22.0007 Bijlage 1 de omschakeling naar een aardgasvrij Leiden
Tekst van het document
De omschakeling naar een aardgasvrij Leiden Transitievisie Warmte 2022-2026
Januari 2022
Voorwoord Voor u ligt de Transitievisie Warmte van de gemeente Leiden. Hiermee zet Leiden de volgende stap in de energietransitie nadat eerder de Warmtevisie in 2017 en het Handelingsperspectief in 2020 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Alle gemeenten in Nederland zijn bezig met plannen om de transitie vorm te geven. Gezamenlijk werken we op die manier aan het halen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Ook in Leiden zien we langzaam maar zeker een aantal scenario’s ontstaan waarlangs de stad in de toekomst aardgasvrij kan worden. En hoewel 2050 nog ver weg lijkt, is het tegelijkertijd ook heel kort dag.
In de stad Leiden is veel kennis aanwezig over energie en de manier waarop een stad als Leiden zou kunnen omschakelen op een nieuwe warmtesysteem. Op verschillende manieren wenden we die kennis aan en verwerken we die waar mogelijk in ons beleid. Zo zijn we gestart met wijkgesprekken om uit eerste hand van bewoners en ondernemers te horen hoe zij tegen de plannen aankijken. Daarnaast hebben we via enquêtes en het online participatieplatform doemee.leiden.nl input uit de stad opgehaald.
Mooi om te zien, is hoeveel Leidenaren al actief aan de slag zijn. Met kleine maatregelen in huis, isolatiewerkzaamheden of complete verbouwingen om een huis zo energiezuinig mogelijk te maken. Niet meer dan logisch dat we van onze inwoners en ondernemers steeds vaker de vraag krijgen wat de plannen van de gemeente zijn. Zo kunnen zij de verduurzaming van hun woning of bedrijfspand hierop afstemmen. Met deze transitievisie proberen we weer een stuk concreter te maken wat die plannen zijn.
Tegelijkertijd is het zo dat we niet beginnen met een blanco vel. Deze Transitievisie bouwt namelijk voort op de eerder vastgestelde Warmtevisie. Waar we nu wel een paar flinke aanpassingen in aanbrengen. We zijn nu een paar jaar verder en we zien ook dat nieuwe inzichten leiden tot nieuwe keuzes. Bijvoorbeeld over het tijdspad en de mogelijkheden van diepe geothermie als duurzame warmtebron. Door in te zetten op een mix van bronnen (en daardoor niet afhankelijk te zijn van één bron) kan er werk worden gemaakt van een robuust energiesysteem, waarin de betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid voor de eindgebruiker toenemen.
Betaalbaarheid, lokaal eigenaarschap en keuzevrijheid zijn zaken die we als Leiden belangrijk vinden in de energietransitie. In gesprekken die we in de stad voeren over de transitie horen we ook goed dat hier veel zorgen over zijn. Net als de onomkeerbaarheid van stappen die we nu mogelijk zetten. In deze transitievisie zetten we uiteen hoe we tegen deze dilemma’s aankijken. Voor mij als wethouder is het belangrijk dat we inwoners niet met een onbetaalbare energierekening opzadelen. Ja, de energietransitie kost geld, maar het mag niet zo zijn dat alleen diegenen die het kunnen betalen er straks warm en comfortabel bij zitten.
Want als er één zekerheid is binnen de energietransitie is het dat er nog veel onzeker is. Toch wordt van bewoners, ondernemers en de gemeente verwacht nu volop aan de slag te gaan. Zodat ook wij in Leiden bijdragen aan de ambities uit het Klimaatakkoord en onze CO2-uitstoot in 2050 hebben geminimaliseerd. Deze Transitievisie Warmte legt daarvoor de basis en ik heb er alle vertrouwen in dat we met elkaar er voor gaan zorgen dat we de juiste keuzes blijven maken. Fleur Spijker Wethouder Duurzame Verstedelijking, Ruimte & Wonen
2
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
Samenvatting Warmtesysteem op middentemperatuur We werken toe naar een warmtesysteem op middentemperatuur. Dat betekent dat woningen en bedrijfspanden geschikt moeten zijn voor verwarming met een temperatuur van rond de 70 graden. Met basisisolatie, kunnen we dit met elkaar realiseren. Hiermee houden we de energietransitie in Leiden betaalbaar en haalbaar. Warmtenetten als transportmiddel van warmte Uitbreiding van het bestaande warmtenet in Leiden ligt voor de hand. De warmtebronnen die de netten voeden moeten verduurzamen. Daarvoor hebben we in Leiden en de regio de luxe positie verschillende opties tot onze beschikking te hebben: er is een flink potentieel aan diepe aardwarmte, er zijn verschillende mogelijkheden voor warmte uit oppervlakte- en drinkwater en de Leidse regio is in beeld om aan te takken op WarmteLinq+, het nieuw aan te leggen warmtenet van restwarmte uit het havengebied van Rotterdam. Mix van warmtebronnen De energietransitie is nog omgeven met veel onzekerheid. We willen in Leiden niet afhankelijk zijn van één warmteoplossing. Daarom kiezen we voor een mix van warmtebronnen, getransporteerd via het bestaande en nieuw aan te leggen warmtenetten. Zo werken we aan een robuust energiesysteem, waarin betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid voor de eindgebruiker een plek hebben.
Deze strategie maakt ook dat we kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen, tegenslagen kunnen opvangen, flexibel zijn en tegelijkertijd de kosten voor de eindgebruiker kunnen beperken.
3
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Keuzevrijheid waar het kan Keuzevrijheid binnen de energietransitie is belangrijk. Daarom wordt niemand gedwongen verplicht aan te sluiten op een groot collectief warmtenet. Er is altijd de mogelijkheid om het individueel of via een klein collectief op te lossen. Het afsluiten van aardgas is niet iets wat de gemeente heeft bedacht. We geven invulling aan het Klimaatakkoord waarbij vastgesteld is dat we van het aardgas afstappen om tot CO2reductie te komen. Mocht een wijk van het gasnet worden afgekoppeld, is er de verplichting dat minimaal acht jaar van te voren formeel aan te kondigen. Lokale warmtebronnen, waar mogelijk in lokaal eigendom We willen in Leiden optimaal gebruik maken van lokale warmtebronnen. Bewonersinitiatieven en lokaal eigenaarschap kunnen hier een belangrijke rol in spelen en krijgen in het beleid volop ruimte om hier invulling aan te geven. Continu in gesprek met de stad De warmtetransitie raakt ons allemaal. Het gaat om de manier waarop onze huizen verwarmd worden en hoe we met energie en warmte omgaan. De gemeente heeft een regisserende rol. Daar past bij dat we voortdurend in gesprek zijn met de mensen en partijen om wie het gaat: bewoners, ondernemers, woningcorporaties, warmtebedrijven en andere stakeholders.
JAN UARI 2022
1.
Inleiding
Uiterlijk in 2050 gebruiken we in Leiden bijna alleen duurzame energie om de stad te verwarmen. Het betekent dat we in 30 jaar bijna 60.000 bestaande woningen en ruim 7.000 bedrijven in Leiden klaar maken om over te gaan op een ander warmte systeem. Wij zijn al begonnen met de eerste stappen. De Transitievisie Warmte beschrijft hoe we de stad verder voorbereiden op de omschakeling.
1.1. Een vernieuwd perspectief Grotendeels stoppen met het gebruik van aardgas betekent dat er een schoon alternatief moet komen voor verwarming, koken en warm tapwater om mee te douchen. Daarom spreken we van een warmtetransitie: een overstap van fossiele warmtevoorziening naar een schoner warmtealternatief. In 2050 wil Leiden klimaatneutraal zijn: we willen dan niet meer bijdragen aan de klimaatverandering. Omdat de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen een belangrijke oorzaak is van de klimaatverandering, willen we die sterk verminderen. Een manier om uitstoot te verminderen is overstappen op alternatieven voor aardgas. Dat is ook nuttig omdat er veel minder aardgas in Groningen gewonnen zal worden in de toekomst en de belasting op aardgas de komende jaren fors zal stijgen. Daarnaast bereiden we ons voor op de gevolgen van klimaatverandering, zoals wateroverlast en hittestress. Zo zorgen we er voor dat we een leefbare stad blijven, voor nu en in de toekomst. Op basis van de akkoorden van Parijs en Glasgow, Europese afspraken en het Klimaatakkoord heeft het Rijk zichzelf verplicht om de Nederlandse CO2-uitstoot op tijd terug te dringen. In het landelijke Klimaatakkoord hebben, bedrijven, organisaties en overheden aangegeven hoe zij tot 2030 hun uitstoot met 49 procent willen verminderen ten opzichte van het peiljaar 1990.
In dit Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeenten de regie nemen in de warmtetransitie van de gebouwde omgeving. Daarvoor stelt iedere gemeente een Transitievisie Warmte op. Daarin meldt zij aan het Rijk welke wijken en woningen kansrijk zijn om voor 2030 aardgasvrij te maken, of daarop voor te bereiden. 1.2. Gemeente als regisseur In Leiden vinden we het belangrijk om de warmtetransitie lokaal vorm te geven. Deze transitie brengt immers grote veranderingen met zich mee voor Leidenaren, niet alleen in de buitenruimte en ondergrond, maar ook bij mensen thuis. Het is dan ook essentieel dat bewoners en vastgoedeigenaren het belang van de transitie inzien, dat er draagvlak is. De warmte-
5
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
transitie vraagt om een goede coördinatie en afstemming tussen veel partijen. Gemeenten zijn daarom de aangewezen overheidslaag om de verantwoordelijkheid hiervoor te nemen. Alleen daarmee komen we tot het duurzaamste en betrouwbaarste warmtealternatief tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten, dat uiteraard betaalbaar is voor de eindgebruiker. De Transitievisie Warmte is een volgende stap om Leiden verder voor te bereiden op een nieuw warmtesysteem. Deze visie geeft richting aan het gemeentelijk handelen en biedt perspectief voor bewoners, bedrijven en instellingen. Dit dient als document waarin wordt beschreven welke uitgangspunten en kaders wij belangrijk vinden. Ook schetsen wij, de gemeente Leiden, met de kennis van nu het warmtescenario voor de stad. De warmtekaart geeft een indruk van de regionale en lokale (warmte) bronnen die we willen inzetten in de stad. Deze kaart is het vertrekpunt voor de wijkaanpak waarin wij met een Wijkuitvoeringsplan toewerken naar de warmteoplossing en het moment van omschakelen. Voor de wijken die kansrijk zijn om vóór 2030 te starten met voorbereiden op duurzame warmte, schetsen wij de afweging die daaraan ten grondslag ligt. We beschrijven het proces dat wij met deze wijken willen doorlopen, dat resulteert in een Wijkuitvoeringsplan.
De Transitievisie Warmte is het vertrekpunt voor de verdiepingsslag die in de Wijkuitvoeringsplannen wordt gemaakt. Het Wijkuitvoeringsplan beschrijft de aanpak voor het omschakelen van een wijk of buurt op een ander warmtesysteem. 1.3. Status van de Transitievisie Warmte De gemeenteraad stelt de Transitievisie Warmte vast. Het college van B&W vertaalt de visie vervolgens in inspanningen, om binnen de vastgestelde kaders uitvoering te geven aan de transitie. Het klimaatakkoord stelt dat de gemeente daarna elke vijf jaar, of zoveel eerder als nodig, de visie aanpast aan de hand van nieuwe inzichten. De Transitievisie Warmte is dus een instrument om de energietransitie in de gebouwde omgeving te realiseren. Om ervoor te zorgen dat de afspraken uit de Transitievisie Warmte juridisch
JAN UARI 2022
bindend zijn, moeten deze verankerd worden in het instrumentarium van de Omgevingswet. De nieuwe Omgevingswet treedt naar verwachting op 1 juli 2022 in werking. Tijdens het opstellen van deze Transitievisie Warmte is rekening gehouden met de vereisten van het nieuwe instrumentarium Omgevingswet, zodat na inwerkingtreding van de Omgevingswet de borging va de Transitievisie Warmte soepel verloopt. Denk hierbij aan het zogenaamde Omgevingsplan, waarin per wijk wordt aangegeven welke energievorm leidend wordt of welke mix beschikbaar gemaakt zal komen. 1.4. Intensieve samenwerking met de stad Het omschakelen van de stad op een ander warmtesysteem lukt alleen als wij dat samen doen met de hele stad. De omschakeling heeft gevolgen voor alle Leidse inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Wij vinden het belangrijk dat hun wensen en zorgen meetellen in de keuzes die gedurende de transitie worden gemaakt. Meedenken is een voorwaarde voor meedoen. Daarom is dit jaar een serieuze start gemaakt met het voeren van het gesprek over de energietransitie in de wijken, zowel digitaal als in persoon. In het voorjaar hebben we per wijk een online talkshow georganiseerd waarbij we vooral ingezet hebben op het vergroten van kennis en een eerste kennismaking met wat men zelf kan doen om voorbereid te raken op de energietransitie.
Daarnaast is op het online participatieplatform doemee.leiden.nl een vaste plek ingericht voor ideeën, suggesties, vragen, etc. van inwoners en ondernemers uit Leiden over de energietransitie. Tot slot zijn we gestart met een ronde wijkgesprekken door heel de stad heen. Voor deze gesprekken hebben we Leidenaren uitgenodigd en uitgedaagd om te reflecteren op de warmtescenario’s die we langzaam maar zeker zien ontstaan. Deze gesprekken hebben ons veel inzichten opgeleverd die we onder meer gebruikt hebben voor het opstellen van deze Transitievisie Warmte. Uit onze gesprekken met de stad is een aantal interessante opmerkingen van bewoners gekomen. Deze staan door de TVW in deze kaders om een indruk te geven van de inhoud
6
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
1.5.
Verbinding met Omgevingsvisie Leiden 2040 en de Sustainable Development Goals In het Klimaatakkoord is vastgelegd dat decentrale overheden keuzes voor de energietransitie in de instrumenten van de Omgevingswet verankeren. De Omgevingswet gaat uit van een integrale benadering van de fysieke leefomgeving. Leiden is volop in de beweging naar een klimaatadaptieve stad met een robuust energie- en watersysteem, terwijl wij tegelijkertijd werken aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarbij is het belangrijk dat wij onder- en bovengrondse opgaven goed op elkaar afstemmen. Leiden heeft in 2021 de Omgevingsvisie 2040 vastgesteld en daarin een hoofdstuk opgenomen met de opgaven voor de inrichting van de ruimte, zowel boven als onder de grond. De Transitievisie Warmte is een verdere uitwerking van de in de Omgevingsvisie Leiden 2040 benoemde ambities en biedt handvatten voor de uitvoering van de warmtetransitie. De Gemeente Leiden is initiatiefnemer van Leiden4GlobalGoals. Dit is een netwerk van Leidse organisaties, instellingen en inwoners die actief (willen) bijdragen aan de realisering van de 17 VN-werelddoelen, tussen nu en het jaar 2030. De Transitievisie Warmte draagt bij aan een belangrijk deel van deze doelstellingen, zoals goede gezondheid en welzijn en betaalbare duurzame energie. 1.6.
De Leidse energietransitie is al gestart Op basis van de Leidse Warmtevisie en het Handelingsperspectief is het omschakelen van Leiden op een ander warmtesysteem in gang gezet. Middels inspanningen uit de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 en de Uitvoeringsagenda Energietransitie Gebouwde Omgeving 2020-2023 wordt reeds een aantal jaar flink werk gemaakt van de energietransitie. Daarnaast is ook de regionale samenwerking op dit dossier in een hogere versnelling gekomen. Dit onder meer door de goede samenwerking in Holland Rijnland rondom de RES en de onlangs versterkte samenwerking in de Leidse regio rondom de ontwikkeling van een regionaal open energiesysteem.
JAN UARI 2022
Begin gemaakt met energiebesparing De eerste stap in de transitie is het reduceren van de warmtebehoefte van het gebouw door eigenaren. Dit uitgangspunt in de Leidse Warmtevisie heeft geleid tot een aanpak om bewoners en bedrijven te helpen bij het verduurzamen. Zo is er voor inwoners en ondernemers die duurzame maatregelen laten uitvoeren een duurzaamheidslening in het leven geroepen en is er een lening waarmee schoolbesturen hun schoolgebouw energiezuinig kunnen maken. Bij het Duurzaam Bouwloket kunnen Leidenaren en bedrijven terecht met vragen en voor onafhankelijk advies. Ook is een uitgebreid netwerk van wijkambassadeurs en energiecoaches opgezet om gebouweigenaren te helpen een verduurzamingsplan voor hun woning te maken. Het omschakelen van de stad op een ander warmtesysteem, lukt alleen als we dat samen doen met de partners in de stad. Zo omarmt Leiden initiatieven van bewoners die zelf willen onderzoeken wat mogelijk is voor hun buurt of wijk. De ondersteuning van de lokale bewonersinitiatieven is vraaggericht ingericht en bestaat onder andere uit het meelezen bij uitvragen, meedenken over de communicatie in de wijk en subsidieregelingen voor wijkfestivals en collectieve inkoopacties. Hiermee wordt een start gemaakt met de eisen die er in de toekomst vanuit de Omgevingswet worden gesteld aan ruimte bieden voor lokale initiatieven.
Kennis opgedaan met kansrijke wijken In de Leidse Warmtevisie 2017 zijn kansrijke wijken benoemd om te starten met omschakelen. De keuze voor de wijken was gebaseerd op homogeniteit van de bebouwing en de mogelijke koppeling van de energietransitie met ontwikkelingen in de openbare ruimte zoals gebiedsontwikkeling en vervanging van de riolering. Deze aanpak om de energie die er al in de stad is te volgen en niet te beginnen vanuit een structuur en organisatie heeft veel opgeleverd: inzicht in het speelveld en de belangen, een groeiend netwerk en toenemende betrokkenheid van zowel medestanders als tegenstanders en meer urgentiebesef.
7
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Met de ervaring die wij als gemeente met bewoners, lokale initiatieven en stakeholders hebben opgedaan en meer zicht op het warmtescenario voor de stad, komen we in een nieuwe fase van de energietransitie. Met de Transitievisie Warmte gaan wij een volgende fase in. Middels een uitgelijnde wijkaanpak gaan we volgens een stappenplan toewerken naar het planbaar maken van de omschakeling van wijken op een ander warmte systeem. Hierover meer verderop in dit document. Warmtelinq+, geothermie en regionale samenwerking De Leidse warmtetransitie staat niet op zichzelf. In 2017 is er in de regio Holland Rijnland een energieakkoord gesloten, deze is uitgewerkt in een regionale energiestrategie (RES 1.0). Daarnaast werken we in de Leidse regio met zes gemeenten samen aan de warmtetransitie. De aanleiding om samen te werken is het mogelijk benutten van betaalbare en duurzame warmte uit de Rotterdamse haven via het transportnetwerk Warmtelinq+ (WLQ+). Hiermee kunnen we als regio effectief optrekken in de samenwerking met bijvoorbeeld Gasunie, het ministerie van EZK en de provincie Zuid-Holland. De beoogde realisatie van het open bovenregionaal transportnetwerk Warmtelinq+ in combinatie met geothermische warmte én lokale bronnen maakt gecoördineerde samenwerking met bovenregionale partijen zoals Energiebeheer Nederland, netbeheerders en andere (markt)partijen noodzakelijk.
Dit versterkt ook de noodzaak om samen te werken op de regionale warmteketen. In de regio wordt er tevens nagedacht over een optimale “kavelverdeling”, oftewel de indeling van de nog niet aangesloten wijken op het huidige warmtenet, zodat we een optimale aanbesteding voor de stad kunnen realiseren. Hiermee voorkomen we dat er partijen zijn die enkel wijken willen verwarmen waar de business case het meest rendabel is. Daarom realiseren we in de regio een open systeem, waarin we de genoemde bronnen in de tijd richting 2050 denken te kunnen ontwikkelen. In 2022 wordt er meer duidelijk over de regionale invloed op de Leidse situatie en andersom. JAN UARI 2022
1.7. Nuanceringen vooraf De energie- en warmtetransitie is een relatief nieuw speelveld, zeker voor gemeenten. De komende jaren zullen nog enorm veel ontwikkelingen op technisch, juridisch en financieel vlak de vorm en snelheid van de energietransitie doen bepalen. Toch wordt de gemeente geacht om een visie en perspectief om de transitie te schetsen. Echter, een aantal nuanceringen zijn wel op zijn plaats. Grenzen liggen niet vast De warmtetransitie volgt op veel plekken in de stad een gebiedsgerichte of buurtgerichte aanpak. Dit betekent natuurlijk niet dat een aardgasvrije wijkaanpak exact de wijkgrenzen volgt of dat een bewonersinitiatief altijd maar in één buurt mag plaatsvinden. De grenzen zijn niet beperkend. Ze kunnen wel helpen om richting te geven. Verschillende oplossingen binnen buurten zijn mogelijk Het feit dat de oplossingsrichting voor een wijk of buurt een warmtenet is, betekent niet dat elk gebouw in die buurt op een warmtenet aangesloten wordt. Buurten zijn niet altijd homogeen en het kan dus zijn dat in delen van een buurt andere oplossingen kostenefficiënter zijn. Zo kunnen binnen een buurt oudere en nieuwere gebouwen voorkomen en zijn er vaak verschillende soorten eigenaren in een buurt aanwezig zijn. Voor utiliteitsgebouwen zijn bijvoorbeeld andere oplossingen interessant dan voor woningen.
De transitiekaart in deze Transitievisie Warmte geeft wel een duidelijk voorkeursalternatief aan voor de buurt als geheel, waar we als gemeente met beleid op zullen sturen. Dat doen we mede omdat we de totale maatschappelijke kosten zo laag mogelijk willen houden. De route naar aardgasvrij is niet in beton gegoten Dit is een eerste versie van de Leidse Transitievisie Warmte. Het beeld van de transitie naar een aardgasvrij Leiden geeft een duidelijke richting weer, maar moet de komende jaren steeds herijkt worden. Overigens bouwt deze visie wel voort op eerder gestelde kaders, zoals de Leidse Warmtevisie
8
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
en het Handelingsperspectief gemeente Leiden in de energietransitie. Zeker is dat we de komende jaren doorgaan met de aanpak in de buurten die reeds gestart zijn, dat steeds meer individuele eigenaren de stap naar aardgasvrij zullen gaan zetten en dat het verder beperken van de warmtevraag in heel Leiden essentieel is. Rekening houden met flexibiliteit in de uitvoering, continu blijven leren en ruimte houden voor innovatie zijn daarbij belangrijk. Ook vinden we het belangrijk om initiatieven in de stad die passen binnen de uitgangspunten van deze transitievisie te stimuleren. Het kan dus ook zo zijn dat er in buurten die nu nog niet zijn weergegeven in één van de eerste fases, toch al stappen worden gezet richting aardgasvrij. Van wie is het Leidse warmtenet en hoe wordt groei georganiseerd? De ontwikkeling, het beheer en het investeren in de warmte-infrastructuur van Leiden kan worden georganiseerd door meerdere partijen. Op dit moment is er één warmtebedrijf in Leiden actief: Vattenfall. De gemeente wil ook ruimte geven aan andere partijen bij de verdere ontwikkeling van het Leidse warmtenet. Hiervoor zijn verschillende vormen denkbaar. Bewoners kunnen indien gewenst eigenaar worden van een warmtenet, de gemeente kan zelf investeren, of er kunnen andere vormen plaatsvinden van toetreding van derde partijen op de hoofdinfrastructuur.
Om te zorgen voor de benodigde uitbreiding van het Leidse warmtenet, zullen de gemeente en haar partners afspreken hoe de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten in Leiden kan worden vormgegeven. Het wetgevend kader in opbouw is hierin leidend. In deze Transitievisie Warmte wordt niet verder ingegaan op de marktordening van warmtenetten. Dit is iets voor verdere uitwerking. Als de kaart een warmtenet inkleurt, bijvoorbeeld om de Leidse Warmtering te vervolmaken, zegt dat nog niets over de eigendomssituatie van het (toekomstige) warmtenet.
JAN UARI 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding.................................................................................................................................................. 4
2.
Welke opgave ligt voor ons? ..................................................................................................................10
3.
Naar een nieuw warmtesysteem.............................................................................................................14
4.
Tempo maken met de transitie................................................................................................................25
5.
Vormgeven aan de uitvoering................................................................................................................ 34
6.
Rolneming in de transitie........................................................................................................................ 46
7.
Samenwerking met de stad.....................................................................................................................51
Bijlagen...........................................................................................................................................................56 Bijlage I bij Hoofdstuk 3...................................................................................................................................57 Bijlage II bij Hoofdstuk 5................................................................................................................................. 60 Bijlage III bij Hoofdstuk 7................................................................................................................................ 64
9
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
2.
Welke opgave ligt voor ons?
Het doel van de warmtetransitie is het beperken van de CO2-uitstoot van de gebouwde omgeving. In een groeigemeente als Leiden, waar bovendien relatief veel oude gebouwen staan, is dat een uitdaging. De verwachting is dat Leiden tot en met 2050 een CO2-reductie van 40% realiseert door de plannen in deze visie uit te voeren.
2.1. Een opgave in de gebouwde omgeving Leiden stootte in 2018 550 kiloton CO2 uit. Waar in Nederland tussen 1990 en 2017 de CO2-emissie is toegenomen met 1,7%, is in Leiden de CO2-emissie tussen 1990 en 2018 met 11,7% toegenomen. Dit is grotendeels te verklaren door de positie van Leiden als een groeigemeente. Daarnaast ligt Leiden tussen twee snelwegen in, de A4 en de A44, waardoor een groot deel van de CO2 toename zit in het toegenomen autoverkeer sinds 1990. Als we inzoomen op de CO2-uitstoot van de gemeente Leiden is in onderstaande illustratie te zien dat de gebouwde omgeving (woningen en gebouwen) verantwoordelijk is voor 338 kiloton CO2-uitstoot, bijna tweederde van de totale uitstoot in 2018. De cijfers voor 2030 laten zien dat zonder maatregelen een groei plaats blijft vinden van de uitstoot.
Bewoner aan het woord: ‘Vandaag was in het nieuws dat er deze winter al een flink gastekort ontstaat. Tijd voor de dikke trui?’
De CO2-uitstoot in de gebouwde omgeving komt voor ruim 50% uit gebruikte energie voor verwarming en koeling van gebouwen. Dit zijn vooral cv-ketels en airco’s in woningen, winkels en kantoren. Daarnaast komt circa 40% van de CO2- uitstoot uit apparaten en verlichting, hierin valt het energiegebruik van verlichting voor ruimten en huishoudelijke apparaten zoals koelkasten, wasmachines en stofzuigers, maar ook multimedia apparaten zoals mobiele telefoons, tv’s en computers. Doordat steeds strengere eisen aan de energielabels van apparaten gelden, zal bij iedere vervanging van een ouder apparaat de efficiëntie iets toenemen. Warm water en koken zijn samen goed voor circa 9% van de totale uitstoot.
CO2 opgave gemeente Leiden (kT) 600
Totaal
500
Landbouw
400
Industrie
300
Transport
200
Gebouwen Woningen
100
Gebouwde omgeving Overige broeikasgassen Verwarming & koeling Warm water Koken Apparaten & verlichting
0
1990
2018
2030
Bron: Routekaart, richting een klimaatneutraal Leiden in 2050 (2021)
Bron: Routekaart, richting een klimaatneutraal Leiden in 2050
11
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
Bij het omschakelen van de stad op duurzame warmte richten we ons op het verminderen van ons energiegebruik door besparing en energiezuinigere apparaten. Daarnaast willen we meer duurzame en opslag van elektriciteit en vervanging van fossiele brandstoffen door warmteoplossingen met een lagere of helemaal geen CO2-emissie. De verwachting uit de genoemde Routekaart is dat Leiden tot en met 2050 een CO2-reductie van 40% realiseert. Deze reductie zal dus niet tot 0 gaan. Dit komt voort uit de verwachte groei van de gemeente Leiden met nog eens duizenden woningen en het ontbreken van voldoende ruimte voor grootschalige lokaal opgewekte elektriciteit. In de cijfers is de maximale benutting van het dakoppervlak voor opwek van zonne-energie opgenomen. Met als gevolg dat er nog een restant elektriciteitsvraag overblijft van ongeveer 0,55 TWh. Deze resterende elektriciteitsvraag moet elders worden opgelost om als stad klimaatneutraal te kunnen worden en de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te bereiken. Denk hierbij aan import van duurzaam gas, extra opwek van elektriciteit op zee of in de regio, restwarmte of aardwarmte van buiten de stadsgrenzen.
Ruim 45.000 Leidse woningen worden verwarmd door middel van aardgas. Hiervoor wordt jaarlijks 59 miljoen m3 aardgas verbruikt, wat overeenkomt met een gemiddelde van 1.350 m3 per woning. 21% van de woningen is aangesloten op een warmtenet. Deze woningen worden verwarmd door het warmtenet van Vattenfall, dat nu nog gasgestookt is via de Uniper-centrale aan de Langegracht. Ruim 4.000 woningen in de Stevenshof hebben nog wel een gasaansluiting, die echter alleen gebruikt wordt om te koken. Leiden telt ruim 7.000 overige gebouwen. Kenmerkend is de grote diversiteit van dit vastgoed. Het bestaat uit maatschappelijk vastgoed zoals scholen, gezondheidscentra, ziekenhuizen, musea, sportaccommodaties en ook commercieel vastgoed zoals kantoren, winkels en industrie. Ook deze gebouwen zijn voornamelijk afhankelijk van aardgas. Het jaarlijkse aardgasverbruik van de overige gebouwen in totaal is 39 miljoen m3. Daarnaast is een aantal bedrijven en instellingen aangesloten op het warmtenet. Met het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed wil Leiden het goede voorbeeld geven. Begin 2020 is een routekaart voor het verduur zamen van het eigen vastgoed vastgesteld. Hierin is een top vijfentwintig opgesteld van panden in gemeentelijk eigendom die de komende jaren verduurzaamd worden.
2.2. De huidige staat van het vastgoed in Leiden Factoren als bouwjaar, staat, type en gebruik van het gebouw bepalen de warmtebehoefte van een gebouw. En daarmee welke warmtebronnen geschikt zijn voor het duurzaam verwarmen ervan in de toekomst. Leiden heeft ongeveer 60.000 woningen, waarvan 35.000 gestapeld en 25.000 grondgebonden. Het woningbestand is relatief oud. Zo’n tachtig procent is gebouwd vóór 1990 waardoor de energieprestaties niet optimaal zijn en lagere energielabels (D, E, F, G) veel voorkomen. Een ander belangrijk aspect is het eigendom van de woningen. Vijftig procent van de woningen is in particulier eigendom, dertig procent is eigendom van één van de vier woningcorporaties en de overige woningen vallen onder de sector particuliere verhuur.
12
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
In (het vervolg van) de Transitievisie Warmte worden een aantal termen gebruikt die toelichting nodig hebben. In dit kader leggen we een aantal veelgebruikte termen toe.
Aansluiting: dit is ook een aansluiting op het distributienet, maar het is geen huisaansluiting. Het is bijvoorbeeld een aansluiting van een bedrijf.
Transportnet: het transportnet is het gedeelte van een warmtenet wat geschikt is om grote hoeveelheden warmte te verplaatsen, het ‘hoofdnet’ als het ware. Dit gedeelte is bedoeld om te transporteren en heeft daarom geen klantaansluitingen, maar is wel geschikt om verschillende bronnen op in te voeden en eventueel af te takken richting verschillende wijken.
Basisisolatie: de gemeente streeft naar een goed geïsoleerde woningvoorraad. Dat is duurzaam, comfortabel en het biedt de mogelijkheid om over te stappen op duurzame (warmte)bronnen met een lagere temperatuur. Daarom verwachten we dat elke woningeigenaar basisisolatie toepast. Dat betekent het isoleren van de schil van de woning (dak, gevel, vloer en eventueel beglazing) voor zover dat mogelijk is, tot een niveau passend bij (de temperatuur van) de beoogde warmteoplossing. Wat dat precies betekent per wijk en per woning(type) werken we verder uit in een Isolatiestrategie en, later, in Wijkuitvoeringsplannen. We maken het bovendien inzichtelijk in een interactieve kaart van de stad.
Transportstations: de stations in het warmtenet die onderdeel uitmaken van bovenstaand (hoofd) transportnet. De transportstations maken mogelijk dat er warmte door het transportnet kan worden vervoerd, bijvoorbeeld door de juiste hoeveelheid te doseren (m.b.v. warmteoverdrachtstation) en het water op de juiste druk te houden (m.b.v. booster- of pompstations). Warmteoverdrachtstation (WOS) bestaat uit: een warmteoverdrachtstation is een belangrijk onderdeel van het transportnet van een warmtenet. Het overdrachtstation doseert de juiste hoeveelheid water en verplaatst het water via een distributienet naar de afnemer, zoals woningen en gebouwen. Warmteoverdrachtstations zijn (onder andere) vaak uitgerust met een warmtewisselaar als hydraulische scheiding. Distributienet als het transportnet de hoofdleiding is, is het distributienet het fijnmazige deel van het warmtenet. Het distributienet is geschikt voor verplaatsing van de warmte richting (eind)afnemers en eventueel voor andere invoeders (van warmte). Huisaansluiting: dit is een aansluiting op het distributienet. Een huisaansluiting heeft een maximale warmteproductie van 100 Wth.
13
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
3.
Naar een nieuw warmtesysteem
Bijna alle Leidse gebouwen worden op dit moment nog via aardgas verwarmd. Ruim driekwart via een individuele aard gasaansluiting en het resterende deel op het aardgasgestookte warmtenet dat wordt gevoed door de Uniper-centrale aan de Langegracht. Om deze in 2050 allemaal duurzaam te verwarmen, zetten we in op een mix van bronnen die worden ingevoed op een open regionaal energiesysteem. Kansrijke bronnen zijn restwarmte uit het havengebied van Rotterdam, geothermie uit de regio en lokale bronnen zoals aquathermie. Om ons voor te bereiden om verwarming op basis van middentemperatuur, beperken we de warmtevraag van de gebouwen, passen we de nieuwe energie infrastructuur in en schakelen we wijk voor wijk om, waarbij keuzevrijheid voor de eindgebruiker een groot goed blijft.
3.1.
Een open regionaal systeem, gevoed door een mix van bronnen In de toekomst wordt het aardgasgestookte systeem vervangen. Dit kan op drie manieren, die in het hoofdstuk “hoe” verder worden uitgewerkt. In het kort komt het er op naar dat we toewerken naar een grotendeels open regionaal systeem, waarbij het bestaande warmtenet op een unieke wijze wordt gevoed. Als eigenaar van het bestaande warmtenet kan Vattenfall zelf kiezen op welke wijze zij haar geleverde warmte verwarmt. Met de kennis van nu lijkt dit te worden verwarmd met Rotterdamse warmte. Vanuit de verwachte nieuwe wetgeving worden er eisen gesteld aan de duurzaamheid en betaalbaarheid van deze warmte. Keuze voor een open regionaal systeem Wij zetten naast het bestaande warmtenet in op een open warmtenet met ruimte voor een mix van duurzame warmtebronnen als alternatief voor aardgas. Door te kiezen voor een mix van bronnen, zijn we niet afhankelijk van één bron. Zo blijven we flexibel, kunnen we inspelen op nieuwe ontwikkelingen en werken we toe naar een robuust energiesysteem, waarin de betrouwbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid voor de eindgebruiker toenemen. De keuze van Leiden voor dit open regionaal energiesysteem (ORES) is de afgelopen jaren steeds helderder geworden, mede door versterkte inzichten in bijvoorbeeld de beschikbaarheid van bronnen.
Deze bronnen zijn mogelijk restwarmte uit het havengebied van Rotterdam, geothermie uit de regio en lokale bronnen zoals aquathermie, later waarschijnlijk aangevuld met duurzame gassen. Binnen dit systeem zijn behalve de bronnen, ook de opslag(mogelijkheden) van belang om (warmte)overschot- en tekort goed te balanceren. Een belangrijk argument voor een open systeem is borging van het maatschappelijke belang, doordat meerdere (markt)partijen een warmtebron aan kunnen sluiten. Hiermee ontstaat een robuust systeem, zowel financieel als technisch. De diverse (markt)partijen kunnen via verschillende samenwerkingsvormen en coöperatieve modellen de distributie en levering
15
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
voor hun rekening nemen. Hiermee komen de uitgangspunten “duurzaam, betaalbaar en betrouwbaar” een stap dichterbij. Een ander belangrijk argument voor een open systeem is dat grootschalige en kleinschalige voorzieningen in dit open systeem naast elkaar kunnen bestaan. Zo ontstaat er ruimte voor lokaal initiatief. Ook wordt concurrentie op dit open net mogelijk, wat in het voordeel van de eindgebruiker is. Voor een deel van de inwoners zal het aantrekkelijk zijn om met een aantal stadsgenoten een energiecoöperatie op te starten of bij een dergelijke initiatief warmte af te nemen. Met een keuze voor het collectieve warmte-net of deelname aan een initiatief van een energiecoöperatie worden gebouweigenaren ontzorgt. Daarnaast is er de mogelijkheid te kiezen voor individuele oplossingen. 3.2.
Keuze voor een mix van bronnen vanuit maatschappelijke waarden De keuze voor een open systeem met daarbij een mix van bronnen is gebaseerd op een scenariostudie van Fakton1 en gesprekken met stake holders. In de scenariostudie zijn alternatieven voor aardgas onderzocht. Zowel variaties van een collectief warmtenet op laag-, midden- of hoog-temperatuur, als volledig elektrisch verwarmen per gebouw, met warmtepompen die de warmte uit lucht of bodem halen. In alle scenario’s wordt rekening gehouden met het op termijn beschikbaar komen van duurzaam gas voor het verwarmen van gebouwen in de binnenstad. De verwachting is dat er voorlopig onvoldoende duurzaam gas beschikbaar zal zijn voor de gehele gebouwde omgeving, conform de uitgangspunten uit het Klimaatakkoord. In deze studie zijn verschillende oplossingsvarianten voor het duurzaam verwarmen van de gebouwde omgeving met elkaar vergeleken. Hierbij zijn de eerder vastgestelde uitgangspunten in de Leidse Warmtevisie en het Handelingsperspectief voor de energietransitie in Leiden als kader gebruikt. 1
https://www.gagoed.nl/greenpaper/pdf/eindrapport-fakton.pdf
JAN UARI 2022
• Betaalbaar: we streven naar het behouden van betaalbare warmte voor onze inwoners. Dit geldt voor zowel het afnemen van warmte als benodigde aanpassingen om de woningen geschikt te maken voor de nieuwe warmtebronnen. Hierbij zetten we naast het bestaande warmtenet in op een open transportnet met meerdere bronnen, waardoor concurrentie voor het leveren van warmte mogelijk is en de kosten worden gedrukt voor de inwoners en de overheden zelf. • Duurzaam (bijdrage aan CO2-reductie): zoveel mogelijk benutten van lokale en regionale, duurzame bronnen, toewerkend naar een klimaatneutrale energievoorziening. • Betrouwbaar: Leiden wil een warmtevoorziening hebben waar de stad op kan vertrouwen. Leveringszekerheid van warmte is daarbij een belangrijke voorwaarde. Het open net draagt bij aan de realisatie van een infrastructuur waarin verschillende systemen als back-up voor elkaar kunnen dienen. De leveringszekerheid moet ook door de warmteleverancier worden geborgd volgens de huidige wetgeving.
Bewoner aan het woord: ‘Met stadsverwarming op restwarmte van vervuilende industrieën kun je net zo goed gas blijven gebruiken.’
Andere voorwaarden die meegewogen zijn in de scenariostudie, zijn toekomstbestendigheid, openheid, uitvoerbaarheid (juridisch en praktisch in de onder- en bovengrond) en transparantie (rondom alle voorwaarden). Deze publieke waarden zijn in het figuur op de volgende pagina weergegeven. In bijlage I wordt de scenariostudie en de daarmee samenhangende keuze voor het regionale open net, gevoed met een mix aan bronnen uitgebreid toegelicht.
Transparantie
Het warmtenet moet levering garanderen
Betrouwbaar
Het warmtenet moet juridisch en praktisch haalbaar zijn
Uitvoerbaar
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Het warmtenet moet leiden tot redelijke maandelijkse tarieven voor warmteafnemers
Duurzaam
Verminderen CO2-uitstoot met duurzame warmte
Warmtenet van de toekomst Het warmtenet moet toetreding van nieuwe partijen toelaten
Open
Toekomst bestendig
16
Betaalbaar
Het warmtenet moet evolutie van het net mogelijk maken en perspectief op rendement bieden
JAN UARI 2022
WARMTEOVERDRACHTSTATION WARMTEBRON
warmte
Restwarmte Geothermie Lokale bronnen
Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waardoor warm water stroomt. Het warme water komt uiteindelijk via een afleverset binnen bij woningen en bedrijven en zorgt voor warmte (verwarming) en warm kraanwater om bijvoorbeeld te douchen of schoon te maken. Gebouwen die zijn aangesloten op een warmtenet hebben dus geen CV-installatie meer en hebben geen gasaansluiting meer nodig. Binnen een warmtenet maken we onderscheid tussen transportnetten en distribu-
17
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
verwarmd water
afgekoeld water
tie-netten. Transportnetten of -leidingen zijn weinig vertakt en transporteren warmte over grote afstanden naar warmteoverdrachtstations (WOS). Van daaruit wordt warmte via doorgaans sterk vertakte distributienetten naar de eindgebruikers getransporteerd. In bovenstaande afbeelding is dit versimpeld weergegeven.
JAN UARI 2022
3.3. Warmtekaart Leiden, benutten warmtebronnen eindbeeld 2050 In de Warmtekaart van Fakton wordt onderscheid gemaakt tussen regionale (WLQ+, geothermie) en lokale (aquathermie, restwarmte) warmtebronnen. Een (hybride) warmtepomp is niet direct een warmtebron en staat zodoende niet op de kaart, maar dat betekent niet dat de toepassing hiervan is uitgesloten. De kaart is één van de bouwstenen van de Transitievisie Warmte, die aangeeft welke bronnen de gemeente Leiden op welke manier wil benutten in het nieuwe warmtesysteem. De komst en de verdeling van de bronnen zijn nog niet zeker. Het eindbeeld per wijk ligt bovendien nog niet vast: dit wordt vastgesteld in Wijkuitvoeringsplannen met behulp van (nieuwe) kennis en technieken binnen de energietransitie en gesprekken met de stad. De warmtekaart is wel een vertrekpunt voor deze plannen. De duurzame warmtebronnen voor het omschakelen van Leiden op een ander warmtesysteem bestaan overwegend uit hoge- en midden temperatuur bronnen (WLQ+, geothermie), aangevuld met lokale, lage temperatuur bronnen. De keuzes die vervolgens op wijkniveau worden gemaakt over de inzet van de verschillende bronnen (en daarmee de temperatuur), hebben invloed op het geschetste eindbeeld in de warmtekaart en vice versa. In de kaart staat het huidige stadswarmtenet geïntegreerd met het toekomstige, Open Regionale Energiesysteem (ORES).
Dit is voor Leiden het ideaalbeeld. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is dat het huidige stadswarmtenet van een private partij (Vattenfall) is, waardoor er altijd samenwgewerkt zal (moeten) worden om dit beeld te realiseren. Matchen aanbod van warmte met de warmtebehoefte in gebouwen De kaart geeft een overzicht van de warmtebronnen die (mogelijk) beschikbaar zijn om Leiden van duurzame warmte te voorzien. De onderliggende studie van Fakton concludeert op basis van de warmtebehoefte van de woningvoorraad en een aantal (kwantitatieve en kwalitatieve) factoren dat het verstandig is om op een mix van deze bronnen (WLQ+, geothermie en lokale bronnen) in te zetten. Een verdere toelichting van de studie staat in bijlage I. 18
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
In deze Transitievisie houden we de volgende temperatuurgrenzen aan. Hoge temperatuur: 80 tot 90 graden aanvoer in de woning, waarmee bestaande (veelal gasgestookte) installaties direct vervangen kunnen worden door alternatieve warmte zonder aanpassingen in de binneninstallatie. Middentemperatuur: 65 tot 70 graden aanvoer in de woning, waarmee warm tapwater conform de huidige legionella-eisen zonder problemen in de woning gemaakt kan worden. Voor nieuwbouw is deze temperatuur direct in te passen en bij bestaande bouw zijn vaak isolerende maatregelen en/of aanpassingen aan de binneninstallatie nodig. Lage temperatuur: 30 tot 60 graden. Hiermee kan niet direct warm tapwater worden gemaakt, waardoor er altijd een extra opwekeenheid in de woning(en) nodig is. Hiervoor wordt vaak een elektrisch gedreven booster ingezet. Ook dienen de radiatoren in huis te worden vervangen door LT-radiatoren of vloerverwarming. Zeer lage temperatuur: De temperatuur van het CV-water bij ZLTV is het laagste van dit rijtje (30°C). Bij ZLTV kan alleen gebruikgemaakt worden van wandverwarming en vloer- of plafondverwarming. Het gebruik van LT-radiatoren is dus niet mogelijk. Het grootste voordeel van zeer lage temperatuurverwarming is het rendement en de lage energiebehoefte.
Het omvat ook het concept van bronnet, waarbij in de woning met een warmtepomp 40 graden voor verwarming en warm tapwater gemaakt wordt.
JAN UARI 2022
19
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
Het matchen van de warmtebehoefte van gebouwen en de (mate van) toepassing van de verschillende bronnen per wijk wordt verder uitgewerkt in Wijkuitvoeringsplannen. De Warmtekaart is een vertrekpunt voor de gesprekken die we met de wijk voeren binnen de wijkaanpak. Een belangrijk onderdeel van de wijkaanpak is nog beter inzicht krijgen in de warmtebehoefte van alle gebouwen (woningen, winkels, sportaccommodaties en kantoren) in de wijk. 3.4. Voorbereiden op verschillende niveaus Gebouwen voorbereiden op een lagere verwarmingstemperatuur Onafhankelijk van de toekomstige warmteoplossing is het verlagen van de warmtebehoefte en verwarmingstemperatuur een noodzakelijke stap om te komen tot de meest CO2-reductie. Want de energie die niet wordt gebruikt, hoeft ook niet te worden opgewekt. Het terugbrengen van de warmtebehoefte kan worden bereikt met een combinatie van isoleren, ventileren en aanpassen installaties. Naast isoleren is ook een overstap van kookgas naar elektrisch koken nodig om te kunnen omschakelen op een ander warmtesysteem. In hoofdstuk 5 Vormgeven van de uitvoering wordt beschreven hoe wij gebouweigenaren willen ondersteunen bij het verduurzamen van hun woning en het voorbereiden op de omschakeling op een andere duurzame warmtebron. Wat mogelijk is aan aanpassingen aan de woningen en ander vastgoed is afhankelijk o.a. van het bouwjaar van de woning.
Wij vinden het niet wenselijk dat gebouweigenaren dusdanig moeten investeren dat het onrendabel is. Als uitgangspunt voor het terugbrengen van de warmtebehoefte geldt basisisolatie. Wij verwachten dat hiermee (een groot deel van) de gebouwen die nu een hoge temperatuur nodig hebben, voor verwarming over kunnen gaan op middentemperatuur. Bij de gebouwen die zonder aanpassing nu al voldoende verwarmd kunnen worden met middentemperatuur, hebben de eigenaren een keuze. Ofwel worden deze geschikt gemaakt voor lage temperatuur verwarming en individuele oplossingen, ofwel sluiten deze gebouwen aan op de collectieve MT-warmte. De opgave voor gebouwen die al geschikt zijn voor lage temperatuur-
20
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
verwarming, is het besparen van energie binnenshuis, bijvoorbeeld door het nemen van kleine energiebesparende maatregelen als aanbrengen van LED-verlichting. Inpassing van het nieuwe warmtesysteem op stadsniveau Het collectieve warmtesysteem wordt gevormd door transport van warmte richting de wijken en binnen de wijken distributie voor de levering van warmte. De Leidse Warmtering zorgt voor het lokale transport van warmte in de stad. De Leidse Warmtering wordt in de basis gevormd door het huidige stadswarmtenet, dat te zien is op bijgaande kaart. Het bestaande stadswarmtenet van Leiden wordt geëxploiteerd door Vattenfall en gevoed door de warmtekrachtcentrale van Uniper op de Langegracht en indien nodig, de hulpketel in de wijk Stevenshof. Dit warmtenet voorziet zo’n 13.000 woningen en bedrijven van hoge temperatuur warmte en minimaal 70° C in de winter. Het warmtenet loopt vanaf de Uniper-centrale in westelijke richting via het Stationskwartier, Boerhaavedistrict en het Morskwartier naar de Stevenshof. Een andere aftakking loopt in oostelijk richting via Groenoord, Merenwijk en Leiderdorp naar de wijk Roomburg. De woningen aangesloten op het warmtenet zijn voornamelijk panden gebouwd in de periode na 1976. De infrastructuur voor het transport van warmte door de stad zal worden uitgebreid naar het zuidelijke deel van de stad, via Leiden Zuidwest richting Roomburg.
Hierbij zal een open aanbesteding voor het nieuwe net worden gestart. Een reden om nu al te beginnen met de aanleg van de benodigde infrastructuur die zorgt voor het transport van warmte door de gehele stad, is dat zodra de warmte beschikbaar komt een versnelling en opschaling mogelijk wordt. Een belangrijk aandachtspunt bij het aanleggen van infrastructuur is de drukte in de ondergrond, dit zal de mogelijkheden in sommige wijken beperken. De Omgevingsvisie heeft hier het hoofdstuk ‘Bodem als fundament’ aan gewijd, de Transitievisie gaat hier in hoofdstuk 5 en bijlage II verder op in.
JAN UARI 2022
Belangrijk zijn de volgende acties die vanuit de gemeente worden opgepakt: • Focus op kostenefficiënte isolatie. In het kader van betaalbaarheid zal de gemeente adviseren om kostenefficiënt te isoleren en aan te sluiten bij de verwachte temperatuur van het toekomstige warmtenet. DIt is voor alle woningen tenminste basisisolatie. Meer isolatie is natuurlijk altijd beter omdat dan minder energie wordt verbruikt. Echter, het isoleren van bestaande bouw gaat volgens de ‘law of diminishing returns’, hoe verder je gaat met isoleren, hoe duurder iedere extra labelsprong wordt en hoe langer de terugverdientijd van de totale investering. Hier wil de gemeente transparant in zijn en zij laat de afweging om verder te isoleren dan nodig voor de beoogde warmte-oplossing aan gebouw- en woningeigenaren zelf. • Combineer diverse instrumenten voor een zo effectief mogelijke ondersteuning. Hierbij valt te denken aan het combineren van de digitale Woningplanner van het Duurzaam Bouwloket met gegevens van de energiecoaches (die werken met het HOOM dossier) en data van Erfgoed Leiden en Omstreken en de lokale bewonersinitiatieven. Wanneer deze partijen met elkaar samenwerken en (met toestemming) gegevens met elkaar delen ontstaat een goed beeld van behoeftes, knelpunten en aanwezige kennis & data waarmee verduurzaming opgeschaald kan worden omdat er gerichter te werk gegaan kan worden.
• Investeer in het opzetten en uitbreiden van netwerken in de wijk. Wijkambassadeurs worden ingezet om individuele bewoners en VvE’s te activeren en om een netwerk in de wijk of op straatniveau op te zetten zodat bewoners ervaringen met elkaar kunnen delen en van elkaar kunnen leren. Dit leidt tot laagdrempelige ondersteuning en tot meer draagvlak voor verduurzamingsmaatregelen. Met interne en externe partners wordt daarnaast samengewerkt om ook bedrijven(terreinen), detailhandel, scholen en maatschappelijk vastgoed mee te nemen. • Stimuleer en ondersteun bewoners met gerichte (bewustwordings) acties. De gemeente kent allerlei acties om woningeigenaren te ondersteunen stapsgewijs het eigen energieverbruik omlaag te krijgen.
21
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Deze worden gekoppeld aan de wijkaanpakken om mensen gericht te stimuleren en inzicht te geven. Zoals de campagne Zet ‘m op 071 waarbij de temperatuur van de CV-installatie op een lagere verbrandingstemperatuur wordt ingesteld. Door goed te isoleren kan de temperatuur steeds verder omlaag worden gebracht. Dit geeft naast een besparing aan energie ook goed inzicht in de temperatuur die nodig is om je huis warm te krijgen en dus ook voor welk soort warmtebron (HT, MT of LT) de woning klaar is. • Zet financiële instrumenten in en ‘ontzorg’. Om de gewenste aanpassingen betaalbaar te houden hebben bewoners financiële prikkels (zoals subsidies, leningen met lage rente en collectieve inkoopacties) nodig. Bij voorkeur (als het woningtype zich er voor leent, dus als geen maatwerk nodig is) worden aanbiedingen gedaan voor (isolatie)pakketten met daarin verwerkt informatie over beschikbare subsidies en leningen (dus kosten per maand, terugverdientijden, looptijden etc.) die per pand, straat, buurt of wijk worden aangeboden. VVE’s, bedrijven, detailhandel, scholen en maatschappelijke organisaties in de wijk worden geïnformeerd over beschikbare instrumenten als subsidies, energiescans en leningen.
Hierbij is er ook extra aandacht voor “gespikkeld bezit”, waarbij voormalig corporatiewoningen in particulier bezit eventueel mee kunnen liften met een grootschalige renovatieopgave van de corporatie in dezelfde straat. Wij onderzoeken of een subsidieregeling voor individuele isolatiemaatregelen, zoals nadrukkelijk uit de stadsgesprekken naar voren komt, opgezet kan worden. • Zorg per doelgroep (scholen, maatschappelijke organisaties, bedrijven etc.) voor een aanspreekpunt in de wijk. Dit is iemand met kennis van de verduurzaming van dit type gebouwen en die weet welke (financiële) ondersteuning er is en hoe die te verkrijgen. Dit kan een wijkambassadeur zijn, zoals die er nu zijn voor particuliere woningeigenaren en huurders maar het kan ook iemand zijn van een bewonersinitiatief of een energie coöperatie, met een link naar de gemeente. Dit draagt bij aan de opbouw van een (laagdrempelig) kennisnetwerk en biedt goede ondersteuning per doelgroep.
JAN UARI 2022
Het aanleggen van een warmtenet is kostbaar en vraagt investeringen. Met het verbinden van opgaven ontstaan financiële kansen. Het ligt vanuit dit perspectief voor de hand bij het ontwikkelen van het warmtenet aan te sluiten bij gebiedsontwikkelingen en koppelkansen met andere opgaven. Een belangrijk onderdeel van de Leidse Warmtering zijn de warmteoverdrachtstations aan de westzijde en oostzijde van de stad. Dit zijn de energiehubsvoor het koppelen van het regionale systeem, het bestaande warmteneten de nieuwe transportleiding voor het zuidelijke deel van de stad.
De aanleg van een warmtenet is complex, kost tijd en is niet binnen enkele jaren gerealiseerd. Bovendien is de beschikbaarheid en de exacte mix van bronnen nog onzeker. Door in te zetten op een mix van bronnen kunnen we inspelen op deze onzekerheid terwijl we toewerken naar een robuust energiesysteem. Een logische stap in de transitie is dan ook het bestaande warmtenet dat nu nog gebruik maakt van aardgas te voeden met duurzame warmte. De ambitie is dat vóór 2030 geen aardgas meer wordt gebruikt als warmtebron voor de basislast. Vattenfall zet voor het bestaande net in op een aardgasvrije piekcapaciteit voor 2040. We willen de restwarmte uit het havengebied van Rotterdam gebruiken in afwachting tot het beschikbaar komen van geothermie als warmtebron voor het nieuwe collectieve net. Daarnaast kan er (bij voldoende aanbod aan duurzame warmte) via dit bestaande transportnetwerk een begin gemaakt worden met het uitbreiden van de distributie van warmte in de wijken waar al gebruik wordt gemaakt van het warmtenet en mogelijk aansluiting van nieuwe wijken vanuit het bestaande warmtenet. Ook is het goed mogelijk om voor clusters van enkele honderden woningen, waar het warmtenet nog niet is gerealiseerd, alvast een warmtenet aan te leggen op een tijdelijke bron. Later sluiten deze clusters dan op het grotere net aan.
Het matchen van de warmtebehoefte van gebouwen en de beschikbare bronnen gaat gebiedsgericht en vindt plaats in een wijkaanpak.
Bestaande warmtenet, transport en leveringsgebied
22
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
JAN UARI 2022
Alternatieve warmteoplossingen bij nieuwe ontwikkelingen De scope van de Transitievisie Warmte is het omschakelen van de bestaande bouw op een ander warmtesysteem. Desondanks kan de ontwikkeling van een nieuw warmtesysteem niet los worden gezien van gekozen oplossingen voor het duurzaam verwarmen van grootschalige renovatie en nieuwbouw. Projecten en gekozen warmteoplossingen in een wijk kunnen invloed hebben op overige warmteoplossingenen de mogelijkheden in de rest van de wijk of zelfs voor de hele stad. In de praktijk wordt bij grootschalige renovatie en nieuwbouw vaak gekozen voor een collectief systeem voor een blok of wijk op basis van Warmte Koude Opslag. Zo lang de collectieve warmtevoorziening nog niet beschikbaar is, zal bij nieuwe ontwikkelingen gezocht moeten worden naar alternatieve warmteoplossingen. Dit kan ook een klein-schalig collectief warmtenet zijn, zoals aquathermie die ook kunnen voorzien in de koelbehoefte van nieuwbouw. Het individueel inpassen en realiseren van warmte- en koudeopslagsystemen kan problemen opleveren met andere aansluitingen en bestaande kabels en leidingen in de ondergrond. Om de juiste keuzes te maken op projectniveau, is een strategie op buurt- en/of wijkniveau van belang met een kader voor de belangrijkste groepen vastgoed.
Voorbereidingen voor de wijkaanpak De Warmtekaart is een vertrekpunt voor de gesprekken die we met de wijk voeren binnen een wijkaanpak. Een belangrijk onderdeel van de wijkaanpak is nog beter inzicht krijgen in de warmtebehoefte van alle gebouwen (woningen, winkels, sportaccommodaties en kantoren) in de wijk. We zien drie smaken in warmteoplossingen (grootschalige collectieve aansluitingen, kleinschalige collectieve aansluitingen en individuele oplossingen), die hieronder worden beschreven.
23
TOEKOMST VAN HE T WARMTESYSTEEM I N DE LEI DSE REGIO
Grootschalige collectieve aansluitingen Voor de meeste gebouwen in Leiden is aansluiting op een collectief warmtenet de goedkoopste oplossing. In Leiden werken wij toe naar een collectief warmtenet waarop in de toekomst vrijwel alle wijken in de stad, behalve de binnenstad zijn aangesloten. Dit stadswarmtenet, wat bestaat uit het huidige net van Vattenfall, aangevuld met een nieuw open regionaal systeem, wordt opengesteld voor meerdere warmtebronnen en vormt de ruggengraat van het duurzame warmtenetwerk. Kleinschaligere, lokale warmtenetten kunnen als er ruimte is, als onderdeel van dit collectieve warmtenet bestaan of de opgewekte warmte leveren aan het stadswarmtenet. Aan het begin van de transitie zullen de meeste gebouwen nog hoge temperaturen nodig hebben voor verwarmen. Een mogelijkheid is dat bij de start van de omschakeling restwarmte via de WLQ+ beschikbaar komt. Dit is in het geval van restwarmte uit het havengebied van Rotterdam een hoge temperatuur-bron. Door het toepassen van basisisolatie en aanpassingen aan de installatie, zoals een afleverset in plaats van een cv-ketel, kunnen gebouwen op termijn met lagere temperaturen worden verwarmd. Hiermee voldoen we aan de doelstelling om bestaande woningen op termijn via een middentemperatuur-net te verwarmen.
Van belang is hierbij te vermelden dat er ongeacht de brontemperatuur een temperatuur per wijk (LT – HT – MT) ingesteld kan worden. Als we naar de opbouw van een warmtenet kijken is het primaire warmtenet direct verbonden met de brontemperatuur, en per wijk is er een verdeelstation waar de temperatuur van het secundaire net (achter het verdeelstation) is ingesteld conform de behoefte van de wijk (LT – MT – HT). De brontemperatuur zal dan ook in grote delen van de stad Leiden gelijk zijn, ongeacht de afgiftetemperatuur naar de wijken en woningen. Een lagere temperatuur in de wijk betekend, door de het hogere temperatuurverschil tussen brontemperatuur en afgifte in de woningen, een efficiënter warmtesysteem waarop je op termijn makkelijker duurzame bronnen kan invoeden.
JAN UARI 2022
De brontemperatuur (primair) kan uiteindelijk ook omlaag als alle afnemers op een lagere temperatuur verwarmen en dan is het afhankelijk van het hydraulische systeem of het wenselijk is om de brontemperatuur in het primaire net te verlagen (met een hogere temperatuur onder hoge druk kan je namelijk meer energie overdragen aan de stad t.o.v. een lagere brontemperatuur). Kleinschalige collectieve aansluitingen Op initiatief van bewoners krijgen een aantal kleinschalige warmtebronnen langzaam maar zeker vorm. Met kleinschalig wordt in deze context bedoeld dat de warmteoplossing op maat gemaakt wordt voor een buurt of een straat. De afname gaat om minimaal driehonderd tot duizend woningen of andere gebouwen. Sommige lokale bewonersinitiatieven onderzoeken de mogelijkheid om een lokale warmtebron te benutten, eventueel zelf de warmteoplossingen te beheren en exploiteren in de vorm van een energiecoöperatie of het stadswarmtenet lokaal te voeden met duurzame warmte. Op kleine schaal zullen er in wijken ook andere bronnen zijn die het waard zijn om te onderzoeken op hun potentie. De samenwerking tussen gemeenten en lokale initiatieven past in het streven uit het Klimaatakkoord om 50% lokaal eigendom na te streven en aan te moedigen in duurzame opwek van elektriciteit uit wind en zon, en waar mogelijk in buurtgerichte warmte-initiatieven.