CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210147 Bijlage 1 Conceptnota warenmarkt- en retailbeleid Leiden 2021 inclusief participatieverslag

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0147 Warenmarkt en retailbeleid Leiden 202124.381 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Warenmarkt- en retailbeleid Leiden 2021 December 2021

Inhoudsopgave 1

Inleiding ................................................................................................................... 3

2

Retail in de binnenstad .......................................................................................... 6 2.1 Beleidsvoornemens voor de retail in de binnenstad ....................................... 6 2.2 Sfeergebieden in de binnenstad ........................................................................ 8 2.3 Integrale beleidsthema’s binnenstad .............................................................. 13 2.4 Beleidskeuzes ..................................................................................................... 16

3

De warenmarkt in de binnenstad ...................................................................... 19 3.1. Beleidsvoornemens voor de warenmarkt ...................................................... 19 3.2 Beleidskeuzes ..................................................................................................... 23

4

Retailstructuur ...................................................................................................... 25 4.1. Relatie met de overige retailstructuur: coherent en systematisch beleid .. 25 4.2 Beleidskeuzes ..................................................................................................... 28 4.3 Beleidskeuzes samenwerking, monitoring en uitvoering .............................. 29

Bijlagen ......................................................................................................................... 31 Bijlage 1. Toetsingskader......................................................................................... 32 Bijlage 2: Feiten en cijfers: vraag en aanbod ......................................................... 35 Bijlage 3: Evaluatie Winkelnota en Marktvisie ....................................................... 49 Bijlage 4: Beleidskader: trends en jurisprudentie ................................................. 63 Bijlage 5: Markttrends ............................................................................................. 73 Bijlage 6: SWOT ........................................................................................................ 87 Bijlage 7: Definities................................................................................................... 88 Bijlage 8: Locatieverkenning uitbreiding zaterdagmarkt ..................................... 89 Bijlage 9. Participatieverslag ................................................................................... 92

2

1

Inleiding

Retail en warenmarkt Retail en warenmarkt leveren een belangrijke economische bijdrage aan de binnenstad van Leiden. Alleen al in de detailhandel werken 2.500 mensen. De niet-dagelijkse detailhandel en de markt leveren voor 40% een bijdrage aan het bezoek aan de binnenstad. Dit betekent dat retail en markt dé belangrijkste sectoren zijn van de binnenstad en een grote bijdrage leveren aan de economie van Leiden. Reden genoeg om als gemeente expliciet aandacht aan deze sectoren te schenken. Er is veel geïnvesteerd in de binnenstad. De kwaliteit van de binnenstad is hoog. Voor het behoud van het ondernemings- en investeringsklimaat én het woon- en verblijfsklimaat is beleid voor de warenmarkt en het retailbeleid belangrijk. Dit wordt weergegeven in deze nota ‘Warenmarkt- en retailbeleid Leiden 2021’. In deze nota treft u (de actualisatie van) het gemeentelijke beleid voor de warenmarkten en retail. Deze nota volgt op de ‘Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021’ en de Marktvisie van 2017 ‘2022 Leiden, de Beste Markt van Nederland’. Ook sluit deze nota aan bij de raadsbreed aangenomen motie van 22 mei 2019 ‘De Markt van de toekomst is een geprivatiseerde markt’. Beleidsactualisatie is niet alleen nodig in verband met het aflopen van de winkelnota en de marktvisie. Ook actuele ontwikkelingen nopen tot actualisatie van beleid.

De corona-pandemie heeft voor een versnelling gezorgd in de verandering van consumentengedrag. Dit veranderende koopgedrag heeft gevolgen voor retail en warenmarkt. De groei van online aankopen zijn daar voorbeelden van. De platformeconomie en de digitalisering raken ondernemers. Met name kleine ondernemers staan voor de vraag of zij voldoende investeringsmogelijkheden hebben om online (en daardoor ook offline) mee te blijven doen. Daarnaast is de consument op zoek naar beleving. Deze ontwikkeling betekent dat de binnenstad Leiden niet kan leunen op niet-dagelijks winkelen alleen. Het creëren van een mix aan (retail)functies is belangrijk. Leiden heeft hierin een sterke uitgangspositie. De binnenstad van Leiden heeft toonaangevende (Rijks)musea, een rijk aanbod aan culturele voorzieningen en evenementen, horeca en het kernwinkelapparaat voor de stad, de regio en

3

daarbuiten. Het blijvend versterken van deze positie van de Leidse binnenstad is een urgente uitdaging. Daaraan geeft deze nota mede invulling. Deze beleidsnota dient als toetsingskader voor toekomstige retail- en warenmarktontwikkelingen en vervangt daarmee de ‘Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021’ als toetsingskader. Het nieuwe retail- en warenmarktbeleid is te zien als een beleidsuitwerking van de gestelde ambities en doelstellingen uit de Omgevingsvisie Leiden 2040, net als bijvoorbeeld de horecavisie en het evenementenbeleid waarbij de warenmarkt- en retailnota aansluit. Ook sluit deze nota aan op de structuurvisie ‘Verder met de binnenstad’.

Integrale, stadsbrede benadering Vanwege het belang van de retail en warenmarkt binnen het palet aan binnenstadfuncties is een integrale benadering belangrijk. Dat sluit aan op het karakter van de Leidse binnenstad die bekend staat om haar diversiteit aan centrumfuncties, aangevuld met evenementen en activiteiten in de openbare ruimte. Een voorbeeld hiervan is het Nieuwe Rijngebied. Hier is de warenmarkt een gast, maar het gebied is ook het ‘hart van de stad’ bij evenementen en verblijf op terrassen aan het water. Deze nota geeft een stadsbrede kijk op de retail en de warenmarkt, waarbij de binnenstad een centrale positie inneemt. De binnenstad staat echter niet op zichzelf. In deze nota wordt dan ook rekening gehouden met de relaties met de retail en met warenmarkten buiten de binnenstad, met aandacht voor boodschappenwinkelgebieden in de wijken.

Bouwstenen Bij de formulering van deze beleidsnota is gebruik gemaakt van input vanuit een aantal bouwstenen (bijlage 2 tot en met 9). Dit zijn de evaluatie van de winkelvisie en marktvisie, een overzicht van feiten en cijfers, trends en relevante jurisprudentie en markttrends. De belangrijkste conclusies zijn samengebracht in de SWOT-analyse: de sterktes, zwaktes, kansen en bedreigingen. De totstandkoming van deze nota is mede het resultaat van betrokkenheid van stakeholders in de 5 binnenstad. Zowel winkeliers als marktondernemers en inwoners van de binnenstad zijn betrokken. De manier waarop dit is gedaan treft u in het participatieverslag (bijlage 9). 4

Ambities Gemeente Leiden heeft de volgende ambitie voor de retail en warenmarkt: •

Leiden kent een toekomstbestendige retailstructuur met winkelgebieden die kunnen inspelen op de markttrends. Deze winkelgebieden bestaan uit de binnenstad, boodschappenwinkelgebieden en warenmarkten;

•

•

Leiden staat landelijk aangeschreven als aantrekkelijke winkel- en marktstad, met als ambitie Beste Markt van Nederland (De ambitie om beste Binnenstadfinalist te worden is gerealiseerd). Dat dankt de retail en warenmarkt aan het aantrekkelijke aanbod en verblijfsklimaat en aan de synergie met andere centrumfuncties. Haar kleinschalige en zelfstandige aanbod maakt Leiden uniek. Het unieke van Leiden is de totaalbeleving van een uniek aanbod in retail, markt, cultuur, kennis en horeca; De ambities worden door de samenwerking tussen de (markt)ondernemers, bewoners, gemeente en andere belanghebbenden gerealiseerd, op totaal- en op gebiedsniveau.

Belangrijkste beleidsvoornemens De belangrijkste beleidsvoornemens die in deze nota verwoord zijn, zijn de volgende. •

De winkelstructuur in de binnenstad met haar unieke retailaanbod blijft behouden. Binnen het kernwinkelgebied wordt ingezet op detailhandel en in de andere sfeergebieden blijven meer functies mogelijk. De sfeergebieden worden op onderdelen geactualiseerd. Dit wordt uitgewerkt in hoofdstuk 2 van deze nota;

•

De organisatie, locatie, inrichting en branchering van de warenmarkt in het Nieuwe Rijn-gebied wordt verbeterd door een gezamenlijke aanpak met de adviescommissie ambulante handel, gemeente en stadspartners. We zetten in op een samenwerking met alle actoren in de binnenstad. Lees hierover meer in hoofdstuk 3 van deze nota;

•

Leiden behoudt de unieke en sterke winkelstructuur met de focus op de binnenstad en boodschappencentra. Buiten deze gebieden worden nieuwe winkellocaties bij uitzondering en onder specifieke voorwaarden toegestaan.

5

2

Retail in de binnenstad

2.1 Beleidsvoornemens voor de retail in de binnenstad De binnenstad van Leiden en de warenmarkt Leiden heeft een bijzondere binnenstad. Het karakter van de binnenstad wordt gedomineerd door haar cultuurhistorische waarde. De binnenstad heeft toonaangevende (Rijks)musea, een rijk aanbod aan culturele voorzieningen en evenementen, horeca en het kernwinkelapparaat voor de stad, de regio en daarbuiten. In tegenstelling tot het Stationsdistrict is binnen de singels de ruimtelijke structuur in de afgelopen eeuwen bijna onveranderd gebleven. Prioriteit ligt bij de binnenstad, het gebied zoals in de gebiedsafbakening is weergegeven. Gebiedsafbakening binnenstad

Het Retail en warenmarktbeleid heeft betrekking op de gemeente. Daarbinnen krijgt de afgebakende binnenstad aandacht. De binnenstad wordt begrensd door de singel en het Stationsdistrict. HerenDoeza behoort ook tot de binnenstad. Figuur 1: Gebiedsafbakening binnenstad

Voor de begrenzing en aanboddata is gebruik gemaakt van de bron Locatus.

Gemeente Leiden zet in op een toekomstbestendige binnenstad, als hart van de stad en regio. Een stad met een aantrekkingskracht die verder gaat dan de retailfunctie. Dat zal de komende tijd zo blijven. In het Uitvoeringsprogramma Winkelnota 2018-2021 zijn actiepunten en maatregelen opgenomen om dit te stimuleren. Te denken valt aan de campagne ‘Trakteer jezelf op Leiden’ en ‘Liever in Leiden’. Dit uitvoeringsprogramma wordt geëvalueerd met het aanjaagteam. Daarna wordt het uitvoeringsprogramma geactualiseerd. Leiden heeft niet de ambitie om centrumfuncties buiten haar binnenstad te realiseren. Versterk de verzorgingsfunctie en sociale meerwaarde Het voorzieningenniveau in de binnenstad is er voor de bewoners van de stad en regio. Haar regiofunctie wil de gemeente versterken. Daarbovenop vervult ze een functie voor (dag)toeristen, zakelijke bezoekers en bezoekers van elders. Ook wordt de binnenstad gebruikt om te wonen, werken, studeren, te ontmoeten en te verblijven. Haar sociale en emotionele meerwaarde is groot. Vanuit het gezamenlijke belang wordt intensief samengewerkt door de stadspartners. Niet-dagelijks aanbod in winkels en op de markt behouden De binnenstad heeft binnen de gemeentelijke retailstructuur de belangrijkste verzorgingsfunctie. Door verandering van consumentengedrag is de retail aan het veranderen.

In een 24/7-economie wordt gesproken over een ‘Altijd-AllesOveral-Consument’. Altijd kan de consument iets online of fysiek kopen, iets afhalen, laten bezorgen of retourneren. Dat gedrag verandert mee met de manier waarop we wonen en ons verplaatsen, waar we werken of studeren, hoe we consumeren, en hoe we onze vrije tijd besteden. De consument neemt de regie in eigen hand, met de pandemie als een (tijdelijke) onderbreking. Maar het koopgedrag zal blijven veranderen. De retail moet daarop inspelen. Als branches, winkelgebieden en markten mee veranderen behouden zij hun marktpositie. De groei van de online bestedingen hebben de grootste effecten op de nietdagelijkse centrumbranches in retail en warenmarkten. Deze specialisten en formules worden het zwaarst getroffen. Op de warenmarkt worden de non-food kramen geconfronteerd met een minder gunstige marktdynamiek dan de foodkramen. Van belang is dat Leiden het niet-dagelijkse aanbod weet te behouden, niet door groei maar door te anticiperen op behoud of krimp. Dat kan door in te 7

zetten op een compact winkel- en marktgebied en op synergie met andere centrumfuncties.

2.2 Sfeergebieden in de binnenstad Juiste functie op juiste plaats in de binnenstad Bij vernieuwings- en investeringswensen is het belangrijk dat dit op de juiste locatie gebeurt. Zo kunnen functies elkaar versterken. En als er andere functies mogelijk worden gemaakt bij leegstaande winkelpanden dan moet overwogen worden wat de beste alternatieven zijn. Zo wordt bovengenoemde krimp in de detailhandel gecompenseerd, en kan op de juiste plek ingespeeld worden op trends. Ruimtelijk vertalen we dit naar sfeergebieden in de binnenstad, elk met een eigen karakter. Het doel van een toekomstbestendige binnenstad met een unieke totaalbeleving kan hiermee behaald worden. Dit sluit aan bij de Omgevingsvisie Leiden 2040 waarin is opgenomen dat er in de binnenstad ruimte wordt geboden aan het versterken van het huidige economische cluster, en waar mogelijk aan nieuwe economische functies die passen bij de maat en schaal van de binnenstad en bij de combinatie met de woonfunctie. De indeling van deze sfeergebieden en de mogelijkheden binnen de gebieden sluiten aan bij de ‘Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021’. Dit betekent dat het kernwinkelgebied behouden blijft voor detailhandel en dat in de andere gebieden (het zwerfmilieu, gemengd milieu, entreestraat en entreegebied), afhankelijk van het gebiedsprofiel meer functies mogelijk zijn.

Een belangrijk uitgangspunt blijft dat het kernwinkelgebied niet verder wordt uitgebreid. We willen sterk houden wat sterk is. Dit uitgangspunt combineren we ook de komende jaren met de sturing op aanvullende bestemmingen voor andere winkelstraten, zodat er tussen beide een aantrekkelijke overloop ontstaat. Dit zorgt voor een kerngebied met daaromheen een tweede schil (zwerfmilieu of gemengd milieu) die de entrees en verbinding naar de kern van de binnenstad vormen. Dit resulteert in een sterke en compacte binnenstad. De typologie van de sfeergebieden die we hanteren heeft de definities uit de ‘Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021’ als uitgangspunt. Op onderdelen 8

wordt dit aangepast of aangevuld. Deze wijzigingen worden in onderstaand gedeelte per type sfeergebied benoemd. Deze nota vervangt hiermee de ‘Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021’ en dient hiermee als nieuw te hanteren toetsingskader in geval van nieuwe vergunningsaanvragen (zie bijlage 1 van deze nota voor het toetsingskader). Deze nota beschrijft namelijk per winkelgebied in hoeverre er ruimte is voor andere functies die de winkels aanvullen. Het college kan op basis hiervan medewerking verlenen aan aanvragen voor omgevingsvergunningen die niet passen in het bestemmingsplan. Uiteraard vraagt dit bij elke aanvraag om een bredere toetsing dan vanuit deze economische invalshoek, er dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening. Plattegrond sfeergebieden

In onderstaande plattegrond worden de sfeergebieden inclusief bronpunten ruimtelijk weergegeven.

Toelichting sfeergebieden De sfeergebieden kunnen als volgt onderstaand worden getypeerd. 9

Kernverblijfsgebied

Het kernverblijfsgebied is het economische hart van de binnenstad, het is het drukst bezochte gebied waar de meeste bestedingen plaatsvinden en bezoekers het langst verblijven. Het kernverblijfsgebied wordt gevormd door het kernwinkelgebied en het zwerfmilieu. Kernwinkelgebied

Het kernwinkelgebied is de kern van de binnenstad waar detailhandel de overhand heeft. De consument gaat naar het kernwinkelgebied toe om bekende retailketens en sterke Leidse winkels te bezoeken. In de plint zijn alleen winkels, zelfstandige daghoreca en ondergeschikte horeca te vinden. Het kernwinkelgebied omvat een deel van de Haarlemmerstraat, Aalmarkt, Breestraat en verbindingsstraten: het hoofdwinkelcircuit. Van belang is dat de Haarlemmerstraat aansluiting houdt met de Breestraat, daar waar beide winkelstraten het dichtst bij elkaar liggen met de zone Aalmarkt, Nieuwe en Stille Rijn als scharnierpunt. Om de negatieve uitstraling te beperken van panden die tijdelijk leeg komen te staan, wordt het mogelijk om met een tijdelijke vergunning van maximaal één jaar ook in het kernwinkelgebied een galerie of atelier te vestigen. Deze tijdelijke vergunning kan indien nodig nog één keer worden verlengd. Hierbij geldt als voorwaarde dat ze vrij toegankelijk zijn voor het winkelend publiek tijdens de normale winkelopeningstijden. Het is niet toegestaan om ondergeschikte of ondersteunende horeca te voeren in deze tijdelijke galeries/ateliers. Publieksgerichte dienstverlening wordt in uitzonderlijke gevallen toegestaan in panden met bestemming Centrum en GD-2 mits deze ondergeschikt is aan, maar duidelijk is verbonden met de hoofdfunctie detailhandel.

Voorwaarde is dat het dienstverleningsdeel max 30% van de netto bedrijfsvloeroppervlakte beslaat en er vanaf straatniveau een uitstraling is vanuit de hoofdfunctie. Het ondergeschikte deel ligt dus verderop in de winkel. Voorbeeld: een reparatieservice binnen een fietswinkel. De wenselijkheid wordt per aanvraag bekeken, waarbij getoetst wordt of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

10

Zwerfmilieu

Het zwerfmilieu is een aanvulling op het kernwinkelgebied. Hier vindt echter meer functiemenging plaats tussen winkels, galeries, ateliers, zelfstandige en ondergeschikte horeca en consumentverzorgende bedrijven en dienstverlening dan in het kernwinkelgebied. Het is het gebied rondom de Nieuwe Rijn met de warenmarkt op woensdag en zaterdag, Breestraat-Zuid en tussenstraten en uitloopstraten, Hooglandse Kerk en omgeving in Pancras, entree Pieterskwartier, Stille Rijn. Het accent ligt op lokale MKB-ondernemers, ondersteund door filiaalbedrijven. Dit zwerfmilieu ontwikkelt zich tevens in westelijke richting verder door de Apothekersdijk toe te voegen, een verruiming ten opzichte van de Winkelnota 2018-2021. De compacte uitstraling van het winkelgebied zal worden verbeterd door de twee winkelstraten Haarlemmerstraat en Breestraat natuurlijker met elkaar te verbinden door de Apothekersdijk als zwerfmilieu op te nemen in de winkelstructuur. Dit betekent extra ruimte voor consumentverzorgende bedrijvigheid en dienstverlening voor de eerste acht panden van de Apothekersdijk vanaf de Prinsessekade. Economische functies in panden met een woonbestemming zijn niet toegestaan. Voor de overige panden aan de Apothekersdijk tot aan de Kippenbrug zijn volgens het bestemmingsplan naast wonen economische functies reeds toegestaan.

Voor horecafuncties heeft de toevoeging van de Apothekersdijk aan het zwerfmilieu geen consequenties: hierin wordt de horecavisie gevolgd waarin is vastgelegd dat in dit gebied twee horecavestigingen kunnen worden toegevoegd op het gebied van lunchroom of restaurant. Gemengd Milieu

We betrekken de straten van het Pieterskwartier waarin economische functies gevestigd zijn als ‘Gemengd Milieu’ bij de winkelstructuur, zonder extra functies toe te staan. Deze straten zijn met een onderbroken blauwe lijn gearceerd in de overzichtskaart. Met deze toevoeging krijgen de ondernemers in dit gebied meer waardering in de rol die ze spelen in dit stadsdeel dat een belangrijke aantrekkingskracht heeft op bezoekers. Het geven van een eigen identiteit binnen de winkelstructuur biedt de ondernemersvereniging mogelijkheden om het gebied te positioneren en de onderlinge samenwerking te verbeteren. Omdat er in dit gebied, naast de aanwezige retail, relatief veel gewoond wordt, zullen hier geen uitbreidingen vanuit de retailvisie mogelijk worden gemaakt t.o.v. het bestemmingsplan. Hiermee wordt het leefklimaat gerespecteerd en 11

gewaardeerd als een belangrijk onderdeel van het Pieterskwartier. Tevens worden aan het gemengd milieu nog twee straatdelen toegevoegd. Het betreft de delen van de Nieuwstraat en de Nieuwe Rijn die gelegen zijn tussen de Hartensteeg en de Hooigracht. Door de herinrichting van de Hooigracht, de kwaliteitsslag die daarmee is gemaakt en de toekomstige stopplaats van het HOV bij deze straatdelen vormen ze een natuurlijke ingang naar het zwerfmilieu. De huidige invulling van de panden vraagt niet om extra uitbreiding van economische functies. Daarom worden deze twee straten vooralsnog opgenomen in het gemengd milieu. Ook de Hooglandse Kerksteeg wordt toegevoegd aan het zwerfmilieu. Entreegebied

Het entreegebied vormt de entree van het kernverblijfsgebied. De bezoeker ervaart in de entreestraten kwaliteit en gastvrijheid. De gemeente zet in op een beperking van het auto- en busverkeer bij het entreegebied. In dit gebied is er sprake van een grote functiemenging van winkels, horeca, dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kleinschalige bedrijvigheid en ook wonen is hier mogelijk. Hierdoor zorgen we voor een aaneengesloten geheel van functies. In deze nota worden de Prinsessekade, Kort Rapenburg, Breestraat Noord en een deel van de Lammermarkt toegevoegd aan het entreegebied. Entreestraat

Een onderdeel van de winkelstructuur vormt de Haarlemmerstraat-Oost tussen de Hooglandse Kerksteeg en de Pelikaanstraat. In de Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021 wordt dit gebied (dat voorheen tot het kernwinkelgebied behoorde) aangemerkt als broedplaats van nieuw ondernemerschap en worden functies als creatieve bedrijvigheid en creatieve dienstverlening mogelijk gemaakt. Hier is consumentverzorgende dienstverlening aan toegevoegd. Om de Haarlemmerstraat-Oost sterker te positioneren als broedplaats van nieuw ondernemerschap worden in deze nota alle vormen van (publieksgerichte) dienstverlening mogelijk gemaakt aangevuld met creatieve bedrijvigheid. Wonen in de plint blijft niet mogelijk. Wel wordt onderzocht of er voor dit deel van de Haarlemmerstraat een reductie mogelijk is van vierkante meters detailhandelsoppervlakte, waarbij er een transformatie naar wonen mogelijk wordt gemaakt, bijvoorbeeld door de oppervlakte voorin het pand te gebruiken als atelier en achterin als appartement. 12

Herendoeza

De Herenstraat en de Doezastraat behouden hun aparte geografische en functionele positie. Qua karakter positioneren de straten zich als ‘dorp in de binnenstad’. Ze zijn voor de consument een plek voor dagelijkse boodschappen en een plek waar specialistische winkels doelgericht worden bezocht. De vestigingsmogelijkheden voor de Herenstraat worden daarmee gedefinieerd door het bestemmingsplan ‘Zuidelijke Schil’, en de Doezastraat door het bestemmingsplan ‘Binnenstad’. Voor bovengenoemde sfeergebieden geldt het volgende: panden gelegen op kruispunten van sfeermilieus, met het postadres in het ene milieu, maar een hoofdgedeelte van de etalageuitstraling in het andere milieu, kunnen gebruik maken van de economische functies van het sfeergebied met de ruimste mogelijkheden (Hierbij is het kernwinkelgebied uitgezonderd). Dit wordt per aanvraag bekeken, waarbij getoetst wordt of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

2.3 Integrale beleidsthema’s binnenstad Integrale benadering en autonome ontwikkeling Leiden kiest voor versterking van de binnenstad als economisch cluster. Leiden kiest ook voor kwaliteit. Ze schept de noodzakelijke randvoorwaarden en benut haar (cultuur)historische kwaliteiten als Stad van Ontdekkingen. Aangesloten wordt bij het uitvoeringsprogramma binnenstad, waarin vitaliteit, leefbaarheid, duurzaamheid en mobiliteit centrale thema’s zijn. In deze nota benoemen we de volgende thema’s: •

Vitaliteit en Leefbaarheid: we sluiten hierbij onder andere aan op het programma binnenstad, waarin reeds diverse inspanningen worden uitgevoerd en gecontinueerd om de leefbaarheid (van de openbare ruimte) in de binnenstad te behouden en te bevorderen.

•

Duurzaamheid: energie(labels), circulariteit en klimaatadaptatie, met als voorbeelden CO2-neutraal en emissievrije stadslogistiek. Er is aandacht nodig voor extra logistiek dankzij afvalstromen zoals bij statiegeld op plastic (en straks blikjes): winkels moeten die stromen retourneren;

•

Mobiliteit, autoluw: de manier waarop bezoekers op een duurzame manier naar Leiden komen, is onderdeel van de autoluwe agenda. De 13

ambitie is om bezoekers meer met de fiets en het OV naar Leiden te laten komen dan nu het geval is. Dit gebeurt onder andere door het verbeteren van de regionale fietsroutes en door te zorgen voor veilige fietsenstallingsmogelijkheden. Voor het OV zorgen we voor betrouwbare routes en haltes die op loopafstand van de belangrijke voorzieningen liggen. Vanaf het Centraal Station is een aantrekkelijke route voor voetgangers en fietsers door de stad. Als bezoekers met de auto komen, kunnen zij terecht in de garages aan de rand van de binnenstad of in hubs aan de rand van de stad van waar zij comfortabel het laatste deel van hun reis met collectief vervoer of deelvervoer voortzetten. Naast de aandacht voor schoon, gezond en gedeeld vervoer van bezoekers naar de stad zet de gemeente ook in op beperking van autoverkeer in het centrum. Met deze maatregelen kunnen bezoekers en bewoners meer genieten van het historische centrum. Het voetgangersgebied wordt in de toekomst uitgebreid vanaf het station naar het hart van de stad en rondom de twee kerken; Daar komen thema’s bij als: •

Onderhoudsniveau: een goed onderhoudsniveau, beperking van afval, meer groen, en goede handhaving voor een veilig verblijfsklimaat;

•

Ondermijning: onderdeel van het bevorderen van de samenwerking tussen de stadspartners is de aanpak van ondermijning. Bijvoorbeeld door het aanbieden van een cursus ‘Herkennen van signalen van ondermijning’ aan de stadspartners is het mogelijk vroegtijdig deze signalen te melden. Dergelijke signalen dragen bij aan het ondermijningsbeeld van de stad en kunnen aanleiding vormen voor nader onderzoek door de gemeente, zodat waar nodig en mogelijk ingegrepen en gehandhaafd kan worden. De gemeentelijke ‘Aanpak Ondermijning’ wordt voortgezet.

•

Inclusie: iedereen kan meedoen (VN-verdrag Handicap), met aandacht voor toegankelijkheid voor mensen met een beperking, voor ouderen e.d. (mogelijke deelname van Leiden aan landelijk programma MKB Toegankelijke Routes in 2022).

Het is de ambitie om de binnenstad toekomstbestendiger te maken vanuit de diversiteit van deze terreinen en de daaraan verbonden opgaves. Het zijn overkoepelende thema’s die niet eindigen aan de rand van de binnenstad maar 14

de hele stad aangaan, inclusief de regio. Zo wordt het programma MKB Toegankelijke routes uitgeprobeerd in de wijkwinkelcentra. Emissievrije stadslogistiek in de binnenstad is een pilot waarin Leiden participeert. Hiermee werken we aan doelstellingen om richting 2025 emissievrije stadslogistiek in de binnenstad te realiseren en komen we klimaatdoelen op lokaal, regionaal en nationaal niveau tegemoet. Diverse initiatiefnemers zijn al actief in Leiden met emissievrij vervoer voor bevoorrading en retourstromen. Het gaat daarbij niet alleen om schoon (elektrisch, waterstof), maar ook efficiënt vervoer (minder vervoerbewegingen en liefst kleinschalige voer- of vaartuigen). Er ligt een relatie met andere vormen van duurzaam vervoer over de weg, het water en door de lucht die dan ook hun bijdrage zullen moeten leveren. Op de thema’s in de genoemde opsomming kunnen de doelen het beste worden behaald bij gebiedsontwikkelingen en projecten, en veel minder bij een individuele benadering van ondernemers en eigenaren. Leefbaarheid In de Omgevingsvisie Leiden 2040 is aangegeven dat de binnenstad een van de belangrijkste economische clusters is. En dat de binnenstad samen met de deelgebieden Spoorzone (inclusief stationsgebied), Innovation District Leiden Bio Science Park en de grote Lammerschansdriehoekdeelgebieden het meest dynamische en stedelijke deel en het hart van de stad vormen.

Binnen het gebied is de balans tussen rust en reuring een belangrijke waarde. De retail en warenmarkt zijn vaste gebruikers van de binnenstad en vormen samen een belangrijk onderdeel van de bezoekerseconomie. Beide sectoren zullen er naar verwachting niet toe leiden dat de totale ‘levendigheid en reuring’ opeens sterk zal toenemen waarmee de overlast en leefbaarheid onder druk komen te staan. Dat speelt wel bij andere sectoren zoals evenementen of uitgaansfuncties. Alleen als een warenmarkt - in aantal dagen - wordt uitgebreid volgen er mogelijke effecten op de omgeving, met leefbaarheidsaspecten tot gevolg. Van structurele uitbreiding is echter geen sprake. Zowel de retail als de warenmarkt zal anticiperen op de marktontwikkelingen, passend bij de dynamiek van de binnenstad. In verband met veiligheid en fysieke ruimte moet wel oog blijven voor (extra) gebruik van openbare ruimte en toe- en afvoerwegen, zoals bij bevoorrading van winkels, bij grotere marktwagens en voertuigen, en bij afhalen / bezorgen. 15

Bronpunten en binnenstadsupermarkten aan de centrumring en singel Aan de rand van het centrum liggen bronpunten voor autoparkeren en openbaar vervoer. Daarin treden regelmatig veranderingen op door investeringen in garages of verleggen van buslijnen, voor overslag van goederen en door de ontwikkeling van het Stationsdistrict. Een stadsboulevard van en naar de historische binnenstad is cruciaal: voor langzaam vervoer (en openbaar vervoer te gast). Het voornemen is de bezoekersparkeerplaatsen in de binnenstad en stationsomgeving voor het overgrote deel om te zetten naar parkeerplaatsen voor vergunninghouders. Op strategische locaties worden parkeerplaatsen ingericht waar een maximale parkeerduur gaat gelden. Bezoekers van de binnenstad dienen te parkeren in de garages. Hierdoor ontstaat minder zoekverkeer in de binnenstad. Fietsenstallingen dienen in het centrum te liggen, om de loopafstand van de fiets naar het centrum te beperken. Aan de centrumring en singel liggen meerdere binnenstadsupermarkten die belangrijk zijn als dagelijkse voorziening voor centrumbewoners en -bezoekers. Deze supermarkten moeten goed bereikbaar blijven. Supermarkten versterken de bronpuntfuncties voor het binnenstadsbezoek. Een goed functioneren van bronpunten en stegen is belangrijk voor de totaalbeleving van de binnenstad. De verbindingsfunctie die de stegen hebben, kan worden geoptimaliseerd.

Te denken valt bijvoorbeeld aan de stegen Pieterskerk-Choorsteeg, de Catharinasteeg, de Diefsteeg en de Vrouwensteeg. Dit geldt ook voor de bronpunten in de binnenstad. Daarom stellen we actieplan(en) op voor het verbinden van stegen – en bronpunten. Dit doen we binnen de (financiële) mogelijkheden die er zijn. Hierbij worden belanghebbenden in de stad en andere disciplines integraal bij betrokken. Per steeg en bronpunt worden de mogelijke acties en de financieringsmogelijkheden afgewogen.

2.4 Beleidskeuzes •

Leiden voert een consequent beleid bij de versterking van retail en warenmarkten in de stad. Dat is in lijn met het regionale en provinciale beleid. De accentverschuiving van groei naar behoud tot mogelijke krimp in de binnenstad werkt door naar het concentratiebeleid voor retail en voor markten in de overige delen van de stad. Prioriteit ligt bij de 16

historische binnenstad. Omdat de binnenstad van Leiden ook een sterke boodschappenfunctie heeft voor retail en warenmarkt wordt consequent beleid gevoerd om te anticiperen op de dienstenrichtlijn. •

Retail en warenmarkt worden in samenhang behandeld. Er wordt rekening gehouden met de relaties met andere consumentverzorgende functies.

•

Het Uitvoeringsprogramma Winkelnota 2018-2021 met haar actiepunten en instrumentarium zoals stimuleringsmaatregelen wordt geëvalueerd met het aanjaagteam. Daarna wordt het uitvoeringsprogramma geactualiseerd voor de jaren vanaf 2021. Daarbij vindt verbreding plaats met de markten en de boodschappenwinkelgebieden en worden de nieuwe prioriteiten en budgetten verantwoord; Met stadspartners en conform het programma Social Impact Team wordt de steun aan ondernemers die door de corona pandemie in zwaar weer zijn gekomen voortgezet.

•

Aan de sfeergebieden wordt het volgende gewijzigd ten opzichte van de ‘Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021’:

•

In het kernwinkelgebied worden bij leegstand onder voorwaarden tijdelijke vergunningen voor galeries en ateliers toegestaan;

•

Aan het zwerfmilieu wordt de Apothekersdijk toegevoegd; -

De Haarlemmerstraat-Oost wordt een entreestraat;

-

Het Pieterskwartier wordt toegevoegd aan het gemengd milieu zonder dat er functieverruiming mogelijk is;

-

De Hooglandse Kerksteeg wordt toegevoegd aan het gemengd milieu zonder dat er functieverruiming mogelijk is;

-

Tevens worden de delen van de Nieuwstraat en de Nieuwe Rijn die liggen tussen de Hartesteeg en de Hooigracht toegevoegd aan het gemengd milieu zonder dat er functieverruiming mogelijk is;

-

Het entreegebied wordt doorgetrokken naar het zwerfmilieu van de Breestraat. Hierdoor worden de Prinsessekade, Kort Rapenburg en Breestraat-Noord toegevoegd aan het entreegebied. Tevens wordt een deel van de Lammermarkt toegevoegd. Het entreegebied omvat verder

de

straten

Stationsweg,

Steenstraat,

Morsstraat,

Beestenmarkt, Nieuwe Beestenmarkt, de Lange Mare en de Turfmarkt;

17

-

Haarlemmerstraat-Oost tussen de Hooglandse Kerksteeg en het Pelikaanplein: er vindt een transformatie plaats van zwerfmilieu naar entreestraat.

•

Er wordt ingezet op aantrekkelijke bronpunten en toekomstbestendige supermarkten aan de rand van de binnenstad zodat de binnenstad voor elke doelgroep toegankelijk is. De verbindingen van en naar de binnenstad vanaf het Stationsdistrict zijn cruciaal.

•

Er wordt ingezet op een actieplan stegen en bronpunten in de binnenstad. Dit doen we binnen de (financiële) mogelijkheden die er zijn. Allereerst vindt een inventarisatie plaats voor welke steeg en bronpunt een actieplan gewenst is. Vervolgens worden per steeg en bronpunt acties en financieringsmogelijkheden afgewogen. Hierbij worden belanghebbenden in de stad en andere disciplines integraal betrokken. Ook Centrummanagement wordt hierbij betrokken.

18

3

De warenmarkt in de binnenstad

3.1. Beleidsvoornemens voor de warenmarkt De warenmarkt heeft een belangrijke functie in het Nieuwe Rijngebied: op woensdag inclusief een biologische markt, en op zaterdag de warenmarkt. Uniek is dat de markt enkelzijdig is, met aan de ‘overkant’ winkels, horeca en terrassen. De warenmarkt is afhankelijk van de openbare ruimte. Die ruimte wordt door diverse doelgroepen gebruikt: door ondernemers en bezoekers, voor verblijf, evenementen, expeditie, hulpdiensten, groenvoorzieningen etc. Met de uitwerking van bijvoorbeeld de autoluwe inrichting van het Nieuwe Rijngebied dient rekening gehouden te worden met het veranderende gebruik van de openbare ruimte. Dat geldt ook voor de warenmarkt. Uit participatie met stadspartners blijkt dat de meerderheid de markt in het Nieuwe Rijngebied wil behouden. Ook uit het Doe.mee-traject komt behoud van de markt aan de Nieuwe Rijn als lichte voorkeur naar voren (zie participatieverslag). De opgave om de markt in het Nieuwe Rijngebied te behouden wordt echter groter. Marktondernemers willen inspelen op trends en ontwikkelingen. Hun professionalisering zet door, met schaalvergroting van kramen en verkoopwagens, met uitstallingen, marktterras, meer ruimte achter de kraam, en met moderne voertuigen voor op- en afbouw. Dit kan leiden tot toenemende frictie met de huidige regelgeving (de vigerende verordening).

Vernieuwingswensen zijn er ook bij de aangrenzende detailhandel en horeca. Ook zij willen zich profileren in de openbare ruimte. Omdat deze detailhandelsen horecafuncties op zaterdag ruimte ook met marktondernemers moeten delen, wordt de druk op de openbare ruimte rond het marktterrein groter. De druk op de openbare ruimte neemt dus toe. De doorstroming naar andere kramen en naar detailhandel, horeca en terras(boten) wordt belemmerd. In individuele gevallen weet een marktondernemer de doorstroming met de (horeca)ondernemer zelf op te lossen. Op totaalniveau is dat echter niet het geval. Veiligheid en comfort van bezoekers en omwonenden komt daarmee in het geding. Terugkijkend naar de Marktvisie 2017 en haar Ondernemingsplan is de ruimtelijke strategie van de warenmarkt daarom het belangrijkste aandachtspunt. Er zijn twee oplossingen mogelijk om de druk op de markt te verminderen. Dit is op korte termijn het oplossen van knelpunten op het huidige

19

marktterrein, en op lange termijn de uitbreiding van het marktterrein zodat de druk op de openbare ruimte afneemt. Oplossen van knelpunten op het huidige marktterrein Bij het op korte termijn aanpakken van de knelpunten wordt gedacht aan het reguleren van wachtrijen voor klanten, bijvoorbeeld door middel van linten of hekjes of met inzet van personeel. Op die manier wordt een middenpad gegarandeerd voor de doorstroming en wordt aan passanten en aan bewoners de ruimte geboden. Als een paar marktondernemers van plaats verwisselen en anderen opschuiven wordt een deel van de problematiek al opgelost. Het creëren van oplossingen gebeurt in overleg met de horeca- en retailfuncties in de plint. Het aanpakken van de knelpunten vraagt om praktische oplossingen die haalbaar en handhaafbaar zijn. Dit is een opgave waarbij de gemeente de adviescommissie ambulante handel om advies vraagt. Als deze aanpak onvoldoende soelaas biedt, is een ruimtelijk herinrichtingsplan voor de huidige locatie noodzakelijk. Dit leidt tot een betere verdeling van trekkers en branches over de markt: op zaterdag worden de branches dan beter gemixt. Marktondernemers met drukke standplaatsen krijgen extra ruimte voor de kraam om hun klantenaantallen te verwerken. Andere (vrije) standplaatsen worden opgeschoven of verplaatst, bij voorkeur naar een locatie met een vergelijkbare standkwaliteit.

Dit zal een puzzel worden, zeker als rekening gehouden wordt met de logistieke operatie van op- en afbouw van de markt. De adviescommissie ambulante handel wordt hierbij om een advies gevraagd. Uitbreiding marktterrein Op langere termijn ligt de uitbreiding van het marktterrein voor de hand. Het doel van uitbreiding van het marktterrein is om de drukte van het bestaande marktterrein te spreiden en de marktondernemers, aanwezige retail en horeca meer ruimte te geven. Op deze manier ontstaat een combinatie van markt, horeca, en retail waarbij deze functies elkaar versterken. Doel is niet om het aantal marktondernemers uit te breiden. Voor de uitbreiding van het marktterrein is in overleg met de adviescommissie ambulante handel een aantal omringende locaties beoordeeld. (zie bijlage). Aandachtspunten zijn: •

Circuitvorming op het marktterrein: routing en directe aansluiting op het huidige achtje; 20

•

Aansluiting op overige centrumfuncties: dan kunnen de markt en overige functies van elkaar profiteren. Zo niet, dan zal er te weinig toeloop zijn en ontstaat een zwakker deel van het marktterrein;

•

Bezonning: voldoende bezonning en licht levert een bijdrage aan een prettig verblijfsklimaat;

•

Voldoende fysieke ruimte en toegankelijkheid: dit is een basiseis om het marktterrein uit te kunnen breiden.

De voorkeur gaat uit naar expansie in het Nieuwe Rijn-gebied in westelijke richting: omgeving Stille Rijn - Aalmarkt via een extra lus. Uitbreiding van de markt dient te leiden tot een integrale versterking van het totale gebied. Uitbreiding dient daarom plaats te vinden in overleg met de stadspartners. Dat zijn naast de adviescommissie ambulante handel de detailhandel, horeca, omwonenden, hulpdiensten en gemeente. De uitbreiding is een opgave, waarvan de praktische haalbaarheid in het oog moet worden gehouden. Dit komt bijvoorbeeld door de aanwezigheid van woningen in het gebied. Maar ook de handhaafbaarheid, bijvoorbeeld voor het autovrij maken van het expansiegebied als er markt plaatsvindt is een aandachtspunt. Markt-klantstrategie Op het vlak van de markt-klantstrategie zijn stappen gezet door de promotiecommissie van de centrummarkt. Volgens een enquête onder de marktondernemers gebeurt er echter nog te weinig op het gebied van extra promotie-uitingen, marktactiviteiten, vermaak e.d. Dat geldt ook voor de versterking van de kwaliteit en diversiteit van de branchering, acquisitie van nieuw ondernemerschap in complementaire branches, upgrade van kramen e.d. Deze onderdelen staan beschreven in de Marktvisie 2017 in het Ondernemingsplan op één A4. Ze worden meegenomen in het uitvoeringsprogramma van het nieuwe warenmarktbeleid.

Het is van belang om de markt-klantstrategie integraal op te pakken met de stadspartners zodat centrumfuncties elkaar versterken. Organisatorische strategie De zaterdagmarkt van Leiden wil graag de beste markt van Nederland zijn. De beste markt vraagt om een organisatorisch verbetertraject. De markt moet professioneler, zakelijker c.q. commerciëler gerund worden. De associatie met 21

een openlucht warenhuis mag nog steeds gemaakt worden, met een variatie aan branches, een goede routing, waar knelpunten gezamenlijk worden opgelost en marktkansen worden verzilverd. Privatisering nog niet aan de orde Privatisering van de markt is een organisatievorm waarbij de marktondernemers zelf de markt organiseren. Daar wordt niet op ingezet. Allereerst omdat uit een onderzoek onder marktondernemers blijkt dat draagvlak voor privatisering ontbreekt. Een meerderheid van de geënquêteerden staat negatief tegenover verzelfstandiging van de markt. De basisvoorwaarden voor privatisering zijn namelijk niet op orde. Hierbij moet gedacht worden aan het onvoldoende naleven van regels, een matige doorstroming van bezoekers en het beperkt uitvoeren van het vigerende ondernemersplan door de marktondernemers. Het karakter van de Leidse weekmarkt maakt dat de kans van slagen van privatisering op voorhand laag is. De weekmarkt is geen afgesloten plein zoals in veel steden, maar is een onderdeel van een gebied waarin ook andere functies, zoals detailhandel, horeca en wonen, samenkomen. Hierdoor is overleg, afstemming en het maken van afspraken met alle belanghebbenden in de binnenstad (inclusief hulpdiensten) complex en intensief. Daarom laten we dit niet volledig over aan marktondernemers.

Uiteraard vindt wel intensieve afstemming plaats met de marktondernemers, bijvoorbeeld via de adviescommissie ambulante handel. Vernieuwing marktregels Het college treedt in overleg met de adviescommissie ambulante handel over vernieuwing van de marktregels. Er wordt kritisch gekeken naar de huidige regels. De regels worden geëvalueerd, en indien nodig worden de regels aangepast en verduidelijkt. Voorbeelden zijn de persoonlijke inname van standplaatsen (vervangingspas voor leidinggevende), voorwaarden voor voertuigen op marktterrein, uitstallingen / parasols / stoepborden etc. Bij een zakelijke en professionele markt hoort een ander selectiestelsel. Een denkrichting is het benoemen van een onafhankelijke selectiecommissie die zich inzet voor acquisitie en inpassing van nieuw ondernemerschap: marktondernemers kunnen dan ‘solliciteren’ naar een standplaats, aanvullend op het anciënniteitenstelsel. 22

De ambulante handel heeft ook te maken met gewijzigde regels. De dienstenrichtlijn en de schaarse vergunningen zijn het belangrijkst. Daarbij gaat het om het recht van een marktondernemer om op een markt te mogen staan. In de verkenning tot het opstellen van nieuwe regels wordt dit meegenomen. Hierbij wordt rekening gehouden met een verplichting tot het invoeren van een vorm van tijdelijke vergunningen. Marktondernemers willen hun rechten zo veel mogelijk behouden, de belangen zijn immers groot. De terugverdientijd van investeringen en het belang van vast personeel wegen voor marktondernemers zwaar. De Leidse markt ontkomt echter niet aan de eisen van de Dienstenrichtlijn. Vergunningen voor bepaalde tijd zijn niet alleen een beperking voor een marktondernemer. Ze scheppen ook kansen om de markt te vernieuwen. Onderwerpen als duurzaamheid, klimaat en energie komen daar nog bij: daarvoor is maatwerk noodzakelijk voor de ambulante handel. Onderzoek gebiedsmanagement Nieuwe Rijngebied De toezichthoudende functie vraagt om structurele aandacht. Voorheen werd dit uitgevoerd door de marktmeester, nu door BOA’s. Zoals eerder naar voren kwam, is de locatie van de weekmarkt een complex gebied waar veel functies samenkomen. In het ondernemingsplan 2017 wordt een kwartiermaker geadviseerd die ook een herinrichtingsplan kan faciliteren.

Onderzocht wordt of in het verlengde van centrummanagement capaciteit kan worden gereserveerd voor een onafhankelijke gebiedsmanager die de belangen van alle functies in het Nieuwe Rijngebied bij elkaar brengt. De gebiedsmanager zorgt voor een goed functioneren van warenmarkt, retail en horeca. Voorbeelden hiervan zijn het begeleiden van praktische oplossingen voor het functioneren van de markt en het begeleiden van de uitbreiding van het marktgebied. Bij het onderzoek dient onder andere aandacht te zijn voor de reikwijdte en het mandaat van de functie.

3.2 Beleidskeuzes •

De gemeente gaat in 2022 met de adviescommissie ambulante handel in gesprek om advies te krijgen voor een herinrichtingsplan voor het bestaande marktterrein. Dit herinrichtingsplan is bedoeld om de openbare ruimte op de huidige locatie van de markt beter te gebruiken voor de 23

•

•

•

•

doorstroming en overige functies in het gebied: veiligheid en toegankelijkheid zijn randvoorwaarden. De nieuwe autoluwe inrichting van het Nieuwe Rijngebied wordt hierin meegenomen. De adviescommissie wordt gevraagd oplossingen te adviseren voor de reguliere opstelling van de kramen in het Nieuwe Rijngebied; Voor de periode na 2022 wordt de uitbreiding van het marktterrein onderzocht om zo de drukte en doorstroming beter te spreiden en standplaatshouders meer ruimte te bieden; Marktregels worden geëvalueerd en zo nodig aangepast en verduidelijkt zodat ze aansluiten op de praktijk en helder zijn voor de handhaving: - Selectiecommissie voor acquisitie en inpassing van nieuw ondernemerschap - Schaarse vergunningen - Voor onderwerpen als duurzaamheid, klimaat en energie is maatwerk noodzakelijk zodat de ambulante handel daaraan haar bijdrage kan leveren. Er volgt een onderzoek naar een gebiedsmanager die zorgt voor een goed functioneren van de warenmarkt en alle overige functies in het Nieuwe Rijngebied; Verzelfstandiging is nog niet gewenst omdat eerst de genoemde knelpunten moeten zijn opgelost. Ook staan nog andere actiepunten open van het Ondernemingsplan. Als die worden aangepakt wordt er gestreefd naar een bedrijfsmatig gerunde en professionele warenmarkt in goede samenwerking met de omliggende functies.

24

4

Retailstructuur

4.1. Relatie met de overige retailstructuur: coherent en systematisch beleid Het retail- en warenmarktbeleid voor de binnenstad heeft relaties met de overige retail- en warenmarktlocaties in de gemeente. Het is daarom belangrijk dat er consequent beleid wordt gevoerd voor retail en warenmarkten. Dit verdient specifieke aandacht omdat de binnenstad een belangrijke functie vervult voor de dagelijkse voorzieningen. De helft van alle dagelijkse winkels ligt in de binnenstad, met inbegrip van een tiental supermarkten. En naast de centrummarkt zijn er nog drie warenmarkten op wijkniveau. Zo is er een onderlinge afhankelijkheid in de dagelijkse voorzieningen. Detailhandels- en warenmarktontwikkelingen in en buiten de binnenstad dienen op elkaar afgestemd te worden. Retailvisie Leidse regio 2025 In de Retailvisie Leidse regio 2025 zijn afspraken vastgelegd over de regionale detailhandelstructuur, gebaseerd op de verwachte behoeftes van de consument in 2025. In deze visie is een onderscheid gemaakt tussen recreatieve winkelgebieden (onder andere het centrum van Leiden), doelgerichte winkelgebieden (’t Heen in Katwijk, de Baanderij en WOOON in Leiderdorp en Rijneke Boulevard in Zoeterwoude), secundaire aankooplocaties (Leiden Bio Science Park en Leiden centraal station) en de boodschappenwinkelgebieden (zie onderstaand).

Ook het karakter en de functies van de winkelgebieden worden in deze visie beschreven, met het centrum van Leiden als bovenregionale binnenstad en de boodschappenwinkelgebieden met hun wenselijke retailstructuur. Gebieden die buiten deze structuur vallen, worden niet versterkt. Deze nota sluit aan bij de Retailvisie Leidse regio 2025 en de afspraken die daarin zijn vastgelegd. Dit betekent dat het beleid gericht is op versterking van de winkelgebieden die onderdeel uitmaken van de regionale detailhandelstructuur. Mochten er als gevolg van herontwikkeling van gebieden nieuwe boodschappenwinkelgebieden noodzakelijk zijn, dan is de inzet erop gericht deze onderdeel uit te laten maken van de regionale detailhandelstructuur. Boodschappenwinkelgebieden Gemeente Leiden heeft de volgende boodschappenwinkelgebieden. 25

•

Luifelbaan: warenmarkt op dinsdagmorgen;

•

Diamantplein;

•

Wagnerplein;

•

Stevensbloem: warenmarkt op donderdag;

•

Kopermolen: warenmarkt op vrijdag;

•

Kooilaan;

•

Meerburg;

•

Lammenschansdriehoek (multifunctioneel waaronder boodschappen).

Deze opsomming van gebieden wordt in de Omgevingsvisie 2040 Hart van de Wijk genoemd, met uitzondering van Lamerschansdriehoek (en Herenstraat en Doezastraat, behorend bij de binnenstad). Het Hart van de Wijk vervult een brede functie binnen de wijk. Dit betekent voor het retailbeleid het volgende van belang is om het evenwicht te bewaren in de gemeentelijke retailstructuur. De binnenstad vervult een functie voor de gehele gemeente en voor bezoekers uit de regio en van elders. De boodschappenwinkelgebieden vervullen een functie voor de frequente behoeften op wijkniveau. Dat is belangrijk in verband met de leefbaarheid in de stad. Alle boodschappenwinkelgebieden kunnen hun functie als hart van de wijk waarmaken. Ze liggen goed verspreid en dekken de hele gemeente af. Het zijn een soort voorzieningensatellieten voor de binnenstad met een eigen verzorgingsgebied. Door in te zetten op versterking van deze boodschappenwinkelgebieden streeft de gemeente naar winkelconcentratie. Dit sluit aan op het winkelconcentratiebeleid van de provincie, de Retailvisie Leidse regio 2025 en op de ambitie van de Omgevingsvisie Leiden 2040. Warenmarkten in de boodschappenwinkelgebieden Op dinsdagmorgen, donderdag en vrijdag zijn er wijkwarenmarkten in de boodschappenwinkelgebieden Luifelbaan, Stevensbloem en Kopermolen.

Deze leveren een bijdrage aan de marktpositie van de centrummarkt om het marktbezoek te stimuleren, verspreid over de gemeente: zuidwest, west en noordoost. Omdat ze op andere weekdagen functioneren is er relatief weinig concurrentie, de centrummarkt is op woensdag en zaterdag. Vaste markklanten kunnen bijna iedere dag hun marktaankopen verrichten op een locatie binnen de gemeente. In het verlengde van de centrummarkt kan branchering hier een kans zijn om de markt te versterken. Omdat de wijkmarkten compacter en overzichtelijker zijn is verzelfstandiging een optie. 26

Retail buiten de binnenstedelijke winkelgebieden Buiten de binnenstad en de boodschappenwinkelgebieden kent Leiden geen winkelgebieden die genoemd zijn in de Retailvisie Leidse regio 2025. Voor doelgerichte winkelgebieden - zoals de woonboulevards met woonwinkels, bouwmarkten en aanverwante branches - is Leiden met name aangewezen op de centra in de regio. De belangrijkste zijn WOOON, Baanderij en Rijneke: het Lammenschansgebied behoort daar niet meer toe. . Voor deze locaties is het provinciale beleidskader leidend. Perifere detailhandelsbranches vragen om gemeentegrens- en regio-overstijgende afwegingen. De Retailvisie Leidse regio 2025 vult daarop aan. De verspreid liggende retail kan in principe gevestigd blijven op de huidige locaties ook als de locatie onderdeel is van een binnenstedelijk herontwikkelgebied. Uitgangspunt bij herontwikkelingen is dat de retail verplaatst wordt naar een winkelgebied dat onderdeel is van de winkelstructuur van de Retailvisie Leidse regio 2025. Als dit echter niet mogelijk is, kan de retail op de betreffende locatie blijven. Versterking is echter niet aan de orde op basis van het regionale en provinciale beleid. Er is geen aanleiding voor actieve sanering.

Retail op nieuwe locaties Integrale gebiedsontwikkelingen op wijkniveau kunnen impulsen geven aan de wijken als sociale leefomgeving: met dagelijkse detailhandel en wijkgerichte zorg, dienstverlening, horeca, cultuur en sport. Bestaande niet-dagelijkse winkels kunnen gevestigd blijven. Bij voorkeur worden de winkels in deze sector niet meer versterkt vanwege de positie van de binnenstad en vanwege de krimp in de niet-dagelijkse detailhandel. Niet-dagelijkse winkels op wijkniveau hebben minder toekomstperspectief: daar zijn veel winkels in mode, vrije tijd en huishoudelijke artikelen verdwenen. Uitgezonderde branches met nog perspectief zijn Bloemen/planten, Media / gemak, Tweewielers en Optiek-gehoor. Het doel van deze retail is dat die ondersteunend is aan de verzorgingsfunctie van de overige voorzieningen op deze locaties. Voorbeelden zijn het Stationsdistrict, het Leiden Bio Science Park of de Meelfabriek: retail is alleen ondersteunend aan het gebied zelf en trekken geen doelgroepen aan van buiten het gebied. Als de doelgroepen reguliere detailhandelsaankopen willen doen 27

kunnen ze terecht in de binnenstad of de boodschappenwinkelgebieden, of bij de perifere winkelgebieden in de regio. Ruimte geven aan ondernemerschap kan ondersteunend zijn aan gebiedsontwikkelingen omdat het de leefbaarheid van het gebied kan bevorderen. Voor (initiatieven tot) vestiging van retail wordt gebiedsafhankelijk gekeken of het ondersteunend is aan het gebied. Voor detailhandel wordt aangesloten op regionaal beleid en wordt de Retailvisie Leidse regio 2025 gevolgd. Leiden bouwt binnenstedelijk en niet in de polders. Retail in nieuwe binnenstedelijke woonwijken moeten aansluiten op de omvang van het eigen verzorgingsgebied. Deze retail mag geen autonome trekkracht vervullen op doelgroepen uit aangrenzende gebieden met eigen retailvoorzieningen. Dat kan geborgd worden in de plancapaciteit. Speciale aandacht is nodig voor de maximale omvang in de supermarktbranche. Praktijkervaringen leren dat de grootste en modernste supermarkten in nieuwbouwwijken kunnen liggen en zo trekkracht op klanten van elders genereren. Dat is niet gewenst. Ook bij de retail op nieuwe locaties is de Ladder voor Duurzame Verstedelijking een goede borging voor de onderbouwing. Zo ontstaat inzicht in de behoeften, complementariteit en de ruimtelijke effecten.

Aangetoond wordt dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat. De adviescommissie detailhandel Zuid-Holland toetst bij detailhandelsontwikkelingen boven een bepaald metrage. Dat is een goede borging voor behoud van een toekomstbestendige retailstructuur in Leiden en haar regio.

4.2 Beleidskeuzes Beleidskeuzes retail en warenmarkten in de boodschappenwinkelgebieden: • •

Buiten de binnenstad ligt het primaat bij de boodschappenwinkelgebieden, conform de Retailvisie Leidse regio; De boodschappenwinkelgebieden krijgen als hart van de wijk een soortgelijke aanpak als de binnenstad. Hun noodzaak tot krimp is minder maar ook zij staan voor opgaven voor behoud van hun verzorgingsfunctie. Actieplannen geven nader vorm aan de ontwikkelingsrichting waar de meeste winkelgebieden al mee bezig zijn: consolideren, optimaliseren of 28

ontwikkelen / uitbreiden. Het initiatief hiervoor ligt bij de ondernemers, en de gemeente faciliteert. Transformeren kan aan de orde zijn op verspreide locaties rondom de boodschappenwinkelgebieden om zo winkelconcentratie te bevorderen; Initiatieven met retail buiten de binnenstad worden beleidsmatig getoetst op basis van de ladder voor duurzame verstedelijking: concentratie in de gewenste retailstructuur met een evenwichtige spreiding van boodschappenwinkelgebieden; Wijkmarkten zijn compact en complementair aan de boodschappenwinkelgebieden. Het beleid is erop gericht deze te behouden in het belang van de levendigheid en leefbaarheid in de stad. Ze versterken de positie van de centrummarkt. Branchering van de wijkmarkten kan daaraan bijdragen; Als het draagvlak onder de marktlieden er is en de knelpunten bij de warenmarkt in de binnenstad zijn verholpen, dan is verzelfstandiging van een wijkmarkt een goede eerste stap op weg naar een bedrijfsmatig gerunde en professionele organisatie.

•

•

•

Beleidskeuzes verspreide retail: Naast de binnenstad en de boodschappenwinkelgebieden kent Leiden volgens de Retailvisie Leidse regio geen andere winkelgebieden. Perifere winkelgebieden zijn er alleen in de regio. De branchering en omvang daarvan zijn voor Leiden relevant en daarvoor werkt Leiden samen met de Leidse regio; De verspreid liggende retail kan gevestigd blijven. Er wordt niet actief gesaneerd en niet actief versterkt; Er wordt ingezet op verplaatsing van verspreide retail naar de binnenstad of boodschappenwinkelgebieden op basis van marktwerking; Retail op nieuwe locaties bij gebiedsontwikkelingen: - Op traffic-, werk en vrije tijdslocaties - In wijkgebonden winkelconcentraties in nieuwbouwwijken - Deze retail is ondersteunend aan de verzorgingsfunctie van de overige voorzieningen. Er gaat geen zelfstandige consument aantrekkende werking vanuit op andere doelgroepen.

•

• • •

4.3 Beleidskeuzes samenwerking, monitoring en uitvoering •

Samenwerking met de stadspartners is een speerpunt voor een goed ondernemings- en investeringsklimaat. Via Centrummanagement, Aanjaagteam, adviescommissie Ambulante Handel en de 29

•

•

• •

samenwerkende wijkwinkelgebieden wordt het nodige bereikt maar dat kan nog worden verbeterd. Van onderaf wordt de samenwerking versterkt vanuit de straten, deelgebieden, tussen marktondernemers, via ondernemersverenigingen, met eigenaren / investeerders en bewoners; Het beleid zet in op participatie en samenwerking, de markt doet zijn werk en de gemeente faciliteert en stimuleert. Coördinatietaken liggen bij Centrummanagement, adviescommissie Ambulante Handel en overkoepelend namens de Wijkwinkelgebieden en bewoners; de samenwerking in het Nieuwe Rijngebied wordt nader vormgegeven via gebiedsmanagement waarin de gemeente het voortouw neemt; Overkoepelende onderwerpen spelen in alle winkelgebieden en bieden kansen voor gezamenlijke afstemming zoals Uitstraling, Klantenservice (inclusief parkeren), Marketing & Promotie, Acquisitie, Online shoppenafhalen-bezorgen, duurzame distributie en afvalstromen, Inclusie / toegankelijkheid; Het Aanjaagteam blijft intact, de inzet van de vestigingsadviseur wordt voortgezet Monitoring van beleid is belangrijk in het kader van de Dienstenrichtlijn. Zo kunnen de behaalde resultaten worden verantwoord;

30

Bijlagen

Bijlage 1.Toetsingskader Bijlage 2. Feiten en cijfers: vraag en aanbod Bijlage 3. Evaluatie Winkelnota en Marktvisie Bijlage 4. Beleidskader: trends en jurisprudentie Bijlage 5. Markttrends Bijlage 6. SWOT Bijlage 7. Definities Bijlage 8. Locatie-onderzoek expansie zaterdagmarkt Bijlage 9. Participatieverslag Retail- en warenmarktbeleid

31

Bijlage 1. Toetsingskader

TOELICHTING OP DEZE TABEL: De tabel heeft alleen betrekking op de straten of delen daarvan zoals aangegeven in de afbeelding 'retailkaart'. In zwart (x) staan de functies vermeld die in deze straten worden toegestaan volgens het vigerende bestemmingsplan. In oranje (x) staan de functies vermeld die we aanvullend willen toestaan bovenop de bestemmingen in het bestemmingsplan. Voor een gewenste functiewijziging dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Hierbij wordt naast de gewenste functie getoetst of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze functies tezamen leveren een goede bijdrage aan het behouden en/of creëren van het gewenste DNA van een sfeergebied. De functies in deze tabel hebben alleen betrekking op de plint (begane grond van de panden). Voor de plinten in deze gebieden geldt dat de uitstraling naar de straat open en transparant moet zijn, zodat bezoekers zich prettig voelen in een levendig gebied. Dus ook wanneer bijvoorbeeld kantoren zich vestigen, dient de plint open en transparant te zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10951110/1