CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

22.0007 Bijlage 3 Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0007 Vaststelling Transitievisie Warmte Leiden45.030 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Inspraaknota Transitievisie Warmte Leiden Versie 6 januari 2022

1 Inleiding Elke gemeente moet volgens het Klimaatakkoord een Transitievisie Warmte vaststellen. In dit beleidsdocument beschrijven gemeenten onder meer hoe woningen en andere gebouwen beter geïsoleerd worden en van het aardgas af gaan. In oktober 2021 gaf het college van Burgemeester en wethouders de concept Transitievisie Warmte in Leiden vrij voor inspraak. Aansluitend heeft deze zes weken ter inspraak gelegen. Ter begeleiding zijn er tijdens en na het schrijfproces per wijk informerende sessies over de warmtetransitie georganiseerd. 2 Behandeling inspraakreacties Er zijn twintig inspraakreacties ingediend op de concept Transitievisie Warmte. Twaalf inspraakreacties zijn namens een buurt ingediend, vier namens een individuele inwoner van Leiden en vier vanuit “professionele partijen”. De inspraakreacties zijn tijdig ontvangen en ontvankelijk. In deze notitie zijn de inspraakreacties samengevat en van commentaar voorzien. Op basis van dit commentaar heeft het college een belangenafweging gemaakt tussen de belangen van de aanvrager, de belangen van de omwonenden/indieners van inspraakreacties en het algemeen belang. Op basis van de binnengekomen inspraakreacties zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in de omgevingsvisie. Voor de motivering wordt verwezen naar de onderstaande tabel. In de eerste kolom zijn de reacties samengevat.

In de tweede kolom is de reactie van de gemeente opgenomen. De derde kolom geeft aan of de inspraakreacties leiden tot aanpassingen aan de visie. Als bijlage bij deze nota zijn de inspraakreacties toegevoegd. De namen en adressen van de indieners van inspraakreacties worden vanwege privacy redenen niet vermeld in de stukken die op internet worden gepubliceerd. De individuele reacties zijn anoniem gemaakt. Mocht u als indiener van een reactie destijds uw bijdrage niet of onvoldoende herkennen, of leidt deze inspraaknotitie tot vragen dan kunt contact opnemen met dhr M. Spaan, te bereiken via gagoed@leiden.nl of via het telefoonnummer van de gemeente 14055. 3 Vervolgprocedure Het college biedt de TVW begin dit jaar aan de gemeenteraad aan. De TVW zal elke vijf jaar worden herzien en aangevuld met de laatste stand der techniek en laatste inzichten. In negenwijken wordt de komende jaren een start gemaakt met het vervolg per wijk, in een zogenaamd wijkuitvoeringsplan. Deze plannen worden voor de start van de uitvoering voorgelegd aan de raad. Uiteraard neemt het college daarbij de spelregels voor participatie in acht.

4

Samenvatting en beantwoording inspraakreacties

1 A

B

2 A

Samenvatting inspraakreactie Inspreker 1 Inspreker vraagt waarom er zoveel wordt ingezet op vervuilde restwarmte uit Rotterdam en niet op waterstof.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Deze aanname is onjuist. Het Fakton-rapport is een belangrijke bouwsteen voor de Transitievisie Warmte. Hierin zijn doorrekeningen gemaakt van de verschillende scenario’s van elektrificatie, WLQ+, geothermie en lokale bronnen. Ook is hier rekening gehouden met mogelijke invoeding van waterstof of andere duurzame gassen vanaf 2040.

Inspreker vraagt of de kosten van aanleg restwarmte t.o.v. waterstof wel goed zijn afgewogen.

Waterstof (H2) is voorlopig geen kostenefficiënt alternatief voor aardgas in de gebouwde omgeving. Dit komt omdat er nu nog niet voldoende duurzame productie is (met als resultaat groene waterstof), en als die er zou zijn gaat dat naar de sectoren waar het de meeste waarde heeft. Dat betekent in eerste instantie waar H2 nu al ingezet wordt, de industrie en de zware mobiliteit. Omdat niet bekend is wanneer er hoeveel en tegen welke prijs groene waterstof beschikbaar komt, is een eerlijke kostenvergelijking niet haalbaar. Wel weten we dat enkel isoleren tot 2040 geen optie is voor de gehele stad omdat we daar de klimaatverandering niet voldoende mee tegengaan. Reactie gemeente

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties is het woord ‘waterstof’ vervangen door ‘duurzaam gas’ in de Transitievisie Warmte (plaatje op p.19), wat de lading beter dekt. Nee.

Samenvatting inspraakreactie Inspreker 2 Goed dat er kaders met uitleg zijn. Laat afdeling communicatie kijken naar het kader op p.26, en of dat nou zo verhelderend is.

B

Het is onduidelijk wat een open warmtenet betekent voor de afnemer. Kan een pandeigenaar - net als bij stroom - kiezen voor een bepaalde leverancier?

C

Over de strategie voor lobby naar het Rijk. Geef aan welke barrières kunnen worden opgelost door regelgeving en subsidie op landelijk niveau. Bijv. strenge legionella-regels en aansluitplicht in de WCW. Er zit een tegenstrijdigheid in de tekst op p.51. Er staat dat het vollooprisico lager wordt met een regionaal warmtebedrijf. En vervolgens dat dit leidt tot minder keuzevrijheid. Voor mij onduidelijk hoe. Inhoudelijk denk ik dat een regionaal warmtebedrijf juist ook weerstand kan opwekken, en dus het vollooprisico groter maken dan bij een lokaal initiatief. Op p.51 en p.57 wordt het dilemma van keuzevrijheid in collectieve systemen benoemd. (Hoe) gaat de gemeente die regels maken? Wanneer komt er duidelijkheid?

D

E

Wij zullen de tekst iets aanscherpen en verplaatsen naar een andere plek in de visie.

Dat hangt ervan af in welk deel van Leiden u woont. Het bestaande warmtenet is eigendom van Vattenfall en zal dat naar verwachting blijven. In de Transitievisie Warmte beschrijven we dat we met merendeel van de nieuwe aansluitingen op een open net willen aantakken, wat betekent dat daar meerdere aanbieders van warmte op kunnen leveren. Dit werkt concurrentie in de hand en biedt op termijn de mogelijkheid voor de aansluiting van nieuwe lokale warmtenetten en voor de ontsluiting van andere lokale duurzame warmtebronnen. Of het in de praktijk zo uitpakt dat een huisadres daardoor ook kan kiezen uit meerdere aanbieders is nog onzeker, maar wel onze inzet. Er is nog veel onzekerheid inzake de WCW (Wet Collectieve Warmte), zowel tijdens het schrijven van de visie als bij de beantwoording van uw reactie. Daarom is dit thema benoemd in de lobby-strategie. Ons inziens zijn de door u gevraagde barrières voldoende omschreven.

Gevolgen voor besluit Ja. Naar aanleidingen van deze inspraakreactie is de tekst aangepast en verplaatst naar een logischere plek in de visie. Nee.

Nee.

Dit dilemma bespreekt het feit dat een warmtebedrijf graag zo veel mogelijk aansluitingen in een gebied wenst te realiseren voor een rendabele business case, terwijl individuele bewoners graag keuzevrijheid hebben om niet aan te sluiten op dit warmtenet. Over een regionaal warmtebedrijf en voor- en nadelen daarvan wordt niet geschreven.

Nee.

Deze regels zullen vooral afhankelijk zijn van de voortgang in de WCW of vergelijkbare wetgeving. Dit wordt op landelijk niveau beslecht. Na invoering van de WCW zal de gemeente nadenken over implementatie ervan.

Nee.

F

G

H

I

J

Het dilemma van keuzevrijheid kan worden opgelost door 'collectieve vrijheid' te introduceren. Dat betekent dat er per cluster (een buurt) collectief beslist moet worden. Elke bewoner heeft een stem, en uiteindelijk moet iedereen meedoen met de gekozen oplossing. Bewoners vragen om duidelijkheid. Ze willen weten hoe veel ze moeten isoleren en wanneer het af moet zijn. De oplossing: Geef een eindtijd/ultimatum voor overleg en besluitvorming in de wijk. Ondersteun hierbij met technisch onderzoek en kennis over warmtebronnen en kosten. Hieruit komt een collectieve keuze van de buurt voor een bepaalde warmte-oplossing. Vervolgens wordt een einddatum voor gas bepaald. Daarbij is het uitgangspunt van minstens 8 jaar van tevoren prima. Het is goed dat bewonersinitiatieven de ruimte krijgen voor het ontwikkelen van kleinschalige oplossingen. Maar de haalbaarheidsstudie en de exploitatie vereisen veel technische kennis en praktijkervaring. Dat kunnen vrijwilligers niet opbrengen. Wat is de rol van de gemeente en technische installatiebedrijven hierin? Hoe groot is het risico dat mensen massaal houtkachels gaan stoken? Gaat de gemeente dat reguleren?

Er mist een visie op warmte-opslag.

Deze gedachte is interessant. Of en hoe we daar invulling aan geven zal de gemeente bepalen na invoering van de WCW of vergelijkbare wetgeving.

Nee.

Met de Transitievisie Warmte geven we voor de stad een algemeen handelingsperspectief: isoleer de schil van uw huis (dak, vloer, spouwmuur en eventueel glas) als dat haalbaar en betaalbaar is, zodat u zich voorbereidt op een lage(re) aanvoertemperatuur van een toekomstige warmteoplossing. Om te komen tot de Wijkuitvoeringsplannen (WUP), waarin de (collectieve) keuze voor een wijk staat omschreven, moeten we stappen nemen die u benoemt, zoals technisch onderzoek. Welke stappen dat precies zijn en in welk tijdspad we ze zetten in elke wijk, werken we na vaststelling van de TVW verder uit.

Nee.

De gemeente ondersteunt de lokale initiatieven, onder andere door hen te adviseren over mogelijke technische adviesbureaus die zij kunnen inschakelen om technische kennis in te brengen in hun wijk. We lezen mee met uitvragen en offertes, en brengen in wat de (on)wenselijkheden van een bepaalde oplossing zijn gegeven de kaders van de gemeente. De gemeente faciliteert initiatieven bij het aanvragen van (provinciale) subsidies en ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de Participatiecoalitie. Wij zijn bovendien voornemens om lokale kennisdeling meer te stimuleren. Commerciële partijen zoals technische installatiebedrijven komen pas in beeld aan het einde van de wijkaanpak, bij de realisatie/nazorg fase. De gemeente Leiden heeft op dit moment geen separate verordening of regeling rondom bijstook van hout. Het verwarmen van de eigen woning door houtstook is toegestaan, zolang er geen overlast wordt veroorzaakt. Op grond van artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 is het voor bewoners algemeen verboden (ook op eigen erf) om voor de omgeving hinderlijke of schadelijke rook, roet, walm of stof te verspreiden en zodanig overlast te veroorzaken. Voor bijstook van hout in de open lucht geldt de algemene regeling in artikel 5:34 van de APV. Er geldt een algemeen vuurverbod in de open lucht binnen de gemeentegrenzen.

Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, geldt het verbod niet voor verlichting met vuur, sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand en voor vuur voor koken, bakken en braden. Handhaving van eventuele overlastsituaties is ook bij (onverantwoorde) houtstook mogelijk.

Nee.

In deze visie kijken we naar de hoofoplossing voor het warmte-alternatief. Veel woningeigenaren hebben een houtkachel, open haard, etc. als bijverwarming. De visie is niet gericht op deze vormen van bijverwarming. In de visie is als hoofdwarmtebron gekeken naar warmtealternatieven waar houtstook geen onderdeel vanuit maakt. In de analyses is houtstook ook niet als alternatief meegenomen. De mogelijkheden tot warmteopslag staan inderdaad niet omschreven in de visie. Binnen het beoogde warmtesysteem zijn behalve de bronnen, ook de opslag(mogelijkheden) van belang om (warmte)overschot- en tekort goed te balanceren. Hoewel het kansen biedt, is de verdere verkenning van mogelijkheden tot warmteopslag in alle scenario's no-regret en verandert het daarom ook niet onze visie op de beste combinatie van warmtebronnen in het eindbeeld 2050.

Nee.

Ja. Op basis van deze en andere inspraakreacties voegen we de overweging in de TVW toe dat, behalve de bronnen, ook de opslag(mogelijkheden) van belang om (warmte)overschot- en tekort goed te balanceren. Hetzelfde geldt voor elektriciteit.

K

L

3 A

4 A

B

Er wordt gesproken over het subsidiëren van de 'onrendabele top'. Een betere aanpak lijkt mij om de fossiele alternatieven sterker te belasten en minder te subsidiëren. Anders ontstaat de situatie dat gemeente eindeloos geld moet blijven stoppen in de warmte-infrastructuur. Voor een stadsbreed systeem gaat het dan om permanent veel geld. Over de warmteladder: zonthermie ontbreekt in het lijstje. Er staat dat Leiden gaat afwijken van de ladder. Wat wordt dan de nieuwe voorkeursvolgorde? Over de merit order: wie bepaalt welke bron wanneer mag leveren? Prijs of ook uitstoot? Of is dat overbodig door een CO2-heffing? Samenvatting inspraakreactie Inspreker 3 De Transitievisie Warmte van de gemeente Leiden beschrijft de uitdagingen waar Leiden voor staat en geeft ook goed overzicht van de in te zetten activiteiten. Firan onderschrijft in het bijzonder de keuze voor het Open Regionaal Energie Systeem. Dit biedt de beste kansen voor het ontwikkelen van een robuuste bronnenmix. Firan vraagt wel aandacht voor de benodigde tussenstappen, omdat een regionaal warmtenet en grote duurzame bronnen pas tot ontwikkeling zullen komen als er voldoende vraag en aanbod is. Eén van de mogelijke tussenstappen is om op renovatiemomenten van grotere woningcomplexen, gelegen in de ‘warmtenetbuurten’ uit de TVW, al een warmtenet aan te leggen, gevoed door een modulaire buurtwarmtepomp.

De buurt is dan al klaar; zodra de grote duurzame bronnen (aardwarmte, WarmteLinQ+) beschikbaar komen, kunnen deze warmtenetten gekoppeld worden. De buurtwarmtepomp kan dan weer elders ingezet worden. Samenvatting inspraakreactie Inspreker 4 Wij hebben vastgesteld dat de transitievisie warmte een onleesbaar lang document is en daardoor niet toegankelijk voor inwoners;

Wij hebben vastgesteld dat tijdens het wijkgesprek (sept 2021, red.) gesproken is over middenwarmte voor de Stevenshof (geen/nauwelijks aanpassingen in de woning), terwijl in de visie die er nu ligt gesproken wordt over lage temperatuurwarmte (wel aanpassingen noodzakelijk), zonder dat goed onderbouwd wordt waarom en hoe bewoners hiervoor gecompenseerd zullen worden

Deze analyse is scherp en waar. Echter, dit is geen actie die de gemeente zelf op kan pakken binnen de huidige regels. Landelijk gezien wordt de belasting op aardgas al in stapjes verhoogd. Voor een subsidie van de zogenaamde onrendabele top is Leiden afhankelijk van het Rijk.

Nee.

Zonthermie is ingeschaald onder “all electric oplossingen”. Deze ontbreekt dus niet. Wij zien geen aanleiding om de lijst te veranderen.

Nee.

Dit heeft te maken met een combinatie van factoren, waarbij duurzaamheid, betaalbaarheid en leveringszekerheid worden meegenomen. Het is dus niet één factor, maar een mix van factoren. Zie voor een mogelijk voorbeeld bijlage 2, waarbij Fakton een aanzet heeft gedaan in de bouwstenenstudie. Reactie gemeente

Nee.

Het college dankt de inspreker voor deze ondersteuning van de TVW. De noodzaak van tussenstappen wordt ingezien, en zal met name in de diverse wijkaanpakken aandacht moeten krijgen. Het idee van een modulaire buurtwarmtepomp die vervolgens na enkele jaren wordt vervangen door een grotere warmtebron en vervolgens hergebruikt kan worden is interessant. We leggen op het visieniveau van de TVW niks vast over de toepassing van dit soort systemen. In wijkuitvoeringsplannen zullen we wel uitspraken doen welke toepassingen passend zijn voor de wijk; dan zullen we bezien of een modulaire buurtwarmtepomp onderdeel wordt van de warmteoplossing.

Nee.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Deze TVW is een beleidsmatig document, waarin in de volle breedte van de warmtetransitie afwegingen zijn gemaakt. Om de inhoud en implicaties van dit document ook begrijpelijk te maken voor alle Leidse bewoners, wordt gewerkt aan een uitgebreide website met een interactieve kaart. Deze bieden informatie en handelingsperspectief, zodat de keuzes die in de TVW worden gemaakt concreet worden voor bewoners en ondernemers. Die wordt opgeleverd rondom de Raadsbehandeling in januari en februari. Het college is het met de inspreker eens dat de algemene beleidslijn om in te zetten op, in eerste instantie, hoge- en later middentemperatuur om de transitie betaalbaar te houden, niet goed wordt vertaald in de afbeelding op pagina 19. We passen de afbeelding daarom aan, zodat hij een compleet beeld geeft van de visie (beschikbare bronnen, startwijken en toekomstige infrastructuur).

Nee. Wel volgt er een uitgebreide(re) website met een interactieve kaart, die toegankelijk(er) is.

Gevolgen voor besluit

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 20 (in de oude versie, pagina 19 in de nieuwe) aangepast.

C

D

E

F

G

H

I

Wij hebben vastgesteld dat bewonersvragen die gesteld zijn tijdens het wijkgesprek nog niet beantwoord zijn en ook niet verwerkt zijn in deze visie. Wij roepen u daarom op om een inwonersversie van de transitievisie warmte te maken, met een overzicht wat het betekent per wijk, voor deze wordt vastgesteld en deze toe te lichten tijdens nieuwe wijkgesprekken. U geeft continu aan in gesprek te willen blijven met de stad. De beslissingen die voortkomen uit de transitievisie warmte raken alle inwoners. Een leesbare versie met een toelichting is een vereiste, zeker als het doel is zoveel mogelijk bewoners te bereiken. Wij eisen daarom een onderbouwing van de keuze voor lage temperatuur i.p.v. middentemperatuur waarin wordt aangetoond dat dit leidt tot milieu/duurzaamheidswinst, gelijkblijvend comfort en dat het bovenal betaalbaar is. Een klimaatneutrale stad is van groot belang. Om het doel te behalen zijn aanpassingen op meerdere fronten noodzakelijk. Maar de private investeringen moeten niet ondergeschikt worden gemaakt aan het collectieve belang. Bewoners van de Stevenshof verwachten bij noodzakelijke aanpassingen van hun woningen een reële kostenraming, een tegemoetkoming in de kosten en op zijn minst collectieve coördinatie vanuit de gemeente Leiden.

Wij verwachten dat u in een transitievisie warmte niet onzekere vertrekpunten (restwarmte Rotterdam) opneemt en de warmtevisie aanpast op de recente ontwikkelingen voordat deze definitief wordt.

Dit is onjuist. U vindt door de gehele TVW-quotes van bewoners in elk hoofdstuk. Bovendien zijn bevindingen uit de wijkgesprekken meegenomen in de inhoudelijke keuzes van de TVW. De antwoorden op de vragen staan op www.gagoed.nl/energietransitie. Het college geeft gevolg aan uw oproep. Deze TVW is een beleidsmatig document, waarin in de volle breedte van de warmtetransitie afwegingen zijn gemaakt. Om de inhoud van dit document ook begrijpbaar te maken voor alle Leidse bewoners, wordt gewerkt aan een publieksversie die wordt opgeleverd rondom de Raadsbehandeling in januari en februari.

Nee.

Zie antwoord op vraag 4B.

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding op pagina 19 (in de oude versie) aangepast. Nee.

Wij verwachten van u dat u keuzevrijheid voor warmteleveranciers ook voor de bewoners van de Stevenshof mogelijk maakt. Zeker omdat u een toename van betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid voor de eindgebruiker als uitgangspunt voor de visie neemt; We willen dat de gemeente Leiden duidelijk stelling neemt en aangeeft of individuele en kleinschalige initiatieven aangemoedigd en gestimuleerd zullen worden, of dat de gemeente liever alleen inzet op grootschalige en collectieve oplossingen.

Het realiseren van keuzevrijheid voor een warmteleverancier op het bestaande net is niet mogelijk binnen de huidige leveringsvoorwaarden met de huidige leverancier. Wél heeft deze aanbieder aangegeven dat zij betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid ook in de toekomst van belang vindt. Het is dus goed mogelijk dat zij ook meerdere bronnen zal invoeden op het bestaande net.

Het uitgangspunt van de Gemeente Leiden in de wamtetransitie is een haalbare en betaalbare energietransitie voor iedereen. Overigens realiseren wij dat we deze begrippen nog moeten definiëren, conform de landelijke uitgangspunten die worden opgesteld naar aanleiding van afspraken uit het Klimaatakkoord. De inzet op middentemperatuur is een manier om de kosten binnen de perken te houden. Tegelijkertijd is het eerlijke verhaal dat de energietransitie alle Nederlanders geld gaat kosten.

Het College is van mening dat wij in Leiden door de inzet op een multibronnen strategie juist niet sterk afhankelijk zijn van ontwikkelingen zoals u die schetst. Met het streven naar een Open Regionaal Energiesysteem wordt het juist mogelijk voor de lokale bronnen die u schetst om in te voeden op het grotere systeem.

Leiden neemt hier geen duidelijke stelling in. In de multibronnen-strategie is dat ook niet mogelijk. Voor het ene huishouden is een individuele oplossing gewenst, afhankelijk van bouwjaar van de woning, moment van verhuizing of verbouwing, etc. Voor andere huishoudens is aansluiting op een collectief net juist gewenst. De Transitievisie schetst een beeld voor de hele stad, waarin voor beide (individueel/kleinschalig en grootschalig collectief) ruimte is, met de kanttekening dat individuele oplossingen kunnen zorgen voor extra belasting op het al volle elektriciteitsnet en de betaalbaarheid van collectieve oplossingen onder druk kunnen zetten. We stimuleren bewoners om zich te organiseren en, als daar behoefte aan is, kleinschalig collectief op te starten. In de TVW staat beschreven welke bewoners initiatieven momenteel bij ons bekend zijn.

Nee. Wel volgt er een uitgebreide(re) website met een interactieve kaart, die toegankelijk(er) is.

Nee. De onzekerheden van de beschikbaarheid van bronnen worden benoemd in de TVW. De ontwikkelingen in Rotterdam zijn daar een voorbeeld van, maar recente ontwikkelingen expliciet benoemen in een visiedocument die vijf jaar stand moet houden is niet passend. Nee.

Nee.

J

K

L

M

5 A

In de visie kom je veel woorden zoals ‘wijkaanpak’ en het belang van het contact met de bewoners tegen. Wij verwachten dan geen warmtevisie van 70 pagina’s lang waarin een leeswijzer voor inwoners en een handig overzicht van wat de visie per wijk betekent ontbreekt. In de visie worden in rode kaders enkele kritische bewonersreacties getoond. Uit de visie wordt niet duidelijk wat daarmee wordt gedaan. Wij vragen u om een onderbouwde reactie op die vragen en opmerkingen te geven;

Het college geeft gevolg aan uw oproep. Deze TVW is een beleidsmatig document, waarin in de volle breedte van de warmtetransitie afwegingen zijn gemaakt. Om de inhoud van dit document ook begrijpbaar te maken voor alle Leidse bewoners, wordt gewerkt aan een publieksversie die wordt opgeleverd rondom de Raadsbehandeling in januari en februari.

Nee. Wel volgt er een uitgebreide(re) website met een interactieve kaart, die toegankelijk(er) is.

De citaten in de rode kaders zijn uitspraken van bewoners en ondernemers die gedaan zijn tijdens de wijkgesprekken. Een groot deel van de opmerkingen en vragen die gesteld zijn tijdens deze bijeenkomsten zijn beantwoord in de Q&A n.a.v. de wijkgesprekken. Deze is terug te vinden op www.gagoed.nl/energietransitie. De quotes zijn onderdeel van de TVW, om een indruk te geven van de inhoud van de gesprekken. De grote, meest besproken onderwerpen (keuzevrijheid, einddatum aardgas, startwijken en betaalbaarheid) hebben nadrukkelijk een plek gekregen in de TVW.

Wij vinden het positief op p.41 te lezen dat betaalbaarheid voor inwoners voorop staat en dat energiearmoede zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Goed dat er in bepaalde wijken ook al een projectgroep bestrijding energiearmoede actief is. Wij vragen u te kijken of dit kan worden uitgebreid naar andere wijken zoals de Stevenshof, waar dit waarschijnlijk ook speelt. Daarnaast hechten wij aan goede afspraken voor huurders als zij geconfronteerd worden met aanpassingen van hun huurwoningen in het kader van de energietransitie. Wij verzoeken u daarom om de energietransitie op te nemen in het Sociaal Statuut Werkgebied Leidse Corporaties; Ook hier pleiten wij om een overzicht van de kosten onderdeel te laten zijn van het gesprek. Een uitgangspunt alleen op beleidslijnen, zonder onderbouwing wat de kosten zijn, hoe ze worden bekostigd, en door wie het betaald gaat worden is geen compleet stuk op basis waarvan beslissingen genomen kunnen worden. Het is slechts een startpositie voor discussie. Samenvatting inspraakreactie Inspreker 5 Hybride warmtepompen worden aanbevolen (P41), bodemenergiesystemen lijken te worden ontmoedigd desnoods door inzet van verordeningen (P25). Waar ziet dit op toe, b.v.

op de installatie van brine/water warmtepompen door particuliere huishoudens? Wat is hier het risico, niet verkrijgen van een omgevingsvergunning, stil moeten leggen van een reeds aangeschaft systeem?

De aanpak voor de energiearmoede pakken wij op dit moment aan in enkele wijken, maar wordt vanaf volgend jaar mede door een Rijksbijdrage verder over de stad uitgespreid. Omdat wij als gemeente formeel geen partij zijn in het Sociaal Statuut, is aanpassing daarvan een zaak tussen corporaties en de betreffende huurdersvertegenwoordigers. Wel zullen wij dit in een eerstvolgend overleg over het Sociaal Statuut Werkgebied Leidse Corporaties inbrengen.

Ja. In het eerste rode kader staat toegelicht dat het bedoeld is om een indruk te geven van de inhoud van de gesprekken. De totale opbrengst is hier terug te vinden www.gagoed.nl/energietransitie Nee.

Het college is het met de inspreker eens dat de Transitievisie Warmte voor de transitie op wijkniveau slechts een startpunt is. In Wijkuitvoeringsplannen worden de kaders van de Transitievisie Warmte verder uitgewerkt op wijkniveau, waar kosten voor de bewoner(s) een integraal onderdeel van zijn. De Transitievisie Warmte laat wel de totale maatschappelijke kosten van de verschillende scenario's (combinaties van WLQ+, geothermie, aquathermie, all-electric en lokale bronnen) meewegen in een keuze voor een voorkeursscenario.

Nee.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

In onze ogen worden (individuele) bodemenergiesystemen niet op grote schaal ontmoedigd. Wel waarschuwen wij voor de beperkte ruimte in de bodem en de goede afstemming die dit vraagt, met name bij grootschalige inzet in nieuwbouwprojecten. Het niet verkrijgen van een omgevingsvergunning is geen inzet van de Gemeente Leiden, wij moedigen een individuele warmtepomp aan voor de huizen en bewoners die zich dat nu kunnen veroorloven, met de kanttekening dat individuele oplossingen kunnen zorgen voor extra belasting op het al volle elektriciteitsnet en de betaalbaarheid van collectieve oplossingen onder druk kunnen zetten.

Nee.

B

C

D

E

6

Waarom denkt de gemeente dat verzwaring van het elektranet en bouw van nieuwe onderstations kunnen worden uitgesteld of voorkomen? Is dit realistisch, zeker in de wintertijd, met de opkomst van (hybride) warmtepompen, elektrische auto’s (vanaf 2030 de enig nieuw leverbare variant) en elektrisch koken? Een dergelijk scenario lijkt in de wintermaanden het elektraverbruik tot 300% van het huidige verbruik te kunnen opstuwen. Kan het elektranet dit aan zonder verzwaring? Is er voldoende opwekcapaciteit? Er wordt gesproken over “gelijktijdig minder grootschalige opwek in het landschap hoeven te realiseren”(P40). In welke verhouding staat dit tot zware elektra aansluitingen van Datacentra die gebruik maken van groene stroom? Of recent aangekondigde regeringsplannen om voor industrieel gebruik grootschalig waterstof te produceren in Delfzijl, waarbij de elektrolyse gevoed gaat worden door offshore windturbines? Indien warmte moet worden opgewekt, lijken warmtepompen, met name grondgebonden brine/water warmtepompen efficiënter dan lucht/waterwarmtepompen als gebruikt in hybride systemen. Bij een aangenomen COP = 5 voor een brine/water warmtepomp, zou een netto besparing van gasverbruik (vermindering CO2 uitstoot) toch realiseerbaar moeten zijn? Zelfs indien de extra benodigde elektra (voorlopig) met gasgestookte centrales moet worden opgewekt.

Bij eerdere navraag bij de gemeente (via het contactformulier) is mij gebleken dat de gemeente Leiden niet duidelijk weet te formuleren of brine/water warmtepompen kansrijk zijn te worden toegestaan of niet, de “Transitievisie Warmte 2021-2026” lijkt dit zelfs te ontmoedigen. Is het wel nuttig (veel) tijd aan onderzoek hiernaar te besteden? Wat is het vooruitzicht? Kan een forse investering (€30.000 +) in een brine / water warmtepomp mogelijk verloren gaan? Samenvatting inspraakreactie Inspreker 6

De gemeente denkt dat de verzwaring en uitbreiding van het elektranet onvermijdelijk is en heeft hier ook nauwe afstemming over met de netbeheerder, Liander. Zij is verantwoordelijk voor de staat van het net en het uitbreiden/verzwaren. De gemeente faciliteert dit door ruimte te vinden voor nieuwe kabel(tracé)s en (onder)stations. Zowel de energietransitie, de grote woningbouwopgave, economische groei als de verduurzaming van mobiliteit zorgen ervoor dat verzwaringen en uitbreidingen onvermijdelijk zijn. Door de voorkeur te geven aan collectieve oplossingen en zonwering/extra groen te stimuleren in plaats van airco's, probeert de gemeente de opgave van verzwaren en uitbreiden zoveel mogelijk te beperken. Maar in de scenario's van Liander ontstaan knelpunten in de Leidse regio, binnen een aantal jaar. Zij hebben daarvoor eigen aannames, de 300% die u noemt herkennen wij daar niet in. In Leiden zijn geen noemenswaardige grote datacentra aanwezig. De grootschalige opwek verwijst naar het niet hoeven plaatsen van windmolens of zonneweiden in het groene Leidse landschap. De nationale plannen staan niet in verhouding tot de Leidse plannen.

Nee.

In de TVW ontkrachten wij de kracht van warmtepompen niet, ook individuele oplossingen zijn onderdeel van het mult-bronnenscenario. Wij moedigen een individuele warmtepomp aan voor de huizen en bewoners die zich dat nu kunnen veroorloven als dat passend is voor de woning, met de kanttekening dat individuele oplossingen kunnen zorgen voor extra belasting op het al volle elektriciteitsnet en de betaalbaarheid van collectieve oplossingen onder druk kunnen zetten.

Nee.

In de TVW ontkrachten wij de kracht van warmtepompen niet, ook individuele oplossingen zijn onderdeel van het mult-bronnenscenario. Wij moedigen een individuele warmtepomp aan voor de huizen en bewoners die zich dat nu kunnen veroorloven als dat passend is voor de woning, met de kanttekening dat individuele oplossingen kunnen zorgen voor extra belasting op het al volle elektriciteitsnet en de betaalbaarheid van collectieve oplossingen onder druk kunnen zetten.

Nee.

Reactie gemeente

Gevolgen voor besluit

Nee.

A

B

C

D

E

Deze inspraakreactie is samengesteld door de werkgroep warmte van Energiek Leiden. Energiek Leiden is actief betrokken geweest bij de totstandkoming van deze TVW als deelnemer aan de Werkgroep Leidse Warmtewissel. Mede door onze inbreng wordt restwarmte uit Rotterdam niet als enige mogelijke bron gezien en zijn lokale burgerinitiatieven in beeld als partners en mogelijke ontwikkelaars van warmtebronnen. Ook op andere punten is de inbreng van EL overgenomen, o.a. met betrekking tot het vermelden van het belang van koeling en het verband met de te nemen klimaatregelen daarbij. We spreken onze waardering daarvoor uit. De TWV legt veel nadruk op regionale warmtenet en de voeding met grootschalige warmtebronnen (spoor 1). De politieke onzekerheden over de warmte uit Rotterdam via de verlenging van WLQ+ zijn bekend. Specifiek voor geothermie geldt dat dit nog geen bewezen techniek is voor stadsverwarming. Deze grootschalige oplossingen zijn kapitaalintensief en daarom alleen door grote bedrijven of consortia van marktpartijen te ontwikkelen. Dit creëert afhankelijkheden van enkele marktpartijen. M.a.w.: De basis voor de ‘mix van bronnen-strategie’ is te smal. De ruime aandacht voor het grootschalige oplossingen in de TVW gaat ten koste van aandacht voor alternatieve, lokale, kleinschalige en collectieve oplossingen (spoor 2).

Het is positief dat de gemeente deze oplossingsrichting expliciet benoemt. Dat was in eerdere stukken namelijk nog minder duidelijk. De TVW biedt vervolgens echter weinig zicht op de haalbaarheid en op de wijze waarop dit spoor vorm zou moeten krijgen, het blijft bij algemene beschouwingen. De TVW zegt weinig (tot niets) over het potentieel van lokale bronnen voor Leiden. Zijn er lokale bronnen beschikbaar, en zo ja voor welke wijken biedt dat kansen? Deze blinde vlek is zorgelijk omdat het rapport van Berenschot én Fakton aangeven dat de beschikbaarheid van lokale bronnen beperkt is, of dat er nog onvoldoende over het potentieel bekend is. De TVW geeft geen zicht op praktijkervarin-gen met lokale bronnen en kleinschalige collectieve systemen.

Het college dankt Energiek Leiden voor hun eerdere inbreng en getoonde waardering.

Nee.

Het multi-bronnenscenario gaat niet uit van ‘of-of’, maar ‘van en-en'. Bij de ontwikkeling van regionale geothermie – waar nu regionale samenwerking voor wordt opgestart – speelt een verdelingsvraagstuk mee, omdat er mogelijk onvoldoende geothermie potentie is voor de hele regio. Daarnaast heeft de ontwikkeling van deze geothermie bronnen een lange tijdshorizon en kunnen deze bronnen ook niet allemaal tegelijkertijd ontwikkeld worden. De WLQ+ is daarmee een belangrijke puzzelstuk om zowel op korte termijn sneller te kunnen starten en op lange termijn zekerheid te bieden voor voldoende aanbod van warmte in Leiden en de regio. Vandaar dat inzet op restwarmte (en later geothermie) reeds vier keer is bevestigd door de Leidse Gemeenteraad tussen 2017 en 2021. Dat er grote projectontwikkelaars zijn betrokken bij de aanleg en distributie van deze warmte is onvermijdelijk gezien de schaalgrootte.

Nee.

De potentie van aquathermie is wel bekend, maar onvoldoende weergegeven in deze visie. Dit passen wij aan. Overigens wordt er in de TVW wel vermeld dat wij buurtinitiatieven aanmoedigen met lokale bronnen aan de slag te gaan als deze voorhanden zijn en passend zijn voor de woningen ni de buurt.

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding (pagina 20 in de oude, pagina 19 in de nieuwe versie) aangepast.

Het college is het met de inspreker is dat een beeld op de potentie en locatie van lokale bronnen ontbreekt, ondanks dat het een belangrijk onderdeel van de energiemix is/kan worden. Het kaartje op pagina 19 met een visie op de toekomstige energie infrastructuur van de stad zal daarop worden aangepast. De exacte potentie van de lokale bronnen zal per wijk in de wijkaanpak moeten worden bekeken. De totale potentie van aquathermie, restwarmte van de AWZI's en warmte uit drinkwater is in ieder geval relevant.

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding (pagina 20 in de oude, pagina 19 in de nieuwe versie) aangepast.

U geeft zelf al aan dat er “inmiddels op verschillende locaties binnen Leiden ervaring opgedaan met (onderzoek naar scenario’s van) lokale bronnen en een collectieve warmtevoorziening voor een bouwblok, bijvoorbeeld op het Lammenschansterrein,” en verschillende individuele en collectieve bodemenergiesystemen. Intern verspreiden wij deze kennis wel en desgewenst verspreiden wij deze ook onder de lokale initiatieven.

Nee.

F

G

H

I

De TVW verwijst naar de RES en regionale samenwerking met buurgemeenten. Er wordt (nog) geen koppeling gemaakt met de betekenis daarvan voor de kleinschalig collectieve oplossingen. Wat betekent het regionale afwegingskader over de verdeling van lokale bronnen voor Leidse wijken? Hoe verhouden de lokale bronnen-strategie en de grootschalige bronnen zich tot elkaar? De waardering voor burgerinitiatief is uiteraard positief. Echter, er is veel meer regie en ondersteuning nodig om lokale wijksystemen te ontwikkelen en lokaal initiatief te laten werken. Met serieus budget om de haalbaarheid van opties te verkennen voor wijken en buurten, voor projectbegeleiders en meer centrale coördinatie tussen diverse wijkinitiatieven. In het geval dat een lokaal voorstel haalbaar lijkt te zijn, vraagt dat om een projectmatige en bedrijfsmatige uitwerking. Te denken is aan een lokaal warmtetransitiebedrijf dat in meerdere wijken wijkwarmtenetten ontwikkelt, in opdracht en indien gewenst in eigendom van bewoners. Een Open Regionaal Transportnet (buiten Leiden) biedt geen waarborgen voor toegang van lokale bronnen tot het stadswarmtenet (binnen Leiden). Wij pleiten dan ook voor het formuleren van een strategie warmtenetten ter voorbereiding van de wijkuitvoeringsplannen waarin de TVW concreet wordt gemaakt.

Gemeente kan veel actiever sturen met instrumenten als concessies, aansluitplicht De gemeente heeft een actief sturende rol, waarvoor de gemeente naar ons oordeel ook al de instrumenten beschikbaar heeft (en mogelijk krijgt met de nieuwe Warmtewet 2.0). Hoe gaat de gemeente die instrumenten inzetten? Welke voorwaarden worden daarin meegenomen? Deze instrumenten (en mogelijk andere) die de gemeente mogelijkheden geven om actief te sturen blijven buiten beeld in de huidige TVW. Wij pleiten ervoor dat deze sturende rol snel specifieker wordt uitgewerkt.

Dit is zeer relevant want schaarse lokale bronnen zijn maar voor één gebied tegelijkertijd inzetbaar. De verdelingsafspraken uit de RES zijn dus een must voor een geslaagde regionale energietransitie. Elk individueel initiatief zal bij voldoende volwassenheid worden getoetst aan deze afspraken die op dit moment nog worden opgesteld.

Nee,

Het college is het met de inspreker eens dat er ondersteuning nodig is om in de wijken waar bewonersinitiatieven actief zijn, tot uitvoering over te gaan. De gemeente Leiden heeft voor een deel van de activiteiten een subsidie lokale energie-initiatieven opengesteld. De provincie Zuid-Holland heeft eenzelfde regeling, die meer gericht is op het benodigde onderzoek wat de inspreker noemt. Het college is bereid om met de initiatieven en Energiek Leiden samen in kaart te brengen welke ondersteuning er beschikbaar is en hoe de initiatieven daar het beste gebruik van kunnen maken. Een dergelijk transitiebedrijf die warmtenetten ontwikkelt is volgens het college een markt activiteit, waar partijen voor te vinden zijn. Het is echter niet de intentie van het college om een dergelijk bedrijf vanuit de gemeente op te zetten.

Nee.

Er moet duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het bestaande stadswarmtenet van Vattenfall en het nog te ontwikkelen Open Regionale Energie Systeem (ORES). De gemeente zet in op een open systeem om toe te werken naar een betrouwbaar, robuust netwerk met leveringszekerheid. Bovendien kan het toestaan van meerdere bronnen op het open net concurrentie bevorderen, wat ten goede kan komen aan de kwaliteit en de betaalbaarheid voor de eindgebruiker. Voor het bestaande warmtenet en het invoeden van lokale bronnen daarop is de gemeente echter afhankelijk van de eigenaar van het net, Vattenfall. Vattenfall heeft in de regio wel al getoond bereid te zijn om verder te onderzoeken of dit invoeden van lokale bronnen een optie is, bijvoorbeeld met de intentieovereenkomst met Energiek Poelgeest. Het college is het met de inspreker eens dat er een strategie warmtenteten moet komen en gaat dit de komende tijd verder uitwerken, als onderdeel van het uitvoeringsprogramma dat volgt op vaststelling van deze TVW. U merkt terecht op dat de gemeente nu al de bevoegdheid om concessies te verlenen aan warmtebedrijven voor de exploitatie van nieuwe warmtenetten heeft en voorwaarden kan stellen aan de duurzaamheid, derdentoegang, e.d. De gemeente kan een aansluitplicht afdwingen met een vastgesteld ‘warmteplan’ voor een gebied.

Nee.

Op dit moment heeft de gemeente echter geen macht om de consument ook een kant op te dwingen. In de Concept Warmtewet stond de mogelijkheid dat gemeenten het aardgasnet mogen verwijderen. Dat mag gedaan worden met een wachttijd van minimaal acht jaar. Hiermee wordt een bewoner dus niet gedwongen aan te sluiten op het geboden alternatief, want de bewoner mag ook een ander alternatief kiezen. Als de wet collectieve warmtevoorziening (WCW) in werking treedt, zal de gemeente zich verder beraden over de inzet daarvan. Bovendien volgt na de TVW nog een uitgewerkt notitie over de rolneming van de gemeente bij de verdere uitvoering van de energietransitie. Hier moeten ook de aandachtspunten genoemd door de inspreker in mee worden genomen.

Nee.

J

De TVW geeft veel aandacht aan het voorbereiden van stadbewoners op de transitie en benadert hen primair als woningeigenaren of huurders. Bij een aansluiting aan een warmtenet zijn ze echter ook ‘afnemers’ en klant van een warmteleverancier. Als contracthouder zijn ze direct belanghebbend in juridische zin. Op welke manier draagt de gemeente zorg voor deze belangen?

K

De gemeente heeft zich niet willen committeren aan een afnamegarantie voor het regionale transportnet, en kan dat ook niet (de gemeente heeft geen zeggenschap over de afnemers). De gemeente kan zich wel actief inspannen om nieuwe afnemers voor het (uitgebreide) stadswarmtenet en nieuwe netten te werven. Een visie ontbreekt op de rol van de gemeente bij het werven van afnemers. De gemeente zet in op middentemperatuur warmte voor de langere termijn. Naar ons oordeel is de toekomst vooral aan lagetemperatuurnetten en zou nu al de keuze voor middentemperatuur gemaakt kunnen worden in de overgang daar naar toe. Dat is energetisch gunstiger, en isoleren tot label B of zelfs C is vaak al voldoende om het gewenste wooncomfort te bereiken.

L

M

De TVW zet tevens in op all-electric oplossingen (individueel, collectief) en merkt terecht op dat het elektriciteits-verbruik hierdoor toeneemt. Ook aquathermieen bodemenergiesystemen met Warmtepompen vergroten de elektriciteitsvraag. De elektrificering van de warmtevoorziening in Leiden heeft consequenties voor de regio buiten Leiden. De TVW gaat in op de noodzaak voor netverzwaring, maar geeft weinig aandacht aan de consequenties voor de elektriciteits-opwekking. De gemeente heeft zich gecommitteerd aan de doelstellingen voor wind en zon op land van de RES 1.0. Voor wat betreft elektriciteitsopwekking betekent dit concreet dat er bijna 90 windturbines van 4 MW nodig zijn om die doelen te halen (0,89 TWh per jaar). Er is een enorme opschaling nodig. Wat gaat de gemeente Leiden doen om dat mogelijk te maken? Welke rol pakt de gemeente Leiden? De Transitievisie Warmte geeft hier geen of onvoldoende inzicht in.

De gemeente betrekt haar bewoners in verschillende hoedanigheden, voor zover deze zich voordoen in de gegeven situatie. Indien een groep bewoners belanghebbende is in de zin van de Awb, dan spant de gemeente zich zeker in om deze groep bewoners vroegtijdig te betrekken en voldoende inspraakmogelijkheden te organiseren. Echter, de belangen van de bewoners als consumenten die via een contractrelatie afnemer zijn van een warmteleverancier hebben geen formele plek in de verhouding tussen de gemeente en haar bewoners. Deze belangen worden beschermd via consumentenregelgeving en energieregelgeving dat ziet op eerlijke en transparante tarieven en voorwaarden voor afname van warmte. Deze belangen horen in die zin in de afweging van de wetgever en de Autoriteit Consument en Markt en vallen buiten de bevoegdheden van de gemeente. Daarnaast kwalificeren particuliere afnemers niet automatisch als belanghebbenden in de zin van de Awb. Dat maakt dat de gemeente niet altijd in juridische zin voldoende ruimte zal hebben om afnemersbelangen rechtstreeks te betrekken in procedures. Het klopt dat er geen gemeentelijke visie inzake het aanbrengen van klanten voor de uitbreiding van het warmtenet is. Dit heeft namelijk te maken met de rolnemingsdiscussie in de warmtenetten-strategie die later in 2022 wordt aangeboden aan de Gemeenteraad.

Opmerkingen zijn vanwege de zuiverheid in de besluitvorming hierover derhalve niet in deze TVW opgenomen.

Nee.

De TVW gaat uit van een mix van bronnen, waarbij een (groot) deel van de warmtevraag wordt verzorgd door hoge- en middentemperatuur-bronnen. Om de transitie betaalbaar te houden en tegelijkertijd te besparen, gaan wij ervanuit dat woningeigenaren de schil (dak, vloer, spouwmuur en eventueel ramen) van hun woning isoleren, als dat haalbaar en betaalbaar is. De aanname is dat veel woningen op die manier geschikt worden voor middentemperatuur. Woningen geschikt maken voor lage temperatuur kan hoge kosten voor isolatie met zich mee én hoge kosten voor toepassen van vloerverwarming/vervangen van radiatoren. De vraag voor welke wijk/woning welke temperatuur precies geschikt is, kan nadere invulling krijgen in een toekomstige WUP. Middentemperatuur is een aanname voor een groot deel van de stad; in de toekomst kan dit wijzigen op basis van nieuwe inzichten in verdiepende studies op wijkniveau. In de RES zijn er geen zoekgebieden voor windenergie op Leids grondgebied opgenomen. Wel een zoekgebied voor zonneweides, deze nemen wij dan ook mee in de overwegingen. De Gemeente Leiden is op elektriciteistgebied aanjager van de zoektocht naar een locatie voor een nieuw 150KV station om de elektriciteitsvoorziening voor de toekomst te borgen. Bovendien zijn er vergevorderde plannen voor de aanwijzing voor een locatie voor een 50KV station.

Tenslotte zet Leiden maximaal in op zon op daken, zodat we vrijwel alles uit de kast halen wat binnen onze mogelijkheden valt op dit vlak.

Nee

Nee.

Nee.

N

O

P

7

In de participatietrajecten met bewoners en de communicatie is het van belang om onderscheid te maken tussen georganiseerde bewonersinitiatieven en andere bewonersgroepen. Actieve georganiseerde bewonersinitiatieven kunnen als onderzoeks- en ontwikkelpartner optreden voor lokale warmteoplossingen, of zijn daar de initiator van. Dat vraagt om een andere benadering dan de bredere bevolking. Om de grote middengroep van de overige bewoners te bereiken is een gerichte en voortdurende inspanning nodig, die pas op lange termijn effect zal hebben. Speciale aandacht is daarbij nodig voor VvE’s, die nu vanwege hun ingewikkelde structuur te weinig ondersteuning kunnen krijgen van bijv. de wijkambassadeurs. De Haagse VvE-balie kan als voorbeeld dienen om dit structureler aan te pakken In de TVW zijn geen doelen en streefcijfers opgenomen. Welke tussendoelen stelt de gemeente voor energiebesparing, verduurzaming van de woningvoorraad tussen 2022-2026, voor de realisatie van warmtenetten? En vooral ook hoe worden deze gemeten en gemonitord?

De Leidse TVW bouwt voort op eerdere beleidstukken: de Warmtevisie (2017), het Handelingsperspectief Energietransitie en de Uitvoering Uitvoeringsagenda energie-transitie gebouwde omgeving (2020). Een evaluatie van het gevoerde beleid en verantwoording voor de gemaakte kosten ontbreekt. Is het beleid effectief en doelmatig gebleken? Welke lessen zijn geleerd? Samenvatting inspraakreactie Inspreker 7

Eens, dit zijn verschillende groepen die vragen om hun eigen benadering. Het college heeft beide groepen ook afgelopen jaar op een andere manier benaderd (de georganiseerde bewoners initiatieven met structurele participatie, de middengroep meer met incidentele, zoals de wijkgesprekken). In de participatienotitie, die als bijlage bij het raadsvoorstel TVW zit, wordt hier verder op ingegaan.

Nee.

Wat betreft VVE's denken wij inderdaad ook aan een aparte aanpak die in 2022 vorm moet gaan krijgen.

In het uitvoeringsprogramma energietransitie 2020-2023, die medio 2020 door de Raad is vastgesteld, zijn drie concrete doelstellingen vastgesteld. • Besparen: De gemeentelijke ambitie is om per jaar het totale energieverbruik van Leiden te verlagen met 1,5%. • Opwekken: De gemeentelijke ambitie is om elk jaar een stijging van 10% lokaal opgewekte duurzame energie te realiseren. • Omschakelen: De gemeentelijke ambitie is om in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. Ruim 50.000 woningen moeten worden aangepast, dat zijn ongeveer 1.500 woningen per jaar. Monitoring daarvan vindt plaats via de gangbare planning en controlcyclus. De energietransitie is een nieuw beleidsveld, waarin inzichten elkaar snel opvolgen. Het college is dan ook van mening dat het, vaker dan misschien gebruikelijk, opnieuw bezien of er nog binnen de juiste kaders wordt gehandeld nodig is. Deze TVW bouwt dus voort op eerdere beleidskaders en stelt deze bij waar het college dat nodig acht. Zo worden er in deze TVW bijvoorbeeld andere wijken aangewezen om een start met de transitie te maken dan in de initiële Leidse Warmtevisie zijn aangeduid. Ook wordt het richtpunt van een aantal Leidse wijken om aardgasvrij te zijn, het jaartal 2035, losgelaten. Dit leek initieel een goed richtpunt, maar de energietransitie is op dit moment nog moeilijk voorspelbaar en uitermate ondoorgrondelijk.

Naast het regelmatig opnieuw bezien van uitvoeringskaders en bijstellen waar nodig, rapporteert het college jaarlijks in de reguliere P&C-cyclus over de voortgang die gemaakt wordt. Reactie gemeente

Nee.

Nee.

Gevolgen voor besluit

A

Het is zorgelijk dat de beeldvorming ten aanzien van electric oplossingen wordt aangetast. Er is namelijk een grote kans dat de transitie ook een grote mate van individuele elektrificatie zou kunnen zien, zeker binnen de termijn waarin Leiden het warmtenet wil uitrollen. De zorg is dat hierdoor individuele opwek/elektrificatie onderbelicht raakt, de noodzakelijke besluitvorming ontbreekt om dit mogelijk te maken en de uiteindelijke verduurzaming al op korte termijn blokkades ondervindt. Wij bevelen sterk aan om de visie op dit vlak aan te vullen om zeker te stellen dat deze oplossingsrichtingen worden gefaciliteerd.

B

De aanpak op stedelijk niveau geeft ons inziens een redelijk beeld van de optimale keuze voor de stad maar geeft minder aansluiting voor keuzes op wijk- en individueel niveau. Door het all-electric scenario toe te passen op de hele stad valt deze heel snel af terwijl dit voor bepaalde wijken en bewoners individueel mogelijk een betere en snellere optie biedt. Dit kan echter niet goed worden achterhaald uit het rapport. Door te werken met uiterste scenario’s (toegepast op de hele stad) is het niet helder wat het effect is van een tussen-scenario waarbij een deel van de bevolking al veel eerder dan 2030 een individuele keuze heeft gemaakt om voldoende te isoleren en all-electric te gaan of voor een hybride warmtepomp heeft gekozen. Het is niet duidelijk welke voorwaarden er zijn voor het warmtenet (bijv. garanties van de gemeente wat betreft afname of participatie in de investering) en welke financiële risico’s de gemeente loopt wanneer bewoners gedeeltelijk niet aangesloten (willen) worden.

C

D

In de evaluatie van de scenario’s is het all-electric scenario als de minst gewenste optie aangegeven. In de uitwerking van dit scenario zijn nogal wat kanttekeningen aan te brengen. Op dit moment worden de kosten voor verzwaring als geheel meegenomen voor de full-electric optie hetgeen waarschijnlijk niet correct is. De CO2-reductie wordt nu per 2050 volledig afgerond terwijl het op basis van nu al geplande uitrol van aanbod de all-electric opwek veel sneller verduurzaamd wordt (de verwachting is al tussen 20302040).

Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Het college is het niet eens met de stelling dat de beeldvorming van electric oplossingen wordt aangetast, er is namelijk ook binnen de andere (anders dan all-electric) scenario's ruimte voor all-electric oplossingen. Zowel hybride als all-electric oplossingen kunnen bijdragen aan de omschakeling van de stad. Echter, te veel (extra) belasting op het elektriciteitsnet zorgt voor een heel grote benodigde investering in de verzwaring en uitbreiding hiervan. Bovendien komt het alternatief wat in veel wijken de laagste maatschappelijke kosten oplevert, een warmtenet, in gevaar door een slechter wordende business case als (veel) woningeigenaren al voor een individuele oplossing hebben gekozen. In de TVW staat ook genoemd dat individuele oplossingen onderdeel zijn van het multi-bronnenscenario, als dat passend is voor de woning en in de wijk (gegeven de staat van het elektriciteitsnet en het voorkeursalternatief). ZIe antwoord 7A; all-electric oplossingen vallen niet af in het multi-bronnenscenario.

Nee.

De gemeente Leiden heeft geen afnamegaranties afgegeven en anderszins geen financieel risicovolle toezeggingen gedaan richting de projecteigenaren van het WLQ+ warmtenet. In die zin loopt de gemeente vooralsnog geen financiële risico's indien er minder afname gerealiseerd wordt dan voorzien in de prognoses van de projecteigenaren.

Nee.

Deze aannames zijn niet juist. In elk scenario wordt rekening gehouden met een benodigde netverzwaring, door de toenemende elektrificatie. Hiervoor zijn aannames gedaan over het toevoegen van PV, de ontwikkeling van elektrische rijden etc. De extra kosten in het all-electric scenario zijn voor de verzwaring(en) ten behoeve van elektrische ruimteverwarming. Voor de CO2-reductie zijn eveneens aannames gedaan over het verduurzamen van de stroom.

Nee.

Nee.

E

Het rapport geeft aan dat de WLQ+ met geothermie en lokale bronnen de snelste methode is om de energietransitie te bereiken. Dit is complex, duur en ingrijpend en dat is onvoldoende meegenomen. De complexiteit achter de voordeur in de PBW wordt mede veroorzaakt door de verscheidenheid in huizen, zowel oorspronkelijk als na verbouwingen. Ons advies is dit beter te onderzoeken en toe te voegen in de kosten.

F

Een andere zorg is de termijn voor aansluiting op een warmtenet (voor PBW waarschijnlijk pas na 2035). Aan de ene kant heeft dit het voordeel dat er van de ontwikkelingen kan worden geleerd maar aan de andere kant zou ten opzichte van het door Fakton uitgewerkte scenario de ondersteuning voor het warmtenet kunnen wegvallen en de kosten voor bewoners die afhankelijk zijn van het warmtenet en hierop hebben gewacht te hoog gaan uitvallen.

G

In het Fakton onderzoek is niet de situatie bekeken voor individuele wijken. Het is ten zeerste de vraag of door individuele keuzes van wijken, straten en/of bewoners voor alternatieve electric opties, de gerapporteerde robuustheid van de basis oplossing in stand blijft.

Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Een scherp beeld geven van de kosten kan daarom pas bij het nader uitwerken van concrete projecten op buurt- en/of wijkniveau. Wel zijn ook hiervoor aannames gedaan over de benodigde kosten om aan te sluiten op de voorgestelde oplossing, zoals inductie koken, aanpassen inpandig leidingwerk, het verwijderen van de gasaansluiting etc. In het Fakon rapport wordt een beeld geschetst op welke manier de bronnen van het multi-bronnen scenario ontsloten en richting de stad getransporteerd kunnen worden. Om een robuust netwerk te creëren met een hoge leveringszekerheid is het sluiten van de Leidse Warmtering daarvan een onderdeel. Op basis van de aanname dat deze ring eerst gesloten moet worden, alvorens bijvoorbeeld PBW op de warmtering kan worden aangesloten, is PBW inderdaad later ‘aan de beurt'.

Dit is echter slechts een mogelijk scenario wat inderdaad mogelijk als nadeel heeft dat een (groot) deel van de wijk al voor een individuele oplossing heeft gekozen. Als er eerder en gericht (warmte)vraag ontstaat, kan dit mogelijk tot andere keuzes leiden in de toekomst.

Nee.

Dat klopt. Het Fakton-rapport ‘toekomstig energiesysteem Leiden’ is een belangrijke bouwsteen voor de TVW en gebruikt een model om een scenariostudie te doen, die inzicht geeft in totale maatschappelijke investeringen – zowel in woningen, gebouwen en netwerkinfrastructuur. Dit model is niet geschikt om op wijk-/buurt-/cluster-of woningniveau verschillende warmteopties te vergelijken of om te bepalen welke maatregelen op dit niveau benodigd zijn of wat de kosten hiervoor zijn. Hiervoor is maatwerk en verdieping per casus gevraagd. Het plaatje met oplossingen per wijk (p.19) geeft daarom een vertekend beeld; deze is aangepast.

Ja. Naar aanleiding van deze en andere inspraakreacties wordt de afbeelding (pagina 20 in de oude, pagina 19 in de nieuwe versie) aangepast.

Nee.

H

Vanuit de RES is de strategie gericht op het introduceren van een warmtenet om vanwege elektrificering de druk op de noodzaak tot netverzwaring te verlichten. Aan de andere kant is er een ambitie om zonnepanelen op 40% van de daken te plaatsen. Is er gekeken naar de netverzwaringstaak met deze capaciteit in samenspel met hoge mate van elektrische mobiliteit en mogelijk individuele elektrificering? De ontwikkeling van de warmteinfrastructuur zou de noodzaak tot netverzwaring voor Leiden kunnen onderbelichten waardoor dit de grote blokkade wordt voor verduurzaming.

Dit is zeker een grote en acute opgave die in de RES niet de aandacht heeft gekregen die hij verdient. Omdat Leiden een koploper was in de energietransitie, hebben wij niet gewacht tot er een RES was om hierop te gaan lopen. Sinds 2016 vraagt Leiden hier de aandacht voor bij de netbeheerder Alliander. Dat heeft geleid tot een betere informatiestroom over de voorziene projecten in Leiden en in de regio en een studie door Alliander naar de netstabiliteit. De conclusie hiervan (2019) was dat het elektriciteitsnet in onze regio urgent verzwaard en uitgebreid moet worden.

Nee.

In Leiden heeft dat ertoe geleid dat we samen met de netbeheerders en betrokken afdelingen sturen op het samengaan van uitvoering van projecten van de netbeheerders en de afdeling beheer van de gemeente. Die samenwerking is recent bekrachtigd met een samenwerkingsconvenant tussen de netbeheerders en Leiden, met de intentie om de werkzaamheden te stroomlijnen en sneller uit te kunnen voeren. Ook zijn de rioolvervangingen in Leiden Zuidwest (2018) gebruikt om te verkennen wat er moet gebeuren om alle werkzaamheden voor riolering, klimaat en energie gelijktijdig uit te voeren. De conclusie daar was de Leiden te ver voor de muziek uitliep omdat de bestaande wetgeving dit de netbeheerders onmogelijk maakt. Het wachten is op aanpassingen in die wetgeving. Helder is dat bij (vrijwel) elke warmteoplossing de netten verzwaard moeten worden. Met de netbeheerders hebben we dit voorjaar (2021) een studie gedaan om te verkennen waar in de ondergrond ruimte is voor mogelijke tracés. Op dit moment loopt een studie om te kijken hoe energietransitie en klimaatadaptieve maatregelen gecombineerd kunnen worden in onze bodemdalingsgebieden in Leiden-Noord.

I

De visie ondersteunt het isoleren van het vastgoed in de wijk al is dit vaak maar één temperatuurstap (Fakton rapport) en in de TVW is de Focus op kostenefficiënte isolatie. Vanuit het standpunt van de PEP is dit niet ambitieus genoeg en is het ondersteunen van de gemeente voor een zo ver mogelijke isolatie aan te raden.

J

De strategie om meerdere partijen bronnen te kunnen laten aanbieden op een warmtenet wordt gezien als belangrijke voorwaarde om monopolisme tegen te gaan. Het is belangrijk om vrije toegang te realiseren op de Energy Hubs. De vraag is echter of deze bronnen al zijn ingecalculeerd? Het warmtenet gaat uit van een deel niet-duurzame warmte. Tevens is door de auteurs aangegeven dat er nog geen perspectief is voor de wijze waarop de huidige net duurzame warmte wordt vervangen door echt duurzame restwarmtebronnen.

Binnen de RES heeft Leiden steeds het belang benadrukt van het transport- en distributienet als randvoorwaarde voor het succes van de energietransitie. Daar ging de aandacht echter vooral uit naar de plaatsingen van de duurzame opwek. Dat daar een transportnet bij hoort en er hoge kosten aan verbonden zijn betekent begint inmiddels ook regionaal duidelijk te worden. Zoals beschreven in antwoord 7A zet het college nadrukkelijk in op middentemperatuur oplossingen, vanwege de betaalbaarheid. Als op wijk- of woningniveau blijkt dat het haalbaar en betaalbaar is om verder te isoleren, kan dat een plek krijgen in de Wijkuitvoeringsplannen (WUP).

Uw opmerking bestaat uit twee delen. Enerzijds klopt het dat er duurzame bronnen zijn ingecalculeerd om in te voeden op de Energy Hub die wordt gebouwd rondom de aanlanding van WLQ+. Tegelijkertijd zegt u dat er geen perspectief is hoe het huidige net verduurzaamd zal worden. Dat is onjuist, aangezien leverancier Vattenfall zelf heeft aangegeven in 2035 volledig duurzame warmte te willen aanbieden. Dat kan middels invoeding van aardwarmte of bijvoorbeeld restwarmte op het huidige net.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11065727/1