CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210147 Bijlage 1 Conceptnota warenmarkt- en retailbeleid Leiden 2021 inclusief participatieverslag

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0147 Warenmarkt en retailbeleid Leiden 202124.381 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

32

Figuur 2: Overzicht van functies in straten binnenstad

X1: Uitbreidingsmogelijkheid voor panden met huidige GD-2 bestemming (in de GD-1 bestemming worden deze functies al in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt). 33

X2: Alleen consumentverzorgende bedrijven en dienstverlening: ambachtelijke cq. dienstverlenende bedrijven die hun goederen rechtstreeks leveren aan de consument, zoals een goudsmit, schoenmaker, kapper en dergelijke. X3: Enkel de mogelijkheid voor panden met GD-1 bestemming. X4: Enkel voor de panden met woonbestemming. X5: Enkel voor de panden met bestemming maatschappelijk. X6: Enkel voor de panden met Centrumbestemming. X7: Enkel voor de panden met GD-2 bestemming. X8: Zie bestemmingsplan Zuidelijke Schil X9: Zie bestemmingsplan Binnenstad X10: uitbreidingsmogelijkheid voor panden met huidige bestemming Centrum. (in de GD-2 bestemming worden deze functies al in het bestemmingsplan mogeljk gemaakt). X11: uitbreidingsmogelijkheid voor panden met huidige bestemming Centrum. (In de GD-1 bestemming worden deze functies al in het bestemmingsplan mogelijk gemaakt.) X12: Alleen creatieve bedrijven: Bedrijven die zich hoofdzakelijk richten op: •

creatieve zakelijke dienstverlening, zoals reclame en grafische bedrijven, architecten, industriële ontwerpers, dienstverlenende bedrijven voor kunstbeoefening;

•

multimedia, zoals bedrijven die in hoofdzaak producten maken op het gebied van beeld, geluid, gaming en tekst met gebruikmaking van radio, televisie, computer, internet, mobiele telefonie, print en evenementen;

•

toegepaste kunsten, zoals audiovisuele en fotografiebedrijven, interieur- en modeontwerpers, smederijen;

•

autonome kunsten, zoals beeldend kunstenaar, muzikanten, theatermakers.

34

Bijlage 2: Feiten en cijfers: vraag en aanbod Voor het nieuwe retail- en warenmarktbeleid is het van belang over actuele feiten en cijfers te beschikken. De Europese Dienstenrichtlijn vereist dat territoriale beperkingen voor de vestiging van detailhandel goed onderbouwd worden. Feiten en cijfers zijn in ruime mate aanwezig. Naast andere bronnen is gebruik gemaakt van Leiden.incijfers.nl. Ook de recente Visie Bezoekerseconomie Leiden 2021-2024 heeft veel feiten en cijfers samengebracht en die zijn integraal beoordeeld. De volgende onderwerpen komen aan bod in deze bouwsteen: 2.1 Vraag en koopkracht 2.2 De totale retailstructuur en spreiding van markten 2.3 Aanbod in de binnenstad 2.4. Bezoek aan de binnenstad 2.5 Benchmark plaatsen met 100.000 – 175.000 inwoners 2.6 Benchmark centrummarkten 2.1 Vraag en koopkracht In de kwaliteit en segmentering van retail en warenmarkten moet rekening gehouden worden met de kenmerken van de aanwezige vraag. Leiden is een jonge stad met vele nationaliteiten dankzij de omvang van de Leidse onderwijsinstellingen, het Bio Science Park, en overige (internationale) bedrijvigheid, en toerisme. De binnenstad ligt centraal in het stedelijk gebied. Ze wordt omgeven door woonwijken van de eigen gemeente en van direct aangrenzende randgemeenten.

De bevolkingsontwikkeling van de gemeente en de Leidse regio (met Leiderdorp, Oegstgeest, Katwijk, Voorschoten en Zoeterwoude) ziet er als volgt uit: Tabel 1: Inwonersontwikkeling in Leiden en regio 2015-2030

Inwoners Leiden Inwoners Leidse regio Inwoners Leidse binnenstad en Stationsdistrict Bron: CBS en gemeentelijke prognose

2015 121.600 268.300 21.750

2020 125.100 276.950 21.400

2021 124.096 276.970 21.100

2030 138.000 288.720 Sterke groei

35

De gemeentelijke prognose 2020-2050 gaat uit een groei tot 138.000 in 2030: tot dan is de inzet 8.500 nieuwe woningen en 2.200 nieuwe studentenkamers. Bij deze prognose had Leiden 1-1-2021 127.000 inwoners moeten hebben, dat blijken 3.000 inwoners minder te zijn. Primos gaat uit van 130.060 inwoners in 2030. De werkelijke prognose voor de gemeente Leiden zal volgens Seinpost ergens tussenin liggen: circa 134.000 inwoners in 2030. In de tabel is de ontwikkeling zichtbaar over een periode van vijf jaar en in het afgelopen jaar. Leiden kende tot en met 2019 een gestage bevolkingsgroei. Ze werd in de eerste helft van 2020 geconfronteerd met een groot aantal uitschrijvingen als gevolg van de pandemie. Dat heeft met haar studentenpopulatie te maken waarbij vertrek tijdelijk groter was dan vestiging. Dit is in de tweede helft van 2020 en in de loop van 2021 gecompenseerd (mei 2021 124.436 inwoners). De cijfers laten zien dat in Leiden en de Leidse regio sprake was van een behoorlijke bevolkingsgroei: de binnenstad vertoont een stabiel beeld. Tot 2030 kunnen de retail en warenmarkten profiteren van een bevolkingsgroei naar circa 134.000 inwoners (+8%, circa 1% per jaar). Inkomen, opleiding, autobezit, online aankopen

Het inkomensniveau in Leiden en de Leidse regio is bovengemiddeld: in Leiden +5%. Als rekening wordt gehouden met haar grote studentenpopulatie ligt het inkomen bij de resterende inwoners een stuk hoger. De andere gemeenten in de Leidse regio scoren ook een hoger inkomen: van 7% (Katwijk), 9% (Zoeterwoude), 14% (Leiderdorp), 26% (Voorschoten) tot 42% (Oegstgeest). Het inkomensniveau hangt samen met het gemiddeld hoge opleidingsniveau. Het lagere autobezit van de Leidenaren houdt verband met de jonge leeftijdsopbouw en met de goede openbaar vervoersvoorzieningen. Ondanks dat de Leidenaren over een uitgebreid winkelvoorzieningenniveau beschikken is het marktaandeel van online aankopen in de gemeente iets bovengemiddeld (cijfers 2018). De inwoners weten webshops goed te vinden, dat zal met de jonge leeftijdsopbouw te maken hebben. Woonfunctie van de binnenstad

Naast de kenmerken van de lokale en regionale vraag is het van belang dat de binnenstad van Leiden intensief gebruikt wordt om te wonen, werken, studeren 36

en verblijven. Deze doelgroepen zijn sterk vertegenwoordigd in en rond de binnenstad: de 21.000 inwoners in de binnenstad en Stationsdistrict zijn een mooie bestaansbasis voor de winkels en warenmarkt. De effecten van thuiswerken en -studeren sinds de pandemie hebben op deze binnenstad minder effecten dan bij binnensteden die relatief sterker afhankelijk zijn van koopkrachttoevloeiing van buiten het eigen gebied. In veel steden is de afgelopen decennia de woonfunctie boven de winkels verdrongen en wordt weinig gewoond in de binnenstad. In Leiden wordt volop gewoond in de binnenstad, en die functie wordt versterkt met binnenstedelijk bouwen van woningen en studentenkamers zoals op campussen. Evenementen in de binnenstad

De retail en markt profiteren ook van de circa 90 evenementen die jaarlijks in de binnenstad gehouden worden (bron: De Leidse bezoekerseconomie in cijfers 2021, exclusief het jaar 2020 waarin de evenementenbranche stil lag). Daar bovenop komen nog de vele activiteiten en acties van de ondernemers zelf. 2.2 De totale retailstructuur en spreiding van markten De Winkelnota 2018 verwijst naar de ‘Retailvisie Leidse regio 2025’ van 2015 voor het beleidskader van de retail buiten de binnenstad. De Winkelnota focust zich op de binnenstad. Wat daarbij opvalt is dat in de Winkelnota de dagelijkse sector onderbelicht is. Deze sector heeft in de binnenstad een stabiele marktpositie, in tegenstelling tot de niet-dagelijkse sector waarvan het aanbod afneemt (zie bouwsteen 2). Het beeld van de totale retailstructuur in de gemeente ziet er als volgt uit. Tabel 2: aantal verkooppunten per type winkelgebied in Leiden Winkelgebieden Leiden 0. Leegstand 1. Dagelijks 2. Niet-dagelijks 3. Leisure 4. Diensten 0. Binnenstad 73 107 335 372 178 1. Boodschappengebieden 24 75 59 43 41 2. Verspreid 13 34 62 89 73 Eindtotaal 110 216 456 504 292

Totaal 1.065 242 271 1.578

Leegstand 7% 10% 5% 7%

Bron: Locatus 2021 (binnenstad juni 2021, overig juni 2020)

Aan de tabel is te zien dat de helft van alle dagelijkse winkels in de binnenstad ligt. Daarvan maken 10 binnenstadsupermarkten deel uit. Dat is veel vergeleken met soortgelijke middelgrote centrumgebieden. De binnenstad vervult een belangrijke functie binnen de totale dagelijkse sector op gemeenteniveau. Het 37

ruime food-aanbod op de woensdag- en zaterdagmarkt vult die dagelijkse sector aan. Het is belangrijk om deze dagelijkse sector in de binnenstad te onderkennen. Die sector genereert grote en frequente bezoekersstromen en daar profiteren andere centrumfuncties van. Combinatiebezoek wordt vergemakkelijkt door het intensieve fietsgebruik in de binnenstad. De dagelijkse sector biedt aanknopingspunten om de positie van de binnenstad in de totale retailstructuur te duiden. Zo liggen er functionele relaties met de boodschappenwinkelgebieden in de gemeente. De drie wijkmarkten in de boodschappenwinkelgebieden hebben een functionele relatie met de centrummarkt. Leegstand met name in de binnenstad

Wat verder opvalt is dat de leegstand zich voor tweederde deel concentreert in de binnenstad: 73 van de 110 lege panden op gemeenteniveau. Leegstand is altijd onderhevig aan veranderingen. Locatus heeft begin juni 2021 alle panden in de binnenstad ter plekke gecheckt. Dat is eind juni 2021 nog eens overgedaan door de gemeente en toen bleken er al weer mutaties te zijn opgetreden. Een groot aantal panden bleek in verbouwing, inmiddels kunnen die al weer ingevuld zijn. Het detailhandelsaanbod in de wijken is in juni 2020 geïnventariseerd, en daar zijn door de gemeente grote wijzigingen geconstateerd: een deel van die leegstand wordt verklaard door aankomende verbouwingen. Leegstandscijfers zijn altijd een momentopname en indicatief. 2.3 Aanbod in de binnenstad Om een beter inzicht te krijgen in de spreiding van de functies over de binnenstad zijn kaartjes opgenomen: Dagelijks, Niet-dagelijks, Warenmarkt, Horeca, Dienstverlening en Recreatie e.d.

38

Figuur 3: Dagelijks: N = 107

Figuur 4: Niet-dagelijks: N = 335

Bron Locatus juni 2021 Figuur 5: Horeca : N = 327

Figuur 6: Dienstverlening : N=178

Bron: Locatus juni 2021

39

Figuur 7: Woensdag- en zaterdagmarkt in Nieuwe Rijngebied

Bron: gemeente Leiden

40

Figuur 8: Voorzieningen voor recreatie, congres en evenementen (bron: Visie Bezoekerseconomie Leiden 2021-2024)

Cultuur-ontspanning N = 45. Bron: Visie op de bezoekerseconomie 2021

De diverse kaartjes laten zien dat sprake is van een grote functiemix in de binnenstad. Per sector zijn er bijzonderheden te benoemen: • De dagelijkse sector ligt wat meer verspreid over de hele binnenstad, waarbij bekend is dat supermarkten met name langs de randen van de binnenstad binnen de singel liggen. De meeste dagelijkse speciaalzaken liggen in de winkelstraten Haarlemmerstraat, Breestraat, Nieuwe Rijn en richting Stationsweg: tot in het stationsgebouw. Ook het winkelgebied HerenDoeza is zichtbaar, liggend in de binnenstad; • De niet-dagelijkse sector is sterk geconcentreerd in de Haarlemmerstraat, Breestraat en Nieuwe Rijn. Aan het kaartje is te zien dat een behoorlijk aantal winkels buiten die straten ligt. Het belang van de niet-dagelijkse sector is veel breder dan alleen het kernwinkelgebied; • De warenmarkt ligt langs de Nieuwe Rijn, op zaterdag aan beide zijden en op woensdag alleen de westzijde van het water. Uitlopers zijn Aalmarkt, Koornbrugsteeg en Gangetje 41

• Horeca ligt verspreid over de hele binnenstad, met concentraties op de horecapleinen. Meer dan bij winkels doet het Pieterskwartier goed mee, evenals de entreestraten van de binnenstad; • Dienstverlening (verhuur, ambacht, financieel, particulier) ligt ook verspreid. Ze komt nauwelijks voor in het kernwinkelgebied met de Haarlemmerstraat. Het oostelijke deel van dezelfde straat kent wel veel Dienstverlening, evenals de Breestraat en de route naar de Stationsweg. • Voorzieningen voor recreatie, congres en evenementen zijn zichtbaar op het kaartje uit de Visie Bezoekerseconomie Leiden. De westelijke helft van de binnenstad is goed voorzien met Cultuur en ontspanning, het Pieterskwartier springt eruit. Met het kaartje kan de link gelegd worden met de Stad van Ontdekkingen (visitleiden) waarbij op een veelheid van locaties met een divers karakter iets te beleven is of iets georganiseerd wordt: in een gebouw, op een plein, aan het water, in een park of elders in de binnenstad. Op basis van de bron Locatus beschikt de Leidse binnenstad over negen musea, zes theaters, zes fitnesscentra, zes galeries, vier escape rooms, drie bioscopen, drie biljart/poolcentra, de bibliotheek en zo meer. Voor inzicht in de spreiding van de woonfunctie wordt dit kaartje uit het bestemmingsplan gebruikt: Figuur 9: Bestemmingsplan met de woonbestemmingen

Bron: Bestemmingsplan

42

Aan het bestemmingsplan is te zien waar zich de belangrijkste woonconcentraties voordoen, naast het wonen op de verdieping van de diverse centrumfuncties. Er is duidelijk te zien dat rondom de belangrijkste winkelstraten het wonen in de binnenstad een belangrijke functie vervult. Ook hier is de Pieters- en Academiewijk zichtbaar, naast de omgeving Hooglandse Kerkgracht in Pancras-West, Pancras-Oost, Maredorp en De Oude Morsch. Spreiding en omvang van de Leegstand Figuur 10: Leegstand (N=73)

Bron: Locatus

In de binnenstad van Leiden staat 7% van de verkooppunten leeg. Dat is meer dan de ‘mutatie-leegstand’ van circa 3-5%. Een bepaald percentage leegstand is normaal omdat winkels altijd in verbouwing zijn, zich nieuw vestigen of verplaatsen, of ermee stoppen. Een leegstand van 7% is eigenlijk iets te hoog. Bezoekers worden ermee geconfronteerd, en voor ondernemers kan het aanleiding zijn om te stoppen als hun winkel wordt omgeven door leegstand die niet opgelost wordt. Uit het kaartje blijkt dat de leegstand zich met name concentreert in het hart van de binnenstad, het Kernwinkelgebied, Zwerfmilieu en richting station. De leegstand is zichtbaar in de oostelijke helft van de Haarlemmerstraat, langs de Breestraat en aan de oostzijde van het Nieuwe Rijngebied. Het kaartje laat zien dat bij de aanpak van leegstand niet alleen gedacht hoeft te worden aan detailhandel. Het kunnen alternatieve functies zijn die passen bij een sfeergebied. Dat kan Wonen of Werken zijn, Dienstverlening of Cultuur / Ontspanning, en in het kernwinkelgebied Detailhandel en Daghoreca. In de

43

evaluatie van de Winkelnota (bouwsteen 2) is beschreven dat er in Leiden wordt samengewerkt om de leegstand aan te pakken. 2.4 Bezoek aan de binnenstad Figuur 11: Drukteverdeling over de week 2021: totaal en Toeristisch bezoek aan Leiden

Bron: RMC en NBTC-NIPO

Uit de verdeling van de alle weekbezoekers blijkt dat de drukte behoorlijk evenwichtig verdeeld is over de dagen van de week. De belangrijkste oorzaak van deze verdeling zijn de bewoners van de binnenstad en omgeving, de werkzame personen en studenten. Die maken dagelijks gebruik van dit gebied. Dat is een bredere bestaansbasis voor de detailhandel en warenmarkt dan alleen de centrumbezoekers. Bij het toeristisch bezoek aan de Leidse binnenstad voor ontspanning en plezier (bron: NBTC) ligt de nadruk sterk op de zaterdag. De werkelijke detailhandelsomzet in de binnenstad is in lijn met de laatste weekverdeling (bron KSO2018.nl). De omzet blijft sterk afhankelijk van de zaterdag. Dat geldt voor de dagelijkse aankopen maar met name bij de Mode & luxe aankopen. In het begin van de week zijn de bestedingen per bezoeker lager. Op donderdag-vrijdag en op zondag liggen de bestedingen per bezoeker op het gemiddelde niveau. De zondag wordt wel steeds belangrijker voor de retail. 2.5 Benchmark plaatsen met 100.000 – 175.000 inwoners Om te bepalen hoe Leiden scoort ten opzichte van centrumgebieden in vergelijkbare woonplaatsen met 100.000-175.000 inwoners is een benchmarkanalyse uitgevoerd:

44

Tabel 3: Leegstaande verkooppunten in centrumgebieden van plaatsen 100.000 – 175.000 inwoners

Haarlem Delft Leiden Nijmegen 's-Hertogenbosch Bron: Locatus 2021

6% 7% 7% 8% 9%

Amersfoort Maastricht Enschede Breda Dordrecht

9% 10% 10% 11% 12%

Arnhem Zwolle Zoetermeer Apeldoorn Gemiddeld

12% 12% 13% 18% 10%

Uit de tabel blijkt dat de binnenstad van Leiden relatief gunstig scoort. Alleen Haarlem heeft met 6% minder leegstand, Delft zit op hetzelfde niveau als Leiden. In deze categorie zitten uitschieters tot 12% leegstand (Dordrecht, Arnhem, Zwolle), 13% (Zoetermeer) en 18% (Apeldoorn): gemiddeld 10% leegstand in de benchmark. Dit soort centrumgebieden scoort slechter dan de landelijk gemiddelde leegstand van 8%. Soms heeft die leegstand te maken met planmatige (overdekte) winkelcentra die in deze binnensteden ontwikkeld zijn. Ze beschikken vaak over grotere trekkers die aan die binnensteden toegevoegd zijn. En dit soort planmatige ontwikkelingen ging vaak gepaard met een sterke groei van het winkelmetrage . Winkelpassages bieden veel winkelcomfort maar die projecten zijn achteraf gezien lang niet altijd een succes. Zo is de aansluiting op het hoofdwinkelcircuit van cruciale betekenis. Bij leegstand in dit soort winkelpassages worden de achtergebleven ondernemers geconfronteerd met grote effecten. Passages zijn sterk afhankelijk van gezamenlijke trekkracht en gelijke openingstijden. Overdekte centra zijn vaak minder populair bij winkels met eigen doelgroepen of de hogere huisvestingskosten niet kunnen betalen: overdekte centra kennen servicekosten. Ze geven de voorkeur aan een locatie in een hoofdwinkelstraat. Op dat vlak heeft Leiden een groot voordeel omdat passages ontbreken.

Iedere situatie is weer anders maar grootschalige winkelontwikkelingen zijn de afgelopen decennia aan de Leidse binnenstad voorbij gegaan. Gemeentes die in het verleden ambitieus waren kennen nu grote problemen en kunnen niet meer zonder hulp van buitenaf. In Leiden was altijd sprake van een natuurlijke aanbodgroei of -afname: vandaar dat haar leegstand nauwelijks veranderd is. Van belang is om het totale aanbod aan verkooppunten te benchmarken.

45

Figuur 12: brancheverdeling naar groep in verkooppunten: centrumgebieden 100.000-175.000 inwoners en Leiden

Bron: Locatus 2021

Leiden heeft een beduidend kleiner aandeel Mode & Luxe dan alle middelgrote centrumgebieden. Dat betekent dat ze zich verhoudingsgewijs minder richt op het pure recreatieve winkelen. Leiden scoort hoger op Dagelijks, Horeca en Diensten, en lager op Leegstand en Mode&Luxe waardoor het aanbod gevarieerder is. Figuur 13: Filialiseringsgraad en gemiddelde m2 wvo per verkooppunt, beide per sector

Bron: Locatus 2021

De filialiseringsgraad en de gemiddelde omvang per winkel wijken in Leiden af. Bij de niet-dagelijkse hoofdbranches is zichtbaar dat Leiden over relatief kleine winkelpanden beschikt. Dat verschil is er nauwelijks in de dagelijkse sector: dat heeft te maken met de grotere supermarkten die aan de rand van de binnenstad liggen. In bijna alle sectoren blijft de filialiseringsgraad achter, behalve bij horeca. 46

Dat betekent dat de Leidse binnenstad veel MKB-ondernemers kent, de filialisering heeft zich de afgelopen decennia veel minder door kunnen zetten. Dit maakt Leiden unieker dan de benchmark-centrumgebieden. Westfield Mall of the Netherlands

Wat Leiden en haar regio bijzonder maakt is dat er in 2021 een ultramoderne, overdekte Shopping Mall is geopend in Leidschendam. Dat is op 10-15 kilometer van de stad. Deze Mall is toonaangevend in Europa, met een hoge filialiseringsgraad, winkelconcepten van een moderne omvang, met veel leisure, gratis parkeren etc. Het is een totaal andere beleving dan de binnenstad van Leiden. Of dit winkelcentrum een succes wordt moet nog blijken. Haar regionale bereikbaarheid vraagt om aandacht vanwege de beperkte capaciteit van de ontsluitende infrastructuur. Nog onduidelijk is of veel bewoners van Leiden en de Leidse regio hiervan gebruik gaan maken. Het KSO2021 zal daarop antwoord gaan geven. 2.6 Benchmark centrummarkten De locatie: wel of geen plein

De warenmarkt in Leiden kan het beste vergeleken worden met andere middelgrote historische steden zoals Delft, Haarlem, Dordrecht, Maastricht, Nijmegen, Arnhem en ’s-Hertogenbosch. Die kennen allemaal sterke centrummarkten. Die liggen bijna altijd op een centraal, historische plein, soms met uitlopers in omliggende straten. Doorgaans liggen de markten al eeuwen op ongeveer dezelfde locatie. In Dordrecht was decennia terug de mogelijkheid ontstaan om het Statenplein te verplaatsen naar de naastgelegen voormalige parkeerplaats. Voor de centrummarkt is daarmee een nieuw plein beschikbaar gesteld in het hart van de stad. De markt kent een uitloper op de Sarisgang. Betekenis van de benchmark-locaties voor Leiden

Deze benchmark van centrummarkten laat zien dat in Leiden sprake is van een vrij unieke situatie met haar centrummarkt op twee kades en bruggen van de Nieuwe Rijn. Het is een prachtige locatie in het hart van de stad maar de ruimtelijke mogelijkheden zijn begrensd: hier ontbreken de ruimtelijke mogelijkheden om een nieuw plein te creëren. Circuitvorming op het marktterrein is dan belangrijk omdat tweezijdige marktstraatjes in Leiden 47

ontbreken: die is er alleen op de Vismarkt en op de bruggen. In Leiden is de markt sterk afhankelijk van de functies aan de overzijde van de kades in de plinten van de bebouwing. Verplaatsing van een markt

In Arnhem is de markt verplaatst van het Kerkplein naar de Markt. De nieuwe locatie ligt minder centraal in de binnenstad dan de oude locatie. De eerste ervaringen van de marktondernemers waren negatief, uitgezonderde marktondernemers daargelaten. De ervaringen in Arnhem laten zien dat er heel wat bij komt kijken om een markt te verplaatsen en om die tot een succes te maken. Betekenis van verplaatsing voor Leiden

Leiden beschikt over twee kleinere pleinen op korte afstand van het kernwinkelgebied: Beestenmarkt en Lammermarkt. De verplaatste ‘pandemiemarkt’ staat op beide pleinen en de tussenliggende Nieuwe Beestenmarkt. Per saldo is daar te weinig ruimte om de hele centrummarkt een plek te geven, vandaar dat de non-food op zaterdag aan de Nieuwe Rijn opgesteld staat. Verplaatsing van de markt is in Leiden niet aan de orde.

48

Bijlage 3: Evaluatie Winkelnota en Marktvisie In deze bouwsteen worden de doelstelling en ambitie van de Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021 en Marktvisie geëvalueerd. De winkelnota is in 2017 vastgesteld door de raad, haar uitvoeringsprogramma is van latere datum namelijk van mei 2019: die is opgesteld door het Aanjaagteam binnenstad Leiden. De Marktvisie 2017 is een advies geweest en is geen vigerend beleidskader. Dat zijn wel alle wetten en regels die op de markt van toepassing zijn. 3.1 Winkelnota 2018-2021 In de gemeente zijn ervaringen opgedaan met de uitvoering van de Winkelnota Leidse Binnenstad. Er wordt intensief samengewerkt en afgestemd, met name via het Centrummanagement Leiden (CML) het Aanjaagteam binnenstad Leiden, acquisitie van de Vestigingsadviseur Binnenstad Leiden en inzet van subsidies. Allereerst wordt de ambitie van de winkelnota geëvalueerd. Dat gebeurt op basis van de beschikbare cijfers, lokale kennis en recent onderzoek. Daarna wordt ingegaan op de subdoelstellingen die per hoofdstuk in de Winkelnota zijn behandeld. Input voor die evaluatie is verkregen via de gemeente en het Centrummanagement.

De volgende ambitie is destijds geformuleerd: de Leidse binnenstad staat in 2020 landelijk bekend als een binnenstad die zich onderscheidt van andere binnensteden omdat er voor winkelbezoekers veel te ontdekken en te beleven is, zij in een historische omgeving steeds verrast worden door de combinatie van een gebied met kleinere eigentijdse en authentieke winkels met aansluitend een gebied met de grote ‘bekende’ winkels en door een divers en aantrekkelijk aanbod van hoge kwaliteit, waar nieuwe concepten de ruimte krijgen. Zowel meer inwoners van Leiden en de regio, als meer bezoekers uit het hele land besteden steeds meer in de grote en kleine winkels in de Leidse binnenstad, en combineren dit vaker met een cultureel bezoek (musea, voorstellingen) of met een ander bezoekmotief. Als deze ambitie uit 2017 anno 2021 geëvalueerd wordt kan gebruik worden gemaakt van de recente Visie Bezoekerseconomie Leiden. Hieruit blijkt dat er in Leiden veel synergie is tussen detailhandel, markt en andere centrumfuncties, 49

het combinatiebezoek met horeca en leisure is groot. Dat komt ook de verblijfsduur ten goede. De niet-dagelijkse detailhandel is afhankelijk van andere functies. Centrumbezoekers ervaren de complementariteit tussen de gebieden met een verschillend winkelkarakter. De Visie op de bezoekerseconomie toont namelijk aan dat Leiden veel combinatiebezoek kent tussen detailhandel, horeca en leisure. Bezoekers spreiden zich over het Kernwinkelgebied met de bekende ketens en het zwerfmilieu en de entreestraten met een sterker accent op de bijzondere winkels . Leiden heeft vanwege haar historische binnenstad ruimtelijke beperkingen als winkelstad. Die structuur ligt behoorlijk vast. Haar ruimtelijke retailstructuur wordt bepaald door twee ‘divergerende’ hoofdstraten, het tussengebied en de entreestraten: •

Haarlemmerstraat als enige hoofdwinkelstraat met tweezijdig winkelen in een voetgangerszone;

•

Breestraat die de winkelfunctie combineert met openbaar vervoer en fietsverkeer;

•

de overige structuur bestaat uit stegen, kades met eenzijdige bewinkeling, bruggen, entreestraten en entreegebieden.

De winkelgebieden op kaart

Het centrum van Leiden is zoals gesteld het belangrijkste winkelgebied in de gemeente. In het centrum wordt een onderscheid gemaakt naar de typologieën: Kernwinkelgebied (2), Zwerfmilieu (3 & 4) en Entreestraten (1). Daarnaast is er met de Herenstraat/Doezastraat (5) een zelfstandig winkelgebied dat in het centrum doorloopt. De onderstaande kaart toont de ligging van de diverse sfeergebieden in het centrum van Leiden.

50

Figuur 14: Ligging sfeergebieden centrum

Bron: Gemeente Leiden, Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021.

Met uitzondering van de nieuwe Catharinabrug en -steeg is de ruimtelijke structuur al eeuwen onveranderd. Het ontbreekt aan fysieke ruimte om grootschalige winkelprojecten aan het centrumgebied toe te voegen, voor zover die ook gewenst zijn. In centrumgebieden van woonplaatsen in dezelfde inwonersklasse van 100.000 tot 175.000 is dat wel gebeurd zoals in Delft, Dordrecht of Zwolle. In de Winkelnota is ingezet op diverse typologieën van de sfeergebieden en een compacter Kernwinkelgebied: •

Haarlemmerstraat-Oost (oostelijk van Hooglandse Kerksteeg) en Breestraat-Zuid zijn in de winkelnota Zwerfmilieu geworden maar hebben hun centrumbestemming in het bestemmingsplan 2019 behouden: daar kunnen zich op basis van de winkelnota meer functies vestigen dan alleen de detailhandel en (dag)horeca in het Kernwinkelgebied;

•

het ‘achtje’ met de Catharinabrug / Aalmarkt / Breestraat / Visbrug wordt Kernwinkelgebied;

•

Het Kernwinkelgebied is met winkels en daghoreca goed ingevuld, er hebben zich diverse nieuwe trekkers gevestigd; 51

•

Het project Catharinasteeg heeft geresulteerd in eigentijdse winkels en horeca langs Aalmarkt en Breestraat. De Catharinasteeg zelf kenmerkt zich door dichte gevels, leegstand, gestalde fietsen en een hoogteverschil. Het verblijfsklimaat blijft sterk achter bij haar karakter als nieuwe winkelsteeg;

•

Als trekker heeft dit project ingezet op de naastgelegen V&D maar die trekkersfunctie is verloren gegaan: eerst door V&D zelf, later Hudson’s Bay en nu de tijdelijke partijenhandel die weer wat meer klanten trekt. Een herontwikkeling volgt nog, op korte termijn is sprake van de komst van Magazijn 1181;

•

In de Entreestraten hebben grootschalige ontwikkelingen plaatsgevonden met de projecten Lammermarkt en Garenmarkt, samen met nieuwe parkeerbronpunten. Op termijn komt daar de vernieuwde parkeergarage Haarlemmerstraat / Hooigracht bij. Net als in het Kernwinkelgebied hebben kleinschalige winkelontwikkelingen plaatsgevonden in het Zwerfmilieu en de Entreestraten;

•

Buiten de genoemde typologieën van sfeergebieden is ingezet op sanering van zachte plancapaciteit voor nieuwe retail. Dat geldt voor diverse ontwikkellocaties elders in de binnenstad. Hiermee is bereikt dat nieuwe retail zich in de sfeergebieden van de Winkelnota concentreert.

Bestedingen

De ambitie van de Winkelnota gaat ook in op de bestedingen: in de Visie Bezoekerseconomie zijn die ingeschat op totaal € 200 miljoen voor de nietdagelijkse detailhandel (exclusief dagelijkse sector over 2018: € 125 miljoen): in 2016 was dat nog € 175 miljoen: een plus van 14% (bron Koopstromenonderzoek Randstad 2018 en 2016). Anno 2018 ligt de berekende omzet per m2 wvo 2% hoger dan in vergelijkbare gebieden. Leiden scoort in die zin ook goed. Het corona-effect van 2020-2021 zit hier nog niet in verwerkt. Het koopstromenonderzoek 2021 waaronder Zuid-Holland wordt nu voorbereid en zal daar begin 2022 uitsluitsel over geven. Passanten

Ten opzichte van de laatste Winkelnota van 2017 is het winkelpassanten afgenomen. Die dalende trend deed zich al enkele jaren voor, met een versterkt effect in 2020 vanwege de pandemie:

52

Figuur 15: Aantal passanten per week, 2011-2020

Bron: Locatus, via Leidse binnenstad in cijfers 2020

2020 is een afwijkend jaar geweest, de uitkomst zegt weinig over de algehele trend. Locatus meet eenmalig per jaar in het voorjaar en dat is een momentopname, Citytraffic meet continu (op basis van Wifi). Vanwege de pandemie is volgens Citytraffic het aantal winkelpassanten in de binnenstad gehalveerd in 2020 ten opzichte van 2019. In 2021 is er weer een herstel, de aantallen liggen nog niet op het oude niveau van 2019. Landelijke berichten geven -30% aan sinds de winkels weer normaal geopend zijn: de periode april-juli 2021 ten opzichte van 2019 (bron Inretail). Deze passantengegevens willen nog niet zeggen dat de omzet navenant gedaald is. Citytraffic bevestigt dat medio 2021 de conversiegraad (% kopers) en het bonbedrag gestegen zijn. Er wordt effectiever geshopt dan voor corona toen een dagje stadten meer een uitje was (bron: ED, juni 2021). Dit is ook logisch omdat aankopen uitgesteld zijn. Aanbod

Kijkend naar het aantal verkooppunten wordt 2016 - het jaar waarin de Winkelnota tot stand is gekomen - vergeleken met 2021 (juni 2021 gecheckt). Om ook de langere en korte termijn te beoordelen zijn de jaren 2009 en 2020 meegenomen.

53

Figuur 16: Aantal verkooppunten per groep in Leidse binnenstad 2009-2016-2020-2021

Verkooppunten Leidse binnenstad 2009-2016-2020-2021

191 178

172

178 Diensten Horeca

268 314

Cultuur & Ontspanning 328

327

53 47

Niet-dagelijks: Overig Niet-dagelijks: In/Om Huis

105

47 50

82

88

73

45 35 69

52

48

48

206

185

183

107

107

247

46 41

Niet-dagelijks: Vrije tijd

104

101

67

67

85

73

2009

2016 (WINKELNOTA)

2020

2021 (NU)

Niet-dagelijks: Mode-Luxe Dagelijks Leeg

Bron: Locatus

Per saldo loopt het aantal verkooppunten geleidelijk terug. De verkooppunten die uit de markt zijn genomen zijn met name getransformeerd naar woningen, werken en overige bebouwing (bron Locatus). De leegstand neemt nog niet echt af. Die is na de Winkelnota behoorlijk gaan stijgen naar 8% maar het laatste jaar weer gedaald. Dat komt mede door de inspanningen van het Aanjaagteam en de Vestigingsadviseur. De leegstand ligt nu op 7% (bron: ‘Visie bezoekerseconomie’ en Locatus 2021).

54

Figuur 17: Verdeling verkooppunten binnenstad Leiden 2016 en 2021

Bron: Locatus

De geleidelijke afname in het aantal detailhandelsverkooppunten komt voor rekening van de groepen in de niet-dagelijkse sector. Hun aandeel in de verkooppunten ging van 37% naar 31%: 61 winkels minder van 2016 naar 2021. Figuur 18: Aantal winkels in binnenstad Leiden, en daarbinnen niet-dagelijkse winkels, 2010-2021 700 600 500

597

575

556

551

480

514

511

499

489

486

459

396

400

452

442

347

335

2020

2021

300 200 100 0 2010

2011

2012

2013

2014

2015

Winkels in binnenstad

2016

2017

2018

2019

waarvan niet-dagelijks

Bron: Locatus

Er zijn substantiële afnames in Mode-Luxe, In/Om Huis en Overige detailhandel: soms zijn dit processen die moeilijk te keren zijn, kijk alleen al naar het aantal schoenen-lederwarenzaken: in 2009 32, in 2021 15. Binnen de niet-dagelijkse sector is alleen de groep ‘Vrije tijd’ relatief stabiel. De Dagelijkse sector, Diensten en Cultuur & Ontspanning zijn ook relatief stabiel. De sterkste groeier is horeca: nu met 31% van de verkooppunten net zo groot als de totale niet-dagelijkse 55

sector. Die groei is veel geleidelijker gegaan dan in vergelijkbare centrumgebieden. De gemeente Leiden zet met haar beleid in op een afgewogen en gematigde groei. Sinds 2020 is de groei in de horeca gestopt, mogelijk vanwege de pandemie. De Winkelnota heeft er niet toe bijgedragen dat het aantal niet-dagelijkse winkels is gestabiliseerd of gegroeid. De daling blijkt al sinds 2009 aan de gang. De winkels in de dagelijkse sector vertonen wel een stabiel beeld. De dynamiek komt erop neer dat groeisectoren ten koste gaan van krimpende sectoren, en dat per saldo het aantal verkooppunten daalt. Dat biedt kansen voor functies als Wonen en Werken in de binnenstad. Evaluatie zeven subdoelstellingen (zie hoofdstuknummers Winkelnota)

Per hoofdstuk in de Winkelnota 7 subdoelstellingen geformuleerd, met actiepunten. De actualiteit daarvan zal zoveel mogelijk verwerkt worden in het uitvoeringsprogramma van het retail- en warenmarktbeleid. In het kort komen de acties en resultaten op het volgende neer: 1. ‘Zet in op totaalbeleving’. Het campagne ‘trakteerjezelfopleiden’ is een afgeleide van de marketingvisie en wordt nu 2,5 jaar uitgevoerd. De bijzondere kwaliteiten van Leiden worden hierin uitgedragen. Het doel is hiermee door te gaan. Ondergeschikte horeca is mogelijk gemaakt in het nieuwe bestemmingsplan van 2019. 2. ‘Ga leegstand tegen door een compact winkelgebied’. Zoals hierboven aangegeven blijft de leegstand met 7% nog steeds een aandachtspunt. Het cijfer is wel lager dan bijna alle andere middelgrote centrumgebieden, zie bouwsteen 1, en dat is mede te danken aan de acties die uit de winkelnota zijn voortgekomen. Tot 2020 zou door alle inspanningen 30% van de leegstand ingevuld zijn maar door de pandemie zijn die resultaten nu minder zichtbaar. Veel lege panden hebben een herinvulling gekregen waarbij in 60-70% van de gevallen de aangestelde Vestigingsadviseur een rol heeft vervuld. Ook in de acquisitie vervult de Vestigingsadviseur een belangrijke rol door ondernemers, makelaars en eigenaren te benaderen, en door contacten te (laten) leggen met de ondernemersverenigingen.

Zo kunnen ondernemers gewezen worden op de locaties die het beste bij hun branche of concept passen. In juli 2021 is het nieuw bidbook gepresenteerd, vanwege de pandemie was dat 1,5 jaar uitgesteld. Als 56

herinvulling niet mogelijk is wordt in sommige sfeergebieden wonen in de plint toegestaan. Wonen in de Haarlemmerstraat-Oost wordt nader toegestaan achter, boven en onder de winkelruimtes in deze belangrijke entreestraat van het kernwinkelgebied: wonen in de plint is hier niet gewenst. Zo blijven de puien in lijn met het erfgoed van Leiden en blijven de panden beschikbaar voor nieuw ondernemerschap 3. Intensieve inzet op het aantrekken van bekende formules’. De Vestigingsadviseur is hier druk mee, onder andere via het bidbook. Zoals aangegeven wordt er voor vastgoedeigenaren, makelaars en ondernemers diverse contactmomenten georganiseerd, zoals het makelaarsoverleg, op de jaarlijkse vastgoedbeurs Provada e.d. Vastgoedeigenaren zijn ook van de stakeholders in het Centrummanagement. Het Aalmarktgebied is volledig ontwikkeld, de Haarlemmerstraat en vele andere gebiedsdelen van de binnenstad zijn opnieuw ingericht (Lammermarkt, Nieuwe Beestenmarkt, Garenmarkt). Er ligt een nieuwe gebiedsvisie op het stationsgebied. Ondertussen hebben diverse formules zich in Leiden gevestigd of zijn verplaatst of vernieuwd (H&M, Zara, Zara Home, Pull & Bear, Bershka, Suit Supply, Scotch & Soda, The Sting e.d.). 4. ‘Versterking onderscheidend vermogen’. Zoals aangegeven bevestigt de Visie Bezoekerseconomie Leiden dat er synergie is tussen de diverse centrumfuncties.

Het doel is niet om de sfeergebieden naar de consument te promoten, die komen voor de hele binnenstad, maar wel om die beter te verbinden en bewegwijzeren door ook de economische functies in het daglicht te stellen. Voor de ondernemers zijn die sfeergebieden wel een handig kader om nader af te stemmen. Het versterken van de winkeliersen ondernemersverenigingen blijft een aandachtspunt. initiatief en de toegevoegde waarde moeten vanuit de ondernemers zelf komen, en niet afhankelijk zijn van 2-3 ondernemers die de kar trekken voor een hele straat of een subgebied(je). De gemeente kan hierin maximaal faciliteren. 5. ‘Leiden werkt aan een gunstig ondernemersklimaat’. Met name door de pandemie is het belangrijk geworden dat er wordt meegedacht met individuele ondernemers als die ergens mee geholpen willen worden. De gemeentelijke dienstverlening is daarvoor via accountmanagement verantwoordelijk, en de werkzaamheden van de Vestigingsadviseur sluiten daarop aan. Belangrijk is om dit voort te zetten om ondernemers te wijzen op steunmaatregelen, subsidiemogelijkheden, het bidbook etc. Kennis- en 57

kundebijeenkomsten zijn nu met name gericht op de online platforms hoe ondernemers daarmee om moeten gaan en om gezamenlijke acties te verkennen. Recent was er een Instagram-bijeenkomst waarbij ondernemers hun ervaringen met elkaar delen. Het resultaat is dat ondernemers zich willen blijven vestigen in de binnenstad. 6. ‘De binnenstad is goed bereikbaar’. In Leiden zijn de afgelopen jaren de nieuwe parkeergarages Lammermarkt en Garenmarkt opgeleverd. Die leveren een forse bijdrage aan de parkeermogelijkheden en het parkeergemak in de binnenstad. De parkeer- en bereikbaarheidsbeleving blijft hierbij nog achter zo wordt ervaren. Deze beleving is niet meer in lijn met de verbeterde situatie. Dat geldt ook voor de verwijzingsborden en informatieverstrekking over de economische functies, de openbare toiletten e.d. De campagne Leidenopen.nl heeft extra aandacht gekregen na de campagne ‘Trakteerjezelfopleiden’. Fietsparkeren, fietsenstallingen en handhaving blijven nog een aandachtspunt. Op termijn komt er een extra stalling in de Breestraat. In het uitvoeringsprogramma Handhaving zou idealiter fietsparkeren meer aandacht moeten krijgen. Praktische uitwerking en haalbaarheid hiervan is echter een vraagpunt. Hiervoor dient onder andere een juridisch instrumentarium te worden ontwikkeld.

De diverse partijen zijn druk met duurzaamheid, zero-emissie stadsdistributie en andere gezamenlijke distributie-oplossingen. Die inspanningen gelden ook voor de bereikbaarheid per openbaar vervoer en haar bronpunten. De Visie op de bezoekerseconomie heeft de stand van zaken uiteen gezet. 7. ‘Smart shopping vergroot genot, gemak en gewin’. Dit is een dynamisch thema, de ontwikkelingen gaan razendsnel. Van belang is kleine ondernemers te ondersteunen bij hun webshops en digitalisering. Dat geldt ook voor hun positie ten opzichte van de grote platforms die veel commissie vragen. Er wordt nu gewerkt aan het lokale platform ‘LieverinLeiden’, waarbij de overheadkosten gedragen worden door een budget vanuit het ondernemersfonds. Platforms romen marges af in de online verkoop en bij de thuisbezorging. Van belang is om de online ondersteuning van ondernemers te koppelen aan de gezamenlijke marketing en promotie. De trakteerkaart is daar een mooi voorbeeld van waarin al 150-160 ondernemers participeren. Er wordt gewerkt aan een breder en zakelijk Wifi-netwerk (Ederon) dat mogelijk ingezet kan worden 58

in de binnenstad voor de consument. Achteraf blijkt een gezamenlijk openbaar Wifi-netwerk in de binnenstad minder relevant te zijn dan destijds werd verwacht, mede omdat vele retailers daarin individueel investeren. Daar komt bij dat de privacybescherming een belemmering vormt om iets met de data te doen. 8. ‘Monitoring van de winkelnota’. Daar is deze bouwsteen voor bedoeld. De winkelnota heeft een goed kader gevormd voor de gezamenlijke aanpak en versterking van de binnenstad. Veel acties zijn uitgevoerd en er zijn de nodige investeringen gepleegd. Leegstand is nog steeds een aandachtspunt maar Leiden scoort op dat vlak beter dan de meeste andere middelgrote centrumgebieden. Alleen de gezamenlijke aanpak van Smart Shopping is niet echt van de grond gekomen, die markt ontwikkelt zich razendsnel. Op individueel niveau wordt daarin veel geïnvesteerd en bereikt. 3.2 Marktvisie 2017 Als ambitie is verwoord, uiterlijk in 2022 en liever in 2020: De beste Markt van Nederland, vitaal, aantrekkelijk, veilig en zakelijk succesvol in een historisch centrum waar het goed wonen, ondernemen en verblijven is. Tijdelijke locatie Beestenmarkt / Lammermarkt

Het succes is zelfs gebleken op de ‘corona-locatie’ Lammermarkt/Beestenmarkt. Daar zijn de marktondernemers met de gemeente in staat gebleken een aantrekkelijke zaterdagmarkt te realiseren. Die heeft als bijeffect dat marktondernemers een betere en sommige een slechtere locatie hebben gekregen dan hun gebruikelijke locatie aan de Nieuwe Rijn. Voor niet alle marktondernemers was hier ruimte. Vandaar dat er een gesplitste markt was: in het Nieuwe Rijngebied behield de non-food haar zaterdag-locatie. Onder deze omstandigheden hebben zeven marktondernemers in 2020 en 2021 hun vergunning opgezegd. Omdat de beschikbare ruimte tijdelijk beperkt is, zijn deze plaatsen niet vergund. De Marktvisie - met daarin het ondernemingsplan op één A4 - is met alle belanghebbenden tot stand gebracht: marktondernemers, bewoners, gemeente, marktklanten, winkeliers, horeca en hulpdiensten. De zaterdagmarkt blijkt nog steeds een succesvolle markt met oorspronkelijk 200 kramen. Er zijn nu circa 80 59

marktondernemers die vaak meerdere standplaatsen innemen. Uit de recente enquête onder marktondernemers blijkt dat een grote meerderheid (zeer) tevreden is. De Visie Bezoekerseconomie schat het aantal jaarbezoeken in op 1,5 miljoen en een jaaromzet van € 40 miljoen De markt wordt hoog gewaardeerd door bezoekers en marktondernemers. Winkeliers en horeca ondervinden voordelen en sommigen ook nadelen zoals een verminderde bereikbaarheid, zichtbaarheid of ruimte voor terras en uitstallingen. Het succes van de zaterdagmarkt geldt vooral voor de food-ondernemers. Uit de enquête blijkt dat de marktondernemers onderkennen dat de markt de afgelopen vijf jaar achteruit is gegaan. Landelijk krimpt het aanbod in de nonfoodkramen en ook in Leiden heeft die sector aandacht nodig. Marktondernemers bevestigen dat een markt alleen met food én non-food compleet en gevarieerd gehouden kan worden. Relatie met de overige markten inclusief woensdagmarkt

De doordeweekse markten in Leiden hebben het moeilijker dan de zaterdagmarkt. Ook de woensdagse centrummarkt vertoont krimp met oorspronkelijk 100 kramen: nu zijn er 36 marktondernemers die meestal meerdere standplaatsen innemen. Voor marktondernemers op zaterdag is de woensdag belangrijk voor hun vaste klandizie. Het Nieuwe Rijngebied ontleent haar identiteit mede aan de markt, complementair aan het overige binnenstadbezoek. Zo blijkt de woensdag een na verhouding drukke doordeweekse dag in de totale binnenstadbezoek. Aangepaste regels

Het nieuwe ‘Inrichtingsplan zaterdagmarkt’ inclusief haar brancheringslijst en het ‘Inrichtingsplan woensdagmarkt’ zijn in juli 2020 vastgesteld met als doel een aantal regels rond de markt te actualiseren: •

Actueel toewijzingsbeleid voor vaste standplaatsen;

•

Rol adviescommissie ambulante handel;

•

Brancheverdeling

•

Overige enkele algemene bepalingen.

60

Die regels liggen in het verlengde van de vigerende wetten en regels voor de warenmarkt: de Marktverordening 2015, de Sanctieregels 2017, APV 2020 en Instellingsbesluit Markten 2016. De adviescommissie staat positief tegenover het nieuwe inrichtingsplan maar ze heeft nog weinig effect gesorteerd vanwege de verplaatste markt. In de omgeving Beestenmarkt / Lammermarkt ontbreken stroom- en verankeringsvoorzieningen en hebben alle standplaatsen een maximale omvang van achter meter. Deze omstandigheden maakten dat de gezamenlijke professionalisering en marktwerking op de markt niet konden plaatsgevonden. Wat niet is opgepakt

Uitgezonderd individuele investeringen door marktondernemers zijn de andere actiepunten uit het Ondernemingsplan niet gezamenlijk opgepakt: •

Herinrichtingplan: met name de betere verdeling van de trekkers en drukte staat nog steeds open;

•

Kwaliteits- en diversiteitsplan (binnen de mogelijkheden van de brancheringslijst);

•

Acquisitie;

•

Upgrade kramen en uitstallingen;

•

Jaarkalender met marktevenementen e.d.;

•

Projectgroep markt 2022;

•

Aanstellen professionele marktmeester.

Er zijn de nodige actiepunten blijven liggen. Expansie marktterrein In 2017 is nagedacht over de uitbreiding van het marktterrein, mede naar aanleiding van de motie Aalmarkt. Op dat moment was dat niet mogelijk met een extra loopcircuit Aalmarkt / Stille Rijn te realiseren vanwege het bouwproject Aalmarkt en een aantal ruimtelijke beperkingen. Ook in 2011 was er al een motie afgedaan over uitbreiding van de warenmarkt naar het gebied Aalmarkt / Stille Rijn. De huidige praktijkervaringen Uit de actuele enquête onder de marktondernemers blijkt dat het te lang duurt voordat lege plaatsen zijn ingevuld. De ondernemers onderkennen zelf dat de marktregels niet worden nageleefd, ze hebben er onderling hinder van. Dat geldt 61

bijvoorbeeld als een ondernemer vóór 17 uur vertrekt, voertuigen overdag op het marktterrein staan, kramen niet conform de regels worden geplaatst, uitstallingen buiten de standplaats staan, rommel achter blijft en er weinig wordt georganiseerd. De meeste marktondernemers onderkennen het probleem van de geringe ruimte langs de Nieuwe Rijn. Ze ervaren te weinig toezicht en handhaving, bijv. bij geparkeerde fietsen langs de toe-/afvoerwegen, te laat wegslepen van auto’s, de afzetting van het marktterrein, en als terrassen worden teruggeplaatst vóór 19 uur. De marktondernemers missen voor dit alles een vaste toezichthouder zoals voorheen de marktmeester. De marktondernemers zien ook kansen, bijvoorbeeld als food en non-food meer gemixt worden. Ze hebben diverse verbetervoorstellen. De adviescommissie ambulante handel vertegenwoordigt de warenmarkt en heeft een voorbeeldfunctie voor overige marktondernemers. De marktregels moeten beter worden nageleefd, en als dat niet gebeurt wordt er gesanctioneerd, net als bij de uitstallingen en terrassen. Als die regels niet praktisch of handhaafbaar blijken moeten ze worden aangepast, te initiëren door de adviescommissie. Ze is hét platform om het ondernemingsplan op te pakken, en om de markt professioneler, zakelijker c.q. commerciëler te maken. Zo stelt ze het toekomstperspectief van de markt centraal.

Dat gebeurt bij voorkeur in samenspraak met de andere stadspartners. Verzelfstandiging van de markt zal op draagvlak moeten rekenen bij de marktondernemers. Uit de enquête blijkt dat nog niet het geval. De gemeentemarkt is nu succesvol maar de fysieke ruimte is beperkt. Om de markt te versterken zal een gezamenlijke aanpak met horeca, detailhandel, omwonenden, gemeente en hulpdiensten nodig zijn. Conclusie Marktvisie

De marktvisie 2017 is op onderdelen opgepakt en heeft tot nieuwe regelgeving geleid. De markt is nog steeds succesvol en dat maakt dat veel ondernemers hun kost verdienen. Dan is de noodzaak tot een gezamenlijke aanpak minder dan in het geval er sprake zou zijn van een niet goed functionerende markt. De pandemie heeft de aanpak in de weg gestaan. Als de complete markt weer terug gaat naar de Nieuwe Rijn dan zullen de drukte en veiligheid op zaterdag nog niet opgelost zijn. De Marktvisie vraagt erom het Ondernemingsplan verder uit te voeren. 62

Bijlage 4: Beleidskader: trends en jurisprudentie Onderstaand volgt een inventarisatie van deze relevante nota’s, visies en programma’s. In een schema ziet dat er als volgt uit, afkomstig van de Visie op de bezoekerseconomie. Daarna wordt nog ingegaan op de Dienstenrichtlijn, en op een aantal lokale partners. Figuur 19: Beleidskader gemeente Leiden

Bron: Visie Bezoekerseconomie Leiden 2021-2024

Onderstaand volgt een korte uiteenzetting van het beleidskader, mede opgenomen in de Visie Bezoekerseconomie Leiden. Omgevingswet Na het inwerking treden van de Omgevingswet op naar verwachting 1 juli 2022 zullen raad en college verplicht gaan werken met de beleidsproducten en de beleidscyclus die onderdeel uitmaken van de Omgevingswet. Binnen de beleidscyclus kan de raad het beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving vastleggen in de Omgevingsvisie (strategisch beleid), in een Ontwikkelperspectief (uitwerking van strategisch beleid voor een samenhangend gebied) en in het Omgevingsplan (juridisch bindende regels voor gemeente en de stad). Daarnaast

63

kan het college het beleid dat vastgesteld is door de raad, thematisch en/of gebiedsgericht verder uitwerken in omgevingsprogramma’s en daarin aangeven welke maatregelen het college wil inzetten om dat beleid te realiseren. Die maatregelen kunnen bestaan uit bijvoorbeeld (een combinatie van) financieel economische prikkels, inzet van communicatieve middelen, het verbinden van partijen, het stellen van bindende regels door de raad (via Omgevingsplan), overeenkomsten, convenanten of feitelijke maatregelen die de gemeente neemt zoals het zelf aanleggen van een fietspad. De onderhavige uitwerking van het beleid uit de Omgevingsvisie in het Warenmarkt- en Retailbeleid zal na de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven gelden en zal op een nader door het college vast te stellen moment een plek moeten krijgen binnen de beleidsproducten van de Omgevingswet. Dat kan in het onderhavige geval in een omgevingsprogramma zijn, waarin het college vaststelt hoe het beleid verder uitgewerkt dient te worden. Het college zal dan bijvoorbeeld onder meer aangeven hoe het Omgevingsplan ingezet zal worden om het beleid te realiseren. Het college kan dan vervolgens voorstellen aan de raad doen om het Omgevingsplan aan te passen om het beleid juridisch te verankeren.

Het Warenmarkt- en Retailbeleid kan onder de Omgevingswet ook direct (zonder tussenkomst van een omgevingsprogramma) voor een belangrijk deel vastgelegd worden in het Omgevingsplan. Het college zal te zijner tijd met concrete voortellen komen hoe het beleid onder de Omgevingswet een plek te geven, afhankelijk van de ontwikkelingen van dat moment. En het college zal een plan vaststellen waarin het aangeeft wanneer de huidige gemeentelijke beleidsproducten met betrekking tot de fysieke leefomgeving overgezet zullen worden naar de beleidsproducten van de Omgevingswet. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is één van de wettelijk verplichte instrumenten uit de Omgevingswet. De Omgevingsvisie is het samenhangende en richtinggevende kader voor de lange termijn. In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving (waaronder gebouwen, infrastructuur, water(systemen), bodem, lucht, landschap, natuur en erfgoed) voor de lange termijn vast. Omdat de fysieke leefomgeving en het welzijn van mensen met elkaar samenhangen, is er in de omgevingsvisie ook plek voor sociale thema’s, zoals gezondheid, veiligheid en voorzieningen. 64

In de Omgevingsvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen stedelijke voorzieningen en buurtgerichte voorzieningen. Verder wordt er in de omgevingsvisie aangegeven dat er in de binnenstad en spoorzone vrijwel het hele pakket aan voorzieningen aanwezig is, zowel stedelijke als buurtgerichte voorzieningen. Binnen de wijken met overwegend een woonfunctie is het aanbod van voorzieningen beperkter, maar ook hier zijn de dagelijkse buurtgerichte voorzieningen veelal op loopafstand aanwezig. Bovendien bevinden de andere voorzieningen zich in een compacte stad als Leiden doorgaans op fietsafstand. Alle supermarkten in de gemeente Leiden bevinden zich in elk leefmilieu, zie de kaart: •

Dynamisch: Binnenstad en Lammenschansdriehoek;

•

Levendig: Luifelbaan, Kooiplein en Diamantplein;

•

Luw: Stevensbloem, Wagnerplein, Meerburg en Kopermolen.

De verschillende wijken zijn voorzien van een levendig centrum, een vitaal Hart van de wijk met winkels en voorzieningen. Dit zijn vaak ook voorzieningen op het gebied van zorg, dus bijvoorbeeld combigebouwen met een huisarts, een fysio, een apotheek. Hierdoor zijn dagelijkse winkelvoorzieningen (gericht op eerste levensbehoefte) en maatschappelijke voorzieningen aanwezig en voor eenieder toegankelijk en dichtbij. Het Hart van de wijk heeft een belangrijke functie in het dagelijks leven van vele Leidenaren. Dit is de plek met veel voorzieningen, maar ook een plek voor ontmoeting. Het is daarom van belang dat dit een prettige plek is om in te verblijven en dat de meest gebruikte routes van en naar het Hart van de wijk ook prettig, veilig, goed toegankelijk en comfortabel zijn. De Leidse binnenstad heeft met haar duizenden monumenten, haar musea en haar historische structuur een onderscheidende kwaliteit in vergelijking met andere gemeenten in de (wijde) omgeving. In de komende decennia willen wij blijven investeren in een aantrekkelijke binnenstad. Het historisch centrum is van bijzondere betekenis. Het is een van de belangrijkste economische clusters in de stad. De binnenstad heeft toonaangevende (Rijks)musea, een rijk aanbod aan culturele voorzieningen en evenementen, horeca en het kernwinkelapparaat voor de stad, de regio en daarbuiten.

In de binnenstad wordt ruimte geboden aan het versterken van het huidige economische cluster en waar mogelijk aan 65

nieuwe economische functies die passen bij de maat en schaal van de binnenstad en bij de combinatie met de woonfunctie. In de Omgevingsvisie is voor de binnenstad onder andere als extra aandachtspunt opgenomen dat er wordt ingezet op aantrekkelijk levendige winkelstraten. Retailfuncties en winkelstraten staan onder druk, onder andere door het online winkelen. De aanwezigheid van een gevarieerd aanbod aan winkels en andere functies is een belangrijke kwaliteit van de stad. Voor het gehele leefmilieu is de opgave te werken aan levendige winkelstraten en clusters die toekomstbestendig zijn en die een (boven)stedelijke functie hebben. Om het huidige zeer hoogwaardig stedelijk karakter te behouden en verder uit te bouwen zijn het creëren van onderscheidend vermogen, het aantrekken van bekende formules (passend bij de maat en schaal van de binnenstad), een goede bereikbaarheid en inzetten op totaalbeleving belangrijk. Leegstand wordt tegengegaan door te zorgen voor een sterker economisch hart. Figuur 20: Concept Omgevingsvisie 2040

Bron: gemeente Leiden, bewerking Seinpost Adviesbureau

66

Leiden, Stad van Ontdekkingen Leiden is een echte kennisstad. En typisch voor Leiden zijn de banden tussen kennis en cultuur. Dat maakt Leiden, Stad van Ontdekkingen. Dit is ook de toekomstvisie die richting geeft aan de ontwikkeling van Leiden. Met ‘Internationale Kennis’ en ‘Historische Cultuur’ als pijlers werkt de gemeente Leiden hier aan, samen met de partners. Stad in balans Het vinden van een juiste balans in Leiden is niet nieuw. Hier werkt de gemeente Leiden al langer aan. Bijvoorbeeld met het Programma Binnenstad waarin sinds 2020 meer aandacht is gekomen voor duurzaamheid en leefbaarheid. Maar ook in de onlangs vastgestelde horecavisie worden afwegingen gemaakt tussen locaties, ondernemen en leefomgeving. Randvoorwaarden in de ontwikkeling van Leiden zijn duurzaamheid en inclusie. Leiden heeft zich dan ook gecommitteerd aan de Sustainable Development Goals. Deze 17 doelen voor 2030 zijn opgesteld door de Verenigde Naties. Dit zijn onder meer sociale doelen, doelen voor bedrijven, doelen op gebied van gezondheid en milieudoelen. Duurzaamheid Duurzame verstedelijking is één van de grootste uitdagingen waar de gemeente Leiden samen met ondernemers, ontwikkelaars, coöperaties en natuurlijk bewoners grote stappen in moet zetten.

De gemeente heeft vijf opgaven geformuleerd bij het programma duurzaamheid: energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie onder andere door biodiversiteit en te vergroenen, duurzame mobiliteit en duurzame verstedelijking. Het beleidsakkoord 2018-2022 verwoordt helder de verschillende uitdagingen (Samen maken we de stad – werkend aan een groen, sociaal en ondernemend Leiden). Het gaat hierbij onder meer om woningbouw, stadsontwikkeling en de verduurzaming van nieuwe en bestaande woningen. Daarnaast gaat het over het hebben van genoeg groen (planten, bomen, parken et cetera) en blauw (water en waterwegen en dergelijke). Ook mobiliteit heeft te maken met duurzame verstedelijking. Leiden is een fietsstad en dit wil de gemeente nog verder bevorderen. Samen met lopen, OV en het lenen/delen van fietsen, scooters en auto’s kunnen bezoekers zich slimmer, gezonder en duurzamer bewegen. Hier hoort ook bij dat de gemeente inzet op ruimte voor een groen, vitaal Leiden 67

onder meer met een autoluwe binnenstad. Hiervoor heeft de gemeente Leiden recent de Agenda Autoluwe Binnenstad (2020) ontwikkeld. Andere voorbeelden van hoe Leiden steeds duurzamer wordt zijn het werk van Stichting Duurzame Horeca Leiden, de citizen science projecten ter vergroting van de biodiversiteit en de ‘Inzamelhelden’. Inclusie Leiden moet een toegankelijke, open stad zijn waar iedereen kan deelnemen aan de gemeenschap. Dit vraagt onder andere om goede toegankelijkheid van voorzieningen. Hier gaat ook het VN-verdrag Handicap over. De gemeente vraagt aan ondernemers en ontwikkelaars om aandacht te hebben voor toegankelijkheid en inclusie voor allerlei voorzieningen waar iedereen in het dagelijks leven mee te maken heeft. Bedrijven richten zich steeds vaker bewust op duurzaamheid of maatschappelijk verantwoord ondernemen. De gemeente ondersteunt daarom ondernemers die hun bedrijfsvoering willen verduurzamen of werk willen bieden aan mensen met een uitkering of arbeidsbeperking. Beleid op deelmarkten met een relatie met de retail en warenmarkt Op verschillende deelmarkten heeft de gemeente Leiden al bestaand beleid. Erfgoed en cultuur

Begin 2020 is de cultuurvisie ‘De kracht van Cultuur’ vastgesteld, met de volgende 3 ambities: •

Ambitie 1 – Op Sterke Benen: de sterke culturele basisinfrastructuur heeft een kwalitatief hoogstaand, divers en inclusief aanbod.

•

Ambitie 2 – Met Hart en Ziel: In Leiden draagt cultuur bij aan het bereiken van maatschappelijke doelen. Leiden is een sociale stad: iedereen doet en telt mee.

•

Ambitie 3 – Met Kop en Schouders: Leiden onderscheidt zich (inter)nationaal met haar bijzondere weefsel van kennis en cultuur.

Erfgoed en de historische cultuur vormen uiteraard een belangrijk onderdeel van het brede cultuurdomein van Leiden. Het erfgoedbeleid is opgenomen in de Erfgoednota (2014, onbeperkt verlengd met evaluatie in 2023), met aandacht voor materieel en immaterieel erfgoed van Leiden. Hierin zijn drie hoofdambities benoemd, die aansluiten bij de ambities in de cultuurnota. Samen vormen ze een 68

stevige pijler (historische) cultuur (zie paragraaf Leiden, stad van ontdekkingen). De ambities: •

Leiden staat met al haar erfgoedkennis – en collecties nationaal en internationaal aan de top;

•

Leiden wil haar historische omgevingskwaliteit inzetten voor een aantrekkelijke, vitale en toekomstbestendige stad;

•

Leiden bruist van erfgoedbeleving voor en door bewoners en bezoekers.

Horeca

Recent is de Horecavisie 2020-2026 vastgesteld. In deze horecavisie worden 18 gebieden onderscheiden, die samen het horecagebied van de binnenstad vormen. Per gebied wordt aangegeven welke mogelijkheden er zijn voor vestiging van horecabedrijven. Hierbij is een goede afweging gemaakt tussen de specifieke kenmerken van het gebied, het toekomstperspectief en de leefbaarheid. Nieuw in deze horecavisie is de mogelijkheid om in de gebieden buiten de binnenstad, beperkt horeca te ontwikkelen die aansluit bij de behoefte van het betreffende gebied. Om het structurele tekort op het gebied van hotelaanbod op te heffen, wordt in deze visie een behoorlijke uitbreiding mogelijk gemaakt. Ter verbetering van de kwaliteit van het totaalaanbod wordt deze ontwikkeling gericht mogelijk gemaakt in die segmenten waarin een tekort is in het huidige aanbod, zoals boutique hotels en gesegmenteerde zakelijke hotels. Evenementen

Het Evenementenbeleid Leiden (2020) is met name een beheersnota en stelt de volgende ambities: •

Ambitie 1. Onderscheidend aanbod, passend bij het profiel van Leiden ‘stad van ontdekkingen’.

•

Ambitie 2. Balans tussen levendigheid en leefbaarheid

•

Ambitie 3. Duurzaam en inclusief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10951110/1