210078 Bijlage 1 Omgevingsvisie 1.1-versie
Tekst van het document
Omgevingsvisie Leiden 2040 Leiden stad van ontdekkingen en kloppend hart in de regio
juli 2021
2
Foto: Studio Hartzema
Voorwoord Als ik aan Leiden denk, denk ik aan een prachtige en prettige stad om in te wonen, te werken, te recreëren en om te bezoeken. Leiden heeft vele gezichten en kwaliteiten en heeft veel te bieden aan de inwoners, de regio en andere delen van de Randstad. Dat willen we graag zo houden en waar mogelijk versterken. Tegelijkertijd hebben we te maken met grote uitdagingen op het gebied van verstedelijking, klimaat, verduurzaming en bereikbaarheid. Deze uitdagingen blijven ook in de toekomst aandacht en ruimte vragen in Leiden. Daarom is het belangrijk dat we een visie hebben over hoe we al deze opgaven in de toekomst, in onderlinge samenhang met elkaar, willen oppakken en hoe we daarmee de kwaliteit van deze mooie stad behouden en versterken. Met trots presenteer ik u namens het college van burgemeester en wethouders de Omgevingsvisie Leiden 2040. De omgevingsvisie is belangrijk onder de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting per 1 juli 2022 ingaat. Met de omgevingsvisie schetsen we een samenhangend beeld waar we met onze stad heen willen en geven we aan welke keuzes hierbij nodig zijn. Kortom deze visie beschrijft de basis voor de toekomst van onze stad! In 2019 is de eerste versie van de Omgevingsvisie Leiden 2040 vastgesteld door de gemeenteraad. Op dit moment ligt de vervolgversie ter inzage. We bouwen hiermee voort op de versie uit 2019.
Ik ben er trots op dat we, in een tijd waarin we elkaar bijna niet fysiek konden ontmoeten, weer samen met de stad de visie verder hebben aangevuld en uitgewerkt. Deze omgevingsvisie is opgebouwd rond vier thema’s met bijbehorende stadskeuzes: groen-blauw raamwerk, aantrekkelijk vestigingsklimaat, duurzame mobiliteit en bodem als fundament. Per thema zijn keuzes en ambities voor de lange termijn opgenomen waar toekomstige ontwikkelingen van de stad bij dienen aan te sluiten. Het realiseren van de ambities uit de ontwerp omgevingsvisie kunnen wij niet alleen. Ik en mijn collegabestuurders benadrukken hierbij het belang van samenwerking met de inwoners en ondernemers van Leiden, buurgemeenten en andere (stads)partners. Het college van burgemeester en wethouders nodigt u daarom van harte uit om bij te dragen en mee te blijven denken bij het behalen van de ambities.
Veel leesplezier! Fleur Spijker Wethouder Duurzame Verstedelijking, Ruimte en Wonen
3
4
Inhoudsopgave Voorwoord........................................................................................................3 1
Inleiding.......................................................................................................7 1.1
Doel van deze visie..................................................................................................... 7
1.2 Reikwijdte en positionering........................................................................................ 8 1.3 Totstandkoming......................................................................................................... 8 1.4 Inspraak....................................................................................................................10 1.5 Leeswijzer.................................................................................................................11
2
Leiden in de regio....................................................................................... 13 2.1
Doorwerking relevante beleidsstukken voor de Leidse omgevingsvisie........................13
2.2 Leiden werkt samen..................................................................................................16
3 Waarden, trends en ontwikkelingen en ambities......................................... 19 3.1
De bestaande stad....................................................................................................19
3.2 De staat van de Leidse leefomgeving........................................................................ 20 3.3 Trends en ontwikkelingen......................................................................................... 23 3.4 Ambities....................................................................................................................24 3.5 Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen Verenigde Naties.......................................... 26
4 Leiden, Stad van Ontdekkingen en kloppend hart in de regio......................29 5 Visie vertaald naar Leidse keuzes op stadsniveau ........................................33 5.1
Groen-blauw raamwerk............................................................................................ 34
5.2 Aantrekkelijk vestigingsklimaat ................................................................................ 44 5.3 Duurzame mobiliteit................................................................................................. 62 5.4 Bodem als fundament.............................................................................................. 70
6 Maatwerk in de stad: indeling in drie leefmilieus.........................................79 6.1
Leefmilieu ‘dynamisch’...............................................................................................81
6.2 Leefmilieu ‘levendig’ ................................................................................................ 84 6.3 Leefmilieu ‘luw’........................................................................................................ 87
7
Werken met de omgevingsvisie................................................................... 91
Bijlage 1 – Verklarende woorden- en begrippenlijst ..........................................97 Bijlage 2 – Kernkwaliteiten erfgoed Leiden ..................................................... 101 Colofon......................................................................................................... 106
5
6
1 Inleiding Leiden is een levendige stad, een stad van ontdekkingen, waar hard wordt gewerkt om in de toekomst ook een levendige en aantrekkelijke stad te zijn en te blijven. Leiden staat voor grote uitdagingen op het gebied van de fysieke leefomgeving. Dit zijn complexe opgaven zoals verstedelijking, klimaatadaptatie, verduurzaming en bereikbaarheid. Met deze Omgevingsvisie Leiden 2040 voorziet Leiden in een integraal en richtinggevend kader, waardoor deze vraagstukken in samenhang worden opgepakt en (sneller) keuzes gemaakt kunnen worden.
1.1
Doel van deze visie
Omgevingsvisie Leiden 2040 ‘Stad van Ontdekkingen en kloppend hart van de regio’ omvat één integrale visie die kaders stelt en richting geeft voor de lange termijn. De visie beschrijft strategische keuzes voor de stad op hoofdlijnen. We geven aan hoe de ruimtelijke opgaven in de toekomst een plek krijgen in de stad. Daarbij gaan we uit van de bestaande kwaliteiten, opgaven en kansen van Leiden. De concreetheid van de onderwerpen in deze visie varieert, omdat we voor sommige thema’s al jaren beleid maken, terwijl andere thema’s relatief nieuw zijn. De Omgevingsvisie Leiden 2040 is geen blauwdruk, maar schetst een wenkend toekomstperspectief voor de stad waarin keuzes op de schaal van de stad met elkaar zijn afgestemd of worden geagendeerd. Met dit wenkend toekomstperspectief willen we eenieder die aan Leiden werkt van harte uitnodigen om zijn of haar steentje hieraan bij te dragen. De Omgevingsvisie Leiden 2040 heeft de volgende doelen:
7
1.2 Reikwijdte en positionering De Omgevingsvisie Leiden 2040 gaat over het Leidse grondgebied. Leiden is een compacte stad met veel verstedelijkt gebied en een beperkt buitengebied binnen de stadsgrenzen. Dat schept specifieke kansen en opgaven die we oppakken in deze visie. Als we breder kijken, maakt Leiden onderdeel uit van de verstedelijkte Leidse regio van Zoeterwoude tot Zee. Deze regionale ligging en het gegeven dat de afstanden naar de buurgemeenten beperkt zijn, biedt een aantal nieuwe kwaliteiten en kansen zoals een breed scala aan woonmilieus, werkgebieden en prachtige landschappen zoals de kust, het plassengebied en het veenweidegebied. Het geeft ook een aantal gedeelde opgaven, die we in regionaal verband op moeten pakken. Daarom kijken we in deze visie vooral naar Leiden, maar geven we ook aan wat hierbij de relatie met onze omgeving is. Fysieke leefomgeving De omgevingsvisie is hoofdzakelijk een strategische visie op de fysieke leefomgeving. De Leidse omgevingsvisie hanteert dezelfde brede opvatting van het begrip fysieke leefomgeving zoals gedefinieerd in de Omgevingswet: de natuurlijke omgeving met grote wateren en natuurlandschappen, agrarische cultuurlandschappen, de gebouwde omgeving met steden, dorpen, bedrijventerreinen, netwerken en infrastructuur voor het verkeer van personen, goederen, data, stoffen en energie, en het cultureel erfgoed.
Naast de fysieke leefomgeving komen er ook sociale thema’s naar voren in deze omgevingsvisie. Dit omdat op vele plekken de fysieke en sociale leefomgeving onlosmakelijk verbonden zijn met elkaar. Omgevingswet De omgevingsvisie is één van de wettelijk verplichte instrumenten uit de Omgevingswet, die naar verwachting juli 2022 in werking treedt. Tot die tijd valt de omgevingsvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is de omgevingsvisie juridisch gezien een structuurvisie. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, wordt de structuurvisie automatisch een omgevingsvisie en behoudt deze omgevingsvisie zijn rechtskracht (gelijksstellingsbepaling).
1.3 Totstandkoming Deze Omgevingsvisie bouwt voort op de Omgevingsvisie 1.0-versie uit 2019. We benutten de inzichten, de waarden en verhaallijnen uit de Omgevingsvisie 1.0 die in samenspraak met vele mensen in de stad is opgesteld. Ook voor de Omgevingsvisie 1.1 is op diverse momenten en aan de hand van verschillende thema’s gesproken met bewoners en partijen in de stad. Daarnaast is een Omgevingseffectrapport opgesteld dat ons verder inzicht geeft in de stand van de leefomgeving en effecten van keuzes in de visie. Omdat Leiden hoort bij de Global Goals-gemeenten is er tijdens het opstelproces ook rekening gehouden met de duurzame ontwikkeldoelen (ook wel Sustainable Development Goals (SDG’s) genoemd) van de Verenigde Naties. Doorontwikkeling van de 1.0-versie Op 15 juli 2019 is de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0-versie vastgesteld door de gemeenteraad van Leiden. In de Omgevingsvisie 1.0 zijn, op basis van de vele gesprekken met bewoners en ondernemers in de stad, zeven Leidse waarden voor de ontwikkeling van de stad geformuleerd. Op basis van de Leidse waarden en gesprekken met de stad zijn in Omgevingsvisie 1.0-versie een zestal verhaallijnen uitgewerkt die richting geven aan de toekomst van de stad. Deze verhaallijnen zijn naast elkaar uitgewerkt, zonder dat keuzes zijn gemaakt.
Deze verhaallijnen hadden ieder een centraal thema en samen weerspiegelden ze de visie en ambities voor toekomstige ontwikkelingen van de stad.
8
Kennis maken, delen, overdragen
Historie koesteren
Leiden, stad van historie cultuur en vooruitgang
Leiden, stad van onderwijs, kennis en werk
Verbondenheid met elkaar
Waterstad
Leiden, groene en gezonde stad
Leiden, verbonden stad
Compact en nabij
De stad van ons allemaal
Leiden, stad voor iedereen
Leiden, waterstad
Groen versterken
De zeven Leidse waarden uit de 1.0-versie
De zes verhaallijnen uit de 1.0-versie
Deze Omgevingsvisie Leiden 2040 1.1 bouwt voort op, en vervangt, de Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0. De waarden en verhaallijnen zijn belangrijke bouwstenen die we in de 1.1-versie verder hebben uitgewerkt. In deze Omgevingsvisie 1.1 is gekeken hoe de ambities en ideeën uit de verhaallijnen zich laten vertalen naar gebieden in de stad en welke keuzes dat vraagt vanwege de beperkte ruimte. Dit is gecombineerd met de andere bouwstenen zoals de trends en ontwikkelingen, de ambities en de richtinggevende hoofdlijnen van nieuw beleid. Zo zijn er nieuwe inzichten en eerder ontbrekende onderwerpen toegevoegd waar de 1.0-versie onvoldoende richting aan gaf. Daarnaast bevat deze Omgevingsvisie ook een OmgevingsEffectRapportage (OER, zie ook paragraaf 1.3). Dit alles leidt tot deze nieuwe integrale omgevingsvisie voor Leiden met een duidelijke koers tot 2040, waarin samenhangende keuzes gemaakt zijn. Participatie Tijdens het opstellen van de 1.0-versie van de omgevingsvisie is intensief geparticipeerd. In dat proces hebben Leidenaren en andere betrokkenen bij onze stad op verschillende momenten en op verschillende manieren kunnen meedenken. Met schetsboeken zijn de maatschappelijke opgaven op een laagdrempelige manier zichtbaar gemaakt. Regiogemeenten, ketenpartners en professionals die betrokken zijn bij de ontwikkeling van de stad zijn actief gevraagd om input te leveren.
Er is een ‘Week van het Stadsgesprek’ georganiseerd waar elke avond een andere thema stadsbreed werd besproken. Daarnaast zijn er specifieke partijen en organisaties, zoals bijvoorbeeld Platform Gehandicapten en Plaatselijke kamer van studentenverenigingen, actief benaderd om te praten over Leiden 2040. Al deze inbreng is meegenomen in het proces van de doorontwikkeling naar deze Omgevingsvisie 1.1-versie. Bij de doorontwikkeling van de Omgevingsvisie Leiden 2040 zijn wederom inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere partijen in de stad betrokken. Dit is om twee redenen op een andere manier georganiseerd dan bij het proces van de Omgevingsvisie 1.0. Veel ideeën en reacties die zijn opgehaald bij het participatieproces van de 1.0-versie waren nog actueel en relevant. Daarnaast is in de tussentijd nieuw beleid ontwikkeld met bijbehorende participatieprocessen en gemaakte afspraken, zoals het mobiliteitsbeleid, de Regionale Energie Strategie, de woon visie, het hoogbouwbeleid, de autoluwe binnenstad en gebiedsvisie Stationsgebied. Deze omgevingsvisie is als het ware de strik om al die eerdere gesprekken.
Daarom lag in het participatieproces van deze omgevingsvisie het accent met name op het inzichtelijk maken van het samenspel tussen de verschillende opgaven, ambities en richtinggevende keuzes voor Leiden 2040 en het ophalen van aanvullingen en aanscherpingen op de gepresenteerde inhoud.
9
Er zijn verschillende gesprekken gevoerd met de stadmakers, adviesraden, (keten)partners en regiogemeenten. Ook is er een digitaal breed stadsgesprek (webtalk) georganiseerd waar de focus lag op het maken van eerste samenhangende keuzes voor de gehele stad richting 2040. Via de stadspecial in de stadskrant, korte video’s en teksten zijn de keuzes toegelicht. Iedereen kon de webtalk en losse video’s terugkijken (via doemee.leiden.nl) en meedoen aan een digitale enquête. De reacties en aanvullingen die voortkwamen uit deze gesprekken en de enquête zijn meegenomen in het proces, verwerkt in het samenhangende verhaal en passend gemaakt bij het detailniveau van de omgevingsvisie (zie het participatieverslag). PlanMER (OER) Voor de omgevingsvisie is een planMER opgesteld. Hierin worden de kansen en risico’s beschreven voor de fysieke leefomgeving van de in de omgevingsvisie gemaakte beleidskeuzes. Omdat het beleid in de omgevingsvisie de menselijke leefomgeving als geheel omvat - dus zowel fysiek, economisch als sociaal - is het begrip ‘milieu’ breder op te vatten dan meestal gebruikelijk is in milieueffectrapportages. Dit vraagt om een vernieuwende m.e.r.-aanpak met een breed georiënteerd proces dat de afzonderlijke beleidsterreinen overstijgt. Daarom wordt vanaf nu gesproken over een omgevingseffectrapportage (o.e.r.) in plaats van een milieueffectrapportage (m.e.r.).
Wat is m.e.r., wat is MER en wat is OER? M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een Milieueffectrapport (MER) wordt opgesteld. Zo’n MER bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘plan’ (planMER) wil zeggen dat het om een MER voor een plan gaat, zoals een omgevingsvisie. Leiden heeft ervoor gekozen om niet alleen milieueffecten maar ook andere omgevingseffecten in beeld te brengen. Daarom praten we niet over een planMER maar over een Omgevingseffectrapport (OER). Voor de juridische juistheid gebruiken we nog wel de term m.e.r.-procedure.
Bij de uitwerking van de omgevingsvisie is ingezet op een proces met interactie tussen het uitwerken van de omgevingsvisie en het opstellen van het OER. De omgevingsvisie beschrijft het beleid, de ambities en wat de gemeente op hoofdlijnen gaat doen. Het OER beschrijft de kwaliteiten van de leefomgeving, de gevolgen van het omgevingsvisiebeleid op de leefomgeving en de bijdrage van het omgevingsvisiebeleid aan het halen van de gestelde ambities. De interactie bestond uit regelmatige wederzijdse terugkoppeling tussen de beleidsontwikkeling aan de ene kant (omgevingsvisie) en de gevolgen ervan voor de leefomgeving aan de andere kant (o.e.r.). Op deze manier is de o.e.r. gebruikt om beleidskeuzes te maken en aan te scherpen.
1.4 Inspraak De ontwerp Omgevingsvisie heeft vanaf vrijdag 2 april 2021 voor een periode van zes weken voor inspraak ter visie gelegen. Inwoners van Leiden en andere belanghebbenden hebben een inspraakreactie kunnen indienen op de ontwerp Omgevingsvisie gedurende deze zes weken. Er zijn 73 ontvankelijke inspraakreacties binnengekomen. Deze zijn samengevat en beantwoord in de inspraaknota. Tijdens de inspraakperiode heeft de Commissie-m.e.r. een advies uitgebracht over het uitgevoerde OER. Naar aanleiding van dit advies is het OER nog op enkele plekken aangevuld en aangescherpt. Het advies van de Commissie-m.e.r. is via hun website in te zien.
10
1.5 Leeswijzer Hoofdstuk twee schetst de beleidskaders en samenwerkingsverbanden die doorwerken in deze omgevingsvisie. Het derde hoofdstuk beschrijft de huidige staat van de leefomgeving, de trends en ontwikkelingen, de ambities en de bijdrage aan duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. Hoofdstuk vier beschrijft de integrale hoofdvisie tot 2040. Deze hoofdvisie wordt in hoofdstuk vijf uiteengezet in vier thema’s met bijbehorende stadskeuzes: groen-blauw raamwerk, aantrekkelijk vestigingsklimaat, duurzame mobiliteit en bodem als fundament. Het zesde hoofdstuk beschrijft de gebiedsgerichte uitwerking in drie verschillende leefmilieus. Elk leefmilieu heeft eigen kenmerken en aandachtspunten bij ontwikkeling, die aansluiten bij de ambities, doelstellingen en stadskeuzes in deze omgevingsvisie. Het zevende hoofdstuk geeft aan hoe er met de omgevingsvisie gewerkt wordt.
11
12
Foto: Studio Hartzema
2 Leiden in de regio Leiden vormt het historische, culturele en economische centrum van het aaneengesloten verstedelijkte gebied langs de Oude Rijn, de Leidse regio van Zoeterwoude tot Zee. In dit verstedelijkte gebied van Hart van Holland, dat samen met de kernen in het omliggende landschap een samenhangend dagelijks stedelijk netwerk vormt, wonen ongeveer 300.000 mensen. Daarvan wonen er zo’n 125.000 in Leiden. Leiden ligt centraal in de Randstad, het meest verstedelijkte deel van Nederland. Dit hoofdstuk beschrijft de relatie van Leiden met haar (wijdere) omgeving.
2.1
Doorwerking relevante beleidsstukken voor de Leidse omgevingsvisie
Nationale Omgevingsvisie en Omgevingsvisie Zuid-Holland Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft de Rijksoverheid richting aan de grote opgaven die de leefomgeving in Nederland de komende dertig jaar (tot 2050) ingrijpend zullen veranderen. Onder deze grote opgaven vallen: het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Het uitwerken van deze opgaven moet hand in hand gaan met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omdat de grootste bevolkings- en verstedelijkingsgroei verwacht wordt in de Randstad, zijn agglomeratiekracht en verdichting belangrijke concepten in het voor nemen om duurzame economische groei te realiseren en de sociaaleconomische slagkracht te vergroten. Leiden onderschrijft de benoemde opgaven, vier prioriteiten en de drie afwegings principes uit de NOVI.
Afwegingskader uit de Nationale Omgevingsvisie (2020)
Ook de provincie Zuid-Holland geeft met de Omgevingsvisie van Zuid-Holland (POVI) richting aan de strategische ontwikkeling van de leefomgeving voor de lange termijn. In lijn met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zet de provincie in op het versterken van de agglomeratiekracht. Het Verstedelijkingsakkoord dat inzet op verdere verdichting langs het spoor tussen Dordrecht en Leiden (de ‘Oude Lijn’) en de verbetering ervan, is onderdeel van die ambitie. Daarnaast staat het scheppen
13
van voorwaarden voor een economisch krachtige regio hoog op de agenda. De provincie streeft naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede omgevingskwaliteit. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde brengen en zorgen voor een gezonde, aantrekkelijke en klimaatadaptieve leefomgeving. Leiden bouwt voort op de sturingsfilosofie van de Omgevingsvisie Zuid-Holland en geeft verdere lokale invulling aan deze drie punten. Voor Leiden bieden de NOVI en POVI kansen om de kenniseconomie en het bijhorende vestigingsklimaat met goede openbaarvervoerverbindingen te versterken op een manier die bijdraagt aan sociaal-inclusieve groei en brede welvaart. Regionale Agenda Omgevingsvisie Hart van Holland In samenwerking met negen gemeenten (Kaag en Braassem, Katwijk, Leiderdorp, Noordwijk, Oegstgeest, Voorschoten, Teylingen, Wassenaar en Zoeterwoude) en het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft Leiden de ‘Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040’ opgesteld. De gemeenten zijn ruimtelijk sterk met elkaar verweven en leggen in de agenda een gezamenlijke koers vast voor de ontwikkeling van de leefomgeving in de regio. Hierbij zijn de waarden “mooi”, “open”, “sterk” en “compleet” richtinggevend voor hun ruimtelijke ontwikkeling. Net als in het rijksbeleid, is hier het uitgangspunt binnenstedelijke verdichting.
Zo kunnen we het karakter en diversiteit van de kernen behouden en de karakteristieke en waardevolle landschappen die zo belangrijk zijn voor ons leefen vestigingsklimaat, behouden en versterken.
Verstedelijkte regio langs de Oude Rijn (detail uit Visiekaart Regionale Agenda Omgevingsvisie Hart van Holland, 2019)
14
In deze Regionale Omgevingsagenda worden de opgaven voor het gezamenlijke ‘daily urban system’ beschreven en kaders meegegeven voor de verdere ontwikkeling van de fysieke leefom geving. Ook wordt de economie van het verstedelijkte gebied in een bredere context geplaatst. Dat levert een krachtig samenhangend economisch ecosysteem op dat een breed spectrum van banen biedt. Het gaat onder andere om het kenniscluster rond het Leiden Bio Science Park, ESA-ESTEC Space Campus Noordwijk, Unmanned Valley en Heineken in Zoeterwoude. In het vervolg ‘Aan de slag met Hart van Holland’ is een aantal gebieden aangewezen waar een grensoverschrijdende samenwerking bij gebiedsontwikkelingen van grote betekenis kan zijn voor de ontwikkeling van de hele regio. Door samen op te trekken en ontwikkelingen op elkaar af te stemmen kan de regio als geheel een aantrekkelijk en aanvullend palet aan woon- en werkmilieus en landschappen (blijven) bieden. Afgesproken is dat de Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040 Hart van Holland vertaald wordt in de omgevingsvisies van de betrokken gemeenten.
Regionale Energiestrategie In de Regionale Energiestrategie beschrijft de regio hoe zij invulling geeft aan de energiedoelstellingen van het Nationale Klimaatakkoord. De Regionale Energiestrategie (RES) voor de regio Holland Rijnland, waar Leiden onderdeel van is, beschrijft zoekgebieden voor de opwek van zonne- en windenergie en de toekomstbeelden voor de warmtetransitie. Voor Leiden betekent dit inzet op zon op daken én inzet op de realisatie van restwarmte uit Rotterdam ter vervanging van het huidige gasgestookte warmtenet. Leiden, Stad van Ontdekkingen ‘Ontwikkelvisie 2030. Leiden, Stad van Ontdekkingen’ uit 2012 is tot op de dag van vandaag een belangrijk uitgangspunt wanneer er naar de toekomst wordt gekeken. Deze ontwikkelvisie overstijgt zowel de sociale als fysieke structuurvisies. Daarmee blijft deze ontwikkelvisie, ook na vaststelling van deze omgevingsvisie, relevant. Kennis en innovatie zijn steeds meer een voorwaarde voor maatschappelijk succes. In de Leidse regio zetten we ons daarom in voor excellent onderwijs voor alle leerlingen en studenten, voor commerciële en maatschappelijke toepassing van kennis, voor goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, het aantrekken en behouden van talent en voor maatschappelijke innovatie.
We zetten ons ook in voor het verder versterken van het innovatieve ‘ecosysteem’ en de kennisclusters in de stad en regio waarin onderwijs, onderzoek, ondernemers en overheid gezamenlijk een nieuwe bron van welvaart en welzijn leveren. De Leidse binnenstad heeft met haar duizenden monumenten, haar musea en haar historische structuur een onderschei-
15
dende kwaliteit in vergelijking met andere gemeenten in de (wijde) omgeving. In de komende decennia willen wij blijven investeren in een aantrekkelijke binnenstad. Om deze ambities te realiseren, is het belangrijk om samen met de regio te werken aan genoeg ruimte van voldoende kwaliteit, een uitstekende bereikbaarheid, een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, circulariteit en energie.
2.2 Leiden werkt samen Leiden ligt strategisch in de Randstad tussen de Metropoolregio’s Amsterdam (MRA), Den-Haag/ Rotterdam (MRDH), luchthavens en Utrecht. Daarin vormen Leiden en de Leidse regio met het kenniscluster Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley en het spacecluster ESA-ESTEC/Spacecampus Noordwijk een van de knooppunten in het netwerk van kennissteden. Deze steden groeien volop. Hun populariteit is groot en de groei versterkt zichzelf. In dit stedelijke netwerk werkt Leiden voor de verschillende opgaven samen met de daarvoor relevante partners. Ook daarbuiten neemt Leiden actief deel aan diverse samenwerkingsverbanden op het gebied van bijvoorbeeld verstede lijking, mobiliteit, economie, landschap en energie. Leiden onderschrijft dat samenwerken met verschillende partners cruciaal is om met de (vaak grensoverschrijdende) toekomstige opgaven om te gaan die op de stad en onze leefomgeving afkomen. Enkele voorbeelden van deze samenwerkingen worden hier kort toegelicht. In de Verstedelijkingsalliantie werken acht gemeenten, MRDH en provincie Zuid-Holland aan een gezamenlijke strategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling en het beter benutten van het bestaande vestigingsklimaat met zijn economische potenties en voorzieningen.
Deze strategie is gericht op de integrale ontwikkeling van geconcentreerde verstedelijking nabij haltes op de bestaande spoorverbinding Dordrecht-Leiden. Daarnaast werkt het gebiedsprogramma MoVe aan uitdagingen op het gebied van bereikbaarheid, verstedelijking en economische groei. Dit gebeurt door een bijdrage te leveren aan het oppakken van deze uitdagingen, door in integrale gebieds gerichte projecten bij te dragen aan oplossingen en door richting en strategie te bepalen voor de inzet van programmapartners. Binnen Regio Holland Rijnland werkt Leiden samen met 13 gemeenten aan regionale opgaven voor een sterke en gezonde toekomstbestendige regio. Dit staat beschreven in de Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland (ROA), de Regionale Strategie Mobiliteit Holland Rijnland (RSM) en de Regionale Energiestrategie Holland Rijnland (RES). Hierin worden keuzes voor de lange termijn rond
16
verstedelijking, mobiliteit, economie, landschap en energie vastgelegd. De eerder genoemde Regionale Agenda Omgevingsvisie 2040 Hart van Holland maakt hier integraal onderdeel van uit.
Leiden in de grotere context
Op economische vlak werkt Leiden samen met het Rijk, provincie, economic boards en het bedrijfsleven aan de Ruimtelijk Economische Ontwikkelstrategie (REOS), gericht op de versterking van de Nederlandse economische toplocaties. Met Katwijk, Oegstgeest, Leiderdorp, Zoeterwoude en Voorschoten werkt Leiden samen met het lokale bedrijfsleven in Economie 071 aan concrete projecten die de regionale economie van de Leidse Regio versterken. Leiden werkt samen met Den Haag, Delft en Zoetermeer in Kennisregio aan Zee aan een gezamenlijke ontwikkelagenda voor ruimtelijk-economische structuurversterking. Ook op gebied van landschap en recreatie werkt Leiden samen, bijvoorbeeld in de Leidse Ommelanden en Nationaal Park Hollandse Duinen.
17
18
3 Waarden, trends en ontwikkelingen en ambities Leiden onderschrijft de in de Nationale Omgevingsvisie benoemde opgaven, waaronder het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie. Om te kunnen bepalen welke opgaven het meest zwaarwegend zijn, is het van belang om als gemeente te weten waar je vandaan komt, waar je (voor) staat en welke trends en ontwikkelingen je kunt verwachten. In de Omgevingsvisie 1.0 is het vertrekpunt bepaald aan de hand van de zeven waarden en een eerste koers uitgezet met het zestal verhaallijnen (zie paragraaf 1.3). In deze versie wordt een verdiepingsslag gemaakt en is in het kader van de Omgevingseffectrapportage (o.e.r.) de huidige staat van de stad in beeld gebracht. Vanuit wat was, wat is en wat komt, wordt beschreven welke ambities richting geven aan de toekomst voor Leiden. Als laatste zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen van de VN toegelicht.
3.1
De bestaande stad
Leiden heeft een lange geschiedenis en kent daardoor een sterke historische gelaagdheid. Deze gelaagdheid is zichtbaar op lokaal niveau in bijvoorbeeld gebouwen en op stadsniveau in verbindende structuren, in de bodem en in afzonderlijke gebieden in de stad met een duidelijke eigen historische identiteit. Leiden bouwt voort op deze geschiedenis, behoudt wat van waarde is en geeft dit een plek in het hedendaagse gebruik. Tegelijkertijd is er ook ruimte voor vernieuwing met respect voor de historische waarden in de stad. Dit alles vanuit het besef dat de historische kenmerken van de stad een kwaliteit zijn, die herkenbaar zijn en waar mensen trots op zijn. Ze dragen bij aan de kwaliteit van leven en werken in de stad. In de bijlage (bijlage 2) volgt een overzicht van de historische gelaagdheid van de stad, gevolgd per tijdslaag door een puntsgewijze samenvatting met de belangrijkste kernwaarden uit deze periode.
Leiden is vandaag de dag een stad met vele gezichten en kwaliteiten, en heeft daardoor veel te bieden aan de inwoners, de regio en andere delen van de Randstad. Zo is Leiden een compacte kennisstad met een rijke historie en veel cultuur, het is een universiteitsstad, het heeft één van de mooiste binnensteden van Nederland, een toonaangevend economisch cluster (LBSP), is voorzien van veel stedelijke voorzieningen en ligt in een aantrekkelijk stedelijk landschap met daaromheen goed bereikbare open en groene landschappen. Daarnaast heeft Leiden een gunstige ligging ten opzichte van de rest van de Randstad en is het daar ook goed mee verbonden door Station Leiden Centraal en het hoofdwegennet.
19
3.2 De staat van de Leidse leefomgeving De kwaliteit van de leefomgeving is in beeld gebracht in de foto van de leefomgeving (vanaf nu leefomgevingsfoto), onderdeel (en bijlage) van het OER. Deze leefomgevingsfoto is een bouwsteen voor de omgevingsvisie en brengt de staat van de leefomgeving in beeld. Deze leefomgevingsfoto gaat alleen over het grondgebied van Leiden. In de leefomgevingsfoto is voor 39 verschillende beoordelingsaspecten een kwaliteitsscore (rood, oranje of groen) in beeld gebracht. Deze kwaliteitsscore is, voor zowel de huidige situatie als de autonome ontwikkeling (tot 2030, vanwege de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van data), bepaald aan de hand van beschikbare openbare data. Voor de kwaliteitsscore voor de autonome ontwikkeling zijn de effecten van de huidige trends, ontwikkelingen en het reeds vastgestelde beleid meegenomen. De uitkomsten van deze leefomgevingsfoto zijn in de afbeelding weergegeven. In zijn algemeenheid geldt: bij kwaliteitsniveau groen is sprake van een overwegend goede kwaliteit, er is geen sprake van overschrijding van wettelijke of beleidsnormen, knelpunten of anderszins. Bij rood is sprake van overwegend slechte kwaliteit, dat wil zeggen: er is sprake van overschrijding van normen of knelpunten. Bij oranje is er in zijn algemeenheid sprake van risico op normoverschrijding of knelpunten.
Hierbij is een kanttekening van belang: de resultaten van de leefomgevingsfoto worden mede bepaald door de meetlat (bepaald door criteria en de referentiewaarde) en anderzijds door de op dat moment beschikbare openbare data. Daarnaast is het goed om te benoemen dat niet elke ‘rode’ kwaliteitsscore betekent dat er op dat beoordelingsaspect een opgave ligt voor de gemeente Leiden. Dit kan twee oorzaken hebben: de opgave overstijgt het lokale en is daardoor lastig lokaal beïnvloedbaar of (geografische) eigenschappen van een gemeente maken dat er voor bepaalde opgaven minder ruimte is of dat er minder behoefte aan is. Voorbeelden hiervoor zijn het beoordelingsaspect ‘Beschermde natuur gebieden Natura 2000/NNN’, waarbij een verandering in kwaliteit teweegbrengen meer een nationale (en internationale) opgave dan een lokale opgave is; of het beoordelingsaspect ‘duurzame energieopwekking’, waarvoor in een stedelijke gemeente met weinig open gebied minder ruimte voor lokale energieopwekking is dan in een rurale gemeente met juist veel open gebied. Niettemin geeft deze analyse inzichten die bij het bepalen van de koers voor de omgevingsvisie nuttig zijn. Voor meer achtergrondinformatie over de kwaliteitsscores en de gebruikte data, criteria en referentiewaarden in bijgaande afbeelding wordt doorverwezen naar bijlage 1 in het OER (‘de Foto van de Leefomgeving’).
20
Het Rad van de Leefomgeving uit het OER
21
Huidige situatie De huidige staat van de fysieke leefomgeving laat een wisselend beeld in kwaliteitsniveaus zien. Vooral ten aanzien van de beoordelingsaspecten voorzieningenniveau, openbare ruimte, landschappelijke kwaliteit, cultuurhistorie en erfgoed, werkgelegenheid, kennis en innovatie, recreatie en toerisme, en openbaar vervoer staat de fysieke leefomgeving er op dit moment over het algemeen goed voor (‘groen’). Beoordelingsaspecten met een rood kwaliteitsniveau zijn gezonde leefstijl, duurzame woningen en passend en toegankelijk woningaanbod, klimaat (wateroverlast, hitte en broeikasgassen), natuur, duurzame energieopwekking en grondstoffen en circulariteit. Autonome ontwikkeling Aspecten waar de kwaliteit in de autonome ontwikkeling goed is, zijn de beoordelingsaspecten openbare ruimte, werkgelegenheid, voorzieningenniveau, cultuur en historie en kennis en innovatie. Daarnaast is de verwachting dat de beoordelingsaspecten bodemkwaliteit en duurzame, slimme mobiliteit en economische zelfredzaamheid tot 2030 ook een positieve ontwikkeling (naar een groen kwaliteitsniveau) doormaken, uitgaande van de huidige inzet. Passend en toegankelijk woningaanbod, duurzame woningen, en grondstoffen en circulariteit verbeteren in de autonome ontwikkeling van rood naar oranje.
Positieve trends binnen oranje zijn er bij sociale cohesie in buurten, inclusiviteit, luchtkwaliteit, grond- en oppervlaktewater, beschermde soorten, energiebesparing, autobereikbaarheid en wandel- en fietsnetwerk. Op basis van de leefomgevingsfoto kan worden geconcludeerd dat de gemeente Leiden op de beoordelingsaspecten wateroverlast en hitte lage kwaliteitsscores heeft. Hier liggen vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving opgaven voor de omgevingsvisie. Andere aspecten, zoals gezonde leefstijl, uitstoot broeikasgassen, beschermde natuurgebieden, gemeentelijke natuur en duurzame energieopwekking hebben nu een rode kwaliteitsscore, maar hier zijn wel (enige) positieve ontwikkelingen te verwachten voor de toekomst. Ondanks deze te verwachten positieve ontwikkelingen ligt hier een opgave vanuit het belang van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorie en erfgoed zijn negatieve trends te verwachten van groen naar oranje. Negatieve trends binnen oranje zijn er bij externe veiligheid, sociale veiligheid, maatschappelijke participatie, droogte, geluidhinder, bodemdaling en archeologie. COVID-19 en de kwaliteit van de leefomgeving Tijdens het opstellen van het OER vond een uitbraak plaats van het coronavirus COVID-19. Om de verspreiding en gevolgen van dit virus in te dammen zijn door de Rijksoverheid maatregelen ingesteld.
Deze maatregelen hebben ook impact op de leefomgeving. Het is nog onbekend wat de gevolgen van COVID-19 zijn op de middellange en lange termijn. Daarom zijn deze mogelijke gevolgen niet in de prognoses opgenomen. Voor meer informatie over de impact van COVID-19 op de scores uit de leefomgeving wordt doorverwezen naar bijlage 1 van het OER.
22
3.3 Trends en ontwikkelingen De wereld is continu in verandering, onder andere op sociaal, economisch en klimatologisch vlak. Dit leidt tot vraagstukken die groot en onderling verweven zijn. De kwaliteit van leven in de stad hangt af van de manier waarop we inspelen op zulke veranderingen. Deze veranderingen vragen niet alleen om een andere kijk op de inrichting van de fysieke leefomgeving, maar bieden soms ook nieuwe kansen om huidige (en toekomstige) vraagstukken op te lossen. En ze vragen vaak een verandering van het gebruik van de ruimte of een ruimtereservering in en om de stad. Het is daarom van belang om te kijken welke trends en ontwikkelingen op onze gemeente afkomen. • Trek naar de stad: Sinds kort woont meer dan de helft van de wereldbevolking in de stad. Dit percentage zal naar verwachting blijven toenemen. Volgens prognoses van het Planbureau van de Leefomgeving (PBL) blijven de meeste gemeenten in de Randstad groeien. Dit geldt ook voor gemeente Leiden. De toekomst zal uitwijzen welk effect de COVID19-pandemie heeft op de trek naar de stad. • Huishoudensverdunning: Het aantal huishoudens in Nederland groeit al decennia sneller dan het aantal inwoners. De huishoudens bestaan uit steeds minder personen. In 1971 telde het gemiddelde huishouden 3,25 personen en in 2017 was dit gedaald naar 2,16 personen (Centraal Bureau voor Statistiek, CBS)).
In Leiden ligt het gemiddelde vanwege het grote aandeel studenten nog lager dan het landelijk gemiddelde. • Bevolkingsgroei: Naar verwachting zal Nederland in 2063 circa 20 miljoen inwoners hebben volgens de bevolkingsprognose 2020 – 2070 van het CBS. In 2038 zullen dit er ongeveer 19 miljoen zijn. Deze groei is hoofdzakelijk toe te wijzen aan migratie en stijgende levensduur. • Vergrijzing: In Leiden is sprake van dubbele vergrijzing: er zijn meer ouderen en mensen worden ook steeds ouder. Tussen 2018 en 2040 zal het aantal 75-plussers en het aantal 85-plussers naar verwachting verdubbelen. Zowel procentueel als in absolute aantallen groeit de leeftijdsgroep van 75-plussers in Leiden het snelste. Dit blijkt uit regionale bevolkingsprognoses (PBL & CBS). • Extramuralisering: Het aanbieden van deze zorg buiten een intramurale instelling (bijvoorbeeld verpleegtehuis) wordt extramuralisering genoemd. Ouderen, die behoefte hebben aan verzorging of verpleging, willen steeds vaker en langer zelfstandig blijven wonen. Dit heeft gevolgen voor het soort zorg dat geleverd wordt maar ook voor het woningaanbod. • Klimaatverandering: Het klimaat is aan het veranderen. Door de uitstoot van onder andere broeikasgassen stijgt de gemiddelde temperatuur op aarde. Dit leidt tot zeespiegelstijging, heftigere regenbuien, droogte en hitte.
• Afnemende biodiversiteit: Het huidige Nederlandse landschap is grotendeels door menselijk handelen gemaakt. Door veranderingen in landgebruik, zoals de toename van landbouw en
23
•
•
•
•
•
•
verstedelijking, is er aanzienlijk minder natuurgebied dan eeuwen geleden. Dit heeft als gevolg dat de biodiversiteit, het aantal soorten dieren en planten, afneemt. Deze trend is recent gestuit. Tegenwoordig wordt er hard gewerkt om de biodiversiteit verder te versterken. Verduurzaming: De voorraad fossiele brandstoffen en grondstoffen is eindig. In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken om de CO2-uitstoot te verminderen. Deze doelstelling is alleen te bereiken door op grote schaal te besparen, te kiezen voor efficiëntere alternatieven, over te stappen op schone energiebronnen (energietransitie) en grondstoffen te hergebruiken (circulariteit). Deelconcepten mobiliteit en economie: In de afgelopen jaren hebben deel-initiatieven (zoals woningverhuursites, deeltaxi’s en deelauto’s) hun intrede gedaan in onze maatschappij, soms met grote gevolgen. De verwachting is dat dit soort deelconcepten een steeds grotere rol gaan spelen in de toekomst. Mensen gaan hierdoor van het betalen voor bezit naar het betalen voor gebruik. Dit heeft gevolgen voor de fysieke ruimte. Flexibilisering in ruimte en tijd: Door technologische ontwikkelingen als internet en mobiele telefonie is het mogelijk om bijvoorbeeld gebouwen en wegen flexibeler te gebruiken. Zo zijn we steeds flexibeler gaan werken, los van kantoor en kantoortijden. De recente COVID19- pandemie heeft dit proces versneld.
De verwachting is dat een deel van de werknemers mogelijk meer thuis of op andere locaties gaat werken in de toekomst. Dit kan mogelijk gevolgen hebben voor de functie van kantoren, maar ook voor de huisvesting en voor de vervoersbewegingen. Digitalisering/connectiviteit: Als samenleving doen we steeds meer digitaal, zowel zakelijk als privé. Data is inmiddels een nieuwe ‘grondstof’ in het economisch denken. Nieuwe technologische ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie, robotica, 5G/6G, sensortechnologie, internet of things, mixed reality en de ontwikkeling van autonome voertuigen maken de stad en de mens steeds ‘slimmer’ en meer datagedreven. Dat heeft niet alleen gevolgen voor de ‘zachte’ infrastructuur (sociaaleconomisch) in de samenleving, maar ook op harde fysieke infrastructuur (o.a. glasvezelkabels, antennes, datacenters, energievoorziening). Bodemdaling: Bodemdaling heeft meerdere oorzaken. Een van die oorzaken is oxidatie (verbranding) van veen door daling van de grondwaterstand. Een andere oorzaak is de belasting van het bovengrondse gebruik (compactie). Dit kan leiden tot problemen met de fundering van gebouwen of met huisaansluitingen van ondergrondse leidingen zoals riolering, gas en water. In Leiden komt bodemdaling vooral voor ten noorden van de binnenstad.
Toenemende ongelijkheid: de stijgende huizenprijzen en de verdergaande digitalisering, automatisering en robotisering zullen impact hebben op (de beroepen van) de mensen in stad en dus ook op het besteedbare inkomen. Wat maakt dat de ongelijkheid tussen groepen in de samenleving groter wordt.
3.4 Ambities De bestaande stad, trends en ontwikkelingen en de foto van de leefomgeving leiden, samen met de vraag wat voor een stad Leiden in de toekomst wil zijn, tot ambities. Een ambitie kan het streven zijn om iets te behouden waar de gemeente al goed in is (zoals cultureel erfgoed), maar kan ook inspelen op grote toekomstige opgaven (zoals klimaatverandering). De stadsvisie ‘Leiden, Stad van Ontdekkingen’ met de pijlers ‘(internationale) kennis’ en ‘(historische) cultuur’ is de overkoepelende ambitie die de stad de afgelopen jaren vooruit heeft gebracht. Een stad die ontdekkingen doet én een stad die het waard is om ontdekt te worden. De Stad van Ontdekkingen verwelkomt nieuwe ideeën, nieuwe ondernemers, nieuwe bewoners, nieuwe inzichten en nieuwe gebruiken, nu en richting 2040. Daarbij is duurzame verstedelijking richting 2040 de opgave bij de ontwikkeling van de stad, waarbij klimaatadaptatie een belangrijke plek inneemt.
24
Om op alle trends, ontwikkelingen en toekomstige opgaven in te spelen, zijn de volgende ambities voor 2040 geformuleerd. Deze ambities zijn een verdere aanscherping ten opzichte van de ambities uit de diverse verhaallijnen in de Omgevingsvisie 1.0. • Het toe te voegen programma (wonen, werken, voorzieningen) wordt zoveel mogelijk binnenstedelijk ingepast om de landschappelijke waarden aan de randen van de stad en in het buitengebied te behouden. • In 2040 is Leiden een aantrekkelijke en gastvrije stad om te wonen. De stad heeft een gevarieerd en passend woningaanbod. Een stad waar iedereen mee kan doen, waar ruimte en aandacht is voor kwetsbare groepen en waar betaalbare woningen zijn voor elke inkomensgroep. • In 2040 is de stedelijke economie van Leiden versterkt en verduurzaamd door op weg te zijn naar een volledig circulaire economie. Hierbij profileert Leiden zich als stad van (internationale) kennis en innovatie, met Leiden Bio Science Park als wereldspeler. • In 2040 heeft Leiden een goed ondernemersklimaat, met bedrijvigheid die werk biedt op alle niveaus. De werkgelegenheid in de Leidse regio van 2040 past bij de diverse samenstelling van de beroepsbevolking. • In 2040 heeft Leiden haar historische omgevingskwaliteiten en erfgoed behouden, benut, versterkt en zoveel mogelijk beleefbaar gemaakt. • In 2040 blijft de stad in beweging en bereikbaar.
Dit vraagt een overstap naar meer duurzame en ruimte-efficiënte mobiliteit en actieve vormen van verplaatsing als lopen, fietsen en openbaar vervoer (modal shift). Leiden Centraal is een belangrijk intercitystation en ov-knooppunt. • In 2040 is Leiden klimaatadaptiever ingericht • In 2040 heeft Leiden meer groen en water en is dit beter bruikbaar en beleefbaar, met een grotere biodiversiteit en betere ecologische en recreatieve verbindingen • In 2040 is Leiden een stad waar Leidenaars gestimuleerd worden om er een gezondere leefstijl op na te houden, onder meer door meer te bewegen en door een gezonder gewicht te hebben. Een stad waar het voor iedereen mogelijk is om te sporten, bewegen en spelen in en buiten de stad. De openbare ruimte is veilig en nodigt uit tot spelen, bewegen en sporten. • In 2040 is de gezondheidswinst toegenomen door schonere lucht en is het aantal geluid gehinderden, ondanks de verdichtingsopgave, afgenomen. • In 2040 is de uitstoot door broeikasgassen afgenomen. • In 2040 is de gebouwde omgeving van Leiden voor een groot deel aardgasvrij. Duurzame elektriciteit wordt binnen de stad vooral opgewekt met zonnepanelen. Het overige deel zal, gezien de beperkte ruimte in de stad, vooral van buiten de stad moeten komen.
25
3.5 D uurzame Ontwikkelingsdoelstellingen Verenigde Naties Met deze omgevingsvisie draagt de gemeente Leiden bij aan realisatie van de Sustainable Development Goals (SDG’s; Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen) van de Verenigde Naties. Deze 17 doelen fungeren als agenda voor duurzame ontwikkeling tot 2030. Alle doelen hebben subdoelen die direct of indirect verband houden met het dagelijkse werk van lokale overheden. Het onderschrijven van deze doelen helpt de gemeente Leiden bij het behalen van haar duurzaamheidsambities. Hieronder laten we in steekwoorden zien hoe deze omgevingsvisie aan 9 van de 17 doelen bijdraagt. VN-doel: Goede gezondheid en welzijn (Mentale) gezondheid en welzijn van inwoners bevorderen, Veilige inrichting van openbare ruimte, gebouwen en installaties, Uitnodigende voorzieningen voor sport, spel, recreatie, wandelen en fietsen, Aantal doden en gewonden in het verkeer verminderen. Aandacht in omgevingsvisie Gezonde en beweegvriendelijke openbare ruimte. Bevorderen van lopen en fietsen. Autoluwe gebieden in de stad. Veilige inrichting van straten met (waar mogelijk) voorrang voor voetgangers en fietsers. Groen-blauw raamwerk in de stad met aantrekkelijke openbare ruimte met water en groen in alle wijken. Goede routes naar het landschap om de stad. Tegengaan hittestress door vergroening en koele routes.
Groene en uitdagende schoolpleinen, stadstuinieren, daktuinen. Ontmoetingsfuncties in wijken, voldoende afwisseling van functies, nabijheid door mix aan functies. Beperking lawaaioverlast en licht-, trillings- of geurhinder. Rookvrije Generatie. VN-doel: Schoon water en sanitair Veilig en betaalbaar drinkwater, vermindering verontreiniging, efficiency waterverbruik verhogen, integraal waterbeheer, ecosystemen beschermen en herstellen, bewonersparticipatie. Aandacht in omgevingsvisie Bij toename aantal woningen uitbreiding van ondergrondse infrastructuur nodig, zoals riolering en drinkwatervoorziening. Klimaatadaptatie: duurzame riolering en ruimte voor wateropvang en buffering. Koppelkansen voor vervangen riolering. Waterstad: drager van zowel recreatief als functioneel nut. Milieukwaliteit als voorwaarde voor gezonde leefomgeving. Ecologische waterkwaliteit verbeteren, natuurvriendelijke oevers. Verbinden van infrastructuur en ontwikkelingen boven en onder de grond; afstemmen beheer en onderhoud. VN-doel: Betaalbare en duurzame energie Aandeel hernieuwbare energie vergroten en energie-efficiëntie verhogen. Aandacht in omgevingsvisie Energietransitie. Uitbreiding ondergrondse infrastructuur. Netwerken en ruimtebeslag in beeld brengen en klaar maken voor de toekomst. In 2050 klimaatneutraal. Energiebesparing, opwekken van duurzame energie en toewerken naar aardgasvrije stad.
Warmtenet in 2040. Water als energiedrager. Nieuwe en andere manieren om woningen te verwarmen. Beperken van energievraag. Optimale benutting van daken van woningen, (met aandacht voor erfgoed). VN-doel: Eerlijk werk en economische groei Economische productiviteit door diversificatie en innovatie, focus op sectoren met hoge toegevoegde waarde en arbeidsintensieve sectoren, Volledige werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen, ook jonge mensen en mensen met een beperking, Duurzaam toerisme dat banen schept en bijdraagt aan lokale cultuur en streekproducten. Aandacht in omgevingsvisie Aantrekkelijk ondernemers- en vestigingsklimaat. Twee grote en onderscheidende economische clusters: Innovation District Leiden Bio Science Park en historische binnenstad (o.a. cultuurtoerisme). Gaat samen met brede economische basis in de stad. Circulaire economie in 2050. Aansluiting tussen vraag/aanbod (beroeps)onderwijs en arbeidsmarkt, werkgelegenheid en bedrijfslocaties. Functievermenging wonen-werken in wijken, waar mogelijk. Goede
26
bereikbaarheid kantoor- en bedrijfslocaties, ook met OV. Goede digitale connectiviteit voor alle bewoners en gebieden. Behoud, herstel, ontsluiten en verbinden van waardevol landschap en erfgoed. VN-doel: Duurzame steden en gemeenschappen Adequate, veilige en betaalbare huisvesting en basisvoorzieningen. Beschermen en versterken van cultureel en natuurlijk erfgoed. Verkeersveiligheid en openbaar vervoer. Integrale plannen voor duurzame verstedelijking. Rampenparaatheid. Milieueffect steden. Groene en openbare ruimte. Relatie stad en omgeving, Gevarieerd en gespreid aanbod van passende, goede (huur) woningen voor alle doel- en inkomensgroepen, Goede bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen, toegankelijkheid. Aandacht in omgevingsvisie Ruimtelijke en historische structuren beter benutten en herkenbaar maken. Compleet, sterk, open en mooi. Historie, cultuur, kennis versterken elkaar. Universiteit, monumenten, musea, Leiden Bio Science Park, stedelijke voorzieningen. Sterke economische positie. Groene en verstedelijkte leefomgeving. Biodiversiteit versterken en natuurinclusief ontwikkelen. De stad is van ons allemaal, waarin mensen worden uitgenodigd mee te doen. Oog voor kwetsbare groepen, en een woning voor iedereen. Wonen, werken en voorzieningen zoveel mogelijk nabij (mix), bereikbaar te voet, te fiets of met OV via aantrekkelijke veilige routes.
Duurzaam veilige inrichting van infrastructuur. Nadruk op actieve en gezonde manier van verplaatsen. Duurzame waterstad. Leefbaar, duurzaam, groen. Klimaatadaptie en energieneutraal. Compacte stad, kloppend hart in de regio, met menselijke schaal. Werk-met-werk maken. Gebiedsgericht werken met leefmilieus. VN-doel: Verantwoorde consumptie en productie Duurzaam beheer en gebruik van natuurlijke hulpbronnen, Afvalproductie verminderen via preventie, recycling en hergebruik. Aandacht in omgevingsvisie Grondstoffenstromen, circulaire economie in 2050. Materialen en grondstoffen steeds zo hoogwaardig mogelijk inzetten. Verantwoord omgaan met onze grondstoffen. Verdergaande afvalscheiding en het tijdelijk opslaan van materialen, grondstoffen of producten. Kennis en innovatie op dit gebied stimuleren. VN-doel: Klimaatactie Weerbaarheid en aanpassing aan klimaatrisico’s verhogen; verbetering menselijke en institutionele vaardigheden voor klimaatadaptie en mitigatie, ook in ontwikkelingslanden. Aandacht in omgevingsvisie Groene en gezonde leefomgeving. Energietransitie en aardgasvrij. Klimaatverandering en klimaatadaptatie > klimaatrobuustheid. Energieneutraal en klimaatneutraal. Leefbaar, duurzaam en groen. Waterstad. Hittestress tegengaan door vergroening van openbare en private ruimten. Waterberging en -afvoer verbeteren, opvangcapaciteit vergroten.
Groen-blauw raamwerk draagt bij aan kwaliteit leefomgeving mens, planten dier. Natuurhistorische locaties koesteren en biodiversiteit verbeteren. Ondergrond en boven de grond koppelen. VN-doel: Leven in het water Verontreiniging veroorzaakt op land tegengaan; duurzaam beheer kustecosystemen; duurzaam gebruik van maritieme hulpbronnen, overbevissing tegengaan. Aandacht in omgevingsvisie Behouden, beter benutten en beleefbaar maken van watergangen als Oude Rijn, Vliet, grachten, trekvaarten etc. Ook als verbinding met omringende landschappen. Onderdeel van groene leefomgeving. Recreatie, ecologie, Waterstad. Klimaatrobuustheid. Toegankelijkheid van water. Mogelijkheden energieopwekking en transport via water onderzoeken. VN-doel: Leven op het land Duurzaam gebruik van bossen, droge gebieden, biodiversiteit versterken, waarden van ecosystemen en biodiversiteit integreren in nationale en lokale planning. Aandacht in omgevingsvisie Behoud en versterking van open, robuuste en onderling verbonden landschappen die doorlopen tot aan de oevers van de Oude Rijn. Groen-blauw raamwerk verbindt klein en groot groen: ‘van gevel tot Groene Hart’ en draagt bij aan groene en biodiverse leefomgeving. Compact en nabij. Historie koesteren. Klimaatrobuuste leefomgeving. Leefbaar, duurzaam en groen. Stadsontwikkeling en bevolkingsgroei, verstedelijking en verdichting. Natuurinclusief bouwen.
Voorkomen van uitdroging en bodemdaling, afstemming bij boven- en ondergrondse (bouw)werkzaamheden.
27
Integrale visiekaart Leiden 2040- Stad van Ontdekkingen en kloppend hart in de regio
28
4 Leiden, Stad van Ontdekkingen en kloppend hart in de regio We kijken terug vanuit 2040. Samen met bewoners, ondernemers, private partijen en andere overheden heeft de gemeente zich ingespannen om van Leiden een aantrekkelijke, leefbare, duurzame, inclusieve en ondernemende stad te maken. In dit hoofdstuk kijken we terug op de keuzes die Leiden heeft gemaakt tot de stad die ze nu is. Het is 2040. Leiden, Stad van Ontdekkingen met de pijlers ‘(internationale) kennis’ en ‘(historische) cultuur’, is een prachtige en prettige stad om in te wonen, te werken, te recreëren en om te bezoeken. De afgelopen twintig jaar is er geïnvesteerd in deze pijlers en in de duurzame, leefbare, innovatieve en inclusieve stad waar plek is voor iedereen. Leiden maakt onderdeel uit van een verstedelijkt gebied langs de Oude Rijn. Bewoners gebruiken deze Leidse regio om hun dagelijkse activiteiten te organiseren. De Leidse regio van Zoeterwoude tot Zee is één stedelijk netwerk waarbinnen bewoners vaak niet eens merken dat ze gemeentegrenzen kruisen. Leiden is de historische en innovatieve centrumstad van deze Leidse regio. De regio heeft een rijke variatie aan woonmilieus, werkgebieden, voorzieningen en landschappen. Je kan in deze regio landelijk wonen of juist hoogstedelijk, bijvoorbeeld rond het station.
Je kan op alle niveaus kennis opdoen: bij de Universiteit Leiden, het hbo en mbo, via vakopleidingen, op middelbare en lagere scholen en in de praktijk bij bedrijven. Ook kan je doorstromen naar werk in de top van innovatieve bedrijven in Europa, in de maakindustrie en bij midden- en kleinbedrijven. De parken, groengebieden en karakteristieke landschappen bieden allerhande recreatiemogelijkheden zoals varen, fietsen, sporten en spelen. Leiden heeft in 2040 de centrale ligging verder benut en vormt de verbindende schakel tussen de Metropoolregio Amsterdam, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en Utrecht en ligt nabij twee luchthavens. Leiden – met in het bijzonder de historische binnenstad, de spoorzone (met intercitystation Leiden Centraal) en Leiden Bio Science Park – vormt het kloppende hart van deze aaneengesloten stedelijke regio. De historische binnenstad – met de grachten en historische monumenten, de vele winkels, voorzieningen, culturele activiteiten, zoals de musea en evenementen en congresfaciliteiten – trekt inwoners van de stad en regio, bezoekers van daarbuiten, cultuurtoeristen en zakelijke bezoekers. De historische binnenstad, die in de noordwestzijde overgaat in de spoorzone Knooppunt Leiden Centraal, is het hart van de historische cultuur. Knooppunt Leiden Centraal is met het intercitystation hét in-, uit- en overstapknooppunt voor de hele regio.
De spoorzone is uitgegroeid tot een aantrekkelijk gemengd (hoog)stedelijk gebied met werken, wonen, horeca en vrijetijds- en andere voorzieningen en een uitnodigende openbare ruimte. Het Leiden Bio Science Park aan de westzijde van het station is het hart van de internationale kennis: een indrukwekkend kenniscluster en wereldspeler op gebied van Life Science & Health. Het LBSP is doorgegroeid naar een Innovation District met een mix aan stedelijke functies in een inspirerende omgeving. Hier komen innovatieve bedrijven, het LUMC, de Universiteit Leiden en andere onderwijsinstellingen samen met de creatieve sector, woningen, voorzieningen en horeca in een aantrekkelijke buitenruimte. De openbare ruimte nodigt uit tot formele en informele ontmoetingen, flexibel werken en spontane kennisuitwisseling. De historische binnenstad, de spoorzone en Innovation District LBSP lopen – met elk een eigen sfeer – als vanzelfsprekend in elkaar over.
29
Leiden is in 2040 een compacte historische centrumstad waarvan een groot deel van het grondgebied bebouwd is. Het open buitengebied dat er is, wil Leiden behouden. Dit biedt kansen en maakt tegelijkertijd keuzes noodzakelijk. Leiden heeft zich de afgelopen decennia onderscheiden in stedelijke gemengde woon- en werkmilieus met voorzieningen. Daarbij is de stad zeer zorgvuldig met de beschikbare ruimte omgegaan. Er is ruimte gecreëerd voor het bouwen van woningen en het realiseren van banen. Er zijn woningen voor alle doelgroepen en alle categorieën bijgekomen, met aandacht voor betaalbare woningen en kwetsbare doelgroepen. Leiden heeft een weerbare en vitale economie met een breed palet aan stedelijke en (circulaire) economische functies met bedrijvigheid, kantoren en gemengde werkgebieden. Het Leiden van 2040 is een verbonden stad, zowel fysiek als sociaal. Wonen, werken, voorzieningen en recreëren zijn gecombineerd of liggen op korte afstand van elkaar. Leiden is een sociale stad. In het inclusieve Leiden van 2040 is het vanzelfsprekend dat alle Leidenaren meetellen, meedoen, zich thuis voelen en naar elkaar omkijken. Er is ruimte gemaakt voor groen en water om in te spelen op klimaatveranderingen, de biodiversiteit te versterken en een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving te bieden.
Dit zien we op veel plekken terug; van meer ruimte voor wateropvang en -berging, vergroening op en aan gebouwen, in tuinen en in de openbare ruimte, tot aan goede routes naar het buitengebied: van de geveltuin tot het Groene Hart. Een robuust groen-blauw raamwerk in de stad vormt de basis voor een goede stedelijke ontwikkeling, waardoor Leiden op een aantrekkelijke manier kon worden verdicht. Stadsontwikkeling gaat daarmee altijd samen op met groen/blauw-ontwikkeling. Naast het Singelpark (de eerste groene ring) is een tweede groene ring tot stand gekomen, als onderdeel van het groen-blauwe raamwerk. Groene routes, de ‘spaken’, verbinden de ringen met elkaar en verbinden de stad met de karakteristieke landschappen rond de stad. Het raamwerk van groen-blauwe ringen en spaken verbindt bestaande parken, (wijk)sportparken, groene plekken en water in de stad. Daarnaast voegt het raamwerk nieuw groen toe. Zo ligt er al op korte afstand van de woning een groene route voor ommetjes, om te sporten, naar een park of naar het buitengebied te gaan. Dit draagt bij aan de gezonde, diverse en beweegvriendelijke leefomgeving met ruimte voor sporten, ontmoeten, spelen en bewegen, zo veel als mogelijk in de buurt. Een aantrekkelijke leefomgeving voor mens, plan en dier.