CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210105 Bijlage 2 Analyse en keuzerichtingen ZKA (bijlage 1 van de visie)

Gemeenteraad 27 januari 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0105 Visie op de bezoekerseconomie Leiden 2021-202433.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit is een samenwerkingsverband van NBTC Holland Marketing, het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centre of Expertise Leisure, Tourism & Hospitality (CELTH). De methodiek om het effect van toerisme op bewoners te meten, door het aantal overnachtingen te vergelijken met het aantal inwoners van een gebied, wordt ook door het Data & Development Lab gehanteerd. Voordeel van deze methodiek is dat diverse gemeenten met elkaar te vergelijken zijn, waardoor een meer objectieve maatstaf voor het effect van de bezoekerseconomie op de samenleving en omgeving ontstaat. Zie voor meer informatie ook https://dashboard.nbtc.nl/dashboard/staat-van-bestemming-nl/. Horeca en detailhandel zijn de onderdelen van de bezoekerseconomie die op jaarbasis de meeste bezoeken genereren en die zorgen dus ook voor de hoogste intensiteit en densiteit. De bewoner van Leiden en van de omliggende gemeenten in de COROP-regio spelen hier een belangrijke rol in. Relatief gezien is het aandeel van deze bezoekgroepen het grootst in de detailhandel, evenementen en

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

waterrecreatie. De bezoeker van verder weg zorgt in vergelijking met de bewoner van Leiden voor een relatief hoge bezoekintensiteit en -densiteit met bezoeken aan erfgoed en cultuur, en aan congressen. Tabel 2.4. Bezoekintensiteit en -densiteit deelmarkten Leiden INTENSITEIT DENSITEIT BEZOEK LEIDEN/ BEZOEK LEIDEN/ VERDER COROPTOTAAL VERDER COROPTOTAAL WEG REGIO WEG REGIO HORECA 3,8 13,4 17,2 203 718 921 DETAILHANDEL 2,3 14,4 16,8 126 774 900 ERFGOED & CULTUUR 2,7 1,8 4,5 146 97 243 EVENEMENTEN 0,1 1,7 1,8 7 91 98 WATERRECREATIE 0,1 0,4 0,5 5 19 24 ATTRACTIES, SPORTIEF EN OUTDOOR 0,1 0,3 0,4 7 17 24 CONGRESSEN 0,1 0,0 0,1 4 0 4 TOTAAL 9,3 32,0 41,3 499 1.717 2.216 Opm.: de intensiteit is uitgedrukt in aantallen bezoeken per dag per 100 inwoners, de densiteit in aantallen bezoeken per dag per km2. Bij het bepalen van de bezoekintensiteit en -densiteit is de gehele gemeente als basis genomen, omdat de omvang van de bezoekerseconomie ook effect heeft op bewoners die buiten de binnenstad wonen.

De drukte die congressen veroorzaken op de Leidse bezoekerseconomie is echter zeer bescheiden. Erfgoed en cultuur is voor de bezoeker van verder weg belangrijker dan bijvoorbeeld de Leidse warenmarkt en niet-dagelijkse detailhandel. Of bezoekers van verder weg een grotere rol spelen in Leiden dan elders is wellicht het beste te illustreren door de hotelovernachtingen van Leiden met die van enkele andere steden te vergelijken. Op basis van gegevens over het jaar 2019 was de intensiteit van bezoekers van verder weg, gemeten in aantallen overnachtingen per dag per 100 inwoners, in Leiden ongeveer hetzelfde als in Rotterdam en Den Haag. In Amsterdam, waar de bezoekerseconomie sinds enkele jaren zeer kritisch wordt benaderd door haar bewoners, is de intensiteit van het verblijfstoerisme bijna 6,5 keer zo hoog als in Leiden. Ook in een stad als Maastricht, qua inwonertal goed vergelijkbaar met Leiden, was de intensiteit bijna het drievoudige van het niveau in Leiden.15

15

In deze cijfers zijn overnachtingen in de sharing economy, bijvoorbeeld via Airbnb niet opgenomen. In het kader van de recente horecavisie is onderzoek uitgevoerd naar de omvang van Airbnb in Leiden. In 2018 waren circa 250 aanbieders actief en vonden in de periode oktober 2017-september 2018 in Leiden op deze manier bijna 42.000 overnachtingen plaats (bron: Airdna). Het aantal overnachtingen per inwoner is daarmee vergelijkbaar met het niveau in Delft, maar aanmerkelijk lager dan in bijvoorbeeld Utrecht en Haarlem (bron: Bureau Stedelijke Planning, Evaluatie Hotelbeleid Leiden, 2020). Tevens moet worden opgemerkt dat aan overnachtingen in hotels vaak individuele zakelijke bezoeken ten grondslag liggen, die in de afbakening van de bezoekerseconomie hier buiten beschouwing wordt gelaten. Het aantal zakelijke overnachtingen wordt door Leiden Marketing op circa 250.000 geraamd voor 2019 (incl. aanbod Oegstgeest net buiten de gemeentegrens) en heeft een grote economische spin off.

29

Figuur 2.5. Aantal overnachtingen in hotels per 100 inwoners per dag in 2019

Leiden

0,90

Utrecht

0,58

Rotterdam

0,87

Maastricht

2,64

Den Haag

0,85

Amsterdam

5,77 0

1

2

3

4

5

6

7

Bron: CBS, Hotels; gasten, overnachtingen, woonland, regio, gegevens over het jaar 2019. Gegevens Leiden via Leiden in Cijfers, tevens over het jaar 2019. De intensiteit is getoond in aantallen overnachtingen per dag per 100 inwoners.

Spreiding bezoeken over tijd en ruimte Veel bezoeken aan Leiden zijn spontaan en het gevolg van de ontmoetingsfunctie die de Leidse binnenstad heeft. Werkverplichtingen en vrije tijd zorgen voor bepaalde patronen in de tijd. In het verleden werden bezoeken aan de stad gemonitord via passantentellingen. Daaruit kwam naar voren dat het aantal passanten in het kernwinkelgebied in de loop der jaren licht afnam (gemiddeld -1,7% per jaar), en dat zaterdag en woensdag de drukste dagen waren. Nadeel van dergelijke tellingen is echter dat het motief van bezoek niet wordt geregistreerd, waardoor ook andere verplaatsingen die bij het dagelijks leven horen (zoals de dagelijkse boodschappen in de supermarkt, een bezoek aan de dokter of de verplaatsing naar kantoor, school of universiteit) worden geregistreerd en onvoldoende kan worden gestuurd op drukte. Tevens is het aantal telmomenten beperkt tot één per jaar en wordt deze telling vertaald naar gemiddelden over een jaar aan de hand van aanvullende gegevens. Figuur 2.6. Aantal passanten per week, 2011-2018

Figuur 2.7. Druktebeeld per dag, 2018

Bron: Locatus, via Leidse binnenstad in cijfers 2020

Bron: Locatus, via Leidse binnenstad in cijfers 2020

Aandacht voor het motief van bezoek vergroot de mogelijkheid om op drukte te sturen, door onderdelen van de bezoekerseconomie die geruime tijd vooraf moeten worden gepland goed op elkaar af te stemmen en te spreiden over het jaar. Aan de hand van diverse bronnen is de spreiding van de huidige bezoekerseconomie in kaart gebracht16. Hieruit blijkt dat in totaliteit de spreiding van bezoeken over het jaar in Leiden redelijk gelijkmatig is. Tussen deelmarkten zijn wel duidelijke verschillen zichtbaar: 16

Zie voor meer informatie per deelmarkt alsmede gehanteerde bronnen het bijlagenrapport.

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

∙

De meeste bezoeken aan evenementen vinden met name in het voorjaar (Lakenfeesten, Koningsdag en -nacht) of in het najaar en vroege winter (Leidens Ontzet, Winter Wonder Weken) plaats. De spreiding over het jaar is daarmee zeer onregelmatig, maar dit is inherent aan het type activiteit en de koppeling aan de Leidse geschiedenis. Ook de waterrecreatie is een sector die sterk seizoensgebonden is.

∙

In 2019 werden aan erfgoed en cultuur met name veel bezoeken in de periode oktober tot en met december gebracht. Naar verwachting is dit een tijdelijk effect, omdat in de eerste helft van dat jaar Museum de Lakenhal en Naturalis nog gesloten waren.

∙

De congresmarkt is in Leiden – qua aantallen bezoekers – sterk op de zomer georiënteerd, door de koppeling aan de Universiteit en LUMC. Het totale effect van deze deelmarkt op het totaal is echter bescheiden. Daarvoor zijn horeca en de niet-dagelijkse detailhandel/warenmarkt veel belangrijker. De detailhandel trekt de meeste bezoeken in de laatste maanden van het jaar.

Figuur 2.8. Spreiding bezoeken over het jaar

Horeca Detailhandel Erfgoed en cultuur Attracties, sportief en outdoor Watersport Evenementen Congressen Totaal 0%

10%

Jan.-Mrt.

20%

30%

Apr.-Jun.

40% Jul.-Sep.

50%

60%

70%

80%

90%

100%

Okt.-Dec.

Opm.: voor de raming van de spreiding per deelmarkt zijn diverse bronnen gebruikt. Zie hiervoor het bijlagenrapport. Er is gebruik gemaakt van de gegevens over het jaar 2019.

Dezelfde gegevens over bezoeken zijn in te zetten om de spreiding van het ruimtegebruik in de binnenstad van Leiden en elders in kaart te brengen17. De bezoeken aan de binnenstad zijn uitgesplitst naar buurtniveau. Hierbij wordt een bezoek aan een buurt toegewezen als de plaats van bestemming in de buurt ligt. Een bezoek aan Museum de Lakenhal telt dus mee als een bezoek aan de Molenbuurt, hoewel deze bezoeker misschien met de trein naar Leiden komt en dus eerst het stationsgebied en de buurt d’Oude Morsch doorkruist. Daarom wordt het beeld van de buurten als eindbestemming aangevuld met inzichten in overige ruimteclaims per buurt, zodat een helder en compleet totaalbeeld van de ruimtelijke spreiding van bezoekers ontstaat. De weg ernaartoe is namelijk ook belangrijk voor de leefbaarheidservaring. Uit de analyses blijkt: ∙

Op pagina 29 is zichtbaar dat de Pieterswijk in absolute zin de meeste bezoeken trekt die aan de bezoekerseconomie te relateren zijn. In de Pieterswijk is niet alleen in absolute zin veel aanbod in

17

De reis naar het museum wordt niet geregistreerd. Een combinatiebezoek aan de Lakenhal en aan de winkels in de Haarlemmerstraat wordt als twee bezoeken geregistreerd, omdat er twee bestemmingen zijn. De bezoeken aan horeca en detailhandel zijn over de buurten verdeeld o.b.v. de totale verkoop- en winkelvoeroppervlak per buurt. Bij evenementen die op meerdere locaties in de stad plaatsvinden is het geraamde aantal totale bezoeken evenredig verdeeld over de diverse locaties.

31

horeca en niet-dagelijkse detailhandel (Breestraat, kernwinkelgebied), maar ook het Rijksmuseum van Oudheden, diverse hofjes, diverse evenementenlocaties en de Leidse warenmarkt. Ook de andere buurten in het westelijk deel van de binnenstad ontvangen relatief veel bezoeken. ∙

Op pagina 30 is het absolute aantal bezoeken omgerekend naar bezoeken per hectare. Buurten zijn immers niet allemaal even groot, waardoor het ruimtebeslag van de bezoekerseconomie ook anders aan kan voelen. Op de kaart is zichtbaar dat in de buurten De Camp en Pieterswijk per hectare de meeste bezoeken plaatsvinden die aan de bezoekerseconomie te relateren zijn. Ook Pancras-West en d’Oude Morsch/Stationsgebied trekken relatief veel bezoeken per hectare.

∙

Met name voor de buurt d’Oude Morsch/stationsgebied geldt dat het gebied nog zeer veel andere bezoeken (voor bijvoorbeeld opleiding of werk) trekt, net als de Academiewijk. Deze bezoeken zijn echter niet weergegeven op betreffende kaart aangezien ze buiten de gehanteerde definitie van de bezoekerseconomie vallen. Dat neemt niet weg dat in dat gebied drukte ervaren wordt, en dat blijkt ook uit de ruimteclaims waarvan een indicatie in de Agenda Autoluwe Binnenstad is opgenomen. De meeste ruimteclaims komen voor bij het station en de Beestenmarkt (door een mix aan bezoekredenen) en in de Pieterswijk.

Op andere plekken in de binnenstad zijn weliswaar veel bezoeken, maar vaak zijn deze niet op hetzelfde moment: bijvoorbeeld omdat winkels ’s avonds gesloten zijn of een gebied juist met name avond/nachthoreca heeft, waardoor het gebied overdag relatief rustig is. Tevens zijn sommige gebieden afgesloten voor autogebruik, waardoor de druk op het gebied anders wordt ervaren. In de regel komt de geografische spreiding aan bezoeken per buurt goed overeen met het beeld uit de Agenda Autoluwe Binnenstad die door de gemeente Leiden is opgesteld (zie volgende pagina). Het aantal bezoeken in de bezoekerseconomie buiten de binnenstad is nog relatief bescheiden, maar wel groeiende met onder meer de impuls voor Naturalis en meer congresactiviteiten. Daarnaast geldt, zoals eerder gesteld, dat dit gebied zeer veel bezoeken trekt voor dagelijkse activiteiten, zoals werk en opleiding. Die vallen buiten de gehanteerde definitie in dit rapport, maar leggen uiteraard ook een claim op de openbare ruimte.

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

Bron: Gemeente Leiden, Agenda Autoluwe Binnenstad, p.16

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

Bijdrage aan voorzieningenniveau Via het onderzoek “Toeristisch bezoek aan steden” wordt duidelijk in welke mate bepaalde activiteiten worden gecombineerd met andere activiteiten. Als naar de belangrijkste bezoekreden en ondernomen activiteiten van bezoekers uit omliggende gemeenten en van verder weg wordt gekeken valt op dat bezoeken aan horeca en winkels en stadswandelingen relatief vaak als aanvullende activiteit worden ondernomen. Leiden wijkt hierin niet af van andere Nederlandse steden, al is het effect op winkelen voor plezier minder sterk dan landelijk18. Unieke voorzieningen in een stad (zoals musea in het geval van Leiden, die er overigens óók voor de bewoner van Leiden zijn) kunnen er dus aan bijdragen dat de economische basis voor andere voorzieningen (zoals horeca en detailhandel) wordt vergroot. En daar profiteren ook de bewoners van Leiden van. Het zorgt ervoor dat de Haarlemmerstraat gevuld blijft met winkels waar Leidenaren en bewoners van omliggende gemeenten gebruik van kunnen maken. Tabel 2.5. Ondernomen activiteiten tijdens bezoek aan Leiden BELANGRIJKSTE BEZOEKREDEN

ONDERNOMEN ACTIVITEIT

BEZOEK MUSEUM

22%

26%

WINKELEN VOOR PLEZIER

18%

32%

HET MAKEN VAN EEN STADSWANDELING

15%

33%

LUNCHEN/DINEREN IN EEN RESTAURANT/EETCAFÉ/BRASSERIE

14%

38%

TOTAAL

100%

100%

Bron: NBTC-NIPO Research, Toeristisch Bezoek aan Steden 2020 (gegevens over het jaar 2019)

Dat Leiden relatief weinig bezoekers uit andere gemeenten weet te trekken voor winkelbezoeken hangt samen met en/of werkt door in het winkelaanbod in de gemeente. Met name op het vlak van nietdagelijkse detailhandel heeft Leiden een minder ruim voorzieningenaanbod dan andere steden in de Randstad19. Al enkele jaren ontwikkelt het retailaanbod in de binnenstad van Leiden zich bovendien negatief. In 2010 kende de Leidse binnenstad nog bijna 600 winkels, in 2020 waren dat er ongeveer 450 (ofwel een daling van 24%)20. Daarnaast is er nog enige leegstand (circa 7% van de panden)21. Op het vlak van horeca scoort Leiden beter ten opzichte van de benchmarksteden. Dat blijkt niet alleen uit de vijfde positie die Leiden onder de G50-gemeenten inneemt wat betreft het aspect “Culinair aanbod” 22, maar ook uit het aantal vestigingen per 10.000 inwoners. Met name in de drankensector en restaurantsector presteert Leiden sterk. Het aanbod is echter veel minder omvangrijk dan in een stad als Amsterdam, die qua aantallen vestigingen per 10.000 inwoners torenhoog boven andere Nederlandse steden uitsteekt.

Landelijk wordt tijdens 40% van de bezoeken aan een stad (ook) gewinkeld voor plezier, blijkt uit gegevens uit Toeristisch Bezoek aan Steden 2020 (met gegevens over 2019). 19 Voor de gegevens in de tabel met betrekking tot de niet-dagelijkse detailhandel geldt Locatus als bron, met april 2021 als peildatum. Voor de horeca zijn de gegevens afkomstig uit de rapportage Actualisatie horeca Leiden: positie en perspectief horeca-aanbod van B@S Consultants (p.16). 20 Bron: Locatus. Het gaat hierbij om dagelijkse en niet-dagelijkse detailhandel. In de afbakening van de bezoekerseconomie is alleen de niet-dagelijkse detailhandel opgenomen. 21 Bron: Gemeente Leiden, De Leidse bezoekerseconomie in cijfers 2021 22 Bron: Atlas voor Gemeenten 2020, VOC Uitgevers 18

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

Tabel 2.6. Benchmark voorzieningenniveau niet-dagelijkse detailhandel en horeca NIET-DAGELIJKSE HORECA DETAILHANDEL AMSTERDAM

9.096

49,1

DELFT

11.391

29,1

DEN HAAG

7.872

28,8

HAARLEM

10.296

30,4

ROTTERDAM

9.943

34,5

UTRECHT

11.382

28,5

LEIDEN

7.778

32,7

Opm.: de niet-dagelijkse detailhandel is genoteerd in aantallen vierkante meters winkelvloeroppervlak (WVO) per 10.000 inwoners, de horeca in aantallen vestigingen. Alle gegevens hebben betrekking op gehele gemeenten, niet alleen de binnensteden.

In algemene zin draagt de bezoekerseconomie dus bij aan de instandhouding van het voorzieningenniveau voor de bewoner van Leiden. Die voorzieningen hebben echter ook een belangrijke sociaalmaatschappelijke betekenis: samen zorgen deze voorzieningen ervoor dat de Leidenaar zich thuis voelt in zijn of haar eigen stad en dat leidt er weer toe dat de sociale cohesie toeneemt. Niet alleen de economische welvaart neemt toe door de bezoekerseconomie, deze heeft dus ook raakvlakken met de brede welvaart. Uit de regionale Monitor Brede Welvaart 2020 van het CBS blijkt dat Leiden op 10 van de ruim 20 indicatoren bij de beste 25% gemeenten van Nederland hoort. Tevredenheid, incidenten en overlast Veel bewoners van de stad Leiden krijgen in hun eigen woonomgeving ook met de bezoekerseconomie te maken. Sommige activiteiten hebben een hogere belasting op de leefbaarheid, waarmee de gemeente in haar visies op bijvoorbeeld horeca en evenementen al rekening houdt. Maar uit de participatiebijeenkomsten die in het kader van deze visie op de bezoekerseconomie hebben plaatsgevonden en uit eerdere onderzoeken is óók naar voren gekomen dat de Leidenaar overwegend trots is op zijn/haar stad en hetgeen de stad te bieden heeft: ∙

90% van de bewoners is bijvoorbeeld tevreden tot zeer tevreden over het Leidse horeca-aanbod23.

∙

De meerderheid van de Leidenaren (65%) staat positief tegenover de organisatie van evenementen in haar stad24.

∙

Gastvrijheid, gezellig(heid), musea, historisch, horeca en cultuur werden het meest genoemd bij de eerste vraag tijdens de eerste stadsbijeenkomst: wat is het eerste woord dat spontaan in u opkomt bij “bezoekerseconomie” in Leiden? Uit de deelsessies kwam als een rode draad naar voren dat de combinatie tussen cultuur, erfgoed, kennis en winkelen en horeca wordt gewaardeerd, gezien als uniek voor Leiden en een kans voor het behouden van een levendige, eigen stad.

Hoewel de respons beperkt is, ontstaat uit het Leiden Panel “Bezoek aan de Stad” de indruk dat bij het merendeel van de bewoners van Leiden meer bezoekers tot een trotser gevoel op de stad leidt. 16% van de respondenten gaf aan het hier helemaal mee eens te zijn, 48% was het er mee eens. Meer bezoekers

23 24

Bron: Stadsenquête Leiden 2019 Bron: Veiligheidsmonitor 2019

37

leidt volgens een deel van de respondenten (49%) ook tot een meer sfeervolle stad. Onder bewoners van de binnenstad is het beeld minder positief, daar ziet 32% meer bezoekers als een bijdrage aan een meer sfeervolle stad. Figuur 2.9. Resultaten stelling “Voordeel van meer bezoekers is dat de stad sfeervoller aanvoelt”

Bron: Gemeente Leiden, LeidenPanel 2021: Bezoek aan de stad, p.7

Tegelijkertijd zijn er enkele aspecten die door de bewoners van Leiden als minder positief worden ervaren. In een bewonersonderzoek is respondenten gevraagd hoeveel overlast zij op bepaalde aspecten ervaren van de bezoekerseconomie. Bewoners van Leiden ergeren zich met name aan het achterlaten van afval op straat. Bijna driekwart van de respondenten heeft hier veel of soms overlast van. Ook luidruchtige bezoekers, gebrek aan naleven van verkeersregels en dronkenschap zorgen voor relatief veel overlast. Onduidelijk is echter door wie deze overlast wordt veroorzaakt25. Het geldt wel in het geval van horecabezoek of evenementen de bezoeken met name van de bewoner van Leiden of omliggende gemeenten afkomstig zijn. Andere onderdelen van de bezoekerseconomie die hier in andere steden voor zorgen, zoals bierfietsen, zijn er niet in Leiden. Figuur 2.10. Overlast van bezoekers vóór de coronacrisis

Bron: Gemeente Leiden, LeidenPanel 2021: Bezoek aan de stad, p.12

Ook wat betreft enkele onderdelen van de bezoekerseconomie zijn bewoners al enkele keren gevraagd naar hun ervaren overlast, waarvan de resultaten in de Veiligheidsmonitor zijn opgenomen. Met name neveneffecten als gevolg van horeca en evenementen worden regelmatig genoemd. In 2019 ervaarde bijvoorbeeld 3% van de bewoners van Leiden veel overlast van horeca, terwijl 13% ‘wel eens’ overlast 25

Er is geen uitsplitsing naar centrum en overige wijken in Leiden mogelijk vanwege het lage aantal respondenten.

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

ervaarde. In Stadsdeel Midden, waartoe de binnenstad behoort, is de ervaren overlast hoger. Circa 5 tot 8% ervaarde in de afgelopen jaren veel overlast, 30% wel eens26. Wat betreft evenementen geldt dat 21% van de bewoners zelden of soms overlast ervaarde door evenementen en 4% van de bewoners vaak. Ook hier geldt dat de ervaren overlast in de binnenstad (Stadsdeel Midden) hoger is: 38% ervaart zelden of soms overlast, 13% vaak overlast. Figuur 2.11. Ervaren overlast van horeca onder bewoners Leiden

Bron: Veiligheidsmonitor 2013-2019 Figuur 2.12. Ervaren overlast evenementen onder bewoners Leiden

Bron: Veiligheidsmonitor 2012-2019

De overlast onder bewoners van de binnenstad wat betreft evenementen en horeca is dus hoger dan de overlast onder bewoners in de gehele gemeente. Uit de twee figuren hieronder en op de volgende pagina blijkt dat de overlast onder bewoners van het zuidelijke deel van de binnenstad het grootst is. Bij beide onderdelen van de bezoekerseconomie valt wel op dat de overlast in de loop der jaren relatief stabiel is. De toename in aanbod op het vlak van horeca en evenementen heeft dus niet bij significant meer mensen tot meer ervaren overlast geleid. Figuur 2.13. Aandeel inwoners dat ‘wel eens’ overlast ervaart van Leidse horeca, naar wijk

Bron: Veiligheidsmonitor 2013-2019

26

Bron: Veiligheidsmonitor 2019

39

Figuur 2.14. Mate waarin Leidenaren overlast ervaren van evenementen, voor heel Leiden en naar centrumwijk

Bron: Veiligheidsmonitor 2019

Wel is er op enkele elementen die bijdragen aan die overlast een lichte verschuiving zichtbaar. Uit de onderstaande tabel blijkt dat met name in het zuidelijk deel van de binnenstad en het stationsdistrict het aandeel mensen dat veel overlast ervaart door dronken mensen op straat toegenomen is in 2019 (t.o.v. 2013). In het zuidelijk deel van de binnenstad nam in de meest recente jaren de parkeeroverlast sterk af, in andere delen van de binnenstad is dit nog niet zichtbaar. Daarnaast ondervonden de bewoners van de binnenstad (zowel noord als zuid) in de loop der jaren (tussen 2013 en 2019) steeds minder overlast van rommel op straat (zie tabel 2.9). Tabel 2.7. Aandeel respondenten dat veel overlast ervaart door dronken mensen op straat 2013

2015

2017

2019

BINNENSTAD-ZUID

11%

14%

10%

20%

BINNENSTAD-NOORD

9%

7%

6%

10%

STATIONSDISTRICT

5%

5%

8%

10%

LEIDEN

4%

4%

3%

5%

Bron: Veiligheidsmonitor 2013-2019 Tabel 2.8. Aandeel respondenten dat veel parkeeroverlast ervaart 2013

2015

2017

2019

BINNENSTAD-ZUID

14%

20%

26%

16%

BINNENSTAD-NOORD

15%

15%

18%

20%

STATIONSDISTRICT

7%

12%

16%

16%

LEIDEN

19%

20%

18%

19%

Bron: Veiligheidsmonitor 2013-2019 Tabel 2.9. Aandeel respondenten dat veel overlast ervaart van rommel op straat 2013

2015

2017

2019

BINNENSTAD-ZUID

26%

20%

10%

10%

BINNENSTAD-NOORD

21%

13%

11%

12%

STATIONSDISTRICT

9%

17%

12%

12%

LEIDEN

14%

12%

11%

11%

Bron: Veiligheidsmonitor 2013-2019

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

Op basis van de voorgaande figuren en tabellen kan dus gesteld worden dat de bewoners in de binnenstad over het algemeen meer overlast ervaren van activiteiten en voorzieningen die een relatie hebben met de bezoekerseconomie. Dit komt voort uit bovenstaande cijfers en wordt ondersteund door eerdere onderzoeken zoals de binnenstadsenquête uit 201927. Daarin gaf een meerderheid van de respondenten woonachtig in de binnenstad (62%) aan dat zij hier minstens één vorm van overlast van ervaren. Onder de respondenten woonachtig in de binnenstad was overlast van evenementen de meest voorkomende vorm van overlast (10%). Belangrijk is ook hoe de ervaren overlast zich verhoudt ten opzichte van andere steden. Daar waar 3% van de bewoners in Leiden overlast ervaart van horeca is dat in de veertig grootste steden van Nederland (G40) circa 2% van de bewoners. Het percentage overlast was in Leiden daarmee, net als in voorgaande jaren, net wat hoger dan in andere steden in 2019. Op totaalniveau is de overlast onder bewoners van Leiden echter lager. De sociale overlast is op hetzelfde niveau als in de G40-steden, net als de fysieke verloedering, maar de verkeersoverlast is net iets lager ingeschaald in Leiden dan elders. Daar ervaart Stadsdeel West juist meer overlast. Figuur 2.13. Ervaren overlast in Leiden en G40-steden

Bron: Veiligheidsmonitor 2019

Duurzaamheid Bezoekers komen op verschillende manieren naar Leiden. Welk vervoersmiddel bezoekers pakken hangt sterk samen met het bezoekmotief en de locatie van hun bestemming. Veel Leidenaren pakken bijvoorbeeld de fiets om te gaan winkelen in de stad. Dit doen ze vaker wanneer ze winkelen in het centrum (62%) dan op andere locaties in Leiden (45%)28. Nederlanders die voor een bezoek naar Leiden komen, komen vaak met de auto naar de stad (53%)29. Bijna een kwart van deze bezoekers komt met de trein (23%) en 15% komt met de fiets. Daarin loopt Leiden ten opzichte van andere steden in Nederland Bron: gemeente Leiden, Programmaplan Binnenstad 2020 – 2024 (bijlage enquêteresultaten, uit 2019) Bron: I&O Research, Koopstromenonderzoek Randstad 2018, bewerking ZKA 29 Bron: NBTC-NIPO Research, Toeristisch Bezoek aan Steden 2020 (gegevens over het jaar 2019) 27 28

41

overigens al voor, want het gebruik van de auto om een stad te bezoeken is landelijk hoger (69%). Net als in steden als Utrecht en Amsterdam profiteert Leiden van de goede bereikbaarheid met de trein. Voor de auto zijn er tevens alternatieven die duurzamer, stiller, gezonder en minder aanwezig in het straatbeeld zijn. Denk aan wandelen, fietsen, openbaar vervoer en busjes die vanaf parkeerplaatsen aan de randen van de (binnen)stad rijden. Welk vervoersmiddel bezoekers kiezen, is in zekere mate te beïnvloeden. Bijvoorbeeld met duidelijke informatie over alternatieven voor de auto, in ieder geval voor vervoer tot aan de binnenstad. Dit doen bijvoorbeeld veel culturele instellingen in de binnenstad op hun websites. Maar het kan ook door de bereikbaarheid actief te bewerken. Op het vlak van mobiliteit wordt door de gemeente gewerkt aan de Agenda Autoluwe Binnenstad. Deze heeft tot doel het aantal autobewegingen in de binnenstad van Leiden te beperken. Tevens wordt gewerkt aan een duurzaam bevoorradingssysteem. Sommige onderdelen van de bezoekerseconomie zijn door de afgelegde afstanden moeilijker te sturen. In de basis is congresbezoek het minst duurzame motief waarvoor Leiden wordt bezocht, door het internationale karakter en het vliegverkeer dat met congressen gepaard gaat.

Een visie en actieplan op vliegen en congressen en het stimuleren van treingebruik zijn manieren om gezamenlijk te werken aan verduurzaming. Onder meer de Universiteit Leiden en het Leiden Universitair Medisch Centrum zetten hierop in. Een duurzamere bezoekerseconomie ontstaat niet alleen door de manier van vervoer van de bezoekers te beïnvloeden, ook de ondernemers dragen daar aan bij. Het is voor individuele ondernemers best een uitdaging om uit te zoeken hoe je je bedrijf op een passende manier kan verduurzamen. Dit is makkelijker wanneer je samen met andere ondernemers en partijen kan optrekken. Enkele voorbeelden hiervan: ∙

Het werken met een label zoals GreenKey, waarmee een ondernemer stappen zet in verduurzaming, maar zich ook profileert richting consumenten. In Leiden zijn er in de hotel- en congresmarkt deze labels: diverse hotels met congres- en vergadercapaciteit beschikken over een Green Key-keurmerk (3x Goud, 1x Zilver). Daarnaast zijn er nog twee andersoortige congres- en vergaderlocaties met een Green Key-keurmerk (Goud): de Pieterskerk en de Stadsgehoorzaal.

∙

Een ander voorbeeld is om gezamenlijk op zoek te gaan naar passende maatregelen. Dit voornemen komt onder andere terug in de Nota Evenementenbeleid. Hierin staat dat de gemeente in samenspraak met de stad wil onderzoeken welke stappen nodig zijn om evenementen (verder) te verduurzamen. Eerste stappen hiertoe zijn al gezet door in 2019 bij buitenevenementen het gebruik van “Leids glas” (ecoglazen) te verplichten. Leiden was hiermee koploper in Nederland. Een ander mooi voorbeeld van hoe een dergelijke samenwerking op een passende manier concreet gemaakt kan worden, is te zien bij de Leidse horecasector, bijvoorbeeld door het gebruik van ecoglazen en in de toekomst wellicht ecokoffiebekers. De gemeente Leiden is daarnaast in samenwerking met Stichting Duurzame Horeca Leiden een pilot duurzame afvalverwerking gestart. In 2021 worden de resultaten van de pilot omgezet in een stedelijk distributieplan voor de gemeente Leiden. Daarnaast ondersteunt Stichting Duurzame Horeca Leiden ondernemers in de verduurzaming van hun bedrijf.

∙

Uit een enquête uitgevoerd onder ondernemers in de binnenstad komt naar voren dat 90% zegt rekening te houden met duurzaamheid door bijvoorbeeld de inkoop van duurzame producten, minder

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

plastic, afvalmanagement of het gebruik van gerecyclede producten. Ook bij vastgoedeigenaren is er bewustzijn over de duurzaamheid van hun panden30. Afsluitend wordt de vergroening van de openbare ruimte hoog geprioriteerd. Ondernemers zouden graag meer groen in de Leidse binnenstad zien. Een groene binnenstad draagt niet alleen bij aan de verduurzaming van de openbare ruimte, maar ook aan de identiteit en het leefklimaat in het gebied. Daarnaast kan vergroening de overlast van water en hitte (door klimaatverandering) beperken.

30

Bron: Gemeente Leiden, Programmaplan Binnenstad Leiden 2020-2024, p.15

43

Inclusie ∙

Op 14 juli 2016 is het VN-verdrag Handicap in werking getreden in Nederland. Hieruit volgt dat gemeenten verplicht zijn om te werken aan geleidelijke verwezenlijking van een volledige toegankelijkheid van (gemeentelijke) voorzieningen.

∙

Inclusie heeft niet alleen betrekking op fysieke toegankelijkheid, maar ook op andere vormen van toegankelijkheid. Hier wordt meer aandacht voor gevraagd. Zo wil de gemeente onder andere in het evenementenbeleid evenementen toegankelijk maken voor iedereen, in navolging van de implementatie van het VN-verdrag voor de rechten van personen met een handicap dat de gemeente op diverse beleidsterreinen heeft ingevoerd.

∙

Ook heeft het bezoek aan het Leidse culturele aanbod niet dezelfde diversiteit als de samenstelling van de Leidse bevolking. In de Cultuurvisie van de gemeente Leiden zijn daarom enkele aandachtspunten en projecten toegelicht: o

Er wordt ingezet op nieuwe vormen van cultuur: crossovers tussen kunstdisciplines, gebruik van verrassende locaties, nieuwe presentatievormen en meer aandacht voor niet-westerse cultuur.

o

Mensen ervaren soms ook een financiële beperking of een culturele beperking. De gemeente gaat met de cultuurpartners aan de slag om de toegankelijkheid voor deze doelgroepen te vergroten.

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

3. Het perspectief van de bezoekerseconomie 3.1. Algemene trends en ontwikkelingen voor Leiden Trends en ontwikkelingen hebben hun invloed op hoe mensen in de gemeente Leiden wonen, werken en recreëren. Nu en in de toekomst. De belangrijkste algemene trends zijn hieronder geïnventariseerd in drie onderwerpen: bezoekers, omgeving en economie. H3.2. zoomt verder in op wat dit specifiek betekent voor de deelmarkten binnen de bezoekerseconomie. Kort wordt ook ingegaan op COVID-19. Bezoekers Bevolkingsgroei De bevolkingsprognose voor de gemeente Leiden is dat het aantal inwoners tussen 2020 en 2050 met 20% stijgt van circa 125.000 naar 151.00031. In het jaar 2035 telt de gemeente naar verwachting circa 141.900 inwoners. Met het aantal inwoners, neemt ook het aantal huishoudens toe. Het aantal éénpersoonshuishoudens groeit het sterkst. Het aandeel van eenpersoonshuishoudens groeit van 56% in 2020, naar 61% in 2035 (en 62% in 2050). In Leiden heeft ruim 32% van de Leidenaren heeft een migratieachtergrond 32 (circa 40.300 inwoners op 1 januari 2020). Bijna 12% van de inwoners een buitenlandse nationaliteit (circa 14.500 inwoners op 1 januari 2020). De helft van de inwoners met een buitenlandse nationaliteit (ook wel internationals of expats genoemd) die zich in Leiden vestigen hebben een leeftijd tussen de 18 en 26 jaar.

Studie of opleiding is een belangrijke reden voor hun komst naar Leiden. Italiaans, Duits en Brits zijn de drie meest voorkomende nationaliteiten van de internationaals die zich in Leiden vestigen. Vergrijzing In Nederland vindt een vergrijzingsgolf plaats. In 2020 is circa 19% van de Nederlandse bevolking 65 jaar of ouder33. In Leiden geldt dit voor 16%34. De vergrijzing zet zich in de komende jaren door. De verwachting is dat in 2035 landelijk ruim 25% van de bevolking 65 jaar of ouder is, in Leiden is dit 21% (en 22% in 2050). Senioren hebben meer tijd en vaak ook financiële middelen voor vrije tijd en recreatie. Waar in Nederland het aantal jongeren afneemt, is dit in Leiden niet het geval. Het aandeel van bewoners van 19 jaar of jonger groeit van 19% in 2020 naar 20% in 2035 (en 21% in 2050). Ook de groep van 20-30 jaar is in Leiden een belangrijke, omvangrijke doelgroep door het grote aantal studenten. Deze groep vormt circa 25% van de bevolking.

31

Leiden in cijfers (2019). Bevolkingsprognose Leiden 2020-2050

32

Internationals in cijfers (2020). Monitor Internationalisering, gemeente Leiden i.s.m. Expat Centre Leiden region

33

CBS (2020). Bevolking op 1 januari en gemiddeld; geslacht, leeftijd en regio

34

Leiden in cijfers (2019). Bevolkingsprognose Leiden 2020-2050

45

Groei toerisme Vóór COVID-19 waren de groeiverwachtingen voor het toerisme in Nederland zeer hoog. Zowel het aantal buitenlandse gasten (van 18 naar 29 miljoen) als binnenlandse gasten (van 24 naar 31 miljoen) zou tot en met 2030 (fors) groeien35. Bij voldoende (snel) herstel van de economie gaat het toerisme naar verwachting weer groeien. Hoe deze groei eruit gaat zien is nog onzeker. Belangrijke vragen zijn hoe en hoe snel verder weggelegen intercontinentale markten zich gaan herstellen en in hoeverre de ‘herontdekking’ van ons eigen land zich in de komende jaren doorzet. Steden en regio’s met een duidelijk profiel kunnen hiervan profiteren, niet alleen vanuit de Nederlandse markt maar ook onder Duitse en Belgische gasten, de belangrijkste inkomende markten. Een impuls van het toerisme leidt doorgaans ook tot meer aanbod, zowel voor dag- als verblijfstoerisme. Omgeving Betekenisvol recreëren De consument is zich steeds beter bewust van zijn/haar voetafdruk op de omgeving, en verwacht van de ondernemer dat ook hij of zij inspanningen doet om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Deze houding lijkt zich tijdens COVID-19 alleen maar versterkt te hebben. Betekenisvol recreëren komt ook naar voren in de activiteiten die de consument kiest.

In de afgelopen jaren hebben bijvoorbeeld diverse activiteiten die sport met ontspanning combineren – indoor en outdoor – aan populariteit gewonnen. Ook mogelijkheden tot activiteiten gericht op zingeving en spiritualiteit nemen toe. Binnensteden als plek van ontmoeting Binnensteden staan onder druk door veranderingen in consumentengedrag op het vlak van winkelen. In recente jaren bood horeca geregeld een oplossing voor leegstand, maar de mogelijkheden hiervoor zijn eindig. Leisure wordt steeds vaker als alternatief gezien om een gebied verder ‘te laden’, soms ook in popup vorm. Leisure geldt in sommige steden ook als eerste stap in de transformatie van cultureel erfgoed of leegstaande fabriekspanden. (Binnen)steden worden zo steeds meer een plek voor ontmoeting, ontspanning en vermaak. Economie Belevingseconomie Vrije tijd is schaars en de consument is veeleisend, waarbij de consument zich via online platforms ook duidelijker laat horen. De consument verwacht bij een activiteit iets te beleven, ook bij recreatie. En niet alleen bij attracties, maar ook bij andersoortige activiteiten als stedenbezoek, een dagje fietsen, museumof een bioscoopbezoek. Vrijwel alle sectoren spelen hier, op hun eigen manier, op in. Ook in de fysieke ruimte wordt erop ingespeeld. Het verhaal hierbij moet kloppen en dichtbij het DNA van de stad blijven.

Cross-overs/blending in aanbod De consument denkt steeds minder in hokjes. De vermenging van andere sectoren met leisure komt vaker terug. Dit is terug te zien in binnensteden, bij de detailhandel en horeca. Ook musea zijn, om bredere

35

NBTC Holland Marketing (2019). Perspectief 2030

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

doelgroepen aan te spreken en de beleving te vergroten, steeds meer op interactie en fun gericht. De vermenging vindt niet alleen qua inhoud plaats, maar ook qua locaties. Digitalisering Technologie raakt steeds verder geïntegreerd in de customer journey. Bij diverse attracties, musea en bezienswaardigheden hebben tijdens COVID-19 time slots hun intrede gedaan om het aantal bezoekers te managen en te spreiden. De verwachting is dat dit ook na de crisis in veel deelsectoren in gebruik zal blijven. Tijdens het bezoek krijgt de gast ook steeds meer te maken met nieuwe technieken als augmented reality (AR), virtual reality (VR) en mixed reality (MR). En achteraf delen consumenten hun ervaringen en proberen ondernemers via kennis over hun gast deze te verleiden tot een herhaalbezoek. Ook is steeds meer sprake van hybride vormen met een integratie van ‘live’ en ‘digital’. Een mooi voorbeeld is de congressector waar hybride vormen hun intrede deden en waar naar verwachting ook in de toekomst gebruik van wordt gemaakt, bijvoorbeeld het digitaal sprekers uitnodigen tijdens een live congres.

3.2. Trends in de deelmarkten van de bezoekerseconomie Deze paragraaf gaat in op de belangrijke trends in de onderscheiden deelmarkten, ook rekening houdend met de mogelijke gevolgen van de coronacrisis (voor zover deze nu al ingeschat kunnen worden): Erfgoed en cultuur +

groei vraag door toename

−

opleidingsniveau, vergrijzing, internationaal toerisme en hogere

cultuur −

koopkracht +

toename belangstelling musea, met

landelijke bezuinigingen overheid op kosten grote exposities (en producties) groeien explosief

−

steeds meer accent op beleving en

kwetsbaarheid door afhankelijkheid van vrijwilligers, met een steeds hogere leeftijd

storytelling +

meer aandacht voor duurzaamheid, maatschappelijke rol en inclusiviteit bij aanbieders in de culturele sector

Attracties, sportief en outdoor +

groei vraag door toegenomen behoefte

−

om in groeps-/familieverband samen

ruimte, neemt druk op steden én bos- of

dingen te ondernemen +

behoefte om naar buiten te gaan door corona extra impuls gekregen, vooral wandelen, fietsen en parkbezoek

+

Combinatie fun en sportief doet het goed, zowel indoor (kans voor leegstaande panden binnenstad) als outdoor (extra impuls door corona)

door toegenomen gebruik openbare natuurgebieden toe

−

hoge piekbelastingen op dagen met mooi weer en bij activiteiten met grote groepen

47

Horeca +

extra vraag door groei bevolking en

−

(verwachte) sterke groei toerisme +

terrassencultuur en behoefte aan

meer buitenhoreca leidt soms tot extra overlast

−

buitenhoreca heeft onder invloed van

(sterke) groei horeca leidt soms tot minder divers aanbod (meer formules)

corona een extra impuls gekregen +

groei hotelmarkt (ook zakelijk) gaf impuls aan meerdaags bezoek met hoge bestedingen (door corona tijdelijke onderbreking)

+

steeds meer diversiteit aan horeca, steeds meer tussenvormen van verschillende typen horeca en blending spelen in op behoefte aan beleving en ontmoeting

Detailhandel +

winkelen steeds vaker onderdeel van

−

veel concurrentie in de retailmarkt

gecombineerd bezoekmotief, voor (regio-

−

webshops en outlets/malls zetten

) bewoners én toeristen (compleet dagje

winkelaanbod aan steden verder onder

uit met winkelen, museum- of bioscoopbezoek, horeca) +

druk −

omvallen ‘grote spelers’ zorgt voor ‘gaten’

herwaardering lokale specialistische

in het winkelareaal die vaak moeilijk

winkels (food en non food) en

(structureel) op te vullen zijn

warenmarkt mede onder invloed van corona

Evenementen +

+

groei t/m 2019, door corona nu zeer

−

zwaar getroffen markt, op zijn vroegst in

plekken dezelfde soort evenementen

2022 weer (bijna) normaal

georganiseerd worden

trend om met ‘on brand’ evenementen de

−

stad beter te profileren en te positioneren +

+

kopieergedrag, waardoor op steeds meer

groei vraag en aanbod meerdaagse

eisen en kosten veiligheid, logistiek en dergelijke steeds hoger

−

draagvlak in woongebieden met veel

festivals en evenementen waardoor

evenementen (en hoge geluidsbelasting)

verblijfs-/hotelmarkt impuls krijgt

staat onder druk

anticyclisch programmeren (buiten zomerseizoen) wint terrein

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

Waterrecreatie +

verhuurmarkt/sloepverhuur groeit

−

onder invloed van nieuwe jongere

ligplaatsen staat onder druk. De vloot en

doelgroepen en de gezelligheid en sfeer

de eigenaren vergrijzen. Door corona is

van deze markt +

markt van motor- en zeiljachten met vaste

Hollandse Plassen vormen een

deze trend (voorlopig?) afgevlakt −

aantrekkelijk vaargebied dat makkelijk

(geluids-)overlast van boten en sloepjes tijdens warme avonden in zomermaanden

te bereiken is +

ook groei actieve en sportieve activiteiten op het water zoals suppen en kanoën

+

riviercruisemarkt biedt kansen (staat nu tijdelijk onder druk door corona)

Congresmarkt +

markt groeide tot voor kort, nog

−

onduidelijk hoe deze na corona zich weer

deelnemers per vliegtuig relatief ‘grote

gaat ontwikkelen +

+

geeft impuls aan horeca (catering), de

door internationale karakter en veel voetafdruk’

−

kwetsbare markt door internationale

hotelmarkt, retail, musea en aanverwante

karakter (tijdens corona zwaar getroffen

sectoren vanwege groot aantal

markt). Online en hybride congressen

(internationale) deelnemers

vangen dit deels op qua inhoud, maar niet

hybride bijeenkomsten (deels live, deels

qua verdienmodel en impact op de stad

digitaal) bieden nieuwe kansen

3.3. Welk effect heeft het aanbrengen van focus? De trends en ontwikkelingen op de diverse deelmarkten van de bezoekerseconomie gaan ook de bezoekerseconomie raken, want Leiden is een stad die in verbinding staat met de buitenwereld en op meerdere vlakken zelfs voorop loopt. Die ontwikkelingen kan je je laten gebeuren, maar je kan ook gezamenlijk keuzes maken en meer focus en samenhang aanbrengen. Daarvoor is het echter belangrijk om te weten hoe de dwarsverbanden tussen de deelmarkten lopen. En om te weten wat de effecten op de economie en leefbaarheid in de stad zijn als er bijvoorbeeld sterker op de bezoeker van erfgoed en cultuur of op de bezoeker uit de regio (voor bijvoorbeeld detailhandel) wordt ingezet.

49

Tabel 3.1. Potentiële effecten versterking focus op deelmarkten

(meer) focus op:

Erfgoed

Attracties

Horec

Detail-

Evene-

Water-

Congres-

&

, sportief

a

handel

menten

sport

markt

N.b.

+

+

+/-

N.b.

N.b.

x

+/-

+

+/-

+/-

+/-

+

+/-

x

+

+/-

+/-

+/-

+/-

++

+

x

++

++

+

++

Detailhandel

+

+/-

+

x

+

+

+

Evenementen

++

-

+

+/-

x

+/-

+/-

Waterrecreatie

+

+/-

+

+

+/-

x

+/-

Congresmarkt

++

+/-

+

+/-

+/-

+/-

x

Economie

+

+

++

++

+

+

+

Leefbaarheid

++

+/-

+

++

+/-

+/-

+/-

Cultuur

en outdoor

Aansluiting op

++

beleid Kansen op cross-overs met: Erfgoed & cultuur Attracties, sportief en outdoor Horeca

Effect op:

Toelichting per deelsector Erfgoed en cultuur ∙

Meer focus hierop sluit uitstekend aan bij het beleid, zowel algemeen (onder andere Stad van Ontdekkingen) als specifiek (Nota erfgoed, Cultuurvisie en Koersdocument). Hiermee kan uitstekend ingespeeld worden op de geschetste groeikansen in deze sector. Focus op deze sector betekent zowel inzetten op de lokale en regionale bezoeker (met name bij de theater en podiumkunsten) als op de bezoeker van verder weg (die met name erg belangrijk is voor de museumwereld in Leiden). Een sterke focus op deze sector draagt ook bij aan het streven om in 2025 de 2e cultuurstad van Nederland te zijn.

∙

Het effect op (vrijwel) alle deelmarkten is positief tot zeer positief: o

deels door de bestedingen die deze deelsector oproept (bijvoorbeeld in de horeca door eten/drinken en overnachtingen door meerdaagse bezoekers).

o

deels door de decorfunctie die erfgoed heeft voor vrijwel alle andere markten (waaronder de vele evenementen in de binnenstad en de bezoekers op het water) en

o

deels door de dwarsverbanden die er te leggen zijn bijvoorbeeld met congressen, waarbij kerken en musea dienen als locatie voor bijeenkomsten en evenementen waarbij de cultuursector kan zorgen voor creatieve en onderscheidende impulsen.

∙

Het effect op economie en leefbaarheid is in totaal positief tot zeer positief:

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

o

het effect op de economie is positief, maar kan nog veel beter. Het bereik van een groot deel van de sector is minimaal regionaal. Het aantal museumbezoeken kan fors groeien (richting 1,5-2,0 miljoen op jaarbasis) nu veel musea de afgelopen jaren fors hebben geïnvesteerd in kwaliteit en er sterker ingezet wordt op partnerships in de stad om de bezoeker langer vast te houden. Daarnaast zou nog meer ingezet kunnen worden op makers en creatieve professionals in deze sector met positieve uitstraling naar de (nieuwe) inwoners, studenten en de arbeidsmarkt.

o

het effect op de leefbaarheid is zeer positief, omdat de sector bijdraagt aan een hoogwaardig cultureel voorzieningenniveau, een type publiek trekt dat doorgaans respectvol omgaat met de omgeving en weinig overlast veroorzaakt. Een goed aanbod aan erfgoed en cultuur heeft doorgaans ook een positieve invloed op de aantrekkelijkheid als stad om je te vestigen als inwoner of bedrijf. Ook zijn en worden goede stappen gezet op gebied van inclusiviteit (onder andere toegankelijkheid gehandicapten) en duurzaamheid (onder andere duurzaam vervoer).

Attracties, sportief en outdoor ∙

Op dit gebied is nog geen beleid ontwikkeld. Het aanbod dat hieronder valt is diffuus qua karakter. Enerzijds gaat het hier om activiteiten die, al dan niet in spelvorm, plaatsvinden in de openbare ruimte. Ook de ontwikkeling van het Singelpark past hier goed in en kan in de komende jaren nog verder aan belang winnen, in de eerste plaats voor de eigen inwoner, maar ook voor de bezoeker van buiten die de stad eens op een andere manier wil beleven. Anderzijds gaat het om commercieel indooraanbod (bijvoorbeeld escaperooms, boulderhal, wellness). We zien hier een groeiende behoefte in de markt deels bij eigen inwoners maar ook bij bezoekers van buiten de stad. Verdere analyse moet leren of aanbod hiervoor het beste in de binnenstad ontwikkeld kan/moet worden of dat locaties hier buiten net zo goed of beter inspelen op de vraag.

∙

Het effect op de andere deelmarkten is in totaal neutraal, omdat deze sector deels relatief introvert opereert en beschikt over eigen accommodaties dan wel gebruik maakt van de openbare ruimte. De sector die relatief nog het meest profiteert is de horeca.

∙

Het effect op economie en leefbaarheid is in totaal neutraal tot licht positief: o

Het effect op de economie is positief door de bestedingen en werkgelegenheid, maar deze zouden hoger kunnen zijn gezien de groeipotenties in deze deelmarkt.

o

Bij duurzaamheid is het beeld in totaal neutraal waarbij het positieve is dat dit soort activiteiten bijdragen aan het voorzieningenniveau op gebied van amusement en sportief/avontuurlijk en het negatieve is dat groepsactiviteiten in de binnenstad kunnen bijdragen aan extra druk en mogelijke overlast in de binnenstad (maar dit heeft ook veel met de vorm te maken waarin dit plaatsvindt).

Horeca ∙

Op dit gebied is zeer recent beleid ontwikkeld (Horecavisie 2020-2026). Hierin is onderkend dat de horeca een belangrijke sector is voor de (binnen)stad, zowel voor autonoom bezoek als verzorgend voor bijna alle andere sectoren. Groeimogelijkheden zijn beperkt en liggen – onder voorwaarden – vooral buiten de binnenstad. Indien er op de langere termijn meer focus gelegd zou worden op horeca, betekent dit vooral meer inzetten op lokale en regionale doelgroepen. Gezien de verwachte bevolkingsgroei en de potenties die er zijn in andere deelmarkten waarvoor de horeca een

51

ondersteunende functie heeft, zou dit op termijn een optie zijn. Hierbij is dan wel de vraag op welke locatie deze groei het beste geeffectueerd zou kunnen worden. ∙

Het effect op alle andere deelmarkten is zonder uitzondering positief, bijvoorbeeld bij de detailhandel (kopje koffie of borrel tijdens een dagje winkelen), de congresmarkt (eten/drinken, catering en overnachten in hotels) of evenementen (waarbij iedereen wel wat wil drinken of eten).

∙

Het effect op economie en leefbaarheid is in totaal positief tot zeer positief: o

Het effect op de economie is in totaal zeer positief omdat de sector niet alleen veel bestedingen en werkgelegenheid oplevert, maar ook bijdraagt aan de levendigheid in de stad en als vestigingsplaatsfactor. Daarnaast biedt de sector kansen voor placemaking en ontwikkellocaties op locaties buiten de binnenstad.

o

Bij leefbaarheid is het beeld in totaal ook positief (bijdrage voorzieningenniveau voor alle doelgroepen), en waarbij de mogelijk negatieve effecten (geluid, afval, verkeer) door de vastgestelde zonering zoveel mogelijk beperkt worden.

Detailhandel ∙

Op dit gebied loopt het bestaande beleid dit jaar af (Winkelnota Leidse Binnenstad 2018-2021) en is nieuw beleid voor de detailhandel en de voor Leiden belangrijke warenmarkt in ontwikkeling (voorlopige naam “Aanpak retail en warenmarkt”). Meer focus op deze markt kan de positie van Leiden als winkelstad versterken zowel voor lokale en regionale bezoekers (nu nog een relatief hoge afvloeiing en bescheiden toevloeiing) als voor bezoekers van wat verder weg die afkomen op het bijzondere aanbod in Leiden (incl. warenmarkt) en de aantrekkelijke verwevenheid met de andere functies op korte afstand van elkaar.

∙

Het effect op de andere deelmarkten is in totaal neutraal tot positief, met name de horeca kan profiteren door een kop koffie, borrel of hapje eten tijdens of na het winkelen.

∙

Het effect op economie en leefbaarheid is in totaal positief tot zeer positief: o

Het effect op economie bij meer focus op detailhandel is heel positief vanwege de hoge bestedingen en de werkgelegenheid, zeker ook als de verwevenheid met onder andere de horeca ook wordt meegenomen. Deze twee deelsectoren leveren de grootste economische impuls op.

o

Bij leefbaarheid is het beeld in totaal ook heel positief door de bijdrage aan het voorzieningenniveau voor alle doelgroepen en door het ruime en fijnmazige winkelaanbod dat ertoe leidt dat mensen dichtbij huis kunnen winkelen. Een aandachtspunt is verkeer en parkeren. Hier is al veel verbeterd door grote eigentijdse parkeergarages aan de rand van de stad en de City shuttle vanaf de Haagweg, maar het beeld is vooralsnog dat de binnenstad moeilijk te bereiken is en de vindbaarheid van voorzieningen lastig is.

Evenementen ∙

Op dit gebied is recent beleid ontwikkeld (nota Evenementenbeleid 2020). Vanuit de geschetste kansen zou bijvoorbeeld meer ingezet kunnen worden op onderscheidende evenementen die ‘on brand’ zijn (aansluitend bij DNA van de stad/‘Stad van Ontdekkingen’) bijvoorbeeld evenementen die raakvlakken hebben met cultuur(historie) of kennis. Hiermee zouden meer bezoekers van verder weg getrokken kunnen worden. Veel ruimte voor groei van het aantal evenementen is er beleidsmatig en qua draagvlak weinig in de binnenstad, maar wellicht wel daarbuiten en/of door andere accenten binnen bestaande evenementen te verleggen. Ook zou met meerdaagse evenementen het aantal

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

overnachtingen een impuls kunnen krijgen op termijn. De beoogde groei van de hotelmarkt kan een dergelijke accentverlegging ook faciliteren. ∙

Het effect op de andere deelmarkten is in totaal voor de meeste deelmarkten neutraal, voor de detailhandel positief en de horeca heel positief. Dit komt doordat de meeste evenementen gratis zijn en plaatsvinden in de binnenstad, zodat horecaondernemers en winkeliers behoorlijk kunnen profiteren.

∙

Het effect op economie en leefbaarheid is in totaal neutraal tot positief: o

Het effect op de economie is in totaal positief vooral via de bestedingen in de horeca (zie hiervoor).

o

Bij leefbaarheid is het effect per saldo neutraal. Positief is de bijdrage aan de levendigheid, ontmoetingsfunctie, en sociale cohesie (veel evenementen kennen een hoge inzet van vrijwilligers). Negatiever is de druk op de binnenstad en de overlast bij sommige evenementen met veel bezoek en een hoge geluidsbelasting. Door een goede zonering en meer aandacht voor de aanpak van geluidsoverlast zijn hier al behoorlijke verbeteringen doorgevoerd.

Waterrecreatie ∙

Op dit gebied is nog geen recent beleid. In het kader van deze analyse is hiervoor een marktscan uitgevoerd en wordt nog een eerste aanzet gegeven voor beleid. Het vele water (> 25 km) in de stad met een directe relatie met het monumentale decor van de binnenstad en de goede verbinding met onder andere de Kagerplassen, bieden uitstekende kansen voor groei, met name in de verhuurmarkt, rondvaarten en actieve vormen van waterrecreatie als kanoën en suppen. Accent op deze deelmarkt betekent in het algemeen vooral een keuze voor de lokale en regionale bezoeker, bij meer accent op rondvaarten en arrangementen wordt ook de bezoeker van buiten de regio bediend.

∙

Het effect op de meeste andere deelmarkten is neutraal. De effecten op horeca en detailhandel zijn positief door bestedingen die waterrecreanten doen op onder meer terrassen en in winkels (voor levensmiddelen).

∙

Het effect op economie en leefbaarheid is respectievelijk positief en neutraal: o

Het effect op de economie is positief vooral via de bestedingen in de horeca en winkels. De reuring op het water draagt ook in hoge mate bij aan de levendigheid in de stad.

o

Het effect op leefbaarheid is per saldo neutraal, waarbij het plezier dat bewoners hebben op of aan het water positief is en de incidentele drukte op en geluidsoverlast vanaf het water een beperkt negatief effect vormt. Daarnaast speelt het duurzaamheidsaspect: de meeste boten varen nog op fossiele brandstof, maar er wordt gewerkt aan de overschakeling naar elektrisch varen waar mogelijk.

Congresmarkt ∙

Op dit gebied is nog geen gemeentelijk beleid ontwikkeld (er is overigens wel beleid bij het Leiden Convention Bureau, resultaat van samenwerking gemeente, universiteit, Leiden Marketing, musea, hotels en venues). Deze markt sluit in ieder geval uitstekend aan bij de beleidslijn van ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’. In het kader van deze visie is hiervoor een marktscan uitgevoerd en wordt later nog een aanzet gegeven voor beleid. Uit de marktkansen blijkt dat er ruimte is voor verdere groei van deze deelmarkt, maar dat deze door corona nog omgeven is met enige onzekerheid. De titel ‘European City of Science’ in 2022 kan Leiden versneld weer terugbrengen naar de positie van 2019 en

53

waarschijnlijk zelfs beter. Dit is een belangrijke aanzet om in 2025 de beoogde belangrijke positie in te nemen in Nederland op gebied van wetenschappelijke congressen. ∙

De effecten op de andere deelmarkten is minimaal neutraal en voor een aantal deelmarkten (heel) positief, met name de horeca heeft veel baat bij de congressen, zowel in de vorm van eten en drinken alsook overnachtingen in de hotellerie. Ook de detailhandel zal profiteren van deze markt.

∙

Het effect op economie en leefbaarheid is respectievelijk positief en neutraal: o

Het effect op de economie is positief vanwege de hoge bestedingen per deelnemer, vooral in de horeca. Daarnaast levert deze markt een belangrijke bijdrage aan het imago van Leiden als internationale stad van Kennis en Cultuur. Ook wordt hard gewerkt aan verlenging van het bezoek van congresgangers en het bevorderen van herhaalbezoek. Naast het organiseren van grote wetenschappelijke congressen is er ook een spin off naar kleinere bijeenkomsten met een wetenschappelijke en/of zakelijke achtergrond.

o

Het effect op de leefbaarheid is per saldo neutraal tot licht positief. Positief is de bijdrage aan het voorzieningenniveau, onder andere het vergroten van de gebruikswaarde en daarmee het behoud van monumenten als kerken, schouwburg en musea. Een negatief effect is de relatief grote voetafdruk van de deelnemers die per vliegtuig naar de congressen komen.

BEZOEKERSECONOMIE LEIDEN, ANALYSE EN KEUZERICHTINGEN

4. Toekomststrategie Bezoekerseconomie 4.1. Binnen welke kaders bezoekerseconomie (door-)ontwikkelen? Vanuit de aanleiding voor de analyse en visie op de bezoekerseconomie (H1) en de beleidscontext (H2.1) zijn er een aantal kaders waarbinnen de bezoekerseconomie zich kan (door-)ontwikkelen en een aantal doelstellingen waaraan deze een positieve bijdrage kan leveren: ∙

Leiden in balans: een economisch sterke, leefbare en levendige stad voor zowel bewoners, bezoekers als ondernemers.

∙

De Leidse strategie: ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’, waarin de pijlers (inter-)nationale kennis en cultuur samenkomen.

∙

Centrumfunctie in de regio: Leiden heeft een verzorgingsfunctie voor de hele regio en wil deze centrumfunctie versterken. Gezien de huidige relatief bescheiden toevloeiing van detailhandel- en horecabestedingen uit de regio is hier nog veel winst te behalen.

∙

‘Een Streek van Verrassingen’ verbindt Leiden ook actief met de bezoekerseconomie van de regio. Ook hier liggen nog kansen, met name in het kader van spreiding van bezoek en het inspelen op meervoudige bezoekmotieven.

∙

Duurzaamheid (onderdeel van de Sustainable Development Goals waar Leiden zich aan heeft gecommitteerd). Dit heeft betrekking op de energietransitie, circulaire economie, klimaatadaptatie onder andere door biodiversiteit en te vergroenen, duurzame mobiliteit en duurzame verstedelijking.

∙

Inclusief (ook onderdeel van de Sustainable Development Goals). Leiden moet een toegankelijke, open stad zijn waar iedereen kan deelnemen aan de gemeenschap.

4.2. Potenties bezoekerseconomie in beeld Als eerste stap om te komen tot de toekomststrategie voor de bezoekerseconomie, is onderstaand samenvattend in beeld gebracht wat de potenties zijn voor de bezoekerseconomie vanuit de kwaliteiten van de stad zelf (sterktes en zwaktes) en de ontwikkelingen die er op de stad afkomen (kansen en bedreigingen): Sterktes ∙

Leiden heeft op korte afstand van elkaar zeer veel en zeer diverse (museale) publiekstrekkers, die gekoppeld zijn aan kernwaarden van de stad (Historische Cultuur en Internationale Kennis).

∙

Het water in de binnenstad geeft een extra dimensie aan Leiden, als decor en als belevingselement. Leiden heeft na Amsterdam het meeste water in de binnenstad.

∙

De monumentale binnenstad met kerken en hofjes, die mede bezoekaanleiding is voor een stedentrip, is in goede staat.

∙

De verwevenheid tussen kennis (onderwijsinstellingen, Bio Science Park) cultuur en historische binnenstad zorgt voor een brug tussen verleden, heden en toekomst. Daarmee heeft Leiden een sterke positie op de congresmarkt veroverd.

∙

Kwaliteit en locatie van de weekmarkt, is sterk verbonden met de horeca en winkels in de binnenstad.

∙

Leiden kent een hoog voorzieningenniveau als het gaat om horeca, met name in de binnenstad. De binnenstad fungeert als ontmoetingsplek voor Leidenaren, regiobewoners en andere bezoekers.

55

∙

De Leidse bevolking is trots op en sterk betrokken bij haar stad. Initiatieven vanuit bewoners als het Singelpark, die de stad onderscheidend vermogen en cachet geven, laten dat zien.

∙

Leiden is uitstekend bereikbaar per OV (bus of trein), fiets, auto of te voet.

∙

Nauwe samenwerking tussen partijen als Leiden Marketing, Centrummanagement en Cultuurfonds Leiden.

Zwakten ∙

Gepercipieerde slechte bereikbaarheid met de auto heeft in het verleden geleid tot een afbreuk van de verzorgingsfunctie van de winkels onder Leidenaren en regiobewoners.

∙

Buiten het Singelpark is er relatief weinig groen – en überhaupt weinig ruimte om functies toe te voegen – in de binnenstad. Dit groen is wel terug te vinden in andere delen van de stad.

∙

De vele publieksfuncties op korte afstand van elkaar in de compacte binnenstad creëert snel een gevoel van drukte bij de bewoners van de binnenstad.

∙

De openbare ruimte in de binnenstad staat onder druk door geparkeerde auto’s en fietsen.

∙

De vindbaarheid van enkele gebieden in de binnenstad is nog matig, waardoor cross-overs verloren gaan. In de bewegwijzering wordt alleen aandacht besteed aan cultuur, erfgoed en bereikbaarheid (zoals parkeergarages en dergelijke).

∙

Voor mensen met een beperking is het soms moeilijk om zich veilig en comfortabel door de stad te verplaatsen.

Kansen ∙

De Leidse binnenstad kan haar regionale verzorgingsfunctie versterken door een combinatie van winkels (o.m. dwaalmilieu, Leidse Markt), horeca en beleving.

∙

Gebieden buiten de huidige concentraties in de binnenstad (zoals het Energiepark, Park Matilo) worden nog onderbenut. Dat geldt ook voor de verbinding met de regio (“Streek van Verrassingen”). Het plassengebied, de bollenstreek en de kust/duingebied bieden extra aanbod om meerdaagse bezoekers te ontvangen en de druk op de binnenstad te verminderen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10752174/1