210101 Bijlage 1 Nota Ontwikkelperspectief Leiden-Noord
Tekst van het document
We bouwen voort aan Leiden-Noord Ontwikkelperspectief Leiden-Noord Oktober 2021
2
Voorwoord
Illustratie kaft: Verbeelding van de toekomstvisie Leiden-Noord 2040, gezien vanuit het Zuiden. (Dit is een impressie. Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.) Voor legenda, zie pagina 30. Foto links: Prijsuitreiking teken- en knutselwedstrijd in het kader van het Ontwikkelperspectief LeidenNoord.
“Mijn wieg stond op de Timorstraat, in het huis van mijn oma. En ook toen ik met mijn ouders naar de Merenwijk verhuisde, gingen we regelmatig bij onze familie in De Kooi op bezoek. Het zal u dan ook niets verbazen dat ik nog altijd trots ben op mijn geboortegrond. De afgelopen jaren is er flink wat gebouwd en veranderd in Leiden-Noord. Het Kooiplein kreeg een flinke facelift, Nieuw Leyden ontstond, de Centrale Blokken zijn grondig gerenoveerd, de Tuin van Noord werd een prachtig park, er kwamen nieuwe scholen bij, de Willem de Zwijgerlaan kreeg twee tunnels en zo kan ik nog wel even doorgaan. Deze veranderingen maakten de wijk nog mooier, nog fijner. En de diversiteit, gezelligheid en het saamhorigheids gevoel dat de wijk toen ik een klein meisje was al had, is er gelukkig nog steeds. Voor de toekomst zijn meer ontwikkelingen te verwachten. Om dit allemaal in goede banen te leiden, maakte de gemeente samen met u, bewoners en (maatschappelijke) instellingen uit de wijk dit Ontwikkelperspectief. Een toekomstplan, met als titel 'We bouwen voort aan LeidenNoord'. Het plan geeft de richting aan hoe Leiden-Noord er in 2040 uit zou moeten zien. Het toekomstbeeld is vertaald naar uitwerkingen per buurt.
Hierin kunt u lezen hoe we omgaan met voorzieningen, sociale samenhang, biodiversiteit, het inspelen op de klimaatsveran deringen, hoe we willen zorgen dat je nog beter kunt bewegen en gezond oud kunt worden. Ook is er aandacht voor de infrastructuur die nodig is om een groeiende wijk, voor iedereen een fijne wijk te laten zijn en blijven. Kortom: met deze ingrediënten bouwen we voort aan Leiden Noord. Het Ontwikkelperspectief is bedoeld als kader voor toekomstige ontwikkelingen. Bij de uitvoering van de ambities uit het toekomstplan hebben veel verschillende partijen een rol: inwoners, ondernemers, verenigingen, woningcorporaties, energieleveranciers, netwerkbeheerders, enzovoort. En natuurlijk ook wij, de gemeente, heeft hier een rol bij. Ik ben trots op de totstandkoming van dit beeld en zie de toekomst van Leiden-Noord met veel enthousiasme tegemoet.
Fleur Spijker Wethouder Duurzame Verstedelijking
3
4
Foto: Kooiplein richting de Tuin van Noord (foto buro JP)
Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
INLEIDING Doel van het Ontwikkelperspectief Werking van het Ontwikkelperspectief Reikwijdte en positionering Soort document Hoe is het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord gemaakt Leeswijzer
2. WERKEN AAN DE AMBITIES VOOR LEIDEN-NOORD 2.1 Omgaan met ambities 2.2 Financiering
7 7 8 9 9 11 11 13 13 14
DEEL 1: NAAR EEN PERSPECTIEF VOOR LEIDEN-NOORD IN 2040 17 3. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN 3.1 Landelijke trends en ontwikkelingen 3.2 Vertrekpunt: Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1 3.3 Ontwikkelingen in de omgeving
21 21 21 23
4. WAT WETEN WE OVER LEIDEN-NOORD 4.1 Het karakter van de wijk 4.2 Leefbaarheid, sociale cohesie en gezondheid 4.3 Voorzieningen en werkgelegenheid 4.4 Groen, water en duurzaamheid 4.5 Mobiliteit
26 26 27 29 30 30
5.
33
HET TOEKOMSTBEELD VAN LEIDEN-NOORD
DEEL 2: HET TOEKOMSTBEELD VAN LEIDEN-NOORD IN VIER BOUWSTENEN
37
6. VIER BOUWSTENEN VOOR ONTWIKKELING 6.1 Bouwsteen 1: Divers en dynamisch 6.2 Bouwsteen 2: Sociaal krachtig en gezond 6.3 Bouwsteen 3: Duurzaam en groen 6.4 Bouwsteen 4: Verbonden en ontsloten
39 39 45 51 59
7. 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
67 69 75 81 87 93 99 105 111
VAN BOUWSTENEN NAAR UITWERKINGEN PER GEBIED Toekomstbeeld Oude Lint 2040 Toekomstbeeld Groenoord 2040 Toekomstbeeld Tuin van Noord 2040 Toekomstbeeld Hart van Noord 2040 Toekomstbeeld De Hoven 2040 Toekomstbeeld De Kooi 2040 Toekomstbeeld Noorderkwartier 2040 Toekomstbeeld Nieuw Leyden 2040
5
Groenoord
Noorderkwartier
De Kooi
NOORD
6
Illustratie 1: Buurten die binnen het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord vallen: Groenoord, Noorderkwartier, De Kooi.
1. Inleiding Groenoord, het Noorderkwartier en De Kooi vormen samen de wijk (het district) LeidenNoord. Deze wijk is volop in ontwikkeling. De titel van dit Ontwikkelperspectief ‘We bouwen voort aan Leiden-Noord’ is niet voor niets gekozen. In de afgelopen jaren is het Wijkontwikkelplan Noord (WOP Noord) grotendeels uitgevoerd en hebben er grote ontwikkelingen plaatsgevonden, zoals de bouw van Nieuw Leyden, de nieuwe wijk Groenoord en de ontwikkeling van het Kooiplein. Daarnaast vond een groot aantal kleinere projecten plaats. Samen met de twee gerealiseerde overkluizingen over de Willem de Zwijgerlaan hebben de projecten bijgedragen aan het aanzien van de wijk en is de leefbaarheid in delen van de wijk verbeterd. Die lijn van verbeterde leefbaarheid willen we verder voortzetten. Ook voor de komende jaren staan er verschillende nieuwe grote ontwikkelingen op de agenda die een bijdrage leveren aan de opgaven voor Leiden-Noord, maar ook aan de stad Leiden. Zo wordt een groot deel van de corporatiewoningen vernieuwd en worden nieuwe woningen toegevoegd. De Leidse Ring Noord krijgt verder vorm en dat houdt in dat de Willem de Zwijgerlaan aangepast zal worden. Het sportpark Noord zal omgevormd worden naar wijksportpark. Deze ontwikkelingen spelen in op het versterken van het woon-, werken leefklimaat van Leiden en op demografische
een maatschappelijke ontwikkelingen in de stad, zoals de woningbouwopgave. Daarnaast heeft Leiden een grote ambitie op het gebied van natuur, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, energietransitie, circulariteit, gezondheid en duurzame economie. Al deze ambities moeten in samenhang worden bekeken en afgewogen. Om deze samenhang te creëren en de ontwikkelingen in een groter geheel te bekijken, wordt dit wijkbrede (Ontwikkel)perspectief gemaakt.
1.1
Doel van het Ontwikkelperspectief
In 2019 is de eerste versie van de Omgevingsvisie Leiden 2040 vastgesteld. Gelijktijdig met het opstellen van dit Ontwikkelperspectief ligt de vervolgversie ter inzage. De omgevingsvisie beschrijft hoe de ruimtelijke opgaven in de toekomst een plek krijgen in de stad. Het Ontwikkelperspectief werkt de strategische keuzes, die op stadsniveau gemaakt zijn verder uit en sluit daarbij aan op de bestaande kwaliteiten, kansen en opgaven in de wijk. Leiden heeft ervoor gekozen om voor een aantal gebieden, waar veel ontwikkelingen tegelijkertijd spelen, een meer gedetailleerde uitwerking te maken. Zo wordt op een integrale manier richting gegeven aan de complexe opgaven die in de wijk spelen en de kansen die de wijk biedt daarbij te benutten.
Het Ontwikkelperspectief is hoofdzakelijk een strategische visie op de fysieke leefomgeving. Onder fysieke leefomgeving vallen in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en cultureel erfgoed. Bij het opstellen van de visie is breed gekeken, dus ook naar sociale of gezondheidsopgaven. Op veel plekken zijn de fysieke en de sociale leefomgeving ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarbij is steeds de vraag gesteld: Hoe kunnen we vanuit de fysieke leefomgeving aan deze opgave bijdragen? Het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord is geen exacte blauwdruk waarin wordt beschreven hoe de ontwikkeling van de wijk zal plaatsvinden. In plaats daarvan biedt het Ontwikkelperspectief handvatten op basis waarvan de gemeenteraad en bewoners initiatieven kunnen toetsen en is het een uitnodigend perspectief voor ontwikke lende partijen. Het Ontwikkelperspectief is bedoeld om initiatieven te stimuleren die bijdragen aan ambities voor de fysieke leefomgeving van Leiden-Noord en kan daarnaast ook als vliegwiel dienen voor de aanpak van sociaal maatschappelijke initiatieven.
7
Kort gezegd heeft het Ontwikkelperspectief de volgende doelen: • Concretisering van de stadskeuzes gemaakt in de Omgevingsvisie Leiden 2040; • Meer samenhang in de diverse opgaven en beleid met betrekking tot de fysieke leefomgeving; • Uitnodiging aan de stad, ondernemers, ontwikkelaars, bewoners en maatschappelijke partners om samen te werken aan de opgaven voor Leiden-Noord.
1.2
Werking van het Ontwikkelperspectief
Het Ontwikkelperspectief is een Leids instrument dat een plek heeft gekregen in het Omge vingswet-instrumentarium. De Omgevingswet heeft vier doelstellingen: slimmer, beter, sneller, samen. Door de instrumenten in samenhang te ontwikkelen en te gebruiken kan aan deze doelen worden bijgedragen. De Omgevingsvisie en de Ontwikkelperspec tieven zijn de twee instrumenten waarin de kaders voor de ontwikkeling van de stad (op hoofdlijnen) vastgelegd worden. Ten opzichte van de Omgevingsvisie zijn de Ontwikkelper spectieven gedetailleerder, onder meer in de typering van gewenste woon- en werkmilieus in verschillende buurten en het gewenste aanbod van functies en voorzieningen. Beide producten zijn zelfbindend voor de gemeente. De gemeenteraad is voor beide documenten het bevoegd gezag. Zo vervult de gemeenteraad haar kaderstellende rol. 8
De ambities en keuzes uit de Omgevingsvisie en de Ontwikkelperspectieven worden juridisch geborgd in het Omgevingsplan. Hier wordt uitvoering gegeven aan het door de gemeenteraad vastgestelde beleid. Het Omgevingsplan wordt ook door de gemeenteraad vastgesteld. Zie figuur 1. Hiermee kan zij controleren of de door haarzelf vastgestelde ambities en doelstellingen (in de Omgevingsvisie en Ontwikkelperspectieven) voldoende en juist juridisch geborgd zijn. Tussen de Ontwikkelperspectieven en het Omgevingsplan zijn programma’s gepositioneerd. Een programma bevat
Figuur 1: De nieuwe Beleidscyclus onder de Omgevingswet.
maatregelen voor de ontwikkeling, het beheer, het gebruik, de bescherming of het behoud van (een deel van) het grondgebied. Hierin wordt beschreven hoe ambities en doelstellingen, die zijn vastgesteld door de gemeenteraad, kunnen worden behaald. Het college van B en W is bevoegd gezag voor de programma’s. Daarnaast is het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan de bevoegdheid van het college van B en W. De gemeenteraad kan met het adviesrecht een controlerende rol invullen voor omgevingsvergunning.
1.4
Figuur 2: De samenhang tussen Omgevingsvisie, Omgevingsplan en projecten.
1.3
Reikwijdte en positionering
Dit Ontwikkelperspectief gaat over LeidenNoord. Bij het formuleren van opgaven en kansen voor de wijk is uiteraard breder gekeken dan de grenzen van deze wijk. Er is rekening gehouden met ontwikkelingen in de nabijheid van Leiden-Noord en gekeken naar de ligging van Leiden-Noord binnen Leiden en nabij Leiderdorp en Oegstgeest. Het Ontwikkelperspectief is bedoeld als kader voor huidige en toekomstige ontwikkelingen. Reeds vastgestelde kaders zijn als gegeven genomen. Zo vormen plannen als de Leidse Ring
Noord, Lead en Groenoord fase 2 het uitgangspunt. Parallel aan het Ontwikkelperspectief lopen ook projecten die nog leiden tot een gebiedsvisie (bijvoorbeeld De Zwijger). Het niveau van planontwikkeling van deze projecten is meer gedetailleerd dan dat van het Ontwikkelperspectief. Voor de plan ontwikkeling van deze projecten lopen aparte participatietrajecten. Om te zorgen dat er een goede aansluiting tussen deze projecten en het Ontwikkelperspectief is, heeft zowel op inhoud als proces samenwerking plaatsgevonden.
Soort document
In dit Ontwikkelperspectief komen een aantal lijnen samen. Zo worden concrete projecten in een bredere context geplaatst en wordt thematisch beleid vertaald naar gebieden waardoor ook dillema’s en aandachtspunten in beeld gebracht kunnen worden. Het Ontwikkel perspectief heeft een ander abstractieniveau dan de thematisch vastgelegde regels in bijvoorbeeld de verordening fysieke leefomgeving, de hemel water- of bomenverordening of het beeld kwaliteitsplan Oude Kooi, maar ook ambities vastgelegd in programma’s zoals de programma’s Duurzaamheid, Energietransitie en Klimaat en biodiversiteit. Deze regels en ambities blijven van kracht. Wanneer bij projecten echter een afweging gemaakt moet worden tussen de verschillende regels en ambities, dan is de visie op het functioneren van het gebied, zoals vastgelegd in het Ontwikkelperspectief, leidend. Naast concrete voornemens zijn in het Ontwikkelperspectief ook ontwikkelrichtingen beschreven als zoekrichting. Zo staan verbin dingen beschreven die bijdragen aan de ambities om het fietsen en wandelen te stimuleren, bijvoorbeeld door routes door en naar de natuur verder uit te breiden. Dergelijke verbindingen zijn nog geen project. Of ze daadwerkelijk een project worden, hangt bijvoorbeeld af van nog nader te onderzoeken aspecten als kosten, draagvlak, veiligheid etc.
Het gaat in deze gevallen om een zoekrichting die inspiratie kan bieden voor nog op te starten projecten.
9
10
Foto: Zicht op Nieuw Leyden Noord. (foto buro JP)
1.5
Hoe is het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord gemaakt
Om tot het Ontwikkelperspectief te komen is een wijkanalyse van Leiden-Noord gemaakt. Deze is gebaseerd op gesprekken met inwoners uit de wijk (‘De Karavaan’), gegevens over de wijk, bestaand beleid, trends en ontwikkelingen vertaald naar Leiden-Noord. Aan de hand van de verzamelde informatie zijn relevante thema’s in beeld gebracht. Al deze gesprekken en informatie vormen het startpunt voor het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord. Om opgaven te toetsen en verder uit te diepen, is kennis ingebracht door partnerorganisaties zoals de GGD, Omgevingsdienst, het Waterschap, Veiligheidsregio en de gemeentelijk beleidsafdelingen. Daarnaast heeft de gemeente samen met ‘Leidse gesprekken’ huiskamergesprekken georganiseerd. Dit keer digitaal, als gevolg van de beperkingen van de COVID 19. ‘Leidse gesprekken’ is een vrijwilligersorganisatie, die voortkomt uit de L750 Burgertop. De organisatie zet zich in om álle inwoners, ongeacht afkomst, opleiding of achtergrond te betrekken bij gesprekken en besluitvorming over de toekomst van onze stad. Daarnaast is met veel verschillende (maatschappelijke) organisaties en verenigingen gesproken.
1.6
Leeswijzer
Het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord bestaat uit drie delen: Deel 1: Naar een perspectief voor LeidenNoord in 2040 Deel 1 beschrijft het toekomstbeeld van LeidenNoord in 2040 en welke aspecten zijn meegenomen om tot dit perspectief te komen. Hoofdstuk 3 beschrijft de trends en ontwikkelingen. Hoofdstuk 4 gaat in op de kwaliteiten, kansen en uitdagingen in LeidenNoord in 2020. In hoofdstuk 5 staat het toekomstbeeld van Leiden-Noord in 2040 beschreven.
Deel 3: Van bouwstenen naar uitwerkingen per gebied Deel 3 beschrijft hoe het toekomstbeeld van Leiden-Noord in 2040 wordt vertaald naar uitwerkingen per gebied. De gebiedsuitwerkingen omvatten beschrijving van de huidige karakteristieken en een omschrijving welke ontwikkelingen nodig zijn om tot het gewenste toekomstbeeld te komen.
Deel 2: Het toekomstbeeld van Leiden-Noord in vier bouwstenen In deel 2 is het perspectief voor Leiden-Noord in 2040 uitgewerkt in een viertal bouwstenen. Per bouwsteen zijn in hoofdstuk 6 de ambities voor de wijk, zoals beschreven in het toekomstbeeld, vertaald naar samenhangende opgaven met bijbehorende doelen. De bouwstenen zijn: • Bouwsteen 1: Divers en dynamisch • Bouwsteen 2: Sociaal krachtig en gezond • Bouwsteen 3: Duurzaam en groen • Bouwsteen 4: Verbonden en ontsloten
11
Illustratie 2: Overzichtskaart actieve projecten in Leiden-Noord, eerste helft 2021.
12
2. Werken aan de ambities voor Leiden-Noord 2.1
Omgaan met ambities
De ambities voor Leiden-Noord kunnen alleen gerealiseerd worden met inzet van veel verschillende partijen: ondernemers, ontwikkelaars, (maatschappelijke) partners en bewoners. De bewoners van Leiden-Noord dragen op verschillende manieren bij aan de ambities. Soms leveren ze bijdragen aan of maken onderdeel uit van een project, maar veelal gaat het ook om individuele acties. Denk aan het vergroenen van daken, tuinen maar ook energiebesparende maatregelen, aanschaf van een andere auto of elektrische fiets etc. Deze ontwikkelingen zijn van groot belang bij de aanpak van de transitieopgaven. In Leiden-Noord zijn verschillende bewonersgroepen o.a. op het gebied van groen. De ambities in het Ontwikkelperspectief die vertaald (kunnen) worden zijn grofweg op de volgende wijze in te delen: • Ambities die al opgepakt zijn met een project; • Ambities die in een lopend project kunnen landen; • Ambities die opgepakt kunnen worden door de markt; • Ambities waar de gemeente zelf aan de lat staat; • Ambities die als inspiratie dienen voor nog uit te werken beleid.
De afgelopen jaren is er veel veranderd in Leiden-Noord en verschillende ontwikkelingen lopen door. We beginnen dan ook niet op nul. Op de pagina hiernaast een overzicht van projecten die tijdens het opstellen van dit Ontwikkelperspectief. De fasen waarin de projecten zitten, lopen uiteen van idee naar planvorming, voorbereiding, uitvoering tot realisatie. Afhankelijk van de fase waarin het project zit, kan in meer of mindere mate bijgedragen worden aan de in het Ontwikkel perspectief beschreven ontwikkelrichting. Uitgangspunt is dat elk project zoveel als mogelijk bijdraagt. Daarbij wordt altijd gezocht naar een optimale mix tussen de verschillende ambities, betaalbaarheid en tijd. Voorbeelden van ambities die in lopende projecten een plek kunnen krijgen zijn de uitwerking van de Tweede Groene Ring en groene spaken of het stimuleren wandelen en fietsen door het verbinden van wegen. Wanneer bij de Hoven een nieuwe woningbouwontwikkeling plaatsvindt (bijvoorbeeld in project De Zwijger), wordt onderzocht of bij de inrichting van de openbare ruimte bijgedragen kan worden aan de verdere ontsluiting van het Noorderpark.
Het realiseren van nieuwe woningen wordt grotendeels door woningcorporaties en de markt opgepakt. Woningbouwontwikkelingen als Groenoord fase II, De Zwijger en Lead hebben een aantal vierkante meters maatschappelijke voorzieningen in hun project geraamd. Dit biedt mogelijkheden voor de spreiding van maatschappelijke voorzieningen door de wijk. Vervolgens staat de eerstelijnszorg zelf aan de lat voor de daadwerkelijke realisatie van nieuwe praktijken of gezondheidscentra. De gemeente geeft uitvoering aan het Ontwikkelperspectief vanuit haar taken op het gebied van inrichting, beheer en onderhoud openbare ruimte (waaronder groen, water, wegen, pleinen, parkeren en speelplaatsen). We voeren regie op het proces om tot een aardgasvrije stad te komen en hebben een rol waar het gaat om het behoud van cultureel erfgoed. Ook hebben we een taak op het gebied van voorzieningen welzijnsorganisaties, onderwijshuisvesting en sportaccommodaties.
13
Concrete projecten waar Leiden de komende jaren voor aan de lat staat: 1. de uitbreiding van basisonderwijs in het stadsdeel Leiden Noord (dit is Leiden-Noord incl. de Merenwijk) (financiering van uit het Integraal Huisvestings Plan (RV20.0127) 2. de doorontwikkeling van sportpark Noord naar een wijksportpark (RV17.0062) 3. de spreiding van de maatschappelijke voorzieningen ook met het oog op het versterken van de sociale infrastructuur in de Kooi en het Noorderkwartier In 2018 is de Groene Hoofdstructuur van Leiden benoemd met een bijbehorend uitvoeringsplan. Voor Leiden Noord valt de Slaagsloot/Havikpad hier onder. In 2019 is de Groene Kansenkaart vastgesteld (RV 19.0042). Verschillende versteende plekken in de stad worden vergroend. In Leiden-Noord gaat dit om het vergroenen (uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie RV20.0074)) via • de aanpak park Bernardkade • aanpak Plein Paramaribostraat Vanuit de wijkaanpak Noorderkwartier Oost wordt de komende twee jaar gewerkt aan klimaatadaptatie, riolering en de herinrichting van de openbare ruimte. Naast concrete project omvat het Ontwikkelperspectief ook meer en minder concrete ambities. Dat past bij het karakter van het stuk; het Ontwikkelperspectief geeft richting en is 14
tegelijkertijd ook een inspiratiebron voor nieuwe ontwikkelingen voor de komende 20 jaar (en verder). Zo zijn er in het Ontwikkelperspectief als zoekrichting verbindingen opgenomen die bijdragen aan de ambities om het fietsen en wandelen te stimuleren door routes door en naar het groen verder uit te breiden. Dergelijke verbindingen zijn nog geen project. Of ze daadwerkelijk een project worden, hangt bijvoorbeeld af van nog nader te onderzoeken aspecten als kosten, draagvlak, veiligheid etc. Het gaat in deze gevallen om een zoekrichting die inspiratie kan bieden voor nog op te starten projecten.
2.2
Financiering
Leiden kiest voor de strategie van werk-met-werk en geld-met-geld maken. In de uitvoering van de visie bundelen we onze gemeentelijke kracht en financiële bijdragen met het creatieve, organiserende en financiële vermogen van andere overheden, ondernemers, (maatschappelijke) partners en bewoners. Vanuit de strategie van werk-met-werk maken benutten we zoveel mogelijk de grote investeringen. Deze dienen bij te dragen aan de ambities van het Ontwikkelperspectief en worden waar mogelijk benut als (mee-) koppel kansen. Voorbeelden daarvan zijn de aandacht voor klimaatadaptieve maatregelen bij de vervanging van de riolering of aandacht voor biodiversiteit en groen bij de herinrichting van wegen.
Kostenverhaal De realisatie van het Ontwikkelperspectief vraagt inzet van verschillende partijen: bewoners, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, sport- en onderwijsinstellingen, ontwikkelaars en de gemeente zelf. Het gaat daarbij ook om financiële investeringen. Uitgangspunt is dat de kosten zoveel mogelijk worden verdeeld over diegenen die er profijt van hebben, en dus ook op initiatiefnemers van bouwplannen. Bij specifieke complexe gebiedsontwikkelingen kan sprake zijn van een tekort, ook na maximaal kostenverhaal. In die gevallen proberen we om externe subsidiemogelijkheden aan te spreken om het beoogde kwaliteitsniveau en programma te kunnen realiseren. In het Ontwikkelperspectief wordt, als uitwerking van de Omgevingsvisie, duidelijk gemaakt welke thema’s en onderwerpen op gebiedsniveau een samenhang kennen. Vanwege de samenhang kunnen op gebiedsniveau ook financiële afhankelijkheden bestaan. Als voorbeeld de infrastructuur: bepaalde activiteiten kunnen voor de infrastructurele ontsluiting afhankelijk zijn van aanpassingen elders in het gebied. Het Ontwikkelperspectief vormt daarom ook de basis voor de afbakening van exploitatiegebieden/ kostenverhaalsgebieden gekoppeld aan het Omgevingsplan. In het Omgevingsplan wordt vervolgens per exploitatiegebied bepaald: 1. of exploitatieregels dan wel exploitatievoorschriften worden vastgesteld
voor het verhaal van de aan de grondexploitatie verbonden kosten, 2. welke voorzieningen waarvan het exploitatiegebied ten dele profijt heeft, naar evenredigheid aan het exploitatiegebied worden toegerekend. Op deze manier geeft het Ontwikkelperspectief het eerste inzicht in de manier waarop de gebiedsopgave later bekostigd wordt en economisch uitvoerbaar wordt gemaakt.
Deze uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s omvatten acties/projecten die deels in LeidenNoord landen. Daarbij kan worden opgemerkt dat de Uitvoeringsagenda Wonen over woningen, doelgroepen, verduurzaming en woonomgeving gaat en dus breder gaat dan puur woningbouw. Voor elk van de vijf hoofdopgaven wordt in het Financieel Perspectief Duurzame Stad geschetst waar de investeringen op gericht zijn en hoe deze bekostigd worden.
Financieel Perspectief Duurzame Stad In de Omgevingsvisie Leiden 2040 staat dat de gemeente haar ambities verder uitwerkt en koppelt aan uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s. Het Financieel Perspectief Duurzame stad biedt jaarlijks een integraal inhoudelijk en vooral financieel beeld van de invulling van de ambities uit de opgave ‘Duurzame stad’ die uitgewerkt worden conform de Omgevingsvisie Leiden 2040. Hieronder een overzicht van de opgaven met de bijbehorende uitvoeringsprogramma’s en -agenda’s.
• • • • •
Verstedelijking Mobiliteit Energietransitie Klimaatadaptatie en biodiverse vergroening Circulaire economie en afval
Uitvoeringsagenda wonen Leiden Duurzaam Bereikbaar en Leiden Verbindt Uitvoeringsagenda energietransitie gebouwde omgeving 2020-2023. Uitvoeringsprogramma ‘Leiden Biodivers en klimaatbestendig, Samen maken we Leiden groener!’ Uitvoeringsprogramma circulaire economie
15
16
Foto: De Slaaghsloot tussen het volkstuinencomplex en de Merenwijk (foto Inge van den Berg)
Deel 1: Naar een perspectief voor Leiden-Noord in 2040
17
Trends en ontwikkelingen De wereld is continu in verandering, onder andere op sociaal, economisch en klimatologisch vlak. Dit leidt tot vraagstukken die groot en onderling verweven zijn. De kwaliteit van leven in de stad hangt af van de manier waarop we inspelen op zulke veranderingen. Deze veranderingen vragen niet alleen om een andere kijk op de inrichting van de fysieke leefomgeving, maar bieden soms ook nieuwe kansen om huidige (en toekomstige) vraagstukken op te lossen. En ze vragen vaak een verandering van het gebruik van de ruimte of een ruimtereservering in en om de stad. Het is daarom van belang om te kijken welke trends en ontwikkelingen op onze gemeente afkomen.
18
• Trek naar de stad: Sinds kort woont meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad. Dit percentage zal naar verwachting blijven toenemen. Volgens prognoses van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) blijven de meeste gemeenten in de Randstad groeien. Dit geldt ook voor gemeente Leiden. De toekomst zal uitwijzen welk effect de COVID19-pandemie heeft op de trek naar de stad. • Huishoudensverdunning: Het aantal huishoudens in Nederland groeit al decennia sneller dan het aantal inwoners. De huishoudens bestaan uit steeds minder personen. In 1971 telde het gemiddelde huishouden 3,25 personen en in 2017 was dit gedaald naar 2,16 personen (Centraal Bureau voor Statistiek, CBS)). In Leiden ligt het gemiddelde vanwege het grote aandeel studenten nog lager dan het landelijk gemiddelde.
• Bevolkingsgroei: Naar verwachting zal Nederland in 2063 circa 20 miljoen inwoners hebben volgens de bevolkingsprognose 2020 – 2070 van het CBS. In 2038 zullen dit er ongeveer 19 miljoen zijn. Deze groei is hoofdzakelijk toe te wijzen aan migratie en stijgende levensduur.
• Vergrijzing: In Leiden is sprake van dubbele vergrijzing: er zijn meer ouderen en mensen worden ook steeds ouder. Tussen 2018 en 2040 zal het aantal 75-plussers en het aantal 85-plussers naar verwachting verdubbelen. Zowel procentueel als in absolute aantallen groeit de leeftijdsgroep van 75-plussers in Leiden het snelste. Dit blijkt uit regionale bevolkingsprognoses (PBL & CBS).
• Extramuralisering: Het aanbieden van deze zorg buiten een intramurale instelling (bijvoorbeeld verpleegtehuis) wordt extramuralisering genoemd. Ouderen, die behoefte hebben aan verzorging of verpleging, willen steeds vaker en langer zelfstandig blijven wonen. Dit heeft gevolgen voor het soort zorg dat geleverd wordt maar ook voor het woningaanbod.
• Klimaatverandering: Het klimaat is aan het veranderen. Door de uitstoot van onder andere broeikasgassen stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde. Dit leidt tot zeespiegelstijging, heftigere regenbuien, droogte en hitte.
• Afnemende biodiversiteit: Het huidige Nederlandse landschap is grotendeels door menselijk handelen gemaakt. Door veranderingen in landgebruik, zoals de toename van landbouw en verstedelijking, is er aanzienlijk minder natuurgebied dan eeuwen geleden. Dit heeft als gevolg dat de biodiversiteit, het aantal soorten dieren en planten, afneemt. Deze trend is recent gestuit. Tegenwoordig wordt er hard gewerkt om de biodiversiteit verder te versterken.
• Verduurzaming: De voorraad fossiele brandstoffen en grondstoffen is eindig. In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken om de CO2-uitstoot te verminderen. Deze doelstelling is alleen te bereiken door op grote schaal te besparen, te kiezen voor efficiëntere alternatieven, over te stappen op schone energiebronnen (energietransitie) en grondstoffen te hergebruiken (circulariteit).
• Deelconcepten mobiliteit en economie: In de afgelopen jaren hebben deel-initiatieven (zoals woningverhuursites, deeltaxi’s en deelauto’s) hun intrede gedaan in onze maatschappij, soms met grote gevolgen. De verwachting is dat dit soort deelconcepten een steeds grotere rol gaan spelen in de toekomst. Mensen gaan hierdoor van het betalen voor bezit naar het betalen voor gebruik. Dit heeft gevolgen voor de fysieke ruimte.
• Flexibilisering in ruimte en tijd: Door technologische ontwikke lingen als internet en mobiele telefonie is het mogelijk om bijvoorbeeld gebouwen en wegen flexibeler te gebruiken. Zo zijn we steeds flexibeler gaan werken, los van kantoor en kantoortijden. De recente COVID19-pandemie heeft dit proces versneld. De verwachting is dat een deel van de werk nemers mogelijk meer thuis of op andere locaties gaat werken in de toekomst. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor de functie van kantoren, maar ook voor de huisvesting en voor de vervoers bewegingen. 19
• Digitalisering/connectiviteit: Als samenleving doen we steeds meer digitaal, zowel zakelijk als privé. Data is inmiddels een nieuwe ‘grondstof’ in het economisch denken. Nieuwe technologische ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie, robotica, 5G/6G, sensortechnologie, internet of things, mixed reality en de ontwikkeling van autonome voertuigen maken de stad en de mens steeds ‘slimmer’ en meer datagedreven. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de ‘zachte’ infrastructuur (sociaaleco nomisch) in de samenleving, maar ook op harde fysieke infrastructuur (o.a. glasvezelkabels, antennes, datacenters, energievoorziening).
• Bodemdaling: Bodemdaling heeft meerdere oorzaken. Een van die oorzaken is oxidatie (verbranding) van veen door daling van de grondwaterstand. Een andere oorzaak is de belasting van het bovengrondse gebruik (compactie). Dit kan leiden tot problemen met de fundering van gebouwen of met huisaan sluitingen van ondergrondse leidingen zoals riolering, gas en water. In Leiden komt bodemdaling vooral voor ten noorden van de binnenstad.
• Toenemende ongelijkheid: de stijgende huizenprijzen en de verdergaande digitalisering, automatisering en robotisering zullen impact hebben op (de beroepen van) de mensen in stad en dus ook op het besteedbare inkomen. Wat maakt dat de ongelijkheid tussen groepen in de samenleving groter wordt.
Figuur 3: Trends en Ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie Leiden 2040.
20
3. Trends en ontwikkelingen Dit hoofdstuk beschrijft de context waarbinnen het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord is opgesteld. Er wordt ingegaan op de landelijke trends en ontwikkelingen, de relatie met de Omgevingsvisie en de ontwikkelingen die er in de directe omgeving van Leiden-Noord plaatsvinden.
weerslag hebben op het ruimtegebruik. Bijvoorbeeld doordat mensen vaker thuiswerken, met een afnemend gebruik van kantoorruimten tot gevolg en wellicht minder woonwerkverkeer.
3.1
Het Ontwikkelperspectief Leiden-Noord kan gezien worden als een nadere uitwerking van de Omgevingsvisie Leiden 2040 (versie 1.1), die parallel aan dit Ontwikkelperspectief is ontwikkeld. De Omgevingsvisie Leiden 2040 bouwt voort op eerder vastgestelde waarden en verhaallijnen en vertaalt deze naar één stadsvisie.
Landelijke trends en ontwikkelingen
Het is van belang om de landelijke trends en ontwikkelingen, die van invloed zijn op keuzes in de fysieke leefomgeving, goed in beeld te hebben. Zo kan ingespeeld worden op veranderingen en worden nieuwe kansen benut bij het oplossen van vraagstukken. Het gaat hierbij om sociale, maatschappelijke, economische en klimatologische veranderingen. In figuur 3 ‘Trends en Ontwikkelingen’ staat een overzicht van de trends en ontwikkelingen uit de Omgevingsvisie Leiden 2040. Sommige van deze trends brengen een extra ruimtevraag met zich mee. Zo zorgen de bevolkingsgroei en de huishoudensverdunning ervoor dat meer woningen nodig zijn, inclusief bijbehorende voorzieningen. Daarnaast is het omwille van de gezondheid, luchtkwaliteit en klimaatadaptatie bijvoorbeeld wenselijk om een groter gedeelte van de openbare ruimte te gebruiken voor groen, voor voetpaden en voor fietsroutes. De invloed van het coronavirus op de middellange en lange termijn is nog niet bekend, maar ook dit kan een
3.2
Vertrekpunt: Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1
De stadsvisie benoemt vier ruimtelijke thema’s met daarbij behorende keuzes op stadsniveau: Groen-blauw raamwerk: 1. We realiseren een robuust groen-blauw raamwerk voor klimaatadaptatie, mens en natuur; 2. We intensiveren vergroening in de stad waar mogelijk; 3. We benutten het water beter en maken het beter beleefbaar.
Aantrekkelijk vestigingsklimaat 1. We kiezen voor stadsinbreiding in plaats van stadsuitbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen; 2. We werken aan uitbreiding van stedelijke gemengde milieus; 3. We zetten in op het versterken en verduurzamen van de economie; 4. We bieden ruimte aan bedrijvigheid; 5. We hebben een gevarieerd aanbod van voorzieningen; 6. We benutten historie en cultuur als belangrijke waarde van de stad. Duurzame mobiliteit 1. We gaan naar een duurzaam mobiliteitssysteem: gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt; 2. We verbeteren de regionale en (inter) nationale bereikbaarheid; 3. We stemmen verstedelijking en mobiliteit goed op elkaar af. Bodem als fundament 1. We brengen (ondergrondse) netwerken in samenhang in beeld; 2. We bereiden de ondergrond voor op de toekomst; 3. We stemmen bij ontwikkelingen onder en boven de grond op elkaar af.
21
Illustratie 3: Uitsnede Visiekaart Omgevingsvisie Leiden 2040.
Illustratie 4: Uitsnede Groen-blauw raamwerk Omgevingsvisie Leiden 2040.
22
De ruimtelijke opgaven en stadskeuzes landen elk op een verschillende manier in de stad. De Omgevingsvisie Leiden 2040 onderscheidt drie type leefmilieus waar verschillende ontwikkelprincipes en kaders gelden: hoogstedelijk en dynamisch (1), levendig (2) en groen en relatief luw (3). Leiden-Noord valt grotendeels in het gebied dat als levendig wordt gekarakteriseerd. Het levendige leefmilieu bestaat uit gemengde stadswijken, aantrekkelijk gelegen direct naast het centrum van de stad. Deze gebieden bestaan uit woonwijken met voornamelijk stedelijk georiënteerde huishoudens, waarbij een mix van wonen, werken en voorzieningen te vinden is. Voor Leiden-Noord betekent dit dat delen van de wijk een meer stedelijke uitstraling krijgen en door de functiemenging veranderen in meer levendige gebieden. (Zie illustratie 3.) Door het toevoegen van woningen en bijbehorende voorzieningen zal vooral het gebied langs de Willem de Zwijgerlaan in 2040 een meer levendig karakter krijgen. Binnen het levendige leefmilieu vinden de meeste verplaatsingen plaats te voet of met de fiets. Het centrum en omliggende wijken blijven, net als nu, in 2040 goed te bereiken door een fijnmazig langzaam verkeersnetwerk en een goede OV-bereikbaarheid. Daarnaast is de wijk goed verbonden met omliggende wijken en het buitengebied door een stedelijk groen-blauw raamwerk, zoals te zien is in illustratie 4.
Een uitgebreid groen en wateraanbod,
klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte en beweegvriendelijke ruimten dragen bij aan voldoende recreatiemogelijkheden en een gezonde bevolking.
3.3
Ontwikkelingen in de omgeving
In de directe omgeving van Leiden-Noord spelen verschillende ontwikkelingen die van invloed zijn op de wijk. Stationsgebied Het Stationsgebied zal de komende jaren transformeren van een reizigersgebied naar een aantrekkelijk Leids district, waar wonen, werken en ontmoeten samenkomen. Voor Leiden-Noord betekent dit dat er in directe nabijheid meer woningen en werkplekken ontstaan. Ook het aanbod aan stedelijke voorzieningen in de buurt, zoals horeca en culturele instellingen, neemt toe. De toevoeging van woningen in het Stationsgebied kan leiden tot een extra vraag naar (maatschappelijke) voorzieningen in LeidenNoord. Energiepark Het terrein rond de energiecentrale aan de Langegracht, inclusief het Stadsbouwhuis, biedt unieke kansen om herontwikkeling van industrieel erfgoed te combineren met de ontwikkeling van groen, woningbouw, cultuur, werk en voorzieningen. Dit draagt bij aan het realiseren van de ambities van de gemeente voor de noordelijke rand van de binnenstad. Voor Leiden-Noord betekent dit dat er dichtbij een
aantrekkelijk en innovatief stukje binnenstad wordt ontwikkeld op. Ook wordt een nieuwe langzaam verkeerbrug gerealiseerd tussen het Energiepark en de Maresingel, waardoor LeidenNoord beter verbonden is met de binnenstad. Op dit moment wordt er gewerkt aan een ontwikkelplan op basis van de in oktober 2019 vastgestelde Gebiedsvisie Energiepark e.o. Leiderdorp Leiderdorp ontwikkelt plannen om het bedrijventerrein De Baanderij, aan de overzijde van De Zijl, tot gemengd woon-werkgebied te transformeren. Voor Leiden-Noord betekent dit dat er een nieuwe stukje aantrekkelijke stad aan de overzijde van het water zal ontstaan met werkplekken en voorzieningen. Leidse Ring Noord De Willem de Zwijgerlaan is onderdeel van de Leidse Ring Noord, die doorloopt over de Schipholweg en richting Leiderdorp over de Oude Spoorbaan. De verbetering van deze ringweg zorgt ervoor dat de Leidse Regio leefbaar, duurzaam en bereikbaar blijft. De belangrijkste opgave voor de maatregelen op Leidse Ring Noord is het verbeteren van de doorstroming op de Leidse Ring om daarmee de ringstructuur te versterken. Verkeer dat rijdt op een ringweg rond Leiden en Leiderdorp draagt ook bij aan een leefbare en toegankelijke binnenstad van Leiden en dorpskern van Leiderdorp. Eind 2019 is het Kaderbesluit voor de LRN vastgesteld en daarmee ook een
verkeerskundig referentieontwerp voor de Willem de Zwijgerlaan. Autoluwe binnenstad Om de komende jaren in de binnenstad meer ruimte te creëren voor een groene en vitale binnenstad, is begin 2021 de Agenda Autoluwe Binnenstad vastgesteld. Met dit programma worden verschillende doelen nagestreefd om de binnenstad leefbaar te houden en ruimte te geven aan schone vervoersvormen en het verhogen van de verblijfskwaliteit, bijvoorbeeld door het toevoegen van groen. Minder auto’s in de binnenstad kan gevolgen hebben voor Leiden-Noord. Zo zal bekeken worden welk effect de autoluwe binnenstad heeft op doorgaande routes door Leiden-Noord en het parkeren in de wijk. Daarnaast zal de route Herensingel, Zijlsingel, Hooigracht een ontsluitende route blijven met aandacht voor langzaam verkeer en openbaar vervoer (ov). Tevens wordt gekeken hoe de verblijfskwaliteit op de singels verbeterd kan worden.
23
Bron: CBS - uit www.leiden.incijfers.nl
24
Figuur 4: Staat van de buurt.
25
4. Wat weten we over Leiden-Noord Dit hoofdstuk is gebaseerd op de wijkanalyse van Leiden-Noord en gesprekken die in 2020 en 2021 met bewoners, vrijwilligers en professionals uit de wijk hebben plaatsgevonden.
4.1
Het karakter van de wijk
Leiden-Noord is heeft een geweldige ligging ten opzichte van de binnenstad en het buitengebied. De hele wijk is slechts door de singels van het centrum gescheiden. Het centrum en het Station Leiden Centraal liggen op loop- of fietsafstand. Met de Tuin van Noord aan de noordzijde van de wijk kent Leiden-Noord één van de grootste binnenstedelijke groengebieden van de stad. Via de Willem de Zwijgerlaan is Leiden-Noord direct aangesloten op de Leidse Ring, waardoor de wijk een goede ontsluiting kent richting het buitengebied en de snelwegen. Een terugkerend woord waarmee Leiden-Noord door bewoners wordt getypeerd is ‘divers’. Deze diversiteit is terug te zien in verschillende bewonersgroepen, culturen en leeftijden, maar ook in de verschillende bouwstijlen en de inrichting van de openbare ruimte. Andere woorden waarmee bewoners de wijk omschrijven zijn ‘groen’, ‘volkswijk’, ‘uniek’, ‘opkomend, maar ook ‘afval’, ‘achterstandsbuurt’ en ‘vergeten’. Leiden-Noord is daarmee een wijk waar ruimte is voor verbetering, maar ook vooral een wijk met kansen en eigen kwaliteiten. 26
Leiden-Noord is een wijk met verschillende buurten en binnen die buurten zijn weer kleine woonbuurtjes met elk een eigen identiteit. Deze identiteiten zijn terug te zien in de ontstaansgeschiedenis van de wijk, die vanaf de singels verder noordwaarts is gegroeid. Tot de 19e eeuw bestond de wijk grotendeels uit veenpolders. Het gebied direct buiten de stad werd gebruikt voor groenteteelt, wasserijen en zogenaamde speeltuinen. Er was losse bebouwing langs de singel en de Haarlemmertrektvaart. Een tweetal belangrijke pré stedelijke structuren zijn de Slaaghsloot met de stadsmolen en de Haarlemmertrekvaart. De eerste was onderdeel van het 17e-eeuws systeem voor de afvoer van vervuild water op de plassen. In de loop van de 19e eeuw werden er kleine aantallen arbeiderswoningen toegevoegd. Pas na de stadsuitbreiding van 1896 werd Leiden-Noord verder bebouwd. Eerst op een onregelmatige manier door particuliere investeerders, daarna door diverse woningcorporaties volgens stedenbouwkundig plan. De eerste woningen
werden voornamelijk bewoond door de arbeiders die werkzaam waren bij de fabrieken aan de overzijde van de singels. In een groot deel van de Oude Kooi is de eerste sociale woningbouw voor deze fabrieksarbeiders nog goed terug te zien. De geleidelijke ontwikkeling van de rest van de wijk is vaak nog duidelijk te herkennen in de architectuur en de stedenbouwkundige opzet. Bijvoorbeeld aan de betaalbare woningen van de Prinsessenbuurt uit de vroege jaren ’50 en de gestapelde woningen die, in typerende Wederopbouw verkavelingen, aan weerszijde van de Willem de Zwijgerlaan staan. De sterke rol van de corporaties vanaf begin 20e eeuw heeft er voor gezorgd dat deze wijk bekend staat als een arbeiderswijk. Naast het socialisme zijn ook andere maatschappelijk stromingen actief geweest. Dit is nu nog zichtbaar in enkele beeldbepalende kerken en schoolgebouwen uit de jaren ‘20 en ‘30. De meest recente ontwikkelingen dateren van begin 21e eeuw met de ontwikkeling van Het Gebouw aan het Arubapad, de woonwijk Nieuw
Leyden op het voormalig slachthuisterrein en Groenoord Fase 1 op het terrein van de voormalige Groenoordhallen. Daarnaast werd de Willem de Zwijgerlaan op twee plekken overkluisd en zijn de gebieden aan weerszijden van de weg beter met elkaar verbonden. Bewoners voelen doorgaans meer verbonden heid met hun woonbuurt dan met de gehele wijk. Ook de mate waarin bewoners zich oriënteren op delen van de wijk of aangrenzende wijken hangt af van de buurt waarin men woont. Zo maken bewoners van Groenoord en Nieuw Leyden vaker gebruik van voorzieningen in het centrum en oriënteren zij zich ook vaker op dit deel van de stad dan op de rest van de wijk. Aan de andere kant worden de voorzieningen rond het Kooiplein en Het Gebouw vaker gebruikt door bewoners van het Noorderkwartier en met name van De Kooi. Per gebied worden door bewoners verschillende kwaliteiten en opgaven benoemd. Groenoord en Nieuw Leyden zijn voor bewoners populaire en rustige gezinswijken met een prettige ligging nabij het centrum. Grootschalige hoogbouw is één van de voornaamste zorgen van bewoners uit deze buurten. Het Noorderkwartier kent dichtbij de binnenstad populaire gebieden waar de huizenprijzen snel stijgen. Hier is ook
verkamering een onderwerp van zorg. Aan de andere kant kent het Noorderkwartier ook kwetsbare delen, met name in de Prinsessenbuurt. Voor De Kooi geldt dat een groot deel van de bewoners het als een fijne volksbuurt ervaart met een sterke sociale cohesie. Zowel het Noorderkwartier als De Kooi kennen delen waar leefbaarheidsproblemen worden ervaren. Het gaat om gevoelens van sociale onveiligheid, afval op straat, verouderde woningen, wateroverlast en bodemdaling. De huidige Willem de Zwijgerlaan wordt over de gehele wijk genoemd als aandachtspunt, met name op het gebied van oversteekbaarheid, luchtkwaliteit en geluidshinder.
4.2
Leefbaarheid, sociale cohesie en gezondheid
De Leefbaarometer (www.leefbarometer.nl) geeft een schatting van de leefbaarheid in een gebied. De leefbaarheidsscores in de wijk variëren van uitstekend in Groenoord tot (ruim) onvoldoende rond een deel van De Hoven.
Hoewel Leiden-Noord op het gebied van leefbaarheid volgens de laatste cijfers wat achterblijft bij de rest van Leiden, is de leefbaarheid in de periode 2008-2018 in grote delen van de wijk (sterk) verbeterd. Leefbaarheidsproblemen worden met name genoemd door bewoners van delen van De Kooi en Het Noorderkwartier. Bewoners van Leiden-Noord beoordelen de sociale cohesie in de wijk met een 5,8 (leefbarometer 2019). Dit is gelijk aan het gemiddelde cijfer van de Leiden als geheel. In de afgelopen jaren (van 2013 tot 2019) zijn bewoners de sociale cohesie steeds hoger gaan beoordelen. Verschillende bewoners van de oudere delen van de wijk omschrijven LeidenNoord ook als een volkswijk met een sterke sociale controle. Die sociale controle wordt ook wel eens als beklemmend ervaren. Hoewel de bewonerssamenstelling van de buurt de afgelopen jaren steeds beter gewaardeerd wordt, ervaren verschillende bewoners en professionals in de wijk op bepaalde plekken een te grote concentratie van kwetsbare bewoners. 27
28
Foto: De haven aan de Scheepswerf in De Kooi. (foto buro JP)
Leiden-Noord valt qua gezondheid en sporten op vanwege het laagste percentage • Bewoners die lid zijn van een sportvereniging; • Bewoners die aan vrijwilligerswerk doen; • Ouderen die voldoen aan de GGD beweegrichtlijn; • Percentage Cijfer voor woning, woonomgeving & groenbeleving.
eetgelegenheden. Het Kooiplein is voor een groot deel van de bewoners de vaste locatie voor de dagelijkse boodschappen. De aantrekkelijkheid van het Kooiplein kan verbeterd worden. Verbeterkansen worden bijvoorbeeld gezien in aanpassingen in de openbare ruimte en het toevoegen van kleinschalige (dag)horeca.
En het hoogste percentage • Bewoners met risico op angst en depressie; • Bewoners die aangeven ‘weinig regie over het leven’ te hebben; • Bewoners die last hebben van eenzaamheid; • Overgewicht onder jongeren, volwassenen & 65+ers. (Bron: Leiden in cijfers, juni 2021.)
Aan het Kooiplein ligt ‘Het Gebouw’. Hier zijn naast drie basisscholen ook een peuterspeelzaal, een huisarts, het sociaal wijkteam, centrum voor jeugd en gezin, sport- en jongerenwerk en een bibliotheek gevestigd. Het Gebouw wordt met name gebruikt door bewoners uit Het Noorderkwartier en De Kooi en vervult een belangrijke maatschappelijke functie. Verspreid over de wijk zijn enkele kleinschalige commerciële voorzieningen te vinden, zoals een bakker op de hoek. Verschillende bewoners betreuren dat het aantal van dit soort winkels de afgelopen jaren is afgenomen, niet alleen vanwege het aanbod, maar ook vanwege de sociale functie die dit soort winkels heeft. Ondanks deze afname kent Leiden-Noord een sterk sociaal netwerk met verschillende type voorzieningen zoals eerstelijnszorg, Buurt Ontmoetingsplekken (BOP), speeltuin verenigingen en verschillende religieuze
De aandacht voor (sociale) leefbaarheid en gezondheid sluit aan bij de eerder ingezette lijn vanuit de Wijkvisie Prinsessenbuurt en De Hoven waarin preventie een belangrijk onderwerp is.
4.3
Voorzieningen en werkgelegenheid
Rond het Kooiplein heeft Leiden-Noord een duidelijk hart van de wijk. Hier zijn twee grote supermarkten te vinden met verschillende prijsklassen, verschillende grotere- en kleine retailers en kleinschalige horeca en
instellingen. De meeste voorzieningen liggen in De Kooi. In Groenoord en Nieuw Leyden zijn minder voorzieningen aanwezig. De bewoners van deze woonbuurten noemen dit overigens zelden als nadeel of punt van zorgen. Belangrijke ontmoetingsplekken zijn het hart van de wijk, bij scholen, bij religieuze- en culturele instellingen, bij sportlocaties, in de Tuin van Noord en het Kooipark, in buurtkamers en rond speeltuinen. Kleinschalige speeltuinen dichtbij de eigen woningen vinden veel bewoners zeer waardevol. In kinderrijke buurtjes hebben deze speeltuinen een belangrijke functie voor contact en sociale cohesie in de buurt. Verschillende bewoners van het Noorderkwartier missen speelen beweegmogelijkheden in de nabije omgeving. Bij het gebruik van ontmoetingsplekken zoals Het Gebouw geven bewoners en professionals aan enige segregatie te ervaren: Wanneer een groep met een bepaalde achtergrond overheerst, is er weinig kans op menging. Op enkele kleinschalige ondernemingen na is wonen en werken in de wijk van elkaar gescheiden. Bedrijvigheid is vooral direct langs de Willem de Zwijgerlaan en in Groenoord te vinden, waarbij aan de Hallenweg zwaardere bedrijvigheid (milieucategorie 3.1) aanwezig is. De ooit aanwezige kleinere winkelstraten zoals de Beatrixstraat zijn verdwenen. Leiden-Noord is daarmee vooral een woonwijk, met winkels en bedrijvigheid op enkele geconcentreerde locaties.
29
Eén van de kenmerkende elementen van de beroepsbevolking van Leiden-Noord is het relatief hoge aantal zzp’ers en aantal KvKinschrijvingen. In Groenoord is ‘advisering, onderzoek en speciale zakelijke dienstverlening’ de grootste sector, terwijl in Het Noorderkwartier en De Kooi de meeste zzp’ers werkzaam zijn in de bouwnijverheid.
4.4
Groen, water en duurzaamheid
Leiden-Noord omvat met de Tuin van Noord één van de grote groengebieden van Leiden. Daarnaast wordt de wijk omgeven door grote groen- en waterstructuren die de Tuin van Noord verbinden met het Singelpark, Wijkpark Merenwijk, de Leidse Hout, de Kagerplassen en het Groene Hart. De verbindingen tussen deze parken lopen door Leiden-Noord heen en zijn gekoppeld aan de waterstructuren en infrastructuur. Zo zijn de Sumatrastraat/IJsselmeerlaan, de Kooilaan, de Marnixstraat en de Gooimeerlaan wijkontsluitingswegen en groene verbindingen, maar de wens is om deze verbindingen sterk te verbeteren. De Willem de Zwijgerlaan behoort tot de Groene Hoofdstructuur-Lanen. De Driemanschapskade is een belangrijke fietsverbinding langs het Zwartewater, dat een belangrijke water- en groenverbinding tussen de Singel en de Tuin van Noord is. Buiten deze groenstructuren is Leiden-Noord een vrij versteende wijk met smalle straten waar naast de tuinen weinig groen te vinden is. Het Kooipark, Bernhardkade/Julianakade, de oevers van het 30
Zwartewater, de groenstructuur van Groenoord en de oevers van de Zijl brengen groen en water in de buurten. De kwaliteit van het aanwezige groen en de watergangen in Leiden-Noord kunnen beter benut worden, evenals kansen voor ontharden en vergroenen bij ontwikkelingen. Zo ligt er tussen de Tuin van Noord en Nieuw Leyden een lange ondergrondse waterverbinding, een inlaat. Hierdoor kan water vanuit het boezemgebied naar het poldergebied worden ingelaten. Het betreft een inlaat die erg kwetsbaar is vanwege de lengte en de vorm.
druk vanwege de aanwezige kabels en leidingen. Leiden-Noord bestaat voor een groot deel uit oudere bebouwing. De nieuwbouw is een stuk duurzamer gebouwd. Dit geldt voor het particuliere eigendom in Groenoord maar ook voor de renovatie en sloop/nieuwbouw in de Oude Kooi. Hier is bij de bouw, materiaal keuze en energiegebruik meer rekening gehouden met de effecten op het milieu. Een groot deel van Leiden-Noord maakt nog gebruik van aardgas, terwijl Nieuw Leyden en Groenoord al gebruik maken van stadswarmte.
Leiden-Noord heeft ten opzichte van de rest van Leiden te maken met ernstige bodemdaling. Met name De Kooi, het Noorderkwartier en Groenoord liggen relatief laag en hebben ook te maken met wateroverlast. Door de grote hoeveelheid verharding en de klimaatverandering is er in grote delen van de wijk sprake van droogte- en hittestress. Dit heeft effect op de leefomgeving zoals de openbare ruimte, de gebouwen en op de levensvatbaarheid van het groen. Om de effecten van klimaatverandering tegen te gaan, zijn delen van de openbare ruimte in de Oude Kooi en het Noorderkwartier vernieuwd en zijn er diverse klimaatadaptieve maatregelen getroffen. Voor een groot deel van de wijk blijven de uitdagingen op het gebied van bodemdaling en klimaatadaptatie (wateroverlast en hittestress) echter bestaan. Daarbij staat de ondergrond in sommige delen van Leiden Noord extra onder
De drie buurten van Leiden-Noord grenzen aan de binnenstad en liggen aan de Willem de Zwijgerlaan. Hiermee is de hele wijk goed bereikbaar en ligt het centrum op loop- en fietsafstand. Door de wijk heen lopen een aantal grote wegen, die zorgen voor een goede ontsluiting naar de omliggende gebieden.
4.5
Mobiliteit
De Willem de Zwijgerlaan is een doorgaande weg met betekenis voor de hele stad. Als onderdeel van de Leidse Ring Noord is de doorstroming van auto’s de hoofdfunctie van deze weg. Langs de weg loopt ook een regionale fietsroute en een hoofdfietsroute, die de stad verbinden met Station Leiden Centraal, Oegstgeest en Leiderdorp. Door de grote drukte op de Willem de Zwijgerlaan is hij minder goed verbonden met de direct naastgelegen omgeving en verdeelt hij Leiden-Noord in een noordelijke- en zuidelijke helft. Hierdoor zijn verschillende voorzieningen
in het zuidelijk deel van de wijk slecht bereikbaar voor bewoners in het noordelijk deel en andersom. De laatste jaren is met de realisatie van twee overkluizingen gewerkt aan de oversteekbaarheid van de weg. Hierdoor zijn de noord- en zuidzijde op die locaties beter verbonden. De Willem de Zwijgerlaan wordt echter nog steeds als een grote barrière ervaren met name voor het langzaam verkeer in de wijk. In noord-zuidrichting is Leiden-Noord via de Gooimeerlaan, Kooilaan, Sumatralaan/ IJsselmeerlaan en de Marnixstraat, verbonden met de binnenstad, De Willem de Zwijgerlaan en de Merenwijk. Ook voor enkele van deze wegen vraagt de oversteekbaarheid en de veiligheid nog aandacht. De Haarlemmerweg is van oudsher een lange lijn langs de Haarlemmer trekvaart, die tussen het hart van Leiden en de Kagerplassen bij Warmond loopt en een belangrijke recreatieve route.
met een radius van 500 á 750m, die een goede ‘dekking’ geven in Noord. Dan is er een frequente en directe verbinding met Station Leiden Centraal en Leiderdorp. Ook voor de fiets is Leiden-Noord goed bereikbaar. Zowel in noord-zuidrichting als in de oost-westrichting liggen fietsroutes die de wijk met het centrum, de Willem de Zwijgerlaan en de Merenwijk verbinden. De hoofdroutes voor de auto bieden ook ruimte voor de fietser en zijn daarmee succesvolle fietsverbindingen. Een aantal bestaande routes vraagt qua veiligheid nog wel aandacht. Het fietsnetwerk van Leiden-Noord naar de Merenwijk kan verbeterd worden en ook de grote
hoeveelheid fietsers die gebruik maakt van de routes in oost-westrichting tussen Leiden en Leiderdorp heeft aandacht nodig. Rond de Zijlbrug is de zuidelijke route langs de Willem de Zwijgerlaan overbelast. Dit wordt opgepakt in de Leidse Ring Noord, Willem de Zwijgerlaan. De Lage Rijndijk is een zeer druk gebruikte fietsroute, maar het huidige profiel van de weg geeft onvoldoende ruimte aan de fietsers. In tegenstelling tot de Maresingel, die recent ingericht met aandacht voor de fietser en voetganger en een extra fietsdoorsteek richting de Langegracht, kan de kwaliteit van de fietsroute op De Herensingel, in aansluiting op de Kooilaan nog verbeterd worden.
Met de aanwezige infrastructuur is Leiden-Noord voor de auto goed bereikbaar. De parkeerdruk in de wijk ligt erg hoog. Dit geldt zowel voor autoals fietsparkeren. Het openbaar vervoernetwerk van Leiden-Noord loopt over de hoofdroutes van de wijk. Via de Willem de Zwijgerlaan en de Herensingel wordt de wijk ontsloten richting Station Leiden Centraal, Leiderdorp en verder. Vanaf 2021 komt er een extra R-net (Hoogwaardig Openbaar Vervoer)halte bij Groenoord aan de Willem de Zwijgerlaan. Samen met de R-net halte aan het Kooiplein heeft Leiden-Noord daarmee twee HOV haltes, 31
32
Illustratie 5: Verbeelding van de toekomstvisie Leiden-Noord 2040, gezien vanuit het Noorden. (Dit is een impressie. Aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.)
5. Het toekomstbeeld van Leiden-Noord Dit hoofdstuk schetst het gewenste toekomstbeeld van het Leiden-Noord van 2040. Uitspraken over ontwikkelingen in de toekomst gelden als stip op de horizon en zijn niet per definitie gebaseerd op lopende of geplande projecten. In 2040 is Leiden-Noord met recht een levendige wijk te noemen waar mensen prettig wonen, werken, winkelen en recreëren. Er is een groot aantal woningen toegevoegd, waardoor een belangrijke bijdrage is geleverd aan de grote vraag naar woningen in Leiden. De extra woningen zorgen voor meer draagvlak voor bestaande - en nieuwe voorzieningen en dragen bij aan een verbetering van de leefbaarheid. Langs de Willem de Zwijgerlaan is een nieuw uniek gebied ontstaan met verschillende stedelijke woon-en werkmilieus. In andere delen van de wijk zijn de karakteristieke kenmerken behouden en versterkt. De ontwikkeling van de stedelijke woon-werk milieus langs de Willem de Zwijgerlaan heeft de wijk een kwalitatieve impuls gegeven. Dit, in combinatie met de aantrekkelijke ligging van de wijk, maakt dat Leiden-Noord in 2040 een gewilde woonlocatie is. Met de ruime aanwezigheid van betaalbare woningen heeft Leiden-Noord een belangrijke stedelijke functie. In gebieden waar sprake is van een grote
concentratie sociale huurwoningen is extra aandacht voor de leefbaarheid. Dit kan zijn door een mix van woningen in verschillende prijscategorieën, de programmering van (maatschappelijke) voorzieningen in of nabij de woningen; aandacht voor een sterk sociaal beheer en een aantrekkelijke openbare ruimte. Zo is Leiden-Noord in 2040 een prettige leefbare wijk. In de verschillende ontwikkelingen langs de Willem de Zwijgerlaan spelen de betaalbare en flexibele bedrijfsruimten in plinten een belangrijke rol. In deze plintruimten zijn voorzieningen en/of bedrijven gevestigd met een aantrekkelijke en open uitstraling. Gedacht kan worden aan eerstelijnszorg, sociaalmaatschappelijke voorzieningen en bedrijven als startups, kleinschalige maakbedrijven en sociale ondernemingen. Hierdoor ontstaat een aantrekkelijke wijk op ooghoogte, wat zorgt voor een levendige en sociaal veilige omgeving. Niet alleen in de nieuw ontwikkelde gebieden, maar ook in bestaand gebied zoals de Driftstraat en de Marnixstraat worden, wanneer die zich voor doen, kansen benut voor functiemenging. Door het toevoegen van dit type bedrijvigheid ontwikkelt zich een levendige wijk waar veelvuldig informele ontmoetingen plaatsvinden, en waar volop kansen zijn voor bewoners en ondernemers uit de wijk.
Het voorzieningenaanbod is in 2040 meegegroeid met het aantal inwoners in de wijk en haar omgeving. Wijkoverstijgende voorzieningen bedienen het groeiend aantal inwoners van de stad. Er zijn sport- , speel-, culturele en andere maatschappelijke voorzieningen. In het stadsdeel Noord (LeidenNoord en de Merenwijk) is in 2040 een nieuwe basisschoollocatie gerealiseerd. Ook het aanbod eerstelijns zorgvoorzieningen is toegenomen en beter over de wijk verspreid, zodat ook bewoners die slecht ter been zijn op loopafstand de meest essentiële voorzieningen kunnen bereiken. Er is gekozen voor clustering van voorzieningen die elkaar versterken. Het Kooiplein e.o. is in 2040 nog altijd het hart van de wijk. Dit is de plek waar bewoners winkelen, hun dagelijkse boodschappen doen en graag verblijven. De openbare ruimte in Leiden-Noord is in 2040 een beweegvriendelijke omgeving en nodigt uit tot sporten, spelen en bewegen. Obstakels op straatniveau zijn zoveel mogelijk weggenomen en de wijk kent een fraai groen-blauw raamwerk. Voor veel inwoners is hiermee de drempel tot een actieve levensstijl verlaagd, wat de gezondheid van de bewoners ten goede is gekomen. De transformatie van het sportpark tot wijksportpark draagt bij aan de gezonde levensstijl van een groot aantal wijkbewoners. 33
34
Foto: Zicht over de Oude Kooi, richting het Zuiden (foto buro JP)
De sportvelden worden net als het verenigingsgebouw efficiënt, intensief en multifunctioneel gebruikt. Op het sportpark is ruimte voor georganiseerde - en ongeorganiseerde sporters. Doordat het wijksportpark gedurende de hele week veelvuldig wordt gebruikt, is er een actief en sociaal veilig gebied ontstaan. Gezonde en duurzame mobiliteitsvormen worden gestimuleerd. Dit betekent dat er meer ruimte wordt gemaakt voor de voetganger en de fietser, terwijl de auto een minder prominente plek inneemt in het straatbeeld. Zowel in noordzuid als in oost-west richting zijn verbeteringen doorgevoerd in de verbindingen voor fietser en voetganger. De barrièrewerking van de Willem de Zwijgerlaan is afgenomen door verbetering van bestaande oversteekplaatsen en de toevoeging van een nieuwe oversteekplaats wordt onderzocht. Daarnaast is in de nieuwe gebiedsontwikkeling van het Kooiplein ruimte gemaakt voor buurtgebonden parkeervoorziening met parkeerplekken en duurzame mobiliteitsconcepten. Deze ontwikkelingen zorgen voor een schonere leefomgeving en voor voldoende gezonde verplaatsingsmogelijkheden voor bewoners.