210147 Bijlage 1 Conceptnota warenmarkt- en retailbeleid Leiden 2021 inclusief participatieverslag
Tekst van het document
Deelmarkten zonder beleid
De deelmarkten waar de gemeente Leiden vooralsnog geen bestaand beleid op heeft, zijn: •
Dagattracties, sportief en outdoor
69
•
Waterrecreatie (geen recent beleid, feitelijk geldt de Beleidsvisie Watertoerisme ‘Een stad zonder water heeft geen vroeger of later…” uit 2000 nog)
•
Congresmarkt
•
Toeristisch verhuur
Europese Dienstenrichtlijn
Bij het actualiseren van het detailhandelsbeleid dient rekening te worden gehouden met beleidsmatige trends en recente jurisprudentie. De Europese Dienstenrichtlijn is van toepassing indien (territoriale) beperkingen worden opgelegd voor detailhandelsvestigingen. Detailhandel valt onder de definitie van een dienst. In principe zijn beperkingen conform de Dienstenrichtlijn niet toegestaan, tenzij kan worden onderbouwd dat wordt voldaan aan de volgende eisen: •
Brancheringsregels mogen niet-discriminatoir zijn: daarvan zal geen sprake zijn omdat dienstverrichters niet uitgesloten worden afhankelijk van hun nationaliteit, vestigingsplaats of verblijfplaats;
•
Brancheringsregels moeten noodzakelijk zijn: er moet een dwingende en ruimtelijk relevante reden van algemeen belang zijn die de territoriale beperking rechtvaardigt;
•
De brancheringsregels moeten evenredig zijn: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken. zij gaan niet verder dan nodig. En dat doel kan niet met minder beperkende maatregelen worden bereikt. Het doel wordt op coherente en systematische wijze nagestreefd.
De Handreiking Dienstenrichtlijn 2019 geeft de volgende ruimtelijk relevante argumenten mee als noodzakelijk: •
Behoud en bevorderen van de aantrekkelijkheid, leefbaarheid, mix aan winkels, vitaliteit en de waardering van het centrum. Aandachtspunten zijn een voldoende voorzieningenniveau en een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;
•
Streven naar zorgvuldig ruimtegebruik, bereikbaarheid en concentratie van functies;
•
Voorkomen of tegengaan van leegstand, monocultuur van winkels en voorzieningen, eenzijdig aanbod van stedelijke functies en openbare ordeproblemen of het risico hierop. 70
Evenredigheid bestaat op basis van jurisprudentie uit de volgende onderdelen: •
Handelt de gemeente coherent en systematisch om het nagestreefde doel te bereiken?
•
Is het brede pakket aan maatregelen effectief om de nagestreefde algemene doelen te bereiken?
•
Draagt een specifieke maatregel zoals een territoriale beperking binnen het brede pakket aan maatregelen zinvol bij aan het bereiken van de nagestreefde doelen?
•
Gaat de maatregel niet verder dan nodig om het nagestreefde doel te bereiken en zijn er (aantoonbaar) geen andere, minder beperkende maatregelen mogelijk?
De locatiekeuze van nieuwe retail (of warenmarkten) is een structuurbepalende en harde maatregel binnen het totale pakket van maatregelen. De invloed van een locatie voor nieuwe detailhandel is vele malen groter dan van zachte maatregelen zoals subsidie voor verbetering van een gevel, de aanpak van de openbare ruimte, marketing en promotie, of verplaatsingen van winkels of acquisitie. De gemeente Leiden gaat uit van een ‘én-én systematiek’. Dit betekent effectieve juridische instrumenten via het juridisch-planologisch kader, én effectieve nietjuridische instrumenten binnen het bredere pakket aan maatregelen. Die worden opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Alleen deze combinatie garandeert dat het doel van een toekomstbestendige en vitale retailstructuur met een sterke binnenstad behaald kan worden. De Omgevingswet en de Europese Dienstenrichtlijn zijn meegenomen in het retail- en warenmarktbeleid. Er zijn gevolgen voor vergunningstelsels. Het gaat dan om de schaarse vergunningen. De VNG heeft een handreiking opgesteld (2018), de CVAH een eigen rapport (2019). In verband met de Europese dienstenrichtlijn mogen marktvergunningen en standplaatsvergunningen niet meer voor onbepaalde tijd worden afgegeven. Dat verandert naar een bepaalde tijd. Er zal rekening gehouden moeten worden met de specifieke belangen en investeringstermijnen van marktondernemers.
Vergunningverlening is op vele sectoren van toepassing zoals speelautomaten, rondvaarten, 71
consumentenvuurwerk, coffeeshops, organisatie van evenementen e.d. De gemeente Leiden pakt dit integraal aan. Diverse gemeenten handelen al naar de dienstenrichtlijn en hebben de vergunningverlening voor standplaatsen aangepast naar bepaalde tijd. Overige wet- en regelgeving
WBTR voor stichtingen van verzelfstandigde markten Op de retail en warenmarkten zijn nog diverse andere wetten en regelgevingen van toepassing. Een actuele wet per 1 juli 2021 is de WBTR, de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen. Die is van toepassing op verenigingen en stichtingen. Statuten moeten ‘juristenproof’ gemaakt worden en aangeven hoe besturen volgens de regels met elkaar omgaan. Taken, bevoegdheden, verplichtingen en aansprakelijkheid dienen te worden vastgelegd. Dat geldt bijvoorbeeld voor besluiten hoe die worden genomen door het bestuur, wat de positie is van de ledenvergadering, en eventueel de relatie tussen de raad van toezicht en het bestuur. Er wordt voorkomen dat er iemand met de kas vandoor gaat en dat bestuursleden dan moeten betalen. Deze regelgeving speelt bij verzelfstandiging van markten. Overige handreikingen
Veiligheid op de markt 2020.
72
Bijlage 5: Markttrends 5.1 Markttrends detailhandel 3
Markttrends Detailhandel
De detailhandel is een zeer dynamische sector. Het CBS houdt de omzetstatistieken bij. Ze maakt onderscheid naar fysieke detailhandel in food en non-food, en naar webwinkelen inclusief multichanneling. De omzetontwikkeling van de laatste 10 jaar ziet er als volgt uit: Figuur 21: Omzetontwikkeling food, non-food, webwinkels 2010-2020
Omzetontwikkeling food, non-food, webwinkels 350 300 250
2010
200
2014
150
2018 2019
100
2020 50 0 Food-detailhandel
Non-food detailhandel
Webwinkels
Bron: CBS
73
Sinds 2010 is sprake van een gestage groei in de food-detailhandel. Die groei is in het coronajaar 2020 nog eens versterkt. Dat komt mede door de sluiting van de horeca. De omzet in de non-food-detailhandel groeit nauwelijks sinds 2010. Bij de sluiting van niet-essentiële winkels gedurende de lock down eind 2020 en begin 2021 is die omzet verder gedaald. Ondertussen is de omzet van webwinkels sinds 2010 meer dan verdrievoudigd. Die omzetgroei wordt bevestigd door cijfers over de Nederlandse pakketmarkt. Die was in 2018 goed voor 500 miljoen pakketten en in 2019 al 576 miljoen (bron: Autoriteit Consument en Markt). In 2020 is dat gegroeid naar 778 miljoen pakketten. Daarvan zijn er 586 miljoen naar Nederlandse adressen verzonden (bron: ACM, juni 2021). De groei zet in 2021 door. Zo groeit de omzet via webwinkels en platforms mee. Ook verkoopplatforms dragen sterk bij aan de online groei (Bol, Amazon, Wehkamp, Zalando, Marktplaats, Alibaba etc.), evenals Sociale media. Als detaillisten daarop participeren wordt een deel van de marge aan commissie verrekend. De deelmarkt van consumer-to-consumer is booming. Webshops met alleen bezorg- of afhaalconcepten vanuit magazijnen (vb. Picnic, flitsbezorgers Crisp, Gorilla’s, Getir e.d.) zijn geen retailfuncties. Deze hebben een bedrijfsmatig karakter. Omzetdynamiek per hoofdbranche
Binnen de detailhandel zijn grote verschillen in de omzetontwikkeling per hoofdbranche. Er is een groot omzeteffect van corona zichtbaar op sommige branches door de sluiting van winkels en horeca. Branches die het al moeilijk hadden kregen extra klappen. Een sterke groei is er bij de ‘essentiële winkels’ in Food (Supermarkten en Food-speciaalzaken) en Persoonlijke verzorging. Sinds 2010 zijn de sterkste omzetafnames in de branches Speelgoed en Electronica. De branche Recreatieartikelen (lectuur, sport en outdoor e.d.) kende een omzetdaling tot 2014 en is daarna redelijk stabiel. De perifere, grootschalige branches Doe-het-zelf en Wonen vertonen een sterk herstel sinds 2014, met tijdens de pandemie extra omzetgroei bij alle branches van In/Om Huis (inclusief Electronica). De omzet bij de fysieke modewinkels (kleding-schoenen e.d.) nam tot en met 2019 geleidelijk af, met een sterke daling in 2020 als gevolg van de pandemie.
74
Figuur 22: Omzetontwikkeling detailhandel per hoofdbranche 2010 -2020
Omzetontwikkeling detailhandel per hoofdbranche (2010 = 100) 140 130 120 110 100 90 80 70 60 50 40
2010 2014 2018 2019 2020
Bron: CBS
75
Figuur 23: Aanbodontwikkeling per sector, groep en hoofdbranche 2010-2021
M2 vvo: per sector, groep en hoofdbranche in Nederland (2010 = 100) 150% 140% 130% 120% 110% 100% 90%
2010 2014
80%
2018
70%
2021
60% 50%
Bron: Locatus (zij hanteert de term m2 wvo en geen m2 vvo: daarmee wordt in deze bijlage hetzelfde bedoeld).
Deze omzetontwikkelingen hebben hun weerslag op de aanbodmetrages (bron: Locatus). Daar zijn soortgelijke ontwikkelingen zichtbaar, met: •
Aanbodkrimp: bij Non-food, en daarbinnen Warenhuizen, Mode, Huishoud-luxe, Kunst-Antiek, Sport-Spel, Hobby, Media, Consumentenelectronica;
•
Aanbodgroei: bij Food, Supermarkten, Persoonlijke verzorging, Auto-fiets en Overige detailhandel;
•
Aanbodstabilisatie: bij totale detailhandel, Doe-het-zelf, Wonen, Tuincentra, en Food-speciaalzaken en leegstand.
Deze omzet- en aanbodontwikkelingen houden indirect verband met de online oriëntatie per artikelgroep. Van de Randstad zijn de laatste cijfers van 2018 gedateerd. De cijfers van Oost-Nederland over 2019 en 2020 geven een actueler 76
beeld. Omdat tijdens de pandemie de klantenaantallen in de niet-dagelijkse winkels sterk terugliepen zijn de marktaandelen van 2020 indicatief: in 2021 treedt weer een tijdelijke inhaalslag op. Los van de exacte uitkomsten zijn in onderstaande figuur de hoogste online marktaandelen zichtbaar bij Electronica, bij te digitaliseren producten (zoals Media: boeken, audio-video-software) en bij Hobby. Bij deze artikelgroepen weet een klant doorgaans exact welk product er gekocht wordt, en vaak is dat product niet a-la-minuut nodig. De artikelgroepen Mode en Sport-spel volgen daarna met 30-40% marktaandeel online. Ook die branches krijgen steeds meer te maken met online concurrentie. Het gemak van bestellen en (gratis) bezorgen - en de rest retour sturen - moet niet onderschat worden: het scheelt tijd en geld. Met name modisch-recreatieve en vrije tijdswinkels kijken kritisch naar hun vestigingsnetwerk. Ze stellen zich de vraag of zoveel winkels nog nodig zijn als in het hele land hun klanten online kunnen bestellen. Bij doelgerichte branches als Doe-het-zelf (en Wonen) liggen de online marktaandelen beduidend lager. Bij de boodschappen is dat nog lager maar ook hier groeit online gestaag door. Figuur 24: Aandeel laatste aankopen Oost-Nederland (2019-2020), groei aantal webwinkels
Bron: Thuiswinkel.org / CBS, Corona-oplegger Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2021.
Een branche die sterk groeit is Auto & Fiets. Daarbij gaat het om de (electrische) fietsenbranche. Die groei geldt ook voor Overige detailhandel, dat zijn winkels die niet zijn in te delen in een van de andere branches. Doorgaans zijn dat partijgoederen / feestartikelen / outlets, tweede handswinkels e.d.: branches die snel gegroeid zijn in het verlengde van formules als Action (nu huishoudelijke artikelen). Als winkelruimte niet meer ingevuld wordt door ‘normale’ winkels verschijnen dergelijke alternatieven. Ondertussen groeit het aantal webwinkels gestaag door. Dat zijn er begin 2021 circa 60.000 volgens het CBS / 77
Thuiswinkel.org: 15.000 in de kleding, 13.000 in overig non-food, 11.000 in algemeen assortiment, 10.000 in Huis en tuinartikelen, 6.000 in Vrije tijd, 5.000 in food etc. Gevolgen voor de retailstructuur met name in de middelgrote en grotere centra merkbaar
De markttrends in de omzet- en aanbodontwikkelingen laten zien dat de grootste effecten optreden in de middelgrote en grotere centrumgebieden. Die zijn sterk afhankelijk van recreatieve mode- en vrije tijdsaankopen maar die hoofdbranches ervaren in toenemende mate de concurrentie van online. Als recreatieve winkels zich terugtrekken ontstaan gaten op dominante plekken in deze centra. De tijd lijkt voorbij dat die ruimtes werden ingevuld door outlets, partijenhandel e.d. Die zijn snel gegroeid maar omdat ze online vaak niet actief kunnen zijn zal hun expansie teruggeschroefd worden, zeker als gevolg van de pandemie: bijna geen omzet tijdens de lock down. En het is überhaupt de vraag of dat soort winkels een bijdrage leveren aan de aantrekkelijkheid van centra. Ook de groei van horeca is er voorlopig wel uit, alhoewel de dynamiek aan uithuizige consumptie niet onderschat moet worden. Op de warenmarkten is hetzelfde beeld zichtbaar: de food is redelijk stabiel, de non-food krimpt, en de directe consumptie groeit. De dagelijkse sector in de middelgrote en grotere centrumgebieden weet zich nog wel te versterken. Toch blijft die vaak nog ondergeschikt binnen het totale , in tegenstelling tot in de kleinere dorpscentra en de boodschappenwinkelgebieden op wijkniveau.
Omdat de dagelijkse sector haar omzet ziet groeien zijn de effecten op de centra in de dorpen en wijken aanmerkelijk geringer. Dat geldt ook voor de perifere locaties waar de hoofdbranches Woninginrichting en Doe-het-zelf zich positief blijven ontwikkelen. Ook daar is relatief weinig uitval van winkelaanbod.
78
Kwalitatieve trends
79
5.2 Markttrends ambulante handel
Markttrends ambulante handel
Trends in de vraagzijde
De totale jaaromzet in de sector Ambulante handel is in de periode 2015 tot en met 2019 stabiel gebleven. Het niveau ligt rond de € 2,1 miljard (bron: www.retailinsiders.nl). Mede door corona is de omzet in 2020 gegroeid naar € 2,3 miljard (+3,9%). Binnen de totale detailhandel scoort de ambulante handel een marktaandeel van 2%. Medio het jaar 2000 was de omzet € 2,8 miljard bij een marktaandeel van 4% (bron: Jaarboek detailhandel 2002). Relatief gezien verliest de sector marktaandeel. Door inflatie blijft de omzet licht dalen. De werkgelegenheid omvat circa 27.400 werkzame personen (2020). Voor het perspectief van de ambulante handel is het van belang de omzetontwikkelingen in de totale detailhandel te schetsen. De absolute food omzet bleef stijgen in het afgelopen decennium, die in de non food was stabiel. De omzet van webwinkels groeit relatief gezien het snelst. Dat zijn merendeels non food producten. Waarschijnlijk dat daardoor de omzet in de non food detailhandel achterblijft (bron: CBS). Webwinkels scoren een marktaandeel van circa 25% tot 30% in de totale non food, en circa 5% in de food (bron: diverse koopstroom-onderzoeken en GfK / Strabo).
80
Figuur 25: Omzetontwikkeling food, non-food, webwinkels 2010-2020
Omzetontwikkeling food, non-food, webwinkels
Webwinkels
2020 2019 2018 Non-food detailhandel
2017 2016 2014 2010
Food-detailhandel
0
50
100
150
200
250
300
350
400
Bron: CBS
Een soortgelijke omzetdynamiek zien we terug in de ambulante handel. Volgens de marktondernemers groeit de food omzet sinds 2012, met per jaar een wisselend beeld: 2020 was weer een goed jaar. De directe consumptie op de markt groeit, met diverse (horeca) concepten. De non food ontwikkelt zich negatief, sinds 2016 is er min of meer een stabilisatie. De belangrijkste oorzaken van deze ontwikkeling hebben te maken met het veranderende consumentengedrag: •
‘Altijd alles overal ’. De consument kan tegenwoordig overal kopen, wat en wanneer hij maar wil: online met bezorgen of afhalen, onderweg (op stations en elders, to go), tijdens een evenement etc. Winkels kunnen zo’n breed assortiment niet op voorraad houden. Wij anticiperen hierop met langere openingstijden, zoals supermarkten die 100 uur per week open zijn, en met koopzondagen. De consument verandert en doet op een andere manier zijn boodschappen en overige aankopen. Non food branches in de centrumgebieden hebben te lijden van de groei van online bestedingen maar ook van branchevervaging. We zien de opkomst van 81
outletstores, partijenhandel en discounters in diverse branches. Ook de tweede handsmarkt floreert (online). •
Tijd en plaatsgebonden : dit principe geldt bij uitstek voor de ambulante handel; -
het tijdstip van het marktbezoek verandert: in centrumgebieden verschuift het bezoekmoment naar later op de dag. Op werkdagen en in de (vroege) ochtend is er een relatieve afname van marktbezoek. De meeste markten worden gehouden van woensdag tot en met zaterdag. Er zijn steeds meer (thema)markten op zondag, als ondersteuning van een evenement of een koopzondag;
-
Het bezoekmotief verandert: van ‘place to buy’ (op basis van aanbod en prijs), naar ‘place to be’ (iets bijzonders bieden) of gemak (snelle boodschap). Naast de verkoopfunctie worden service-, gemak- en belevingsfuncties steeds belangrijker: het moet gezellig zijn op de markt voor een verblijf, er moet iets te beleven zijn, klanten moeten zich er prettig voelen of verrast worden, of juist terecht kunnen voor een snelle aankoop en weer door;
•
Weekmarkten zijn sterk afhankelijk van vaste klanten. Oudere leeftijdsgroepen maken het meest gebruik van de markt. Jongere huishoudens kennen een lagere oriëntatie op de markt (bron: CVAH). Dat laatste geldt ook voor hogere inkomensgroepen;
•
Loyaliteit staat onder druk, ofwel de trouw aan een kraam of een ondernemer. Impulsaankopen en ‘beleving’ worden steeds belangrijker. Vanzelfsprekend gaan marktondernemers met hun tijd mee. Zij zijn online actief, niet alleen om de eigen onderneming of om weekmarkt te promoten. Je kunt er ook online bestellen en afhalen. Datzelfde geldt voor (gezamenlijke) bezorging of catering (als voorbeeld: www.dedigitalemarkt.nl).
Trends in de aanbodzijde
Landelijk loopt het aantal weekmarkten terug. Dat zijn met name wijk- en dorpsmarkten en markten in het begin van de week. Van die ontwikkelingen kunnen overgebleven weekmarkten profiteren zoals in de centrumgebieden. Door hun ligging zijn ze afhankelijk van de totale trekkracht van het centrumgebied. Sommige centrumgebieden hebben het lastig door teruglopend bezoek en dat heeft zijn weerslag op het marktbezoek. In aantrekkelijke binnensteden weten markten hun positie goed vast te houden. 82
Standplaatsen nemen in de detailhandelsmarkt een bijzondere positie in. Zij zijn met name afhankelijk van hun eigen trekkracht en onderscheidend vermogen, en van de specifieke locatie: nabij een winkelcentrum profiteren ze van elkaars bezoekersstromen. Figuur 26: Frequentie van marktbezoek naar leeftijdsgroep
Bron: CVAH
In de ambulante handel zijn veel familiebedrijven vaak al decennia actief. Hierbij zien we ook vergrijzing, er is niet altijd opvolging. Dit leidt tot terugloop van het aanbod. Anderzijds is er schaalvergroting met (eigen) kramen en mobiele wagens (met name in food). Ondernemers met een huurkraam lopen terug. We zien professionalisering van ondernemerschap, met investeringen in technologie / 83
koeling / airco, duurzaamheid, moderne kramen en vervoermiddelen, zelfbedienings --/inloopkramen. De markt is ook actief in de sociale media en overige online ( loyalty / App’s etc.). Kramen vervullen tegenwoordig veel meer dan alleen een verkoopfunctie. Ook consumptie en verblijf to go, terrasje), service, vermaak en de boodschap achter het product (lokaal, uit streek, gezond / duurzaam) worden steeds belangrijker. Dit uit zich in de presentatie. Op de markt zijn landelijke franchise concepten actief die soms op honderden markten door het land staan. Kramen kunnen onderdeel zijn van een detailhandels bedrijf. Andere ondernemers bestrijken de hele keten: van productie, inkoop, handel tot consument. Aan ondernemerszijde is instroom van ondernemers met een migratie achtergrond en marktondernemerschap als neven inkomst (hobby, gepensioneerd e.d.). Die ondernemers staan vaak niet iedere dag op een markt. Het is hard werken op de markt en veel uren maken. Veel ondernemers hebben liefde voor hun vak, voor de dynamiek op de markt en de specifieke omgang met de klant. De ambulante handel ondervindt concurrentie van de detailhandel en van het webwinkelen. Concurrentie is ook van verwante verkoopkanalen met min of meer dezelfde doelgroepen.
Dat zijn themamarkten op pleinen, bedrijventerreinen of in beurs en sporthallen: met stoffen/kleding, bloemen plantjes, biologische producten, curiosa/ verzamelaars, ambacht/hobby, kerst, kofferbakverkoop etc. De tweede handsmarkt floreert op internet, met tot gevolg een sterke krimp van het fysieke kanaal. Het aantal kramen in de food groeide in de periode 2007 - 2017. Daarbinnen bleef groente en fruit stabiel (bron: Proeven en ontmoeten 2018, in opdracht van CVAH). In de textiel en kleding daalt het aantal kramen, bij bloemen en planten was dat stabiel. Bij de overige non food is het beeld wisselend. Na 2017 is het totale aantal ondernemingen ongeveer gelijk gebleven (bron: Retailinsiders); Ambulante handel is weerafhankelijk. Mooi en droog weer van voor tot najaar zijn top. Bij slecht, koud of tropisch weer blijft een deel van de klanten weg: volgens de jaaromzetcijfers scoren januari en februari het laagst en december het hoogst (bron: Retailinsiders). Vanwege de weerafhankelijkheid zijn er diverse initiatieven met markt en foodhallen, met wisselend succes.
84
Trends: referenties in andere gemeenten
De overheid onderkent vaak de toegevoegde waarde van ambulante handel. Ze spant zich in om met marktondernemers mee te denken en hun situatie te verbeteren. Hier is wel sprake van marktwerking. Wie is dan verantwoordelijk als landelijk de ambulante handel net als de detailhandel onder druk staat. De tijd van uitbreiden van het aanbod is grotendeels voorbij, het gaat nu vaak om een goede organisatie van krimp. Het belangrijkste daarbij zijn de locatie van de markt en de organisatie. Gemeenten hebben, net als de ambulante handel zelf, te maken met diverse functies die gebruik maken van de openbare ruimte. Dat geldt op de marktdag zelf en op de andere weekdagen. De belangrijkste functies zijn terrassen, entrees van winkels en horeca, evenementen en (meer) groen. De gemeente zorgt voor een veilig en aantrekkelijk marktterrein inclusief directe omgeving. Op een aantal plekken zijn verzelfstandigde markten gerealiseerd. Op uitzonderingen na zijn hier over het algemeen goede ervaringen mee. Marktondernemers krijgen de verantwoordelijkheid over de organisatie van de markt. Dat is doorgaans op een afgebakend terrein op een plein. De gemeente blijft verantwoordelijk voor haar publieke taken. De locatie
We zien diverse ontwikkelingen op de locaties die in gebruik zijn bij de ambulante handel. Ze zijn op de niet-marktdagen in gebruik als voetgangersgebied, voor verkeer of parkeren, of voor andere tijdelijke functies als terras of evenementen. In de openbare ruimte moeten dit soort functies in toenemende mate rekening houden met elkaar. Vrij beschikbare ruimte in stedelijk gebied wordt schaarser, het gebruik intensiever. De locaties moeten altijd aantrekkelijk zijn, met aandacht voor groen, blauw en klimaatbestendig-heid (hittestress en hoosbuien). Ook worden de relaties met de omgeving intensiever. Dat geldt voor de leefbaarheid voor omwonenden en voor langzaam verkeer (schoon heel veilig), de toegankelijkheid van de omgeving en panden (hulpdiensten, mindervaliden / ouderen), ondergronds parkeren en zo meer. Dankzij corona komt daar het gezondheidsaspect bij, met toenemend ruimtebeslag tot gevolg. Met name in perioden dat de openbare ruimte aangepakt wordt liggen er kansen. Dan kan geanticipeerd worden op de eisen en wensen van de 85
ambulante handel: op de bestaande of een nieuwe locatie. Zo’n locatie hoort aantrekkelijk te zijn op de marktdag én op niet-marktdagen. Als er nieuwbouw gepleegd wordt met een toekomstig plein of straatlocatie dat is het makkelijker om rekening te houden met een weekmarkt. In diverse plaatsen zijn dit soort locaties aangepakt waarvan de markt kan meeprofiteren.
86
Bijlage 6: SWOT
87
Bijlage 7: Definities Retail is een ander woord voor detailhandel. De term retail is gebruikt omdat de visie en aanpak breder zijn. Er wordt rekening gehouden met de relaties met andere consumentverzorgende functies in diverse sectoren. Dat zijn Leisure waaronder horeca, cultuur en ontspanning en Dienstverlening. Leegstaande verkooppunten kunnen betrekking hebben op alle genoemde sectoren en dus niet alleen op detailhandel. In de retail wordt ook rekening gehouden met de relaties met het gebruik van de openbare ruimte. Dat geldt bijvoorbeeld voor evenementen en bij overige (winkelgerelateerde) activiteiten. Onder Warenmarkt wordt de centrummarkt van Leiden verstaan. Die wordt op woensdag en zaterdag georganiseerd. Dienstverlening. De volgende definitie uit het bestemmingsplan binnenstad worden aangehouden: “het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, zoals reis- en uitzendbureaus, kapsalons, pedicures, wasserettes, makelaarskantoren, en bankfilialen”. De volgende vormen van dienstverlening worden gerangschikt als consumentverzorgend: Consumentverzorgende dienstverlening: ambachtelijke c.q. dienstverlenende bedrijven die hun goederen en diensten rechtstreeks leveren aan de consument, zoals een goudsmid, schoenmaker, kapper e.d.
Creatieve bedrijvigheid: bedrijven die zich hoofdzakelijk richten op creatieve zakelijke dienstverlening, zoals reclame en grafische bedrijven, architecten, industriële ontwerpers, dienstverlenende bedrijven voor kunstbeoefening; multimedia, zoals bedrijven die in hoofdzaak producten maken op het gebied van beeld, geluid, gaming en tekst met gebruikmaking van radio, televisie, computer, internet, mobiele telefonie, print en evenementen; toegepaste kunsten, zoals audiovisuele en fotografiebedrijven, interieur- en modeontwerpers, smederijen; autonome kunsten, zoals beeldend kunstenaar, muzikanten, theatermakers.
88
Bijlage 8: Locatieverkenning uitbreiding zaterdagmarkt Bij expansie van het marktterrein ontstaan mogelijkheden om op het huidige marktterrein de knelpunten en wensen bij de bestaande ondernemers op te lossen: van de markt, winkeliers, horeca e.d. In overleg met de aambulante handel is een aantal omringende locaties beoordeeld. De belangrijkste afwegingscriteria zijn: •
Circuitvorming op het marktterrein: routing en directe aansluiting op het huidige achtje;
•
Verbinding met overige functies: als die er is dan kan de markt daarop aansluiten, zo niet dan zal er weinig aanloop zijn bij het nieuwe deel van de markt;
•
Bezonning: bij voldoende bezonning is sprake van een prettig verblijfsklimaat;
•
Fysieke ruimte: dit is een basiseis om het marktterrein uit te kunnen breiden.
Figuur 27: Zoeklocaties uitbreiding zaterdagmarkt
Bron: gemeente Leiden
Het zijn de locaties Steenschuur / Hooglandse Kerkgracht, Aalmarkt / Stille Rijn en Beestenmarkt / Lammermarkt. De Breestraat is buiten beschouwing gelaten omdat die een doorgaande functie voor bus en fiets behoudt. Die 89
verkeersfunctie wordt binnenkort afgebouwd, met een nieuwe inrichting voor de Breestraat. De beoordeling van de meegenomen locaties staat los van de concrete realisatiekansen. Die moeten integraal beoordeeld worden. Dan is afstemming nodig met hulpdiensten, gemeentelijke diensten, aangrenzende ondernemers en bewoners en andere stadspartners. Daar is nader onderzoek voor nodig, als actiepunt voor een vervolg op het warenmarktbeleid. Steenschuur (Garenmarkt) en Hooglandse Kerkgracht Het nadeel van beide locaties is dat die niet direct aansluiten op het marktterrein van de Nieuwe Rijn. Dan is er kritische massa nodig op zo’n locatie voor een eigen trekkracht en een korte en aantrekkelijke verbinding naar het marktterrein. Bij de Steenschuur ligt de Breestraat tussen beide, die heeft nu nog een belangrijke verkeersfunctie wat leidt tot een gevaarlijke oversteek. Aan de westzijde van de Steenschuur zijn weinig winkels en horeca te vinden. Aan die westzijde is dan weinig aanloop van bezoekers en passanten. Als marktterrein zouden beide kades van de Steenschuur benut moeten worden. Een verbinding naar de Garenmarkt is een te grote afstand om te overbruggen. Conclusie is dat de Steenschuur een optie zou kunnen zijn als de verkeersfunctie van de Breestraat sterk is teruggebracht.
Tussen de Nieuwe Rijn en Hooglandse Kerkgracht liggen smalle straatjes zoals de Burgsteeg, Hartesteeg, Beschuitsteeg en de Nieuwstraat. De Kerkgracht is voor marktklanten moeilijk vindbaar. De Kerkgracht zelf heeft een dominant woonkarakter en haar bezonning is beperkt. Diverse malen zijn hier pogingen gedaan met ambulante handel maar dat was geen succes. Een succes kan het alleen worden als er een lint van kramen komt van Nieuwe Rijn tot Haarlemmerstraat maar de straten zijn te smal. De kramen komen dan teveel op een eiland te liggen. Stille Rijn / Aalmarkt (Hoogstraat) Als het achtje van de Nieuwe Rijn kan worden doorgetrokken naar de Aalmarkt / Stille Rijn, met een extra lus voor de markt, dan is dat het verkennen waard. En directe verbinding van de Nieuwe Rijn naar de Stille Rijn ontbreekt echter, marktklanten moeten dan omlopen via de Aalmarkt of de Hoogstraat – 90
Haarlemmerstraat – Stille Mare. Is die directe verbinding er niet dan komen de kramen op de Stille Rijn los te liggen van het huidige marktterrein. Als dat een thematische markt zou zijn dan is dat eventueel te overwegen. Omdat de locatie Stille Rijn – Aalmarkt in het hart van de stad ligt liggen hier op termijn kansen om het marktgebied in westelijke richting door te trekken. Op dit moment is er aan de Hoogstraat nog enige ruimte voor extra kramen. Voor de langere termijn is het het onderzoeken waard om hier een extra lus te realiseren. Beestenmarkt / Lammermarkt Er wordt aangenomen dat de pleinen Beestenmarkt en Lammermarkt, met de Nieuwe Beestenmarkt en directe omgeving, te klein zijn om de volledige zaterdagmarkt in te passen: voor zover dat überhaupt gewenst is. Op de pleinen Beestenmarkt / Lammermarkt zou de mogelijkheid bestaan om een deel van de warenmarkt uit te plaatsen. Op deze pleinruimte kan tot een ruime opstelling van kramen gekomen worden. Dan ontbreekt echter een verbinding met het marktterrein langs de Nieuwe Rijn: een lint van kramen tot in het hart van de stad - via bijv. de Apothekersdijk / Stille Rijn – is te ambitieus gedacht. Uitplaatsing van een deel van de markt naar deze pleinruimte is alleen mogelijk als het een thematische markt zou zijn, complementair aan het brede aanbod van de markt op de Nieuwe Rijn.
Deze pleinruimte kan in een eventuele tijdelijke oplossing voorzien voor knelpunten in het Nieuwe Rijngebied. Breestraat oplossing op langere termijn? Voorlopig is het niet reëel maar de Breestraat zou op termijn een oplossing kunnen bieden om een nieuw circuit te creëren voor de warenmarkt. Dan is van deze straat de doorgaande verkeersfunctie op zaterdag verlegd. De straat kent een mooie breedte om in het midden carrékramen te plaatsen met voorkanten naar beide zijden van de winkels. Er is voldoende ruimte voor op- en afbouw, en de druk op de Nieuwe Rijn kan hiermee verminderd worden. Conclusies Expansie van het marktterrein is gewenst. Zo wordt ruimte geboden aan de marktondernemers én een betere integratie met de detailhandel, horeca. Dan ontstaat meer ruimte voor activiteiten van de diverse ondernemers in de openbare ruimte. De ruimtelijke uitwerking vraagt om nadere afstemming met de stadspartners inclusief hulpdiensten en gemeente. 91
Bijlage 9. Participatieverslag
PARTICIPATIEVERSLAG RETAIL- EN WARENMARKTBELEID 13 SEPTEMBER 2021
92
Inhoudsopgave
Inhoud Inhoudsopgave ................................................................................................................................... 93 1
Inleiding...................................................................................................................................94 Het doel en de intentie van de participatie ......................................................................................... 95 Het niveau van de participatie en de deelnemers ............................................................................. 95
2
DoeMee ...................................................................................................................................96
3
Brede participatiebijeenkomst Warenmarkt- en retailbeleid ..........................................97 Gespreksronde 1 .................................................................................................................................... 97 Gespreksronde 2 ..................................................................................................................................100
4
Reactie college B&W op inbreng van deelnemers aan het participatieproces ..............103 Retail – vasthouden aan bestaande winkelstructuur ......................................................................103 Retail – binnenstad versterken door onderscheidend te blijven ...................................................103 Retail – nieuwe concepten dienen een plek te krijgen ....................................................................103 Bereikbaarheid binnenstad blijft een continu aandachtspunt ......................................................103 Warenmarkt – locatie voorkeur Nieuwe Rijn-gebied .......................................................................104 Participatieproces eerste aanzet tot verbetering samenwerking ..................................................104
5
Kosten participatieproces ...................................................................................................105
6
Terugblik participatieproces ...............................................................................................105
Bijlage 1: Resultaten DoeMee .....................................................................................................106 Resultaten doe mee Stellingen winkels .............................................................................................106 Resultaten doe mee Stellingen warenmarkt .....................................................................................111 Open antwoorden – de kracht van de binnenstad ..........................................................................115 Open antwoorden – de verbeterpunten van de binnenstad ..........................................................117 Open antwoorden – gemiste winkels ................................................................................................121 Open antwoorden – gemiste marktkramen .....................................................................................123 Open antwoorden – overig..................................................................................................................124
93
1
Inleiding
Voor het opstellen van het beleid heeft zowel intern binnen de gemeente als extern met alle stakeholders een actieve participatie plaatsgevonden. Hiervoor is een participatieplan opgesteld dat in juli 2021 is vastgesteld door het College. In de voorbereidende fase zijn diverse gesprekken gevoerd om informatie op te halen. In de periode maart-juni 2021 is gestart met circa 20 werkgroepen om allerlei relevante thema’s voor de retail en warenmarkt te bespreken. Dit waren vooral interne sessies, waarbij ambtenaren van de disciplines Economie, Handhaving & Veilighied, Wijkregie, Cultuur, Programma Kennisstad, Programma Binnenstad, Mobiliteit, Stedelijk Beheer, Ruimtelijke Ordening en Participatie en Maatschappelijke Ontwikkeling hebben deelgenomen. Verder zijn externe partijen betrokken op de volgende wijze: • Drie keer heeft een overleg met de Adviescommissie Ambulante Handel plaatsgevonden om over de toekomst van de warenmarkt te spreken. Besproken thema’s zijn: locatie, veiligheid, duurzaamheid, samenwerking met andere economische functies, openbare ruimte, handhaving, afval en andere praktische zaken. • In een aantal van de interne sessies over de aanpak retail en warenmarkt is het Centrummanagement naast de interne deelnemers betrokken geweest. Op deze wijze is aanvullende kennis aan de sessies toegevoegd.
• Op 15 juni 2021 heeft een korte sessie plaatsgevonden met de voorzitters van de winkeliersverenigingen van de wijkwinkelcentra in samenspraak met Ondernemend Leiden. Doel was om de wijkwinkelcentra te informeren over de aanpak • Op 21 juni 2021 heeft een sessie plaatsgevonden met het Aanjaagteam (voortkomend uit de vorige nota) aangevuld met enkele ondernemers en vastgoedeigenaren. In deze sessie is op brede wijze opgehaald welke thema’s relevant zijn in de beleidsaanpak en waar wijzigingen ten opzichte van de vorige Winkelnota voor nodig zijn. • Eind juni 2021 2021 is gesproken met Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Leiden. • In de periode medio juli-eind augustus heeft een doe.mee-platform opengestaan gericht op bewoners en bezoekers van de binnenstad. 15 stellingen over de retail en warenmarkt en 5 open vragen konden beantwoord worden. Dit heeft in totaal meer dan 1.000 reacties opgeleverd. • Op 30 augustus 2021 heeft een plenaire sessie plaatsgevonden waarbij alle belangenpartijen uitgenodigd waren. Dit betrof zowel ondernemers (binnenstad en wijkwinkelcentra), bewoners, marktcommissie, KHN, vastgoed, aanjaagteam. Bewoners zijn naast een open uitnodiging via het doe.mee-platform specifiek benaderd via de wijkverenigingen in de binnenstad en studentenverenigingen. Tijdens deze sessie zijn beleidskeuzes voorgelegd en toegelicht, waarbij in
94
•
deelsessies is gesproken over de nadere invulling van het beleid. Een verslag van deze sessie is toegevoegd in deze bijlage. In oktober 2021 wordt het voorgestelde beleid ter inzage gelegd en heeft een ieder de mogelijkheid een zienswijze in te dienen.
Tot slot sluit dit traject aan op de Visie Bezoekerseconomie. Hiervoor is reeds een intensief participatietraject doorlopen en zijn ook de bewoners in de binnenstad betrokken, onder meer via Stadsgesprekken. De resultaten vanuit Visie Bezoekerseconomie en de input vanuit dit participatietraject vormen een onderdeel voor de uitwerking Beleidsaanpak Retail en Warenmarkt.
Het doel en de intentie van de participatie •
•
• • •
Achterhalen wat de ervaringen zijn met de huidige Winkelnota en het huidige functioneren van de retail en warenmarkt in de Leidse binnenstad en de relatie met de wijkwinkelcentra. Informatie ophalen over hoe inwoners, bezoekers, ondernemers en andere stakeholders zelf de kansen en risico's zien van de positie van de retail en warenmarkt. Inzicht krijgen in de verschillende behoeftes en belangen. De opgehaalde informatie gebruiken als input om beleid te maken. Toetsen van de voorgestelde beleidsaanpak voordat het ter visie wordt gelegd.
Het niveau van de participatie en de deelnemers Het participatieniveau is informeren en raadplegen. Dit houdt in dat ondernemers, bewoners en belanghebbenden de gelegenheid krijgen om ideeën, wensen en meningen naar voren te brengen of voorkeuren aan te geven die bij de beleidsvorming of de uitvoering worden betrokken (artikel 2 lid b participatieverordening).
95
2
DoeMee
Via het digitale participatieplatform van de gemeente Leiden DoeMee heeft een deel van het participatieproces plaatsgevonden. Dit is gecommuniceerd naar de stad via de algemene communicatiemiddelen van de gemeente, zoals de Stadskrant, Stadsnieuws, de nieuwsbrief van de gemeente, sociale media en een persbericht. Ook zijn ondernemers benaderd om deel te nemen aan het proces via een lokaal ondernemersplatform en via nieuwsbrieven van Leiden Marketing, Centrummanagement Leiden en Economie071. Iedereen kon reageren op stellingen die op DoeMee waren geplaatst en algemene reacties geven. Dit waren stellingen zoals: ‘De warenmarkt vergroot de aantrekkingskracht van de binnenstad en het Nieuwe Rijngebied’ en ‘De winkels in de binnenstad liggen te ver uit elkaar’. Alle stellingen die zijn voorgelegd aan de stad via DoeMee zijn opgenomen in de bijlagen (zie bijlage 1). Door de communicatie via het Doe.Mee-platform hebben veel inwoners en bezoekers hun (onofficiële) reactie via social media kenbaar gemaakt over de stellingen en het retail- en warenmarktbeleid. Deze aanvullende reacties zijn in lijn met de resultaten in bijlage 1 en op verzoek geanonimiseerd opvraagbaar bij de gemeente Leiden.
In totaal hebben 640 personen de stellingen over de winkels ingevuld, 392 personen de stellingen over de warenmarkt en zijn er 227 reacties geweest op de open vragen: sterke punten in de Leidse binnenstad, verbeterpunten voor de Leidse binnenstad, gemiste winkels, gemiste marktkramen en overige punten. Bij het thema ‘Retailbeleid’ was het merendeel van de respondenten voorstander voor meer zelfstandige winkeliers en vindt men de compactheid de kracht van de binnenstad. Om zich beter te onderscheiden vindt een deel van de bezoekers dat meer winkelketens aangetrokken dienen te worden, terwijl ook een groot deel het lokale karakter belangrijker vindt. Wat betreft bereikbaarheid vinden de meeste respondenten dit redelijk op orde, al zijn gestalde fietsen en de autobereikbaarheid inclusief het parkeren en de tarieven aandachtspunten. Bij het thema ‘Warenmarkt’ is vrijwel iedereen het eens dat de Leidse markt een grote aantrekkingskracht heeft en toegevoegde waarde voor de binnenstad. Ondanks dat de meningen over de ideale locatie uiteen lopen, vindt het merendeel dat de markt in het Nieuwe-Rijn-gebied thuishoort. Wel mijdt een deel van de bezoekers de markt vanwege de drukte. Een iets ruimere opzet wordt dan ook door veel respondenten gewaardeerd.
96
3
Brede participatiebijeenkomst Warenmarkt- en
retailbeleid Op 30 augustus 2021 van 15.00 – 17.00 uur heeft een brede digitale participatiebijeenkomst plaatsgevonden over de beleidsvoornemens met betrekking tot de warenmarkt- en retail. Het betreft een brede participatiebijeenkomst met inwoners, marktondernemers, (horeca)ondernemers, vastgoedvertegenwoordiging, aanjaagteam, gemeente en centrummanagement. In totaal waren 25 mensen aanwezig. De middag bestond uit twee delen: een gedeelte waarin de belangrijkste beleidsvoornemens zijn toegelicht en een gedeelte waarin in twee gespreksrondes is doorgepraat over de invulling van het beleid. Dit is gedaan aan de hand van stellingen. In dit verslag treft u per deelsessie de samengevatte resultaten aan.
Gespreksronde 1 Deelsessie 1: locatie warenmarkt Stelling: “Als de markt ter zijner tijd terugkeert op de Nieuwe Rijn is het nodig om de
marktkramen over een groter gebied te spreiden.” Verslag: De deelnemers aan de sessie (markondernemers) snappen dat er nagedacht wordt over de indeling van de markt, bijvoorbeeld om meer ruimte te creëren en voor veiligheidsaspecten. Wel worden een aantal zaken benoemd die een risico voor het uitbreiden (en herindelen) van de markt vormen. Dit zijn de volgende: • De markt mag niet te uitgestrekt worden. Er mag niet meer dan ongeveer 12 meter tussen de kramen zijn. Anders worden het kleine marktjes op zich, waardoor de samenhang wordt gemist. De consument loopt dan niet verder, waardoor er goede en slechtere gedeelten ontstaan. Compactheid van de markt is dan ook belangrijk. De huidige opstelling van de markt bepaalt ook het succes van de markt. • Horeca ‘tussen de markt’ is niet wenselijk. Hierdoor ontstaan er gaten in de markt en wordt de verbinding tussen de marktkramen verloren. Wel wordt aangegeven dat de horeca en de markt elkaar kunnen versterken, met de kanttekening dat er al veel is ingeleverd ten behoeve van de horeca. • Het is begrijpelijk dat gekeken wordt naar een oplossing voor de drukte. Bijvoorbeeld door verplaatsing bij drukke plekken. Hierbij dient wel gekeken te worden naar bijvoorbeeld branchering. • Denk bij (uitbreiding van) de markt ook aan logistiek en aan weersomstandigheden. Bij sommige stukken komen ondernemers vol in de wind te staan.
97
Deelsessie 2: samenwerking Stelling: “Veel partijen werken al goed samen in de Leidse binnenstad. Welke
sleutels/succesvoorbeelden van goede samenwerking kunnen de partijen vanuit warenmarkt en retail met elkaar delen? En daarmee de samenwerking in het gehele segment verbeteren.” Verslag: • Als we de samenwerking willen verbeteren tussen de warenmarkt en de horecaondernemers moeten de lijnen korter: er moet direct contact zijn. Nu zitten er teveel schijven tussen en duurt het te lang voordat zaken besproken worden, waardoor ze niet direct opgelost kunnen worden. • Een soort van marktmeester / gebiedsmanager zou gewenst zijn om de samenwerking te bevorderen. Een vast aanspreekpunt voor alle partijen die altijd benaderbaar is tijdens de markt zelf. Dat was in het verleden ook het geval. Met de switch om handhavers in te zetten is dat wat veranderd. • Een deelnemer pleit voor een weekendregisseur. Niet iemand van centrummanagement maar iemand die van en voor alle partijen is die de regie kan voeren over de binnenstad / de markt, wanneer de stad op zijn mooist is. Die kan vooruit kijken, rekening houden met wat er in de stad gebeurd en partijen bij elkaar brengen om ervoor te zorgen dat alles vlekkeloos verloopt. • Een deelnemer geeft aan dat een vast aanspreekpunt wenselijk is. Vroeger hadden de marktmeesters ook een kantoortje op het stadshuis op de zaterdag, waar fungeerde als informatiepunt. Dat werkte ook goed.
• Een andere deelnemer geeft aan een vast informatiepunt te statisch te vinden. Zeker als je ook wil interacteren met bewoners en andere bezoekers. Dan moet je werken met gastheren/-vrouwen die proactief op mensen af kunnen stappen en in gesprek kunnen gaan.
Deelsessie 3: bronpunten en bereikbaarheid Stelling: “De binnenstad moet voor alle doelgroepen bereikbaar blijven, ongeacht leeftijd en
vitaliteit. Temeer nu we werken aan een autoluwe binnenstad.” Verslag: Aangegeven wordt dat de stelling vraagt om een aantal voorwaarden. • Grote parkeergarages in en rondom de binnenstad (net als Delft en Utrecht). Behoud huidige garages, zoals Morspoort en Haagweg. Zowel bezoekers als bewoners kunnen in de parkeergarages parkeren, om een autoluwe binnenstad te bereiken. • Goede bereikbaarheid van het OV in de binnenstad: bushaltes kunnen delen van een winkelgebied aantrekkelijker maken – strategisch plaatsen van belang. Om
98
• •
gecombineerd bezoek te stimuleren (zoals we zeggen in de Visie Bezoekerseconomie) is het nodig dat de bussen ook ’s avonds/begin nacht blijven rijden en vaker dan 1 keer per uur. Anders werkt het OV niet optimaal en zorg je ervaar dat toch de auto of fiets nodig is. Voldoende fietsgarages in de binnenstad (niet alleen rondom) en handhaving als fietsen verkeerd staan. Er is een integrale aanpak nodig om de stad goed bereikbaar te houden: autoluw, busroutes/tijden/haltes en fietsenstallingen moeten op elkaar worden afgestemd. Pas dan kunnen auto’s uit de stad.
Deelsessie 4: verkleuring deelgebieden Stelling: “Op sommige plekken aan de rand van de binnenstad is transformatie nodig om
leegstand terug te dringen. Juist in het gebied rond de Nieuwe Rijn ligt potentie voor uitbreiding van de commerciële functie. Hoe zorgen we voor het versterken van de deelgebieden?” Verslag: • Voor de compactheid van het winkelgebied is het goed om het gebied rondom de Nieuwe Rijn (Stille Rijn, Aalmarkt, Apothekersdijk) meer bij de winkelstructuur te betrekken. De historische setting gecombineerd met het water heeft een grote aantrekkingskracht. Hierbij kan de markt in de toekomst een belangrijke rol spelen om het gebied op ‘aan’ te zetten. Zo worden (mede door ook de tussenliggende stegen te upgraden) de Haarlemmerstraat en Breestraat beter met elkaar verbonden. Boetiekjes op de Apothekersdijk zou een mooie toevoeging kunnen zijn. • Breestraat Noord, Prinsessekade en Kort Rapenburg betrekken bij de winkelstructuur als entreegebied richting Kernwinkelgebied. In de praktijk vervullen deze straten al deze functie • Het is denkbaar om in de Haarlemmerstraat Oost tussen de Hooglandse Kerksteeg en het Pelikaanplein een deel van de (te grote) retailoppervlaktes aan de achterzijde te transformeren naar wonen, mits er een upgrade van de plint (gevels) in samenwerking met vastgoedeigenaren kan worden gerealiseerd om het gebied een aantrekkelijkere uitstraling te geven.
• Retailmeters op de etages aan de randen van het centrum kunnen worden getransformeerd naar een andere functie, als daarbij ook de aantrekkelijkheid van de plint een upgrade krijgt, denk hierbij aan bijvoorbeeld de Langegracht in het pand waar Bristol zat op de 1e etage. • Van belang is de kwaliteit van de openbare ruimte in het winkelgebied te borgen.
99
Gespreksronde 2 Deelsessie 1: locatie warenmarkt Stelling: “Als de markt ter zijner tijd terugkeert op de Nieuwe Rijn is het nodig om de
marktkramen over een groter gebied te spreiden.” Verslag: •
•
•
•
• •
•
Een deelnemer (marktondernemer) geeft aan het niet eens te zijn met het vergroten van de markt. Er vallen dan teveel gaten, en nu komen de marktkooplieden al niet met slecht weer. Op de vraag of er afspraken over gemaakt kunnen worden, wordt aangegeven dat dit mogelijk is. Wel is een marktmeester dan van belang voor heldere afspraken en een gezamenlijke betrokkenheid. Een bezoeker van de markt (centrummanagement) is het wel eens met de stelling. Het is goed om functies te mengen en te denken vanuit het geheel en niet in één sector. Ook een ondernemer is het eens met de stelling, sowieso zou er meer samenwerking tussen de markt en de horeca moeten zijn. Markt en horeca hebben veel met elkaar te maken. De markt trekt klanten. Vergroten moet in samenwerking met de markt en met vaste ondernemers. Vooral samen nadenken over de stad is van belang. Vanuit een marktondernemer wordt aangegeven dat de markt aan elkaar gesloten dient te blijven, waar ruimte is moet in samenspraak met elkaar de juiste meters worden benut. Mocht de markt vergroot worden, dan kan dat een winsituatie zijn, maar wel moet de 8 behouden worden. Een vaste marktmeester zou een uitkomst zijn om betrokkenheid op de markt te vergroten. Belangrijk is dat de markt snel terugkomt, dat er dan wordt gekeken wie er weg is gevallen en hoe dat te vullen is. Geef marktkooplieden met drukke kramen ruimte om uit te breiden.
Centrummanagement denkt graag mee om gaten op te vullen en ontbrekende branches te vullen. We moeten daarvoor ook aantal regels aanpassen over wie waar kan en mag staan.
Deelsessie 2: samenwerking Stelling: “Veel partijen werken al goed samen in de Leidse binnenstad. Welke
sleutels/succesvoorbeelden van goede samenwerking kunnen de partijen vanuit warenmarkt en retail met elkaar delen? En daarmee de samenwerking in het gehele segment verbeteren.” Verslag: Opgemerkt wordt dat samenwerking breder moet dan retail en warenmarkt: ook cultuur / leisure, horeca, universiteit etc. moeten betrokken worden. De markt geeft zoveel dynamiek 100