210078 Bijlage 1 Omgevingsvisie 1.1-versie
Tekst van het document
De extra ruimte voor groen en water is gevonden door de beschikbare ruimte anders in te delen, door in te zetten op een verschuiving tussen vervoerswijzen (modal shift), compact te bouwen, verticaal ruimte te benutten (op en aan gebouwen) en openbare ruimte minder stenig te maken.
30
De afgelopen decennia is het accent steeds meer gelegd op duurzame mobiliteit: manieren van vervoer die gezond, schoon, veilig en ruimte-efficiënt zijn. De nadruk ligt in 2040 meer op lopen en fietsen, het openbaar vervoer en vervoer over water en minder op auto’s, met als basis verbeterde voetgangers- en fietsnetwerken. Dankzij de uitgekiende wegenstructuur in combinatie met hubs/ overstapplekken en deelsystemen is de stad ook voor bijvoorbeeld bedrijven, winkels en hun toeleveranciers bereikbaar. Deze andere verdeling van de ruimte, waarbinnen de auto een minder prominente rol speelt, heeft bijgedragen aan een leefbare, klimaatbestendige, biodiverse en beweegvriendelijke stad. Bij alle ontwikkelingen zijn milieuaspecten luchtkwaliteit, geluid, geur en trillingen onderdeel geweest van de afweging. Er is ook ruimte gemaakt voor de netwerken van vitale infrastructuur, elektra en water en data. Op deze manier wordt continu voorzien in water, elektriciteit, warmte en data, zodat alle functies in de stad kunnen blijven functioneren. Deze netwerken zijn in samenhang met elkaar en in relatie tot andere functies die de bodem heeft (klimaatadaptatie, biodiversiteit, ondergrondse bebouwing) ontworpen.
Om alle ontwikkelingen en voorzieningen in de stad te faciliteren en te laten functio neren zijn de bovengrondse en ondergrondse functies zorgvuldig in kaart gebracht en op elkaar afgestemd. Daarnaast zijn er energiebesparende maatregelen genomen en is er in de stad en samen met de regio geïnvesteerd in de overstap naar duurzame energie.
De geconcentreerde ontwikkeling van de stad maakte het belangrijk om in alle delen van de stad een hoge ruimtelijke kwaliteit te behouden of te realiseren, zowel in de openbare ruimte als in (de architectuur van) de bebouwing. Ontwikkelingen dragen ook bij aan de kwaliteit van de ons omringende landschappen. Hierbij vormt de historie de basis en inspiratie voor nieuwe ingrepen. De cultuurhistorische ontwikkeling van de stad blijft in alle wijken zo veel mogelijk beleefbaar. Daarbij is ook ruimte voor nieuwe lagen, kwaliteiten en leefmilieus. De ontwikkeling van de stad staat immers nooit stil. De stad verandert voortdurend. Als drager van de lokale identiteit is het erfgoed de rode draad die zorgt voor verbondenheid met de eigen leefomgeving. Richting 2040 zijn veel keuzes gemaakt, steeds in samenhang met elkaar. Dankzij deze keuzes is er ruimte gemaakt om de stad te verdichten en tegelijkertijd aantrekkelijk, gezond en leefbaar te houden. De opgaven die op de stad afkwamen, zijn benut om nieuwe kansen en nieuwe leefmilieus te creëren. Er is meer samenhang binnen de stad tussen de wijken onderling en tussen de stad en de kernen in de regio, zowel ruimtelijk als sociaal. Dit heeft de gemeente niet alleen gedaan.
Juist door samen te werken met bewoners, ondernemers, andere overheden en private partijen is Leiden in 2040 de aantrekkelijke, leefbare, duurzame, gezonde, inclusieve en ondernemende stad die we voor ogen hadden.
31
Groen-Blauw Raamwerk
+
Aantrekkelijk Vestigingsklimaat
+
=
Duurzame Mobiliteit
+ Leiden 2040 Stad van Ontdekkingen, kloppend hart van de regio
Bodem als fundament
32
Drie leefmilieus
+
5 Visie vertaald naar Leidse keuzes op stadsniveau De visie op de fysieke leefomgeving van Leiden in 2040 vraagt om keuzes. Daarbij zien we duur zame verstedelijking als rode draad in de ontwikkeling van de stad, waarbij klimaatadaptatie een belangrijke plek in neemt. De omgevingsvisie bestaat uit een veelvoud aan onderwerpen, daarom is de uitwerking opgedeeld in vier overkoepelende thema’s. De vier thema’s hebben een onderlinge relatie en dragen elk op hun eigen manier bij aan de realisatie van de ambities. Binnen de thema’s worden Leidse keuzes gemaakt die de richting voor de toekomst van de stad aangeven. Deze keuzes zijn stadsbreed, maar kunnen wel een verschillende uitwerking/inpassing krijgen in specifieke delen van de stad. De thema’s zijn als het ware verschillende samenhangende lagen in dezelfde kaart. De vier over koepelende thema’s zijn: • • • •
Groen-blauw raamwerk Aantrekkelijk vestigingsklimaat Duurzame mobiliteit Bodem als fundament
De opgaven en ambities in deze omgevingsvisie zijn fors, dit vraagt diverse inspanningen van iedereen die woont, werkt en recreëert in de stad, de gemeente en van onze partners. De gevraagde inspanningen kunnen per thema en uitwerking verschillen. Verdere concretisering vindt plaats bij diverse initiatieven, in de uitvoering, het beleid of de regelgeving. Bij het maken van de Leidse keuzes heeft de gemeente een afweging gemaakt in hoeverre de keuzes: • voortbouwen op lijn van de stad en Leidse kenmerken en identiteit versterken; • inspelen op de transitieopgaven waar de gemeente voor staat, zodat geen afwenteling op volgende generaties plaatsvindt; • het slim combineren van opgaven en meervoudig en flexibel ruimtegebruik mogelijk maken (zowel ondergronds als bovengronds); • bijdragen aan de leefbaarheid in de stad; • waar nodig regionale opgaven agenderen.
33
5.1
Groen-blauw raamwerk
Themakaart groen-blauw raamwerk 2040
Om de grote en urgente opgaven op het gebied van onder andere klimaatadaptie, biodiversiteit, gezondheid, duurzame mobiliteit en ruimte voor groene recreatiemogelijkheden in en rondom de stad het hoofd te bieden, heeft Leiden niet voldoende aan de huidige groene plekken, groenstructuren en waterlopen in de stad. Die huidige groene plekken en waterlopen komen al onder druk te staan vanwege de verstedelijkings- en verdichtingsopgave in de stad en voldoen niet voor het opvangen van gevolgen van de klimaatveranderingen (droogte, extreme neerslag en hitte). Daarom is het belangrijk om op de schaal van de stad na te denken over het versterken van de groen-blauwstructuur in Leiden, zowel wat betreft de ruimtevraag als de kwaliteit. Een aantrekke lijke groen-blauwstructuur en een goed ingerichte openbare ruimte spelen in op deze urgente opgaven, dragen bij aan de leefbaarheid en verblijfskwaliteit in de stad. Daarnaast draagt het ook bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor mensen en bedrijven en heeft het daarmee ook economische waarde voor de stad.
34
Leidse keuzes op stadsniveau We realiseren een robuust groen-blauw raamwerk voor klimaatadaptatie, mens en natuur Een uitstekend groen-blauw raamwerk in de stad vormt de basis voor een leefbare stad, een goede stedelijke ontwikkeling, een aantrekkelijk vestigingsklimaat en hoe om te gaan met de gevolgen van klimaatveranderingen. We maken een groen-blauw raamwerk voor mens en natuur door bestaande groengebieden en waterlopen met elkaar te verbinden via groene routes tot een samenhangend stadsnetwerk met groene ringen en spaken. Dit groen-blauw raamwerk vindt veelal zijn basis in de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische groen- en waterstructuren in de stad. We versterken de kwaliteit en identiteit van die gebieden en structuren en verbinden deze tot een hoogwaardig netwerk. Dit raamwerk draagt bij aan klimaatadaptatie, versterken van de biodiversiteit, gezonde leefomgeving en het verbeteren van de luchtkwaliteit, leefbaarheid, recreatiemogelijkheden, beleving van cultuurhistorische waarden en de beweegvriendelijkheid van de stad. Daarnaast versterkt het raamwerk de beleefbaarheid van de historische structuren van de stad en draagt het bij aan de (historische) betekenis van openbare (groene) ruimte als plek voor ontspanning en sociale ontmoeting. Dit groen-blauw raamwerk is zo ontworpen dat het kleine en grote groen en blauw overal in de stad nabij zijn.
Delen worden intensiever gebruikt en bijvoorbeeld meer gericht op recreatie. Andere delen zijn luwer en meer gericht op natuurwaarden. Het raamwerk verbindt ook de stad met het buitengebied (de landschappen buiten de stad zoals de kust, de plassen en het veenweidegebied). Het groen-blauw raamwerk vormt zo de levensaders voor mens, plant en dier in de stad. Met het groen-blauwe raamwerk worden bestaande, soms versnipperde groengebieden en waterstructuren slim verbonden, (grotendeels) toegankelijk gemaakt of uitgebreid zodat de meerwaarde voor gebruik, beleving en zichtbaarheid zo groot mogelijk is voor de stad. Het verbindt onder andere parken, (wijk)sportparken, groenzones, begraafplaatsen, volkstuinen, stadstuinen, delen van de landgoederenzone, natuurhistorische locaties (gebieden met hoge ecologische waarden, indicatief aangegeven op de kaart) en waterlopen. De inrichting en vormgeving van het groenblauwe raamwerk is afgestemd op de functie en de betekenis in dat deel van de stad en draagt bij aan de identiteit van de plek. De grotere structuur is steeds herkenbaar.
35
We intensiveren het vergroenen van de stad waar mogelijk Op veel plekken in de stad zijn kleine oppervlakken groen en water aanwezig in straten, hoven en tuinen. Deze kleine oppervlakken hebben veel betekenis op straat- en buurtniveau en zijn gezamenlijk van belang voor de stad als geheel. Denk bijvoorbeeld aan de ecologische betekenis van alle privétuinen in Leiden bij elkaar. Het vergroenen, natuurinclusief en energieneutraal bouwen en klimaatadaptief en natuurvriendelijk inrichten en beheren kan op tal van manieren en op veel verschillende plekken. De openbare ruimte draagt met een natuurinclusieve en faunavriendelijke aanleg, natuurlijke vegetatie en ecologisch beheer bij aan een biodiverse inrichting. Leiden stimuleert bewoners, eigenaren en stadspartners om ook in de privétuinen en -terreinen te ontharden en te vergroenen. Daarbij stimuleert Leiden ook het stadstuinieren in bijvoorbeeld buurttuinen, moestuinen, volkstuinen en op schoolpleinen. Dit draagt mede bij aan de biodiversiteit. Al dit groen en water kan, naast de eerder beschreven doelen, ook bijdragen aan bijvoorbeeld onderwijsdoeleinden, het kan gecombineerd worden met realiseren van speel-, sport- en beweegmogelijkheden in de openbare ruimte en heeft een maatschappelijke functie: het brengt mensen bij elkaar.
We benutten het water beter en maken het beter beleefbaar Leiden is van oudsher verbonden met het water en heeft in totaal ongeveer 110 kilometer aan watergangen. Het is ons erfgoed, het draagt bij aan de identiteit van de stad, de leefbaarheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit in de stad. We kiezen ervoor om het water beter te benutten en zo de identiteit van de stad te versterken, de biodiversiteit in de stad te vergroten en ecologische verbindingen te versterken, wateroverlast en watertekort tegen te gaan en recreatiemogelijkheden in de stad te vergroten. Waar nodig wordt extra ruimte voor water gemaakt in de stad. Bijvoorbeeld op plekken waar het verhard oppervlak toeneemt of als verbinding tussen bestaande waterlopen. De historische trekvaarten van Leiden – zoals de Vliet (voormalig kanaal van Corbulo) en de Haarlemmertrekvaart – vormen een belangrijke schakel tussen stad en regio en maken deel uit van de provinciale erfgoedlijn Trekvaarten. We zetten ons in om de ruimtelijke kwaliteit en het gebruik van de trekvaarten te optimaliseren. In de tijd van de Romeinen vormde de Rijn de Romeinse rijksgrens: de Limes. Met park Matilo maakt Leiden deel uit van het internationale Unesco werelderfgoed Romeinse Limes.
Een goede borging van de cultuurhistorische waarden van de Limes in Leiden (op basis van de onderzoeks-agenda archeologie en bouwhistorie) en van de beleving en verbinding van de Limes, in het bijzonder van park Matilo als Unescolocatie en stepping stone stad en ommeland, is daarbij van belang, ook als onderdeel van de provinciale erfgoedlijn Romeinse Limes. Groen wordt hier gebruikt als verzamelnaam voor straat, natuurlijk grasland, natuurlijke oevers, bosjes/struiklagen en boomstructuren. Blauw wordt hier gebruikt als verzamelnaam voor al het water in de stad zoals rivieren, grachten, singels, vaarten en sloten. Beiden zijn belangrijk als leefomgeving van mens, dier en plant.
36
Hoe bereiken we dit? Uitwerking robuust stedelijk groen-blauw raamwerk Groene ringen en spaken realiseren Het groen-blauwe raamwerk bestaat uit groene ringen en spaken die bestaand groen en blauw verbinden, samen met de grote waterlopen. De groene ringen en spaken dragen onder andere bij aan de klimaatadaptatie, het versterken van de biodiversiteit, aan de leefbaarheid en een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving. De ringen kunnen gezien worden als groene kralensnoeren (inclusief water), die al aanwezige groene en betekenisvolle plekken in de stad, zoals parken, (wijk) sportparken, groenzones, begraafplaatsen, natuurhistorische locaties en waterlopen, verbinden via aantrekkelijke groene voetgangers- en waar mogelijk fietsroutes. Het Singelpark is de eerste groene ring, een 6 km lang stadspark centraal in de stad. Rondom de stad ligt het buitengebied (bijvoorbeeldde Oostvlietpolder en Park Cronesteyn). Hiertussen komt een nieuwe tweede groene ring, door het verstedelijkte gebied. Groene spaken verbinden de ringen. Een aantal van deze spaken verbindt ook de stad met de omringende karakteristieke landschappen in de regio, zoals kust en bossen, landgoederen, plassengebied en veenweidegebied. Hier maken (extra) bruggen de routes compleet. Op deze manier is het mogelijk om je in alle windrichtingen door de stad lopend of fietsend via groene routes te verplaatsen.
De ringen en spaken bestaan onder andere uit royale voetgangers- en fietsroutes met een groene (vaak met water gecombineerde) inrichting, uitstraling en belevingswaarde. Ze dragen waar mogelijk bij aan opvang en buffering van neerslag, koele routes en plekken en aan biodiversiteit. Delen van het raamwerk worden intensiever gebruikt. Andere delen zijn luwer en meer op natuurwaarden ingericht, met minder toegankelijke of meer donkere delen. Zo wordt bij de inrichting van de verschillende delen van het raamwerk rekening gehouden met de lokale identiteit van de plek in de stad, met verschillende thema’s (zoals klimaatbestendigheid, biodiversiteit, recreatie en gezond bewegen en spelen in de stad) en met het beheer. De inrichting van het raamwerk kan bijdragen aan verbetering van de luchtkwaliteit en beperking van geluidsoverlast. Waar mogelijk worden doelstellingen op het gebied van groen gecombineerd om de beschikbare ruimte zo slim mogelijk te benutten.
De inrichting van de ringen en spaken moet voldoen aan een aantal basiskwaliteiten. De inrichting heeft een groene uitstraling door de aanwezigheid van beplanting of bomen. De keuze valt daarbij op boom- en plantensoorten die passen bij het toekomstige klimaat in de stad, de biodiversiteit
37
versterken, zorgen voor voldoende schaduw en passen bij de lokale bodemkenmerken. Waar mogelijk worden groengebieden natuurinclusief en faunavriendelijk aangelegd en ingericht en ecologisch beheerd. Vaak wordt de groene route gecombineerd met water. De routes voor voetgangers en fietsers zijn comfortabel en veilig. De herkenbaarheid van de (routes in) ringen en spaken kan bijvoorbeeld versterkt worden door het gebruik van herkenbaar straatmeubilair, afstemming in materiaalgebruik en soorten flora. Het is belangrijk om deze ringen en spaken in samenhang met bodem en ondergrond te ontwikkelen. Dit omdat de inrichting van de bodem zowel kansen (vrijhouden van bebouwing) als bedreigingen (beperkte wortelruimte voor bomen) kan bieden voor het groen. Verbindingen met het buitengebied verbeteren De waarde van het omliggende buitengebied is groot voor een compacte stad als Leiden. De verscheidenheid aan landschappen in onze regio biedt veel keuze om bijvoorbeeld te recreëren. De verbindingen van de stad naar het buitengebied en vice versa worden versterkt door het realiseren van goede routes en extra verbindingen voor mens en natuur. Verbindingen op de schaal van Hart van Holland zijn eerder geagendeerd in de Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040, in provinciaal beleid Groene Blauwe Raamwerk Zuid-Holland en bij Nationaal Park Hollandse Duinen.
Deze verbindingen zijn van stadsoverstijgend belang met routes richting bijvoorbeeld het Groene Hart, de kust en het Valkenburgse Meer.. Ze kunnen ook als voetgangers- en fietsroutes of ecologische verbindingen meerdere doelen dienen. Leiden zal met de buurgemeenten en bijvoorbeeld de provincie samenwerken om deze routes te behouden of te realiseren en de beoogde kwaliteit te borgen. Rond het Valkenburgse Meer werkt Leiden samen met buurgemeenten aan de recreatieve hotspot tussen Leiden en Valkenhorst. De Oostvlietpolder is een van de weinige (buiten)gebieden in Leiden. De Oostvlietpolder blijft open, onbebouwd en groen en wordt doorontwikkeld als een duurzame groene en recreatieve schakel die de omliggende groengebieden met elkaar verbindt. Initiatieven binnen de Oostvlietpolder dienen bij te dragen aan de versterking van het duurzaam groene karakter. Het karakteristieke open slagenlandschap is daarbij het uitgangspunt voor verdere inrichting.
38
Ecologie en biodiversiteit versterken We willen de ecologische waarden in de stad versterken. Onderdeel van het raamwerk zijn ook de belangrijke natuurhistorische locaties (gebieden met hoge ecologische waarden, zie kaart.) en de ecologische verbindingen hiertussen en naar het buitengebied. De natuurhistorische locaties hebben verschillende verschijningsvormen en specifieke flora of fauna waarom deze bijzonder zijn Bij ontwikkeling dient hier rekening mee gehouden te worden. Onderdeel van het raamwerk is ook een aantal ecologische verbindingen en routes voor verschillende soorten dieren. Daarnaast spelen ook gebieden als spoorbermen een rol als ecologische zone. Om de ecologische waarde in de stad te versterken, is het belangrijk de openbare ruimte natuurvriendelijk in te richten en te beheren. Verder moeten ontbrekende schakels worden gerealiseerd. Dit zijn bijvoorbeeld de verbindingen tussen groen aan beide zijden van de A44, beide zijden van de A4 en beide zijden van het spoor (Oude Lijn). Voor het versterken van de biodiversiteit is het ook van belang dat er in het groenblauwe raamwerk rustige en donkere delen zijn, die minder toegankelijk zijn voor mensen.
Parken en (wijk)sportparken onderdeel maken van het raamwerk en verbinden met het omliggende groen De bestaande parken en wijksportparken worden met elkaar verbonden via de groene ringen en spaken en krijgen hierdoor meer betekenis voor de stad dan ze hebben als losstaande parken. De parken en wijksportparken hebben een recreatief doel. Daarnaast zijn ze belangrijk voor de biodiversiteit in de stad en bij het treffen van klimaatadaptieve maatregelen tegen hittestress (koele plekken) en tegen wateroverlast en droogte (buffering en infiltratie). Polderpark Cronesteyn en Oostvlietpolder vormen de overgang naar het Groene Hart en het veenweidegebied. Beide groengebieden hebben een belangrijke recreatieve betekenis en ook landschappelijke en ecologische waarden. Sportparken en publieke speeltuinen zijn straks volledig rookvrij. Door de wijksportparken goed te verankeren in de wijk zijn ze toegankelijk en multifunctioneel qua gebruik, zowel wat betreft doelgroepen als functies. Goed in de wijk verankerde parken en wijksportparken zijn openbaar en kunnen laagdrempelig worden gebruikt door diverse sportverenigingen, maatschappelijke organisaties en wijkbewoners.
39
Uitwerking intensivering van het vergroenen van de stad waar mogelijk Hittestressgevoelige gebieden vergroenen Het vergroenen van grotere stenige gebieden, zoals op bedrijfsterreinen, delen van woonwijken, rond winkelcentra en in de binnenstad, is nodig omdat hittestress hier een steeds groter probleem wordt. Dit kan op meerdere manieren worden aangepakt, volgens de ‘hittetrits blokkeren - ventileren- verkoelen’. Het vergroenen van deze gebieden is niet alleen goed tegen hittestress, maar biedt ook kansen om de biodiversiteit en verblijfskwaliteit te vergroten. Bovendien maakt vergroening het mogelijk om water bij hevige neerslag langer vast te houden of in de bodem te laten infiltreren. Het vergroenen van grotere stenige gebieden vraagt ruimte. Deze ruimte is het gemakkelijkst te creëren door de auto, en dan vooral de geparkeerde auto, minder ruimte op de straat te geven. Het natuurinclusief ontwikkelen van eventuele nieuwbouw draagt ook bij aan het maken van ruimte voor vergroening van hittestressgevoelige gebieden. Openbare ruimte vergroenen Het vergroenen van straten en pleinen kan op verschillende manieren. In veel woonwijken van Leiden is de auto altijd en overal aanwezig. Het clusteren van geparkeerde auto’s en het opheffen van parkeerplekken, bijvoorbeeld in gebieden waar de parkeerdruk laag is, biedt mogelijkheden om te vergroenen.
Vergroenen kan ook met geveltuintjes en begroeide boomspiegels. De biodiversiteit kan vergroot worden met een natuurlijke vegetatie, natuurvriendelijke inrichting en beheer. In sommige straten is het mogelijk met groen (zoals hagen of laanbeplanting) en een andere inrichting van de ruimte ook het historische karakter terug te brengen of specifieke routes te versterken. Stadstuinieren is ook een manier om te vergroenen. We willen ruimte geven voor stadstuinieren in bijvoorbeeld buurttuinen, moestuinen en volkstuinen en op schoolpleinen. Dit draagt ook bij aan de sociale samenhang in een buurt. Hierbij ligt het initiatief bij de bewoners en de gemeente inspireert en faciliteert.
40
Vergroenen privéterreinen stimuleren We stimuleren het vergroenen van privétuinen, daken, hoven en overige privéruimtes. Dit groen draagt bij aan het vertraagd afvoeren van neerslag, afkoelen van de stad en het verbeteren van de biodiversiteit in de stad. Snippergroen blijft zoveel mogelijk in gemeentelijk eigendom, omdat deze gebieden bijdragen aan de natuurwaarde in de stad. Waar erfgoedwaarden bepalend zijn, gaan we het volbouwen of verstenen van waardevolle groene privéruimtes, zoals historische binnentuinen, tegen. Het ‘Hart van de wijk’ vergroenen Het Hart van de wijk heeft een belangrijke functie in het dagelijks leven van vele Leidenaren. Dit is de plek met veel voorzieningen, maar ook een plek voor ontmoeting. Het is daarom van belang dat dit een prettige plek is om in te verblijven en dat de meest gebruikte routes van en naar het Hart van de wijk ook prettig, veilig, goed toegankelijk en comfortabel zijn. De aanwezigheid van aantrekkelijke (natuurlijke) vegetatie, bomen en water draagt hieraan bij en zorgt voor verkoeling op warme dagen. Het Hart van de wijk vormt zo ook een groene of waterrijke (koele) verblijfsplek. Natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen en ontwikkelen Uitgangspunt bij nieuwbouw is natuurinclusieve, klimaatadaptieve en energieneutrale gebieds- en gebouwontwikkeling.
Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen stellen we eisen vanuit het Convenant Klimaatadaptief Bouwen Zuid-Holland op het gebied van wateroverlast, bodemdaling, hitte en biodiversiteit. Bij ontwikkelingen in de stad is natuurinclusief bouwen een van de vereisten.
41
Uitwerking water beter benutten en beleefbaar maken Behouden van schoon oppervlaktewater en verbeteren van de waterkwaliteit We werken mee aan het hebben en behouden van schoon oppervlaktewater en het verbeteren van de waterkwaliteit. Een goede waterkwaliteit is van belang voor de gezondheid en vitaliteit van mens, dier en plant. Een goede fysische en ecologische waterkwaliteit vergroot de belevingswaarde van water en draagt bij aan de (ruimtelijke) kwaliteit van de leefomgeving.
Ruimte maken voor extra oppervlaktewater in de openbare ruimte Vanwege de toenemende extremen in het weer door klimaatverandering maken we ruimte voor extra oppervlaktewater. Ook stimuleren we waterberging op bijvoorbeeld daken, of in reservoirs en regentonnen. Ruimte voor nieuw water inpassen in de stad is erg kostbaar. We kiezen er mede daarom voor om, in gebieden waar de wateropgave het grootst is, bestaande waterstructuren te verlengen, te verbreden of onderling te verbinden. Verder zal bij toename van verharding (nieuwe woningen, bedrijven of wegen) extra ruimte voor water moeten worden gemaakt. Het maken van deze ruimte wordt gecombineerd met andere opgaven zoals het realiseren van groene verblijfsplekken, het stimuleren van de biodiversiteit of het vergroten van de kwaliteit van de openbare ruimte. Om de erfgoedwaarde en ruimtelijke kwaliteit in de binnenstad te vergroten, is het aantrekkelijk om verdwenen stadswateren weer terug te brengen. Dit zijn dure ingrepen die goed afgewogen moeten worden en meerdere doelen moeten dienen, maar die veel kwaliteit kunnen toevoegen aan de historische binnenstad. Dit dient verder onderzocht te worden, waarbij de kosten en de opbrengsten van de ingreep in balans moeten zijn. Waterranden, kades en oevers vergroenen Leiden is een rivier- en waterstad. Hiervan kunnen we meer profiteren op ecologisch, recreatief en landschappelijk vlak.
Leiden investeert in riviernatuur (op plekken die zich ervoor lenen) door ruimte langs de rivier te reserveren voor ecologische zones. Dit zijn bijvoorbeeld plekken langs de (Oude) Rijn, de Korte Vliet en Trekvliet. Om de biodiversiteit en toegankelijkheid van het water te vergroten, worden walkanten buiten de Singel waar mogelijk omgevormd naar natuurvriendelijke en groene oevers, of wordt gekeken naar het toepassen van fasering van het rietbeheer. In de binnenstad en singel staan de cultuurhistorische waarden voorop, maar ook hier zijn kansen voor natuurvriendelijke maatregelen.
42
Het realiseren van nieuwe routes en verblijfsplekken langs, en aan, het water Om het water beter beleefbaar te maken, zijn meer verblijfsplekken en recreatieve routes langs het water in de stad nodig. De waterzijde moet weer waar mogelijk openbaar verblijfsgebied worden. Door bij gebiedsontwikkelings- en transformatieprojecten waar mogelijk een openbare ruimte, routes of een openbaar toegankelijke plek aan het water te maken, wordt het water zichtbaar en is de oever of kade toegankelijk vanaf de straat. Waterstructuren worden benut en uitgebouwd tot aantrekkelijke (recreatieve of historische) routes, zowel op de oever als op het water. Voorbeelden hiervan zijn de Haarlemmertrekvaart, de Vliet en de grachten in de binnenstad. Voor de biodiversiteit is het van belang dat er ook rustige en donkere plekken aan en op het water blijven.
43
5.2 Aantrekkelijk vestigingsklimaat
Themakaart aantrekkelijk vestigingsklimaat 2040
Om prettig te kunnen blijven wonen, werken en recreëren in Leiden is een gezond en aantrekkelijk vestigingsklimaat voor iedereen nodig. We willen verdichten om zo te voldoen aan de vraag naar extra woningen, banen en voorzieningen en om de beperkte ruimte in de stad zo goed mogelijk te gebruiken. De verdere verstedelijking moet gelijk opgaan met de aanpak van transitieopgaven zoals klimaatadaptatie, circulariteit, energietransitie en flexibilisering. Zo gaat stadsontwikkeling steeds samen op met groen-blauwontwikkeling. Dit vraagt naast slimme en creatieve oplossingen om samenwerking en investeringen. Ook in 2040 wil Leiden een inclusieve stad zijn, waar plek is voor álle inwoners en waar iedereen meedoet en kansen krijgt. In een kansrijke stad verdient iedereen dezelfde kansen, om te zijn wie je wil zijn en om je een leven lang te kunnen blijven ontwikkelen. Dit vraagt om voldoende woningaanbod, ook voor de midden- en lagere inkomens en voor specifieke of kwetsbare doelgroepen. Het vraagt om goed en toegankelijk onderwijs, volop aanbod van (duurzame) banen in de stad of regio die aansluiten op verschillende opleidingsniveaus, een levendig cultureel klimaat en genoeg sport en spelvoorzieningen. Het vraagt ook om nabijheid en toegankelijkheid van dagelijkse 44
voorzieningen, zoals winkels voor dagelijkse boodschappen, zorg, basisonderwijs en maatschappelijke voorzieningen. Het betekent bijvoorbeeld ook dat we met elkaar aandacht hebben voor de ‘Rookvrije Generatie’. Daarnaast zetten we ons in voor een gezond en vitaal Leiden. Het Leidse Preventieakkoord stelt dat alle Leidenaren gelijke kansen en mogelijkheden moeten krijgen om in een zo goed mogelijke gezondheid te kunnen leven en werken. We investeren in gezondheid en sport, waarbij sporten en bewegen nabij, en op een toegankelijke manier, kan. Dit betekent dat heel Leiden (dus ook de gebouwen) toegankelijk moeten zijn voor iedereen, ook mensen met een beperking. Daarvoor passen wij het ‘design for all’ principe toe. Om levendige gebieden te vormen met werk en voorzieningen zoveel mogelijk op loop- of fietsafstand (nabijheid), willen we meer functies (wonen, werken, recreëren en voorzieningen) mengen. Het verdichten en mengen van functies leidt tot intensief en meervoudig ruimtegebruik, met meer gevarieerde, compactere of hogere bebouwing. Door meervoudig ruimtegebruik te combineren met vergroening en hoogwaardige openbare ruimten, creëren we aantrekkelijke en levendige stedelijke leefmilieus. Leiden werkt aan een vitale en weerbare economie en aan groei van de werkgelegenheid. Een weerbaar economisch systeem is een divers systeem.
Daarom zetten we zowel in op bijzondere economische clusters als op het opleiden en behouden van vakmensen. De stad heeft bijzondere economische clusters zoals het kenniscluster Lifescience & Health in Leiden Bio Science Park en het cultuur- en toerismecluster in de historische binnenstad. Hiermee onderscheidt Leiden zich in regionaal en (inter)nationaal verband. Daarnaast is er een brede economische basis, verspreid over de stad. De verdere toename van het aandeel zzp’ers en micro-ondernemingen vraagt om afwegingen bij de inrichting van de woon- en werkgebieden in de stad.
Leidse keuzes op stadsniveau We kiezen voor stadsinbreiding in plaats van stadsuitbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen Wanneer het om het vestigingsklimaat van Leiden in 2040 gaat, kiezen we voor stadsinbreiding in plaats van stadsuitbreiding. We bouwen woningen bij in de stad om tegemoet te komen aan de stijgende vraag. Hierbij gaat de voorkeur uit naar woningen die geschikt zijn voor meerdere typen huishoudens. Naast de groei van het aantal woningen streven we naar een evenredige groei van de werkgelegenheid. Door te kiezen voor stadsinbreiding voorzien we in de grote vraag naar woningen en een evenredige groei van het aantal banen, terwijl we tegelijkertijd het waardevolle groen aan de randen van de stad en in bijvoorbeeld het Groene Hart behouden. Daarnaast is inbreiden duurzaam. Het gaat uit van het efficiënt benutten van grond en faciliteiten (zoals voorzieningen) en het bevorderen van lopen en fietsen. Op enkele plekken verruimen we de mogelijkheden voor hoogbouw. Stadsinbreiding is maatwerk dat moet passen bij de locatie in de stad. Het is bovendien slim te combineren met andere ambities zoals vergroening, duurzame mobiliteit en klimaatadaptatie. We werken aan uitbreiding van stedelijke gemengde milieus Leiden is de compacte centrumstad in een verstedelijkte regio.
Het totale palet aan woonmilieus en type werkgebieden wordt afgestemd in regionaal verband. Leiden voorziet binnen dit verband vooral in de stedelijke leefmilieus, waar elders in de regio meer ruimte is voor bijvoorbeeld subur bane en landelijke woonmilieus. We willen onze positie als centrumstad verder uitbouwen. Dit heeft invloed op het soort woningen, banen en voorzieningen die gerealiseerd worden en het type
45
bereikbaarheid dat daarbij past. We streven daarbij naar een stedelijke menging van wonen, werken en voorzieningen. Ruimtelijk economisch gezien verdwijnt de huidige scheiding tussen wonen, werken en voorzieningen meer en meer en wordt functiemenging in Leiden op steeds meer plekken mogelijk. De scheiding tussen wonen, werken en voorzieningen blijft echter in stand waar dat door functionele eisen of milieueffecten tot onverenigbare combinaties zou leiden. Menging waar mogelijk creëert levendige stedelijke gebieden, waar mensen in de buurt van hun werk kunnen wonen en de voorzieningen dichtbij zijn (‘nabijheid’). Werk en stedelijke voorzieningen, zoals avondhoreca, culturele voorzieningen en winkelmogelijkheden bevinden zich op loopof fietsafstand. Buurtgebonden voorzieningen, zoals daghoreca, dagelijkse boodschappen en persoonlijke dienstverlening bevinden zich op loopafstand. We werken aan de uitbreiding van gemengd stedelijke milieus, afgestemd op de betekenis en karakteristiek van de verschillende delen van de stad. Hierbij onderscheiden we drie gebieden waarbij de aard van de functies, de mate van menging en de dynamiek (verschil tussen ‘rust’ en ‘reuring’) verschilt. Deze drie type leefmilieus zijn verder beschreven in hoofdstuk 6 Leefmilieus.
We zetten in op het versterken en verduurzamen van de economie We zetten in op het versterken en verduurzamen van de economie. Deze economie is vooral gericht is op (internationale) kennis en (historische) cultuur. Leiden trekt daarvoor waar nodig op in regionaal verband en werkt samen met andere kennissteden en kennisinstellingen. Leiden heeft daarnaast een brede stedelijke economische basis met mkb, waarin de sectoren zorg, onderwijs en techniek sterk vertegenwoordigd zijn en met de maakindustrie. Er zijn banen voor denkers en doeners. Het verknopen van (boven)regionale en stedelijke bedrijven, maakindustrie, kennisinstellingen en opleidingen kan leiden tot nieuwe economische en sociale kansen en meer lokale worteling van (inter)nationaal opererende bedrijven. De komende jaren staan verduurzaming, digitale transitie en ruimte voor circulaire initiatieven centraal. We bieden ruimte aan bedrijvigheid In de stad is er ook ruimte nodig voor de brede economische basis. Het is de verwachting dat de vraag naar bedrijfsruimte zal blijven bestaan en zal mogelijk groeien.
We willen ruimte blijven bieden aan de maakindustrie, het lokaal gewortelde bedrijf dat wil groeien, het leerbedrijf dat Leidse jongeren opleidt tot vakmensen, het bouwbedrijf dat hard nodig is om in de gemeentelijke woningbouwopgave te voorzien, het logistieke depot vanwaar pakketjes worden gedistribueerd en het innovatieve bedrijf dat onze stad en regio op de kaart zet. Verder verwachten we dat de
46
energietransitie, circulaire opgaven en andere duurzaamheidopgaven ook leiden tot nieuwe werkgelegenheid en kennis en zo tot economische kansen. De ruimtevraag en de gewenste condities zijn divers en moeten voor sommige onderdelen verder in beeld gebracht worden (denk aan circulariteit). Het gaat om ruimte in de stad en om ruimte op bedrijventerreinen in de stad of in de regio. Leiden wil een stad zijn waar gewoond, gewerkt en gerecreëerd wordt. Waar nodig werken we samen met de regio om in de ruimte voor de brede economische basis te voorzien.
We hebben een gevarieerd aanbod van voorzieningen Om in een stad prettig te kunnen wonen, werken en recreëren, is een gevarieerd aanbod van voorzieningen nodig. We maken daarbij een onderscheid tussen stedelijke voorzieningen (avond horeca, culturele voorzieningen, hoger onderwijs, kernwinkelgebied, grotere sportparken) en buurtgerichte voorzieningen (persoonlijke dienstverlening, daghoreca, winkels voor dagelijkse boodschappen, basisonderwijs, maatschappelijke en zorgvoorzieningen, sport en spel in de buurt). Daarbij biedt de ligging in een verstedelijkte regio kansen om over en weer gebruik te maken van elkaars voorzieningen, waardoor er een breed aanbod en veel keuze is. Richting 2040 wordt het voorzieningenniveau op peil gehouden. Maatschappelijke en dagelijkse buurtgerichte voorzieningen zijn nabij en toegankelijk voor iedereen. De clusters met buurtgerichte dagelijkse voorzieningen willen we spreiden over de stad, met extra aandacht voor de gebieden waar de komende jaren ontwikkeld wordt (zie paragraaf 5.2.2). De verdeling van (commerciële) voorzieningen en functies over de stad wordt mede bepaald door het economisch draagvlak. Verdichting draagt bij aan vergroting van dit draagvlak. Daarbij heeft een aanzienlijk deel van de stedelijke voorzieningen ook een regionale betekenis.
In de binnenstad en spoorzone is vrijwel het hele pakket aan voorzieningen aanwezig en bevinden zich zowel stedelijke als buurtgerichte voorzieningen. Binnen de wijken met overwegend een woonfunctie is het aanbod aan voorzieningen beperkter, maar ook hier zijn de dagelijkse buurtgerichte voorzieningen veelal op loopafstand aanwezig. Bovendien bevinden de andere voorzieningen zich in een compacte stad als Leiden doorgaans op fietsafstand. We benutten historie en cultuur als belangrijke waarde van de stad Leiden heeft de op-een-na-grootste 17e-eeuwse historische binnenstad van Nederland, met meer dan 3000 monumenten (waaronder gebouwen en parken). Ook buiten de 17e-eeuwse historische binnenstad is de gelaagdheid in de ontwikkeling van de stad vaak goed afleesbaar. De aanwezigheid van erfgoed en historische structuren zoals de erfgoedlijnen van trekvaarten, landgoederen
47
zone en de Limes, maakt Leiden aantrekkelijk als vestigingsplaats, zowel voor inwoners als ondernemers. We willen de historische waarden in de stad dan ook behouden, versterken, benutten en beleefbaar maken, zowel voor bewoners als bezoekers. Dit krijgt in de stad op verschillende manieren vorm, omdat elke wijk andere kwaliteiten en karakteristieken kent.
Hoe bereiken we dit? Uitwerking Leiden kiest voor stadsinbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen Stadsinbreiding door hoofdzakelijk te verdichten in de potentiegebieden en nabij (H) OV-haltes We kiezen voor stadsinbreiding (verdichting) in plaats van stadsuitbreiding om te voorzien in de vraag naar woningen en banen en om tegelijkertijd het waardevolle landschap rond de stad zoveel mogelijk vrij te houden van bebouwing. We verdichten op zo’n wijze dat het aantrekkelijk en prettig blijft om in de stad te wonen, te werken en om de stad te bezoeken. Er worden woon-, werkfuncties en/of voorzieningen toegevoegd, terwijl er tegelijkertijd een kwaliteitsimpuls wordt gegeven door het verduurzamen, klimaatadaptiever en leefbaarder maken van de stad (duurzame verstedelijking). Verdichting vergroot ook het draagvlak voor het realiseren van (ontbrekende) voorzieningen op die plekken en draagt bij aan duurzame mobiliteit. Verdichting is door de hele stad mogelijk, maar niet overal in gelijke mate. In sommige delen van de stad wordt meer en intensiever verdicht dan in andere delen. Hiervoor zijn potentiegebieden1 aangewezen.
Dit zijn gebieden veelal in de buurt van HOV-haltes (R-net) en NS-stations Leiden Centraal en Leiden Lammenschans, in buurten waar verdichten een kwaliteitsimpuls geeft voor kwetsbare wijken en daar waar intensievere verdichting bijdraagt aan het draagvlak van voorzieningen. Verdichting kan gaan om intensivering met woningbouw en werkfuncties, of alleen werkfuncties, maar ook andere functies, zoals voorzieningen, onderwijs, wetenschap en recreatie en sport.
1
48
Benoemde potentiegebieden: de spoorzone (ruime stationsgebied), de omgeving van de voormalige industriezone westzijde Willem de Zwijgerlaan inclusief Energiepark, de omgeving oostzijde Willem de Zwijgerlaan, de omgeving kruising Plesmanlaan-Haagse Schouwweg, het centrum van Leiden Zuidwest, de grote Lammenschansdriehoek, op het Werninkterrein, bij de Humanities Campus aan de Witte Singel, bedrijventerrein De Waard en de Vlietzone tussen de Voorschoterweg en de Vliet.
In de stad worden relatief veel woningen toegevoegd nabij NS-stations en HOV-haltes. Dit past bij de visie op bereikbaarheid waarbij de bewoners van Leiden minder afhankelijk worden van de auto. Het sluit aan bij onze ambitie om in 2040 een modal shift (verschuiving van vervoermiddel) te bereiken, waarbij het zwaartepunt van de auto naar het OV, de fiets en lopen is verschoven. Zo wordt rondom OV-knooppunten het gebruik van de fiets en het OV gestimuleerd, en wordt terughoudend omgegaan met het realiseren van nieuwe autoparkeerplaatsen. In delen van de stad, bijvoorbeeld in de historische binnenstad, moeten ontwikkelingen goed afgestemd worden op de historische waarden. Op specifieke plekken is hoogbouw wenselijk en kan hogere bebouwing een nieuwe woon- en werkkwaliteit toevoegen aan de stad. Bouwen op basis van behoefte Tussen 2017 en 2030 worden er 8.500 woningen, waarvan 30 procent sociaal, bijgebouwd om tegemoet te komen aan de vraag naar woningen. Dit zijn bij voorkeur woningen die geschikt zijn voor meerdere typen huishoudens. Naast de groei van het aantal woningen streven we naar een evenredige groei van de werkgelegenheid. Voor de periode van 2030 tot 2040 staat Leiden ook voor een woningbouwopgave. We bouwen naar aanleiding van de behoefte.
Vanwege de grote onzekerheid over de bevolkingsprognose tussen 2030 en 2040 is het nog niet mogelijk om hier een concreet getal aan te verbinden. Op basis van de huidige cijfers in de woningbouwprognose gaan we voorlopig uit van een bandbreedte van nog eens 3.000 tot 5.000 woningen. Over de bouwopgave na 2030 moet op een later moment besluitvorming plaatsvinden in het kader van integrale afweging Omgevingswet. Bij deze afweging hoort ook het benoemen van nieuwe potentiegebieden voor de woningbouwopgave en werkgelegenheid, waarbij vanuit de brede verstedelijkingsopgave ook het realiseren van werkplekken en voorzieningen wordt meegenomen. Bouwen voor iedereen Bij het realiseren van de woningbouwopgave hebben we oog voor de diverse doelgroepen. Van de totale woningbouwopgave tot 2030 dient ten minste 30 procent sociale huur te zijn. Zo houdt Leiden plaats voor iedereen, ook voor inwoners met een lager inkomen. Tot 2040 zien we een grote groei van ouderen, zowel alleenstaand als samenwonende. We bouwen daarom woningen die geschikt zijn voor ouderen (bijvoorbeeld gelijkvloers, woningen met liften of coöperatieve woonvormen met gedeelde voorzieningen) én voor bijvoorbeeld starters en kleine gezinnen. Ouderen die vanuit hun te groot geworden eengezinswoning en binnen hun wijk willen verhuizen, krijgen zo de mogelijkheid door te stromen.
We sturen onder andere op het bouwen van middel dure huurwoningen om meer doorstroming te realiseren voor sociale huurders die in een voor hun inkomen te goedkope woning wonen en studenten die hun studentenwoning ontgroeid zijn. Er is aandacht voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen, op locaties die hiervoor geschikt zijn (zoveel mogelijk ‘gezonde’ locaties met beperkte hinder). Hiermee blijft de woningvoorraad in de toekomst passend, ook wanneer de bevolkingssamenstelling verandert. We streven naar gemengde buurten wat betreft woningtypen, doelgroepen en prijscategorieën op het niveau van de wijk en waar mogelijk op projectniveau. Dit laatste is afhankelijk van de grootte van het project en van wat de buurt/wijk nodig heeft om een gemengde buurt of wijk te worden. We richten ons op voldoende, divers en flexibel aanbod van woningen, met daarin de benodigde flexibiliteit ten bate van doorstroom. Hier wordt ook rekening gehouden met voldoende stallingsruimte voor fietsen. Bij uitbreiding van studentenhuisvesting heeft het realiseren van extra eenheden op bestaande en nieuwe campussen de voorkeur.
49
We streven ook naar gemengde buurten wat betreft functies, waardoor wonen, (dagelijkse) voorzieningen en werk op korte loop- of fietsafstand van elkaar liggen (nabijheid). Dit draagt bij aan een sociaal-inclusieve stad, omdat het voor iedereen mogelijk is om de dagelijkse activiteiten te organiseren. Hoogbouw inpassen in de stad Eén van de middelen om de gewenste verdichting in de stad te realiseren is hoogbouw. Als de druk op de ruimte toeneemt, is het logisch dat de oplossing ook in de hoogte wordt gezocht. Daarbij willen we een balans zoeken waarbij we rekening houden met de Leidse karakteristiek als middelgrote en historische stad, maar tegelijkertijd erkennen dat we in een dynamisch deel van het land liggen, met een grote verstedelijkingsopgave. In het hoogbouwbeleid wordt de Leidse hoogte van 70 meter als maximum aangehouden. Er zijn limitatief locaties aangegeven waarop van deze hoogte mag worden afgeweken. De volgende gebieden worden onderscheiden: • Laagbouwgebieden: Dit zijn de beschermde stadsgezichten en de woonwijken met overwegend grondgebonden woningen. Hier mag incidenteel tot 30 meter gebouwd worden. • Gemengd gebied en hoofdroutes: De naoorlogse gebieden met strokenverkaveling kenmerken zich door meer variatie in bouwhoogtes. Laagbouw en middelhoogbouw (20 – 30 m) wisselen elkaar hier af. Incidenteel kunnen hier gebouwen tot 40 meter gebouwd worden.
Op de volgende locaties wordt de mogelijkheid geboden tot 55 meter te bouwen: Werninkterrein, Kopermolen. • Hoofdwegen: Langs de belangrijke hoofdwegen in de stad mag verspreid tot een hoogte van 50 meter gebouwd worden. Daarbij moet voorkomen worden dat hoge bebouwing langs deze wegen gaat concurreren met de hoogbouwclusters. • Hoogbouwclusters: Dit zijn locaties die goed bereikbaar zijn per openbaar vervoer, een voorzieningencluster kennen en mogelijkheden voor ontwikkeling. Op deze locaties mag tot 70 meter hoog worden gebouwd, Op de volgende locaties wordt de mogelijkheid geboden om hoger dan 70 meter te bouwen: Trafolocatie (max. 100 m), Schipholweg (max. 90 m), Westerpoort (max. 100 m) en KPN/ Monuta (LEAD) (max. 115 m).
50
Om hoogbouw zo goed mogelijk in te passen wordt een Kwaliteitstoets Hoogbouw voorbereid. Concrete initiatieven voor hoogbouw zullen aan deze toets worden onderworpen. Zo snel mogelijk na de vaststelling van de Omgevingsvisie zal ook de Kwaliteitstoets Hoogbouw door de gemeenteraad worden vastgesteld. Aandachtspunten in deze kwaliteitstoets zijn: • de bijdrage die hoogbouw levert aan een aantrekkelijk en levendig maaiveld • variatie in de skyline • hoogwaardige architectuur • bescherming van prominente historische zichtlijnen • bescherming van molenbiotopen • een gezond microklimaat (wind en zon) • stimuleren van duurzame mobiliteit • stimuleren van biodiversiteit en waterretentie • draagvlakverwerving in de omgeving.
Oog houden voor omgevingsveiligheid en gezondheid bij stadsinbreiding Door de verstedelijking, de herbestemming, het multifunctioneel gebruik van gebouwen en de verduurzaming van bestaande gebouwen, ontstaan er nieuwe of hogere risico’s op het gebied van omgevingsveiligheid. Het is belangrijk dat er, voor zover mogelijk in een compacte stad als Leiden, voldoende afstand is tussen risicobronnen en kwetsbare groepen/locaties. We spelen in op deze risico’s door bij nieuwe ontwikkelingen in de leefomgeving veiligheids- en milieuaspecten vroeg tijdig in beeld te brengen, samenwerking te zoeken en lokaal maatwerk toe te passen.
51
Gezondheid is een breed begrip. De milieuaspecten geluid, geur, luchtkwaliteit en trillingen zijn integraal onderdeel van gezondheid. We streven steeds een goed woon- en leefklimaat na bij de ontwikkelingen in Leiden. Dit betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de gezondheid niet negatief beïnvloed mag worden door geluid-, trilling-, en geuroverlast of door een slechte luchtkwaliteit. Uitwerking uitbreiding van stedelijk gemengde leefmilieus Spoorzone, binnenstad en LBSP doorontwikkelen als gemengd hoogstedelijk en dynamisch gebied Deze drie gebieden zijn het meest stedelijk en hier bevinden zich de belangrijkste functies wat kennis en cultuur betreft. Dit zijn ook de ‘vaandeldragers’ waarmee de stad Leiden zich binnen de Randstad profileert. De spoorzone (inclusief het Stationsgebied) wordt integraal ontwikkeld door de kwaliteit van de openbare ruimte een impuls te geven, de bereikbaarheid te verbeteren en door in dit gebied te verdichten. Door hier functies als wonen, werken en stedelijke voorzieningen te mengen met functies die zijn gericht op ontmoeten, wordt het een plek van samenkomen, verbinden en vergroenen. Een goede en aantrekkelijke looproute tussen LBSP-station-binnenstad is hierbij van belang.
In de binnenstad wordt ruimte geboden aan het versterken van het huidige economische cluster en waar mogelijk aan nieuwe economische functies die passen bij de maat en schaal van de binnenstad en bij de combinatie met de woonfunctie. Er wordt terughoudend omgegaan met het toevoegen van nieuwe horecavestingen in het horecagebied. Er is in de binnenstad beperkt ruimte voor verdichting vanwege de erfgoedwaarde in dit gebied. De binnenstad wordt als woongebied versterkt door meer ruimte voor spelen en groen in de openbare ruimte te maken. De komende jaren wordt ingezet op een autoluwe stad, waardoor het verblijf nog aantrekkelijker wordt, vergroening en een klimaatadaptieve inrichting mogelijk is en er ook plek voor bijvoorbeeld speelruimte wordt gemaakt. Het Leiden Bio Science Park wordt een meer gemengd stedelijk gebied waarin naast werkfuncties woningen, voorzieningen en horeca worden toegevoegd. De openbare ruimte krijgt een stevige kwaliteitsimpuls, gericht op verblijven en ontmoeten. De menging met bijvoorbeeld wonen mag verdere groei van de bedrijvenfunctie niet in de weg staan, maar draagt wel bij aan de aantrekkelijkheid en levendigheid in dit gebied.Stadse en levendige wijken rondom de binnenstad verdichten met woningen, voorzieningen en werken. De verdichting van de stad vindt voor een groot deel plaats in de wijken rond het centrum.
Hier komen verschillende opgaven bij elkaar en zijn de basiscondities voor verdere verstedelijking en menging van functies al aanwezig. Deze menging met functies bevindt zich vaak aan historische routes, op hoeken van straten, in kleinere clusters en in de wijkcentra.
52
Groene en luwe wijken aan de rand van de stad behouden en meer mengen met werkfuncties Deze wijken liggen aan de rand van de stad, met de voorkant naar het landschap. Ze hebben een groen karakter en zijn relatief luw wat betreft ligging en levendigheid. In deze wijken zal verdicht worden met woningen, vooral om doorstroming binnen de wijken op gang te brengen en daarmee eengezinswoningen beschikbaar te laten komen voor bijvoorbeeld gezinnen. Daarnaast zal in de toekomst meer werken in de wijken toegestaan worden, vooral nabij en in bestaande wijkcentra. Niet alleen het thuiswerken maar ook nieuwe economische functies, creatieve en cultuurfuncties en cross-overconcepten worden toegestaan, onder de voorwaarde dat ze goed samengaan met de woonfunctie. Uitwerking versterken en verduurzamen van de stedelijke economie LBSP doorontwikkelen naar Innovation District, met een uitstekende verbinding naar Stationsgebied en binnenstad Leiden is een kennisstad die regionaal, nationaal en internationaal van betekenis is. Met de doorontwikkeling van Leiden Bio Science Park tot Innovation District heeft Nederland één van de troeven in handen om wereldspeler te worden op het gebied van Life Science & Health. De kenniseconomie van Leiden draait voor een groot deel op het Leiden Bio Science Park.
Hier werken bedrijven, onderzoeks- en kennisinstellingen en overheden aan de gezondheid van vandaag en morgen. We ontwikkelen het Leiden Bio Science Park samen met onze partners door tot Innovation District. Dit is het in feite al, maar ruimtelijk-programmatisch kan dit nog versterkt worden door het gebied te verdichten en het stedelijke karakter te versterken. Deze versterking van het stedelijke karakter is te verwezenlijken door meer te mengen met woningbouw, horeca en andere voorzieningen, door de openbare ruimte aantrekkelijker te maken en meer op voetgangers en fietsers, verblijven en ontmoeten in te richten. Het Innovation District Leiden Bio Science Park, een hoogstedelijk gemengd gebied in de spoor zone, en een historische binnenstad zo dicht bij elkaar en ook nog eens zo dicht bij een groot OV-knooppunt is uniek. Dit zijn belangrijke ingrediënten voor de ‘metro mix’ (Guiding principles CRA en REOS). Zo’n internationaal verbonden metropolitane mix van wonen, werken en voorzieningen levert een bijdrage aan het versterken van de Nederlandse economie en haar agglomeratiekracht. Om tot die metro mix te komen, werken we aan uitstekende en hoogwaardige verbindingen tussen en binnen deze gebieden. Het gebied wordt beter ingericht op lopen, fietsen en openbaar vervoer. De auto speelt hier in de toekomst een minder dominante rol.
Er wordt een kwaliteitssprong gemaakt in de route tussen LBSP, het station en de binnenstad en daarmee in de entree van de stad. Een goede aansluiting op knooppunt Leiden Centraal, beter voor- en natransport en de directe ligging aan het rijkswegennet, zorgen voor een uitstekende verbinding van LBSP met de rest van de regio, andere kennisregio’s en in (inter)nationaal verband. Samen met onze partners werken we aan de noodzakelijk voorzieningen (data, digitale infrastructuur/connectiviteit, elektra) om de groei optimaal te faciliteren. In regionaal verband versterken we de kennisas van Zoeterwoude tot Zee met de innovatieve bedrijven(clusters) als Heineken, LBSP, Valkenhorst/Unmanned Valley en ESA-ESTEC. Daarnaast werken we samen met innovatieve bedrijven en kennisinstellingen in Den Haag, Delft en Rotterdam (zoals TU Delft en Erasmus MC) aan kennisuitwisseling en in de lobby voor specifieke functies en bedrijven om het innovatiecluster in dit deel van het land verder te versterken (Groeiagenda Zuid-Holland).
53
Binnenstad versterken als economisch cluster Leiden is ook de stad van cultuur. Het historisch centrum is daarbij van bijzondere betekenis. Het is een van de belangrijkste economische clusters in de stad. De binnenstad heeft toonaangevende (Rijks)musea, een rijk aanbod aan culturele voorzieningen en evenementen, horeca en het kernwinkelapparaat voor de stad, de regio en daarbuiten. De collecties van de musea vormen mede de basis van de kennis die we in Leiden hebben. Ze horen bij de stad en het is belangrijk voor de ontwikkeling van de stad om de collecties aan Leiden te binden. De aantrekkelijkheid van de vele historische en culturele voorzieningen en congresfaciliteiten, draagt bij aan een attractief vestigingsklimaat voor bewoners en bedrijven en zorgt voor een gezonde toestroom aan (zakelijke) bezoekers en (cultuur)toeristen van buiten de stad. Dit draagt bij aan de bezoekerseconomie. Tal van ondernemers hebben in de binnenstad een florerend bedrijf. Deze rijke variëteit en kwaliteit in de binnenstad willen we ook richting 2040 behouden en versterken, in combinatie met de woonfunctie die de binnenstad heeft. In de komende decennia willen wij blijven investeren in een aantrekkelijke binnenstad voor zowel Leidenaren, de regio, als (zakelijke) bezoekers van buiten de Leidse regio.
De warenmarkt, winkels, horeca, musea, hotels, evenementen, cultuur, monumenten, singelpark en het water in de binnenstad spelen hierbij een belangrijke rol. De openbare ruimte ligt er goed onderhouden bij en er zijn goede aankomstplekken van waaruit de bezoeker de stad lopend verkent. Leiden streeft naar een breed en kwalitatief aanbod aan cultuur, ook buiten de binnenstad. Het is daarbij van belang dat er ook ruimte is voor ateliers, creatieve broedplaatsen en makers in de kunsten. Daarmee is de stad extra aantrekkelijk om er te wonen en willen bedrijven zich er graag vestigen. We willen het aanbod aan cultuur beter benutten en beter zichtbaar maken in de stad. Naast de vele cultuurinstellingen zijn het Cultuurkwartier en het Cultuurplein aan de Lammermarkt gebieden waar kunst en cultuur ervaren, beleefd en gevoeld kunnen worden. Maar ook elders in de stad dragen cultuurfuncties bij aan de aantrekkelijkheid en levendigheid in de stad. Grootschalige kantoorontwikkelingen alleen toevoegen in de spoorzone en het Leiden Bio Science Park Kantoren zijn nu vrijwel alleen in de spoorzone, in het Leiden Bio Science Park en in beperkte mate in de binnenstad aanwezig. De spoorzone en (delen van) het Leiden Bio Science Park zijn gebieden waar grote kantoorruimte (>1000m2) mag worden toegevoegd.
Op andere plekken, zoals de potentiegebieden, voegen we kleinere kantoordeelconcepten en andere voorzieningen toe waar lokale zzp’ers flexibel een kleine ruimte kunnen huren.
54
Campusontwikkeling stimuleren De kenniseconomie van Leiden leunt voor een groot deel op de aanwezigheid van het hoger onderwijs in de stad met als belangrijkste motor de Universiteit Leiden en het LUMC en met als meest aansprekende verschijningsvorm het Leiden Bio Science Park. De ontwikkeling van de verschillende kennisclusters, zoals rondom het LUMC/LBSP, Space, het Law Park, de Humanities Campus en nabij station Leiden Lammenschans, draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de onderwijs- en kennissectoren in de stad en aan de stad Leiden zelf als plek om te studeren, te werken en te wonen. De kennisclusters willen we meer onderdeel van de stad maken. Het idee is dat dit creatieve broedplaatsen en attractieve fysieke ontmoetingsplaatsen zijn waar onderwijs, onderzoek en ondernemerschap elkaar ontmoeten. Locaties die toegankelijk zijn voor alle Leidenaren.
Economisch systeem creëren met circulariteit als uitgangspunt Om een aantrekkelijk en leefbaar vestigingsklimaat te houden, is een duurzame economie gericht op circulariteit van groot belang. Als we slimmer omgaan met ons afval en onze grondstoffen, houden we voor volgende generaties een schonere wereld over. Om in 2050 circulair te kunnen consumeren en te produceren zijn forse veranderingen nodig in het huidige economische systeem én in het denken en handelen van bedrijven en consumenten. Dit biedt kansen die we in Leiden met beide handen aanpakken. We stimuleren en faciliteren circulaire initiatieven, smeden nieuwe allianties en gaan verantwoord om met onze grondstoffen. Verdergaande afvalscheiding en het tijdelijk opslaan van materialen, grondstoffen of producten vragen ruimte in onze stad en regio. We brengen in beeld wat dit betekent voor de ruimtevraag in de stad en de regio en welke kansen het biedt voor bijvoorbeeld kennisontwikkeling. Inzetten op de ‘next economy’ De ‘next economy’ is niet alleen een circulaire en energieneutrale economie, maar ook een digitale, datagedreven, sociale deeleconomie die we willen faciliteren. In ruimtelijke zin vraagt dit goede digitale randvoorwaarden, waaronder een optimale en veilige digitale infrastructuur.
Daarnaast is het belangrijk om oog te houden voor het ontstaan van nieuwe innovatieve en creatieve bedrijvigheid, samenwerkingen en de doorontwikkeling van bestaande bedrijvigheid, en de daarbij behorende fysieke ruimtevraag. Digitale diensten hebben een bredere digitale snelweg nodig. Steeds meer digitale apparaten willen verbinding maken met het internet en maken ook gebruik van steeds meer data. Hiervoor is een optimale open acces digitale infrastructuur nodig. Dit betekent dat iedereen mee kan doen via
55
verbindingen zoals glasvezel, wifi en 5G en dat er voldoende ruimte is voor opslag van data. Dit is goed voor het vestigingsklimaat en maakt nieuwe maatschappelijke toepassingen mogelijk. Technologische innovaties maken dat bestaande bedrijvigheid zich ontwikkelt en andere eisen stelt en behoeftes heeft qua fysieke ruimte dan we voorheen zagen. Het gaat dan om ontwikkelingen als de automatisering of robotisering van maakprocessen en de toenemende tendens naar online winkelen c.q. de opkomst van webshops met regionale distributiecentra, die maken dat minder of andersoortige ruimte nodig is dan wat we vandaag de dag aanbieden in de stad. Tegelijkertijd zien we ook allerlei maatschappelijke ontwikkelingen die nieuwe wensen met zich meebrengen voor de inrichting van de fysieke ruimte. Uitwerking ruimte bieden in de stad voor bedrijvigheid Bedrijventerreinen dragen bij aan de verstedelijkingsopgave en verduurzamingsopgave Ook in 2040 blijven bedrijventerreinen en de maakindustrie belangrijk voor de lokale en regionale economie en werkgelegenheid. Bedrijventerreinen zijn toekomstbestendig en dragen bij aan gemeentelijke duurzaamheidsambities, zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en circulaire economie. In de stad streven we naar menging van functies, tenzij dat niet wenselijk of niet mogelijk is.
De bedrijventerreinen Rooseveltstraat Trekvliet (deels), Rooseveltstraat West, Werninkterrein, Veilingterrein en Lammenschans zijn aangewezen om in de periode tot 2030 te transformeren tot gemengde stedelijke woon-/werkgebieden, waar naast ruimte voor werken ook ruimte is voor wonen, bijbehorende voorzieningen en vergroening. Deze bedrijventerreinen liggen nabij de binnenstad en kunnen daardoor een bijdrage leveren aan de grote behoefte aan stedelijke woonen werkmilieus. Vanzelfsprekend wordt deze ontwikkeling gemonitord en waar nodig bijgestuurd. Als menging ten koste gaat van ruimte voor bedrijvigheid zal daarvoor een oplossing worden gezocht.Voor de woningbouwopgave tot 2030 hebben we met de daarvoor aangewezen potentiegebieden en de voor woningbouw (of gemengd woon-werken) aangewezen gebieden voldoende locaties om de woningbouwopgave tot 2030 te realiseren. Voor de overige bedrijventerreinen houden we vast aan het profiel zoals vastgelegd in de Ruimte lijke strategie bedrijventerreinen. Bedrijven hebben investeringszekerheid nodig om te groeien. Concreet betekent dit dat bedrijven op de bedrijventerreinen hun locatie kunnen behouden en niet actief zullen worden uitgeplaatst om ruimte te maken voor andere functies. We monitoren de behoefte aan ruimte voor verschillende typen bedrijven en de effecten daarvan op bedrijventerreinen.