CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

22.0007 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0007 Vaststelling Transitievisie Warmte Leiden45.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat.

De gemeente is samen met andere overheden verantwoordelijk voor het borgen van het publieke belang. Dit publieke belang bestaat bijvoorbeeld uit een betaalbare energietransitie, voor eindgebruiker en maatschappij, een duurzame energietransitie, om zo de stad nu en in toekomst leefbaar te houden, en uit een betrouwbare energievoorziening, zodat iedereen er altijd warm bij kan zitten. In veel gevallen loopt het publieke belang gelijk op met de belangen van bewoners. Soms kan hier ook spanning op zitten. Bijvoorbeeld wanneer bewoners meer zijn voor keuzevrijheid, terwijl de gemeente vanuit publieke overwegingen scherper op keuzes wil voor sorteren. Het voeren van het constante gesprek, over bijvoorbeeld de benodigde randvoorwaarden, is hierin cruciaal.

Nee.

I

Is het de gemeente bekend dat alleen al aansluitkosten op een warmtenet voor de eigenaar omhoogschieten van € 1.039 naar € 4.510 (bron ACM)?

J

Wat is betaalbaar? Wij zouden een groot voorstander zijn van een netto kostenneutrale transitie voor de bewoners. Wat blijft over van de keuzevrijheid als de buurt als geheel moet meedoen met het voorkeursalternatief?

K

L

Aan welke stappen moet worden gedacht bij deze uitspraak (het kan dus ook zijn dat er in buurten die nu nog niet zijn weergegeven in één van de eerste fases, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij)?

M

Wat blijft over van de keuzevrijheid zoals verwoord op blz. 51 na het afhaken van de Rotterdamse restwarmte?

N

Waarom is er alleen voor de binnenstad mogelijk groen gas te gebruiken, zoals op meerdere plaatsen aangegeven?

O

Waarom geldt dit ook niet voor (delen van) wijken waar de aardgasinfrastructuur aanwezig is en waar de isolatie van huizen alleen tegen voor bewoners onverantwoord hoge kosten mogelijk is?

De gemeente gaat niet over de tarieven, die worden vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Van de site van ACM (hoeveel mag ik vragen voor een nieuwe aansluiting op het warmtenetwerk): Tot en met 25 meter rekent u maximaal 4.959,14 euro voor een nieuwe aansluiting. Is de afstand langer dan 25 meter? Dan vraagt u maximaal 224,49 euro voor iedere extra meter. Het college hanteert geen exacte definitie van betaalbaarheid.

Nee.

Op dit moment heeft de gemeente geen macht bewoners een warmteoplossing op te dringen. In de Concept Warmtewet stond de mogelijkheid dat gemeenten het aardgasnet mogen verwijderen en een alternatief aan te bieden. Dat mag gedaan worden met een wachttijd van minimaal acht jaar. Hiermee wordt een bewoner dus niet gedwongen aan te sluiten op het geboden alternatief, want de bewoner mag ook een ander alternatief kiezen. Er wordt in de TVW een onderscheid gemaakt tussen kansrijke en niet kansrijke wijken. In de hele stad wordt ingezet op een aanpak om energie te besparen, bijvoorbeeld met een netwerk van wijkambassadeurs en energiecoaches. Dat betekent dat er ook in niet-kansrijke wijken stappen worden gezet richting aardgasvrij(ready) door woningen aan te passen voor een lage(re) aanvoertemperatuur, bijvoorbeeld door middel van isolatie. In kansrijke wijken wordt aanvullend nagedacht over toekomstige energie infrastructuur (zoals de Leidse warmtering) en op welke manier de voorziene (nieuw)bouw een plek krijgt in de totale warmteoplossing voor de wijk. De veronderstelling dat Rotterdamse restwarmte ‘afhaakt’, is onjuist. Op dit moment is er een investeringsbesluit genomen voor de aanleg van WLQ tot aan Den Haag. In 2022 wordt er een investeringsbesluit (ja/nee) verwacht over het tracé tot aan Leiden. Die kans is niet minimaal.

Bovendien is er in beide scenario's nog keuzevrijheid voor de individuele bewoner, het wel of niet doorgaan van WLQ+ heeft alleen impact op de bronnen waarmee grootschalige collectieve oplossingen worden gevoed. Duurzame gassen, zoals groene waterstof, zijn voorlopig geen kostenefficiënt alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. Dit komt omdat er nu nog niet voldoende duurzame productie is, en als die er zou zijn gaat dat naar de sectoren waar het de meeste waarde heeft. Dat betekent in eerste instantie waar waterstof nu al ingezet wordt, de industrie en de zware mobiliteit. Omdat niet bekend is wanneer er hoeveel en tegen welke prijs groene waterstof beschikbaar komt, is een eerlijke kostenvergelijking niet haalbaar. Wel weten we dat in de binnenstad andere haalbare alternatieven, zoals warmtenetten, moeilijk realiseerbaar zijn. Dat komt door de smalle straten en de monumentale panden, die lastig zijn aan te passen voor alternatieve warmteoplossingen. Bovendien zijn ze lastig te isoleren en zal een groot deel (altijd) hoge temperatuur oplossingen nodig hebben. De verwachting is daarom dat, als duurzame gassen zoals groene waterstof vanaf 2040 beschikbaar komen, ze in de gebouwde omgeving in eerste instantie het beste in de monumentale binnenstad kunnen worden ingezet. Zie antwoord op vraag 14N over de beschikbaarheid van duurzame gassen.

In het multi-bronnenscenario is er nog steeds ruimte voor hoge temperatuur oplossingen voor woningen waar geen (betaalbaar) alternatief voor is, bijvoorbeeld omdat het isoleren van bepaalde vooroorlogse woningen uit verhouding duur is. De verwachting is dat dit in de binnenstad voor een groot deel van de wijk zo is, door de smalle straten en de oude woningen. In wijkuitvoeringsplannen volgt echter pas de uitwerking van het warmtescenario per wijk, met als vertrekpunt de TVW.

Nee.

Nee.

Nee.

Nee.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.

Nee.

P

Q

R

Een belangrijke vraag vanuit de optiek van bewoners is welke garanties er zijn dat water van de middentemperatuur daadwerkelijk op 70 graden wordt geleverd.

De gemeente zou absolute prioriteit moeten geven aan de benutting van het beschikbare dakoppervlak in de gebouwde omgeving voor zon-PV, te beginnen met het gemeentelijke vastgoed. Op welke wijze wil de gemeente ‘een meer duurzame opwek van elektriciteit’ (laten) realiseren? (blz. 11).

S

Hoe groen is de elektriciteit op dit moment?

T

Dit (regionaal is een slimme verdeling van de bronnen noodzakelijk, zodat alle gemeenten in de regio tegen de laagste maatschappelijke voor de eindgebruiker de hoogste CO2-uitstoot kunnen realiseren) is een voor ons onbegrijpelijke passage. Wat is de betekenis hiervan? De warmtekavels die de gemeente wil aanwijzen zijn veel te groot en doen geen recht aan de heterogeniteit van de gebouwde omgeving in de meeste wijken. Het is niet logisch om hoge- en lage-temperatuurbronnen in één warmtenet te koppelen. De gemeente doet er verstandiger aan eerst kleinschalige projecten te faciliteren en zo ervaring op te doen met verschillende warmtebronnen en verschillende typen distributienetten. Op termijn kunnen die kleinschalige netten naar elkaar toegroeien en verbonden worden om meer leveringszekerheid te bieden voor alle gebruikers.

U

V

De aanvoertemperaturen zijn beschreven in de leveringsspecificaties die onderdeel zijn van de overeenkomst tussen de bewoner en warmteleverancier. De temperatuurregeling van de wijkstations van Vattenfall is bijvoorbeeld zo ingesteld dat alle achterliggende woningen minimaal de afgesproken aanvoertemperatuur krijgen geleverd. Bij een nieuw te ontwikkelen net kan dat ook een andere warmteleverancier zijn. Vooraf maakt de warmteleverancier berekeningen voor de temperaturen in het leidingnet in de wijk en bij de oplevering van de aansluiting controleert de leverancier of de data (temperaturen en doorstroming) overeenkomt met de ontwerpgegevens. Zodra de aansluiting in bedrijf is kan iedere bewoner op de warmtemeter (onderdeel van de afleverset) zien welke temperaturen de warmteleverancier levert. Op termijn zal het verbruik ook digitaal beschikbaar gesteld worden d.m.v. bijvoorbeeld een app of online omgeving. Vanuit de Warmtewet heeft een warmteleverancier de plicht om te voldoen aan de overeengekomen leveringsspecificaties waarin de temperaturen omschreven staan. Dit beaamt het college. In de RES en in ons eigen uitvoeringsprogramma energietransitie staat opgenomen dat wij inzetten op maximale benutting van zon-PV op dak. Ook ons eigen vastgoed wordt daarin meegenomen.

Nee.

Nee.

In de RES en in ons eigen uitvoeringsprogramma energietransitie staat opgenomen dat wij inzetten op maximale benutting van zon-PV op dak. Bovendien werkt de gemeente vanuit vergunningsverleningskant mee aan uitbreiding van het elektriciteitsnet zodat dit ook toekomstbestendig is. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 70% van de elektriciteitsmix uit duurzame energie moet bestaan. In 2020 was dit aandeel volgens het CBS 11,1%. Deze zin klopt inderdaad niet, het woord ‘kosten’ ontbreekt en ‘uitstoot’ moet ‘reductie’ zijn. We passen de zin aan.

Nee.

Op geen enkele wijze is al besloten danwel uitgetekend hoe groot de eventuele warmtekavels zullen worden. Uw veronderstelling is daarom onjuist.

Nee.

Om in de periode tot 2050 zoveel mogelijk CO2-uitstoot te beperken, is het belangrijk om tempo te maken. WLQ+ is mede daarom een belangrijk onderdeel van de TVW, omdat hier tempo mee kan worden gemaakt in het verduurzamen van het huidige stadswarmtenet, waar al meer dan 12.000 woningen op zijn aangesloten. Daarnaast kunnen de ontwikkelingen van kleinschalige projecten/warmtenetten bestaan, die op termijn wel of niet met elkaar verbonden worden. Het college is het met de inspreker eens dat dit invoeden, zeker als het om verschillende temperatuurniveaus gaat, technisch een uitdaging is en er zal per project gekeken moeten worden wat de voor- en nadelen zijn. Voor het bestaande warmtenet en het invoeden van lokale bronnen daarop is de gemeente in ieder geval afhankelijk van de eigenaar van het net, Vattenfall. Vattenfall heeft in de regio wel al getoond bereid te zijn om verder te onderzoeken of dit invoeden van lokale bronnen een optie is, bijvoorbeeld met de intentieovereenkomst met Energiek Poelgeest. Het college is het met de inspreker eens dat er een strategie warmtenteten moet komen en gaat dit de komende tijd verder uitwerken, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma dat volgt op vaststelling van deze TVW.

Nee.

Nee. Ja. Op basis van deze inspraakreactie is deze zin aangepast in de TVW.

W

In Nederland zijn de huidige klanten van warmtenetten in elk geval veel duurder uit dan in andere landen. Voor dezelfde hoeveelheid warmte betalen Nederlandse warmtegebruikers 15% tot 55% meer dan in Duitsland en de Scandinavische landen.

X

Maar ook voor lokale warmtenetten geldt: heeft de gemeente wel voldoende kennis om de plannen van verschillende aanbieders te beoordelen en om, in een situatie van informatie-asymmetrie, effectief toezicht te houden op de concessiehouder? Wat gebeurt er als de concessiehouder failliet gaat? Hoe wordt de dienstverlening dan geborgd? Hoe worden andere publieke waarden geborgd?

Z

A1

B1

Gaan de burgers van Leiden straks meer betalen dan de burgers van Den Haag en Rotterdam, voor dezelfde restwarmte? En hoe zit het met de kostenverschillen tussen wijken en buurten? Het opknippen van Nederlandse gemeenten in warmtekavels leidt tot een lappendeken van warmtenetten met grote verschillen in de kwaliteit en kosten van duurzame warmtevoorziening per kavel. Enerzijds rijst hiermee de vraag of burgers kunnen rekenen op enige rechtsbescherming bij het aanwijzen van warmtekavels door de gemeente. Anderzijds is het de vraag of het maatschappelijk aanvaardbaar is dat er grote verschillen in de kosten van warmte ontstaan tussen gemeenten en tussen wijken en buurten binnen een gemeente. De gemeenteraad van Rotterdam heeft de aanleg unaniem afgewezen en de Gasunie ziet alleen brood in de aanleg van een leiding naar Den Haag. Wat betekent dit voor het hart van de Transitievisie Warmte?

Het is heel lastig om de situatie in Nederland te vergelijken met andere landen. Navraag bij Vattenfall, die in meerdere landen actief is, levert in ieder geval de volgende verschillen op, zo: • zijn de tarieven in Nederland gereguleerd (vaststelling ACM) en daarmee transparant in opbouw. Dit is in andere landen niet altijd het geval; • zijn de leeftijden van de warmtenetten heel verschillend (wat effect heeft op de businesscase); • zijn het aantal aansluitingen op de warmtenetten per meter warmtenet heel verschillend (tevens effect op de businesscase); • ligt het warmteverbruik per huishouden in bijv. Scandinavië veel hoger dan in Nederland waarmee leveranciers per meter warmtenet meer rendement kunnen maken en daarmee waarschijnlijk ook lagere kosten kunnen rekenen per geleverde GJ (tevens effect op businesscase); • zijn de beschikbare subsidies en opbouw daarvan compleet verschillend per land. Het toezicht op consessiehouders (in casu de warmteleveranciers) is in Nederland belegd bij de ACM. Zij toetsen de warmteleveranciers, voordat deze de warmtemarkt mogen betreden. Bij faillissementen voorziet de Warmtewet in het door het ministerie van EZK aanwijzen van een partij die de warmtelevering al dan niet tijdelijk op zich neemt.

In de aanbesteding van de betreffende concessie neemt de gemeente afspraken en bepalingen op om te voorkomen dat de dienstverlening onverhoopt wordt gestaakt bij faillissement van concessiehouder. Zo is het mogelijk om een wachtkamerconstructie af te spreken met een andere partij, en mag de gemeente in een dergelijke situatie op korte termijn de concessie overdragen aan een derde. In afwachting van de nieuwe wettelijke kaders zal de gemeente via concessievoorwaarde zo veel mogelijk publieke waarden willen borgen. De kosten van de warmteketen bestaat uit meerdere elementen. Het voornaamste deel van de kosten zit in de lokale distributie en levering op lokaal niveau welke lokaal wordt bepaald (bijv. hoogte van de kosten worden bepaald door o.a. het totaal aantal aansluitingen, volloopsnelheid, hoe makkelijk het netwerk kan worden aangelegd e.d.). De conceptwet Collectieve Warmtevoorziening ziet toe op de wijze waarop uitkoppeling van restwarmte plaats gaat vinden en hoe er met de kosten wordt omgegaan. De transporttarieven van WarmtelinQ zullen worden gereguleerd door de wetgever en zullen gelijk zijn voor alle afnemers. De ACM houdt toezicht op de hele warmteketen, ook het warmtetransport.

Nee.

Nee.

Nee.

De ontwikkeling van het wettelijke kader omtrent uitvoering geven aan de grote omschakeling, met het daarbij horende gemeentelijke instrumentarium, is volop in ontwikkeling. Samen met anderen gemeenten, bijvoorbeeld in VNG- of G40-verband, trekt het college op om ervoor te zorgen dat komende jaren voldoende middelen ter beschikking komen om het publieke belang zo goed mogelijk te borgen. Vooruitlopend op deze ontwikkelingen kan het college alvast aangeven dat zij het niet wenselijk acht dat er grote verschillen in warmtetarieven tussen of in gemeenten ontstaan.

Nee.

Het college is het oneens met de kwalificatie ‘hart van de Transitievisie Warmte’. De TVW gaat over een totale visie op de warmtetransitie inclusief isolatie, beschikbare bronnen, rolneming etc. Restwarmte uit Rotterdam is in de mult-bronnenstrategie slechts een (belangrijk) onderdeel. Het terugtrekken van de gemeenteraad van Rotterdam, als aandeelhouder van WBR, betekent niet dat de aanleg niet doorgaat. Partijen zijn blijvend met elkaar in gesprek om mogelijkheden te bezien om dit project, ondanks het besluit van de gemeente Rotterdam, toch te realiseren. Op dit moment is er een investeringsbesluit genomen voor de aanleg van WLQ tot aan Den Haag. In 2022 wordt er een investeringsbesluit (ja/nee) verwacht over het tracé tot aan Leiden.

Nee.

C1

Is er een garantie dat die bijstook niet met aardgas, of erger nog biomassa plaatsvindt?

D1

De belangrijkste pijler onder deze visie - het betrekken van restwarmte uit de Rotterdamse haven via het transportnetwerk WarmtelinQ+ - is door de Rotterdamse gemeenteraad unaniem onderuitgehaald. Onze vraag is dan ook of deze Transitie Visie nog verder kan lopen zonder dit mankerende been? Moet de hele aanpak niet terug naar de tekentafel? Moet niet opnieuw worden gekeken naar de geschetste scenario’s in bijlage 1 van de TVW? Kan de gemeente de financiële onderbouwing van de verschillende scenario’s geven?

E1

F1

Maakt het besluit van de Gasunie om € 400 miljoen te investeren voor een warmteleiding van Rotterdam naar Den Haag een mogelijke verbinding naar Leiden niet extra gecompliceerd?

De WLQ+ (restwarmte uit het havengebied van Rotterdam) is één van de eerste stappen om de CO2reductie van het warmtenet in de regio Leiden verder te laten stijgen. In Leiden is de huidige CO2-reductie 29% en in Rotterdam is dat 72%. Naast deze stap in duurzaamheid is gebleken dat de levering van warmte uit het Rotterdams havengebied betrouwbaar is en dat er warmte kan worden geleverd binnen de kaders van de Warmtewet met bijbehorende tarieven. Eventuele piekvoorzieningen worden verzorgd door het lokale warmtebedrijf, die dit zal bekijken in relatie tot haar doel om in 2040 fossielvrije warmte te leveren. De gasgestookte Uniper-centrale zou hier wel een transitierol in kunnen spelen. Zie antwoord op vraag 14B1. Het is niet de belangrijkste maar een pijler en er wordt pas in 2022 een investeringsbesluit verwacht voor het tracé tot aan Leiden.

Nee.

Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn, maar is bedoeld om op stadsniveau keuzes te maken. Voor inzicht in de kosten op wijk- en woningniveau is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc. Om kosten zoals de kosten die gemoeid zijn met het verzwaren en uitbreiden van het elektriceitsnet goed in te schatten, zijn er gesprekken met de netbeheerder gevoerd. Het complete rapport is openbaar gemaakt op leiden.nl/energietransitie. Op pagina 21 van het rapport staat de vergelijking van kosten van de verschillende scenario’s. De Gasunie heeft een investeringsbesluit genomen voor de aanleg van een warmteleiding tot aan Den Haag.

Dit is een besluit dat los staat van de eventuele leiding richting de Leidse regio (behalve de keuze voor een diameter die groot genoeg is om eventueel ook richting de Leidse regio af te takken).

Nee.

Het bedrag wat de inspreker noemt is overigens een bijdrage vanuit het Rijk, niet van de Gasunie. Het kabinet maakte op Prinsjesdag bekend €427 miljoen vrij voor te maken voor de ontwikkeling van Warmtelinq, dat wordt uitgevoerd door Gasunie. Het ministerie heeft Gasunie als onafhankelijk beheerder van WarmtelinQ aangewezen. Daarmee draagt de overheid financieel bij aan het project, want Gasunie is een overheidsbedrijf.

Nee.

Nee.

G 1

Op blz. 40 staat de warmteladder. Restwarmte levert een belangrijke bijdrage aan de warmtebehoefte. Welke gevolgen heeft het niet beschikbaar komen voor de warmteladder? Wat betekent de opmerking? Waarom staan groene gassen zo laag op deze ladder?

H1

Over de plannen om het bestaande stadswarmtenet te verduurzamen met restwarmte en op termijn geothermie: Hoe is bij deze afweging ook rekening gehouden met de huidige technologische ontwikkelingen en de mogelijkheid van import van groen gas uit zonovergoten gebieden of plaatsen met een enorm windpotentieel? Op welke wijze moeten deze stappen tegen de achtergrond van de nieuwe omstandigheden worden gelezen?

I1

Over het inzetten van andere, niet gasgestookte, warmte voor de Uniper-centrale: Waarom wordt de Uniper-centrale niet duurzaam gemaakt? Wat betekent deze passage op blz. 61 in het licht van de sterk veranderde omstandigheden?

J1

Over de energiehubs: op welke schaal moeten we die energiehubs zien? Op de schaal van wijken, buurten of kleinere eenheden? En welke partij zou dan de balancering van elektriciteit, warmte, groen gas en eventueel waterstof voor zijn rekening moeten nemen? In principe vallen die energiediensten onder verschillende regimes van wetgeving en regulering en is het vooralsnog volkomen duister welke partij, onder welke voorwaarden zo’n mandaat zou kunnen krijgen en hoe de burgers dan beschermd zijn tegen misbruik van hun eigen gebruikersdata en tegen misbruik van marktmacht door leveranciers.

K1

Waarom zijn deze Energiehubs niet opgenomen in de Transitie Visie Warmte?

Om gemeenten te helpen bij het maken van de keuze met welk soort warmte welke wijk kan worden verwarmd, heeft de provincie de ‘warmteladder’ gemaakt. De warmteladder geeft slechts een voorkeursvolgorde van warmtebronnen aan. Daarin staat restwarmte bovenaan. Als die niet beschikbaar is/komt, betekent dat alleen dat er andere bronnen moeten worden benut, die lager op de ladder staan. Groen gas staat laag op de ladder, omdat op basis van verschillende onderzoeken collectieve warmtesystemen, oftewel warmtenetten, voor een groot deel van de regio de meest geschikte optie lijken. Bovendien zijn ze momenteel niet of nauwelijks (betaalbaar en duurzaam) beschikbaar voor de gebouwde omgeving. Dat wil niet zeggen dat ze helemaal geen onderdeel van de energiemix (kunnen) zijn: zelfs als restwarmte beschikbaar komt, hebben we ook groen gas en warmtepompen nodig om de totale vraag naar warmte te kunnen opvangen Het Fakton-rapport is een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte. Hierin zijn doorrekeningen gemaakt van de verschillende scenario’s van elektrificatie, WLQ+, geothermie en lokale bronnen. Ook is hier rekening gehouden met mogelijke invoeding van waterstof of andere duurzame gassen vanaf 2040. Vanuit de landelijke politiek is in de visie op de ontwikkeling van waterstof aangegeven dat we in de toekomst zowel nationale productie als import nodig zullen hebben.

Daarom wordt er in het beleid zowel ingezet op het opschalen van productie van CO2-vrije waterstof in Nederland als het voorbereiden van import. Als dat in de toekomst leidt tot meer beschikbaar van betaalbare en duurzame gassen, kan dat (sterker) onderdeel worden van lokaal beleid. Uniper is een commerciële organisatie en kiest haar eigen verduurzamingstempo. Zij heeft begin 2021 haar strategie wereldkundig gemaakt: een nagenoeg CO2 neutrale operatie in 2035. Voor wat betreft de productie van zowel elektriciteit als warmte in de stedelijke omgeving – zoals in het geval van de Uniper STEG centrale in Leiden – implementeert Uniper deze strategie ook. Concreet zal dat resulteren in het stapsgewijs toevoegen danwel vervangen van productiemiddelen voor duurzamere alternatieven zoals groen gas en aquathermie. Data die in de Energie Hubs (ook wel warmteoverdracht stations) samenkomt betreft procesdata van het wijknet (temperaturen, drukken, flows) die niet privacygevoelig is (altijd meer dan vijf adressen en niet te herleiden naar individuele aansluitingen). Individuele afnemers zijn of worden voorzien van slimme warmtemeters. Hieraan zijn strenge regels verbonden m.b.t. beveiliging en privacybescherming. De netwerken waarin data uitgewisseld wordt zijn streng beveiligd.

Als voorbeeld voor het aantal verdeelstations per wijk: Vattenfall plaats een station/ WOS per 200 tot maximaal 400 woningen, afhankelijk van de warmteafname per woning in dat gebied (isolatie, afgiftetemperatuur etc.). Balancering van het elektriciteitsnet en gasnet ligt bij de netbeheerder en dat zal zo blijven. Balancering van het warmtenet t.b.v. voldoende energie voor de vraag ligt bij een geïntegreerde warmtenetbeheerder en -leverancier. Eventuele afstemming tussen de elektriciteits- en gasnetbeheerder en de warmtenetbeheerder/-leverancier zal opgestart worden zodra nodig, op dit moment is er weinig tot geen technisch effect van het balanceren van de verschillende infrastructuren op elkaar. Op dit moment wordt er door de Provincie Zuid-Holland middels een PiP (Provinciaal Inpassingsplan) gekeken naar een energie hub waar WLQ+ en geothermie kunnen aanlanden in het Westen van Leiden, wellicht op Oegstgeester grondgebied. Andere hubs worden nog niet onderzocht. De energiehubs worden wel benoemd in de TVW, in het plaatje ‘Transitievisie Warmte in beeld’ (p.19).

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.

Nee.

L1

Welke projectorganisatie heeft de gemeente voor ogen om de geweldige klus van de energietransitie te klaren?

M 1

Wie behartigt de belangen van de burgers in relatie tot de leveranciers van energie en de beheerders van de netwerken? Is dat de gemeente of het ministerie?

N1

Continue in gesprek met de stad??? Wat levert dat echt op?

O 1

Bewonersinitiatieven worden gestimuleerd. Hoe dan?

Het college weet niet zeker wat de inspreker bedoelt met ‘de geweldige klus van de energietransitie'. Als de inspreker doelt op het realiseren van de WLQ+; dat is niet direct een project wat de gemeente uitvoert. Gasunie legt WarmtelinQ aan, een ondergrondse leiding waarmee restwarmte uit de Rotterdamse haven kan worden gebruikt om huizen en bedrijven in Zuid-Holland te verwarmen. Op de site van WarmtelinQ (WarmtelinQ) staat meer informatie. Als de inspreker doelt op het ‘project’ energietransitie; dat is veelomvattend en de rol van de gemeente is verschillend in verschillende fases. De afgelopen jaren hebben vooral in het teken gestaan van beleid maken; met behulp van de Leidse Warmtevisie, de RES, het Handelingsperspectief en deze TVW richting te geven aan de keuzes binnen de transitie en richting te geven aan gemeentelijk handelen. De komende jaren zullen meer gaan over de uitvoering, waarvoor niet alleen bij de gemeente maar ook bij andere partijen (netbheerders, warmteleveranciers) gezocht moet worden naar de meest efficiente inrichting van processen en organisatie om deze uitvoering vorm te geven. De gemeente is daarbij regisseur en het college is het met de inspreker eens dat het zich daar op moet inrichten, zowel bovenlokaal in het kader van geothermie en WLQ+ als lokaal. In welke vorm we dat exact doen, weten we nu nog niet.

De gemeente is samen met andere overheden verantwoordelijk voor het borgen van het publieke belang. Dit publieke belang bestaat bijvoorbeeld uit een betaalbare energietransitie, voor eindgebruiker en maatschappij, een duurzame energietransitie, om zo de stad nu en in toekomst leefbaar te houden, en uit een betrouwbare energievoorziening, zodat iedereen er altijd warm bij kan zitten. In veel gevallen loopt het publieke belang gelijk op met de belangen van bewoners. Soms kan hier ook spanning op zitten. Bijvoorbeeld wanneer bewoners meer zijn voor keuzevrijheid, terwijl de gemeente vanuit publieke overwegingen scherper op keuzes wil voor sorteren. Het voeren van het constante gesprek, over bijvoorbeeld de benodigde randvoorwaarden, is hierin cruciaal. De gemeente betrekt haar bewoners in verschillende hoedanigheden, voor zover deze zich voordoen in de gegeven situatie. Indien een groep bewoners belanghebbende is in de zin van de Awb, dan spant de gemeente zich zeker in om deze groep bewoners vroegtijdig te betrekken en voldoende inspraakmogelijkheden te organiseren. Echter, de belangen van de bewoners als consumenten die via een contractrelatie afnemer zijn van een warmteleverancier hebben geen formele plek in de verhouding tussen de gemeente en haar bewoners.

Deze belangen worden beschermd via consumentenregelgeving en energieregelgeving dat ziet op eerlijke en transparante tarieven en voorwaarden voor afname van warmte. Deze belangen horen in die zin in de afweging van de wetgever en de Autoriteit Consument en Markt en vallen buiten de bevoegdheden van de gemeente. Daarnaast kwalificeren particuliere afnemers niet automatisch als belanghebbenden in de zin van de Awb. Dat maakt dat de gemeente niet altijd in juridische zin voldoende ruimte zal hebben om afnemersbelangen rechtstreeks te betrekken in procedures. Het is de intentie van het gemeentebestuur om voortdurend met de stad in gesprek te blijven over de energietransitie. Met de wijkgesprekken is daar een goede start mee gemaakt en zijn goede contacten in de wijken gelegd. Ook de wijkverenigingen verdienen hierin een belangrijke rol. Binnen de kaders van de Transitievisie is veel ruimte voor lokale invulling per wijk. Het zou vreemd zijn om hier de bewoners niet bij te betrekken. Zo denken we toe te kunnen werken naar die warmteoplossingen die daadwerkelijk het best aansluiten bij de wensen, behoeften en mogelijkheden van de bewoners in kwestie. De gemeente ondersteunt de lokale initiatieven, onder andere door hen te adviseren over mogelijke technische adviesbureaus die zij kunnen inschakelen om technische kennis in te brengen in hun wijk.

We lezen mee met uitvragen en offertes, en brengen in wat de (on)wenselijkheden van een bepaalde oplossing zijn gegeven de kaders van de gemeente. De gemeente faciliteert initiatieven bij het aanvragen van (provinciale) subsidies en ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de Participatiecoalitie. Wij zijn bovendien voornemens om lokale kennisdeling meer te stimuleren

Nee.

Nee.

Nee.

P1 Q 1

R1

S1

Afsluiten van gas (8 jaar na aankondiging door de gemeente). Over welk gas hebben we het dan? Hoe en door wie worden de energieleveranciers en infrabeheerders aangestuurd?

Over de zaken die de gemeente van het RIjk vraagt: Wat is de stand van zaken bij het op orde brengen van de noodzakelijke randvoorwaarden? Wanneer wordt wetgevend kader voor duurzame warmtevoorziening (de Wet Collectieve Warmtevoorziening) verwacht? Wil de gemeente de bevoegdheid krijgen om bewoners van het gas af te sluiten? Zo ja, hoe verhoudt zich dat tot de keuzevrijheid van bewoners? De vraag is op welke manier leert de gemeente van de ervaringen die bij pilots elders zijn en worden opgedaan? Kan deze passage worden verduidelijkt?

T1

De ervaringen die zijn opgedaan met pilots om (delen van) wijken aardgasvrij te maken zijn verre van positief. NRC heeft daarover een reeks artikelen gepubliceerd. Heeft de gemeente daarvan kennisgenomen?

U1

Het is ongewenst om een wijkuitvoeringsplan c.q. wijkplan vast te stellen met een DEFINITIEVE warmteoplossing (energieoplossing). En dat dan voor een periode van 8 jaar. Dat doet geen recht aan de dynamiek van innovaties, veranderende kosten, veranderende wensen van bewoners, verhuizingen. Uiteraard moeten wijzigingen op een beheersbare en transparante wijze worden doorgevoerd.

In de TVW staat al benoemd dat dit aardgas is. Overigens komt die 8 jaar uit de concept Wet Collectieve Warmtevoorziening. Mocht er andere regelgeving gaan gelden, dan houden wij ons daar aan. De productie en levering van energie (elektriciteit, gas, warmte) is in Nederland in commerciële handen. Ditzelfde geldt voor het transport van warmte. Het transport van elektriciteit en gas is semi-publiek georganiseerd (voor Leiden bijvoorbeeld bij Alliander). De gehele sector is onderhevig aan regulering door de landelijke overheid. Zo is het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) verantwoordelijk voor het vormgeven van de wetgeving rondom warmtelevering (Warmtewet). De ACM is de toezichthouder voor de uitvoering en naleving van de wetgeving. En de energieleveranciers en infrabeheerders staan dan ook onder toezicht van de ACM. Het is op dit moment onbekend wanneer het nieuwe wetsvoorstel Wet Collectieve warmtevoorziening wordt gepubliceerd, laat staan wanneer deze in werking treedt. Het voorstel is controversieel verklaard en zal door het nieuwe kabinet opnieuw worden besproken met betrokken partijen, waaronder gemeenten. De gemeente is afhankelijk van de wetgever voor het instrumentarium, waaronder de bevoegdheid om eenzijdig de gasvoorziening voor bepaalde wijken af te sluiten. De gemeente vindt keuzevrijheid van bewoners erg belangrijk.

Tegelijk is de bevoegdheid om eenzijdig te kunnen kiezen voor één energievoorziening per wijk in sommige gevallen noodzakelijk om een uitvoerbaar en betaalbaar plan te maken.

Nee.

De gemeente heeft kennisgenomen van de berichten over het Programma Aardgasvrije Wijken. Hoewel moet worden aangemerkt dat het gaat om een leerprogramma waarbij niet alleen aantallen aardgasvrij(ready) gebouwen een resultaat zijn, maar ook geleerde lessen, is het inderdaad belangrijk om niet dezelfde fouten te maken. De gemeente is zich bijvoorbeeld sterk bewust van het feit dat de business case in veel gevallen (vele malen) ongunstiger is uitgevallen dan vooraf gedacht. De geleerde lessen in Purmerend zijn bovendien nadrukkelijk meegenomen in een afwegingskader over het combineren van infrastructurele projecten (rioolvervanging en aanleg warmtenet). Bovendien is de gemeente Leiden aangesloten bij de community van het Programma Aardgasvrije Wijken en neemt deel aan het congres wat zij organiseert. Het PAW is echter niet de enige manier om aangesloten te blijven bij de laatste ontwikkelingen/lessen, zo zijn wij ook aangesloten bij Wijkkompas. Ja, de gemeente heeft kennisgenomen van de berichten over het Programma Aardgasvrije Wijken. Hoewel moet worden aangemerkt dat het gaat om een leerprogramma waarbij niet alleen aantallen aardgasvrij(ready) gebouwen een resultaat zijn, maar ook geleerde lessen, is het inderdaad belangrijk om niet dezelfde fouten te maken.

De gemeente is zich bijvoorbeeld sterk bewust van het feit dat de business case in veel gevallen (vele malen) ongunstiger is uitgevallen dan vooraf gedacht. De geleerde lessen in Purmerend zijn bovendien nadrukkelijk meegenomen in een afwegingskader over het combineren van infrastructurele projecten (rioolvervanging en aanleg warmtenet). Bovendien is de gemeente Leiden aangesloten bij de community van het Programma Aardgasvrije Wijken en neemt deel aan het congres wat zij organiseert. Het PAW is echter niet de enige manier om aangesloten te blijven bij de laatste ontwikkelingen/lessen, zo zijn wij ook aangesloten bij Wijkkompas. De inspreker maakt een goed punt over de term 'definitief’. Hoewel de gemeente zich nog moet beraden over de inhoudelijke invulling van de wijkuitvoeringsplannen, zou het passend bij de dynamiek van de transitie zijn om dit een ‘levend document’ te laten zijn. Uiteindelijk zal de gemeenteraad zich daar waarschijnlijk over uit moeten spreken. Voor nu wordt de term ‘definitief’ in ieder geval weggelaten.

Nee.

Nee.

Nee.

Nee.

Ja. De term ‘definitief’ is naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties uit de tekst van de Transitievisie Warmte gelaten.

V1

Kan de gemeente garanderen, dat geen investeringen in het warmtenet zullen worden gedaan voordat de besluitvorming in de gemeenteraad en het overleg met de wijken over de wijkuitvoeringsplannen is afgerond?

W 1

Er wordt verder ingezoomd op de aanpak in een wijk (blz. 29 van de TVW). Hoe wordt de financiële draagkracht in een wijk gemeten? Worden daarbij ook de enorme investeringen meegewogen die nodig zijn de woning voldoende warm te kunnen houden bij middentemperaturen van een warmtenet of bij lage temperaturen via aquathermie?

X1

Wordt in de uitvoeringsplannen ook gebruik gemaakt van het prototype waterstofketel van Remeha?

Y1

Er bestaat een volstrekt incompleet beeld van de kosten van verschillende mogelijke oplossingen en de opbouw van deze kosten. De te verwachten toekomstige verbruikskosten en benodigde investeringen in woningen, gebouwen en een netwerkinfrastructuur ontbreken. Er wordt geen enkel inzicht gegeven in hoe deze zullen worden vastgesteld.

Er zijn reeds meerdere besluiten in de Leidse gemeenteraad genomen die richting geven aan de energietransitie (Leidse Warmtevisie, RES 1.0, handelingsperspectief, etc.). Op basis van deze besluiten, waarbij de TVW een nieuw kader biedt, toetst het college of zij ontwikkelingen aanjaagt/ondersteunt/verwelkomt/etc. Wanneer het gaat over de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten, werkt het college deze eerst uit in Wijkuitvoeringsplannen. Het staat derden overigens altijd vrij om investeringen te doen. Wij baseren ons op statistische gegevens van onze onderzoeksafdeling die zijn verzameld op https://gemeente.leiden.nl/bestuur/publicaties/leiden-in-cijfers/. Uiteraard wordt in de Wijkuitvoeringsplannen per wijk bekeken wat de meest betaalbare oplossing is. Daarnaast willen we benadrukken dat met de inzet op middentemperatuur wij denken dat het juist mogelijk is om de energietransitie betaalbaar te houden. Het betekent dat (een groot deel van de) woningen geschikt moeten zijn om verwarmd te worden met een aanvoertemperatuur van 65 tot 70 graden. Onze verwachting is dat dit met het toepassen van basisisolatie in (veruit) de meeste gevallen haalbaar. Of dat daadwerkelijk zo is, moet blijken in projecten op buurt- en wijkniveau.

Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc. Hierbij merkt de inspreker terecht op dat, door verschillen in woningtype en bouwjaar, één warmteoplossing met een bepaald temperatuurniveau waarschijnlijk niet passend is voor elke woning in een wijk/buurt. Dan moet worden gekeken hoe en welke temperatuurniveaus haalbaar en betaalbaar zijn, in Wijkuitvoeringsplannen. Er wordt ruimte gelaten voor innovatieve oplossingen, zoals deze waterstofketel. We leggen op het visieniveau van de TVW niks vast over de toepassing van dit soort producten.

In Wijkuitvoeringsplannen zullen we wel uitspraken doen welke toepassingen passend zijn voor de wijk; dan zullen we bezien of turbineketels onderdeel worden van de warmteoplossing. Bewoners hebben bovendien altijd keuzevrijheid om af te wijken van de keuze die we maken in een WUP. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur..Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Dit gaat de gemeente de komende jaren doen in Wijkuitvoeringsplannen.

Nee.

Nee.

Nee.

Nee.

Z1

A2

15 A

B

C

D

E

Bijlage – WarmtelinQ kan Leiden in de winter niet verwarmen

Bijlage – Transitievisie Warmte onder de loep

Samenvatting inspraakreactie Inspreker 15 We zien dat de gemeente onze inbreng heeft benut en het belang van de drinkwatervoorziening in de TVW onder de aandacht brengt. We waarderen dat zeer en zien in deze visie een goede basis om de samenwerking tussen Dunea en de gemeente Leiden verder te versterken. Op pagina 21 zou u bij de paragraaf ‘Inpassing van het nieuwe warmtesysteem op stadsniveau’ kunnen benoemen dat het inpassen van het warmtesysteem gepaard gaat met een forse (ondergrondse) ruimtelijke uitdaging. Daarnaast is dit ook een mooie gelegenheid om opwarming van leidingwater, ten gevolge van opwarming van de bodem door warmteleidingen als aandachtspunt te benoemen. Op pagina 31 wordt specifiek benoemd dat koppelkansen kunnen lonen. Goed dat dit benoemd is. Het laten aansluiten van planningen is heel belangrijk, maar de grootste opgave zit hem in de fysieke inpassing. Gezamenlijk plannen is belangrijk, gezamenlijk ontwerpen nog belangrijker om de opgave realiseerbaar te houden. Op pagina 33 wordt Dunea specifiek genoemd. Bij randvoorwaarden horen in onze beleving ook ‘gezamenlijk ontwerpen’ en ‘beperken van toename bodem-/leidingwatertemperatuur’ Op pagina 55 zou de bullit-opsomming completer zijn wanneer ook inpasbaarheid wordt toegevoegd aan het lijstje

Wij volgen de conclusies niet en hebben begrepen dat opsteller inmiddels na gesprek met onder andere de Gasunie en de Provincie werkt aan een volgende versie van de memo. In de basis houdt het stuk geen/anders rekening met het onderscheid tussen basislast (restwarmte) en pieklast (aparte voorziening warmtebedrijf), piekshaving (collectief net heeft minder piek-capaciteit nodig dan een individuele CV-aansluiting), leveringsplicht warmtebedrijf (mensen zullen dus nooit in de kou staan) en de te realiseren CO2-reductie doordat gasuitstoot vervangen wordt door restwarmte. Bij een volgende versie van deze bijlage met de juiste aannames, is het college bereid de memo beter te becommentariëren. Wij volgen de conclusies niet en hebben begrepen dat opsteller inmiddels na gesprek met onder andere de Gasunie en de Provincie werkt aan een volgende versie van de memo.

Nee.

Nee.

In de basis houdt het stuk geen/anders rekening met het onderscheid tussen basislast (restwarmte) en pieklast (aparte voorziening warmtebedrijf), piekshaving (collectief net heeft minder piek-capaciteit nodig dan een individuele CV-aansluiting), leveringsplicht warmtebedrijf (mensen zullen dus nooit in de kou staan) en de te realiseren CO2-reductie doordat gasuitstoot vervangen wordt door restwarmte. Bij een volgende versie van deze bijlage met de juiste aannames, is het college bereid de memo beter te becommentariëren. Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Het college dankt de inspreker voor de getoonde waardering.

Nee.

Het college herkent de uitdaging van ondergronds ruimtegebruik en legt hier meer nadruk op. Het aandachtspunt ten aanzien van (onwenselijk) opwarmen van leidingwater is reeds genoemd.

Ja. De uitdaging van ondergronds ruimtegebruik is toegevoegd aan pagina 21. De opwarming van drinkwater is reeds benoemd in bijlage II.

Het college herkent de oproep dat niet alleen gezamenlijk plannen, maar (vooral) ook gezamenlijk ontwerpen van grote toegevoegde waarde kan zijn. mede daarom Convenant noemen

Ja, ‘gezamenlijk ontwerpen’ is toegevoegd aan pagina 31 ‘plannen en ontwerpen’.

Het college herkent deze randvoorwaarden ook.

Ja, de randvoorwaarden zijn toegevoegd aan pagina 33 bij ‘Belang’.

Hoewel het college de uitdaging van ‘inpasbaarheid’ herkent, is genoemde opsomming een weergave van de meest besproken onderwerpen met bewoners en ondernemers, en niet zozeer met professionele partners. Onder hen is dit een minder prangend onderwerp gebleken en daarom is het onderdeel van de opsomming.

Nee.

F

G

H

16 A

B

17 A

Op pagina 56 zou in het speelveld ook specifiek het drinkwaterbedrijf geprojecteerd mogen worden, bijvoorbeeld in het blokje ‘netbeheerder & hoogheemraadschap’. Deze alinea (over bodemenergie en aardwarmte op p.64) is echter onvolledig en het raakvlak tussen geothermie als potentiële warmtebron en het zoekgebied voor drinkwater ontbreekt hierin. Dunea staat op dit moment voor een grote opgave om voldoende drinkwater nu en in de toekomst te kunnen leveren voor de inwoners van deze regio. Naast de borging van de bescherming van de huidige beschermingsgebieden voor drinkwater is borging van het zoekgebied voor drinkwater ook van essentieel belang. Wij vragen u het belang van het zoekgebied voor drinkwater, voor het waarborgen van de toekomstige drinkwatervoorziening in deze regio, ook te benoemen in de TVW bij de alinea op p.64 over milieu en bodem. Samenvatting inspraakreactie Inspreker 16 Als wijkambassadeur heb ik mee mogen denken over de richting, en ik heb vooral respect voor het vele werk dat door het beleidsteam ECWD/Energietransitie is en wordt verzet! O.a. de talkshows en wijkgesprekken hebben geholpen om relatief veel inwoners bij de energietransitie te betrekken.

Meer concreet pleit ik voor een krachtig bestuursorgaan (Taskforce? Dienst? RES-Regionaal samenwerkingsverband?) met voldoende menskracht en voldoende budget, dat de moed en de bevoegdheid heeft om ons als burgers/inwoners te confronteren met slecht én goed nieuws. Samenvatting inspraakreactie Inspreker 17 De enorm hoge directe en indirecte kosten voor nieuwe apparatuur en de aanpassingen aan de woning (tot wel € 100.000) komen voor rekening van de bewoners. De plannen van de gemeente geven geen inzicht in deze kosten. Bovendien wordt niet duidelijk gemaakt dat met een warmtenet in koudere periodes de bewoner zelf voor aanvullende verwarming moet zorgen om niet in de kou te zitten.

Hoewel het college de oproep snapt, is ook de netbeheerder van gas en elektra (Liander) bijvoorbeeld niet expliciet genoemd en dekt de term ‘netbeheerder & hoogheemraadschap’ de lading voldoende.

Nee.

Het college is het met de inspreker eens dat het belangrijk is om het raakvlak tussen geothermie en drinkwater goed te omschrijven. De koppeling hiertussen en het belang van Dunea ten aanzien van voldoende drinkwater wordt daarom benadrukt.

Ja, de koppeling (tussen geothermie en drinkwater) is toegevoegd en het belang van Dunea (extra) benadrukt.

Het college is het met de inspreker eens dat het belang van (het zoekgebied voor) drinkwater benoemd dient te worden in deze alinea.

Ja, het belang van Dunea ten aanzien van (zoekgebieden voor) drinkwater is (extra) benadrukt.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Het college dankt de inspreker voor de getoonde waardering.

Nee.

Het college neemt deze tip mee richting de verdere inrichting van een slagvaardige uitvoeringsorganisatie. Daarbij merkt het college wel op dat het vanzelfsprekend gebonden is aan bepaalde financiële mogelijkheden.

Nee.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Het is niet juist dat de bewoner zelf voor aanvullende verwarming moet zorgen. Daar is het lokale warmtebedrijf voor verantwoordelijk. De exacte kosten van aansluiting op het warmtenet en levering van warmte kunnen nooit boven de door de ACM vastgestelde maximale tarieven uitkomen. Het bedrag tot €100.000 per woning herkennen wij niet.

Nee.

B

Een integrale visie op de energietransitie ontbreekt. Zo wordt er niet of nauwelijks aandacht besteed aan tapwater, koeling en de noodzakelijke uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk

De Transitievisie Warmte legt de focus in eerste instantie op warmte. De opdracht vanuit het Rijk is nadrukkelijk om een beeld te geven op de omschakeling van aardgas naar een alternatieve warmteoplossing. Desalniettemin is het college het met de inspreker eens dat genoemde onderwerpen een (belangrijke) relatie hebben met de warmtetransitie. Tapwater en het elektriciteitsnetwerk zijn wel degelijk onderdeel van de TVW, koeling is dat inderdaad in beperkte mate. Tapwater is impliciet een belangrijk onderdeel van de Transitievisie, omdat het college kiest voor een focus op middentemperatuur. In onze definitie daarvan (zie kader op pagina 18 van de nieuwe versie TVW) is een belangrijk onderdeel dat tapwater direct kan worden bereid met een middentemperatuur oplossing, zonder extra opwekeenheid in de woning(en). Het is daarmee mede een manier om de energietransitie betaalbaar te houden voor (een groot deel van de) woningeigenaren. Ook de noodzakelijke uitbreiding(en) en verzwaring(en) zijn wel degelijk onderdeel van de TVW; de kosten die hiermee gemoeid zijn, is een van de redenen waarom het all-electric scenario in de Fakton-studie ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ geen reëele optie lijkt. De gemeente denkt dat de verzwaring en uitbreiding van het elektranet onvermijdelijk is en heeft hier ook nauwe afstemming over met de netbeheerder, Liander.

Zij is verantwoordelijk voor de staat van het net en het uitbreiden/verzwaren. De gemeente faciliteert dit door ruimte te vinden voor nieuwe kabel(tracé)s en (onder)stations. Zowel de energietransitie, de grote woningbouwopgave, economische groei als de verduurzaming van mobiliteit zorgen ervoor dat verzwaringen en uitbreidingen onvermijdelijk zijn. Door de voorkeur te geven aan collectieve oplossingen en zonwering/extra groen te stimuleren in plaats van airco's, probeert de gemeente de opgave van verzwaren en uitbreiden zoveel mogelijk te beperken. Maar in de scenario's van Liander ontstaan knelpunten in de Leidse regio, binnen een aantal jaar. Het college is het met de inspreker eens dat koeling een onderdeel van de energievoorziening is die (waarschijnlijk) steeds belangrijker wordt. Sommige oplossingen voorzien daar wel op een duurzame manier in, andere niet of minder. Daarbij moet wel worden aangetekend dat afgiftesytemen zoals bestaande, oude radiatoren, niet of nauwelijks geschikt zijn om te koelen. De mogelijkheid om te koelen zou onderdeel kunnen zijn van bepaalde voorwaarden voor kavels of een factor zijn om warmteoplossingen aan te wegen. Of en hoe het college daar op in wil zetten, kunnen we nu geen toezeggingen over doen.

Nee.

C

Daarnaast ontbreken plannen voor de opslag van energie als cruciale schakel in de energietransitie

D

Berekeningen om de reductie van CO2 te bepalen zijn echter niet zichtbaar. Daarnaast wordt er enerzijds gesproken over een CO2-reductie van 40% in 2050 en anderzijds over een CO2 neutraal gebouwde omgeving in dat jaar.

E

Het is zeer de vraag welke maatregelen nodig zijn om ‘minimaal MT, vergelijkbaar met ongeveer energielabel B’ te bereiken

Energie kunnen zowel warmte als elektrictieit zijn. De mogelijkheden tot warmteopslag staan inderdaad niet omschreven in de visie. Binnen het beoogde warmtesysteem zijn behalve de bronnen, ook de opslag(mogelijkheden) van belang om (warmte)overschot- en tekort goed te balanceren. Hoewel het kansen biedt, is de verdere verkenning van mogelijkheden tot warmteopslag in alle scenario's no-regret en verandert het daarom ook niet onze visie op de beste combinatie van warmtebronnen in het eindbeeld 2050. De Transitievisie Warmte legt de focus in eerste instantie op warmte. De opdracht vanuit het Rijk is nadrukkelijk om een beeld te geven op de omschakeling van aardgas naar een alternatieve warmteoplossing. Desalniettemin is het college het met de inspreker eens dat (het ontwikkelen van de mogelijkheden tot) opslag van elektriciteit in elk scenario een verstandige zet is die kan helpen om het elektriciteitsnetwerk te gaan ontlasten. De gemeente werkt mede daarom nauw samen met Liander om aan een toekomstbestendig net te werken. Een oplossing die hierbij in beeld is, is een buurtbatterij. Een buurtbatterij is een huisje van pakweg 2,5 bij 3 meter. In dit huisje, qua uiterlijk te vergelijken met een container, zijn een aantal lithium-ion accu’s geplaatst. Deze hebben hun eigen regelapparatuur, waarmee het laden en ontladen wordt gemanaged.

De energie die niet direct in de wijk zelf wordt verbruikt of het net opgaat, kan hier worden opgeslagen. Er zijn nog niet veel ervaringen met de toepassing van buurtbatterijen, mede omdat er in veel gevallen nog een flink prijskaartje aan hangt. Wanneer er in wijken animo is om met een dergelijk project aan de slag te gaan en het is passend in de lokale situatie, juichen wij dat van harte toe. Vanuit daar gaan we het onderzoek opstarten samen met bijvoorbeeld netbeheerder Liander. Die berekeningen staan in het openbare Fakton rapport ‘toekomstig energiesysteem in Leiden’ en in bijlage I van de TVW. Het verschil tussen 40% CO2-reductie in 2050 en de CO2-neutrale gebouwde omgeving is een verschil tussen een prognose op basis van een scenariostudie van Overmorgen (Routekaart klimaatneutraal Leiden 2050, tevens openbaar beschikbaar) en een vastgesteld doel (in 2020) wat de Leidse gemeenteraad zichzelf heeft gesteld om in 2050 een aardgasvrije en klimaatneutrale stad te zijn. Uit de Routekaart: In 2050 moet Leiden nog verder zijn, dan wil zij klimaatneutraal zijn. Dit betekent dat de gehele gebouwde omgeving van het aardgas af moet en op een hernieuwbaar gevoed warmtenet of aan de warmtepomp (mogelijk komen hier in de toekomst nog andere hernieuwbare alternatieven bij).

Omdat de elektriciteitsvraag niet binnen de eigen gemeente kan worden opgelost blijft de CO2 reductie steken op ca. 40%. Met groene elektriciteit uit de omgeving kan dit tot 100% CO2 reductie oplopen. De inspreker merkt terecht op dat de passages over isolatie eenduidiger kunnen. De doelstelling is dat woningeigenaren voor basisisolatie van hun woning zorgen. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Wat dat precies betekent per wijk en per woning(type) werken we verder uit in een Isolatiestrategie en, later, in Wijkuitvoeringsplannen.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties voegen we de overweging in de TVW toe dat, behalve de bronnen, ook de opslag(mogelijkheden) van belang om (warmte)overschot- en tekort goed te balanceren. Hetzelfde geldt voor elektriciteit.

Nee.

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat.

F

De gemeente houdt zonder harde feitelijke onderbouwing vast aan één dominante oplossing als alternatief voor aardgas. Dat is een warmtenet dat gevoed wordt door de aanvoer van restwarmte uit Rotterdam, aangevuld met geothermie en aquathermie. Alleen voor de binnenstad is waterstof voorzien.

G

Berekeningen tonen aan dat bewoners hun cv-ketel met een gemiddelde capaciteit van 25 kW moeten inwisselen voor een toegekend vermogen uit het warmtenet van bijna 2kW. Een maximaal geïsoleerd huis - die zijn in de Merenwijk sporadisch - heeft minimaal 7 kW nodig voor een behaaglijk klimaat.

H

Bovendien vormen investeringen in warmtenetten een blokkade voor innovaties de komende 30/40 jaar.

Het college is het oneens met de stelling dat er zonder onderbouwing wordt vastgehouden aan één dominante oplossing. Ten eerste is restwarmte uit Rotterdam één van de bronnen in het multibronnenscenario, die (onder andere) belangrijk is om tempo te maken in de transitie, door het huidige stadswarmtenet te verduurzamen. Ten tweede biedt de Fakton-studie ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ voldoende onderbouwing om in te zetten op (de komst van) deze bron. Ook is er in de studie rekening gehouden met mogelijke invoeding van waterstof of andere duurzame gassen vanaf 2040. In de binnenstad, omdat de verwachting is dat deze woningen lastig gereed kunnen worden gemaakt voor lagere aanvoertemperaturen, bijvoorbeeld met een middentemperatuur warmtenet. Ook is de beperkte ruimte in de binnenstad een beperking voor veel andere oplossingen dan duurzaam gas. Een gemiddelde CV ketel is uitgelegd op de mogelijke piekbehoefte van 1 huis. Bij een warmtenet wordt gebruik gemaakt van piekshaving van alle aangesloten huizen (niet alle gebouwen hebben op hetzelfde moment een piekbehoefte), waardoor de gezamenlijke piekbehoefte lager zal zijn dan de som van alle aangesloten individuele huizen. M.a.w. de (piek)capaciteit per woning is lager bij een warmtenetaansluiting dan bij een individuele CV-aansluiting.

WarmtelinQ transporteert hiervan alleen de basisbehoefte (basislast) en niet de piekbehoefte. Piekbehoefte wordt verzorgd door het lokale warmtebedrijf. Hoe de (piek)capaciteit per woning wordt berekend en/of het om een warmtenet gaat, bepaalt uiteindelijk ook de totale warmtevraag c.q. het aantal woningen dat kan worden aangesloten. Dit is een beproefde werkwijze die op veel plekken in Nederland op een zeer betrouwbare manier in de verwarming van huizen en bedrijven voorziet. Dit is zowel voor het bestaande stadswarmtenet als voor toekomstig aan te leggen warmtenetten (zoals WLQ+) niet waar. Innoveren is voor de huidige leverancier van stadswarmte in Leiden (Vattenfall) essentieel om de doelen van een fossielvrije warmtelevering in 2040 te bereiken. Zo heeft Vattenfall in Leiden op dit moment meerdere innovatietrajecten lopen waaronder; - voeden vanuit de retour (de temperaturen in het warmtenet maximaal benutten), - onderzoek met Energiek Poelgeest voor het gebruik van oppervlakte- en afvalwater (zie https://energiekpoelgeest.nl/2021jul-loi/) en temperatuurverlaging bij grootzakelijke klanten door bijvoorbeeld samen met die klanten naar optimalisaties te zoeken.

Doordat Vattenfall voor delen van de regio Leiden zekerheid heeft over de warmteketen is het voor Vattenfall juist mogelijk om innovatiebudgetten vrij te maken voor die regio en te onderzoeken hoe de warmtelevering verder verbeterd kan worden op de drie belangrijkste thema’s: betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid. Verder kan Vattenfall alle opgedane kennis in de andere warmteregio’s inzetten in de regio Leiden. Voor toekomstig aan te leggen warmtenetten is het ook niet waar, omdat een warmtenet slechts infrastructuur is. De bron kan worden verduurzaamd en de aanvoertemperatuur kan worden verlaagd. Bovendien kunnen lokale, kleinschalige neten op basis van lokale bronnen bestaan náást een groot collectief warmtenet (of daar op termijn op invoeden). Op die manier is er volgens de gemeente nog voldoende ruimte om te innoveren, ook als warmtenetten een belangrijk onderdeel van de oplossing zijn.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.

Nee.

Nee.

I

De gemeente stelt evenwel dat die ervaringen zijn meegenomen. Zij zouden zich baseren op de kennis die is opgedaan in de proeftuinen die vallen onder het Programma Aardgasvrij Wijken. Wij hebben daarvan evenwel niets in de plannen kunnen terugvinden.

J

Het is ongehoord dat de gemeente het recht wil krijgen om bewoners van het aardgas af te sluiten. Het toepassen daarvan zou het draagvlak onder de energietransitie in één klap kunnen wegslaan. De gemeente wil nu al beginnen met de aanleg van de benodigde infrastructuur die zorgt voor het transport van warmte door de gehele stad. Dat zou tegen alle democratische regels zijn en zal het beperkte draagvlak verder verzwakken. Er wordt geen rekening gehouden met groenvoorzieningen. Zo komen er als gevolg van warmtenetten geen bomen meer in straten die smaller zijn dan 20 meter.

K

L

M

We willen in de Merenwijk een stapsgewijze reductie van broeikasgassen waarbij de huidige infrastructuur (aard)gas niet wordt afgesloten voordat onomstotelijk is vastgesteld dat waterstof of biogas niet tot een serieus alternatief kan worden gerekend.

De gemeente heeft kennisgenomen van de resultaten van het Programma Aardgasvrije Wijken. Hoewel moet worden aangemerkt dat het gaat om een leerprogramma waarbij niet alleen aantallen aardgasvrij(ready) gebouwen een resultaat zijn, maar ook geleerde lessen, is het inderdaad belangrijk om niet dezelfde fouten te maken. De gemeente is zich bijvoorbeeld sterk bewust van het feit dat de business case in veel gevallen (vele malen) ongunstiger is uitgevallen dan vooraf gedacht. De geleerde lessen in Purmerend zijn bovendien nadrukkelijk meegenomen in een afwegingskader over het combineren van infrastructurele projecten (rioolvervanging en aanleg warmtenet). Bovendien is de gemeente Leiden aangesloten bij de community van het Programma Aardgasvrije Wijken en neemt deel aan het congres wat zij organiseert. Het PAW is echter niet de enige manier om aangesloten te blijven bij de laatste ontwikkelingen/lessen, zo zijn wij ook aangesloten bij Wijkkompas. Dat de gemeente het recht wil krijgen om bewoners van het aardgas af te sluiten, komt voort uit afspraken uit het Klimaatakkoord. Daarin wordt bevestigd dat we voor 2050 alle huizen aardgasvrij maken. Op dit moment zoeken we samen met andere overheden naar de juiste wijze om dit in te richten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11065727/1