CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210078 Bijlage 3 Het Omgevingseffectrapport

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen36.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Ook van daaruit moet voor ogen gehouden worden dat er is beoordeeld op kansen op positieve effecten en risico’s op negatieve effecten. Met deze beoordeling is een totaalbeeld ontstaan van alle kansen en risico´s op positieve en negatieve effecten van het voorkeursalternatief ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Voor het gros van de beschouwde beleidsuitspraken geldt dat uitvoering dan wel doorwerking in de periode 2020-2030 verwacht wordt. Voor een aantal andere uitspraken geldt dat dat na 2030 verwacht wordt. Voor die uitspraken is aanvullend een beoordeling voor 2040 gedaan. 25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

45

Ten opzichte van de beoordeling van de alternatieven is voor de beoordeling van het voorkeursalternatief de beoordelingskarakteristiek uitgebreid met twee mogelijkheden. Dat is gedaan om aan te sluiten op het voorkeursalternatief, dat een verdere uitwerking is met meer concretisering ten opzichte van de alternatievenbeoordeling. Met deze toevoeging is onderscheid gemaakt tussen effecten die gemeentebreed optreden en effecten die in geringe mate optreden. Hierbij geldt dat er sprake is van een geringe mate als er sprake is van een afhankelijkheid van derden of een kleine geografische omvang (effecten in een deel van de gemeente) of een kleine effectomvang en/of het een deel van het beoordelingsaspect betreft. Tabel 11: Beoordelingskarakteristieken alternatievenbeoordeling. Beoordeling +

Kans op positief effect

0/+

Kansen op positief effect, - in geringe mate

0/-

Kansen op negatief effect, - in geringe mate

-

Risico op negatief effect

+/-

Zowel kans op positief als risico op negatief effect

0

Geen effecten te verwachten

n.v.t.

6.4

Toelichting

In geringe mate vanwege afhankelijkheid van derden, kleine geografische omvang, kleine effectomvang en/of betreft deel van beoordelingsaspect.

Geen relatie tussen uitspraak en beoordelingsaspect

Effecten van voorgenomen nieuw beleid

Hieronder beschrijven we op hoofdlijnen de resultaten van de effectbeoordeling. Het gaat om kansen op positieve effecten en risico’s negatieve effecten ten opzichte van de autonome ontwikkeling in 2030, en een doorkijk naar 2040. Belangrijk om te weten is dat de mate waarin positieve dan wel negatieve effecten zich in de praktijk voor zal doen afhankelijk is van de manier waarop het beleid na vaststelling van de omgevingsvisie verder wordt uitgewerkt in bijvoorbeeld omgevingsplan of programma’s. De in dit OER beschreven kansen en risico’s zijn gebaseerd op kwalitatieve expert-inschattingen, voor zover die nu op basis van de beleidsomschrijving in de omgevingsvisie gegeven kunnen worden. In bijlage A7 is de volledige effectbeoordeling per uitspraak en beoordelingsaspect opgenomen, in bijlage A8 de onderbouwing per beoordeling. Daarin zijn de beoordeling per uitspraak te zien en de bijbehorende onderbouwing. Op de volgende pagina zijn de effecten van het nieuwe beleid in het Rad van de leefomgeving geprojecteerd, in vergelijking met de huidige situatie en autonome ontwikkeling 2030. In de figuur is per beoordelingsaspect het effect van de beleidsuitspraken op de autonome ontwikkeling 2030 met pijlen weergeven. Dit effect kan zowel positief (groene pijlen) of negatief (rode pijlen) zijn ten opzichte van de autonome ontwikkeling. Er is onderscheid gemaakt in twee soorten pijlen.

De kleine dunne pijl geeft kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten weer, waarbij het aantal geconstateerde kansen of risico’s kleiner is dan of gelijk is aan 2,5. De grote dikke pijl geeft kansen op positieve effecten of risico’s op negatieve effecten weer, waarbij het gecumuleerde aantal kansen of risico’s groter is dan 2,510.

Een + of een – is als een volledig kans of risico geteld (1), een 0/+ of een 0/- als een halve kans of risico (0,5). Een +/- is zowel als een halve kans (0,5) als een half risico (0,5) geteld. 10

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

46

Figuur 6: Rad van de leefomgeving, inclusief effecten gekozen nieuwe beleid Omgevingsvisie (2030).

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

47

Resultaten van de effectbeoordeling Het nieuwe beleid laat bij de meeste thema’s meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten, dat gaat om gezondheid, bereikbaarheid, economische vitaliteit, ruimtelijke kwaliteit, klimaat, natuur en biodiversiteit, wonen en verstedelijking. Bij vier thema’s is dat niet het geval: milieukwaliteit, bodem en water, energie en grondstoffen en circulariteit; daar zijn er meer risico’s op negatieve effecten. De meeste impact is er op de thema’s klimaat, natuur en biodiversiteit, gezondheid en bereikbaarheid. Bij veiligheid en sociale samenhang zijn de kansen en risico’s min of meer in evenwicht. Bij recreatie en toerisme zijn geen kansen en risico´s geconstateerd. In onderstaande tabellen zijn de resultaten van de effectbeoordeling in samengevatte vorm weergegeven. Eerst voor de aspecten waar de meeste kansen en risico’s zijn geconstateerd en daarmee meeste impact. Daarna voor de aspecten met minder geconstateerde kansen en risico’s, en daardoor minder impact. In de tabellen is telkens aangeveven in welke mate het om kansen of risico’s gaat, vanwege welke beleidsuitspraken en op welke plekken. Tabel 12: Effecten van nieuw beleid 2030, meeste impact. Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Vooral kansen, beperkt of nagenoeg geen risico’s Gezondheid

Uitspraken met kans op meer ruimte voor actieve, gezonde verplaatsingen (fiets, lopen) en groenbeleving: • Autoluw stationsgebied en LBSP (1) • Groen blauwe stadsring (2) • Uitbouw groen- en waterstructuren (3)

(1) (2) (3)

Stationsgebied, LBSP Tuinen van Noord, Slaagsloot, Park Cronesteyn, Korte Vliet, Rijn-Schiekanaal, Rhijnhof, Leidse Hout. Haarlemmertrekvaart, Vliet, grachten binnenstad

Ontwikkeling LBSP tot innovation District: korte afstanden LBSP tot voorzieningen (nodigen uit tot actieve, gezonde verplaatsingen fiets of lopen), toename van groenoppervlak. Vooral kansen, ook risico’s Klimaat

Kansen Uitspraken met meer groenstructuren die leiden tot vermindering hittestress en vermindering verhard oppervlakte (wateroverlast): • Groen blauwe stadsring (1) • Uitbouw groen- en waterstructuren (2)

(1)

Realiseren extra oppervlaktewater: meer water(oppervlakte) om piekbuien op te vangen (wateroverlast) en verkoelend effect (hitte).

Zuidwest

(2)

Tuinen van Noord, Slaagsloot, Park Cronesteyn, Korte Vliet, Rijn-Schiekanaal, Rhijnhof, Leidse Hout. Haarlemmertrekvaart, Vliet, grachten binnenstad

Risico’s

11

Uitspraken met toename verhard oppervalkte (wateroverlast11/hitte) en toename transport/verkeersbewegingen en gebouwen (broeikgassen): • Woonmilieus mengen met werkfuncties (1) • Nieuwe kantoren, inbreiding (2)

(1)

Uitspraken met verkeersaantrekkende werking door nieuwe functies en/of woningen: • Ontwikkeling LBSP tot innovation district (1) • Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (2)

(1) (2)

(2)

Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Grootschalig in ruime stationsgebied, kleinschalig in potentiegebieden

LBSP Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

Aandachtsgebieden voor wateroverlast: binnenstad en Leiden-Noord en de wijken de Tuinstad wijk, Cronestein, Dobbewijk-zuid en Schenkwijk

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

48

Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Vooral kansen, ook risico’s Natuur en biodiversiteit

Kansen Ecologische routes: uitbreiding ecologische verbindingen Voornamelijk in en rondom de randen van de gemeente. en hotspots, toename groenoppervlak (gemeentelijke Daarnaast ook langs de Trekvliet. natuur) Uitspraken met een toename in groenoppervlak (1) (particulier en openbaar/gemeentelijk) en daardoor een toename in leefgebieden voor (beschermde) soorten: (2) • Groen blauwe stadsring (1) • Transformatie bedrijventerreinen woon-werk (2) (3) (4) • Groene daken (3) (5) • Opheffen parkeerplekken (4) (6) • Natuurvriendelijke oevers (5) •

Tuinen van Noord, Slaagsloot, Park Cronesteyn, Korte Vliet, Rijn-Schiekanaal, Rhijnhof, Leidse Hout. Rooseveltstraat Trekvliet, Rooseveltstraat West, Werninkterrein, Veilingterrein Bedrijventerreinen LBSP, stationsgebied Buiten de Singels, geen specifieke locaties benoemd Haarlemmertrekvaart, Vliet, grachten binnenstad

Uitbouw groen- en waterstructuren (6)

Risico’s Uitspraken met een toename in uitstoot stikstof door in (1) verkeer en een vermindering van het oppervlakte groen en daarmee verlies van leefgebieden van (beschermde) (2) soorten: • Woonmilieus mengen met werkfuncties (1) • Nieuwe kantoren, inbreiding (2) Bereikbaarheid

Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Grootschalig ruime stationsgebied

Kansen Uitbreiden fietsroutes: alternatief voor auto (kans op minder congestie), verbetering en uitbreiding fietsroutes, toename gebruik fiets (modal split)

Buitengebied, richting Katwijk en Den Haag.

Doorontwikkeling Leiden Centraal: alternatief voor auto (kans op minder congestie), kwalitatieve verbetering fietsroutes, toename deelconcepten bij knooppunten.

Stationsgebied

Ontwikkeling LBSP tot innovation district: meer ruimte fiets/voetganger en meer gebruik fiets (modal split fiets)

LBSP

Realiseren stadshub: toename deelconcepten en gebruik Voor bezoekers nabij stations, voor distributie overslag- en elektrisch vervoer overstappunten, voor bewoners nabij wijkcentra. Risico’s Uitspraken met risico op toename in congestie door de (1) verkeersaantrekkende werking: • Transformatie bedrijventerreinen woon-werk (1) (2) • Woonmilieus mengen met werkfuncties (2) (3) • Nieuwe kantoren, inbreiding (3) •

Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (4)

Autoluw LBSP, stationsgebied: toename afstand door hoofdwegen door omrijden

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

(4)

Rooseveltstraat Trekvliet, Rooseveltstraat West, Werninkterrein, Veilingterrein Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Grootschalig in ruime stationsgebied, kleinschalig in potentiegebieden Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

LBSP, stationsgebied

BG9638TPRP2106241655

49

Impact

Gerelateerde meest impactvolle beleidsuitspraken

Effectlocaties en -gebieden

Meer risico’s dan kansen Risico’s

Milieukwaliteit

Transformatie bedrijventerreinen woon-werk: blootstelling Rooseveltstraat Trekvliet, Rooseveltstraat West, geluid/luchtkwaliteit bedrijven en verkeersaantrekkende Werninkterrein, Veilingterrein werking nieuwe woningen en bijbehorende hinder Uitspraken met verkeersaantrekkende werking door (1) nieuwe kantoren/functies/voorzieningen met bijbehorende hinder (lucht/geluid): (2) • Nieuwe kantoren, inbreiding (1) • Ontwikkeling LBSP tot innovation district (2) Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030: verkeersaantrekkende werking, risico op toename geluidhinder, verslechterde luchtkwaliteit

Grootschalig in ruime stationsgebied, kleinschalig in potentiegebieden LBSP

Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

Kansen Uitspraken gericht op schonere, stillere vormen van (1) verplaatsen: (2) (3) • Uitbreiden fietsroutes (1): alternatief voor (4) autoverkeer, kans op verbetering luchtkwaliteit en afname geluidhinder • Plaatsen laadpalen (2): kans op meer elektrisch rijden, daardoor schonere lucht, minder geluidhinder (geen motorgeluid meer) • Realiseren stadshub (3): kans op meer gebruik van schoner, stiller vervoer via hub • Doorontwikkeling Leiden Centraal (4): kans op meer OV-gebruik en minder auto, daardoor minder uitstoot.

Buitengebied, richting Katwijk en Den Haag In hele stad In hele stad In hele stad

Tabel 13: Effecten van nieuw beleid 2030, minder impact. Impact

Gerelateerde beleidsuitspraken

Effectlocaties en aandachtsplekken

Vooral kansen, beperkt of nagenoeg geen risico’s Economische vitaliteit

Uitspraken met een toename nieuwe werklocaties/ bedrijvigheid en werkgelegenheid: • Nieuwe kantoren, inbreiding (1) • Ontwikkeling LBSP tot innovaiton district (2) • Woonmilieus mengen met werkfuncties (3) • Doorontwikkeling Leiden Centraal (4)

(1)

(4)

Grootschalig in ruime stationsgebied, kleinschalig in potentiegebieden LBSP Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Stationsgebied

Ruimtelijke kwaliteit

Uitspraken met een verbetering van de kwaliteit openbare ruimte en versterking van cultuurhistorische waarden van oevers of routes: • Natuurvriendelijke oevers (1) • Uitbouw groen- en waterstructuren (2)

(1) (2)

Buiten de Singels Haarlemmertrekvaart, Vliet, grachten binnenstad

Wonen en verstedelijking

Uitspraken met een toename in het aantal woningen (1) (passend woningaanbod) en duurzame woningen door eisen aan nieuwbouw: (2) • Transformatie bedrijventerreinen woon-werk (1) • Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (2)

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

(2) (3)

Rooseveltstraat Trekvliet, Rooseveltstraat West, Werninkterrein, Veilingterrein Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

BG9638TPRP2106241655

50

Impact

Gerelateerde beleidsuitspraken

Effectlocaties en aandachtsplekken

Kansen en risico’s min of meer in evenwicht Veiligheid

Kansen Ontwikkeling LBSP tot innovation district: kans op verbetering sociale veiligheid door woon-werkmilieus en verbetering verkeersveiligheid door focus op fiets/ voetganger.

LBSP

Uitbreiden fietsroutes: kans verbetering verkeersveiligheid Buitengebied, richting Katwijk en Den Haag, 3 nieuwe op fietspaden door o.a. doorfietsroutes en verbinding bruggen omringend gebied. Doorontwikkeling Leiden Centraal: kans op meer gebruik OV i.p.v. auto, verbetering verkeersveiligheid.

Stationsgebied

Risico’s

Sociale samenhang

Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030: verkeersaantrekkende werking, risico op toename verkeersonveiligheid door meer weggebruikers.

Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

Uitspraken met risico voor verkeersveiligheid door zwaarder verkeer (bedrijvigheid/werkfuncties) in woongebied: • Transformatie bedrijventerreinen woon-werk (1) • Woonmilieus mengen met werkfuncties (2)

(1) (2)

Rooseveltstraat Trekvliet, Rooseveltstraat West, Werninkterrein, Veilingterrein Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest)

Kansen Uitspraken die nieuwe ontmoetingsplekken creeren: • Aanpak wijkparken (1) • Elke wijk een groene verblijfsplek (2) • Ontwikkeling LBSP tot innovation district (3)

(1) (2) (3)

Wijken Wijken LBSP

Risico’s Uitspraken waarbij woningen i.c.m. bedrijvigheid kan leiden (1) tot een afname in sociale cohesie en gezelligheid in een buurt: (2) • Transformatie bedrijventerreinen woon-werk (1) (3) • Woonmilieus mengen met werkfuncties (2) • Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (3)

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

Rooseveltstraat Trekvliet, Rooseveltstraat West, Werninkterrein, Veilingterrein Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

BG9638TPRP2106241655

51

Impact

Gerelateerde beleidsuitspraken

Effectlocaties en aandachtsplekken

Meer risico’s dan kansen Energie

Risico’s Uitspraken met als gevolg een toename in energieverbruik door nieuwe kantoren, bedrijven, functies, woningen en laadpalen: • Nieuwe kantoren, inbreiding (1) • Woonmilieus mengen met werkfuncties (2) • Plaatsen laadpalen (3) • Ontwikkeling LBSP tot innovation district (4) • Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (5)

(1)

Uitbreiden elektriciteitsinfra: meer capaciteit, meer energieverbruik

Verspreid over de stad.

(2) (3) (4) (5)

Grootschalig in ruime stationsgebied, kleinschalig in potentiegebieden Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Geen specifieke locatie LBSP Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

Kansen Cascadering energieinfrastructuur: bij inzet duurzame waterstof toename duurzame energieopwekking.

Verspreid over de stad.

Uitbreiden warmtenet: benutten restwarmte voorkomt gebruik fossiele energiebronnen.

Verspreid over de stad.

Zonnepanelen op daken: toename duurzame energieopwekking

Verspreid over bebouwd gebied.

Vooral risico’s, beperkt of nagenoeg geen kansen Grondstoffen en circulariteit

Uitspraken die voorzien in nieuwe ontwikkelingen, met daardoor risico op meer (rest)afval: • Nieuwe kantoren inbreiding (1) • Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (2) • Ontwikkeling LBSP tot innovation district (3) • Woonmilieus mengen met werkfuncties (4)

(1) (2)

(3) (4) Bodem en water

Uitspraken met een risico op zetting van grondlagen door nieuwe bebouwing: • Woonmilieus mengen met werkfuncties (1) • Nieuwe kantoren, inbreiding (2) • Ontwikkeling LBSP tot innovation district (3) • Realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (4)

(1) (2) (3) (4)

Ruime stationsgebied, kleinschalig in potentiegebieden Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus. LBSP Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Vaak nabij wijkcentra (Wijken Stevenshof, Merenwijk, Roomburg, Mors, Zuidwest) Stationsgebied LBSP Grote stationsgebied, grote Lammenschansdriehoek, voormalige industriezone, Willem de Zwijgerlaan, entree Plesmanlaan, Werninkterrein en Humanitiescampus.

Effecten per thema • De meeste kansen op positieve effecten doen zich voor bij de thema’s gezondheid, klimaat, natuur en biodiversiteit en bereikbaarheid. Beleidsuitspraken die daar vooral aan bijdragen zijn: o Gezondheid: uitspraken gericht op het stimuleren van beweging, zoals uitbreiding en verbetering van het fietsnetwerk door o.a. fietssnelwegen aan te leggen naar omliggende gebieden en het realiseren van ontbrekende schakels in het stedelijke en regionale fietsnetwerk vormen kansen voor gezonde leefstijl en leefomgeving. Het uitbreiden van de groenstructuren en het groenoppervlak resulteert in kansen voor groen- en waterbeleving en draagt daarnaast bij aan een beweegvriendelijke openbare ruimte. Beleidsuitspraken die hieronder vallen zijn onder andere de aanleg van een groen-blauwe stadsring en ecologische routes, aanleg van

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

52

•

•

groene verblijfsplaatsen in wijken, uitbreiding van groen- en waterstructuren en het vergroenen van de openbare ruimte door parkeerplaatsen op te heffen. o Klimaat: beleidsuitspraken gericht op toevoeging van groen- en blauwe structuren in wijken, bijvoorbeeld door de aanleg van groene daken, vergroening van de openbare ruimte door aanleg en het versterken van een groen-blauwe stadsring en vergroening bij transformatie van bedrijventerreinen, ontstenen van tuinen, opheffen en vergroenen parkeerplakken, realiseren extra oppervlaktewater dragen bij aan een klimaatadaptievere leefomgeving. Deze beleidsuitspraken leiden ook binnen het thema natuur en biodiversiteit tot veel kansen op positieve effecten. o Natuur en biodiversiteit: kansen vanwege uibreiding ecologische routes, realisatie groen blauwe stadsring, groene daken, opheffen en vergroenen parkeerplekken, realisatie natuurvriendelijke oevers en uitbouw groen- en waterstructuren. o Bereikbaarheid: kansen doen zich vooral voor op het vlak van duurzame en slimme mobiliteit en wandel- en fietsnetwerk.

Dat hangt samen met beleidsuitspraken gericht op het uitbreiden van regionale fietsroutes als ook aanleg van schakel in het stedelijke en regionale fietsnetwerk, de ontwikkeling van het LBSP met ruimte voor de fiets en voetganger, het realiseren van stadshubs voor langzaam verkeer, openbaar vervoer en deelsystemen en de doorontwikkeling van Leiden Centraal Station vormen kansen op positieve effecten ten aanzien van wandel- en fietsnetwerk en duurzame mobiliteit. Voor autobereikbaarheid zijn er kansen op positieve effecten, vanwege mogelijke afname van binnenstedelijke congestieniveau als gevolg van de ontwikkeling van alternatieven voor de auto zoals hierboven benoemd. Risico’s op negatieve efecten zijn er vanwege nieuwe ontwikkelingen die verkeersaantrekkende werking met zich meebrengen (kantoren, werken, woningen), met daardoor risico op verslechtering van doorstroming. Aspecten met ook meer kansen op positieve effecten dan risico’s op negatieve effecten zijn: o Ruimtelijke kwaliteit: geeft kansen op verbetering openbare ruimte vanwege uitspraken gericht op toevoeging van groen- en waterstructuren, opheffen en vergroenen parkeerplakken, creëren obstakelvrije ruimtes rond wijkcentra, aanleggen natuurvriendelijke oevers en autoluw LBSP en stationsgebied.

o Economische vitaliteit: kansen op positieve effecten zijn met name gerelateerd aan de kwaliteit en kwantiteit van werklocaties en de werkgelegenheid vanwege de uitspraken gericht op de ontwikkeling van het LBSP en het stationsgebied. Beleidsuitspraken gaan onder meer in op de realiseren van meer kantoren, de ontwikkeling van het LBSP als Innovation District en de doorontwikkeling van Leiden Centraal Station. o Wonen en verstedelijking: kansen op positieve effecten vooral gerelateerd aan toename van het aantal woningen door de uitspraken ‘transformatie bedrijventerreinen woon-werk’ en ‘realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030’. Verbeteringen op het vlak van het voorzieningenniveau doen zich voor vanwege ‘ontwikkeling LBSP tot innovation district’ en ‘doorontwikkeling Leiden Centraal Station’. De thema’s klimaat en natuur en biodiversiteit laten naast de kansen op positieve effecten ook relatief veel risico’s op negatieve effecten zien. Dat komt vooral door de beleidsuitspraken gericht op stedelijke inbreiding, bijvoorbeeld meer kantoren, bedrijven en woningen. Dat leidt tot risico op toename van verhard oppervlak met daardoor risico’s voor wateroverlast, hittestress, en tot meer transport- en verkeersbewegingen en daardoor meer uitstoot van broeikasgassen.

Wat betreft het thema natuur en biodiversiteit geldt dat toename van transportbewegingen door meer bedrijvigheid (nieuwe kantoren ontwikkeling LBSP, ontwikkeling Leiden CS) en woningen (realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 en transformatie bedrijventerreinen woon-werk) risico geeft op toename in de uitstoot van onder andere stikstof, met daardoor risico’s op natuuraantasting in Natura 2000-gebieden. Ook geeft inbreiding van bedrijvigheid risico’s op afname van groenoppervlak en daardoor ook met betrekking tot beschermde soorten.

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

53

•

•

•

•

•

• •

Naast bovenstaande thema’s laten milieukwaliteit en energie de meeste risico’s zien, ook weer vanwege uitspraken gericht op stedelijke inbreiding. Meer kantoren, bedrijven en woningen geeft bijvoorbeeld risico op toename van transport- en verkeersbewegingen, wat doorwerkt naar risico’s op verslechtering van de luchtkwaliteit en meer geluidhinder. Wat betreft energie zijn de risico’s gerelateerd aan toename van kantoren, bedrijven en woningen, wat risico op meer energiegebruik geeft. Zowel bij milieukwaliteit als energie zijn er ook kansen op positieve effecten geconstateerd, maar in beide gevallen minder dan de risico’s. Bij energie hangen de kansen samen met duurzame energieopwekking en de risico’s met meer energiegebruik vanwege stedelijke inbreiding. Voor bodem en water en grondstoffen/circulariteit geldt dat er risico’s op negatieve effecten zijn geconstateerd, maar geen kansen op positieve effecten. Bij bodem en water gaat het om risico’s op bodemdaling vanwege vooral stedelijke inbreiding. Bij grondstoffen/circulariteit gaat het om risico’s op meer restafval vanwege uitbreiding van bedrijvigheid, kantoren en woningen. Bij veiligheid zijn het aantal kansen en risico’s in evenwicht.

Kansen hangen samen met uitbreiden fietsroutes (verkeersveiligheid) en risico’s hangen vooral samen met functiemenging wonen en werken (verkeersveiligheid), ontwikkeling LBSP tot innovation district (sociale veiligheid, verkeersveiligheid), doorontwikkeling Leiden Centraal Station (verkeersveiligheid) en realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030 (sociale veiligheid en verkeersveiligheid). Bij wonen en verstedelijking doen zich meerdere kansen op positieve effecten voor. Die hangen vooral samen met de toename van het aantal woningen door de uitspraken ‘transformatie bedrijventerreinen woon-werk’ en ‘realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030’. Verbeteringen op het vlak van het voorzieningenniveau doen zich voor vanwege ‘ontwikkeling LBSP tot innovation district’ en ‘doorontwikkeling Leiden Centraal Station’. Bij sociale samenhang zijn het aantal kansen en risico’s in evenwicht. Dat heeft dan betrekking op sociale cohesie in buurten. Bij recreatie en toerisme zijn geen kansen en risico’s geconstateerd.

Effecten gerelateerd aan beleidsuitspraken: • Grootste impact: de beleidsuitspraken ‘ontwikkeling LBSP tot Innovation District’, ‘nieuwe kantoren door inbreiding’, ‘transformatie bedrijventerreinen woon-werk’ ‘woonmilieus mengen met werkfuncties’, ‘realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030’, ‘doorontwikkeling Leiden Centraal Station’ hebben de grootste impact op de leefomgeving; daar zijn de meeste kansen op positieve en risico’s op negatieve effecten geconstateerd. In volgorde van aantal geconstateerde kansen en risico’s: o ‘Ontwikkeling van LBSP tot Innovation District’ laat de meeste kansen zien (vooral gezondheid, veiligheid, economische vitaliteit, bereikbaarheid), maar relatief ook veel risico’s (vooral milieukwaliteit, klimaat, natuur en biodiversiteit). o ‘Nieuwe kantoren door inbreiding’, ‘woonmilieus mengen met werkfuncties’ en ‘realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030’ laten de meeste risico’s zien (vooral milieukwaliteit, klimaat, natuur en biodiversiteit, energie, grondstoffen en circulariteit en veiligheid). Daar zijn ook kansen op positieve effecten geconstateerd (vooral wonen en verstedelijking en economische vitaliteit), zij het in mindere mate dan het aantal risico’s. o ‘Doorontwikkeling van Leiden Centraal Station’ laat vooral kansen op positieve effecten zien (vooral bereikbaarheid, economische vitaliteit).

o ‘Transformatie bedrijventerrein woon-werk’ en laat zowel kansen risico’s zien. o Bij alle andere beleidsuitspraken zijn vooral kansen op positieve effecten te zien, bijvoorbeeld ‘uitbreiden fietsroutes’, ‘uitbouw groen- en waterstructuren’, ‘groen-blauwe stadsring’, en ‘opheffen parkeerplekken’. Bij ‘uitbreiden elektriciteitsinfra’ en ‘realiseren stadshubs’ zijn naast kansen ook meerdere risico’s geconstateerd.

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

54

Effecten in relatie tot kwaliteitsniveaus autonome ontwikkeling 2030 Autonoom kwaliteitsniveau rood Voor de beoordelingsaspecten wateroverlast en hitte geldt dat deze in de autonome ontwikkeling 2030 beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau rood. Het kwaliteitsniveau is daarbij niet veranderd ten opzichte van de huidige situatie. Voor deze aspecten blijkt uit de effectbeoordeling van het nieuwe beleid het volgende: • Wateroverlast: het voorkeursalternatief laat meer kansen op positieve effecten zien dan risico’s op negatieve effecten. Dat biedt kansen om de autonome gelijkblijvende trend om te buigen tot een positieve trend, en is uiteindelijk afhankelijk van de mate van doorwerking van voorgenomen nieuw hoofdlijnenbeleid in vervolgplannen en projecten. • Hitte: ook hierbij zijn er meer kansen op positieve effecten geconstateerd dan risico’s op negatieve effecten. Dit biedt kansen om de gelijkblijvende autonome trend om te buigen richting een verbeterende trend. Daarnaast zijn er beoordelingsaspecten die beoordeeld zijn met kwaliteitsniveau rood maar autonoom een verbeterende trend laten zien ten opzichte van de huidige situatie, dit betreft de beoordelingsaspecten gezonde leefstijl en leefomgeving, passend en toegankelijk woningaanbod, broeikasgassen, beschermde natuurgebieden, gemeentelijke natuur en duurzame energieopwekking.

Voor deze aspecten blijkt uit de effectbeoordeling: • Gezonde leefstijl en leefomgeving: het nieuwe beleid laat vooral kansen op positieve effecten zien, waardoor versterking van de autonome positieve trend aannemelijk is. • Passend en toegankelijk woningaanbod: er zijn meer kansen dan risico’s geconstateerd door inzet op woningbouw door inbreiding. Het is hierdoor aannemelijk dat de verbeterende trend zich verder door zal zetten tot 2030. • Broeikasgassen: hier zijn kansen op positieve effecten, maar ook meerdere risico’s op negatieve effecten geconstateerd. Deze zijn min of meer in evenwicht. Versterking van de positieve autonome trend is daardoor niet aannemelijk. • Beschermde natuurgebieden: het aantal risico’s is groter dan het aantal kansen, versterking van de positieve autonome is daarmee niet aannemelijk. • Gemeentelijke natuur: het nieuwe beleid laat vooral kansen op positieve effecten zijn, waardoor versterking van de autonome positieve trend aannemelijk is. Voor duurzame energieopwekking geldt hetzelfde. Autonoom kwaliteitsniveau oranje Bij beoordelingsaspecten met een autonoom kwaliteitsniveau oranje en een autonoom verslechterende trend zijn in de meeste gevallen beperkt of geen kansen en risico’s geconstateerd. Substantiële beïnvloeding van de autonome verslechterende trend is daarmee niet aannemelijk.

Het gaat dan om de aspecten externe veiligheid, sociale veiligheid, maatschappelijke participatie, droogte, landschappelijke kwaliteit, cultuurhistorie en erfgoed, en archeologie. Uitzondering hierop vormt bodemdaling. Daar zijn meerdere risico’s geconstateerd die vooral samenhangen met inbreiding. Daarmee is dat een risico op versterking van de verslechterende trend. Groen en waterbeleving en kwaliteit en kwantiteit werklocaties zijn aspecten met autonoom gelijkblijvende trend binnen kwaliteitsniveau oranje. Het nieuwe beleid laat daar vooral kansen op positieve effecten zien. Daarmee kan de autonome trend positief beïnvloed worden. Bij verkeersveiligheid zijn zowel kansen als risico´s geconstateerd, substantiële beïnvloeding van de gelijkblijvende autonome trend binnen oranje is daarmee niet aannemelijk. Bij geluidhinder, luchtkwaliteit en autobereikbaarheid zijn meer risico’s dan kansen geconstateerd (vanwege beleidsuitspraken gericht op inbreiding), waardoor daar risico is op negatieve beïnvloeding van de gelijkblijvende autonome trend binnen oranje. Bij beschermde soorten zijn veel kansen op positieve effecten geconstateerd, daarmee is kans op versterking van de autonome verbeterende trend. Voor energiebesparing geldt dat daar de meeste risico’s

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

55

zijn geconstateerd, waarmee er risico is dat de positieve autonome trend gekeerd wordt. Voor duurzame woningen, sociale cohesie in buurten, inclusiviteit en grond- en oppervlaktewater geldt dat het aannemelijk is dat de autonome positieve trend zich doorzet en dat het nieuwe beleid daar beperkt of geen verandering in zal brengen. Autonoom kwaliteitsniveau groen Voor het voorzieningenniveau en openbaar vervoer geldt dat er kansen zijn dat het nieuwe beleid de autonome trend positief beïnvloedt, vanwege beleidsuitspraken met kansen op meer voorzieningen of kortere afstanden naar voorzieningen en openbaar vervoer (bijvoorbeeld vanwege inbreiding). Bij recreatie en toerisme is het niet aannemelijk dat het autonome kwaliteitsniveau groen door het nieuwe beleid beïnvloed wordt. Het nieuwe beleid biedt kansen om de verbeterende autonome trend van de openbare ruimte en duurzame en slimme mobiliteit in kwaliteitsniveau groen te versterken. Ook voor werkgelegenheid zijn daar kansen voor. Wat betreft bodemkwaliteit en economische zelfredzaamheid is het niet te verwachten dat het nieuwe beleid de autonoom verbeterende trend beïnvloed.

6.5

Doorkijk naar 2040

Het beeld kansen en risico´s van nieuw beleid dat niet voor 2030 verwacht wordt is als volgt. Het realiseren van nieuwe woningen door inbreiding biedt kansen voor passend en toegankelijk woonaanbod. Wanneer de in de Omgevingsvisie opgenomen te realiseren woningen mogelijk gemaakt worden (tot aan 2030 en na 2030), dan zijn er (uitgaand van de nu actuele behoeftreaming) dan kunnen de kansen om het aanbod in lijn met de vraag te brengen verzilverd worden. Daarnaast laat woninginbreiding ook risico’s op negatieve effecten zien. Meer woningen en inwonergroei verhoogt de druk op de leefomgeving, wat te zien is bij meerdere beoordelingsaspecten (bijvoorbeeld geluidhinder, luchtkwaliteit, grondstoffen en circulariteit, energiebesparing, beschermde natuurgebieden, verkeersveiligheid). Mogelijke effecten van het opstellen van een concessieplan voor warmte- en koudeopslag (WKO) systemen zijn sterk afhankelijk van de uitkomsten van dat plan en hoe dat er in de praktijk kan doorwerken. Niettemin bieden WKO’s potentieel kansen op het vlak van energiebesparing en duurzame energieopwekking en risico’s op het vlak van bodemkwaliteit en beschermde natuurgebieden.

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

56

7

Wat zijn de effecten in Natura 2000-gebieden?

7.1

Passende beoordeling Natura 2000

Omdat het op voorhand niet is uitgesloten dat het nieuwe beleid in de Omgevingsvisie een (significant) negatief effect veroorzaakt op de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden is een passende beoordeling opgesteld op grond van de Wet natuurbescherming. Het gaat om de Natura 2000gebieden Meijendel & Berkheide, De Wilck, Coepelduynen en Kennemerland-Zuid. In de passende beoordeling is het nieuwe beleid uit de omgevingsvisie beoordeeld aan de hand van beleidsuitspraken die in het OER zijn geselecteerd. Het gaat om uitspraken die voldoende concreet zijn en die een relatie hebben met de leefomgeving. Deze passende beoordeling beoordeelt per uitspraak of en zo ja hoe groot het risico is op significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden in de omgeving van Leiden. Daarbij is getoetst aan de belangrijkste instandhoudingsdoelstellingen van die gebieden. Bij de beoordeling is aangesloten bij het karakter van het strategische beleid in de omgevingsvisie, wat wil zeggen dat de beoordeling op hoofdlijnen is gedaan. Het doel van de passende beoordeling is het in beeld brengen: a. van de risico’s op het optreden van (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van het nieuwe beleid van de Omgevingsvisie gemeente Leiden en b. met welke maatregelen geconstateerde risico’s voorkomen of beperkt kunnen worden.

Geconstateerde risico’s zijn aandachtspunten waar bij de verdere uitwerking van het beleid rekening mee gehouden moet worden. Op deze manier kan voorkomen worden dat (significant) negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden daadwerkelijk optreden. In de passende beoordeling is naar verschillende storingsfactoren gekeken, zoals effecten van stikstofdepositie, ruimtebeslag, effecten als gevolg van hydrologische veranderingen (bijvoorbeeld verdroging of vernatting) of verstoring door geluid of optische verstoring. Het gaat hierbij om effecten in de gebruiksfase. Effecten als gevolg van de aanlegfase worden in deze passende beoordeling niet meegenomen omdat op basis van het strategische karakter onvoldoende duidelijk is op welke wijze de beleidsuitspraken worden uitgewerkt. De passende beoordeling is opgenomen in bijlage A13, onderstaand zijn de hoofdlijnen van de resultaten en conclusies opgenomen.

7.2

Resultaten passende beoordeling

Enkele beleidsuitspraken van de Omgevingsvisie Leiden kunnen tot risico’s leiden op significant negatieve effecten binnen Natura 2000-gebieden. Deze zijn in onderstaande tabel opgenomen. Bij de verdere uitwerking van het nieuwe beleid moet integrale aandacht zijn voor ontwikkelingen die kunnen leiden tot een toename van storingsfactoren binnen Natura 2000-gebieden. Door een integrale aanpak en de projectscope van een ontwikkeling zo in te steken dat ook maatregelen om stikstofdepositie te verminderen worden betrokken bij de ontwikkeling (interne saldering) kan een significant negatief effect voorkomen worden. De omgevingsvisie, de omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan zijn instrumenten om tot een goede integrale uitwerking van het beleid te komen. Er zijn mogelijkheden voorhanden om significant negatieve gevolgen binnen de omliggende Natura 2000-gebieden te voorkomen. Het nieuwe beleid waar de Omgevingsvisie Leiden 2040 in voorziet, is daarmee in beginsel uitvoerbaar in het licht van de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden).

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

57

Tabel 14: Resultaten en conclusies passende beoordeling Natura 2000

Beleidsuitspraak Invloed op Natura 2000

Risico’s op negatief effect

Aandachtspunten bij nadere uitwerking beleid (mitigatie)

Eindbeoordeling

Beleidsuitspraken OER Leiden (2030)

1

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch Beleidsuitspraak betreft de gekeken worden naar de omvorming van bedrijventerreinen De omliggende Natura ligging van woningen en naar een woon-werk functie. Er 2000-gebieden ontsluitingsroutes om zo komen 3000 woningen bij, waarvan Coepelduynen en de invloed op het Natura 30% sociale huur. Een toename Transformatie Meijendel & Berkheide 2000-gebied zoveel van woningen leidt tot meer (Significant) bedrijventerreinen kennen habitattypes die mogelijk te beperken. verkeersbewegingen en een negatief effect is woon-werk (zeer) gevoelig zijn voor Saldering met ander toenemende recreatiedruk op te voorkomen. stikstofdepositie. Bij een beleid zoals gasloos omliggende Natura 2000-gebieden. toename is er een kans op bouwen of het Negatieve invloeden op Natura een significant negatief voorschrijven of 2000-gebieden zijn niet uitgesloten effect. faciliteren emissieloos als gevolg van mogelijke effecten vervoer voorkomt van stikstofdepositie.. mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

2

Beleidsuitspraak is gericht op menging van niet-woonfuncties (bedrijvigheid tot cat 2.) in groenblauwe monofunctionele woonmilieus door de toevoeging van nieuwe woningen en nietwoonfuncties. Aangenomen wordt Bij de uitwerking van dit dat het in de beleidsuitspraak gaat beleid moet kritisch om de realisatie van nieuwe gekeken worden naar de woningen en nieuwe bedrijvigheid De omliggende Natura ligging, ontsluitingsroutes 3 die als kleinverbruiker (max 40 m 2000-gebieden en type bedrijvigheid om gas/uur) aangemerkt wordt, Coepelduynen, zo de invloed op het waardoor de woningen en Kennemerland-Zuid en Natura 2000-gebied bedrijvigheid aardgasvrij zullen Meijendel & Berkheide (Significant) zoveel mogelijk te 12 worden gerealiseerd . Hierdoor is kennen habitattypes die negatief effect is beperken. Saldering met geen sprake van extra (zeer) gevoelig zijn voor te voorkomen. ander beleid zoals stikstofemissie door het gebruik stikstofdepositie. Bij een gasloos bouwen of het van de nieuwe panden. Let wel, als toename is er een kans op voorschrijven of de bedrijvigheid niet als een significant negatief faciliteren emissieloos kleinverbruiker kan worden gezien effect. vervoer voorkomt en niet gasloos wordt aangelegd, mogelijk een toename dan is er mogelijk wél sprake van aan stikstofdepositie. extra stikstofemissie.

Door de extra bedrijvigheid kan er daarnaast sprake zijn van een verschuiving (en dus lokale toename) van verkeersbewegingen wat kan leiden tot meer stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden.

Woonmilieus mengen met werkfuncties

12

Per 1 juli 2018 is de Gaswet veranderd, waaronder de gasaansluitplicht. Nieuwe gebouwen krijgen geen gasaansluiting meer. De wetswijziging heeft invloed op de aanvragen voor bouwvergunningen na 30 juni 2018. Deze verandering geldt voor alle kleinverbruikers (max 40 m3 gas/uur), zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen [RVO, 2020]. Aangenomen wordt dat nieuwe bedrijvigheid en voorzieningen die binnen woonkerken worden gerealiseerd vallen onder de kleinverbruikers. 25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

58

3

Beleidsuitspraak heeft betrekking tot het toestaan van nieuwe Bij de uitwerking van dit kantoren in onder andere nieuwe beleid moet kritisch gebiedsontwikkelingen. gekeken worden naar de Aangenomen wordt dat de De omliggende Natura ligging van kantoren en kantoren niet aardgasvrij zullen 2000-gebieden ontsluitingsroutes om zo worden gerealiseerd omdat het hier Coepelduynen, de invloed op het Natura niet gaat om zogenoemde Kennemerland-Zuid en 2000-gebied zoveel 13 kleinverbruikers en dus voor extra Meijendel & Berkheide (Significant) Nieuwe kantoren, mogelijk te beperken. stikstofemissie kunnen zorgen. Een kennen habitattypes die negatief effect is inbreiding Saldering met ander toename van kantoren leidt (zeer) gevoelig zijn voor te voorkomen. beleid zoals gasloos daarnaast tot meer stikstofdepositie. Bij een bouwen of het verkeersbewegingen, mogelijk ook toename is er een kans op voorschrijven of dichter bij Natura 2000-gebied, een significant negatief faciliteren emissieloos waardoor stikstofdepositie in effect. vervoer voorkomt Natura 2000- gebieden kan mogelijk een toename toenemen. Hierdoor zijn negatieve aan stikstofdepositie. invloeden op Natura 2000gebieden niet uitgesloten.

5

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch Beleidsuitspraak voorziet in een het De omliggende Natura gekeken worden naar de omleiden van bestemmingsverkeer 2000-gebieden ligging van nieuwe routes vanaf de Leidse Ring en voorziet Coepelduynen, om zo de invloed op het daarmee in een verandering van Kennemerland-Zuid en Natura 2000-gebied verkeersstromen. Als gevolg van Autoluwe Meijendel & Berkheide zoveel mogelijk te (Significant) de gewijzigde verkeersstromen kan binnenstad, LBSP, kennen habitattypes die beperken. Saldering met negatief effect is de stikstofdepositie in omliggende stationsgebied (zeer) gevoelig zijn voor ander beleid zoals te voorkomen. Natura 2000-gebieden mogelijk stikstofdepositie. Bij een gasloos bouwen of het verschuiven en/of toenemen. toename is er een kans op voorschrijven of Hierdoor zijn negatieve invloeden een significant negatief faciliteren emissieloos op Natura 2000-gebieden niet effect. vervoer voorkomt uitgesloten. mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

Deze beleidsuitspraak voorziet in het ontwikkelen van het LBSP (met delen van de Mors en Transvaal) tot een stedelijk gebied waarin Bij de uitwerking van dit woningen, voorzieningen en horeca beleid moet kritisch worden toegevoegd. Het aantal te gekeken worden naar de realiseren woningen valt binnen de ligging, ontsluitingsroutes De omliggende Natura autonome ontwikkeling. en type voorzieningen 2000-gebieden Aangenomen wordt dat het in de om zo de invloed op het Coepelduynen, beleidsuitspraak gaat om de Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en realisatie van voorzieningen en zoveel mogelijk te Ontwikkeling van Meijendel & Berkheide (Significant) horeca die als kleinverbruiker (max beperken. Saldering met 22 LBSP tot kennen habitattypes die negatief effect is 3 40 m gas/uur) aangemerkt ander beleid zoals Innovation District (zeer) gevoelig zijn voor te voorkomen. worden, waardoor deze aardgasvrij gasloos bouwen of het stikstofdepositie. Bij een 1 zullen worden gerealiseerd . voorschrijven of toename is er een kans op Hierdoor is geen sprake van extra faciliteren emissieloos een significant negatief stikstofemissie door het gebruik vervoer voorkomt effect. van de nieuwe panden. Let wel, als mogelijk een toename de bedrijvigheid niet als aan stikstofdepositie.

kleinverbruiker kan worden gezien en niet gasloos wordt aangelegd, dan is er mogelijk wél sprake van extra stikstofemissie. Door de extra voorzieningen en horeca kan er

13

In tegenstelling tot de bedrijvigheid en voorzieningen binnen woonmilieus gaat het hier om grotere kantoorpanden die niet vallen onder de kleinverbruikers (zie voetnoot 1). De wetswijziging van de Gaswet is hier dus niet van toepassing. 25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

59

daarnaast sprake zijn van een verschuiving (en dus lokale toename) van verkeersbewegingen wat kan leiden tot meer stikstofdepositie in Natura 2000gebieden.

Doorontwikkeling 24 Station Leiden Centraal

25-6-2021

Beleidsuitspraak voorziet in de verbetering van capaciteit van vier corridors op het spoor, het verbeteren natransport voor OV, fiets en deelconcepten, en de realisatie van 20.000 extra fietsparkeerplaatsen en een hoogwaardige busterminal met daarboven stedelijk programma (maximale menging van functies). Aangenomen wordt dat het in de Bij de uitwerking van dit beleidsuitspraak gaat om de beleid moet kritisch realisatie van voorzieningen en gekeken worden naar de horeca die als kleinverbruiker (max ligging, ontsluitingsroutes De omliggende Natura 40 m3 gas/uur) aangemerkt en type voorzieningen 2000-gebieden worden, waardoor deze aardgasvrij om zo de invloed op het Coepelduynen, zullen worden gerealiseerd1. Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid en Hierdoor is geen sprake van extra zoveel mogelijk te Meijendel & Berkheide (Significant) stikstofemissie door het gebruik beperken. Saldering met kennen habitattypes die negatief effect van de nieuwe panden. Let wel, als ander beleid zoals (zeer) gevoelig zijn voor uitgesloten de bedrijvigheid niet als gasloos bouwen of het stikstofdepositie. Bij een kleinverbruiker kan worden gezien voorschrijven of toename is er een kans op en niet gasloos wordt aangelegd, faciliteren emissieloos een significant negatief dan is er mogelijk wél sprake van vervoer voorkomt effect. extra stikstofemissie.

Door de extra mogelijk een toename voorzieningen kan er daarnaast aan stikstofdepositie. sprake zijn van een verschuiving (en dus lokale toename) van verkeersbewegingen wat kan leiden tot meer stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Daar staat tegenover dat het totaal aantal verkeersbewegingen door de bevordering van het OV mogelijk afneemt. Al met al is een toename van stikstofdepositie in de gebruiksfase niet geheel uitgesloten.

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

60

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch Beleidsuitspraak heeft betrekking gekeken worden naar de tot het realiseren van ongeveer De omliggende Natura ligging van woningen en 4.000 woningen, waarvan 30% 2000-gebieden ontsluitingsroutes om zo sociale huur. Daarnaast ongeveer Coepelduynen en de invloed op het Natura 1.000 nieuwe studentenwoningen. Meijendel & Berkheide 2000-gebied zoveel Realiseren nieuwe Een toename van woningen leidt (Significant) kennen habitattypes die mogelijk te beperken. 25 woningen, tot meer verkeersbewegingen en negatief effect is (zeer) gevoelig zijn voor Saldering met ander inbreiding 2030 een toenemende recreatiedruk op te voorkomen. stikstofdepositie. Bij een beleid zoals gasloos omliggende Natura 2000-gebieden. toename is er een kans op bouwen of het Negatieve invloeden op Natura een significant negatief voorschrijven of 2000-gebieden zijn niet uitgesloten effect. faciliteren emissieloos als gevolg van mogelijke effecten vervoer voorkomt van stikstofdepositie. mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

Beleidsuitspraken OER Leiden (2040)

Bij de uitwerking van dit beleid moet kritisch Beleidsuitspraak heeft betrekking gekeken worden naar de tot het realiseren van nieuwe De omliggende Natura ligging van woningen en (aardgasvrijeError! Bookmark not defined.) w 2000-gebieden ontsluitingsroutes om zo oningen. Een toename van Coepelduynen en de invloed op het Natura woningen leidt tot meer Meijendel & Berkheide 2000-gebied zoveel Realiseren nieuwe (Significant) verkeersbewegingen en een kennen habitattypes die mogelijk te beperken. negatief effect is 26 woningen, toenemende recreatiedruk op (zeer) gevoelig zijn voor Saldering met ander inbreiding 2040 te voorkomen. omliggende Natura 2000-gebieden. stikstofdepositie. Bij een beleid zoals gasloos Negatieve invloeden op Natura toename is er een kans op bouwen of het 2000-gebieden zijn niet uitgesloten een significant negatief voorschrijven of als gevolg van mogelijke effecten effect. faciliteren emissieloos van stikstofdepositie. vervoer voorkomt mogelijk een toename aan stikstofdepositie.

27

Concessieplan voor WKO’s

25-6-2021

Beleidsuitspraak bevat het opstellen van een concessieplan voor warmte- en koudeopslag (WKO). Ook zijn enkele WKO’s voorzien. WKO’s kunnen bestaan De afstand tot omliggende uit een open systeem dat in Natura 2000-gebieden is verbinding staat met het zodanig groot dat er een grondwater. Negatieve invloeden kleine kans is op een op de grondwaterkwaliteit en significant negatief effect grondwaterstanden (verdroging) door veranderingen in het zijn niet uitgesloten en kunnen een grondwatersysteem. groot invloedsgebied hebben. Natura 2000-gebied Meijendel en Berkheide is aangewezen voor habitattypen die afhankelijk zijn van een goede grondwatersituatie.

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

Bij de uitwerking van het beleid moet aandacht zijn voor de invulling van de WKO’s. Er zijn systemen (Significant) beschikbaar die niet in negatief effect is open verbinding staan te voorkomen. met het grondwater. Negatieve effecten kunnen voorkomen worden.

BG9638TPRP2106241655

61

8

Is het nieuwe beleid consistent?

De Omgevingsvisie Leiden 2040 schetst een samenhangend, integraal beeld van de Leidse leefomgeving, de opgaven die er liggen, de ambities die de gemeente wil behalen die en wat de gemeente aan nieuw beleid voorneemt om die ambities te behalen. Omdat het om een samenhangend, integraal beeld gaat is van belang dat het voorgenomen beleid voldoende consistent is. Waarbij je zoveel mogelijk wilt voorkomen dat de ene uitspraak voor nieuw beleid afbreuk doet aan een andere uitspraak. En dat je zoveel mogelijk wilt nastreven dat de ene uitspraak de andere versterkt. Want dan kun je spreken van integraal beleid dat in samenhang bijdraagt aan het verbeteren van leefomgevingskwaliteiten en het behalen van ambities. Daartoe zijn in dit OER zogenaamde ‘botsproeven’ uitgevoerd, waarbij de beleidsuitspraken onderling met elkaar zijn geconfronteerd en beoordeeld op potentiële onderlinge versterking en strijdigheid.

8.1

Wijze van beoordeling

In de botsproeven zijn beoordeelde uitspraken over nieuw beleid op systematische wijze onderling met elkaar geconfronteerd, zie bijlage A10. Vervolgens is per confrontatie beoordeeld of er kansen zijn dat de ene beleidsuitspraak de andere kan versterken, en of er risico’s zijn dat de ene uitspraak strijdig kan zijn met de andere of daar afbreuk aan kan doen. Op basis van de karakteristieken in onderstaande tabel is per confrontatie een beoordeling gegeven en ingevuld in de tabel zoals opgenomen in bijlage A10. In bijlage A11 is de onderbouwing bij elke gegeven beoordeling opgenomen. Tabel 15: Beoordelingskarakteristieken botsproeven. Beoordeling +

Kans op onderlinge synergie/versterking

-

Risico op onderlinge strijdigheid/afbreuk

+/-

Zowel kans op synergie als risico op strijdigheid

0

Geen kansen of risico’s

n.v.t.

8.2

Geen onderlinge relatie tussen uitspraken

Kansen voor synergie, risico’s op strijdigheden

Op basis van de uitgevoerde beoordeling zoals opgenomen in bijlage A10 is in onderstaande figuur een samenvattend beeld van de resultaten opgenomen. Per uitspraak zijn de opgetelde aantallen kansen en risico’s opgenomen. Het gaat om een rekenkundige optelling, het geeft daarmee een algemeen beeld hoeveel kansen en risico’s er geconstateerd zijn. Als we kijken naar kansen op synergie, dan vallen vooral de volgende beleidsuitspraken op: realiseren stadshubs, het uitbreiden van elektriciteitsinfra en cascadering energiestructuur. Die uitspraken bieden daarmee vooral kansen om andere uitspraken te versterken. Bijvoorbeeld het uitbreiden van elektriciteitsinfra, dat biedt kansen op synergie met cascadering energiestructuur en plaatsen laadpalen voor elektrische auto’s. Uitspraken met overwegend risico’s op strijdigheid zijn nieuwe kantoren door inbreiding en woonmilieus mengen met werkfuncties. De risico’s komen veelal voor vanwege conflicterende ruimteclaims die samenhangen met de inbreidingsopgave. Inbreiden van verschillende functies zoals kantoren en tegelijkertijd meer ruimte voor groen/ecologie, minder ruimte voor de auto en een klimaatbestendige inrichting, vergt een uitgekiende inpassing. De genoemde uitspraken vielen ook al op bij de effectbeoordeling qua risico’s op negatieve effecten. Dat vergt aandacht bij de verdere uitwerking van het beleid.

Daarvoor worden in hoofdstuk 10 adviezen gegeven.

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

62

Bij de uitspraken ecologische routes, elke wijk een groene verblijfsplek en autoluw LBSP en stationsgebied en het realiseren van woningen door inbreiding in zowel 2030 en 2040 vallen ook meerdere kansen en risico’s op. De kansen en risico’s zijn overwegend in evenwicht. De kansen hangen vooral samen met synergie met uitspraken die ook gericht zijn op groen/ecologie (bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers, uitbouw groen- en waterstructuren en in elke wijk een groene verblijfsplek) en mobiliteit (uitbreiden fietsroutes en realiseren stadshub). Risico’s op strijdigheid hangen vooral samen met mogelijke conflicterende ruimteclaims. Bijvoorbeeld met uitspraken gericht op inbreiding van bedrijven en woningen in 2030 en 2040. Deze uitspraken conflicteren onder meer met uitspraken gericht op het vergroten van groen- en waterstructuren.

Figuur 7: Resultaten botsproeven beleidsuitspraken.

25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

63

9

Draagt het nieuwe beleid bij aan het halen van ambities?

9.1

Wijze van beoordeling

Het doelbereik van het nieuwe beleid is als volgt in beeld gebracht. De 12 ambities van de omgevingsvisie zijn elk gekoppeld aan de beoordelingsaspecten van het OER die een relatie hebben met de betreffende ambitie. Vervolgens is op basis van de bij de beoordelingsaspecten behorende effecten zoals beschreven in hoofdstuk 6 beoordeeld in hoeverre het te verwachten is dat het nieuwe beleid bijdraagt aan het halen van ambities. Dat is ook weer gedaan in termen van kansen en risico’s. De beoordeling van doelbereik is opgenomen in bijlage A12. Daarbij is gebruik gemaakt van het aangeven van smileys: ☺ Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van kansen op positieve effecten, en daarmee kans op bijdrage aan behalen ambitie.  Op grond van de effectbeoordeling is overwegend geen sprake van kansen of risico’s of aantal kansen en risico’s zijn overwegend in evenwicht, en daarmee beperkt of geen kansen op bijdragen aan behalen ambitie.  Op grond van de effectbeoordeling is overwegend sprake van risico’s op negatieve effecten, en daarmee risico’s op afbreuk aan de ambitie.

Behalen van ambities: kansen en risico’s

9.2 1.

In 2040 is Leiden een aantrekkelijke, inclusieve en gastvrije stad met een gevarieerd en passend woningaanbod, waar ruimte en aandacht is voor kwetsbare groepen en betaalbare woningen zijn voor elke inkomensgroep.

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2030 2040

Passend en toegankelijk woningaanbod

↗

☺

☺

Inclusiviteit

↗

Conclusie doelbereik: Tot aan 2030 is het te verwachten dat het nieuwe beleid bijdraagt aan deze ambitie. De uitspraken ‘transformatie bedrijventerreinen woon-werk’ en ‘realiseren nieuwe woningen, inbreiding 2030’ resulteren in een toename van van plm. 4.000 woningen tot 2030, waarvan 30% sociale huur. Daarnaast voorziet nieuw beleid in plm. 1.000 nieuwe studentenwoningen. Ook na 2030 voorziet de omgevingsvisie in inbreiding met 3.000-5.000 nieuwe woningen, dat biedt kansen om bij te dragen aan deze ambitie. In de referentiesituatie is vanwege achterblijvend aanbod van woningen sprake van kwaliteitsniveau rood. Het nieuwe beleid voorziet in nieuwe woningen voor alle woningtypen. Als daarbij voldoende sociale huurwoningen gerealiseerd worden, dan kan een gevarieerd en passend woningaanbod bereikt worden dat in lijn is met de vraag. Aangezien het nieuwe beleid geen kansen geeft op positieve effecten op inclusiviteit zoals in dit OER gedefinieerd, is er geen kans op bijdragen aan de ambitie van een inclusiviteit binnen de in het OER gehanteerde definitie (% huishoudens <120% sociaal minimum, % jeugdigen met jeugdhulp, % mantelzorgers)14.

14

In de omgevingsvisie wordt wel ingegaan op andere aspecten die inclusiviteit bevorderen, maar die vallen buiten de definitie van de dit OER gehanteerde parameter (gekozen op basis van beschikbare informatie). Het gaat dan bijvoorbeeld om betere toegankelijkheid en nabijheid van (maatschappelijke) voorzieningen, nabijheid en toegankelijkheid van werklocaties en voorzieningen door gemengde leefmilieus en extra draagvlak voor voorzieningen door toename inwoners. 25-6-2021

OER OMGEVINGSVISIE LEIDEN 2040

BG9638TPRP2106241655

64

2.

In 2040 is Leiden een stad waar Leidenaars gestimuleerd worden om er een gezondere leefstijl op nahouden, onder meer door meer te bewegen en door een gezonder gewicht te hebben. Een stad waar het voor iedereen mogelijk is om te sporten, bewegen en spelen in en buiten de stad. De openbare ruimte is veilig en nodigt uit tot spelen, bewegen en sporten

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2030 2040

Gezonde leefstijl en leefomgeving

↗

☺

☺

Sociale veiligheid

↘

Conclusie doelbereik: Wat betreft bewegen en gezonde leefstijl biedt het nieuwe beleid kansen om bij te dragen aan het behalen van de ambitie. Zo zal onder andere de aanleg van nieuwe fietsroutes en verbeteringen van het fietsnetwerk, een obstakelvrije openbare ruimte en aanleg van sport- en speelplekken de beweegvriendelijkheid van de leefomgeving bevorderen. Wat betreft sociale veiligheid kan functiemening van wonen en werken bijdragen aan afname van misdrijven en overlast doordat er buiten werktijden sprake is van levendigheid en sociale controle. Daardoor kan de veiligheidsbeleving toenemen. Dat is wel afhankelijk van woningdichtheid in de gemengde gebieden. Een te lage woningdichtheid kan leiden tot een afname van bijvoorbeeld de veiligheidsbeleving en daarmee afbreuk doen aan het behalen van de ambitie.

3.

In 2040 blijft de stad in beweging en bereikbaar. Dit vraagt een overstap naar meer duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit, actieve vormen van verplaatsing als lopen en fietsen, OV (Modal shift).

Gerelateerde beoordelingsaspecten

Kwaliteitsniveau referentiesituatie

Autonome trend

Omgevingsvisie 2030 2040

Gezonde leefstijl en leefomgeving

↗

☺

☺

Openbaar vervoer



=

☺

☺

Autobereikbaarheid



↗

Wandel- en fietsnetwerk



↗

☺

☺

Duurzame en slimme mobiliteit

↗

☺

☺

Conclusie doelbereik: Tot aan 2030 kan het nieuwe beleid ten dele bijdragen aan het behalen van deze ambitie. Positieve bijdragen zijn gerelateerd aan de beoordelingsaspecten gezonde leefstijl en leefomgeving, wandel- en fietsnetwerk, openbaar vervoer en duurzame mobiliteit. Bijvoorbeeld vanwege nieuw beleid gericht op verbeteringen van de kwaliteit en kwantiteit van het fietsnetwerk en het autoluw maken van het stationsgebied en LBSP. Met de aanleg van laadpalen, laadpleinen en mobiliteitshubs wordt de overstap naar duurzame mobiliteit gefaciliteerd. Door inbreiding van woningen worden afstanden tot treinstations kleiner. Het autoluw maken van het stationsgebied en LBSP geeft voor autobereikbaarheid risico’s op verslechtering, maar past wel binnen de ambitie van een overstap naar meer duurzame en actieve vormen van verplaatsing als lopen, fietsen en OV. Inbreiding van woningen kan daarentegen resulteren in een toenemende druk op het wegennetwerk en een toename in congestie.

4.

In 2040 is Leiden groen en beter verbonden met meer oppervlakte aan natuur, met een hogere biodiversiteitswaarde, bevorderen van natuurwaarden en betere ecologische en recreatieve verbindingen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10409206/1