Bijlage 1 Nota versterken en verbinden groen
Tekst van het document
B en W. nr. 13.1088 d.d. 3-12-2013 Onderwerp
Nota Versterken en verbinden van groen in Leiden
Besluiten: 1. De nota ‘Versterken en verbinden van groen in Leiden’ vast te stellen en daarmee in te stemmen met de volgende uitgangspunten: a. Dat de eerder vastgestelde Structuurvisie Leiden 2025, die past in de regionale structuurvisie, en de kadernota Kwaliteit openbare ruimte de kaders vormen op algemeen ruimtelijk en specifiek groengebied; b. Dat de gemeente Leiden, gebaseerd op de bestaande beleidskaders en de belangrijke functies van groen voor de stad, streeft naar een gevarieerd en hoogwaardig aanbod van groenvoorzieningen die zowel binnen de stad als met de regio via aantrekkelijke fiets- en wandelroutes goed verbonden zijn, die een hoge belevingswaarde hebben, die de biodiversiteit en de gezondheid in de stad bevorderen en die op een duurzame manier in stand worden gehouden; c. Dat deze nota een aanvulling is op de bestaande kaders vanuit de vraag hoe we nader invulling kunnen geven aan de groene ambities uit de structuurvisie, waarbij we de komende jaren prioriteit leggen bij de versterking van de groene hoofdstructuur; d.
Dat daartoe een ‘beeldkwaliteitsplan groene hoofdstructuur’ opgesteld wordt, dat de gewenste situatie en kwaliteit van de groene lijnen in de stad in beeld brengt en die vergelijkt met de bestaande situatie, opdat het wensbeeld kan dienen als referentiebeeld voor toekomstige inrichting en beheer en als basis voor een nader op te stellen uitvoeringsprogramma; e. Dat het Bomenfonds, voor zover niet volledig aangewend voor compensatie in projecten zelf waarbij bomen verwijderd worden, niet alleen gericht ingezet wordt voor verbetering van de kwaliteit van het bestaande groen (wat al conform vastgesteld beleid is), maar ook en met name voor verbetering van de groene hoofdstructuur; f. Dat het onderhoud aan bomen in Leiden is gericht op duurzame instandhouding van deze bomen en dat het uitgangspunt voor duurzaam boombeheer in relatie tot klachten van burgers is dat er geen ingrijpende maatregelen aan of in de boom worden uitgevoerd zoals snoeien en kappen; aan bomen zoals vermeld op de Groene kaart worden hoe dan ook geen ingrepen gedaan, tenzij de boom gevaarlijk of besmettelijk ziek is of omdat zwaarwegende maatschappelijke belangen ingrijpen noodzakelijk maken; g. Dat we ernaar streven om zo veel mogelijk externe partners zoals burgers, corporaties, en overige relevante instanties te betrekken bij het groenbeheer en het groenbeleid; 2.
De algemeen directeur op te dragen om in de ambtelijke werkwijze te borgen dat de planvorming van projecten die ingrijpen in de groene hoofdstructuur, start met een groenparagraaf, die inhoudelijk en financieel onderbouwd wordt en die ook inzicht geeft in de mate waarin het plan bijdraagt aan de gewenste groene kwaliteit (het referentiebeeld) van het betreffende deel van de hoofdstructuur; 3. Bijgaande brief aan de raad vast te stellen, waarin dit besluit wordt toegelicht. Behoudens advies van de commissie
Perssamenvatting:
Het college heeft de nota ‘Versterken en verbinden van groen in Leiden’ vastgesteld. Daarin wordt aangegeven dat de accenten in het groenbeleid de komende jaren gelegd worden bij het beschermen en versterken van de groene hoofdstructuur in de stad en bij het verbinden van groengebieden in en om de stad door middel van recreatieve routes. Bij het beheer(beleid) wil het college zo veel mogelijk gebruikmaken van de kennis en inzet van burgers en maatschappelijke instanties. Het college heeft ook bepaald dat een gezonde boom in principe blijft staan en dat geen actie plaatsvindt bij overlastklachten die te maken hebben met de gevolgen van natuurlijke groei, cyclus en leefomgeving van de boom zoals bijvoorbeeld blad- en bloesemval, pluizen en vruchten, e.d. Aan de hand van een indeling van klachten in verschillende categorieën van overlast wil het college zowel de groenbeheerders als de burgers duidelijkheid bieden of en zo ja, welke maatregelen de gemeente neemt ten aanzien van de specifieke overlastklachten.
Retouradres: Postbus 9100, 2300 PC Leiden
Gemeente Leiden Bezoekadres Stadhuis
Aan de leden van de gemeenteraad van Leiden
Stadhuisplein 1 Postadres Postbus 9100 2300 PC Leiden Telefoon 14071 E-mail sleutel@leiden.nl Website www.leiden.nl/gemeente
Datum Ons kenmerk Onderwerp
3 december 2013 DIV-2013-13451 Groene structuurvisie
Contactpersoon Doorkiesnummer
R.J. van Beek 7137
Geachte leden van de raad,
Op 25 april 2012 heeft de wethouder van Onderwijs, Sport en Milieu een brief gestuurd aan de leden van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid (kenmerk DIV-20126335). Daarin is het collegestandpunt verwoord met betrekking tot het voorstel van de heer De Vos (Partij voor de Dieren) om te komen tot een ‘groene structuurvisie’. Ons standpunt hield, en houdt, in dat wij de bestaande structuurvisies – te weten de regionale structuurvisie van Holland Rijnland en onze eigen ruimtelijke structuurvisie, die daarin past – voor het groen adequaat achten en dat wij inzetten op een uitvoeringsprogramma, dat ‘handen en voeten’ geeft aan het groenaspect in de bestaande kaders, met name de genoemde structuurvisie en de Kadernota kwaliteit openbare ruimte. In de nota ‘Versterken en verbinden van groen in Leiden’ geven wij aan hoe wij invulling gaan geven aan de gestelde doelen en ambities. Dat doen we door ons de komende jaren vooral te richten op de instandhouding en verbetering van de groene hoofdstructuur, zoals vastgelegd in de Kadernota kwaliteit openbare ruimte, en op het aanleggen en verbeteren van groene en recreatieve verbindingen. Het door uw raad vastgestelde Voorbereidingsbesluit groene recreatieve routes (RV.13.0067) is geheel in lijn met deze nota.
Is dit nu het gewenste uitvoeringsprogramma? Een concreet uitvoeringsprogramma voor de verbetering van de groene hoofdstructuur is mede afhankelijk van de mogelijkheden om tot dekking van de gewenste maatregelen te komen. Die mogelijkheden kunnen pas bij het uitvoeringsprogramma zelf in kaart worden gebracht. In deze financieel moeilijke tijden willen wij eerst een ‘kwaliteitsplan groene hoofdstructuur’ opstellen, waarin wij de huidige (beeld)kwaliteit van de groenstructuur, met name die van de lijnen in de stad en de verbindingen met de omgeving, confronteren met het gewenste beeld. Dit laatste is al deels vastgelegd in het Handboek kwaliteit openbare ruimte, maar vereist nader maatwerk. Het verschil tussen het huidige en het gewenste beeld vormt de basis voor het uitvoeringsprogramma. Dit bevat in ieder geval een nadere uitwerking van de groene recreatieve routes, die grotendeels deel uitmaken van de hoofdstructuur. Daarbij zullen we
in het kader van verbindingen van de stad met het ommeland mogelijkheden van cofinanciering door de Provincie Zuid-Holland optimaal benutten. De onderhavige nota ‘Versterken en verbinden van groen in Leiden’ kan hiermee beschouwd worden als een tussendocument in aanloop naar het kwaliteitsplan groene hoofdstructuur en een concreet uitvoeringsprogramma.
Hoogachtend, Burgemeester en Wethouders van Leiden, de Secretaris, de Burgemeester,
Afdeling Stedelijk beheer
Handleiding overlast van bomen
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
2
Overwegingen 2.1 Huidige klachtenstroom 2.2 Bruikbaarheid data 2.3 Slotsom klachten 2.4 Waarom bomen 2.5 Waarom overlast 2.6 Juridisch kader
6 6 6 6 7 7 8
3
Visie overlastklachten 3.1 Strategie
11 13
4
Beleid bij burenrecht 4.1 Afstand bomen tot erfgrens 4.2 Doorschietende wortels op particulier terrein 4.3 Overhangende takken
14 14 14 15
5
17 17 18
5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16
Beleid per overlastvorm 5.1 Angst voor omwaaien of afvallende takken 5.2 Dieren en uitwerpselen Blad- en bloesemafval Zaadval en zaadpluis Vruchtval harde vruchten Vruchtval zachte vruchten Stekels op stammen Allergie voor pollen Economische schade Schaduw Boomwortels in tuinen Boomwortels in riolering Schade aan (bouw) werken Druipende bomen Eikenprocessierupsen Verhardingsopdruk door boomwortels op openbaar terrein
6
Kappen van bomen
BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V
18 19 20 21 21 22 23 23 26 27 28 29 30 32
KEUZEMATRIX MAATREGELEN HOOFD- EN WIJKSTRUCTUUR KEUZEMATRIX MAATREGELEN BUITEN HOOFD- EN WIJKSTRUCTUUR TOELICHTING KEUZEMATRIXEN WERKPROTOCOL UITVOERING OVERLASTBEOORDELINGSFORMULIER BOMEN IN OPENBARE RUIMTE
37
1 Inleiding In een gezonde samenleving spelen bomen niet alleen een positieve, maar zelfs een onmisbare rol. Iedere individuele boom is een natuurlijke en functionele bouwsteen voor de samenleving, zowel in economisch en ecologisch opzicht als voor het welzijn van mensen. Het streven naar een duurzaam bomenbestand en natuur in bebouwd gebied heeft enerzijds te maken met natuurbescherming en instandhouding van de biodiversiteit, maar heeft anderzijds ook een invloed op de leefbaarheid voor de bewoners. Het onderhoud aan bomen in Leiden is gericht op de duurzame instandhouding van bomen in Leiden. Aan deze doelstelling hangen een aantal randvoorwaarden die dit mogelijk maken. Onderhoud wordt alleen verricht indien daar vanuit onderhoudstechnische redenen noodzaak voor is. Toch zijn er bewoners die zeggen last te hebben van bomen en vragen de gemeente de bomen te verwijderen dan wel door snoeimaatregelen de overlast te verminderen. Het omgekeerde gebeurt ook dat de burger en/of de politiek nieuwe of extra bomen wil planten. Uitgangspunt is dat een gezonde boom blijft staan en dat er geen ingrijpende maatregelen worden uitgevoerd aan/in de boom zoals snoeien en kappen. Overlast is geen aanleiding tot het verlenen van een kapvergunning c.q. het treffen van maatregelen.
Aan bomen van de Groene Kaart worden hoe dan ook geen ingrepen gedaan, tenzij de boom gevaarlijk of besmettelijk ziek is. De meest voorkomende klachten t.a.v. bomen zijn enerzijds schaduwoverlast, bladeren in de tuin en dakgoot, bessen en vruchten die in de tuin of op de stoep of auto’s terecht komen en anderzijds stuifmeel en pluizen die hinderlijk zijn. Deze klachten zijn echter geen reden om ingrijpende maatregelen te treffen. Als hier wel gevolg aan zou worden gegeven zou dat een grote kaalslag tot gevolg hebben. Inspecties en onderzoek In eerste instantie komt deze noodzaak voor uit visuele en technische inspecties. Eens in de 4 jaar worden bomen visueel beoordeeld op (technische) gebreken middels en VTA (Visual Tree Assessment) inspectie. Uit deze inspectie komen maatregelen voor. Deze maatregelen betreffen. Vellen (binnen een aangegeven termijn) Snoeien (van dode of probleemtakken zoals zuigers of plakoksels) Nader onderzoek (indien een visuele inspectie een mogelijk inwendig gebrek aantoont) Niets doen (regulier onderhoud, de boom is gezond en vitaal) Naast de VTA inspectie wordt er nader onderzoek gedaan aan bomen. Dit nader onderzoek vind plaats indien er uit de VTA gebreken aan de boom naar voren komen. Daarnaast zijn er bomen met een verhoogde zorgplicht.
Dit betreft bomen die op een risicovolle locatie staan (langs drukke wegen) of bomen met een verhoogd risico (nadat ze beschadigd zijn nav werkzaamheden). Het nader onderzoek kan de volgende zaken betreffen VTA+ voor bomen die uitgebreider onderzocht dienen te worden op uitwendige gebreken. Picus meting voor bomen waar twijfel is over inwendige gebreken als rotte plekken Trekkracht meting voor bomen waar twijfel bestaat over de windworpgevoeligheid. Ook uit deze onderzoeken kunnen maatregelen volgen. Vellen (binnen een aangegeven termijn) Snoeien (van dode of probleemtakken zoals zuigers of plakoksels) Niets doen (regulier onderhoud, de boom is gezond en vitaal)
Regulier planmatig onderhoud: Naast maatregelen die voortkomen uit deze inspecties en onderzoeken geldt er een standaard onderhoudsregime. Deze onderhoudsregimes zijn opgesteld voor bomen in verschillende levensfases. We gaan er van uit dat een boom gemiddeld circa 40 jaar wordt in een stedelijk omgeving. (afhankelijk van soort en standplaats) Aanleiding In Leiden worden bomen in de woonomgeving over het algemeen door inwoners van de stad gewaardeerd. Er zijn echter ook veel situaties waarin bewoners overlast ervaren van bomen en de gemeente verzoeken de bomen te snoeien of te kappen. Zoals hiervoor omschreven snoeien we bomen alleen als hier boomtechnische redenen voor zijn of indien de boom conform regulier plantmatig onderhoud een snoeibeurt nodig heeft. Desalniettemin is er beleidsmatig niet veel vastgelegd over hoe we om gaan met overlastklachten. Doel overlastbeleid Er bestaan dus zowel vanuit de gemeente als vanuit de burgers wensen om overlastsituaties op te lossen. Deze oplossingen kosten echter geld en kunnen ten koste gaan van bestaande bomen. Grote zorgvuldigheid is daarom vereist. De juiste balans moet worden gezocht tussen: Rechten en verplichtingen, van gemeente én burgers; (juridisch) Praktische haalbaarheid; (praktisch) De beschikbaarheid van middelen; (financieel) De wens tot een duurzaam bomenbestand.
(beleid) Het doel van dit beleidsplan is het schetsen van een duidelijke beleidslijn ten aanzien van diverse veelvoorkomende overlastonderwerpen, waarbij gezocht wordt naar die balans. Wat levert dit beleid op? Transparantie: Voor gemeente en burgers bestaat duidelijkheid over de omgang met overlast. Gestage afname van klachten: Door overlastsituaties duurzaam op te lossen, zal de klachtenstroom afnemen. Besparing van kosten: Het periodiek en ad hoc moeten reageren op klachten is relatief duur. Leeswijzer Dit rapport begint met een aantal overwegingen, beginnend met een analyse van de huidige situatie met betrekking tot klachten en verzoeken. Het regulier onderhoud aan bomen kost veel geld. Bijzondere omstandigheden zoals overlast doen daar nog een schepje bovenop. Daarom is het goed om ons af te vragen of bomen echt wel zo wenselijk zijn in Leiden. Ook dat komt in de overwegingen aan de orde. Uit deze paragraaf blijkt dat bomen wel degelijk onmisbaar zijn. De vervolgvraag is dan ook hoe het komt dat die bomen toch overlast veroorzaken. Daarop wordt antwoord gegeven in paragraaf 2.6. Aan overlast zit een sterke juridische component, omdat vaak sprake is van burenrecht en omdat sprake kan zijn van aansprakelijkheidsstelling. Dat wordt uitgelegd in het laatste deel van de overwegingen.
Met inachtname van alle overwegingen is een visie opgesteld die weergeeft hoe Leiden tegen overlastklachten aankijkt. Daarbij hoort ook een strategie die weergeeft hoe de gemeente werkt als klachten binnenkomen. Visie en strategie zijn verwoord in hoofdstuk 3.Er bestaan veel misverstanden over juridische zaken en daardoor menen burgers soms onterecht dat ze allerlei rechten hebben. Burenrecht en aansprakelijkheidsrecht bestaan echter uit rechten en plichten, zowel voor de gemeente als voor haar burgers. Dat wordt uitgelegd in hoofdstuk 4. Van de overlastvormen die daarna overblijven is een overzicht gegeven in hoofdstuk 5. Elke overlastvorm wordt uitgewerkt in juridisch kader, erkenning, relativering, preventie- en oplossingsmogelijkheden en het standpunt van de gemeente.
2 Overwegingen 2.1 Huidige klachtenstroom Klachten en verzoeken over groen komen schriftelijk en mondeling binnen bij de gemeente. Schriftelijke klachten zijn brieven en e-mails die worden ingeboekt in het ARIS systeem. Mondelinge klachten bereiken de gemeente door telefonische meldingen, meldingen op het gemeentekantoor en doordat opzichters en buitendienst worden aangesproken. Schriftelijke klachten Gegevens uit Aris zijn geselecteerd op het label ‘meldingen cultuurtechniek’ De klachten betroffen allemaal zaken waarbij een burger vindt dat hij hinder of schade ondervindt van het gemeentelijk groen. Hierbij vallen de volgende zaken op: Het klachtenverloop over 2012 betrof 1313 klachten en meldingen Van deze klachten betroffen het 402 klachten en meldingen over bomen. Een groot gedeelte van de klachten betrof verzoeken tot snoeien (hieronder vallen ook verzoeken tot snoeien van heester en bosplantsoen. Deze meldingen vallen niet uit te filteren. Er zijn geen duidelijke tendensen in de tijd of patronen waarneembaar Straten met opdruk Het voorkomen van opdruk in veel straten kan tweeërlei worden uitgelegd: Enerzijds kan het betekenen dat binnen één straat slechts één boom is behandeld Anderzijds mag logischerwijs worden verwacht dat bomen binnen één straat in vergellijkbare omstandigheden staan.
Opdruk bij één boom geeft een gerede kans dat diezelfde opdruk ook bij de andere bomen in de straat voorkomt of voor gaat komen. 2.2 Bruikbaarheid data Bovenstaande data zijn niet opgenomen en geregistreerd met het doel hierop klachtenanalyses te maken. Daardoor is bovenstaande analyse wel geschikt om een globaal beeld te schetsen, maar niet om dit als een echte nulsituatie te hanteren. Anno 2013 is het ARISsysteem nog niet in staat om gedetaileerde rapportages betreffende klachten te genereren. Zodra dat er wel is, ontstaan wel mogelijkheden om nulsituaties vast te leggen en hier specifieke doelstellingen aan te verbinden. Ook wordt het daarmee mogelijk om de reactie of de actie op een ingekomen klacht vast te leggen. Nu kan het gebeuren dat een klacht door de gemeente goed gemotiveerd wordt afgewezen, maar dat de klager niet tevreden is het met antwoord. Daarmee kan dezelfde klacht meerdere keren terugkomen in één analyse. 2.3 Slotsom klachten Het is algemeen bekend dat ontevreden burgers bij de gemeente aankloppen, maar dat tevredenheid doorgaans niet met de gemeente wordt gedeeld. Omdat bovenstaande feiten alleen de situaties met ontevredenheid weergeven, schept dit wellicht een te somber beeld van de werkelijkheid. Een algemeen erkend verschijnsel is NIMBY: Not in my backyard.
Heel vaak geeft een klagende burger aan bomen enorm te waarderen, met als toevoeging: ‘Maar die ene bij mij voor de deur….’ Dit ondersteunt de indruk dat veel burgers hun individueel belang boven het algemeen belang stellen. De gemeente heeft juist de taak om het algemeen belang te bewaken en groen en bomen kunnen daar een wezenlijk onderdeel van uitmaken. De schriftelijke en mondelinge klachten ten aanzien van groen betreffen vaak individuele bomen. Het gaat daarbij vaak om ‘die ene boom’ waar een individuele burger het meeste last van heeft. In totaal staan op Leids grondgebied ongeveer 72.000 bomen. Als we als uitgangspunt nemen dat de ‘groene klachten’ veelal individuele bomen betreft, levert slechts 0,56% van alle bomen overlastklachten op. Van deze bomen staat een groot gedeelte in de verharding (straatbomen). Het aantal straatbomen betreft 18.515 bomen. Wanneer we met dit aantal bomen naar het aantal klachten en meldingen kijken levert dit op dat 2,17 % van de straatbomen overlast klachten oplevert. Klachten worden vaak gestapeld, waarbij blad/bloesemval, schaduw en angst voor vallende takken een veel voorkomende combinatie is. Uit de brieven is niet af te leiden of dit een gevolg zijn van een ongelukkige keuze van soort in combinatie met standplaats, of dat dit voortkomt uit een soort behoefte tot overtuigen omdat een klager een boom echt weg wil hebben.
Daarom is in die gevallen een zo objectieve beoordeling van de situatie noodzakelijk. Verhardingsopdruk maakt een aanzienlijk deel uit van de klachtenstroom, zowel bij de mondelinge als schriftelijke klachten. Analyse van het uitgevoerd herstelwerk leert ook dat het probleem in veel straten voorkomt. Het opdrukprobleem groot: In omvang (aantal straten en in aantal klachten); In financiële consequenties (met het herstel is veel geld gemoeid); Door mogelijk gevolg (grote kans op aansprakelijkheidsstelling).
2.4 Waarom bomen? De inleiding zou de indruk kunnen wekken dat bomen vooral problemen opleveren en op weinig waardering van burgers kunnen rekenen. Dat is echter niet waar. Bomen hebben enorm veel waarden. Hieronder volgt een niet uitputtende opsomming. Bomen: Hebben een belangrijke stedenbouwkundige functie omdat ze de ruimte structureren en de stedenbouwkundige lijnen begeleiden; Zuiveren de lucht van fijnstof en andere verontreinigende stoffen; Leveren zuurstof; Zorgen voor een verkoelende werking op warme dagen; Zorgen voor beschutting tegen zon en regen; Hebben een positief effect op het welzijn van mensen: in een groene omgeving zijn mensen eerder geneigd naar buiten te gaan, te bewegen en zo sociale contacten op te doen; Hebben een positief effect op het herstel van zieke mensen, zieken genezen sneller in een groene omgeving; Zorgen voor stijging van de waarde van onroerend goed, alleen al het uitzicht op groen werkt waardeverhogend; Verzachten de harde contouren van gebouwen en wegen en kunnen camouflerend werken op lelijke achtergronden; Geven privacy doordat boomkronen zicht op (achter-)tuinen en in woningen beperken; Verfraaien de buitenruimte door vorm, bladkleur en bloemdracht; Bieden rust-, nest- en voedselgelegenheid aan dieren Dragen bij aan de lokale identiteit en daarmee aan de cultuurhistorie: Bomen zijn daarom onmisbaar. Juist in de stedelijke omgeving.
Want let wel: er zijn in de openbare ruimte verder geen componenten die bovenstaande waarden kunnen evenaren. Voor alle bovenstaande waarden geldt dat deze waarden alleen maar toenemen naarmate de boom groeit. Een grote boom vertegenwoordigt hogere waarden dan een kleine boom. Dit noodzaakt ertoe bewust stil te staan bij het kappen van bomen. Bomen weghalen voordat ze hun optimale waarden hebben ontwikkeld, is feitelijk kapitaalvernietiging. Dat is ook de reden waarom in het bomenbeleid is opgenomen dat de gemeente zuinig is op haar bomen. 2.5 Waarom overlast? Er zijn diverse oorzaken van overlast. De meeste komen voort uit ontwerpkeuzen die eerder zijn gemaakt. Soms zijn bomen te dicht bij woningen geplant. Het is echter ook voorgekomen dat nieuwbouw te dicht bij bestaande bomen is geplaatst. Bij veel vormen van overlast is sprake van een samenspel tussen stedenbouwkundige civieltechnische en cultuurtechnische aspecten. Ontwerpkeuzen Het is bijzonder moeilijk om bomen zonder overlast uit te laten groeien tot volwassen exemplaren. In stedelijk gebied kunnen we bomen immers nooit de ruimte bieden die ze in een natuurlijke situatie zouden krijgen. Wat ons nu parten speelt, is de wijze waarop jarenlang groeiplaatsen zijn ingericht. In de laatste tien jaar is binnen het vakgebied enorm veel kennis opgedaan over de eisen die bomen stellen aan ondergrondse groeiplaatsen.
Met deze kennis kunnen we nu veel problemen goed verklaren. Denk aan verhardingsopdruk door boomwortels, groeistagnatie of het voortijdig afsterven van bomen. We weten nu dat in het verleden veel bomen in te kleine groeiplaatsen zijn geplant. De verwachting is dan ook dat veel bomen deze problemen op afzienbare termijn gaan vertonen of inmiddels al vertonen. Een tweede belangrijke factor is de sortimentskeuze. Soms zijn bomen geplant waarvan kan worden verwacht dat ze te groot worden voor die betreffende locatie. Waarschijnlijk in de verwachting dat ze bij een eerstvolgende reconstructie zouden worden verwijderd. Als die reconstructie wordt uitgesteld, groeien bomen dus ook langer door en worden uiteindelijk te groot. Ook komt het voor dat cultivars zijn aangeplant waar nog niet veel ervaring mee is opgedaan. Het kan dan zijn dat zo’n cultivar zich op lange termijn anders gedraagt dan bij aanplant is voorzien. Veranderende ‘natuurlijke’ omstandigheden Het klimaat verandert. Dat heeft ook zijn weerslag op de bomen en hun bewoners. In de jaren negentig begon, vanuit het zuiden, de eikenprocessierups op te trekken naar Nederland. Op dit moment komen zij in heel Nederland voor. Omdat de verandering van klimatologische omstandigheden zich voortzet, is het onzeker hoe ziekten en plagen zich zullen ontwikkelen. Dergelijke overlast kan afnemen of toenemen.
Maar het is ook zo zijn dat andere ziekten en plagen zich aandienen (bijvoorbeeld masaria bij platanen, iepenziekte, kastanjebloedingsziekte). Op dit moment dient bijvoorbeeld de Essensterfte zich aan. Veranderende maatschappelijke tendensen In de inleiding werd al geschetst dat Nederland vergrijst en ontgroent. Momenteel bestaat ook de
trend om tuinen zo onderhoudsvriendelijk mogelijk te maken. Vaak resulteert dit in strak vormgegeven tuinen met veel verharding. Oncontroleerbare factoren van buitenaf, zoals bladval, bloesemval, zaadval (onkruid) zijn de tuineigenaren vaak een doorn in het oog. Er bestaat een belangrijk verschil tussen deze vorm van overlast en de hierboven genoemde vormen van overlast. De afgenomen acceptatie van natuurlijke factoren (blad, bloesem, zaad, enzovoort) is een kwestie van beleving. Voor de één is dat meer een knelpunt dan voor de ander. De gemeente wil niet op elke vraag bomen kappen: Die bomen vertegenwoordigen veel waarden en de gemeente streeft naar een duurzaam bomenbestand. Er zijn veel mensen die bomen juist wel waarderen. Het kappen van overlastbomen zou geen recht doen aan hun wensen. De gemeente heeft al jarenlang geld en energie in een boom gestoken om hem zo groot te krijgen. Kapitaalvernietiging is slecht te verantwoorden. Het kappen van bomen kost geld. Burgers moeten (tot op bepaalde hoogte) de lusten en de lasten accepteren. Het is praktisch onwerkbaar om op elke vraag ad hoc te reageren.
De gemeente wil soms wel bomen kunnen kappen: Soms zijn klachten terecht, bijvoorbeeld omdat bomen te groot worden voor een woonstraat De gemeente heeft een klantgerichte houding en wil vanuit die optiek ook aan wensen tegemoet kunnen komen (mits niet strijdig met beleid en dit geen precedent schept). Sommige overlastsituaties geven een structurele hoge kostenpost. Eenmalig investeren kan een structurele kostenbesparing opleveren. 2.6 Juridisch kader Burenrecht Veel rechten en plichten ten aanzien van bomen zijn terug te vinden in het burenrecht. De gemeente en haar inwoners zijn op grond van het burgerlijk recht immers ook buren van elkaar. Niet alleen takken van bomen van burgers kunnen over elkaars percelen hangen, dit gebeurt ook bij gemeentebomen. De regels van het burenrecht gelden in beide situaties. Echter wel met een aantal kanttekeningen. Gemeentebomen vertegenwoordigen namelijk een maatschappelijk belang. Overlast Overlast door bomen is lastig. Dit is iets wat ook in rechterlijke uitspraken is terug te vinden. Een rechter is over het algemeen terughoudend in het toekennen van eisen zoals kap of snoei. Want bomen geven immers niet alleen overlast, maar bovenal groene uitstraling aan een straat, wijk en gemeente. Zou een rechter alle eisen van kap en snoei toekennen, dan zou Nederland heel wat bomen kwijtraken. En dat is niet de bedoeling.
Om die reden weegt de rechter het algemene ‘boombelang’ tegen het overlastbelang. Het overlastbelang weegt dan vaak niet op tegen het behoud van een karakteristiek landschapselement.
Onrechtmatige hinder/onrechtmatige daad Het wettelijk kader voor overlast is terug te vinden in het Burgerlijk Wetboek (BW). Daarin zijn twee artikelen relevant: Onrechtmatige hinder 5:37 BW Onrechtmatige daad 6:162 BW Onrechtmatige hinder In geval van overlast beroept de burger zich op hinder van artikel 5:37 in samenhang met artikel 6:162 ( e.v.) BW. In artikel 5:37 BW staat dat een eigenaar geen onrechtmatige hinder mag toebrengen aan andermans erf door onder andere het onthouden van licht, lucht of het verspreiden van rumoer of stank. Voor ‘echte’ hinder moet echter sprake zijn van onrechtmatige hinder. Dit betekent dat de hinder ook echte schade moet veroorzaken en dat die schade ook is aan te tonen. Daarbij is de ernst (omvang) en de duur van de hinder doorslaggevend. Ook het feit dat bomen op een bepaalde standplaats al lange tijd aanwezig zijn, speelt een rol. Volgens de rechtspraak hoeft een eigenaar niet te dulden dat hij belemmerd wordt in het gebruik van zijn eigendom, maar dit zal alleen voorkomen bij echt duidelijk zware en buitenproportionele hinder. Kortom enige mate van hinder is normaal. De in de natuur gebruikelijke vruchtval, pluis, bladval en mate van schaduwwerking is geen reden voor de rechter om hinder toe te kennen. Onrechtmatige daad Een beroep op hinder moet dus voldoen aan een vorm van ‘onrechtmatige daad’.
Een ‘onrechtmatige daad’ zoals beschreven in artikel 6:162 BW moet echter in al zijn onderdelen worden bewezen. Hiervoor moet aan vijf voorwaarden worden voldaan. Er moet sprake zijn van: Onrechtmatig handelen: er moet sprake zijn van handelen dat in strijd is met de wettelijke plicht of inbreuk op een recht of met hetgeen in het maatschappij gebruikelijk is. Daadwerkelijke schade: er moet sprake zijn van aantoonbaar substantiële schade. Indien sprake is van overlast bij agrariërs of ondernemers zal economische schade terdege aangetoond moeten worden om een beroep op onrechtmatige hinder te rechtvaardigen. Causaal verband tussen activiteit en schade: Het verband tussen de hindergevende boom en de schade moet aangetoond worden. Relativiteit: rechtstreekse betrokkenheid, de schadelijdende partij moet een beroep mogen doen op vergoeding van de schade. Een particulier die op afstand van de boom woont, kan dit niet. Geen rechtvaardigingsgrond voor de veroorzaker: de veroorzaker van de schade kan zich niet op overmacht beroepen. Het is niet eenvoudig om bij hinder door bomen aan al deze onderdelen te voldoen. Dit maakt dat overlast door bomen zelden echte onrechtmatige hinder is. De rechter is hierin ook zeer terughoudend. In hoofdstuk 5 staan diverse overlastonderwerpen uitgewerkt. Bij elk onderwerp staat uitgelegd hoe deze vorm van overlast juridisch gezien wordt beoordeeld.
Zorgplicht bomen en Wegenwet Bomen Indien schade door een boom ontstaat, kan de schadelijdende partij dit proberen te verhalen op grond van artikel 6:162 BW. De aansprakelijkheid voor schade door bomen valt onder ‘schuldaansprakelijkheid’. Iedere eigenaar of beheerder van bomen heeft om die reden een zorgplicht voor zijn bomen. Deze bestaat uit voldoende controle en onderhoud. Heeft de eigenaar of beheerder voldaan aan deze zorgplicht, dan is er geen ´schuld´ als toch schade ontstaat. De gemeente heeft in dat geval als boomeigenaar aan zijn verplichtingen voldaan en dan ook geen ´schuld´ aan het ontstaan van de schade. en is dus niet aansprakelijk voor de schade. Voor de uitvoer van deze zorgplicht geldt een kader. Algemene zorgplicht: eens in de drie tot vijf jaar controle op van de grond af zichtbare uitwendige gebreken, met aansluitend onderhoud of maatregelen. Verhoogde zorgplicht: bomen op een gevaarzettende plaats of bomen met een inherent gevaar moeten vaker gecontroleerd worden, bijvoorbeeld jaarlijks, met daarbij aansluitend onderhoud of maatregelen. Nader onderzoek: blijkt uit het boomveiligheidsonderzoek dat de boom een uitwendig zichtbaar gebrek heeft, dan is mogelijk nader onderzoek nodig, met daarop aansluitend onderhoud of maatregelen. Wegen De gemeente is beheerder van wegen. Wegen en de daarbij horende trottoirs en dergelijke mogen ´niet gebrekkig´ zijn.
Indien schade ontstaat door gebruik van een gebrekkige weg, kan
mogelijk schade gevorderd worden op grond van artikel 6:174 BW. Er geldt dan een ander soort aansprakelijkheid dan bij bomen. Dit noemt men ´risicoaansprakelijkheid´. Dit houdt kort gezegd in, dat het voldoen aan een zorgplicht niet afdoende is om aansprakelijkstelling te voorkomen. Er wordt in dat geval dus meer van de wegbeheerder verwacht. Het voorkomen van oneffenheden in verhardingen, bijvoorbeeld door verhardingsopdruk door wortels is daarbij een groot aandachtspunt.
3 Visie overlastklachten In de inleiding werd al geschetst dat een balans moet worden gezocht tussen juridische, praktische, financiële en beleidsmatige randvoorwaarden. Bij de overwegingen bleek al dat veel klachten een individueel belang dienen, terwijl gemeentelijk groen en bomen juist zijn aangeplant om het algemeen belang te dienen. Bij ingrijpen in het groen is het dan ook belangrijk dat ongewenst precedent wordt voorkomen. Het uitvoeren van één maatregel mag er niet toe leiden dat de gemeente genoodzaakt wordt om bij veel vergelijkbare situaties ook tot actie over te gaan. Daarmee zou een onacceptabel verlies aan groen kunnen ontstaan en zijn de kosten daarvan niet meer te overzien. Terughoudendheid Daarom stelt de gemeente zich terughoudend op in het nemen van maatregelen bij individuele klachten. Om de groene kwaliteit van de gemeente te kunnen behouden zullen burgers zowel de lasten als de lusten moeten accepteren van het openbaar groen. Signalen oppikken Anderzijds ziet de gemeente overlastklachten wel als signalen die erop kunnen duiden dat er wat aan de hand is. Het is bekend dat in de gemeente situaties voorkomen die, met de huidige kennis en kunde, als ongelukkig kunnen worden beschouwd. Soms staat een boom op de verkeerde plek, is de soortkeus voor die locatie onhandig of is een ontoereikende groeiplaats een bron van problemen.
In enkele gevallen kan het nemen van een maatregel dan leiden tot meervoudige winst: Meer woongenot voor de burgers Lagere onderhoudskosten voor de gemeente Een veiliger woonomgeving In die gevallen is het belangrijk dat met het nemen van een maatregel het algemeen belang gediend (en zeker niet geschaad) wordt en dat geen ongewenst precedent ontstaat. Categorieën Gelet daarop zijn verschillende overlastvraagstukken ingedeeld in de categorieën. Dit bepaalt of de gemeente maatregelen neemt, specifiek ten aanzien van overlastklachten. Dit zijn dus maatregelen die aanvullend zijn op het regulier onderhoud dat de gemeente al voert ten aanzien van groenonderhoud en netheidsonderhoud. A. Geen actie door gemeente Leiden B. Gerichte en repeterende actie door gemeente Leiden C. Maatwerkactie D. Actie in zeer uitzonderlijke gevallen A. Geen actie door gemeente Leiden Geen extra actie vindt plaats bij overlastklachten die horen bij de factoren die worden geschaard onder ‘redelijkerwijs’ te accepteren overlast. Ad hoc inzet van mensen of onvoorziene middelen zijn dus niet voorzien voor de volgende overlastonderwerpen. Dit betreffen overlastklachten die te maken hebben met de gevolgen van de natuurlijke groei, cyclus en leefomgeving van de boom.
Angst voor takbreuk Dieren en (vogel)poep Blad- en bloesemval Zaadval en zaadpluis Harde en zachte vruchten Allergie voor pollen Druipende bomen Bij deze vormen van overlast wordt geen actie uitgevoerd omdat: Ze vaak subjectief zijn en gebaseerd op individuele meningen of belangen: het is voor de gemeente onmogelijk een goed beheer te voeren als ze met alle individuele wensen rekening moet houden; Het niet te verantwoorden is dat schaarse algemene middelen worden besteed aan individuele belangen indien deze niet zwaarder wegen dan het algemeen belang; De maatregelen niet noodzakelijk zijn maar wel een precedentwerking geven voor de afhandeling van andere overlastklachten; Dit allemaal aspecten zijn die onlosmakelijk met bomen zijn verbonden en daarmee niet te voorkomen zijn; Een burger daarvan de lusten en lasten dient te dragen; Er juridisch gezien geen verplichting ligt om maatregelen uit te voeren.
De gemeente probeert bovengenoemde vormen van overlast te voorkomen door zorgvuldige aanleg in nieuwe situaties. Daarnaast wordt overlast zo veel mogelijk voorkomen door hier in het reguliere beheer rekening mee te houden. B. In heel uitzonderlijke gevallen vindt actie plaats: Boomwortels in riolering Boomwortels in tuinen Schade aan bouwwerken Substantiële en/of aantoonbare economische schade Hierbij is het vaak zo dat de perceeleigenaar verzaakt heeft om preventieve maatregelen te treffen, terwijl dat wel zijn eigen verantwoordelijkheid is. In principe onderneemt de gemeente Leiden daarom geen actie. Wij beperken ons tot de wettelijk verplichte doe-plicht. De gemeente ondersteunt de gemeente een perceeleigenaar als hij via openbare grond boomwortels moet verwijderen. In heel uitzonderlijke gevallen kan de gemeente meewerken aan maatregelen om herhaling van het probleem te voorkomen. Komt het tot een claim? Dan wordt die via de reguliere schadeafhandeling behandeld. C. Gerichte en repeterende actie vindt plaats bij: Eikenprocessierups Verhardingsopdruk Gevaarzetting door bomen Hierbij worden maatregelen getroffen, omdat de effecten van deze overlastvormen onacceptabel zijn in het kader van de volksgezondheid of veiligheid.
De gemeente heeft de taak zorg te dragen voor een veilige openbare ruimte en vinden dat de Leidse burgers het vertrouwen mogen hebben dat de gemeente hier zorgvuldig in handelt. D. Maatwerkactie Bij sommige overlastonderwerpen is maatwerk nodig. Dit betreft gevallen met: Stekels op stammen Schaduw Dit zijn de situaties waarbij mogelijk sprake is van een ongelukkige keuze van soort, locatie en/of groeiplaats. Maatregelen worden alleen uitgevoerd na zorgvuldige afweging van belangen. Geen enkele boom, straat of woonsituatie is gelijk aan een andere. Toch is het belangrijk daarin een eenduidige lijn te trekken. Daarvoor wordt een overlastbeoordelingsformulier (zie bijlage) gehanteerd. Daarin wordt de meerwaarde van de boom afgewogen tegen de overlast zoals die door derden wordt ervaren. Verschil schaduw – overige overlastfactoren Een verschil tussen deze factoren en de overlastfactoren onder punt A, is de mate waarin de gemeente hierin kan sturen door middel van een zorgvuldig ontwerp. Waar een boom ook wordt geplant, en welke soort ook wordt gekozen: blad, bloesem, dieren en zaadval zullen altijd voorkomen. Door een juiste situering en soortkeuze kan de gemeente echter wel invloed uitoefenen op de ernst en duur van de schaduw die burgers hebben van gemeentelijke bomen.
Keuze maatregel Bij de keuze voor een maatregel is de richting die is ingeslagen in het bomenbeleidsplan sterk bepalend. Hierin worden de hoofdgroenstructuur en wijkgroenstructuur onderscheiden als representatief groen dat van belang is voor de uitstraling van de hele gemeente. De wens bestaat daar tot het hebben van herkenbaarheid, continuïteit in beplanting en robuust volwassen groen. Met dat beeld in het achterhoofd is fragmentatie daar zeer ongewenst. De maatwerkactie zal daar gericht zijn op het in stand houden van de structuur. Bij het groen in de wijken zal een maatwerkactie wat eerder gericht zijn op het beperken van de overlast.
3.1 Strategie De gemeente gaat slechts in enkele gevallen over tot maatregelen. Het zwaartepunt ligt vooral bij de maatwerkacties en het verhardingsopdrukprobleem. De maatwerkacties omdat in een aantal gevallen moet worden erkend dat op sommige plekken de hoeveelheid groen in de loop der jaren te veel is geworden of dat enkele bomen op de verkeerde plekken zijn aangeplant. Het verhardingsopdrukprobleem krijgt veel aandacht omwille van de financiële en juridische impact van dit probleem. Waar voorheen vooral werd ‘opgelapt’, moet in de toekomst meer worden gewerkt aan structurele oplossingen. Doel hiervan is herhaling van de problemen voorkomen en daarmee op termijn kosten besparen. Maatregelen om overlast aan te pakken worden ondergebracht in twee componenten: Actie binnen één jaar Actie in het kader van een (integraal) project Actie binnen één jaar Dit betreft de situaties waarbij sprake is van onveiligheid of verhoogde kans op aansprakelijkheidsstelling. Ook kan het gaan om situaties waarbij met een relatief kleine ingreep een snelle en structurele oplossing is bereikt. Het kan gaan bijvoorbeeld om de volgende acties: Bomen rooien en boomspiegels dichtstraten Het kan hier gaan om het weghalen van laanbeplanting of een enkele bomenrij, of om het dunnen daarvan.
Dit kan bijvoorbeeld wenselijk zijn als ergens verhardingsopdruk repeterend hoog is en dit niet structureel kan worden opgelost. Als de opdruk zo hoog is dat actie nodig is, is het onwenselijk om te moeten wachten op een renovatieronde. Daarmee zou namelijk dubbel geïnvesteerd moeten worden: eerst het veilig maken van de verharding en enige tijd later het weghalen van de boom. Boom rooien in afwachting van renovatie Dit ligt in het verlengde van het vorige punt. Soms is het wel nodig om bomen weg te halen om verder gevaar of kosten te voorkomen maar kan het herplanten wachten tot een renovatieronde, waarbij tevens goede ondergrondse groeiplaatsen worden gerealiseerd. Plaatsen wortelschermen Een particulier kan van de gemeente verlangen dat zij ondersteunt in het opengraven van de openbare ruimte zodat hij bij zijn eigen perceel kan komen. In incidentele gevallen worden wortelschermen geplaatst om herhaling van problemen te voorkomen. De momenten waarop een particulier op zijn eigen perceel aan de slag gaat zijn niet planbaar. En het voert wat te ver om het plaatsen van wortelschermen als een project op te nemen. Daarom is het wenselijk om hiervoor een budget beschikbaar te hebben. Boomspiegel verruimen Door de boomspiegel te verruimen krijgt de boom meer ruimte voor zijn wortels en wordt minder verharding opgedrukt. Vanwege ruimtegebrek is deze maatregel vaak niet mogelijk.
Kandelaberen (incidenteel!) In een enkel geval kan het nodig zijn om bomen te kandelaberen om ernstige gevallen van overlast op te lossen. Dit kan alleen bij boomsoorten die daarvoor geschikt zijn. In principe is de gemeente daar terughoudend in omdat het structureel hogere beheerkosten met zich mee brengt en veelal de conditie van de boom aantast. Maar indien het toch nodig en mogelijk is, vergt dit eenmalig een relatief hoge kostenpost. Actie in het kader van een (integraal) project Maatregelen met een grotere impact worden door de afdeling IBOR op een integrale projectenlijst geplaatst. Jaarlijks worden hierop diverse projecten opgenomen die de openbare ruimte moeten verbeteren. Hierop kunnen dus ook projecten voorkomen die worden geïnitieerd vanuit de vakgebieden wegbeheer, verkeersveiligheid of rioolbeheer. Deze integrale projectenlijst maakt het mogelijk om Werk-met-werk te maken en dus efficiënt te werken; Bestuur en burgers inzicht te geven in de projecten die voor de komende jaren op de nominatie staan;
4 Beleid bij burenrechten Vaak gebeurt het dat burgers menen rechten te kunnen ontlenen aan het burenrecht. Op grond daarvan denken ze de gemeente te kunnen opleggen om takken, wortels of complete bomen weg te halen. Soms komt dat voort uit ervaren overlast. Soms is het echter een principekwestie van een burger, die vindt dat hij een bepaald recht heeft dat gelding heeft en dat hij daarom zijn gelijk wil halen. Bij een dergelijke claim is zorgvuldige beoordeling vereist. Daarbij ligt burenrecht sowieso genuanceerd. Hieronder worden de meest voorkomende claims uitgelegd. Daarbij vindt u ook het gemeentelijk weerwoord, gebaseerd op datzelfde burenrecht. 4.1 Afstand bomen tot erfgrens Waar gaat het over? Gemeentebomen staan soms dicht bij percelen van particulieren. Juridisch kader In artikel 5:42 lid 1 BW staat dat de afstand van bomen tot de perceelgrens 2,00 meter hoort te zijn. Gemeenten hebben op grond van artikel 5:42 lid 2 BW echter het recht deze afstand in hun regelgeving aan te passen. In artikel 11 Bomenverordening 2012 is deze grens verkleind tot 0,50 meter. Daar is bewust voor gekozen om te voorkomen dat verwijdering kan worden gevorderd van de vele bomen in kleine tuinen die dicht bij erfgrenzen staan. Dit betekent dat ook gemeentebomen gerechtvaardigd tot een afstand van 0,50 meter van een perceelgrens mogen staan.
Soms staan bomen echter dichter op de perceelgrens. Toch betekent dit niet direct dat particulieren verwijdering kunnen vorderen. Ten eerste verjaart het recht op verwijdering twintig jaar na aanplant. De gemeente heeft bovendien de status van haar bomen in beleid vastgelegd. Letterlijk wordt gesteld in de Bomenvisie: ‘In Leiden vormen bomen een essentieel onderdeel van de openbare ruimte’. Daarnaast is een groenstructuur vastgelegd waarbinnen de bomen een extra hoge waarde vertegenwoordigen. Dit betekent dat de rechter bij de afweging van het algemeen belang tegen het verwijderingsbelang, het belang van de instandhouding van de gemeenteboom zwaarder zal laten wegen. Standpunt gemeente Openbare bomen zijn geplant met een doel: verfraaiing van de buitenruimte, het verhogen van natuurwaarde in een straat, het ‘verzachten’ van de stenige omgeving enzovoorts. Allemaal doelen in het algemeen belang. Daarom vindt de gemeente dat het belang van openbare bomen in de basis zwaarder weegt dan een individueel belang. Echter: de gemeente erkent dat het niet wenselijk is om bomen te dicht bij erfgrenzen te planten. Daarmee wordt de kans op overlast vergroot, terwijl de openbare bomen juist een meerwaarde voor de Leidse burgers moeten geven.
In nieuwe situaties zal de gemeente daarom altijd proberen een zo groot mogelijke afstand tussen bomen en erfgrenzen aan te houden, zeker bij kleine tuinen. We hebben echter te maken met grote aantallen bomen die ooit vrij dicht bij erfgrenzen zijn geplant. Die bomen beginnen nu net enige omvang en waarde te bereiken. Het rooien van die bomen, enig en alleen omwille van een ongelukkig gekozen locatie, zou kapitaalvernietiging zijn. We hebben immers al jarenlang geïnvesteerd in aanleg en onderhoud om deze bomen op dit niveau te krijgen. Rooien en nieuw planten betekent dan ‘terug bij af’. Daarnaast zou het een aantasting van het waardevolle groene karakter van Leiden tot gevolg hebben. 4.2 Doorschietende wortels op particulier terrein Waar gaat het over? Wortels van gemeentebomen kunnen doorschieten op andermans perceel. Hierdoor kunnen burgers hun tuin soms niet aanleggen of gebruiken zoals zij dat zelf zouden willen. Denk aan het aanleggen van vijvers of het gebruiken van de tuin als moestuin. Juridisch kader Belangrijk hierbij is dat een eigenaar van een perceel een beperkt wortelkaprecht heeft. Op grond van artikel 5:44 lid 2 BW heeft een perceeleigenaar het recht om wortels die zijn perceel ingroeien te verwijderen. Dit mag echter niet tot gevolg hebben dat een boom afsterft of omvalt.
Dit wortelkaprecht maakt dat een perceeleigenaar zelf de verantwoordelijkheid heeft om wortels van gemeentebomen niet zijn perceel in te laten groeien. Verzuimt een eigenaar dit regelmatig te doen, dan zijn de gevolgen voor hem zelf. Een gemeente heeft dan geen ‘betaalplicht’ voor de schade, maar wel een ‘doeplicht’ om mee te werken aan een oplossing. Daarbij kan men denken aan ondersteuning bij het opbreken van de bestrating op openbaar terrein, zodat de boomeigenaar de wortels van de boom kan bereiken.
Standpunt gemeente Het is voor de gemeente onmogelijk om alle bomen te controleren op wortelgroei. Wettelijk is geregeld dat die taak ook niet bij de gemeente ligt, maar bij de partijen die hun eigen perceel tegen wortelingroei willen beschermen. Daarom laat de gemeente die verantwoordelijkheid ook bij die eigenaren. De gemeentelijke inzet beperkt zich tot het meewerken aan het vinden van een oplossing. 4.3 Overhangende takken Waar gaat het over? Bomen op openbaar gebied kunnen met hun takken over perceelsgrenzen hangen. Burgers kunnen overlast ervaren doordat die takken schaduw geven, hun eigendommen raken of hun eigendommen beschadigen/vervuilen. Denk aan schurende takken tegen tuinhuisjes en vallend blad of luizendruip. Juridisch kader Een eigenaar van een perceel heeft in beginsel het recht om over zijn perceel hangende takken van buurbomen weg te nemen. Dit op grond van artikel 5:44 lid 1 BW. Daar is echter een aantal voorwaarden aan verbonden. Ten eerste dient de perceeleigenaar de buur schriftelijk te sommeren zelf de overhang te snoeien. De buur hoort daar een aantal weken de tijd voor te krijgen. Bij zeer grote bomen zal die termijn redelijk moeten zijn, bijvoorbeeld zes weken. Na afloop van de termijn mag de perceeleigenaar zelf de overhangende takken snoeien. Echter niet in alle gevallen.
Voorwaarden Het snoeirecht gaat niet zover dat een boom hierdoor ernstige schade mag oplopen. Wordt een boom namelijk gesnoeid, dan kan dat gevolgen hebben voor zijn conditie, stabiliteit of habitus. Bij rigoureuze snoei zal dit meer gevolgen hebben dan bij het wegnemen van een aantal kleine takken. Niet alleen de mate van snoei vormt een risico, maar ook de soort boom. Het snoeien van bijvoorbeeld beuken kan tot gevolg hebben dat de bomen afsterven als gevolg van bastverbranding, doordat na de snoei de zon vrij spel heeft op de bast van de bomen. Ook gaat het snoeirecht niet zover dat de snoeilijn per se loodrecht langs de erfgrens loopt. Het kan zijn dat aan het snoeiverzoek is voldaan als een kroon enigszins wordt ingenomen. Het is bovendien logisch dat een boom niet gehalveerd mag worden door de snoei. Kortom, het snoeirecht gaat niet zover dat de buur misbruik van dit recht mag maken. Doet een buur dit wel, dan maakt hij zich schuldig aan vernieling van andermans eigendom. Gemeentelijk kapverbod Ook kan het zijn dat bomen met overhangende takken slechts gesnoeid mogen worden met verlening van een Omgevingsvergunning afgegeven door het bevoegd gezag. De gemeente moet voor grootschalige snoei van haar eigen bomen namelijk ook een ‘Omgevingsvergunning voor vellen’ aanvragen.
Snoeit een perceeleigenaar, ondanks het ontbreken van een omgevingsvergunning, toch de overhangende takken, dan maakt hij zich schuldig aan illegaal kappen van een houtopstand. Hetgeen een strafbaar feit is op grond van de artikel 2, lid 4, Wet op de economische delicten (WED). Daarmee loopt de snoeier het risico op een boete omdat hij grootschalig snoeit zonder omgevingsvergunning en op een fikse schadeclaim omdat hij gemeentelijke bomen vernielt. Standpunt gemeente De gemeente heeft een snoeiprogramma dat ervoor zorgt dat elke gemeentelijke boom met regelmaat wordt gesnoeid (eens in de 4 tot 5 jaar), zodat de bomen voldoen aan het beeld dat de gemeente voor ogen heeft: bomen die voldoende hoog zijn opgekroond en technisch veilig zijn. Dat programma is goed onderbouwd en voldoet aan de huidige normen voor deskundig boombeheer. Het onderhoudsbudget is hierop afgestemd en laat weinig ruimte voor aanvullende snoeimaatregelen. Ook hier geldt dat alleen het feit dat mensen zich storen aan overhangende takken, geen reden kan zijn om bomen te gaan snoeien. Overmatig snoeien van gemeentelijke bomen, door particulieren, is aan banden gelegd binnen het burenrecht. Daarnaast is in de gemeentelijke Bomenverordening vastgelegd dat een omgevingsvergunning vereist is voor het snoeien van meer dan 20% van de kroon of van het wortelgestel.
Dit metinbegrip van kandelaberen, het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand tot gevolg kunnen hebben. Ondervinden burgers desondanks hinder als gevolg van overhangende takken? Bijvoorbeeld in de vorm van druip, schaduw of schade aan bouwwerken? Dan worden die klachten behandeld conform de beleidslijn zoals vermeld in hoofdstuk 5.
5 Beleid per overlastvorm Naast de vermeende rechten, bestaan nog een heleboel vormen van overlast. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van veelvoorkomende overlastvormen en het standpunt dat de gemeente daarbij inneemt. 5.1 Angst voor omwaaien of afvallende takken Waar gaat het over? Bomen kunnen omvallen en uit een boom kunnen takken naar beneden vallen. Sommige mensen hebben daarom angst voor de bomen die vlak bij woningen staan. Vooral na een storm komen verzoeken binnen om bomen te laten controleren of te verwijderen. Juridisch kader Meestal gaat het niet om reële angst. Elke boomeigenaar heeft een zorgplicht voor zijn bomen. De gemeente heeft deze zorgplicht dus ook. Dit houdt in dat de gemeente haar bomen regelmatig aan een boomveiligheidsonderzoek moet onderwerpen en tevens voldoende onderhoud aan de bomen moet verrichten. De gemeente voert op haar gehele bomenbestand regelmatig visuele controles uit om de veiligheidstoestand in beeld te brengen. In vakjargon worden dit Visual Tree Assesments (VTAcontroles) genoemd. Bij bomen die een risico vormen gebeurt dit zelfs met een verhoogde frequentie. Indien daadwerkelijk sprake is van een verhoogd gevaar, dan worden maatregelen uitgevoerd zoals snoei of kap. Dat een boom in de nabijheid van een woonhuis staat, is voor de rechter geen reden tot kap. Een angstige eigenaar verandert daar niets aan.
Erkenning De gemeente maakt onderscheid tussen het ervaren van angst en de reële kans op omwaaiende bomen en afvallende takken. Erkend wordt dat het ervaren van angst heel vervelend is. De gemeente werkt heel gericht aan het veilig houden van haar bomen, waardoor die angst meestal niet gegrond is. Relativering Angst is vaak subjectief. Het kan rationeel worden weerlegd door bomen goed te inspecteren op veiligheid. Bomen vallen zeer zelden onverwacht om. Door goede controles op boomveiligheid worden bomen verwijderd voordat er gevaarlijke situaties ontstaan. Het omwaaien van bomen tijdens een storm of valwinden kan echter niet voorkomen worden. Preventiemogelijkheden en oplossingen Door het uitvoeren van structurele boomveiligheidscontroles aangevuld met nadere onderzoeken wordt voorkomen dat een instabiele boom omwaait. Indien een instabiele boom wordt gevonden, dan kunnen direct maatregelen worden genomen om het risico weg te nemen. Belangrijk is dat er daarnaast bij civieltechnische en kabel- en leidingwerkzaamheden zorgvuldig met boomwortels wordt omgegaan. Eventuele incidenten moeten direct gemeld worden bij de boombeheerder, zodat die de boom op stabiliteit kan laten onderzoeken. Tot slot geldt ook hierbij dat met een juiste keuze van sortiment en groeiplaats veel problemen kunnen worden voorkomen of beperkt.
Bomen worden steeds meer op ruime afstand van woningen geplaatst en takbreukgevoelige soorten worden niet vlak bij erfgrenzen geplant. Standpunt gemeente Voor de gemeente bestaat een wezenlijk verschil tussen werkelijk gevaar en het ervaren van angst. Omdat angst voor bomen in de meeste gevallen niet realistisch is, erkent de gemeente dat in principe niet als een grondslag om maatregelen te nemen. Uiteraard wordt elke vraag of klacht daarover in behandeling genomen. De opzichter zorgt voor een visuele inspectie om te bepalen of er symptomen zijn die wijzen op onveiligheid. Bij ernstige twijfel wordt een boomspecialist geraadpleegd. Daarbij is het belangrijk om aan burgers duidelijk te maken dat elke gemeentelijke boom in Leiden elke vier jaar een dergelijke visuele controle krijgt door een gespecialiseerd bedrijf. Alle noodzakelijke maatregelen die daaruit voortvloeien, worden zo snel mogelijk uitgevoerd. Blijkt een boom gevaarlijk te zijn, dan wordt zo snel mogelijk actie ondernemen om de situatie weer veilig te krijgen.
5.2 Dieren en uitwerpselen Waar gaat het over? Veel dieren gebruiken bomen als voedselbron, nest- of rustplaats. Zo brengen bomen de natuur in al haar facetten het bebouwd gebied in. Echter, vogels poepen ook terwijl ze in de boom zitten en kunnen zo auto’s en stoepen bevuilen. Als dat in grote hoeveelheden plaatsvindt, kan dat leiden tot overlastklachten. Juridisch kader Dit natuurlijk verschijnsel is een vorm van hinder die redelijkerwijs geaccepteerd dient te worden. Daarnaast geldt in dit kader de flora- en faunawet die dergelijke fauna beschermt. Erkenning Het is inderdaad vervelend als auto’s of stoepen sterk bevuild raken door dieren. Relativering Hierbij geldt dat bij de lusten ook de lasten horen. Het één kan niet zonder het ander. De meeste dieren verblijven niet continu op dezelfde plek. Als dat toch het geval is, kunnen autobezitters overwegen hun auto (tijdelijk) elders te parkeren. Preventiemogelijkheden en oplossingen Het is nauwelijks mogelijk om dieren te weren uit bomen. In het kader van de Flora- en faunawet is het zelfs verboden om dieren te verstoren of te verontrusten. Standpunt gemeente De gemeente erkent dat poep en ander vuil een vervelende bijkomstigheid is van dieren in bomen. Het kan echter nooit een reden zijn om bomen weg te halen, te snoeien of dieren te verjagen. Dit past niet bij het beleid om zuinig om te gaan met de gemeentelijke bomen.
Daarnaast is het in strijd met de flora- en faunawet om moedwillig dieren te verjagen of hun leefgebied te vernietigen. Daarnaast is het in strijd met de flora- en faunawet om moedwillig dieren te verjagen of hun leefgebied te vernietigen. 5.3 Blad- en bloesemval Waar gaat het over? Het ontwikkelen van blad en bloesem hoort bij de natuurlijke cyclus van een boom. Net als het afstoten daarvan. Bladeren zijn de motor van de boom en zonder bloesem kan een boom zich niet voortplanten. Blad- en bloesemval zijn inherent aan het hebben van (loof-)bomen. Het gevolg is dat straten met bomen elk najaar enige tijd bezaaid zijn met bladeren. In het voorjaar kunnen bloesemresten een rommelig beeld geven. Blad en bloesem kunnen leiden tot verstopte dakgoten, rioolkolken en tot gladheid. Juridisch kader Bomen brengen natuur in de stedelijke omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat de rechter dit meeneemt in zijn oordeel. Bladval en bloesemval behoren tot de normale levenscyclus van een boom. Slechts indien sprake is van zware en buitenproportionele hinder wordt ingrijpen nodig geacht. Dit kan het geval zijn indien een dakconstructie zodanig van vorm is dat een huiseigenaar technisch gezien niet in staat is zijn dakgoten bladvrij te maken of dit door een aannemer te laten uitvoeren. Erkenning In de piekperioden geeft blad- en bloesemval tijdelijk rommel.
De gemeente begrijpt dat dit voor mensen hinderlijk kan zijn. Zeker voor mensen die veel waarde hechten aan een smetteloze straat. Het ruimen hiervan is geregeld in het onderhoudsbestek. Hierbij wordt gewerkt met beeldnormen. Beeldkwaliteitsniveau C komt het meeste voor in de woonwijken. Samengevat: op gras en verharding mag blad en natuurlijk vuil zich ophopen tot een hoogte van 30 centimeter en maximaal 25% van de oppervlakte beslaan. In plantvakken mag dat tot 30 centimeter hoogte en een maximale bedekking van 50%. De beeldnormen ‘blad en natuurlijk vuil’ zijn hieronder in foto’s weergegeven. De gemeente erkent dat dit voor sommigen een storende aanblik kan geven. De keuze voor dit kwaliteitsniveau is echter een weloverwogen beslissing van de gemeente geweest. Relativering Hoe blad en bloesemval worden ervaren is heel subjectief. De één kan bloesem ervaren als aantrekkelijk (een fraai roze bloementapijt). Iemand kan bladval ervaren als een seizoensbeleving en dit als positief ervaren. De ander ervaart dergelijke aspecten als rommel.
De periode van bladval duurt ongeveer vier weken. Daarna is bijna al het blad opgeruimd of weggewaaid. De periode van bloesemval is bij elke boom verschillend, maar duurt in de meeste gevallen slechts enkele weken. Blad- en bloesemafval vormen de meest natuurlijke organische bemesting voor een boom. Laten liggen zou de boom ten goede komen en opruimwerk besparen. Overigens is het ruimen van blad en bloesem iets wat elke burger ook gemakkelijk zelf kan uitvoeren. Daarmee kan de burger het stukje openbare ruimte dat hem het meest aan het hart ligt, gemakkelijk zelf opwaarderen tot een hoger kwaliteitsniveau. Preventiemogelijkheden en oplossingen Het is onmogelijk om blad- en bloesemval te voorkomen. Wel kan hierin met de sortimentskeuze rekening worden gehouden. Een ontwerper moet zich ervan bewust zijn dat bloesemrijke bomen naast een fraai voorjaarsbeeld, ook een periode van rommel geven. En dat bomen met grote bladeren andere overlast geven dan bomen met kleine bladeren. Bladkorven Jaarlijks worden bladkorven geplaatst op de plekken waar de overlast het grootst is. Deze zijn bedoeld voor het blad wat van gemeentebomen valt en in particuliere tuinen terecht komt. Soms gebruiken burgers deze korven ook om blad van de openbare weg of uit het openbaar groen in te verzamelen. Hiermee ondersteunt de gemeente de burgers die graag zelf de handen uit de mouwen steken.
De gemeente leegt deze korven. Voorlichting Elk jaar vóór het bladvalseizoen begint, kan een artikeltje geplaatst in het Leids Nieuwsblad. Hierin wordt uitgelegd wat de gemeente doet (en niet doet) aan blad. En wat zij hierin van de burger verwacht. Hierbij wordt aandacht gevraagd voor de bladkorven. Standpunt gemeente De gemeente erkent dat blad- en bloesemafval een bijkomstigheid zijn van bomen die door sommigen als vervelend kan worden ervaren. Het kan echter nooit een reden zijn om bomen weg te halen of andere maatregelen te treffen. Blad en bloesem zijn immers onlosmakelijk verbonden aan het fenomeen boom. Het weghalen van bomen om deze reden zou een erg ongewenst precedent scheppen. Alle bomen hebben immers blad en bloesem. Het ruimen van blad en bloesem op openbaar terrein maakt onderdeel uit van de opdracht van afdeling Stedelijk Beheer. De kwaliteitsnorm is een politiek bepaalde keuze. Deze keuze is vertaald in het beschikbare budget. Het tornen aan de norm omwille van individuele klachten is daarom niet alleen onwenselijk, het leidt ook tot een overschrijding van de beschikbare middelen. Als zij ontevreden zijn over het netheidsonderhoud, is het aan de burgers zelf om de handen uit de mouwen te steken. Om hen daarbij te ondersteunen, plaatst de gemeente bladkorven.