210105 Bijlage 5 Verzamelde inspraakreacties (geanonimiseerd)
Tekst van het document
•
‘Een ander belangrijk onderdeel van dit beleid is dat we met cultuur méér kunnen doen aan inclusie. Voor specifieke doelgroepen die een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken (integratie, eenzaamheid), of die extra aandacht verdienen. Hierbij past ook de inzet op educatieve programma’s voor het breed betrekken van de bevolking bij de culturele ontwikkelingen in de stad. De cultuurmakers die evenementen, programma's en openluchtlocaties ontwikkelen, zullen ook bijdragen aan locatieontwikkeling en de bredere culturele profilering van de stad. We blijven inzetten op het verkrijgen en verzilveren van free publicity zoals met European Museum of the Year en het aanstaande European City of Science 2022.’ Hoeveel tijd en moeite heeft het gekost om deze even potsierlijke als ronkende volzinnen bij elkaar te harken? B&W proberen een verband te leggen tussen groeiende bezoekersstromen, educatieve programma’s en de ontwikkeling van openluchtlocaties (wat dat ook moge zijn). En jawel, als kers op taart wordt bij al dit moois ook nog eens de eigen bevolking betrokken. Dat alles zal ook nog eens bijdragen aan ‘integratie’ (van wie?) en zelfs eenzaamheidsbestrijding, zodat ‘iedereen’ [sic] kan genieten van het
18 European Museum of the Year en het komende universiteitsfeestje, genaamd het European City of Science 2022. Het zal de meeste Leidenaars worst wezen. De uitvoering van al die fraaie plannen kosten scheppen geld. Alleen al de gemeentelijke subsidie aan European City of Science bedraagt zeven ton. Dat zou beter kunnen worden besteed door kansarme en lage inkomensgroepen in Leiden van een gratis museumjaarkaart te voorzien. Dat is nog eens free publicity! En omdat een bezoekje aan de Hortus Botanicus voor veel gezinnen een kostbare aangelegenheid is (€ 8 voor een volwassene en € 3,50 voor kinderen) kunnen zij met een museumkaart ook eens van de plantenpracht in eigen stad genieten.
GELD VOOR MARKETING EN BEZUINIGINGEN VOOR DE MINIMA Terwijl het ‘linkse’ College van B&W scheppen geld verspilt aan de marketing van Leiden en zodoende een handvol horecaondernemers subsidieert, is er door datzelfde stadsbestuur bezuinigd op Leidenaars met een minimaal inkomen. Zo wordt op de Collectieve Zorgverzekering Minima maar liefst 945.000 euro per jaar bezuinigd. Daarnaast is de z.g. Declaratieregeling verdwenen. Deze hield in dat minima jaarlijks 210 euro ontvingen als een tegemoetkoming in de kosten van internet, telefoon of een reisabonnement. Het ging daarbij om 4.100 huishoudens. In plaats daarvan kwam het Maatwerkbudget waardoor het aantal ontvangers tot enkele honderden is gedaald. De besparingen bracht ca. 1,4 miljoen euro op. In totaal is er door het D66GroenLinks-PvdA-college rond 2,5 miljoen euro bezuinigd op armoede- en minimabeleid. ‘CONGRESSENMARKT AANJAGEN’ •
‘De congressenmarkt is onderdeel van de uitstraling van Leiden als stad van internationale kennis en historische cultuur. De gemiddelde besteding per congresbezoeker is hoog en levert een belangrijke spin-off voor de andere onderdelen van de bezoekerseconomie zoals horeca en cultuur,[….] Tot slot verwachten we een groei worden van congressen door de uitbreiding van het Leiden Bio Science Park, het realiseren van de Humanities Campus en het Leiden Law Park.’ Terwijl in Nederland steeds meer mensen zich storen aan het schrille neoliberale jargon en de bijbehorende prietpraat (woningmarkt, onderwijsmarkt, zorgmarkt, energiemarkt, financiële markt) kan ons ‘progressieve’ stadsbestuur er geen genoeg van krijgen. Dus is er nu ook een ‘toeristische-’ en ‘zakelijke bezoekersmarkt’. En natuurlijk een ‘congressenmarkt die een belangrijke spin-off oplevert voor horeca en cultuur’. In gewoon Nederlands (maar dat klinkt zo sullig) staat er dat de kroeg-, en restauranteigenaars en beddenverhuurders - en vooruit, ook die paar musea – met hulp van de gemeente volop geld gaan verdienen. Verder neemt met alvast een voorschot op de sloop van het Doelencomplex en de daarmee samenhangende deportatie van bewoners ‘voor het realiseren van de Humanities Campus’. En niet te vergeten het Lawpark – de nieuwe naam voor het Van de Werfpark. Wat zal de rechtgeaarde Leidenaar daar blij van worden!
19
OVER ECOLOGISCHE ‘VOETSTAPPEN’ EN DE CORONACRISIS Van het technocratische D66 (de ‘studenten-en-terrassenpartij’ bij uitstek) en haar wethouder, is het niet verrassend dat men zich zonder scrupules inzet voor de belangen van horeca-exploitanten, evenementen- en congresbureaus. En de PvdA? Bij de raadsverkiezingen van 2018 meende de partij bij monde van ... nog dat de binnenstad te veel aandacht en geld kreeg. Die zou meer moeten uitgaan naar de buitenwijken. Inmiddels is de voormalige fractievoorzitter in een andere rol directeur van Centrummanagement Leiden! Maar van coalitiepartij GroenLinks zou je toch anders mogen verwachten. Want in weerwil van pleidooien voor beter openbaar vervoer en een autoluwe binnenstad laat de bezoekerseconomie in ecologisch opzicht immers flinke ‘voetafdrukken’ achter. Daarbij kan je denken aan nog meer mobiliteit, meer afval en hoger energieverbruik. Dat is de keerzijde van een ‘levendige stad’. Daarom is het vreemd dat wethouder zich leent als boegbeeld voor de wens om nog meer toeristen naar Leiden te lokken.
Helaas wordt haar streven nog steeds ondersteund blijkens het verkiezings-programma 2022-2026 van GroenLinks (‘We versterken de sectoren die Leiden al veel werkgelegenheid bieden, zoals het Leiden Bio Science Park en de bezoekerseconomie, en zetten volop in op het stimuleren van ‘groene’ bedrijvigheid in de stad.‘) Dat een opgeblazen bezoekerseconomie en ‘groene bedrijvigheid’ tegenstrijdig zijn wordt kennelijk niet goed door de partijgenoten begrepen. Maar er is meer. In de Visie wordt nogal vanzelfsprekend uitgegaan van het einde van de covid-pandemie. Vooralsnog is dat echter niet het geval, zeker niet wanneer zich onverhoopt nieuwe besmettingsvarianten aandienen. Virologen hebben al gewaarschuwd dat de covid, ook als ze wordt beteugeld, aanwezig blijft. Een ander probleem vormen de vaccinatieweigeraars die in combinatie met mobiliteit voor extra besmettingen kunnen zorgen. Ook dat is een reden om stadstoerisme niet te willen promoten.
‘WAAR NAAR TOE MET WATER?’ •
‘Het water biedt vanuit recreatief oogpunt kansen en deze vorm van recreatie heeft in de huidige omvang een beperkte negatieve impact. Omdat we echter nu al piekmomenten zien in Leiden met grote drukte op het water, wil de gemeente grootschalig watertoerisme vermijden. Om een toename van drukte te voorkomen en de gebruiksvriendelijkheid van het water in onze stad te behouden, is betere regulering nodig. Handhaving moet daarbij enkel een laatste middel zijn.’
20 Soms vraag je je af of de boven ons gestelden onder een steen leven. Hier wordt namelijk beweerd dat de waterrecreatie ‘in de huidige omvang een beperkte negatieve impact heeft’. Wat iedereen kan weten is dat de binnenstadbewoners en hun wijkverenigingen al jaar en dag klagen over lawaai en vervuiling van en door ‘waterrecreatie’. Vooral op late zomeravonden worden aanwonenden getrakteerd op geschreeuw en muzikale geluidsoverlast, afkomstig van in file varende plezierboten. Bewoners van woonboten hebben last van te hard varende passanten, terwijl taluds en beschoeiingen worden beschadigd. Weliswaar beloven B&W betere regulering, maar hoe en wat wordt er niet bij gezegd. Wel dat handhaving daarbij een laatste middel moet zijn. Ja hoor ….
‘JE VAART LEIDEN MAKKELIJK IN MET JE EIGEN BOOT…’ In de Visie wordt gezegd dat de gemeente grootschalig watertoerisme wil vermijden. Maar de website van het door diezelfde gemeente gesubsidieerde ‘Leiden stad van ontdekkingen’ meldt enthousiast over de mogelijkheid om de stad privé vanaf het water te ontdekken. Zo lezen we: Kom je met je eigen boot? Je vaart Leiden makkelijk in met je eigen boot. De kades zijn laag en er zijn overal aanlegplaatsen. Op strategische locaties vind je sloepensteigers en langs verschillende kades zijn afmeerringen aangebracht. Let je wel op de lage bruggen? Daar hebben we er ook best veel van! Bij VVV Leiden kun je de 66 bruggenroute kopen, een leuke vaarroute voor maar € 3,-.
HOOFDSTUK 6. ‘MANIER VAN WERKEN’ ‘ADAPTIEF BELEID’ (‘Adaptief beleid’ is in gewoon Nederlands ‘aangepast of [zich] aanpassend beleid’). •
‘De bezoekerseconomie is dynamisch en daarom is adaptief beleid nodig. Daarmee kan ingespeeld worden op positieve of negatieve ontwikkelingen en op de ervaring van bewoners.’ Ook hier is de wens weer de vader van de gedachten. Het is bekend dat de gemeente al jarenlang niet of nauwelijks gehoor geeft aan klachten van allerlei vormen van overlast. Zo worden de klachten van de wijkverenigingen in de binnenstad stelselmatig genegeerd. Wanneer B&W zeggen dat ze zullen inspelen op de ervaringen van bewoners, komt dat ongeloofwaardig over.
‘SAMENWERKING’ •
‘Een toekomstbestendige bezoekerseconomie is een opgave voor inwoners, ondernemers, gemeente Leiden en de regio samen. De Gemeente Leiden wil binnen haar mogelijkheden een rol vervullen in de ontwikkeling van een toekomstbestendige bezoekerseconomie, maar dit kunnen we niet alleen. Samenwerking met de inwoners, ondernemers en Leidse partners zoals Leiden Marketing, Centrum Management Leiden en Cultuurfonds Leiden is cruciaal. Het participatieproces van deze visie is met
21 de publicatie van dit document niet afgelopen. We nodigen alle belanghebbenden dan ook uit om mee te blijven denken en bij te blijven dragen. Het betrekken van de juiste mensen, partijen, bedrijven, instellingen en instanties bij het aangaan van de diverse uitdagingen die een toekomstbestendige bezoekerseconomie met zich meebrengt, is complex. Hieraan moet verder uitwerking en uitvoering gegeven worden in de aankomende jaren.’ Kennelijk is deze tekst bedoeld als een fraai klinkend en geruststellend slot van de Visie. Maar het is misleidend, want als je zegt dat de bezoekerseconomie een opgave is voor inwoners, ondernemers, de gemeente en de regio, dan veronderstelt dat een gezamenlijk belang. Dat geldt vast en zeker voor de gemeente (lees: de collegepartijen met vanzelfsprekende steun van de VVD), ondernemers en hun spreekbuizen Leiden Marketing en Centrum Management Leiden. Maar niet voor de inwoners. Al ontkennen B&W dat nog zo hard, het komt er op neer dat de gewone Leidenaars – en vooral die in de binnenstad – worden opgescheept met de gevolgen van de bezoekerseconomie.
HET PARTICIPATIEVERSLAG Het Participatieverslag Bezoekerseconomie biedt een mooi inkijkje hoe de gemeente omgaat met ‘inspraak’. Bij de start van ‘het proces’ zaten wethouders en ambtenaren niet aan tafel met burgers, maar uitsluitend met organisaties die het meeste belang hebben bij groeiende bezoekersstromen. Zoals Leiden Marketing, Centrummanagement Leiden en het Cultuurfonds Leiden. In Leiden is iedereen gelijk, maar de een wat meer dan de ander. Niet alle inwoners zijn immers ondernemer (en alle ondernemers geen inwoners – doch dit terzijde). DE UITGESPROKEN VOORSTANDERS Voor genoemde clubs werd de loper nog vele malen uitgerold, aangevuld met organisaties als Denktank Student & Stad, Expat Centre Leiden, Leiden Convention Bureau, Hoteloverleg Leiden, Pro Kwadraat, Gilde Leiden, Koninklijke Horeca Nederland, organisators van evenementen en enkele museumdirecteuren. Te oordelen naar de namen van deze organisaties en hun reacties gaat het om een netwerk dat eensgezind en luidkeels het motto ‘KOM NAAR LEIDEN!’ huldigt. Sterker nog, de meesten ontlenen er hun bestaansrecht aan. Zoals kan worden verwacht ontkennen of bagatelliseren zij de negatieve gevolgen van de opgeblazen bezoekerseconomie. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat in de lange rij ook één keer ‘binnenstadbewoners’ worden vermeld.
Maar hoeveel, wie zij waren en wie zij wel of niet vertegenwoordigden wordt er niet bij gezegd. Hetzelfde geldt voor deelnemende ‘bewonersverenigingen’. Welke waren dat? Naast wijkverenigingen bestaan er ook tal van complexgebonden bewoners- commissies. Zijn die ook uitgenodigd en zo ja, welke? En zo nee, waarom niet? EXPATS: ‘LEIDEN MOET EEN VERBORGEN PAREL BLIJVEN….’ Ten slotte zijn er nog ‘focusgroepen’ geraadpleegd. Het betrof hier deelname van een ongenoemd aantal ‘binnenlandse bezoekers en internationale bewoners die in Leiden woonachtig zijn’. Opmerkelijk Is dat de deelnemende expats (dus mensen die tijdelijk in Leiden wonen om in Nederland te werken) van mening zijn dat de stad in de afgelopen jaren steeds drukker is geworden. Zij willen liever dat Leiden ‘een verborgen
22 parel’ blijft. Een verborgen parel? Maar dát is niet de bedoeling! Zeker niet als het aan B&W ligt….
DE OPPERVLAKKIGE VERHALEN VAN LEIDEN MARKETING De website DoeMee is een soort gemeentelijke brievenbus. Van brievenbussen is bekend dat je er iets in kan stoppen zonder dat er noodzakelijk een reactie op volgt. Met een discussieplatform waarop burgers meningen delen is overigens niets mis, maar in de Visie Bezoekerseconomie wordt ‘DoeMee’ als een prachtig middel van ‘burgerinspraak’ bestempeld. Dat is onzin, maar het is wel zo dat op de site regelmatig waardevolle en goed beargumenteerde inzendingen worden geplaatst. Zoals onderstaande, gedeeltelijk overgenomen inzending van , zie https://doemee.leiden.nl/nl-NL/ideas/ergernissen-en-oplossingen ‘Waar ik me aan erger zijn de oppervlakkige marketingverhalen van Leiden Marketing en de pogingen om zoveel mogelijk bezoekers naar Leiden te trekken. Ik begrijp goed dat Leiden Marketing en de lokale horeca het liefst zoveel mogelijk bezoekers naar de stad halen (dit levert de horeca meer inkomsten op en levert Leiden Marketing meer budget op, aangezien alle toeristenbelastingontvangsten direct naar Leiden Marketing gaan). Maar als inwoner heb ik hier minder begrip voor. Leiden is een schitterende stad die vanwege haar vele musea, mooie binnenstad en het Singelpark sowieso wel door bezoekers gevonden wordt. Daar hoeft geen marketingcampagne meer overheen.
Mijn oplossing: haal de perverse prikkel bij Leiden Marketing weg (meer bezoekers = hogere toeristenbelasting opbrengsten = meer budget voor Leiden Marketing) door de toeristenbelasting-systematiek te herzien en vergroot de democratische controle op Leiden Marketing. Ik heb nooit begrepen waarom een stad als Leiden een eigenstandige private marketing organisatie heeft, die wel indirect in stand wordt gehouden met publiek geld (opbrengsten lokale toeristenbelasting).’ Garenmarktbewoonster Sonja Wagemans schreef: https://doemee.leiden.nl/nl-NL/profile/sonja-wagemans ‘Waarom moet er steeds meer? Steeds meer bezoekers, (money). Steeds meer terrassen (money). Steeds meer AirB&B (money). Steeds meer restaurants (money). Steeds meer evenementen (money). Steeds meer rolkoffers (herrie). Steeds meer mensen ‘s avonds over straat (herrie). Waar kan ik plassen (tegen de gevel, want openbare toiletten zijn er niet). De stad wordt steeds krapper (want overal wordt elke ruimte dicht gebouwd). Wonen in een oprukkende dichtheid en drukte geeft steeds meer stress. Bezoekers zijn welkom, maar wel in beperkte mate! Niet met een groei van 117% in een paar jaar. Alleen voor the money. Een goed leefklimaat is het belangrijkst voor een goede gezondheid voor bewoners in de stad.’
23 KRITISCHE BURGERS Veel kritischer zijn de 285 burgers die lid zijn van het z.g. Leiden Panel en hebben gereageerd op een viertal enquêtevragen. Ze wonen zowel in de binnenstad als daarbuiten, maar over de getalsmatige verhouding wordt niets gezegd. Van eventuele onder- en oververtegenwoordiging is dus niets bekend. Dat is jammer omdat in de binnenstad en de daaraan grenzende wijken (zoals het verslag erkent) de meeste bezoekersoverlast wordt ervaren. Dat geldt niet of minder voor de bewoners van de Mors, Merenwijk en Stevenshof. Een grote meerderheid denkt dat meer bezoekers bijdragen aan de economische groei en werkgelegenheid. Ook het antwoord op de (in dit verband niet ter zake doende) vraag of de geënquêteerden ‘trots zijn op hun stad’ kan rekenen op veel instemming. Maar wanneer er wordt doorgevraagd zijn de antwoorden vernietigend voor de plannen van B&W en de belangenorganisaties: • • • • • •
75% is beducht voor meer verkeers- en parkeerproblemen; 66% verwacht meer luchtvervuiling en broeikasgassen; 65% verwacht dat de stad te druk wordt; 52% denkt dat de stad te luidruchtig wordt; 28 tot 74% zegt zich (in oplopende mate van ergernis) al vóór de coronacrisis te storen aan wildplassen, drugsgebruik, dronkenschap, het niet naleven van verkeersregels, luidruchtigheid en afval of straat; Nu al ondervindt 54% van de centrumbewoners soms of veel bezoekersoverlast; buiten het centrum is dat 35%.
REACTIES DIGITAAL PARTCIPATIEPLATFORM Via het digitale participatieplatform van de gemeente Leiden Project: Bezoek aan de stad (leiden.nl) zijn 243 reacties binnengekomen. De inhoud is te divers om hier in een paar zinnen samen te vatten Ze variëren van enthousiast tot zeer afwijzend, maar ook hier overheerst duidelijk een kritisch beeld. Het Participatieverslag grenst op dat punt opnieuw aan misleiding. Zo wordt over de 243 reacties gezegd: ’Over het thema ‘Groei bezoekers’ lieten de meeste deelnemers weten dat ze bezoekers wel gezellig vinden, maar in beperkte mate. Leiden moet geen Giethoorn, Venetië of Amsterdam moet worden, en sommige deelnemers vinden zelfs dat Leiden al te druk is. Toch vinden deelnemers het ook belangrijk voor een stad om bezoekers te trekken.’ De waarheid is dat veel deelnemers vinden dat Leiden al te druk is of dreigt te worden, terwijl sommige deelnemers van mening zijn dat het belangrijk is voor een stad om bezoekers te trekken. Dit is een voorbeeld hoe gepoogd wordt een dusdanig beeld te schetsen dat dient om een opgeblazen bezoekerseconomie te ondersteunen. ‘STADSGESPREKKEN’ Dan vonden er op 21 april en 25 mei nog twee z.g. ‘stadsbijeenkomsten’ of ‘stadsgesprekken’ plaats waaraan ca. 100 mensen deelnamen. Zelf was ik digitaal aanwezig bij de tweede bijeenkomst, maar ben halverwege afgehaakt.
Ik vond het ergerlijk dat de toelichting op grafiekjes en tabellen zowat een half uur in beslag nam. Dat was niet nodig geweest wanneer de informatie vooraf digitaal was bezorgd en de (vooraf
24 aangemelde) deelnemers zich in de materie hadden kunnen verdiepen. Smaken en meningen over deze gang van zaken zullen verschillen, maar in mijn beleving ging het niet om een stadsgesprek maar om een strak geregisseerde persconferentie.
DE ‘ROLKOFFERECONOMIE’ Natuurlijk moeten overnachtende bezoekers een dak boven hun hoofd hebben. Zij kunnen terecht bij hotels in Leiden en omgeving of gebruik maken van een bed & breakfast. Aan het exploiteren van een bed & breakfast is echter de voorwaarde gesteld dat de woning door de eigenaar moet worden bewoond en voor maximaal 40% mag worden verhuurd. Niettemin is de Leidse beddencapaciteit in de ogen van B&W onvoldoende. Daarom is naast de Visie Bezoekerseconomie een Beleidsnota Toeristische verhuur van woonruimte gepresenteerd. Dat beleid maakt het mogelijk dat ook andere woonruimte wordt verhuurd; zie inspraak-nota-toeristische-verhuur (leiden.nl) Het verschil met een bed & breakfast is dat de eigenaar tijdelijk elders verblijft en gedurende die periode zijn of haar hele woning te huur aanbiedt. Hij of zij is bijvoorbeeld afwezig vanwege vakantie. Wel met de bepaling dat de woning jaarlijks voor maximaal 30 overnachtingen mag worden verhuurd. Dat wordt niet dus alleen een feest voor huiseigenaars, maar ook voor bemiddelaars als Booking.com en AirBnB. Weliswaar zijn de verhurende eigenaars onderworpen aan een meld- en registratieplicht van hurende bezoekers, maar dat sluit illegale of langere verhuur niet uit. Je kan er gif op innemen dat handhaving pas zal plaatsvinden wanneer omwonenden gaan klagen.
Maar ook wanneer er sprake is van legale verhuur zullen buurtbewoners worden gestoord door aankomende en vertrekkende bezoekers met hun rolkoffers. Plus de mogelijkheid dat zij zich schuldig maken aan geluidsoverlast of erger. De kans op overlast en ergernis wordt groter naarmate meer eigenaars in één straat, gespreid over verschillende maanden, hun woning verhuren. Maar er is nog iets anders. Los van toeristische verhuur mag volgens de ‘Beleidsregels onttrekking en woningvorming 2019’ maximaal 20% van de huizen per straat in de binnenstad worden verkamerd. in maar liefst 69 straten in het centrum zelfs 100%! In de buitenwijken is maximaal 5 tot 8% verkamering toegestaan. De bedoeling van dit beleid is om meer woonruimte voor permanente kamerhuur te scheppen. De bepalingen omtrent ‘Woon- en leefregels van bewoners’ lenen zich in de praktijk echter nauwelijks voor handhaving. Zie https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR641414/2 Dat zet mogelijk ook de deur open voor toeristische verhuur. In ieder geval wordt in beide beleidsdocumenten niet over deze mogelijkheid gesproken; kennelijk is daar geen rekening mee gehouden.
25 MET EEN KLUITJE IN HET RIET Het motto van B&W is ‘spreekt u maar in’. Het ligt op hun lippen bestorven. Maar voorzover de reacties kritisch of afwijzend zijn of niet sporen met hun beleidsvoornemens, worden die doorgaans genegeerd en worden klagers en ‘insprekers’ met een kluitje in het riet gestuurd. In dat verband is het illustratief hoe B&W op de bezoekersoverlast in het Singelpark reageert: ‘In het participatieproces zijn meerdere malen opmerkingen gemaakt over de Singelparkroute. De Singelparkroute wordt door veel Leidenaren gewaardeerd, maar in de participatie is duidelijk geworden dat er ook omwonenden zijn rond de route die overlast ervaren van voorbijgangers. In de visie niet expliciet ingezet op de Singelparkroute, wel wordt hier impliciet aandacht aan besteed doordat gekozen wordt om nadrukkelijk niet in te zetten op grootschalige dagbezoeken in georganiseerd verband en spreiding van bezoekersactiviteiten nastreven’. ‘Geen grootschalige dagbezoeken in georganiseerd verband’? De jongens en meisjes van Pro Kwadraat zullen deze mededeling vast grappig vinden. Pro Kwadraat is namelijk een bedrijf dat van vrijetijdsbesteding een leuk verdienmodel heeft gemaakt. – dus hoe meer bezoekers, hoe beter.
Die kunnen dan kiezen uit een Stadswandeling, een Pilgrimfatherswandeling, de Soldaat van Oranjewandeling, de Rembrandtwandeling, de Hofjeswandeling, een Literaire wandeling, een Medische wandeling, een Juridische wandeling en vooral niet te vergeten de Historische Bierwandeling. Het wachten is nog op een Inspraakwandeling en een Klachtenwandeling.
BETER TEN HALVE GEKEERD DAN TEN HELE GEDWAALD In het voorgaande is duidelijk gemaakt dat de plannen voor een opgeblazen bezoekerseconomie goed zijn voor een handvol ondernemers, vooral in de horecasector. Maar slecht voor het leefklimaat van de stad. Slecht voor het milieu. Slecht voor de verkeersveiligheid. Dus vooral slecht voor de inwoners van de binnenstad en de aan het stadscentrum grenzende wijken. Dat leidt wat mij betreft tot de volgende aanbevelingen: 1. De gemeenteraad besluit de Concept Visie Bezoekerseconomie en de daaraan gekoppelde bijlagen (t.w. de ‘Analyse en keuzerichtingen van het onderzoeksbureau ZKA en het ‘Participatieverslag Visie Bezoekerseconomie’) voor kennisgeving aan te nemen, maar daar niet mee in te stemmen. Hetzelfde geldt voor de ‘Ontwikkelingsvisie 2030 – Leiden Stad van Ontdekkingen’. 2. Omdat de Leidse toeristenbelasting lager is dan in veel andere steden besluit de gemeenteraad om de toeristenbelasting te verhogen tot minimaal € 7 per overnachting per persoon. Te gebruiken voor armoedebestrijding en voorzieningn. 3. Het is een ongezonde situatie dat de marketing van ondernemers – en dan met name van de Leidse horeca, evenementen- en de ‘congresmarkt’ met publiek geld wordt gesubsidieerd. Het is immers gebruikeIijk dat een normaal en gezond bedrijfsleven haar eigen marketing financiert.
Dat betekent dat de gemeenteraad besluit om de subsidiëring van organisaties als Leiden Marketing, Centrummanagment Leiden, ESOF, Leiden Conventionbureau enz. zo spoedig mogelijk en geheel af te bouwen. 4. Omdat het Singelpark nu al druk wordt bezocht en de toeloop op sommige momenten te groot is, moet aan reclame voor de Singelroute onmiddellijk een eind worden gemaakt.
26 5. Toeristische verhuur van woonruimte wordt niet toegestaan. Verder moet aan de voortdurende verkamering van bestaande woonruimte een eind worden gemaakt, ook met het oog op illegale verhuur aan toeristen. Ik ben realistisch genoeg om te beseffen dat deze maatregelen in het huidige politieke klimaat niet haalbaar zijn. Maar wanneer er over deze punten discussie ontstaat is dat al een stap vooruit. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Er zullen maar weinig stadgenoten zijn die zich zoals ik de moeite getroosten om zo uitgebreid op de verschillende Visies te reageren. Maar het is niet zo dat wie dat niet doet met de bezoekerseconomie instemt. Wie dat denkt maakt een ernstige vergissing. De gemeenteraad moet zich realiseren dat de weerzin in de stad tegen dit – en veel ander beleid – groeit. Dat geldt ook voor de verleende schijninspraak Die weerzin kan zich vertalen in protest en onverschilligheid. Wat dat laatste betreft wil ik er aan herinneren dat in 1986 ruim 73% van de stemgerechtigde Leidenaars de moeite nam om een gemeenteraad te kiezen. Bij de laatste raadsverkiezingen in 2018 was dit percentage tot 57% gedaald. Het is dus goed denkbaar dat bij toekomstige verkiezingen de opkomst minder is dan de helft van het aantal stemgerechtigden.
Door niet te luisteren naar wat in de Leidse samenleving wordt gezegd, gevoeld en gedacht, worden het mandaat en het gezag van B&W en de gemeenteraad uitgehold. Bestuurders die dat negeren zijn foute bestuurders. Ten slotte nog dit. De gemeenteraad mag dan in ‘staatsrechtelijk’ opzicht vrij zijn om te besluiten wat haar goed dunkt, maar als het beleid niet door burgers wordt gedragen gaat het vroeg of laat mis. Zeker omdat Nederland – en dus ook Leiden – voor grote uitdagingen staat als het aanpakken van de klimaatcrisis en de energietransitie. Zeker weten dat bij die aanpak geen opgeblazen bezoekerseconomie past.
Inspraakreactie 7
Inspraakreactie nota of plan indienen voor inwoners Inspraakreactie Wat is de naam van het plan/concept beleidsnota? Wat is het zaaknummer? Inspraakreactie
Conceptnota Visie bezoekerseconomie', 3276865 Ik ben het geheel eens met de inspraak reactie van Dhr. Leiden is al te vol met toeristen en buitenlandse studenten en expats. Nog meer hiernaartoe halen is de ondergang van Leiden. Net als in Venetie , Barcelona en Amsterdam o.a. Leiden is geen pretpark, maar een stad die van de inwoners is en niet van een paar ondernemers en hun lobby.
Documenten toevoegen Documenten toevoegen
110721 Reactie Concept Visie Bezoekerseconomie.pdf
Uw gegevens Uw gegevens Voornaam* Voorvoegsel(s) Achternaam*
Adresgegevens
Straatnaam* Huisnummer* Huisletter Huisnummertoevoeging Postcode* Woonplaats*
Contactgegevens E-mailadres* Telefoonnummer
Controleren en verzenden
19-08-2021 12:56:04
pagina 1 van 1
Inspraakreactie 7
1
DE CONCEPT VISIE BEZOEKERSECONOMIE NIET DEMOCRATISCH, NIET GROEN EN NIET LINKS
bezwaren tegen de ‘Concept Visie Bezoekerseconomie’ en de ‘Conceptnota Toeristische verhuur van woonruimte’ van de Gemeente Leiden (of hoe de plannen van B&W van Leiden onze stad dreigen te verzieken)
door
een geboren, getogen en verontrust Leidenaar
2
EEN PAAR JAAR GELEDEN … …. was de Vijfde Binnenvestgracht nog een verstild, tamelijk onbekend stukje Leiden. Daarin is verandering gekomen toen er onder het P.J. de Vethgebouw een doorgang is gemaakt naar de Hortus en ons grachtje onderdeel werd van de Singelparkroute. Aan de zuidkant sluit de gracht aan op een fraai aangelegde wandelstrook langs de Wittesingel die uitzicht geeft op de prachtig gerestaureerde Sterrenwacht. Omdat de bewoners – al lang voor de komst van het Singelpark – bloempotten en plantenbakken hebben geplaatst is de omgeving extra opgefleurd. Kleurrijke geveltuintjes doen de rest. FILELOPEN Maar sinds de komst van het Singelpark is het druk geworden. Vooral tijdens de weekenden persen zich honderden mensen – soms hele gezelschappen – door de smalle straat langs de gracht. Vanwege het ingluren (en zelfs naar binnen fotograferen!) hebben zowat alle bewoners raambedekking opgehangen om hun privacy nog enigszins te beschermen. Omdat vrijwel niemand een achtertuin heeft, zijn we gewend om voor deur te zitten. Dat is nog steeds mogelijk, maar leuk is anders. Luid pratende en telefonerende passanten, stadspuzzelaars, maar ook fietsers, hardlopers en wandelaars met wel of niet aangelijnde honden beheersen het straatbeeld. Nu en dan vinden vervelende discussies plaats met bezoekers die de plantenbakken als zitbank gebruiken.
Links een beeld uit het gemeentelijke propagandafilmpje; een idyllisch en verstild plaatje van de Vijfde Binnenvestgracht waarop twee hoveniers van de Hortus planten vervoeren. Rechts een beeld van de dagelijkse werkelijkheid. Drommen wandelaars die zich door het grachtje persen. En dan moet de echte ‘bezoekerseconomie’ nog op gang komen….
Het Singelpark is een mooi project, maar het filelopen op de gracht roept dubbele gevoelens op. Ergernis en begrip strijden om voorrang. Ergernis om het gedoe voor je deur, maar je wilt ook niet van verwend nimbygedrag (‘not in my back yard’) worden beschuldigd. Er zijn immers geen goede argumenten om anderen te misgunnen waarvan je zelf geniet. En misschien wordt er ooit een alternatieve wandelroute langs de Wittesingel aangelegd; tot dan zullen we met de drukte moeten leven. Misschien wel voor altijd. Om misverstanden te voorkomen: ik heb geen hekel aan bezoekers, of ze nu wel of niet uit Leiden komen. Als rasechte Leidenaar voel ik mij gestreeld als ‘vreemdelingen’, of het nu landgenoten of buitenlanders zijn, de loftrompet steken over mijn stad. En per slot van rekening zijn we in onze geglobaliseerde wereld zelf reizigers; ook Leidenaars bezoeken bezienswaardige steden.
3 GRENZEN WORDEN OVERSCHREDEN Maar net zoals elders zijn er grenzen aan de binnenstedelijke leefbaarheid. Die grenzen dreigen in Leiden ver te worden overschreden door de plannen van B&W om in te zetten op nóg meer bezoekersstromen. Na de eerdere presentatie van de Ontwikkelingsvisie 2030 – Leiden Stad van Ontdekkingen 1 zorgt de Concept Visie Bezoekerseconomie 2 er opnieuw voor dat de alarmbellen rinkelen. Het gaat daarbij niet meer alleen om de drukte op de Vijfde Binnenvestgracht, maar om toenemende drukte en overlast in de hele binnenstad. Bovendien hebben binnenstadbewoners geen enkel voordeel van het massatoerisme – of het nu om dagjesmensen of congresbezoekers gaat. Daarbij moet worden bedacht dat Leiden de op één na dichtst bevolkte stad is van Nederland. De Concept Visie ontkent of bagatelliseert de overlast die de ‘bezoekerseconomie’ met zich meebrengt. Holle frasen worden afgewisseld door vage en geruststellende bespiegelingen. Wel wordt duidelijk dat vooral de horeca-, de evenementen- en de congressectoren gouden dagen tegemoet kunnen zien. En mogelijk de cultuursector, al zal dat in hoofdzaak beperkt blijven tot meer museumbezoek. Echte argumenten voor een opgeblazen bezoekerseconomie ontbreken. Ja, het belang van de werkgelegenheid wordt tot vervelens toe onderstreept.
Maar dat wordt slecht onderbouwd en verschilt in wezen niet van de argumenten waarmee de KLM tijdens de coronacrisis miljarden belastinggeld in de wacht sleepte. Dat beeld dringt zich vooral op omdat in Leiden de toeristenbelasting grotendeels wordt ingezet om onder het zelfde voorwendsel van werkwerk-werk het stedelijk toerisme te promoten. Terwijl er op dit moment meer vraag is naar arbeidskrachten dan dat er vacatures zijn. INSPRAAK IS IN LEIDEN GEEN HALF EI, MAAR EEN LEGE DOP Of deze gang van zaken zal leiden tot andere inzichten is twijfelachtig. Leidenaars weten dat de boven hun gestelden doorgaans hun goddelijke gang gaan. Zoiets als ‘inspraak’ – laat staan medezeggenschap – is in Leiden geen half ei maar een lege dop. Zoals we nog zullen zien geldt dat ook voor de wijze waarop de Concept Visie tot stand is gekomen. Niet voor niets weigeren de wijkverenigingen in de binnenstad om het ‘inspraakspelletje’ nog langer mee te spelen en wordt er al anderhalf jaar niet meer met de gemeente gepraat. ONTOEGANKELIJK, VERHULLEND EN ONDEMOCRATISCH TAALGEBRUIK In aansluiting daarop wil ik nog aandacht te vragen voor iets anders dat mij stoort. In navolging van veel gemeentelijke beleidsdocumenten bevat de Concept Visie Bezoekerseconomie bij vlagen ondoorgrondelijk jargon.
Zo begint de inleiding met het citeren van een slecht uit het Engels vertaalde definitie: ‘Een bezoeker is een reiziger die een reis onderneemt naar een destinatie buiten zijn of haar gewoonlijke omgeving. Deze reis is korter dan een jaar en kan verschillende motieven hebben (zaken, leisure of andere persoonlijke doelen), maar niet dat hij of zij in dienst is bij een entiteit in het bezochte land of de bezochte plaatsen.’ Je ogen doen pijn als je dit leest. Andere voorbeelden van moeilijke, maar gemakkelijk te vervangen woorden en begrippen in fatsoenlijk en begrijpelijk Nederlands zijn: expertmeetings, focusgroepen (pag. 2), retail (pag. 6), inclusie (pag. 11), zero emissie stadslogistiek (pag. 13), 1 Leiden-Stad-van-Ontdekkingen-ontwikkelingsvisie.pdf (leidenkennisstad.nl) 2 De Concept Visie kan worden gedownload via https://gemeente.leiden.nl/bestuur/denk-en-doe-mee/inspraak/
4 free publicity (pag. 18), relatiemanager (pag. 19), datagedreven werken, adaptief beleid (pag. 22) en klimaatadaptatie (pag. 23). Het gaat daarbij niet alleen om slecht Nederlands, maar ook om ontoegankelijk, vaak verhullend, maar bovenal ondemocratisch taalgebruik. Op die manier wordt – bewust of onbewust? – een hindernis opgeworpen voor burgers die niet gewend zijn om beleidsdocumenten te lezen en daardoor moeilijker in staat zijn om die kritisch te doorgronden. Zo worden inspraak en meedenken al bij voorbaat een wassen neus. EEN NETWERK VAN POLITIEK, AMBTENAREN EN INGEHUURDE ‘DESKUNDIGEN’ Misschien dat er in de aanloop naar de raadsverkiezingen in 2022 iets verandert. Maar dat is twijfelachtig omdat de regerende coalitie van D66, GroenLinks en PvdA bij monde van de wethouders vastbesloten lijkt om haar zin door te drijven. Daarbij kan de coalitie bij voorbaat rekenen op de onvoorwaardelijke steun van de VVD die – zoals iedereen kan weten – is uitgevonden om ondernemersbelangen te dienen. Samen vormen deze partijen een grote meerderheid in de gemeenteraad die vooral steunt op een netwerk van ambtenaren, ingehuurde ‘deskundigen’, belanghebbende ondernemers, universiteitsbobo’s en marketeers. Zou het ooit veranderen? Hoop doet leven, maar juich in Leiden nooit te vroeg. LEESWIJZER In het hierna volgende loop ik de hoofdstukken van de Concept Visie door.
De geciteerde tekst wordt na een ● gecursiveerd weergegeven, gevolgd door commentaar in standaardletter. Tussen de commentaren zijn tekstkaders ingelast waarin aan specifieke onderwerpen aandacht wordt besteed. Aan het slot komt het zogenoemde Participatieverslag ter sprake. Helaas val ik regelmatig in herhaling. Maar dat is onvermijdelijk, omdat de Concept Visie dat (vaak bij gebrek aan argumenten) in de verschillende hoofdstukken ook doet. INHOUD ‘Een paar jaar geleden….’ Over het Voorwoord Hoofdstuk 1. ‘Aanleiding en noodzaak’ Tekstkader: ‘De universiteit en ‘Leiden prachtstad’
Hoofdstuk 2. ‘Profiel van de stad en regio voor de bezoekerseconomie’ Hoofdstuk 3. ‘Belang van bezoekerseconomie nu en in de toekomst’ Tekstkader: ‘Van het kastje naar de muur’ Tekstkader: ‘Verkopers en makelaars ruiken hun kansen’
Hoofdstuk 4. ‘Toekomstbeeld, ambities en doelen’ Tekstkader: ‘Toeristenbelasting’ Tekstkader: ‘Rembrandt trakteert’
Hoofdstuk 5. ‘Naar een keuze’ Tekstkader: ‘Ilja Pfeijffer: zuinig zijn op de stad en haar inwoners’ Tekstkader: ‘Gesubsidieerde belangenverstrengeling’ Tekstkader: ‘Geld voor marketing en bezuinigingen voor minima’ Tekstkader: ‘Over ecologische ‘voetstappen’ en de coronacrisis’ Tekstkader: ‘Je vaart Leiden makkelijk in met je eigen boot’
Hoofdstuk 6. ‘Manier van werken’ Het Participatieverslag Tekstkader: ‘De oppervlakkige verhalen van Leiden Marketing’ Tekstkader: ‘De rolkoffereconomie’
Nawoord: ‘Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald’
pagina 2 5 6 7
8 8 9
10 12 13 14 14 15 16
18 19
20 20 21 22 24 25
5
OVER HET VOORWOORD Het Voorwoord getuigt van grote vooringenomenheid. B&W zijn vast besloten om het aantal bezoekers aan de stad te vergroten. Van een kritische afweging tussen de voor- en nadelen is geen sprake. • ’De mensen die onze stad bezoeken, zorgen voor een toename van de werkgelegenheid en houden onze voorzieningen in stand. Levendigheid en leefbaarheid versterken elkaar.’ Deze beweringen worden niet toegelicht. Dat is begrijpelijk, want afgezien van de horeca is er geen reden om aan te nemen dat bezoekers hier spullen kopen die ze in hun eigen woonplaats kunnen aanschaffen. En welke ‘voorzieningen’ worden in stand gehouden? Of welke ‘voorzieningen’ zullen verdwijnen wanneer het aantal bezoekers kleiner van omvang is? (zie ook pag. 8, 10, 16 van deze reactie) •
‘…. een bezoekerseconomie die past bij het DNA van Leiden als stad van internationale kennis en historische cultuur: veelzijdig, kleinschalig en uniek’. Over het veronderstelde Leidse DNA kan je veel zeggen. Maar alle universiteitssteden kunnen bogen op het keurmerk ‘stad van internationale kennis’. De combinatie met ‘historische cultuur’ is ook niet uniek; denk aan steden als Amsterdam, Delft, Maastricht, Utrecht, Nijmegen en Groningen. Of anders gezegd: veelzijdig, kleinschalig en uniek zijn holle, niet ter zake doende clichés (zie ook pag. 3, 5, 16).
•
‘Door de gevolgen van de COVID-19-pandemie en de maatregelen ter bestrijding van het virus, was het voor een groot deel van 2020 en 2021 stil in de stad. Leiden was in mineurstemming. De covid-pandemie (en het eind lijkt nog niet in zicht) had en heeft voor veel mensen inderdaad rampzalige gevolgen. Horeca, winkels en musea waren maandenlang gesloten. Velen, vooral zelfstandigen met en zonder personeel en werknemers met nulurencontracten, zijn in hun bestaanszekerheid bedreigd. Maar deze ramp heeft zich overal voorgedaan en de gevolgen in Leiden waren niet erger dan elders; eerder minder omdat de doorbetaalde overheidssector (gemeente, zorg en onderwijs) hier ter stede groot is. Het is dus een vreemd, zo geen kwalijk gelegenheidsargument om de pandemie aan te grijpen om de bezoekersstroom naar Leiden te vergroten (zie ook pag. 9, 17)
•
‘We hebben gemerkt wat de afwezigheid van bezoekers doet met de levendigheid en hoe onze musea, winkels en horeca de bezoekers nodig hebben om zelfstandig voort te bestaan. Nu we voorzichtig weer naar een open samenleving gaan, is het belangrijk om dit toekomstbestendig te doen.’ Dat het voortbestaan van musea, winkels en horeca afhankelijk is van bezoekers, is het intrappen van een open deur. Maar er is alle reden om aan te nemen dat wanneer de pandemie op haar retour is, het bezoek aan horeca, winkels en musea zich herstelt op het niveau van 2019. Natuurlijk hebben de twee wethouders dat ook bedacht en nemen zij hun toevlucht tot het begrip ‘toekomstbestendig’. Wat zij daaronder verstaan komt neer op het streven om vooral te mikken op cultuurminnende bezoekers en congresgangers met een volle beurs. Plus de loze (want onuitvoerbare) belofte om dagbezoek in ‘grootschalig’ groepsverband te weren (zie ook pag. 7, 11, 20)
6 •
‘We kiezen voor een focus op Erfgoed & Cultuur, de Congresmarkt en regionale versterking, omdat dit leidt tot een bezoekerseconomie die aansluit bij het DNA van de stad, de lokale economie steunt en voor alle inwoners van Leiden en de regio positief bijdraagt aan beleving, werkgelegenheid of ondernemerschap.’ Opnieuw een lange volzin met overspannen frasen, vooral de laatste zinsnede waarin wordt beweerd dat een bezoekerseconomie ‘voor alle inwoners van Leiden en de regio positief bijdraagt aan beleving, werkgelegenheid of ondernemerschap.’ Vooralsnog bestaat die ‘positieve beleving’ nu al vaak uit overlast in de toch al volle binnenstad, veroorzaakt door asociaal gedrag van inwoners en/of bezoekers. Bovendien is het onzin te beweren dat alle inwoners van de stad en regio in termen van werkgelegenheid en ondernemerschap voordeel hebben bij grote bezoekersstromen. Dat zal wellicht gelden voor de horeca die steunt op laagbetaald personeel-op-afroep. Leuk voor jongeren en studenten die een bijbaan zoeken – kijk maar naar de bediening op de overvolle terrassen. Maar voor hoogwaardige werkgelegenheid moet je niet in deze sector zijn. Kortom, verreweg de meeste Leidenaars genieten niet de lusten van de bezoekerseconomie, maar dragen wel de lasten (zie ook pag. 3, 5, 7, 10, 11, 15, 16,19)
•
‘Deze visie is tot stand gekomen met de inbreng vanuit de stad. Diverse stadsbijeenkomsten, expertmeetings, focusgroepen en inbreng via het online participatieplatform DoeMee hebben bijgedragen aan deze visie. Verschillende partijen wisselden ideeën uit en benoemden kansen voor samenwerking.’ Het Voorwoord eindigt met listig verpakte misleiding. B&W doen het voorkomen alsof een grote schare van Leidenaars betrokken is geweest bij visieontwikkeling. In werkelijkheid en in hoofdzaak gaat het om een relatief beperkt aantal belanghebbende ondernemers, ambtenaren, ingehuurde ‘deskundigen’ en niet te vergeten de sliert van belangenbehartigers en marketeers. Afgezien van een beperkt aantal burgers waren andere belanghebbenden – zoals de wijkverenigingen in de binnenstad – niet formeel bij de visieontwikkeling betrokken. De zogenaamde ‘stadsgesprekken’ waren die naam nauwelijks waard en hadden meer het karakter van persconferenties die hooguit gelegenheid boden voor het maken van opmerkingen en stellen van vragen. Ik kom daar uitgebreider op terug wanneer aan het slot het zogenaamde Participatieverslag ter sprake komt (pag. 20).
OVER HOOFDSTUK 1. ‘AANLEIDING EN NOODZAAK’ •
Er wordt verwezen naar de Horecavisie 2020-2026 (RV 20.0104, 28 januari 2020), de Evenementennota (RV 20.0008, 23 april 2020) en het Programmaplan Binnenstad (RV 19.0148, 23 oktober 2019) – gevolgd door de mededeling dat de samenhang van deze beleidsdocumenten en de richting die we op willen, belangrijke dragers zijn van deze visie op de bezoekerseconomie. Op zich is met deze uitvoerige vermelding niets mis, maar wel als je daar in het woud van beleidsdocumenten lang naar moet zoeken. Dat zou geen probleem zijn door een paar digitale linkjes te plaatsen.
‘HET DOEL’ • ‘Deze visie geeft aan waar we naartoe gaan met de vastgestelde beleidsdocumenten
7 en biedt keuzerichtingen voor nieuw beleid voor de retail en markt en voor toeristisch verhuur van woonruimten. De visie kadert een toekomstbestendige bezoekerseconomie die zowel economische als maatschappelijke meerwaarde heeft voor Leiden. Een bezoekerseconomie die past bij Leiden als stad van internationale kennis en historische cultuur en die zich richt op versterking van zowel de levendigheid als de leefbaarheid.’
DE UNIVERSITEIT EN ‘LEIDEN PRACHTSTAD’ De Leidse universiteit legt een steeds groter beslag op de krappe stedelijke leefruimte en schuwt geen middel om dat te bereiken. De voorgenomen sloop van 58 relatief nieuwe en sociale woningen (het Doelencomplex) is daar een triest voorbeeld van. Maar er is meer. In 2019 bedroeg het aantal ingeschreven studenten 33.827 waarvan er 18.297 in Leiden woonachtig waren, terwijl van de resterende 15.530 studerenden een groot deel de stad frequent bezoekt. Omdat de meeste studenten passanten zijn, draagt deze groep al veel bij aan de ‘bezoekerseconomie’. En dan zijn er nog duizenden HBO-studenten. Daarbij moet worden bedacht dat de studentenpopulatie tussen 2009 tot 2019 met maar liefst 73 % is toegenomen – en het eind is nog niet in zicht. Zodoende is Leiden na Wageningen de snelst groeiende universiteitsstad van Nederland (bron: https://vsnu.nl/studentengroei.html ). De universiteit die zich steeds meer als een commerciële ondernemer gedraagt, is vooral tuk op studenten van buiten de EU. Die betalen immers veel collegegeld. Dat streven wordt helaas door het stadsbestuur gefaciliteerd. Terwijl de Leidse regio 112.019 woningzoekenden telt, staat de bouw van 2.700 studentenwoningen op het programma. Het is niet verrassend dat de Visie Bezoekerseconomie met geen woord rept over deze cijfers.
Die passen immers niet in het mooie plaatje van de bezoekerseconomie. Bovendien draagt de studentenpopulatie door het gebruik van de openbare ruimte, de verkamering en de vele verwaarloosde panden die zij bewonen niet altijd bij aan het beeld van ’Leiden Prachtstad’..…
Waarom de ‘toekomstbestendige bezoekerseconomie’ grote economische en maatschappelijke meerwaarde voor Leiden zou hebben, wordt niet duidelijk gemaakt. Dat geldt nog meer voor de opmerking dat de bezoekerseconomie zich zou richten op de versterking van levendigheid en leefbaarheid. Waarom de ‘levendigheid’ van de op een na dichtstbevolkte stad van Nederland versterking behoeft, blijft gissen. En dat daardoor de stedelijke ‘leefbaarheid’ een oppepper krijgt al helemaal.
8 ‘DE TOTSTANDKOMING VAN DE VISIE’ Hierbij wordt verwezen naar twee bijlagen, t.w. 1. Analyse en keuzerichtingen van het onderzoeksbureau ZKA, juni 2021) en 2. Participatieverslag Visie Bezoekerseconomie, 21 juni 2021). Beide stukken zijn echter moeilijk vindbaar in het woud van gemeentelijke beleidsdocumenten; even googlen levert geen resultaat op. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik door de projectmanager Bezoekerseconomie op mijn wenken werd bediend toen ik er om vroeg. Maar burgers die niet thuis zijn in de krochten van de gemeentelijke informatievoorziening zullen vaak vergeefs naar deze stukken zoeken. HOOFSDTUK 2. PROFIEL VAN DE STAD EN DE REGIO VOOR DE BEZOEKERSECONOMIE. •
‘De binnenstad biedt - met de vele steegjes en de 28 kilometer aan grachten en singels – een unieke beleving. Je kunt er je historische hart ophalen, bijzondere winkels bezoeken of een wandeling maken door het (mede door Leidenaren zelf onderhouden) Singelpark. De verschillende wijken hebben stuk voor stuk hun eigen karakter. Dit draagt bij aan de liefde die veel Leidenaren voor hun stad voelen en de betrokkenheid die ze tonen.’ Het is waar dat – met name de bewoners aan de Singelparkroute – veel moeite doen om hun straten en grachten te verfraaien. Zo telt de ca. 200 meter lange Vijfde Binnenvestgracht afgezien van aangelegde geveltuintjes maar liefst 230 beplante potten en bakken. Een klein deel is door de gemeente geschonken, met dien verstande dat de bewoners schriftelijk hebben moeten beloven dat zij de bakken beplanten en onderhouden. Voorbeelden van soortgelijke bewonersinitiatieven treft men ook elders aan in de binnenstad. Maar de keerzijde van deze mooie medaille is dat het met de rust is gedaan (zie het tekstkader ‘Van het kastje naar de muur’, pag. 9), vooral omdat de gemeente en clubs als Leiden Marketing niets nalaten om door promotieactiviteiten de aandacht op het ‘unieke’ Singelpark te vestigen. Dat geldt eveneens voor de tientallen hofjes waar de bewoners dagelijks worden gestoord door glurende en fotograferende bezoekers.
Het is zeker dat de daarmee gepaard gaande bezoekersoverlast nog meer zal toenemen wanneer de door B&W gewenste bezoekerseconomie volledig gestalte krijgt.
HOOFDSTUK 3. ‘BELANG VAN BEZOEKERSECONOMIE NU EN IN DE TOEKOMST’ ‘ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE WAARDE’ •
‘Bezoekers geven kleur aan de stad en zorgen voor reuring. Ze zijn belangrijk voor de levendigheid in Leiden, dragen bij aan het voorzieningenniveau en leveren op die wijze een maatschappelijke meerwaarde die we lang hebben moeten missen. Door de maatregelen ter bestrijding van het coronavirus in 2020 en 2021 overheerste er in de stad lange tijd in een sombere stemming en belandden ondernemers in zwaar weer.’ Dat ‘bezoekers kleur geven aan de stad en zorgen voor reuring’ is geen constatering, maar een mening. En waarom méér bezoekers (want dáár gaat het om) bijdragen aan het ‘voorzieningenniveau’ ontgaat mij geheel. Betekent dat een rem op de verkamering en het winstbejag van huisjesmelkers? Een verbod op het plaatsen van rijen
9 fietswrakken voor studentenhuizen? Streng toezicht op het naleven van de onderhoudsplicht van verwaarloosde, soms monumentale panden? Of komen er nog meer kroegen, terrassen, evenementen en b&b’s? Ik vrees het laatste. Zoals gezegd is het kwalijk om de covid-pandemie te gebruiken om de geesten rijp te maken voor het doel om nóg meer bezoekers aan te trekken. Dat (veel, maar niet alle) ondernemers door de corona zijn getroffen is triest, maar dat geldt voor heel Nederland. Er is alle reden om aan te nemen dat wanneer de pandemie voorbij is, de situatie van voor 2020 en daarmee de bestedingen zich zullen herstellen. Of anders gezegd: de bezoekers die Leiden voor de pandemie wisten te vinden, zullen dat straks weer doen. Campagnes om de stad te promoten zijn onnodig en schadelijk voor het leefklimaat.
VAN HET KASTJE NAAR DE MUUR Hoe de gemeente omgaat met bezoekersoverlast blijkt uit de volgende ervaring. Al in de wintermaanden van dit jaar (tijdens het hoogtepunt van de pandemie!) nam de bezoekersdrukte aan de Vijfde Binnenvestgracht langs de Hortus enorm toe. De gracht is immers onderdeel van de Singelparkroute. Van voldoende afstand houden was (en is nog steeds) geen sprake. Door het gegluur en inkijken van passanten besloten diverse bewoners om raambedekking op te hangen. Enkele bewoners waren de aantasting van hun privacy zo zat dat zij in mei j.l. een door alle grachtbewoners ondertekende klachtbrief aan B&W verzonden. Daar werd op gereageerd door de dhr., projectmanager Singelpark. Begin juli vond een gesprek met de bewoners plaats. Er viel weinig aan te doen; omleiding van de singelroute was niet haalbaar. Voor kritiek op de gemeentelijke plannen om meer toeristen, dus nog meer bezoekers aan te trekken, verwees naar de projectmanager Bezoekerseconomie. Laatstgenoemde is nauw betrokken bij de Visieontwikkeling, maar voor de bezoekersoverlast op de Vijfde Binnenvestgracht verwees zij op haar beurt naar de projectmanager Singelpark. Van het kastje naar de muur. Voor alle duidelijkheid: beide projectmanagers is niets te verwijten; zij voeren hun taken uit. Tot eer van ... moet zelfs worden gezegd dat zij het initiatief nam voor een gesprek.
Verwijtbaar zijn hun opdrachtgevers, de wethouders die verantwoordelijk zijn voor deze bureau-cratische en verkokerde werkwijze. En dat terwijl het lopen van de Singelpark-route in de propaganda van Leiden Marketing een prominente plaats inneemt. Overigens wordt in het zogenaamde Participatieverslag met geen woord over de Vijfde Binnenvestgracht en haar bewoners gerept. Dat bevestigt opnieuw de ervaring dat de ‘burgerparticipatie’ in Leiden bar weinig voorstelt. Inwoners kunnen praten tot ze een ons wegen, maar er wordt niets mee gedaan. •
‘Bezoekers zorgen tegelijkertijd voor een indrukwekkende economische meerwaarde voor de stad. Zo zijn de bestedingen in 2019 geraamd op zo’n 450 miljoen Euro. Deze bestedingen leveren een belangrijke bijdrage aan de lokale economie, werkgelegenheid, culturele instellingen en voor het behoud van monumenten. Bezoekers investeren met hun uitgaven ook in het onderhouden en ontwikkelen van
10 onze stad en al haar voorzieningen. Daarnaast is de bezoekerseconomie met ruim 10.000 banen ook een belangrijke werkgever in Leiden’. Volgens raming zou de bezoekerseconomie jaarlijks 450 miljoen opleveren. Dat is nogal wat en maakt nieuwsgierig hoe dit cijfer is onderbouwd. Daarvoor wordt verwezen naar de (eerdergenoemde ontbrekende) bijlage ‘Analyse en keuzerichtingen’. Dit document verwijst op haar beurt – in een voetnootje! – naar een (zeven jaar oud!) onderzoek van NBTC Holland Marketing. Verder worden er twee tabellen gepresenteerd. In het eerste tabelletje (pag. 23 van de Visie) worden de bezoekerspercentages per sector vermeld. Zo komt 42% van de bezoekers bij de horeca terecht, 40% bij de detailhandel en 11% bij de sector erfgoed & cultuur. Maar deze percentages zijn weinigzeggend omdat de concrete bezoekersaantallen waarvan ze zijn afgeleid niet worden vermeld.
Verkopers en makelaars ruiken hun kansen. Recent werd het hierboven afgebeelde Rapenburg 54 tegenover het Academiegebouw voor € 919.000 te koop aangeboden met de aankondiging: ‘Eigen bed en breakfast beginnen?’
De tweede tabel betreft een raming van inkomsten uit de bezoekerseconomie. Die is gebaseerd op onderzoeken uit 2018 of eerder – dus van vóór de pandemie – en al even duister. Volgens deze tabel zou de Leidse horeca goed zijn voor 42% (113,6 miljoen euro) van de bezoekersinkomsten. Erfgoed & Cultuur brengen 7% (32,3 miljoen euro) in het laadje. Opmerkelijk is dat de ‘detailhandel’ met 54% (240,2 miljoen euro) de lijst aanvoert. Te meer, omdat zelfs (eigenaar van twee boutiquehotels en bij uitstek belanghebbend bij een grote toestroom van toeristen en congresgangers) meent dat de winkelstand nauwelijks profiteert van de bezoekers-economie. Het ligt immers voor de hand dat bezoekers buiten de regio Leiden, laat staan buitenlandse toeristen, geen spullen kopen die ze elders en overal kunnen aanschaffen. Voor de aankoop van een nieuw bankstel hoef je niet naar Leiden af te
11 reizen. Het percentage van 54% kan best kloppen, maar dan gaat het niet om ‘bezoekers’, maar om aankopen door inwoners van de Leidse regio. Of anders gezegd: de Leidse detailhandel is wel gebaat bij bevolkingsgroei, maar niet of nauwelijks bij ‘bezoekers van buiten’. En wanneer B&W zo begaan zijn met het lot van de door de pandemie getroffen winkelstand zouden ze er beter aan doen om een streep te zetten door het marketingbudget van de ‘bezoekerseconomie’. Om vervolgens het geld in te zetten voor een campagne waarbij de Leidenaars wordt gevraagd om zo min mogelijk online te kopen (‘Koop Leidse waar, dan helpen we elkaar’). Dát zou pas een opsteker zijn voor de noodlijdende winkeliers in de binnenstad. Plus het voordeel dat minder foutparkerende pakketbezorgers de weg versperren. De inkomsten van bijna 450 miljoen euro berusten zoals gezegd op een raming. Volgens de tabel gaven de bezoekers in 2018 per persoon resp. € 15,40 en € 17,08 uit in de horeca en aan Erfgoed & Cultuur. Samen is dat € 32,48 per bezoeker. Wanneer je dat deelt op de omzet van die twee sectoren (bijna 146 miljoen euro) gaat het om 4.500.000 bezoekers per jaar. Weliswaar is een groot deel van deze bezoekers afkomstig uit de Leidse regio – maar de al bestaande drukte in de overvolle binnenstad is er niet minder om.
Bovendien is de bezoekersstroom niet netjes gespreid en zal ze zich vooral in de weekenden en gedurende evenementen concentreren. Maar wanneer het aan B&W ligt is dat allemaal niet genoeg en kunnen er nog best een paar miljoen bezoekers bij. GroenLinks[!] wethouder heeft het over reuring en levendigheid, maar het is een recept voor nog meer overlast en aantasting van de leefbaarheid in de binnenstad. Het argument dat de ‘toekomstbestendige bezoekerseconomie’ goed is voor maar liefst 10.000 banen wordt nergens toegelicht of beargumenteerd. Of het zou moeten zijn dat men ook de bevolking in de Leidse regio als bezoekers aanmerkt – maar de eigen inwoners zijn er nu eenmaal en zullen de (binnen- en buiten)stad so wie so bezoeken. Daar is geen ‘Visie’ voor nodig. Bezoekers ‘van buiten’ zijn hooguit goed voor de werkgelegenheid in de horeca. Ik beweer niet dat die onbelangrijk is, maar we moeten niet doen alsof het hier om hoogwaardige banen gaat. De sector staat immers bekend om deeltijdbanen en nulurencontracten. Zoals eerder opgemerkt is dat belangrijk voor jongeren en studenten die zo wat kunnen bijverdienen, maar het is geen duurzame, kwalitatieve werkgelegenheid. Dat tijdens de coronacrisis veel werkers in de horeca door gedwongen werkloosheid een andere baan vonden en niet zijn teruggekeerd in hun oude, vaak slecht betaalde en hectische beroep, spreekt boekdelen.
‘LEEFBAARHEID EN LEVENDIGHEID VERSTERKEN ELKAAR’ •
‘Leefbaarheid en levendigheid versterken elkaar. Een leefbare en aantrekkelijke stad werkt als een magneet op bezoekers. Dankzij de bestedingen van bezoekers kan de gemeente investeren in de leefbaarheid van de stad.’ Hoezo versterken leefbaarheid en levendigheid elkaar? In de overbevolkte (binnen)stad is het al ‘levendig’ genoeg en als de twee wethouders daar een andere mening over hebben, mag men steekhoudende argumenten verwachten – maar die geven zij niet.
12 Ook sta ik er van te kijken dat ‘dankzij de bestedingen van bezoekers de gemeente kan investeren in de leefbaarheid van de stad’. O ja? Betalen de bezoekers ook WOZbelasting en reinigingsrechten? Of krijgt de gemeente een deel van de BTWopbrengsten? Nee dus. Wellicht dat de toeristenbelasting voldoende oplevert om de ‘leefbaarheid’ te vergroten? Ook dat niet, want het gaat hier om geoormerkte belastingopbrengsten die grotendeels in de zakken van Leiden Marketing en soortgelijke clubs belanden (zie het tekstkader op pag. 16). ‘AANDACHT VOOR BALANS’ •
‘Binnenstadsbewoners lijken de meeste overlast van evenementen, horeca en dronken mensen op straat te ervaren’ Let op het woordje lijken. Alsof het niet bewezen en zeker is dat de genoemde overlast bestaat!
4. TOEKOMSTBEELD, AMBITIES EN DOELEN ‘HERSTEL BEZOEKERSECONOMIE EN SELECTIEF ONTWIKKELEN’ •
‘De ambitie voor de korte termijn is: herstel van het aantal bezoeken naar het oude peil van voor de coronacrisis. Toen waren levendigheid en leefbaarheid in balans, zo blijkt uit de landelijke Leefbaarometer. De ambitie voor de middellange termijn is: het ontwikkelen van de bezoekerseconomie binnen een selectief aantal deelmarkten die passen bij het profiel van de stad en met de grootste positieve economische en maatschappelijke impact.’ Kijk eens aan: B&W geven toe dat vóór de coronacrisis levendigheid en leefbaarheid in balans waren. ‘Houden zo’ zullen velen met mij zeggen. Met het streven naar een herstel van het bezoekersvolume van voor de coronacrisis is dus niets mis. Maar daar blijft het helaas niet bij, want het geneuzel over ‘selectieve deelmarkten die bij het profiel passen met de grootste positieve economische en maatschappelijke impact’ kan niet verhullen dat wordt afgekoerst op meer-meer-meer bezoekers.
‘DUURZAAMHEID EN INCLUSIE’ •
‘De bezoekerseconomie kan als motor dienen voor het stimuleren van duurzaamheid en kan een bijdrage leveren aan inclusie. Kansen hierin verzilveren lukt alleen samen met bezoekers, inwoners, ondernemers en de gemeente. Daarom jaagt de gemeente duurzame en inclusieve initiatieven van ondernemers en inwoners aan binnen de bezoekerseconomie. Voorbeelden hiervan zijn: • inzameling van horeca-afval in het project ‘Afvalhelden’, • plastic-vrije terrassen • statiegeldbekers • voorzieningen die toegankelijk zijn voor gehandicapten, • emissievrije stadslogistiek en • samenwerkingsprojecten voor vergroening van de stad.’ Dit onderdeel en de daaraan gekoppelde opsomming slaan nergens op en worden er met de haren bijgesleept. Eigenlijk is het nog erger. Want door de beleidsonderdelen nadrukkelijk aan de bezoekerseconomie te verbinden, erkent het stadsbestuur dat ze
13 daar zonder de bezoekerseconomie in tekort schiet. Het gaat immers in alle gevallen om zaken waarvan je als burger mag verwachten dat ze – wel of geen bezoekers – met het oog op duurzaamheid en ‘inclusie’ standaardbeleid zijn. De bewering dat de bezoekerseconomie als ‘motor kan dienen voor het stimuleren van duurzaamheid en kan bijdragen aan ‘inclusie’ is gezwatel. Sterker nog: het is een ontkenning van het feit dat meer bezoekers meer ecologische ‘voetafdrukken’ achter-
TOERISTENBELASTING Leiden berekent bovenop de hotelprijs van een overnachting € 2,50 p.p. Het voornemen is om de toeristenbelasting tot € 3,50 te verhogen. Maar daarmee is Leiden nog altijd beduidend goedkoper dan andere steden zoals onderstaand staatje toont: • • • • • • • •
Amsterdam Rotterdam Zaanstad Utrecht Haarlem Maastrcht Delft Leiden
€ 10,80 € 7,24 € 7,00 € 6,69 € 5,00 € 4,21 € 3,00 € 2,50
(bron: https://www.bungalowparkoverzicht.nl/nieuws/toeristenbelasting )