CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210050 Bijlage 1. Energiepark - Ontwikkelplan

Gemeenteraad 24 juni 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen26.345 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Activiteiten vinden plaats in de gebouwen en het park en er wordt ingespeeld op de interactie tussen binnen- en ­buitenruimte. Ofwel: hoe kunnen we de buitenruimte inzetten bij een evenement bij EST, Nieuwe Energie of het Makershuis? Omdat er voor alle mensen ruimte moet zijn, is er onderscheid in duidelijke zones voor zowel rust als rumoer, zodat het passieve en actieve gebruik voor mensen herkenbaar en acceptabel is. In de rumoer-zones vinden activiteiten plaats met meer geluid, ­grotere groepen en stevigere dynamiek; dit zijn het Ambachtsplein en het dynamisch park 48

Maatschappelijk

De Binnenvest en de mensen die er wor­ den opgevangen ver­ ­ rettig dienen een p thuis in de wijk. ­Sociale veiligheid in

de wijk en de omlig­ gende ­woonbuurten komt zowel hen als de overige bewoners ten goede.

Evenementen/­ activiteiten In het ­toekomstige bestemmingsplan van het Energiepark en omgeving wordt ­opgenomen aan wel­ ke eisen t­ oekomstige activiteiten en eve­ nementen in het park moeten voldoen. Vanuit de omgeving is sterke behoefte om over de invulling te kunnen meepra­ ten, zodat overlast zoveel mogelijk

­ oorkomen. wordt v Dit richt zich op geluids­niveau, dagen en tijden van de activiteit, ont­ moedigen van auto­ gebruik en faciliteren van fiets­parkeren. Voorstel is om in het ­vervolgtraject nadere afspraken te maken op wel­ ke wijze de omge­ ving kan mee­praten en invloed kan ­uitoefenen.

Het Energiepark is een inclusieve stadswijk. Maatschappelijke Opvang De Binnenvest en de mensen die er nu worden opgevangen, verdienen ook in de toekomst een prettig thuis in de wijk. Dit geldt ook voor kinderopvang Small Steps. Maatschappelijke opvang De maatschappelijke opvang is onderdeel van het totaalprogramma van sociale, culturele en horecafuncties. In het regionaal convenant Samenwerking Maatschappelijke Opvang is als doelstelling vastgelegd dat de opvangcapaciteit voor dak- en thuislozen in Leiden zal uiteindelijk afnemen. Dit vraagt niet alleen om heroriëntatie in fysieke zin, het is ook het moment om het ­zorgconcept van de daklozenopvang te herzien en aan te passen aan hedendaagse inzichten. De ­huidige locatie in Nieuwe Energie blijkt hiervoor ongeschikt en zal ook na verbouwing niet geschikt zijn. De maatschappelijke opvang krijgt een plek op de deellocatie van het huidige PLNT/Sleutelsgebouw. Het gebouw krijgt ruimte voor een kleinschalige publieke functie aan de kant van de Langegracht, waar de formele in- en uitgang komt. Deze ruimte(s) zijn geschikt als werkplek voor cliënten en als algemene functie voor de buurt, bijvoorbeeld als kantine, ontmoetingsplek of informatiecentrum. 49

GEBIEDSCONCEPT

ENERGIEPARK

Voor de nieuwe opvanglocatie zijn de ­uitgangspunten: • In het gebouw dienen vijftig individuele opvangplekken (slaapruimtes) te komen, zodat cliënten meer privacy krijgen en meer ruimte hebben om te herstellen. • In de toekomst wordt een deel van deze opvangplekken omgebouwd naar ­woonruimtes. De ontsluiting van deze ruimtes moet eenvoudig om te zetten zijn en wordt gescheiden van de ontsluiting van de maatschappelijke opvang. • In welke fase deze ombouw plaatsvindt, is nog niet duidelijk; dit hangt af van het regionaal opvangbeleid. Uitgangspunt is dat het niet voor 2023 gebeurt. Vanaf 2023 worden de mogelijkheden voor afbouw onderzocht.

Ontsluiting m ­ aatschappelijke opvang De maatschap­ pelijke opvang geeft onderdak aan dak- en thuis­ lozen die een plek krijgen binnen het woonmilieu. Na participatie met NLB, buurtbe­ woners, experts (zoals de BVOR en de Binnenvest) en ervaringsdeskun­ digen wordt bij de inpassing van

• De tijdelijke opvang bij koude- of hitteregeling (aantal plekken) wordt in het gebouw gefaciliteerd. Deze ruimte kan worden ingericht met tijdelijke individuele slaapruimtes. • Het concentreren van tijdelijke opvang bij koude- of hitteregeling bij de bestaande opvangplekken kent een betere beheersbaarheid dan op een andere plek in de stad. Kinderopvang en scholen De komende jaren neemt het aantal woningen in het gebied toe, waardoor ook de druk op de maatschappelijke voorzieningen toeneemt. Het voornemen is om de bestaande kinderopvang in het Tweelinghuis ook in de toekomst een plek te bieden in het Energiepark, Bij voorkeur op de Stadsbouwhuislocatie. Ook worden omliggende scholen zoveel mogelijk bij het park en de voorzieningen betrokken. Basisschool Mareland wil meer gebruik gaan maken van het park, dat via de voetgangersbrug bij Nieuwe Energie gemakkelijker toegankelijk wordt. In het culturele aanbod besteden we aandacht aan activiteiten voor ­kinderen, zoals helpen en leren in de stadsmoestuin, een geschiedenisles over de historie van het Energiepark, in samenwerking met Uniper leren hoe je zelf ­energie kan opwekken of zeepjes maken bij een workshop in het Makershuis. Ook kunnen er in het park in samenwerking met Leiden Bio Science Park tijdelijke installaties worden gebouwd waar kinderen aan meewerken en iets van leren.

het gebouw in het steden­­bouw­­ kundig ontwerp uitgegaan van een locatie met twee ingangen. De for­ mele ingang aan de ­Langegracht heeft een open­ bare functie; de informele ingang voor deel­nemers wordt gekoppeld aan een buffer­ zone richting het park.

50

Small Steps Kinderopvang Small Steps bevindt zich in de kop van het ­Tweelinghuis dat grenst aan het park. De kinderopvang­ locatie heeft een ­verdubbeling van het huidige gebruiksop­ pervlak nodig om te voldoen aan de vraag uit de omgeving en toekomstige ontwik­ kelingen. Uitbreiding op de huidige plek is niet gewenst: binnen het gebouw is geen ruimte, een uitbouw het park in past niet in de gebiedsontwik­ keling. ­Verplaatsing ­binnen het gebied 51

is voor Small Steps een serieuze optie, het liefst in de direc­ te nabijheid van de huidige locatie. Deze mogelijkheid en onder welke voor­ waarden de eventu­ ele verplaatsing kan plaats­vinden, onder­ zoeken we samen met Small Steps in het eerste halfjaar van 2021.

SFEERIMPRESSIE ENERGIEPARK

GEBIEDSCONCEPT

ENERGIEPARK

52 53

GEBIEDSCONCEPT

ENERGIEPARK

len immers zelf de grootte van de woning en ontwerpen en verbouwen ze verder zelf. En er is ruimte voor maatwerk: elke woning wordt anders ingevuld. Doordat ­bewoners zelf beslissen en er gemiddeld langer wonen, investeren bewoners overwegend maximaal in duurzaamheid. Natuurlijk zijn er ook de meer reguliere woningen in ter­ men van afwerking.

REFERENTIEBEELD

Woningtypen voor een breed palet aan doelgroepen In het Energiepark komt een rijke diversiteit aan woningtypen en een betaalbaar woon­ programma (tot 65%) bestaande uit ­sociale woningbouw (35%) en middeldure huur en koop (30%). Daarmee wordt voldaan aan de wens om minimaal 20% van het ­totale woonprogramma beschikbaar te maken voor starters op de Leidse woningmarkt. Dit zorgt ervoor dat de juiste mix van doel­ groepen komt te wonen in het Energiepark. Hieronder zijn de woningtypen voor ver­ schillende doelgroepen terug te lezen. • Studio’s: 45-50 m2 • Appartementen: small 55-65 m2, ­medium 65-75 m2, large 75-90 m2 en extra large 100+ m2

sluit de bijzondere architectuur aan bij de stedelijke uitstraling en identiteit van het Energiepark, om zo het gebiedsconcept verder te versterken.

Woonmilieu Het woonmilieu in het Energiepark is ­stedelijk en wordt bepaald door de men­ ging van doelgroepen, woningtypen en de mate van levendigheid, altijd in de juiste balans tussen rust en reuring, passend bij de huidige en toekomstige bewoners. Zo woont men in deellocatie Stadsbouwhuis relatief rustiger dan deelgebied E ‘kantoor­ gebouw De Sleutels’.

Zeggenschap: van zelfbouw tot praktisch volledig afgewerkt. Iedereen beslist in welke mate zij zeggen­ schap willen over de eigen woning. In het Energiepark is ruimte voor zelfbouw, een vorm van bouwen waarin eindgebruikers in samenspraak met de gebiedsontwikkelaars regie nemen over hoe ze willen wonen. In essentie gaat het om zeggenschap en invloed van toekomstige bewoners over het ontwerp en de bouw van hun woning en woonomgeving binnen de context van de totaalopgave. Daarmee wordt de inten­ sieve participatie en samenwerking in de gebiedsontwikkeling met bewoners, buurt en stad voortgezet totdat ze er wonen. Zelfbouw kan bestaan uit kavels waarop een eigen woning wordt ontwikkeld, maar kan ook in de vorm van Collectief Particu­ lier Opdrachtgeverschap met bouwgroe­ pen of bijvoorbeeld via het afbouwen van een (nieuwbouw)casco. Door zelfbouw toe te passen, sluiten de woningen per defini­ tie aan bij de doelgroep: bewoners bepa­

Woonvorm en -gebouwen De woonvorm gaat uit van gemeenschap­ pelijkheid en interactie met de omgeving. Zo zijn woongebouwen erop gericht com­ munity-vorming zo goed mogelijk te stimu­ leren door collectieve plekken zoals een (dak)tuin of gezamenlijke woonkamer en fietsenstalling. De woongebouwen gaan interactie aan met het levendige karakter van het Energiepark, omarmen cultuur en werken als onderdeel van de stedelijke pro­ grammamix. Woongebouwen hebben ruim­ te voor een niet-woonprogramma zonder de menselijke maat te verliezen. Daarnaast 56

Marktanalyse woningen

Voor de marktanalyse is het BPD-Whize segmentatiemodel gebruikt – een model om huishoudens te identificeren en te clas­ sificeren, waarmee je een goed beeld krijgt van hun sociodemografie, levensstijl, cul­ tuur en (koop)gedrag. Door het ­gevarieerde woonprogramma voor het Energiepark zijn er kansen voor bijna alle Whize-doel­ groepen, maar op basis van positionering en marktonderzoek is het Energiepark en omgeving in het bijzonder interessant voor de Whize-doelgroepen: jong en hoopvol, ­stedelijke dynamiek, plannen en rennen, en zorgeloos en actief. Een gevarieerde mix van jong en oud, meer en minder vermo­ gend. Overwegend kleinere huishoudens, maar ook gezinnen. Het plan sluit daarmee ook aan op de behoefte van de ­gemeente Leiden om op deze plek in de stad ­nieuwe woonmilieus te ontwikkelen. De Nieuw­ bouwmonitor laat zien dat Leiden een tekort heeft aan goedkope en gemiddelde koopwoningen.

­ uimtelijke R ­concentratie van één ­doelgroep of woning­ categorie wordt ­vermeden.

REFERENTIEBEELDEN

Wonen

Het woonprogramma in het Energiepark gaat uit van onderstaande principes.

• Stadswoning, woon-werkwoning, ­maisonnette: 110+ m2.

57

Nieuwe bewoners krijgen voldoende inspraak in ont­ werp en bouw van hun grond­ gebonden woonhuizen en appartemen­ ten, bijvoor­ beeld op basis van ­particulier of ­collectief opdracht­ geverschap.

SFEERIMPRESSIE LANGEGRACHT STADSBOUWHUIS

GEBIEDSCONCEPT

ENERGIEPARK

58 59

ENERGIEPARK

In de gemeentelijke gebiedsvisie heeft het Energiepark en omgeving de potentie om uit te groeien tot een cultuurhistorisch stadspark en een betekenisvolle plek voor de stad. Het volgende landschappelijk raamwerk is opgenomen met betrekking tot het park: • Groot, verbonden en openbaar ­toegankelijk Singelpark • Groen cultuurhart • Industriële identiteitsdragers • Open singelvaarroute en levendige oevers • Doorgaande noord-zuid-as • Rafelrand tussen park en bouwblokken.

7 Land­ schappelijke uitwerking 60

De gemeentelijke gebiedsvisie streeft ­hiermee naar: • Een zo groot mogelijk aangesloten hoog­ waardig, groen en biodivers parkgebied • Herbestemmen historisch erfgoed • Een doorgetrokken 3e Binnenvestgracht met ten noorden van de lijn groen en park en ten zuiden ervan bebouwing, wonen en werken

Iedereen is welkom

De landschappelijke invulling van het Energie­ park moet mensen verleiden om naar het gebied te komen, er te ­verblijven en elkaar te ontmoeten. Iedereen ziet elkaar als ‘part­ ner’ in de samenleving. Een uitnodigende ont­ sluitingsstructuur zorgt ervoor dat het gebied voor iedereen toegankelijk is. De komst van een nieuwe voetgangersbrug bij Nieuwe ­Energie sluit aan bij deze gedachte. Het Energiepark is een gezonde ­omgeving waarin beweging door fietsen en lopen wordt gestimuleerd en autogebruik wordt tegen­ gegaan. We streven naar maximale vergroening omdat dit gezond is, maar ook omdat het mensen gelukkig maakt en het sfeer­verhogend werkt. Het groen loopt door tot aan en op de gebouwen.

• Autoluw karakter • Extra aandacht voor ecologie, groen en water en in het bijzonder voor zwaluw en vleermuizen • Het Papegaaisbolwerk is het groene hart met cultuur in de gebouwen en buitenruimte • Het Ambachtsplein is een plek voor en door de makers van Leiden waar ambacht beleefd kan worden • Het Huigpark is een plek voor sport en recreatie • Het vervangen van de dam door een brug • Gebouwen die aan de oevers liggen richten zich duidelijk naar het water • Inpassen pompstation warmterotonde • Een extra brug bij het gebouw van Nieuwe Energie naar de wijk Groenoord • Parkzone blijft gevrijwaard van bebouwing waarbij bescheiden of tijdelijke toevoeging zoals een paviljoen mogelijk is • Kunst in de openbare ruimte en spelen en bewegen te faciliteren.

Door tijdens de uitwerking en realisatie van het ontwikkelplan mensen zeggenschap en invloed te (blijven) geven op ontwerp, inrichting, acti­ viteiten en gebruiksmogelijk­heden, beheer en aansluiting van ­gebouwen, voelen mensen zich verantwoordelijk en betrokken bij het park en de openbare ruimte. Dit zal in samenspraak met de Vrienden van het Singelpark plaats­ vinden. Het principe dat landschap leidend is, is als uit­ gangspunt ­genomen en strekt van het Huig­ park tot en met het Energiepark. De ontstane groene ruimte is de pasvorm waarin gewoond, gerecreëerd en ontmoet wordt. De thematise­ ring van het park gaat uit van een sfeer van rust en kleinschalige ontmoeting, cultuur en ambacht, actieve interactie en het leggen van verbin­dingen, beweging en (groep)sport. 61

LANDSCHAPPELIJKE UITWERKING

REFERENTIEBEELDEN

REFERENTIEBEELDEN

ENERGIEPARK

Vrienden van het ­Singelpark In de gemeentelijke gebiedsvisie is ­rekening gehouden met het beeldkwaliteitsplan van het Singelpark. Er zijn afspraken ­opgenomen die ook in het voor­ liggende ontwikkel­ plan zijn doorgevoerd ­ rienden en met de V van het ­Singelpark zijn ­afgestemd, zoals de opdeling van het gebied in ‘rood’ en ‘groen’, de rafelrand en o ­ vergang van de gebouwen naar het park en vice v ­ ersa, de inpassing van het gasverdeelstation, de verbinding van b ­ eide parkdelen Huigpark en Energiepark, de ver­ groting en vergroening van het park, de aan­ leg van logische loopen fietsontsluitingen, en het bevorderen van ­bio­diversiteit.

Van stenig naar groen

REFERENTIEBEELD

In het voorstel transformeert het park van stenig naar groen, met ­groene ­overgangszones van park naar stad, ­ver­groening aan gevels van gebouwen en de ­Energiecentrale en ­bijvoorbeeld klimmend groen op pergola’s en ­groene daken. Deze wens en noodzaak tot ­vergroening speelt zich af tegen de ­achtergrond van de industriële identiteit.

62

Deze identiteit vormt een kwalitatieve ­bijdrage binnen de context van het Singel­ park, rekening houdend met de wensen van bewoners en andere stakeholders, maar vertaalt ook de specifieke lokale identiteit en het verhaal van het Energiepark. Binnen de grote schaal van de steden­ bouwkundige en landschappelijke context ­worden lijnen en infrastructuren ­verbonden en wordt programmeringsruimte ingepast om een raamwerk te realiseren dat toe­ komstbestendig, rekening houdend met ­pionierende beplanting en veranderingen in het klimaat en ruimtegebruik. Wat zodoen­ de geldt voor de ecologie, geldt ook voor de programmering van het park.

Openbare ruimte

De leefwereld die in het Energiepark en omgeving tot stand komt, krijgt een maxi­ male diversiteit en rijkdom, in landschap, ecologie, vormgeving en programmering. Van de stedelijke Langegracht met open­ bare sfeer ga je door een groene poort of pergola langs bijzondere tussenruimtes naar een meer collectieve en geprogram­ meerde groene sfeer. De groene toegangspoorten zijn in lijn met de tien geboden van het Singelpark, waar transities worden versterkt door het gebruik van poorten. Via een deel van de doorgangen krijg je toegang tot de hoog­ waardige groenebinnenhoven. Vanuit de toegangsstraat kom je in het park, waar­ binnen iedere 50 meter zich een volgen­ de wereld vormt rondom ecologie, biodi­ versiteit en programmering. De gradatie in openbaarheid wordt binnen dit principe duidelijk: openbare toegangsstraten, col­ lectieve en geprogrammeerde tussenruim­ ten, binnenhoven, private ruimte in of aan de gevel, naar openheid van het park onder sfeer van geborgenheid, kwaliteit en ver­ bondenheid. 63

LANDSCHAPPELIJKE UITWERKING

ENERGIEPARK

Energiepark Huigpark

Groen park

Een groen park in de stad met een hoge ecologische waarde. De ­openbare ruim­ te wordt groen en natuurlijk ingericht. Bestaand groen wordt gekoesterd, nieuw groen is en wordt toegevoegd, ook aan gevels en op daken. Het Energiepark biedt het hele jaar een ­groene plek voor flora,

Ontwerp­voorstel voor het Energiepark en omgeving. Het ontwerp beslaat zowel het Energiepark als het Huigpark. Het Huigpark valt echter buiten het plan­gebied van deze haalbaarheidsstudie.

f­ auna, sport, spel en stilte. Naast groen is ook blauw een belangrijke ­k waliteit van het Energiepark. Met het water van de Mare­ singel maken we een ­klimaatadaptieve eco­ logische buurt met een hoog waterbergend vermogen en ­zonder hittestress.

64

65

LANDSCHAPPELIJKE UITWERKING

ENERGIEPARK

Natuur en ecologie

REFERENTIEBEELD

Het Energiepark en het Ambachtsplein waren als terrein jarenlang afgesloten van de buitenwereld. Het gebied kon zich als relatief rustige plek ontwikkelen tot een versteend gebied onderbroken door spon­ tane pioniersvegetatie kenmerkend voor braakliggende terreinen. Dit is een bij­ zondere plantengemeenschap die in het Nederlands landschap een grote ­teruggang vertoond door de vergaande verdichting van steden. Pioniersvegetatie in stads­ natuur is een bijzondere en rijke ecologie die bijzonder goed past bij deze plek en een band heeft met het industriële erfgoed dat dit terrein kenmerkt. Deze stenige inrichting en rust is ­habitat voor verschillende dieren. Het gebied heeft specifiek veel potentie voor vleermuizen, spreeuwen, mussen, zwarte ­roodstaarten en gierzwaluwen. Daarnaast is de Energie­ centrale al een tijdlang de leefomgeving van slechtvalken. Deze soorten zijn typisch cultuurvolgers die in en aan gebouwen broeden of verblijven; vooral de histori­ sche gebouwen zijn voor deze dieren van belang. Nader onderzoek is nodig om te bepalen welke rol deze gebouwen nu heb­ ben voor deze dieren, en hoe bij renovatie van deze gebouwen de soorten extra ver­ blijfsruimte kunnen krijgen en behouden kunnen blijven. Ook het inrichten van een biodiversiteitstoren valt te overwegen: een gebouw dat verblijf en nestfuncties voor verschillende dieren concentreert.

Toegankelijkheid

De inrichting van het Energiepark houdt ­rekening met de aanleg van twee belang­ rijke verbindingsroutes: de oost-west ­Singelparkroute langs de binnenzijde van de Singels en de regionale noord-zuid hoofd­ fietsverbinding. Vanuit alle kanten ­kunnen ­mensen naar en van het park komen. ­Hiervoor worden barrières weggehaald (zoals het bestaande hek tussen de 3e Bin­ nenvestgracht en het Energiepark), extra aan­sluitingen met de omgeving aangelegd (zoals de brug bij Nieuwe Energie richting Marepark en de tussenstraatjes in de nieuw­ bouw) en worden het Huigpark en het Ener­ giepark met elkaar verbonden (over of langs het huidige terrein van de Energie­centrale). 66

67

Verbinding parken De ­verwachting is dat de Energiecentrale ook op de l­ ange ­termijn door Uniper in gebruik zal zijn. De wens om de ­parken met elkaar te verbinden en h ­ iermee een doorgaande singel­route te maken is groot. We stellen

daarom een tijdelijke verbinding buitenom voor, langs de singel zodat de parken verbonden zijn. De tijdelijke verbinding moet voldoen aan de historische context en technische voorwaar­ den vanuit waterbeheer en verkeer.

Het groene karakter van de wijk wordt versterkt, ­biodiversiteit ver­ groot en f­ auna en flora beschermd. Het Beeld­

kwaliteits­­plan voor het ­Singelpark bepaalt de ­ontwikkeling van het ‘groen’ in de wijk.

LANDSCHAPPELIJKE UITWERKING

ENERGIEPARK

Verbinding tussen parken

Dam Maresingel verwijderen

Een belangrijke ruimtelijke ingreep is het weghalen van de dam in de Maresingel om vrije doorvaart te realiseren en het ­rondje singels mogelijk te maken. Ook vanuit ­historische context is het verwijderen van de dam gegrond, om de vrije ligging van het ­Papegaaisbolwerk te garanderen. De dam is echter van wezenlijk belang voor het functioneren van de Energiecentrale en kan daarom alleen verwijderd worden als deze functie komt te vervallen. 68

Functies in het park In de wijk ­kunnen kinderen ­buitenspelen, zowel in het park als op straat. ­Volwassenen kunnen er zich ontspannen door te wande­ len, te zitten, te tuinieren en te sporten.

Kunst Horeca Uitsnede van de verbinding langs Uniper

Sport Kleinschalige (tijdelijke) activiteiten Groei en bloei Kennis en kunde

IMPRESSIE

Groot ­stadspark Het Energie­ park vormt samen met het Ambachts­ plein en het Huigpark één groot stadspark, een ‘groene long’ en een ‘oase van rust’ in de noorde­ lijke binnen­ stad (zoals het Plantsoen in de zuidelijke ­binnenstad).

Langs het water van de Maresingel ­ontstaat een landschappelijke route die eventueel al in de eerste fase ­gerealiseerd kan worden (afhankelijk van onderzoek Energiecentrale). Deze route verbindt de bestaande infrastructuur van het Huig­ park met de rest van het park, gaat langs de industriële ­monumentale bebouwing en vindt aansluiting op de voet­gangersbrug richting Groenoord-Zuid. Zo rijgen het Energiepark, het Ambachtsplein en het Huigpark aaneen. Het pad is net als de rest van het park volledig toegankelijk voor mindervaliden.

69

Ontmoeting

Diversiteit past bij een inclusieve stad. Het biedt een basis voor uitwisseling en synergie, maar vraagt van zowel bewoners als bezoekers ook een zeker aanpassingsvermogen en tolerantie. Het is niet altijd makkelijk om hier de juiste balans in te vinden: dat doe je met elkaar, altijd passend ­binnen wet- en regelgeving. Er is straks voor elk wat wils in het Energiepark in alle schakeringen tussen ‘rust en rumoer’. Soms voor de één wat meer dan voor de ander, maar in een diverse en inclusieve omgeving wordt dit met elkaar besproken en geregeld.

Het nieuwe Energiepark is een ­aangename ontmoetingsplek voor uiteenlopende mensen, bewoners, bezoekers en ­passanten. Mensen die er doorheen bewegen of juist langer verblijven. Ontmoeting tussen buurt en stad, tussen lokaal en bovenlokaal. Het park is in sociaal opzicht voor de wijk de ‘huiskamer’ waar mensen en omwonenden samenkomen en elkaar kunnen zien en ontmoeten. Daarom wordt in de verdere uitwerking elke gelegen­heid aangegrepen om dit te faciliteren: door het creëren van zitplekken, wandel­routes, horeca en terrassen, door het organiseren van activiteiten in het park, en door het verbinden van het park met de functies in omliggende gebouwen (zoals het openmaken van de kopgevel van gebouw Nieuwe Energie waar met de toekomstige huisvesting van PLNT verbinding kan plaatsvinden met het aanliggende park). De wijze waarop de nieuwbouw in het park wordt neergezet is cruciaal: geen gesloten maar open gevels, voordeuren, voorzieningen met uitstraling en buitengebruik, en met zitplekken en andere kansen op ­ontmoeting. De nieuwbouw wordt in een ‘rafelrand’ in het park gezet: door verspringende gevels wordt het groene park en de bebouwing ­letterlijk met elkaar vermengd.

Papegaaisbolwerk/ Ambachtsplein

Het Papegaaisbolwerk met haar ­bijzondere industriële bebouwing krijgt een programmering van kunst, cultuur en ­lichte horeca. Door EST zijn ­voorstellen gemaakt die ze – na gebleken ­haalbaarheid – gaan uitvoeren, in eerste instantie in ­tijdelijke en later in definitieve vorm.

Energiecentrale

Het ­huidige gebruik van de centrale en het terrein eromheen wordt voor ­onbepaalde tijd voortgezet. De opgave is om het gebouw fysiek, visueel en programmatisch beter contact te laten maken met de omgeving waarmee het als icoon voor de buurt haar betekenisvolle en beeldbepalende plek voor de stad behoudt. In de ­verre toekomst is het wellicht mogelijk dat het gebouw een nieuwe multi­functionele invulling krijgt met openbare toegankelijke functies zoals een techniekmuseum, stads­ hotel of cultureel centrum. Het Energiepark en de Energiecentrale horen bij elkaar en dat vertaalt zich – met respect voor het ­huidige invulling – in een beter afgestemde vorm­geving en gebruik.

Goede balans

Door de aantrekkelijke inrichting en programmering van het groene park, komen mensen uit de omgeving veel en graag naar het Energiepark. Dat maakt het Energiepark tot een energieke plek in de stad waar je nieuwe dingen gecreëerd ziet en waar van alles gebeurt. Een plek waar je nieuwe mensen, activiteiten en vormgeving kunt ontdekken. Passend binnen de nota Evenementenbeleid 2020, geen overlastgevende publieks­trekkende evenementen, maar een plek om te werken, wonen, sporten en eten, voor kleinschalige culturele activiteiten en recreatie. Kortom, een park om te leven. 70

IMPRESSIE

LANDSCHAPPELIJKE UITWERKING

ENERGIEPARK

Papegaaisbolwerk (boven), Energie­ centrale (linksonder), ondergronds ­pomp­station van de warmte­rotonde (rechtsonder)

Loods C Voor Loods C zijn verschillende opties uitgewerkt. Variërend van volledig nieuwbouw, hergebruik tot deels hergebruik. Na o.a. een enquête met de stad, gesprekken met NLB en een verkenning in de werkgroepen is besloten dat een zo groot mogelijk park gewenst is. Daarom is het voorstel het gebouw volledig te slopen.

Warmterotonde

Als onderdeel van de warmterotonde komt er een pompstation in het Energiepark. Die biedt ruimte aan educatie over energie, geschiedenis en ecologie.

Loods C

Om de ruimte van het park te maximaliseren wordt het bestaande gebouw voor ­Nieuwe Energie, Loods C, gesloopt zodat ruimte aan het park wordt toegevoegd en de gevel van de Nieuwe Energie geopend kan worden.

71

Dit voorstel past in de g ­ emeentelijke gebiedsvisie. Hieraan gekoppeld is de noodzaak om de (vrijwel) gesloten kopgevel van ­Nieuwe Energie open te maken zodat een ‘dode hoek’ in het park wordt voorkomen en PLNT als beoogd gebruiker in Nieuwe Energie verbinding kan ­leggen tussen haar functie en het park.

LANDSCHAPPELIJKE UITWERKING

ENERGIEPARK

Woningen PLNT Cultuur Horeca Makersspace Werken School/opvang Sport Binnenvest

?

?

Gasleidingen Gasleidingen Warmtenet Warmtenet Elektra leiding Elektra leiding B  ehoud/sloop Loods ?B Behoud/sloop Loods  ehoud/sloop ­ ? Langegracht Behoud/sloop Langegracht 70 70 Slopen Slopen Monumenten Monumenten Pompstation warmterotonde P  ompstation terrein Gasontvangststation warmterotonde Logistieke stromen T  errein Gas­ Geluid ontvangststation Logistieke ­stromen Geluid

Uitgangspositie en randvoorwaarden stedenbouwkundig ontwerp

72

Zonering stedenbouwkundig ontwerp

73

8 Stedenbouwkundige uitwerking 74

De gemeentelijke gebiedsvisie onder­ scheidt negen hoofdpunten waaraan de ontwikkeling moet voldoen. Deze ­punten vormen de basis van het stedenbouw­ kundig ontwerp voor het gebied: • een groot, verbonden en openbaar ­toegankelijk Singelpark; • een groen cultuurhart; • industriële identiteitsdragers; • zicht op de koepel van de Marekerk

vanuit het noordelijk deel van Leiden; • een open singelvaarroute en levendige oevers; • een doorgaande oost-west-as (de historische lijn van de 3e Binnenvest­ gracht); • groene stadslaan Langegracht; • een compacte en autoluwe ­laagbouwbuurt; • rafelrand aan de parkzijde.

Stedenbouwkundige ­uitgangspunten

de verschillende gebouwen te bekijken. Er wordt op verschillende manieren gezorgd voor ‘zachte’ verbindingen ­tussen de gebouwen en het park. Door ­gebouwen te laten verspringen ontstaat een ­‘rafelrand’ aan de parkzijde, waardoor het ‘groen’ en het ‘rood’ in elkaar grijpen en in elkaar overgaan. Door functies – wonen en voorzieningen – op te nemen in de plint (begane grond) die actief gebruik maken van de omliggende ruimte. En door een ­stedenbouwkundige rangschikking waarin mensen de directe omgeving overzien en andere mensen herkennen en ont­ moeten.

Het gebied bestaat grofweg uit twee delen: ten noorden van de (denkbeeldig) doorgetrokken 3e Binnenvestgracht, het ­groene stadspark, ten oosten en ten westen van de energiecentrale en ten ­zuiden van deze histo­rische lijn de gebouwen, waar­ bij de ontmoeting van beide delen ver­ springend en gevarieerd wordt vormgege­ ven. De gebouwen worden gerangschikt in een logische en herkenbare indeling die voor mensen makkelijk te overzien is en het gevoel van ­sociale veiligheid vergroot. Waar mogelijk worden tussenstraatjes aangelegd tussen de Langegracht en beide parken, zodat meer verbinding en bewe­ ging ontstaat tussen beide zones en aan­ liggende bebouwing. Het gebied kenmerkt zich door een ­grote variatie in vormgeving, ­architectuur en ­programmering, maar wel volgens een ­logische en eenduidige structuur en met herkenbare architectonische principes over gebruik, vorm, hoogte, materiaal, kleur, en dergelijke, zodat er ‘eenheid in verscheiden­heid’ ontstaat. Door de ‘kleine korrel’ en de verticale geleding ontstaat een positieve en herkenbare leef­ omgeving. Leuk om langs te wandelen en

We streven naar een omgeving en een ­dynamiek waarbij mensen ­vanzelfsprekend en ontspannen met elkaar wonen of werken en met elkaar te maken hebben. De men­ sen verblijven of bewegen in het gebied. De één is er langer dan de ander. Om gezel­ ligheid en ontmoeting te bevorderen, zijn aantrekkelijke plekken nodig waar mensen langer willen verblijven. In dat kader wor­ den ook binnen de gebouwen ­collectieve plekken gerealiseerd waarvoor kleinere gemeenschappen zich met elkaar verant­ woordelijk voelen en waarin ze elkaar ­ kunnen ontmoeten. 75

Wij streven naar een wijk waar bewoners elkaar kennen en steunen.

Energiepad

Het Energiepad is onderdeel van de Singel­ parkroute en vormt de oost-westverbinding in het gebied. Het pad loopt vanaf de 3e Binnenvestgracht als een esplanade richting de Energiecentrale. Ten noorden van deze lijn bevindt zich het park en ten zuiden de woningen. Indien de Energiecentrale haar functie verliest kan het Energiepad doorgezet worden totaan het Ambachtsplein.

Wonen

REFERENTIEBEELDEN

STEDENBOUWKUNDIGE UITWERKING

ENERGIEPARK

76

Het Energiepark voorziet in een mix aan woningtypen die hoort bij een compacte binnenstad. De binnenstadstraatjes h ­ ebben een intiem en groen karakter en zijn ­autoluw. De woningen zijn dusdanig gesi­ tueerd dat de voordeuren en woonruimten zich aan de straat bevinden. In combinatie met het autoluwe karakter van de straten en het beperken van de ­privébuitenruimte zorgt dit ervoor dat bewoners de open­bare ruimte als buitenruimte gaan gebruiken. Bewoners zullen zich eigenaar voelen van de collectieve openbare ruimte, iets wat in de historische binnenstad veelvuldig zicht­ baar is. Binnen het Energiepark zijn twee ­gebieden die hoofdzakelijk bestaan uit woning­ bouw, namelijk ter plaatse van het ­huidige Stadsbouwhuis en van het PLNT/Sleutels­ gebouw. Deze gebieden bevinden zich aan weerszijden van de Energiecentrale. In hoogte, opbouw en ritmiek komen ­beide

deelgebieden overeen en vormen ze een samenhangend geheel. De massaopbouw is anders vanwege de aansluiting op de direc­ te omgeving. In maat en schaal haalt het stedenbouwkun­ dig ontwerp inspiratie uit de historische bin­ nenstad van Leiden met zijn fijnmazige net­ werk van grachten, straten en binnenhoven.

Ambachtsplein

Het Ambachtsplein is een belangrijke plek in het gebied. Het is dé dynamische plek van ­ontmoeting, kleinschalige evenementen en expositie van ambachten (traditioneel, maar ook de moderne ‘makers’) en producten. Het plein is het ‘kloppend hart’ van het gebied waar de reeds gevestigde ­steenhouwerij ­Bambam en brouwerij Pronck een ­inter­actief podium ­kunnen bieden met een terras waar bezoekers het Pronck-biertje kunnen proe­ ven. Ook de specifieke nieuwbouw (het ‘Makershuis’) rond en op het plein zal wor­ den geprogrammeerd voor ambachten en maakruimtes. Het plein vormt de groene kop op de verlengde 3e Binnenvestgracht en krijgt een groen dak van Hop langs de ­oost­zijde aan de kant van de brouwerij. Het aan het Ambachtsplein gelegen Tweeling­ huis blijft voorlopig in gebruik door Service­ punt71. In het vervolgtraject wordt met Servi­ cepunt71 gekeken hoe de locaties optimaal en versterkend op elkaar kunnen aansluiten. Bij­ voorbeeld door de bedrijfskantine aangren­ zend te ­positioneren aan het Ambachtsplein.

77

Massaopbouw Langegracht in de huidige en nieuwe situatie

Aanzicht Langegracht

Het aanzicht van het gebied vanaf de ­Langegracht vertoont in zijn huidige ­verschijning ­weinig samenhang. In de ­toekomstige ­situatie krijgt het profiel van­ af de ­Langegracht meer continuïteit en afstemming in de opbouw en ­ritmiek van de gebouwmassa’s. De Energie­centrale vormt hier door haar maat en schaal het onbetwiste middelpunt. De ritmiek in de bebouwing wordt bepaald door zeven nieuwe dwarsstraatjes die ­vanuit de Langegracht een doorkijkje ­bieden naar het park en aansluiten op het Energiepad. Hiermee wordt de historische stadsstructuur en het ­oorspronkelijke ver­ loop van de 3de Binnenvestgracht hersteld. Het park zal straks te ervaren zijn vanaf de Langegracht.

Plek voor uitwisseling

In de woongebouwen nemen collectieve voorzieningen een centrale plaats in. Deze collectieve voorzieningen kunnen praktisch van aard zijn, zoals een collectief washok of fietsen­stalling, maar kunnen evengoed gericht zijn op sociale activiteiten, zoals een collectieve woonkamer of dakterras. De collectieve voorzieningen vormen een verlengstuk van de eigen woning en bieden meerwaarde voor het wooncomfort in een woongebouw met veelal kleinere apparte­ menten. Uitgangspunt is dat de collectieve ruimten toegankelijk en bruikbaar zijn voor iedere bewoner en dat ze functioneren als verbindingselement. Het zijn plekken voor uitwisseling en verbinding met andere bewoners, maar ook met voorbijgangers. De voorzieningen bevinden zich nabij ver­ keersruimten, zoals lifthallen, trappenhuizen en galerijen, zodat ze makkelijk bereikbaar zijn op de route van en naar huis. De aanwezigheid van de collectieve ruimten stimuleert ook de rondgang in het gebouw en zo ook de sociale veiligheid.

Relatie met het park

Thema’s als ­natuurinclusief bouwen, ­passende ecosystemen en een zo groot mogelijke bio­ diversiteit, dienen als uitgangspunt voor de inrichting. Deze thema’s sluiten aan bij de wens tot het verweven van groen en bebouwing in de woonbuurten. Het groen loopt zoveel mogelijk door tot aan de grens van de woon­gebouwen; aan de gevels aan de parkzijde klimt het groen verder omhoog. De gebouwen ­worden op deze manier onderdeel van de ­parkbeleving. Ook de collectieve daktuinen worden groen en vor­ men een driedimensionale uitbreiding van het park. De daktuinen aan het park zijn duidelijk zichtbaar. Het groen loopt ook door in de vele straatjes. Ook hier loopt het groen tot aan de gebouwen en ligt het pad midden­in het groen. Dit mag niet ten koste gaan van de bereik­ baarheid en zal nader met de afdeling Beheer ­worden onderzocht. Op de plekken waar zich de belangrijkste ­publieke toegangen tot het park bevinden, ­worden grotere pergola’s als ­toegangspoorten voorgesteld.

Het historisch stadsgezicht wordt niet aangetast, bijvoorbeeld door hoog­ bouw

REFERENTIEBEELDEN

STEDENBOUWKUNDIGE UITWERKING

ENERGIEPARK

78

79

STEDENBOUWKUNDIGE UITWERKING

ENERGIEPARK

A-A’

B-B’

C-C’

D-D’

E-E’

F-F’

G-G’

Profieldoorsnedes van het Energiepark

Overgang privé naar ­openbaar

Handhaving sociale v ­ eiligheid

In het westelijke deel van het park loopt het Energiepad voor de bebouwing langs. Toch staan vrijwel alle woongebouwen direct in het groen. De verharding van het Energie­ pad ligt in het park, het groen loopt aan weers­zijden door. Het pad zelf is een ­brede ­esplanade waar voldoende ruimte is om de aangrenzende bebouwing te bereiken, maar waar vooral ook ruimte is om lekker te ­wandelen en anderen te ontmoeten. Daar waar woningen aan het openbare park grenzen, moeten overgangen zorg­ vuldig ­worden ontworpen om ervoor te ­zorgen dat de privacy van woningen gewaarborgd is. Er komen hier geen blinde gevels, zodat er ook ogen op het park zijn als het niet druk is en gebruikers zich veilig ­kunnen voelen.

In een convenant zullen gemeente, OCE en Gebiedsraad afspraken vastleggen over het beheer van de openbare ruim­ te en de hand­having van de sociale veilig­ heid in het gehele gebied. Deze afspraken maakt de gemeente met de politie, nieu­ we bewoners (VVE’s), bewoners van omlig­ gende woonbuurten (wijkverenigingen), actieve stadspartners en de Vrienden van het Singelpark. Tussen deze partijen en ­maatschappelijke opvang De Binnenvest en de cliëntenraad van de opvang zullen daar­ naast ­specifieke afspraken worden vast­ gelegd voor het handhaven van de sociale veiligheid rond het nieuwe gebouw van de ­maatschappelijke opvang.

80

Sociale veiligheid en tussenstraatjes Om de sociale veiligheid in de tussenstraatjes te waarborgen zijn ­enkele stedenbouwkundige maatregelen afgespro­ ken, waarbij het wonen en andere functies direct aan de straat ontsloten worden. Hierdoor is er meer beweging, zijn er meer ogen gericht op de openbare ruimte en vindt meer sociale

controle plaats. In het ont­ werp worden straatjes zodanig ontworpen dat het in één keer te overzien is zonder ‘dode hoekjes’ waar personen zich kunnen verschuilen en met goe­ de verlichting. Daarnaast is besloten om over het beheer en het handhaven van de sociale veiligheid in de tussenstraatjes en het park met met alle betrok­ kenen vervolgafspraken te maken en dit vast te leg­ gen in een nog op te stel­ len convenant voor het gebied Energiepark. 81

Geen gesloten gevels

Daar waar een culturele of maatschappe­ lijke functie aan het Energiepad grenst, loopt de ­verharding door tot aan de gevel. In dit geval is er een heel directe relatie ­tussen binnen en buiten. De gevels worden maximaal transparant, er zijn geen gesloten gevels. Ook een ­fietsenstalling die grenst aan het Energiepad of elk ander pad is ­optimaal transparant. Dit draagt bij aan een gevoel van sociale veiligheid en het verhoogt het gebruikscomfort. Ter ­plekke van de entree loopt de verharding door tot aan de voordeur.

H-H’

STEDENBOUWKUNDIGE UITWERKING

REFERENTIEBEELDEN

ENERGIEPARK

Informele leefstraatjes

Woningen en appartemen­ ten worden ontwikkeld in harmonie met de stads­ natuur in het Energiepark, Ambachtsplein en Huigpark. De nieuwe woonbuurt sluit aan op het steden­ bouwkundige ontwerp van Nieuw Leyden.

De identiteit van de plek is die van een ­compacte binnenstadse woonbuurt met informele leefstraatjes en collectieve tui­ nen. In het plan zijn vanuit de Langegracht in totaal elf toegankelijke straten opgeno­ men, waarvan zeven straten nieuw wor­ den toegevoegd. De Tweelingstraat en Rei­ neveststeeg worden in het ­voorstel smaller gemaakt en heringericht, met mogelijkhe­ den voor vergroening in de vorm van gevel­ tuinen en plantvakken. Het overgrote deel van de straten zijn autoluw. De parkeer­ inritten bevinden zich aan het begin van de straat, zodat het overige deel alleen door voet­gangers en fietsers kan ­worden gebruikt. De tussen­straten zijn geheel vrij van autoverkeer en kunnen als groene verblijfsplek worden ingericht. De autovrije straten in Nieuw Leyden zijn hiervoor een goed voorbeeld. De straten worden in samenspraak met de toekomstige bewoners ingericht.

Binnentuinen

REFERENTIEBEELDEN

De binnentuinen (vooral op de ­locatie van het huidige Stadsbouwhuis) ­worden ­uitgegeven als mandelig terrein, een ter­ rein waarvan bewoners gezamenlijk eige­ naar zijn. De gemeente faciliteert de bewo­ ners bij het ontwerp, aanleg en beheer van de binnentuinen die de sfeer krijgen van gemeenschappelijke achter- en voortuinen van bewoners. Voorbijgangers kunnen deze ­binnentuinen betreden, maar het voelt door de inrichting als privéterrein. Voor de sociale ­veiligheid moet in de uitwerking goed worden gelet op het voorkomen van 82

83

plekken die overlast kunnen veroorzaken. Mocht dit onvoldoende effect hebben, dan is er de mogelijkheid om de binnentuinen in een later stadium op ­ge­paste tijden af te sluiten met een hekwerk. Zowel vanuit de woongebouwen als ­vanuit de leefstraten is er ter plekke van lager lig­ gende bouwdelen af en toe een doorkijkje op de schoorsteen van de Energie­centrale. Op deze manier zijn de historische industrie­ gebouwen als identiteitsdragers zichtbaar en voelbaar vanuit de woon­omgeving. Voor de stedenbouwkundige inpassing van de nieuwbouw op de diverse locaties zijn de volgende uitgangspunten van toepassing: • De identiteit van de plek is die van een compacte, binnenstadse woonbuurt met informele leefstraatjes en ­collectieve ­tuinen. De leefstraten zijn plekken van ontmoeting èn versterken de verbinding tussen park, Langegracht en omliggende bebouwing. • De bebouwing respecteert en versterkt de historische lijnen en assen; • De schaal en maat van de ­bouwblokken sluit aan op de schaal en maat van de omgeving met een hoogte van maximaal vijf tot hier en daar zes bouwlagen. • De bebouwing is compact en ­efficiënt van opzet, juist om ruimte te kunnen maken voor zoveel mogelijk licht, lucht en groen. Door de buitenruimte in te richten als ­collectief verblijfsgebied wordt optimaal gebruik gemaakt van de schaarse ruimte. • De bebouwing en het groen zijn verwe­ ven.

De groene sfeer van het park dringt door tot in de bouwblokken.

STEDENBOUWKUNDIGE UITWERKING

ENERGIEPARK

Plankaart stedenbouwkundig ontwerp. 84

85

STEDENBOUWKUNDIGE UITWERKING

ENERGIEPARK

9 Mobiliteit

86 87

MOBILITEIT

ENERGIEPARK

De gebiedsvisie geeft aan dat de Lange­ gracht wordt heringericht om de komst van hoogwaardig openbaar vervoer mogelijk te maken. De tussenstraten worden autoluw en ingericht als verblijfs­gebied, hier is geen

ruimte voor parkeren. Bij het gebouw Nieuwe Energie is een extra voetgangers­ brug wenselijk. Het gebruik van de fiets wordt sterk gestimuleerd.

Op dit moment wordt er gewerkt aan een verdere uitwerking op het gebied van mobiliteit.

Beweging staat voorop

gebruik van de fiets aan te moedigen. Het plan voorziet in voldoende ­faciliteiten voor fietsparkeren in ruime fietsenstal­ lingen. Het gebied moet vanuit zoveel mogelijk kanten worden ontsloten; daar­ bij wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande infrastructuur en de logische routes vanuit de omliggende gebieden. Samen met Uniper onderzoeken we of ver­ binding van beide parkdelen – Huigpark en Energiepark – langs hun terrein mogelijk is.

In het vervolgtraject zal onderzoek worden gedaan naar de toename van het verkeer in het gebied en een veilige ontsluiting. In het Energiepark staat het bevorderen van lichamelijke beweging voorop: in een logi­ sche ontsluitingsstructuur kan gewandeld of gefietst worden door een prettige omge­ ving over paden langs groen en ontspan­ ning. Auto’s houden we zoveel mogelijk uit het gebied en uit het zicht – ze komen niet verder dan tot de randen van het gebied en de gebouwde voorziening. Er wordt duide­ lijk gemaakt dat het gebruik van auto’s naar het gebied niet logisch is en wordt afgera­ den. Parkeervoorzieningen worden gemi­ nimaliseerd, zodat ­toekomstige bewoners en gebruikers eerder geneigd zijn te kiezen voor het openbaar vervoer, de fiets of een deelauto.

Wandelroute Singelpark

Het Energiepark is straks een ­doorgaande wandelroute van het Singelpark. Om b ­ eide parken (Huigpark en Energiepark) met elkaar te verbinden wordt er een verbin­ ding gemaakt langs de in gebruik zijnde Energiecentrale.

Voetgangersbrug

Liever met de fiets

Voor de verbinding van het Energie­ park met de Maresingel en Groenoord Zuid komt een voetgangersbrug, zoals de gebiedsvisie voorstelt. Deze brug zal niet toegankelijk zijn voor fietsers, wel voor minder-validen. Een goede verkeers­ kundige aansluiting op de Maresingel moet worden onderzocht in de volgende fase.

Bezoekers, gebruikers en huidige en toe­ komstige bewoners van het gebied wordt gestimuleerd om lopend, met de fiets of met het openbaar vervoer te reizen. Bij eve­ nementen en activiteiten zullen er maat­ regelen zijn – bijvoorbeeld voor leveran­ ciers – om tijdelijk parkeren voor auto’s te ­faciliteren en, voor bezoekers, om het 88

Het Energiepark is straks een doorgaande wandelroute in het Singelpark Voor de bedrijfsvoering van de Unipercentrale is een dam geplaatst in de Mare­ singel. Wanneer deze dam zijn functie ver­ liest voor de centrale, komt er een brug voor in de plaats. Met het verwijderen van deze dam ontstaat weer een doorgaande vaarroute in de singel.

Bewonersparkeren cruciaal voor succesvolle gebiedsontwikkeling

Bewoners krijgen geen gemeentelijke parkeervergunningen voor parkeren in de openbare ruimte en dienen te parkeren op eigen parkeerplaatsen. Het beoogd woonprogramma en de toekomstige doel­

groepen vragen echter om mobiliteit en daarbij een passend ­parkeerprogramma. Op basis van het woonprogramma en de doelgroepen is marktonderzoek ­uitgevoerd om de parkeerbehoefte van ­toekomstige bewoners te beoordelen. Conclusie is dat een parkeernorm van 0,3 nodig is in het Energiepark. Deze parkeerplaatsen zijn altijd uit het zicht onttrokken (halfverdiept en maaiveld met een dek onder deellocaties Stadsbouwhuis en PLNT/ Sleutels). De te realiseren parkeerplekken worden ook ingezet voor deelmobiliteit.

89

De wijk bevordert gezond bewe­ gen: lopen en fietsen wordt aange­ moedigd, terwijl het bezit van auto’s juist wordt ­ontmoedigd.

MOBILITEIT

ENERGIEPARK

P P P70

P70

P70

P

P

P70

Bezoekersparkeren Het gemeentelijke par­ keerbeleid gaat uit van het terugdringen van autogebruik door bewoners, gebrui­ kers en bezoekers bin­ nen de Singels. Hier­ door worden alleen voor de toekomsti­ ­ ewoners enkele ge b ­parkeerplekken in de nieuwbouw opgeno­ men. De overige toe­ komstige bewoners kunnen hierdoor geen auto hebben, omdat er geen parkeer­plek beschikbaar is (alleen in commerciële par­ keergarages). Voor bezoekers aan bewo­ ners, bedrijven en acti­ viteiten ligt dit anders. Zij zullen voor korte tijd in het gebied ver­ toeven en hierdoor gemakkelijker met de auto naar het gebied komen. Door juiste bewegwijzering moet

overlast worden voor­ komen. Anders zal het ten koste gaan van openbare parkeer­ plekken en hierdoor invloed hebben op de parkeermogelijkheden voor de huidige bewo­ ners in de omgeving. Het gemeentelijke beleid heeft hier reke­ ning mee gehouden: het moet voor huidige en toekomstige bewo­ ners en gebruikers in het gebied binnen de singels duidelijk zijn dat autogebruik geen vanzelfsprekendheid (meer) is. Afgesproken is om hier in commu­ nicatieve zin veel aan­ dacht aan te besteden. De wens dat ieder­ een zich zo veel moge­ lijk lopend, met fiets, deelauto of openbaar vervoer verplaatst van en naar het Energie­ park en omgeving.

P

Bezoekersparkeren in de omgeving

P192

Er worden openbare (bezoekers)parkeer­ plekken onttrokken uit het gebied. Het gaat hier om de volgende locaties: • openbare parkeerplaatsen (19 plaatsen) op de Stadsbouwhuislocatie; • parkeerplaatsen op het Ambachtsplein (56 plaatsen). • niet-openbare parkeerplaatsen die toe­ bedeeld zijn aan het kantoor van woning­ bouwvereniging ‘De Sleutels’. Deze par­ keerplaatsen verdwijnen als het kantoor van ‘De Sleutels’ een nieuw onderkomen buiten het gebied krijgt.

P48 P48

P72

P72

P72

Fietsverkeer en fietsparkeerplaatsen

Het effect van het onttrekken van deze ­ arkeerplekken moet nog in beeld wor­ p den gebracht, omdat dit stadsbreed beschouwd moet worden, onder andere in relatie tot het project Autoluwe Binnen­ stad en de parkeervisie van de ­gemeente ­Leiden. Daarnaast worden bezoekers geïn­ formeerd en met bewegwijzering zoveel mogelijk begeleid naar de Lammermarktparkeer­garage en de commerciële parkeer­ garage aan de Langegracht.

Mindervalide parkeren

Mindervalide bewoners krijgen een eigen parkeerplaats op kenteken in de woon­gebouwen, terwijl mindervalide bezoekers specifieke parkeerplaatsen in de ­openbare ruimte kunnen gebruiken, binnen de geldende maximale loop­ afstanden volgens het parkeerbeleid van de gemeente Leiden.

P40

P

P

P4

P40

P21

Autoverkeer. Alle parkeerplaatsen zijn aan het oog onttrokken. Parkeren vindt hoofdzakelijk plaats in de deelgebieden E (PLNT/Sleutelsgebouw) en J (Stadsbouwhuis). 90

Voetgangersbrug ­Nieuwe Energie In de gemeentelijke gebiedsvisie is opge­ nomen dat er een brug komt tussen het Mare­ park en het Energie­ park, naast het gebouw ­Nieuwe Energie. Van­ uit participatie is positief gereageerd door vrij­ ­ ehalve wel alle partijen, b door de wijkvereniging Nieuw & Noord. De brug is noodzakelijk voor het toegankelijk maken en activeren van het park en heeft een breed draagvlak in de stad. Om onveilige verkeersitua­ ties op de Maresingel te voorkomen zal de brug niet toegankelijk worden gemaakt voor fietsers.

Voetgangerspaden

Lammermarkt 300m

REFERENTIEBEELD

P36

91

Economische activiteiten in de wijk, inclusief cul­ tuur en ­horeca, mogen niet leiden tot parkeer­ overlast van auto’s en fietsen, in de wijk zelf en in de omliggende woonbuurten. Econo­ mische activiteiten in de wijk, inclusief cultuur en horeca, mogen niet lei­ den tot een verhoging van de verkeersdruk op de L ­ angegracht en in de omliggende woon­ buurten.

MOBILITEIT

IMPRESSIE

ENERGIEPARK

De wijk en elk afzonderlijk te realiseren project daarbinnen kennen een innovatief mobiliteitsprogramma, waarbij autogebruik en/of bezit wordt gereduceerd. Auto’s in de wijk ­worden uit het zicht geparkeerd.

Laden en lossen

Op strategische plekken is het gebied ­toegankelijk voor ­onderhoudsvoertuigen voor bijvoorbeeld de Energiecentrale, Warmterotonde en calamiteitenverkeer. Hierbij is rekening gehouden met de benodigde draaicirkels en aansluitingen op de nieuwe inrichting van de openbare ­ruimte aan de Langegracht. Langs de ­Langegracht is ruimte gereserveerd om veilig te kunnen laden en lossen. De autoluwe straatjes in de ­verschillende deelgebieden moeten toegankelijk zijn

voor alle hulpdiensten. In de uitwerking van deze openbare groene straatjes moet hier rekening mee worden gehouden.

Duurzame stadslogistiek

Ook sluit het Energiepark aan bij de duurzaam-logistieke plannen van de ­gemeente Leiden. In de Leidse binnenstad geldt per 2025 een zero-emissiezone voor stads­ logistiek. Het Energiepark valt hierbinnen, wat betekent dat logistieke dienstverleners emissievrij zullen bevoorraden en bezorgen. Het Energiepark gaat een stap verder, door de vervoersbewegingen niet alleen te verduurzamen, maar ook te voorkomen. Wij gaan daarom in een volgende fase in gesprek met early adapters in de logistieke sector om samen met hen te verkennen wat de mogelijkheden zijn. Dit zijn bekende partijen zoals PostNL en DHL, maar ook kleinere partijen als Picnic. Ook kijken we naar de kansen om horeca- en afvalstromen zo efficiënt mogelijk te faciliteren, om ook deze vervoersbewegingen (veelal pakketbezorgingsstromen) te reduceren. Hiervan volgt nog een nadere uitwerking.

REFERENTIEBEELD

Impressie van fietsenstallingen op de begane grond

kers voldoet aan het gemeentelijk beleid. In de volgende fase wordt het effect onderzocht van fietsparkeerplaatsen voor bezoekers op eigen terrein die makkelijk toegankelijk zijn en nabij de ingangen van gebouwen. Dit kan dus zowel inpandig zijn of in de ­buitenruimte op eigen terrein. Waar het niet inpasbaar is op eigen terrein – als dit blijkt uit aantoonbaar onderzoek – wordt in overleg met de gemeente Leiden gezocht naar een geschikt locaties in de openbare ruimte.

Fietsparkeren

met fietspaden. Drempels voor het gebruik van de fiets worden door verschillende ­ontwerpingrepen aanzienlijk verlaagd. Stallingsruimten voor bezoekers van bewoners zijn ook te vinden in de openbare ruimte, vlakbij de entrees van de gebouwen.

Binnen het Energiepark is veel ruimte voor de fiets. De hoofdfietsroute gaat van de Langegracht over de dam richting Nieuw Leyden. De aantallen en ­k waliteitseisen voor het fietsparkeren (bewoners en bezoekers) worden getoetst aan de hand van de ‘Beleidsregels Parkeernomen ­ Leiden 2020’. Fietsparkeerplaatsen worden bepaald aan de hand van het aantal kamers. In deze fase is dat nog niet definitief vast te stellen. In de vervolgplannen wordt dit nader uitgewerkt.

Fietsenstallingen voor bezoekers

Fietsenstallingen voor bezoekers van het Energiepark zullen ook zo toegankelijk mogelijk zijn. Bezoekers worden aangemoedigd te wandelen of te fietsen naar het Energiepark. Dit betekent dat de stallingen decentraal worden ingericht, dichtbij de entrees van de voorzieningen. Bij evenementen met veel bezoekers en grote aantallen fietsen worden tijdelijk extra fietsvoorzieningen op geschikte plaatsen bijgeplaatst. Het fietsparkeren voor bezoe-

Fietsenstallingen voor bewoners

Voor bewoners worden inpandige, hoogwaardig vormgegeven fietsenstallingen gerealiseerd. De stallingen zijn gepositioneerd naast entrees en openbare ruimte 92

Logistieke stromen en locaties laden en lossen 93

MOBILITEIT

ENERGIEPARK

Inpassing miva-parkeerplek

Routing en opstelruimte PLNT/Sleutelslocatie

Mindervalide parkeerplaatsen voor bewoners worden opgenomen in de parkeergarage. Er zijn in de openbare ruimte 2 miva plekken voorzien voor bezoekers.

Binnen het gebied worden zone’s voor logistiek aangewezen.

Fietsenstalling

Routing en opstelruimte Stadsbouwhuislocatie

Fietsparkeren is goed toegankelijk op de begane grond en verspreid over het gebied. 94

95

MOBILITEIT

ENERGIEPARK

10 Duurzaamheid en gezondheid 96

97

DUURZAAMHEID EN GEZONDHEID

ENERGIEPARK

Naar een duurzaam en gezond Energiepark

Op het gebied van duurzaamheid stelt de gebiedsvisie dat ­nieuwbouw gebruikmaakt van ­duurzame energie­bronnen. Gebouw­gebonden energie­bronnen ­(zonnepanelen) worden ­gestimuleerd, ­passend ­binnen de kaders van het

beschermd stads­gezicht. Duurzame energiebronnen maken integraal onderdeel uit van de architectuur en vormen geen belemmering voor de ruimtelijke inrichting en het functioneren van de open­bare ruimte.

De prioritering wordt bepaald op basis van de ruimtelijke kenmerken van het gebied, de plannen voor het gebied, het beleid op de ­verschillende thema’s en huidige en verwachtte ontwikkelingen. Daarnaast wordt rekening gehouden met het afwegingsinstrument ‘Duurzaamheidsmaatregelen voor ruimtelijke projecten’ vanuit de gemeente Leiden. Het resultaat is een duurzaamheidsmatrix op gebiedsniveau waarbij onderscheid is gemaakt tussen gebouw en openbare ruimte. Het onderdeel mobiliteit is reeds toegelicht in het vorige hoofdstuk. In dit hoofdstuk verdiepen wij onderstaande duurzaamheidsthema’s: • Klimaatadaptatie en biodiversiteit • Energie • Circulariteit

Het invullen van duurzaamheid in de ontwikkeling van het Energiepark kent twee bepalende onderdelen: de gebouwen en de openbare ruimte. Om deze reden zijn twee prioriteitenmixen voor duurzaamheid opgesteld; één voor de openbare ruimte en één voor de gebouwen. We zien dat met name comfort en gezondheid van de eindgebruiker centraal staan, zowel in de openbare ruimte in het gebied als op gebouwniveau. Voor beide prioriteringsmixen geldt verder dat de thema’s mobiliteit en klimaatadaptatie en biodiversiteit de hoogste prioriteit krijgen.

Prioriteitenmix gebouwen Energie

4

Hoogste prioriteit

3

Onderscheidend

2

Belangrijk

1

Basis

Circulair

Klimaatadaptatie en biodiversiteit

Mobiliteit

Prioriteitenmix openbare ruimte

REFERENTIEBEELD

Energie

4

Hoogste prioriteit

3

Onderscheidend

2

Belangrijk

1

Basis Mobiliteit

98

99

Circulair

Klimaatadaptatie en biodiversiteit

DUURZAAMHEID EN GEZONDHEID

ENERGIEPARK

De eindgebruiker centraal

Klimaatadaptatie en b ­ iodiversiteit

Energiepark Leiden is een van de weinige groene, open plekken in het dichtbebouwde stadscentrum. Daarmee ligt er een enorme potentie om het park koel in te richten, en zo een welkome verkoelende plek aan stadsbewoners en bezoekers tijdens hittegolven te bieden. Hetzelfde geldt voor de biodiversiteit: door maatregelen in het park en de gebouwen faciliteren wij dat planten en diersoorten zich ontwikkelen. Kortom: de aanpak van hittestress en het ­vergroten van biodiversiteit hebben in deze visie ­prioriteit.

Dat betekent niet dat thema’s als wateroverlast en droogte geen aandacht krijgen. De stresstest laat zien dat er in en om het gebied wateroverlast kan worden ervaren bij extreme neerslag. Wateroverlast wordt aangepakt in samenhang met droogtebestrijding, na berging wordt het regenwater vastgehouden in het gebied voor later gebruik. Dat is duurzaam en levert extra mogelijkheden voor het vergroten van de biodiversiteit. Bouwstenen: • Hittestress • Wateroverlast • Droogte • Biodiversiteit

Prioriteitenmix klimaatadaptatie en biodiversiteit Waterrobuust

4

Hoogste prioriteit

3

Onderscheidend

2

Belangrijk

1

Basis Droogtebestendig

100

Om de ambitie voor een energie-neutrale gebiedsontwikkeling meer kracht bij te zetten, gaat het Energiepark een stapje verder. Voor de toekomstbestendigheid van het Energiepark moet mogelijk worden gemaakt dat de resterende elektriciteitsvraag, nodig voor warmte, warm tapwater, koude, mobiliteit en huishoudelijke energie, zoveel als mogelijk voorzien kan worden van duurzame opgewekte elektriciteit die gelijktijdig wordt opgewekt in het gebied. Alle daken worden zoveel als mogelijk benut voor het opwekken van hernieuwbare energie met zonnepanelen, met als ambitie BENG 3=100%. Door de panelen oost-west te oriënteren kunnen platte daken beter worden benut en wordt het elektriciteitsnet ontlast. Extra aandacht is er voor samenhang voor de inzet van daken voor het opwekken van elektriciteit, recreatieve doeleinden en zichtbaar groen. Zichtbaar groen kan bijvoorbeeld wenselijk zijn op lagere daken voor het accenturen van de overgang van het park naar het bebouwd gebied. Dit betekent dat ook wordt verkend waar energieopwekking mogelijk gemaakt kan worden naast de nieuwbouw.

Bij de uitwerking van het energieconcept staat de gezondheid en comfort van de gebruiker centraal. Maatregelen op gebiedsniveau, complexniveau en woningniveau moeten geluidoverlast beperken, binnenshuis oververhitting en tocht voorkomen en zorgen voor ­gezonde kwaliteit van de binnenlucht. Daarnaast moet het energiesysteem toekomstbestendig en betaalbaar zijn en uiteraard ook kunnen voldoen aan de nieuwe regelgeving. Het systeem moet passen bij de functiemix van wonen en werken, de schaal en de mix van bestaande en nieuwe gebouwen. Daarnaast wordt in het energieconcept optimaal gebruikgemaakt van beschikbare efficiënte lokale energiebronnen. Het concept dat we willen nastreven is een collectief energiesysteem waarmee duurzame warmte- en koudebronnen optimaal kunnen worden ontsloten en beter kan worden geborgd dat energieprestaties gedurende het gebruik ook daadwerkelijk worden behaald. Met een collectief systeem voor duurzame warmte en koude worden consumenten ontzorgd, wordt de leveringszekerheid gegarandeerd en komen er geen complexe installaties in de woning. Daarnaast heeft een ­collectief systeem als voordeel het beperkte ruimte­ gebruik van installaties, met name in de woningen. Collectieve energiesystemen zijn ­minder bewezen nog wat betreft BENG (de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen), en weten nog niet exact hoe dit in de praktijk uit zal ­vallen.

Daarvoor zal een nadere verkenning nog nodig zijn. Alternatief scenario is het toepassen van individuele warmtepompen.

Bouwstenen: Drie bouwstenen maken dat deze gebiedsontwikkeling als voorbeeld voor de stad kan dienen en aansluit bij de ambities van de gemeente Leiden: • We ontwikkelen slimme gebieden met efficiënte, integrale energieconcepten. • We verduurzamen energie door opwekking en gebruik van hernieuwbare energie. • We voorkomen energiegebruik door het beperken van de energievraag.

Prioriteitenmix eindgebruiker

Hitte-proof

Efficiëntie van opwekinstallaties

Rijk aan soorten

4

Hoogste prioriteit

3

Onderscheidend

2

Belangrijk

1

Basis Vraagbeperking warmteen koude behoefte

101

Vraag- en aanbodsturing en vermogensvraag electriciteit

Gezondheid

Lokale opwek duurzame electriciteit

DUURZAAMHEID EN GEZONDHEID

ENERGIEPARK

Circulair

Landelijk is er afgesproken dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair moet zijn. In het Energiepark zetten we ons in om de transitie naar een circulaire economie naar een volgende stap te brengen. Wij doen dit door milieuvriendelijke gebouwen en gebieden te realiseren waarin zo veel mogelijk biobased en hergebruikte materialen worden toegepast. We besparen op grondstoffen door slim te ontwerpen. We dringen de afvalstroom terug en geven vorm aan gebieden waarin grondstofkringlopen worden gesloten op het daarvoor gewenste schaalniveau. Waardevolle lokale elementen worden behouden en dragen bij aan de belevingskwaliteit van het gebied. We gebruiken het materialen-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10164221/1