties 2020:
50
Geen Reserve onderwijsarbeidsmarkt Doel van de reserve: Activiteiten onderwijsarbeidsmarkt. Mutaties 2020: Geen Reserve energieakkoord Doel van de reserve: Inzetten van middellen. Mutaties 2020: Geen Reserve regionale energiestrategie (RES) Doel van de reserve: Middelen die overgebleven zijn, kunnen bij resultaatbestemming gestort worden in deze reserve om ze in een later jaar weer te kunnen gebruiken. Mutaties 2020: Geen Reserve Transformatiefonds Jeugd Doel van de reserve: Transformatie in de jeugdhulp te stimuleren. Mutaties 2020: Storting: Geen Onttrekking: € 753.428: Meer uitgaven dan geraamd in de begroting 2020 voor het Transformatiefonds Jeugd, waardoor er een onttrekking uit de reserve hiervoor plaatsvindt van €753.428. .
51
Vlottende passiva • Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
1.203.533
1.461.969
470.286
489.206
- Van gemeenten ontvangen voorschotten jeugdzorg
16.809.156
9.940.020
Totaal netto vlottende schulden
18.482.974
11.891.195
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden - Crediteuren - Overige schulden
• Overlopende passiva Met ingang van 1 januari 2008 schrijft de BBV voor dat in geval van overblijvende middelen op een incidentele, additionele taak / project (er is dus sprake van een concrete bestedingsverplichting) deze middelen dienen te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren . Ook in geval van Rijksgelden waarbij de gemeenten als doorgeefluik fungeren (denk aan de Vinexregeling/ ISV-gelden) dienen deze gelden te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder ’vooruit ontvangen derden gelden’, daar de gelden door derden (lees het Rijk) zijn beklemd. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en vooruit ontvangen derden gelden. Boekwaarde 31-12-2019
Boekwaarde 31-12-2020
- Totaal verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
761.665
561.293
- Totaal van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (voor toelichting zie bijlage 5.9 Staat overlopende passiva)
35.194.559
38.669.920
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
1.208.118
500.000
Totaal overlopende passiva
37.164.342
39.731.214
Overlopende passiva
52
Staat van overlopende passiva De specificatie van de nog niet bestede ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen om de lasten van volgende begrotingsjaren te dekken is als volgt.
Omschrijving
Saldo per 1 januari 2020
Toevoeging
RIF gelden
33.850.940
RIF rente
1.106.987
Sub-totaal RIF-project:
34.957.927
9.500.000
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid
176.093
Voortijdig schoolverlaten (VSV) Sub-totaal projecten Programma Inhoudelijke Agenda: Totaal overlopende passiva
Terugbetaling/ Vrijval Besteding
9.500.000
Saldo per 31 december 2020
5.989.216
37.361.725
45.669
1.061.318
6.034.885
38.423.043
194.680
176.093
194.680
60.538
52.198
60.538
52.198
236.631
246.878
0
236.631
246.878
35.194.559
9.746.878
0
6.271.516
38.669.920
0
Toelichting op de aard, reden en mutatie :
4.1.3 Overzicht van niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Onderwerp / omvang van de verplichting * Huur van het pand Schuttersveld 9 (1e verdieping, incl. servicekosten) / huurovereenkomst vanaf 01-03-2016 en loopt tot en met 28 februari 2021. De verlenging van het contract loopt tot en met 28 februari 2031. Kosten per jaar circa €193.000 incl BTW. * Dienstverleningsovereenkomst met Servicepunt 71. De overeenkomst loopt tot 30 juni 2021. Er wordt nu gewerkt aan een verlenging van deze overeenkomst De verplichting per jaar Regulier o.b.v. het huidige contract bedraagt: €394.896(exclusief de ICT dienstverlening), TWO Jeugdhulp €145.421,- en ICT €285.256(alle bedragen zijn exclusief BTW). * Waarde van het restant verlofuren over 2020 à € 242.825 * de effecten van Corona zijn financieel in 2020 meegevallen. Derhalve is het nu niet nodig daar apart wat voor op te nemen. Geen overschrijdingen van de Wet Normering Topinkomens (WNT) Nadere informatie over de WNT is opgenomen in het overzicht 'Wet normering bezoldiging top-functionarissen in de publieke en semi-publieke sector'.
53
4.2 Overzicht van baten en lasten Naar programma
Begroting 2020
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2020
Resultaat 2020
Lasten
2.913.159
1.261.329
4.174.488
8.164.070
-3.989.582
Baten
-966.277
-1.491.244
-2.457.521
-6.849.171
4.391.650
1.946.882
-229.915
1.716.967
1.314.899
402.068
Lasten
4.338.588
2.266.265
6.604.853
5.672.447
932.406
Baten
-832.686
-1.726.011
-2.558.697
-2.630.305
71.608
3.505.902
540.254
4.046.156
3.042.143
1.004.013
Lasten
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Baten
-
-
-
-
-
282.421
0
282.421
151.000
131.421
Lasten
2.330.600
739.183
3.069.783
3.114.473
-44.690
Baten
-
-
-
-15.055
15.055
2.330.600
739.183
3.069.783
3.099.418
-29.635
Lasten
-
-
-
-
-
Baten
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
-8.065.805
-165.000
-8.230.805
-8.230.808
3
Lasten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Totaal lasten
9.864.768
4.266.777
14.131.545
17.101.990
-2.970.445
Totaal baten
-9.864.768
-3.382.255
-13.247.023
-17.725.339
4.478.316
Saldo van baten en lasten
0
884.522
884.522
-623.349
1.507.871
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-884.522
-884.522
-884.522
0
Saldo reserveringen
-
-884.522
-884.522
-884.522
0
Resultaat
0
0
0
-1.507.871
1.507.871
Domein 1 Ruimte en Energie
Saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd
Saldo Domein 3 Strategisch positioneren
Saldo Domein 4 Organisatie en samenwerking
Saldo Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
Saldo Resultaat
Saldo
4.2.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten
De baten en lasten van Holland Rijnland bestaan in 2020 voor het merendeel uit de volgende vier componenten:
54
1. De kosten van de werkorganisatie: salarissen en andere personele kosten, huur en overige kosten in verband met de huisvesting, kosten voor ICT e.d. Deze kosten worden via een uurtarief verdeeld over de diverse programma’s. 2. De directe programmakosten en -baten: de kosten die rechtstreeks gemaakt worden ten behoeve van projecten en andere onderdelen van de programma’s en daarmee verband houdende ontvangen subsidies van derden. 3. Onttrekkingen uit reserves. 4. De bijdragen van de gemeenten. 5. Subsidies en bijdragen van derden, met name de provincie Zuid-Holland. Holland Rijnland kent geen post onvoorzien (zie paragraaf 3.6). Hierna wordt een analyse gegeven op de belangrijkste verschillen per programma ten opzichte van de begroting. Toelichting Programma Ruimte en Energie Op het programma Ruimte en Energie is een positief saldo van €402.068. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. - Overschot op de bedrijvenstrategie van € 20.000. Het bedrag van € 20.000 is geld dat Holland Rijnland bij alle gemeenten ophaalde naar aanleiding van de opdracht van de provincie Zuid-Holland uit 2018 om een regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Dit onderwerp was bij de reorganisatie van Holland Rijnland geschrapt. Deze bedrijventerreinenstrategie werd in 2019 afgerond op basis van een onderzoek door STEC.
Uiteindelijk is de factuur van STEC helemaal betaald door de provincie en de uitgaven zijn door Holland Rijnland niet gedaan. In 2020 is bij de behandeling van de jaarrekening 2019 besloten dit budget te blijven reserveren voor het onderwerp bedrijventerreinenstrategie. De verwachting is nu dat op basis van de provinciale behoefteraming en onder invloed van de Regionale Omgevingsagenda er in de tweede helft van 2021 budget nodig zal zijn voor de uitwerking van de strategische keuzes m.b.t. ruimte voor economische ontwikkeling in Holland Rijnland i.r.t. wonen, mobiliteit, energie en groen. - Overschot op energie van €188.251 Het voor 2020 gereserveerde bedrag vanuit de rijksbijdrage RES is geheel besteed. Van de additionele gemeentelijke bijdrage voor het Regionaal Energieakkoord resteert een bedrag €188.251. Dit bedrag wordt voorgesteld te storten in de reserve Energieakkoord. Medio 2021 zal een besluit plaats moeten vinden over de inzet richting en RES 2.0 (en verder) en de bijbehorende organisatie en inzet. Daartoe zal gekeken worden naar de rijksbijdrage 2021, de gemeentelijke bijdrage aan het Regionale Energieakkoord en de opgebouwde reserves RES en Energieakkoord. - Overschot Regionaal Project Verkeersveiligheid van €66.000 Voor verkeersveiligheid is minder uitgegeven doordat er minder projecten zijn uitgevoerd als gevolg van de coronabeperkingen.
Vooral educatieve projecten voor gedragsbeïnvloeding konden maar
55
beperkt doorgaan. Het overschot van de ontvangen subsidie is reeds overgeboekt naar de balans.Het gaat hier dus om het Holland Rijnlandbudget, niet om het subsidiebudget. - Overschot woonruimteverdeling €72.000 In 2020 is voor de urgentiecommissie extra budget beschikbaar gesteld om de continuïteit van de ondersteuning te waarborgen. De onderbesteding is ontstaan door dat de vacatures ter vervanging van een langdurig zieke medewerker en de ondersteuning van de administratie later konden worden ingevuld dan verwacht. Ook in 2021 zal inhuur noodzakelijk zijn. - Overschot Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmarkt €50.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. Een woonagenda heeft een relatie met ruimte en maatschappij. Daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aanhet overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000. Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda.
Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het corona virus. Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het Programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten door naar 2021. - overschrijding in lasten van €4,6 mln De baten en lasten zijn met €4,6mln toegenomen door de huidige BBV regels. Hierdoor zijn voor groenprojecten de baten en lasten opgenomen in de exploitatie. Per saldo is dat dus budgettairneutraal. Programma Maatschappij en Jeugd Op het programma Maatschappij en Jeugd is een positief resultaat van €1.004.013 inclusief het overschot van €73.857 voor het onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. - Overschot op (vooral) ondersteuning inkoop jeugdhulp TWO van €73.857: Binnen onderdeel Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp) is sprake van een overschot van €73.857. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 de inkoop 2022 en de versterking van de bedrijfsvoering van TWO te bekostigen. Dit traject is gestart in 2020. Eerder is van 2019 naar 2020 een bedrag van €61.094 overgeheveld. Het zwaartepunt van deze twee speerpunten ligt immers, conform de afspraken met gemeenten, in 2021.
- Overschot op het Transformatiefonds Jeugd van €524.662 In de TURAP is een deel van het budget van het Transformatiefonds, dat door het Rijk aan de jeugdregio Holland Rijnland is toegekend, in 2020 aan de bestemmingsreserve onttrokken. Doordat
56
een deel van de kosten begin 2021 gemaakt zal worden, bleek de inschatting van de uitgaven hoger te zijn dan de daadwerkelijke realisatie. Een aantal projecten uit het Transformatieplan is verlengd tot het moment dat nieuwe overeenkomsten jeugdhulp ingaan (Inkoop Jeugdhulp 2022) en de realisatie van deze kosten valt zodoende ook in 2021. - Regionale samenwerkingsagenda jeugd €91.237 De gemeenten hebben financieel bijgedragen aan het werkbudget van de Regionale Werkagenda Jeugd 2020 om regionale beleidsopgaven uit te voeren. Een verschuiving van prioriteiten door de focus op de Inkoop 2022 en minder uitgebreid uitgevoerde activiteiten door corona zorgen voor dit overschot. Deze middelen zijn bedoeld om in 2021 voor een deel de kosten van de (beleids)opgaven in het Jaarplan Jeugdhulp 2021 (voorheen Regionale Werkagenda) te bekostigen. - Ruimte / wonen / opvang en arbeidsmarkt; €100.000 Het is nog niet in alle gevallen duidelijk een scheidslijn te trekken of uitgaven behoren tot het programma Ruimte en Energie of tot het programma Maatschappij en Jeugd, omdat beiden vorig jaar nog tot het programma inhoudelijke agenda behoorden. Een woonagenda heeft een relatie met ruimte en maatschappij. Daarom moet het overschot binnen het programma Ruimte en Energie van ca €50.000 gekoppeld worden aanhet overschot op het programma Maatschappij en Jeugd van ruim €100.000.
Het gezamenlijke overschot komt mede doordat het themacafé woonruimteverdeling diverse keren is uitgesteld en er kosten niet gemaakt zijn in verband met de heroriëntatie op het woonruimteverdeelsysteem. Daarnaast speelt de actualisatie van de Regionale Woonagenda. Bovenstaande is grotendeels te wijten aan het corona virus. Verder is specifiek bij de Regionale Strategie Mobiliteit, die onderdeel is van het Programma Ruimte, vertraging opgelopen door ziekte bij de projectleider van het bureau dat is ingeschakeld. Hierdoor schuiven kosten grotendeels door naar het eerste deel van 2021. - overschot Regionaal Bureau Leerplicht van €190.000 Door Corona werden opleidingen uitgesteld (€30.000) en reis- en verblijfskosten niet gemaakt (€10.000). Ook werden scholen gesloten en was er een korte periode sprake van minder contact met onze doelgroep. Dat maakte dat wij incidenteel terughoudend konden zijn met het volledig invullen van vacatureruimte, vervanging bij zwangerschapsverlof en vervanging bij detachering (€40.000). Een andere belangrijke verklaring van bovengenoemd overschot (circa €80.000) is het gevolg van de indexering van de RMC subsidie. Er was aanvankelijk een bedrag aan RMC subsidie begroot van ruim €810.000. Bij de TURAP is dat verhoogd naar €875.000. Vervolgens is de daadwerkelijke subsidie uitgekomen op €916.000. De indexatie gebeurt nu dubbel.
Een indexering vanuit gemeenten en vanuit het rijk. Dit wordt m.i.v. 2022 rechtgetrokken . Programma Strategisch positioneren In 2020 is een bedrag van €151.000 uitgegeven. Voor de specificatie hiervan wordt verwezen naar paragraaf 6.1.
57
Programma Organisatie en samenwerking Er is sprake van een overschrijding van bijna €30.000,- vooral als gevolg van extra inhuur kosten AO/ IC. De overschrijding in baten heeft betrekking op coronagerelateerde kosten die doorbelast zijn aan de deelnemende gemeentes, en een deel van de meerkosten AO/IC die weer doorbelast zijn aan SP71. Programma Algemene Dekkingsmiddelen Geen bijzonderheden. Begrotingsrechtmatigheid Zoals toegelicht is op het programma Ruimte en Energie en het Programma Overhead is daar een overschrijding. In het programma Ruimte en Energie zijn de baten en lasten met €4,6mln toegenomen door de huidige BBV regels. Hierdoor zijn voor groenprojecten de baten en lasten opgenomen in de exploitatie. Per saldo is dat dus budgettairneutraal. Bij het programma overhead is er een overschrijding van €30.000 door extra inhuur AO/IC.
58
Overzicht incidentele baten en lasten In verband met de aanscherping van het financieel toezicht moet volgens de Gemeentewet een overzicht van structureel en reëel evenwicht worden opgenomen in de jaarrekening. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is hierop aangepast. Het Algemeen Bestuur en de financieel toezichthouder zijn nu beter in staat om vast te stellen of er sprake is van een structureel en reëel evenwicht. Van structureel evenwicht is sprake als de structurele (meerjarige) lasten worden gedekt door structurele baten. De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt: Totaal van de lasten en lasten van de programma's en algemene dekkingsmiddelen af: de incidentele lasten en baten per programma en algemene dekkingsmiddelen Blijft over het totaal van de structurele lasten en baten programma's en algemene dekkingsmiddelen bij: de structurele verrekeningen met de reserves Geeft het totaal structureel begrotingssaldo en meerjarenraming
De uitgewerkte tabel voor de bepaling van het structureel evenwicht is hierna opgenomen. Die tabel bevat het voorgeschreven: • Overzicht van de incidentele baten en lasten per programma; • Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
59
Incidentele Lasten / baten Programma
Toelichting
Totaal exploitatie
Lasten 2020
Baten 2020
17.101.990
-17.725.339
Maatschappij en Jeugd
1. Werkagenda Jeugd
68.348
-159.539
Ruimte en Energie
2. Energieakkoord
429.715
-617.966
Ruimte en Energie
3. Lokale ontwikkelingsstrategie LEADER
97.592
-84.384
Maatschappij en Jeugd
4. Transformatiefonds Jeugd
1.389.042
-1.156.572
Ruimte en Energie
5. Regionale Energie Strategie (RES)
728.118
-728.118
Ruimte en Energie
6. Bedrijvenstrategie
-
-
Maatschappij en Jeugd
7. Subsidieproject gemeente Leiden begeleiding Nuggers en VSV-ers
49.584
-49.584
Maatschappij en Jeugd
8. Onderzoek Thuiszitters
2.060
-2.060
Maatschappij en Jeugd
9. Regionale gemeentelijke VSV-projecten
196.031
-196.031
Ruimte en Energie
10. Regionale en lokale projecten verkeersveiligheid (RPV)
408.281
-408.281
Maatschappij en Jeugd
11. Incidentele ophoging budget TWO Jeugdhulp uitvoeringskosten
-
-
Organisatie en Samenwerking
12. Salarissen boventalligen
36.586
-26.042
Organisatie en Samenwerking
13. extra inhuur interne controle AO / IC
-
-
Totaal incidenteel exploitatie
3.405.356
-3.428.578
Totaal structureel exploitatie
13.696.634
-14.296.761
60
Toelichting incidentele baten en lasten / saldo structurele exploitatie: 1. Werkagenda Jeugd: Kosten voor het opstellen van de werkagenda Jeugd. Hiervoor is een extra bijdrage van de deelnemende gemeentes ontvangen. 2. Energieakkoord: Holland Rijnland heeft samen met de de gemeentes, Hoogheemraadschap, provincie en Omgevingsdiensten, een Energieakkoord opgesteld. De gemeentes hebben in 2020 567.966,- bijgedragen, de provincie 50.000,-. Het totale budget voor 2020 was daarmee 617.966,-. 3. LEADER: Kosten voor projecten in het kader van plattelandsontwikkeling, gedekt door een Europese subsidie van de Provincie Zuid-Holland en een aanvullende bijdage van de gemeentes. 4. Transformatiefonds Jeugd: De gemeente Leiden, heeft via het gemeentefonds een extra bijdrage gekregen tbv het transformatiefonds Jeugd. Holland Rijnland voert dit uit. 5. RES: De gemeente Alphen aan den Rijn, heeft via het gemeentefonds een bijdrage gekregen van 1.258.118,-. In het AB van 30 oktober 2019 is besloten dat Holland Rijnland het RES gaat uivoeren. In 2019 is 50.000 opgenomen in de begroting, in 2020 en 2021 in totaal 1.208.118. 6. In 2019 is door Holland Rijnland geld opgehaald bij de gemeentes naar aanleiding van de opdracht van de provincie ZuidHolland uit 2018 om een regionale bedrijventerreinenstrategie op te stellen. Deze middelen zijn naar 2020 overgeheveld maar nog niet uitgegeven. 7.
VSV: Het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) heeft een subsidie van de gemeente Leiden ontvangen voor het bieden van extra mogelijkheden in de begeleiding naar onderwijs van Leidse jongeren. De besteding op deze subsidie bedraagt 15.134,-. De subsidie is nog niet vastgesteld en het mogelijk terug te betalen bedrag is toegevoegd aan de overlopende passiva. 8. Onderzoek Thuiszitters: In 2020 heeft Holland Rijnland een subsidie van 34.944,- ontvangen voor het onderzoek thuiszitters. Deze kosten zijn niet geheel gemaakt in 2020. 9: Regionale gemeentelijke VSV-projecten: In het PHO-Maatschappij van 30 oktober 2019 is besloten om een aantal regionale VSV-projecten in de RMC-regio Zuid-Holland Noord gezamenlijk te financieren. Hiervoor is vanuit de gemeenten in totaal 200.000 euro beschikbaar gesteld voor 2020 en 2021. 10. RPV: Kosten voor de uitvoering van regionale en lokale projecten op het gebied van verkeersveiligheid, gedekt door subsidie van de Provincie Zuid-Holland. Het overschot is opgenomen als vooruitbetaald. 11. Budget TWO: vanuit 2019 is het overschot overgeheveld naar 2020, maar de kosten hiervoor zijn nog niet geheel gemaakt. Samen met het overschot op de structurele middelen TWO wordt voorgesteld dit over te hevelen naar 2021. 12. Frictie: Salariskosten van boventalligen naar aanleiding van #Kracht15. 13.
Overhead: in de turap is een onttrekking gedaan uit de algemene reserve voor extra inhuur AO/IC. Alle kosten hiervoor zijn gemaakt.
61
Incidentele mutaties reserves Reserves
Stortingen
Onttrekkingen
-
-884.522
Totaal mutaties in reserves
4. Transformatiefonds Jeugd
-753.428
6. Bedrijvenstrategie
-20.000
11. Incidentele ophoging budget TWO Jeugdhulp uitvoeringskosten
-61.094
13. extra inhuur interne controle AO/IC
-50.000
Structurele mutaties in reserves
Totaal structureel in reserves
-
-
Totaal incidenteel in reserves
-
-884.522
13.696.634
-14.296.761
Evenwicht structurele lasten en baten Totaal structurele lasten en baten Structureel saldo
-600.128
Structureel evenwicht
ja
62
Overzicht per taakveld In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, art. 24; lid 3 d) is de verplichting vastgesteld de jaarrekening een bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld bevat. Geboekt Bestuur en ondersteuning
Lasten
0.10
Mutaties reserves
0.11
Resultaat rekening baten en lasten
1.507.871
0.4
Overhead
3.114.473
-15.055
0.8
Overige baten en lasten
0
-25.926
4.622.344
-925.503
627.016
-463.811
627.016
-463.811
1.591.942
-1.966.061
1.591.942
-1.966.061
2.013.068
-4.343.622
2.013.068
-4.343.622
5.014.133
-5.281.202
5.014.133
-5.281.202
2.108.898
-2.271.250
217
0
344.965
-377.082
1.596.556
-2.352.339
4.050.637
-5.000.671
Totaal Verkeer, vervoer en waterstaat
2.1
Verkeer en vervoer
Totaal Economie
3.1
Economische ontwikkeling
Totaal Onderwijs
4.3
Onderwijsbeleid en leerlingzaken
Totaal Sport, cultuur en recreatie
5.7
Openbaar groen en (openlucht) recreatie
Totaal Sociaal domein
6.1
Samenkracht en burgerparticipatie
6.2
Wijkteams
6.5
Arbeidsparticipatie
6.72
Maatwerkdienstverlening 18-
Totaal Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing
Baten 0
-884.522
8.1
Ruimtelijke ordening
97.876
0
8.3
Wonen en bouwen
592.844
-628.990
690.720
-628.990
18.609.861
-18.609.861
Totaal Totaal
63
Wet Normering Bezoldiging topfunctionarissen publiek en semi publieke sector (WNT) Openbaarmakingsverplichting Wet Normering Topinkomens (WNT) Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze sectoren zijn op basis van de WNT verplicht om bezoldigingsgegevens van topfunctionarissen openbaar te maken. Topfunctionarissen zijn diegenen die behoren tot het hoogste uitvoerende of toezichthoudende orgaan, of de laag daaronder, en in die rol verantwoordelijk zijn voor de gehele instelling of rechtspersoon. Bij gemeenten zijn in ieder geval de gemeentesecretaris en de griffier topfunctionarissen. Daarnaast moeten bezoldigingsgegevens en eventuele ontslagvergoedingen van andere medewerkers met een dienstbetrekking worden vermeld, zodra de bezoldiging in totaal hoger is dan het bezoldigingsmaximum. Dit geldt ook voor topfunctionarissen zonder dienstbetrekking. In dat geval wordt wel rekening gehouden met het aantal kalenderdagen en in welke deeltijdfactor de functionaris werkt. Deze verantwoording 2020 is opgesteld op basis van de voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen geldende algemene WNT-maximum van € 201.000. Er zijn er geen bezoldigingen betaald die boven dit wettelijke maximum uitkomen. Gegevens 2020
Organisatie
Holland Rijnland
Naam
Bakker L.A.M.
Functie
directeur
Functiegegevens aanvang en einde functievervullling in 2020
01-01-2020 - 31-12-2020
Omvang dienstverband (in fte)
0,89
Dienstbetrekking
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
103.254
Beloningen betaalbaar op termijn
18.049
Bezoldiging
121.303
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
178.669
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag
n.v.t.
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan
n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling
n.v.t.
64
Gegevens 2019
Organisatie
Holland Rijnland
Naam
Bakker L.A.M.
Functie
directeur
Functiegegevens aanvang en einde functievervullling in 2019
01-01-2019 - 31-12-2019
Omvang dienstverband (in fte)
0,89
Dienstbetrekking
ja
Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen
99.990
Beloningen betaalbaar op termijn
17.346
Bezoldiging
117.336
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum
172.447
Toezichthoudende topfunctionarissen 2020 Naam topfunctionaris
Functie
H.J.J. Lenferink
Lid Dagelijks Bestuur
A.L. van Kempen
Lid Dagelijks Bestuur
J.W.E. Spies
Lid Dagelijks Bestuur
F.Q.A. van Trigt
Lid Dagelijks Bestuur
B.M.J. Wolters
Lid Dagelijks Bestuur
E.R. Jaensch
Lid Dagelijks Bestuur
F. Spijker
Lid Dagelijks Bestuur
F.M. Schoonderwoerd
Lid Dagelijks Bestuur
C. van Starkenburg
Lid Dagelijks Bestuur
C.J. van Velzen
Lid Algemeen Bestuur
F.J.H. van Zuylen
Lid Algemeen Bestuur
A.M. Noordermeer-Krommendam
Lid Algemeen Bestuur
M.J. Kottenhagen
Plv Lid Algemeen Bestuur
L.M.J. Pijnacker
Lid Algemeen Bestuur
C.H. Langeveld
Lid Algemeen Bestuur
65
Toezichthoudende topfunctionarissen 2020 A. van Erk
Plv Lid Algemeen Bestuur
M. Roelofs
Plv Lid Algemeen Bestuur
K.M. van der Velde-Menting
Lid Algemeen Bestuur
P.C. van der Wereld -Verkerk
Lid Algemeen Bestuur
I.A.A. van der Meer
Plv Lid Algemeen Bestuur
S. Spek
Lid Algemeen Bestuur
C.L. Visser
Lid Algemeen Bestuur
J.W.C. de Mooij
Plv Lid Algemeen Bestuur
F. Zeggelt
Lid Algemeen Bestuur
G. van Gaal
Lid Algemeen Bestuur
M. Schreuder
Lid Algemeen Bestuur
S. van Diepen
Plv Lid Algemeen Bestuur
J. Hendriks
Lid Algemeen Bestuur
E. Filemon
Lid Algemeen Bestuur
H. Bos
Plv Lid Algemeen Bestuur
M. van Beek
Plv Lid Algemeen Bestuur
A.G.M. Mesman
Lid Algemeen Bestuur
C.P.M. van der Zwet
Lid Algemeen Bestuur
W.H. Slootbeek
Plv Lid Algemeen Bestuur
F. Mélotte
Plv Lid Algemeen Bestuur
T.C.J. de Kleer
Lid Algemeen Bestuur
R.J.G. de Ridder
Lid Algemeen Bestuur
C.A.G.M. Egberts
Plv Lid Algemeen Bestuur
A.J. Schrama-van Kessel
Plv Lid Algemeen Bestuur
R.T.P. Brouwer
Lid Algemeen Bestuur
D.T.C. Salman
Lid Algemeen Bestuur
R. ter Hark
Lid Algemeen Bestuur
J.J.J. Beugelsdijk
Plv Lid Algemeen Bestuur
H.W.M. de Jong
Plv Lid Algemeen Bestuur
E. Bus
Lid Algemeen Bestuur
I.J. van Dillen
Lid Algemeen Bestuur
E.H.M. Creemers
Plv Lid Algemeen Bestuur
G.A. Koot
Lid Algemeen Bestuur
J.J. van Doesburg
Lid Algemeen Bestuur
66
Toezichthoudende topfunctionarissen 2020 R. Wietsma-Biesbroek
Lid Algemeen Bestuur
C.G.J. Breuer
Plv Lid Algemeen Bestuur
M. Volten
Plv Lid Algemeen Bestuur
R. Zoetemelk
Lid Algemeen Bestuur
S. van den Dool
Lid Algemeen Bestuur
G. Zeelt
Plv Lid Algemeen Bestuur
A. Deuzeman
Plv Lid Algemeen Bestuur
A. Bakx
Lid Algemeen Bestuur
R.F. Bouter
Lid Algemeen Bestuur
E.G.E.M. Bloemen
Plv. Algemeen Bestuur
R.W. Onderwater
Plv. Algemeen Bestuur
Tabellen 1b, 1c, 1e, 1f en 2: deze categorieën waren over 2020 niet van toepassing. Tabel 3: Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2020 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.
67
68
5 Besluit Het Algemeen Bestuur van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland; gezien de rekening van lasten en baten van het samenwerkingsorgaan over het jaar 2020; gelet op artikel 197 en volgende van de gemeentewet; b e s l u i t: De jaarrekening 2020 vast te stellen met een voordelig resultaat van Over de bestedings- en dekkingsvoorstellen separaat te besluiten. Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van het Samenwerkingsorgaan Holland Rijnland in de vergadering van 30 juni 2021.
L.A.M. Bakker secretaris
H.J.J. Lenferink voorzitter
69
70
6 Bijlagen 6.1 Subsidies
Verantwoording CVV Subsidie verstrekker: Provincie Zuid-Holland
Subsidie Ontvangen toekenning bedrag 2020 in 2020
Nog te ontv.
Uitgaven 2020
Verschil uitgaven 2020
Project omschrijving Bijdrage CVV 2020
300.000
240.000
60.000
300.000
-
Voorschot kosten beheersorganisatie CVV 2020
45.000
36.000
9.000
45.000
-
Totaal
345.000
276.000
69.000
345.000
-
Projecten cofinanciering Toegekend bedrag 2020
Subsidie project Cofinanciering
Instrumentation for Space (LiS)
25.000
Back on Track
-25.000
OADB 2020
50.000
Project Environmental Omics
60.000
Samen Leren 2020
41.000
Totaal
151.000
In 2020 is de subsdie Back on Track van 25.000 terugontvangen.
71
72
04 Concept begroting 2022 1 04 PHO-voorstel concept begroting 2022.pdf
Oplegvel 1.
Onderwerp
Begroting 2022
2.
3.
Rol van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland Regionaal belang
4.
Behandelschema:
Datum: Informerend 18-02-2021
5.
DB Colleges PHO DB Gemeenteraad DB AB Gemeenteraad Advies PHO
6.
Reden afwijking eerdere besluitvorming en wijze afwijken
Nvt
7.
Essentie van het voorstel (annotatie zoals op agenda staat)
Het Dagelijks Bestuur te adviseren aan het Algemeen Bestuur voor te stellen de bijgaande begroting 2022 vast te stellen
8.
Inspraak
Ja, door: Gemeenteraden Wanneer: zienswijzen tot aan datum AB
9.
Financiële gevolgen
-
10.
Bestaand Kader
Relevante regelgeving: Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland Eerdere besluitvorming:
11.
Lokale context (in te vullen door griffier)
Basistaak
Datum: Adviserend
Datum: Besluitvormend
24-03-2021 01-04-2021 15-04-2021 30-06-2021 -----
Binnen begroting Holland Rijnland Structureel
Adviesnota PHO Vergadering: Datum: Tijd: Agendapunt: Kenmerk:
PHO Bestuur & Middelen 18-03-2021 10:30-12:00 04 ADV-21-01431
Onderwerp: Concept begroting 2022
Beslispunt: Het Dagelijks Bestuur te adviseren om aan het Algemeen Bestuur voor te stellen de bijgaande begroting 2021 vast te stellen. Inleiding: Bijgaand treft u aan het eerste concept van de begroting van het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland voor het jaar 2022. Beoogd effect: Door tijdige aanbieding van de begroting 2022 aan Gedeputeerde Staten zal Holland Rijnland ook in het jaar 2022 onder repressief toezicht blijven vallen. Argumenten 1.1 Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast. Het Dagelijks Bestuur is gehouden u een ontwerpbegroting ter vaststelling aan te bieden. Op grond van artikel 31 van de gemeenschappelijke regeling is het Algemeen Bestuur het bevoegd gezag voor het vaststellen van de begroting. 1.2 Begroting is conform uitgangspunten Kaderbrief De begroting is opgesteld conform de uitgangspunten zoals opgenomen in de Kaderbrief 2022 die door het Algemeen Bestuur op 16 december 2020 is vastgesteld. 2.1 De input van de portefeuillehouders past in het proces Middels het extra PHO van 24 maart 2021 wordt het mogelijk de portefeuillehouders te raadplegen voor advisering. 3.1 De gemeenten krijgen voldoende tijd voor zienswijzen De wet schrijft voor de concept begroting minstens acht weken voor de vergadering waarin deze zal worden vastgesteld toe te sturen aan de gemeenten.
De afspraak binnen Holland Rijnland is om dit nog eerder te doen, namelijk voor 15 april, zodat gemeenten ruimer de tijd hebben om zienswijzen te formuleren. Kanttekeningen/risico’s: Opdracht strekt zich verder uit dan deze begroting De regiogemeenten ontwikkelen gezamenlijk een regionale energiestrategie. Holland Rijnland heeft daarvoor een regierol op basis van het energieakkoord. De daarvoor benodigde middelen vallen buiten de scope van deze begroting.
Financiën: Zie begroting Planning: De ontwerpbegroting zal uiterlijk 15 april aan de gemeenteraden worden verzonden. Communicatie: De vastgestelde begroting wordt kenbaar gemaakt via de website. Bijlagen: Concept begroting 2022
Vergadering Holland Rijnland PHO Bestuur en Middelen
1 04a concept Begroting 2022 versie PHO maart 2021.pdf
Begroting 2022 Concept voor gemeenteraden van de deelnemende gemeenten
INHOUDSOPGAVE Voorwoord en algemene beschouwingen....................................................................................... 3
1 2
3
4
5
6
2.1 2.2 2.3
Algemene financiële beschouwingen.............................................................................................. 5 Inwonersbijdrage....................................................................................................................... 5 Cofinancieringsfonds................................................................................................................. 8 Regionaal Investeringsfonds per gemeente........................................................................... 10
Programma.................................................................................................................................... 13 3.1 Ruimte en Energie.................................................................................................................. 14 3.1.1 Integraal ruimtelijk kader.....................................................................................................14 3.1.2 Regionale woonagenda.......................................................................................................14 3.1.3 Huisvestingsverordening en uitvoering urgentieverklaring................................................. 15 3.1.4 Regionale strategieën voor bedrijventerreinen en kantoren............................................... 16 3.1.5 Regionale strategie natuur, landschap en recreatie...........................................................
17 3.1.6 Regionale strategie mobiliteit..............................................................................................19 3.1.7 Regionale energietransitie...................................................................................................20 3.1.8 Wat mag dat kosten?..........................................................................................................21 3.2 Maatschappij en Jeugd........................................................................................................... 22 3.2.1 Platform kennisdeling en beleidsafstemming sociaal domein............................................ 22 3.2.2 Aanjaagfunctie terugdringen laaggeletterdheid...................................................................23 3.2.3 Vertegenwoordiging en coördinatie jeugdhulpregio............................................................ 24 3.2.4 Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO Jeugdhulp)...........................................................24 3.2.5 Uitvoering jeugdbeschermingstafel..................................................................................... 26 3.2.6 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL).................................................................................... 26 3.2.7 Wat mag dit kosten?...........................................................................................................
27 3.3 Strategisch positioneren ........................................................................................................ 28 3.3.1 Cofinanciering......................................................................................................................28 3.3.2 Wat mag dat kosten............................................................................................................29 3.4 Organisatie en samenwerking ............................................................................................... 30 3.4.1 Overhead............................................................................................................................. 30 3.4.2 Wat mag het kosten?..........................................................................................................30 3.5 Algemene dekkingsmiddelen.................................................................................................. 32 4.1 4.2 4.3 4.4
Begroting Paragrafen.................................................................................................................... 33 Lokale heffingen...................................................................................................................... 33 Weerstandsvermogen en risicobeheersing.............................................................................33 Financiering............................................................................................................................. 35 Bedrijfsvoering......................................................................................................................... 36
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Financiële begroting...................................................................................................................... 39 Meerjarenbegroting 2022 – 2025............................................................................................39 Incidentele lasten en baten.....................................................................................................40 Geprognosticeerde balans...................................................................................................... 41 Staat van reserves.................................................................................................................. 43 Taakvelden...............................................................................................................................44 Besluit............................................................................................................................................ 45
1
7
7.1
Bijlagen.......................................................................................................................................... 47 Btw-compensatiefonds............................................................................................................ 47
2
1 Voorwoord en algemene beschouwingen Voor u ligt de begroting voor het jaar 2022, aangeboden door het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland. De dertien samenwerkende gemeenten stelden de hieraan vooraf gaande kaderbrief vast tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur van 16 december 2020. Deze kaderbrief legt de financiële kaders vast voor het opstellen van de begroting. De ambitie van onze gezamenlijke agenda sluit daarmee aan op de door de gemeenten beschikbaar gestelde middelen. Inhoudelijk baseren wij deze begroting op de Regionale Agenda 2019-2023, vastgesteld op 30 oktober 2019. De regionale agenda is onze samenwerkingsagenda voor de komende jaren. In deze begroting werken we die verder uit. We geven in grote lijnen aan hoe wij invulling willen geven aan de samenwerking in Holland Rijnland-verband. Deze begroting is opgebouwd op basis van onze opgaven en programma’s. Op programmaniveau beschrijven wij de opgaven en onze strategische doelen, gevolgd door wat we daarvoor structureel doen, en in 2022 in het bijzonder, en wat dat mag kosten. De gemeenten in Holland Rijnland wegen sectorale ruimtelijke claims onderling en integraal af daar waar dit regionale meerwaarde heeft. Zij maken voor regionale ruimtelijke opgaven strategische keuzes om gezamenlijk te agenderen richting provincie en Rijk en maken afspraken over de realisatie ervan.
Zo draagt Holland Rijnland bij aan de gewenste ontwikkeling van de regio en vergroten wij de leefkwaliteit. Op regionaal niveau organiseren wij, indien nodig, besluitvorming over de bijstelling van strategische ruimtelijke keuzes uit de regionale omgevingsagenda 2021 en verder. De regionale integrale ruimtelijke opgaven werken wij verder uit in de vorm van omgevingsprogramma's. Regionaal ruimtelijk samenwerken vraagt inzet vanuit de organisatie Holland Rijnland én vanuit de dertien samenwerkende gemeenten, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Dat is in tijden van een pandemie geen sinecure. Gemeenten hebben veel extra taken en het beslag op gemeentelijke middelen is groot. Ook gebeurt in tijden van corona het overleg en de participatie bijna geheel online. In deze begroting ziet u dat de woningbouwopgave op korte termijn al aanzienlijk is. Om voor 2030 30.000 nieuwe woningen te laten bouwen en procedures te versnellen, is een zorgvuldige afweging nodig van bouwlocaties en andere ruimteclaims en randvoorwaarden. Wij ronden in 2021 de actualisatie van de regionale woonagenda af en leggen in 2022 de nieuwe afspraken vast. Met onze inzet op natuurlijke en landschappelijke (icoon)projecten beogen wij versterking en behoud van de kwaliteit van natuur en landschap.
Wij streven naar een verhoging van de biodiversiteit, een versterking van cultuurhistorische waarden en een recreatieve aantrekkelijkheid van onze regio. Naast meer inkomsten en werkgelegenheid binnen deze sector, dragen we hiermee ook bij aan een gunstig (internationaal) vestigingsklimaat. In 2022 actualiseren wij onze regionale bedrijfsterreinenstrategie als dat nodig en zinvol is vanwege de provinciale behoefteraming en nieuw provinciaal beleid in relatie tot onze regionale omgevingsprogramma's. Het is lastig te voorzien wat voor invloed de toename van thuiswerken na verloop heeft op de benodigde vierkante meters voor kantoren en bedrijven.
3
Wij besteden aandacht aan mobiliteit en dragen bij aan het versterken van woonmilieus en economische ontwikkeling door de aanpak van en lobby voor urgente bereikbaarheidsopgaven. In de regionale strategie mobiliteit (RSM) hebben wij dit uitgewerkt. Mocht er vanuit de RSM in 2021 een nieuw regionaal fonds gewenst zijn, dan pakken wij dit op in 2022. Ook op mobiliteit is de invloed van de coronacrisis ongewis. Wij zien onder andere door het vele thuiswerken minder OV- en autogebruik. De OV-aanbestedingen worden uitgesteld. Want er zijn nog veel onzekere factoren. Blijven wij veel thuiswerken, gaan we meer fietsen en hoe lang mijden wij nog het OV? En neemt duurzame mobiliteit ook de gewenste vlucht? De regionale energiestrategie (RES) ontwikkelen wij in 2022 en 2023 door tot een RES 2.0. Het is nog niet duidelijk hoe wij de organisatie hiervan oppakken en of dit leidt tot wijzigingen in de gemeenschappelijke regeling. Het sociale domein is ook volop in beweging. Per 2023 vindt de doordecentralisatie plaats van de Maatschappelijke zorg, van de Centrumgemeente Leiden naar de subregio's. Dit willen wij in 2022 doen met een regionaal team dat het beleid, de inkoop, contractbeheer, monitoring, toegang en financiën uitvoert over regionale specialistische voorzieningen in de Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen.
De afgelopen jaren is de samenwerking in de arbeidsmarktregio Holland Rijnland geïntensiveerd. Het investeren in werkgeversdienstverlening en een betere aansluiting van vraag en aanbod van personeel is essentieel voor de regio om er na de coronacrisis weer bovenop te komen. Als jeugdhulpregio biedt Holland Rijnland het platform voor samenwerking en willen we een sterke gesprekspartner zijn voor het Rijk, de VNG en andere regio’s om onze doelen ten aanzien van jeugdhulp te realiseren. Alle gemeenten hebben zich gecommitteerd aan de Norm voor Opdrachtgeverschap van de VNG. In 2021 leggen wij onze regionale en bovenregionale samenwerking vast in een regiovisie. Begin 2023 verwachten wij een wijziging van de Jeugdwet. Het Rijk is voornemens om de borging van regionale en bovenregionale samenwerking wettelijk voor te schrijven. We volgen de ontwikkelingen en anticiperen op de gevolgen voor Holland Rijnland. Gemeenten geven aan steeds meer lokaal te willen sturen op jeugdhulp, zonder het belang van regionale samenwerking uit het oog te verliezen. In dat kader wordt in 2021 een extern onderzoek uitgevoerd om de bestaande regionale governance tegen het licht te houden en meteen voorstel te komen voor aanpassing van de gemeenschappelijke regeling of het inrichten van een andere samenwerkings- of uitvoeringsvorm. Onderwijs is natuurlijk ook belangrijk voor jongeren.
Ons Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) richt zich in 2022 op drie hoofddoelstellingen, namelijk: het tegengaan van herhalend verzuim, langdurig thuiszitten en voortijdige schooluitval.
4
2 Algemene financiële beschouwingen De begroting 2022 is opgesteld overeenkomstig de uitgangspunten uit de Kaderbrief 2022. Deze is vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 16 december 2020. Voor de indexatie is het advies gevolgd van de werkgroep Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen van gemeenten in de regio Hollands-Midden. De indexatie voor 2022 bedraagt 1,40% voor loonkosten en 1,10% voor materiële kosten. Het gebruikte gewogen indexcijfer voor 2022 is 1,28%. Op grond hiervan is de maximale reguliere bijdrage van gemeenten vastgesteld op € 6.082.405, zijnde de reguliere bijdrage (exclusief TWO en frictie) van het voorgaande jaar vermeerderd met de indexatie. Deze indexatie wordt ook toegepast op de uitvoeringskosten van TWO Jeugdhulp. Er worden op dit moment geen frictie- en transitiekosten, zijnde salariskosten van boventallige medewerkers, verwacht in 2022. Door verschillende gemeenten en ook in de brief van de FKGR is een algemene oproep gedaan om te bezien in hoeverre GR-en en dus ook Holland Rijnland een bijdrage zouden kunnen leveren aan de reductie van de ontstane tekorten. Hierover het volgende: • Holland Rijnland ziet, mede gezien de inhoudelijke agenda die eind 2019 meerjarig is vastgesteld door gemeenten geen mogelijkheid (structureel) te bezuinigen zonder dat dit consequenties heeft voor de taken of het niveau van uitvoering.
• Door de aangepaste indexeringssystematiek krijgt Holland Rijnland ook minder compensatie dan zij hiervoor kreeg. Alleen dit al heeft mogelijkerwijs effect op het kunnen uitvoeren van de taken. • Holland Rijnland heeft met Kracht15# recentelijk reeds een bezuiniging van 25% ten uitvoer gebracht plus een fikse rentederving gecompenseerd. • Daarnaast is het relevant dat van de totale omvang van de begroting van Holland Rijnland een groot deel van de kosten zijn voor het Regionaal Bureau Leerplicht, een deel te maken heeft met de tijdelijke werkorganisatie en maar een relatief beperkt deel kosten zijn van de strategische eenheid. De strategische eenheid is bij Kracht#15 gehalveerd. Hierdoor is het moeilijk daar verder op te bezuinigen. Mocht dit toch moeten gebeuren dan blijft daar zo weinig van over dat de vraag reëel is of Holland Rijnland daar niet beter mee kan stoppen. Dat signaal hebben wij niet van de gemeenten ontvangen.
2.1 Inwonersbijdrage
De dertien gemeenten in de regio Holland Rijnland bekostigen de organisatie Holland Rijnland. De gemeentelijke bijdrage wordt berekend aan de hand van de volgende criteria: het aantal inwoners van de gemeente en de taken die Holland Rijnland uitvoert voor deze gemeente. Het aantal leerlingen is het criterium voor de bijdrage voor de handhaving van de leerplicht. Voor het vaststellen van de bijdrage 2022 is 1 januari 2020 de peildatum voor het inwonertal (bron: CBS) en het aantal leerlingen (bron: landelijke leerlingenbasisadministratie). Door de verschillende taken kan de gemiddelde bijdrage per gemeente verschillen. Sommige gemeenten hebben de taken die Holland Rijnland uitvoert op een andere wijze georganiseerd: • Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop zijn niet aangesloten bij het Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland; • Voorschoten neemt niet deel aan de TWO Jeugdhulp;
5
• Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem doen een gedeelte van de inkoop jeugdhulp in eigen beheer. Zij dragen bij aan de TWO Jeugdhulp op basis van een nieuwe verdeelsleutel aan de hand van werkelijk gemaakte kosten van de TWO Jeugdhulp. De verdeelsleutel houdt rekening met het feit dat deze gemeenten een deel van de zorg lokaal inkopen. In 2022 is de gemiddelde reguliere bijdrage per inwoner € 10,65. In 2021 was dat € 10,59. De totale gemeentelijke bijdrage voor 2022 is daarmee als volgt opgebouwd (zie tabel 2.1). In de tabel 2.2 is de totale bijdrage per gemeente weergegeven. De begroting van TWO wordt verdeeld op basis van de realisatie jeugdhulp per gemeente van het jaar t-1. Voor de begroting 2021 is onderstaande tabel dus gebaseerd op de voorlopige productieverantwoording jeugdhulp 2019. Inmiddels is de definitieve productieverantwoording 2019 bekend. Dit leidt tot aanpassing van de verdeling voor 2021. Dit zal worden aangepast bij de TURAP 2021. Ten aanzien van de TWO begroting 2022 het volgende: de verschillen in de verdeling van de budgetten per gemeente staan in relatie met de realisatie van de Jeugdhulp in euro’s. Voor de begroting van 2022 is de meest actuele verdeelsleutel gehanteerd en dat is op dit moment die van de realisatie van het budgetjaar 2019. Echter, de definitieve verdeelsleutel zal worden gebaseerd op de realisatie Jeugdhulp van budgetjaar 2020.
Deze is vanaf eind mei beschikbaar. De bijdragen per gemeente aan de TWO kunnen dus nog wijzigen. Een mutatie in het aandeel van gerealiseerde Jeugdhulp 2020 leidt direct tot een mutatie met een zelfde verhouding in de bijdrage Holland Rijnland voor het programma TWO Jeugdhulp. Tabel 2.1 Totale bijdrage van gemeenten aan Holland Rijnland 2022 Bedrag
Ontwikkeling totaalbedrag t/m 2022 (cumulatief in €)
Reguliere bijdrage gemeenten in 2021
€ 6.005.352
Bijdrage gemeenten TWO in 2021
€ 2.319.148
€ 8.324.500
Loon- en prijscompensatie regulier 2022
€ 77.053
€ 8.401.553
Loon- en prijscompensatie TWO 2022
€ 29.756
€ 8.431.310
Totale bijdragen van gemeenten in 2022
€ 8.431.310
Tabel 2.2 Bijdrage gemeenten aan Holland Rijnland 2022 per gemeente en deelname Aantal inwoners CBS 1-1-2020
Aantal leerlingen 5-17jr 1-1-2020
Verdeling TWO (2020)
Alphen ad Rijn
111.897
0
Hillegom
22.209
Kaag & Braassem
Begroting 2021
Begroting 2022
Totaal
Regulier
TWO
Totaal
4,88%
1.001.711
967.886
114.615
1.082.501
3.119
5,33%
372.468
251.123
125.184
376.307
27.297
3.879
0,68%
326.200
309.515
15.971
325.486
Katwijk
65.753
10.833
18,68%
1.225.075
773.740
438.731
1.212.472
Leiden
125.099
14.147
27,78%
2.017.168
1.349.781
652.460
2.002.241
6