210101 Bijlage 1 Nota Ontwikkelperspectief Leiden-Noord
Tekst van het document
De openbare ruimte is groen, blauw, biodivers en klimaatadaptief ingericht. Zowel in noord-zuid als in oost-west richting zijn de groengebieden en waterlopen verbonden en versterkt tot een robuust ecologisch netwerk, dat aansluit op de Tweede Groene Ring, het Singelpark en de grote regionale groengebieden. Daarnaast kent de wijk voldoende snippergroen en particuliere groeninitiatieven en zijn de kleinere groenplekken in de buurten versterkt. Het water in Leiden-Noord is beter beleefbaar en de doorstroming verbeterd. Op deze manier is Leiden-Noord een wijk, die een prettige en gezonde verblijfsruimte biedt voor mens en dier. Woningen en gebouwen zijn zoveel mogelijk duurzaam, klimaatadaptief en natuurinclusief gebouwd. In 2040 is het overgrote deel van de wijk van het gas af en voorzien van duurzame energiebronnen zoals warmtepompen, warmtekoudeopslag (WKO) of zonnepanelen. Daarnaast wordt bij nieuwbouw zo veel mogelijk gebruik gemaakt van circulaire materialen voor een milieuvriendelijk bouwontwerp. In 2040 is de beperkte ruimte in de boven- en ondergrond slim benut. De nieuwe opgaven en de bestaande boven- en ondergrond zijn slim gecombineerd en goed op elkaar afgestemd. Hiertoe brengen we samen met onze partners in de openbare ruimte de (ondergrondse) netwerken in samenhang in beeld. Voor toekomstige opgaven wordt ruimte gereserveerd.
35
36
Foto: Nieuw Leyden aan het Zwartewater. (foto buro JP)
Deel 2: Het toekomstbeeld van Leiden-Noord in vier bouwstenen
37
Bouwsteen Divers en dynamisch Illustratie 6
NOORD
38
6. Vier bouwstenen voor ontwikkeling Om tot het gewenste toekomstbeeld voor Leiden-Noord te komen, zijn vier bouwstenen opgesteld. Deze bouwstenen vormen samen het fundament van Leiden-Noord in 2040: 4. Divers en dynamisch 5. Sociaal krachtig en gezond 6. Groen en duurzaam 7. Verbonden en ontsloten Bij elke bouwsteen horen doelen. Door aan die doelen te werken wordt bijgedragen aan ambities voor Leiden-Noord. De bouwstenen worden in hoofdstuk 6 vertaald naar ontwikkelrichtingen per deelgebied.
6.1
Bouwsteen 1: Divers en dynamisch
In 2040 is Leiden-Noord een aantrekkelijke en dynamische wijk. Het is een geliefde woonwijk met een verscheidenheid aan woningen en diverse bewoners hebben er hun plek gevonden. Doelen 1. Ontwikkelen van een grote diversiteit aan verschillende typen woningen met oog voor betaalbaarheid; 2. Versterken van bestaande – en creëren van nieuwe herkenbare identiteiten per buurt; 3. Realiseren van een mix van wonen, werken en voorzieningen op specifieke plekken.
1. Ontwikkelen van een grote diversiteit aan verschillende typen woningen met oog voor betaalbaarheid. Dankzij de ligging naast de Leidse binnenstad en nabij het Station Leiden Centraal is Leiden-Noord een geweldige woonwijk. In 2040 maakt de combinatie tussen de kleinschalige oude arbeidersbuurten en de moderne hogere bebouwing de wijk uniek. Door de nieuwe ontwikkelingen langs de Willem de Zwijgerlaan heeft Leiden-Noord een grote diversiteit aan nieuwe betaalbare woningen. De wijk biedt ruimte aan huidige en nieuwe bewoners. Door de toevoeging van verschillende typen woningen, met oog voor betaalbaarheid, is het mogelijk om binnen de wijk wooncarrière te maken en door te stromen naar een andere woning. In 2040 zijn een ongeveer 2500 woningen toegevoegd in Leiden-Noord. Deze zijn voornamelijk gebouwd in de projecten langs de Willem de Zwijgerlaan. Elk project heeft een kwalitatieve impuls gegeven aan de wijk. Het diverse aanbod aan woningen sluit goed aan op de bestaande en toekomstige behoeften van zowel de stad als de wijk. In 2040 is de woningvoorraad bij de nieuwe ontwikkelingen meer gedifferentieerd. Waar mogelijk wordt tot en met het niveau van het bouwblok gemengd. Uitgangspunt in de nieuwe projecten is dat bij de toe te voegen woningen
30% sociaal wordt gerealiseerd. Door de toevoeging van meer betaalbare woningen is er meer ruimte voor middeninkomens van buiten de wijk en sociale stijgers uit de wijk. Door verscheidenheid in woningtypen, grootte en prijsklasse is er een meer evenwichtige mix van bewoners ontstaan. Op geschikte plekken zijn passende woningen voor ouderen, jongeren en kwetsbare bewoners beschikbaar. Dit levert een bijdrage aan een wijk die zelf- en samen redzaam is. Het verkameringsbeleid met quota voor het aantal verkamerde woningen en afstandscriteria per straat heeft daarnaast ertoe geleid tot minder concentraties van verkamerde woningen. 2. Versterken van bestaande – en creëren van nieuwe herkenbare identiteiten per buurt. In 2040 is de historische groei van Leiden-Noord nog duidelijk zichtbaar in de wijk. De wijk is van oorsprong vanaf de singel naar het Noorden gegroeid. Er is een duidelijke verdeling te zien tussen de vooroorlogse delen, naoorlogse delen, de uitbreidingen en de transformaties. Niet alleen in de typen woningen, maar ook in de architectuur, stedenbouwkundige structuur en de openbare ruimte. Dit is benut om de nieuwe ontwikkelingen een plek te geven in de bestaande wijk, waarbij de historische structuren van Leiden-Noord de ruggengraat zijn van de nieuwe ontwikkelingen.
39
NOORD
40
Illustratie 7: Karakteristieken van de verschillende buurten.
Het Oude Lint Gevarieerde kleinschalige bebouwing langs de historisch waardevolle Haarlemmertrekvaart. Langs het lint wordt gewoond en gewerkt. Groenoord Groenoord kenmerkt zich door de woonwijk met grondgebonden rijtjeswoningen en het aangrenzende bedrijventerrein. Fase 2 dient nog ontwikkeld te worden.
Hart van Noord Het hart van de wijk bestaat uit grote bouwblokken met een gemengd programma. Voorzieningen en wonen gaan samen in een recent ontwikkeld gebied. De Kooi De Kooi kent een rijke gelaagdheid van verschillende bouwjaren. Langs de Lage Rijndijk een historisch lint met vooroorlogse bebouwing en daarboven de arbeiderswijken met een sterke ruimtelijke samenhang.
De Tuin van Noord De Tuin van Noord is een van de grootste groengebieden van Leiden. Het park bestaat uit een parkgedeelte met losse bebouwing in het groen, het sportpark Noord en het volkstuinencomplex Ons Buiten.
Noorderkwartier Het Noorderkwartier bestaat uit vooroorlogse en naoorlogse woningbouw, een wederopbouw gebied en voorzieningen. De buurt kent veel sociale woningbouw en een sterke ruimtelijke samenhang.
De Hoven Deze wederopbouwbuurt bestaat uit appartementencomplexen in het groen, die aan vernieuwing toe zijn. Het gebied kenmerkt zich door een open verkaveling in het groen en een grote hoeveelheid sociale woningen.
Nieuw Leyden Nieuw Leyden is recent gebouwd en heeft een rijkdom aan verschillende soorten woningen. De welstandsvrije woningen gaan samen met hogere nieuwbouw aan de Willem de Zwijgerlaan, die deels nog moet worden gebouwd.
De bestaande kwaliteiten en identiteiten zijn versterkt en de nieuwe ontwikkelingen sluiten hierbij aan, waardoor de diversiteit in de wijk behouden is en sterke coherente buurten zijn ontstaan. Zo is Leiden-Noord in 2040 nog steeds een diverse wijk, bestaande uit een heldere structuur met kenmerkende dragers en een aantal structurerende buurten met elk een eigen identiteit. Nieuwe ontwikkelingen hebben deze buurten meer met elkaar verbonden. De ontwikkelingen langs de Willem de Zwijgerlaan zijn een vertaling van de buurt die erachter ligt. De nieuwe buurten zijn tot aan de Willem de Zwijgerlaan doorgetrokken en direct langs de weg is de bebouwing hoger en steviger. In Groenoord is de tweede fase van het gebied gerealiseerd met hogere nieuwbouw, die aansluit bij de bebouwing van Groenoord fase 1 en Skyline Next. De nieuwe ontwikkeling is een stedelijke vertaling van de eerder gebouwde woonwijk met voornamelijk laagbouw en eengezinswoningen. In De Hoven is een deel van de oude sociale voorraad gesloopt en is de oude verkaveling van de buurt benut om woningen toe te voegen. Er is een nieuwe levendige buurt ontstaan met een aantrekkelijk stedelijk milieu, waarin de sociale woningbouw een nieuwe plek heeft gekregen. In de Prinsessenbuurt heeft renovatie en sloopnieuwbouw plaatsgevonden. Langs de Willem de Zwijgerlaan zijn woningen gesloopt en nieuwe woningen toegevoegd.
De bebouwing langs de Willem de Zwijgerlaan is hoger en steviger,
Uitleg bij illustratie 7: Karakteristieken van de verschillende buurten.
41
wat voor een luwer en prettiger verblijfsklimaat voor de woningen erachter zorgt. In deze ontwikkeling is voortgebouwd op de structuur en de uitstraling van de herkenbare arbeidersbuurt. Daarmee is het karakter van het bestaande woonmilieu behouden en de leefbaarheid verbeterd.
Voorbeelduitwerking 1: Mix van wonen, werken, voorzieningen en groen in de Marnixstraat. Er zijn meerdere ambities die nog meegenomen zullen worden in de uiteindelijke uitwerking en die het eindbeeld zullen bepalen.
42
De nieuwe gemengde buurten hebben zo een eigen karakter en sluiten in hoogte, ruimtelijke opzet en programma op een zorgvuldige manier aan op zowel de bestaande wijk als op de Willem de Zwijgerlaan. Bij de ontwikkeling van de nieuwe gebieden is gekeken naar aansluiting op de Willem de Zwijgerlaan en de Leidse Ring Noord. De nieuwe bebouwing biedt voorkanten, levendige plinten en entrees langs de weg. De ventwegen hebben een groene verblijfskwaliteit gekregen. Hiermee is de woonkwaliteit langs de Willem de Zwijgerlaan verbeterd en zorgt de hogere bebouwing langs de weg voor luwe woonmilieus in de aangrenzende delen van de buurt. De Willem de Zwijgerlaan is zo een aantrekkelijke groene route door de stad geworden, waar het ook prettig is om te wonen. Lopende projecten in Leiden-Noord zijn bijvoorbeeld de Corantijnstraat waar sloopnieuwbouw van corporatiewoningen plaatsvindt en langs de Sumatrastraat waar woningen ter plaatse van een voormalige school worden gebouwd. De woningen worden op kleine schaal toegevoegd. Dit versterkt de kwaliteit, herkenbaarheid en uitstraling van de buurt .
Naast de grote ontwikkelingen in Leiden-Noord zijn er ook (delen van) buurten waar weinig verandert: Nieuw Leyden, Groenoord Fase 1, het Oude Lint, delen van het Noorderkwartier en De Kooi. Hier worden de bestaande kwaliteiten in de bebouwing, openbare ruimte en aanwezige voorzieningen gewaardeerd en versterkt. In deze gebieden wordt voornamelijk ingezet op de inrichting van de openbare ruimte en kleinschalige projecten. Zo blijft de historische groei van Leiden-Noord goed zichtbaar en is er sprake van een unieke wijk met een goede combinatie tussen oud en nieuw. 3. Realiseren van een mix van wonen, werken en voorzieningen op specifieke plekken. Leiden-Noord is in 2040 dankzij haar diversiteit aan buurten, functies en doelgroepen uitgegroeid tot een gemengde en levendige wijk. Wonen, werken en recreëren zijn op een eigentijdse manier met elkaar gecombineerd. De nieuwe dynamiek draagt bij aan de leefbaarheid van de bestaande buurten en de voorzieningen liggen voor iedereen op loopafstand. Er is zowel in fysieke als sociale maatregelen aandacht voor inclusie waardoor mensen makkelijker deelnemen aan de samenleving. Langs de Willem de Zwijgerlaan is in de nieuwe ontwikkelingen ruimte gekomen voor levendige plinten. Bij de Prinsessenbuurt biedt de autoluwe, groene ventweg ruimte aan sociale voorzieningen en zorgvoorzieningen in de plinten. Ook in LEAD en Groenoord is ruimte in
de plint voor andere functies en voorzieningen. Naast de gemengde woongebieden is het Kooiplein verder uitgegroeid als hart van de wijk. Samen met de nieuwe bebouwing in het noorden van De Kooi is hier een stedelijk gemengd milieu ontstaan. Het hart van de wijk is een aantrekkelijke woon- en werkomgeving door de mix van wonen, met kleinschalige bedrijvigheid, sociaal maatschappelijke voorzieningen en kleinschalige detailhandel.
multifunctioneel gebied dat kan inspelen op de behoeftes uit de stad en de aangrenzende woonwijk. Bij de realisatie van nieuwe werkfuncties is aandacht besteed aan de ligging van het bedrijventerrein en wordt ruimte geboden aan het realiseren van een Tweede Groene Ring langs de Slaaghsloot. De groene randen zijn versterkt en het bedrijventerrein sluit hierdoor aan bij het groene karakter van Groenoord.
In de bestaande buurten zijn oude structuren verder benut om verschillende soorten (werk-) functies toe te voegen. In De Kooi en het Noorderkwartier waren in het verleden al verschillende functies aanwezig. De betreffende hoekruimtes en plintruimten bieden mogelijkheden om deze functies terug te brengen. Zo ontstaat verspreid over de wijk ruimte voor kleinschalige ondernemingen en sociaal-maatschappelijke functies. In de Driftstraat is er meer ruimte voor sociaal maatschappelijke functies en in de Marnixstraat wordt ruimte geboden voor kleinschalige bedrijvigheid en (dag)horeca. Het bedrijventerrein aan de Hallenweg biedt in 2040 ook ruimte aan voorzieningen en functies, die beter passen bij de aangrenzende woonwijk. Het gebied kenmerkt zich door hoogwaardige bedrijvigheid in combinatie met andere functies, zoals dienstverlening en maatschappelijke-, sport- en wellnessvoorzieningen. Hierdoor is het bedrijventerrein in 2040 een levendig
43
Bouwsteen Sociaal krachtig en gezond Illustratie 8
NOORD
44
6.2
Bouwsteen 2: Sociaal krachtig en gezond
In 2040 is Leiden-Noord een wijk waar bewoners prettig met elkaar samenleven. Bewoners van diverse achtergronden (sociaal, economisch of cultureel) ontmoeten elkaar bij één van de vele ontmoetingsplekken. Dit zorgt voor een gevoel van herkenning en een gedeeld eigenaarschap van hun wijk. De verschillende sport- en speelplekken in de buurt stimuleren het sporten, spelen en bewegen. Nieuwe en gerenoveerde woningen, inclusief bijbehorende ingrepen in de openbare ruimte, dragen bij aan een schone, goed onderhouden wijk, waar de leefbaarheid en veiligheid sterk is verbeterd en iedereen kan deelnemen aan de samenleving ongeacht beperking, leeftijd, etnische afkomst etc. Op verschillende plekken in Leiden-Noord is wonen gemengd met bedrijvigheid. Doelen 1. Creëren van een levendige wijk met verschillende functies, gericht op ontmoeting en ontplooiing; 2. Ruimte bieden aan sporten, ontmoeten, spelen en bewegen; 3. Versterken van aanwezige maatschappelijke voorzieningen.
1. Creëren van een levendige wijk met verschillende functies, gericht op ontmoeting en ontplooiing. In 2040 vervullen delen van Leiden-Noord een belangrijke functie voor betaalbare huisvesting. Een goede sociale infrastructuur en een passend maatschappelijke programma voor alle bewoners en ondernemers is hierbij van belang. Hetzelfde geldt voor bedrijvigheid, betaalbare voorzieningen en betaalbare bedrijfsruimtes voor (startende) ondernemers om de ontwikkeling van levendige buurten mogelijk te kunnen maken. Aanwezige ondernemingen zorgen niet alleen voor kansen op de arbeidsmarkt, maar hebben daarnaast een belangrijke functie voor de uitstraling, levendigheid en leefbaarheid van de wijk. Actieve plintruimten met een open uitstraling dragen hier in hoge mate aan bij. Voor LeidenNoord zijn het voornamelijk kleinschalige maakbedrijven, creatieve broedplaatsen en sociale ondernemers die van grote waarde kunnen zijn voor de wijk. Dergelijke ondernemingen laten zich doorgaans goed mengen met wonen, waardoor ze goed kunnen functioneren in (woon)wijken buiten het centrum. Daarnaast sluiten deze ondernemingen goed aan bij de kennis en kunde van een groot deel van de bewoners. Het Kooiplein is het hart van de wijk waar supermarkten en andere retail aanwezig zijn. De inrichting van het wijkwinkelcentrum nodigt uit tot bezoek, ontmoeting en ander verblijf.
Naast het Kooiplein wordt het voor kleinere ondernemers mogelijk gemaakt om zich ook op andere plekken in de wijk te vestigen. De straten als Marnixstraat, Driftstraat en de plintruimten van de ontwikkelingen langs de Willem de Zwijgerlaan bieden mogelijkheden voor kleinschalig bedrijvigheid, creatieve broedplaatsen en andere flexibele werkconcepten. Hiermee kan worden ingespeeld op de wijkbehoefte van het moment, waardoor de kans op eventuele leegstand wordt beperkt. Op deze manier wordt een aantrekkelijke woonwijk gemengd met een bloeiende wijkeconomie, die tevens kansen biedt aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Juist op strategische plekken, zoals de scheidslijnen van verschillende buurten, is aandacht besteed aan ontmoetingsplekken zodat mensen uit verschillende buurten elkaar daar op natuurlijke wijze treffen. Het gaat om parken, speeltuinen en schoolpleinen, maar ook om levendige straten met winkels, werkplaatsen en maatschappelijke voorzieningen. Op illustratie 8 is een overzicht van bestaande en kansrijke locaties voor nieuwe ontmoetingsplekken te vinden. Bij de inrichting hiervan is aandacht besteed aan de toegankelijkheid en openheid. Daar waar mogelijk maken de ontmoetingsplekken onderdeel uit van de wandel- en fietsnetwerken van de wijk.
De inrichting van ontmoetingsplekken biedt mogelijkheden voor een programmering gericht op diverse leeftijds- en bevolkingsgroepen. 45
Voor een sterk sociaal netwerk zijn ook belangrijke functies weggelegd voor speel- en beweegplekken, (dag)horeca en gebedshuizen. Dit zijn locaties in de wijk waar contacten worden gelegd en worden onderhouden. De aanwezig heid van deze (informele) ontmoetingsplekken kunnen zo een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van een sociaal isolement. 2. Ruimte bieden aan op sporten, spelen en bewegen. In 2040 rijden in sommige delen van de wijk maar heel weinig auto’s. Hier hebben fietsers en voetgangers, en daarmee ook sporters, volop de ruimte. Deze langzaam verkeersroutes, die groen en klimaatadaptief zijn ingericht, nodigen uit tot bewegen. Daarnaast gelden de Leidse Beweegsleutels als uitgangspunt bij de (her) inrichting van de openbare ruimte, om zo een gezonde leefstijl bij bewoners te stimuleren. Nieuwe groenverbindingen in de wijk zorgen ervoor dat het voor bewoners aantrekkelijker
46
wordt gemaakt om een wandel- of hardlooprondje door de wijk te maken. Tussen de Tweede Groene Ring en het Singelpark liggen groene spaken in de wijk die er voor zorgen dat bewoners van Leiden-Noord voorzien zijn van een aansluitend groen netwerk. Door de nabijheid en goede verbindingen met het centrum, maar ook door de grote diversiteit aan voorzieningen in de wijk, zijn bewoners van alle gemakken voorzien op loop- of fietsafstand in hun eigen buurt. Hierdoor worden zoveel mogelijk obstakels om tot beweging te komen weggenomen en komen mensen elkaar ook vaker tegen. Dit komt de gezondheid van de inwoners van Leiden-Noord ten goede. In 2040 maakt bijvoorbeeld zwembad De Zijl onderdeel uit van het sportnetwerk en recreatieve netwerk van Leiden-Noord. Het buitenterrein is aangevuld met sportgerelateerde functies die het zwembad een aantrekkelijk ontmoetingspunt aan de Zijl maken.
Voldoende aantrekkelijke speelplekken in de wijk zijn belangrijk zodat kinderen al op jonge leeftijd leren omgaan met andere kinderen en tegelijkertijd werken aan een gezonde levensstijl. Dit zijn ook de plekken waar mensen contact maken met buurtgenoten. Het geldt zowel voor de kleinere speelplekken in de wijk als voor de speeltuinverenigingen. Er wordt daarom ingezet op voldoende speelruimte op straat waarbij gekeken wordt naar de aantrekkelijkheid voor verschillende leeftijdsgroepen. Het uitgangspunt voor 2040 is dat zowel de speelruimte als het aantal speelplekken voldoet aan de Leidse gestelde norm. Voor Groenoord en het Noorderkwartier betekent dit dat er voor oudere jeugd meer beweegruimte in de wijk gewenst is. Gezien de groei van het aantal inwoners in 2040 is het belangrijk dat ook bij de ontwikkeling van woningbouwlocaties rekening wordt gehouden met voldoende speel- en beweegruimte. Dit betekent onder andere dat er behoefte is aan een multifunctioneel speelveld in de wijk.
Voorbeelduitwerking 2: Versterken maatschappelijke voorzieningen, Tuin van Noord. Er zijn meerdere ambities die nog meegenomen zullen worden in de uiteindelijke uitwerking en die het eindbeeld zullen bepalen.
De Tuin van Noord en het sportpark zijn in 2040 één van de belangrijkste plekken voor ontmoeting en beweging in de wijk. Er is voor verschillende doelgroepen wat te doen zoals wandelen, spelen en sporten. Door de verbeterde oversteekbaarheid van de Willem de Zwijgerlaan is het (sport)park beter te bereiken. Het sportpark Noord is in 2040 getransformeerd tot een wijksportpark. Dit betekent dat het park een meer openbaar karakter heeft en gedurende de dag effectiever en efficiënter gebruikt wordt. Het wijksportpark is voor iedereen toegankelijk en biedt mogelijkheden voor diverse sportaanbieders en individuele sporters. Verschillende (maatschappelijke) organisaties werken samen om wijkbewoners te stimuleren om te sporten en het wijksportpark zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Zowel bij de inrichting van het wijksportpark als bij de ontwikkeling van De Hoven wordt gezorgd voor een sterke relatie tussen beide gebieden: bewoners van De Hoven kijken uit op een levendig en sociaal veilig gebied, dat gemakkelijk te bereiken is. Er zijn verschillende aantrekkelijke en veilige routes naar en over het sportpark. Door uitbreiding van het langzaam verkeernetwerk zijn het wijksportpark, het park en het volkstuinencomplex met de wijk verbonden.
Door het actieve gebruik van het sportpark is in 2040 een levendig en sociaal veilig gebied ontstaan, dat van grote waarde is voor sociaal contact en een gezonde levensstijl van bewoners.
Illustratie 9: Zoekgebied onderwijs.
Illustratie 10: Zoekgebied zorg.
47
48
Foto: Speelplek in Nieuw Leyden (foto buro JP)
3. Versterken van aanwezige maatschappelijke voorzieningen. In 2040 kent Leiden-Noord een sterk aanbod aan maatschappelijke voorzieningen dat in programmering en omvang aansluit op haar inwoners. Het aantal bewoners in de wijk is in 2040 naar verwachting toegenomen tot ruim 20.000, een stijging van zo’n 30% ten opzichte van het inwonersaantal in 2021. Door de toename van het aantal inwoners neemt ook de vraag naar basisonderwijs, eerstelijnszorg en sport- en speelmogelijkheden toe. Om een sterk voorzieningenaanbod op loopafstand voor alle inwoners in de wijk te realiseren, wordt gekeken naar een goede spreiding van voorzieningen en het logisch clusteren van voorzieningen die elkaar kunnen versterken. Het Gebouw heeft momenteel een belangrijke functie als sociaalmaatschappelijk hart van de wijk. Hier bevinden zich naast drie basisscholen ook eerstelijnszorgaanbieders, de toegang tot zorg en welzijn via de sociale wijkteams en de jeugd- en gezinsteams en er worden welzijnsactiviteiten georganiseerd. Door de toenemende behoefte aan ruimte voor basisonderwijs wordt het gebruik van de ruimte in Het Gebouw opnieuw bekeken. Dit kan betekenen dat terug wordt gegaan naar het gebruik van Het Gebouw zoals die bij realisatie bedoeld was met meer ruimte voor onderwijs.
Een combinatie met andere maatschappelijke functies blijft gewenst; echter het zwaartepunt ligt dan nog duidelijker bij onderwijs.
Om het groeiend aantal kinderen in de wijk van een basisschool op loop- of fietsafstand te kunnen voorzien zal daarnaast in het stadsdeel Noord (Leiden-Noord en de Merenwijk) een extra basisschool worden gerealiseerd. Een nog nader te onderzoeken locatie hiervoor in Leiden-Noord is de ontwikkeling van De Hoven. Ook in de Merenwijk wordt naar mogelijkheden gekeken. Zie illustratie 9. In 2040 zijn eerstelijnszorgvoorzieningen, zoals de huisarts, apotheek, fysiotherapeut en tandarts voor iedereen toegankelijk en bereikbaar. Dat vraagt om een betere spreiding van dit soort voorzieningen in de wijk. Groenoord-Noord lijkt op basis van de huidige spreiding over de wijk een logische zoeklocatie voor de versterking van eerstelijnszorg, zoals te zien is in illustratie 10. Plintruimten in nieuwe ontwikkelingen als LEAD en Groenoord Fase 2 bieden hiervoor kansen.
49
Bouwsteen Duurzaam en groen Illustratie 11
NOORD
50
6.3
Bouwsteen 3: Duurzaam en groen
Mede dankzij de kwaliteit van de woningen en de groene openbare ruimte is Leiden-Noord in 2040 een prettig leefbare en gezonde wijk en een geliefd woon-, werk- en recreatiegebied. Leiden-Noord is een duurzame wijk, die is voorbereid op de klimaatverandering. De stedelijke ruimte is intensief benut, maar door zorgvuldig ruimtegebruik is het een wijk waar men goed kan wonen, werken en recreëren. Dit vraagt om een zorgvuldig ontwerp waarbij ook de ondergrond, met bijvoorbeeld alle kabels en leidingen, integraal is meegenomen. De bodemsoort, de waterstand en de intensiteit van het bovengrondse gebruik is bepalend voor de mate waarin bodemdaling plaatsvindt, de mogelijkheden voor klimaatadaptieve maatregelen en de biodiversiteit. Doelen 1. Investeren in klimaatadaptie in de openbare ruimte en gebouwen; 2. Versterken van het groen-blauwe raamwerk en investeren in biodiversiteit; 3. Toepassen van duurzame energie en materialen; 4. Het creëren van een veilige en gezonde leefomgeving.
1. Investeren in klimaatadaptie in de openbare ruimte en gebouwen. Leiden-Noord is in 2040 klimaatadaptief ingericht en daarmee beter bestand tegen gevolgen van de klimaatverandering zoals zeespiegelstijging, extreme regenbuien, droogte, hitte en bodemdaling. Wateroverlast als gevolg van heftige piekbuien is verminderd, omdat de afvoer van het regenwater waar mogelijk is vertraagd. De openbare ruimte is zo ingericht dat deze een piekbui van 60mm/uur kan verwerken. Het regenwater wordt langer vastgehouden door deze eerst in de ondergrond te bergen en daarna geleidelijk af te voeren. Op sommige plekken wordt het water naar bestaand open water of groen afgevoerd. Ook de aanleg van een gescheiden rioolstelsel helpt bij het afvoeren van overtollig regenwater. Voor 2030 is in het gebied Corantijnstraat en het zuidelijk deel van De Hoven het wegdek vervangen en de riolering
wordt gerenoveerd. In het noordelijk deel van De Hoven is de riolering afgekoppeld, waarbij de afvoer van hemelwater niet meer in het riool terechtkomt. Waar mogelijk is het water afgevoerd naar open water in de omgeving. Bij alle drie de gebieden is ingezet op het klimaatadaptief inrichten van de openbare ruimte wordt hier. Op illustratie 12 is te zien welke gebieden al gedaan zijn en welke na 2030 op de planning staan. Door privétuinen, hoven en daken te vergroenen zijn deze beter ingericht op het verwerken van piekbuien en geeft het water minder overlast. Doordat de tuinen minder versteend zijn, zal het water beter infiltreren. Via regenpijpen van de huizen kan het water naar de tuin worden geleidt in plaats van naar het riool. De aanwezige bodemsoort en de waterstand bepalen de keuze voor infiltreren of afvoeren van water.
<Sta
WP
Refe
Refe
Illustratie 12: Planning rioolvervanging. gepland 2040-2050 gepland 2030-2039 gepland 2020-2029 Al vervangen
51
Platte daken worden benut voor wateropvang en het toevoegen van groen. Het opvangen en vasthouden van het water is ook nodig voor de droge periodes. Met een groene inrichting is de wijk beter bestand tegen de hitte en de droogte. Extra groen gaat de opwarming tegen en zorgt voor schaduwrijke plekken waar mensen aangenamer verblijven tijdens warme dagen. Aandachtgebieden wat betreft hittestress zijn de sterk versteende gebieden als het Noorderkwartier en De Kooi. Hier heeft men sneller te maken met sterke temperatuurstijgingen.
Illustratie 13: Bodemsoort en onderbemaling.
52
Door het toepassen van maatregelen bij nieuwbouw is in het ontwerp van gebouwen ook rekening gehouden met het beperken van hittestress. Voorbeelden zijn: groene daken of -gevels, behouden of juist creëren van luchtstromingen tussen gebouwen en het gebruik van lichtere kleuren en overstekken voor schaduw. Bij de diverse bouwprojecten wordt ook gekeken naar de mogelijkheden om klimaaten natuurinclusief te bouwen. Delen van Leiden-Noord kampen met bodemdaling (zie illustraties 13 en 15). Dit kan leiden tot problemen met de fundering van gebouwen en/of met huisaansluitingen van ondergrondse leidingen zoals riolering, gas en
water. Doordat de wijk in 2040 klimaatadaptiever is ingericht, zijn de gevolgen hiervan verminderd. De bodemdaling wordt meegenomen in alle projecten en er wordt gekeken naar mogelijkheden om de gevolgen te beperken en tegen te gaan. Individuele huizenbezitters zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het tegengaan van deze gevolgen. Een andere omgang met bodemdaling vergt een gezamenlijk optrekken van diverse overheden, ketenpartners, woningeigenaren en andere belanghebbenden. Ook hier spelen ontharding van tuinen en het vasthouden van water een belangrijke rol.
Illustratie 14: Hittestress en verkoeling.
2. Versterken van het groen-blauwe raamwerk en investeren in biodiversiteit. Leiden-Noord heeft in 2040 een duidelijke en sterke groen- en waterstructuur. Herkenbaar zijn de groene randen langs het water rondom de wijk en het groen langs de Julianakade, de Soestdijkkade, het Zwarte water en in de Tuin van Noord. Deze bestaande groengebieden en waterlopen zijn versterkt en via nieuwe groene routes beter met elkaar verbonden. De ruimte voor extra groen en water is gevonden door de beschikbare ruimte anders in te delen, minder parkeerplaatsen te realiseren en door in te zetten op andere vormen van mobiliteit dan de auto. De mate waarin dit is gedaan verschilt en is o.a. afhankelijk van het type weg en de mogelijk heden die zich voordoen.In de bestaande buurten worden mogelijkheden aangegrepen om bij aanpassingen in de openbare ruimte extra bomen, onderbeplanting en water te realiseren. Bij de nieuwe projecten in Leiden-Noord worden kansen benut om extra open water aan te leggen, bovenop het eventuele verplichte te graven water ter compensatie van de toe genomen verharding. Hetzelfde geldt voor de aanleg van groen.
Belangrijke natuurhistorische locaties, zoals de Slaaghsloot, de Tuin van Noord en de volkstuinen in de Tuin van Noord, zijn onderdeel geworden van een groter groen netwerk en daarmee is het groen in de wijk als geheel versterkt. De groenblauwe structuren vormen de dragers van de (nieuwe) buurten en de wijk als geheel. Het netwerk is onderdeel van de Tweede Groene Ring in Leiden. Naast deze Groene Ring lopen er ook zogenaamde groene spaken door de wijk die de ringen met elkaar verbinden, en zo ook de groene plekken in de wijk, de (sport)parken en het water. Ze doorkruisen de verschillende buurten in Leiden-Noord, waardoor er voor iedereen op korte afstand van huis een mogelijkheid is voor een ommetje of via een groene route naar een park of buitengebied te
gaan. Voorbeelden zijn routes naar het Kooipark, de Zijl, de Tuin van Noord en de molenweide in Groenoord Noord. Ook de oever langs de Zijl wordt meer benut en is ecologisch versterkt. De groene structuren gaan de opwarming tegen en maken de wijk koeler. Er is aandacht voor schaduwplekken bij looproutes en verblijfsgebieden. Het aanwezige snippergroen in de verschillende buurten is behouden en er zijn plekken toegevoegd. Het snippergroen functioneert als zogenaamde ‘stepping stones’ en wordt gewaardeerden waar mogelijk met elkaar verbonden. Hetzelfde geldt voor de aanwezige stadstuintjes. Het bestaande water in de wijk wordt niet alleen gecombineerd met meer groen, maar biedt op aangewezen plekken ook ruimte voor
Illustratie 15: Funderingen en wateroverlast.
53
ontmoeting en recreatie. Waar mogelijk is de wateroppervlakte vergroot en is het water beter verbonden, waardoor de watercirculatie wordt versterkt. Dit komt ook ten goede aan de waterkwaliteit. Ook de aanleg van nieuwe riolering en het tegengaan van riool overstorten draagt bij aan de verbetering van de waterkwaliteit. De aanwezige groenen waterstructuur is in 2040 onderdeel van een stedelijk ecologisch netwerk voor flora en fauna. De Groene Hoofdstructuur in Leiden-Noord is daarbij versterkt en aangevuld met kansen die in de wijk aanwezig zijn. Bestaande corridors voor het verplaatsen van insecten en dieren zijn versterkt zoals bij de overkluizing naast de moskee. Waar mogelijk zijn in de bestaande infrastructuur diervriendelijke oversteekvoorzieningen opgenomen om
barrières te verminderen. Voorbeelden hiervan zijn maatregelen bij viaducten onder het spoor en nieuwe schakels tussen bestaand groen. Afstemming tussen ondergrond en ontwikke lingen boven de grond zijn ook gericht op het verbeteren van de biodiversiteit in de bodem. Door de aandacht voor de bodem wordt vanwege de wisselwerking ook bijgedragen aan het leven bovengronds. Het gaat dan om een gezonde bodem, waar natuurlijke processen kunnen plaatsvinden en verharding beperkt is. De biodiversiteit in de wijk is versterkt door een gevarieerd aanbod in beplanting. Voor een goede biodiversiteit zijn drie lagen beplanting nodig: bomen, heesters en lage beplanting zoals kruidlagen. De beplanting wordt afgestemd op de aanwezige bodemsoort, waarbij gebruik wordt gemaakt van natuurlijke omstandigheden
Voorbeelduitwerking 3: Sumatrastraat, Vergroenen en klimaatadaptieve inrichting op basis van de ruimtelijke en groene ambities. Er zijn meerdere ambities die nog meegenomen zullen worden in de uiteindelijke uitwerking en die het eindbeeld zullen bepalen.
54
in voedselrijke of voedselarme gronden en natuurlijke vegetaties (zoals kruidenrijk grasland en natuurlijke oevers) en verruigde plekken zoals langs de Slaaghsloot en langs de Zijl. Er liggen kansen voor het versterken van de biodiversiteit in de aanwezige waterkeringen. Waardevolle bermen en stroken, zoals tussen de Kooilaan en de Spoorlaan, langs de Stadspolderweg en de Gooimeerlaan, worden behouden, versterkt en uitgebreid. Dit biedt voedsel en nestgelegenheden aan insecten en kleine dieren. Voor de stadsnatuur worden kleine groenvakken waar mogelijk versterkt met inheemse soorten struiken en bomen. Het stadstuinieren wordt gestimuleerd in bijvoorbeeld buurttuinen, moestuinen en (school)pleinen. In Leiden-Noord zijn langs het water verschillende natuurlijke oevers aangelegd, zoals bij de vijver in de Tuin
van Noord en de Soestdijkkade. Er is een bewuste keuze gemaakt tussen gebieden waar de ecologie in de luwte moet blijven en waar ruimte is voor recreatie en beleving van de natuur. Open structuren blijven behouden. Ook bij het soort verlichting in en nabij de ecologische gebieden is een balans gezocht tussen biodiversiteit, verkeers- en sociale veiligheid. Er wordt rekening gehouden met lichtsterkte, beperkte verstrooiing van licht en kleur van verlichting. Op sommige plekken is het bewust donker. Zo wordt ten behoeve van vleermuizen het water en de onderzijde van bruggen zo min mogelijk verlicht. 3. Toepassen van duurzame energie en materialen. Leiden heeft de ambitie om in 2050 een klimaatneutrale en aardgasvrije stad te zijn. In 2040 is de gebouwde omgeving van LeidenNoord voor een groot deel aardgasvrij. Er is een integrale wijk- of complexgerichte aanpak. Bij de keuzes voor transitiemaatregelen speelt mee of het om nieuwbouw of bestaande bouw gaat, het bouwjaar van het pand, de eigenaar (particulier of woningcorporatie), de ruimte in de ondergrond en beschikbare alternatieven. Nieuwe ontwikkelingen zijn aangesloten op eigen duurzame energievoorzieningen en voorzien in hun eigen energiebehoefte, zoveel mogelijk op eigen kavel.
Omdat Leiden-Noord een sterk verstedelijkt en dicht bebouwd gebied is, met veel opgaven in combinatie met uitdagingen in de ondergrond, zal deze wijk als
een van de laatste wijken in Leiden volledig aangesloten worden op het stadswarmtenet. Groenoord is deels al aangesloten op het warmtenet, de verwachting is dat de capaciteit om het warmtenet in Leiden-Noord uit te breiden in 2040 beschikbaar is. Dankzij isolatie verbruiken panden in 2040 minder energie en zijn ze comfortabeler. Het streven is, bij voldoende isolatie van de woningvoorraad in Leiden-Noord, de woningen af te koppelen van het aardgas. De energie die nog nodig is, wordt zoveel mogelijk duurzaam opgewekt. Goed geïsoleerde appartementencomplexen kunnen gebruik maken van warmte-koude opslag (WKO) in combinatie met een warmtepomp of een aansluiting op (de retourleiding van) het stadswarmtenet. Aandachtspunten hierbij zijn de capaciteit van het elektriciteitsnet bij het gebruik van warmtepompen en de beschikbaarheid in de ondergrond bij WKO. Voor de rest wordt gebruik gemaakt van alternatieve duurzame energiebronnen zoals een warmtepomp waarvoor de benodigde stroom (deels) afkomstig is van zonnepanelen. Als tussenoplossing richting aardgasvrij kunnen individuele woningen gebruik maken van hybride warmtepompen (combinatie elektra en CV-ketel). De gemeente Leiden zet zich daarnaast ook in om vanaf 2050 volledig circulair te zijn. Bij nieuwbouw, grondwerken, weg en waterbouw wil Leiden de milieu-impact van deze bouwketen af laten nemen.
In 2040 wordt daarom bij nieuwbouw gebruik gemaakt van duurzame materialen en is circulair bouwen de norm.
Daarom zet gemeente Leiden zich in om vanaf 2050 volledig circulair te zijn. 4. Creëren van een veilige en gezonde leefomgeving. Leiden-Noord is een stadse en levendige wijk waar veel mensen samen wonen en werken. Een veilige, gezonde en groene leefomgeving met een goed milieu is van groot belang. Uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen is het behouden of creëren van een goed en gezond woon- en leefklimaat. Er is aandacht voor de fysieke veiligheid waarbij in een vroeg stadium afstemming heeft plaatsgevonden met de Veiligheidsregio over mogelijke veiligheidsrisico’s als branden, rampen en crises. Naast de aandacht voor veiligheid, en ruimte die uitnodigt tot ontmoeten en bewegen, wordt een gezond leefklimaat beoordeeld aan de hand van de milieuaspecten geluid, luchtkwaliteit, bodemkwaliteit, geur en licht. In 2040 is de gezondheidswinst toegenomen door schonere lucht en is de hinder van geluid afgenomen. Een duurzaam mobiliteitssysteem is één van de belangrijkste maatregelen om deze ambitie te realiseren. Hoewel lokale maatregelen hieraan maar een beperkte bijdrage leveren, zal het zeker helpen de regionale en landelijke concentraties te laten dalen. In 2040 is binnenstedelijk wegverkeerslawaai verminderd als geluidhinderbron. De transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem, dat meer gericht is op het openbaar vervoer en langzaam verkeer, 55
Foto: Het volkstuinencomplex Ons Buiten. (foto Inge van den Berg)
56
in combinatie met een transitie naar elektrische auto’s heeft hieraan een bijdrage geleverd. Daarnaast is geluidsoverlast van verkeerslawaai teruggebracht door gebruik te maken van stil asfalt en is er bij de nieuwe gebouwen een stille zijde gerealiseerd aan de kant waar het geluid een te hoge belasting is. Er wordt met maatregelen voldaan aan de geldende geluidwetgeving. Dit betekent voor LeidenNoord dat er aandacht is voor het wegverkeerslawaai afkomstig van de Willem de Zwijgerlaan, de Gooimeerlaan, IJsselmeerlaan, Kooilaan en Sumatrastraat. Hetzelfde geldt voor het geluid afkomstig van het spoor (railverkeerslawaai) aan de noordzijde van de wijk. Voor het effect van geluid op de gezondheid van mensen zijn nog geen geldende wettelijke normen, maar wel gemeentelijk beleid en daarmee wordt per ontwikkeling hiervoor een afweging gemaakt. Voor de beoordeling van het milieuaspect luchtkwaliteit worden in 2021 in Leiden-Noord nergens de grenswaarden overschreden. Wel is er aandacht nodig voor de luchtkwaliteit rond de Willem de Zwijgerlaan. Bij de beoordeling van het milieuaspect luchtkwaliteit wordt rekening gehouden met de ambities van de gemeente Leiden in het kader van het Schone Lucht Akkoord (SLA). In Leiden-Noord bevinden zich verschillende bedrijven, het merendeel met bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1 en 2.
Deze zijn goed te combineren met andere functies zoals wonen.
Daarbij zal altijd rekening gehouden worden met aspecten die hinder kunnen veroorzaken, zoals het aspect geluid. Aan de Hallenweg, gelegen in het noorden van de wijk bevinden zich ook zwaardere bedrijfsactiviteiten. Deze vragen extra aandacht bij ontwikkelingen in de omgeving waarbij rekening gehouden wordt met een goed woon- en leefklimaat. Het aspect geurhinder is van belang bij de rioolwaterzuivering gelegen ten noorden van Leiden-Noord. Rond de rioolwaterzuivering ligt een geurcontour die deels valt over Groenoord Noord. Binnen deze contour dient rekening gehouden te worden met de aanwezige geurhinder, als er sprake is van nieuwe ontwikkelingen. Externe veiligheid gaat over de risico’s voor mens en milieu bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. Het is belangrijk dat er, voor zover mogelijk, voldoende afstand is tussen risicobronnen en kwetsbare groepen en locaties. In Leiden-Noord houden we rekening met deze locaties zoals die van de hogedrukaardgasleiding en het zwembad de Zijl. Ook buiten het plangebied bevinden zich locaties waar rekening mee gehouden moet worden dit betreft o.a de rioolwaterzuivering in Groenoord, bedrijvigheid aan de andere kant van het spoor, EON Benelux en de Rijksweg A4. Op dit moment zijn hier geen knelpunten. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gekeken of aan de normeringen wordt voldaan en wordt volgens
de richtlijnen voldoende afstand gehouden. De energietransitie brengt aandacht voor nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee, die niet of nog niet in regelgeving is ondervangen. De in het kader van de energietransitie aangepaste woningvoorraad moet voldoen aan een gezond binnenklimaat en afdoende (brand)veilig zijn. Er is aandacht nodig voor het voorkomen van incidenten en het beperken van de gevolgen en bestrijdbaarheid van incidenten. Voor het milieuaspect bodem geldt dat er bij nieuwe ontwikkelingen altijd bodemonderzoek wordt gedaan om te kijken of de bodem geschikt is voor het nieuwe gebruik. Inzicht in de bodemkwaliteit is relevant als het gaat om ontwikkelingen als functiewijzigingen, grondwerkzaamheden voor riolering, kabels en leidingen, herinrichting van parken, gebieden, wegen en bouwwerkzaamheden. Indien nodig worden er maatregelen getroffen waarbij het uitgangspunt is dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie en er mogen geen gezondheids risico’s bestaan. Een belangrijke bijdrage aan een gezonde leefomgeving in Leiden-Noord is het groen- blauwe netwerk. Het groen kan op sommige plekken bijdragen aan vermindering van het ervaren van verkeershinder. Langs de Willem de Zwijgerlaan worden bijvoorbeeld bomen en stevige groene bermen ingezet. Het groen draagt bij aan een aantrekkelijk uitzicht en daarmee aan een prettige en gezonde leefomgeving.
Het uitzicht vanuit woningen op groen is vergroot en in de openbare ruimte zijn meer groene verblijfsruimtes gemaakt. 57
Bouwsteen Verbonden en ontsloten Illustratie 16
NOORD
58
6.4
Bouwsteen 4: Verbonden en ontsloten
In 2040 verplaatst men zich overwegend op duurzame wijze in en door Leiden Noord. De keuze voor milieuvriendelijke vervoerwijzen is vanzelfsprekend. Dit komt enerzijds door de (inter )nationale ontwikkeling naar duurzaam vervoer, waarbij met name het gebruik van fossiele brandstoffen uiteindelijk wordt beëindigd. Maar ook door lokale maatregelen: het aantrekkelijker, vooral vlotter, maken van duurzame vervoerwijzen ten opzichte van minder duurzame wijzen. Of de hoeveelheid autoverkeer groter of kleiner is geworden, is nog onzeker. De inzet is op het bevorderen van het gebruik van verplaatsingen met OV, fiets en te voet, zodat het aandeel hiervan in de verplaatsingen toeneemt. Tegelijk is het aantal inwoners in Leiden Noord met zo’n 30% toegenomen en is in Leiden en de agglomeratie als geheel het aantal inwoners en arbeidsplaatsen groter, wat ook tot meer verkeer leidt. De structuur van het verkeerssysteem is dan ook in grote lijnen gelijk gebleven: wegen hebben in 2040 dezelfde functie als in de huidige situatie. De Willem de Zwijgerlaan, als onderdeel van de Leidse Ring, heeft de sterkste ontsluitende functie (stedelijke stroomweg) en verwerkt het meeste verkeer. Wel is ervoor gezorgd dat weg in beleving en gebruik een minder grote barrière is,
door een betere inpassing (versterking groen karakter), een hogere woonkwaliteit langs de weg en maatregelen om de oversteekbaarheid voor langzaam verkeer te verbeteren. Voor de meeste andere wegen met (mede) een ontsluitende functie in de wijk (Sumatrastraat, Kooilaan, IJsselmeerlaan, Gooilaan, Herensingel) zijn in de periode naar 2040 waar mogelijk aanpassingen gepleegd om tot een betere inrichting te komen, met aandacht voor zowel de ontsluiting als voor de ruimtelijke kwaliteit, fietser en voetganger en groen en ecologie. Wat hierbij mogelijk is gebleken, hangt af van de toekomstige omstandigheden, waaronder de parkeerdruk en het parkeerbeleid. Ook voor wegen zonder ontsluitende functie (erftoegangswegen) is waar mogelijk de inrichting aangepast om meer ruimte te geven aan groen en verblijven. Eén weg is in 2040 afgewaardeerd van een weg met een ontsluitende functie naar een weg met een verblijfsfunctie (30 km/h weg), namelijk de Lage Rijndijk. Dit komt door de afsluiting van de Spanjaardsbrug, in het verlengde van de Lage Rijndijk. Hierdoor kan de Lage Rijndijk een inrichting krijgen die zeer sterk gericht is op de fietser en de voetganger. De optie ontstaat dan te kiezen voor een fietsstraat, waar de auto te gast is.
Doelen 1. Prioriteit geven aan langzaam verkeer en openbaar vervoer. 2. Verminderen van de barrièrewerking van de Willem de Zwijgerlaan. 3. Vergroten van de verblijfskwaliteit en woonkwaliteit in de straten. 1. Prioriteit geven aan langzaam verkeer en openbaar vervoer. Bij aanpassingen aan de infrastructuur zijn het realiseren van verbeteringen voor de fietser, voetganger en het openbaar vervoer een belangrijk doel. Dé methode om het gebruik van deze vervoerwijzen te bevorderen, is het zorgen voor snelle, directe en comfortabele verbindingen. Wat betreft het OV gaat het hier om de lijnbussen die in Leiden Noord rijden. Hiervoor is eveneens de frequentie van de dienstuitvoering van belang. De dienstuitvoering van de lijnbussen, evenals de routering bijvoorbeeld, wordt bepaald door de opdrachtgever van het OV (de provincie) en het vervoerbedrijf dat het OV uitvoert. De gemeente kan wel wensen formuleren, maar heeft als belangrijkste taak zorg te dragen voor goede infrastructuur waarop de lijnbussen zo vlot mogelijk kan rijden. Specifiek van belang voor het met de bus vervoeren van grotere stromen passagiers is de HOV lijn die over de Willem de
59
Voorbeelduitwerking 4: Prioriteit geven aan langzaam verkeer en vergroening, ventweg Willem de Zwijgerlaan. Er zijn meerdere ambities die nog meegenomen zullen worden in de uiteindelijke uitwerking en die het eindbeeld zullen bepalen.
60
Zwijgerlaan. Voor deze route, als onderdeel van het R Net, gelden de extra hoge kwaliteitseisen. Voor Leiden Noord speelt wat betreft het OV overigens niet alleen het bussysteem een rol. Station Leiden Centraal is minstens zo belangrijk. Het aanzienlijke aandeel OV gebruik in Leiden komt voor een groot deel door de keuze voor de trein. Dit heeft een direct verband met de fiets. Door de verbinding van de wijk met de fiets naar het station, wordt ook de concurrentiepositie van de trein beter. Dit is positief voor het beperken van het autogebruik, want de trein en de auto zijn de belangrijkste vervoerwijzen voor verplaatsingen op de wat langere afstanden.
Vanuit de wijken is het mogelijk met de fiets zo direct mogelijk aan te sluiten op de fietsroutes die vlot verplaatsen in de stad mogelijk maken. In de wijk zelf gaan veel verplaatsingen te voet en met de fiets over rustige woonstraten (erftoegangswegen, ook vaak 30 km/h wegen genoemd). Hier is gewerkt aan de verblijfskwaliteit. Dit betreft ook de ruimte voor verplaatsen te voet of met de fiets, maar ook het aanwezige groen. De hoeveelheid parkeerplaatsen hebben een grote invloed op de mogelijkheden voor aanpassingen van de inrichting. Wat hierbij mogelijk is, wordt telkens beschouwd.
In 2040 zijn de resultaten te zien van de verbeteringen aan de fietsroutes die ervoor zorgen dat fietsers zich goed in de stad en agglomeratie kunnen verplaatsen en zo bijdragen aan meer fietsgebruik. Dergelijke routes zijn bijvoorbeeld de Willem de Zwijgerlaan, Kooilaan en IJsselmeerlaan. Er is gewerkt aan de kwaliteit van de verbindingen (goede inrichting, comfortabele verharding, veilig) en aan het versnellen van de routes (bijvoorbeeld door goede verkeerregelingen). Ook is gezorgd voor een uitstekende toegankelijkheid van deze routes, bijvoorbeeld door hellingen zo veel mogelijk te beperken. Voor de Lage Rijndijk geldt de bijzondere omstandigheid dat deze voor het autoverkeer is afgewaardeerd, zodat de hiervoor de optie in beeld is gekomen een fietsstraat te realiseren.
Een overweging wat betreft parkeren is dat veel bewoners in Leiden-Noord vanwege hun werk nog sterk afhankelijk zijn van de auto( bus). Hierdoor zal naar verwachting het autobezit in de bestaande buurten minder snel afnemen dan in de nieuw ontwikkelde gebieden. De aanwezige zzp-ers en kleine bedrijven in die buurten worden gezien als kracht van de wijk en daarom zal er in die omgeving een evenwichtige balans worden gevonden tussen de aanwezige auto’s en de groene verblijfskwaliteit op straat. De auto die nog als vervoersmiddel wordt gebruikt, is meestal een zero-emissie voertuig en in de wijk zijn hiervoor voldoende laadpalen geplaatst. Bij grote (her )ontwikkelingen in de wijk, zoals De Hoven en Groenoord, is voor een totaalconcept gekozen voor mobiliteit. Dit heeft de kans geboden binnen de gebieden zelf de aanwezigheid van het autoverkeer te beperken,
ten gunste van de fietser en voetganger. Parkeervoorzieningen kunnen zo meer aan de randen van de gebieden komen waarbij de beschikbare mogelijkheden zijn gebruikt duurzame mobiliteit te bevorderen. Verder is met de parkeervoorzieningen voor het fietsverkeer zo veel mogelijk bijgedragen aan het meer gebruiken van de fiets, door de goede kwaliteit en ligging van deze fietsparkeervoorzieningen. In Leiden-Noord zijn er ook routes voor de fietser en voetganger van recreatieve aard. Ook hier is in geïnvesteerd. Zo is langs de Zijl en de Slaaghsloot ruimte gemaakt voor de Tweede Groene Ring en zijn de routes in de Tuin van Noord versterkt. 2. Verminderen van de barrièrewerking van de Willem de Zwijgerlaan In 2040 is de Leidse Ring de hoofdverbinding voor het autoverkeer van de Leidse agglomeratie. De Willem de Zwijgerlaan verwerkt als onderdeel van de Leidse Ring dan ook een grote hoeveelheid verkeer. Vanuit het project Leidse Ring Noord is de weg hiertoe aangepast om dit verkeer vlot te laten rijden. Tegelijk zijn er aanpassingen gepleegd aan de omgeving van de Willem de Zwijgerlaan, bijvoorbeeld de herontwikkeling van bijvoorbeeld De Hoven, de realisatie van LEAD met hierbij herinrichting van de openbare ruimte. De reconstructie van de infrastructuur en de ontwikkelingen langs de Willem de Zwijgerlaan hebben gezorgd voor een betere inpassing van de Willem de Zwijgerlaan.
Dit heeft geleid tot 61
Foto: De Willem de Zwijgerlaan. (foto Anneke Sluijter)
Foto: Sumatrastraat bij de Lage Rijndijk. (foto Anneke Sluijter)
62
een aantrekkelijker woon en verblijfsomgeving. De aanwezigheid van stevige bomenrijen, groen, goede flankerende infrastructuur en bebouwing, met entrees en voorzijdes naar de Willem de Zwijgerlaan hebben hiervoor gezorgd. De aantrekkelijke en levendige randen van de weg hebben van de Willem de Zwijgerlaan weer een kwalitatieve en groene stadsstraat gemaakt.
onzeker of deze bedoeld zal zijn voor alleen voetgangers of (ook) enige functie zal hebben voor de fiets, tenminste lokaal. Tenslotte is er met de ontwikkeling van Groenoord Fase 2 de mogelijkheid gekomen ten noorden van de Willem de Zwijgerlaan een verbinding te maken voor de fietser en voetganger in het verlengde van de Pasteurstraat.
De Willem de Zwijgerlaan loopt als stadsweg in Leiden-Noord door verschillende buurten met elk een eigen stedelijke identiteit. Het karakter van de weg voegt zich hiernaar. In het westen is de Willem de Zwijgerlaan een groene stadsstraat met doorgaande bomenrijen en groene ventwegen (die als fietsstraten ingericht kunnen worden) en fietspaden. In het oostelijke deel krijgt de weg meer te maken met hoogte verschillen en wordt hij geflankeerd door het groen.
3. Vergroten van de verblijfskwaliteit en woonkwaliteit in de straten In 2040 kent de wijk een verkeersstructuur die sterk lijkt op de huidige. Wel zijn er in de loop van de tijd aanpassingen gepleegd aan de inrichting van verkeersvoorzieningen. Een belangrijk aspect waaraan hierbij aandacht gegeven is vergroening en de kwaliteit van de openbare ruimte. Zo is gewerkt aan een aantrekkelijkere woon en verblijfsomgeving. Wat mogelijk is bij herinrichtingen is afhankelijk van de functionaliteiten die de inrichting moet bieden. Een belangrijke factor daarbij is de benodigde ruimte voor het parkeren, van auto en fiets. Afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en het vigerende parkeerbeleid moeten telkens de mogelijkheden bezien worden. Als er ruimte beschikbaar is, kan een deel hiervan ook gegeven worden aan de groene overgang tussen de woningen en de openbare ruimte op straat, maar ook aan verblijfsplekken, speelruimte en meer groen. Nieuwbouw draagt bij aan de leefbaarheid op straat en de relatie met de openbare ruimte. Gebouwen hebben levendige functies aan de
Ook is er gewerkt aan de oversteek-voorzie ningen, om de buurten ten noorden en zuiden van de Willem de Zwijgerlaan dichter bij elkaar te brengen. Deels is dit gebeurd vanuit het project Leidse Ring Noord, deels vanuit de ruimtelijke herontwikkelingen langs de weg. Hierbij gaat het om verbeteringen, waaronder deels ook mogelijk verplaatsingen van bestaande oversteken, voor fietser en voetganger. Bovendien wordt er een nieuwe ongelijkvloerse noord-zuid oversteek voorzien op het wegdeel van de Willem de Zwijgerlaan tussen de rotonde Kooilaan en het kruispunt met de Sumatrastraat. Het is nog
openbare ruimte, die zorgen voor een aantrekkelijke ‘stad op ooghoogte’. Dat kunnen bijvoorbeeld woningen zijn met een voortuin of voorzone, ruime en uitnodigende entrees of voorzieningen en bedrijvigheid. Ook doorzichten op groen ingerichte binnenterreinen en daktuinen of –terrassen dragen bij aan de beleving van groen en levendigheid op straat. Daarnaast geldt dat elke nieuwe ontwikkeling alleen plaats kan vinden als voor een veilige ontsluiting van de nieuwbouw gezorgd wordt. Onaantrekkelijke functies in het gebouw, zoals parkeren en bergingen, bevinden zich uit het zicht. Entrees tot fietsenbergingen zijn duidelijk herkenbaar en goed toegankelijk om het gebruik van de fiets te stimuleren. Het voorkomt ook overlast van gestalde fietsen in de openbare ruimte. Ook in de bestaande wijk liggen er kansen voor het versterken van de relatie tussen de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. Bij nieuwbouw of renovatie wordt gekeken hoe de relatie tussen begane grond en openbare ruimte kan worden verbeterd. De leefomgeving wordt aangenamer en veiliger.
63
64
Foto: Nieuw Leyden (foto buro JP)
Deel 3: Van bouwstenen naar uitwerkingen per gebied
65
NOORD
Illustratie 17: Gebiedsindeling ten behoeve van de uitwerking.
66
7. Van bouwstenen naar uitwerkingen per gebied In Hoofdstuk 4 is het toekomstbeeld van LeidenNoord in 2040 geschetst en in hoofdstuk 5 zijn de bouwstenen om tot dit toekomstbeeld te komen uitgeschreven. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe per deelgebied concreet invulling wordt gegeven aan de bouwstenen. Dit wordt gedaan aan de hand van een zestal thema’s, die inzicht geven in welke keuzes er zijn gemaakt per deelgebied. Deze thema’s zijn woonmilieu, voorzieningen, openbare ruimte, duurzaamheid en klimaat, mobiliteit en beeldkwaliteit. Hierbij is ook gekeken naar de ambities op het gebied van bredere thema’s, zoals gezondheid, veiligheid en sociale aspecten van leefbaarheid. Er zijn 8 deelgebieden uitgewerkt. Dit zijn: 1. Oude Lint; de bebouwing rond de Haarlemmertrekvaart; 2. Groenoord; de woonwijk Groenoord, de uitbreiding met Fase 2 en het bedrijventerrein; 3. Tuin van Noord; het park, het sportpark Noord en het volkstuinencomplex Ons Buiten; 4. Hart van Noord; het voorzieningencluster van Leiden-Noord; 5. De Hoven; de wederopbouw woningen aan weerszijden van de Willem de Zwijgerlaan
6. 7.
8.
met renovatie en/of sloop-nieuwbouw incl. de ontwikkelingen rond de Corantijnstraat; De Kooi; de vooroorlogse- en naoorlogse woonwijk; Noorderkwartier; de vooroorlogse- en naoorlogse woonwijk renovatie en/of sloopnieuwbouw in de Prinsessenbuurt; Nieuw Leyden; de woonwijk, Nieuw LeydenNoord en de ontwikkeling van de KPN-kavel.
woningcorporaties wordt bij de kaderstelling rekening gehouden met de afspraken tussen gemeente en corporaties die zijn vastgelegd in de geldende prestatieafspraken. Om als toetsingskader te kunnen functioneren worden bij de uitwerking van de deelgebieden ook vaktermen gebruikt.
De uitwerkingen per gebied vormen geen blauwdruk voor ontwikkeling van de gebieden. Ze zijn uitnodigend, inspirerend en geven richting aan de beoordeling van initiatieven van partners en marktpartijen. De uitwerkingen per gebied zijn zo gevormd dat ze de ruimte bieden voor de creativiteit en innovatie van de markt. Tegelijkertijd zijn de uitwerkingen kaderstellend voor eventuele gebiedsvisies en geven ze richting aan de afweging voor inzet van gemeentelijke middelen. Bij de start en uitwerking van projecten wordt gekeken hoe deze ontwikkelingen zoveel mogelijk kunnen bijdragen aan de geformuleerde ontwikkelrichting. Daarbij wordt gezocht naar een optimale mix tussen de verschillende ambities, betaalbaarheid en tijd. Wanneer het gaat om een initiatief van (een van) de
67
Oude Lint Beeldkwaliteit • Behouden en versterking van de bestaande karakteristieken van de buurt. • Gevarieerde kleinschalige bebouwing met wisselende korrelgrootte (individueel of klein ensemble); • Incidenteel bestaande bedrijfspanden met een eenvoudige opzet en maximale hoogte van 10 meter; • Afwisselende bouwhoogte en rooilijn; • Overwegend twee lagen met een kap of een plat dak; • Sterke relatie tussen gebouw en straat; • Appartementen kunnen afwijken in massa, opbouw en vorm; • Architectonische uitwerking afwisselen en zorgvuldig gedetailleerd; • Ingetogen kleurgebruik; • Direct aan de Willem de Zwijgerlaan en langs het spoor hoger en steviger in massa, in kleur en materiaal passend bij het Oude Lint en sterkte relatie tussen gebouw en straat; Cultuurhistorie kernkwaliteiten • De Haarlemmertrekvaart met jaagpad; • Deels pré-stedelijke en kleinschalige historische bebouwing langs de trekvaart en de singel. Hoogteopbouw Gemengd gebied met overwegend laagbouw tot 10-12 meter. Bestaand hoogteaccent ter hoogte van de Willem de Zwijgerlaan van ca. 28 meter met langs het spoor incidenteel een accent van middelhoogbouw 20 meter.
68
Foto: De Hansenstraat in het Oude Lint. (foto buro JP)
7.1
Toekomstbeeld Oude Lint 2040
Het Oude Lint is één van de oudste delen van Leiden-Noord. In 1657 begon de aanleg van de Trekvaart tussen Haarlem en Leiden en de vaart was een belangrijke route voor trekschuiten tussen Leiden en Haarlem, door de bollenstreek. In 2040 is de Haarlemmertrekvaart duidelijk herkenbaar als historische lijn en doorgaande route. Het doorgaande pad aan de oostzijde van het water is behouden en er is ingezet op behoud van het historische karakter van het gebied. In 2040 zal de bebouwing langs het Oude Lint er niet heel veel anders uit zien dan in 2021, omdat er in is gezet op het behouden en versterken van de bestaande karakteristieken van de plek. De bedrijvigheid langs het lint heeft met de tijd plaats gemaakt voor nieuwe aantrekkelijke bebouwing die contact maakt met de straat en het Oude Lint verrijkt. Voor het Oude Lint is wel sterk ingezet op de klimaatadaptieve inrichting en vergroening van de openbare ruimte en het terugdringen van de auto uit het straatbeeld. De groene oever is doorgetrokken naar het noordelijke deel en vormt een herkenbaar geheel en duidelijke doorgaande route, waardoor de
Haarlemmerweg een aantrekkelijke recreatieve route en verblijfsruimte geworden is. Open plekken in het gebied zijn groen ingericht en op het Groenoordsplein en rond de Gabriël Metzustraat zijn nieuwe groene speel- en verblijfsplekken ontstaan. De binnenhoven van de bouwblokken zijn verder vergroend en aangevuld met nieuwe speelvoorzieningen. De doorgangen door de binnenplaatsen zijn versterkt in hun publieke betekenis gekregen en zijn beter zichtbaar, aantrekkelijker en groener ingericht. Hierdoor is de verbinding van het achterliggende gebied met het water verbeterd en is het Oude Lint versterkt als aantrekkelijke woonbuurt aan het water. Een eventuele nieuwe brug over de Haarlemmertrekvaart kan een missende schakel in het voetgangersnetwerk voor dit gebied opheffen door het Oude Lint en Leiden-Noord beter te verbinden met het Stationsgebied. Hiermee zou tevens een aantrekkelijke route ontstaan vanaf Station Leiden Centraal richting de Zijl.