22.0007 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden
Tekst van het document
Partijen zijn blijvend met elkaar in gesprek om mogelijkheden te bezien om dit project, ondanks het besluit van de gemeente Rotterdam, toch te realiseren. Op dit moment is er een investeringsbesluit genomen voor de aanleg van WLQ tot aan Den Haag. In 2022 wordt er een investeringsbesluit (ja/nee) verwacht over het tracé tot aan Leiden. Die kans is niet minimaal. Navraag bij Gasunie leert dat het verwachte warmteverlies op het transport een klein deel is van het warmteverlies op de distributie. Bij volledig gebruik van de transportleiding bedraagt het warmteverlies 3,54 % op jaarbasis. Uw aanname is dus onjuist. Het Fakton-rapport is een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte. Hierin zijn doorrekeningen gemaakt van de verschillende scenario’s van elektrificatie, WLQ+, geothermie en lokale bronnen zoals aquathermie. Aquathermie is voor een deel van de woningen een goede oplossing, maar het is in de basis een lage temperatuur oplossing die enkel voor woningen die betaalbaar tot een bepaalde mate geïsoleerd kunnen worden, haalbaar is. Daar waar het kansrijk is, gaan wij het ook onderzoeken. De kaart op pagina 19 geeft een indruk waar wij deze potentie zien. Heineken heeft meerdere malen aangegeven dat zij hun eigen restwarmte willen en kunnen gebruiken in de processen.
Mocht er warmte over blijven in de toekomst, dan zal deze waarschijnlijk lokaal (in Zoeterwoude) worden ingezet.
Nee.
Nee.
Nee.
Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast.
Nee.
Ja, maar dit is een beperkt aantal bedrijven, gevestigd buiten Leiden. De gemeenten die dit betreft (zoals Teylingen en Zoeterwoude) gaan met deze bedrijven in gesprek. Reactie gemeente
Nee.
De gemeente is het met de inspreker is dat het lang heeft geduurd om een volledige terugkoppeling te geven van de wijkgesprekken. De gesprekken hebben heel veel vragen opgeleverd, die veel tijd hebben gekost om goed te beantwoorden. Het resultaat is hier te zien, waar gelukkig veel waardering voor is gekomen vanuit de stad: Vraag en antwoord energietransitie | GaGoed Leiden.
Nee.
Gevolgen voor besluit
B
Het is heel duidelijk dat de gemeente in de Merenwijk oplossingen zoekt vanuit het perspectief van de infrastructuur. Wat zijn de financiële én technische afschrijftermijnen van het elektriciteitsnet, het gasnet en het warmtenet in de Merenwijk?
De gasassets in de Merenwijk zijn financieel afgeschreven maar sommige buurten zijn nog lang niet technisch afgeschreven d.w.z. financieel gezien is het maatschappelijk verantwoord om eerst de gasnetten in de financieel afgeschreven buurten weg te halen, deze netten zijn economisch dus al afgeboekt. Technisch gezien kunnen sommige buurten nog langer de bestaande gasnetten in stand houden zonder dat er veiligheid of levering issues er gaan spelen. Dit is per buurt afhankelijk en heeft met de materialen en eventuele lokale omstandigheden zoals bodemsoort, verzakking, verkeer e.d. te maken. De brosse materialen zijn geen leidingen die nog lange technische duur hebben, kunststof wel. In de Merenwijk zijn een paar stukjes brosse materialen (ca. 280 m bij elkaar) die vóór 2030 vervangen worden. Naast de korte stukjes GIJ liggen hier andere materialen die we niet actief vervangen mar het zijn niet uitsluitend kunststof leidingen. Wel kan het dus zijn dat Liander n.a.v. werkzaamheden derden of bij de verslechtering van de conditie of verdere verzakking sommige netdelen zou moeten vervangen. Momenteel is er echter geen sprake van geplande saneringen.
Nee.
De financiële afschrijvingstermijn voor het elektriciteitsnet is (net als bij gas) 40 jaar. Een groot deel van de assets in de Merenwijk is ouder dan 40 jaar en daarmee financieel afgeschreven. De technische afschrijving is een heel ander verhaal. Er zijn weinig storingen in de Merenwijk en de conditie is goed. Delen van het warmtenet van Vattenfall in de Merenwijk zijn in 1992 in bedrijf genomen. En ten tijde van de aanleg was nog niet geheel duidelijk wat de technische levensduur van het warmtenet zou zijn. Hiervoor voeren warmteleveranciers (zoals Vattenfall in dit geval) voortdurend onderzoek uit bij reparaties van bepaalde delen van de leidingen en theoretisch statistisch onderzoek bijvoorbeeld naar aanleiding van materiaal analyse in alle delen van het warmtenet. De verwachting is dat de minimale technische levensduur van een warmtesysteem, uitzondering daargelaten, 50 jaar is waarbij er wel tussentijds vervangingsinvesteringen plaats zullen vinden voor onderdelen van het warmtenet. De financiële afschrijving is niet voor een hele wijk te benoemen, dit hangt niet alleen af van de technische staat van de leiding maar ook bijvoorbeeld contractduur met klanten.
C
Is de gemeente Leiden zich ervan bewust dat zij de regie aan de netbeheerder laat?
D
Zou het voorsorteren op warmtenetten door de netbeheerder te maken kunnen hebben met het feit dat de energiebelasting die over stadswarmte geheven wordt niet naar de overheid gaat, maar in de zakken van de energieleveranciers verdwijnt?
E
Heeft het Energie Charter Treaty nog invloed op de keuzes die gemaakt worden?
De gemeente voert regie. De keuzes voor nieuwe energie-infrastructuren in wijken worden door de gemeentelijke overheid genomen. Dit wordt vastgelegd in wijkuitvoeringsplannen. Stakeholders en betrokkenen worden bij de totstandkoming van dit plan betrokken. De onderhouds- en vervangingsplanning van bestaande en nieuwe infrastructuur is daarbij belangrijk om het invloed van de betaalbaarheid van de transitie, maar het is niet leidend. De regie ligt daarom ook niet bij de netbeheerder(s). De energiebelasting over stadswarmte wordt door de bedrijven voor 100% aan de overheid doorbetaald. Bovendien is het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte en dat is opgesteld door een onafhankelijk bureau, niet (in opdracht van) een netbeheerder. Hierin zijn doorrekeningen gemaakt van de verschillende scenario’s van elektrificatie, WLQ+, geothermie en lokale bronnen. Ook is hier rekening gehouden met mogelijke invoeding van waterstof of andere duurzame gassen vanaf 2040. Het Treaty heeft geen invloed op de keuzes die het college maakt.
Nee.
Nee.
Nee.
F
Zijn er al afspraken en intentieovereenkomsten gemaakt met enig leverancier of bedrijf over de levering van warmte, tracé, enz.?
G
Woningbouwvereniging Portaal heeft vorig jaar haar flats bij o.a. de Sperwerhorst van het warmtenet afgehaald om individuele cv-ketels te laten installeren. Vindt de gemeente dit een goede zaak in het licht van bewust omgaan met energie?
H
Hoe vaak per jaar en met wat voor bijstookfactor wordt de cv-ketel voor stadsverwarming ingezet die in de Unipercentrale staat? Wordt bovengenoemde cv-ketel bij 2a overbodig als er een WarmtelinQ(+) komt?
I
J
Wat gebeurt er met de gasgestookte Unipercentrale als er een WarmtelinQ(+) komt?
K
Blijft de Unipercentrale op gas stoken als er géén WarmtelinQ(+) komt?
L
Als het antwoord hiervoor nee is, waarop gaat de centrale dan draaien? Is de gemeente Leiden voornemens om een gemeentelijk warmtebedrijf op te richten?
M
N
Zo ja, wat voor voordelen ziet de gemeente Leiden hierin?
O
Zou de gemeente met de eigen oprichting ook wat kunnen doen aan het hoge vastrecht en de hoge GJ-prijs die gekoppeld is aan de gasprijs? Kan de gemeente Leiden met de oprichting van een eigen warmtebedrijf beter zorgen dan een netbeheerder dat uitgesloten is dat mensen verplicht worden aangesloten op een warmtenet?
P
Het college weet niet op welke afspraken de inspreker doelt. Wat betreft Warmtelinq, heeft het kabinet op Prinsjesdag bekend gemaakt €427 miljoen vrij voor te maken voor de ontwikkeling ervan, dat wordt uitgevoerd door Gasunie. Het ministerie heeft Gasunie als onafhankelijk beheerder van WarmtelinQ aangewezen. Daarmee draagt de overheid financieel bij aan het project, want Gasunie is een overheidsbedrijf. De gemeente is met name bereid mee te werken aan het provinciaal inpassingsplan rondom WLQ+. Na navraag bij de woningbouwvereniging Portaal blijkt dat dit besluit is genomen omdat, met een aansluiting op het stadswarmtenet, de woonlasten en daarmee de betaalbaarheid voor de huurders onder druk kwam te staan. De individuele cv-ketels hingen er al, maar het complex is in eerste instantie overgestapt op het warmtenet. Doordat de verbruiken en daarmee de kosten voor de individuele bewoners onverklaarbaar hoog bleven met deze aansluiting, is besloten om de cv-ketels niet alleen voor de warmwatervoorziening maar ook voor de verwarming in te zetten. Zowel de gemeente als Portaal erkennen dat dit vanuit duurzaamheidsoogpunt niet de meest ideale gang van zaken is. Het warmtenet ligt er nog en als dit in de toekomst een duurzame en betaalbare optie blijkt, staat de woningbouwvereniging ervoor open om (weer) over te stappen.
Navraag bij Uniper levert op dat 75% van de totale opbrengst uit de STEG komt en 25% uit de gasketels in de Stevenshof en de centrale aan de Langegracht. Waarvan de warmte uit de Uniper centrale ca. 30% uit de afgassenketel (= restwarmte) en 70% aftapstoom (= WKK met derving). Dat is nog niet te zeggen. Uniper produceert zowel elektriciteit als warmte. Voor wat betreft het deel warmte gelden de afspraken tussen producenten en warmtebedrijven. In Leiden is sprake van een contract tussen Vattenfall en Uniper betreffende de levering van warmte door Uniper aan Vattenfall. Warmtelinq+ is geen partij in de contractuele verplichtingen tussen Vattenfall en Uniper. Uniper kan de leveringszekerheid in de winter – en tevens bij eventuele uitval van WLQ+ - garanderen. Dat is nog niet te zeggen. Uniper produceert zowel elektriciteit als warmte. Uniper is voornemens beide activiteiten nog langjarig voort te zetten, zolang er aan afzetmarkt is. De verwachting van Uniper is dat er een belangrijke toegevoegde waarde blijft bestaan voor Uniper in het Leidse warmtesysteem, met name voor leveringszekerheid en het balanceren van de warmtebron(-nen). Dit kan betekent dat de Unipercentrale een transitierol vervult in de Leidse energietransitie. Navraag bij Uniper leert dat zij In Nederland aardgas uitfaseren.
Op eigen initiatief heeft Uniper begin 2021 haar strategie wereldkundig gemaakt: een nagenoeg CO2 neutrale operatie in 2035. Concreet zal dat resulteren in het stapsgewijs toevoegen danwel vervangen van productiemiddelen voor duurzamere alternatieven zoals groen gas en aardgas. Zie het antwoord bij 19K.
Nee.
Nee. Er vindt enkel regionale samenwerking plaats op het vlak van de warmtetransitie. Er is nergens in de raadsstukken gesteld dat er een zelfstandig energiebedrijf wordt opgezet. Er is geen zelfstandig rechtspersoon opgericht dat rechten en plichten zou kunnen scheppen en geen daartoe strekkende bevoegdheden gemandateerd of overgedragen De voor- en nadelen van een gemeentelijk warmtebedrijf zijn op moment van schrijven niet onderzocht. Ook de bevoegdheden van een soortgelijke instantie zijn op dit moment onbekend. Zie antwoord op vraag 19N.
Nee.
Dit is geheel afhankelijk van de landelijke wetgeving. Op dit moment bestaat er geen aansluitplicht van consumenten op een warmtenet. Enkel de plicht voor de gemeente om elke inwoner van warmte te voorzien.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee. Nee.
Q
R
S
T
U
Kan de gemeente Leiden volhouden dat biomassa en groen gas alternatieven zijn voor aardgas als de gemeente zich ervan bewust is dat biomassa en groen gas net als aardgas bestaan uit koolwaterstoffen en daardoor bij verbranding CO2 uitstoten, net als aardgas? Bij warmtelevering op midden-temperatuur: wordt er een cascade gehanteerd dat warm water van hoge temperatuur van 90 graden bijvoorbeeld eerst naar bedrijven gaat en daarna met een midden-temperatuur van 70 graden naar de eindgebruikers in de woningen gaat? Wat zijn de definities van ‘maatschappelijk gezien de meest aantrekkelijke warmteoplossing’ en ‘haalbaar’?
Zou de gemeente Leiden de onderstaande nadelen van warmtenetten van commentaar willen voorzien en een nieuw besluit willen nemen over de toepassing van warmtenetten in de transitie? Geen innovatie de komende 50 jaar, investering is al gedaan en het gaat om enorme bedragen
Biomassa en groen gas zijn geen grootschalige alternatieven voor een aardgasvrije samenleving. In de TVW is verwezen naar de RES factsheet als bron van informatie en is geen stellingname voor deze techniek genoemd.
Nee.
Er is een mogelijkheid dat we cascadering inzetten om met een optimale temperatuur de gebouwen van de optimale warmte te voorzien. Dit onderzoek wordt uitgevoerd binnen het regionale samenwerkingsverband in de Leidse regio.
Nee.
De Transitievisie Warmte legt de focus in eerste instantie op warmte. De opdracht vanuit het Rijk is nadrukkelijk om een beeld te geven op de omschakeling van aardgas naar een alternatieve warmteoplossing en daarbij inzicht te bieden in de oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten. Dat is gedaan met de studie van Fakton ‘toekomstig energiesysteem Leiden’. Maatschappelijk gezien de meest aantrekkelijke warmteoplossing gaat in dit geval dus over totale maatschappelijke kosten.
Nee.
Het college ziet ‘haalbaar’ als een kwalificatie van de (technische en praktische) uitvoerbaarheid van een warmteoplossing, waar bijvoorbeeld een acceptabele mate van overlast en leveringszekerheid bij horen. De oplossing moet bovendien beschikbaar zijn om als haalbaar te kunnen worden ingeschat. Zie hieronder voor het commentaar.
Dit is zowel voor het bestaande stadswarmtenet als voor toekomstig aan te leggen warmtenetten (zoals WLQ+) niet waar. Innoveren is voor de huidige leverancier van stadswarmte in Leiden (Vattenfall) essentieel om de doelen van een fossielvrije warmtelevering in 2040 te bereiken. Zo heeft Vattenfall in Leiden op dit moment meerdere innovatietrajecten lopen waaronder; - voeden vanuit de retour (de temperaturen in het warmtenet maximaal benutten), - onderzoek met Energiek Poelgeest voor het gebruik van oppervlakte- en afvalwater (zie https://energiekpoelgeest.nl/2021jul-loi/) en temperatuurverlaging bij grootzakelijke klanten door bijvoorbeeld samen met die klanten naar optimalisaties te zoeken. Doordat Vattenfall voor delen van de regio Leiden zekerheid heeft over de warmteketen is het voor Vattenfall juist mogelijk om innovatiebudgetten vrij te maken voor die regio en te onderzoeken hoe de warmtelevering verder verbeterd kan worden op de drie belangrijkste thema’s: betaalbaarheid, duurzaamheid en betrouwbaarheid. Verder kan Vattenfall alle opgedane kennis in de andere warmteregio’s inzetten in de regio Leiden. Voor toekomstig aan te leggen warmtenetten is het ook niet waar, omdat een warmtenet slechts infrastructuur is. De bron kan worden verduurzaamd en de aanvoertemperatuur kan worden verlaagd.
Bovendien kunnen lokale, kleinschalige neten op basis van lokale bronnen bestaan náást een groot collectief warmtenet (of daar op termijn op invoeden). Op die manier is er volgens de gemeente nog voldoende ruimte om te innoveren, ook als warmtenetten een belangrijk onderdeel van de oplossing zijn.
Nee.
Nee.
V
W X Y
Duur voor eindgebruiker vanwege monopolypositie voor bedrijven met maximumprijs van de overheid (Autoriteit Consument en Markt, ACM, prijs gekoppeld aan aardgas. Daarbij gaat ACM uit van de kosten als je op gas zou stoken. Dit heet de Niet-Meer-Dan-Anders (NMDA) methode
Bedrijven kunnen vastrecht verhogen om nog meer inkomsten te krijgen Bedrijven zullen winstgevendheid niet willen opgeven ivm Energie Charter Treaty Dure aansluitkosten: Bijdrage Aansluit Kosten (BAK) kan 5000,- zijn zonder dat de eindgebruiker aandeelhouder wordt
Z
Energiebelasting gaat naar leverancier i.p.v. naar de overheid voor de energietransitie
A1
Gemeente kan mensen via warmtewet straks dwingen of via eigen warmtebedrijf dwingen?
B1
Eindgebruiker melkkoe: financieel afgeschreven in 15 jaar, technisch 50 jaar mee
C1
Enorme energieverliezen bij transport over lange afstanden door warmteverliezen en pompenergie
D1
Het is echter iets anders als een warmtenet wordt opgetuigd dat wordt gestookt op houtige biomassa, waarschuwt professor Smeulders. Want het opstoken van kaalgekapte bossen levert geen klimaatwinst. „Houtstook is de meest fossiele van alle brandstoffen.”
De gemeente gaat niet over de tarieven, die worden vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Van de site van ACM (hoeveel mag ik vragen voor een nieuwe aansluiting op het warmtenetwerk): Tot en met 25 meter rekent u maximaal 4.959,14 euro voor een nieuwe aansluiting. Is de afstand langer dan 25 meter? Dan vraagt u maximaal 224,49 euro voor iedere extra meter. De gemeente is het overigens wel eens met de stellingname van de inspreker over NMDA, wat in feite een achterhaalde koppeling. We zijn daar als gemeente wel afhankelijk van de landelijke wet- en regelgeving; de verwachting is ook dat die koppeling eruit gaat in Warmtewet 2.0 (en toegaat naar een kosten-plus model). Los van de Warmtewet 2 is de wetgever aan het kijken naar manieren om de warmteprijs los te koppelen van de gasprijs en meer kosten-gebaseerd te reguleren. Zie antwoord op vraag 19V; de maximum tarieven vastrecht zitten ook bij ACM. Zowel in het huidige model (NMDA) als in een meer kosten-gebaseerd model is nog steeds ruimte voor een zekere mate van winstgevendheid voor commerciële partijen. De gemeente gaat niet over de tarieven, die worden vastgesteld door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). Van de site van ACM (hoeveel mag ik vragen voor een nieuwe aansluiting op het warmtenetwerk): Tot en met 25 meter rekent u maximaal 4.959,14 euro voor een nieuwe aansluiting.
Is de afstand langer dan 25 meter? Dan vraagt u maximaal 224,49 euro voor iedere extra meter. De consument betaalt de energiebelasting inderdaad aan de leverancier, maar deze betaalt het door aan de belastingdienst. Bovendien betaalt de consument een opslag duurzame energie (ODE), waarvan de opbrengsten (eveneens via de belastingdienst) worden ingezet voor projecten op het vlak van duurzame energie. Op dit moment heeft de gemeente geen macht bewoners een warmteoplossing op te dringen. In de Concept Warmtewet stond de mogelijkheid dat gemeenten het aardgasnet mogen verwijderen en een alternatief aan te bieden. Dat mag gedaan worden met een wachttijd van minimaal acht jaar. Hiermee wordt een bewoner dus niet gedwongen aan te sluiten op het geboden alternatief, want de bewoner mag ook een ander alternatief kiezen. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) is verantwoordelijk voor het vormgeven van de wetgeving rondom warmtelevering (Warmtewet). De ACM is de toezichthouder voor de uitvoering en naleving van de wetgeving. En de energieleveranciers en infrabeheerders staan dan ook onder toezicht van de ACM. Onderdeel van dat toezicht is het financieel rendement van de warmteleveranciers. Vattenfall (of een andere warmteleverancier bij toekomstige warmtenetten) dienen zich te houden aan de gestelde kaders van de ACM voor het redelijk rendement.
In bijna alle gevallen sluiten warmteleveranciers overeenkomsten met eindgebruikers met een looptijd van 30 jaar. Daarmee is het niet zo dat na afloop van deze periode het warmtenet enkel inkomsten geeft – er dient voortdurend onderhoud en vervangingsinvesteringen gedaan te worden om het warmtenet dusdanig technisch in bedrijf te houden om aan de leveringszekerheid van 99,9% te voldoen. Bovendien zal de warmteleverancier moeten investeren om de CO2-reductie verder te verhogen. Navraag bij Gasunie leert dat het verwachte warmteverlies op het transport is een klein deel van het warmteverlies op de distributie. Bij volledig gebruik van de transportleiding bedraagt het warmteverlies 3,54 % op jaarbasis. Uw aanname is dus onjuist. Het college beaamt dat biomassa geen grootschalig alternatief is voor een aardgasvrije samenleving. In de TVW is verwezen naar de RES factsheet als bron van informatie en is geen stellingname voor deze techniek genoemd.
Nee.
Nee. Nee. Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
E1
Warmtenetten bieden geen keuzevrijheid. Die keuzevrijheid is voor veel mensen belangrijk om ze mee te krijgen in de energietransitie
F1
Die restwarmte is gewoon omgezet met als restproduct CO2! Je kunt de warmte wel gebruiken, maar die is dan nog steeds niet CO2-arm. Bij verbranding van troep komt meer CO2 vrij dan bij de verbranding van aardgas, dus hoezo CO2-arm verwarmen van woningen en bedrijfspanden?
G 1
Door afval te verbranden moet je continue grote afvalbergen aanvoeren, zo geef je een perverse prikkel voor het circulair worden van de economie
H1
I1
J1
Omdat wij zelf te weinig afval kunnen aanleveren verbranden we in de AVR afval uit andere landen zoals Italië om rendabel te kunnen produceren. In Italië bepaalt de maffia de afvalmarkt. Je steunt dus de misdaad en haalt vuil hierheen waar van alles in kan zitten aan medisch afval, drugsafval en zelfs nucleair afval. Daarnaast krijg je meer milieuvervuiling o.a. m.b.t. bodemas en schadelijke rookgassen De gemeente schrijft: “40 megawatt warmte staat gelijk aan grofweg warmte voor 12.000 huishoudens.” MW is vermogen, MW’s is MJ is een energiehoeveelheid. Huishoudens nemen geen vermogen af. Zou de gemeente willen herformuleren wat zij bedoelt? Ten aanzien van inzet van waterstof in de gebouwde omgeving: daarom stel ik voor om een aantal proefprojecten op te starten in Leiden, zie hieronder. Wil de gemeente alle opties van commentaar voorzien en beargumenteren waarom wel of niet zou willen uitvoeren? Wil de gemeente deze voordelen van waterstofgas becommentariëren en meenemen in haar besluitvorming?
Het college beaamt dat bewoners tijdens de participatie vaak hebben benoemd dat keuzevrijheid voor hen een belangrijk onderwerp is, maar weerspreekt dat warmtenetten per definitie geen keuzevrijheid bieden. Het voorgestelde open regionale energiesysteem biedt de ruimte voor meerdere aanbieders om verschillende bronnen in te voeden, wat idealiter resulteert in keuzevrijheid voor de eindgebruiker. De gemeente vindt keuzevrijheid van bewoners erg belangrijk. Tegelijk is de bevoegdheid om eenzijdig te kunnen kiezen voor één energievoorziening per wijk in sommige gevallen noodzakelijk om een uitvoerbaar en betaalbaar plan te maken. Bewoners hebben bovendien altijd keuzevrijheid om af te wijken van de keuze die we maken in een WUP. De gemeente gaat niet over de kwalificatie van duurzame warmte. Restwarmte komt vrij bij een productieproces, wordt getransporteerd via een bestaand of nieuw warmtenet en wordt gebruikt voor het verwarmen van gebouwen en tapwater. Restwarmte is warmte die over is en niet meer binnen het bedrijf zelf kan worden gebruikt. Met andere woorden: de CO2 die nu vrij komt bij de afvalverbranding, komt ook vrij als je de restwarmte niet benut. In die zin is de benutting voor de gebouwde omgeving CO2-arm; er is nog steeds CO2-uitstoot nodig voor transport en piek en back-up.
De industrie wordt nog steeds gestimuleerd om te verduurzamen, dit is opgenomen in het Klimaatakkoord. Zo zou de afvalcentrale in de toekomst gebruik kunnen maken van (groene) waterstof, waardoor de bron van de restwarmte wordt verduurzaamd. De WLQ+ is een belangrijke puzzelstuk om zowel op korte termijn sneller te kunnen starten en op lange termijn zekerheid te bieden voor voldoende aanbod van warmte in Leiden en de regio. Vandaar dat inzet op restwarmte (en later geothermie) reeds vier keer is bevestigd door de Leidse Gemeenteraad tussen 2017 en 2021. De industrie wordt nog steeds gestimuleerd om te verduurzamen, dit is opgenomen in het Klimaatakkoord. De herkomst van het afval voor de afvalverbrandingscentrale is niet aan de gemeente Leiden om te reguleren.
Het verbruik van een woning kan omgerekend worden naar vermogen. Van de RES Factsheet Warmte: De aardgasvraag in een gemiddelde woning in Nederland is 1.270 m3 per jaar. Gasverbruik in m3 kun je omrekenen naar bijvoorbeeld gigajoule (GJ) of kilowattuur (kWh): 1 m3 gas is 0,03165 GJ of 8,79 kWh. Om een gemiddeld huishouden te verwarmen is dus 40,2 GJ of 11.200 kWh energie nodig. In het stadswarmtenet van Leiden/Leiderdorop/Oegstgeest wordt ongeveer 40MW vermogen gebruikt om 12.000 woningen te verwarmen. Zie hieronder voor antwoorden op vragen K1-Q1. In het algemeen geldt voor de projecten; het college is bereid om dit verder te verkennen, maar kan op dit moment geen toezegging doen over het financieel mogelijk maken.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
Nee.
K1
Bij de omzetting van waterstofgas in een brandstofcel komt geen CO22 vrij. Daar is het allemaal om te doen!
L1
Er komt ruimte op het elektriciteitsnet omdat men zelf elektriciteit uit zonne-energie omzet om de installaties te laten draaien; in de Merenwijk is het elektriciteitsnet niet toereikend om all-electric te gaan volgens informatie van de gemeente in september 2021.
We bestrijden de potentie van groene waterstof ook niet. Waterstof (H2) is echter voorlopig geen kostenefficiënt alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. Dit komt omdat er nu nog niet voldoende duurzame productie is (met als resultaat groene waterstof), en als die er zou zijn gaat dat naar de sectoren waar het de meeste waarde heeft. Dat betekent in eerste instantie waar H2 nu al ingezet wordt, de industrie en de zware mobiliteit. Omdat niet bekend is wanneer er hoeveel en tegen welke prijs groene waterstof beschikbaar komt, is een eerlijke kostenvergelijking op dit moment niet haalbaar. Wel weten we dat enkel isoleren tot 2040 geen optie is voor de gehele stad omdat we daar de klimaatverandering niet voldoende mee tegengaan. Het klopt dat het middenspanningsnet van de Merenwijk moet worden verzwaard en uitgebreid om te kunnen voldoen aan de groeiende vraag naar elektriciteit. Dit heeft te maken met de energietransitie (zonnepanelen, inductiekoken, elektrisch verwarmen), veranderende mobiliteit (e-bikes en elektrische auto’s) en de verdere elektrificatie van huishoudens (mobiele telefoons, laptops).
Nee.
Nee.
Het college is het daarom met de inspreker eens dat (het ontwikkelen van de mogelijkheden tot) opslag van elektriciteit in elk scenario een verstandige zet is die kan helpen om het elektriciteitsnetwerk te gaan ontlasten. De gemeente werkt mede daarom nauw samen met Liander om aan een toekomstbestendig net te werken. Een oplossing die hierbij in beeld is, is een buurtbatterij. Een buurtbatterij is een huisje van pakweg 2,5 bij 3 meter. In dit huisje, qua uiterlijk te vergelijken met een container, zijn een aantal lithiumion accu’s geplaatst. Deze hebben hun eigen regelapparatuur, waarmee het laden en ontladen wordt gemanaged. De energie die niet direct in de wijk zelf wordt verbruikt of het net opgaat, kan hier worden opgeslagen. Er zijn nog niet veel ervaringen met de toepassing van buurtbatterijen, mede omdat er in veel gevallen nog een flink prijskaartje aan hangt. Wanneer er in wijken animo is om met een dergelijk project aan de slag te gaan en het is passend in de lokale situatie, juichen wij dat van harte toe. Vanuit daar gaan we het onderzoek opstarten samen met bijvoorbeeld netbeheerder Liander.
M 1
Eventuele sabotage van de energievoorziening zal met individuele voorzieningen of kleine lokale initiatieven veel moeilijker zijn en slechts kleinere hoeveelheden huishoudens treffen
In het geval van waterstof zijn er volgens huidige inzichten nog geen betaalbare en haalbare mogelijkheden om dit op woningniveau/klein-collectieve schaal op te lossen. Het college is bereid om dit verder te verkennen, maar kan op dit moment geen toezegging doen over het financieel mogelijk maken. Het is aan een energieleverancier om de leveringszekerheid te garanderen. Het college wil de inspreker er wel op wijzen dat een van de voordelen van grootschalige, collectieve oplossingen (zeker in combinatie met elkaar) juist is dat er voldoende piek- en back-up mogelijkheden zijn wat tot meer leveringszekerheid leidt. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een stand-alone aquathermie oplossing zonder aansluiting op het stadswarmtenet, als terugvaloptie. In het geval van waterstof zijn er volgens huidige inzichten nog geen betaalbare en haalbare mogelijkheden om dit op woningniveau/klein-collectieve schaal (met een elektrolyzer) op te lossen. Het college is bereid om dit verder te verkennen, maar kan op dit moment geen toezegging doen over het financieel mogelijk maken.
Nee.
N1
Geen ruimtebeslag in bodem en minder overlast bij aanleg omdat er geen – nieuwe – infrastructuur hoeft te worden aangelegd zoals bij warmtenetten het geval is
O 1
In geval van in situ: eenmalige aanschafkosten en geen kosten voor elektriciteit en gas, geen energiebelasting en geen vastrecht meer dus eenmaal in gebruik veel goedkoper voor de eindgebruiker
P1
Men zit niet vast voor 30 tot 50 jaar vast aan een stadsverwarming/warmtenet, waardoor keuzevrijheid en invoering van innovaties blijven bestaan
Q 1 R1
Waterstofopslag heeft voordelen t.o.v. batterijen
S1
Wat gaat de gemeente doen voor mensen die een slecht geïsoleerde en/of onderhouden woning hebben en geen geld hebben voor isolatie en hierdoor nog hogere energiekosten hebben of in de kou zitten?
20
Door wie is Liander verplicht het gasnet te verwijderen als het niet meer in gebruik is? Volgens het gemeentelijk platform kabels en leidingen kan de gemeente Leiden dat zelf beslissen. Dus kan de gemeente Leiden beslissen om het net te laten liggen om in de toekomst waterstofgas doorheen te laten gaan als het net daarvoor kan worden aangepast.
Samenvatting inspraakreactie Inspreker 20
Het college beaamt dat het inpassen van nieuwe infrastructuur zowel boven- als ondergronds een uitdaging is. Het (her)gebruiken van aardgasinfrastructuur met duurzame gassen biedt op dat punt inderdaad een voordeel ten opzichte van (grotere) warmtenetten. Daarbij moet wel worden aangetekend dat ook gasnetten een einde levensduur hebben en dus op termijn zullen moeten worden vervangen. Specifiek in de Merenwijk zijn de gasassets financieel afgeschreven maar sommige buurten zijn nog lang niet technisch afgeschreven d.w.z. financieel gezien is het maatschappelijk verantwoord om eerst de gasnetten in de financieel afgeschreven buurten weg te halen, deze netten zijn economisch dus al afgeboekt. Technisch gezien kunnen sommige buurten nog langer de bestaande gasnetten in stand houden zonder dat er veiligheid of levering issues er gaan spelen. Dit is per buurt afhankelijk en heeft met de materialen en eventuele lokale omstandigheden zoals bodemsoort, verzakking, verkeer e.d. te maken. De brosse materialen zijn geen leidingen die nog lange technische duur hebben, kunststof wel. In de Merenwijk zijn een paar stukjes brosse materialen (ca. 280 m bij elkaar) die vóór 2030 vervangen worden. Naast de korte stukjes GIJ liggen hier andere materialen die we niet actief vervangen mar het zijn niet uitsluitend kunststof leidingen. Wel kan het dus zijn dat Liander n.a.v.
werkzaamheden derden of bij de verslechtering van de conditie of verdere verzakking sommige netdelen zou moeten vervangen. Momenteel is er echter geen sprake van geplande saneringen. In het geval van waterstof zijn er volgens huidige inzichten nog geen betaalbare en haalbare mogelijkheden om dit op woningniveau/klein-collectieve schaal (met een elektrolyzer) op te lossen. Het college is bereid om dit verder te verkennen, maar kan op dit moment geen toezegging doen over het financieel mogelijk maken. Zie antwoord op vraag 19U. Bovendien zijn de keuzevrijheid en innovatiemogelijkheden bij het vasthouden aan gasinfrastructuur beperkt tot gasvormen, zoals warmetten als infrastructuur beperken tot (mogelijkheden tot) duurzame warmte. Waterstof biedt inderdaad goede mogelijkheden om lokaal (duurzaam) opgewekte energie op te slaan. Het huidige aardgasleidingnetwerk blijft gehandhaafd en onderhouden zolang het in gebruik is. Echter, de huidige wet- en regelgeving staat het conserveren van leidingen niet toe om veiligheidsredenen. De Wet Milieubeheer stelt dat niet in gebruik zijnde gasleidingen verwijderd moeten worden uit veiligheidsoogpunt. Het agentschap Telecom en de SoDM benadrukken dit ook: verlaten gas-assets moeten worden verwijderd.
Daarnaast is er nog de sectorale afspraak met het SoDM en EZK waarin gezegd wordt dat de gehele aansluitleiding (vanaf de hoofdleiding tot en met de gasmeter) verwijderd wordt indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van aardgas in de woning. Deze afspraak is bevestigd aan de Tweede Kamer. De raad heeft onlangs bij de begrotingsbehandeling financiële middelen beschikbaar gesteld voor bestrijding energiearmoede en van het Rijk ontvangt de gemeente in 2022 ook een fors budget. Een plan van aanpak wordt opgesteld voor een efficiënte en effectieve besteding van deze budgetten waarbij ook wordt ingegaan op de genoemde doelgroep van woningeigenaren die geen geld hebben voor verduurzaming. Reactie gemeente
Ja. De uitdaging van ondergronds ruimtegebruik is toegevoegd aan pagina 21.
Nee.
Nee.
Nee. Nee.
Nee.
Gevolgen voor besluit
A
Start met meerdere kleine projecten voor de warmtetransitie in plaats van een groot project zoals WarmtelinQ, bescherming van de consument en risicospreiding zijn van groot belang. Met de kleinschalige ontwikkeling van zeer lokale duurzame warmtenetten vermijdt de gemeente het gigantische lock-in risico van de Zuid-Hollandse warmterotonde en kan zij ervaring opdoen met verschillende duurzame warmtebronnen en verschillende typen distributienetten.
Om in de periode tot 2050 zoveel mogelijk CO2-uitstoot te beperken, is het belangrijk om tempo te maken. WLQ+ is mede daarom een belangrijk onderdeel van de TVW, omdat hier tempo mee kan worden gemaakt in het verduurzamen van het huidige stadswarmtenet, waar al meer dan 12.000 woningen op zijn aangesloten. Het genoemde lock-in effect geldt daarom al, als het al optreedt, voor het bestaande net en eventuele uitbreidingen daarvan. De restwarmte is slechts een bron, de warmterotonde de bijbehorende infrastructuur. Daarnaast kunnen de ontwikkelingen van kleinschalige projecten/warmtenetten bestaan, die op termijn wel of niet met elkaar verbonden worden. Het college is het met de inspreker eens dat dit invoeden, zeker als het om verschillende temperatuurniveaus en type distributienetten gaat, technisch een uitdaging is en er zal per project gekeken moeten worden wat de voor- en nadelen zijn. Voor het bestaande warmtenet en het invoeden van lokale bronnen daarop is de gemeente in ieder geval afhankelijk van de eigenaar van het net, Vattenfall. Vattenfall heeft in de regio wel al getoond bereid te zijn om verder te onderzoeken of dit invoeden van lokale bronnen een optie is, bijvoorbeeld met de intentieovereenkomst met Energiek Poelgeest.
Het college gaat een strategie warmtentetten de komende tijd verder uitwerken, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma dat volgt op vaststelling van deze TVW.
Nee.
B
Behoud het fijnmazig aardgasnet met het oog op een potentieel waterstofnet. Een dergelijk netwerk heeft een miljardenwaarde voor de stad Leiden.
Nee.
C
Behoudt de marktwerking op de energievoorziening, dus leg Leiden niet vast
D
Graag zien wij dat de gemeente weerlegt dat de beschikbare warmte vanuit warmtenet per woning in Leiden slechts 2kW zal zijn terwijl het huidige verbruik op dit moment gemiddeld 25kW is en deze in de praktijk voor de woningen met veel inspanning voor isolatie op 7kW per woning zal bedragen. Dit betekent dat 70% van benodigde energie niet uit het warmtenet zal voorzien terwijl het gemeentebestuur haar inwoners wel dwingt tot het afnemen van het warmtenet zonder dat deze voorziening voorziet in een volledige energiebehoefte. De warmtekavels die de gemeente wil aanwijzen zijn veel te groot en doen geen recht aan de heterogeniteit van de gebouwde omgeving in de meeste wijken.
Het huidige aardgasleidingnetwerk blijft gehandhaafd en onderhouden zolang het in gebruik is. Echter, de huidige wet- en regelgeving staat het conserveren van leidingen niet toe om veiligheidsredenen. De Wet Milieubeheer stelt dat niet in gebruik zijnde gasleidingen verwijderd moeten worden uit veiligheidsoogpunt. Het agentschap Telecom en de SoDM benadrukken dit ook: verlaten gas-assets moeten worden verwijderd. Daarnaast is er nog de sectorale afspraak met het SoDM en EZK waarin gezegd wordt dat de gehele aansluitleiding (vanaf de hoofdleiding tot en met de gasmeter) verwijderd wordt indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van aardgas in de woning. Deze afspraak is bevestigd aan de Tweede Kamer. Marktwerking op de energievoorziening zal blijven bestaan als er in bepaalde wijken door middel van zogenaamde ”warmtekavels” openbare aanbestedingen plaatsvinden voor het aanleggen van een alternatief warmtesysteem. Een gemiddelde cv-ketel is uitgelegd op de mogelijke piekbehoefte van 1 huis. Bij een warmtenet wordt gebruik gemaakt van piekshaving van alle aangesloten huizen (niet alle gebouwen hebben op hetzelfde moment een piekbehoefte), waardoor de gezamenlijke piekbehoefte lager zal zijn dan de som van alle aangesloten individuele huizen. M.a.w. de (piek)capaciteit per woning is lager bij een warmtenetaansluiting dan bij een individuele cv-aansluiting.
WarmtelinQ transporteert hiervan alleen de basisbehoefte (basislast) en niet de piekbehoefte. Piekbehoefte wordt verzorgd door het lokale warmtebedrijf. Hoe de (piek)capaciteit per woning wordt berekend en/of het om een warmtenet gaat, bepaalt uiteindelijk ook de totale warmtevraag c.q. het aantal woningen dat kan worden aangesloten. Dit is een beproefde werkwijze die op veel plekken in Nederland op een zeer betrouwbare manier in de verwarming van huizen en bedrijven voorziet. Op geen enkele wijze is al besloten danwel uitgetekend hoe groot de eventuele warmtekavels zullen worden. Bij vervolgstappen rondom de kavelverdeling nemen wij uw zorg mee.
E
Nee.
Nee.
Nee.
F
G
H
I
De grootschalige top-down benadering van de ZuidHollandse warmterotonde, die door de provinciale en gemeentelijke bestuurders wordt omarmd, is een recept voor grootschalige verspilling, denk aan de enorme warmteverliezen (25 à 30% is nog een conservatieve schatting) en aan de pompcapaciteit en de warmteboosters die nodig zijn om de enorme afstand te overbruggen. De upfront investering die nodig is voor het project moet over een termijn van circa 40 jaar worden terugverdiend. In Nederland zijn de huidige klanten van warmtenetten in elk geval veel duurder uit dan in andere landen. Voor dezelfde hoeveelheid warmte betalen Nederlandse warmtegebruikers 15% tot 55% meer dan in Duitsland en de Scandinavische landen. De tarieven in die andere landen zijn gebaseerd op de kostprijs: ze zijn transparant en er zijn benchmarks. Het niet-meer-dan-anders (NMDA) principe dat in Nederland wordt gehanteerd, met aardgas als referentie, is geen transparante basis voor de tarieven die warmteafnemers moeten betalen en de gasprijs is uiteraard geen houdbare referentie voor de warmtetarieven.
Maar ook voor lokale warmtenetten geldt: heeft de gemeente wel voldoende kennis om de plannen van verschillende aanbieders te beoordelen en om, in een situatie van informatie-asymmetrie, effectief toezicht te houden op de concessiehouder? Wat gebeurt er als de concessiehouder failliet gaat? Hoe wordt de dienstverlening dan geborgd? Hoe worden andere publieke waarden geborgd?
Gaan de burgers van Leiden straks meer betalen dan de burgers van Den Haag en Rotterdam, voor dezelfde restwarmte? En hoe zit het met de kostenverschillen tussen wijken en buurten?
Navraag bij Gasunie leert dat het verwachte warmteverlies op het transport is een klein deel van het warmteverlies op de distributie. Bij volledig gebruik van de transportleiding bedraagt het warmteverlies 3,54 % op jaarbasis. De door u veronderstelde percentages kloppen dus niet. Het klopt dat de investering moet worden terugverdiend, hoewel een deel ook met subsidie vanuit het Rijk wordt opgelost. Voor het overige deel is uiteindelijk het warmtebedrijf (Gasunie is alleen verantwoordelijk voor transport) gebonden aan maximum tarieven, gesteld door de ACM.
Nee.
Het is heel lastig om de situatie in Nederland te vergelijken met andere landen. Navraag bij Vattenfall, die in meerdere landen actief is, levert in ieder geval de volgende verschillen op, zo: • zijn de tarieven in Nederland gereguleerd (vaststelling ACM) en daarmee transparant in opbouw. Dit is in andere landen niet altijd het geval; • zijn de leeftijden van de warmtenetten heel verschillend (wat effect heeft op de businesscase); • zijn het aantal aansluitingen op de warmtenetten per meter warmtenet heel verschillend (tevens effect op de businesscase); • ligt het warmteverbruik per huishouden in bijv. Scandinavië veel hoger dan in Nederland waarmee leveranciers per meter warmtenet meer rendement kunnen maken en daarmee waarschijnlijk ook lagere kosten kunnen rekenen per geleverde GJ (tevens effect op businesscase); • zijn de beschikbare subsidies en opbouw daarvan compleet verschillend per land.
Nee.
De gemeente is het overigens wel eens met de stellingname van de inspreker over NMDA, wat in feite een achterhaalde koppeling. We zijn daar als gemeente wel afhankelijk van de landelijke wet- en regelgeving; de verwachting is ook dat die koppeling eruit gaat in Warmtewet 2.0 (en toegaat naar een kosten-plus model). Het toezicht op consessiehouders (in casu de warmteleveranciers) is in Nedeland belegd bij de ACM. Zij toetsen de warmteleveranciers, voordat deze de warmtemarkt mogen betreden. Bij faillissementen voorziet de Warmtewet in het door het ministerie van EZK aanwijzen van een partij die de warmtelevering al dan niet tijdelijk op zich neemt. In de aanbesteding van de betreffende concessie neemt de gemeente afspraken en bepalingen op om te voorkomen dat de dienstverlening onverhoopt wordt gestaakt bij faillissement van concessiehouder. Zo is het mogelijk om een wachtkamerconstructie af te spreken met een andere partij, en mag de gemeente in een dergelijke situatie op korte termijn de concessie overdragen aan een derde. In afwachting van de nieuwe wettelijke kaders zal de gemeente via concessievoorwaarde zo veel mogelijk publieke waarden willen borgen. De kosten van de warmteketen bestaat uit meerdere elementen. Het voornaamste deel van de kosten zit in de lokale distributie en levering op lokaal niveau welke lokaal wordt bepaald (bijv.
hoogte van de kosten worden bepaald door o.a. het totaal aantal aansluitingen, volloopsnelheid, hoe makkelijk het netwerk kan worden aangelegd e.d.). De conceptwet Collectieve Warmtevoorziening ziet toe op de wijze waarop uitkoppeling van restwarmte plaats gaat vinden en hoe er met de kosten wordt omgegaan. De transporttarieven van WarmtelinQ zullen worden gereguleerd door de wetgever en zullen gelijk zijn voor alle afnemers. De ACM houdt toezicht op de hele warmteketen, ook het warmtetransport.
Nee.
Nee.
J
K
Voor de energiehubs die, vanwege de noodzakelijke ruimtereserveringen, een prominente plaats hebben in de Omgevingsvisie, hebben wij nog veel vragen. Op welke schaal moeten we die energiehubs zien? Op de schaal van wijken, buurten of kleinere eenheden? En welke partij zou dan de balancering van elektriciteit, warmte, groen gas en eventueel waterstof voor zijn rekening moeten nemen? In principe vallen die energiediensten onder verschillende regimes van wetgeving en regulering en is het vooralsnog volkomen duister of en hoe de gebruikers beschermd zijn tegen misbruik van hun eigen gebruiksdata en marktmacht van leveranciers.
In theorie geldt: hoe meer bronnen en hoe diverser die bronnen, hoe beter de leverbetrouwbaarheid en voorzieningszekerheid geborgd kunnen worden. In de praktijk ligt dat voor een warmtenet echter niet zo eenvoudig als voor een elektriciteits- of een gasnet. Het is niet logisch om hoge- en lage-temperatuurbronnen in één warmtenet te koppelen. Bij warmtenetten hebben we bovendien te maken met aanzienlijk hogere kosten voor het aankoppelen van nieuwe bronnen (en nieuwe gebruikers) aan het net dan bij gas of elektriciteit.
Data die in de Energie Hubs (ook wel warmteoverdracht stations) samenkomt betreft procesdata van het wijknet (temperaturen, drukken, flows) die niet privacygevoelig is (altijd meer dan vijf adressen en niet te herleiden naar individuele aansluitingen).
Nee.
Individuele afnemers zijn of worden voorzien van slimme warmtemeters. Hieraan zijn strenge regels verbonden m.b.t. beveiliging en privacybescherming. De netwerken waarin data uitgewisseld wordt zijn streng beveiligd. Als voorbeeld voor het aantal verdeelstations per wijk: Vattenfall plaats een station/ WOS per 200 tot maximaal 400 woningen, afhankelijk van de warmteafname per woning in dat gebied (isolatie, afgiftetemperatuur etc.). Balancering van het elektriciteitsnet en gasnet ligt bij de netbeheerder en dat zal zo blijven. Balancering van het warmtenet t.b.v. voldoende energie voor de vraag ligt bij een geïntegreerde warmtenetbeheerder en -leverancier. Eventuele afstemming tussen de elektriciteits- en gasnetbeheerder en de warmtenetbeheerder/-leverancier zal opgestart worden zodra nodig, op dit moment is er weinig tot geen technisch effect van het balanceren van de verschillende infrastructuren op elkaar. Het klopt dat het invoeden van lokale, lage(re) temperatuurbronnen op het bestaande, hoge temperatuur stadswarmtenet technisch uitdagend is. De gemeente kijkt samen met betrokken partijen, waaronder Vattenfall als eigenaar van het huidige net, naar de optimale mix van bronnen.
We kijken daarbij ook naar projecten met een vergelijkbaar vraagstuk, zoals onderzoek met Energiek Poelgeest voor het gebruik van oppervlakte- en afvalwater (https://energiekpoelgeest.nl/2021jul-loi/). De onderzoeken in Poelgeest lopen nog, in juli is reeds de intentieovereenkomst gesloten ten behoeve van dat onderzoek (tussen Energiek Poelgeest en Vattenfall). Onderdeel van dat onderzoek is de vraag tot welke temperaturen het water afkomstig van de restwarmtebronnen als oppervlaktewater, drinkwater en of afvalwater verwarmt kunnen worden in relatie tot de betaalbaarheid en duurzaamheid.
Nee.
L
Het gebruik van waterstof slechts voor centrumbewoners is een houding en ook een ongelijke behandeling van haar burgers waardoor het gemeentebestuur haar burgers buiten de binnenstad een vrije keuze voor energie misgunt en daarmee haar burgers geen middel in handen geeft de energiekosten door concurrentie te beteugelen en dwingt tot afname van het warmtenet.
Duurzame gassen, zoals groene waterstof, zijn voorlopig geen kostenefficiënt alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. Dit komt omdat er nu nog niet voldoende duurzame productie is, en als die er zou zijn gaat dat naar de sectoren waar het de meeste waarde heeft. Dat betekent in eerste instantie waar waterstof nu al ingezet wordt, de industrie en de zware mobiliteit. Omdat niet bekend is wanneer er hoeveel en tegen welke prijs groene waterstof beschikbaar komt, is een eerlijke kostenvergelijking niet haalbaar. Wel weten we dat in de binnenstad andere haalbare alternatieven, zoals warmtenetten, moeilijk realiseerbaar zijn. Dat komt door de smalle straten en de monumentale panden, die lastig zijn aan te passen voor alternatieve warmteoplossingen. Bovendien zijn ze lastig te isoleren en zal een groot deel (altijd) hoge temperatuur oplossingen nodig hebben. De verwachting is daarom dat, als duurzame gassen zoals groene waterstof vanaf 2040 beschikbaar komen, ze in de gebouwde omgeving in eerste instantie het beste in de monumentale binnenstad kunnen worden ingezet.
Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.
Vanuit de landelijke politiek is in de visie op de ontwikkeling van waterstof aangegeven dat we in de toekomst zowel nationale productie als import nodig zullen hebben. Daarom wordt er in het beleid zowel ingezet op het opschalen van productie van CO2-vrije waterstof in Nederland als het voorbereiden van import. Als dat in de toekomst leidt tot meer beschikbaar van betaalbare en duurzame gassen, kan dat (sterker) onderdeel worden van lokaal beleid.
M
O
Waterstof kan bijgemengd worden in het aardgasnet, zodat een geleidelijke transitie van aardgas naar waterstof mogelijk is. Op dit moment lopen er al pilots met pure waterstofvoorziening in Nederland (o.a. in Stad aan ’t Haringvliet en Hoogeveen). Nederland is dankzij de lege gasvelden op de Noordzee goed gepositioneerd voor de productie van blauwe waterstof, zolang groene waterstof nog niet in voldoende hoeveelheden beschikbaar is. In de toekomst is het waarschijnlijk dat we niet alle groene waterstof die Nederland nodig heeft in eigen land zullen maken, maar het in grote hoeveelheden met schepen en via pijpleidingen zullen importeren uit landen die gunstiger condities dan Nederland hebben voor relatief goedkope, grootschalige productie. Bijlage Zienswijze Ontwerp Omgevingsvisie Leiden 2040, met twee bijlagen (manifest/zienswijze en steunbetuigingen/handtekeningen)
Op dit moment heeft de gemeente echter geen macht om de consument ook een kant op te dwingen. In de Concept Warmtewet stond de mogelijkheid dat gemeenten het aardgasnet mogen verwijderen. Dat mag gedaan worden met een wachttijd van minimaal acht jaar. Hiermee wordt een bewoner dus niet gedwongen aan te sluiten op het geboden alternatief, want de bewoner mag ook een ander alternatief kiezen. Als de wet collectieve warmtevoorziening (WCW) in werking treedt, zal de gemeente zich verder beraden over de inzet daarvan. Bovendien volgt na de TVW nog een uitgewerkt notitie over de rolneming van de gemeente bij de verdere uitvoering van de energietransitie. Hier moeten ook de aandachtspunten genoemd door de inspreker in mee worden genomen. Waterstof (H2) is voorlopig geen kostenefficiënt alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. Dit komt omdat er nu nog geen voldoende duurzame productie is (met als resultaat groene waterstof), en als die er zou zijn gaat dat naar de sectoren waar het de meeste waarde heeft. Dat betekent in eerste instantie waar nu al H2 wordt ingezet, in de industrie en in de zware mobiliteit. Daar komt bij dat het simpelweg ‘verbranden’ van waterstof zonder aanpassingen in de woningen maatschappelijk ongewenst is vanwege het lage omzettingsrendement van een schaarse duurzame energiedrager.
Wat wel kan is de tussenstap via isolatie en hybride, met op termijn de optie om duurzaam gas in te zetten. Wat betreft bijmengen: de netbeheerder is momenteel gebonden aan 0.5% bijmengen van H2 in aardgas. Onderzoek wijst uit dat bijmenging van 20% procent H2 in aardgas de eigenschappen van aardgas niet wezenlijk verandert. Vanuit de landelijke politiek is in de visie op de ontwikkeling van waterstof aangegeven dat we in de toekomst zowel nationale productie als import nodig zullen hebben. Daarom wordt er in het beleid zowel ingezet op het opschalen van productie van CO2-vrije waterstof in Nederland als het voorbereiden van import. Dit is een zienswijze op de reeds vastgestelde Omgevingsvisie, die we niet hier behandelen.
Nee.
Nee.