22.0007 Bijlage 1 de omschakeling naar een aardgasvrij Leiden
Tekst van het document
24
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Individuele oplossingen Niet iedere bewoner of eigenaar van een gebouw zal, om uiteenlopende redenen, gebruik willen maken van een collectieve warmtevoorziening via een open regionaal net. In de huidige regelgeving is voorzien dat niemand kan worden gedwongen tot het accepteren van oplossingen die door hen als onwenselijk worden gezien. Dat betekent dat er de vrijheid bestaat om tot een eigen afweging en keuze te komen, ook nadat een zorgvuldig participatieproces tot een breed gedragen collectieve oplossing heeft geleid. De keuze die individuele gebouweigenaren maken, hebben impact op de mogelijke oplossingen voor de wijk. Bodemenergiesystemen die op korte afstand van elkaar worden geplaatst kunnen invloed hebben op de temperatuur van de ondergrond bij de ‘buursystemen’. Hierdoor kunnen bodemenergiesystemen die op korte afstand van elkaar worden geplaatst elkaar positief of negatief beïnvloeden. In de regelgeving is vastgelegd dat het in werking hebben van een bodemenergiesysteem niet mag leiden tot zodanige interferentie met een eerder geïnstalleerd bodemenergiesysteem, als die het doelmatig functioneren van dit systeem schaadt. Dit kan bijvoorbeeld worden voorkomen door invoeding van een duurzame bron. Daarom werkt de gemeente Leiden aan een verordening voor bodemenergiesystemen.
Een andere belemmering kan ontstaan als in wijken op grote schaal wordt gekozen voor individuele oplossingen, waardoor een substantiële verzwaring van de bestaande infrastructuur voor elektriciteit door de netbeheerder zal worden gevraagd. Opslag van elektriciteit, onder andere lokaal, kan helpen deze belemmering deels weg te nemen en (het onderzoeken van) de mogelijkheden hiertoe zijn in elk scenario verstandig. Verzwaringen en uitbreidingen van het elektriciteitsnet zijn gezien de economische groei, de woningbouwopgave, de veranderende mobiliteit en in toenemende mate de energietransitie echter onvermijdelijk.
JAN UARI 2022
4. Tempo maken met de transitie In het transitiepad van Leiden, richting aardgasvrij in 2050, zijn we al gestart met het beperken van de warmtevraag door op gebouwniveau duurzame maatregelen te nemen. We blijven hierop inzetten en willen de grote middengroep bereiken, zodat alle woningen tenminste op een basisisolatieniveau komen. Op basis van een aantal criteria, zoals energie in de wijk en de beschikbaarheid van bronnen, starten we ook in een aantal kansrijke wijken met het voorbereiden op de omschakeling. We nemen hiervoor de regie, zowel op de boven- als de ondergrond. Om het gewenste tempo te behalen vragen we betrokkenheid en daadkracht van onze partners in de stad.
4.1. Het transitiepad voor Leiden Het einddoel van de warmtetransitie is een volledig duurzame warmtevoorziening, in een mix van warmtenetten met regionale en lokale bronnen, all-electric oplossingen op duurzame elektriciteit en in de binnenstad mogelijk groen gas. Om het warmtescenario te realiseren werken we gefaseerd en maken we onderscheid tussen waar we stadsbreed op inzetten en zaken die we wijkgericht oppakken. Stadsbreed zetten we in op no-regret maatregelen zoals het omlaag brengen van de warmtevraag van de gebouwde omgeving en het treffen van voorbereidingen voor de nieuwe Leidse energie infrastructuur. Tegelijkertijd intensiveren we onze inzet in een aantal kansrijke wijken, die we selecteren op basis van een aantal criteria. In sommige wijken betekent dit dat we meer onderzoek willen doen, in andere dat we concreet aan Wijkuitvoeringsplannen gaan werken waar de definitieve warmteoplossing in wordt vastgelegd.
Het transitiepad verloopt globaal als volgt: • woningen en overige gebouwen geschikt maken door bijvoorbeeld aanbrengen van isolatie op natuurlijke momenten; • gelijktijdig ontwikkelen van een collectief warmtenet en ondertussen in wijken de warmte- en koudebehoefte van clusters van gebouwen matchen aan de beschikbare bronnen; • na het beschikbaar hebben van bronnen en het sluiten van de warmtering kan gestart worden met de omschakeling in de wijken: met behulp van distributienetten in de wijken waar een warmtenet de beoogde oplossing is. 4.2. Stadsbrede aanpak In de hele stad is gestart met de transitie doordat gebouweigenaren duurzame maatregelen nemen, bijvoorbeeld op natuurlijke momenten zoals bij een verhuizing. Dit is ook nodig, want veel alternatieven voor verwarmen met aardgas werken alleen als huizen goed zijn geïsoleerd. Hoe lager de temperatuur die nodig is om een gebouw te kunnen verwarmen, hoe meer gebouwen gebruik kunnen maken van de beschikbare warmte.
26
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Stadsbreed willen wij er vooral voor zorgen dat we de komende jaren de (grote) middengroep in beweging krijgen. Een van de doelstellingen die we daarmee willen realiseren is dat alle woningen tenminste een basisisolatieniveau bereiken. Op die manier verwachten wij dat veel woningen comfortabel verwarmd kunnen worden met MT-warmte, wat een belangrijk onderdeel van de bronnenmix is. Als woningen momenteel al geschikt zijn voor LT, dan is de aanname dat deze woningeigenaren (in 2050 ten opzichte van 2020) nog 30% kunnen besparen op hun energierekening door slim(mer) met hun verbruik om te gaan. 4.3. Wijkaanpak Het geschetste beeld in de warmtekaart is een vertrekpunt voor de wijkaanpak. Op de kaart is inzichtelijk gemaakt welke regionale en lokale bronnen (mogelijk) beschikbaar zijn om Leiden op termijn haalbaar, betaalbaar en duurzaam mee te verwarmen. De nabijheid van deze bronnen bepaalt mede welke mogelijkheden een wijk heeft om over te schakelen op een alternatieve warmteoplossing. Een belangrijke vervolgstap is om de warmtebehoefte van de gebouwen in de wijk te matchen met de beschikbare warmtebronnen. In wijkaanpakken verzamelen wij meer specifieke kennis van de wijk. Per bouwblok, straat of buurt gaan wij op basis van de warmtebehoefte en het warmteaanbod verder verkennen welke techniek(en) het best passen bij de gebouwen en gebruikers.
Een belangrijk onderdeel van de wijkaanpak is om nog beter inzicht krijgen in de werkelijke warmtevraag van woningen. Bij het omschakelen op een andere warmteoplossingen met duurzame bronnen, is het tevens van belang om te weten hoe de koelbehoefte zich zal ontwikkelen, zodat deze mee kan worden genomen in de plannen. De kaders voor (delen van) een specifieke wijk worden beschreven in een Wijkuitvoeringsplan, die wordt vastgesteld door de raad. Als dit plan is vastgesteld, is de keuze voor een (of meerdere) warmteoplossing(en) op dat moment bepaald en is het duidelijk op welke manier de wijk beoogd
JAN UARI 2022
omschakelt van aardgas naar een duurzame warmteoplossing en wanneer. Die datum moet minimaal acht jaar voor afsluiting van het aardgas vastliggen, zodat voldoende tijd wordt gereserveerd voor investeringsplannen van onder andere netbeheerders en gebouweigenaren, waaronder woningcorporaties. Deze acht jaar is een afspraak uit de uitwerking van het Klimaatakkoord. Op dit moment is (nog) niet voorzien in het beëindigen van de gaslevering op basis van een uitvoeringsplan per wijk (WUP). Dat ‘afsluitrecht’ staat wel op de politieke agenda en wij verwachten ook dat dit de komende tijd zal worden Of en hoe we daar als gemeente gebruik van willen maken, wordt nog verder uitgewerkt.
Wij onderkennen het belang van keuzevrijheid van inwoners. Woningeigenaren hebben altijd de mogelijkheid om niet mee te doen met deze oplossing en een eigen alternatieve voorziening te treffen. Tegelijkertijd betekent keuzevrijheid in het warmtesysteem dat de keuze van de ene gebouweigenaar van invloed is op de vrijheid van de ander. Dit dilemma wordt verder uitgediept in hoofdstuk 7.
Bewoner aan het woord: ‘Mijn zorg zit niet in dat het niet technisch haalbaar zou zijn, maar in wat de financiële consequenties zijn.’
Overwegingen voor kansrijke wijken De transitie is in de hele stad al begonnen doordat gebouweigenaren op natuurlijke momenten duurzame maatregelen nemen. Daarnaast is in een aantal wijken vanuit de Leidse Warmtevisie 2017 een start gemaakt met het verkennen van de kansen. Dit zijn Leiden Zuidwest, de Merenwijk/ Slaaghwijk, Noorderkwartier en de Kooi, Bio Science Park en het Stationsgebied, de Mors en de Stevenshof.
27
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
In de verkenning van de kansrijke wijken hebben we kennis opgedaan van het koppelen van de warmtetransitie aan de verstedelijkingsopgave. Dit is niet zo eenvoudig als het lijkt en vraagt nadere uitwerking van de warmteoplossingen voor de wijk en wat nodig is dit te realiseren. Tegelijkertijd is vanuit een aantal wijken de behoefte ontstaan zelf na te denken over alternatieve warmteoplossingen en hebben wij daarmee meer kennis van beschikbare lokale bronnen opgedaan. De gemeente en stakeholders vinden het combineren van opgaven om daarmee overlast en kosten voor de stad te voorkomen wenselijk. Dit vraagt om planningen af te kunnen stemmen en kennis van plannen op midden- en lange termijn, zodat het mogelijk wordt gezamenlijk toe te werken naar realisatie. Vanuit de kansrijke wijken weten wij dat de renovatie- en nieuwbouwplannen van woningcorporaties een start zijn voor het reduceren van de CO2-uitstoot en een aanleiding kunnen zijn om na te denken over de warmteoplossing op wijkniveau: door deze kansen te benutten kunnen de woningcorporaties in hun rol als startmotor acteren. Met de keuze voor een collectief warmtesysteem in deze Transitievisie ontstaat urgentie voor het ontwerpen en aanleggen van Leidse Warmtering.
Zowel de beschikbare bronnen, toekomstige (nieuwbouw)ontwikkelingen, het koppelen van opgaven en de aanwezigheid van lokale bewonersinitiatieven; al deze elementen spelen een rol in het bestempelen van wijken als kansrijk. Het aanwijzen van kansrijke wijken betekent dat wij een versnelling zullen aanbrengen in de omschakeling. Waar we mee starten in (delen van) de kansrijke wijken verschilt: in sommige zijn we er aan toe om gefaseerd toe te werken naar een Wijkuitvoeringsplan, in andere zullen we eerst nog (meer) onderzoek moeten doen. Deze nuancering wordt hieronder verder toegelicht. Wij zijn ons er terdege van bewust dat wij in de wijkaanpak verder moeten inzoomen op de wijk, want er zijn nog wezenlijke aspecten die de mate van versnelling bepalen. Het is bijvoorbeeld van belang wat er speelt in de wijk en hoe de financiële draagkracht en de daadkracht van de gebouweigenaren is. Het verzamelen van deze informatie doen wij door gebruik te maken van de kennis die de gemeente zelf in JAN UARI 2022
huis heeft, van stakeholders en niet op de laatste plaats door te luisteren naar bewoners en ondernemers in de wijken. Kansrijke wijken We starten de komende jaren in (delen van) de wijken De Mors, Zuidwest, Leiden Noord, Meerburg, Stevenshof, Merenwijk, Houtkwartier, Vogelwijk en Waardeiland. Starten betekent voorbereidingen treffen om, zodra nieuwe warmtebronnen beschikbaar komen, om te kunnen schakelen. Vanwege de afhankelijkheid van een veelvoud van factoren zoals de betaalbaarheid en het benodigde wettelijk instrumentarium zijn wij in dit stadium in tegenstelling tot de Leidse Warmtevisie 2017 terughoudend met het noemen van het jaartal waarin bepaalde wijken de omschakeling daadwerkelijk plaatsvindt. Bovendien zijn enkele van deze wijken zo groot, dat er bijvoorbeeld in Zuidwest wellicht op buurtniveau gestart zal worden. De genoemde wijken zijn niet willekeurig gekozen. Hier ligt een duidelijke structuur onder. 1. Starten met ontwerpen van toekomstige warmte-infrastructuur De Mors en Zuidwest zijn essentieel voor de nieuwe Leidse warmte-infrastructuur. Leiden Noord is dat in mindere mate ook, maar hier vinden net als in de andere twee wijken gebiedsontwikkelingen plaats waarin de komende tien jaar veel nieuwe woningen worden toegevoegd. Dit betekent dat wij kunnen inspelen op de mogelijkheid om het nieuwe systeem toekomstbestendig ruimtelijk in te passen.
Tegelijkertijd is het de uitdaging om nu de juiste keuzes te maken in infrastructuur om in de toekomst alles goed op elkaar aan te laten sluiten. In de gebiedsontwikkeling kan een meer sturende rol van de gemeente worden uitgewerkt.
28
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
2. Toewerken naar een Wijkuitvoeringsplan Om opgaven te kunnen koppelen is snelheid nodig in het helder krijgen van het warmtealternatief en wat ervoor nodig is om deze te realiseren. Dit doen we door in een wijkaanpak toe te werken naar een Wijkuitvoeringsplan. In de wijken Meerburg, Stevenshof en de Merenwijk neemt de gemeente – samen met de andere stakeholders – de regie in de wijkaanpak. In de Merenwijk wordt bovendien nadrukkelijk de verbinding gemaakt met het lokale bewonersinitiatief en benutten we de opgedane kennis over alternatieve warmteoplossingen voor de wijk. 3. Starten met energie uit de wijk De energietransitie is een complex proces, wat bewoners ook binnenshuis raakt. Het helpt daarom als bewoners en ondernemers zich organiseren, actief verduurzamen, andere bewoners en ondernemers informeren en meedenken of de beschikbare warmteoplossingen en bijbehorende temperatuurniveau(s) inderdaad bij hun woning passen. Met een goed georganiseerd bewonersinitiatief, die als gesprekspartner voor de gemeente fungeert, kan versnelling in de transitie komen. In de Vogelwijk, het Houtkwartier en de Waard/Waardeiland zijn dergelijke initiatieven ontstaan, wat deze wijken ook kansrijk maakt. In sommige gevallen, bijvoorbeeld nadrukkelijk bij het initiatief de Waard/Waardeiland, is het (benutten van) lokale bronnen bovendien onderdeel van het initiatief, bij andere niet.
JAN UARI 2022
Overweging
29
Toelichting
Er zijn alternatieve bron(nen) beschikbaar waardoor tempo met de omschakeling kan worden gemaakt
Om op een alternatieve warmtebron over te kunnen stappen, is het belangrijk dat toekomstbestendige bronnen voorhanden zijn. Regionaal zetten we onder meer in op restwarmte uit Rotterdam en geothermie uit de regio, die allebei een bron kunnen zijn voor het bestaande en toekomstige stadswarmtenet. Nabijheid tot het huidige warmtenet om uit te breiden geldt daarom als een kansrijke optie om op termijn over te schakelen op een alternatieve warmtebron. Behalve regionale alternatieven, maakt ook de beschikbaarheid van een lokale, duurzame bron als thermische uit water de omschakeling naar aardgasvrij kansrijker.
Strategische positie bij het sluiten van de Leidse warmtering, een belangrijk onderdeel van de nieuwe warmte-infrastructuur
Een aantal wijken in Leiden heeft een strategische positie in de voorgenomen Leidse warmtering. In deze wijken is het de komende tijd belangrijk om te ordenen en aandacht te hebben voor de marktordening. Dat kan betekenen dat er een ruimtereservering moet worden gemaakt in zowel de onder- als de bovengrond of dat invulling wordt gegeven aan hoe toekomstige (nieuwbouw) ontwikkelingen het sluiten van de ring (financieel) kunnen aanjagen, bijvoorbeeld door bestaande bouw en toekomstige ontwikkelingen gereed te maken voor aantakking.
Toekomstige ontwikkelingen, zoals gebiedsontwikkelingen, renovatie en sloop/nieuwbouw plannen
Hoewel nieuwbouw geen aardgasaansluiting meer krijgt, is de bouw van een flink aantal woningen een goede aanleiding om over de nieuwe warmte-infrastructuur van een wijk na te denken. Op dit moment kiezen veel nieuwbouwontwikkelingen voor WKO; dit heeft impact op de beschikbare ruimte in de ondergrond en de ruimte voor ‘nabij gelegen systemen’. De ontwikkeling kan als een vliegwiel fungeren voor bestaande bouw of de mogelijkheden beperken. Dit geldt ook bij grootschalige renovatie, bijvoorbeeld van de woningcorporaties. Bij gebiedsontwikkelingen buiten bestaande bouw, bestaat doorgaans meer ruimte om (opnieuw) te ontwerpen en te sturen dan bij nieuwbouw die ingepast wordt in een bestaande wijk. Ook biedt nieuwbouw een mogelijkheid om op een later moment eventueel aan te sluiten op een gecascadeerd systeem.
Koppelkansen met onderhoud en vervanging van andere infrastructuren
Warmtenetten zijn een belangrijk onderdeel van de toekomstige warmte-infrastructuur van Leiden. Het aanleggen van een warmtentet is ingrijpend en complex, zeker als de straten smal zijn. Het kan daarom lonen de realisatie te combineren met onderhoud of vervanging van infrastructuren van netbeheerders (zoals gasnet, waternet, elektriciteitsnet) en die van de gemeente (bijvoorbeeld rioolvervanging en herinrichting openbare ruimte). Het gezamenlijk plannen en ontwerpen is een complexe puzzel, waarbij per wijk wordt gekeken naar de mogelijkheden (van ruimte reserveren tot gezamenlijk aanleggen). Op deze manier worden desinvesteringen en overlast beperkt. Bij het bepalen van de koppelkansen zal bij het opstellen van een businesscase voor een wijkaanpak zichtbaar worden in hoeverre de koppelkansen ook bijdragen aan de betaalbaarheid van de transitie.
Er zit energie in de wijk, doordat bewoners actief verduurzamen en zich organiseren in lokale bewonersinitiatieven
De energietransitie is een complex proces, wat bewoners ook binnenshuis raakt. Er wordt van gebouweigenaren gevraagd dat ze investeren in hun huis, om de warmtevraag te beperken en zich voor te bereiden op een alternatieve warmteoplossing. Dit is vaak maatwerk en bewoners kennen als geen ander hun eigen wijk en woning. Het helpt daarom als zij zich organiseren, actief verduurzamen, andere bewoners informeren en meedenken of de beschikbare warmtealternatieven en bijbehorende temperatuurniveau(s) inderdaad bij hun woning passen. Een goed georganiseerd bewonersinitiatief is een goede gesprekspartner voor de gemeente.
Ruimtelijke inpassing boven- en ondergronds
Er moet voldoende ruimte in de onder- en bovengrond zijn om de nieuwe warmte-infrastructuur aan te leggen: warmtenetten en elektriciteitskabels nemen veel ruimte in de ondergrond, terwijl transformatorhuisjes en warmteoverdrachtstations ruimte bovengronds nodig hebben. In het geval van een hoge temperatuur warmtenet is de extra impact op het elektriciteitsnet beperkt tot het overschakelen van gas voor koken naar inductie koken. Hoe lager de temperatuur van het warmtenet, en hoe slechter de isolatie van de woningen, hoe groter de benodigde vermogens zijn voor verwarming van de woning en het tapwater. En dus ook hoe groter de impact op het elektriciteitsnet. Het onderzoeken van de mogelijkheden tot (meer en lokale) opslag kan helpen deze impact te verminderen.
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
4.4. Samen met partners tempo maken in de transitie De afgelopen jaren heeft de gemeente met woningcorporaties, het hoogheemraadschap, het drinkwaterbedrijf, de netbeheerders en energiebedrijven een goede samenwerking opgebouwd In de coalitie Leidse Warmtewissel hebben genoemde partijen de ambitie uitgesproken samen – ieder vanuit de eigen rol en bevoegdheid – zorg te dragen voor een CO2-neutrale gebouwde omgeving. Dat betekent ook dat de gemeente iets van hen verwacht, om gezamenlijk tot uitvoering te komen. Zo worden de woningcorporaties binnen de energietransitie gezien als startmotor, die in wijken als aanjager van de energietransitie fungeren. De netbeheerders hebben een rol in het realiseren van een nieuwe energie infrastructuur, waarbij onder andere het elektriciteitsnetwerk stevig wordt verzwaard om het hoofd te bieden aan verdere elektrificatie. Hierbij wordt verwacht dat de (mogelijkheid tot) opslag van elektriciteit kunnen bijdragen aan de opgave. Een voorbeeld hiervan is de oproep van netbeheerders om thuisbatterijen (meer) te stimuleren. De partners hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de Transitievisie Warmte, door mee te denken en te adviseren over invulling van de maatschappelijke waarden: betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar.
Daarnaast hebben zij meegedacht over de betekenis van de opgedane kennis van onder andere beschikbare bronnen voor de richting van de omschakeling op een ander warmtesysteem. Nu de richting voor Leiden met de Transitie-visie Warmte scherper wordt, ontstaat behoefte aan het formuleren van gezamenlijke doelen en vanuit die doelen verder te gaan met het op orde brengen van de randvoorwaarden. De partners in de Leidse Warmtewissel hebben vanuit input geleverd voor de randvoorwaarden die moeten worden uitgewerkt, zodat zij hun rol kunnen nemen in de uitvoering van de warmtetransitie. In onderstaand schema is dit samengevat. De volledige beschrijving van de inbreng en belang die de partners hebben gegeven is opgenomen in bijlage III.
30
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Uit de inbreng zijn de volgende randvoorwaarden die nadere uitwerking behoeven gedestilleerd: 1. Zorg voor regie op ruimtelijke inpassing in de ondergrond; 2. In een gebiedsgerichte aanpak benutten van koppelkansen 3. Faciliteer lokale initiatiefnemers, ondersteun het lokaal eigenaarschap en zorg voor het borgen van de afname van lokale warmtebronnen.
Convenant Dunea, Liander & Gemeente Leiden Naast de gemeente zijn er tal van partijen die publieke en/of private belangen hebben in de ondergrond, waaronder Liander en Dunea. Beide partijen hebben om in te kunnen spelen op ontwikkelingen een grote opgave die zijn weerslag heeft op de beschikbare ruimte. Daarom heeft gemeente Leiden een convenant getekend met Dunea en Liander om samen in een zo vroeg mogelijk stadium van het ordeningsproces bij elkaar te komen en knelpunten samen aan te pakken. Daarbij biedt het convenant de mogelijkheid om in gezamenlijkheid aanleg en onderhoud van ondergrondse infrastructuur te plannen, organiseren en uitvoeren.
Regie op de ruimtelijke inpassing Leiden erkent dat de ondergrondse infrastructuur het zenuwstelsel van de stad vormt en essentieel is voor het functioneren van alle voorzieningen bovengronds. Bodem en ondergrond hebben verschillende waardes voor de stad: als basis voor de natuurlijke functies (waterberging, fundament voor bouw, biodiversiteit etc.) en als basis voor ruimtelijke inpassing van kabels en leidingen (water, elektra, gas/warmtenet, data, riool etc.), ondergrondse bouw (parkeergarages, vuilcontainers etc.) en klimaatadaptieve maatregelen (bijv. drainage). De opgaven die allemaal zijn beslag hebben op de openbare ruimte en de druk op de ruimte vergroot de noodzaak en urgentie van een integrale, duurzame en efficiënte inrichting.
JAN UARI 2022
Partij in de Leidse Warmtewissel
Opgave
Belang
Randvoorwaarden
Woningcorporaties
Verantwoordelijk voor voldoende betaalbare huurwoning en het verduurzamen van het vastgoed.
Investeren op natuurlijke momenten Flexibiliteit om nu voortgang te maken op basis van planning Leveringszekerheid van warmte voor bewoners.
Ontwikkelingen aansluiten op vastgoedplanning. Passend binnen de capaciteit.
Liander
Verantwoordelijk voor levering en distributie elektriciteit en gas.
Ruimtelijke inpassing netverzwaring. Voorkomen desinvesteringen (onder meer in dubbele gasinfrastructuur).
Gebiedsgericht werken Koppelen opgaven Aansluiten planningen.
Dunea
Verantwoordelijk voor productie en levering en zorg voor de kwaliteit van drinkwater.
Gezamenlijk ontwerpen: ruimtelijke inpassing van toekomstige ontwikkelingen. Borgen drinkwaterkwaliteit (beperken van toename temperatuur bodem- en leidingwater)
Gebiedsgericht werken Koppelen opgaven Aansluiten planningen
Dunea Warmte & Koude
Vanuit maatschappelijk belang bijdragen aan de warmtetransitie.
Ontwikkelen potentie thermische energie uit drinkwater (TED).
Matchen warmtevraag op aanbod Kunnen leveren en distribueren bronnen
Hoogheemraadschap van Rijnland
Zorg voor droge voeten en schoon water. Vanuit maatschappelijk belang bijdragen aan de warmtetransitie.
Ontwikkelen potentie thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) en thermische energie uit afvalwater (TEA)
Matchen warmtevraag op aanbod Kunnen leveren en distribueren bronnen
Vattenfall
Levering van warmte bestaande warmtenet Transitie bestaande warmtenet naar aardgasvrij.
Afnamezekerheid en uitbreiding distributie
Koppelen opgaven Afstemmen planningen Starten met wijkaanpakken
Firan
Realisatie en exploitatie van publieke en onafhankelijk beheerde warmtenetten
Met open warmtenetten biedt Firan producenten en leveranciers van energie onder gelijke omstandigheden een gelijk speelveld.
Gekozen warmteoplossingen aan laten sluiten op het warmtescenario voor de stad.
Coöperatie Energiek Leiden
Versnellen van de energietransitie door leden/ bewoners die meedenken, meepraten en doen (hernieuwbare energie opwekken)
Ruimte voor lokale initiatieven Stimuleren lokaal eigenaarschap
Samenwerking met en steun van lokale initiatieven en lokaal eigenaarschap Borgen voorwaarden ontwikkelen en afname van lokale bronnen
31
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
Koppelen opgaven en afstemmen planningen De roep om opgaven te koppelen is groot. In de Leidse Warmtewissel zijn verschillende koppelkansen geïdentificeerd die het uitvoeren van de maat regelen efficiënter én minder ingrijpend voor bewoners kunnen maken. Koppelkansen die de partners belangrijks vinden, zijn bijvoorbeeld aansluiten op investeringen van vastgoedeigenaren zoals woningcorporaties, geplande onderhoudswerkzaamheden en vervangingsbeleid van nuts bedrijven, het gemeentelijke wijkvervangingsprogramma etc. Bij het koppelen van opgaven kijken wij onder meer vanuit de Omgevingsvisie Leiden 2040 nadrukkelijk nog breder. Zo kan de energietransitie gecombineerd worden met gebiedsontwikkeling, klimaatadaptatie en/of het verbeteren van de leefbaarheid in de wijk. Met name de twee laatstgenoemde aspecten kunnen bijdragen aan het draagvlak voor de energietransitie. Er is onderscheid in wat nodig is om beide soorten koppelkansen in de toekomst te kunnen benutten. Bij de keuze voor de kansrijke wijken hebben wij koppelkansen meegenomen in de afweging voor de fasering van de omschakeling en bij de prioritering van de wijken. In de praktijk hebben wij al ervaren dat het koppelen van uitvoering van werkzaamheden een flinke uitdaging met zich meebrengt.
Het kan betekenen dat het wenselijk is dat plannen die al in een vergevorderd stadium zijn stop gezet worden, of investeringen enkele jaren naar voren worden gehaald, of juist uitgesteld tot een later tijdstip. In de wijken waarin wij starten met een wijkaanpak doen wij ervaring op met het aansluiten van de plannen en de bijbehorende uitdagingen. In de wijkaanpak moet helder gemaakt worden in hoeverre naar voren halen en uitstellen van werkzaamheden mogelijk is en wat dit financieel betekent zodat keuzes gemaakt kunnen worden in wat leidend is.
32
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Daarnaast zullen wij in de wijken vanuit bewoners en ondernemers signalen krijgen van knelpunten die zij ervaren en dus aandacht behoeven. Wat wij tegenkomen kan effect hebben op de snelheid die gemaakt kan worden in de wijken. Sterker nog, mogelijk moeten eerst andere zaken worden opgepakt om vervolgens voortgang te maken op de warmtetransitie. Het aansluiten van de warmtetransitie op gebiedsontwikkelingen is van belang om slim te investeren én een begin te maken met de infrastructuur die straks nodig om de stad te voorzien van duurzame warmte. Om te zorgen dat ingespeeld wordt op kansen die zich voordoen, geven wij het ontwerp van het nieuwe warmtesysteem een plek in gebiedsontwikkelingen en geven daarmee invulling aan het stellen van voorwaarden aan initiatiefnemers. De genoemde kansrijke wijken De Mors, Leiden Noord en Leiden Zuidwest dienen daartoe als pilotgebieden. Waarbij antwoord gevonden moet worden hoe ziet het ontwerp van het warmtesysteem eruit? Hoe wordt dit gefinancierd binnen de gebiedsontwikkeling? Welk effect hebben keuzes die initiatiefnemers maken in afwachting van het collectieve warmtenet op de haalbaarheid van het warmtescenario voor de stad? 4.5. Wat vragen wij aan het Rijk Een open regionaal energiesysteem komt niet vanzelfsprekend tot stand.
De Leidse voorwaarde voor een eerlijke afweging van maatschappelijke kosten en baten, is erg afhankelijk van landelijke ontwikkelingen. Denk hierbij aan de rol die partijen spelen in de warmtetransitie.
JAN UARI 2022
De onafhankelijke publiek gereguleerde rol van landelijke en regionale netbeheerders is voor gas en elektriciteit wel geregeld, nog niet voor warmte en zeker nog niet voor de integraliteit van het energiesysteem. Het wetgevend kader voor duurzame warmtevoorziening (de Wet Collectieve Warmtevoorziening) is ook nog in ontwikkeling en kent vooralsnog een flinke kloof als het gaat om de borging van ketenverantwoordelijkheid voor de eerdergenoemde publieke waarden. Tegelijkertijd is de rol van de Leiden belangrijk, maar ook afhankelijk van ontwikkelingen in de buurgemeenten. Op dat niveau lijkt een optimale afweging van publieke waarden en het energetisch-financieel en ruimtelijk afwegen van maatschappelijke kosten en baten het beste te kunnen worden vormgegeven. De omschakeling op een andere vorm van warmte wordt daarbij alleen een succes als het voor bewoners haalbaar en betaalbaar is hun huis te verduurzamen. Verder moeten gemeenten in staat worden gesteld om de extra taken die op hen afkomen ook uit te kunnen voeren. Daarvoor hebben ze voldoende middelen, extra capaciteit en de juiste bevoegdheden nodig. Het Rijk zal gemeenten hierin tegemoet moeten komen. Ook zullen er nog veel vakmensen moeten worden opgeleid voor de uitvoering van de omschakeling.
Wij vragen van het Rijk om te zorgen voor het op orde brengen van de volgende randvoorwaarden: • Zorg voor arrangementen die een oplossing bieden voor het onren dabeledeel en voorfinanciering bij de aanleg van collectieve warmte oplossingen; • Maak het betaalbaar voor bewoners, daarvoor is aanvullende financiering en subsidies voor particulieren, huurders en VvE’s; • Maak snelheid met voldoende bevoegdheden voor gemeenten in wet- en regelgeving; • Stel ons in staat met capaciteit en middelen voor de uitvoering.
33
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Bij de oplevering van het transportnet en de selectie van een leverancier, is het van belang om een wettelijk normenkader voor de leveringszekerheid, de kwaliteit van de geleverde warmte, de storingsregistratie en een goede kwaliteit van dienstverlening verder aan te scherpen om hiermee ook nieuwe aansluitingen van eindgebruikers op het warmtenet tevreden te houden. Dit normenkader zou antwoord kunnen geven op de volgende vragen: • Wat te verstaan onder betrouwbare levering van warmte? • Welke temperatuur moet worden geleverd? • Waar ligt de bewijslast om aan te tonen dat een storing heeft plaats gevonden? • Hoe moet een warmteleverancier omgaan met vragen en klachten? • Wat is voor het beheren en opereren een redelijk rendement?
JAN UARI 2022
5.
Vormgeven aan de uitvoering
Nadat de plannen in de stad zijn gemaakt, is het van belang om actie te ondernemen. Wij realiseren in Leiden en de regio een open regionaal energiesysteem, dat wordt gevoed door een mix van bronnen. Tegelijkertijd zijn we ook al gestart, bijvoorbeeld door de focus op basisisolatie, samenwerking met partners en het werken aan een Grand Design voor de stad, waarbij ook de bodem en ondergrondse opgave worden meegenomen.
5.1. Realiseren van een open regionaal energie systeem Zowel de RES 1.0 als de onderzoeken die zijn gedaan voor de Warmtevisie 2017 en het Handelingsperspectief 2020 laten de beschikbaarheid van verschillende bronnen zien in de Leidse regio. Als kansrijke bronnen zien wij (met de kennis van nu) restwarmte uit het Rotterdamse havengebied (via Warmtelinq+), aardwarmte (geothermie) en lokale bronnen zoals bodemenergiesysteem (WKO) en aquathermie: thermische energie uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater (TEO, TEA, TED). Op kleine schaal zullen in wijken ook andere bronnen zijn die het waard zijn om te onderzoeken op hun potentie. Te denken valt aan de restwarmte van bedrijven, zoals lokale datacentra.
Ruimtelijke inpassing
Geldstroom
Producent
Netwerkeigenaar
Netwerkbeheerder
Leverancier
Eindgebruikers
Warmtestroom
Warmtelinq+ is een beoogd transportnet van restwarmte uit de Rotterdamse haven naar de Leidse regio. Dit is mogelijk een belangrijke bouwsteen voor de regio in het ontwikkelen van een nieuw warmtesysteem. Restwarmte is onbenutte warmte die vrijkomt bij industriële processen in het havengebied van Rotterdam. Restwarmte wordt volgens de afspraken uit het Klimaatakkoord aangemerkt als vrijwel CO2-vrije warmte. De bedrijven waar de restwarmte vrijkomt, stoten echter nog wel CO2 uit. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de industrie in 2050 (vrijwel) CO2-neutraal moet zijn. Dat geldt ook voor bedrijven die restwarmte leveren, al dan niet voortkomend uit processen met een fossiele oorsprong. De industrie rondom de haven van Rotterdam zal dus ook een transitie doormaken en overgaan op hernieuwbare energiebronnen én deze zelf produceren als bijkomend restproduct. 35
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Ook dan komt er volgens onder andere berekeningen vanuit de RES-regio Rotterdam Den Haag2 nog voldoende restwarmte vrij. Deze transitie in de haven komt de verduurzaming van warmte via de Warmtelinq+ ten goede zonder dat er aanpassingen nodig zijn in het open bovenregionale warmtesysteem. Een andere veelbelovende bron van warmte is geothermie, warmte uit de ondergrond. Hierbij wordt warm water uit diepe aardlagen omhoog gepompt en gebruikt om een warmtenet te voeden. Naast het benutten van restwarmte, is in de RES-regio Holland Rijnland uit verkennend onderzoek gebleken dat in de Leidse regio warmte gewonnen kan worden uit de bodem. Het verkennend onderzoek heeft geleid tot een zestal aanvragen voor een opsporingsvergunning in Leiden en buurgemeenten om deze potentie nader in kaart brengen. Inmiddels zijn er tevens vier opsporingsvergunningen verleend door het Ministerie van EZK. Als deze geothermie-bronnen voldoende productief blijken te zijn, kan de opsporingsvergunning omgezet worden in een winningsvergunning. Op initiatief van diverse bewonersgroepen krijgen een aantal kleinschalige warmtebronnen langzaam maar zeker vorm. Aquathermie3 is daarbij in beeld. Aquathermie is de verzamelterm voor het verwarmen en koelen van gebouwen met thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), afvalwater (TEA) of drinkwater (TED). Aquathermie is een (zeer) laagtemperatuurbron (7 – 25 °C).
Dit betekent dat een warmtepomp nodig is om de temperatuur op te waarderen naar een bruikbare temperatuur voor (ruimte)verwarming. Aquathermie wordt vaak toegepast in combinatie met een open WKO- systeem om de gewonnen warmte en/of koude seizoen-overbruggend op te slaan.
2
Energiestrategie (resrotterdamdenhaag.nl)
3
Potentiekaart Aquathermie
JAN UARI 2022
De beschikbaarheid van aquathermie bronnen (TEO & TEA) komt uit onder andere de twee afvalwaterzuiveringsinstallaties in Leiden, het meer ’t Joppe en de Leidse binnenwateren. Op dit moment komen echter in principe alleen goed geïsoleerde buurten én nieuwbouwontwikkelingen in aanmerking voor de inzet van aquathermie. Hier is afstemming tussen vraag en aanbod van belang en werkt de gemeente nauw samen met diverse wijkinitiatieven die deze vorm van energie willen inzetten als alternatief voor aardgas.
Waterstof in de gebouwde omgeving Als alternatief voor het verwarmen van woningen en bedrijven wordt met regelmaat waterstof benoemd. Waterstof is alleen duurzaam als het uit water en duurzaam opgewekte elektriciteit wordt gemaakt. Van dit laatste hebben we in Nederland nog lang niet genoeg. Eerst moet worden gezorgd dat voldoende duurzame energie wordt opgewekt om regulier te gebruiken, waarna de omslag naar waterstof kan worden gemaakt.
In de gemeente Leiden liggen meerdere grote drinkwatertransportleidingen ( 300 – 1.500mm) met een hoge potentie voor het winnen van thermische energie uit drinkwater (TED). Deze warmteoplossing kan op maat gemaakt wordt voor een buurt of een straat. De afname gaat om minimaal 300 woningen tot maximaal duizend woningen per bron en de temperatuur van de bron wordt opgewaardeerd met warmtepompen tot de benodigde temperatuur, waarbij beperking van de warmtebehoefte door isolatie het uitgangspunt is. Bewoners kunnen zelf dergelijke warmte-op-lossingen ontwikkelen en eventueel beheren en exploiteren in de vorm van een energiecoöperatie. Met de huidige bewonersinitiatieven worden dit soort plannen uitgewerkt. Gemeente en bewonersinitiatieven werken hierbij nauw samen, omdat de projecten invloed hebben op de overige plannen in de wijk en andersom.
De RES-regio Holland Rijnland heeft dit beschreven in de RES 1.0. Gezien de energieverliezen bij het omzetten van elektriciteit naar waterstof, en de nog beperkte productie van duurzame elektriciteit ligt het niet voor de hand om op korte termijn waterstof op grote schaal in te zetten in de gebouwde omgeving en voor mobiliteit.
36
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Er loopt nu een aantal grotere en kleinere onderzoeks- en proef projecten in Nederland om groene (duurzame) waterstof te maken. Die onderzoeken zijn nodig om groene waterstof op termijn op grote schaal te kunnen gebruiken. De eerste toepassingen van groene waterstof op grote schaal vinden naar verwachting in de industrie plaats. Waterstof speelt dan ook in de periode tot 2030 geen significante rol in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. De overheid neemt de regie om het waterstof-ecosysteem verder te ontwikkelen binnen het Nationaal Waterstof Programma.
JAN UARI 2022
Beschikbaarheid van bronnen In de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland (RES) is berekend hoe hoog de potentie van bovengenoemde bronnen is 4. Regionaal wordt er van uit gegaan dat er ruim voldoende hoge en middentemperatuur warmte uit Rotterdam beschikbaar is om het huidige Leidse warmtenet én de omliggende gemeenten in de Leidse regio te voeden. De regionale inzet is deze warmte in 2026 beschikbaar te maken, omdat op dat moment het huidige contract rondom gasgestookte warmtelevering vanuit de Uniper-centrale afloopt. Echter, op termijn willen we de warmte daar inzetten waar deze het hardste nodig is en minder afhankelijk zijn van Rotterdamse warmte. Daarom streeft gemeente Leiden naar een middentemperatuur warmtenet door middel van inzet van regionale en lokale bronnen op termijn. ConceptRES
RES 1.0
Bron
Tempera tuurniveau
TWh
Minimaal TWh
Maximaal TWh
Restwarmte Rotterdam
Hoog
0,833
0,230
0,650
Restwarmte lokaal
Midden/Laag
0,100
0,010
0,100
Diepe geothermie
Midden
0,500
0,790
1,180
Ondiepe geothermie
Laag
0,073
0,100
0,200
Aquathermie
Laag
0,968
0,407
1,583
Zonthermie
Midden Laag
0,318
0,173
0,691
Biogas
n.v.t.
0,191
0,100
0,220
All electric/warmtepompen
n.v.t.
0,150
0,775
0,775
3,131
2,575
5,399
Totaal
Verwacht aanbod van warmte in 2050 voor de regio Holland Rijnland, bron RES 1.0 In de tabel is de potentie van de warmtebronnen in TWh voor de RES-regio Holland Rijnland weergegeven met daarbij het verschil tussen de verwachte potentie in de concept-RES en de RES 1.0.
4 Zie RES 1.0 voor de exacte cijfers van de beschikbaarheid van genoemde bronnen https://wijzijnon.nl/media/uploads/blocks/Bijlage%205.1%20Toelichting%20vraag%20 en%20aanbod.pdf 37
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Uit de tabel hierboven blijkt dat er voldoende middentemperatuur warmte uit aardwarmte beschikbaar is op korte termijn. In de RES is met de warmte-ladder een voorkeursvolgorde van warmtebronnen vastgelegd. In deze ladder zijn de voorwaarden betaalbaar, duurzaam en betrouwbaar eveneens aangehouden: 1. Restwarmte 2. Geothermie 3. Aquathermie (i.c.m. Warmte- en Koudeopslag WKO) 4. Open WKO’s 5. Warmtepompen en all-electric oplossingen 6. Groene Gassen Deze ladder is onder meer gebaseerd op het principe dat de regiogemeenten elektrificatie van de warmtevraag zoveel mogelijk willen voorkomen om het elektriciteitsnet te ontlasten, de bouw van nieuwe elektrische onderstations te voorkomen of uit te stellen en gelijktijdig minder grootschalige opwek in het landschap hoeven te realiseren. Tegelijkertijd realiseert de gemeente Leiden zich dat voor alle nieuwe vormen van energie extra capaciteit nodig is van het elektranet. Gemeente Leiden is van plan samen met de regiogemeenten in de toekomst af te wijken van de warmteladder uit de RES, mede door de keuze voor een open regionaal systeem met een mix van warmtebronnen, waarmee we toewerken naar een robuust energiesysteem. 5.2. Stadsbreed voorbereiden op omschakeling Het is een enorme klus om alle woningen en gebouwen om te schakelen naar aardgasvrij.
Om die te realiseren is onder andere een versnelling van het huidige tempo van isoleren noodzakelijk. Betaalbaarheid voor inwoners en bedrijven in Leiden staat voorop en energiearmoede moet zoveel mogelijk voorkomen worden. Het uitgangspunt voor de hele stad is basisisolatie; het is duurzaam, comfortabel en het biedt de mogelijkheid om over te stappen op duurzame (warmte)bronnen met een lagere temperatuur. Daarom verwachten we dat elke woningeigenaar basisisolatie
JAN UARI 2022
toepast. In de Isolatiestrategie werken we verder uit wat dit betekent voor de verduurzamingsaanpak van gebouwen. We gaan daarbij uit van balans tussen een combinatie van factoren: de bouwfysische mogelijkheden van het gebouw, optimalisatie in de benodigde investeringen en de te behalen CO2-reductie én het verbeteren van het wooncomfort. Dit sluit aan bij de huidige praktijk.
Om de versnelling tot stand te brengen is het belangrijk een strategie te hebben met betrekking tot hoe we dat de komende jaren willen aanpakken. Hieronder beschrijven we een aantal strategische uitgangspunten op basis waarvan we een meerjarig isolatieprogramma, als afgeleide van deze strategie, willen opstellen. • We willen tussenpersonen activeren, denk aan makelaars en hypotheekverstrekkers, zodat zij bewoners van betrouwbare informatie kunnen voorzien juist op die natuurlijke momenten van verhuizing, verbouwing, hypotheekaanvraag etc. • Daarnaast is Leiden nu al bezig om te voorzien in voldoende technisch personeel in de toekomst. Om die reden loopt een samenwerking met MBO Rijnland en de installateurs uit de regio waarbij studenten en installateurs opgeleid worden en samenwerken om CV-installaties waterzijdig in te regelen. Deze samenwerking gaan we verder uitbouwen.
38
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Ook bij het stadsbrede spoor volgen we een aantal acties voor de gemeente. Deze hebben vooral betrekking op de communicatieboodschap aan de stad die uitgedragen wordt door gemeente (en via de GOED-communicatie) maar ook door wijkambassadeurs en energiecoaches in hun gesprekken met de stad: • Maak de opgave behapbaar voor bewoners. Essentieel is dat de gemeente bij zo veel mogelijk stadsbewoners een ‘voet tussen de deur’ krijgt en dat het grote vraagstuk van de energietransitie door de gemeente teruggebracht wordt tot het bieden van een concreet handelingsperspectief met overzichtelijke, behapbare stappen. Dat kan beginnen met kleine stappen (radiatorfolie, LED-lampen en tochtstrips) voordat vervolgens stapsgewijs de grote(re) maatregelen volgen (koken op inductie, vloerisolatie, spouwmuurisolatie). • Sluit aan bij natuurlijke momenten. Voor zowel gebouweigenaren als huishoudens en bedrijven loont het om vooral op natuurlijke vervangingsmomenten verduurzamingsmaatregelen te treffen. Denk aan een verhuizing, een grote verbouwing of aan het einde van de levensduur van een cv-ketel, bijvoorbeeld. Op die momenten zijn de kosten van verduurzaming aanzienlijk lager en blijft de overlast beperkt. Die momenten moeten we dus optimaal benutten. • Focus op no-regret maatregelen.
In wijken waar de gebiedsaanpak voorlopig nog niet start kunnen bewoners en gebouweigenaren alvast no-regret stappen zetten op weg naar aardgasvrij. Bijvoorbeeld door de eerste stappen te zetten qua isoleren, over te stappen op elektrisch koken of door tijdelijk een hybride warmtepomp of leaseketel te gebruiken in plaats van een nieuwe cv-ketel. • Investeer in kennisopbouw in de stad. Dit doen we nu al door subsidie beschikbaar te stellen voor lokale energie-initiatieven, door het netwerk van wijkambassadeurs te ondersteunen en door energie-coaches op te laten leiden.
JAN UARI 2022
Voorkomen van energiearmoede Een betaalbare en eerlijke energietransitie in Leiden is een absolute randvoorwaarde. We vinden dat iedereen, ongeacht het besteedbaar inkomen, moet kunnen meedoen en profiteren van de energietransitie. We willen dus niet alleen de groene, vaak hoogopgeleide voorlopers met een koopwoning betrekken bij de energietransitie maar juist ook huurders, minima, mensen met een migratie achtergrond. Allemaal mensen die ook mee moeten doen aan de energietransitie maar voor wie dit onderwerp nu vaak nog ‘ver van hun bed’ is. Met een aantal Leidse wijkambassadeurs is een projectgroep opgezet, gericht op de bestrijding van energiearmoede. Hieraan neemt ook de gemeente actief deel. Gemeente Leiden doet tevens vanuit diverse disciplines mee aan de provinciale leerkring (vanuit Wonen, Energie en Armoedebestrijding) rondom goede voorbeelden van inclusieve aanpakken en gaat samen met de Provincie aan de slag in een aantal buurten in Leiden (Prinsessenbuurt, de Hoven en Slaaghwijk), met pilots gericht op de bestrijding van energiearmoede, gemonitord door TNO. Hiervoor heeft de Gemeente ook Rijksmiddelen ter beschikking gekregen.
Een duurzamer alternatief is bijvoorbeeld het aanbrengen van zonwering, iets waar de gemeente in haar communicatie aandacht voor heeft. Ook worden technieken die zowel duurzaam kunnen verwarmen als koelen, als warmte-koude opslag, steeds belangrijker. De komende jaren maken we deze en nieuwe technologische ontwikkelingen zo veel mogelijk onderdeel van ons beleid om zo te voorzien in het bieden van duurzame oplossingen aan de stad. Hittestress is het optreden van lichamelijke klachten (zoals vermoeidheid, concentratieproblemen, duizeligheid en hoofdpijn) door langdurig aanhoudende hitte. Wij werken aan het vergroenen en ontharden van de openbare ruimte om zo hittestress zoveel mogelijk tegen te gaan. Groen biedt immers schaduw en verkoeling. De gemeente biedt ook aan bewoners(groepen) hulp hun eigen woonomgeving te vergroenen en verkoelen waarbij ze geholpen worden om een geveltuin of beplanting rondom de boomspiegel aan te leggen. Ook biedt de gemeente een subsidie voor groene daken en zijn er regelmatig acties om bewoners te stimuleren hun tuin te vergroenen.
VENTILATIE
De verwachting is dat de vraag naar koeling steeds groter wordt. Dit wordt onder andere veroorzaakt door klimaatverandering (meer warme dagen én nachten) maar ook door toenemende vergrijzing, de opmars van het thuiswerken en vanwege strenge isolatie-eisen bij nieuwbouw. De dagen dat er gestookt moet worden om gebouwen te verwarmen worden minder terwijl het aantal dagen dat er behoefte is om te koelen toeneemt. Door meer isolatie toe te passen houden gebouwen die opwarmen die warmte bovendien langer vast, waardoor het lastiger wordt om ze af te koelen. Het oplossen van deze behoefte aan koeling met airconditioning leidt tot (fors) meer elektriciteitsgebruik, wat zowel qua capaciteit van het elektriciteitsnet als qua CO2-uitstoot onwenselijk is. Daarbij heeft airconditioning een negatief effect op de buitentemperatuur; die stijgt nog verder.
39
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
DAKISOLTATIE
GEVEL ISOLATIE HR++-GLAS
VLOERISOLATIE
JAN UARI 2022
Aansluiten op de wijkgerichte aanpak De strategie gaat over dat we de komende jaren gaan werken op twee sporen: in de wijken waar we versneld gaan omschakelen naar een andere warmtebron, omdat ze daarvoor kansrijk zijn. Hierbij wordt aangesloten bij de Wijkuitvoeringsplannen. Dit vraagt intensieve samenwerking met partners in de wijk en vergt een maatwerkaanpak per bouwjaar en woningtype, gericht op het ‘transitiegereed’ maken van woningen en gebouwen.
Bewoner aan het woord: ‘Als iedereen op het warmtenet zit, is een aansluiting per huis niet zo duur. Maar als er weining mensen meedoen wordt het dat wel. Dat is voor de gemeente een grote puzzel.’
Hybride warmtepompen Wanneer woningen het basisisolatieniveau hebben bereikt, kunnen hybride warmtepompen een goede tussenoplossing bieden voor de omschakeling van woningen op een ander warmtesysteem. Hybride warmtepompen werken voornamelijk op elektriciteit. Op momenten dat de warmtevraag erg hoog is, springt een gasgestookte ketel tijdelijk bij. Dit bespaart een groot deel van het gasverbruik, maar aanpassingen aan het elektriciteitsnet zijn nog niet direct nodig. Voor de gebouweigenaar moet hierbij wel worden opgemerkt dat een warmtepomp zo’n 15 tot 20 jaar mee gaat. Deze oplossing is dus met name interessant voor gebouwen in wijken waar tot 2035 geen grote plannen zijn óf voor gebouweigenaren die een hybride systeem in een leaseconstructie aanschaffen.
5.3. Wijkgericht uitvoeren Om de stap van beleid naar realisatie te zetten, worden in een wijkaanpak een aantal fases doorlopen. Iedere fase kent een eigen doel, eindproduct, activiteiten en manier waarop bewoners en andere stakeholders worden betrokken. De (voorlopige) producten zijn documenten die passen in de besluitvorming over ruimtelijke plannen binnen de Omgevingswet. Een wijkaanpak is maatwerk. Dat betekent dat sommige fases in de ene wijk langer duren of relevanter zijn dan andere fases. Er is geen rechte weg van start naar finish, maar de zes fases zijn wel een leidraad: samen starten, karakteriseren van het gebied, strategieën identificeren, keuzes maken, voorbereiding en realisatie en nazorg. Het stappenplan voor de wijkaanpak is gebaseerd op het Wijkkompas5. Het Wijkkompas helpt alle partijen in (delen van) een wijk dezelfde fasering aan te houden en schept duidelijkheid over de vervolgstappen. Iedere partij heeft daarnaast een eigen interne besluitvormingsproces en manier van projectmatig werken. Voor Gemeente Leiden geldt dat de fasering in het Wijkkompas wordt gekoppeld aan het Leids Planproces. In de besluitvorming spelen op verschillende momenten de Leidse Warmtewissel, het college van burgemeester en wethouders en de gemeente een rol.
Starten betekent in de wijken Stevenshof, Merenwijk en Meerburg dat de eerste fase van de wijkaanpak wordt begonnen, met bestuurlijk mandaat. In deze fase onderzoeken we bij welke partijen energie zit om gezamenlijk aan de aardgasvrije wijk te werken. We verkennen vragen als: wie zijn de belanghebbenden, wie zijn er al aangehaakt, hoe werk je samen, wat is de planning en wat is het budget? We brengen de koplopers bij elkaar en komen tot formuleren van een gezamenlijk doel. De eerste fase resulteert mogelijk in een intentieovereenkomst waarin voorgaande afspraken worden vastgelegd. Na besluitvorming over de intentieovereenkomst, 5 Het Wijkkompas is ontstaan vanuit de Ontwikkeltafel Wijken met Nieuwe Energie van Stroomversnelling.
40
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
start de tweede fase, gebied karakteriseren. In deze onderzoeksfase wordt het gebied geanalyseerd en worden uitgangspunten voor de haalbaarheidsfase bepaald. In de volgende fase worden op basis van de gebiedsanalyse strategieën geïdentificeerd en wordt bekeken onder welke voorwaarden een haalbaar plan kan worden gemaakt. Deze voorwaarden samen vormen de criteria voor de voorkeursstrategie. Dit vormt het kader waarbinnen een wijkaanpak uitgevoerd gaat worden. Vervolgens worden keuzes gemaakt ten aanzien van de uitvoer en nemen
betrokken partijen een investeringsbeslissing. Dit is het moment dat de raad een (concept) Wijkuitvoeringsplan vaststelt. De exacte inhoud van deze en andere eindproducten worden nog getoetst aan de Omgevingswet. Vervolgens wordt over gegaan tot uitvoering. Vervolgens wordt over gegaan tot uitvoering. De wijkaanpak is voltooid wanneer, aan het einde van fase 6, het laatste gebouw is verduurzaamd. Hieronder is dat schematisch weergegeven van fase 1 (samen starten) tot en met fase 6 (realisatie & nazorg).
*De definitieve producten zijn documenten die passen in de besluitvorming over ruimtelijke plannen binnen de Omgevingswet Fasen in wijkaanpak
41
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
Bedrijven, detailhandel en overige gebouwen betrekken in de wijkaanpak In de fase van het karakteriseren van het gebied, wordt de wijk nader gedefinieerd en kan gekozen worden voor een aanpak op een andere schaal, bijvoorbeeld buurtniveau. Een van de belangrijkste documenten waarnaartoe gewerkt wordt binnen de wijkaanpak is het (concept) Wijkuitvoeringsplan. Dit gebeurt in fase 5 (keuzes maken) wat al het voorgaande bundelt in een raadsbesluit.
Het Wijkuitvoeringsplan Het plan beschrijft de definitieve keuze voor de nieuwe infrastructuur van de wijk en de planning op uitvoeringsniveau. De verwachting van de gemeente is, afhankelijk van de complexiteit en de grootte van de wijk, dat de doorlooptijd van het opstellen van een Wijkuitvoeringsplan enkele jaren is. Dat betekent dat binnen enkele jaren na het starten van de wijkaanpak de voorkeur voor een warmteoplossing definitief is. Als de warmteoplossing definitief is, krijgen gebouweigenaren nog minimaal acht jaar de tijd om zich voor te bereiden op het omschakelen. Dit is een afspraak uit de uitwerking van het Klimaatakkoord. De voorkeursoplossing voor een wijk is overigens (nog) niet dwingend, huiseigenaren kunnen zelf aan de slag gaan met alternatieve oplossingen. Behalve de warmteoplossing biedt het Wijkuitvoeringsplan ook een kader voor het tijdspad. Een Wijkuitvoeringsplan bepaalt (als dit wettelijk is geregeld) wanneer een wijk wordt afgesloten van het aardgas. Zoals eerder beschreven is wettelijk op dit moment (nog) niet is voorzien in het beëindigen van de gaslevering op basis van een uitvoeringsplan per wijk (WUP). Organiseren van betrokkenheid van de wijk Binnen de wijkaanpak is het actief organiseren van betrokkenheid van bewoners en gebouweigenaren een voorwaarde. Bewoners (zowel huurders als particuliere woningenaren) en andere gebouweigenaren krijgen
42
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
een belangrijke rol bij de totstandkoming van Wijkuitvoeringsplannen. Wij geven bewoners de ruimte mee te denken tijdens het proces en richting besluitvorming en wij bieden duidelijkheid over waar ruimte is voor participatie. Het stappenplan biedt een eerste beeld welke vorm van communicatie en participatie worden toegepast in elke fase. Het is dan ook van belang om over het stappenplan van de wijkaanpak te communiceren, zodat het voor bewoners en andere gebouweigenaren inzichtelijk is in welke fase hun wijk zich bevindt en welke activiteiten daarbij horen.
Verwarmen van de binnenstad en impact op kleinere woningen In de binnenstad zijn er nu al verschillende mogelijkheden. Er zijn recent diverse kleine collectieve warmtenetten gerealiseerd of worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld in de vorm van bodemwarmtepompen ten behoeven van een groepje (monumentale) gebouwen. Voor individuele bodemwarmtepompen is in de meeste geval te beperkt buitenruimte om de buizen in de grond te boren. Veel tuinen zijn daar te klein voor. Wel bestaan er mogelijkheden bij funderingsherstel om de ruimte onder het gebouw hiervoor te gebruiken. Ook worden er veel lucht-warmtepompen toegepast zonder buitenunit. Hierbij wordt lucht via kanalen en schoorstenen aangevoerd voor een interne warmtepomp. Het plaatsen van buitenunits levert door de beperkte (en zichtbare) buitenruimte, de geluidsbelasting en het aandeel in de hittestress (bij gebruik voor koeling in de zomer) bij de kleine gebouwen problemen op. Panden met grote tuinen hebben hier wel vaak mogelijkheden voor. Ook zijn er mogelijkheden voor water-waterwarmtepompem met gebruik makend van het oppervlakte water. Een voorbeeld is het stadhuis hierin. Het voordeel van collectieve installaties is ook dat er gekeken kan worden voor een centrale ruimte voor de buffer vatten. Daar is in kleine woningen niet altijd genoeg ruimte voor. Hier wordt dan ook vaak voor gekozen bij panden met meerdere
JAN UARI 2022
kleine appartementen. De ontwikkelingen qua mogelijkheden gaan razend snel. Voor de kleinere woningen is op dit moment de hybride cv ketel met een intern lucht-warmtepomp een installatie die het minste ruimte inneemt vaak geschikt. Er is dan een extra installatie nodig die de omvang heeft van een cv-ketel. Daarnaast zijn ook warmtepompen die per ruimte met een gevelwarmtepomp werken die het formaat hebben van een radiator en een toe- en afvoer van lucht van buiten de ruimte opwarmt.
werk is. Het ene monument kan tot label A worden geïsoleerd en het andere monument komt niet verder dan label F. De bouwfysische situatie en de historische uitstraling van een gebouw is leidend in de hoeveelheid isolatie die geplaatst kan worden. Door slim en gecombineerd te isoleren, is het risico laag en kan een flinke besparing op de energieverbruik worden gehaald. Ook liggen de kosten van de verduurzaming dan lager. Door dit te combineren met het optimaliseren van de warmteafgifte en gebruik te maken van alternatieve energievoorzieningen, is een aanzienlijke CO2reductie mogelijk.
Speciale aandacht voor duurzame monumenten Speciale aandacht is er voor het terugbrengen van de energievraag en de isolatie van historische en monumentale panden. Ongeveer de helft van de woningen in Leiden is vooroorlogs, circa 16.000 woningen zijn gelegen in een van de twee Rijks- beschermde stadsgezichten. Ongeveer 2.863 panden hebben een beschermde status als rijksmonument of gemeentelijk monument en zo’n 4.125 panden zijn beschermd als karakteristieke pand. Gemeente Leiden vindt het belangrijk om het erfgoed in de stad te behouden. Maar ook met behoud van de monumentale waarde kunnen monumenten en beschermde stadsgezichten duurzamer worden.
Momenteel loopt landelijk onderzoek door onder andere Technische Universiteit Eindhoven naar de juiste verhouding per bouwperiode tussen het isoleren, de kosten en de op te leveren besparing in combinatie tot het wooncomfort. De resultaten van dit onderzoek kunnen worden gebruikt om te komen tot streefwaarden voor isolatiewaarden van de historische panden.
Deze maatregelen moeten altijd afgestemd worden op de karakteristieke én bouwtechnische eigenschappen van het gebouw en/of voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld aan bijvoorbeeld het beschermd stadsgezicht. Doordat het verduurzamen van historische gebouwen en met name bij monumenten maatwerk is, biedt de gemeente Leiden eigenaren van historische woningen gratis energieadvies door Erfgoed Leiden. In de Landelijke Routekaart Verduurzaming Monumenten zijn doelstellingen geformuleerd die haalbaar zijn voor historische woningen. Hierbij is het uitgangspunt het isoleren van monumenten voor zover technisch en met behoud van de cultuurhistorische waarden mogelijk is. Er zijn geen concrete isolatie-eisen aan verbonden, omdat dit per historische woning maat-
43
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Het is belangrijk dat eigenaren van historische panden ondersteund worden en hulp krijgen in het proces van verduurzaming. Bij de uitvoering moeten zij kunnen rekenen op bedrijven met specifieke kennis van monumenten en verduurzamen. Onderzoeken van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en Erfgoed Leiden en Omstreken kunnen bijdragen aan kennisopbouw over dit onderwerp. Omdat het isoleren van historische panden en monumenten in het algemeen duurder is door de bouwtechniek dan bij moderne gebouwen is het wenselijk dat onderzoek wordt gedaan naar het verruimen van subsidie mogelijkheden. Het aanbrengen van dun isolatieglas die bij monumenten en veel karakteristieke panden kan worden toegepast valt bijvoorbeeld buiten de landelijke subsidieregelingen ondanks de enorme energiebesparing die dat oplevert.
JAN UARI 2022
Gespikkeld bezit Binnen de wijkgerichte aanpak is ook nadrukkelijk aandacht voor het fenomeen ‘gespikkeld bezit’. Dit gaat over situaties waarbij woningen in appartementencomplexen of rijtjeswoningen deels van woningcorporaties (of andere verhuurders) zijn en deels van particulieren. Hierdoor kan ontstaan dat bij een grootschalige renovatie waar verduurzaming onderdeel van is, woningen achterblijven omdat zij niet onder de verantwoordelijkheid van de verhuurder vallen. Dit is niet bevorderlijk voor het tempo van de energietransitie. De gemeente werkt samen met partners en bewoners aan methodes om deze koppelkans zoveel mogelijk te benutten: ieder vanuit zijn eigen rol.