CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

22.0007 Bijlage 1 de omschakeling naar een aardgasvrij Leiden

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0007 Vaststelling Transitievisie Warmte Leiden24.809 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op een andere manier koken Naast dat alle woningen in de toekomst op een andere wijze worden verwarmd, zullen huishoudens op een andere manier gaan koken. Als de woning aarsgasvrij wordt, ligt een overstap naar elektrisch koken voor de hand. Van de elektrische kookplaten is een inductieplaat het zuinigst; mede daarom is bijna de helft van de verkochte kook­ platen al een inductiekookplaat. Koken op inductie is makkelijk, veilig en schoon. Bovendien wordt elektriciteit steeds duurzamer (Bron: Milieucentraal, 2021). Net als met andere verduurzamingsmaatregelen, stimuleren wij bewoners om bij natuurlijke momenten (zoals verbouwing en verhuizing) de overstap te maken naar inductiekoken. Mogelijk is het nodig om nieuwe pannen aan te schaffen, die geschikt zijn voor inductie kookplaten. Als onder oude pannen een magneet blijft plakken, zijn deze ook nog geschikt.

44

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

Lokale bronnen en lokaal eigenaarschap Wij vinden het belangrijk dat er lokale bronnen worden ontwikkeld. Daar waar bewonersinitiatieven passend binnen het warmtescenario op een coöperatieve manier bronnen willen ontwikkelen en eventueel beheren en exploiteren gelden onderstaande voorwaarden: • De ontwikkeling van een open regionaal systeem met een mix van bronnen en lokaal eigenaarschap kan met het oog op de onrendabele top niet zonder subsidies. Dat geldt ook voor lokale warmtebronnen. • De gemeente en andere partners steunen de ontwikkeling en exploitatie van lokaal initiatief, zoals het coöperatieve ‘warmteschap’, • een lokaal warmtebedrijf waar de bewoners zelf zeggenschap hebben bij het verkrijgen van subsidies. • Bij het uitgeven van warmtekavels - de afbakening in een gebied waarvoor de gemeente bepaalt dat een collectief warmtesysteem wordt aangelegd – houdt de gemeente rekening met relatief kleine afmetingen. Dit omdat een lokaal (coöperatief) warmtebedrijf veelal een wijkinitiatief is, maar ook een straatinitiatief kan zijn. • Een andere noodzakelijke voorwaarde voor lokale initiatieven is dat de warmteleverancier warmte van lokale bronnen ook daadwerkelijk afneemt. 5.4. Naar een Grand Design voor de stad De grote verbouwing om de stad klaar te maken voor 2050 is een kostbare opgave die niet in één groot project wordt gerealiseerd en die vele jaren zal duren.

Daarbij is het van belang om de kosten zoveel mogelijk te beperken. De huidige praktijk is dat bij vrijwel alle projecten die in de stad worden uitgevoerd, partijen de planningen op elkaar af willen stemmen en werkzaamheden combineren. Dit werk-met-werk-maken is lastig omdat de onderhouds- en beheercycli van de verschillende netwerken niet gelijk oplopen. Het gevolg kan kapitaalvernietiging bij een van de partners zijn.

JAN UARI 2022

De Leidse beheer- en onderhoudscyclus gaat er van uit dat een straat in ongeveer 15 jaar aan onderhoud toe is en een riolering 60 jaar meegaat. De energietransitie zal dat ritme verstoren omdat in de komende 30 jaar alle straten minstens één keer open en dicht moeten om de nieuwe infrastructuur voor energie en de mitigerende maatregelen voor klimaat moeten worden ingepast. Alleen al om die kostenpost te minimaliseren wordt het plannen en afstemmen van werkzaamheden met de andere partijen in de stad nog noodzakelijker.

45

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

6.

Rolneming in de transitie

De warmtetransitie is een complexe opgave, waarin wij kennis opbouwen om onze regierol bij de omschakeling naar een ander warmtesysteem te kunnen vervullen. Dit vraagt om het maken van keuzes. Hoe gaan wij de warmte die beschikbaar komt straks verdelen? Wat zijn de kosten voor het duurzaam verwarmen van de stad? Wie gaat dat betalen? Hoe werken we samen met buurgemeenten in deze transitie? Welke rol willen wij als gemeente spelen in de warmtetransitie?

De Gemeente Leiden neemt de verantwoordelijkheid voor de regie op het transitieproces. Daar hoort ook bij dat wij bepalen hoe (markt)partijen te betrekken, hoe lokale warmte wordt ingepast en welke rol wij daar zelf in willen spelen én welke rol bewonersinitiatieven krijgen in de transitie. Duidelijk is dat er regie wordt gevraagd op verschillende niveaus. In dit hoofdstuk beschrijven wij de diverse rollen die er zijn in de warmtetransitie, waarna we ingaan op de rol van de gemeente en de betrokkenheid van partners.

6.1. Rollen in de warmteketen De rollen in de warmteketen zijn weergegeven in onderstaand figuur. In de huidige Leidse praktijk zijn de netwerkeigenaar en netbeheerder dezelfde partij op het vlak van warmte. Dit zal echter niet altijd het geval zijn in de nabije toekomst. Soms zal de eigenaar van het net het beheer uitbesteden aan een andere partij.

Ruimtelijke inpassing

Geldstroom

Producent

Netwerkeigenaar

Netwerkbeheerder

Leverancier

Eindgebruikers

Warmtestroom

47

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

De producent en netwerkeigenaar hebben de meeste invloed op publieke waarden; betaalbaar, duurzaam, betrouwbaar, open, toekomstbestendig en uitvoerbaar. In een open regionaal energiesysteem, zijn de rollen van producent en netwerkeigenaar automatisch gesplitst, omdat er diverse producenten worden verwacht.

en betaalbaarheid van het warmtenet, iets wat een regionaal warmtebedrijf kan leveren. Bovendien zien we zowel landelijk als regionaal de contouren van een nieuwe energie infrastructuur, veelal op basis van warmtenetten. Dit soort systeemkeuzes kan ervoor zorgen dat er lokaal minder keuzevrijheid ontstaat.

Het is onwaarschijnlijk dat de Gasunie, beoogd eigenaar van de Warmtelinq+ infrastructuur tot aan Leiden, ook het regionale warmtenet ontwikkelt en beheert als netbeheerder. De inmiddels uitgestelde Warmtewet 2 opteert voor één integrale partij die verantwoordelijk is voor de warmteketen. Hierin kan de partij die deze verantwoordelijkheid op zich neemt, er voor kiezen taken uit te besteden. De gemeente of een regionaal warmtebedrijf zou deze rol op zich kunnen nemen.

6.2. Regie op verschillende niveaus en aspecten De gemeente Leiden neemt de regie om te zorgen dat de uitvoerbaarheid van de Leise omschakeling op een ander warmtesysteem dichterbij komt. De precieze invulling van de regierol verschilt in de regionale samenwerking met de buurgemeenten en op stadsniveau is iets anders nodig dan in de wijken.

De gemeente Leiden neemt de verantwoordelijkheid van de omschakeling op duurzame warmte op zich en kan daardoor zorgen dat maatschappelijk waarden als betrouwbaarheid zoveel mogelijk worden behaald. Met het innemen van deze rol kunnen een aantal knelpunten in de regulering van de warmtemarkt worden weggenomen of in ieder geval verminderd. Denk hierbij aan de ongereguleerde bijdrage aansluitkosten (BAK). Deze kosten worden veelal in rekening gebracht aan de afnemer om de businesscase van het warmtenet sluitend te krijgen. Deze kunnen hoog oplopen en niet door elke gebouweigenaar direct betaald worden. Een rijksbijdrage is hier dus essentieel. De gebouweigenaar heeft keuzevrijheid in het wel of niet meedoen aan het geboden collectieve alternatief voor aardgas. Gebouweigenaren behouden dus vrijheid in de keuze hoe zij hun woning willen verduurzamen. Dit zorgt echter wel voor onzekerheden in de businesscase (volloop­ risico) voor de leverancier. Commerciële partijen nemen dergelijke risico’s mee in de businesscase wat zich kan vertalen in hogere kosten voor de eindgebruiker. Vraagbundeling is daarmee essentieel voor de haalbaarheid

48

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

Regie in de regionale samenwerking Leiden werkt regionaal samen aan de omschakelijking naar duurzame warmte. Daarmee is het warmtesysteem van de gemeente Leiden een onderdeel van een groter, regionaal warmtesysteem. Leiden zal profiteren van de samenwerking, mede doordat hiermee een versnelling in de bronontwikkeling mogelijk is. Gezamenlijk hebben de zes gemeenten Leiden, Katwijk, Oegstgeest, Voorschoten, Zoeterwoude en Leiderdorp de ambitie om mogelijke bronnen van warmte en het transport van warmte in de regio te ontwikkelen, met als inzet een open regionaal warmtesysteem. Deze gemeenten beogen een stevige positie in te nemen om tot een regionaal open transportnet te komen en het zorgen van de verdeling van de warmte die beschikbaar komt. Momenteel hebben wij deze positie niet, waardoor de totstandkoming van een open regionaal energiesysteem afhankelijk is van de markt. Regionaal is een slimme verdeling van de (warmte)bronnen noodzakelijk, zodat gemeenten in de regio zoveel mogelijk tegen de laagste maatschappelijke kosten voor de eindgebruiker de meeste CO2-reductie kunnen realiseren. De warmteverdeling kan

JAN UARI 2022

betekenen dat regionaal keuzes worden gemaakt die invloed hebben op het Leidse warmtescenario voor de stad en andersom.

De Leidse gemeenteraad behoudt, evenals de overige vijf raden, voorlopig de regie in de warmtetransitie. Voor de komende anderhalf jaar (2021-2022) is afgesproken dat de nieuwe medewerkers van de organisatie in dienst komen van de gemeente Leiden. Hiermee speelt Leiden in op het faciliteren van de organisatie. De zes verantwoordelijk wethouders bespreken maandelijks de voortgang. De zes Gemeenteraden worden elk kwartaal geïnformeerd over de genomen stappen. Het is nog niet te zeggen hoe de regionale samenwerking vanaf 2023 vorm krijgt en welke bestuurslaag daar over gaat. Dit wordt in 2022 voorgelegd aan de zes raden. Wel is het voor de Gemeente Leiden van importantie om ook de eigen stakeholders te betrekken bij de keuzes die regionaal worden voorbereid. Zo zijn er gesprekken gaande met de Leidse woningcorporaties, die zich opstellen als startmotor, en de bewonersinitiatieven. Ook de netbeheerders zijn aangesloten bij de ontwikkelingen. Hierbij neemt Leiden een belangrijke rol op zich om de regionale ideeën lokaal te toetsen in bijvoorbeeld het netwerk Leidse Warmtewissel.

Belangrijke voorwaarden waar in regionaal samenwerkingsverband aan wordt gewerkt is het regionale transportnet, ontwikkelen van geothermie en het uitwerken van een ontwikkelstrategie. • Een regionaal transportnet tussen Leiden en Katwijk is een voorwaarde om geothermiebronnen versneld te ontsluiten en aan te sluiten op bestaande en nieuwe middentemperatuur distributienetten in de wijken. In onze visie biedt een publieke opzet van het transportnet significante voordelen, zoals het langjarige vollooprisico van het transportnet

49

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

verminderen. • Daarnaast is ruimtelijke inpassing van dit regionale transportsysteem een vraagstuk waarbij samenwerking tussen de regiogemeenten noodzakelijk is, omdat grensoverschrijdende infrastructuur moet worden aangelegd. • Realisatie van enkele geothermieprojecten in de komende vijf jaar is cruciaal om het regionale potentieel (qua capaciteit en kosten) te valideren en om het ontwikkeltraject te versnellen. Voor de invoeding van geothermie, is het van belang dat binnen de regionale samenwerking een afwegingskader wordt opgesteld voor de selectie van de partijen die een opsporingsvergunning hebben aangevraagd om voorwaarden te stellen aan de opsporingspartijen. Hiermee wordt gezorgd dat de ontwikkeling van de bronnen, bijvoorbeeld op gebied van snelheid of volgorde, aansluit op de ontwikkeling van het transportnet en lokale distributienetten. Ook moet in het afwegingskader de inrichting, voorwaarden en garanties van de samenwerking worden geborgd. Regierol op stadsniveau Ontwerpen Leidse warmtering In de Transitievisie is met het warmtescenario een systeemkeuze gemaakt. Een collectief open warmtenet, waarbij wij de transportleiding door de stad de Leidse Warmtering noemen. In de toekomst zal de gemeente Leiden een keuze maken om de Leidse Warmtering wel of geen onderdeel uit te laten maken van het regionale open transportnet.

Een reden om dit wel te doen, is extra regie op de warmtekavels en het aanbesteden van distributienetten aan de zuidkant van Leiden. Voorbeeldfunctie gemeentelijk vastgoed Wij vinden het belangrijk ook het gemeentelijk vastgoed duurzamer en energiezuiniger te Als een kantoor niet voor 1 januari 2023 niet minimaal energielabel C heeft, mag het niet meer worden gebruikt. Gemeenten moeten hierop toezicht houden, en zorgen dat dit voor hun eigen gemeen-

JAN UARI 2022

telijk vastgoed in orde is.. Begin 2020 heeft Leiden een routekaart voor het verduurzamen van het eigen vastgoed vastgesteld. Hierin is een top vijfentwintig opgesteld van panden in gemeentelijk eigendom die de komende jaren verduurzaamd worden. Ieder pand heeft hiervoor een eigen routekaart. Het doel is om de CO2-uitstoot te verminderen en te zorgen dat alle panden minimaal energielabel C krijgen. Zo levert de gemeente zelf ook een bijdrage aan een duurzamer Leiden. Veel ondernemers worstelen met het voldoen aan de label C-verplichting in 2023. Als wij als gemeente in de naleving daarvan richting die ondernemers één rol kunnen vervullen, is het wel de voorbeeldfunctie oppakken, waarbij we zelf ook scherp hebben wat het van de ondernemers vraagt qua investeringen en hoe realistisch dat is.

verschillen. In wijken waar een collectieve warmtevoorziening komt, zal de gemeente de rol van sturende regisseur nemen. In gebieden waar gebouweigenaren zelfstandig een alternatief kunnen realiseren, stelt de gemeente zich meer op als afwachtende regisseur. In wijken waar een bewonersinitiatief actief is, is de gemeente een procesregisseur en in wijken waar meerdere opgaven van belang zijn om de transitie vorm te geven, is zij een integrale regisseur. Bij de regierol in de wijkaanpak hoort ook het organiseren van de participatie met bewoners, bewonersinitiatieven kunnen het startpunt vormen voor de participatie in de wijk.

De wijkaanpak op basis van de Transitievisie Warmte zet aan om ook het maatschappelijk vastgoed verder te verduurzamen en aardgasvrij te maken. Het gemeentelijk vastgoed kan een plek zijn om verduurzaming in wijken aan te jagen of er te experimenteren.

Bewoner aan het woord: ‘Ik zoek zekerheden in het systeem en die zie ik nog niet.’

Regierol in de wijkaanpak De verschillende regierollen die de gemeente in een wijkaanpak kan innemen zijn die van procesregisseur, integrale regisseur, sturende regisseur en afwachtende regisseur. Wij baseren ons op de kennis die is opgedaan in de proeftuinen die vallen onder het Programma Aardgasvrij Wijken en maken gebruik van het afwegingskader dat binnen dit programma is ontwikkeld6. De rol die de gemeente Leiden speelt kan per wijkaanpak afwegingskader+voor+de+keuze+van+een+regierol/default.aspx 6  https://www.aardgasvrijewijken.nl/themas/regieenorganisatie/transitievisie+warmte2/

50

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

7.

Samenwerking met de stad

We willen de warmtetransitie samen met de stad uitvoeren. Alleen door samen te werken met onze partners en continu in gesprek te blijven met de bewoners, komen we tot betaalbare, haalbare en duurzame warmtealternatieven. Wij helpen gebouweigenaren om zich voor te bereiden op middentemperatuur verwarming en zetten ons vanuit onze rol in om grootschalige, collectieve voorzieningen te organiseren waar zij op aan kunnen sluiten. In de Leidse Warmtewissel werken de publieke partijen in Leiden samen aan dezelfde doelen.

51

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

7.1. Uitbreiding speelveld De afgelopen jaren is geïnvesteerd in het leggen van contacten en het opbouwen van een netwerk. Ook zijn al mooie initiatieven zoals de wijkambassadeurs en een aantal lokale bewonersinitiatieven van de grond gekomen waar de gemeente nauw contact mee heeft.Naast de Leidse Warmtewissel hebben ook andere partijen een rol in de warmtetransitie of vanuit maatschappelijke betrokkenheid de wens om mee te praten en te werken aan de omschakeling van Leiden op een ander warmtesysteem en zo bij te dragen aan de CO2-reductie en klimaatneutraal Leiden. Met deze visie op de omschakeling en het streven in een aantal wijken te komen tot een versnelling richting de uitvoering, komen wij in een andere fase en is uitbreiding van het netwerk en vormen van partnerschappen op zowel regionaal, lokaal als wijkniveau nadrukkelijk gewenst. Zo denken wij onder meer aan het intensiveren van de betrokkenheid van huurders en bewonersverenigingen. En moedigen we woningeigenaren aan zich te organiseren om te komen tot een lokaal initiatief. Op de volgende pagina is te zien dat wij een groot aantal belanghebbenden in het regionale en lokale speelveld tegenkomen.

Bewoner aan het woord: ‘Ook in de binnenstad moet warmteen koude opslag (WKO) mogelijk zijn. Waarom alleen die focus op het gas?’

Opbrengst van participatieproces We hebben dit jaar flink ingezet op participatie. We zien dit als start van een continue dialoog met de stad over de invulling van de energietransitie. Zo hebben we digitaal en op locatie in ruim twintig sessies allerlei ideeën, zorgen en vragen opgehaald7. Deze inzichten hebben we gebruikt om de Transitievisie mede vorm te geven. De belangrijkste zaken die uit de stad terug komen zijn: • • • • •

Betaalbaarheid Zorgen om onomkeerbaarheid Behoefte aan concreet handelingsperspectief en tijdspad Keuzevrijheid Scepsis over restwarmte uit Rotterdam als duurzame bron

Deze thema’s hebben we een plek gegeven in de Transitievisie. Hiermee komen we tegemoet aan de wensen uit de stad. 7.2. Visie op participatie In de energietransitie hebben overheid en inwoners elkaar nodig. Ook in Leiden kunnen we niet zonder elkaar. Zoals in deze Transitievisie Warmte beschreven denken we dat het mogelijk is de stad op een betaalbare en duurzame manier te verwarmen door in te zetten op minimaal basisisolatieniveau van de woningvoorraadWe verwachten dat hiermee (voor een groot deel van de woningen) verwarmen op middentemperatuur haalbaar wordt, waardoor duurzame warmtebronnen als geothermie in beeld komen. Het is daarom niet meer dan vanzelfsprekend dat er uitgebreid en continu contact is met inwoners en ondernemers over de energietransitie; wat kunnen zij zelf doen en wat doet de gemeente?

7 Zie de verslagen in het Magazine on the spot: https://magazine-on-the-spot.nl/leiden/ wijkgesprekken-tvw

52

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

53

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

Tegelijkertijd is het voor de gemeente ook een dilemma: onze ambitie is het realiseren van een open, duurzaam energiesysteem. Een dergelijk systeem kent een groot aandeel collectieve warmtevoorziening. Dat kan grootschalig en het kan ook op kleinere schaal in wijken of buurten. Het kan op initiatief van grote partijen of vanuit het initiatief van bewoners zelf. Hoe dan ook, zodra uit een zorgvuldig participatieproces oplossingen komen met een dergelijk collectief karakter bepaalt de schaalgrootte (warmtevraag en aantal aansluitingen) de betaalbaarheid per aansluiting. Keuzevrijheid is en blijft een waardevol uitgangspunt binnen onze energietransitie. 7.3. Continue dialoog met de stad De afgelopen jaren is flink geïnvesteerd in het leggen van contacten en het opbouwen van een netwerk. Ook zijn al mooie initiatieven van de grond gekomen waar we nauw contact mee hebben. Participatie over energietransitie is niet iets tijdelijks. We willen met onze aanpak een continue feedbackloop te creëren met partijen die iets kunnen en willen toevoegen. In de talkshows die in het vroege voorjaar werden gehouden, kwam naar voren dat er al veel gebeurt en er veel kennis in de stad over energietransitie aanwezig is. Die expertise willen we graag gebruiken. Ook willen we inzicht krijgen in de zorgen die er zijn, zodat we daar met het nieuwe beleid zo veel mogelijk op kunnen inspelen.

Op verschillende manieren gaan we in gesprek. Zo is op het online platform doemee.leiden.nl een vaste plek voor de energietransitie ingericht. In de wijken organiseren we regelmatig wijkgesprekken, waarbij inwoners informatie kunnen krijgen, maar ook vooral kunnen reflecteren op plannen van de gemeente en ontwikkelingen op het vlak van energietransitie. Deze zaken geven we een plek in de Transitievisie Warmte en/of in de Wijkuitvoeringsplannen. In een later stadium denken we ook aan de organisatie van een burgerberaad. Zo ontstaat een goed representatief beeld hoe er in de stad over de energietransitie gedacht wordt. Dit stelt ons in staat met het beleid steeds in te spelen op zorgen die er zijn, tegemoet te komen aan ideeën vanuit de stad en ons netwerk van betrokken inwoners en ondernemers uit te breiden.

54

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

Een wijkgesprek in de Professoren- en Burgemeesterswijk

Voor het slagen van de energietransitie is het bovendien van belang zoveel mogelijk inwoners en ondernemers te motiveren zich te organiseren en iets te gaan doen op één van de drie lijnen. Denk bijvoorbeeld aan collectieve isolatie-acties, het oprichten van energiecoöperaties of het starten van een bewonersinitiatief voor warmteopwekking.

Lokale initiatieven essentieel voor warmtetransitie In de stad zijn een aantal lokale (wijk-)initiatieven die lage temperatuurbronnen zoals aquathermie willen ontwikkelen. In het geval van wijkinitiatieven is landelijk al veel kennis en ervaring opgebouwd via netwerken van energiecoöperaties zoals Energie Samen Buurtwarmte. De verwachting is dat lokaal eigendom het ontwikkelen van warmtebronnen en het draagvlak daarvoor zal versnellen. Daarmee is participatie door bewoners een onmisbaar onderdeel van een haalbare warmtetransitie. Zoals elders in Nederland werken ook in Leiden bewoners van een aantal wijken al aan lokale plannen, bijvoorbeeld warmte uit oppervlaktewater of afvalwater. Ze onderzoeken ook de

JAN UARI 2022

mogelijkheid om een eigen warmtebron te ontwikkelen, om als (mede-)ontwikkelaar of misschien zelfs als producerende coöperatie het lokale warmtedistributienet te voeden.

7.4. Rol van de Leidse warmtewissel In het richten van de warmtetransitie in Leiden heeft de Leidse Warmtewissel (LWW) een prominente plek. In de LWW werkt een belangrijk deel van de publieke organisaties in Leiden samen aan de energietransitie. Met de oprichting van de LWW (destijds Coalitie Aardgasvrij Leiden) in 2017 hebben partijen zich gecommitteerd aan een gezamenlijke ambitie: het samen zorg dragen voor een CO2-neutrale gebouwde omgeving. In de afgelopen jaren is geleerd door te doen. Er is gestart in Zuidwest met een stevige ambitie, met (te) weinig zichtbare resultaten tot op heden. Hieruit is geleerd dat een aantal strategische keuzes nodig zijn en dat er een meer actiegericht programma nodig is om tot deze keuzes in de verschillende opgaven te komen. De Transitievisie Warmte is daar een voorbeeld van. Om de samenwerking met de strategische partners vorm te geven, is begin 2021 een Programmaplan vastgesteld. We focussen daarin op bijsturen en daadwerkelijk uitvoeren. Wat zijn de belangrijkste opgaven voor de komende 2 jaar en wat is nodig om te zorgen dat deze opgaven ook daadwerkelijk uitgewerkt worden? Het programmaplan brengt de planning, de rollen van verschillende partijen, de benodigde capaciteit en financiën in beeld. Naast de inhoudelijke opgaven laten we ook de organisatorische kant zien.

Welke stappen en structuur zijn nog nodig om daadwerkelijk tot resultaten te komen.

55

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

Het doel van de Leidse Warmtewissel is samen te werken aan het aardgasvrij (CO2-neutraal) maken van de gebouwde omgeving in de gemeente Leiden. Dit vanuit de overtuiging dat geen van de partners dit alleen kan doen, maar dat partijen elkaar nodig hebben om samen stappen te zetten en opgaven uit te voeren in de warmtetransitie. De partijen uit de LWW hebben actief input geleverd op de Transitievisie Warmte. Denk hierbij aan inhoudelijke brainstormsessies en meeschrijf-werkzaamheden. In het bestuurlijk gremium zijn de dilemma’s besproken en is de boodschap uitgesproken gezamenlijk achter de visie te staan. Door deze input is draagvlak achter de TVW een flinke stap dichterbij gebracht.

JAN UARI 2022

Bijlagen

Bijlage I bij Hoofdstuk 3 Voorkeur voor collectieve warmte als hoofdbron van het warmtesysteem Onderstaande figuren geven weer hoe de verschillende eindscenario’s scoren op de hierboven uitgewerkte voorwaarden. Dit is de onderbouwing voor de keuze voor een collectief systeem, gevoed door een mix van bronnen. Allereerst zijn er vier scenario’s uitgewerkt. Deze scenario’s zijn gebaseerd op een basis-scenario. Hierin worden alle huizen geïsoleerd, zodat ze klaar zijn voor de transitie naar een alternatieve bron. • Scenario A is Geothermie als HT/MT-bron, aangevuld met lokale LT-bronnen. In de binnenstad wordt na 2040 waterstof toegepast;

Kwantitatieve factoren

CO2-reductie

• Scenario B is Warmtelinq+ als HT/MT-bron, aangevuld met lokale LT-bronnen. In de binnenstad wordt na 2040 waterstof toegepast; • Scenario C is een Multibronnen scenario met geothermie, WLQ+ én lokale bronnen. In de binnenstad wordt na 2040 waterstof toegepast; • Scenario D een scenario waarbij er maximale inzet op elektrificatie + waterstof is. In dit scenario wordt collectieve warmte zo min mogelijk toegepast, met uitzondering van het bestaande warmtenet. Vrijwel de hele stad gaat over op all-electric of hybride oplossingen, met het toepassen van waterstof vanaf 2040.

Investeringsprofiel

Betaalbaarheid

A: Geothermie & lokale bronnen

1

4

4

B: WLQ+ & lokale bronnen

4

3

2

C: WLQ+, geo & lokale bronnen

3

2

3

D: Maximaal elektrificeren

2

1

1

Kwalitatieve factoren

Inpasbaarheid

Toekomstbestendig

Overlast bewoner

Sturingsm. Gemeente

A: Geothermie & lokale bronnen

2

3

2

3

B: WLQ+ & lokale bronnen

3

2

4

2

C: WLQ+, geo & lokale bronnen

4

4

3

4

D: Maximaal elektrificeren

1

1

1

1

57

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

Gekeken naar de uitgangspunten en voorwaarden heeft de inzet op een collectief systeem de voorkeur. Het multibronnenscenario en het WLQ+ scenario (C) realiseren de hoogste CO2-reductie, opgeteld voor de periode 2025-2050. Dit komt vooral door de snelheid waarin het mogelijk is om in deze scenario’s gefaseerd de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Bij schrijven van het Transitievisie Warmte is de verwachting dat door het pas op termijn - niet voor 2025 - beschikbaar komen van geothermie pas later een begin gemaakt wordt met de totale uitstoot van CO2 over de transitieperiode tot 2050. Het all-electricscenario heeft duidelijk niet de voorkeur op basis van kwantitatieve factoren: de totale keteninvesteringen zijn het hoogst in het all-electricscenario. Dit ligt vooral aan de betaalbaarheid voor bewoners, omdat er fors meer investeringen nodig zijn in woningaanpassingen door de forse isolatieopgave en kosten van installatie en de benodigde netverzwaring. Daarbij is de stijging van woonlasten voor bewoners tevens hoger dan in de warmtescenario’s. De CO2-reductie is vergelijkbaar met de collectieve warmtescenario’s. De inpasbaarheid van het elektrificatiescenario komt dus als ongunstigste uit de bus. Dit heeft vooral te maken met de inpassing van een netverzwaring in de openbare ruimte, zowel ondergronds als bovengronds.

Alle collectieve warmtescenario’s hebben een vergelijkbare impact op de woonlasten voor bewoners –namelijk een lichte stijging van de woonlasten ten opzichte van de huidige situatie. Het multibronnenscenario heeft hoge totale keteninvesteringen. Dit komt vooral doordat er zowel een WLQ+ transportleiding als een regionaal transportnet wordt gerealiseerd in dit scenario. De keteninvesteringen voor het WLQ+ scenario en geothermie­ scenario zijn redelijk vergelijkbaar. Vanuit regionaal perspectief bekeken is dit mogelijk anders, omdat nu alle kosten voor infrastructuur ten laste van gemeente Leiden zijn toegerekend.

58

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

Het ontwikkelen van Warmtelinq+ leidt zonder extra landelijke subsidies tot een significante onrendabele top. Dit betekent dat we zonder een rijksbijdrage deze leiding niet kunnen ontwikkelen, waarmee de warmtetransitie stil dreigt te vallen zonder regionale samenwerking. Bovendien kunnen we een flinke tijd geen extra stappen bovenop de energiebesparingsopgave zetten. De SDE++ regeling voor de geothermiebron, maakt geothermie betaalbaar voor eindgebruikers. Het tempo waarin lokale bronnen worden ontwikkeld is onzeker. Ook voor lokale bronnen (mogelijk ontwikkeld door bewonersinitiatieven) geldt vaak een onrendabele top en afhankelijkheid van subsidies. Bij het investeringsprofiel wordt per scenario gekeken naar alle nu bekende investeringen in de energieketen over de gehele periode van 2020 tot 2050. Dit zijn de investeringen in isolatie en overige woningaanpassingen, broncapaciteit, transportcapaciteit, distributienetten, het elektriciteitsnet en overige systeemkosten. Het elektrificatiescenario komt als ongunstigste uit de bus. Dit heeft vooral te maken met de (herhaalde) investeringen die gebouweigenaren moeten doen in isolerende maatregelen en installaties. De betaalbaarheid voor bewoners is afhankelijk van noodzakelijke investeringen in de woning en toekomstige tarieven.

Vooral de lagere investeringen in woningaanpassingen zijn doorslaggevend voor de voorkeur voor een collectief systeem. Niet enkel de bovenstaande factoren zijn van belang. Ook mogelijke risico’s zijn geïdentificeerd. Risico’s aan het geothermie scenario zitten vooral in onzekerheden in de techniek (we zitten nog altijd in de opsporingsfase) en mogelijk acceptatie en implicaties van een eventuele koerswijziging. Tegelijkertijd heeft het WLQ+-scenario een hoger risicoprofiel bij maatschappelijke acceptatie en financiële implicaties.

JAN UARI 2022

Het multibronnenscenario zwakt bovengenoemde risico’s in de twee extremen af, omdat de afhankelijkheid van specifieke bronnen afneemt. Een resterend financieel risico is dat de afname van ‘duurdere’ WLQ+-warmte, de afzetmogelijkheden van lokale geothermie kan beperken als deze door één aanbieder worden aangebracht. In alle scenario’s geldt een middelmatig risicoprofiel voor de juridische component. Dit heeft vooral te maken met de onzekerheden rond de nieuwe Wet Collectieve Warmte (WCW) en de relatie tot de Omgevingswet, zoals benoemd in de inleiding.

59

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

Bijlage II bij Hoofdstuk 5 We moeten de bestaande ondergrondse infrastructuur van kabels en leidingen verzwaren en uitbreiden omdat de stad groeit en voorbereid moet worden op de energietransitie, maar ook op klimaatverandering. Dit alles terwijl de ruimte in de bodem beperkt is. Dat vraagt om slimme combinaties. Zo moet de verduurzaming van de energie-infrastructuur hand in hand gaan met klimaatadaptieve maatregelen en ecologie/biodiversiteit. Daarnaast kan het veranderende en toenemende gebruik van de ondergrond, onder andere voor de energietransitie, het grondwatersysteem beïnvloeden. Dit betekent dat de boven- en ondergrondse opgaven beter op elkaar afgestemd moeten worden. Soms is de ondergrond leidend voor de mogelijkheden bovengronds. De gemeente heeft hierin een faciliterende en stimulerende rol en pakt de regie om samen met relevante partijen de bodem en ondergrond duurzaam in te richten. We beschrijven hieronder kort de verschillende ondergrondse systemen die samenhangen met de inpassing van een nieuwe energie infrastructuur.

Verontreiniging WKOsystemen Leidingen, kabels, tunnels en parkeergarages Verontreiniging WKOsystemen

Ondergrond met buffercapaciteit

Aanvullende Strategische Voorraden

Drinkwaterwinning

Nationale Grondwater Reserves

1. Warmtenet en uitbreiding elektriciteitsnet inpassen in ondergrond Onder de grond wordt de huidige indeling met 1 centrale rioleringsbuis in het midden aangepast. Dat moest al voor de aanleg van een gescheiden net, waardoor er een extra buis bij komt. Bij de realisatie van een warmtenet komen daar minstens 2 geïsoleerde distributieleidingen bij plus de nieuwe huisaansluitingen. Daar moet onder de trottoirs bij de verzwaring van het elektranet rekening mee worden gehouden. 2. Drinkwaterinfrastructuur De komst van (midden en hoge temperatuur) warmtenetten beïnvloedt de drinkwaterinfrastructuur op verschillende manieren. Drinkwater mag niet warmer worden dan 25°C om de waterkwaliteit en volksgezondheid te

60

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

garanderen. Door warmtebeïnvloeding van nabij liggende warmte-afgeven-de infrastructuren wordt drinkwater mogelijk opgewarmd. Voor de afstand tussen een warmtenet en drinkwaterleidingen gelden dan ook minimale afstanden. Voor een warmtenet op middentemperatuur geldt een afstand van 1,5 meter met de drinkwaterleiding. Bij hoge temperatuur geldt een afstand van 2 meter. De ruimtedruk in de ondergrond zal impact hebben op bestaande en toekomstige waterleiding tracés. Deze ruimtedruk kan leiden tot dure aanpassingen, verleggingen en gebrek aan ruimte voor toekomstige uitbreidingen tot gevolg. Bescherming van rivierwateraanvoeren transportleidingen gelegen in de Leidse regio is cruciaal voor de drinkwatervoorziening. 3. Milieu en bodem Bodemenergie en aardwarmte (geothermie) zijn onmisbare bronnen bij de transitie naar een duurzame energievoorziening. Ter bescherming van de grondwatervoorraden en openbare drinkwatervoorziening verbiedt het Rijk (structuurvisie ondergrond) bodemenergie en geothermie binnen milieu­ beschermingsgebieden voor grondwater (waterwin-, grondwaterbeschermingsgebieden). Gezien het belang van geothermie voor de gemeente, maar ook het raakvlak tussen geothermie als potentiële warmtebron en zoekgebieden voor drinkwater, zullen wij hier aandacht aan blijven besteden ondanks dat de gebieden niet binnen de Leidse stadsgrenzen liggen.

We erkennen namelijk ook het belang van Dunea, die als drinkwaterbedrijf voor een grote opgave staat om voldoende drinkwater te kunnen leveren voor deze regio.

Verzwaring elektriciteitsnetwerk Naast de verduurzaming van de warmtevraag in de verschillende scenario’s spelen ook de toenemende inzet van zonnepanelen, eventueel batterijen en de elektrificatie van vervoer. Voor de gemeente betekent dit ook een ruimtelijke opgave die samenhangt met de groeiende behoefte aan netcapaciteit, niet alleen voor warmtenetten, maar ook voor Het onderzoeken van de mogelijkheden tot (meer en lokale) opslag kan bijdragen aan deze opgave. Uitbreiding boven- en ondergrondse infrastructuur warmtenet Ook het warmtenet vraagt uitbreiding van het elektriciteitsnet en om een uitbreiding van de boven- en ondergrondse infrastructuur van het warmte-net. Voor het warmtenet moeten minstens 2 geïsoleerde leidingen in het al drukke ondergrondse profiel worden ingepast. Daar komen de warmte-overdrachtstations en de huisaansluitingen nog bij. De eerste verkenningen naar hoe de nieuwe infrastructuur onder de grond ingepast kan worden, laten zien dat het in de huidige situatie al erg moeilijk zal worden om de optimale combinatie van bron en type woning te maken, eenvoudigweg omdat in grote delen van Leiden de straten te smal en onder de grond te vol zijn.

Het zal duidelijk zijn dat de gemeente niet kan zonder intensief samen te werken met Vattenfall, Alliander, Dunea, het Hoogheemraadschap van Rijnland en de Omgevingsdienst West-Holland. Het vraagt van alle partijen een cultuuromslag en aanpassingen in de organisatie om met elkaar aan deze enorme opgave te werken. De belangen zijn groot, de investeringen kostbaar en in deze transitie-periode nog veel onzeker is, zoals het juridische instrumentarium. Omdat alles uiteindelijk samenkomt in de ruimte heeft de gemeente hierin een regierol.

61

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

Een oplossing wordt gezocht in meer structuur aanbrengen en slimme combinaties maken. De afdeling Beheer van de gemeente Leiden is begonnen met die nieuwe structuur te realiseren door bij vervangingsmaatregelen alvast ruimte voor het warmtenet te reserveren naast het nieuwe gescheiden rioolstelsel. De rioolbuizen liggen niet meer op hun traditionele plek in het midden van het profiel maar worden uit het centrum gelegd. (Zie bijgaande figuur.) Inmiddels wordt gewerkt aan het ontwerp van de nieuwe structuur. Onderzocht wordt hoe de dragende transport- en distributienetten ontworpen moeten worden om op een betaalbare en efficiënte manier de stad te bedienen. Gezien de maat en schaal van de grote transport en distributienetten ligt het voor de hand om naar de ringen en spaken van de grote auto-infrastructuur te kijken en te onderzoeken hoe vandaaruit met gebruikmaking van de reeds bestaande netinfrastructuur, knooppunten en het fijnmazige distributienet uitgerold kan worden. Er worden ook slagen gemaakt met slimme combinaties: bomen worden ingezet als onderdeel van het energiesysteem omdat ze het gebruik van airco’s in de zomer helpen beperken.

Het wordt ingewikkelder als de distributienetten van Dunea in een warmtenet ingezet worden om te koelen, oppervlaktewater een warmtebron wordt en de openbare ruimte in toenemende mate moet worden ingezet als buffer om te voorkomen dat bij extreme buien de rioleringen overbelast raken.

Een overzicht van alle middenspanningsstations in de Leidse regio. De verwachting is dat dit aantal de komende jaren verdubbelt

62

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

Het maakt ook dat de verschillende systemen voor energie en water steeds meer met elkaar verknoopt raken en de samenhang in deze hybride oplossingen bewaakt moeten worden. Soms is de ondergrond leidend voor de mogelijkheden bovengronds en andersom zal dat ook in toenemende mate het geval zijn. Een goede afstemming tussen de boven- en ondergrondse beheer en ontwikkelopgaven en oplossingen wordt daarmee steeds belangrijker voor een succes van de energietransitie en de mitigerende klimaatmaatregelen.

JAN UARI 2022

In nauw overleg met de netbeheerder, de beheerders van de warmtenetten en alle andere beheerders van ondergrondse en bovengrondse infrastructuur zal de gemeente deze ruimtelijke opgave de komende jaren gaan invullen door het ontwikkelen van ruimtelijk beleid.

63

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

Bijlage III bij Hoofdstuk 7 Liander, aanleg en beheer van elektriciteits- en gasnetten Liander is als netbeheerder verantwoordelijk voor de aanleg en het beheer van de elektriciteits- en gasnetten. In de Leidse regio maakt Liander het mogelijk dat miljoenen mensen en bedrijven gas en stroom krijgen. Aanpassingen van deze netten moeten aansluiten bij de keuzes die gemeenten maken als alternatief voor aardgas. Het is van belang dat rekening wordt gehouden met de doorlooptijd en ruimtelijke impact van de netaanpassingen. Dunea, productie en distributie van drinkwater Dunea is verantwoordelijk voor de productie en distributie van drinkwater en levert aan circa 1,3 miljoen klanten veilig en betrouwbaar drinkwater in het westelijk deel van Zuid-Holland. De energietransitie brengt uitdagingen met zich mee die deze kerntaak van Dunea raken. Als drinkwaterbedrijf heeft Dunea een groot belang in de ondergrond in relatie tot de energietransitie. Verzwaring van elektriciteitsnetten en plaatsing van warmtenetten betekenen meer drukte en meer activiteiten in de ondergrond. Niet overal zal voldoende ruimte zijn voor netuitbreidingen of aanvullende ondergrondse infrastructuur. Uitdagingen zijn ruim-teschaarste, vroegtijdige aanpassing of vervanging van bestaande infrastructuur en een toename van de watertemperatuur in het leidingnet.

De laatste kan risico’s veroorzaken voor de drinkwaterkwaliteit – en dus de volksgezondheid. Dunea beheert duingebieden tussen Monster en Katwijk: Solleveld, Meijendel en een gedeelte van Berkheide. Dit gebied is milieubeschermingsgebied voor grondwater. Voor iedere beschermingszone zijn regels opgenomen die activiteiten in die beschermingszones nader reguleren of

64

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

verbieden. Warmteoplossingen zoals bodemenergie en aardwarmte (geothermie) brengen risico’s met zich voor de kwaliteit van de bodem en het grondwater. Dit kan grote consequenties hebben voor de drinkwatervoorziening. Dunea Warmte&Koude, warmte potentie thermische energie uit drinkwater Water is een duurzame bron van warmte en koude. Dunea Warmte&Koude wil met aquathermie bijdragen aan de warmtetransitie. Dunea zoekt, ontwikkelt en realiseert projecten waar aquathermie waarde toevoegt voor klant en maatschappij. Als dochteronderneming van Dunea Warmte & Koude de bron en de kennis om aquathermie uit drink- en voorgezuiverd rivierwater veilig en zeker te leveren, zowel voor de klant als voor de publieke drinkwatervoorziening. Hoogheemraadschap van Rijnland, energie uit oppervlakteen afvalwater Het afvalwater en het oppervlaktewater dat Hoogheemraadschap Rijnland als bronhouder beheert zit vol energie. De benutting van water gerelateerde warmte en koude bronnen wordt aquathermie genoemd. Het Hoogheemraadschap van Rijnland wil deze warmte ter beschikking stellen voor de warmtetransitie van de omgeving. We verkennen, samen met de gemeente en initiatiefnemers de kansen, die deze warmtebronnen kunnen bieden en dragen bij aan de realisatie. Tevens heeft Rijnland voor het ontwikkelen van aquathermie als bron een vergunningverlenende taak.

Uitgangspunt voor Rijnland is dat de benutting van aquathermie een positieve bijdrage levert aan een duurzame, betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening. In Leiden zien het hoogheemraadschap kansen voor zowel thermische energie uit afvalwater (TEA), bijvoorbeeld uit de AWZI’s

JAN UARI 2022

Leiden Noord en Zuid-West, als thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). Firan, realiseren en exploiteren van publiek en onafhankelijk beheerd warmtenet Firan staat voor de realisatie en exploitatie van publieke en onafhankelijk beheerde warmtenetten. Met deze open warmtenetten biedt Firan producenten en leveranciers van energie onder gelijke omstandigheden een gelijk speelveld. Doordat Firan geen belangen heeft in warmte-opwekking of handel, zijn er geen lock-ins en bieden de open warmtenetten volop mogelijkheden voor marktwerking en innovaties. Er is nog geen keuze gemaakt voor een partij die het open regionale warmtenet gaat ontwikkelen en exploiteren. Hiervoor is een aanbesteding nodig. Firan is één van de partijen die dat kan doen, maar er zijn meer partijen op de markt. Firan heeft publieke aandeelhouders, waaronder gemeente Leiden, en stuurt daarom op de ontwikkeling van warmtenetten tegen de laagste maatschappelijke kosten en die een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Tevens biedt Firan de mogelijkheid aan gemeenten tot mede-eigenaarschap en mede-sturing, en ook eventuele lokale coöperaties, door gezamenlijk een gemeentelijk warmtenetwerk­bedrijf op te richten. Firan is een mogelijke partner bij bijvoorbeeld de ontsluiting van geothermie bronnen via een open warmtenet.

Vattenfall, aardgasvrij maken bestaande warmtenet Vattenfall is warmteleverancier voor de ruim 13.000 woningen die zijn aangesloten op het huidige warmtenet. Zoals in hoofdstuk 4 is beschreven, is dit een gasgestookt warmtenet en wordt er regionaal samengewerkt dit net aardgasvrij te maken. Bij uitbreiding van het warmtenet van Vattenfall kunnen grote delen van de stad aangesloten worden. Daarmee kan een bijdrage geleverd worden aan de reductie van het gasverbruik in de gebouwde omgeving en een reductie van de CO2-uitstoot. Hierbij heeft Vattenfall in het nieuwe net dezelfde

65

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

positie als andere warmteleveranciers en zal een open aanbesteding plaats moeten vinden waarbij op basis van criteria van gemeente Leiden en buurgemeenten één of meerdere leveranciers worden gevraagd warmte te leveren. Woningcorporaties, duurzame sociale huurwoningen en betaalbare huren De corporaties De Sleutels, Ons Doel, Portaal en DUWO zijn betrokken bij de omschakeling van Leiden op een ander warmtesystem, vanuit onze belangen en die van onze huurders. Dat doen wij vanuit onze verantwoordelijkheid ten aanzien van betaalbaar wonen voor onze huurders. Wij vinden het noodzakelijk dat bij de keuze voor een warmtenet de juiste afwegingen gemaakt worden. Dit betekent dat de woningcorporaties bij het maken van afwegingen de volgende aspecten in ogenschouw hebben: • investeren op natuurlijke momenten; • flexibiliteit om in te spelen op nieuwe inzichten; • leveringszekerheid • marktwerking en keuzevrijheid • duurzaamheid van de bronnen • beperken overlast bewoners • betaalbaarheid van bewoners en voor corporaties • Naast een betrokken rol in de transitie stellen de woningcorporaties zich op als een kritische partner voor gemeente Leiden. Coöperatie Energiek Leiden Energiek Leiden werkt mee aan duurzame energieopwekking in de regio Leiden. Daarmee versnellen we de overstap naar een duurzame, leefbare en energieneutrale leefomgeving.

Het is een coöperatie met ruim honderd leden die meedenken, meepraten en richting geven aan de energietransitie in onze stad. De coöperatie biedt daarvoor een platform zodat bewoners zelf actief worden met als doel medezeggenschap. Samen met andere lokale coöperaties in Holland Rijnland is Energiek Leiden een groot wind-

JAN UARI 2022

energieproject aan het uitvoeren, waardoor de eerste windturbines in lokaal eigendom in de regio een feit zullen zijn. Naast opwek is ook energiebesparing een belangrijk doel. Om te zorgen dat de energiecoaches in Leiden goed hun werk kunnen doen zorgt Energiek Leiden met gemeentesubsidie voor coördinatie en begeleiding. Energiek Leiden is lid van Energie Samen, een landelijke koepel, die energiecoöperaties ondersteunt bij professionalisering, projectfinanciering en lobby.

66

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

Gemeente Leiden Postbus 9100 2300 PC LEIDEN 67

TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO

JAN UARI 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11065728/1