CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 handboek bomen 2018 (1)

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 27 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen38.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

BREDE KROON EINDBEELD TPC© 6-10 m

VORMBOMEN

20m

20m

20m

10m

10m

10m

10m

0m

0m

0m

0m

Boom 1e grootte (brede kroon)

Boom 2e grootte (brede kroon)

Boom 3e grootte (brede kroon)

Vormboom (brede kroon)

20m

20m

20m

10m

10m

10m

10m

0m

0m

0m

0m

Boom 2e grootte (normale kroon)

Boom 3e grootte (normale kroon)

Vormboom (normale kroon)

20m

20m

20m

10m

10m

10m

10m

0m

0m

0m

0m

Boom 2e grootte (smalle kroon)

Boom 3e grootte (smalle kroon)

Vormboom (smalle kroon)

FIGUUR 1.12 Weergave boomgrootte (eindbeelden) | Handboek Bomen 2018 | bron: Boommonitor (art. 1.26)

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

SMALLE KROON

20m

Boom 1e grootte (smalle kroon)

NORMALE KROON

20m

Boom 1e grootte (normale kroon)

BREDE KROON

20m

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

1.12 Afstemmingscriteria: voor de in het ontwerp opgenomen bomen moeten de afstemmingscriteria volgens overzicht 1.12 in de toelichting van het ontwerpplan (art. 1.6) vermeld, afgestemd en gemotiveerd zijn.

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

24 ONTWERPTEKENINGEN 1.13 Alle bomen binnen het ontwerp moeten op schaal en juist gepositioneerd op de tekening(en) zijn weergegeven en zijn voorzien van een, binnen het ontwerp, (uniek) in de toelichting herleidbaar boomnummer (Boom-ID). 1.13a Optioneel, indien specifiek voorgeschreven, moeten bestaande bomen binnen het ontwerpplan landmeetkundig worden ingemeten. 1.14 Alle tekeningen moeten op schaal zijn getekend en ten minste (per kaartlaag) zijn voorzien van een project­naam of -code, naam tekenaar, geografische noordpijl, schaal, tekeningnummer, dagtekening en de actuele ontwerpstatus (Status: Schetsontwerp SO | Voorlopig ontwerp VO | Definitief ontwerp DO). 1.15 De ontwerptekeningen (‘bovenaanzicht’ 1.16 en ‘dwarsprofiel’ 1.17) moeten op schaal de juiste positionering en omvang (inclusief maatvoeringen) weergeven van relevante boven- en ondergrondse infrastructuur en fysieke bovengrondse en ondergrondse obstakels waaronder bebouwing, gevels, openbare verlichting (OV), bovenleidingen (tram of trolley), vereiste ‘wettelijke’ vrije doorgang, kabel- en leidingtracés (KLIC), alsook de huisaansluitingen, funderingen, straatkolken et cetera.

Dit zodanig dat inzichtelijk wordt of de ondergrondse en bovengrondse (ontwikkelings)ruimte voor in het ontwerp opgenomen bomen (eindbeeld) voldoende is en raakvlakken tussen obstakels en de groei- en standplaats van de bomen knelpunten veroorzaken. Om de verschillende markeringen, objecten en obstakels zichtbaar te maken en overzichtelijk te houden (art. 1.15, 1.16 en 1.17) moet indien noodzakelijk de kaartschaal worden aangepast en moeten voor zover nodig verschillende (digitale) kaartlagen worden aangemaakt. 1.16 Elke boom binnen het ontwerp moet op de ontwerptekening ‘bovenaanzicht’ (zie voorbeeld figuur 1.15) worden aangeduid volgens overzicht 1.16. ONTWERPTEKENING: BOVENAANZICHT • Markering hart van de stamvoet (door middel van een stip met herleidbaar boomnummer-ID) • Markering kroonprojectie ‘actueel’ (actuele kroonomvang bestaande bomen middels doorgetrokken lijn) • Markering kroonomvang ‘eindbeeld’ (beoogd eindbeeld middels een ‘stippellijn’) • Markering omvang groeiplaats (omvang plantstrook of -vak middels een ‘stippellijn’) • Markering boven- en ondergrondse obstakelvrije zones en (relevante) obstakels (art. 1.19) • Vermelding eventuele beleidsstatus (art. 1.9) • Indien bestaande boom, dan met vermelding: ‘handhaven’ | ‘verplanten’ | ‘vellen’ (art. 1.7)

1.16 Overzicht: Aanduiding bomen op ontwerptekening | Handboek Bomen 2018

1.17 Dwarsprofiel (zijaanzicht): naast de ontwerptekening ‘bovenaanzicht’ geldt als eis één of meerdere (­volgens de uitvraag) dwarsprofielen van het ontwerp (eindbeeld), zie voorbeeld figuur 1.16 ‘Ontwerptekening dwarsprofiel’. Deze ontwerpdwarsprofielen moeten voldoen aan dezelfde eisen en aanduidingen als de ontwerptekening ‘bovenaanzicht’ (art. 1.15 en 1.16). 1.18 Op een separate tekening (kaartlaag) moeten de beoogde werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone (= zone binnen bestaande kroon omvang + 1,5 m) voor bestaande (te handhaven) bomen worden ­aangegeven en moeten deze met de daarvoor benodigde beschermingsmaatregelen en randvoorwaarden (Handboek ­Bomen 2018 | H2 | Werken rond bomen) zijn opgenomen in de toelichting van het ontwerp (art. 1.8). 1.19 Obstakelvrije zone (boven­en ondergronds): de obstakelvrije zone is de ruimte (boven- en ondergronds) rondom de boom die als uitgangspunt binnen het ontwerp vrij moet zijn van obstakels zodat de boom (in het beoogde eindbeeld) voldoende ‘vrije’ ontwikkelingsruimte heeft (figuur 1.18). Bomen van een beperkte omvang (‘kleine bomen’) hebben als regel minder (obstakelvrije) ruimte nodig. De maatvoering van de ­benodigde obstakelvrije zone(s) is weergegeven in art. 1.25.

Obstakelvrije zones zijn soms lokaal voorgeschreven en in sommige gevallen is de aanplant van bomen op deze plaatsen niet of alleen onder specifieke restricties toegestaan (art. 1.6). Als een obstakelvrije zone binnen het ontwerp afwijkt of niet vrij is van obstakels, dan moet dit in de toelichting van het ontwerp vermeld en gemotiveerd worden.

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

25

KABEL / RIOOLTRACÉ ONDERGRONDS OBSTAKELVRIJ

OV

EINDBEELD KROONBREEDTE 7 m BOOM NR. 2

BOVENGRONDS OBSTAKELVRIJ

HUISAANSLUITINGEN GEVELLIJN

GEVELLIJN

KROONBREEDTE 12 m

BOOM NR. 1

PLANTVAK 4X3m BOOMSPIEGEL 1,5 X 1,5 m

HUISAANSLUITINGEN

N

BOVENGRONDS OBSTAKELVRIJ

NR. 3

PLANTAFSTAND 12M

KABELTRACÉ

BOOM

VOETPAD (TEGELS)

RIJSTROOK (ASFALT)

1,2 m

5m

DOORLOPENDE PLANTSTROOK 3,5 m BREED

PARKEERSTROOK VOET-/FIETSSTROOK (KLINKERS) (KLINKERS) 3m

6m

GROENSTROOK (GRAS)

RIJSTROOK (ASFALT)

VOETPAD (TEGELS)

3,5 m

5m

1,2 m

Projectcode HB2018.1.16 | Projectnaam Bovenaanzicht (voorbeeld) | Tekenaar H. Boom | Tekeningnummer HB2018.1.16 | Status Voorlopig ontwerp | Datum 17/03/2018

FIGUUR 1.16 Ontwerptekening (bovenaanzicht): Voorbeeldtekening ‘actueel’ en ‘eindbeeld’ | Handboek Bomen 2018

DWARSPROFIEL DWARSPROFIEL BEOOGD EINDBEELD BEOOGD EINDBEELD 40 JAAR 40 JAAR

BEOOGD EINDBEELD BEOOGD EINDBEELD

BEOOGD EINDBEELD BEOOGD EINDBEELD

1e GROOTTE: 1e GROOTTE: 40 JAAR 40 JAAR KROONBREEDTE 12 m12 m KROONBREEDTE

2e GROOTTE: 2e GROOTTE: 40 JAAR 40 JAAR KROONBREEDTE 7 m7 m KROONBREEDTE

VRIJE DOORGANG VRIJE DOORGANG 4,5 4,5 m +m.v. m +m.v.

+ SANDWICH+ SANDWICHCONSTRUCTIE CONSTRUCTIE

BOMEN BOMEN KABEL RIOOL BOMEN BOMENKABEL RIOOL OV OV GROND GROND TRACÉ ZAND ZAND TRACÉ

EXTRA VRIJE DOORGANG EXTRA VRIJE DOORGANG 6,5 6,5 m +m.v. m +m.v.

DOORWORTELBARE DIEPTE 100100 cm -m.v. DOORWORTELBARE DIEPTE cm -m.v.

GWST | GHG GWST | GHG cm -m.v. 110110 cm -m.v. VOETPADRIJSTROOK RIJSTROOKPARKEERSTROOK VOET-/FIETSSTROOKGROENSTROOK GROENSTROOK RIJSTROOK RIJSTROOKVOETPAD VOETPAD VOETPAD VOET-/FIETSSTROOK PARKEERSTROOK (TEGELS) (ASFALT) (ASFALT) (KLINKERS) (GRAS) (ASFALT) (TEGELS) (TEGELS) (TEGELS) (KLINKERS) (GRAS) (ASFALT) (KLINKERS) (KLINKERS) 1,2 1,2 m m 5 m5 m 3 m3 m 6 m6 m 3,5 3,5 m m 5 m5 m 1,2 1,2 m m Projectcode HB2018.1.17 | Projectnaam Dwarsprofiel (voorbeeld) | Tekenaar H. Boom | Tekeningnummer HB2018.1.17 | Status Voorlopig ontwerp | Datum 17/03/2018

FIGUUR 1.17 Ontwerptekening (dwarsprofiel)’: Voorbeeldtekening ‘eindbeeld’ | Handboek Bomen 2018

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

BOVENAANZICHT

BEOOGD EINDBEELD 40 JAAR

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

26 OBSTAKELVRIJE ZONES Bovengronds: de bovengrondse obstakel­v rije ruimte moet zijn afgestemd op het beoogde eindbeeld (art. 1.25). Op plaatsen waar ook boven de boom obstakels zijn voorzien (bijvoorbeeld hoogspanningsleidingen) speelt de boomhoogte een belangrijke rol en moet ook boven de kroon een obstakel­ vrije zone in acht genomen worden en kan een specifiek boombeheer of boomtype gekozen worden (bijvoorbeeld bomen van de 3e grootte of ­specifieke vormbomen). In specifieke gevallen kan een obstakel (bijvoorbeeld tramleiding) binnen de obstakelvrije zone worden ingepast; dit vraagt (in de toelichting van het ontwerp) een specifieke motivering en afstemming met het (­toekomstige) boombeheer (bijvoorbeeld extra ­opkroonhoogte).

ONTWERPRICHTLIJNEN MAATVOERING

A E

F

D

B

C A. KROONDIAMETER | m (EINDBEELD) B. OBSTAKELVRIJE ZONE | m (ONDERGRONDS) C. DOORWORTELBARE RUIMTE | m3 D. KROONPROJECTIE | m2 E. OBSTAKELVRIJE ZONE | m (BOVENGRONDS) F. VEREISTE ‘WETTELIJKE’ VRIJE DOORGANG | m

Ondergronds: de ondergrondse groeiplaats (plantlocatie) moet ter hoogte FIGUUR 1.18 Maatvoering (zie overzicht art. 1.25) | Handboek Bomen 2018 van de boom als uitgangspunt een breedte hebben die minimaal 2x de ondergrondse obstakelvrije zone bedraagt (beoogd eindbeeld), zodat er direct rond de boom ruimte is voor het ontwikkelen van een stabiliteitskluit van voldoende omvang (overzicht 1.25). Ook ondergronds zijn alternatieven (aanvullende voorzieningen of maat­regelen) mogelijk. Zo kunnen ­ondergrondse graafwerkzaamheden, bij bestaande bomen, ten behoeve van kabels en leidingen in veel ­gevallen binnen de obstakelvrije zone worden vervangen door gestuurd boren of kunnen er preventief (bij de aanleg van de groeiplaats) mantelbuizen worden geplaatst voor het gecontroleerd doorvoeren van kabels en leidingen binnen de beoogde doorwortelbare ruimte. Binnen de obstakelvrije zone kunnen zwevende of op palen gefundeerde groeiplaats- of civiele constructies worden toegepast daar waar geen reguliere ­bewortelings- of funderingsruimte beschikbaar is. Specifieke voorzieningen of aanpassingen moeten in het ontwerpplan worden vermeld en gemotiveerd (maatwerk art. 1.23). Naast de obstakelvrije zones is er (bij niet vrij uitgroeiende bomen) ook sprake van een vereiste ‘wettelijke’ vrije doorgang voor het verkeer.

RICHTLIJN: VEREISTE (WETTELIJKE) VRIJE DOORGANG Extra vrije doorgang 6,5 m +m.v. (alleen wanneer extra vrije doorgang expliciet is voorgeschreven) Auto(rij)weg 4,5 m +m.v. Voet- en fietspad 2,5 m +m.v.

De ‘wettelijk’ vereiste vrije doorgang wordt gemeten vanaf het maaiveld of bij een verharding loodrecht boven de verharding, vanaf de doorgetrokken streep (of opstaande rand) langs de wegzijde (breedte­ markering) of de buitenzijde van de verharding indien een doorgetrokken breedtemarkering ontbreekt. Wanneer fiets- en voetpaden ook worden gebruikt door andere voertuigen (bijvoorbeeld hulpdiensten, veeg- en strooiwagens etc.) dat geldt daarvoor ook de vereiste vrije doorgang van rijwegen. Wanneer er sprake is van extra benodigde vrije doorgang, bijvoorbeeld vanwege een trolleybus- of tramleiding of langs specifieke ‘zwaarverkeerroutes’, dan kan de benodigde vrije doorgang bijvoorbeeld worden verruimd tot 6,5 m +m.v.

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

27

1.20 Maatvoering groeiplaats: in het ontwerp moet de doorwortelbare ruimte (per boom) zowel in oppervlakte (L x B = m2) als inhoud (L x B x D = m3) worden vermeld en gemotiveerd. Hierdoor wordt de maatvoering en vorm en daarmee ook de ruimteclaim van de groei- en standplaats binnen het ontwerp inzichtelijk. In het ontwerp kan er sprake zijn van zelfstandige groeiplaatsen (plantvakken) of bijvoorbeeld een doorlopende plantstrook. VUISTREGELS: BENODIGDE DOORWORTELBARE RUIMTE Grove indeling: tot 5 m3 | 5 tot 10 m3 | 15 tot 25 m3 | 25 tot 50 m3 | 50 tot 75 m3 | > 75 m3 Hangwaterprofiel: als grove vuistregel geldt voor een boom van 1e grootte op een hangwaterprofiel ca. 0,75 tot 1,0 m3 doorwortelbare ruimte per groeijaar. Grondwater­ |contactprofiel: als grove vuistregel geldt voor een boom van 1e grootte op een grondwaterprofiel ca. 0,3 tot 0,5 m3 doorwortelbare ruimte per groeijaar.

1.20 Overzicht: Vuistregels doorwortelbare ruimte | Handboek Bomen 2018

Berekening doorwortelbare ruimte: de motivering en berekening van de benodigde doorwortelbare ruimte (per boom) moet plaatsvinden op basis van de ‘Leidraad Maatvoering Ontwerpnormen Bomen’ (overzicht 1.25) en het rekenprogramma ‘Boommonitor’ (art. 1.26). Netto doorwortelbare ruimte: de mate waarin de bodem (grondsoort) water en voeding kan binden alsook de netto doorwortelbare ruimte per m3 is mede bepalend voor de hoeveelheid benodigde doorwortelbare ruimte. Bomengrond kan bijvoorbeeld meer water en voeding binden dan bomenzand en bomengranulaat heeft per m3 netto minder doorwortelbare ruimte. In het rekenprogramma ‘Boommonitor’ kunnen deze verschillen worden doorberekend zodat de benodigde maatvoering van de groeiplaats in het ontwerp daarop kan worden afgestemd. Bruto maatvoering: wanneer bewortelingszones (bijvoorbeeld plantstroken of plantvakken) ondergronds grenzen aan funderingszones (bijvoorbeeld een wegcunet), dan geldt langs de randen van deze bewortelingszone een brutomaatvoering vanwege de insteek van de funderingszone binnen de bewortelingszone. De invloed van deze brutomaatvoering is sterk afhankelijk van de omvang van de funderingslaag en de benodigde maatvoering van de groeiplaats (indien van toepassing de brutomaatvoering motiveren in de toelichting).

Bodemdaling: op plaatsen waar de bodem (ondergrond) van nature inklinkt kan een bodemdaling van enkele centimeters per jaar plaatsvinden. Hierdoor verandert de afstand vanaf het maaiveld tot aan het grondwater doorlopend. Voor bomen zijn in deze situatie specifieke maatregelen noodzakelijk zoals bijvoorbeeld het (­periodiek) lichten en vroegtijdig vervangen van de bomen. Het uitvoeren van een periodieke ophoging van het maaiveld rond bomen is doorgaans geen reële optie omdat een periodieke ophoging niet of slecht door bomen wordt verdragen (zie Handboek Bomen 2018 | H2 | Werken rond bomen). ­Dergelijke bijzondere (bodem)omstandigheden maken een aangepast ontwerp (maatwerk) met specifieke (groeiplaats)voorzieningen en een hierop afgestemde boomsoortkeuze in combinatie met een eventueel aangepaste (verkorte) omlooptijd noodzakelijk (art. 1.6 specifieke omstandigheden en randvoorwaarden motiveren in toelichting). 1.21 De doorwortelbare diepte van de beoogde groeiplaats moet in het ontwerp worden vermeld en gemotiveerd. De bodembewerkingsdiepte bedraagt bij groeiplaatsen voor bomen doorgaans maximaal 100 cm -m.v. De maximale doorwortelbare diepte is afhankelijk van de bodemstructuur en de zuurstof- en waterhuis­ houding van de bodem en kan dus meer of minder bedragen dan de genoemde 100 cm -m.v.

Met behulp van het plaatsen van speciale voorzieningen (bijvoorbeeld wortelpijlers) kan in sommige gevallen (indien nodig of gewenst) ook wortelontwikkeling tot grotere dieptes worden gerealiseerd (aanvullende voorzieningen art. 1.23).

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

GROEIPLAATS

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

28 De maximale doorwortelbare diepte binnen een grondwaterprofiel is primair gerelateerd aan (lees: wordt beperkt door) de grondwaterstand (GWST). Op plaatsen waar sprake is van een hoge grondwaterstand wordt daarmee de doorwortelbare diepte (sterk) beperkt door de grondwaterstand (GWST gebaseerd op de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) of de gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG)). Hoge grondwaterstand: wanneer er sprake is van een GWST hoger dan 60 cm -m.v. (GHG of GVG ≤ 0,6 m m.v.), dan moet de keuze voor bomen in de verharding (zeer) terughoudend worden benaderd mede vanwege in de toekomst te verwachten onbeheersbare bestratingsopdruk. Optioneel onder deze omstandig­ heden is het gebruik van vochttolerante bomen met een (ver)korte omlooptijd of bomen van de 3e grootte en (kleine) vormbomen met een goede vochttolerantie. Alternatieven bij een hoge grondwaterstand zijn een aanpassing van het maaiveldniveau (bijvoorbeeld een opstaande rand), de toepassing van een (permanente) drainage of andere aanvullende technische voorzieningen (art. 1.23). Waterberging: de aanleg van groeiplaatsen binnen een slecht ontwaterde omgeving kan resulteren in een groeiplaats die ongewenst als afwateringsput gaat fungeren. Aandacht voor voldoende waterafvoer (bijvoorbeeld drainage) is dan essentieel.

Specifieke constructies kunnen de groeiplaats van bomen combineren met waterbuffering en wateropvang en daarmee mogelijke overlastproblemen van overtollig water (hevige regenbuien) juist voorkomen of beperken (maatwerk). 1.22 Type maaiveld: in het ontwerp moeten het type maaiveld en het gebruik ervan vermeld en gemotiveerd worden. Bomen zijn onder andere afhankelijk van voldoende intreding van water en bodemlucht via het maaiveld. Een juiste keuze van het type maaiveld is daarom belangrijk (overzicht 1.22). TYPE MAAIVELD, INFILTRATIE EN BOOMSPIEGEL TYPE MAAVELD

Een gesloten verharding als maaiveld rond de boom blokkeert of beperkt de intreding van zuurstof en water en vraagt daarom binnen het ontwerp ondergrondse specifiek aanvullende voorzieningen (onder andere beluchtings- en infiltratiesystemen art. 1.23). Een alternatief is de toepassing van een open maaiveld, een half- of elementenverharding of poreuze verhardingsmaterialen. Een open maaiveld (bijvoorbeeld open grond, gras of grastegels) maakt doorgaans een goede infiltratie van (regen)water en diffusie van lucht in de bodem mogelijk, maar kan ook (onbedoeld) de oorzaak zijn van ongewenste infiltratie of instroming van bijvoorbeeld zout water (opgelost strooizout) doordat overvloedig of vervuild (zout) water van een omliggende verharding naar het open maaiveld van de boom afvloeit. Een opstaande (beton)rand kan deze ongewenste infiltratie in veel gevallen beperken of voorkomen (art. 1.23). Een open maaiveld kan door verdichting of verslemping volledig zijn open structuur verliezen en is daarmee ongeschikt op plaatsen waar betreding of belasting van het maaiveld aan de orde is. Door de aanplant van een onderbeplanting of het toepassen van een mulchlaag (art. 1.23) kan betreding worden beperkt of voorkomen. Een halfverharding heeft een sterk open structuur en bestaat bijvoorbeeld uit grind of steenslag. Niet elke halfverharding is geschikt.

Een halfverharding van bijvoorbeeld schelpen kan inspoeling van ongewenste kalk veroorzaken. Veel halfverhardingen (vooral leemhoudende materialen) slaan gemakkelijk dicht (verslempte toplaag) en zijn daarmee niet of slechts beperkt geschikt als maaiveld rond een boom. Grind en steenslag (hardsteen) zijn doorgaans als halfverharding wel geschikt, maar verdragen in de regel geen zwaardere drukbelastingen en zijn daarmee feitelijk alleen geschikt binnen een ‘wandelzone’. Een speciaal voor grind en steenslag beschikbare honingraatfundering kan het toelaatbare belastingsniveau aanzienlijk verhogen. Een elementenverharding ‘open voeg’ (bijvoorbeeld tegels of klinkers) maakt infiltratie via de voegen mogelijk mits deze voegen voldoende schoon en open blijven. De infiltratiepercentages kunnen per type verharding sterk variëren (overzicht 1.22). De toepassing van een verbrede voeg en het toepassen van grovere voegmaterialen alsook een grovere funderingslaag kunnen de infiltratie aanzienlijk vergroten. Elementenverhardingen met een gesloten voeg (bijvoorbeeld natuursteen) hebben een infiltratie van 0% en zijn dus feitelijk een gesloten verharding. Open (elementen)verhardingen zoals bijvoorbeeld gras- of ventilatietegels hebben juist een hoge infiltratiewaarde. Boomspiegel: direct rond de boom moet in het ontwerp als uitgangspunt gekozen worden voor een (open) boomspiegel.

De boomspiegel kan worden afgewerkt met een mulchlaag of binnen een verharding bijvoorbeeld worden voorzien van een boomrooster of een water- en luchtdoorlatende open of halfverharding. Een juist geplaatst boomrooster (zwevende constructie) kan effectief bestratingsopdruk rond de boom voorkomen (zie aanvullende voorzieningen Handboek Bomen 2018 | H4 | Aanleg groeiplaatsen voor bomen | Bijlage 4.37l | Boomrooster). Een boomspiegel met open grond (zonder beplanting, mulch of boomrooster) is zeer gevoelig voor verdichting van de toplaag door bijvoorbeeld voetgangers. Gras direct rond de stam vergroot het risico op maaischade. Grote boomspiegels of plantstroken kunnen worden beplant met bijvoorbeeld heesters.

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

29

(open grond, plantsoenstrook, beplantingsvak etc.) (grasberm ‘ruw gras’, grasstrook, gazon of grasveld etc.) (gebonden verharding zonder voegen, asfalt-beton etc.) (ongebonden verharding met open voegen; klinkers, tegels etc.) (ventilatie-/stoof-/grastegels etc.) (grind, steenslag etc.)

OVERZICHT MAAIVELD INFILTRATIE-% Type: • Gesloten verharding • Open maaiveld/gras • Halfverharding • Tegels 60 x 60 cm • Tegels 30 x 30 cm • Klinkers • Ventilatie-/stoof-/grastegels

infiltratie-% 0% 100% (mits niet verslempt/niet geschikt voor belasting) 100% (mits niet verslempt/niet of zeer beperkt geschikt voor belasting) ca. 65% ca. 80% ca. 95% ca. 85 tot 95%

NB: Bij een sterk vervuilde voeg neemt het infiltratie-% evenredig af.

BOOMSPIEGEL • Boomspiegel open grond (zonder beplanting, evt. voorzien van mulchlaag) • Boomspiegel open grond (met beplanting) • Boomspiegel met boomrooster (eventueel zwevende constructie ter voorkoming van wortelopdruk) • Boomspiegel met water- luchtdoorlatende open-, half- of elementenverharding

1.22 Overzicht | Type maaiveld, infiltratie en boomspiegel | Handboek Bomen 2018

1.23 Aanvullende voorzieningen: in het ontwerp moet op hoofdlijnen vermeld en gemotiveerd zijn welke (specifiek) aanvullende voorzieningen binnen het ontwerp zijn voorzien, zodat deze bij de nadere technische uitwerking in de besteksfase kunnen worden gewaarborgd. AANVULLENDE VOORZIENINGEN (BEKNOPT OVERZICHT) Mulchlaag: om verdamping van bodemvocht te beperken en het bodemleven te verbeteren, wordt een toplaag (5 tot maximaal 7 cm) van gecomposteerde houtsnippers of schimmeldominante compost opgebracht. Beluchtingssysteem: om de bodemzuurstof huishouding (bodemventilatie) te verbeteren, worden groeiplaatsen onder een (gesloten) verharding voorzien van een (samengesteld) beluchtingssysteem. Drainagezand: om bij een hoge grondwaterstand de capillaire nalevering te reduceren, wordt op de bodem van de groeiplaats een laag drainagezand aangebracht om zo ‘natte voeten’ te voorkomen. Mantelbuizen/kabelgoten: om binnen de groeiplaats (bewortelingszone) van bomen het doorvoeren van kabels en leidingen zonder graafwerkzaamheden mogelijk te maken, worden preventief mantelbuizen of kabelgoten geplaatst. Wortelbarrières: om wortelgroei buiten de beschikbare groeiplaats van de boom te voorkomen, wordt aan de rand van de groeiplaats een wortelbarrière geplaatst.

Opstaande (beton)rand: om ongewenste of overmatige invloeiing van water in een open boomspiegel te voorkomen, wordt rond de boomspiegel of het boomvak een opstaande c.q. verhoogde betonband geplaatst. Deze opstaande betonrand kan ook zeer effectief zijn als maatregel om aanrijschade door geparkeerde auto’s te voorkomen. Drukspreidende of zelfdragende groeiplaatsconstructies: door het plaatsen van een drukspreidende (bijvoorbeeld sandwich) of zelfdragende (bijvoorbeeld wortelbunker) constructie wordt de bodemverdichting vanaf het maaiveld in de bewortelingszone van bomen in grote mate of volledig geminimaliseerd (vergroten belastbaarheid maaiveld zie ook overzicht 1.24). Aanvullende voorzieningen: andere (specifieke) voorzieningen zijn bijvoorbeeld wortelstraten, wortelpijlers, drainage­kokers, boomroosters, etc. Voor een overzicht en de toepassing van aanvullende voorzieningen gelden de eisen Handboek Bomen 2018 | H4 | Aanleg groeiplaatsen voor bomen | Bijlage: overzicht aanvullende voorzieningen 4.37.

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

TYPE MAAIVELD • Open maaiveld • Gras • Gesloten verharding • Elementenverharding • Open verharding • Halfverharding

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

30 1.24 Bodem, bomensubstraten en belastbaarheid: in het ontwerp moeten de bodemsamenstelling en groeiplaatsinrichting en het gebruik en de geschiktheid ervan vermeld en gemotiveerd worden. Een goede motivering en afstemming van de boomsoortkeuze op de aanwezige bodem- of grondsoort zijn essentieel. TOEPASSING BODEMSUBTRATEN Bestaande bodem: op plaatsen waar de bestaande bodem (van nature) geschikt is voor de aanplant van bomen is gronduitwisseling niet nodig en kunnen de bomen rechtstreeks worden aangeplant of is eventueel vooraf een beperkte bodembewerking (bijvoorbeeld spitten van de bodem) benodigd, waarna de bomen in de bestaande bodem kunnen worden aangeplant. Gronduitwisseling: op plaatsen waar voor bomen onvoldoende ruimte beschikbaar is of de bodem of bovengrondse standplaats niet geschikt is, moet de aanplant van bomen worden heroverwogen of is een aanpassing van de boomgrootte of de groei- en/of standplaats noodzakelijk. Wanneer de bestaande bodem ongeschikt wordt geacht, kan de bestaande grond worden verbeterd of kan gronduitwisseling worden toegepast met specifiek voor bomen ontwikkelde bomensubstraten, zoals bomengrond, bomenzand of bomengranulaat. Bomensubstraten hebben ieder hun eigen, specifieke toepassingseisen. Bomengrond is hoogwaardige teelaarde, specifiek voor bomen samengesteld.

Bomengrond verdraagt echter geen civiele belastingseisen en is daarmee ongeschikt voor de toe­passing onder de verharding. Bomenzand en bomengranulaat zijn juist specifiek ontwikkeld voor toepassing onder verhardingen: beide maken wortelontwikkeling in combinatie met gecontroleerde civiele belastingseisen mogelijk. Door gebruik te maken van ­specifieke aanvullende voorzieningen (art. 1.23) kan de belastbaarheid en daarmee de toepassing van de substraten aanzienlijk worden beïnvloed, bijvoorbeeld door de toepassing van een drukspreidende (bijvoorbeeld ‘sandwichconstructie’) of zelfdragende groeiplaatsconstructie (bijvoorbeeld ‘wortelbunker’). Wortelbunkers kunnen ook als (civiele) zwevende constructie worden toegepast (bijvoorbeeld op een parkeerdek): het creëren van een kunstmatig waterniveau onder in de (gesloten) wortelbunker is dan noodzakelijk (maatwerk) voor het waarborgen van de watervoorziening voor de boom.

Leverings- en verwerkingseisen: eisen ten aanzien van constructies en de verwerking en de samenstelling voor bomengrond, bomenzand en bomengranulaat zijn complex en situatiespecifiek. Voor de levering en verwerking van bomensubstraten en specifieke constructies gelden de eisen Handboek Bomen 2018 | H3 | Leveren bomensubstraten en H4 | Aanleg groeiplaatsen voor bomen. Figuur en overzicht 1.24 geven een beeld van de toepassingsmogelijkheden van de verschillende inrichtingsmaterialen.

GRONDUITWISSELING MET BOMENSUBSTRATEN: BOMENGROND, BOMENZAND OF BOMENGRANULAAT GEEN UITWISSELING NATUURLIJKE GROEIPLAATS BESTAANDE BODEM GEBRUIK BESTAANDE BODEM

BOMENGROND

BOMENGRANULAAT WORTELBUNKERS

BOMENZAND

OPEN PLANTSTROOK GEEN BELASTINGSEISEN

RIJWEGEN + PARKEERSTROKEN ZWARE TOT MAXIMALE BELASTINGSEISEN

FIETS+ VOETPAD LICHTE TOT MATIGE BELASTINGSEISEN

AANPLANTEN IN BESTAANDE BODEM INDIEN BODEM GESCHIKT

BOMENGROND

SANDWICH + BOMENZAND

BOMENGROND

BOMENGRANULAAT

CAPILLAIRE ZONE

BOMENZAND CAPILLAIRE ZONE GWST | GHG

WORTELBUNKER ZELFDRAGENDE CONSTRUCTIE INWENDIG ZONDER BELASTINGSEISEN

FIGUUR 1.24 Afstemming type maaiveld en bomensubstraten versus belastingseisen | Handboek Bomen 2018

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

31

Type maaiveld en belastingseisen

Bodem (bomensubstraat): toepassingsmogelijkheden

Open grond (open maaiveld): • Geen (civiele) belasting mogelijk - plantsoenstroken en beplantingsvakken - grasveld | grasstrook

• Bestaande bodem, indien geschikt (her)gebruiken - eventueel bestaande bodem bewerken • Bomengrond (gronduitwisseling)

Onder verhardingen: • Lichte belastingseisen - voet- en fietspaden

• Bomenzand (gronduitwisseling)

• Matige belastingseisen - parkeervakken en -stroken

• Bomenzand onder drukspreidende (sandwich)constructie • Bomengranulaat ‘lava’

• Zware belastingseisen - rijwegen

• Bomengranulaat ‘hardsteen’ (civiel zwaar belastbaar) • Zelfdragende constructie opgevuld met hoogwaardige bomengrond (wortelbunker/wortelbox)

Belastingseisen: de in dit overzicht opgenomen indeling van belastingseisen (indeling: geen, licht, matig en zwaar) is illustratief. In de praktijk zijn vaak zware (maximale) belastingseisen nodig omdat zwaar verkeer in veel gevallen ook gebruik maakt van minder zwaar te belasten verhardingen (te denken valt bijvoorbeeld aan een veegwagen op het voetpad of een zware strooiauto op het fietspad). Afstemming inrichtingsmateriaal en belastbaarheid in toelichting van het ontwerpplan nader motiveren. 1.24 Overzicht: Maaiveld en bodem versus belastingseisen | Handboek Bomen 2018

1.25 Maatvoering (leidraad) ontwerpnormen bomen: voor het bepalen van de benodigde ruimte voor bomen gelden art. 1.25 en overzicht 1.25 als leidraad. Met behulp van het rekenprogramma ‘Boommonitor’ (art. 1.26) moeten de betreffende kengetallen specifiek per situatie worden doorgerekend. LEIDRAAD: MAATVOERING ONTWERPNORMEN Obstakelvrije zones bovengronds (art. 1.19): minimale afstand hart van de boom (stamvoet) ten opzichte van bovengrondse obstakels. Rekenregel: kroondiameter (beoogd eindbeeld) x factor 0,6. Bij (bestaande) bomen met een sterk asymmetrische kroon of bomen met een aanzienlijke scheefstand kan de benodigde obstakelvrije zone (sterk) afwijken.

Om overlast van bomen voor aanwonenden te voorkomen is doorgaans een verruimde obstakelvrije zone ten opzichte van gevels en erfgrenzen noodzakelijk: soms is hierbij ook sprake van een wettelijk kader (art. 1.6). Obstakelvrije zone ondergronds (art. 1.19): minimale afstand tot hart van de boom (stamvoet) ten opzichte van ondergrondse obstakels. De ondergrondse groeiplaats moet ter hoogte van de boom een breedte hebben die ten minste 2x de ondergrondse obstakelvrije zone bedraagt (beoogd eindbeeld), zodat een stabiliteitskluit van voldoende omvang kan worden ontwikkeld.

Bij een beperkte bewortelingsdiepte (< 75 cm) of een hoge (lokale) windbelasting kan een verruiming van de ondergrondse obstakel­vrije zone noodzakelijk zijn. Plantafstand (rekenregels): Gesloten kronenstructuur ‘eindbeeld’: Open kronenstructuur ‘eindbeeld’:

kroondiameter (beoogde eindbeeld) x factor 0,8 tot 1,0 kroondiameter (beoogde eindbeeld) x factor 1,5 tot 2,0

Bij een beperkte plantstrookbreedte kan voor een gewenste dubbele bomenrij (met inachtneming van de gestelde maatvoeringen) de aanplant in een driehoeksverband een alternatief vormen. Canyoneffect: op locaties waar hoge obstakels (bijvoorbeeld gevels) een beplanting insluiten, kan een meer open (transparante of ruimere) beplantingstructuur bijdragen aan een betere luchtverversing (luchtkwaliteit).

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

MAAIVELD EN BODEM VERSUS BELASTINGSEISEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

32

MAATVOERING: LEIDRAAD BOMENONTWERP (regulier groeiende & snel groeiende bomen) Boomgrootte Beoogde omloop (eindbeeld)

Kroondiameter (eindbeeld) (indicatief)

Stamdiameter

Optie 1:

15 tot > 20 m

60 tot > 80 cm

(indicatief)

Doorwortelbare ruimte (m3) (a. Grondwater) (b. Hangwater)

Breedte plantlocatie (m) ter hoogte van aanplant (ten minste)

Obstakelvrij ondergronds (m) afstand tot hart van de stam (ten minste)

a. 25 - 40 m3 b. 40 - 70 m3

4,0 - 5,0 m

2,0 - 2,5 m

3,0 - 4,0 m

1,5 - 2,0 m

2,5 - 3,0 m

1,25 - 1,5 m

2,0 - 2,5 m

1,0 - 1,25 m

1,5 - 2,5 m

0,75 - 1,25 m

1e grootte, omloop: 80 - 120 jaar

Optie 1 = idem zeer snel groeiende (pionier)boomsoorten omloop 45 – 60 jaar Optie 2:

10 - 15 m

40 - 60 cm

a. 20 - 30 m3 b. 30 - 50 m3

1e grootte, omloop: 60 jaar (of boom 2e grootte)

Optie 2 = idem zeer snel groeiende (pionier)boomsoorten omloop 35 jaar Optie 3:

8 - 12 m

30 - 40 cm

a. 15 - 20 m3 b. 20 - 35 m3

1e grootte, omloop: 40 jaar

Optie 3 = idem zeer snel groeiende (pionier)boomsoorten omloop 25 jaar Optie 4:

3-5m

15 - 20 cm

a. 5 - 10 m3 b. 10 - 20 m3

1e grootte, omloop: 20 jaar (of boom 3e grootte)

Optie 4 = idem zeer snel groeiende (pionier)boomsoorten omloop 15 jaar Optie 5:

2-4m

20 - 40 cm

a. 3 - 5 m3 b. 4 - 8 m3

Vorm- of knotboom Omloop: Duurzaam ‘onbeperkt’

Regulier groeiende bomen, bijvoorbeeld eik, beuk, esdoorn, linde etc. Snel groeiende (pionier)soorten, bijvoorbeeld populier, wilg, els etc. 1.25 Overzicht: Maatvoering leidraad Bomenontwerp | Handboek Bomen 2018

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

33

REKENPROGRAMMA: BOOMMONITOR Het rekenprogramma ‘Boommonitor’ berekent de (benodigde) maatvoering van de groeiplaats en is specifiek afgestemd op de bodemsamenstelling, grondwaterhuishouding, boomgrootte en beoogde omlooptijd (zie voorbeeld in figuur 1.26). Boommonitor berekent de (benodigde) doorwortelbare ruimte (m3) op drie ambitieniveaus: • Optimaal optimale groeivoorwaarden ten behoeve van een hoog ambitieniveau • Redelijk reële groeivoorwaarden voor een gemiddeld ambitieniveau • Marginaal groeivoorwaarden voor een minimaal ambitieniveau

1e GROOTTE Benodigde doorwortelbare ruimte (m3) en grondvlak (m2):

Regulier (duurzaam groeiend), 1e grootte (eindhoogte > 15 m), Normale kroon

2e GROOTTE Benodigde doorwortelbare ruimte (m3) en grondvlak (m2):

Regulier (duurzaam groeiend), 2e grootte (eindhoogte 8 - 15 m), Normale kroon

3e GROOTTE Benodigde doorwortelbare ruimte (m3) en grondvlak (m2):

Regulier (duurzaam groeiend), 3 e grootte (eindhoogte < 8 m), Normale kroon

FIGUUR 1.26 Ontwerpberekeningen rekenprogramma ‘Boommonitor’

Boommonitor is voor licentiehouders beschikbaar via de login op www.norminstituutbomen.nl. HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

1.26 Rekenprogramma ‘Boommonitor’: de benodigde doorwortelbare ruimte wordt aanzienlijk beïnvloed door de bodemsamenstelling of keuze van het bomensubstraat (art. 1.24). Overzicht 1.25 omvat gemiddelde waarden en dient als leidraad. Indien niet specifiek anders voorgeschreven moeten de benodigde doorwortelbare ruimte en de overige maatvoeringen, waaronder de obstakelvrije zone (boven- en ondergronds) et cetera per situatie berekend en afgestemd (getoetst) worden met behulp van het rekenprogramma ‘Boommonitor’. Als uitgangspunt geldt dat de ontwerpkeuze in relatie tot de gekozen omlooptijd (beoogd eindbeeld) binnen Boommonitor ten minste voldoet aan het minimum niveau ‘marginaal’.

H1 | BIJLAGE BOMENPOSTER: BOMENONTWERP

BOMENPOSTER

BOMEN ONTWERP TECHNISCHE ONTWERPRANDVOORWAARDEN ‘LAAN- & STRAATBOMEN’

ONTWERPTEKENING RANDVOORWAARDEN

ONTWERP RICHTLIJNEN MAATVOERING

BEOOGD EINDBEELD: 1e GROOTTE OMLOOP 40 JAAR

ONTWERP EINDBEELD SORTIMENTAFHANKELIJK 20m

A E

10m

BOMENZAND

RIJSTROOK (ASFALT)

D

B

OV-KABEL

BOMENGROND

SANDWICHCONSTRUCTIE

PARKEERSTROOK VOET-/FIETSSTROOK (KLINKERS) (KLINKERS)

DOORWORTELBARE DIEPTE

GROENSTROOK (GRAS)

GWST | GHG cm - m.v.

RIJSTROOK (ASFALT)

0m

ONDERGRONDS OBSTAKELVRIJ

O.V.

C

1e grootte kroon Ø 12 ≥ 15m boomhoogte > 15m

BOOM

KABELTRACÉ

EINDBEELD NR. 3

NR. 2

20m GEVELLIJN

BOOM

BOVENGRONDS OBSTAKELVRIJ

BOVENGRONDS OBSTAKELVRIJ

PLANTAFSTAND 12M

KROONBREEDTE 12M

A. KROONDIAMETER | m. ˜EINDBEELDš B. OBSTAKELVRIJE ZONE | m. ˜ONDERGRONDSš C. DOORWORTELBARE RUIMTE | m3. D. KROONPROJECTIE | m2. E. OBSTAKELVRIJE ZONE | m. ˜BOVENGRONDSš

KROONBREEDTE 12M

A. KROONDIAMETER Ø

GEVELLIJN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

34

ONTWIKKELING ˜mš / OMLOOP ˜jarenš

Omloop 1e grootte 2e grootte 3e grootte

20 8 6 4

40 12 8 6

60 15 10 7

80 jaar ≥ 15 ≥ 10 -

E. Obstakelvrij bovengronds = straalkroon (r) x 0,6

B. ONDERGRONDS OBSTAKELVRIJ (straal in m) Omloop 1e grootte 2e grootte 3e grootte

20 1,5 1,25 1,0

40 2,0 1,5 1,25

60 2,5 2,0 1,5

80 jaar 3,0 2,5 -

BOOM

N

RIJSTROOK (ASFALT)

10m

NR. 1

PLANTVAK 6 X 3M PLANTSPIEGEL 1,75 X 1,75M

DOORLOPENDE PLANTSTROOK 3M BREED

PARKEERSTROOK VOET-/FIETSSTROOK (KLINKERS) (KLINKERS)

GROENSTROOK (GRAS)

RIJSTROOK (ASFALT)

0m

WEERGAVE OP TEKENING ˜OP SCHAALš • Keuze boomgrootte: 1e, 2e of 3e grootte (sortiment) • Kroonomvang eindbeeld (omloop: 20, 40, 60 of 80 jaar) • Beschikbare ondergrondse groeiplaats, -ruimte • Ondergrondse + bovengrondse obstakels • Obstakels en obstakelvrije zones: - ondergronds: kabels, leidingen, riool etc. - bovengronds: openbare verlichting, gevels etc.

2e grootte kroon Ø 8 ≥ 10m boomhoogte 8 - 15m 20m

10m

Obstakelvrij ondergronds = minimale graafafstand (bestaande boom)

C. BENODIGDE DOORWORTEL’ BARE RUIMTE (m3) OMLOOP (jaren)

0m

I GRONDWATERPROFIEL ˜m3š Omloop 20 40 60 80 jaar 1e grootte 10 20 25 35 2e grootte 7,5 10 15 20 GEEN 3e grootte 5 7,5 10 UITWISSELING II HANGWATERPROFIEL ˜m3š Omloop 20 40 60 80 jaar 1e grootte 20 35 45 60 e 2 grootte 15 20 30 40 3e grootte 10 15 20 Benodigde doorwortelbare ruimte afhankelijk van type bodem(substraat). Voor snelgroeiende (pionier)soorten gelden bovenstaande richtlijnen op basis van een omloop van: 15, 25, 35 en 45 jaar Bron: Rekenprogramma Boommonitor Online ©

3e grootte kroon Ø 4 - 7m boomhoogte < 8m BOMENGROND

BOMENGROND

BOMENGRANULAAT

CAPILLAIRE ZONE

HANDBOEK BOMEN

BOMENZAND

GWST GWST | GHG

WORTELBUNKER ZELFDRAGENDE CONSTRUCTIE INWENDIG ZONDER BELASTINGSEISEN

KEUZE BODEMˆSUBSTRAAT‰ GROEIPLAATS • Bestaande bodem (indien geschikt) • Bomengrond (opengrondsituatie) • Bomenzand (verharding | beperkte belasting) • Bomengranulaat (verharding | hoge belasting) • Wortelbunker (zelfdragende constructies) • Sandwichconstructies (drukspreidende constructies)

Goede technische randvoorwaarden borgen een beheerbaar ontwerp. In het Handboek Bomen vindt u een totaaloverzicht van (aanvullende) technische kwaliteitseisen voor een verantwoord bomenontwerp. Borg deze randvoorwaarden in uw uitvraag of gebruik ze als uitgangspunten binnen uw ontwerp! www.norminstituutbomen.nl

Deze uitgave is tot stand gekomen dankzij:

NVTL

nederlandse vereniging voor tuin- en landschapsarchitectuur

Kijk voor meer info op www.norminstituutbomen.nl

NB_Poster_BomenOntwerp_2017.indd 1

Bomenposters zijn beschikbaar via LOGIN op www.norminstituutbomen.nl

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

19-03-18 21:05

35

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H1 BOMENONTWERP

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

37

WERKEN ROND BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 LICENTIEVOORWAARDEN

HOOFDSTUK 2

WERKEN ROND BOMEN Het aan de hand van een ‘Goedgekeurd Werkplan’ boomtechnisch verantwoord uitvoeren van (bouw)werkzaamheden rond bomen.

De uitvoering van werkzaamheden rond bomen moet zodanig plaatsvinden dat er sprake is van een verantwoorde inpassing van de te handhaven bomen. Deze werkzaamheden mogen nooit leiden tot een bedreiging van de beoogde duurzame instandhouding van de te handhaven bomen. Het werken rond bomen (H2) omvat en moet samenvattend voldoen aan: • uitgevoerd volgens de uitvraag en de eisen Handboek Bomen 2018 | H2 | Werken rond bomen • afgestemd op een verantwoorde duurzame inpassing van te handhaven bomen • gebaseerd op gerichte randvoorwaarden en beschermingsmaatregelen voor de te handhaven bomen • uitgevoerd aan de hand van een ‘Goedgekeurd Werkplan’. - werkplan ten minste voorzien van werktekening en toelichting - werkplan waar nodig voorzien van technische (detail)werktekeningen - werkplan opgesteld op basis van of afgeleid van een vooronderzoek van de bestaande bomen (BEA) • indien niet ter beschikking gesteld, inclusief vooronderzoek bestaande bomen: BEA (Bomen Effect Analyse) • werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone zijn zonder toestemming niet toegestaan! Aanvullend (indien specifiek voorgeschreven): • optioneel: bestaande bomen landmeetkundig ingemeten (art. 2.9a)

Uitvraagrelevante specificaties: • formuleren van de uitvraag • verwijzen in uitvraag naar eisen: Handboek Bomen 2018 | H2 | Werken rond bomen • voorschrijven dat Handboek Bomen 2018 bij tegenstrijdigheden in de uitvraag (indien niet specifiek anders is voorgeschreven) prevaleert • voorschrijven van specifieke uitgangspunten en randvoorwaarden • beschikbaarheid (ter beschikking stellen van) uitvraagspecifieke data, kaartmateriaal en overige stukken: - vooronderzoek bestaande bomen (BEA) en groei- en standplaats (indien beschikbaar) - projecttekening(en), bestaande en nieuwe situatie (indien beschikbaar) - overzicht bestaande bomen en beschikbare data (indien beschikbaar) - overzicht, te handhaven bomen (indien beschikbaar) Optionele (aanvullende) uitvraagspecificaties: • (optioneel) voorschrijven (bestaande) bomen landmeetkundig inmeten (art. 2.9a) • Indien BEA niet beschikbaar (gesteld) dan benadrukken in uitvraag dat opstellen BEA standaard onderdeel is van de de uitvraag

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

39

2.1 Werken rond bomen: het uitvoeren van (bouw)werkzaamheden (in de ruimste zin van het woord) in de (­directe) omgeving van bomen mag alleen worden uitgevoerd door of onder directe begeleiding van vakbekwaam personeel dat specifiek en vakinhoudelijk op de hoogte is van de in het Handboek Bomen gestelde eisen ten aanzien van het werken rond bomen, Handboek Bomen 2018 | Algemene aanvullende bepalingen | art. 6. Hij/zij moet in staat zijn om het werken rond bomen volgens de gestelde eisen zelfstandig uit te voeren, te controleren en, indien nodig, te corrigeren. 2.2 De uitvoering van Werken rond bomen moet voldoen aan de in hoofdstuk 2 van het Handboek Bomen 2018 gestelde eisen. Voor zover niet specifiek anders is voorgeschreven, zijn tevens de Algemene aanvullende bepalingen van het Handboek Bomen 2018 van toepassing als waren deze integraal opgenomen in dit hoofdstuk. De werkzaamheden moeten zodanig plaatsvinden dat deze in relatie tot de (directe) omgeving schadevrij en veilig worden uitgevoerd, Handboek Bomen 2018 | Algemene aanvullende bepalingen | art. 2 en 3. Onder schade­v rij wordt tevens verstaan het voorkomen van schades aan (buur)bomen en beplantingen alsmede het voorkomen van schade aan de ondergrondse infrastructuur en de groei- en standplaats, zoals bodem­ verdichting, bodem- c.q. toplaagverslemping, rij- en inslagsporen et cetera.

Bestaande schades dienen door de opdrachtnemer voorafgaand aan het werk gemeld te worden. Voor de uitvoering van gestelde werkzaamheden kunnen op grond van landelijke wet- en regelgeving of lokale keuren of verordeningen verschillende (voor)onderzoeken, meldingen, vergunningen, ontheffingen, ­verklaringen et cetera benodigd zijn. Benodigde ‘vergunningen en ontheffingen’ dienen op het werk aanwezig te zijn, Handboek Bomen 2018 | Algemene aanvullende bepalingen | art. 5. 2.3 De uitvoering van werkzaamheden rond bomen moet zodanig plaatsvinden dat er sprake is van het waarborgen van een verantwoorde inpassing van te handhaven bomen en mag nooit leiden tot beschadigingen of een bedreiging van de ‘beoogde’ (duurzame) instandhouding van een te handhaven boom. Onder duurzame instandhouding wordt verstaan: de (oorspronkelijk) beoogde omlooptijd van de boom alsook de kwaliteit, functie of bijzonder boomwaarde mogen niet door de werkzaamheden worden bedreigd. 2.4 Voor zover niet specifiek anders voorgeschreven vermeldt de opdrachtnemer, rekening houdend met de gestelde eisen, wanneer en op welke wijze de werkzaamheden worden gerealiseerd (Plan van Aanpak | Algemeen tijdschema aangevuld met een gedetailleerd ‘Goedgekeurd Werkplan’ (hierna te noemen ‘Werkplan’). Handboek Bomen 2018 | Algemene aanvullende bepalingen | art. 1.

De opdrachtnemer borgt dat de werkzaamheden worden uitgevoerd conform het goedgekeurde Werkplan.

Werkplan: het Werkplan vermeldt onder andere gedetailleerd per boom: wanneer, op welke wijze, volgens welke (uitgewerkte) randvoorwaarden, met welk materieel en met welke hulpmiddelen werkzaamheden (moeten) worden uitgevoerd. 2.5 Alle benodigde randvoorwaarden (zie art. 2.18 e.v.) voor, tijdens en indien relevant na de werkzaamheden, voor het waarborgen van een verantwoorde inpassing van de te handhaven bomen moeten nader ­worden uitgewerkt in het Werkplan (art. 2.8). Het Werkplan omschrijft tevens belangrijke start-, stop- en contactmomenten met betrekking tot de, voor de bomen, kritische werkzaamheden en geeft een overzicht van de binnen het project betrokken contactpersonen en hun contactgegevens, Handboek Bomen 2018 | ­A lgemene aanvullende bepalingen | art. 1.3. Als algemene regel geldt: zonder een (door de opdrachtgever of directie) ‘Goedgekeurd Werkplan’ mogen ­werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzones niet plaatsvinden!

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H2 WERKEN ROND BOMEN

H2 | EISEN WERKEN ROND BOMEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H2 WERKEN ROND BOMEN

40 2.6 (Voor)onderzoek ‘Bestaande bomen’: voor zover niet specifiek anders is voorgeschreven en indien niet bij de uitvraag ter beschikking gesteld, maakt een goedgekeurde BEA (Bomen Effect Analyse) als vooronderzoek integraal deel uit van het Werkplan. BEA (BESTAANDE BOMEN) Om inzicht te krijgen in en een betere waarborg te stellen voor de verantwoorde uitvoering van (bouw)werkzaamheden rond bomen, moeten de randvoorwaarden voor het Werkplan (art. 2.8) opgesteld of afgeleid worden op grond van een vooronderzoek middels een zogenoemde Bomen Effect Analyse (BEA). Voor het opstellen van de BEA gelden de eisen Handboek Bomen 2018 | H16 | Bomen Effect Analyse (BEA).

Toelichting BEA: een BEA geeft een overzicht van de binnen een project aanwezige bomen (nulmeting), de geplande (bouw) werkzaamheden en de gevolgen die de werkzaamheden hebben voor de binnen de reikwijdte van het project (c.q. werkzaam­ heden) aanwezige bomen. De BEA brengt risico’s en knelpunten in beeld en geeft een overzicht van de voor de te handhaven bomen benodigde (beschermende) maatregelen en randvoorwaarden.

2.7 Het Werkplan (art. 2.4) moet ten minste bestaan uit een (digitale) werktekening van het ­werkterrein ­bovenaanzicht) en een bij het Werkplan behorende toelichting (motivering). Het Werkplan moet zijn ­opgesteld op basis van een goedgekeurde BEA (art. 2.6). 2.8 In de toelichting (motivering) van het Werkplan moeten minimaal onderstaande gegevens, juist zijn ­opgenomen en eenduidig (ter goedkeuring art. 2.4) zijn uitgewerkt. WERKPLAN (TOELICHTING) A. Algemene projectgegevens: • Projectnaam (projectkenmerk) • Opdrachtgever en opdrachtnemer (rechtspersoon) en contactgegevens • Projectlocatie en plaats • Beknopte omschrijving en aanleiding van het project • Projectstatus B. Werktekeningen: (weergave op schaal en juist gepositioneerd) • Werkterrein van project (topografische ondergrond met omvang en grenzen van werkterrein) • Bomen binnen het project voorzien van uniek boomnummer (art. 2.9 en 2.13) • Bestaande inrichting werkterrein (actueel), inclusief relevante ondergrondse infrastructuur o.a. kabels en leidingen • Inrichting werkterrein tijdens projectfase (opslag, transport, tijdelijke infrastructuur, werkketen etc.) • Geplande toekomstige inrichting werkterrein volgens projectplan (nieuwbouw, infrastructuur etc.) • Weergave beoogde (project)werkzaamheden (indien van toepassing onderverdeeld in verschillende planfases) • Aanvullende (detail)tekeningen (art.

2.10) voor werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone (art. 2.16) C. Registratiekenmerken bomen: (volgens eisen Handboek Bomen 2018 | H14 | Dataregistratie bomen) • Boomnummer (Boom-ID) herleidbaar op werktekening (art. 2.9) • Boomsoort: wetenschappelijke naam en Nederlandse naam (volgens: Naamlijst Houtige Gewassen) • Specifiek benoemde beleidsstatus (art. 2.12) • Boomtype, actuele boomhoogteklasse, stamdiameterklasse en kroondiameterklasse • Conditie en toekomstverwachting (zie ook art. 2.3) • Bestaande schades en overige ‘noemenswaardigheden’ (waaronder afwijkingen, ziekten en aantastingen) D. Overige kenmerken bomen: (binnen kwetsbare boomzone = kroonprojectie +1,5 m) • Type maaiveld en het actuele en toekomstige gebruik van het maaiveld • Benodigde en beschikbare vrije doorgang en benodigde obstakelvrije zone(s) • Indien relevant voor het werk: - Ondergrondse en bovengrondse obstakels - Bodemsamenstelling (zand, klei, veen etc.) en bodemgeschiktheid (groeiplaats) - Actuele en toekomstige waterhuishouding (hangwater- | grondwater- | contactprofiel en GWST | GHVG in cm -m.v.) E. Maatregelen en randvoorwaarden te handhaven bomen • Vermelding en motivering: ‘te handhaven’, ‘te vellen’, ‘te verplanten’ of ‘nieuwe aanplant’ • Weergave bomenbalans (art. 2.11) • Uitwerking eisen, randvoorwaarden en (beschermings)maatregelen ‘te handhaven bomen’ (art.

2.5 en 2.18) • Start-, stop- en contactmomenten (art. 2.5) F. Bijlage: BEA-rapportage (art. 2.6)

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

41

Indien er binnen de beoogde werkzaamheden sprake is van een (tijdelijke) verlaging of verhoging van de grondwaterstand (art. 2.41 t/m 2.45) dan vallen mogelijk ook bomen buiten het directe werkterrein binnen de invloedsfeer van het werk. Een nadere inventarisatie van de werkelijke invloedsfeer en de daarbinnen ­betrokken bomen is dan noodzakelijk (art. 2.6). Afgestorven (‘dode’) bomen en bomen met ernstige afwijkingen of bomen met een toekomstverwachting van < 15 jaar moeten (vooraf) gemeld worden, Handboek Bomen 2018 | Algemene aanvullende bepalingen | art. 4.1. 2.9a Optioneel, indien specifiek voorgeschreven, moeten bestaande bomen binnen de werktekening landmeetkundig worden ingemeten. 2.10 Indien voor de te handhaven bomen relevant (bijvoorbeeld wanneer kritische werkzaamheden moeten plaatsvinden binnen de kwetsbare boomzone, art. 2.15 en art. 2.16) moeten (ter verduidelijking) aanvullend in het Werkplan technische (detail)werktekeningen worden opgenomen. Deze technische (detail)werktekeningen (alsook dwarsprofielen) moeten (op schaal) zijn voorzien van de juiste positionering van de boom (incl. omvang van de kwetsbare boomzone). Tevens voorzien van maat­ voeringen en een overzicht en toelichting van beoogde werkzaamheden en dienen als ‘engineerings­tekening’ op basis waarvan het feitelijk uitvoeringsplan kan worden berekend en gerealiseerd.

Deze technische (detail)­werktekeningen omvatten aanvullend ten minste één of meerdere ‘dwarsprofielen’ waarin de boom en de opbouw van de groei- en standplaatsen en het raakvlak van de beoogde werkzaamheden in detail zijn ­weer­gegeven. 2.11 Van bestaande bomen moet expliciet zowel op de werktekening als binnen de toelichting worden weer­ gegeven of ze binnen het Werkplan wel of niet gehandhaafd blijven (keuzeopties: ‘handhaven’, ‘vellen’ of ‘verplanten’). Indien binnen het Werkplan sprake is van nieuw aan te planten bomen moeten deze als zodanig als ‘nieuwe aanplant’ op de werktekening worden aangeduid en in de toelichting worden vermeld. Bomenbalans: In het Werkplan moet een ‘bomenbalans’ worden opgenomen waarin wordt aangegeven ­hoeveel bomen er volgens het beoogde werkplan worden aangeplant, gehandhaafd blijven, worden verplant of zullen (moeten) worden geveld. Voor de te handhaven bomen moet tevens worden vermeld bij hoeveel bomen specifieke maatregelen tot behoud nodig zijn. BOMENBALANS • Totaal aan bomen binnen het werkplan • Aantal ‘te handhaven bomen’ (zonder specifieke maatregelen tot behoud) • Aantal ‘te handhaven bomen’ (met specifieke maatregelen tot behoud) • Aantal ‘te vellen bomen’ • Aantal ‘te verplanten bomen’ • Aantal ‘nieuwe aanplant bomen’

2.12 Indien bomen of bomengroepen een specifiek benoemde (beleids)status hebben of krijgen moet dit zowel op de werktekening als binnen de toelichting worden vermeld. Bomen met een specifiek benoemde beleidsstatus (beleidsstatus I of II) hebben een bijzondere meerwaarde. Als uitgangspunt voor bomen met een ­specifieke status geldt (voor zover niet anders is voorgeschreven) ‘Plan wijkt voor boom’.

Beleidsstatus: voor de indeling van de beleidsstatus zie Handboek Bomen 2018 | H16 | Bomen Effect Analyse (BEA) | art. 16.18.

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H2 WERKEN ROND BOMEN

2.9 Alle bomen binnen het werkterrein moeten op schaal en juist gepositioneerd en voorzien van een herleidbaar en binnen het werkplan uniek boomnummer op de werktekening (bovenaanzicht) zijn weergegeven (art. 2.13). Bomen die buiten het werkterrein staan maar met de kroonprojectie of wortels binnen het werkterrein reiken, worden beschouwd als bomen die binnen (de invloedsfeer van) het werkterrein staan.

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H2 WERKEN ROND BOMEN

42 2.13 Op de werktekening (bovenaanzicht) moeten alle bomen als volgt worden aangeduid: WERKTEKENING (BOVENAANZICHT) • Op schaal en juist gepositioneerd (art. 2.9) • Markering hart van de stamvoet (middels stip met herleidbaar ‘uniek’ boomnummer-ID, art. 2.9) • Markering actuele kroonomvang c.q. kroonprojectie (middels doorgetrokken lijn) • Vermelding per boom(groep): ‘handhaven’, ‘handhaven met maatregel’, ‘verplanten’, ‘vellen’ of ‘nieuwe aanplant’ (art. 2.11) • Vermelding (indien van toepassing) specifiek benoemde beleidsstatus (art. 2.12)

2.14 Werktekeningen dienen, naast de weergave van de bomen (art. 2.13), ook de juiste positionering en ­omvang weer te geven van relevante boven- en ondergrondse infrastructuur, obstakels en objecten alsmede bouw- en sloopwerken zoals gevels, funderingen, openbare verlichting, kabel- en leidingtracés, huis­ aansluitingen, riolen et cetera. Om de verschillende markeringen zichtbaar te maken en overzichtelijk te houden, moet indien aan de orde de kaartschaal worden aangepast en moeten voor zover nodig verschillende (digitale) kaartlagen worden aangemaakt. Alle werktekeningen moeten op schaal zijn getekend en ten minste (per kaartlaag) zijn voorzien van projectnaam of code, een herleidbaar tekeningnummer, de naam van de tekenaar, geografische noordpijl, dagtekening, de actuele status en een legenda met verwijzing naar bijbehorende toelichting in het Werkplan. 2.15 Werkzaamheden die binnen de kwetsbare boomzone (art. 2.16) worden uitgevoerd moeten op een aparte detailkaart worden weergegeven en indien relevant (ter verduidelijking) worden voorzien van een aan­ vullende dwarsdoorsnede (detailwerktekening art. 2.10). 2.16 Kwetsbare boomzone: rond elke boom bevindt zich een boven- en ondergrondse, doorgaans in het veld niet direct zichtbare, kwetsbare boomzone (de ‘projectie’ van de kroon en het wortelpakket). Op basis van gericht vooronderzoek (art.

2.6) kan een beter inzicht verkregen worden in de feitelijk omvang van de ‘kwetsbare boomzone’. De omvang en situering van deze kwetsbare boomzone is standaard gedefinieerd als (zie figuur 2.16): Kwetsbare boomzone = Kroonprojectie + 1,5 m.

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

43

KWETSBARE BOOMZONE KROONPROJECTIE + 1,5 m

1,5 m

VOLLEDIGE FYSIEKE AFSCHERMING KWETSBARE BOOMZONE (ZIE 2.19)

1,5 m

1,5 m

1,5 m

KWETSBARE BOOMZONE! 1,5M

STAM MIN. 2 m

!

1,5M

MINIMALE GRAAFAFSTAND

1,5M

MARKEER!

1,5M

MARKEER!

STAM

MIN. 2M

! Kwetsbare boomzone = Kroonprojectie + 1,5 meter ZONDER TOESTEMMING NIET TOEGESTAAN BINNEN KWETSBARE Graven, BOOMZONE: ophogen en andere bodembewerkingen

Opslag parkeren en transport

Opslag parkeren en transport

GWST GWST KWETSBARE ZONE

BRONBEMALING

GRAVEN, OPHOGEN EN BODEMBEWERKING

RANDVOORWAARDEN EN WERKPLAN

ONDERGRONDS ! RANDVOORWAARDEN

1,5M

1,5M

KWETSBARE ZONE

GWST

OPSLAG, PARKEREN EN TRANSPORT

1,5M

1,5M

KWETSBARE ZONE

BOVENGRONDS

! RANDVOORWAARDEN

Voor de uitvoering van werkzaamheden rond deze boom gelden randvoorwaarden! BODEMBESCHERMING

MINIMALE GRAAFAFSTAND

MARKEER!

STAM

MIN. 2M

GESTUURD BOREN

De uitvoering van werkzaamheden rond deze boom is uitsluitend toegestaan met een goedgekeurd werkplan!

1,5M

1,5M

! RANDVOORWAARDEN VOOR MELDINGEN OF OPMERKINGEN:

Deze uitgave is tot stand gekomen dankzij:

Kijk voor meer info op www.norminstituutbomen.nl

ONDERGRONDS

BOVENGRONDS NB_Poster_Buiten_40x80_2017.indd 1

19-03-18 21:01

1,5M

1,5M

Kwetsbare boomzone = zone direct rond de boom tot 1,5 m buiten de kroonprojectie FIGUUR 2.16 Kwetsbare boomzone | Handboek Bomen 2018

2.17 Binnen de kwetsbare boomzone zijn werkzaamheden (alsmede de opslag van materiaal en materieel) ­alleen toegestaan met toestemming via een ‘Goedgekeurd Werkplan’ (art. 2.5). Binnen de gehele kwetsbare boomzone art. 2.16 gelden als uitgangspunt de algemene verboden zoals weergegeven in overzicht 2.17. ALGEMENE VERBODEN ‘KWETSBARE BOOMZONE’ werkzaamheden binnen kwetsbare boomzone uitsluitend toegestaan met ‘Goedgekeurd Werkplan’ • Geen beschadiging van wortels, stam(voet), kroon en/of groeiplaats van de boom • Geen vel- of snoeiwerkzaamheden • Geen materiaal of materieel aanbinden of stallen aan, op of tegen kroon, stam en wortels • Geen (tijdelijke) opslag van materiaal of materieel, parkeren of transport • Geen open vuur, geen hete of koude luchtstromen of uitlaatgassen • Geen infiltratie van ‘bodemvreemde’ gassen of vloeistoffen • Geen infiltratie van (afvoer)water, bronbemaling of wijzigingen in de grondwaterstand • Geen graafwerkzaamheden of andere bodembewerkingen • Geen plaatsing van kunstwerken, (reclame)bebordingen etc. • Geen ophogingen of omvorming van het maaiveld • Geen bouw, aanleg of voorzieningen binnen de obstakelvrije boomzone(s)

2.17 Overzicht: Algemene verboden binnen ‘Kwetsbare boomzone’ | Handboek Bomen 2018

HANDBOEK BOMEN 2018 Toepassing, inclusief verwijzing naar, uitsluitend toegestaan voor genoemde licentiehouder. LICENTIEHOUDER: GEMEENTE LEIDEN

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H2 WERKEN ROND BOMEN

KWETSBARE BOOMZONE = KROONPROJECTIE + 1,5 M Voor de uitvoering van werkzaamheden alsmede de (tijdelijke) opslag van materialen en het transport of parkeren van voertuigen binnen de kwetsbare boomzone is altijd expliciete toestemming nodig (Handboek Bomen 2018 | Algemene aanvullende bepalingen | art. 2.3).

NORMINSTITUUT BOMEN HANDBOEK BOMEN 2018 H2 WERKEN ROND BOMEN

44 H2 | INDELING RANDVOORWAARDEN 2.18 De in dit hoofdstuk opgenomen randvoorwaarden zijn onderverdeeld volgens de indeling van overzicht 2.18 en weergegeven op hoofdpunten. Indien er werkzaamheden of activiteiten binnen de ‘Kwetsbare boomzone art. 2.16’ (moeten) plaatsvinden, moeten de benodigde randvoorwaarden en ­( beschermings)­maatregelen steeds per boom of bomengroep op basis van deze randvoorwaarden in het Werkplan nader worden ­gemotiveerd en uitgewerkt (art. 2.5, 2.6 en 2.15). RANDVOORWAARDEN (INDELING) • Fysieke afscherming (boombescherming) • Vel- en snoeiwerkzaamheden en aanbinden materialen • Opslag, parkeren en transport • Infiltratie en lozen van gassen en/of vloeistoffen • Bronbemaling en veranderingen van de grondwaterstand • Graafwerkzaamheden en andere bodembewerkingen • Ophogingen en omvorming maaiveld

(art. 2.19 t/m 2.27) (art. 2.28 t/m 2.30) (art. 2.31 t/m 2.35) (art. 2.36 t/m 2.40) (art. 2.41 t/m 2.45) (art. 2.46 t/m 2.51) (art. 2.52 t/m 2.59)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10166454/1