CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210078 Bijlage 1 Omgevingsvisie 1.1-versie

Gemeenteraad 7 oktober 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen33.213 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Werken en bedrijvigheid op veel plekken in de stad Zowel de kennis- als de stedelijke economie vraagt om meer gemengde gebieden. Om dit mogelijk te maken wordt op veel plekken in de stad ruimte geboden aan menging van werkfuncties, hybride bedrijfsvoering en cross-overconcepten (niet-wonen). Dit kan bijvoorbeeld in de binnenstad, de spoorzone en het Leiden Bio Science Park, in bestaande wijkcentra en op een deel van de bestaande bedrijfsterreinen. Het bevorderen van meer gemengde gebieden draagt bij aan de levendigheid en aantrekkelijkheid van deze gebieden en biedt ruimte aan economische functies. Ook wordt gekeken naar de mogelijkheden om werkfuncties met een lage milieucategorie (categorie 1 en 2) en met beperkte verkeers- en milieuhinder die bijdragen aan duurzaamheid (makersplaatsen) of de ‘next economy’ stimuleren, toe te staan in en rondom de wijkcentra in woongebieden. Voor ambachtelijke bedrijven (onderdeel van de maakindustrie) met een directe meerwaarde voor de historische stad zien we waar mogelijk ruimte in of bij het centrum. Zij vormen een belangrijke stimulans voor de instandhouding van de stad en dragen bij aan vakonderwijs.

56

Behouden ruimte voor zwaardere bedrijvigheid Omdat de kenniseconomie een relatief schone economie is en omdat productiewijzen en -processen zullen veranderen dankzij digitalisering en technologische ontwikkelingen, wordt het steeds beter mogelijk om te werken in woongebieden en te wonen in werkgebieden. Er blijft in de stad echter ook ruimte nodig voor bedrijvigheid die zich moeilijker laat combineren met een woonfunctie zoals (productieprocessen van de) belangrijke maakindustrie, laboratoria, hindergevende stadsverzorgende bedrijven en circulaire bedrijven waar elementen uit de kringloop worden gehaald en weer worden teruggebracht. Deze ruimte blijven we zo goed mogelijk bieden. Daar waar nodig werken we samen met de regio om hierin te voorzien. Uitwerking aanbieden gevarieerd aanbod van voorzieningen Aanbod van evenementen past bij ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’ Evenementen zijn belangrijk voor Leiden. Zij dragen bij aan de economische vitaliteit van de binnenstad, het vestigingsklimaat van de stad en de groei van de werkgelegenheid. Evenementen trekken bezoekers aan, zorgen ervoor dat mensen langer in de stad verblijven en zorgen voor meer bestedingen door en levendigheid voor bewoners én bezoekers. Ze zijn ook belangrijk voor het aantrekken van studenten, kenniswerkers en bedrijven. Evenementen stimuleren ontmoetingen en verbinding tussen bewoners en bezoekers.

We willen in Leiden een kwalitatief hoogwaardig evenementenaanbod voor diverse doelgroepen dat past bij ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’. We willen meer spreiding over de stad, waarbij een aandachtspunt is dat evenementen passen bij de locatie. Er wordt meer aandacht besteed aan het beperken van geluidsoverlast in de stad en we zoeken naar het optimale niveau van geluid passend bij het evenement en de locatie. Dit wordt bereikt door lagere geluidsnormen bij evenementen in de binnenstad voor te schrijven en meer op zoek te gaan naar spreiding van evenementen naar de randen van de stad waar, gelet op de omgeving, hogere geluidswaarden kunnen worden toegestaan. Daarnaast stimuleren en faciliteren we duurzaamheid en inclusie, zoals door het waarborgen van een goede toegankelijkheid, bij evenementen.

Bieden van voldoende en passend aanbod van stedelijke voorzieningen in de stad en de regio De komende jaren geven we wanneer nodig een kwaliteitsimpuls aan bestaande dagelijkse, niet-dagelijkse, recreatieve en culturele voorzieningen en verbeteren we de toegankelijkheid hiervan. In de wijken zetten we in op de nabijheid van dagelijkse buurtgerichte voorzieningen, in combinatie met goede en veilige fiets- en wandelroutes. De historische binnenstad is een belang-

57

rijk economisch cluster en kenmerkt zich, naast dagelijkse voorzieningen, vooral op de niet-dagelijkse winkelvoorzieningen. Als centrumstad en Stad van Ontdekkingen is de binnenstad gericht op culturele voorzieningen en evenementen, recreatief winkelen, ontspannen, uitgaan en ontmoeten. We kijken goed of nieuwe functies fysiek passen bij de schaal van de historische stad zonder onomkeerbare schade toe te brengen aan de historisch waardevolle bebouwing. Wanneer dat niet lukt, heeft vestiging in bestaande grootschalige bebouwing in de binnenstad of buiten het centrum de voorkeur. De theaters en bioscopen zijn van regionaal belang en het gevarieerde aanbod van (Rijks)musea is zelfs van nationaal belang. Goede en groene loop- en fietsroutes verbinden deze culturele voorzieningen. Daarnaast streven we naar een logische spreiding van hotels over de stad, waarbij ook op (toekomstige) ontwikkellocaties ruimte is voor uitbreiding. Geschikte locaties voor congresruimte en hotels zijn in de binnenstad en op specifieke plekken daarbuiten, gekoppeld aan zeer goed bereikbare plekken. Bij maatschappelijke voorzieningen is het vertrekpunt om aan te sluiten bij de behoefte van de (verwachte) toekomstige bevolking. Dit betekent dat bij de programmering van deze voorzieningen gekeken wordt naar de functie, behoefte en gebruikers van de verschillende voorzieningen en het passende voedingsgebied.

Voor bepaalde voorzieningen is nabijheid in de wijk of op buurtniveau juist meer van belang, zoals het basisonderwijs, de eerstelijnsgezondheidszorg (zoals huisartsen), spelen en bewegen en kinderopvang. Leiden heeft in de toekomst extra ruimte nodig voor het basisonderwijs. Voorzieningen op het gebied van sport, cultuur en voortgezet onderwijs hebben deels een regionale functie en zijn gemeentegrensoverschrijdend. Leiden voorziet in belangrijke mate in de regionale behoefte aan middelbaar onderwijs en zal dat ook blijven doen. Wat betreft sportvoorzieningen hebben we een regionale en stedelijke functie met een topsporthal, schaatshal, zwembad en er zijn clubs die op een hoog niveau presteren. Voor sportvoorzieningen is ons vertrekpunt om het huidig niveau en hoeveelheid aan binnen- en buitensportaccommodaties te handhaven. Het toekomstig aanbod van sportvoorzieningen stemmen we af op basis van inzicht in de behoefte en belangstelling die er vanuit de verschillende sporten is, inclusief (relatief) nieuwe sporten. Hierbij is het van belang dat er voldoende ruimte voor sportvoorzieningen blijft en goed geïnvesteerd wordt in sportvoorzieningen. Sport, en sportverenigingen, leveren namelijk een cruciale bijdrage aan de samenhang in de samenleving en de gezondheid van onze inwoners.

We kijken hierbij ook in regionaal verband naar behoefte en het over en weer gebruik maken van elkaars voorzieningen. Daarnaast zien we kansen in medegebruik van (sport)voorzieningen. Door medegebruik kunnen we de beschikbare ruimte zo optimaal mogelijk gebruiken voor het accommoderen van activiteiten in de wijk. Met uitbreiden en versterken van het groen-blauwe raamwerk wordt voorzien in meer (informele) ruimte om te sporten, te spelen en te bewegen in de stad. Culturele voorzieningen voor het maken en beleven van kunst- en cultuuruitingen zijn in de binnenstad vaak van regionaal belang. Ook in andere delen van de stad dragen ze bij aan de levendigheid in de wijken. De regio staat voor een grote binnenstedelijke verdichtingsopgave. Om ook in de toekomst voldoende en passende voorzieningen te hebben, is steeds meer overleg en samenwerking met de buurgemeenten nodig.

58

Versterken vitaal ‘Hart van de wijk’ De verschillende wijken zijn voorzien van een levendig centrum, een vitaal Hart van de wijk met winkels en voorzieningen. Dit zijn vaak voorzieningen op het gebied van zorg, dus bijvoorbeeld combigebouwen met een huisarts, een fysio, een apotheek. Hierdoor zijn dagelijkse winkelvoorzieningen (gericht op eerste levensbehoefte) en maatschappelijke voorzieningen aanwezig en voor eenieder toegankelijk en dichtbij. We willen de wijken verder versterken en nabijheid vergroten door meer functies toe staan in de nu nog monofunctionele woonwijken, onder andere door menging met werkfuncties. Het versterken van de sociale samenhang, de levendigheid en het creëren van ontmoetingsplekken zijn hierbij belangrijke opgaven. Ter bevordering van inclusieve buurten faciliteren we diverse en laagdrempelige voorzieningen en versterken we samen met de wijk het sociale netwerk door activiteiten te organiseren en mensen in de wijk te verbinden. Dit doen we op een manier die aansluit bij de vraag van de wijkbewoners. De aanwezigheid van voorzieningen (zowel maatschappelijk, zorg als commerciële voorzieningen) zien we als een belangrijk uitgangspunt bij het vaststellen of een locatie geschikt is voor bepaalde doelgroepen.

Zijn voorzieningen niet aanwezig, dan is het toevoegen van deze voorzieningen een voorwaarde om de locatie geschikt te maken voor bepaalde doelgroepen. Het toevoegen van woningen kan draagvlak bieden voor extra buurtgebonden voorzieningen. De wijkcentra zijn goed bereikbaar met comfortabele groene (en koele) fiets- en wandelroutes, waarbij de inrichting van de openbare ruimte zoveel mogelijk obstakelvrij is ingericht. We streven naar een goede bediening van het OV van alle wijken richting de binnenstad en zo mogelijk ook onderling. Uitwerking benutten (cultuur)historie als belangrijke waarde van de stad Beschermde stadsgezichten behouden en beschermen We zien beschermde monumenten niet als geïsoleerde objecten, maar als belangrijk onderdeel van de totale bebouwde omgeving. We bepalen daarom mede hoe ontwikkelingen in de omgeving rekening moeten houden met het monument, zodat het zijn ruimtelijke en programmatische rol kan blijven vervullen. Dit geldt in bredere zin ook voor beide rijksbeschermde stadsgezichten. We borgen de cultuurhistorische waarden binnen deze gebieden en gaan zorgvuldig om met de invloed die ontwikkelingen zowel binnen als buiten de beschermde stadsgezichten hierop kunnen hebben.

Historische routes beter beleefbaar maken De historische routes zijn van oudsher verbindende ‘lange lijnen’ in de stad en tussen de binnenstad en historische kernen in buurgemeenten. Langs deze historische routes staat veelal nog historische bebouwing en bevinden zich diverse gemengde functies. De belevingswaarde en herkenbaarheid van de ruimtelijke verbinding is afgenomen door onder meer toenemende verkeersdruk. Op de lange lijnen takken ook andere wegen aan, worden de historische routes doorsneden door andere wegen en lopen er ook verbindingen overheen zoals spoorwegen en autosnelwegen. Binnen de context van de verkeersfunctie die de historische routes/wegen hebben, wordt gezocht naar manieren om deze ruimtelijk weer herkenbaar, continu en beleefbaar te maken. Hierbij proberen we deze beleving vooral voor fietsers en voetgangers te optimaliseren. Het weer herkenbaar, continu en beleefbaar maken is mogelijk te combineren met het toestaan van nieuwe (niet-hindergevende) economische functies langs de lijnen.

59

Monumenten, cultuurhistorische bebouwing, historische waterwegen en landschappelijke structuren behouden, benutten en beleven Leiden heeft met erfgoed een onderscheidende kracht in huis: zo heeft Leiden de internationale kennis en collecties, de aantrekkelijke historische stad en de grote mate van betrokkenheid van bewoners. Daarbij gaat het om de waarde van erfgoed zelf, maar ook om de meerwaarde voor de stad. We streven ernaar om in alle wijken cultuurhistorie en cultuur zichtbaar te maken, niet alleen in de historische binnenstad. Leiden houdt rekening met archeologische waarden in de bodem. Bij archeologische waarden is het behoud in situ het uitgangspunt. Wanneer dat niet mogelijk blijkt, volgt goed archeologisch onderzoek en gebruiken we dit om het verhaal van de stad te verrijken. In de tijd van de Romeinen vormde de Rijn de Romeinse rijksgrens: de Limes. Met park Matilo maakt Leiden deel uit van het internationale Unesco werelderfgoed Romeinse Limes. Een goede borging van de cultuurhistorische waarden van de Limes in Leiden (op basis van de onderzoeks-agenda archeologie en bouwhistorie) en van de beleving en verbinding van de Limes, in het bijzonder van park Matilo als Unescolocatie en stepping stone stad en ommeland, is daarbij van belang, ook als onderdeel van de provinciale erfgoedlijn Romeinse Limes.

De trekvaarten van Leiden (zoals de Vliet en de Haarlemmertrekvaart), de Landgoederenzone en de Limes zijn cultuurhistorisch waardevolle structuren en vormen een belangrijke schakel tussen stad en regio. Ze maken deel uit van de provinciale erfgoedlijnen. We zetten ons in om de ruimtelijke kwaliteit te behouden en beleefbaar te maken. De historische kwaliteiten zetten we in bij de verdere ontwikkeling van de stad. We zien kansen en verbinden de verstedelijkingsopgave, de klimaatopgave en mobiliteitsopgave met de kracht van de cultuurhistorie. We behouden en benutten zo veel mogelijk de historische bebouwing en structuur voor de kwaliteit en identiteit van de woonomgeving, en maken deze beter beleefbaar, ook buiten de binnenstad. Er is ruimte om nieuwe lagen aan de stad toe te voegen met nieuwe kwaliteiten en typologieën en nieuwe (delen van) leefmilieus. Bij ontwikkelingen benutten we historische essenties ten aanzien van water, groen, openbare ruimte, stedenbouw, gebouwen en infrastructuur, voegen we nieuwe kwaliteiten toe en geven we ruimte aan nieuwe interpretaties en nieuwe materialen. Dit vraagt ook een hoge ambitie voor de inrichting van de openbare ruimte en particuliere initiatieven die daarop van invloed zijn. Bij het beschermen van de historie en cultuur maken we gebruik

60

van de mogelijkheden van differentiatie in bescherming die de Omgevingswet ons biedt. Dit doen we met oog voor onnodige regeldruk. We organiseren daarvoor een systeem dat past bij de bijzondere waarden van Leiden en de dynamiek van de stad. Ruimtelijke kwaliteit is een essentieel onderdeel van een goed vestigingsklimaat. We gebruiken daartoe per gebied het aanwezige erfgoed en andere aanwezige kwaliteiten als inspiratiebron. Omdat elke wijk andere kwaliteiten en karakteristieken kent, uit zich dit in de stad op verschillende manieren. Erfgoed krijgt waar mogelijk een functie en waar nodig een nieuwe functie. Het functioneert (weer) als icoon van de wijk. Voor het huisvesten van (maatschappelijke) voorzieningen in de wijken geven we voorrang aan gebouwd erfgoed dat moet worden herbestemd. Hier moet rekening gehouden worden met betaalbaarheid en goede toegankelijkheid van deze voorzieningen. Op deze manier behouden en versterken we de diverse identiteiten in de stad en maken we een historische icoon herkenbaar en beleefbaar.

61

5.3 Duurzame mobiliteit

Themakaart duurzame bereikbaarheid 2040

De verdere verstedelijking en verdichting in de stad en de regio leidt tot een intensiever gebruik van het huidige verkeersnetwerk. Zo leidt de groei van het aantal woningen, werkfuncties en recreatie tot meer verkeersbewegingen. Dit vraagt om aanpassingen van het mobiliteitssysteem terwijl het systeem in de huidige situatie, zeker tijdens de spits, al onder druk staat. Dat maakt dat we anders om willen gaan met mobiliteit en ruimte in de stad. Daarbij draagt het mobiliteitssysteem bij aan een gezonde, biodiverse en leefbare stad die ook duurzaam en klimaatbestendig is. We kiezen een duurzame manier van verplaatsen die gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt is. We willen toe naar ruimte-efficiënte vervoerswijzen die passen bij het historische en compacte karakter van de stad. De ruimte wordt anders verdeeld om in te kunnen spelen op de groei van het voetgangers- en fietsersverkeer, op de verblijfs- en ontmoetingsfunctie in de stad en op de klimaatveranderingen. Daarnaast moeten we toe naar een schonere mobiliteit waarbij we de uitstoot van fijnstof en stikstof en gebruik van fossiele brandstoffen beperken, mede ook door middel van technologische vernieuwingen. Ook inspanningen van de stad zijn nodig, om deze stap naar

62

duurzame mobiliteit mogelijk te maken. De toenemende drukte in stad en regio vraagt ook om afstemming in regionaal verband en samenwerking met andere overheden en partijen.

Leidse keuzes op stadsniveau We gaan naar een duurzaam mobiliteitssysteem: gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt We kiezen voor een duurzaam mobiliteitssysteem dat bijdraagt aan gezond bewegen, dat schoon is (uitstoot van het voertuig zelf en energieverbruik), dat veilig is en dat past bij de beperkte ruimte in de compacte historische stad en dus ruimte-efficiënt is. Dit geldt voor het verkeer binnen de stad en voor verbindingen naar de steeds verder verstedelijkende regio. We werken daarom toe naar een modal shift: een verschuiving in de wijze van vervoer. Waar een deel van de bewoners en bezoekers nu nog voor de auto kiest, maken we het logisch en aantrekkelijk om te kiezen voor lopen, fietsen of reizen met bijvoorbeeld trein of bus. Dit vraagt een andere verdeling van de beschikbare ruimte: meer ruimte voor voetgangers en fietsers, groen en water in de openbare ruimte en een goed (regionaal) openbaarvervoersysteem. Een functioneel en comfortabel elektrisch stadsbusnetwerk ontsluit de wijken en hubs/overstappunten en zorgt voor verbinding met de binnenstad en andere belangrijke (stedelijke, regionale en recreatieve) bestemmingen. Er zal in de toekomst als gevolg van de nu al ingezette koers rondom modal shift waarschijnlijk minder autoverkeer zijn in geheel Leiden.

Op het moment dat dit zich voordoet, zal gekeken worden hoe de hoofdwegenstructuur aangepast kan worden op dit nieuwe evenwicht. In dit nieuwe evenwicht zal ketenmobiliteit er anders uitzien dan nu. Wijziging van de wegenstructuur gaan daarom hand in hand met ondersteunende aspecten zoals overstappunten (hubs) op de juiste locaties, brede beschikbaarheid van deelsystemen en laadinfrastructuur voor ZeroEmissie-vervoersmiddelen. Belangrijk is dat bewoners zich kunnen blijven verplaatsen en dat de aanpassingen niet leiden tot vervoersarmoede. Dat vraagt maatwerk voor specifieke doelgroepen. Verkeersveiligheid is een wezenlijk uitgangspunt bij de vormgeving en uitvoering van routes. Daarnaast zijn ook een goede ruimtelijke inpassing op de plek, beleving en een heldere routevorming van belang. Het water kan mogelijk verder benut worden voor vervoer, recreatief en van goederen. Bovenstaande keuzes in combinatie met maatregelen zoals het instellen van een Zero Emissie Stadslogistiek-zone (ZES) voor vracht- en bestelverkeer, dragen bij aan het beperken van de uitstoot van vervuilende stoffen in de lucht en van geluidhinder door wegverkeer. De overgebleven (vracht)auto’s en bussen maken gebruik van een niet fossiel aangedreven krachtbron. Daarnaast wordt aangesloten bij de landelijke ambitie conform het bestuursakkoord ‘Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer per bus’.

63

We verbeteren de regionale en (inter)nationale bereikbaarheid Mobiliteit van personen en vervoer van goederen stopt niet bij onze gemeentegrenzen. Het is essentieel dat Leiden ook in de toekomst uitstekend verbonden is met de regio en andere steden en kennisregio’s.Leiden is gelegen aan de snelwegen A4 en A44 en de regionale wegen N206 en N11. Deze rijkswegen en regionale wegen zijn belangrijk voor de regionale en (inter)nationale bereikbaarheid. Afgelopen jaren is er door de regio, provincie en het Rijk al flink geïnvesteerd in de verbetering van autoverbindingen, zoals de Rijnlandroute. Toch hebben deze wegen nu en in de toekomst ook de nodige aandachtspunten op het gebied van doorstroming. We zijn hiervoor in overleg met regiopartners, Rijkswaterstaat en andere partijen. De ligging ten opzichte van het landelijke hoofdwegennet (A44, A4 en N11), de aanwezigheid van regionale routes, de spoorverbindingen noord/zuid en oost/west, en ook de ligging aan meerdere vaarroutes bieden kansen voor duurzame keuzes die bereikbaarheid waarborgen en leefbaarheid vergroten. Leiden is de centrumstad in de verstedelijkte Leidse regio tussen Zoeterwoude en Zee. In dit stede­ lijke netwerk organiseren inwoners van de verschillende kernen over en weer hun dagelijkse activiteiten.

Daarom werken we samen met onze regiopartners aan goede regionale verbindingen, waarbij voor Leiden de nadruk ligt op goede (elektrische) fietsverbindingen en het openbaar vervoer. Knooppunt Leiden Centraal speelt hierin een belangrijke rol. Leiden Centraal is het zesde treinstation van Nederland wat het aantal reizigers betreft. Knopppunt Leiden Centraal is het derde treinstation in aantallen fietsers dat het knooppunt als begin- of eindpunt heeft. Bovendien komen (bijna) alle regiobussen over dit knooppunt. Knooppunt Leiden Centraal verbindt Leiden met andere grote steden als Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht en met andere kennisregio’s zoals Delft. Ook internationale knooppunten, zoals luchthavens en HSL-opstapplaatsen, zijn nabij en goed bereikbaar. Daarom zetten we, samen met partners als NS, ProRail, Provincie Zuid-Holland en het Rijk, in op kwantitatieve en kwalitatieve doorontwikkeling van Knooppunt Leiden Centraal. Zo faciliteren we de groei van het aantal reizigers en versterken we de betekenis als knooppunt voor in-, uit- en overstappers in stad en regio. Naast Leiden Centraal zijn er twee andere treinstations die bijdragen aan een goede ontsluiting via het spoor voor reizigers.

Dat zijn station De Vink en station Leiden Lammenschans, deze stations liggen op de drukke spoorlijnen van Amsterdam-Den Haag en Leiden-Utrecht en zijn essentieel bij de transitie naar duurzame bereikbaarheid. Voor beide stations geldt dat het invloedgebied zich uitstrekt over delen van Leiden en dat met een toenemende verduurzaming van de mobiliteit de potentie van beide stations zal toenemen. Het versterken van fietsroutes naar die stations, het voorzieningenniveau op en bij die stations en de stallingsmogelijkheden zijn daarbij succesfactoren. Voor de langere termijn agenderen we onderzoek naar verbetering/schaalsprong van het regionaal openbaar vervoer met lightrailachtige concepten in de oost-westrichting. Een we agenderen onderzoek naar mogelijkheden voor extra haltes op het (nationale) railnetwerk. Hiervoor gaan we in overleg met regiopartners en andere partijen. We stemmen verstedelijking en mobiliteit goed op elkaar af In een compacte historische stad, waarbinnen verder verdicht wordt, is het belangrijk dat verstedelijking en mobiliteit goed op elkaar afgestemd worden. We benutten de nabijheid van wonen, werken en voorzieningen in onze compacte stad door verder te verdichten en functies te mengen. Hierdoor kunnen we veel van onze verplaatsingen te voet of per fiets doen.

64

Verdichting met woon- en werkfuncties vindt vooral plaats op locaties in de stad die goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. Dit zorgt ervoor dat meer mensen nabij OV-haltes kunnen wonen en werken en daardoor eerder gebruik zullen maken van het openbaar vervoer. Dit zijn gebieden rond NS-stations, bijvoorbeeld stationsgebied Leiden Centraal en Leiden Lammenschans, en rond haltes met hoogwaardig OV zoals het R-net.

Hoe bereiken we dit? Uitwerking duurzaam mobiliteitssysteem: gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt Een fijnmazig voetgangers- en fietsnetwerk realiseren, inclusief ontbrekende schakels We werken aan een loopvriendelijke stad. Voor de voetganger realiseren we een fijnmazig en veilig netwerk. Daarbij is elke straat toegankelijk voor voetgangers, ook voor kwetsbare groepen. We werken aan een obstakelvrije openbare ruimte, bijvoorbeeld door goede oversteekplekken, brede stoepen en voorzieningen zoals rustplekken waarvoor we extra aandacht hebben rond de wijkzorgcentra. Koele verblijfsplekken en routes in de wijken maken buitenzijn aantrekkelijk en aangenaam, bijvoorbeeld in de vorm van parkjes en plekken met bomen of aan het water. In de wijken zorgen we voor voldoende plek om te spelen in de openbare ruimte of speelvoorzieningen. We realiseren een fijnmazig netwerk van fietsroutes binnen Leiden, met regionale fietsroutes, hoofdfietsroutes, wijkfietsroutes en recreatieve fietsroutes (bijvoorbeeld naar het omringende buitengebied). Daarbij spelen we ook in op de opkomst van de elektrische fiets als goed alternatief voor de regionale (woon-werk)verplaatsingen per auto. Hiermee werken we aan (sociaal- en verkeers)veilige, directe, samenhangende, comfortabele en aantrekkelijke fietsroutes binnen de stad en naar de regio.

Zo wordt lopen en fietsen binnen de compacte stad Leiden een steeds aantrekkelijker keuze. Voor het fietsnetwerk worden (binnen Leiden) ontbrekende schakels aangelegd, ook naar het omliggende landschap. Er wordt gewerkt aan fietsparkeervoorzieningen bij openbaar vervoerhaltes, overstappunten/hubs en in de binnenstad. Elders in de stad vindt maatwerk plaats wat betreft fietsparkeervoorziening, bijvoorbeeld bij overlast of bij beperkte ruimte. Fietsen of lopen heeft de voorkeur voor het bereiken van buurtvoorzieningen en onderwijslocaties. Zo kunnen inwoners zich gezond en veilig door de stad verplaatsen voor de dagelijkse activiteiten.

65

Essentieel voor aantrekkelijke voetgangers- en fietsroutes en een goede verkeersveiligheid is het goed ontwerpen van de openbare ruimte. Gezien het historische compacte en stedelijke karakter van grote delen van de stad is een goede verkeersveiligheid een voorwaarde, in combinatie met sociale veiligheid en andere functies van de ruimte. Denk aan identiteit, verblijfskwaliteit, heldere routevorming en bijvoorbeeld groen. Het is bij de inrichting van de openbare ruimte verder belangrijk expliciet oog te hebben voor kwetsbare doelgroepen. We richten de openbare ruimte in met aandacht voor verblijven, voor klimaatadaptatie, biodiversiteit en met een duurzaam veilige verkeersinrichting. De plek in de stad en de aard van de weg bepalen mede de precieze inrichting. Daarnaast is het van belang dat de openbare ruimte zo wordt ingericht dat hulpdiensten snel en effectief kunnen optreden bij incidenten. Historische routes waar mogelijk voor voetgangers en fietsers benutten De historische routes zijn van oudsher de belangrijkste verbindingsroutes tussen centrum en gebieden daaromheen en tussen Leiden en de historische kernen in de regio. Deze wegen zijn, samen met de historische bebouwing erlangs, waardevolle cultuurhistorische structuren.

Hier krijgen fietsers en voetgangers waar mogelijk de hoofdrol (tenzij de stroomfunctie dit onmogelijk maakt en er geen vervangende routes zijn aan te wijzen). Zij vormen vaak de lange lijnen in de stad. Daar waar deze wegen doorsneden of niet-continu zijn, worden ze zoveel mogelijk weer als route herkenbaar en beleefbaar gemaakt en ingericht in combinatie met groen. Passende hoofdwegenstructuur Tot 2030 werken we aan de opgaven en uitgangspunten uit de Mobiliteitsnota Leiden 2020-2030 en gaan we uit van de volgende wegencategorisering zoals daarin genoemd. Voor de middellange termijn is de ambitie van de mobiliteitsaanpak beschreven in de al eerder genoemde Mobiliteitsnota. In dit beleidsprogramma wordt stevig ingezet op het veranderen van de modal split omdat de baten hiervan voor de stad groot zijn. Voor de periode na 2030 is de verwachting dat het aandeel van personenautoverkeer van zo’n omvang is dat gekeken kan worden of het hoofdwegennet niet is overgedimensioneerd. Mocht dit zo zijn, dan is er de mogelijkheid om nog meer ruimte vrij te maken voor andere functies zoals groen en water, wat ten goede komt aan de leefbaarheid in de stad. Bij het nadenken over oplossingen zal natuurlijk rekening worden gehouden met doelgroepen die maatwerk nodig hebben, zoals bijvoorbeeld mindervaliden, hulpdiensten en specifieke logistieke stromen.

Parkeerruimte op straat beperken We kiezen ervoor om parkeerruimte op straat te beperken daar waar de parkeerdruk laag is of daar waar de ruimte schaars is en behoefte is aan bijvoorbeeld vergroening, zoals de binnenstad. De parkeervoorzieningen en deelsystemen voor bewoners en bezoekers stemmen we hierop af. Dit doen we bijvoorbeeld door nieuwe parkeergarages voor bewoners in de stad en overstapplaatsen voor bezoekers aan de rand van de stad te realiseren. Als de maatschappelijke trend van bezit naar gebruik doorzet, dan ontstaat er ruimte om parkeerplaatsen voor andere zaken te kunnen gebruiken. Op dat moment kan een overmaat aan parkeerplaatsen in wijken benut worden voor bijvoorbeeld deelmobiliteit, groen/blauw (klimaatadaptatie) of speelruimte. Stadshubs (overstap- en overslagpunten) realiseren Om het verkeer en vervoer in de stad de komende decennia in goede banen te kunnen (blijven) leiden, werken we stapsgewijs en waar nodig aan een diversiteit aan overstappunten (mensen) en

66

overslagpunten (goederen). Bij de overstappunten stappen mensen over van auto op fiets, lopen, openbaar vervoer of deelsysteem. Dit kan via P&R-pluslocaties voor bezoekers of in de vorm van kleinschalige wijkmobiliteitscentra voor bewoners. Bij overslagpunten (of stadsdistributiepunten) worden goederen overgeslagen van grote vrachtwagens naar kleinere elektrische voertuigen en bakfietsen om de stad te bevoorraden en pakketjes op hun plek van bestemming of bij ‘pick up points’ te krijgen. De stadshubs spelen daarmee een belangrijke rol in emissievrije (zero emissie) stadsdistributie en dragen bij aan een flinke vermindering van het aantal bewegingen van vervuilende voertuigen. Afhankelijk van het type hub zijn ook oplaadmogelijkheden belangrijk. De rol van de gemeente verschilt per type overstap-/overslagpunt: van prioritering in ruimtevraag, regie wat betreft combinatie van functies tot het bijeenbrengen van de vraag en de benodigde ruimte of de rol van ruimtelijk facilitator. Daarbij is de rol van de gemeente bij P&R-locaties breder en worden overslagpunten eerder aan de markt overgelaten. De ruimte binnen de stad is beperkt, dus ook hier moeten keuzes gemaakt worden. Deur-tot-deurreis, Mobility as a Service en deelconcepten stimuleren De reiziger heeft de behoefte om de reis van deur-tot-deur zo snel en comfortabel mogelijk af te leggen.

Dat kan door de verschillende vervoerswijzen naadloos op elkaar aan te laten sluiten, deelsystemen te stimuleren en bijvoorbeeld het voor- en natransport goed te faciliteren. Aanvullend aan de huidige mogelijkheden zullen Mobility as a Service (MaaS) en deelconcepten (mits deelconcepten geen beslag leggen op openbare ruimte of goed inpasbaar zijn) bij kunnen dragen aan een veilige en comfortabele van-deur-tot-deurreis. Dit kan met slimmere informatievoorziening en door verschillende (innovatieve) soorten van vervoer beter op elkaar aan te laten sluiten. Dat doen we bijvoorbeeld door hubs te realiseren op strategisch gekozen locaties waar je ‘drempelloos’ kan overstappen op deelsystemen. Het is hierbij belangrijk dat de informatie van de verschillende systemen op elkaar is afgestemd, bijvoorbeeld met real-time, betrouwbare en dynamische parkeerinformatie. We faciliteren waar mogelijk en wenselijk kansrijke en toekomstbestendige mobiliteitsconcepten en we zetten in op een verschuiving van het bezit van vervoermiddelen naar het gebruik, van privé-eigendom naar gemeenschappelijk eigendom (deelsystemen).

Investeringen in haltes en ketenvoorzieningen zijn daarbij noodzakelijk, zodat reizigers makkelijk de reis van deur-tot-deur kunnen maken, maar ook voor snelle, frequente lijnen en goede afstemming tussen modaliteiten met daarbij specifieke aandacht voor doostroming en betrouwbare reistijden. Uitstoot van vervuilende stoffen en geluidhinder beperken In 2040 is de gezondheidswinst toegenomen door schonere lucht en is het aantal geluidgehinderden, ondanks de verdichtingsopgave, afgenomen. Een duurzaam mobiliteitssysteem (uitstootvrij) is een van de belangrijkste variabelen om deze ambitie te bewerkstelligen. Daarbij wordt de kanttekening gemaakt dat de lokale fijnstofconcentratie voor het grootste deel uit achtergrondconcentratie2 bestaat en slechts voor een klein deel uit lokale bijdrage. De mogelijkheden om de bijdrage lokaal te beïnvloeden zijn dus beperkt. Het is echter zo dat wanneer alle gemeenten de uitstoot van fijnstof terugbrengen, de regionale en landelijke concentraties dalen. Binnenstedelijk wegverkeerslawaai is nog steeds de belangrijkste geluidhinderbron. Leiden heeft als ambitie om het aantal inwoners dat ernstige hinder of slaapverstoring ondervindt (met name door verkeerslawaai) te laten afnemen. De transitie naar een duurzaam mobiliteitssysteem (dat meer

2

Al aanwezige concentraties vanwege stedelijke en industriële emissies, buitenlandse bronnen en zeezout

67

gericht is op voetgangers en fietsers en het openbaar vervoer) en de transitie naar elektrische auto’s dragen hieraan bij. Daarnaast wordt geluidsoverlast door verkeerslawaai teruggebracht door gebruik te maken van stil asfalt en een stille zijde te realiseren aan (nieuwbouw)woningen. Vervoer over water onderzoeken De recreatieve waarde en wellicht ook de vervoerswaarde van het water kan in de toekomst beter benut worden, bijvoorbeeld door mobiliteitshubs te koppelen aan water. Dit kan, vooral voor recreatie, een manier zijn om de stad en de bijzondere landschappen daarbuiten (kust, plassengebied, Groene Hart) beter te verbinden. Distributie van grondstoffen en bevoorrading van bedrijven zijn mogelijkheden die in de toekomst wellicht ook efficiënter, schoner of rendabeler gemaakt kunnen worden over water. Nader onderzoek moet dit uitwijzen, waarbij gekeken moet worden naar de plek van specifieke overstap- of overslaghubs, waarbij ook rekening gehouden wordt met de doorvaarthoogtes van de bruggen.

Uitwerking verbeteren regionale en (inter)nationale bereikbaarheid OV-knooppunten doorontwikkelen De intercityfunctie van OV-terminal Leiden Centraal is – ook op de lange termijn – van groot belang voor de stad en regio. Knooppunt Leiden Centraal geeft aansluiting op internationale overstappunten (luchthaven, HSL) en is het regionale in-, uit- en overstapknooppunt. Het is hét entreegebied van Leiden, zowel aan de zijde van de historische binnenstad als aan de zijde van Innovation District LBSP. Het is de verbindende schakel tussen deze twee gebieden. Daarom ontwikkelen we, samen met onze partners, Knooppunt Leiden Centraal kwantitatief en kwalitatief door, waarbij het meegroeit met het aantal reizigers en met de functie als overstapknooppunt. Dat betekent dat we werken aan verbetering van de stationshal en de openbare ruimte, een hoogwaardige busterminal realiseren, ongeveer 20.000 fietsparkeerplaatsen creëren en de vier corridors - die beide zijden van het spoor verbinden - verbeteren. Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van het stationsgebied en spoorzone.

68

Voor de lange termijn agenderen we een aantal mogelijk kansrijke ontwikkelingen voor de stad. Hierbij werken we samen met onze partners zoals het Rijk, de Provincie Zuid-Holland en de NS. We doen: 1. onderzoek naar verdichtingsmogelijkheden rondom het station de Vink; 2. onderzoek naar mogelijkheden voor extra stations op de het huidige hoofrailnet (Oude Lijn of Utrechtlijn) en 3. onderzoek naar een eventuele schaalsprong en opwaardering van het regionaal HOV-netwerk tot lightrailachtig concept, dat aansluit bij het dagelijks stedelijke netwerk van onze steeds verder verstedelijkende regio en (grotere) nieuwbouwlocaties in de regio. Uitwerking goede afstemming verstedelijking en mobiliteit Maatwerk bieden in de stad We benutten de eigenschappen van de compacte en historische stad. Omdat alles op relatief korte afstand van elkaar ligt, zijn functies als wonen, werken en voorzieningen veelal nabij. Dit levert als voordeel op dat veel van onze dagelijkse activiteiten te voet of met de fiets kunnen plaatsvinden en maakt de keuze voor deze gezonde, milieu- en ruimtevriendelijke wijze van verplaatsen aantrekkelijk. Door de verdere verdichting en verstedelijking en het mengen van functies wordt de nabijheid verder versterkt. In onze compacte en historische stad stemmen we verstedelijking en mobiliteit goed op elkaar af, met maatwerk voor elk type leefmilieu.

Zo spelen we in op verschillen binnen de stad zoals de locatie, fysieke kenmerken en de functies in een gebied. In de (hoog)stedelijke gebieden met een mix aan functies nabij en waar de ruimte compact is (zoals in de historische binnenstad), staat het verblijven op één. Hier kiezen we vooral voor lopen, fietsen en openbaar vervoer en gaan we toe naar autoluwe gebieden of naar een beperkte rol voor de auto. Daar waar meer ruimte is, met minder functiemenging en minder hoge dichtheden kan de rol van de auto groter zijn, naast voetgangers en fietsers en openbaar vervoer. Autoluwe gebieden uitbreiden Daarnaast bekijken we de mogelijkheid om op termijn meer gebieden in de stad autoluw te maken. In de autoluwe gebieden is de openbare ruimte gericht op verblijven en ontmoeten en op een meer groen-blauwe klimaatbestendige inrichting. We werken al aan autoluwe gebieden in de binnenstad en het stationsgebied. Op termijn zijn delen van het Leiden Bio Science Park mogelijk ook kansrijk als autoluwe gebieden. Het bieden van een alternatief voor de auto als vervoersmiddel is hierbij noodzakelijk. Denk aan verbeterde fiets- en voetgangersnetwerken, OV-verbindingen, deelsystemen en parkeervoorzieningen voor auto’s op afstand.

Hoofdzakelijk rondom HOV-haltes verdichten De verdichting en verstedelijking vindt veelal plaats binnen de invloedssfeer van NS-stations en HOV-haltes en wordt gecombineerd met gericht parkeerbeleid. Dit zorgt ervoor dat meer mensen in de directe nabijheid van het openbaar vervoer kunnen wonen en werken en daardoor eerder gebruik zullen maken van het openbaar vervoer.

69

5.4 Bodem als fundament

Themakaart bodem als fundament 2040

De stad kan niet functioneren zonder een gezonde bodem en de vitale infrastructuur zoals drinkwaterleidingen, riolering, en een elektriciteitsnetwerk die daar in ligt. Zowel boven- als ondergronds is de ruimtelijke impact van deze netwerken en systemen groot en die impact wordt in de toekomst alleen maar groter. Al deze netwerken en systemen staan onder druk en vormen een opgave richting 2040. De riolering is deels verouderd. Waterleidingen worden door de extreme temperaturen (klimaatverandering) te warm. Het voor de kenniseconomie noodzakelijke dataverkeer vraagt om snellere en betere verbindingen (glasvezel) dan nu beschikbaar zijn. We moeten de bestaande ondergrondse infrastructuur van kabels en leidingen, verzwaren en uitbreiden omdat de stad groeit en voorbereid moet worden op de energietransitie en klimaatverandering. Dit alles terwijl de ruimte in de bodem beperkt is. Dat vraagt om slimme combinaties. Zo moet de verduurzaming van de energie-infrastructuur hand in hand gaan met de klimaatadaptieve maatregelen. Ook het grondwatersysteem voor de hele regio verandert in de toekomst door klimaatontwikkelingen. Er is sprake van bodemdaling en zettingen in de ondergrond. Daarnaast kan het veranderende

70

en toenemende gebruik van de ondergrond voor bijvoorbeeld de energietransitie het grondwatersysteem beïnvloeden. Dit betekent dat de boven- en ondergrondse opgaven beter op elkaar afgestemd moeten worden. Soms is de ondergrond leidend voor de mogelijkheden bovengronds. De gemeente heeft hierin een faciliterende en stimulerende rol en pakt de regie om samen met relevante partijen de bodem en ondergrond duurzaam in te richten.

Leidse keuzes op stadsniveau We brengen (ondergrondse) netwerken in samenhang in beeld Om de energie- en de klimaatopgaven te realiseren is een voorspelbare, overzichtelijke en gezonde ondergrond nodig. Om rekening te kunnen houden met de ruimte onder de grond, is het nood­ zakelijk om precies in beeld te hebben wat er allemaal op welke locatie in de ondergrond zit. Alleen zo is het mogelijk om processen goed op elkaar af te stemmen en ruimte te reserveren voor toekomstige ontwikkelingen. We bereiden de ondergrond voor op de toekomst Huidige systemen en netwerken staan nu al onder druk en zullen, gezien de toekomstige (transitie) opgaven, niet blijven voldoen. Het is bekend dat sommige transitieopgaven om een ander soort ruimtegebruik in de ondergrond vragen. Hoewel deze ruimtevraag er nu nog niet concreet ligt, kunnen we de ondergrond er al wel op voorbereiden. Dit kan door de betreffende ruimtevraag concreet in beeld te brengen en daarbij ook ruimte in de ondergrond te reserveren. We weten dat bijvoorbeeld de leveringszekerheid van drinkwater en energie en een veilig datanetwerk in de toekomst belangrijke vraagstukken zijn met een ruimtevraag in de ondergrond. Het energie- en watersysteem moet ook bij extreme weersomstandigheden en grote fluctuaties naar behoren functioneren. Dit begint met het besparen van zoveel mogelijk energie en water.

Daarnaast hebben we aandacht voor bodemdaling en waterkwaliteit. Wanneer de huidige inrichting van de ondergrond en de toekomstige ruimtevraag van transitieopgaven in beeld zijn gebracht, is het noodzakelijk om de ondergrond voor te bereiden op de toekomst. We stemmen ontwikkelingen onder en boven de grond op elkaar af Richting 2040 zit Leiden volop in de transitie naar een klimaatadaptieve stad met een robuust energie- en watersysteem, terwijl we tegelijkertijd werken aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Daarbij is het belangrijk dat we onder- en bovengrondse opgaven goed op elkaar afstemmen. Er zullen gebieden in de stad zijn waar dit veel aandacht en inventiviteit vraagt, zeker in dichtbebouwde delen van de stad met bijvoorbeeld ondergrondse (fiets)parkeergarages. Verder stimuleren we een gezonde en doorlatende bodem ten behoeve van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Deze opgaven worden zoveel mogelijk uitgevoerd met respect voor het historische karakter van de stad, boven en onder de grond. In een historische stad als Leiden vertelt de bodem ook de geschiedenis van de stad. Daarom houden we rekening met de archeologische waarden in de bodem, maar ook met niet-gesprongen explosieven en bodemverontreinigingen. Bij archeologische waarden is het behoud in situ het uitgangspunt.

Wanneer dat niet mogelijk blijkt, doen we goed archeologisch onderzoek en verrijken daarmee het verhaal van de stad.

71

Hoe bereiken we dit? Uitwerking (ondergrondse) netwerken in samenhang in beeld brengen De ondergrond ordenen door een ‘grand design’ op te stellen De bodem en ondergrond kunnen veel diensten leveren en herbergen, maar er is maar één ruimte beschikbaar. Daarom is het soms nodig om op bepaalde locaties specifieke functies te prioriteren. Dit vraagt om een consistente ordening van de ondergrond. Door de informatie van de netbeheerders te combineren met de opgaven en ambities van de gemeentelijke organisatie ontstaat inzicht in de structuur van de ondergrondse netwerken die zich van de grote transporttracés vertakken tot huisaansluitingen. Door met alle relevante partijen die informatie samen te brengen ontstaat er een proces dat het mogelijk maakt om een integraal systeem te bouwen: een ‘grand design’. In dit ‘grand design’ wordt de inrichting van de ondergrond in beeld gebracht en wordt gekeken hoe we willen omgaan met de toekomstige opgaven die een ruimteclaim hebben op onze ondergrond. In samenspraak met de betrokken kabel- en leidingenbeheerders, zoals Dunea, Liander en het Hoogheemraadschap, wordt gekozen voor één set van inrichtings- en afwegingsprincipes die bij ingrepen in de ondergrondse infrastructuur en alle graafwerkzaamheden en projecten in de stad gehanteerd wordt.

Naast de logica in de volgorde wordt bij het inpassen van kabels en leidingen rekening gehouden met beheer, efficiënt ruimtegebruik en het vermijden van schade. We brengen de kennis over de Leidse bodem en ondergrond in beeld zodat we weten wat er waar in de bodem zit. Die kennis bouwen we op en delen we met onze partners in de openbare ruimte. Naast alle ambitie, inzet en regie om tot één consistente ordening van de ondergrond te komen zal lokaal maatwerk nodig blijven om ook op potentiële knelpunten te komen tot zo voorspelbaar mogelijke slimme en locatiegebonden oplossingen. Hierbij is ook het gesprek met andere partijen belangrijk.

Uitwerking ondergrond voorbereiden op de toekomst Het stadswarmtenet uitbreiden Het bestaande stadswarmtenet wordt verder uitgebreid en verduurzaamd. Doordat het stadswarmtenet open wordt gesteld voor meerdere bronnen, vormt het de ruggengraat van het duurzame energienetwerk. Het stadswarmtenet wordt uitgebreid naar de wijken waar dat de beste oplossing is. Daarmee is de noodzakelijke basis gelegd voor de Leidse wijken die lastiger zijn aan te sluiten op het stadswarmtenet.

72

Daarnaast verduurzamen we het stadswarmtenet steeds verder. Dat begint met de beschikbare hoge en lage temperatuur zo in te zetten (cascaderen) dat zowel goed als minder goed geïsoleerde woningen verwarmd worden met water dat de juiste temperatuur heeft. Als door cascaderen combinaties van hoge en lage temperatuur in het stadswarmtenet mogelijk zijn, kunnen ook lokale, midden- of lage temperatuurbronnen optimaal worden gebruikt. Zo wordt het ook mogelijk om combinaties te maken met het waternet van Dunea, geothermie en mogelijk aquathermie (zie begrippenlijst). De kansen voor geothermie worden net buiten de stadsgrenzen onderzocht. Als de resultaten positief zijn, is geothermie een alternatief voor de restwarmte uit het Rotterdamse havengebied. In delen van de stad waar een uitbreiding van het stadswarmtenet niet haalbaar is, wordt aan een mix van oplossingen gedacht. Bewezen alternatieven zoals all-electric oplossingen en het gebruik van ondergrondse warmte- en koudeopslag (WKO’s) worden benut. De haalbaarheid van ondersteunende alternatieven zoals groen gas en waterstof wordt onderzocht, met name ten behoeve van de historische binnenstad. Het elektriciteitsnet in de Leidse regio verzwaren en uitbreiden In alle scenario’s is er meer elektriciteitsgebruik. Daarom wordt het elektriciteitsnet uitgebreid en verzwaard, ook in de wijken die op het stadswarmtenet worden aangesloten.

Ook daar vindt elektrificering van de mobiliteit plaats en vraagt de plaatsing van bijvoorbeeld zonnepanelen een zwaardere infrastructuur. De verbreding van de tracés, de vergroting van schakelkasten en transformatorhuisjes en de uitbreiding van de benodigde 20-, 50- en 150kV-(onder)stations vragen veel ruimte boven en onder de grond. Binnen de gemeentegrenzen zijn belangrijke tracés en knooppunten van het lokale en regionale elektriciteitsnet aanwezig. Deze tracés en knopen zijn essentieel voor de stedelijke en regionale elektriciteitsvoorziening. Uitval heeft grote gevolgen voor bewoners en voor de bedrijfsvoering van bedrijven. Om de leveringszekerheid van energie te garanderen werken we aan een samenhangend systeem waarin de netwerken van het Hoogheemraadschap, (drink)waterbedrijf, elektriciteitsleveranciers, bewoners en gemeente steeds nauwer met elkaar verbonden zijn. Zo maken we een energiemix waarin het gebruik van elektriciteit en warmte elkaar aanvullen en die de grotere fluctuaties in de energievoorziening kan opvangen. Daarnaast werken we aan slimme constructies bij het aanleggen van de systemen, zodat er optimaal gebruik wordt gemaakt van de ruimte in de onder- en bovengrond. Energiebehoefte beperken en duurzame energie opwekken waar mogelijk Bij de overstap naar duurzame energie is het beperken van de energiebehoefte een eerste belangrijke stap.

Door energiebesparing wordt de energiebehoefte beperkt. Energiebesparing is primair een verantwoordelijkheid van energiegebruikers. De gemeente speelt wel een rol bij het enthousiasmeren, voorlichten en ondersteunen van woningeigenaren op het gebied van energiebesparing. De mogelijkheden om in het stedelijke gebied duurzame energie op te wekken worden optimaal benut, met daarbij in het achterhoofd dat de ruimte schaars is. Dit betekent dat er voornamelijk duurzame energie opgewekt wordt door zonnepanelen op daken. Het gaat dan om alle daken: de grote daken van de bedrijfspanden, de daken in gemeentelijk bezit én de daken van particulieren. Wel wordt er bij de plaatsing een zorgvuldige afweging gemaakt op basis van cultuurhistorische waarden zoals beschermd stadgezicht en monumenten. Het combineren van zonnepanelen en

73

groene daken wordt gestimuleerd om het effect van hitte-eilanden op bijvoorbeeld bedrijventerreinen tegen te gaan. Om het energieverbruik van (mobiele) airco’s te beperken, worden ook particulieren gewezen op de voordelen van groene daken om de hitte te bestrijden. Andere manieren om grootschalig duurzame energie op te wekken zijn lastiger in een dichtbebouwde stad zoals Leiden. Daarom onderzoeken we samen met de regio locaties voor windmolens en zonneweides. In een compacte, verdichtende en historische stad als Leiden hebben we extra oog voor de veiligheidsrisico’s van toekomstige en bestaande energiebronnen en de mogelijkheden voor energieopslag.

Regie voeren op de realisatie van ondergrondse warmte- en koudeopslag Als gemeente stimuleren we dat er optimaal gebruik gemaakt wordt van de beschikbare koude en warmte in de bodem. Het individueel inpassen en realiseren van warmte- en koudeopslagsystemen (vanaf nu WKO-systemen) kan problemen opleveren met huisaansluitingen en bestaande kabels en leidingen in de ondergrond. Er zijn nu onvoldoende regels over wie de ruimte in de ondergrond mag gebruiken om zijn of haar energie (in de vorm van warmte of koude) in op te slaan. Omdat WKO-systemen met elkaar kunnen interfereren, komt er een plan dat aangeeft hoe en waar WKO-systemen gerealiseerd kunnen worden. Om een eind te maken aan de huidige situatie waarin WKO-systemen ad hoc vergund worden, gaan we per gebied het gesprek aan met initiatiefnemers en ontwikkelaars. Energiehubs ontwikkelen Energiehubs zijn de potentiële regelknoppen voor de nieuwe energie-infrastructuur van de stad en krijgen een ruimtelijke reservering. Het is nog onduidelijk hoe de toekomstige energiemix zal zijn samengesteld. Daarom is het belangrijk om de bestaande infrastructuur voor aardgas, of delen daarvan, te behouden. Dat geldt zeker voor de plekken waar de infrastructuur van de verschillende energiestromen en van Dunea, Liander en het Hoogheemraadschap bij elkaar komen.

Hier is het mogelijk om energiehubs in te richten die het mogelijk maken om elektriciteit, warmte, en mogelijk groen opgewekte waterstof, op de meest efficiënte manier over de gebruikers te verdelen of te bufferen. Ze reguleren de pieken en dalen in de vraag en het aanbod en hangen direct samen met de ontwikkeling van mobiliteitshubs en lokale energieopslag (bijvoorbeeld buurtbatterijen).

74

Aanleg datanetwerk mogelijk maken We faciliteren waar mogelijk de aanleg van een zo goed mogelijk datanetwerk, passend bij de techniek van dat moment. De gemeente Leiden wordt geen eigenaar van de netwerken, maar maakt de uitrol mogelijk en zorgt voor voldoende ruimte in de ondergrond voor de benodigde kabels en leidingen. Een uitstekend en veilig datanetwerk is van vitaal belang voor het functioneren van de (toekomstige) stad, de bedrijven en inwoners omdat het gebruik van data steeds verder toeneemt. Om regie te kunnen voeren, de privacy en veiligheid te kunnen waarborgen en eigenaar te blijven van de data bij een overgang naar een ‘Smart City’-grid, sluit Leiden zich aan bij de landelijke afspraken over het gunnen en onderhouden van slimme netwerken. Bodemdaling en verzilting tegengaan Bodemdaling is een reële bedreiging voor met name de wijken ten noorden van de Singel, de Vlietpolder en Cronesteyn. Verzilting is pas een probleem wanneer er functies zijn die er niet goed tegen kunnen. Problemen door verzilting zullen in Leiden meevallen, maar desondanks is het goed om hier rekening mee te houden. Een andere omgang met bodemdaling vergt een gezamenlijk optrekken van diverse overheden, ketenpartners en andere belanghebbenden. Ook hier spelen de ontharding van tuinen en het vasthouden van water een belangrijke rol en is de participatie van bewoners essentieel.

Waterkwaliteit beschermen Door de extremere temperaturen kan het drinkwater in de ondiep liggende waterleidingen te warm worden. Dat kan een risico vormen voor de volksgezondheid. Dit wordt opgelost in de afspraken over de ordening van de ondergrond met diensten en bedrijven. Om de overstort van het vuilwaterriool te voorkomen wordt een gescheiden rioolstelsel gerealiseerd. Ook wordt gewerkt aan natuurvriendelijke oevers om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren. Buffering op daken en in tuinen is noodzakelijk om te voorkomen dat bij piekbuien de straat blank komt te staan en straatvuil in de onverharde delen van de openbare ruimten terechtkomt. Dat kan niet zonder de hulp van bewoners, die gestimuleerd worden om hun tuinen te ontharden/ontstenen, hun daken te vergroenen en geveltuintjes te onderhouden.

75

Daarnaast pakken we verontreiniging van grondwater vanwege historische activiteiten aan en zorgen we ervoor dat de risico’s beheerst worden, zodat de verontreiniging zich niet via het grondwater verder kan verspreiden. Het uitgangspunt is dat de vervuiler de verontreiniging zelf aanpakt. De rioleringswerkzaamheden, de ingrepen voor de klimaatadaptatie en de opgaven voor de energietransitie lopen zoveel mogelijk gelijk op. Waar dat niet lukt, wordt zowel bij de rioleringswerkzaamheden, als bij de ingrepen voor de klimaatadaptatie, als bij de ingrepen in het energienet, gewerkt met de inrichtingsprincipes voor de ordening van de ondergrond. Er wordt voldoende ruimte gereserveerd voor andere opgaven (in ieder geval voor versterking en uitbouw van de groenstructuren) en de aanwezige kabels en leidingen worden op de juiste wijze teruggelegd. Uitwerking ontwikkelingen onder en boven de grond afstemmen Beschikbare ruimte in de ondergrond meewegen bij ruimtelijke ontwikkelingen boven de grond Als we spreken van ‘ruimte’, ‘ruimtegebruik’ en ‘ruimtelijke ontwikkeling’ gaat dit niet alleen over de zichtbare bovengrondse ruimte. ‘Ruimte’ ligt ook onder de grond. Dit is de zogenaamde ‘lagenbenadering’ die bewust uitdrukt dat de bodem verschillende eigenschappen en functies omvat, waar in de planningspraktijk rekening mee moet worden gehouden.

Een van de vele eigenschappen van de bodem is dat zij ook eeuwenoude resten erfgoed, archeologie en cultuurhistorie bevat. Bij integrale planontwikkeling wordt de beschikbaarheid van ruimte in de ondergrond al onderzocht in het beginstadium van planvorming. In intensief bebouwde gebieden in de stad zal ook vaker naar ondergrondse bouwruimte worden gezocht, bijvoorbeeld voor fietsenstallingen, parkeergarages of technische ruimten. Grote appartementencomplexen hebben een andere ruimteclaim op de ondergrond dan een rijtjeshuis. Dit vraagt vroegtijdige afstemming tussen de verschillende functies en tussen de diverse partijen. Gezonde en doorlaatbare bodem stimuleren Afstemming tussen ondergrond en ontwikkelingen boven de grond is ook belangrijk om de biodiversiteit in de bodem te verbeteren. Het gaat dan om een gezonde bodem, waar natuurlijke processen kunnen plaatsvinden en verharding beperkt is. Een gezond bodemleven bestaat uit talloze organismen, denk aan schimmels, bacteriën en ongewervelde dieren. Er is ook een wisselwerking met het leven bovengronds. Zo groeien planten beter bij een vitale bodem. Deze ecologische kwaliteit is er alleen wanneer lucht en water kan doordringen in de grond. Met een veranderend klimaat telt iedere druppel water die in de bodem kan trekken. Een gezonde en doorlatende bodem draagt daarom bij aan klimaatadaptatie.

Waterretentie (het vasthouden van water) draagt hier ook aan bij. Verder zoekt Leiden naar slimme combinaties waarbij bijvoorbeeld klimaatadaptatie en ecologie/biodiversiteit hand in hand gaan. Zo zet de gemeente waar mogelijk in op het gebruik van doorgroeibare verharding. Daarmee ontstaat er extra afvoercapaciteit bij buien, meer bodemleven ondergronds en gezonde beplanting en meer groeiruimte voor bomen en struiken bovengronds.

76

Ingrepen in de ondergrond combineren met klimaatadaptieve aanpassingen boven de grond Omdat het riool, ondanks de uitbreiding met een hemelwaterriool, niet in staat is om bij extreme buien het regenwater te bufferen, verschuift die rol naar de inrichting van de openbare ruimte en het oppervlaktewater. Daarmee worden de bodem, de openbare ruimte en het oppervlaktewater onderdeel van het systeem van de hemelwaterberging. Die rol vraagt om meer onverharde oppervlakten, meer doorgroeibare verharding boven de grond en voldoende ruimte onder de grond voor het water om in te zijgen. Bodemgesteldheid speelt een belangrijke rol bij het bepalen welke gebieden hier geschikt voor zijn. De klimaatadaptieve maatregelen gaan hand in hand met de verduurzaming van de energie-infrastructuur. Net als boven de grond zal er in de toekomst onder de grond steeds vaker meervoudig ruimtegebruik nodig zijn waarbij slimme oplossingen voor kabel- en leidingtracés gecombineerd worden met waterberging, bomen en groenstructuren. Leveringszekerheid drinkwater, nu en in de toekomst Bij groei van het aantal woningen en voorzieningen hoort ook uitbreiding van (capaciteit van) ondergrondse kabels en leidingen (denk aan drinkwater, riool, elektriciteit et cetera) en aanpassing van andere infrastructuur. Verder is voldoende productiecapaciteit nodig voor drinkwater met het oog op toekomstige leveringszekerheid.

De verwachting is dat hieruit een ruimtevraag voortvloeit voor de Leidse regio; zowel ondergronds als bovengronds. De drinkwatervoorziening nu en in de toekomst is een belangrijk onderwerp van gesprek met gemeente Leiden, de Leidse randgemeenten en betrokken stakeholders. Beheer en onderhoud onderdeel maken van stedelijke ontwikkeling Bij het leefbaar houden van de stad speelt het beheer van de objecten met functies die gezamenlijk het gebruik van de openbare ruimte mogelijk maken (assets, zoals bruggen, verhardingen, riolering) een belangrijke rol. In 2040 wordt het beheer van de assets vormgegeven volgens de principes van assetmanagement. Assetmanagement gaat om de beste balans tussen risico’s, prestaties en kosten, en gaat uit van beheer over de gehele levensduur. Beheer en onderhoud is van cruciaal belang voor goed functioneren van deze assets. Hierbij staan de risico’s en de kansen voor het functioneren van de stad met haar assets (ook in de toekomst) centraal.

77

78

6 Maatwerk in de stad: indeling in drie leefmilieus In hoofdstuk 5 zijn de stadskeuzes voor de hele stad beschreven, die samen de bouwstenen vormen van de visie op Leiden 2040. De uitwerking van de stadskeuzes uit hoofdstuk 5 kunnen verschillen per gebied, zowel in de combinatie van de stadskeuzes, als in de prioritering tussen de stadskeuzes. In dit hoofdstuk worden deze verschillen verder geconcretiseerd door onderscheid te maken in drie type leefmilieus en worden de stadskeuzes aangevuld met aandachtspunten per leefmilieu. Indeling De indeling naar leefmilieus is globaal en vanuit de stad als geheel bekeken. Binnen één leefmilieu kunnen buurten en deelgebieden verschillen op een deel van deze kenmerken (bijvoorbeeld groener of luwer, of meer accent op werken of op wonen). Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om alles binnen één leefmilieu gelijk te trekken. De indeling heeft als doel om specifieke aandachtspunten (naast de stadskeuzes) mee te geven en zo recht te doen aan het maatwerk in de stad. Hiermee moet, naast de stadskeuzes, rekening worden gehouden bij verdere gebiedsuitwerking of concrete projectontwikkeling. Een leefmilieu staat los van de begrenzing van wijken. Op sommige plekken in de stad vormen infrastructuur- en of waterbarrières natuurlijke harde grenzen tussen verschillende leefmilieus.

Op andere plekken in de stad lopen de leefmilieus geleidelijk in elkaar over. In deze overgangsgebieden is verder maatwerk noodzakelijk. Er zijn drie leefmilieus onderscheiden: 1. Dynamisch 2. Levendig 3. Luw

79

De meeste dynamiek bevindt zich in leefmilieu ‘dynamisch’. Dit leefmilieu bestaat uit de binnenstad, het stationsgebied/de spoorzone, Leiden Bio Science Park en de grote Lammenschansdriehoek. De schil daaromheen bestaat uit gemengde stadswijken. Dit is het leefmilieu ‘levendig’. In de wijken aan de rand van Leiden, het leefmilieu ‘luw’, is het buitengebied steeds direct nabij en ligt de nadruk het meest op wonen. Bij de indeling naar leefmilieus is gekeken naar een combinatie van kenmerken en aandachtspunten: • Positie van het gebied in de stad: ligging ten opzichte van de binnenstad en LBSP, ligging ten opzichte van NS-stations en HOV-haltes en/of ligging aan het groene buitengebied. • De betekenis van de functies/programma in het gebied. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen functies met een (boven)regionale, een stedelijke/wijkgerichte of meer wijk-/buurtgerichte betekenis. Denk daarbij aan werkfuncties, onderwijs- en kennisfuncties, voorzieningen of cultureel programma. • Mate van functiemenging (wonen, werken en voorzieningen): dit kan verschillen van multifunc­ tioneel met mix van functies tot vooral monofunctioneel met specifieke plekken voor voorzieningen of werken. • Type ontsluiting van een gebied wat betreft de dominante vervoerswijze: bijvoorbeeld langzaam verkeer, openbaar vervoer of auto.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10409200/1