22.0007 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden
Tekst van het document
Nee.
De gemeente is met name bereid mee te werken aan het provinciaal inpassingsplan rondom WLQ+. Dit gaat over transport tot aan de gemeentegrens. In wijkgesprekken gaan we vervolgens de diepte in en mogelijke trajecten bespreken. Dit zijn onmogelijke gesprekken zonder enige voorbereidende werkzaamheden.
Nee.
Het college weerspreekt dat er geen rekening gehouden wordt met groenvoorzieningen. Bij de aanleg van een warmtenet wordt rekening gehouden met veel verschillende factoren zoals bestaande kabels en leidingen, het rioolstelsel en de wortelpartijen van bomen. Het klopt wel dat de ruimte in de ondergrond is de ruimte schaars en het een hele puzzel is om een warmtenet aan te leggen. Voor het ontwerp van het warmtenet wordt per straat een afweging gemaakt waarbij we kijken naar de restlevensduur van de riolering, de bomen en het groen en vindt overleg plaats met de nutspartijen voor het vervangen of verleggen van kabels en leidingen. Afhankelijk van de situatie en de maatschappelijke afweging wordt het ontwerp van het warmtenet bepaald. Soms gaat dit ten koste van het verleggen van kabels en leidingen of het riool, en soms gaat dit ten koste van het groen en de bomen. Als dit ten koste gaat van bomen, zal hiervoor een zogenaamde ‘boom effect analyse’ worden opgesteld waarin boomspecialisten onderzoek doen naar de kwaliteit en ecologische waarde van boom en wordt bepaald of de bomen verplantbaar zijn of niet. Het resultaat hiervan zal samen met een uitvoeringsbesluit voor de aanleg van een warmtenet worden aangeboden aan de gemeenteraad die hier als eindverantwoordelijke over besluit.
Nee.
Het huidige aardgasleidingnetwerk blijft gehandhaafd en onderhouden zolang het in gebruik is. Echter, de huidige wet- en regelgeving staat het conserveren van leidingen niet toe om veiligheidsredenen. De Wet Milieubeheer stelt dat niet in gebruik zijnde gasleidingen verwijderd moeten worden uit veiligheidsoogpunt. Het agentschap Telecom en de SoDM benadrukken dit ook: verlaten gas-assets moeten worden verwijderd. Daarnaast is er nog de sectorale afspraak met het SoDM en EZK waarin gezegd wordt dat de gehele aansluitleiding (vanaf de hoofdleiding tot en met de gasmeter) verwijderd wordt indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van aardgas in de woning. Deze afspraak is bevestigd aan de Tweede Kamer.
Nee.
N
We voelen ons wat dit betreft zeer verwant met de bewoners van de Binnenstad. Het is volstrekt onduidelijk waarom daar wel en hier niet.
O
We stellen de gemeente voor in de Merenwijk een pilot op te zetten voor het opslaan van energie. Daarmee kunnen voor een belangrijk deel pieken en dalen in vraag en aanbod van elektriciteit worden voorkomen. Bovendien geeft een dergelijke ‘flow-battery’ aanzienlijk meer ruimte voor het plaatsen van zonnepanelen. Daarnaast willen we samen met de gemeente berekeningen laten uitvoeren over de kosten van isoleren, de aanschaf van nieuwe apparatuur en de kosten van extra elektriciteitsverbruik voor de verschillende woningtypen in de Merenwijk als deze op een warmtenet zouden worden aangesloten.
P
Q
Wie behartigt de belangen van de bewoners in relatie tot de leveranciers van energie en de beheerders van de netwerken?
Duurzame gassen, zoals groene waterstof, zijn voorlopig geen kostenefficiënt alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. Dit komt omdat er nu nog niet voldoende duurzame productie is, en als die er zou zijn gaat dat naar de sectoren waar het de meeste waarde heeft. Dat betekent in eerste instantie waar waterstof nu al ingezet wordt, de industrie en de zware mobiliteit. Omdat niet bekend is wanneer er hoeveel en tegen welke prijs groene waterstof beschikbaar komt, is een eerlijke kostenvergelijking niet haalbaar. Wel weten we dat in de binnenstad andere haalbare alternatieven, zoals warmtenetten, moeilijk realiseerbaar zijn. Dat komt door de smalle straten en de monumentale panden, die lastig zijn aan te passen voor alternatieve warmteoplossingen. Bovendien zijn ze lastig te isoleren en zal een groot deel (altijd) hoge temperatuur oplossingen nodig hebben. De verwachting is daarom dat, als duurzame gassen zoals groene waterstof vanaf 2040 beschikbaar komen, ze in de gebouwde omgeving in eerste instantie het beste in de monumentale binnenstad kunnen worden ingezet. Het college is bereid om dit verder te verkennen, maar kan op dit moment geen toezegging doen over het financieel mogelijk maken.
Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.
Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Dit gaat de gemeente de komende jaren doen in Wijkuitvoeringsplannen. Als we daarbij kennis van de wijk kunnen aanwenden, is het college daar bereid toe. De gemeente is samen met andere overheden verantwoordelijk voor het borgen van het publieke belang. Dit publieke belang bestaat bijvoorbeeld uit een betaalbare energietransitie, voor eindgebruiker en maatschappij, een duurzame energietransitie, om zo de stad nu en in toekomst leefbaar te houden, en uit een betrouwbare energievoorziening, zodat iedereen er altijd warm bij kan zitten. In veel gevallen loopt het publieke belang gelijk op met de belangen van bewoners. Soms kan hier ook spanning op zitten.
Bijvoorbeeld wanneer bewoners meer zijn voor keuzevrijheid, terwijl de gemeente vanuit publieke overwegingen scherper op keuzes wil voor sorteren. Het voeren van het constante gesprek, over bijvoorbeeld de benodigde randvoorwaarden, is hierin cruciaal.
Nee.
De gemeente betrekt haar bewoners in verschillende hoedanigheden, voor zover deze zich voordoen in de gegeven situatie. Indien een groep bewoners belanghebbende is in de zin van de Awb, dan spant de gemeente zich zeker in om deze groep bewoners vroegtijdig te betrekken en voldoende inspraakmogelijkheden te organiseren. Echter, de belangen van de bewoners als consumenten die via een contractrelatie afnemer zijn van een warmteleverancier hebben geen formele plek in de verhouding tussen de gemeente en haar bewoners. Deze belangen worden beschermd via consumentenregelgeving en energieregelgeving dat ziet op eerlijke en transparante tarieven en voorwaarden voor afname van warmte. Deze belangen horen in die zin in de afweging van de wetgever en de Autoriteit Consument en Markt en vallen buiten de bevoegdheden van de gemeente. Daarnaast kwalificeren particuliere afnemers niet automatisch als belanghebbenden in de zin van de Awb. Dat maakt dat de gemeente niet altijd in juridische zin voldoende ruimte zal hebben om afnemersbelangen rechtstreeks te betrekken in procedures.
Nee.
R
Wat is ‘open’ vanuit de optiek van de bewoners?
S
Wat is ‘uitvoerbaar’ vanuit de optiek van de bewoners?
T
Is het de gemeente bekend dat alleen al aansluitkosten voor de eigenaar omhoogschieten van € 1.039 naar € 4.510?
U
Zijn er berekeningen gemaakt van de totale kosten voor de bewoners?
V
Betalen de bewoners in verschillende wijken verschillende prijzen voor warmte?
W
Wat is ‘betaalbaar’ voor de bewoners?
Het college ziet ‘open’ als een warmtenet, waarop meerdere bronnen kunnen invoeden. Wat de exacte interpretatie van bewoners is weten wij niet, maar uit de participatie is gebleken dat bewoners het belangrijk vinden dat een ‘open’ net tot keuzevrijheid in aanbieders leidt. Het college ziet ‘uitvoerbaar’ als een kwalificatie van de technische en praktische uitvoerbaarheid van een warmteoplossing, waar bijvoorbeeld een acceptabele mate van overlast en leveringszekerheid bij horen. Wat de exacte interpretatie van bewoners is weten wij niet, maar uit de participatie is gebleken dat bewoners het belangrijk vinden dat een warmteoplossing ‘uitvoerbaar’ is en daarmee niet (te) veel overlast buiten- en binnenshuis veroorzaken. De gemeente gaat niet over de tarieven, die worden vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Van de site van ACM (hoeveel mag ik vragen voor een nieuwe aansluiting op het warmtenetwerk): Tot en met 25 meter rekent u maximaal 4.959,14 euro voor een nieuwe aansluiting. Is de afstand langer dan 25 meter? Dan vraagt u maximaal 224,49 euro voor iedere extra meter. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur..
Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Dit gaat de gemeente de komende jaren doen in Wijkuitvoeringsplannen. De kosten van de warmteketen bestaat uit meerdere elementen. Het voornaamste deel van de kosten zit in de lokale distributie en levering op lokaal niveau welke lokaal wordt bepaald (bijv. hoogte van de kosten worden bepaald door o.a. het totaal aantal aansluitingen, volloopsnelheid, hoe makkelijk het netwerk kan worden aangelegd e.d.). De ACM houdt toezicht op de hele warmteketen, ook het warmtetransport. Het kan dat de kosten voor de eindgebruiker verschillen als zij gebruik maken van een verschillende warmteoplossing in een verschillende wijk; een nieuwbouw appartement die warmte afneemt bij een warmteleverancier die een WKO exploiteert heeft een heel ander kostenmodel dan een woning uit de Stevenshof die op stadswarmte is aangesloten. Dat kan ook leiden tot andere vastrecht en variabel tarief, maar alle tarieven dienen binnen de vastgestelde maxima van ACM te vallen.
De gemeente vindt de betaalbaarheid van de transitie belangrijk. Dat betekent dat woningeigenaren verantwoordelijk zijn voor het op orde brengen van basisisolatie (met de bijbehorende subsidies) en de warmtetarieven onder de maximaal ingestelde tarieven door ACM blijven. Er is bij de aanleg van nieuwe warmteoplossingen echter (vrijwel) altijd sprake van een onrendabele top. De gemeente roept het Rijk op om deze (deels) voor haar rekening te nemen, zodat we zelf de komende tijd verdere invulling kunnen geven aan het begrip betaalbaarheid. Daar is nu nog geen concreet bedrag aan gekoppeld.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
X
Y
Z A1 B1 C1 D1 E1
Voor welke kosten draaien de bewoners op bij het aanvullend verwarmen van hun woning in koudere periodes?
Waaraan wordt gedacht bij een meer duurzame opwek van elektriciteit en welke partijen worden daarbij ingeschakeld? Is dit onderwerp verder uitgewerkt? Over verwachtingen en doelstellingen in de TVW: is ‘verwachting‘ ingewisseld voor ‘doelstelling’? Waarop is de verwachting van de reductie van 40% gebaseerd? Wat is de doelstelling? Wat staat centraal, van het aardgas af of het reduceren van de CO2 uitstoot? Waarop zijn berekeningen voor de reductie gebaseerd? Hoe vallen onze inschattingen van tienduizenden euro’s voor de verbouw van woningen te rijmen met het citaat hierboven op blz. 55 (dat het mogelijk is om in te zetten op een minimaal basisisolatieniveau)?
F1
Wat is minimaal MT? Wat is ongeveer energielabel B? Wat een basis-isolatieniveau?
G 1
Waarom wordt de nieuwe BENG norm niet toegepast?
De aanvoertemperaturen zijn beschreven in de leveringsspecificaties die onderdeel zijn van de overeenkomst tussen de bewoner en warmteleverancier. De temperatuurregeling van de wijkstations van Vattenfall is bijvoorbeeld zo ingesteld dat alle achterliggende woningen minimaal de afgesproken aanvoertemperatuur krijgen geleverd. Bij een nieuw te ontwikkelen net kan dat ook een andere warmteleverancier zijn. Vooraf maakt de warmteleverancier berekeningen voor de temperaturen in het leidingnet in de wijk en bij de oplevering van de aansluiting controleert de leverancier of de data (temperaturen en doorstroming) overeenkomt met de ontwerpgegevens. Zodra de aansluiting in bedrijf is kan iedere bewoner op de warmtemeter (onderdeel van de afleverset) zien welke temperaturen de warmteleverancier levert. Op termijn zal het verbruik ook digitaal beschikbaar gesteld worden d.m.v. bijvoorbeeld een app of online omgeving. Vanuit de Warmtewet heeft een warmteleverancier de plicht om te voldoen aan de overeengekomen leveringsspecificaties waarin de temperaturen omschreven staan. Dat hier basislast-bronnen (mogelijk WLQ+ en geothermie) en piekvoorzieningen voor worden gebruikt door de warmteleverancier, betekent niet dat er aanvullend verwarmd moet worden door bewoners zelf.
In de RES en in ons eigen uitvoeringsprogramma energietransitie staat opgenomen dat wij inzetten op maximale benutting van zon-PV op dak. Bovendien werkt de gemeente vanuit vergunningsverleningskant mee aan uitbreiding van het elektriciteitsnet zodat dit ook toekomstbestendig is. Zie antwoord op vraag 17D.
Nee.
Nee.
Nee.
Zie antwoord op vraag 17D.
Nee.
Leiden wil in 2050 een aardgasvrije en klimaatneutrale gebouwde omgeving hebben. In de inleiding hebben wij beschreven dat kostenreductie belangrijker is dan CO2-uitstoot. Dat er in 2050 geen aardgas meer door de leidingen stroomt is een zekerheid. Zie antwoord op vraag 17D. Om de transitie betaalbaar te houden en tegelijkertijd te besparen, gaan wij ervanuit dat woningeigenaren de schil (dak, vloer, spouwmuur en eventueel ramen) van hun woning isoleren, als dat haalbaar en betaalbaar is. De aanname is dat veel woningen op die manier (met basisisolatie) geschikt worden voor middentemperatuur. Woningen geschikt maken voor lage temperatuur kan hoge kosten voor isolatie met zich meebrengen én hoge kosten voor toepassen van vloerverwarming/vervangen van radiatoren. De vraag voor welke wijk/woning welke temperatuur precies geschikt is, krijgt nadere invulling in een toekomstige WUP. Middentemperatuur is een aanname voor een groot deel van de stad; in de toekomst kan dit wijzigen op basis van nieuwe inzichten in verdiepende studies op wijkniveau.
Nee. Nee.
De inschattingen van tienduizenden euro’s voor isolatie herkennen wij niet. Wel als werkzaamheden gecombineerd worden met onderhoud (zoals vervanging van het dak), maar niet direct te herleiden tot isolatiemaatregelen alleen. De inspreker merkt terecht op dat de passages over isolatie eenduidiger kunnen. De doelstelling is dat woningeigenaren voor basisisolatie van hun woning zorgen. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Wat dat precies betekent per wijk en per woning(type) werken we verder uit in een Isolatiestrategie en, later, in Wijkuitvoeringsplannen. De BENG-eisen zijn enkel voor nieuwbouw. Voor bestaande bouw BENG-eisen stellen levert fikse investeringen op die zichzelf niet terugverdienen en onrealistisch zijn voor aansluiting op een warmtenet.
Nee. Ja Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat.
Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat. Nee.
H1
I1 J1
Wat is ‘genoeg isoleren voor woningen van voor 1980‘ en welke kosten zijn hieraan verbonden?
Zijn hiervan (gedetailleerde) berekeningen gemaakt? Zo ja, kunnen deze worden gedeeld? Wie draagt voor deze kosten?
K1
Is de gemeente ook bereid de extra kosten vanwege de onduidelijke normstelling te vergoeden?
L1
Welke garanties zijn er dat water van middeltemperatuur daadwerkelijk op 70 graden wordt geleverd?
De inspreker merkt terecht op dat de passages over isolatie eenduidiger kunnen. De doelstelling is dat woningeigenaren voor basisisolatie van hun woning zorgen. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc. Zie antwoord op vraag 17H1. Met de inzet op middentemperatuur denken wij dat het mogelijk is om de energietransitie betaalbaar te houden.
Het betekent dat (een groot deel van de) woningen geschikt moeten zijn om verwarmd te worden met een aanvoertemperatuur van 65 tot 70 graden. Onze verwachting is dat dit met het toepassen van basisisolatie in (veruit) de meeste gevallen haalbaar is. Of dat daadwerkelijk zo is, moet blijken in projecten op buurt- en wijkniveau. Woningeigenaren zijn zelf, met de beschikbare subsidies vanuit het Rijk, verantwoordelijk voor het isoleren van hun woning en de bijbehorende kosten. Het is aan de gemeente om te bewaken dat de oplossingen die worden voorgesteld in Wijkuitvoeringsplannen passend zijn voor de woningen in de buurt/wijk, zodat de transitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Deze TVW is een beleidsmatig document, waarin in de volle breedte van de warmtetransitie afwegingen zijn gemaakt. Het is niet bedoeld als advies voor individuele woning(eigenaren). Voor maatwerk advies verwijzen wij naar partijen zoals Duurzaam Bouwloket en Erfgoed Leiden en Omstreken, die kunnen adviseren op welke manier een woning het beste kan worden geïsoleerd. De aanvoertemperaturen zijn beschreven in de leveringsspecificaties die onderdeel zijn van de overeenkomst tussen de bewoner en warmteleverancier. De temperatuurregeling van de wijkstations van Vattenfall is bijvoorbeeld zo ingesteld dat alle achterliggende woningen minimaal de afgesproken aanvoertemperatuur krijgen geleverd.
Bij een nieuw te ontwikkelen net kan dat ook een andere warmteleverancier zijn. Vooraf maakt de warmteleverancier berekeningen voor de temperaturen in het leidingnet in de wijk en bij de oplevering van de aansluiting controleert de leverancier of de data (temperaturen en doorstroming) overeenkomt met de ontwerpgegevens. Zodra de aansluiting in bedrijf is kan iedere bewoner op de warmtemeter (onderdeel van de afleverset) zien welke temperaturen de warmteleverancier levert. Op termijn zal het verbruik ook digitaal beschikbaar gesteld worden d.m.v. bijvoorbeeld een app of online omgeving. Vanuit de Warmtewet heeft een warmteleverancier de plicht om te voldoen aan de overeengekomen leveringsspecificaties waarin de temperaturen omschreven staan.
Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat.
Nee. Nee.
Nee.
Nee.
M 1
Kan deze transitievisie verder zonder de bijdrage van Rotterdam of moet de hele aanpak terug naar de tekentafel?
N1
Waarom heeft de gemeente niet serieus andere oplossingen dan een warmtenet onderzocht?
O 1
Zijn er inmiddels meer betrouwbare gegevens over de financiële onderbouwing van de verschillende scenario’s?
P1
Wat heeft de gemeente voor ogen bij het plan om af te wijken van de warmteladder uit de RES? Maakt het besluit van de Gasunie om € 400 miljoen te investeren voor een warmteleiding van Rotterdam naar Den Haag een mogelijke verbinding naar Leiden niet extra gecompliceerd?
Q 1
R1
Waarom staan groene gassen, zoals waterstof, zo laag op de warmteladder?
De TVW gaat over een totale visie op de warmtetransitie inclusief isolatie, beschikbare bronnen, rolneming etc. Restwarmte uit Rotterdam is in de mult-bronnenstrategie slechts een (belangrijk) onderdeel. Het terugtrekken van de gemeenteraad van Rotterdam, als aandeelhouder van WBR, betekent niet dat de aanleg niet doorgaat. Partijen zijn blijvend met elkaar in gesprek om mogelijkheden te bezien om dit project, ondanks het besluit van de gemeente Rotterdam, toch te realiseren. Op dit moment is er een investeringsbesluit genomen voor de aanleg van WLQ tot aan Den Haag. In 2022 wordt er een investeringsbesluit (ja/nee) verwacht over het tracé tot aan Leiden. Deze aanname is onjuist. Het Fakton-rapport is een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte. Hierin zijn doorrekeningen gemaakt van de verschillende scenario’s van elektrificatie, WLQ+, geothermie en lokale bronnen. Ook is hier rekening gehouden met mogelijke invoeding van waterstof of andere duurzame gassen vanaf 2040. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur.
Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn, maar is bedoeld om op stadsniveau keuzes te maken. Voor inzicht in de kosten op wijk- en woningniveau is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc. Om kosten zoals de kosten die gemoeid zijn met het verzwaren en uitbreiden van het elektriceitsnet goed in te schatten, zijn er gesprekken met de netbeheerder gevoerd. Het complete rapport is openbaar gemaakt op leiden.nl/energietransitie. Op pagina 21 van het rapport staat de vergelijking van kosten van de verschillende scenario’s. In de RES staat uitdrukkelijk beschreven dat restwarmte boven aardwarmte staat. Wij zetten in op een mix van bronnen en stellen warmte uit WLQ+ niet belangrijker dan lokale of regionale bronnen. De Gasunie heeft een investeringsbesluit genomen voor de aanleg van een warmteleiding tot aan Den Haag.
Dit is een besluit dat los staat van de eventuele leiding richting de Leidse regio (behalve de keuze voor een diameter die groot genoeg is om eventueel ook richting de Leidse regio af te takken). Het bedrag wat de inspreker noemt is overigens een bijdrage vanuit het Rijk, niet van de Gasunie. Het kabinet maakte op Prinsjesdag bekend €427 mln vrij voor te maken voor de ontwikkeling van Warmtelinq, dat wordt uitgevoerd door Gasunie. Het ministerie heeft Gasunie als onafhankelijk beheerder van WarmtelinQ aangewezen. Daarmee draagt de overheid financieel bij aan het project, want Gasunie is een overheidsbedrijf.. Om gemeenten te helpen bij het maken van de keuze met welk soort warmte welke wijk kan worden verwarmd, heeft de provincie de ‘warmteladder’ gemaakt. De warmteladder geeft slechts een voorkeursvolgorde van warmtebronnen aan. Groen gas staat laag op de ladder, omdat op basis van verschillende onderzoeken collectieve warmtesystemen, oftewel warmtenetten, voor een groot deel van de regio de meest geschikte optie lijken. Bovendien zijn ze momenteel niet of nauwelijks (betaalbaar en duurzaam) beschikbaar voor de gebouwde omgeving. Dat wil niet zeggen dat ze helemaal geen onderdeel van de energiemix (kunnen) zijn: zelfs als restwarmte beschikbaar komt, hebben we ook groen gas en warmtepompen nodig om de totale vraag naar warmte te kunnen opvangen
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
S1
Is de gemeente bereid om samen met TegenGas een pilot over de totale kosten van de energietransitie per type woning op te zetten?
T1
Waarom is bij deze afweging geen rekening gehouden met de nieuwe technologische ontwikkelingen en de mogelijkheid van import van groen gas uit zonovergoten gebieden of plaatsen met een enorm windpotentieel?
U1
Wat is het voordeel van opwaarderen - uiteraard zonder bijverwarming - van warmte uit aquathermie naar de ‘Leidse ring’ met een temperatuur van 120 C, om vervolgens de warmte weer terug te transformeren naar de 40 C van een lage temperatuur warmtenet dat b.v. voor de Merenwijk is voorzien?
Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Dit gaat de gemeente de komende jaren doen in Wijkuitvoeringsplannen. Als we daarbij kennis van de wijk kunnen aanwenden, is het college daar bereid toe. Het Fakton-rapport is een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte. Hierin zijn doorrekeningen gemaakt van de verschillende scenario’s van elektrificatie, WLQ+, geothermie en lokale bronnen. Ook is hier rekening gehouden met mogelijke invoeding van waterstof of andere duurzame gassen vanaf 2040. Vanuit de landelijke politiek is in de visie op de ontwikkeling van waterstof aangegeven dat we in de toekomst zowel nationale productie als import nodig zullen hebben.
Daarom wordt er in het beleid zowel ingezet op het opschalen van productie van CO2-vrije waterstof in Nederland als het voorbereiden van import. Als dat in de toekomst leidt tot meer beschikbaar van betaalbare en duurzame gassen, kan dat (sterker) onderdeel worden van lokaal beleid. Om in de periode tot 2050 zoveel mogelijk CO2-uitstoot te beperken, is het belangrijk om tempo te maken. WLQ+ is mede daarom een belangrijk onderdeel van de TVW, omdat hier tempo mee kan worden gemaakt in het verduurzamen van het huidige stadswarmtenet, waar al meer dan 12.000 woningen op zijn aangesloten. Daarnaast kunnen de ontwikkelingen van kleinschalige projecten/warmtenetten bestaan, die op termijn wel of niet met elkaar verbonden worden. Het college is het met de inspreker eens dat dit invoeden, zeker als het om verschillende temperatuurniveaus gaat, technisch een uitdaging is en er zal per project gekeken moeten worden wat de voor- en nadelen zijn. Voor het bestaande warmtenet en het invoeden van lokale bronnen daarop is de gemeente in ieder geval afhankelijk van de eigenaar van het net, Vattenfall. Vattenfall heeft in de regio wel al getoond bereid te zijn om verder te onderzoeken of dit invoeden van lokale bronnen een optie is, bijvoorbeeld met de intentieovereenkomst met Energiek Poelgeest.
Het college is het met de inspreker eens dat er een strategie warmtenteten moet komen en gaat dit de komende tijd verder uitwerken, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma dat volgt op vaststelling van deze TVW. Het college weerspreekt overigens dat er voor de Merenwijk een lage temperatuur warmtenet is voorzien. De algemene beleidslijn om in te zetten op, in eerste instantie, hoge- en later middentemperatuur om de transitie betaalbaar te houden, wordt niet goed vertaald in de afbeelding op pagina 19. We passen de afbeelding daarom aan, zodat hij een compleet beeld geeft van de visie (beschikbare bronnen, startwijken en toekomstige infrastructuur).
Nee.
Nee.
Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast.
V1
W 1 X1
Is de gemeente zich ervan bewust dat voor de bewoners van de Merenwijk een temperatuur van 90 C het meest gewenst is? Waarom is de gemeente voornemens om lagere temperaturen dan 90 C aan te bieden in de Merenwijk? Wordt hiermee tegemoet gekomen aan de belangen van de warmtenet beheerder?
Wat is regionaal een slimme verdeling van bronnen? Wat is een verantwoorde stap voor Vattenfall in de energietransitie als de restwarmte uit Rotterdam niet beschikbaar komt?
De uitgangspunten van de Transitievisie Warmte zijn gebaseerd op het principe van trias energitica, waarin de eerste stap richting CO2-reductie besparen is. Dat bewoners de voorkeur zouden geven aan het (blijven) gebruiken van hoge temperatuur oplossingen met een aanvoertemperatuur van 90 graden herkennen wij niet en hebben we ook niet terug in de participatie rondom de TVW. Onze focus op middentemperatuur, als een combinatie van duurzaamheid en betaalbaarheid, werd door veel bewoners juist begrepen. Met de inzet op middentemperatuur denken wij dat het mogelijk is om de energietransitie betaalbaar te houden. Het betekent dat (een groot deel van de) woningen geschikt moeten zijn om verwarmd te worden met een aanvoertemperatuur van 65 tot 70 graden. Onze verwachting is dat dit met het toepassen van basisisolatie in (veruit) de meeste gevallen haalbaar is. Of dat daadwerkelijk zo is, moet blijken in projecten op buurt- en wijkniveau. Woningeigenaren zijn zelf, met de beschikbare subsidies vanuit het Rijk, verantwoordelijk voor het isoleren van hun woning en de bijbehorende kosten. Het is aan de gemeente om te bewaken dat de oplossingen die worden voorgesteld in Wijkuitvoeringsplannen passend zijn voor de woningen in de buurt/wijk, zodat de transitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Dit staat in de RES beschreven.
Hierin staat genoemd dat de beschikbaarheid van bronnen wordt afgewogen in de verdeling van deze bronnen, evenals bijvoorbeeld maximale kosten voor de inwoners. Voor Vattenfall is de Warmtelinq+ (restwarmte uit het Rotterdams havengebied) essentieel voor een betrouwbare, betaalbare en duurzame warmtelevering.
Nee.
Nee. Nee.
De WLQ+ (restwarmte uit het havengebied van Rotterdam) is voor Vattenfall één van de eerste stappen om de CO2-reductie van het warmtenet in de regio Leiden verder te laten stijgen. In Leiden is de huidige CO2-reductie 29% en in Rotterdam is dat 72%. Naast deze stap in duurzaamheid is gebleken dat de levering van warmte uit het Rotterdams havengebied betrouwbaar is en dat Vattenfall die warmte kan leveren binnen de kaders van de Warmtewet met bijbehorende tarieven. Eventuele piekvoorzieningen zal Vattenfall altijd bekijken in relatie tot haar doel om in 2040 fossielvrije warmte te leveren. Na duidelijkheid over de WLQ+ kan Vattenfall met de betrokken partijen in overleg voor een toekomstbestendig warmtesysteem.
Y1
Z1
Hoe moet de passage op blz. 40 worden gelezen als er geen restwarmte komt? ‘De regionale inzet is deze warmte in 2026 beschikbaar te maken, omdat op dat moment het huidige contract rondom gasgestookte warmtelevering vanuit de Uniper-centrale afloopt.’ Wat is de toekomst van de WarmtelinQ+ als er geen extra subsidies komen?
Indien er onverhoopt toch geen restwarmte uit Rotterdam naar de Leidse regio komt, zal Vattenfall onderzoeken wat de alternatieve opties zijn die passen bij hun beleid: betaalbare, duurzame en betrouwbare warmte. Vooralsnog is er voor Vattenfall één route om de beleidsdoelen te bereiken: warmtelevering via de WLQ+. Het aflopen van een bestaand contract is een logisch moment om alternatieve duurzame bronnen in te voeden. Vandaar dat het streven is om in 2026 alternatieve duurzame bronnen beschikbaar te hebben.
Het kabinet maakte op Prinsjesdag bekend €427 miljoen vrij voor te maken voor de ontwikkeling van Warmtelinq, dat wordt uitgevoerd door Gasunie. Het ministerie heeft Gasunie als onafhankelijk beheerder van WarmtelinQ aangewezen. Daarmee draagt de overheid financieel bij aan het project, want Gasunie is een overheidsbedrijf. Op dit moment is er een investeringsbesluit genomen voor de aanleg van WLQ tot aan Den Haag. In 2022 wordt er een investeringsbesluit (ja/nee) verwacht over het tracé tot aan Leiden. De komst is dus nog onzeker.
Nee.
Nee.
A2
Wat moeten we verstaan onder basislast? Betekent dit dat de niet-basislast met bijverwarmingen in het warmtenet wordt opgewekt? Hoe groot is de niet-basislast? Hoeveel CO2 komt er vrij om in de de niet-basislast te voorzien?
B2
Wordt de aardgas-gestookte bijverwarming in de Stevenshof uitgeschakeld? Zo ja, per wanneer? Waarmee wordt deze vervangen? Hoeveel CO2 komt daarbij vrij?
C2
Wat blijft er van keuzevrijheid voor bewoners over als de gemeente alleen stuurt op een vooraf bepaald voorkeursalternatief?
D2
Is er überhaupt nog sprake van keuzevrijheid als de gemeente heeft gekozen voor warmtenetten?
E2
Worden de gevolgen van zo laag mogelijke maatschappelijke kosten afgewenteld op de bewoners?
Een warmtesysteem bestaat meestal uit voorzieningen voor de basislast (ongeveer 80%-85% van de totale warmtevraag) en voorzieningen voor de pieklast (de resterende 25%-20% van de warmtevraag, vooral in de winter). Deze piekvoorzieningen bestaan nu nog veelal uit gasketels. In warmtenetten met lagere temperaturen kan dit ook voorzien worden met collectieve warmtepompen en eventueel gasketels als back-up. De CO2-uitstoot is daarom afhankelijk van de inrichting van het systeem. Pas op het moment dat er meer duidelijkheid is aangaande de warmte uit Rotterdam, komt hier voor alle partijen meer duidelijkheid over. Voor Vattenfall (warmteleverancier die gebruik maakt van de voorziening in Stevenshof) is het algemene doel om fossielvrije (en daarmee CO2 vrije) warmte te leveren per 2040. Het behalen van dat doel gaat in stappen waarbij het niet uitgesloten is dat er tussenstappen zijn waarbij nog CO2 uitstoot plaats zal vinden, dit gaat om de balans tussen de duurzaamheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. In sommige gevallen kunnen warmteleveranciers ook niet direct afscheid nemen van installaties die momenteel nog CO2 uitstoten i.v.m. de betrouwbaarheid, in die gevallen bespreekt de gemeente het plan/een roadmap om te visualiseren hoe we in de stad komen tot de CO2 reductiedoelstelling passend bij de TVW.
Tot welke verdeling van bronnen en piekvoorzieningen en daarmee CO2-uitstoot dit exact leidt is nu nog onzeker. Op dit moment heeft de gemeente geen macht bewoners een warmteoplossing op te dringen. In de Concept Warmtewet stond de mogelijkheid dat gemeenten het aardgasnet mogen verwijderen en een alternatief aan te bieden. Dat mag gedaan worden met een wachttijd van minimaal acht jaar. Hiermee wordt een bewoner dus niet gedwongen aan te sluiten op het geboden alternatief, want de bewoner mag ook een ander alternatief kiezen. Zie antwoord 17D1. Er is nog steeds sprake van keuzevrijheid, ook al kiest de gemeente er op basis van onder andere het Fakton rapport voor om voor grote delen van de stad in te zetten op grootschalige, collectieve oplossingen om de betaalbaarheid te stimuleren. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn, maar is bedoeld om op stadsniveau keuzes te maken.
Voor inzicht in de kosten op wijk- en woningniveau is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc. De gemeente vindt de betaalbaarheid van de transitie belangrijk. Dat betekent dat woningeigenaren verantwoordelijk zijn voor het op orde brengen van basisisolatie (met de bijbehorende subsidies) en de warmtetarieven onder de maximaal ingestelde tarieven door ACM blijven. Er is bij de aanleg van nieuwe warmteoplossingen echter (vrijwel) altijd sprake van een onrendabele top. De gemeente roept het Rijk op om deze (deels) voor haar rekening te nemen, zodat we zelf de komende tijd verdere invulling kunnen geven aan het begrip betaalbaarheid. Daar is nu nog geen concreet bedrag aan gekoppeld.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
F2
Is het echt waar dat voor bewoners nog onbekende stappen worden gezet om buurten aardgasvrij te maken?
G 2
Waarom is er alleen voor de binnenstad mogelijk groen gas te gebruiken, zoals op meerdere plaatsen aangeven?
H2
Waarom geldt dit ook niet voor wijken waar de aardgasinfrastructuur aanwezig is en waar de isolatie van huizen alleen tegen voor bewoners onverantwoord hoge kosten mogelijk is? Ten aanzien van de oproep van de gemeente Leiden aan het Rijk om de juiste randvoorwaarden te scheppen (betaalbaarheid, instrumenten voor de gemeente): wat is de stand van zaken bij het op orde brengen van deze noodzakelijke randvoorwaarden?
I2
J2
Heeft de gemeente kennis genomen van de uitsluitend negatieve ervaringen met het aardgasvrij maken van wijken zoals in NRC weergegeven?
K2
Wanneer wordt het wetgevend kader voor de duurzame warmtevoorziening (de Wet Collectieve Warmtevoorziening) verwacht?
Het college weet niet op welke stappen de inspreker doelt. In de hele stad wordt ingezet op een aanpak om energie te besparen, bijvoorbeeld met een netwerk van wijkambassadeurs en energiecoaches. Dat betekent dat er ook in niet-kansrijke wijken stappen worden gezet richting aardgasvrij(ready) door woningen aan te passen voor een lage(re) aanvoertemperatuur, bijvoorbeeld door middel van isolatie. In kansrijke wijken wordt aanvullend nagedacht over toekomstige energie infrastructuur (zoals de Leidse warmtering) en op welke manier de voorziene (nieuw)bouw een plek krijgt in de totale warmteoplossing voor de wijk. Verder is de gemeente met name bereid mee te werken aan het provinciaal inpassingsplan rondom WLQ+. Dit gaat over transport tot aan de gemeentegrens. In wijkgesprekken gaan we vervolgens de diepte in en mogelijke trajecten bespreken. Dit zijn onmogelijke gesprekken zonder enige voorbereidende werkzaamheden. Zie antwoord op vraag 17N over de beschikbaarheid van duurzame gassen. In het multi-bronnenscenario is er nog steeds ruimte voor hoge temperatuur oplossingen voor woningen waar geen (betaalbaar) alternatief voor is, bijvoorbeeld omdat het isoleren van bepaalde vooroorlogse woningen uit verhouding duur is. De verwachting is dat dit in de binnenstad voor een groot deel van de wijk zo is, door de smalle straten en de oude woningen.
In wijkuitvoeringsplannen volgt echter pas de uitwerking van het warmtescenario per wijk, met als vertrekpunt de TVW. Zie antwoord op vraag 17G2.
Het is op dit moment onbekend wanneer het nieuwe wetsvoorstel Wet Collectieve warmtevoorziening wordt gepubliceerd, laat staan wanneer deze in werking treedt. Het voorstel is controversieel verklaard en zal door het nieuwe kabinet opnieuw worden besproken met betrokken partijen, waaronder gemeenten. De gemeente is afhankelijk van de wetgever voor het instrumentarium, waaronder de bevoegdheid om eenzijdig de gasvoorziening voor bepaalde wijken af te sluiten. De gemeente vindt keuzevrijheid van bewoners erg belangrijk. Tegelijk is de bevoegdheid om eenzijdig te kunnen kiezen voor één energievoorziening per wijk in sommige gevallen noodzakelijk om een uitvoerbaar en betaalbaar plan te maken. Ja, de gemeente heeft kennisgenomen van de berichten over het Programma Aardgasvrije Wijken. Hoewel moet worden aangemerkt dat het gaat om een leerprogramma waarbij niet alleen aantallen aardgasvrij(ready) gebouwen een resultaat zijn, maar ook geleerde lessen, is het inderdaad belangrijk om niet dezelfde fouten te maken. De gemeente is zich bijvoorbeeld sterk bewust van het feit dat de business case in veel gevallen (vele malen) ongunstiger is uitgevallen dan vooraf gedacht. De geleerde lessen in Purmerend zijn bovendien nadrukkelijk meegenomen in een afwegingskader over het combineren van infrastructurele projecten (rioolvervanging en aanleg warmtenet).
Bovendien is de gemeente Leiden aangesloten bij de community van het Programma Aardgasvrije Wijken en neemt deel aan het congres wat zij organiseert. Het PAW is echter niet de enige manier om aangesloten te blijven bij de laatste ontwikkelingen/lessen, zo zijn wij ook aangesloten bij Wijkkompas. Zie antwoord op vraag 17I2.
Nee.
Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt. Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
L2
M 2
N2
Wil de gemeente de bevoegdheid krijgen om bewoners van het gas af te sluiten? En zo ja, is de gemeente van plan daarvan gebruik te maken? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de keuzevrijheid van bewoners?
Kan worden gegarandeerd dat geen investeringen in het warmtenet zullen worden gedaan voordat de besluitvorming in de gemeenteraad en het overleg met de wijken over de uitvoeringsplannen is afgerond? Hoe wordt de financiële draagkracht in een wijk gemeten, zoals aangegeven op blz. 29?
O 2
Worden daarbij ook de enorme investeringen meegewogen die nodig zijn de woning voldoende warm te kunnen houden bij MT van een warmtenet of bij LT via aquathermie?
P2
Wordt in de uitvoeringsplannen ook gebruik gemaakt van het prototype waterstofketel van Remeha?
Dat de gemeente het recht wil krijgen om bewoners van het aardgas af te sluiten, komt voort uit afspraken uit het Klimaatakkoord. Daarin wordt bevestigd dat we voor 2050 alle huizen aardgasvrij maken. Op dit moment zoeken we samen met andere overheden naar de juiste wijze om dit in te richten. De regels zullen vooral afhankelijk zijn van de voortgang in de WCW of vergelijkbare wetgeving. Dit wordt op landelijk niveau beslecht. Na invoering van de WCW zal de gemeente nadenken over implementatie ervan. De gemeente is afhankelijk van de wetgever voor het instrumentarium, waaronder de bevoegdheid om eenzijdig de gasvoorziening voor bepaalde wijken af te sluiten. De gemeente vindt keuzevrijheid van bewoners erg belangrijk. Tegelijk is de bevoegdheid om eenzijdig te kunnen kiezen voor één energievoorziening per wijk in sommige gevallen noodzakelijk om een uitvoerbaar en betaalbaar plan te maken. De gemeente investeert zelf niet in de aanleg van een warmtenet. Het hele proces van de energietransitie kost op dit moment enkel ambtelijke capaciteit. Mogelijke toekomstige investeringen in een warmtenet kunnen enkel worden gedaan na instemming van de Gemeenteraad, maar is op dit moment niet aan de orde. Wij baseren ons op statistische gegevens van onze onderzoeksafdeling die zijn verzameld op https://gemeente.leiden.nl/bestuur/publicaties/leiden-in-cijfers/.
Uiteraard wordt in de Wijkuitvoeringsplannen per wijk bekeken wat de meest betaalbare oplossing is. Daarnaast willen we benadrukken dat met de inzet op middentemperatuur wij denken dat het juist mogelijk is om de energietransitie betaalbaar te houden. Het betekent dat (een groot deel van de) woningen geschikt moeten zijn om verwarmd te worden met een aanvoertemperatuur van 65 tot 70 graden. Onze verwachting is dat dit met het toepassen van basisisolatie in (veruit) de meeste gevallen haalbaar. Of dat daadwerkelijk zo is, moet blijken in projecten op buurt- en wijkniveau. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau.
Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc. Hierbij merkt de inspreker terecht op dat, door verschillen in woningtype en bouwjaar, één warmteoplossing met een bepaald temperatuurniveau waarschijnlijk niet passend is voor elke woning in een wijk/buurt. Dan moet worden gekeken hoe en welke temperatuurniveaus haalbaar en betaalbaar zijn, in Wijkuitvoeringsplannen. Er wordt ruimte gelaten voor innovatieve oplossingen, zoals deze turbineketel. We leggen op het visieniveau van de TVW niks vast over de toepassing van dit soort producten. In Wijkuitvoeringsplannen zullen we wel uitspraken doen welke toepassingen passend zijn voor de wijk; dan zullen we bezien of turbineketels onderdeel worden van de warmteoplossing. Bewoners hebben bovendien altijd keuzevrijheid om af te wijken van de keuze die we maken in een WUP.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Q 2
Welke projectorganisatie heeft de gemeente voor ogen om de geweldige klus van de transitie te klaren?
R2
Is de gemeente überhaupt voldoende geëquipeerd om een dergelijk project op degelijke wijze uit te voeren? Waarom is de Merenwijk één van de starters van de eerste fase van de wijkaanpak? Wanneer begint deze? Waarom behoort de Merenwijk tot de kansrijke wijken?
S2
T2
Het voorgestane open systeem is toch per definitie niet definitief?
U2 V2
Op welke wijze krijgen innovaties dan nog een kans? Kan nader worden onderbouwd waarom de Binnenstad wel en de Merenwijk niet aanmerking komt voor waterstof?
W 2
Is niet bekend dat tijdens verschillende gelegenheden vanuit de wijk heftig is gereageerd op het voornemen de aardgasinfrastructuur veel eerder af te stoten dan verantwoord?
Het college weet niet zeker wat de inspreker bedoelt met ‘de geweldige klus van de energietransitie'. Als de inspreker doelt op het realiseren van de WLQ+; dat is niet direct een project wat de gemeente uitvoert. Gasunie legt WarmtelinQ aan, een ondergrondse leiding waarmee restwarmte uit de Rotterdamse haven kan worden gebruikt om huizen en bedrijven in Zuid-Holland te verwarmen. Op de site van WarmtelinQ (WarmtelinQ) staat meer informatie. Als de inspreker doelt op het ‘project’ energietransitie; dat is veelomvattend en de rol van de gemeente is verschillend in verschillende fases. De afgelopen jaren hebben vooral in het teken gestaan van beleid maken; met behulp van de Leidse Warmtevisie, de RES, het Handelingsperspectief en deze TVW richting te geven aan de keuzes binnen de transitie en richting te geven aan gemeentelijk handelen. De komende jaren zullen meer gaan over de uitvoering, waarvoor niet alleen bij de gemeente maar ook bij andere partijen (netbheerders, warmteleveranciers) gezocht moet worden naar de meest efficiente inrichting van processen en organisatie om deze uitvoering vorm te geven. De gemeente is daarbij regisseur en het college is het met de inspreker eens dat het zich daar op moet inrichten, zowel bovenlokaal in het kader van geothermie en WLQ+ als lokaal. In welke vorm we dat exact doen, weten we nu nog niet. Zie antwoord op vraag 17Q2.
Nee.
De TVW benoemt een aantal criteria op basis waarvan kansrijke wijken worden benoemd. Omdat de Merenwijk aan een aantal van deze criteria voldoet (alternatieve bronnen beschikbaar, koppelkansen met onderhoud en vervanging van andere infrastructuren en energie in de wijk), stelt het college aan de gemeenteraad voor om onder andere in de Merenwijk met een wijkaanpak te beginnen, waarin wordt toegewerkt naar een Wijkuitvoeringsplan (WUP). Welke stappen daarvoor exact worden genomen en wanneer, gaat de gemeente uitwerken na vaststelling van de TVW. De inspreker maakt een goed punt over de term 'definitief’. Hoewel de gemeente zich nog moet beraden over de inhoudelijke invulling van de wijkuitvoeringsplannen, zou het passend bij de dynamiek van de transitie zijn om dit een ‘levend document’ te laten zijn. Uiteindelijk zal de gemeenteraad zich daar waarschijnlijk over uit moeten spreken. Voor nu wordt de term ‘definitief’ in ieder geval weggelaten.
Nee.
Wat betreft het open systeem; dat is een verwijzing naar de intentie om het toekomstige regionale energiesysteem open te laten, waardoor er verschillende bronnen op kunnen worden ingevoed. Daarmee wordt de (aanleg van) nieuwe infrastructuur nog wel definitief; een hoofdleiding van een (nieuw) warmtenet blijft liggen. Zie antwoord op vraag 17H. Zie antwoord op vraag 17G2.
Het huidige aardgasleidingnetwerk blijft gehandhaafd en onderhouden zolang het in gebruik is. Echter, de huidige wet- en regelgeving staat het conserveren van leidingen niet toe om veiligheidsredenen. De Wet Milieubeheer stelt dat niet in gebruik zijnde gasleidingen verwijderd moeten worden uit veiligheidsoogpunt. Het agentschap Telecom en de SoDM benadrukken dit ook: verlaten gas-assets moeten worden verwijderd. Daarnaast is er nog de sectorale afspraak met het SoDM en EZK waarin gezegd wordt dat de gehele aansluitleiding (vanaf de hoofdleiding tot en met de gasmeter) verwijderd wordt indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van aardgas in de woning. Deze afspraak is bevestigd aan de Tweede Kamer.
Nee.
Ja. De term ‘definitief’ is naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties uit de tekst van de Transitievisie Warmte gelaten.
Nee. Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt. Nee.
X2
Over de verbinding die de gemeente maakt het lokale bewoners initiatief: welk bewonersinitiatief is dit?
Y2
Is bekend dat de alternatieve warmteoplossingen in de wijk op het gebied van aquathermie een zeer laagtemperatuurbron is waartegen veel bewoners bezwaar hebben omdat dit leidt tot nog grotere investeringen in hun woningen? Over het schema ‘Voorkeursscenario Eindbeeld 2050’ waarin de Merenwijk ruim tweederde collectieve LT en hooguit een kwart op collectieve MT en hooguit 5% allelectric is ingeketend: kan dit nader worden uitgelegd?
Z2
A3
Hoe verhoudt dit zich tot de opmerking ‘Op dit moment komen echter in principe alleen goed geïsoleerde buurten én nieuwbouwontwikkelingen in aanmerking voor de inzet van aquathermie’ (blz. 39)?
B3
Kan voor de Merenwijk een MT van 70 graden worden gegarandeerd? Wat zijn andere alternatieven dan langer gebruik te maken van aardgas? Wordt ruimte gelaten aan individuele oplossingen, zoals de Tarnoc Turbine ketel?
C3 D3
E3 F3
Is de gemeente bereid om het financieel mogelijk te maken een energieopslag pilot in de Merenwijk op te zetten? Is er eenzelfde bereidheid voor het laten berekenen van de kosten van de energietransitie voor de bewoners van de Merenwijk?
De gemeente heeft intensieve contacten met zowel Duurzame Energie Merenwijk als Tegengas. Doordat de uitgangspunten en doelen van Duurzame Energie Merenwijk passen binnen de beleidskaders van de gemeente, is daar (nauwer) mee samengewerkt. Het college weerspreekt dat er voor de Merenwijk een lage temperatuur warmtenet is voorzien. De algemene beleidslijn om in te zetten op, in eerste instantie, hoge- en later middentemperatuur om de transitie betaalbaar te houden, wordt niet goed vertaald in de afbeelding op pagina 19. We passen de afbeelding daarom aan, zodat hij een compleet beeld geeft van de visie (beschikbare bronnen, startwijken en toekomstige infrastructuur). Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. De algemene beleidslijn om in te zetten op, in eerste instantie, hoge- en later middentemperatuur om de transitie betaalbaar te houden, wordt niet goed vertaald in de afbeelding op pagina 19.
We passen de afbeelding daarom aan, zodat hij een compleet beeld geeft van de visie (beschikbare bronnen, startwijken en toekomstige infrastructuur). Zie antwoord op vraag 17Z2.
De warmteleverancier garandeert de aanvoertemperatuur vanuit de contracten die zij sluit met de afnemer. De verschillende scenario’s voor de stad met betrekking tot het gebruiken van alternatieve warmteoplossingen staan uitgebreid beschreven in de TVW. Er wordt ruimte gelaten voor innovatieve oplossingen, zoals deze turbineketel. We leggen op het visieniveau van de TVW niks vast over de toepassing van dit soort producten. In Wijkuitvoeringsplannen zullen we wel uitspraken doen welke toepassingen passend zijn voor de wijk; dan zullen we bezien of turbineketels onderdeel worden van de warmteoplossing. Bewoners hebben bovendien altijd keuzevrijheid om af te wijken van de keuze die we maken in een WUP. Het college is bereid om dit verder te verkennen, maar kan op dit moment geen toezegging doen over het financieel mogelijk maken. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd.
Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Dit gaat de gemeente de komende jaren doen in Wijkuitvoeringsplannen. Als we daarbij kennis van de wijk kunnen aanwenden, is het college daar bereid toe.
Nee.
Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast.
Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast. Nee. Nee. Nee.
Nee. Nee.
G 3
H3
I3
18 A
Is de gemeente bereid onder ogen te zien dat CO2-reductie in de Merenwijk alleen mogelijk is tegen onaanvaardbare hoge kosten van woningaanpassingen?
Nee, CO2-reductie kan op vele manieren bereikt worden en niet alleen tegen onaanvaardbaar hoge kosten. Wel is er een rol voor het Rijk weggelegd om de eigen bijdrage aan isolatiemaatregelen en aansluiting(en) op een warmtenet betaalbaar te maken.
Bijlage 1: WarmtelinQ+ kan Leiden in de winter niet verwarmen
De TVW gaat uit van een mix van bronnen, waarbij een (groot) deel van de warmtevraag wordt verzorgd door hoge- en middentemperatuur-bronnen. Om de transitie betaalbaar te houden en tegelijkertijd te besparen, gaan wij ervanuit dat woningeigenaren de schil (dak, vloer, spouwmuur en eventueel ramen) van hun woning isoleren, als dat haalbaar en betaalbaar is. De aanname is dat veel woningen op die manier geschikt worden voor middentemperatuur. Woningen geschikt maken voor lage temperatuur kan hoge kosten voor isolatie met zich mee én hoge kosten voor toepassen van vloerverwarming/vervangen van radiatoren. De vraag voor welke wijk/woning welke temperatuur precies geschikt is, kan nadere invulling krijgen in een toekomstige WUP. Middentemperatuur is een aanname voor een groot deel van de stad; in de toekomst kan dit wijzigen op basis van nieuwe inzichten in verdiepende studies op wijkniveau; hier moet ook blijken of dit voor de Merenwijk reëel is. Wij volgen de conclusies niet en hebben begrepen dat opsteller inmiddels na gesprek met onder andere de Gasunie en de Provincie werkt aan een volgende versie van de memo.
Bijlage 2: Transitie Visie Warmte onder de loep
Samenvatting inspraakreactie Inspreker 18 Hoe wordt gerealiseerd dat iedereen mee kan doen in deze transitie, ook als men niet de autonomie/ de middelen/ de kennis/kunde heeft om zelf te investeren in (isolatie van) de woning?
In de basis houdt het stuk geen/anders rekening met het onderscheid tussen basislast (restwarmte) en pieklast (aparte voorziening warmtebedrijf), piekshaving (collectief net heeft minder piek-capaciteit nodig dan een individuele CV-aansluiting), leveringsplicht warmtebedrijf (mensen zullen dus nooit in de kou staan) en de te realiseren CO2-reductie doordat gasuitstoot vervangen wordt door restwarmte. Bij een volgende versie van deze bijlage met de juiste aannames, is het college bereid de memo beter te becommentariëren. Wij volgen de conclusies niet en hebben begrepen dat opsteller inmiddels na gesprek met onder andere de Gasunie en de Provincie werkt aan een volgende versie van de memo. In de basis houdt het stuk geen/anders rekening met het onderscheid tussen basislast (restwarmte) en pieklast (aparte voorziening warmtebedrijf), piekshaving (collectief net heeft minder piek-capaciteit nodig dan een individuele CV-aansluiting), leveringsplicht warmtebedrijf (mensen zullen dus nooit in de kou staan) en de te realiseren CO2-reductie doordat gasuitstoot vervangen wordt door restwarmte. Bij een volgende versie van deze bijlage met de juiste aannames, is het college bereid de memo beter te becommentariëren. Reactie gemeente Bij de recente begrotingsbehandeling in de raad is €500.000,- beschikbaar gesteld ten behoeve van bestrijding energiearmoede.
Ook ontvangt Leiden van het Rijk in 2022 €902.000,- voor hetzelfde doel. Een plan van aanpak wordt opgesteld voor een effectieve en efficiënte besteding van deze middelen waarbij een maatwerk-oplossing wordt beoogd voor genoemde doelgroepen.
Nee.
Nee.
Nee.
Gevolgen voor besluit Nee.
B
Hoe wordt gestuurd op particuliere verhuurders, die hun verantwoordelijkheid niet nemen en huurders laten zitten in slecht geïsoleerde woningen?
C
Dan meer de technische kant: de warmtevisie leunt qua warmteaanbod erg zwaar op WarmtelinQ, waarvan de kans dat die ooit Leiden gaat bereiken intussen minimaal is.
D
Bovendien lijkt me dat door de grote afstand er weinig warmte over is als het water Leiden bereikt
E
Waarom wordt niet veel zwaarder ingezet op aquathermie, dat is in deze regio prima te doen.
F
G
19 A
En wordt er al gesproken met Heineken als warmteleverancier? In de bedrijfsprocessen wordt enorm veel warmte geproduceerd, vraag me af of restwarmte goed benut wordt. En is geïnventariseerd welke andere bedrijven in/ rond Leiden met warmte/koudeprocessen werken? Samenvatting inspraakreactie Inspreker 19 Waarom heeft de gemeente Leiden de antwoorden op de vragen uit de wijkavonden zo laat verstrekt? De sluitingstermijn van de inspraak is op 25-11-2021!
De gemeente heeft onlangs een Huurteam ingesteld die huurders ondersteunt in het gesprek met de verhuurder m.b.t. vragen over huurprijs, huurcontract etc. Vanuit het programma energietransitie is een samenwerking opgetuigd om het huurteam door te laten verwijzen naar de energiecoaches wanneer zij dat zinvol achten. Particuliere verhuurders kunnen bij verduurzaming gebruik maken van alle regelingen die gelden voor woningen (zoals subsidie bij twee of meer verduurzamingsmaatregelen). Op grond van BW Art. 7:243 kunnen huurders de verhuurder verzoeken om energiebesparende voorzieningen aan te brengen. De wet regelt dat een verhuurder mee moet werken aan een redelijk voorstel. Het gaat dan om dubbelglas, isolatie van vloer, dak of muren of een verbeterde cv-installatie. De gemeente kan overwegen in 2022 in te zetten op het informeren en ondersteunen van huurders hierbij, maar kan daar op dit moment geen toezeggingen over doen. Het college is het oneens met de kwalificatie ‘leunt erg zwaar op Wamrtelinq’. De TVW gaat over een totale visie op de warmtetransitie inclusief isolatie, beschikbare bronnen, rolneming etc. Restwarmte uit Rotterdam is in de mult-bronnenstrategie slechts een (belangrijk) onderdeel. Het terugtrekken van de gemeenteraad van Rotterdam, als aandeelhouder van WBR, betekent niet dat de aanleg niet doorgaat.