CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

220008 Bijlage 4 Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 tm 14 verkleind DEEL 1

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0008 Vaststelling bestemmingsplan Lammenschansweg Omega-locatie18.890 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als wel een broedende vogel aanwezig is, mogen de werkzaamheden niet starten. Er dient dan met een ecoloog met kennis van vogels naar een oplossing gezocht te worden. Jaarrond beschermde nesten Van verschillende vogelsoorten is het nest jaarrond beschermd. Met het uitgevoerde onderzoek is duidelijk geworden dat essentieel leefgebied voor deze soorten niet in of bij het plangebied aanwezig is. Negatieve effecten op deze soorten zijn van de ontwikkeling dan ook niet te verwachten. Nader onderzoek naar deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg.

5.2.3

Overige beschermde soorten Soorten waarvoor provinciale vrijstelling geldt In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Dit betreft bijvoorbeeld de soorten bruine kikker en gewone pad.

Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Wel geldt ook voor deze soorten altijd de eerder beschreven zorgplicht. Soorten, waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt Door het uitgevoerde onderzoek is duidelijk geworden dat essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, niet aanwezig zijn. Doordat deze elementen niet aanwezig zijn, zijn negatieve effecten op deze categorie beschermde soorten niet te verwachten. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten is niet nodig en de bescherming van deze soorten staat de ontwikkeling niet in de weg.

5.3

Mogelijke effecten op beschermde houtopstanden In het plangebied is geen houtopstand aanwezig. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

6

Conclusie Binnen de Lammenschansdriehoek is op de oude AKB-locatie een parkeerterrein aanwezig. Het voornemen bestaat om op deze locatie nieuwbouw te realiseren. Hiertoe moet een wijziging van het bestemmingsplan plaatsvinden. Voor de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan is het noodzakelijk dat de haalbaarheid ervan wordt aangetoond. Er dient daarom vanuit de ecologie onderzocht te worden of met de ruimtelijke ontwikkelingen die het plan toestaat sprake is van overtreding van de geldende natuurwet- en regelgeving. In deze quick scan is onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden “De Wilck” en “Meijendel & Berkheide” in de omgeving van het plangebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van één van deze Natura 2000-gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Nader onderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening is daarom noodzakelijk.

Verder blijkt uit de quick scan dat in de omgeving van het plangebied geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig is. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek hiernaar is niet noodzakelijk. Soortenbescherming In en rondom het plangebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. In en nabij het plangebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield.

Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Bescherming houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

Geraadpleegde bronnen Literatuur BIJ12. 2017a. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017b. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12. 2017c. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. Bos, F. Bosveld, M. Groenendijk, D. van Swaay, C. Wynhof, I. De Vlinderstichting. 2006. De dagvlinders van Nederland. Verspreiding en bescherming. Nederlandse fauna deel 7. CROW. 2018. Toekomstbestendig parkeren. Van parkeercijfers naar parkeernormen. Creemers, R. van Delft, J. 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna deel 9. Dietz, Ch. von Helversen, O. Nill, D. 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Janssen, J. A. M. Schamineé, J. H. J. 2004. Europese Natuur in Nederland. Soorten van de habitatrichtlijn. Lange, R. Twisk, P. van Winden, A. van Diepenbeek, A. 2003. Zoogdieren van WestEuropa. Limpens, H. J. G. A. Twisk, P. Veenbaas, G. 2004. Met vleermuizen onderweg. Uitgave DDW en VZZ. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie. 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata). Nederlandse Fauna deel 4. Netwerk Groene Bureaus, Definitielijst Netwerk Groene Bureaus 2020, 16 januari 2020. Ministerie EZLI. 2012. Memorie van toelichting bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk. Ministerie EZ. 2015.

Memorie van antwoord bij Wet natuurbescherming. Kamerstuk Eerste Kamer der Staten-Generaal. Rijksoverheid. 2020. Handreiking woningbouw en AERIUS.

SOVON. 2002. Atlas van de Nederlandse Broedvogels. Verspreiding, aantallen, verandering. Nederlandse Fauna deel 5. Sparrius, L. Odé, B. Beringen, R. Basisrapport Rode Lijst Vaatplanten 2012 volgens Nederlandse en IUCN-criteria. FLORON rapport 57. TAUW 2016. Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator. In opdracht van BIJ 12. Zoogdiervereniging & Probos. 2012. Laanbeheer en vleermuizen; met oog voor veiligheid en cultuurhistorie; met bijdragen van E. A. Jansen, M. H. A. van Benthem, C. de Groot, P. Twisk & H. J. G. A. Limpens.

Websites www.anemoon.org www.aerius.nl www.eis-nederland.nl www.ndff.nl www.ravon.nl www.sovon.nl statline.cbs.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl

Bijlage 1. Wettelijk kader Gebiedsbescherming Inleiding Op grond van artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming kunnen natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna, door de Minister worden aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijn, de zogeheten Natura 2000-gebieden. Ook kan de Minister op grond van deze wet in enkele specifieke gevallen bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. De Wet natuurbescherming draagt Gedeputeerde Staten daarnaast op, om in hun provincie te zorgen voor een landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. De bescherming van dit natuurnetwerk wordt geregeld bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, genaamd bijzondere provinciale natuurgebieden en bijzondere provinciale landschappen. Hieronder wordt een toelichting gegeven bij de verschillende vormen van gebiedsbescherming. Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden Voor alle Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden geldt op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze gebieden.

Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor deze gebieden zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Uit de Memorie van Toelichting blijkt, dat de Wet natuurbescherming, buiten de zorgplicht, al voldoende instrumenten bevat om schadelijke handelingen in Natura 2000-gebieden te beperken. Deze zorgplicht is daarmee primair bedoeld om de eigen verantwoordelijkheid vast te leggen, die een ieder heeft voor een zorgvuldige omgang met de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden. Natura 2000-gebieden Bij de aanwijzing van een Natura 2000-gebied worden voor het gebied instandhoudingsdoelstellingen voor te beschermen soorten en/ of habitats vastgesteld. Conform artikel 2.7, lid 2 van de Wet natuurbescherming is het verboden om zonder vergunning een project te realiseren dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Als een plan of project mogelijk negatieve gevolgen kan hebben op Natura 2000-gebied, vindt eerst een globale toetsing plaats, de voortoets. Als uit de voortoets blijkt dat er zeker geen negatieve gevolgen zijn, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of geldt in het geval van een project geen vergunningplicht.

Als de kans op significante gevolgen niet kan worden uitgesloten dan moet, conform artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling worden gemaakt. In dit geval wordt een plan even1 eens m.e.r.-plichtig . Blijkt uit de passende beoordeling dat er geen aantasting plaatsvindt van de natuurlijke kenmerken van een Natura 2000-gebied, dan kan het betreffende plan worden vastgesteld, of kan voor de projecten door Gedeputeerde 1

Richtlijn 2001/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001, welke plicht in de Nederlandse wetgeving is verankerd in artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.

Staten een vergunning worden verleend. In bepaalde gevallen kan, ondanks dat uit de passende beoordeling blijkt dat aantasting van de natuurlijke kenmerken mogelijk is, een plan toch worden vastgesteld of kan een vergunning toch worden verleend. Er dient dan te worden voldaan aan de zogeheten ADC criteria. De ADC criteria houden in: i) dat er geen alternatieve oplossingen zijn, ii) dat er sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang en iii) dat de nodige compenserende maatregelen worden getroffen. Bijzondere nationale natuurgebieden In uitzonderlijke gevallen kan de Minister, op grond van artikel 2.11, bijzondere nationale natuurgebieden aanwijzen. De Minister kan dit doen voor een gebied dat is of wordt aangemeld als Habitatrichtlijngebied, maar nog niet definitief is aangewezen. Ook kan het voor een gebied dat nog geen onderdeel is van het Natura 2000-netwerk, maar waar compenserende maatregelen worden getroffen voor de realisatie van een project met significante gevolgen. Tot slot kan een gebied worden aangewezen in het geval dat dat noodzakelijk is in het kader van de Vogel- of Habitatrichtlijn, om een gunstige staat van instandhouding te realiseren.

Ter bescherming van de bijzondere nationale natuurgebieden kan de Minister verschillende maatregelen nemen, waaronder toegangsbeperkingen tot het gebied, het gebruik maken van zijn of haar aanschrijvingsbevoegdheid en het treffen van behoud- en herstelmaatregelen in het gebied. Natuurnetwerk Nederland Ter bescherming van vogelsoorten, van soorten van de Habitatrichtlijn en van rode lijstsoorten dienen provincies, op basis van artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming, zorg te dragen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur, EHS). Voor dit netwerk geldt, op basis van artikel 2.10 van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (het Barro), een ‘nee, tenzij’beschermingsregime. Het bestemmingsplan, of een omgevingsvergunning waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken, maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur, of tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden, tenzij er sprake is van groot openbaar belang, er geen reële alternatieven zijn, negatieve effecten zoveel mogelijk worden beperkt en overblijvende negatieve effecten worden gecompenseerd.

Provincies dienen deze bescherming te regelen bij provinciale verordening. Daarnaast kunnen provincies bij provinciale verordening andere gebieden met bijzondere natuurwaarden beschermen, zoals weidevogelgebieden of ganzenfoerageergebied. De precieze invulling van de bescherming verschilt van provincie tot provincie. In paragraaf 2.1 staat de bescherming beschreven die in dit geval van toepassing is.

Soortenbescherming Verboden en zorgplicht Voor een aantal soorten is door middel van verboden een beschermingsregime opgenomen in de Wet natuurbescherming. Er is een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (artikelen 3.1-3.4), voor Habitatrichtlijnsoorten (artikelen 3.5-3.9) en voor andere soorten (artikelen 3.10 en 3.11). Naast de beschermde plant- en diersoorten geldt op basis van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming voor al de in het wild levende soorten ook een zorgplicht. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving. Dit houdt onder meer in dat men negatieve gevolgen voor aanwezige soorten zoveel mogelijk beperkt door het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Vogelrichtlijnsoorten Voor ruimtelijke ingrepen zijn de volgende verboden relevant: het is verboden om van nature in Nederland in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen, het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van deze soorten te beschadigen of te vernielen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden deze soorten opzettelijk te storen wanneer dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de soort. De verboden in de wet zorgen voor een goede bescherming van nesten van alle in het wild levende vogelsoorten tijdens het broedseizoen.

Globaal loopt het broedseizoen van half maart tot half augustus, maar ook de nesten van broedende vogels buiten deze periode zijn beschermd. Daarnaast zijn van een aantal vogelsoorten de nesten jaarrond beschermd, dus ook als ze niet als broedlocatie worden gebruikt. Het betreft dan over het algemeen soorten die hun nest het gehele jaar als verblijfplaats gebruiken of soorten die niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen. Habitatrichtlijnsoorten Voor ruimtelijke ingrepen zijn de volgende verboden relevant: het is verboden om soorten van de Habitatrichtlijn en van de verdragen van Bonn en Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eieren opzettelijk te vernielen, om voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om planten van de Habitatrichtlijn en van het verdrag van Bern opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Andere soorten Naast de Vogelrichtlijnsoorten en de Habitatrichtlijnsoorten worden in de wet een aantal diersoorten en plantensoorten beschermd. Voor deze soorten zijn bij ruimtelijke ingrepen de volgende verboden relevant: het is verboden de beschermde diersoorten opzettelijk te doden of te vangen en om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en het is verboden om de beschermde plantensoorten opzettelijk te plukken, ontwortelen of te vernielen.

Opzetvereiste Bij veel van de hierboven genoemde verboden is er sprake van een opzetvereiste. Zo is het verboden om vogelnesten opzettelijk te beschadigen. In de wet wordt bij deze opzet uitgegaan van ‘voorwaardelijke opzet’. Bij voorwaardelijke opzet is men zich bij het handelen bewust van de mogelijke negatieve consequenties, terwijl men de handeling toch uitvoert. Een voorbeeld van voorwaardelijke opzet is iemand die in het voorjaar een boom omzaagt en daarbij ‘per ongeluk’ een vogelnest beschadigt. De persoon had niet de opzet dit nest te beschadigen. Maar in de broedtijd van vogels is er wel een aanzienlijke kans dat er in een boom een vogel nestelt. Er kan daarom toch sprake zijn van opzettelijke beschadiging van het nest; voorwaardelijke opzet. Vrijstelling, gedragscodes en ontheffing Provinciale Staten kunnen in een verordening een vrijstelling verlenen van de bovenstaande verboden. Zie paragraaf 2.2 voor de vrijstelling die in deze provincie van toepassing is. Daarnaast zijn de verboden niet van toepassing op handelingen die men uitvoert in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling of bestendig beheer en onderhoud, wanneer men die handelingen uitvoert conform een goedgekeurde gedragscode. Gedragscodes kunnen daarbij zowel gebruikt worden voor de omgang met de Vogelrichtlijnsoorten, de Habitatrichtlijnsoorten als de andere beschermde soorten.

Wel geldt voor de Vogelrichtlijnsoorten en de Habitatrichtlijnsoorten de aanvullende eis dat de handelingen die men uitvoert een wettelijk belang dienen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Het gaat dan onder meer om handelingen in het belang van de volksgezondheid, openbare veiligheid of ter bescherming van flora en fauna. Tot slot kunnen Gedeputeerde Staten, wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat, onder bepaalde voorwaarde een ontheffing verlenen van de verboden. Ook hierbij geldt voor Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten dat aan de handelingen die men verricht een wettelijk belang van de Vogelrichtlijn respectievelijk de Habitatrichtlijn ten grondslag dient te liggen.

Bescherming houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden. De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen

bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting.

bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie

Bijlage 3

Onderzoek stikstofdepositie

55

Onderzoek stikstofdepositie

Leiden, Omega- en Kempeneers-locatie

Gemeente Leiden

Datum: 4-10-2021 Projectnummer: 160358.01

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2

Situering en huidige situatie Toekomstige situatie

3 4

2

Wettelijk kader en berekeningsmethodiek

6

2.1 2.2

Natura 2000-gebieden Berekeningsmethodiek

6 7

3

Onderzoeksgegevens

8

3.1 3.2 3.3

Huidige situatie Aanlegfase Toekomstige situatie, gebruiksfase

8 8 9

4

Onderzoeksresultaten

11

4.1

Gebruiksfase

11

5

Conclusie

13

5.1 5.2

Gebruiksfase Eindadvies

13 13

Bijlage 1: Aerius-bestand gebruiksfase

14

1

Inleiding De Lammenschansdriehoek vervult een belangrijke rol in het faciliteren van een groot deel van het Leidse woningbouwprogramma. Het gebied moet de komende periode geleidelijk transformeren van een onsamenhangend bedrijven- en kantorengebied naar een aantrekkelijk gemengd, stedelijk woonmilieu. Binnen de Lammenschansdriehoek ligt de Omega-locatie sinds enige tijd braak na het vertrek van het bedrijf AKB-Longs en de sloop van de opstallen van dit bedrijf. Tijdelijk is de locatie ingevuld met een parkeerterrein. Inmiddels is men voornemens om op dit perceel een appartementencomplex te realiseren. Hiernaast wordt op het naastgelegen perceel, waar zich momenteel meerdere bedrijven bevinden, woningbouw en kantoorruimte mogelijk gemaakt. Dit betreft de Kempeneers-locatie. Om de doelstellingen te kunnen realiseren wordt een nieuw bestemmingsplan voor de locatie opgesteld. In het kader van de Wet Natuurbescherming is het noodzakelijk de mogelijke stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk te maken. Het voorliggende rapport voorziet in dit onderzoek.

1.1

Situering en huidige situatie Het projectgebied bevindt zich ten zuiden van de kern van Leiden aan de Lammenschansweg. Tijdelijk is de locatie ingevuld met een parkeerterrein. De Kempeneers-locatie bestaat momenteel uit een meubelwinkel, een bandenservicecentrum en parkeerplaatsen. Figuur 1 geeft de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van de nabije omgeving weer en Figuur 2 toont een luchtfoto van de locaties Omega en Kempeneers (op de navolgende pagina).

Figuur 1 Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood)

3

Figuur 2 Luchtfoto van de ontwikkellocatie Omega (in blauw) en Kempeneerslocatie (in rood) (globale aanduiding)

1.2

Toekomstige situatie Omega-locatie Het beoogde gebouw op de Omega-locatie heeft aan de zijde van de Lammenschansweg 7 verdiepingen. Aan de andere zijde, de campuszijde, krijgt het gebouw 12 verdiepingen. Het tussenliggende gedeelte, aan de Deltaweg, varieert van 4 verdiepingen tot 7 verdiepingen. Het gebouw zal grotendeels ingericht worden met woningen. In totaal gaat het om circa 114 woningen. Enkel de begane grond aan de Lammenschansweg krijgt een invulling met commerci2 ele functies. De commerciële plint is circa 635 m , voorzien op de begane grond aan de zijde van de Lammenschansweg en richt zich op functies als kleinschalige werkvormen (bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2), horeca, dienstverlening, sport- en recreatieve voorzieningen, (para)medische zorgconcepten en culturele voorzieningen zoals ateliers en dansscholen.

4

Figuur 3 Toekomstige situatie Omega-locatie

Kempeneers-locatie De beoogde ontwikkeling van de Kempeneers-locatie voorziet in de realisatie van in totaal 161 woningen. Het betreft 49 sociale huurappartementen, 32 middeldure huurappartementen en 80 koopappartementen. Tevens wordt kantoorruimte gerealiseerd 2 met een bvo van 540 m . Figuur 4 geeft het stedenbouwkundig ontwerp weer.

Figuur 4 Stedenbouwkundig ontwerp

5

2 2.1

Wettelijk kader en berekeningsmethodiek Natura 2000-gebieden Ingevolge artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen ter uitvoering van Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. Dit impliceert dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor deze gebieden en dat negatieve gevolgen zo veel mogelijk beperkt dienen te worden. Voor de habitattypen en leefgebieden waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden zijn kritische depositiewaarden (KDW) voor stikstofdepositie vastgesteld. Met de KDW wordt bedoeld: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Plannen zoals het in dit rapport genoemde project kunnen door stikstofemissie effect hebben op habitattypen binnen omliggende Natura 2000-gebieden en gelet op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soort verslechteren. Gezien het gegeven dat stikstofemissie, in de vorm van stikstofoxiden (NOx) of ammoniak (NH3), kan plaatsvinden bij onder andere landbouw, gemotoriseerd verkeer, industrie en ook bij de verwarming van huizen, is het wettelijk vereist deze emissie in beeld te brengen. Het voorliggende rapport voldoet aan deze vereiste.

Figuur 5 geeft de locaties van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weer.

Figuur 5 Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden

Het betreft de volgende Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - De Wilck circa 5 kilometer - Meijendel & Berkheid circa 7,5 kilometer

6

Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand van het plangebied gelegen. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet per definitie gelijk aan de Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In voorgaande figuur wordt de locatie van het plan inzichtelijk gemaakt en tevens worden de mogelijk aanwezige stikstofgevoelige habitattypen weergegeven, van zeer gevoelig (donker paars), gevoelig (licht paars) tot minder/niet gevoelig (licht groen). De meest actuele kaart van alle Natura 2000-gebieden is via de website van de provincie te raadplegen en niet per definitie opgenomen in het pro1 gramma Aerius Calculator 2020 .

2.2

Berekeningsmethodiek De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de gebruiksfase van het plan/project worden uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2020. Hierbij dient inzichtelijk te worden gemaakt of sprake is van een toename van de stikstofdepositie op reeds overbelaste stikstofgevoelige natuurwaarden in een Natura 20002 gebied . De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. In het kader van een stikstofonderzoek kunnen significant negatieve effecten met deze waarde worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van vervolgonderzoeken niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van een plan of project. Een hogere waarde wordt beschouwd als overschrijding zodat er op verzoek van het bevoegd gezag een nadere beschouwing conform wettelijke kaders dient plaats te vinden. Blijkens jurisprudentie kan daarbij nader onderzoek achterwege blijven wanneer stikstofdepositie plaatsvindt op hexagonen die niet overbelast of naderend over3 belast zijn . Immers, op deze hexagonen leidt een stikstofdepositie niet tot een over4 schrijding of naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde .

Dit betekent per definitie dat stikstofdepositie daar geen probleem vormt voor de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige habitats en dat significante gevolgen in zoverre zijn 5 uitgesloten . Uit het navolgende hoofdstuk zal moeten blijken of op basis van de rekenresultaten een overschrijding op overbelaste hexagonen wordt geconstateerd.

1

Aerius Calculator 2020, release op 15 oktober 2020

2

Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1507

3

Raad van State, ECLI:NL:RVS:2012:BY7360

4

Raad van State, ECLI:NL:RVS:2016:497

5

Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1969 7

3 3.1

Onderzoeksgegevens Huidige situatie Omega-locatie Het projectgebied op de Omega-locatie bevindt zich ten zuiden van de kern van Leiden aan de Lammenschansweg. Tijdelijk is de locatie ingevuld met een parkeerterrein. Dit onderzoek beschouwt de situatie echter worst-case. Daarmee wordt aangenomen dat er in de huidige situatie geen relevante stikstofemissie naar de lucht plaatsvindt Kempeneers-locatie De Kempeneers-locatie is een deels bebouwd perceel met een meubelwinkel, een bandenservicecentrum en parkeerplaats. In het kader van een worst-case scenario wordt in het navolgende onderzoek ook voor deze locatie aangenomen dat er in de huidige situatie geen relevante stikstofemissie naar de lucht plaatsvindt.

3.2

Aanlegfase Ten behoeve van de ontwikkeling van de Omega- en Kempeneers-locatie zullen bouw- en sloopwerkzaamheden plaatsvinden. Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) en het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn) per 01 juli 2021 heeft de wetgever een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk gemaakt van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten 6 van de bouwsector. Deze vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten waarvan de emissies tijdelijk en beperkt zijn. Daarbij inbegrepen zijn de voertuigbewegingen die onlosmakelijk verbonden zijn aan deze activiteiten. De wetgever verwacht wel van initiatiefnemer een inspanningsverplichting om bij bouw- en sloopwerkzaamheden gebruik te maken van zo schoon mogelijk materieel. In het licht van deze vrijstelling voor de bouw- en sloopwerkzaamheden is een berekening van stikstofemissie en bijbehorende stikstofdepositie niet vereist. Het is immers aannemelijk dat door het tijdelijk karakter van de emissies door bouwactiviteiten de stikstofemissie op landelijk niveau gelijk blijft en slechts een klein aandeel vormt van de totale stikstofde7 positie, te weten circa 1,3 procent van de stikstofdeken.

6

https://www.aanpakstikstof.nl/actueel/nieuws/2021/06/18/stikstofwet-gaat-in-per-1-juli-2021

7

https://www.aanpakstikstof.nl/themas/woningbouw/vragen-en-antwoorden/over-de-kamerbriefvan-13-oktober-2020-vrijstelling 8

3.3

Toekomstige situatie, gebruiksfase Omega-locatie Het beoogde gebouw heeft aan de zijde van de Lammenschansweg 7 verdiepingen. Aan de andere zijde, de campuszijde, krijgt het gebouw 12 verdiepingen. Het tussenliggende gedeelte, aan de Deltaweg, varieert van 4 verdiepingen tot 7 verdiepingen. Het gebouw zal grotendeels ingericht worden met woningen. In totaal gaat het om circa 114 woningen. Enkel de begane grond aan de Lammenschansweg krijgt een invulling met commerci2 ele functies. De commerciële plint is circa 635 m , voorzien op de begane grond aan de zijde van de Lammenschansweg en richt zich op functies als kleinschalige werkvormen (bedrijvigheid in milieucategorie 1 en 2), horeca, dienstverlening, sport- en recreatieve voorzieningen, (para)medische zorgconcepten en culturele voorzieningen zoals ateliers en dansscholen. De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit plan in de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de te realiseren nieuwbouw en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het plan. Deze worden in onderstaande paragraven beschreven. In bijlage 1 is de Aerius export van de gebruiksfase bijgevoegd. De nieuwbouw is op zijn vroegst in 2022 gereed. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2022 voor de gebruiksfase. Kempeneers-locatie Het plan voorziet in de realisatie van 161 appartementen en kantoorruimte van 540 2 m .

De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit plan in de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de te realiseren nieuwbouw en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het plan. Deze worden in onderstaande paragraven beschreven. In bijlage 1 is de Aerius export van de gebruiksfase bijgevoegd. De nieuwbouw is op zijn vroegst in 2024 gereed. Worst-case wordt voor beide locaties uitgegaan van het rekenjaar 2022.

3.3.1

Stookinstallaties De nieuwbouw krijgt geen aansluiting op het gastransportnet (Wet voortgang energietransitie, 01-07-2018) en is haardloos verwarmd. Er vindt derhalve geen stikstofdepositie naar de lucht plaats ten gevolge van stikstof emitterende stookinstallaties. De stikstofdepositie voor de gebruiksfase betreft voor dit plan enkel de stikstofdepositie door de verkeersgeneratie.

3.3.2

Verkeer Aan de hand van CROW-publicatie 381, d.d. december 2018, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2019) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Leiden wordt geclassificeerd als ‘zeer sterk stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘schil centrum’. Tabel 1 geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij de kengetallen zijn aangehouden behorende bij ‘wellnesscentrum’ voor de commerciele plint.

9

Tabel 1 Berekening verkeersgeneratie Locatie Omega

kenmerk

aantal

kencijfer gemiddeld

per

verkeersgeneratie gemiddeld

Koop, appartement, duur

30

5,8

woning

174

30

4,1

woning

123

27

4,1

woning

110,7

27

2,2

woning

59,4

6,35

9,25

100 m2

58,7 530

80

4,1

woning

328

32

2,2

woning

70,4

Huur, Sociale huur

49

2,2

woning

107,8

Commerciële plint

5,4

9,25

100 m2

49,95

koop, appartement, middelduur Huur, appartement, duur Huur, appartement, middelduur Commerciële plint totaal afgerond Kempeneers

koop, appartement, middelduur Huur, appartement, middelduur

Totaal afgerond

560

Totaal

1.090

Binnen de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking voor middelzwaar vrachtverkeer van 1% van de totale verkeersgeneratie. In dit geval betreft dit, gemiddeld 11 middelzware vrachtverkeerbewegingen per etmaal. Het verkeer is gemodelleerd vanaf de nieuwbouw via de Lammenschansweg tot aan de Europalaan. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en derhalve opgenomen in het heersende ver8 keersbeeld.

8

Raad van State, ECLI:NL:RVS:2001:AB2320 10

4 4.1

Onderzoeksresultaten Gebruiksfase Figuur 6 geeft een uitsnede van de Aerius-berekening van de gebruiksfase weer.

Figuur 6 Resultaatblad Aerius gebruiksfase

Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden. De stikstofgevoelige habitattypen liggen op meer dan 5 kilometer afstand vanaf het 9 plangebied. In lijn met jurisprudentie door de Raad van State is in dit onderzoek eveneens inzichtelijk gemaakt in hoeverre bij wegverkeer sprake is van een afkapgrens, waardoor stikstofdepositie niet zou worden meegenomen in de berekening. Om een dergelijke afkapgrens te kunnen uitsluiten is een aanvullende berekening met rekenpunten uitgevoerd. Deze rekenpunten zijn in de richting van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied gesitueerd. Figuren 7 en 8 tonen de resultaten van de rekenpunten.

9

ECLI:NL:RVS:2021:105 11

Figuur 7 Resultaatblad Aerius gebruiksfase 2022 met rekenpunten

Figuur 8 Kenmerken rekenpunten gebruiksfase 2022

12

5

Conclusie In Leiden bestaat het voornemen om aan de Lammenschansweg een appartementen2 complex met 114 appartementen en 635 m aan commerciële functies te realiseren op de Omega-locatie. Op de Kempeneerslocatie worden hiernaast 161 appartementen 2 en 540 m commerciële functies mogelijk gemaakt. In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt.

5.1

Gebruiksfase Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.

5.2

Eindadvies Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd.

13

Bijlage 1: Aerius-bestand gebruiksfase

14

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening gebruiksfase 2022 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RW95W4cXHtwF (04 oktober 2021) pagina 1/5

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

SAB

Lammenschansweg, - Leiden

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Leiden, Omega-locatie

RW95W4cXHtwF

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

04 oktober 2021, 13:27

2022

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Situatie 1

NOx

59,75 kg/j

NH3

3,84 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting

gebruiksfase 2022

Resultaten

gebruiksfase 2022

RW95W4cXHtwF (04 oktober 2021) pagina 2/5

Resultaten

Locatie gebruiksfase 2022

Emissie gebruiksfase 2022

Resultaten

Bron Sector

gebruiksfase 2022

Emissie NH3

Emissie NOx

Wegverkeer Omega Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

1,98 kg/j

30,74 kg/j

Wegverkeer Kempeneers Wegverkeer | Binnen bebouwde kom

1,86 kg/j

29,01 kg/j

RW95W4cXHtwF (04 oktober 2021) pagina 3/5

Resultaten

Emissie (per bron)

Naam Locatie (X,Y)

gebruiksfase 2022

NOx NH3

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

530,0 / etmaal NOx NH3

28,43 kg/j 1,94 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

5,0 / etmaal NOx NH3

2,31 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Wegverkeer Omega 93471, 462061 30,74 kg/j 1,98 kg/j

Wegverkeer Kempeneers 93450, 462040 29,01 kg/j 1,86 kg/j

Soort

Voertuig

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Standaard

Licht verkeer

560,0 / etmaal NOx NH3

26,56 kg/j 1,81 kg/j

Standaard

Middelzwaar vrachtverkeer

6,0 / etmaal NOx NH3

2,45 kg/j < 1 kg/j

gebruiksfase 2022

RW95W4cXHtwF (04 oktober 2021) pagina 4/5

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210713_c09c249ebe Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

gebruiksfase 2022

RW95W4cXHtwF (04 oktober 2021) pagina 5/5

bestemmingsplan Lammenschansweg - Omega-locatie

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek industrielawaai

78

Akoestisch onderzoek industrielawaai

Omega-locatie Lammenschansweg

Gemeente Leiden

Datum: 16 juni 2021 Projectnummer: 160358.01

INHOUD

1

Inleiding en doel

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding Ligging plangebied Doel van het onderzoek

3 3 4

2

Wet- en regelgeving

5

2.1 2.2 2.3

Ruimtelijke ordening Milieukader Indirecte hinder

5 6 7

3

Beoordeling

8

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Richtafstanden VNG Representatieve bedrijfssituatie bedrijven Modellering Resultaten Cumulatie

8 8 12 14 30

4

Conclusie

37

4.1 4.2 4.3 4.4

Langtijdgemiddelde geluidsbelastingen Maximale geluidsbelastingen Indirecte hinder Naar een goed woon- en leefklimaat

38 38 39 39

Bijlagen Bijlage A Verbeelding bestemmingsplan Bijlage B Grafische weergave model Langtijdgemiddele, maximale geluidsbelasting en Indirecte hinder Bijlage C Rapportage van het model Langtijdgemiddele, maximale geluidsbelasting en Indirecte hinder Bijlage D Rekenresultaten in tabelvorm Langtijdgemiddele, maximale geluidsbelasting en Indirecte hinde Bijlage E Concept bouwplan Bijlage F Geluidsmeting Kwik-Fit

1 1.1

Inleiding en doel Aanleiding De Lammenschansdriehoek vervult een belangrijke rol in het faciliteren van een groot deel van het Leidse woningbouwprogramma. Het gebied moet de komende periode geleidelijk transformeren van een onsamenhangend bedrijven- en kantorengebied naar een aantrekkelijk gemengd, stedelijk woonmilieu. Op de hoek van de Lammenschansweg en de Deltaweg te Leiden is in de huidige situatie een onbebouwd perceel gesitueerd, dat in gebruik is als parkeerplaats en in het verleden is ingericht als bedrijfsperceel. Daarnaast bevindt zich een bedrijfspand met kantoorruimte, waarin een garagebedrijf/bandencentrum (Lammenschansweg 134), een dansschool (Lammenschansweg 134A) en een meubelwinkel (Lammenschansweg 136) zijn gevestigd. Het voornemen bestaat om ter plaatse van de parkeerplaats te voorzien in een appartementengebouw, inclusief commerciële plint. Daarnaast zal de maximaal toe te laten milieucategorie ter plaatse van het bestaande bedrijfspand worden afgeschaald naar milieucategorie 2 en is een nader uit te werken woonprogramma beoogd. De ontwikkeling is in strijd met het vigerende bestemmingsplan ‘De Leidse Schans’. Voor dit plan dient daarom een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. In het kader van dit nieuwe bestemmingsplan is onderzoek noodzakelijk naar de omliggende bedrijven.

Onderhavige rapportage is een uitwerking van dit onderzoek industrielawaai naar de omliggende bedrijven

1.2

Ligging plangebied Het plangebied behorend bij dit bestemmingsplan ligt in het noordwestelijke deel van de Lammenschansdriehoek, en wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Lammenschansweg. Aan de noordzijde bevindt zich de ontsluitingsweg van het ROC Lammenschans, de Deltaweg. Aan de noordzijde wordt de locatie momenteel begrensd door de Kwik-Fit. Op de locatie van de Kwik-Fit wordt een herontwikkeling beoogd ten behoeve van woningbouw. Ten zuiden is voorlopig aannemingsbedrijf Gebr. Schouls B.V. gesitueerd. Schouls B.V. is reeds verkocht en zal over geringe tijd verhuizen naar een andere locatie buiten de Lammenschansdriehoek. Een en ander is nader weergegeven in figuur 1.

3

Figuur 1

1.3

Globale ligging en begrenzing plangebied (rode arcering) en aangrenzende bedrijvigheid (gele arcering) (Bron: PDOK Viewer).

Doel van het onderzoek De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van woningen in combinatie met 2 circa 635 m aan commerciële plint. Deze plint is beoogd op de locatie van de huidige parkeerplaats en bestemd voor functies op het gebied van kleinschalige werkvormen, horeca, dienstverlening, sport- en recreatieve voorzieningen, (para)medische zorgconcepten en culturele voorzieningen. Deze functies vallen grotendeels binnen categorie A uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging. Gelimiteerd zijn echter ook functies denkbaar uit categorie B. Deze activiteiten zijn weinig milieubelastend en met inachtneming van de eisen van het Bouwbesluit (A), dan wel met een bouwkundige afscheiding (B), is er geen sprake van een belemmering voor woningen in en rondom het plangebied ten aanzien van bedrijven en milieuzonering en is geen navolgend onderzoek benodigd. Naast de hinder die een ontwikkeling zelf kan veroorzaken, dient ook onderzocht te worden of de beoogde ontwikkeling zelf hinder kan ondervinden van hinderveroorzakende functies uit de omgeving. Appartementen zijn aan te duiden als milieuhindergevoelig. De momenteel omliggende bedrijfsgronden (aannemingsbedrijf Gebr. Schouls B.V. en de Kwik-Fit) zijn daarom nader bestudeerd en beoordeeld in dit akoestisch onderzoek. Overige bedrijvigheid is niet binnen de richtafstanden gelegen vanuit de VNG-brochure.

De realisatie van de appartementen nabij de omliggende, voor dit onderzoek relevante, bedrijven mag bij de woningen niet leiden tot een onacceptabele geluidshinder. Tevens moeten de bedrijven door de realisatie van de woningen niet worden gehinderd in hun bedrijfsvoering.

4

2

Wet- en regelgeving Het plan bestaat uit de realisatie van wooneenheden nabij bestaande inrichtingen. Bij het inpassen van een dergelijke nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de bestaande situatie. In onderhavig geval is sprake van een nieuwe woningen nabij bestaande bedrijvigheid. Het wettelijk kader splitst zich uiteen in een kader met betrekking tot Ruimtelijke Ordening en een Milieukader. Met beide aspecten dient rekening te worden gehouden.

2.1

Ruimtelijke ordening Hierbij kan in eerste instantie worden uitgegaan van de richtafstanden zoals genoemd in de publicatie ‘Bedrijven & Milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Op basis van een categorie-indeling van bedrijfstypen worden hierin richtafstanden gegeven voor diverse milieuaspecten, waaronder ‘geluid’. Indien deze in acht worden genomen, kan gesteld worden dat ter plaatse van woningen van derden sprake is van een (akoestisch gezien) acceptabel woon- en leefklimaat. Bij het stellen van de richtafstanden wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstyperingen, te weten een ‘rustige woonwijk met weinig verkeer’ en een ‘gemengd gebied’. Indien sprake is van een gemengd gebied, kunnen de richtafstanden in algemene zin met één afstandsstap worden gereduceerd; zie tabel 1. Omgevingstype rustige woonwijk Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijk gebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen, in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties, is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Milieucategorie

Richtafstand Rustige woonwijk

Gemengd gebied

10

0

1 2

30

10

3.1 / 3.2

50 / 100

30 / 50

4.1 / 4.2

200 / 300

100 / 200

5.1 / 5.2 / 5.3

500 / 700 / 1.000

300 / 500 / 700

6

1.500

1.000

Tabel 1. Richtafstanden milieucategorieën

5

Er dient te worden opgemerkt dat bovengenoemde publicatie geen wetgeving bevat, echter gelet op jurisprudentie wel als ‘richtlijn’ kan worden gezien. Op basis van uitspraken van de Raad van State kan worden geconcludeerd dat, mits gemotiveerd, afgeweken kan worden van de VNG-richtafstanden. De motivatie kan hierbij bestaan uit het feit dat vergunningvoorschriften wellicht strenger zijn dan de richtafstanden of dat sprake is van een werkelijke geluidsuitstraling die een kortere afstand rechtvaardigt. In het laatste geval dient een en ander met een akoestisch onderzoek te worden onderbouwd. Onderhavig plangebied wordt omringd door bedrijven en een drukke weg (Lammerschansweg), hierdoor is er sprake van een gemengd gebied. Doordat de nieuwe appartementen worden beoogd in een gebied dat in transitie is van een bedrijfsterrein naar een gebied met wonen met lichte bedrijvigheid, zoals winkels en kantoren, heeft de gemeente Leiden aangegeven dat op de nieuwe woningen een geluidsbelasting met een langtijdgemiddelde geluidsbelasting LAr,LT van maximaal 55 dB(A) acceptabel is. Een langtijdgemiddelde geluidsbelasting van 55 dB(A) hoort bij de toetsingswaarden bij stap 3 uit de VNG-publicatie. In de onderstaande tabel staan de toetsingswaarden voor een gemengd gebied behorend bij stap 3 uit de VNG-publicatie.

LAr,LT (gemengd gebied,

7:00 - 19:00 uur

19:00 - 23:00 uur

23:00 - 7:00 uur

55 dB(A)

50 dB(A)

45 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

stap 3) LAmax (gemengd gebied)

Tabel 2. Toetsingswaarden VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering

De piekgeluiden voor het aan- en afrijdend verkeer zijn uitgezonderd van toetsing in een gemengd gebied bij het toepassen van een stap 3 op basis van de VNGpublicatie ‘Bedrijven en milieuzonering, editie 2009’.

2.2

Milieukader

2.2.1

Algemeen Alle bedrijven in Nederland vallen onder het Activiteitenbesluit, behalve als ze geen 'inrichting' zijn. Afhankelijk van het soort bedrijf, het 'type inrichting', is het Activiteitenbesluit geheel of gedeeltelijk van toepassing. Het Activiteitenbesluit maakt onderscheid in drie typen inrichting: type A, B en C.  Voor type A inrichtingen is geen melding Activiteiten besluit noodzakelijk, er hoeft geen omgevingsvergunning milieu te worden aangevraagd, en er hoeft geen Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) te worden uitgevoerd.  Voor type B inrichtingen hoeft geen vergunning te worden aangevraagd, wel moet een melding Activiteitenbesluit te worden gedaan, mogelijk in combinatie met een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM).  Voor type C inrichtingen dient een omgevingsvergunning milieu te worden aangevraagd.

6

2.2.2

Geluidgrenswaarden Activiteitenbesluit De milieuvoorschriften zijn per branche verdeeld over een groot aantal Algemene Maatregelen van Bestuur. Vanaf 2008 zijn de meeste AMvB's ondergebracht in het “Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer” (het Activiteitenbesluit). Het Activiteitenbesluit vormt het toetsingskader bij de aanvraag van een omgevingsvergunning activiteit milieu. In tabel 2.17a uit het Activiteitenbesluit staan de grenswaarden, deze grenswaarden zijn de maximale geluidsbelastingen welke mogen optreden op omliggende woningen. In onderstaande tabel zijn staan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit weergegeven.

Dagperiode (07:00 t/m 19:00) Avondperiode (19:00 t/m 23:00) Nachtperiode (23:00 t/m 07:00) Letmaal

Langtijdgemiddelde

Maximale geluidsbelasting

beoordelingsniveau (LAr,LT)

(LAmax)

50 dB(A)

70 dB(A)

45 dB(A)

65 dB(A)

40 dB(A)

60 dB(A)

50 dB(A)

70 dB(A)

Tabel 3. Overzicht van de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit

Wanneer niet kan worden voldaan aan de grenswaarden uit tabel 3 kan door middel van een maatwerkvoorschrift hogere grenswaarden worden vastgelegd. Het is niet gebruikelijk om in een maatwerkvoorschrift hogere grenswaarden vast te leggen dan zijn beschreven in het gemeentelijke geluidsbeleid en/of de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening”.

2.3

Indirecte hinder De geluidsbelasting op de woningen ten gevolge van het verkeer van en naar de inrichting op de openbare weg wordt beoordeeld conform de circulaire “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening w.m.” van het Ministerie van VROM, d.d. 29 februari 1996. Deze circulaire wordt ook wel de Schrikkelcirculaire genoemd. Dit betekent dat het verkeer op de openbare weg alleen wordt beoordeeld op het equivalente geluidsniveau. Het equivalente geluidniveau (LAeq) ten gevolge van indirecte hinder, veroorzaakt door mobiele geluidsbronnen (wegverkeer) op weg naar en/of afkomstig van de inrichting en als zodanig akoestisch herkenbaar, mag op de gevel van woningen van derden bij voorkeur niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Hogere waarden zijn onder bepaalde voorwaarden toelaatbaar. De maximale etmaalwaarde bedraagt 65 dB(A).

7

3 3.1

Beoordeling Richtafstanden VNG Onderhavig plangebied wordt omringd door bedrijven en een drukke weg (Lammerschansweg), hierdoor is er sprake van een ‘gemengd gebied’. Op de begane grond (op de locatie van de huidige parkeerplaats) komen commerciële ruimten. De beoogde functies vallen grotendeels binnen categorie A uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten functiemenging. Gelimiteerd zijn echter ook functies denkbaar uit categorie B. Deze activiteiten zijn weinig milieubelastend en met inachtneming van de eisen van het Bouwbesluit (A), dan wel met een bouwkundige afscheiding (B), is er geen sprake van een belemmering voor woningen en daardoor niet relevant voor het akoestisch onderzoek. In onderstaande tabel zijn de momenteel aangrenzende bedrijven opgenomen. Dit zijn allen bedrijven die vallen binnen de milieucategorie 1 en 2. De overige bedrijven zijn niet relevant voor de geluidsbelasting bij de nieuwe woningen. Adres

Bedrijf

Activiteiten

Lammenschansweg 130, 2323 JX

Kwik-Fit

Garagebedrijf, onderhoud- en

Leiden

servicebedrijf geen verkoop van auto’s

Kanaalweg 171, 2121 JZ, Leiden

Gebr. Schouls B.V.

Aannemingsbedrijf

Tabel 4. Overzicht aangrenzende bedrijven

Aannemingsbedrijf Schouls valt onder milieucategorie 3.1. Omdat de ontwikkellocatie Lammenschansweg 138 is gelegen in een gemengd gebied geldt er conform de VNGpublicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ een richtafstand van 30 meter. Voor een garagebedrijf geldt er conform de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ een richtafstand van 10 meter. De beoogde appartementen liggen binnen de aandachtsgebieden van benoemde bedrijven en om die reden is een akoestische onderzoek benodigd. Voor de twee bedrijven is de geluiduitstraling naar het plan berekend. Voor het garagebedrijf (Kwik-Fit) is hiertoe door SAB op 10 jun 2021 een geluidsmeting verricht. Voor het aannemingsbedrijf is aangesloten op het eerder verrichte onderzoek door het geluidburo (Onderzoek industrielawaai Gebr. Schouls B.V. op ontwikkellocatie Hof 36, kenmerk: 2321 JZ – 171 W003 22-03-2019 V1.0).

3.2

Representatieve bedrijfssituatie bedrijven

3.2.1

Representatieve bedrijfssituatie Kwik - Fit De representatieve bedrijfssituatie is met de bedrijfsleider van de Kwik-Fit opgesteld. De akoestisch maatgevende dag betreft een doordeweekse dag ten tijde van het wisselen van winter- naar zomerbanden, waarbij alle overheaddeuren en zijdeuren (zuidzijde bedrijfspand, gelegen aan de Deltaweg) zijn geopend. De zijdeuren zijn enkel geopend bij temperaturen boven de 25 graden Celsius. 8

De activiteiten vinden plaats van 8.00 – 17.30 uur en bestaan uit onderhoudswerkzaamheden aan auto’s, als ook bandenwissels. De radio staat hierbij altijd aan in de werkplaats, maar buiten niet hoorbaar en dusdanig dat het niet te luid is in verband met naburige bedrijfsvoeringen in de hal. Sporadisch vindt slijpen en hameren plaats om vastzittende onderdelen los te maken, herstelwerkzaamheden worden namelijk niet uitgevoerd. Een compressor is achterin de garage aanwezig. Ten tijde van het wisselen van winter/zomerbanden worden over een periode van 10 weken circa 34 auto’s per dag van nieuwe/andere banden en/of wielen voorzien (circa 10 minuten per auto). Aan de zuidzijde van het bedrijfspand (grenzend aan de Deltaweg) zijn twee uitlaten (afvoerventilatoren) aanwezig op circa 3,5 meter hoogte. Op het dak zijn geen akoestisch relevante bronnen aanwezig. Geluidsmetingen zijn uitgevoerd van de uitlaten, de standaardwerkzaamheden zonder bandenwissels, en van de bandenwissels afzonderlijk. Voor de zijdeuren is het gemeten bronniveau bij de overheaddeur gehanteerd, en daarmee eerder worst-case daar de werkzaamheden (gezien vanaf de zijdeuren) op een grotere afstand plaatsvinden dan vanaf de overheaddeur. Bij de metingen van de werkzaamheden is de compressor meermaals gebruikt.

De maximale (en daarmee maatgevende) geluidbelasting betreft het losdraaien van de wielmoeren bij de bandenwissels. Voor een nadere specificering van de omzetting van de geluidsmeting wordt verwezen naar bijlage F. In onderstaande tabel zijn de gehanteerde bronnen weergegeven met bijbehorend bronvermogen en bedrijfsduur. Omschrijving Open overheaddeuren – bandenwis-

07.00 -

19.00 -

23.00 -

Bron-

Lamax

19.00 uur

23.00 uur

07.00 uur

vermogen

5,6 uur

--

--

79

101

3,9 uur

--

--

76

--

5,6 uur

--

--

64

90

3.9 uur

--

--

63

--

9,5 uur

--

--

68

--

sel en standaard werkzaamheden Open overheaddeuren – standaard werkzaamheden zonder bandenwissel Open zijdeur – bandenwissel en standaard werkzaamheden Open zijdeur – standaard werkzaamheden zonder bandenwissel Afvoerventilator / uitlaat gevel

Tabel 5A. Samenvatting van de aanwezige bronnen Kwik-Fit

De verkeersbewegingen van klanten, voor aan en afvoer van materiaal en het personeel/eigenaar vindt plaats op de openbare parkeerplaats. Het rijden op de parkeerplaats moet dan ook worden gezien als indirecte hinder. Op een normale dag komen circa 40 auto’s, 3 vrachtwagens en 2 bestelauto’s.

9

3.2.2

Representatieve bedrijfssituatie Schouls B.V. Voor de representatieve bedrijfssituatie is aangesloten op het eerder verrichte onderzoek door het geluidburo (Onderzoek industrielawaai Gebr. Schouls B.V. op ontwikkellocatie Hof 36, kenmerk: 2321 JZ – 171 W003 22-03-2019 V1.0): ‘Schouls is een middelgroot aannemingsbedrijf op het gebied van beton-, weg en waterbouw, dat projecten in diverse disciplines uitvoert. Schouls realiseert onder andere bruggen, kademuren, gemalen en duikers. Daarnaast houdt dit bedrijf zich bezig met het verharden van wegen en de aanleg van riolering. Het terrein aan de Kanaalweg 171 in Leiden is de uitvalsbasis van dit bedrijf. Dit terrein kent verschillende activiteiten. Hieronder vallen het opslaan van goederen met de daarbij behorende laad- en losactiviteiten, het vervaardigen van betonnen elementen, het onderhoud aan gereedschap, timmerwerkzaamheden, het bewerken van metaal, enzovoort. Het bedrijf is doorgaans werkzaam van 6.00 uur ’s ochtends tot 19.00 uur ’s avonds. In de avond- en nachtperiode tussen 19.00 en 06.00 uur vinden geen akoestisch relevante werkzaamheden plaats.’ In navolgende tabellen is de (maatgevende) representatieve bedrijfssituatie (RBS) weergegeven. De brongegevens zijn overgenomen uit het eerder verrichte onderzoek door het geluidburo (Onderzoek industrielawaai Gebr. Schouls B.V.

op ontwikkellocatie Hof 36, kenmerk: 2321 JZ – 171 W003 22-03-2019 V1.0). ‘Alle activiteiten en bijbehorende bedrijfstijden die horen bij de RBS zijn op locatie geïnventariseerd door de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH). Op 9 januari 2019 zijn aanvullend (door het geluidburo) nog geluidmetingen uitgevoerd aan enkele specifiek activiteiten die voor 7.00 uur ’s ochtends plaatsvinden op het terrein van Schouls. Gemeten zijn het rijden van een heftruck inclusief achteruitrijdsignalering, het oprijden van de rupskraan op een dieplader, de achteruitrijdsignalering van de dieplader en enkele laad- en losactiviteiten zoals het laden van stalen rijplaten en diverse materialen in een containerbak van een vrachtwagen.

bewegingen

dag

avond

Personenauto’s

20

-

Bestelauto (bestel.w.)

10

Vrachtwagen (vr.w.)

10

aantal nacht

totaal

Lw

20

40

90

-

10

20

90

3

5

18

102

2

102

Vrachtwagen t.b.v. laden- en lossen contai1 1 ner (vr. w. con.) Tabel 5B Overzicht aantal mobiele bronnen Schouls B.V.

bedrijfsduur avond nacht

Lmax Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant

bron

dag

Heftruck diverse werkzaamheden

5 uur

-

0,5 uur

99

Kraan divers, o.a. laden en lossen rijplaten

1 uur

0,25 uur

0,25 uur

99

10

Lw

Lmax Niet relevant 111

bedrijfsduur avond nacht V

bron Rupskraan op dieplader

dag v

Betonmixer (beton.w) storten in mallen

2 uur

-

-

102

Houtbewerking t.b.v. bekisting (hout bew.)

2 uur

-

-

96

-

-

102

106

-

V 0,05 uur

-

124 Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant Niet relevant

0,05 uur V

Laden- en lossen container (containerwissel) Laden- en lossen rijplaten (rijpl. Max)

Lw 99

Vrachtwagen met dieplader achteruitrijdpiep

-

-

103

Uitstraling dak timmerwerkplaats (dak.tim.w.)

4 uur

-

-

74

Uitstraling gevel timmerwerkplaats (wand.tim.w)

4 uur

-

-

97

Uitstraling deur timmerwerkplaats (deur.tim.w.)

4 uur

-

-

51

Uitstraling dak onderhoudswerkplaats testen trilplaat (onderhoud) Uitstraling gevel onderhoudswerkplaats testen trilplaat (onderhoud Uitstraling deur onderhoudswerkzaamheden testen trilplaat (onderhoud)

0,05 uur 0,05 uur 0,05 uur

-

-

59

-

-

52

-

-

104

Uitstraling dak metaalbewerking (metaal.bw)

4 uur

-

-

80

Uitstraling gevel metaalbewerking (metaal.bw)

4 uur

-

-

58

Uitstraling deur metaalbewerking (metaal.bw)

4 uur

-

-

56

Lmax 119 Niet relevant Niet relevant

Tabel 5C Overzicht overige geluidbronnen Schouls B.V.

3.2.3

Indirecte hinder Indirecte gevolgen worden veroorzaakt door voertuigen op de openbare weg die op weg zijn naar of afkomstig zijn van de inrichting. Bij het garagebedrijf is er sprake van een openbare parkeerplaats, waar de klanten van diverse bedrijven op parkeren. Het rijden van de auto’s op deze parkeerplaatsen dient in dat kader dan ook te worden gezien als indirecte hinder. In onderstaande tabel zijn de gehanteerde bronnen voor de indirecte hinder weergegeven met bijbehorend bronvermogen en voertuigbewegingen. Omschrijving

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11108948/1