Bijlage 1 Nota versterken en verbinden groen
Tekst van het document
5.4 Zaadval en zaadpluis Waar gaat het over? Sommige soorten maken enorme hoeveelheden zaad om dat vervolgens door de wind te laten verspreiden. Denk aan berkenzaad, iepenzaad of populierenpluis. Door de verspreiding via de wind is dit probleem moeilijk aan te pakken. De zaden verspreiden zich over een grote afstand en verwaaien snel. Overlast wordt ervaren door het zaad zelf dat een rommelige aanblik geeft en door de zaailingen die hieruit opschieten. Denk bijvoorbeeld aan esdoorns die voor massale hoeveelheden zaailingen kunnen zorgen. Juridisch kader Als voorbeeld een uitspraak van de Rechtbank ’s-Gravenhage van 7 januari 2008. Een kassenhouder claimt schade door overwaaiende zaden van populieren van Rijkswaterstaat. De rechter vindt echter dat dit geen hinder is omdat de kassenhouder niet kan aantonen dat hij echte zware economische schade heeft. De schade moet namelijk een fiks bedrag zijn op zijn totale winst. Een beperkt percentage overlast/schade heeft zelfs deze teler volgens de rechter te dulden. Erkenning Het is een feit dat sommige soorten grote hoeveelheden zaad verspreiden. Als een groot deel van de zaad tot kieming komt, kan dat vervelend zijn en extra onderhoud aan tuinen opleveren. Relativering In de meeste gevallen is eerder sprake van ongemak dan van werkelijk onveiligheid of schade.
Het nadeel dat de zaden overal terecht komen, heeft ook een voordeel: het verwaaien zorgt er ook voor dat de concentratie van het probleem afneemt. Verwaait het niet en blijft het geconcentreerd liggen? Dan kan het met de reguliere veegronden worden opgeruimd.
Preventiemogelijkheden en oplossingen Met het uitkiezen van het sortiment kan met dit onderwerp rekening worden gehouden. Gelet op de geringe werkelijke overlast, is het de vraag of dat nodig is. Daarnaast kan het probleem van zaailingen met wat extra schoffelwerk worden opgelost. Standpunt gemeente Bij nieuwe aanplant houdt de gemeente zoveel als mogelijk rekening met dit aspect om overlast in de toekomst te voorkomen of te beperken. In bestaande situaties is het geen reden om maatregelen te treffen. 5.5 Vruchtval harde vruchten Waar gaat het over? Onder harde vruchten worden verstaan: eikels, noten en kastanjes, en andere vruchten. Het vallen van deze vruchten wordt problematisch als ze in zulke grote hoeveelheden op het wegdek terecht komen dat het gevaar ontstaat voor vallen door wandelaars en fietsers of slippen met de auto. Deze vruchtval leidt zelden tot directe schade. Als schade voorkomt, is dat meestal op plekken waar met hoge snelheid wordt gereden of bij auto’s met relatief dunne daken. Juridisch kader Specifiek over het onderwerp ‘harde vruchten’ is geen jurisprudentie gevonden. Erkenning De gemeente erkent dat vruchtval van harde vruchten soms vervelend kan zijn. Relativering De periode van vruchtval is slechts van korte duur. Deze vruchten zijn dermate duidelijk ‘aanwezig’ dat ze niet als een ‘verborgen gevaar’ kunnen worden gezien.
Iedereen kan daarom anticiperen op het feit dat deze vruchten vallen. Deze vruchten zijn bovendien belangrijke voedselbronnen voor veel diersoorten. Preventiemogelijkheden en oplossingen De grootte en zwaarte van vruchten verschilt per soort. Daarom kan overlast door zware vruchten het beste voorkomen worden tijdens de planvorming: geen soorten met zware vruchten toepassen boven verkeersfuncties en speelplaatsen en bij renovaties in de bestaande omgeving zoveel mogelijk proberen verkeersfuncties te scheiden van bomen met zware vruchten. Standpunt gemeente Bij nieuwe aanplant houdt de gemeente rekening met dit aspect om overlast in de toekomst te voorkomen. In bestaande situaties is het bijna nooit een reden om (onderhouds-)maatregelen te treffen. Het meeste veegwerk is opgenomen in het reguliere werk. Als blijkt dat het reguliere werk ontoereikend is om veiligheid te garanderen, kan een extra veegronde worden georganiseerd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan voet- of fietspaden die vol liggen met eikels. Als iemand schade of letsel leidt, kan hij de gemeente aansprakelijk stellen. Van de gemeente kan echter redelijkerwijs niet worden verwacht dat zij voorkomt dat vruchten vallen. Daarnaast dient iedereen rekening te houden met het feit dat deze bomen harde vruchten dragen. Daarom zal een dergelijke aansprakelijkheidstelling nagenoeg altijd worden afgewezen.
5.6 Vruchtval zachte vruchten Waar gaat het over? Onder zachte vruchten worden verstaan: (sier-)appels en -peren, kweeperen, lijsterbessen, meelbessen en dergelijke. Als deze terecht komen op verharding, kunnen ze overlast geven omdat ze aan schoenen blijven plakken, glibberigheid veroorzaken of ongedierte aantrekken. Juridisch kader Hier geldt dat slechts sprake is van hinder als het gaat om echt zware en buitenproportionele overlast. Een rechter is ook hier weer zeer terughoudend met het toekennen van hinder. Weliswaar geven zachte vruchten viezigheid en smurrie; partijen kunnen hier vaak makkelijke oplossingen voor vinden. Bovendien vindt de rechter in de meeste gevallen dat de overlast slechts een korte periode van het jaar plaatsvindt. Slechts indien vruchten een zeer hinderlijke of gevaarlijke situatie geven, zal de rechter hinder toewijzen en oordelen dat bomen gekapt of gesnoeid moeten worden. Erkenning Als zachte vruchten leiden tot smerigheid en gladheid is dat heel vervelend en in sommige gevallen zelfs gevaarlijk.
Relativering De periode van vruchtval duurt slecht heel kort. Deze wordt echter wel vooraf gegaan door een relatief lange periode waarin de boom vruchten heeft gedragen die bijdragen aan de natuurwaarden en esthetische waarden van de openbare ruimte. Preventiemogelijkheden en oplossingen Er wordt steeds meer ervaring opgedaan met sortiment. Soorten waarvan is gebleken dat ze problemen geven met zachte vruchtval worden niet meer aangeplant in verharding. In het onderhoudsbestek zijn normen opgenomen voor beeldkwaliteit en ook het verwijderen van natuurlijk afval maakt hier deel van uit. Standpunt gemeente Op pleinen boven parkeerplekken en langs wandel- en fietspaden, waar deze vruchten problemen geven met gladheid moeten deze bomen worden verwijderd. Het is van de omstandigheden afhankelijk of een andere soort terugkomt, of dat geen bomen meer terugkomen op die plek. In de toekomst vindt aanplant van dergelijke bomen op pleinen, bij parkeervakken en langs wandel- en fietspaden niet meer plaats. Bij de bomen die er nu staan, vinden in principe geen maatregelen plaats. Mochten er meer problemen spelen op een bepaalde locatie, dan weegt deze overlast wel enigszins mee. Dit geldt bijvoorbeeld op plekken waar sprake is van een combinatie van overhangende takken, verhardingsopdruk en zachte vruchten. De zachte vruchten alleen zullen geen aanleiding zijn om bomen te rooien.
5.7 Stekels op stammen Waar gaat het over? Sommige bomen vormen stekels op hun stammen. Denk aan valse acacia’s en valse Christusdoorns. In Leiden geven vooral valse Christusdoorns problemen. Die stekels zijn groot, bijzonder scherp en bevinden zich over de hele lengte van de stam. Daarmee zijn ze een gevaar voor passanten. Juridisch kader Er is geen rechtspraak over overlast door stekels op stammen. Wel is er rechtspraak over onveilige situaties en om die reden kan een vergelijking gemaakt worden met de situatie van stekels op bomen. Hierbij moet gekeken worden naar de duur, de ernst en de mate van waarschijnlijkheid dat zich schade zal voordoen.
Erkenning Op plekken waar een veilige vrije doorgang gewaarborgd moet zijn, mogen dergelijke stekels niet voorkomen. Staan op dergelijke plekken toch bomen met gevaarlijke stekels? Dan is sprake van een verkeerde combinatie van sortiment en gebruik. Relativering Op plekken waar zich geen mensen hoeven te begeven, zoals in plantsoenen, is dit geen onoverkomelijk probleem. Preventiemogelijkheden en oplossingen Er wordt steeds meer ervaring opgedaan met sortiment. Soorten waarvan is gebleken dat ze te grote stekels ontwikkelen, worden in de toekomst niet meer geplant op plekken waar ze gevaar op kunnen leveren of schade kunnen toebrengen. Standpunt gemeente Pas als klachten of schademeldingen binnenkomen gaat de gemeente over tot actie. Eerst wordt geprobeerd het probleem bij de bron aan te pakken door de stekels weg te snoeien. De gemeente kan tot verwijdering van de bomen overgaan in de volgende gevallen De boom staat in een plein, wandel- of fietsstrook En bij normaal gebruik van de verharding bestaat de kans dat de gebruiker in aanraking komt met de stekels. Het is van de omstandigheden afhankelijk of een andere soort terugkomt of dat geen bomen meer terugkomen op die plek. Op plekken waar ze geen gevaar opleveren, blijven deze bomen staan. In de toekomst wordt de aanplant van dergelijke bomen ook op deze plekken niet meer gedaan.
De stekels vormen immers ook bij onderhoud een obstakel. 5.8 Allergie voor pollen Waar gaat het over? Tijdens de bloeifase ontwikkelt een boom pollen (= stuifmeel). Mensen kunnen een allergie hebben of ontwikkelen voor pollen. Dat is hinderlijk omdat het leidt tot gezondheidsklachten in de vorm van niezen, kriebelende en tranende ogen en benauwdheid. Juridisch kader Het komt slechts zeer zelden voor dat de rechter een allergie voor pollen een reden vindt om hinder toe te kennen. Weliswaar kunnen de gevolgen voor een bewoner bijzonder lastig zijn; er is dan geen sprake van onrechtmatige hinder. Erkenning De overlast die allergische mensen van pollen ervaren, is heel vervelend. Het wijzen naar de bomen van de gemeente Leiden als veroorzakers kan de gemeente niet erkennen. Relativering Pollen verspreiden zich door de lucht. Op winderige dagen worden deze allergenen over grote afstand verspreid. Onderzoeken hebben zelfs aangetoond dat veel van de berkenpollen die hier worden aangetroffen, uit Scandinavië afkomstig zijn. Het verwijderen van één of enkele bomen heeft nauwelijks invloed op de hoeveelheid allergenen in de lucht. Daarnaast staan de allergieveroorzakende bomen niet alleen op openbaar terrein. Ook op particulier terrein binnen de gemeente staan deze soorten. Preventiemogelijkheden en oplossingen Er zijn geen boomgerelateerde oplossingen denkbaar.
Mensen die allergisch zijn, adviseert de gemeente om ramen gesloten te houden of filters te plaatsen. Standpunt gemeente De gemeente haalt geen bomen weg omwille van allergieklachten. Dat zou hooguit een psychologisch effect geven. Het is niet te verantwoorden om onderhoudsgelden te steken in maatregelen die geen oplossing bieden.
5.9 Economische schade Waar gaat het over? Ondernemers kunnen op meerdere manieren hinder ervaren van gemeentelijke bomen. Als voorbeelden zijn het druppen van linden boven een terras, waardoor stoelen en parasols smerig worden en het terras er minder aantrekkelijk uit gaan zien. Daarnaast komen gevallen voor waarbij agrariërs opbrengstvermindering te hebben als gevolg van concurrentie van bomen. Ook autobedrijven die regelmatig hun auto’s moeten wassen vanwege troep uit bomen, vallen onder deze categorie. Juridisch kader Indien sprake is van overlast bij agrariërs of ondernemers zal economische schade terdege aangetoond moeten worden om een beroep op onrechtmatige hinder te rechtvaardigen. In de zaak tussen een teler en Rijkswaterstaat vond de rechter een schadepost van 15.000 tot 20.000 euro niet in verhouding staan tot de grote omzet van de teler. Een beperkt percentage schade heeft men te dulden. Breidt een bedrijf uit en krijgt men daarna te maken met overlast door bomen, dan zijn de overlastgevolgen voor de ondernemer. Erkenning De gemeente ziet in dat smerige terrassen ongunstig zijn voor de klandizie van een horecaondernemer. Ook is het begrijpelijk dat een agrariër niet gelukkig is met de concurrentie van bomen. We zien ook in dat het voor een autobedrijf vervelend is als hij zijn auto’s vaker moet wassen dan een concurrent waar geen bomen dichtbij staan.
Relativering Bomen horen bij onze omgeving evenals de zon, wind en regen. Ondernemers moeten ook op deze natuurlijke omstandigheden anticiperen. Zo zal er ook geanticipeerd moeten worden op de mogelijke overlast die ze van bomen ondervinden. Voor een horecaondernemer en autoverkoper betekent dat vaker schoonmaken. Daarnaast kan de aanwezigheid van bomen ook positief uitwerken. Bomen zijn vaak juist de sfeermakers op een terras. Preventiemogelijkheden en oplossingen De beste mogelijkheden om overlast te voorkomen, is in de planvormingsfase. Daarbij kan niet met ieder individueel belang rekening worden gehouden. Planten we bijvoorbeeld bomen op een autoboulevard, dan is het logisch om met de soortkeuze rekening te houden en geen soorten met drup of harde vruchten aan te planten. Verder kunnen ondernemers zelf met oplossingen komen zoals extra wasbeurten en het plaatsen van parasols als sprake is van drup. Standpunt gemeente In nieuwe situaties houdt de gemeente rekening met zo veel mogelijk belangen. In bestaande situaties is het in principe nooit een reden om maatregelen te treffen. Als een ondernemer in een bestaande situatie van mening is dat hij schade ondervindt kan hij de gemeente aansprakelijk stellen. 5.10 Schaduw Waar gaat het over? Boomkronen nemen licht weg. Dat varieert van het filteren van zonlicht tot het werpen van zware slagschaduw.
De beleving daarvan is voor iedereen verschillend. Waar de één de verkoelende werking als plezierig ervaart, vindt de ander dat een bron van overlast. Op dit moment worden steeds meer zonnecollectoren aangebracht op daken. Daarbij kan schaduw beperkend werken en leiden tot meer snoei- of kapverzoeken. Juridisch kader Het onthouden van zonlicht in woonvertrekken of tuinen is voor de rechter geen reden om hinder toe te wijzen. Bij hinder moet het gaan om het onthouden van daglicht en niet van zonlicht. Bomen die zonlicht aan een tuin onthouden, geven dus geen onrechtmatige hinder. Wel kan sprake zijn van hinder indien bomen daglicht ontnemen aan het belangrijkste woonvertrek van een huis. Er moet dan echter aan te tonen zijn dat de schaduw een zeer fors aantal uren daglicht bedraagt. Ook het algemeen belang dat gemeentelijke bomen vertegenwoordigen maakt dat de rechter terughoudend is. Schaduwwerking door bomen geeft dus zelden een positieve uitspraak van de rechter. Voorbeelden daarvan zijn uitspraken van de Rechtbank Arnhem op 4 augustus 2004 en 7 september 2005. De rechter kijkt vaak naar de verhouding tussen hoogte en breedte van de bomen en de afstand tot de gevel. In een bestuursrechtelijke zaak bij de Raad van State werd een claim inzake verminderde
huuropbrengst en hoge kosten door algengroei en schaduw door bomen afgewezen. Schade door bomen behoort in het algemeen toch tot het normaal maatschappelijk risico. Erkenning De gemeente begrijpt dat het voor sommige mensen vervelend kan zijn om in de schaduw van gemeentelijke bomen te moeten wonen of verblijven. Ook erkent de gemeente dat op sommige plekken ongelukkige ontwerpkeuzes zijn gemaakt die een deel van de huidige overlastklachten veroorzaken. Soms zijn grote bomen dicht bij woningen geplant of staan er meer bomen dan noodzakelijk is. Relativering Bomen zijn een soort zelfregulerend zonnescherm: in de winter hebben ze geen blad en laten dus licht door. In de zomer werken ze als zonnescherm. Bomen staan slechts de helft van het jaar vol in het blad. De stand van de zon verandert in de loop van de dag en in de loop van het jaar. Locatie en hoeveelheid schaduw veranderen mee. Bomen hebben ook een verkoelende werking op warme dagen. Dit komt niet alleen door het weghouden van licht, maar ook doordat bomen een betere verkoeling geven dan een bebouwde omgeving. Daarmee koelen ze beter dan welk zonnescherm dan ook. Als iemand zonnecollectoren aanbrengt op zijn dak, is het aan hem om het rendement daarvan vooraf in te schatten, met inachtname van de omgeving.
Van eenieder mag worden verwacht dat hij begrijpt dat bomen in de directe omgeving van een collector de opbrengst verminderen. Preventiemogelijkheden Preventie: Het huidig beleid van de gemeente voorziet al in het toepassen van beter passende boomsoorten en het planten op de juiste plekken. Bij renovaties en reconstructies is het belangrijk dat er een goede afweging wordt gemaakt tussen het planten van bomen vanuit het oogpunt van algemeen belang en de mogelijke hinder die bewoners kunnen ondervinden van schaduw. Omdat het cluster groen veel kennis heeft van sortiment en bijbehorende eigenschappen worden ontwerpen door dat cluster getoetst. Mogelijke oplossingen: Snoeien Schaduw kan worden beperkt door boomkronen uit te lichten of in te nemen. De boom zal als reactie hierop nieuwe takken gaan aanmaken om dit verlies te compenseren, waarmee het effect van het snoeien slechts van tijdelijke aard is. Dit zal periodiek moeten worden herhaald. Het snoeien van boomkronen om deze overlastredenen moet dus worden gezien als een beheermaatregel die aanvullend is op het bestaande maatregelenpakket. Het is daarmee een structurele extra kostenpost. Kandelaberen Kandelaberen is een vorm van snoeien waarbij alle takken tot op de gesteltakken, op 1 tot 1,5 vanaf de stam worden afgezaagd. Een boom met ‘stompen’ blijft over.
Omwille van de impact van deze maatregel is hiervoor een omgevingsvergunning vereist voordat de boom voor het eerst ‘op stompen’ wordt geezet. Het probleem met schaduw is daarmee grotendeels verholpen. Ook hierbij geldt echter dat dit effect mogelijk van korte duur is. Gekandelaberde bomen zorgen snel voor hergroei. Omdat de takken op een onnatuurlijke wijze zijn weggehaald, ontstaat ook een onnatuurlijke en zwakke takaanhechting. Tijdig opnieuw snoeien is nodig om gevaarlijke situaties te voorkomen. Daarmee is kandelaberen een structurele hoge kostenpost. Daarnaast kunnen de grote snoeiwonden invalspoorten voor schimmels en andere aantasters zijn, waardoor bomen verzwakken. Ook heeft deze maatregel vaak wortelsterfte en mogeljk instabiliteit tot gevolg. Niet alle boomsoorten zijn geschikt om te kandelaberen. Daarom wordt kandelaberen van volwassen bomen alleen als noodmaatregel toegepast, bij soorten die daarvoor geschikt zijn. Dunnen Met het dunnen van een bomenrij vermindert aanvankelijk de hoeveelheid schaduw. Dit is echter van tijdelijke aard. Ook hierbij geldt dat de boomkronen deze gelegenheid aangrijpen om de vrijgekomen ruimte in te nemen. De opengevallen ‘gaten’ worden opgevuld met takken van de overblijvende bomen. Als voorwaarde geldt hierbij dat deze maatregel alleen verantwoord kan worden genomen als de boomkronen nog niet in elkaar zijn gegroeid.
Wordt er gedund in een houtopstand met ineengegroeide kronen? Dan blijft een houtopstand over met allemaal slecht ontwikkelde kronen die zowel qua onderhoud als beeldkwaliteit te wensen over laat. Bij dunning verandert de fysieke windbelasting op de overblijvende bomen met mogelijk gevaar voor
windworp. Sommige boomsoorten zijn ongeschikt voor deze maatregel. Denk bijvoorbeeld aan beuken en haagbeuken die gevoelig zijn voor zonnebrand. Soms is het mogelijk in een bomenrij te dunnen en toch een groene aanblik te behouden. Er zijn voorbeelden van straten in Leiden waar destijds veel bomen zijn geplant, waarschijnlijk met de bedoeling snel een groen straatbeeld te creeren. Voorwaarde voor een succesvolle dunning is dat de dunning tijdig wordt uitgevoerd, dus voordat de kronen in sluiting zijn gekomen. Verwijderen en/of vervangen Het verwijderen van bomen is de meest effectieve manier om overlast op te lossen. De bron wordt immers weggenomen. Echter: met het weghalen van de bomen worden ook positieve waarden weggehaald. Dat is in strijd met het beleid. Daarnaast is de ervaring dat meestal slechts een deel van de straatbewoners ontevreden is en klaagt. Tevreden bewoners laten meestal niet van zich horen. Dit kan onder andere voortkomen uit vrees om niet solidair te zijn met buurtgenoten die hebben geklaagd. Bomenrijen verwijderen omwille van overlast gebeurt slechts sporadisch. Dit is met het oog op de beleving: het straatbeeld verandert aanzienlijk als er ineens helemaal geen bomen meer staan. Dit kan dan ook alleen in bijzondere situaties, waarbij heel duidelijk sprake is van een verkeerde soort of een foute locatiekeuze.
Vaak gaat het dan om situaties waarbij de ondergrondse groeiplaats en/of de afstand tot particuliere percelen of gebouwen niet zijn afgestemd op de omvang die de boom uiteindelijk gaat bereiken. Ook moet duidelijk zijn dat het merendeel van de straatbewoners de bomen echt weg wil hebben. In de overwegingen speelt ook de levensverwachting van de bomen mee. Als uit een deskundigenbeoordeling blijkt dat de bomen nog lang in goede gezondheid kunnen blijven staan, pleit dat in het voordeel van het boombehoud. Standpunt gemeente Vanuit juridisch oogpunt bestaat zelden een noodzaak tot het uitvoeren van maatregelen. Het feit dat op sommige locaties minder gelukkige keuzes zijn gemaakt ten aanzien van standplaats of soort, geeft echter wel aanleiding om deze klachten zorgvuldig te beoordelen. Niet zozeer omdat er sprake is van hinder, maar wel omdat een goede aanpak op een dergelijke plek meerdere doelen kan dienen: Eerder bereiken van het wensbeeld zoals geschetst in het bomenbeleid; Structurele vermindering van kosten voor de gemeente; Hogere burgertevredenheid. In dergelijke gevallen is de overlastklacht de aanleiding tot herbezinning, maar een dergelijk initiatief kan ook vanuit de gemeente zelf komen.
Bij de afweging spelen de volgende zaken mee: De status van de boom: beschermde bomen, waaronder de hoofd- en wijkgroenstructuur zijn het belangrijkste groene kapitaal van de gemeente. De wens bestaat om die bomen duurzaam in stand te houden en zo oud en groot mogelijk te laten worden. Voortijdig rooien of verkleinen past daar niet bij. In ´gewone´ woonstraten bestaan meer mogelijkheden om maatregelen te treffen. Het gewenste (straat-)beeld: als door de ontwerper destijds bewust is gekozen voor bomenrijen of groepen om hiermee een specifiek beeld te creëren, is het niet wenselijk om er daar één tussen uit te halen ten behoeve van een individueel belang. Technische eisen: is de kwaliteit van de standplaats toereikend om de boom op deze plek duurzaam in stand te houden? Dit wordt getoetst aan de eisen in het Kwaliteitshandboek. Duurzaamheid oplossing: heeft de beoogde oplossing consequenties voor de kwaliteit van de boom zelf? Denk aan de kwaliteit van takaanhechting, conditie enzovoorts. Kosten: is sprake van een eenmalige investering met een blijvend (goedkoper) resultaat? Of betreft het een maatregel met een repeterend karakter die de onderhoudskosten structureel omhoog brengt? Waar mogelijk hebben maatregelen met een blijvend resultaat de voorkeur. Denk aan het dunnen of rooien.
Is de vraag redelijk en klopt de motivering van de aanvrager? Hiervoor is een juridische toets nodig. Wat zijn de mate en de duur van de overlast? Hiervoor is een buitenopname nodig. Heeft de schaduwoverlast betrekking op voor- of achtertuin? In de achtertuin is vaker sprake van gebruik en zal schaduwoverlast sterker worden ervaren dan in een voortuin. Is het een klacht die slechts bij één individu voorkomt? Of is het een klacht die bij het merendeel van de straatbewoners voorkomt? Een zonnecollector is een voorbeeld van een typisch individueel belang. Alleen dat individu heeft belang bij het verwijderen van een boom. Het is niet te verantwoorden om de gemeentelijke bomenrijen te onderbreken en uit te hollen omwille van dergelijke individuele belang. Precedentwerking van de maatregel; daarbij moet rekening gehouden worden met de verdere werking die van deze maatregelen uitgaat. Een boom staat namelijk vaak niet
alleen, maar met meerdere in een straat en dergelijke. Het snoeien van een boom kan maken dat alle schaduwgevende bomen in de omgeving gesnoeid moeten worden omdat meerdere burgers klagen over schaduw. Het karakter van de omgeving: in een straat met grote, boomrijke voortuinen kan een gemeentelijke boom soms verdwijnen zonder dat het groene karakter van de straat aanzienlijk vermindert. Is echter sprake van een grijze, stenige straat? Dan zal de gemeente extra zuinig zijn op haar bomen. Ecologische waarde: als een bosje, bomenrij of laan bekend is, of kan worden verwacht, dat dit een belangrijke ecologische functie vervult, weegt dit mee in de keuze van de maatregel. De voorzienbaarheid van de situatie: als burgers een woning in een boomrijke omgeving kopen, kunnen zij voorzien dat zij van die bomen zowel lusten als lasten zullen hebben. 5.11 Boomwortels in tuinen Waar gaat het over? Wortels van gemeentelijke bomen schieten door in particuliere tuinen. In sommige gevallen wordt dat als hinderlijk ervaren omdat de grond moeilijk bewerkbaar is, verharding of bouwwerken niet netjes kunnen worden gerealiseerd of omdat bijvoorbeeld de planten in de sier- of moestuin slechter groeien. Juridisch kader Zie paragraaf ‘doorschietende wortels op particulier terrein - wortelkaprecht’.
Erkenning Het kan vervelend zijn als een perceeleigenaar zijn tuin niet zonder beperkingen kan inrichten of beheren. Relativering De burger mag zelf tijdig ingrijpen als (te veel) boomwortels zijn perceel ingroeien. Uiteraard onder de voorwaarde dat de boom daardoor niet onherstelbaar beschadigt of onveilig wordt. Groeien wortels in tuinen? Dan heeft de perceeleigenaar onvoldoende van zijn wortelkaprecht gebruik gemaakt om die wortels in een eerder stadium te weren. Daarnaast zijn boomwortels onmisbaar voor bomen. Bomen vormen een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte. Wortels zoeken daarbij hun eigen weg, ook naar particuliere tuinen. Preventiemogelijkheden en oplossingen Waar mogelijk plant de gemeente haar bomen steeds meer op ruime afstand van perceelsgrenzen. Voor de boom zelf kan het immers erg ongunstig zijn als een perceeleigenaar gebruikt maakt van het wortelkaprecht waardoor de boom eenzijdig niet kan wortelen. Daarbij speelt mee dat een boom dicht bij een erfgrens niet alleen leidt tot doorschietende wortels, maar ook veel schaduw geeft in de tuin. Veel straatprofielen zijn echter zo smal dat het niet mogelijk is om op afstand van erfgrenzen te planten.
Afhankelijk van de situatie moet worden afgewogen wat de hoogste prioriteit heeft: de aanwezigheid van straatbomen om een fraai straatbeeld te creëren of het weglaten van bomen om overlast voor individuele perceeleigenaren te voorkomen. Daarnaast kan het probleem van doorschietende wortels worden beperkt door een zorgvuldige soortkeuze. Een boom van de tweede of derde grootte heeft een kleiner wortelpakket dan een boom van de eerste grootte. En de ene soort onttrekt meer vocht en voeding aan (tuin)grond dan de andere. Een vlakwortelaar als de berk staat er bijvoorbeeld om bekend dat hij veel vocht onttrekt aan zijn directe omgeving. Standpunt gemeente Van de gemeente is redelijkerwijs niet te verlangen dat zij elke boom controleert op het doorschieten van wortels. De gemeente stelt zich hierin reactief op. Als klachten binnenkomen wordt als volgt gewerkt: De burger dient aan te tonen dat sprake is van ernstige overlast, door wortels vrij te graven op eigen terrein. In overleg met de opzichter of andere groendeskundige van de gemeente wordt besloten welke wortels door de burger mogen worden verwijderd en op welke wijze dat verantwoord kan gebeuren. In dat overleg wordt de burger op de hoogte gebracht van zijn recht op wortelkap én van zijn verantwoordelijkheden om dit verantwoord te doen. De burger dient wortels op zijn terrein te verwijderen.
Kan een burger vanwege een bouwwerk niet via het eigen terrein bij de wortels komen, dan verleent de gemeente de burger toegang via de openbare ruimte. Dat mag alleen in het bijzijn van medewerkers van de gemeente. De burger kan herhaling van het probleem voorkomen door in het vervolg periodiek
doorschietende wortels weg te nemen. Daarom doet de gemeente geen investeringen ten behoeve van preventie. In incidentele gevallen kan de gemeente ondersteuning bieden door het plaatsen van wortelschermen. Dit gebeurt alleen als: Het gaat om situaties waarbij de gemeente betrokken is om de openbare verharding open te graven ten behoeve van bereikbaarheid van het particulier perceel Herhaling van het probleem kan worden verwacht en de gemeente daarom ook vaker zal moeten ondersteunen Het gaat om bomen die voor de gemeente van grote waarde zijn zoals hoofd- en wijkgroenstructuur en in geval van beschermde bomen. 5.12 Boomwortels in riolering Waar gaat het over? Boomwortels zijn altijd op zoek naar plekken waar ze zo veel mogelijk vocht en voedingsstoffen kunnen putten. Lekkende rioolstelsels zijn daarvoor een uitstekende bron. Rioolbuizen waarin scheuren zitten of waarvan naden niet geheel sluiten of poreus zijn, zijn potentiële voedingsbronnen voor boomwortels. Wortelgroei in rioolbuizen leidt in ernstige gevallen tot rioolverstoppingen of zelfs tot overstromingen binnenshuis. Juridisch kader Ook hier geldt dat in beginsel een eigenaar van een perceel gebruik moet maken van het wortelkaprecht om te voorkomen dat wortels zijn perceel ingroeien. Rechtspraak gaat ervan uit dat slechts dan ingroei in het riool kan plaatsvinden als al een beschadiging aanwezig was.
De gemeente heeft geen ‘betaalplicht’ bij schade, maar wel een ‘doeplicht’ om te helpen de situatie op te lossen. Bijvoorbeeld door de straat of het trottoir open te leggen. Erkenning Het is bijzonder vervelend als rioolwater niet wegloopt. Relativering In de meeste gevallen is een lekkend riool de oorzaak dat wortels er naar toe groeien en het riool binnen dringen. De oorzaak ligt dan meer bij het riool dan bij de boom. Preventiemogelijkheden en oplossingen Oude (gres)riolen en lekkende aansluitingen zijn een invalspoort voor boomwortels. Het vervangen van het riool neemt de overlast weg. Wordt het hoofdriool vervangen? Dan kan er ook gekeken worden of de bomen wellicht ook vervangen moeten worden om overlast in de toekomst te voorkomen. In die overweging spelen ook de status van de boom en de levensverwachting van de boom mee. Een beschermde boom die nog jarenlang zijn functie kan vervullen, wordt niet snel vervangen. Is het niet mogelijk om het riool te vervangen, dan kan het riool open gefreesd worden. Dit is echter slechts een tijdelijke oplossing. Standpunt gemeente Het is voor de gemeente ondoenlijk en onbetaalbaar om alle bomen te controleren op het doorgroeien in particuliere riolering. Komt een klacht binnen van een verstopte riolering? Dan handelt de gemeente als volgt: De particulier vult een machtigingsformulier in voor betaling van de onderzoekskosten.
De gemeente voert het onderzoek uit om te bepalen waar de verstopping zich bevindt. Zit de verstopping op gemeentelijk terrein? Dan wordt de machtiging vernietigd en draagt de gemeente de onderzoeks- en herstelkosten. Zit de verstopping op particulier terrein? Dan worden de onderzoekskosten middels de machtiging aan de particulier doorberekend. Het is het de verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar om te zorgen voor een goed sluitend riool en tijdig wortels te verwijderen. Als het nodig is om daarvoor de openbare verharding open te breken, ondersteunt de gemeente daarbij. Bij een verstopping op particulier terrein moet de burger zelf de reparatie aan het riool uit (laten) voeren en de kosten daarvan dragen. 5.13 Schade aan (bouw-)werken Waar gaat het over? Boomwortels kunnen doorgroeien tot tegen of onder particuliere bouwwerken. Zodra de dikte van die wortels gaat toenemen, kunnen scheuren in muren ontstaan. Daarnaast kunnen takken schuren tegen gevels, daken of ramen waardoor schade ontstaat. Juridisch kader Schade kan ontstaan indien een gemeenteboom tegen een bouwwerk aangroeit of ondergronds de fundering aantast. Ook hier geldt in beginsel dat een eigenaar gebruik moet maken van zijn
wortelkaprecht. Soms is dit echter niet mogelijk. Ook hier geldt dat een gemeente geen betaalplicht heeft, maar wel een meewerkplicht/doeplicht om de situatie op te lossen. Erkenning Openbare bomen worden geplant met het doel een meerwaarde te betekenen voor de maatschappij. Eenieder dient enige hinder te accepteren, maar schade is een ander verhaal. Dat gemeentelijke bomen schade veroorzaken is ook zeker niet de intentie van de gemeente. Relativering Aantoonbare schade aan bouwwerken is niet te relativeren. Uit de klachten van de afgelopen jaren blijkt echter dat er weinig klachten binnenkomen als gevolg van schuurtakken. Bij nader onderzoek bleken die klachten vaak wat overdreven. Er was geen sprake van aantoonbare schade en er was maar zelden aanleiding om maatregelen te nemen. Preventiemogelijkheden en oplossingen In de meeste gevallen staan bomen op een redelijke afstand van de erfgrens. Eigenaren kunnen hun bouwwerk beschermen door het weren van wortels op de erfgrens. Is de enige oplossing om de schade te herstellen/voorkomen het kappen van de boom(wortel), maar is dat onaanvaardbaar? Dan zal de gemeente in overleg met de benadeelde een oplossing moeten ontwerpen en een standpunt over de aansprakelijkheid moeten innemen. Standpunt gemeente Van de gemeente is redelijkerwijs niet te verlangen dat zij elke boom controleert op het doorschieten van wortels.
De gemeente onderneemt daarin geen actie. De reguliere snoeironden moeten voorkomen dat takken gaan schuren tegen bouwwerken. Als klachten binnenkomen, wordt als volgt gewerkt: De burger dient aan te tonen dat sprake is van schade, door wortels vrij te graven op eigen terrein. In sommige gevallen is dat onmogelijk. Bijvoorbeeld als een bouwwerk op de erfgrens staat. In die gevallen mag hij het probleem aantonen door vanaf openbaar terrein vrij te graven. Dat mag alleen in het bijzijn van medewerkers van de gemeente. Indien nodig ondersteunt de gemeente bij het openbreken van verharding. De gemeente maakt een afweging tussen de wenselijkheid van bomen en de overlast voor de burger. Hiermee bepaalt de gemeente of zij maatregelen neemt aan haar bomen (verwijderen/vervangen) of dat de burger in de gelegenheid wordt gesteld om de wortels af te kappen. In overleg met de groene opzichter wordt besloten welke wortels door de burger mogen worden verwijderd en op welke wijze dat verantwoord kan gebeuren. In dit overleg wordt de burger op de hoogte gebracht van zijn recht op wortelkap én van zijn verantwoordelijkheden om dit verantwoord te doen. De burger dient wortels op zijn terrein te verwijderen. Als een bouwwerk op afstand van de erfgrens staat, kan een burger herhaling van het probleem voorkomen door in het vervolg periodiek doorschietende wortels weg te nemen.
Hij kan dan werken op eigen terrein en, indien gewenst, zelf een wortelscherm plaatsen. In die gevallen investeert de gemeente niet in preventieve maatregelen. Als het bouwwerk op de erfgrens staat, betekent dat, dat de gemeente periodiek moet meewerken aan het opengraven van verharding om het kappen van wortels mogelijk te maken. Daarmee is het voor zowel gemeente als burger een repeterend en kostbaar probleem. In die gevallen kan de gemeente wortelschermen plaatsen om herhaling te voorkomen. Schade door schurende takken voorkomt de gemeente zelf door haar snoeiprogramma. Op plekken waar bomen vlak bij woningen staan, kan het reguliere snoeiprogramma toch onvoldoende zijn om dit probleem te voorkomen. Het huidige snoeibestek voorziet hier niet in, maar in het volgende snoeibestek worden hiervoor bepalingen opgenomen. 5.14 Druipende bomen Waar gaat het over? Sommige bomen zijn gastheer voor luizen. Die luizen zuigen plantensappen op en scheiden zoete, kleverige, kleurloze druppels uit die vervolgens van de bladeren af vallen. Na enige tijd vestigt de zwarte roetdauwschimmel zich op kleverige substantie. Die wordt daardoor zwart. Dat wordt honingdauw genoemd. Dit wordt als hinderlijk ervaren, omdat deze druppels plakken op de ondergrond. Denk aan verharding, maar ook auto’s, ramen en meubilair. Vaak wordt gedacht dat dit alleen voorkomt bij Linden.
Het komt echter ook voor bij andere soorten, in meer of mindere mate. Bomen in slechte groeiplaatsen hebben er meer last van dan bomen in goede groeiplaatsen. Juridisch kader
Een beroep op hinder slaagt zeer zelden. De rechter vindt druppen van linden in verreweg de meeste gevallen dat dit een normaal verschijnsel is waartegen men zelf maatregelen kan nemen. Zoals het afdekken van tuinmeubilair en dergelijke. Relativering Honing- en roetdauw geven een minder fraai beeld, maar richten geen schade aan. Soms wordt schade aan autolak geclaimd, maar dit is nooit bewezen. Schade aan autolak treedt alleen op als de eigenaar verzuimt met regelmaat de auto te wassen. De vervuilende plak kan worden weggewassen, tenzij de eigenaar verzuimt dit met enige regelmaat te doen. De ergste overlast duurt slechts drie maanden In natte zomers valt de overlast mee doordat de regen luizen en honingdauw wegspoelt. Preventiemogelijkheden en oplossingen Honingdauw kan alleen bestreden worden door het bestrijden van de luizen, of het toepassen van ‘luisloze’ boomsoorten. Er zijn verschillende biologische methoden ontwikkeld om luizen te bestrijden. Luizen kunnen bestreden worden met: Lieveheersbeestjes; Een zoutoplossing; Koflookextract; Biologisch bestrijdingsmiddel Neemazal. Standpunt gemeente Geen enkele methode biedt een significant verminderde overlastdruk. Daarentegen zijn deze methoden wel vrij kostbaar. Zeker in een tijd van bezuiniging is het niet te verantwoorden om onze middelen in te zetten voor methoden die alleen een psychologische werking hebben.
Daarom treft de gemeente geen maatregelen tegen luizen. 5.15 Eikenprocessierupsen (EPR) Waar gaat het over? Eikenprocessierupsen (EPR) hebben brandharen. Die brandharen hebben weerhaakjes en dringen daardoor gemakkelijk in de huid, luchtwegen en ogen. De reactie daarop verschilt van persoon tot persoon. Vaak is er sprake van irritatie in de vorm van hevige jeuk, rode uitslag en pijn. Bij inademing kan het leiden tot slikklachten en ontstekingen aan de luchtwegen. Juridisch kader Een gemeente kan als eigenaar van een boom of beheerder van een terrein te maken krijgen met EPR. Veroorzaakt die EPR schade bij een derde? Dan kan deze de gemeente aansprakelijk houden voor de schade op grond van de ‘onrechtmatige daad’ van artikel 6:162 BW. Onder schade kan ook zeer ernstige overlast worden verstaan. De vraag is dan in hoeverre de gemeente daadwerkelijk aansprakelijk is voor die schade. Schade Iemand die schade lijdt, moet wel kunnen aantonen dat er echte schade is en dat deze veroorzaakt is door EPR. Heeft een gemeente echter voldoende gedaan om schade door EPR te voorkomen en kan zij dit aantonen, dan is zij ondanks deze schade niet aansprakelijk. De gemeente heeft dan aan haar ‘zorgplicht’ voldaan. Rechtspraak Er is slechts één rechterlijke uitspraak bekend waarbij EPR-bestrijding centraal stond. De rechtbank Roermond 18 juni 2008 rolnr.
81352 stelt daarin dat een gemeente een zorgplicht heeft tot het voorkomen of beperken van overlast door EPR. Dit omdat de rups gevaar kan opleveren voor de volksgezondheid, ook al is de gemeente niet verantwoordelijk voor het ontstaan van EPR. Bij verhoogd gevaar moeten toch afdoende maatregelen genomen worden. Is bestrijden niet mogelijk, dan moet afdoende gewaarschuwd worden. De rechter oordeelt in deze zaak dat: De gemeente onderbouwd heeft dat zij structureel heeft geprobeerd EPR ter plaatse te bestrijden. Na ingewonnen deskundigenadviezen mocht de gemeente ervan uitgaan dat het gebruikte bestrijdingspreparaat op het gebruikte tijdstip effectief was. Weliswaar geen EPR-bestrijdingsbeleid of draaiboek bij de gemeente voor handen was, maar wel aantoonbaar overleg met verschillende deskundigen is geweest. Gemeente kon en mocht vertrouwen op de ingewonnen adviezen. Gemeente de burgers heeft voorgelicht over de risico’s van EPR. De mate waarin EPR bestreden kan worden mede afhankelijk is van factoren waarop de gemeente geen invloed had.
-
Vaststaat dat de brandharen van de rups vele jaren (vijf tot acht jaar volgens deskundigen) hun gevaarlijke werking blijven behouden, zodat de zorgplicht van een gemeente niet verder kan reiken dan het beheersbaar houden van de overlast. Schade in dit geval ook een gevolg kan zijn van brandharen, die zijn achtergebleven na bestrijding of van brandharen (uit nesten) van de jaren voorafgaande aan het jaar van geleden schade. De rechter vindt de gemeente in dit geval niet aansprakelijk. Gezondheids- en welzijnswet voor dieren Dieren kunnen gezondheidsklachten krijgen door weidegang in de buurt van EPR. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren kan in dat geval gevolgen hebben. Deze wet geeft een zorgverplichting die op een ieder rust. Dit houdt in dat een gemeente die terreineigenaar is en weet heeft van dierenleed door EPR op die terreinen, een zorgplicht voor deze dieren heeft. Op die verplichting kan ook gehandhaafd worden. Relativering De gemeente is niet verplicht om rupsen te bestrijden. Van de gemeente wordt wel verwacht dat zij weet of er processierupsen in haar bomen aanwezig zijn. Als die aanwezig zijn heeft de gemeente de plicht in te schatten wat de risico’s voor de volksgezondheid zijn. Als er risico’s zijn, dan is de gemeente verplicht te handelen.
Dit handelen kan variëren van het verstrekken van informatie, tot het afsluiten van wegen of het bestrijden van de rupsen. Veruit de beste bestrijding is een kwakkelend voorjaar, zoals die van 2012. Veel regen, kou en flinke hoosbuien staan garant voor een sterke populatieafname. Erkenning EPR kunnen een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. De brandharen die zich op de rupsen en in de nesten bevinden, kunnen veel overlast veroorzaken bij mens en dier. Indien mensen of dieren in aanraking komen met de brandharen, kunnen allergische reacties ontstaan op huid, ogen en luchtwegen. Preventiemogelijkheden en oplossingen Er zijn diverse mogelijkheden om de overlast door EPR te verminderen. Deze methoden verdelen we onder in: Ontwerp en inrichting Communicatie en voorlichting Preventief Reactief Ontwerp en inrichting EPR komen alleen voor in inlandse eiken, zoals de zomereik. Sporadisch wordt de rups in een andere boomsoort gesignaleerd. De rups heeft daarbij de voorkeur voor zomereiken in laanverband, zonder onderbegroeiing. Als gevolg van de grote hoeveelheid eikenlanen in Brabant heeft de rups zich tot een ware plaag kunnen ontwikkelen. Als er minder eikenlanen worden toegepast op locaties waar veel mensen komen, dan is de kans op besmetting door brandharen ook kleiner. Communicatie en voorlichting Overlastpreventie begint met voorlichting over het voorkomen van klachten.
Informatieverstrekking kan variëren van een publicatie op de website, in de (weekblad) tot informatieborden op locatie. In uiterste gevallen kan een straat worden afgesloten, maar dat is een lastig in te zetten middel. Preventief Bij EPR wordt gesproken over preventieve bestrijding ten aanzien van de overlast. De rups wordt dus bestreden nadat deze uit het ei is gekomen, maar voordat deze overlast gaat veroorzaken. Reactief Deze methoden worden ingezet nadat de rupsen zichtbaar zijn in de typerende nesten aan takken en stammen. Standpunt gemeente Het is niet onze intentie om de EPR binnen onze gemeentegrenzen volledig uit te roeien. Dat is ondoenlijk en onbetaalbaar. De gemeente steekt in op het beheersbaar houden van het overlastprobleem. Dat betekent dat wordt gefocust op de locaties waar plaagdruk en risico het grootst zijn. De preventieve methode is het goedkoopst en het meest effectief. Daarom hanteert de gemeente deze methode. Omdat dit middel ook andere rupsen doodt wordt selectief gewerkt. Gebieden
waarin beschermde vlinders voorkomen, worden niet gesproten. Daarnaast worden alleen locaties gespoten waar ooit EPR zijn geconstateerd en waar de gebruiksintensiteit het rechtvaardigt om hier te spuiten. Om te voorkomen dat het areaal te bespuiten bomen elk jaar groter wordt, wordt ook af en toe geprobeerd enkele locaties niet meer te spuiten. Komen ondanks de preventieve methode toch rupsen voor? Dan worden deze verwijderd door middel van de zuigmethode. Deze gecombineerde methode wordt toegepast sinds 2002 en de plaagdruk is al enkele jaren stabiel. Deze methode wordt voortgezet maar de ontwikkelingen in de markt worden op de voet gevolgd. 5.16 Verhardingsopdruk door boomwortels op openbaar terrein Waar gaat het over? Verhardingsopdruk is een gevolg van een natuurlijk mechanisme in een boom. Boomwortels worden door de boom zodanig ‘gestuurd’ dat ze de boom goed in de grond verankeren. Daarnaast zorgt de boom ervoor dat zijn wortels voldoende lengte en diepte hebben om voldoende voeding en vocht op te kunnen nemen voor een goede groei. Daarbij zijn boomwortels opportunisten. Waar ruimte, vocht en voeding zijn, stuurt de boom zijn wortels heen, waarbij de wortels de weg van de minste weerstand zoeken.. Daarom komen ze vaak vlak onder de verharding voor. Zodra de diktegroei begint, begint ook de opdruk van verharding.
Voor een boom zijn ruimte, vocht en voeding de eerste levensbehoeften. Daarom is het doorgaans onmogelijk dit mechanisme te remmen. Boomwortels drukken met een kracht van 1,6 MPa om zichzelf te verankeren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat opsluitbanden en verharding compleet worden weggedrukt. Het afzagen van boomwortels biedt slechts zelden een structurele oplossing. Omdat een boom zijn wortels niet kan missen, start hij direct met het aanmaken van nieuwe wortels. Vaak schieten de afgezaagde wortels opnieuw uit, zodat het probleem van vooraf aan begint. Het is een tegenstrijdig probleem: Voor het netjes en veilig houden van de weg is het vaak nodig boomwortels te verwijderen. Voor het gezond en veilig houden van de bomen is wortels weghalen erg onwenselijk. Juridisch kader Opdruk wegen en dergelijke door wortels De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor haar bomen als boomeigenaar, maar ook verantwoordelijk voor het instandhouding van veilige openbare wegen inclusief de daarbij horende trottoirs. Deze verantwoordelijkheid als wegbeheerder heeft zij op grond van de Wegenwet. Dit houdt in dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor zoveel mogelijk voorkomen van door bomen veroorzaakte hinderlijke of gevaarlijke verhardingsopdruk.
Komt een gemeente deze verplichtingen niet na dan kan zij op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk worden gehouden voor het ontstaan van schade. Aansprakelijkheid voor schade Weggebruikers kunnen schade oplopen door wegverharding die is opgedrukt. De rechter oordeelt zwaarder bij schade door gebrekkige wegen dan in gevallen waarbij bomen schade of letsel veroorzaken. (vallende takken, omvallende bomen). De aansprakelijkheid die de gemeente heeft voor het beheer van de wegen noemt men risicoaansprakelijkheid in plaats van de bij bomen geldende schuldaansprakelijkheid. Risicoaansprakelijkheid houdt een verzwaring van de aansprakelijkheid in. Komt de schadevordering bij de rechter, dan zal deze ook hier kijken naar de omstandigheden van het geval. Wegen die veel gebruikt worden door fietsers zullen sneller reden geven tot handelen dan wegen die door minder kwetsbare groepen worden gebruikt. Ook de omgeving kan van belang zijn. Staan daar ziekenhuizen of bejaardenhuizen dan dient naar een lager afwijkingsniveau te worden gestreefd. De gemeente heeft een taak tot beheer, maar de gebruiker moet zeker ook opletten. Een racefietser die met slecht zicht zijn snelheid niet aanpast, heeft zelf ook schuld aan schade mocht hij komen te vallen door verhardingsopdruk. Ook de bekendheid met verhardingsopdruk in de eigen woonomgeving maakt een beroep op vergoeding van schade lastiger.
Wel moet een gemeente handelen indien sprake is van een gevaarlijke situatie. Dit kan inhouden dat er gewaarschuwd wordt of de gevaarlijke situatie wordt weggenomen. De gemeente hanteert voor het wegbeheer de normen die zijn vastgelegd in publicatie 147, richtlijnen voor veilig wegbeheer van het CROW. Hierbij wordt de noodzaak tot ingrijpen gemaakt op grond van de ernst en omvang van het betreffende schadebeeld van opdruk. Tevens kiest de gemeente voor een op grond van het budget te hanteren risiconiveau, dat niet onder het aansprakelijkheidsniveau komt. Dit geldt voor alle soorten verhardingen. Schade aan wegen wordt in de gemeente Leiden onderverdeeld in de categorieën ‘licht’, ‘matig’ en ‘ernstig’. Het schadebeelden wordt beoordeeld op ernst en omvang. Bij overschreiding van de richtlijn wordt over gegaan tot actie.
Onderstaande tabel geeft voor het schadebeeld oneffenheden verharding het beeld weer van de schade en de verschillende klasses die daarbinnen worden onderscheden. Oneffenheden verhardingen Beeld
Ernst van oneffenheden Licht (L) 5 – 15 mm Matig (M) 15 – 30 mm Ernstig (E) >30 mm
Onderstaande tabel geeft de richtlijnen en waarschuwingsgrenzen weer voor verschillende schadebeelden bij verschillende wegtypes. De specifieke waardes voor oneffenheden (boomwortelopdruk) zijn groen gemarkeerd. Schade Asfalt Rafeling Dwarsonvlakheid Oneffenheden Scheurvorming Randschade Spoorvorming Comfortindex Langsonvlakheid Zetting Elementen Dwarsonvlakheid Oneffenheden Voegwijdte Spoorvorming Comfortindex Langsonvlakheid Zetting Cementbeton Oneffenheden Scheurvorming Voegvulling Comfortindex Langsonvlakheid Zetting
Wegtype
Richtlijn
Waarschuwingsgrens
1, 2 3 t/m 7 1, 2, 3, 6, 7 4, 5 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 1, 2, 6 3, 4, 5, 7 1, 2, 6 3, 4, 5, 7 1, 2, 6 3, 4, 5, 7 7 1, 2 3, 4, 5, 6 1 tm 7
M2 M3 M2 E1 M3 M3 M3 E2 M3 E2 18 mm 25 mm 25 3,5 5,1 E
6, 7 3, 4, 5 3, 4, 5, 6 7 6, 7 3, 4, 5 6 3, 4, 5, 7 7 3, 3, 4, 6 3 t/m 7
M3 E1 M3 M3 M2 M3 30 mm 35 mm 40 5,1 E
M2 M3 M2 M2 M1 M2
1 t/m 7 1 t/m 7 1 t/m 7 7 1, 2 3, 4, 5, 6 1 t/m 7
M3 M3 M3 25 3,5 5,1 E
M2 M2 M2 20
M2 M2 M2 E1 20 M
25 M
M
Erkenning Het is bijzonder onwenselijk als schade of letsel ontstaat door oneffenheden in de weg of omvallende bomen. Met bovenstaande werkwijze opereert de gemeente zodanig dat zij net binnen de landelijk geaccepteerde norm zit. Aansprakelijkheidsstelling kan daarom waarschijnlijk worden afgewend. Dit neemt echter niet weg dat nog wel valpartijen kunnen voorkomen. Relativering Van burgers wordt ook oplettendheid verwacht als zij zich in de openbare ruimte begeven. Preventiemogelijkheden en oplossingen Kwalitatieve aanleg Het opportunistisch gedrag van bomen heeft zijn voordelen: als een boom voldoende voeding, lucht en vocht kan vinden in zijn groeiplaats, gaat een boom niet buiten zijn groeiplaats zoeken. Bewortelingsgedrag van een boom is dus tot op zekere hoogte te sturen, waardoor opdruk zoveel als mogelijk wordt beperkt of zelfs wordt voorkomen.. Het is belangrijk om goede groeiplaatsen aan te leggen met voldoende omvang. Bij nieuwe aanplant wordt daarom gewerkt conform het Handboek Openbare Ruimte dat een verdere uitwerking is van de Kadernota Openbare Ruimte 2025. Wortelschermen Het plaatsen van wortelschermen wordt in sommige gevallen als oplossing gezien. Dit zijn kunststof schermen die een verticale barrière vormen tussen boomwortels en verharding of kabel en leidingzone. In het vakgebied bestaan echter ernstige twijfels over de werking daarvan.
Boomwortels zoeken toch hun weg. Bij geen 100% sluitende constructie, groeien ze toch onder, boven of tussen de schermen door. Dat kan dus ook gebeuren als een scherm na aanleg beschadigd raakt. Daarnaast is het vanuit boomtechnisch oogpunt onwenselijk om boomwortels in te sluiten als sprake is van een te kleine groeiplaats. Daarmee zou juist het beruchte ‘bloempoteffect’ (boom in te kleine groeiplaats) ontstaan. Boom of verharding verwijderen De meest effectieve manier om het knelpunt tussen boom en verharding op te lossen, is het verwijderen van één van de twee. Een boom met weinig meerwaarde kan worden verwijderd. Op sommige plekken is het niet nodig om tweezijdig trottoirs te hebben en kan wellicht verharding worden verwijderd. Ook het vergroten van een boomspiegel valt onder deze oplossingen, mits daarmee voldoende doorloopbreedte op trottoirs overblijft (ASVV 2004 profiel vrije ruimte). Het grootste voordeel is dat deze oplossing een structurele oplossing biedt. In sommige gevallen is wel sprake van een dure maatregel. Bijvoorbeeld als een compleet trottoir wordt verwijderd en omgevormd tot plantvak. Verharding omhoog straten, eventueel in combinatie met ander materiaal In enkele gevallen (afhankelijk van de omgeving, bijvoorbeeld drempel niveau van omliggende bebouwing) kan verharding glooiend omhoog worden gestraat.
Eventueel kan er hierbij voor worden gekozen om in plaats van de bestaande verharding een water- en zuurstofdoorlatende open verharding terug te brengen. Denk bijvoorbeeld aan een lichtgebonden gravel (zoals Stabilizer). Dit is wenselijk als een boomwortel niet mag worden verwijderd maar de verharding wel vrij moet zijn van scherpe hoeken. Het kan echter alleen als het ophogen van de verharding geen consequenties heeft voor waterafvoerend vermogen van de verharding, de verharding nog wel bruikbaar blijft voor het verkeer en voldoende opgesloten blijft. Een belangrijk nadeel aan deze methode is dat het geen structurele oplossing biedt. Bij diktegroei van de wortel, zal de verharding toch weer omhoog worden gedrukt waardoor deze minder bruikbaar wordt voor het verkeer en zijn opsluiting verliest. Het plaatselijk werken met andere verhardingen kan de beeldkwaliteit verminderen. Groeiplaatsconstructies (algemeen) In en op een bestaand maaiveld kan een constructie worden gemaakt die ervoor zorgt dat direct onder de verharding een luchtlaag ontstaat. Dit is een uitstekende remedie tegen verhardingsopdruk, omdat boomwortels niet groeien in een ‘loze’ ruimte. Onder de constructie staat de ruimte ter beschikking aan het wortelstelsel van de boom. Drie nadelen van dergelijke groeiplaatsconstructies zijn: a. het kostenplaatje; b. de ontoegankelijkheid van de ondergrond; c.
beperkingen voor mindervaliden (niet in alle gevallen). Ad. a Als de ´brug´ over grotere lengte moet worden toegepast of geschikt moet zijn voor zwaarder verkeer, zijn de kosten van deze constructie hoog. Ad b. De systemen bestaan, na aanleg, allemaal uit een vrij star geheel. Graafwerk wordt daarmee bemoeilijkt. Dit kan problematisch zijn bij aanwezigheid van kabels en leidingen.
Ad. c. Ter plaatse van de wortelbrug kan een hoogteverschil ontstaan met de rest van de verhardingen in de omgeving. Indien dit over een te kleine afstand wordt overbrugd, kan de verharding onbruikbaar worden voor bepaalde doelgroepen. Denk bijvoorbeeld aan ouderen die moeilijk ter been zijn, gebruik maken van een loopstok of rollator en-of gehandicapten als rolstoelgebruikers. Een belangrijke voorwaarde aan deze systemen is dat het technisch gezien wel mogelijk moet zijn om een hoger maaiveld te hebben. Daarnaast is een belangrijke voorwaarde dat de systemen kunnen worden aangebracht tussen of op bestaande wortels. Groeiplaatsconstructies worden vanwege de technische en praktische haalbaarheid nagenoeg niet toegepast. Daarnaast zijn dergelijke constructies erg duur en vraagt dit per locatie maatwerk. Indien een bepaalde groeiplaatsconstructie vereist is zal dit per locatie omschreven moeten worden. Wortelkap en verhardingsherstel Tot op heden worden locaties met verhardingsopdruk in beperkte mate hersteld door wortels te verwijderen en de verharding te herstellen. Dit is geen duurzame oplossing om de volgende redenen: Deze maatregel moet enkele jaren later opnieuw worden uitgevoerd omdat de boom nieuwe wortels gaat aanmaken en opnieuw gaat opdrukken. Hiermee is het een repeterende hoge kostenpost. De boom kan instabiel raken door het wortelverlies.
Hiermee ontstaat een verhoogd risico op omvallen en is de gemeente genoodzaakt om deze bomen (op zijn minst) intensiever te controleren. De boom moet veel energie steken in het herstellen van de snoeiwonden aan zijn wortels. Dat gaat ten koste van zijn groeikracht en conditie. Bomen kunnen daarmee voortijdig aan vervanging toe zijn. Groeiplaats verbeteren Een aantal maatregelen heeft veruit het meeste effect als ze worden gecombineerd met groeiplaatsverbetering. Door een groeiplaats te vergroten en/of kwalitatief te verbeteren kan (nieuwe) wortelgroei in de juiste richting worden gestuurd. Daarmee kunnen wortels omlaag worden gebracht. Een belangrijke voorwaarde voor succes is een vooronderzoek waarbij stabiliteit van de boom en voedingsbehoefte van de boom in beeld worden gebracht. Bestrating wordt opgenomen waarna de bestaande grond wordt verwijderd. Deze wordt vervangen door geschikt bomensubstraat. Dit kan, afhankelijk van de draagkrachtbehoefte, bomenzand of bomengranulaat zijn. Op plekken waar al boomwortels aanwezig zijn, wordt grond verwijderd door middel van wegzuigen. Ook kan worden gedacht aan maatregelen zoals ploffen (doorbreken van storende lagen) en het aanbrengen van verticale pijlers tussen groeiplaats en grondwater om problemen met de waterhuishouding op te lossen.
Beperken hoeveelheid organische stof De hoeveelheid organische stof in het groeimedium is bij alle maatregelen een belangrijke factor voor falen of succes. Een boom wortelt immers alleen op een plek waar hij lucht, vocht en voeding kan vinden. Is geen voeding aanwezig? Dan zal de beworteling beperkt blijven. Het is daarom heel belangrijk dat onder verharding schoon cunetzand wordt gebruikt dat niet vervuild is met organische stof. Standpunt gemeente Er is een kentering nodig in de wijze waarop de gemeente met het probleem van verhardingsopdruk om gaat. Het is niet te verantwoorden dat de gemeente jaarlijks veel geld besteed aan het verhelpen aan opdruk, terwijl de wijze waarop dit gebeurt leidt tot een verlies aan kwaliteit en veiligheid van het bomenbestand. De gemeente streeft naar een veilige leefomgeving waarin het veilig houden van bestrating en bomen in een gezonde balans verkeert. Dus natuurlijk blijft de gemeente verhardingen herstellen, maar het pakket aan maatregelen wordt verruimd. Daarom wordt gewerkt volgens de volgende beleidsuitgangspunten. Nieuwe aanleg conform kwaliteitshandboek Bij nieuwe aanleg wordt gewerkt conform het Handboek Openbare ruimte. Daarmee wordt herhaling van dit kostbare probleem in de toekomst voorkomen.
Eén van de belangrijkste pijlers van dit handboek is dat bomen alleen geplant worden indien er zowel boven- als ondergronds voldoende groeiruimte is voor de bomen. Daarnaast geldt daarbij ook de stelregel: liever minder bomen op de juiste wijze geplant dan veel bomen in een marginale standplaats. Ten slotte wordt gestreefd naar
Bewuste keuzes In bestaande situaties wordt bewust gekozen. Het belang van de boom wordt gewogen tegen de noodzaak om op een plek verharding te hebben. Waar mogelijk stapt de gemeente af van de huidige werkwijze omdat dit tot continue en repeterende conflictsituaties leidt. In de hoofdgroenstructuur en wijkgroenstructuur wordt veel waarde gehecht aan duurzame instandhouding van bomen en groen. Daarom is de gemeente daar bereid hogere investeringen te doen dan op andere locaties. Anderzijds durft de gemeente op sommige plekken ook te kiezen voor het verwijderen van bomen. Hoe die keuze tot de juiste technische maatregel wordt genomen, vindt u in de ‘keuzematrix maatregelen’ in bijlage 1 en 2. Ook in deze twee matrixen is duidelijk te zien dat onderscheid bestaat tussen bomen in de hoofd- en wijkgroenstructuur en de bomen daarbuiten. Om het verschil tussen groen in de structuren en de overige bomen te verduidelijken, vindt u onderscheidende kenmerken daarvan in onderstaande tabel.
Wens
Insteek keuzematrixen
Investering Groeiplaatsverbetering
Bomen in hoofd- en wijkgroenstructuren en beschermde bomen Bomen zo oud mogelijk laten worden. Visitekaartje van de gemeente (zowel het groen als de verharding) Bomen behouden
Zelfs civiele constructies t.b.v. behoud bomen met bijbehorende investeringen verantwoord Bij elke maatregel ook groeiplaatsverbetering
Bomen buiten de structuren Bomen worden doorgaans bij een reconstructie vervangen, dus omlooptijd is relatief kort. Zorgvuldig kiezen is belangrijk. Kwaliteit openbare ruimte en kosten(beheersing) zijn belangrijk. Kan betekenen dat bomen soms worden verwijderd om problemen structureel op te lossen. Afwegen of bomen deze investering waard zijn. In principe geen groeiplaatsverbetering toepassen