CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

22.0007 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0007 Vaststelling Transitievisie Warmte Leiden45.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Nee.

Nee.

In het voorkeursscenario 2050 geeft het ‘eindbeeld’ aan dat er in de PBW een groot deel (wij nemen aan van de woningen) warmtenet gebaseerd zal zijn en een klein deel (~ 20%) electric. De achtergrond van deze wijkgerichte verdeling is niet uit het Fakton rapport te halen en zou op basis van het bouwjaar en huidig gebruik bepaald zijn. Het is goed om hier verdere bevestiging van te krijgen. De TVW geeft aan een zeker mate van snelheid te willen maken in de energie-transitie. Er is momenteel echter geen sprake van een crisisaanpak. Toch is het goed om hierover na te denken en te bedenken wat in zo’n situatie nodig zou zijn, zoals veel gerichtere regelgeving, sterke stimulering van isolatie en eigen opwekking met de noodzakelijke verzwaring van de infrastructuur. De TVW geeft een duidelijk lange-termijn-beleidsbeeld maar strookt minder met een urgente aanpak.

Het model van Fakton is niet geschikt om op wijkniveau voor een bepaalde warmteoplossing te kiezen. Het plaatje (p.19) voorkeursscenario 2050 werkt daarom verwarrend en we gaan dit aanpassen. Het moet een beeld schetsen van de toekomstige warmte-infrastructuur in de stad, met WLQ+, geothermie en lokale bronnen. Het is niet bedoeling om al een voorschot te nemen op de verdeling op wijkniveau; dat volgt in de Wijkuitvoeringsplannen (WUP).

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast.

Om in de periode tot 2050 zoveel mogelijk CO2-uitstoot te beperken, is het inderdaad belangrijk om tempo te maken. WLQ+ is mede daarom een belangrijk onderdeel van de TVW, omdat hier tempo mee kan worden gemaakt in het verduurzamen van het huidige stadswarmtenet, waar al meer dan 12.000 woningen op zijn aangesloten. De TVW beschrijft bijvoorbeeld ook een isolatiestrategie, waarmee we woningeigenaren faciliteren bij het zetten van de benodigde stappen om de warmtevraag te beperken. De gemeente ziet haar rol in het betrekken, faciliteren stimuleren en informeren van bewoners en beziet de komende tijd of deze aanpak effectief is.

Nee.

M

In aansluiting op het vorige punt, is het belangrijk om in de TVW, ten behoeve van een toekomstige duurzame energievoorziening in de stad, nadrukkelijk een integrale visie op een oplossing voor de warmte én de koudevraag te geven.

Nee.

N

De TVW geeft geen visie op de te verwachten ontwikkeling van opslag van elektriciteit. Dit kan in de vorm van batterijen individueel, via mobiliteit of in de buurt een belangrijke component gaan vormen.

O

De aansluiting van WLQ+ wordt gezien als tijdelijk om zo snel mogelijk het bestaande warmtenet te voeden. Is dit de meest kosteneffectieve (lange termijn) methodiek en zou additioneel investeren in extra geothermie bronnen niet een beter resultaat opleveren?

De Transitievisie Warmte legt de focus in eerste instantie op warmte. De opdracht vanuit het Rijk is nadrukkelijk om een beeld te geven op de omschakeling van aardgas naar een alternatieve warmteoplossing. Desalniettemin is het college het met de inspreker eens dat koeling een onderdeel van de energievoorziening die (waarschijnlijk) steeds belangrijker wordt. Sommige oplossingen voorzien daar wel op een duurzame manier in, andere niet of minder. Daarbij moet wel worden aangetekend dat afgiftesytemen zoals bestaande, oude radiatoren, niet of nauwelijks geschikt zijn om te koelen. De mogelijkheid om te koelen zou onderdeel kunnen zijn van bepaalde voorwaarden voor kavels of een factor zijn om warmteoplossingen aan te wegen. Of en hoe het college daar op in wil zetten, kunnen we nu geen toezeggingen over doen. De Transitievisie Warmte legt de focus in eerste instantie op warmte. De opdracht vanuit het Rijk is nadrukkelijk om een beeld te geven op de omschakeling van aardgas naar een alternatieve warmteoplossing. Desalniettemin is het college het met de inspreker eens dat (het ontwikkelen van de mogelijkheden tot) opslag van elektriciteit in elk scenario een verstandige zet is die kan helpen om het elektriciteitsnetwerk te gaan ontlasten. De gemeente werkt mede daarom nauw samen met Liander om aan een toekomstbestendig net te werken.

Een oplossing die hierbij in beeld is, is een buurtbatterij. Een buurtbatterij is een huisje van pakweg 2,5 bij 3 meter. In dit huisje, qua uiterlijk te vergelijken met een container, zijn een aantal lithium-ion accu’s geplaatst. Deze hebben hun eigen regelapparatuur, waarmee het laden en ontladen wordt gemanaged. De energie die niet direct in de wijk zelf wordt verbruikt of het net opgaat, kan hier worden opgeslagen. Er zijn nog niet veel ervaringen met de toepassing van buurtbatterijen, mede omdat er in veel gevallen nog een flink prijskaartje aan hangt. Wanneer er in wijken animo is om met een dergelijk project aan de slag te gaan en het is passend in de lokale situatie, juichen wij dat van harte toe. Vanuit daar gaan we het onderzoek opstarten samen met bijvoorbeeld netbeheerder Liander. Het multibronnen-scenario gaat niet uit van ‘of-of’, maar ‘van en-en'. Bij de ontwikkeling van regionale geothermie – waar nu regionale samenwerking voor wordt opgestart – speelt een verdelingsvraagstuk mee, omdat er mogelijk onvoldoende geothermie potentie is voor de hele regio. Daarnaast heeft de ontwikkeling van deze geothermie bronnen een lange tijdshorizon en kunnen deze bronnen ook niet allemaal tegelijkertijd ontwikkeld worden.

De WLQ+ is daarmee een belangrijke puzzelstuk om zowel op korte termijn sneller te kunnen starten en op lange termijn zekerheid te bieden voor voldoende aanbod van warmte in Leiden en de regio.

K

L

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties voegen we de overweging in de TVW toe dat, behalve de bronnen, ook de opslag(mogelijkheden) van belang om (warmte)overschot- en tekort goed te balanceren. Hetzelfde geldt voor elektriciteit.

Nee.

P

8 A

9 A

B

10

De werkgroep PEP is van mening dat maatregelen/beleid ten aanzien van isolatie van woningen vanwege de energietransitie bitter noodzakelijk is. Voor de slaagkans van toekomstig beleid van de gemeente t.a.v. verduurzaming en de energietransitie is het naar onze mening onontkoombaar dat daarbij maatregelen/beleid moeten worden ingezet met versoepelde welstandregels Samenvatting inspraakreactie Inspreker 8 De inspreker vraagt aandacht voor met name de sociale gevolgen van de energietransitie. Daartoe is een manifest opgesteld met 7 punten waarin deze punten zijn verwoord. 1. Maak aan onze inwoners het belang van energietransitie duidelijk. 2. Zorg ervoor dat energietransitie voor iedereen betaalbaar is 3. Naast energietransitie ook energiebesparing 4. Maak praktische informatie voor iedereen toegankelijk 5. Steun alleen initiatieven waar het belang van allen voorop staat 6. Let op effecten energietransitie op de lokale werkgelegenheid 7. Zorg voor een leefbare gemeente Samenvatting inspraakreactie Inspreker 9 In grote lijnen wordt de TVW door de insprekers onderschreven. Beide partijen willen, gezien de ligging met water rondom, onderzoeken of collectieve oplossingen voor duurzame stroom- en warmteopwekking tot de mogelijkheden behoren. Voor industrieterrein De Waard geldt dat de door de gemeente afgegeven tijdshorizon voor het voorbestaan is bepaald op 2030.

Dat is te kort voor het realiseren van de energietransitie. Het is dan ook noodzakelijk dat u over het voorbestaan van De Waard na 2030 op korte termijn duidelijkheid verschaft.

Samenvatting inspraakreactie Inspreker 10

In de welstandsnota staan geen regels opgenomen over het isoleren. In de nota staan alleen beleidsregels opgenomen die gaan over de architectonische kwaliteit van bouwplannen. De welstandscommissie stelt dan ook geen beperkingen aan de isolatiewaarde. Zolang een bouwplan voldoet aan de algemene welstandsregels en gebiedscriteria zal de commissie hier dan ook positief over adviseren.

Nee.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Het College is van mening dat we sociale gevolgen van de energietransitie voldoende zijn verwerkt in deze TVW. Uw oproep steunt de keuze van het College om niet te kiezen voor maximale CO2-reductie, maar om ook naar de betaalbaarheid voor de eindgebruiker te kijken.

Nee.

Afgelopen jaar hebben we bovendien diverse acties ondernomen en op touw gezet. Er is een plan van Aanpak energiearmoede in de maak waarvoor nadrukkelijk de samenwerking met het sociale domein is gezocht. Daarin worden deze acties verder uitgewerkt en komen diverse van de 7 punten aan de orde.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Het college dankt het initiatief voor hun eerdere inbreng en getoonde waardering. De gemeente is voornemens het initiatief te blijven ondersteunen om de mogelijkheden tot deze samenwerking verder vorm te geven.

Nee.

Het toekomstperspectief van De Waard is inderdaad in de regionale bedrijventerreinenstrategie vastgelegd. Deze ruimtelijke strategie is opgesteld door de regionale stuurgroep bedrijventerreinenstrategie, bestaande uit de wethouders economie van de gemeenten Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Oegstgeest, Voorschoten en Zoeterwoude en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven in de regio, te weten Koepel Leidse regio, Stichting Ondernemend Leiden, Ondernemersvereniging BioScience Park, Katwijkse Ondernemers Vereniging en VNO-NCW Rijnland.

Nee.

Vastgesteld is dat er op de Waard in de periode tot 2030 geen transformatie zal plaatsvinden naar (een combinatie met) wonen. Over het voortbestaan van De Waard na 2030 kunnen we op basis van het huidige beleid helaas geen uitspraken doen. Er is sprake van conflicterende beleidsuitgangspunten (van energietransitie en economie), wat we zeker bespreekbaar willen maken. In oktober 2022 zal de eerste evaluatie van de bedrijventerreinenstrategie plaatvinden. Het college overlegt graag met het bewoners initiatief op welke manier zij daar aandacht kunnen vragen voor eerdergenoemd dilemma. Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

A

B

C

D

E

Inspreker vraagt de Gemeente Leiden om meer aandacht te besteden in de pers aan de energietransitie. Met name in de binnenstad. Te weinig mensen in de binnenstad zijn op de hoogte van de uitdagingen van de energietransitie en de rol van de Gemeente Leiden daarin. Biodiversiteit: Er ontbreekt in onze ogen een integrale visie waarbij ook biodiversiteit als uitgangspunt geldt voor de energietransitie.

Binnenstad: Helaas zien wij als binnenstadbewoners dat het beleid voor de binnenstad zich te veel toelegt op het gebruik van biogas en waterstof. De ontwikkeling daarvan is nog in een pril stadium en kent een tijdshorizon van meer dan tien jaar. Voor de komende tien jaar ontbreken in de transitievisie beleid, concrete maatregelen en urgentie voor de binnenstad. Gezien het verbeterpotentieel én de benodigde doorlooptijd vanwege de complexiteit, denken we dat er eveneens zo snel mogelijk met de Wijkaanpak voor de binnenstad gestart moet worden. Binnenstadbewoners zijn samen met de Wijkambassadeurs bereid hier een concrete bijdrage aan te leveren. Koppelkansen: Er wordt in het stuk goed gekeken naar koppelkansen, als bewoners hebben we daar nog één aan toe te voegen. De komende tijd zal de grond toch opengaan voor de aanleg van glasvezel. Dat biedt in onze ogen op korte termijn een kans om stappen te zetten met de aanleg van een warmtestructuur, ook voor de binnenstad. Keuzevrijheid: Het belang van keuzevrijheid van inwoners wordt genoemd, en wij vinden dat dat een lastig uitgangspunt is. Er moet een goede afweging gemaakt tussen het individuele belang, en een groepsbelang. In meer concrete zin zou gedacht kunnen worden aan de wijze waarop nu het glasvezelnetwerk wordt aangelegd.

De infrastructuur wordt in de grond geplaatst, en je kunt daar als bewoner naar vrije wil bij aansluiten zodat de kabel ook tot achter de voordeur komt. Een vergelijkbare strategie zou gekozen kunnen worden bij de aanleg van een warmtenet, dit kan ook gelden voor de binnenstad.

Het college vindt dit een terecht punt, dat is zeker goed om te doen. Wij moedigen inwoners en ondernemers ook aan zich te abonneren op de nieuwsbrief van de gemeente Leiden waarin we steeds vaker nieuws en ontwikkelingen over de energietransitie in opnemen.

Nee.

De Transitievisie Warmte legt de focus in eerste instantie op warmte. De opdracht vanuit het Rijk is nadrukkelijk om een beeld te geven op de omschakeling van aardgas naar een alternatieve warmteoplossing. Desalniettemin erkent de gemeente dat de afweging tussen de verschillende opgaven (energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit etc.) actueel en relevant is, zeker gezien de druk op de ondergrond. Bijlage II omschrijft dit dilemma, maar niet welke opgaven daarbij nog meer van belang zijn. Dat zullen we toevoegen. De TVW benoemt een aantal criteria op basis waarvan kansrijke wijken worden benoemd. Dit is onder andere ‘energie in de wijk’, die blijkt uit de inspraakreactie van uw wijkvereniging, maar dat is niet de enige factor die meespeelt. Op basis van het afwegingskader in de TVW zetten we daarom, bijvoorbeeld door het ontbreken van een reëel warmte-alternatief, niet direct in op een wijkaanpak die op korte termijn leidt tot omschakeling naar een aardgasvrije warmteoplossing. Dat wil echter niet zeggen dat wij een initiatief om bewoners te stimuleren en te informeren niet kunnen ondersteunen. Dat doen wij bijvoorbeeld met de lokale subsidie energie-initiatieven (Subsidie Lokale energie-initiatieven Leiden - Gemeente Leiden). We gaan bovendien graag in gesprek over de mogelijkheden om, eventueel in samenwerking met de wijkambassadeurs, een bijdrage te leveren.

Ja. De inleiding van bijlage II is aangevuld met andere opgaven (biodiversiteit en klimaatadaptatie).

Het klopt dat binnenkort in een groot deel van de stad glasvezel wordt aangelegd. Echter, het glasvezelnetwerk ligt zo oppervlakkig en heeft zo'n beperkte diameter dat het geen serieuze koppelkans biedt in combinatie met een warmteoplossing, bijvoorbeeld op basis van een warmtenet.

Nee

Het college is het met de inspreker eens dat er een goede afweging moet worden gemaakt tussen het individuele belang en het groepsbelang. De TVW gaat uit van (warmte)oplossingen met de laagste maatschappelijke kosten, maar benadrukt daarbij dat de keuze van individuele bewoners invloed heeft op de business case van een collectieve oplossing. Hoewel genoemde strategie bij het aanleggen van glasvezel aantrekkelijk klinkt, is dat niet reëel voor een warmtenet. De aanlegkosten van een warmtenet zijn hoog en het zou een enorme voorinvestering vragen om het warmtenet (alvast) aan te leggen, zonder de zekerheid dat bewoners daar op aan willen sluiten. Dat past niet bij de rol van de gemeente en is financieel risico wat warmteleveranciers (tot nu toe) niet willen nemen.

Nee.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.

F

Particuliere verhuurders: Op dit moment ontbreekt het in de visie nog aan beleid om ervoor te zorgen dat er voldoende prikkels zijn voor particuliere verhuurders om hun eigendom te verduurzamen. Is de gemeente voornemens om hier toch een strategie voor te ontwikkelen?

G

Erfgoed Leiden en Omstreken: Zij leveren maatwerk, en bekijken dus alle panden op individueel niveau. Met maar liefst 7.000 monumentale panden in Leiden denken wij niet dat dit de juiste strategie is, dan duurt het 20 jaar voordat er alleen nog maar een scan is gemaakt van de woningen. Wij zijn dus van mening dat het beter zou zijn om de monumentale panden te karakteriseren naar woningtypen, en dus opzoek te gaan naar vergelijkbaarheid op basis van een aantal karakteristieken. Op die manier is het advies sneller te geven, en zijn ook de werkzaamheden sneller te starten.

H

Rol gemeente: er wordt veel gesproken over de actieve rol die van wijken wordt verwacht, de rol van de gemeente wordt omschreven als “regisseur”. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen: “integrale, sturende en afwachtende” regisseur. Het ontbreekt aan een concretisering van de betekenis hiervan, en op welke manier dit in de praktijk gebracht gaat worden.

I

Als er een bewonersinitiatief ligt, dan zal de gemeente die faciliteren. Maar belangrijker nog is de stap eraan voorafgaand, hoe zorgt de gemeente ervoor dat er bewonersinitiatieven van de grond gaan komen?

11

Samenvatting inspraakreactie Inspreker 11

De gemeente heeft onlangs een Huurteam ingesteld die huurders ondersteunt in het gesprek met de verhuurder m.b.t. vragen over huurprijs, huurcontract etc. Vanuit het programma energietransitie is een samenwerking opgetuigd om het huurteam door te laten verwijzen naar de energiecoaches wanneer zij dat zinvol achten. Particuliere verhuurders kunnen bij verduurzaming gebruik maken van alle regelingen die gelden voor woningen (zoals subsidie bij twee of meer verduurzamingsmaatregelen). Op grond van BW Art. 7:243 kunnen huurders de verhuurder verzoeken om energiebesparende voorzieningen aan te brengen. De wet regelt dat een verhuurder mee moet werken aan een redelijk voorstel. Het gaat dan om dubbelglas, isolatie van vloer, dak of muren of een verbeterde cv-installatie. De gemeente kan overwegen in 2022 in te zetten op het informeren en ondersteunen van huurders hierbij, maar kan daar op dit moment geen toezeggingen over doen. De gemeente Leiden heeft een kleine 3000 monumenten en nog veel meer historische woningen. Qua maatwerkadviezen geeft Erfgoed Leiden en Omstreken naast individuele adviezen ook adviezen voor complexmatige woningbouw, straten, hofje en vereniging van eigenaren. Ook worden er samen met de wijkambassadeurs wijkavonden en straatavonden georganiseerd vaak gericht op panden met dezelfde eigenschappen.

Daarnaast zijn er acties samen met het Duurzame Bouwloket waarbij bijvoorbeeld in de Zuidelijke Schil meer dan 2000 woningen gelijktijdig zijn voorzien van een maatwerkadvies die in een wijkavond zijn gepresenteerd. Voor diegene die zelf nadere informatie wil vinden om zijn historische woning te verduurzamen is de website www.degroenemenukaart.nl/leiden gemaakt. Hierop staan per onderdeel van een gebouw opgenomen welke mogelijkheden er zijn voor het verduurzamen van monumenten (en niet monumenten) in Leiden. Op deze site kan een bewoner zelf een advies op maat creëren. Daarnaast wordt er algemene informatie voor historische panden op de website www.erfgoedleiden.nl/bouwen bijgehouden zoals richtlijnen voor isolerende beglazing. Al deze acties hebben als doel bewoners op weg te helpen om het verduurzamen sneller te starten. In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten de regierol krijgen bij de warmtetransitie. Vanuit het Kennis- en Leerprogramma van het Programma Aardgasvrije Wijken is een Rollenkaart met mogelijke regierollen gemaakt, die gemeenten helpt om daar invulling aan te geven. Hier staan ook voorbeelden op welke manier het kiezen van een bepaalde rol tot uiting kan komen in de praktijk.

Het betekent bijvoorbeeld dat we in wijken waar we aanleiding zien om te starten met een wijkaanpak meer sturend zullen optreden, door vanuit de gemeente partijen bij elkaar te brengen om gezamenlijk toe te werken naar een Wijkuitvoeringsplan (WUP). In andere wijken, waar een actief bewoners initiatief is, zullen we meer afwachtend optreden. Hoe deze rolverdeling er exact uit ziet, bepalen we met de andere stakeholders in de wijk in de eerste fase van de wijkaanpak: Samen Starten (p.44). In welk document we dat exact bestendigen en wie daarover besluit, weten we nog niet. Wij zijn het met de inspreker eens dat het belangrijk is dat bewoners zich organiseren. Dit zorgt er volgens ons voor dat we efficiënter en makkelijker met de wijk(en) kunnen communiceren en dat er sneller (collectief) wordt verduurzaamd. Om dit te stimuleren, roepen we in onze communicatie op dat bewoners zich actief opstellen en eventueel verenigen in initiatieven of wijkverenigingen. Dat hebben we gedaan tijdens de talkshows, tijdens de wijkgesprekken en bij het openstellen van de subsidie lokale energieinitiatieven (Subsidie Lokale energie-initiatieven Leiden - Gemeente Leiden). Reactie gemeente

Nee

Nee.

Nee.

Nee.

Gevolgen voor besluit

A

Het College geeft aan te willen kiezen voor een mix van warmtebronnen. Desondanks leunt het voorgestelde beleid zwaar op de aanleg van WarmtelinQ+. Zowel het gebruik van Rotterdamse restwarmte als van geothermie uit de regio is nog onzeker. We adviseren daarom om nadrukkelijker in te zetten op verduurzaming van individuele woningen en het gebruik van individuele of kleinschalige collectieve oplossingen zoals warmtepompen en buurtenergiesystemen in combinatie met WKO’s.

B

Een ander punt van zorg is de groeiende weerstand tegen grootschalige warmtenetten. Die is bijvoorbeeld zichtbaar in Den Haag, waar WarmelinQ+ zal worden aangelegd, maar ook in sommige wijken van Leiden. Er zijn twijfels over de duurzaamheid van restwarmte, de kosten van de aanleg, de kosten voor de eindgebruiker, het risico van een fossiele lock-in, de monopoliepositie van (één of enkele) commerciële bedrijven die straks de wijkdistributienetten in bezit hebben en het gebrek aan garanties voor keuzevrijheid voor de consument. De gemeente moet goede argumenten geven om deze twijfels weg te nemen en te voorkomen dat weerstand onder de bevolking de aanleg van WarmtelinQ+ in de weg zit.

Het college is het niet eens met de veronderstelling dat het beleid zwaar leunt op (de aanleg van) WLQ+. Het multibronnen-scenario gaat niet uit van ‘of-of’, maar ‘van en-en', zowel qua bronnen als qua bronontwikkeling en isolatiemaatregelen. Bij de ontwikkeling van regionale geothermie – waar nu regionale samenwerking voor wordt opgestart – speelt een verdelingsvraagstuk mee, omdat er mogelijk onvoldoende geothermie potentie is voor de hele regio. Daarnaast heeft de ontwikkeling van deze geothermie bronnen een lange tijdshorizon en kunnen deze bronnen ook niet allemaal tegelijkertijd ontwikkeld worden. De WLQ+ is daarmee een belangrijke puzzelstuk om zowel op korte termijn sneller te kunnen starten en op lange termijn zekerheid te bieden voor voldoende aanbod van warmte in Leiden en de regio. Naast geothermie en restwarmte is er ook ruimte voor de lokale (semi)-collectieve bronnen die de inspreker noemt. Ook individuele oplossingen (zoals all-electric) zijn onderdeel van de multbronnenstrategie, met de kanttekening dat individuele oplossingen kunnen zorgen voor extra belasting op het al volle elektriciteitsnet en de betaalbaarheid van collectieve oplossingen onder druk kunnen zetten. Het (volgen van het) multi-bronnen scenario betekent niet dat elke woning wordt aangesloten op een grootschalige collectieve oplossing Het college herkent deze weerstand ten dele.

Tijdens de talkshows en de wijkgesprekken die zijn georganiseerd als onderdeel van het participatieproces omtrent de TVW, zijn deze geluiden en twijfels inderdaad gehoord. Aan de andere kant zijn er ook voorstanders en inwoners met een meer neutrale houding, die er begrip voor hebben dat we de kans om op zulke grote schaal CO2-arme warmte richting Leiden te halen niet willen laten liggen, onder bepaalde voorwaarden. Een verschil met Den Haag is bovendien dat de Haagse gemeenteraad al vaker kritisch is (geweest) op de mogelijke komst van WLQ+, terwijl de Leidse gemeenteraad in eerdere besluitvorming (Handelingsperspecitief 2020 en Regionale Samenwerking 2021) zich heeft uitgesproken vóór de komst. Desalniettemin is het college het met de inspreker eens dat goede, duidelijke berichtgeving hierover essentieel is.

Nee.

Nee.

C

Inspreker wijst erop dat wat hen betreft de aanleg en uitbreiding van warmtenetten een aantal nadelen heeft en onder strikte voorwaarden moet gebeuren. De huidige eigenaar van de bestaande warmtenetten in Leiden heeft een prominent aandeel gehad in de ontwikkeling van de transitieplannen. Wij adviseren de rol van dit bedrijf drastisch in te perken door strenge voorwaarden te stellen bij de aanleg van uitbreidingen van het bestaande net of de aanleg van nieuwe warmtenetten. Het College gaat uit van de aanleg van een middentemperatuur warmtenet (70°C) , waarvoor een energielabel van C voldoende zou moeten zijn. Dat getuigt van weinig ambitie. Onze visie is dat het energetisch gunstiger is om, waar dit mogelijk is, te kiezen voor lage temperatuurnetten. In tegenstelling tot wat de gemeente lijkt te denken, is isoleren tot label B of zelfs C bij lage temperatuur verwarming vaak voldoende om het gewenste wooncomfort te bereiken.

D

De gemeente kan dit (dat de eindgebruiker keuze heeft uit meer dan één aanbieder) bij beheerders van bestaande warmtenetten afdwingen d.m.v. hernieuwde concessies. Het lijkt erop dat een aantal bestaande concessies verlopen zijn en stilzwijgend zijn verlengd.

E

Het subsidiebeleid van de gemeente heeft de laatste jaren gezwalkt, en dat maakt mensen terughoudend om kosten te maken. We vragen de gemeenten om structureel te investeren in (financiële) ontzorging. Dat gaat verder dan de mogelijkheid bieden om te bellen naar het Duurzaam Bouwloket. Er is betrouwbaar beleid nodig om mensen o.a. te ondersteunen (met advies, subsidies en gunstige leningen) bij verduurzaming op logische momenten als vervanging van installaties aan het einde van de levensduur, (groot) onderhoud, verbouwingen en verhuizingen.

Zoals u ook aangeeft, streven wij naar een open net buiten het bestaande stadswarmtenet van genoemde partij, waar meerdere bedrijven warmte op kunnen aanbieden zodat de eindgebruiker keuze heeft uit meer dan één aanbieder. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan zal er aan de voorkant een aanbesteding moeten plaatsvinden waarbij op basis van randvoorwaarden een leverancier voor een bepaalde wijk wordt gekozen. Het verbinden van nadere voorwaarden ten aanzien van het temperatuurregime, duurzaamheid etc. aan de nieuw af te geven concessies behoort inderdaad tot de juridische instrumenten die de gemeente zal inzetten om haar doelen te realiseren. Wij willen bovendien benadrukken dat de huidige eigenaar alleen een aandeel heeft gehad in haar rol als eigenaar van bestaande assets en de mogelijkheden om het huidige stadswarmtenet te verduurzamen, niet over de eventuele rol bij een uitbreiding van dat warmtenet. Ten aanzien van het temperatuurniveau: de TVW gaat uit van een mix van bronnen, waarbij een (groot) deel van de warmtevraag wordt verzorgd door hoge- en middentemperatuur-bronnen. Om de transitie betaalbaar te houden en tegelijkertijd te besparen, gaan wij ervanuit dat woningeigenaren de schil (dak, vloer, spouwmuur en eventueel ramen) van hun woning isoleren, als dat haalbaar en betaalbaar is.

De aanname is dat veel woningen op die manier (met basisisolatie) geschikt worden voor middentemperatuur. Woningen geschikt maken voor lage temperatuur kan hoge kosten voor isolatie met zich meebrengen én hoge kosten voor toepassen van vloerverwarming/vervangen van radiatoren. De vraag voor welke wijk/woning welke temperatuur precies geschikt is, krijgt nadere invulling in een toekomstige WUP. Middentemperatuur is een aanname voor een groot deel van de stad; in de toekomst kan dit wijzigen op basis van nieuwe inzichten in verdiepende studies op wijkniveau. De temperatuur kan eventueel ook gefaseerd worden afgebouwd, als de woningen daar geschikt voor zijn (gemaakt). De visie sluit het gebruik van lage temperatuur op lange(re) termijn in ieder geval niet uit. Het klopt dat de looptijd van een enkele concessie is verlopen. In de overeenkomsten is expliciet afgesproken dat twee jaar voor de einddatum van de overeenkomst partijen met elkaar in overleg zullen treden over de voorzetting van de overeenkomst met als uitgangspunt dat gelijkwaardige condities zullen gelden. Indien dit overleg verzuimd wordt, loopt de overeenkomst stilzwijgend door met steeds één jaar tot het moment dat partijen met elkaar overleggen. Dat neemt niet weg dat het hier gaat om duurovereenkomsten, waarbij het eventueel opzeggen van de overeenkomst mogelijk grote financiële gevolgen heeft.

Daarover moet tussen concessiehouder en de gemeente nader overleg plaatsvinden. Met ingang van dit jaar is de landelijke ISDE subsidieregeling flink uitgebreid. Wij denken dat het goed is dat de financiële ontzorging van individuele maatregelen op die manier geregeld wordt. Zo ontstaat immers een gelijk speelveld. In Leiden hebben we een subsidieregeling voor de ondersteuning van lokale initiatieven. Uiteraard is het aan de gemeenteraad om in te schatten of het nodig is om een aanvullende lokale subsidieregeling op individueel niveau op te zetten.

Nee.

Nee.

Nee.

F

G

H

De TVW vermeldt dat er “een uitgebreid netwerk van wijkambassadeurs en energiecoaches [is] opgezet om gebouw-eigenaren te helpen een verduurzamings-plan voor hun woning te maken”. Dat is zo, maar we wijzen erop dat de energiecoaches onbetaalde vrijwilligers zijn die in hun eigen tijd een opleiding hebben gevolgd en hun buurtgenoten adviseren. De wijkambassadeurs doen hun werk voor de gemeente tegen een te verwaarlozen onkostenvergoeding. Beide groepen doen onmisbaar en waardevol werk, maar het College moet ophouden het slagen van de energietransitie in handen van vrijwilligers te leggen, daarvoor is de energietransitie een te grote opgave.

Leiden “omarmt initiatieven van bewoners die zelf willen onderzoeken wat mogelijk is voor hun buurt of wijk”. Als bewoners-initiatief ervaart DEM dat dit het geval is en we waarderen de samenwerking met de gemeente die in de afgelopen 3 jaar is ontstaan zeer. Tegelijkertijd maken we ons zorgen over de representatie in de wijk. Wij kunnen als stichting niet spreken voor andere bewoners van de wijk, die, zo weten we, soms andere inzichten hebben over de warmtetransitie. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om niet alleen voor die groepen oor en oog te hebben, maar ze ook met medezeggenschap en aantrekkelijke vormen van participatie uit te nodigen en te betrekken en zo polarisatie in de wijk te voorkomen.

Mensen zoeken naar de effecten op hun wijk, maar die staan er nu nog niet in. We verwachten een veel concretere invulling in de wijkuitvoeringsplannen en gaan ervan uit dat ook daar brede aandacht zal zijn voor participatie door wijkbewoners. Nadere selectie en invulling van maatregelenpakket-ten per buurt of wijk, met (minstens een indicatie van) de financiële en praktische consequenties bij uitvoering, zijn voor bewoners een voorwaarde om een oordeel te kunnen vormen over de wenselijkheid van de voorstellen.

Het college erkent dat de huidige opzet kwetsbaar is en zet erop in om het netwerk binnen de energietransitie de komende tijd (verder) te professionaliseren. De onkostenvergoeding voor de wijkambassadeurs is inmiddels vervangen; zij vragen een bedrag aan binnen de subsidieregeling lokale energie-initiatieven, waardoor de gemeente een formele subsidie-relatie met hen krijgt en zij volledig vergoed worden voor hun bestede uren. We willen bovendien een community of practice opzetten waarbinnen lokale initiatieven (meer) kennis kunnen opdoen en beter gebruik kunnen maken van bestaande netwerken, die bijvoorbeeld bestaan binnen de Participatiecoalitie. Tegelijkertijd wil het college benadrukken dat de middelen van de gemeente binnen de energietransitie (momenteel) beperkt zijn, waardoor niet het volledige netwerk zoals de inspreker beschrijft kan worden vergoed voor gemaakte uren. Wellicht dat dit verandert als er (meer) Rijksmiddelen vrijkomen. Er is overigens een heel positieve uitkomst geweest van de effectiviteit van wijkambassadeurs in het onderzoeksrapport 'Evaluatie duurzaamheidsbeleid gemeente Leiden' van de Rekenkamercommissie.

De wijkambassadeurs en de energiecoaches zijn bovendien niet het enige middel wat we als gemeente inzetten; ook de prestatieafspraken met de woningcorporaties, vanuit de gemeente gestuurde wijkaanpakken en een stadsbrede isolatiestrategie dragen bij aan de doelen van de energietransitie. Het college dankt het initiatief voor hun eerdere inbreng en getoonde waardering. De gemeente is voornemens het initiatief te blijven ondersteunen om de mogelijkheden tot deze samenwerking verder vorm te geven. Wij erkennen dat stichtingen geen vertegenwoordiging(en) van de wijk(en) zijn en vragen dat ook niet. Wij zullen de komende tijd verdere invulling geven aan onze rol binnen de wijkaanpak. In het Klimaatakkoord staat dat gemeenten de regierol krijgen bij de warmtetransitie. Vanuit het Kennis- en Leerprogramma van het Programma Aardgasvrije Wijken is een Rollenkaart (regierol bij de Transitievisie Warmte | De Argumentenfabriek) met mogelijke regierollen gemaakt, die gemeenten helpt om daar invulling aan te geven. Hier staan ook voorbeelden op welke manier het kiezen van een bepaalde rol tot uiting kan komen in de praktijk. Het betekent bijvoorbeeld dat we in wijken waar we aanleiding zien om te starten met een wijkaanpak meer sturend zullen optreden, door vanuit de gemeente partijen bij elkaar te brengen om gezamenlijk toe te werken naar een Wijkuitvoeringsplan (WUP).

In andere wijken, waar een actief bewoners initiatief is, zullen we meer afwachtend optreden. Hoe deze rolverdeling er exact uit ziet, bepalen we met de andere stakeholders in de wijk in de eerste fase van de wijkaanpak: Samen Starten (p.44). In welk document we dat exact bestendigen en wie daarover besluit, weten we nog niet. Het college herkent het geluid dat bewoners meer en praktische informatie nodig hebben om een oordeel te kunnen vormen over de beste (warmte)oplossing op wijk- of woningniveau uit de wijkgesprekken. Zo ver zijn we echter (nog) niet. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau.

Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc.

Nee.

Nee.

Nee.

I

In de concept Transitievisie Warmte is aandacht voor de rol, belangen en positie van veel spelers. De groeiende aandacht voor de aanpak van energiearmoede is nodig en zeer welkom. Enkele belangrijke groepen komen nog nauwelijks aan bod. Zo worden bewoners, eigenaren en beheerders van woningen in de particuliere huursector wel genoemd, maar verder niet uitgewerkt; terwijl zij ca. 20% van het woningbestand in Leiden uitmaken. Ook VvE en gespikkeld bezit vragen om meer aandacht en gerichte stimuleringsmaatregelen. Ook komt de rol (en beleid ten aanzien) van bedrijven en instellingen nauwelijks aan de orde. Het goede voorbeeld dat de gemeente zelf wil geven met het verduurzamen van (50) eigen gebouwen alleen, is niet voldoende om daar de energietransitie op gang te brengen.

De inspreker benoemt drie doelgroepen; particuliere (ver)huurders, VVE's/gespikkeld bezit en bedrijven/instellingen.

Nee.

Ten aanzien van de particuliere huursector: de gemeente heeft onlangs een Huurteam ingesteld die huurders ondersteunt in het gesprek met de verhuurder m.b.t. vragen over huurprijs, huurcontract etc. Vanuit het programma energietransitie is een samenwerking opgetuigd om het huurteam door te laten verwijzen naar de energiecoaches wanneer zij dat zinvol achten. Particuliere verhuurders kunnen bij verduurzaming gebruik maken van alle regelingen die gelden voor woningen (zoals subsidie bij twee of meer verduurzamingsmaatregelen). Op grond van BW Art. 7:243 kunnen huurders de verhuurder verzoeken om energiebesparende voorzieningen aan te brengen. De wet regelt dat een verhuurder mee moet werken aan een redelijk voorstel. Het gaat dan om dubbelglas, isolatie van vloer, dak of muren of een verbeterde cv-installatie. De gemeente kan overwegen in 2022 in te zetten op het informeren en ondersteunen van huurders hierbij, maar kan daar op dit moment geen toezeggingen over doen. Ten aanzien van VVE's/gespikkeld bezit: die vormen inderdaad een interessante om (collectief) te verduurzamen. Het college heeft een evaluatie van het project de Rodes in de Merenwijk gedaan om te leren van deze casus waar sprake was van een grote renovatieslag van een woningcorporatie met gespikkeld bezit.

Op basis hiervan heeft de gemeente geconstateerd dat er vanwege de eigendomssituatie in VVE's en gespikkeld bezit kansen liggen om (grotere) stappen te zetten om de woningvoorraad te verduurzamen, als (een van de) betrokken partij(en) daar een stevig(ere) rol in neemt. Of en hoe de gemeente daaraan bijdraagt, weten we nog niet.

J

12

Zolang de nieuwe warmtewet niet is aangenomen, blijft het onzeker hoe warmteoplossingen in de wijken er uit kunnen zien. In de zich snel ontwikkelende warmtemarkt is 5 jaar te lang om te wachten op bijstelling van de plannen. We pleiten er dan ook voor om direct met een aangepaste Transitievisie te komen zodra de nieuwe warmtewet is vastgesteld. Samenvatting inspraakreactie Inspreker 12

Ten aanzien van bedrijven en instellingen: het college is het met de inspreker eens dat de rol van bedrijven enigszins onderbelicht is. Vanuit de gemeente hebben we ambitie benoemd om ons eigen maatschappelijk vastgoed te verduurzamen, wat vorm krijgt in een nieuw uitvoeringsplan. Bedrijven moeten bovendien voldoen aan landelijke wet- en regelgeving, zoals de eis om minimaal label C te kunnen overleggen voor een bedrijfspand in 2023. Bedrijven kunnen bovendien een rol spelen in wijkuitvoeringsplannen, door als warmtebron (met restwarmte) te dienen of anderszins onderdeel te zijn van een collectieve oplossing. Het college neemt de suggestie om al deze uitgangspunten te bundelen tot een uitvoeringsplannen bedrijven/instellingen mee in haar overwegingen tot inspanningen volgend jaar, maar kan geen toezeggingen doen. Het idee om direct na inwerkingtreding van de nieuwe Wet de TVW te herzien is sympathiek en te overwegen. Hoe dan ook wordt de TVW elke vijf jaar herzien. Echter, de inwerkingtreding van de nieuwe warmtewet is niet de enige variabele. Meer duidelijkheid over beschikbaarheid van bronnen is dit ook. Wij zullen goed blijven monitoren of een tussentijdse aanpassing van de TVW van meerwaarde zal zijn en niet schromen deze nieuwe versie inderdaad in samenspraak met de stad te publiceren. Reactie gemeente

Nee.

Gevolgen voor besluit

A

B

C

D

E

13

We vinden het verstandig dat in de TVW nagedacht wordt over het aanleggen van warmtenetten, een hybride warmtepomp als tussenoplossing en het isoleren van huizen. Dit reduceert de groeiende vraag naar elektriciteit. Waar mogelijk kijken wij graag mee op welke plekken in het net dit gebeurt en wanneer dit iets extra's aan aanpassingen vraagt. Integraal en planmatig werken is belangrijk om het werk uitvoerbaar te houden. Hierbij is de gemeente nodig in een coördinerende rol. Door integraal (zowel warmte, zon op dak en elektrische vervoer) naar de opgave per wijk te kijken zorgen we ervoor dat het net eenmalig aangepast hoeft worden, zo blijven werkzaamheden en de overlast beperkt. Ruimte in de boven- en ondergrond voor het uitbreiden van het elektriciteitsnet is van belang. Er zullen veel extra transformatorhuisjes in de stad moeten komen te staan om alle elektriciteit te kunnen transporteren. Hier zal een efficiënt proces voor moeten worden opgezet om de locatie te vinden en te vergunnen. Dit zal de transitie versnellen. Ook is doelmatig investeren van belang om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden. Er moet worden voorkomen dat er gasleidingen en/of elektriciteitskabels verlegd moeten worden. Dit kost capaciteit wat we liever inzetten om voor netverzwaring.

Bovendien vragen wij om te voorkomen dat er achterblijvers op gas blijven wanneer er een warmtenet wordt uitgerold. In de meeste gevallen moet de netbeheerder dan een nieuw gasnet aanleggen voor deze achterblijvers, dit is maatschappelijk heel kostbaar. Tot slot willen wij uw Raad erop wijzen dat de energietransitie vergelijkbaar is met een constante verbouwing. Aankomende jaren zullen de straten waarschijnlijk veel vaker open moeten om de benodigde energie infrastructuur aan te passen dan dat de inwoners van Leiden gewend zijn geweest. Samenvatting inspraakreactie Inspreker 13

Het college dankt Liander voor de waardering. De gemeente en Liander werken op verschillende niveaus samen om te werken aan een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk.

Nee

Onze organisaties zijn op dit punt al aan het samenwerken in de vorm van een convenant op de uitvoering. We zijn erg blij met deze samenwerking, omdat overlast beperken en kosten besparen essentieel zijn gezien de grootte van de opgave.

Nee

Wij kunnen dit beamen en hebben hier dan ook in bijlage II (p. 63) uitvoerig aandacht aan besteed. Buiten dat het de transitie kan versnellen, zal het heel belangrijk worden om de stad te informeren over de onderen bovengrondse impact van de transitie.

Nee

Het college erkent de noodzaak om doelmatig te investeren en snapt de oproep om ‘achterblijvers’ te voorkomen, als een wijk omschakelt naar een haalbaar en betaalbaar alternatief op aardgas. Momenteel ontbreekt het het college echter aan instrumentarium om hierop te sturen. Als dat beschikbaar komt, is het college voornemens om zich te buigen over de mogelijkheden en de manieren waarop ze hier gebruik van wil/kan maken.

Nee

Het college erkent deze boodschap van Liander. Het is dan ook een goed teken dat onze organisaties samen met Dunea een convenant op uitvoering hebben gesloten, waarmee gemeenten en nutsbedrijven samenwerken aan energievragen voor de toekomst. Zo werken we samen zo efficiënt mogelijk aan deze ‘verbouwing’ waarbinnen we overlast voor de bewoners zoveel mogelijk willen beperken.

Nee

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

A

B

C

D

E

Er wordt aangegeven dat de gemeente c.q. regiogemeentes een aantal rollen zouden kunnen oppakken, maar deze rollen worden in de TVW niet uitdrukkelijk ingevuld c.q. geclaimd. Daarmee heeft de gemeente maar een zeer beperkte invloed op zaken als betaalbaarheid, duurzaamheid, betrouwbaarheid en uitvoerbaarheid. Ons pleidooi is dan ook dat de gemeente Leiden nadrukkelijk een zware rol pakt en actief stuurt om zo meer invloed te krijgen en behouden bij de uiteindelijke uitvoering van de warmtetransitie. We horen graag hoe de gemeente Leiden dit gaat invullen. Vogelwijk Energiezuinig pleit voor handhaving (en onderhoud) van het huidige aardgasleidingnetwerk om er in de (nabije) toekomst biogas en/of waterstof, al dan niet tijdelijk, door te kunnen transporteren1. Onderzoek heeft uitgewezen dat bestaande netwerken geschikt zijn of gemaakt kunnen worden voor distributie van duurzame gassen (Netbeheer Nederland, 2018). We zijn benieuwd op basis van welke argumenten de gemeente Leiden niet heeft gekozen voor (tijdelijke) handhaving van het huidige distributienetwerk. We horen graag van de gemeente welke doelen worden nagestreefd als het gaat om bijvoorbeeld de hoeveelheid CO2-reductie of energiebesparing?

Het college gaat komend jaar aan de slag, al dan niet in samenwerking met de gemeenten in de regio, om de gemeentelijke rol en bijbehorende marktordening scherper te definiëren. Het zal in dit traject de verschillende rollen naast elkaar uitwerken en bezien. Het college wil nog niet vooruitlopen op conclusies. Daarbij merkt het college ook op dat er veel afhankelijk is van welke aanvullende middelen (zowel financieel als juridisch) er vanuit het Rijk beschikbaar komen.

Nee.

Het huidige aardgasleidingnetwerk blijft gehandhaafd en onderhouden zolang het in gebruik is. Echter, de huidige wet- en regelgeving staat het conserveren van leidingen niet toe om veiligheidsredenen. De Wet Milieubeheer stelt dat niet in gebruik zijnde gasleidingen verwijderd moeten worden uit veiligheidsoogpunt. Het agentschap Telecom en de SoDM benadrukken dit ook: verlaten gas-assets moeten worden verwijderd. Daarnaast is er nog de sectorale afspraak met het SoDM en EZK waarin gezegd wordt dat de gehele aansluitleiding (vanaf de hoofdleiding tot en met de gasmeter) verwijderd wordt indien er geen gebruik meer wordt gemaakt van aardgas in de woning. Deze afspraak is bevestigd aan de Tweede Kamer.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt.

De gemeente streeft na om in 2050 een klimaatneutrale en aardgasvrije stad te zijn. Het college heeft geen concrete jaarlijkse streefwaarde voor CO2-reductie vastgelegd. De gemeente heeft zich in de RES aanvullend gecommitteerd om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. Voor energiebesparing streeft de gemeente na om 1,5% per jaar energie te besparen. Over de voortgang wordt in de P&C-cyclus gerapporteerd. Tevens zijn aanvullende cijfers te zien op www.leidenincijfers.nl.

Nee.

Als een gebouweigenaar keuzevrijheid heeft in het wel of niet meedoen aan het geboden collectieve alternatief voor aardgas – zoals de TVW zegt - dan heeft dit consequenties voor een haalbare businesscase en de uiteindelijke kosten voor de eindgebruiker bij de aanleg van een warmtenet. Alleen bij voldoende deelnemers is het mogelijk om een warmtenet rendabel te kunnen exploiteren. Wij vragen ons af hoe de gemeente Leiden hiermee omgaat en we missen een visie hierop. De gemeente is gebaat bij een goed bewonersinitiatief als gesprekspartner, maar wat is de inzet van de gemeente hierbij?

Het college erkent dit dilemma en beschrijft dit ook in de TVW. Daarnaast is er een maximaal tarief voor aansluitkosten op een warmtenet door de ACM vastgesteld, dus een warmteleverancier dient zich altijd aan deze bedragen te houden.

Nee.

Het college is van mening dat het de beschikbare middelen zo effectief en doelmatig mogelijk moet inzetten, op de plekken waar zij het verschil maken. Het college is het met de inspreker eens dat er ondersteuning nodig is om in de wijken waar bewonersinitiatieven actief zijn, tot uitvoering over te gaan. Daarom stelt het college jaarlijks €250.000,- in een subsidieregeling (lokale energie-initiatieven) ter ondersteuning en stimulering van lokaal initiatief. De provincie Zuid-Holland heeft eenzelfde regeling, die meer gericht is op het benodigde onderzoek wat de inspreker noemt. Het college is bereid om met de initiatieven (en eventueel Energiek Leiden) samen in kaart te brengen welke ondersteuning er beschikbaar is en hoe de initiatieven daar het beste gebruik van kunnen maken.

Nee.

F

Wat betreft aanpassingen aan woningen zet de gemeente in op het stimuleren, kennis verschaffen en ontzorgen van eigenaar/bewoners. De gemeente biedt als enige financieel instrument de duurzaamheidslening. Voor het overige wordt verwezen naar subsidies etc van de rijksoverheid. Dit vinden wij als Vogelwijk Energiezuinig absoluut onvoldoende.

Het college is van mening dat het de beschikbare middelen zo effectief en doelmatig mogelijk moet inzetten, op de plekken waar zij het verschil maken. Daarom kiest het college er op dit moment voor om geen subsidieregeling op te zetten die ordergrootte hetzelfde zou doen als de reeds bestaande regelingen op provinciaal en/of rijksniveau (het subsidiëren van maatregelen). Wel is het college van mening dat het nodig is om het lokale initiatief in de energietransitie te ondersteunen. Daarom stelt het college jaarlijks €250.000,- in een subsidieregeling ter ondersteuning en stimulering van dit initiatief. Aanvullend merkt het college graag op dat het content is met de noties die in het nieuwe landelijke coalitieakkoord worde gemaakt over bijvoorbeeld het Nationaal Isolatieprogramma. Het is immers het Rijk die voornamelijk voor randvoorwaarden als een betaalbare energietransitie moet zorgen.

Nee.

G

Over de invulling van ‘de ondersteuning van lokale bewoners initiatieven’: Dit vinden wij in het kader van de warmtetransitie absoluut onvoldoende. De overheid (zowel rijk als gemeente) heeft bepaalde klimaatdoelstellingen vastgelegd. De energietransitie is een van de grootste maatschappelijke uitdagingen van onze tijd. Daarom verwachten wij van de gemeente een proactieve en niet alleen een faciliterende rol. Bewonersinitiatieven zijn afhankelijk van actieve vrijwilligers, die bereid zijn hier (heel veel) tijd en energie in te steken. Het zijn zeker geen professionele organisaties, die over de benodigde middelen beschikken. Het is onduidelijk en niet concreet wat wordt bedoeld met ‘lokaal eigenaarschap’ en welke ondersteuning, eisen, waarborgen en sturing de gemeente hierbij geeft.

Zie antwoord op vraag 13E

Nee.

Lokaal eigenaarschap in de context van de Transitievisie Warmte doelt op het daadwerkelijk (mede-) eigenaar zijn van bewoners van warmteoplossingen in een wijk. Hierbij is het initiatief vanuit de wijk leidend. De gemeente heeft een regierol en ziet er op toe dat het initiatief de ondersteuning krijgt die het nodig heeft en dat de oplossingsrichtingen passen binnen het totaalplaatje van de Transitievisie Warmte.

Nee.

Bovendien: Vogelwijk Energiezuinig is een stichting en representeert dus niet ‘de Vogelwijk’. De TVW gaat hierdoor voorbij aan de meningen van andere wijkbewoners en legt te veel verantwoordelijkheid bij de stichting Vogelwijk Energiezuinig. De Coöperatie Energiek Leiden wordt als enige vertegenwoordiger van bewoners genoemd. Waarom niet meerdere bewonersinitiatieven opnemen in de Warmtewissel?

Dat is een terecht punt en moeten we in onze communicatie voortaan nuanceren.

Nee.

Op dit moment is door historische groei enkel Energiek Leiden aangeschoven bij de LWW. In 2022 wordt er gewerkt aan uitbreiding van het governance model waarbij we volop inzetten op de stem van bewonersinitiatieven in de energietransitie, mede om uitvoering te geven aan een eerder ingediende motie rondom dit thema. Of dat binnen of buiten de LWW is, moet nog worden besloten.

Nee.

K

‘In de Vogelwijk, het Houtkwartier en het Waardeiland zijn lokale initiatieven ontstaan’. Deze tekst is verwarrend en feitelijk onjuist. - Voor zover bij ons bekend, zijn er in de Vogelwijk geen lokale bronnen aanwezig.

De TVW beschrijft dat de wijken waar lokale bewonersinitiatieven zijn ontstaan, goede startpunten zijn voor de energietransitie. Dat kan in combinatie met (het benutten van) lokale bronnen, maar dat hoeft inderdaad niet. Wij passen de tekst aan.

L

Wij zijn van mening de TVW geen inzicht geeft in het potentieel van lokale bronnen voor Leiden. Bovendien blijven de kansen voor lokale bronnen en kleinschalige collectieve warmtenetten in de TVW onderbelicht en onvoldoende uitgewerkt.

Het college is het met de inspreker eens dat er geen goed inzicht wordt geboden in de (potentie van) lokale bronnen, terwijl het wel een onderdeel is van de multibronnen-strategie. Dit zullen we toevoegen aan de kaart op pagina 19 en de tekst in de TVW erop nalopen. Deze lokale bronnen bieden dan (automatisch) kansen op genoemde kleinschalige collectieve warmtenetten, ofwel autonoom ofwel als onderdeel van een groter (stads)warmtenet.

Ja. Deze reactie heeft geleid tot een tekstwijziging, zodat het onderscheid tussen lokale initiatieven en lokale bronnen helder is. Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast.

H

I

J

M

De grote verschillen tussen huizen in de wijk kunnen grote gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de deelname aan een warmtenet. Hoe wordt dit meegenomen?

Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model bevat aannames over de warmtevraag per woning, op basis waarvan de benodigde aanvoertemperatuur van de warmteoplossing wordt bepaald. Het model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd, die we in Wijkuitvoeringsplannen (WUP) gaan toepassen. Het college erkent dat de verschillen tussen huizen een complicerende factor bij het vaststellen van de meest passende warmteoplossing per wijk in zo'n WUP.

Nee.

Vattenfall streeft voor haar bestaande (en toekomstige) warmtenetten naar midden temperatuur (MT) warmtenetten (70 graden aanvoer en 40 retour gemeten in de woning) om in 2040 fossielvrije warmte te kunnen leveren. Per regio en per wijkaanpak bekijkt de gemeente met Vattenfall en de afnemers in de wijk wat de mogelijkheden voor temperatuuraanpassingen zijn en staan in de contracten maatregelen op t.b.v. het bevorderen van isolerende maatregelen. Met die maatregelen heeft de verbruiker die warmte betrekt van Vattenfall direct een voordeel door minder warmteverbruik (van de warmterekening is 50-60% verbruik) en indirect kan Vattenfall daardoor de bronnen verder verduurzamen. N

Wij missen in de TVW een analyse van de risico’s die het project op welke manier dan ook, zowel positief als negatief, kunnen beïnvloeden. Door risicomanagement kan hierop geanticipeerd worden en kan de impact van deze risico’s tot een minimum beperkt blijven.

Het college weet niet zeker wat de inspreker bedoelt met ‘het project'. Als de inspreker doelt op het realiseren van de WLQ+; dat is niet direct een project wat de gemeente uitvoert. Gasunie legt WarmtelinQ aan, een ondergrondse leiding waarmee restwarmte uit de Rotterdamse haven kan worden gebruikt om huizen en bedrijven in Zuid-Holland te verwarmen. Op de site van WarmtelinQ (WarmtelinQ) staat meer informatie. Als de inspreker doelt op het ‘project’ energietransitie; dat is veelomvattend en de rol van de gemeente is verschillend in verschillende fases. Het college erkent wel dat zodra een concreet project, zoals bijvoorbeeld het aanleggen van een lokaal warmtenet na vaststelling van een Wijkuitvoeringsplan, in uitvoering gaat, het belangrijk is om heldere afspraken te maken over risico's en wie deze draagt.

Nee.

O

Verder missen wij in de TVW de wijze van monitoren van de ontwikkelingen om na te gaan of er een noodzaak is voor een tussentijdse evaluatie, op basis waarvan het nu geformuleerde beleid en de beoogde koers mogelijk in de (nabije) toekomst moeten worden aangepast. Met andere woorden: is er een zogeheten plan B? Dit lijkt ons noodzakelijk. Samenvatting inspraakreactie Inspreker 14 Ten aanzien van CO2-reductie en CO2-neutrale gebouwde omgeving: wat is nu de doelstelling? Waarop is de reductie van 40% gebaseerd?

De TVW wordt tenminste elke vijf herijkt. Vanzelfsprekend stelt de gemeente de uitvoeringskaders bij wanneer zij die nodig acht. Het is op voorhand nog niet expliciet te maken wat dit precies kan zijn. Daarbij doet het college in '22 een nieuw voorstel, betreffende rolneming en marktordening, aan de gemeenteraad toekomen, dat het uitvoeringskader verder aanscherpt. Aanvullend merkt het college op dat de TVW door het college verder wordt geoperationaliseerd in een uitvoeringsprogramma.

Nee.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Leiden wil in 2050 klimaatneutraal zijn. Dat is de overkoepelende doelstelling. In Leiden is de gebouwde omgeving verantwoordelijk voor ca. 2/3e van de uitstoot en mobiliteit voor nog eens bijna 30%. Dan is er nog een kleine industrie en echte landbouw is er eigenlijk niet. Wanneer men dus grote slagen wil maken in CO2-reductie moet men vooral kijken naar elektriciteitsverbruik van apparaten, het verduurzamen van de verwarming/koeling van gebouwen en het verduurzamen van de mobiliteit. De Transitievisie Warmte is een beleidsdocument wat handvatten biedt voor de uitvoering van de warmtetransitie. In het document ‘routekaart klimaatneutraal Leiden 2050’, te vinden op Energietransitie in Leiden - Gemeente Leiden, is beschreven hoe het pad richting dit einddoel er uit kan zien.

Nee.

14 A

B

Vergelijkbaar met ongeveer energielabel B”; Dit is een onmogelijke eis; niet haalbaar en betaalbaar voor alle woningen en gebouwen.

C

Wanneer woningen al LT zijn, dan is de doelstelling 30% besparing op de energierekening te realiseren in 2050 ten opzichte van 2020”. Dit is een onmogelijke eis.

D

Wat is minimaal MT? Wat is ongeveer energielabel B?

E

Wat is genoeg isoleren voor woningen die voor 1980 zijn gebouwd? Welke kosten zijn hieraan verbonden? Zijn hiervan gedetailleerde berekeningen gemaakt? Zo ja, kunnen deze worden gedeeld? Bovendien dient middentemperatuur éénduidig gedefinieerd te worden.

G

Over het isoleren tot ‘ongeveer label B’: Hoe vallen onze inschattingen van de kosten van tienduizenden euro’s voor isolatie te rijmen met de gedachte van de gemeente?

H

Wie behartigt nu de belangen van de bewoners?

Dit is ook geen eis. De doelstelling is dat woningeigenaren voor basisisolatie van hun woning zorgen. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Wat dat precies betekent per wijk en per woning(type) werken we verder uit in een Isolatiestrategie en, later, in Wijkuitvoeringsplannen. Dit is ook geen eis. Die 30% reductie voor LT-woningen is een aanname bij het doorrekenen van scenario’s in het model. Dit is een configuratie die aangepast kan worden en in de toekomst kan wijzigen op basis van nieuwe inzichten over verdiepende studies op wijkniveau.

De inspreker merkt terecht op dat de passages over isolatie eenduidiger kunnen. De doelstelling is dat woningeigenaren voor basisisolatie van hun woning zorgen. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Wat dat precies betekent per wijk en per woning(type) werken we verder uit in een Isolatiestrategie en, later, in Wijkuitvoeringsplannen. De inspreker merkt terecht op dat de passages over isolatie eenduidiger kunnen. De doelstelling is dat woningeigenaren voor basisisolatie van hun woning zorgen. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Wat dat precies betekent per wijk en per woning(type) werken we verder uit in een Isolatiestrategie en, later, in Wijkuitvoeringsplannen.

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat. Ja. De tekst in de TVW is hierop aangepast: Als woningen momenteel al geschikt zijn voor LT, dan is de aanname dat deze woningeigenaren (in 2050 ten opzichte van 2020) nog 30% kunnen besparen op hun energierekening door slim(mer) met hun verbruik om te gaan. Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat. Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties is de tekst over isolatiemaatregelen aangepast in de Transitievisie Warmte, waar het nu eenduidig over basisisolatie gaat.

Er staat een definitie van de temperatuurniveau's in de TVW. Het is lastig om dit eenduidig te definieren, omdat het geen exacte wetenschap is. De ene warmteleverancier noemt 55 graden middentemperatuur, terwijl een andere 70 graden aanhoudt. De inspreker merkt terecht op dat de passages over isolatie eenduidiger kunnen. De doelstelling is dat woningeigenaren voor basisisolatie van hun woning zorgen. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Wat dat precies betekent per wijk en per woning(type) werken we verder uit in een Isolatiestrategie en, later, in Wijkuitvoeringsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11065727/1