210038 Bijlage 6 Duurzaamheidsvisie stationsgebied Leiden
Tekst van het document
Vitaliteit •
Het Stationsgebied is een schoon gebied met een aangenaam leefklimaat. Een gezonde stad is een leefomgeving die bewoners als prettig ervaren en waar de negatieve invloed op gezondheid zo klein mogelijk is. Om van het Stationsgebied een gezond gebied te maken, worden er maatregelen genomen in het ontwerp om schone lucht te stimuleren, geluidsoverlast te verminderen en een comfortabele temperatuur te creëren. In het Stationsgebied wordt luchtvervuiling beperkt, door het stimuleren van actieve mobiliteit en zero-emissie vervoer. Vanaf 2025 komt er een Zero-Emissiezone in de binnenstad en het Stationsgebied, wat een positief effect zal hebben op de luchtkwaliteit. Door auto’s te verplaatsen naar de randen van het gebied, wordt ook het geluidsoverlast van auto’s verminderd. Koele, schaduwrijke gebieden zorgen er daarnaast voor dat het ook op hete zomerdagen prettig verblijven is. Ook het warmtewerend oppervlak van de groenblauwstructuur dat zich door het hele Stationsgebied uitstrekt draagt bij aan verminderen van de hittestress en draagt daardoor bij een betere concentratie en slaap. Daarnaast wordt er een ligweide gerealiseerd langs de Singel, waar buurtbewoners op hete zomerdagen verkoeling kunnen opzoeken.
•
Basisvoorzieningen zijn nabijgelegen en toegankelijk. De toegang tot voorzieningen heeft in het Stationsgebied prioriteit. In het Stationsgebied zijn veel voorzieningen aanwezig gericht op wonen, werken en recreëren, zoals supermarkten, een drogist, zorgvoorzieningen en horeca. Deze voorzieningen dienen goed toegankelijk te zijn voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen en gehandicapten en goed bereikbaar te zijn met verschillende vervoersmodaliteiten, waarbij actieve mobiliteit de voorkeur heeft. Dat realiseren we in het Stationsgebied door compacte bouw, functiemenging en een fijnmazig patroon van fiets- en wandelpaden.
Belangrijkste ambities per kavelcluster
Knooppunt Leiden Centraal Knooppunt Leiden Centraal wordt hitte-proof, droogte-bestendig en waterrobuust. Het thema klimaatadaptatie krijgt prioriteit in dit gebied. Waar wordt gewandeld en gefietst wordt minimaal 50% schaduw gerealiseerd op de hoogste zonnestand om koelte te bieden. Daarnaast is het de ambitie om minimaal 40% van het oppervlak warmtewerend in te richten, onder- en bovengrondse waterberging te realiseren en veel groen aan te brengen. De ambities voor biodiversiteit liggen op basis niveau: er worden per kavel meerdere indicatorsoorten aangewezen en de groen/blauwe inrichting en beheer worden hierop afgestemd. Verder vindt er geen afname plaats binnen de begrenzing van de Groende Hoofdstructuur Leiden. Door de hoge bouwdichtheid met een mix van wonen en werken is het een uitdaging om de wettelijke BENG-eisen te halen. Daarom zal ingezet moeten worden op een duurzaam collectief systeem voor warmte en koude en moeten zonnepanelen een integraal onderdeel zijn van de architectuur van gevel en dak. Voor circulariteit liggen de ambities op het wettelijk minimum. In Knooppunt Leiden Centraal zijn er verder hoge ambities op het gebied van duurzame mobiliteit. Het knooppunt moet bekend staan om zero-emissie modaliteiten.
Er is geen ruimte voor de auto en fietsen en wandelen wordt gestimuleerd door de stedenbouwkundige opzet en aantrekkelijke, groene wandel- en fietspaden. Ook is het de ambitie om deelconcepten in het knooppunt te integreren. Tot slot is het de ambitie om een vitaal knooppunt te realiseren waar ruimte is voor ontmoeting, voorzieningen goed ter voet bereikbaar zijn en de ruimtelijke kwaliteit hoog is.
M-Kavels De duurzaamheidsambities voor het Morspoortterein liggen hoog. Er wordt een hitte-proof gebied gecreëerd, met schaduwrijke plekken, groene daken, stadsstraatjes met klinkers en groene gevels. Het Morspoortterein is waterrobuust, staat in verbinding staat met de Singel en sluit aan bij de Groene Hoofdstructuur Leiden, waardoor het aantrekkelijk is voor insecten en vogels. In de hofjes wordt ruimte geboden aan een hoogstam boomgaard met verschillende oude (regionale) fruitrassen. Ook bieden deze kavels ruimte voor groene gevels en/of geveltuinen. Door de relatief lage bouwdichtheid kan dit gebied energieneutraal (BENG 2=0) ontwikkeld worden door in te zetten op o.a. een duurzaam collectief warmte- en koudesysteem in combinatie met zonnepanelen op het dak en in de gevel. Voor het Morspoortterrein liggen de ambities op het gebied van circulariteit op basisniveau. Er kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van hernieuwbare materialen of grondstoffenbesparing door recycling. Het Morspoortterrein heeft hoge ambities op het gebied van duurzame mobiliteit. De kavels bieden de ruimte voor een deelmobiliteitshub. Een minimaal aanbod aan zero emissie deelmobiliteit wordt daarom verplicht gesteld. Verder wordt er gestreefd naar een parkeernorm zo dicht mogelijk bij 0, maar wordt er wel een parkeervoorziening gerealiseerd in de Morspoortgarage.
Tot slot geldt er op het Morspoortterrein een hoog ambitieniveau op het gebied van vitaliteit. De kwaliteit van de leefomgeving is onderscheidend. Dit wordt onder andere gerealiseerd door aantrekkelijke hofjes en stadsstraatjes en ontmoetingen aan de Singel en in het openbare park.
H-Kavels Voor de H-kavels zijn de ambities hoog op het gebied van klimaatadaptatie, duurzame energie en duurzame mobiliteit. De ambitie is om het gebied waterrobuust te maken door onder andere multifunctionele groen/blauwe daken en waterberging in het park. Daarnaast is het de ambitie om de signatuur van het singelmilieu door te trekken door middel van eco-gebouwen, met groene gevels en natuurdaken. Ook hier is de dichtheid hoog en moeten zonnepanelen een integraal onderdeel zijn van de architectuur. Verder moet er extra aandacht zijn voor de realisatie van een collectief systeem voor warmte en koude. Voor de H-kavels liggen de ambities op het gebied van circulariteit op basisniveau. De H-kavels bestaan nu uit verouderde gebouwen die als een muur zijn opgetrokken voor de binnenstad. De ambitie is om waar mogelijk vrijkomende materialen te hergebruiken. Daarnaast wordt er sterk ingezet op duurzame mobiliteit. Het gebied wordt autoluw met een parkeernorm van 0 en goede faciliteiten voor MaaS. De ambitie is verder om de supermarkt te bevoorraden met zero-emissie logistiek en de fietser en wandelaar prioriteit te geven. Op het gebied van vitaliteit is het de ambitie om het park aantrekkelijker in te richten zodat het kan fungeren als sociale ontmoetingsplek. Tot slot moeten er op de H-kavels goed toegankelijke voorzieningen komen zoals, supermarkten, OV, theater, horeca en winkels.
K-Kavels Voor de K-kavels zijn twee duurzaamheidsthema’s in het bijzonder van belang: klimaatadaptatie en duurzame mobiliteit. Er is een hoge ambitie om het gebied hitte-proof en waterrobuust te maken. Dat gebeurt onder andere door het realiseren van multifunctionele groen/blauwe daken. De ambities op het gebied van energie en circulariteit liggen op het niveau basis. De plannen voor de K-Kavels liggen grotendeels vast of zijn al gerealiseerd, waardoor sturing op deze thema’s niet meer goed mogelijk is. Wel voldoen de gebouwen aan de wettelijke minimumeisen en worden ze bijvoorbeeld verwarmd via collectieve WKO-bronnen. De K-kavels worden onderscheidend op het gebied van duurzame mobiliteit. Zero-emissie vervoer wordt gestimuleerd, deelmobiliteitsconcepten worden aangeboden en het gebied wordt uitstekend toegankelijk voor wandelaars en fietsers. Auto’s worden uit het stationsgebied geschrapt en zijn enkel bij uitzondering toegestaan (o.a. invaliden, logistiek). Verder is het de ambitie om op de K-kavels basis voorzieningen te realiseren die goed ter voet te bereiken zijn.
Connexxion-Kavel Op de Connexxion-kavel zijn de duurzaamheidsambities hoog. Gezien de relatief lage bebouwing, het park en de nabije Singel zijn er veel mogelijkheden om waterrobuustheid in de stedenbouwkundige opzet met prioriteit te integreren. Ook biedt de Connexxion-kavel ruimte aan een park met een verscheidenheid aan planten-en diersoorten. In de groene inrichting wordt uitdrukkelijk de verbinding gemaakt met het naastgelegen Leiden Bio Science Park, dat herontwikkeld wordt, mede om de biodiversiteit in het gebied te bevorderen. Ook groene gevels zijn hier een optie. Op het gebied van energie wordt er o.a. ingezet op een duurzame collectief warmte- en koudesysteem in combinatie met zonnepanelen op het dak en in de gevel om een energieneutraal (BENG 2=0) gebied te realiseren. Het is een gebied met veel woningbouw met dus een hoge vraag naar warm tapwater. Een energiesysteem waar WKO en het warmtenet wordt gecombineerd is daarom mogelijk interessant. Circulariteit krijgt op de Connexxion-kavel prioriteit. Zo kunnen grondstoffen of componenten van de huidige busremise worden hergebruikt voor de nieuwbouw. Ook is het de ambitie om gebruik te maken van hernieuwbare materialen en grondstoffenbesparing door recycling. De ambities voor duurzame mobiliteit zijn hoog. Enkel actieve mobiliteit, MaaS-dienstverlening en zero-emissievervoer zijn toegestaan in het gebied.
Overige voertuigen worden geweerd. Tot slot zijn ook de ambities op het gebied van vitaliteit hoog. De ambitie is om een aantrekkelijke buitenruimte te creëren waar bewoners uit verschillende buurten elkaar kunnen ontmoeten. Ook is het de ambitie om langs het spoor een aantrekkelijke wandel- en fietsroute te realiseren die mensen uitnodigt om te bewegen.
De ambities per thema Stationsgebied Leiden
Inhoudsopgave > > > > > >
Overzicht Stationsgebied Leiden…………………...………………. pag. 55 Knooppunt Leiden Centraal…. …………………………………….. pag. 71 M-Kavels………………………………………………………………. pag. 83 H-Kavels………………………………………………………………. pag. 95 K-Kavels………………………………………………………………. pag. 107 Connexxion-kavel……………………………………………………. pag. 119
Overzicht Stationsgebied Leiden
M-kavels
Knooppunt Leiden centraal H-kavels
K-kavels
Connexxionkavel
De prioriteitenmix voor de 6 duurzaamheidsthema’s
Heeft prioriteit
Voor dit onderdeel wordt meer gedaan dan wettelijk minimum. Wat dit is, dat is een gesprekspunt met de markt.
2
Voor dit onderdeel volstaat wat wettelijk noodzakelijk is. Extra maatregelen zijn “nice to have’
Basis Wettelijk minimum
1
Vitaliteit
3
Duurzame mobiliteit
Dit onderdeel heeft prioriteit en moet goed geborgen zijn in het ontwerp. Het is daarmee een vertrekpunt
Circulariteit
Onderscheidend
Duurzame energie
4
Biodiversiteit
Dit onderdeel moet een onderscheidend kenmerk zijn en moet zeer duidelijk herkenbaar zijn in het ontwerp
Klimaatadaptatie
PRIORITEITENMIX
Overzicht Stationsgebied Leiden
Overzicht prioriteiten mixen
Duurzaamheidsthema
Totaalscore
Klimaatadaptatie
14
Biodiversiteit
12
Duurzame energie
13
Circulariteit
10
Duurzame mobiliteit
18
Vitaliteit
12
De prioriteitenmix toegelicht voor het Stationsgebied Duurzaamheidsthema
Klimaatadaptatie
Biodiversiteit
Duurzame energie
Circulariteit
Duurzame mobiliteit
Vitaliteit
Prioriteringsniveau (1-laag / 4-hoog)
Onderbouwing
3
Als dé toegangspoort tot Leiden is het belangrijk dat het stationsgebied ook bij weersextremen blijft functioneren. Veel vitale functies komen hier bij elkaar: natuurlijk het station en daarmee samenhangende voorzieningen, maar ook de busterminal en enkele essentiële tunnels en toegangswegen. Daarnaast geven groen-blauwe klimaatadapatiemaatregelen een positieve kwalitatieve bijdrage aan de verblijfs- en ruimtelijke kwaliteit. Binnen het thema klimaatadaptatie scoren de bouwstenen hitteproof en waterrobuust onderscheidend en de bouwstenen droogte-bestendig en overstromings-bestendig basis/prioriteit, waardoor het gemiddelde prioriteringsniveau op prioriteit uitkomt.
2
Biodiversiteit gaat in het kielzog mee met klimaatadaptatie maar is niet vanzelfsprekend. Diversiteit in groen en groene daken die verder gaan dan een oppervlakkig dun sedum dak is nodig. Waar de primaire functie het toelaat wordt gekozen voor water en of beplanting in plaats van bestrating. Kavels langs de Singel kunnen aansluiten op de Groene Hoofdstructuur Leiden, en hebben daarom een hoger prioriteitenniveau. Daarnaast biedt biodiversiteit op de kavels die niet hoog verstedelijkt zijn, zoals de Mkavels en Connexxion-kavel kansen. Op andere kavels zoals de H-kavels en K-kavels zijn de mogelijkheden voor biodiversiteit echter beperkt. Daarom hanteren we een basis prioriteringsniveau voor het gehele stationsgebied.
3
Duurzame energie is een voorwaarde en een basisbehoefte voor het gebied. Dat vraagt om goede regulering zodat de beperkte ruimte in de ondergrond optimaal kan worden benut voor bodemenergie (WKO). Het ambitieniveau voor de wettelijke energieprestatie blijft door de beperkte beschikbare ruimte voor het opwekken van energie voor het gehele stationsgebied op een basisniveau staan. Het beschikbare dakoppervlak zal maximaal benut moeten worden voor het plaatsen van zonnepanelen. Door elektrificatie van mobiliteit en de warmte- en koudevoorziening heeft het beperken van de impact op de capaciteit van het elektriciteitsnet een hogere prioriteit in dit gebied. De ambitie op het gebied van smart grids met een collectief energiesysteem voor warmte- en koude in combinatie met flexibele opslag is daarom hoog. Hierin kan het gebied onderscheidend zijn.
2
De transitie naar een circulaire economie staat nog in de kinderschoenen. Vaak is het nog een zichtbare nice to have door middel van hergebruikte materialen terwijl het een systeemrevolutie kan zijn die meer CO2 reduceert dan duurzame energie. Door een goed ontwerp uit te vragen, gecombineerd met een GPR-norm, kan de markt worden uitgedaagd om met de beste ideeën te komen voor het gebied en de gebouwen op de kavels. Het wettelijke minimum stimuleert al milieuvriendelijk materiaalgebruik.
4
Het stationsgebied geeft als naam al weer wat de primaire functie is en daarom moet duurzame mobiliteit een vooraanstaande positie krijgen binnen de gebiedsvisie. Het voorkomen, veranderen en verduurzamen van vervoersstromen staat centraal. Een goede inbedding van ingrepen zorgt voor meer ruimte, minder geluidshinder en schonere lucht. Een zoveel mogelijke autoluw gebied met ruimte voor de voetganger en de fietser. Er is een goede connectie tussen OV en het aanbod aan deelmobilieit, om de reiziger te voorzien in zijn first en last mile. Duurzame mobiliteit is daarmee een belangrijke enabler voor andere thema’s.
2/3
Vitaliteit is net als circulariteit een wat onbekend thema maar betreft minder een systeemverandering. Het gaat om bewustwording over wat specifieke maatregelen betekenen voor de fysieke, mentale of sociale aspecten van de eindgebruiker. Identiteit en vitaliteit gaan hand in hand en geeft een kavel meer signatuur. Het ambitieniveau is basis/ prioriteit omdat vitaliteit meer een gevolg is van de andere duurzaamheidsthema’s, maar tegelijkertijd vitaliteit prioriteit dient te krijgen in een voor de stad zo belangrijk gebied.
Klimaatadaptatie & Biodiversiteit Prioriteringsniveau
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Suggesties voor normen
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
Overzicht Stationsgebied Leiden
Overstromings-bestendig
Droogte-bestendig
Hitte-proof
Waterrobuust
Rijk aan soorten
Groenblauwe netwerken
2- Basis
3 - Heeft prioriteit
4 - Onderscheidend
4 – Onderscheidend
2 – Basis
3 – Heeft prioriteit
Maatregelen ten behoeve van wateroverlast en groen zijn bij voorkeur groen en zijn daarmee kwetsbaar voor droogte.
Het stationsgebied is een van de belangrijkste verblijfsgebieden van de stad. Het is van belang om voldoende koele plekken te bieden, zodat bij hitte er nog steeds prettig in het gebied verbleven kan worden. Bij het ontwerpen van woonblokken hebben we speciale aandacht voor kwetsbare groepen als ouderen en kinderen.
Voldoende waterberging in deze hoog stedelijke omgeving is elementair. Op deze bouwsteen moeten echt onderscheidende keuzes worden gemaakt om te rekenen op draagvlak.
Gezien de hoog stedelijke omgeving is het de uitdaging om bij klimaatadaptieve maatregelen als groene daken en keuze van beplanting de juiste beslissingen te nemen over diversiteit in groen. Natuurlijke vegetatie heeft de voorkeur. Verder zijn er mogelijkheden voor maatregelen in gevels, zoals nestkasten voor vogels en vleermuizen.
Verbinden van Groenblauwe netwerken in een hoog stedelijk omgeving krijgen prioriteit.
Het stationsgebied loopt een bijzonder kleine kans om te overstromen vanuit zee of hoofdwateren. Inzetten op de basis, bepaald in convenant klimaatbestendig bouwen is genoeg.
Voor overstromingen met een waterdiepte tot 20 cm treedt geen schade aan gebouwen op en blijven hoofdwegen begaanbaar.
2- Neutraal
De inrichting van het plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte.
Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst.
In het plangebied wordt 50% (450mm) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd.
Tenminste 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied verminderen.
2- Neutraal
2- Neutraal/ 3- Negatief
In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u).
Meerdere voor Leiden relevante indicatorsoorten aanwijzen per kavel. Groen/blauwe Inrichting en/of gebouw hierop richten.
3 – Negatief/ 4- Zeer negatief
2- Neutraal
Geen afname groen/blauw binnen begrenzing van groene hoofdstructuur Leiden (GHL) Kwaliteitsverbetering binnen begrenzing GHL. Extra: secundaire groenstructuren uitbreiden
2- Neutraal
Klimaatadaptatie & Biodiversiteit Overstromings-bestendig
Synergie met andere bouwstenen
Droogte-bestendig
Klimaatadaptatie: Waterrobuust (overstromingsvrije voorzieningen/dry proofing)
Spanningen met andere bouwstenen
Overzicht Stationsgebied Leiden
Hitte-proof
Waterrobuust
Rijk aan soorten
Circulair: Hernieuwbare materialen (absorberen mogelijk minder warmte) Grondstoffenbesparing (minder verharding) Energie: Comfort (ventilatie). Vitaliteit: Mentaal welbevinden, kwaliteit leefomgeving (groene maatregelen)
Klimaatadaptatie: Overstromingsbestendig (overstromingsvrije voorzieningen/dry proofing) Vitaliteit: Mentaal welbevinden, kwaliteit leefomgeving (groene maatregelen)
Mobiliteit: Transit oriented development (hoge dichtheden, hoge ruimtedruk in boven- en ondergrond en veel verharding, weinig ruimte voor groen)
Mobiliteit: Transit oriented development (hoge dichtheden, hoge ruimtedruk in boven- en ondergrond en veel verharding, weinig ruimte voor groen)
Vitaliteit: Kwaliteit leefomgeving, natuurlijke vegetatie kan als rommelig worden gezien.
•
• •
Groenblauwe netwerken
Vitaliteit: Groen/blauwe netwerken nodigen uit tot beweging en dragen zo bij aan het fysiek functioneren. Groen/blauwe netwerken dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving en het mentaal welbevinden.
•
Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
•
Inrichting afstemmen op grondwaterstand
• • •
Schaduwrijke gebieden Groen en water Stationsplein Driebergen Zeist
•
Ondergrondse/ bovengrondse waterberging Stationsgebied Amersfoort
•
Ecologisch maaibeheer Nestkasten voor vogels/vleermuizen in gevels Toepassing halfopen bestrating
• •
Continue waterstructuur bij Singel. Groene daken en gevels. Groen opnemen in de inrichtingsplannen voor de openbare ruimte.
Duurzame energie
Overzicht Stationsgebied Leiden
Vraagbeperking
Efficiëntie van opwekinstallaties
Comfort
Balancering vraag en aanbod
Vermogensvraag elektriciteit
Lokale opwek van duurzame elektriciteit
2- Basis
3 - Heeft prioriteit
3 - Heeft prioriteit
4 – Onderscheidend
4 – Onderscheidend
2 – Basis
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Het stationsgebied heeft een hoge dichtheid met intensief gebruik. De energievraag is dus hoog. De vraag kan worden beperkt door te kiezen voor goed geïsoleerde ramen met hoge kierdichting, een efficiënt ventilatiesysteem, compacte bouw en slimme gebouwsturing op basis van aanwezigheid (o.a verlichting en, ventilatie)
De ruimte in de ondergrond van het stationsgebied is beperkt. Daarom dient er een strategie te worden opgesteld voor het optimaal benutten van de beschikbare energie in de bodem (WKO). Bij woningbouw heeft het efficiënt opwekken van warm tapwater daarnaast ook prioriteit, hier valt nog veel winst te behalen.
Het creëren van comfort in de gebouwen van het stationsgebied heeft prioriteit. Er worden keuzes gemaakt om het comfort positief te beïnvloeden, zoals goede gebouwventilatie en kierdichting, vloerverwarming met actieve vloerkoeling, het beperken van geluid van installaties en hittestress door klimaatadaptieve maatregelen.
Het aanbod van (lokaal) opgewekte duurzame energie moet gelijktijdig zoveel als mogelijk aansluiten op de vraag naar energie in het gebied. Het slim laden van elektrische auto’s en het tijdelijk opslaan van elektriciteit in batterijen en via warmtepompen in warmtebuffers kunnen hieraan bijdragen.
Voor een toekomstbestendig systeem moet een hoge belasting van het elektriciteitsnet voorkomen worden. In het stationsgebied heeft de vermogensvraag van elektriciteit dan ook prioriteit. Belangrijkste punten van aandacht zijn de piekvraag van de laadinfrastructuur van mobiliteit en de opwek van warmte. Ook de piek van opwek van zonnepanelen is een punt van aandacht.
Het stationsgebied biedt vanwege haar hoge bebouwingsdichtheid beperkte mogelijkheden voor grootschalige energie opwek. Dakoppervlak zal dus maximaal benut moeten worden voor de opwek van elektriciteit met zonnepanelen. Door verschillende oriëntaties van zonnepanelen kan de impact op het e-net beperkt worden. Windturbines op hoge gebouwen is mogelijk een kans.
Suggesties voor normen
Wettelijke eis BENG 1
Borgen in KPI’s bij selectie exploitanten
Bij kantoren WELL of BREEAM
Borgen in KPI’s bij selectie exploitanten
Borgen in KPI’s bij selectie exploitanten
Wettelijke eis BENG 3
2- Neutraal/ 3-Negatief
2-Neutraal
Prioriteringsniveau
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
2- Neutraal
2- Neutraal
2- Neutraal
Zon 2-Neutraal Wind 3-Negatief/ 4- Zeer negatief
Duurzame energie
Synergie met andere bouwstenen
Spanningen met andere bouwstenen
Overzicht Stationsgebied Leiden
Vraagbeperking
Efficiëntie van opwekinstallaties
Comfort
Balancering vraag en aanbod
Klimaatadaptatie: Hitte proof voorkomt koudevraag. Een lagere energievraag vraagt om minder vermogen elektriciteitsnet Circulair: Minder materialen bij compacte bouw, wat leidt tot grondstoffenbesparing.
Mobiliteit: Elektrische motoren zijn efficiënter dan verbrandingsmotoren, waardoor energie kan bijdragen aan zeroemissie vervoer. Energie: Efficiëntere installaties vragen om minder vermogen elektriciteitsnet
Klimaatadaptatie: Hitte proof Vitaliteit: Mentaal welbevinden en fysiek functioneren
Mobiliteit: Laadinfrastructuur in combinatie met elektrische batterijen en opslag in auto’s kan de vraag en het aanbod van energie sturen.
Energie: Hoge eisen comfort zorgen voor extra hoge piekvraag op bijvoorbeeld koude dagen, wat een negatief effect heeft op de bouwsteen vermogensvraag.
Circulair: Er zijn meer materialen nodig bij een hoger isolatieniveau, wat een negatieve invloed heeft op de bouwsteen grondstoffenbesparing.
Energie: Veel lokale opwek met zonnepanelen zorgt voor grote overschotten in aanbod.
Vermogensvraag elektriciteit
Energie: Vraagbeperking efficiëntie installaties.
Mobiliteit: Laadinfrastructuur vraagt om hoge vermogens van het net.
• • Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
• •
Kierdichting meten met blow doortest. Vacuüm glas. Folies in glas, die als ze koud worden warmte doorlaten en als ze warm worden warmte reflecteren.
•
Delen van WKO bronnen door verschillende gebouwen: Centrumeiland IJburg, Kop van Zuid Rotterdam, Universiteit Utrecht en TU Delft.
• •
Actief koelen van woningen met een collectieve WKO. Balansventilatie met WTW.
• •
Elektrische deelmobiliteit. Warmtebuffers bij collectieve warmtepompinstallatie.
• • •
Stadswarmte inzetten voor warm tapwater in combinatie met deel van de piekvraag. Warmtebuffers bij collectieve warmtepompinstallatie. Slim laden e-mobiliteit. Batterij in combinatie met liften.
Lokale opwek van duurzame elektriciteit
Mobiliteit: In batterijen elektrische voertuigen kan lokaal opgewekte elektriciteit gelijktijdig opgeslagen worden. Klimaatadaptatie: Groene daken zorgen voor hoger rendement zonnepanelen. Energie: Balancering vraag en aanbod en vermogensvraag elektriciteitsnet. Circulair: Zonnepanelen vragen om grondstoffen. Vitaliteit: Ruimte zonnepanelen kan niet worden gebruikt ten behoeve van ontspanning en kwalitatief hoogwaardig groen.
•
Zonnepanelen op platte daken oost/west georiënteerd en zonnepanelen op zuidgevels.
Circulariteit Prioriteringsniveau
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Nieuwe verdien-modellen
Grondstoffen-besparing
Hernieuwbare materialen
Direct hergebruik door urban mining
Grondstoffenbesparing door recycling
Remontabelheid
3 - Heeft prioriteit
2 - Basis
2 - Basis
1 – Wettelijk minimum
2 - Basis
2 - Basis
Het stationsgebied biedt mogelijkheden voor een nieuw-circulair verdienmodel; deelconcepten op het gebied van mobiliteit. Deze deelconcepten kunnen dienen als vervanging voor eigen bezit. Voor de materialen met een snelle afschrijving (<15 jaar) zijn terugnamegaranties interessant, zoals installaties.
Grondstoffenbesparing is gedeeltelijk mogelijk door multifunctioneel ruimtegebruik. Dit is sterk afhankelijk van het gebouw en de inrichting. Verder moet het een belangrijk principe zijn bij het ontwerpen van de bouwblokken, om bijvoorbeeld het m2 benodigde gevelmateriaal te beperken. Het Rethink principe is hier belangrijk. Daarnaast kan flexibiliteit zorgen voor grondstoffenbesparing in de toekomst (bijv. kantoor naar woning)
Bij de herontwikkeling van het stationsgebied kan gebruik worden gemaakt van hernieuwbare materialen zoals hout en bio-composieten. De toepassing hiervan is sterk afhankelijk van het ontwerp van het gebouw. Bij de kavels waar de gebouwen nog ontworpen dienen te worden, zijn de mogelijkheden dan ook aanzienlijk groter, zeker met een slimme GPR-eis, om hernieuwbaar materiaal te stimuleren.
Er zijn kansen voor urban mining (bijv. Morspoortgarage/busremis e). Echter de haalbaarheid is beperkt vanwege verouderde gebouwen en materialen welke vaak niet remontabel zjin. Werk samen met partijen die nu al circulaire bouw in hun DNA hebben. Urban mining is kansrijk en financieel interessant voor kleinere paviljoens/inrichting ruimtes. Dit gaat ook om hergebruik bestaande groenstructuren- en elementen.
Bij de herontwikkeling van het stationsgebied kan gebruikt worden gemaakt van recyclede materialen, zoals gerecyclede kunststoffen. In het geval dat beton nodig is voor een goed ontwerp, maximaliseer dan het aandeel hergebruikt zand en grind om grondstoffen te besparen en cement om CO2 uitstoot te besparen.
De kavels worden remontabel gerealiseerd. Door dit als een ontwerpprincipe te hanteren, kan materiaal gedemonteerd worden bij einde levensduur en ergens anders weer opnieuw ingezet worden. Voor de nog te bouwen kavels is een materialenpaspoort goed te ontwikkelen, in overleg met de partij die het gebouw in eigendom heeft. Levert voordelen op in onderhoud van het gebouw.
Geen norm beschikbaar, wel kan gebruik worden gemaakt van de door het CB’23 ontwikkelde meetmethode voor circulariteit.
Hanteer nu een MPG van 1 en vanaf (waarschijnlijk) 01-01-2021 minimaal een norm van 0,8. Daag de markt uit om een ontwerp te maken dat lager scoort dan een MPG van 0,8 om milieu impact te verlagen, maar schiet daarin niet door met inefficiënte ontwerpen als resultaat.
1- Positief
2- Neutraal
Suggesties voor normen
.Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
Overzicht Stationsgebied Leiden
2 - Neutraal
Geen norm beschikbaar; maar het ambitieniveau moet tussen de 10 en 30% hergebruik van grind en zand liggen, afhankelijk van de toepassing van het beton.
3- Negatief
2- Neutraal
Geen norm beschikbaar, wel kan gebruik worden gemaakt van de door DGBC ontwikkelde losmaakbaarheidsindex.
1- Positief
Circulariteit
Synergie met andere bouwstenen
Overzicht Stationsgebied Leiden
Nieuwe verdien-modellen
Grondstoffen-besparing
Hernieuwbare materialen
Mobiliteit: Deelmobiliteitsconcepten met pay-per-use modellen.
Klimaatadaptatie: (half)open verharding bespaart grondstoffen en werkt positief op de bouwsteen water robuust.
Klimaatadaptatie/energie: Hernieuwbare materialen in de gevels en op daken zoals hout en groen hebben een verkoelend effect.
Grondstoffenbesparing door recycling
Remontabelheid
Klimaatadaptatie: 1 op 1 hergebruik van het bestaande wegdek, grotendeels geasfalteerd en versteend, staat op spanning met hittebestendigheid. Hetzelfde geldt voor hergebruik van gevels en kozijnen; de thermische prestaties zijn niet afdoende om aan bouwbesluit te voldoen.
Spanningen met andere bouwstenen
• • •
Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
Direct hergebruik door urban mining
•
MaaS Deelmobiliteitshub fietsen en elektrische voertuigen Leaseconcepten, payper-use en terugnamegaranties voorzieningen als liften, verlichting en energieinstallaties. Zie ook hier
• •
Kantine gebruiken voor ontmoeten, plantenbakken als zitmeubilair etc. Geveloppervlakte minimaliseren Gebouw zo inrichten dat het geschikt is als kantoor en in de toekomst als woning (lange termijn multifunctionaliteit)
• •
•
Gevels van hout en/of bamboe, biocomposieten Constructie elementen zoals kolommen van hout
•
Het circulair pop-up kantoor naast het huidige bus transferium •
Kozijnen van gerecycled kunststof, zie ook beton-recycle collectieven zoals New Horizon en Circulair Mineraal. Bestrating van sloopafval
•
Materiaalpaspoorten en tijdelijke gebouwen zoals de Tijdelijke Rechtbank Amsterdam
Duurzame mobiliteit
Overzicht Stationsgebied Leiden
Zero-emissie
Transit Oriented Development
Deelconcepten/ MaaS
Actieve mobiliteit
Auto
Logistiek
4 - Onderscheidend
3 - Heeft prioriteit
4 - Onderscheidend
4 – Onderscheidend
3 – Heeft prioriteit
3 – Heeft prioriteit
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Bewoners en bezoekers van het stationsgebied worden gestimuleerd om schone mobiliteit te gebruiken. Zo wordt er laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen optimaal ingericht. Dit draagt bij aan het faciliteren van zeroemissie logistiek. Er komt al een ZE zone per 2025 voor de binnenstad en het stationsgebied.
In het stationsgebied heeft de ketenbenadering van mobiliteit prioriteit. Er dient goed nagedacht te worden over welke vervoersmodaliteiten er worden gebruikt en hoe deze zo goed mogelijk op elkaar kunnen worden aangesloten. Daarom worden er bijv. deelmobiliteitshubs op wijkniveau ontwikkeld om te voorzien in de first en last mile. Ook de stedenbouwkundige opzet van compacte bouw draagt bij aan TOD.
Het stationsgebied biedt bij uitstek mogelijkheden voor deelconcepten op het gebied van mobiliteit. Er kan een deelmobiliteitshub worden ontwikkeld voor (elektrische) auto’s en fietsen. Meerdere kavels bieden hier potentieel de ruimte voor. Deze deelmodaliteiten kunnen eigen bezit vervangen en/of voorzien in de first of last mile.
Het stationsgebied biedt ruimte voor actieve mobiliteit. Dit gebeurt door het aanleggen van aantrekkelijke en toegankelijke wandel- en fietspaden, het aansluiten op (snel)fietsroutes en fiets parkeren goed faciliteren.
Het stationsgebied wordt gedeeltelijk autoluw ingericht met een parkeernorm van 0. Tegelijkertijd moet het stationsgebied wel bereikbaar blijven voor auto’s, met name voor specifieke doelgroepen. Parkeren van auto’s gebeurt zoveel mogelijk in hubs aan de randen van het stationsgebied, zoals in de bij het Bio Science Park en niet te dicht bij de binnenstad.
Het stationsgebied is een druk gebied met duizenden reizigers die gebruik maken van verschillende vervoersmodaliteiten. Om ervoor te zorgen dat deze vervoersstromen in goede banen worden geleid, dient ook de logistiek (bevoorrading, afvalverwerking etc.) slim te worden georganiseerd. Er wordt ingezet op zeroemissie logistiek middels ZE zone per 2025.
Suggesties voor normen
Einddoel: volledig ZE mobiliteit, met in beginne mogelijk ingroeimodel. Opschaling van laadpunten in parkeergarages. Snelladers aan randen stad bij invalswegen.
Deelmobiliteit zo dicht mogelijk bij bewoners en overige modaliteit (oa. OV) en goed zichtbaar voor potentiële gebruikers.
Privé voertuigen in hubs aan rand stationsgebied, deelvoertuigen in hubs in gebied.
Normering actieve mobiliteit CROW.
Op sommige kavels parkeernorm 0.
Doel: volledig ZE mobiliteit in 2025. Mogelijk ingroeimodel tot die tijd met bijv. tijdsvensters voor fossiele bevoorrading. KPI's opstellen om aantal vervoersbewegingen te jaarlijks reduceren.
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
1- Positief
2- Neutraal
2- Neutraal
2- Neutraal
2- Neutraal
2-Neutraal
Prioriteringsniveau
Duurzame mobiliteit Zero-emissie
Synergie met andere bouwstenen
Spanningen met andere bouwstenen
Duurzame energie: vehicle-to-grid laadinfra gebruiken om geparkeerde voertuigen in te zetten als buffer/opslag voor opvangen pieken/dalen elektriciteitsnet.
Overzicht Stationsgebied Leiden Transit Oriented Development
Vitaliteit: Goede aansluiting van ketens, bevordert het gebruik van de combinatie van OV, fietsen en lopen t.o.v. autogebruik.
Duurzame energie: laden EV’s kan ook voor extra pieken op het elektriciteitsnet zorgen
Deelconcepten/ MaaS
Actieve mobiliteit
Auto
Logistiek
Duurzame energie: Inzet deelauto’s als buffer/opslag energievoorziening.
Vitaliteit: Actieve mobiliteit draagt bij aan het fysiek functioneren. Klimaatadaptatie/ biodiversiteit: door actieve mobiliteit kan er meer ruimte ontstaan voor klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Vitaliteit: Door de auto te koppelen aan de (deel)fiets in een hub (Park and Bike), kan mogelijk alsnog een eerste of laatste deel van de reis ‘actief’ plaatsvinden, wat bijdraagt aan het fysiek functioneren.
Duurzame energie: Vehicle-to-grid laadinfra gebruiken om geparkeerde voertuigen in te zetten als buffer/opslag voor opvangen pieken/dalen elektriciteitsnet.
Vitaliteit: Bij voorkeur geven we de auto zo min mogelijk ruimte, ook niet EV’s. Dit gaat ten koste van Vitaliteit (Actieve Mobiltieit).
Duurzame energie: Laden EV’s kan ook voor extra pieken op het elektriciteitsnet zorgen. Logistieke voertuigen zullen meer willen snelladen i.v.m.. hoge aantal km’s per dag, zorgt voor hoge pieken op het elektriciteitsnet.
Klimaatadaptie: Beperkte ruimte voor hubs
•
Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
• •
Laadinfrastructuur Zero-emissie logistiek
• •
Deelmobiliteitshubs voor first en last mile Compacte bouw
• •
Deelmobiliteitshubs MaaS
• •
Aantrekkelijke en toegankelijke wandelen fietspaden Fietsenstallingen Fietsverbindingen naar de binnenstad en het Leiden Bio Science Park
• • •
P+R aan de rand van het gebied P+B (Park and Bike) Hubs
•
Zero-emissie logistiek
Vitaliteit
Prioriteringsniveau
Overzicht Stationsgebied Leiden Sociaal maatschappelijk participeren
Mentaal welbevinden
Fysiek functioneren
Toegang tot (basis) voorzieningen
Kwaliteit van de leefomgeving
Ruimte voor zingeving
3 - Heeft prioriteit
2 - Basis
2 - Basis
3 - Heeft prioriteit
3 - Heeft prioriteit
1 - Wettelijk minimum
De toegang tot voorzieningen heeft in het stationsgebied prioriteit. In het stationsgebied zijn veel voorzieningen aanwezig op het gebied van wonen, werken en recreëren. Deze voorzieningen dienen goed toegankelijk te zijn voor verschillende doelgroepen en met verschillende vervoersmodaliteiten.
Het stationsgebied is een belangrijk knooppunt in de stad Leiden. Het verbindt de historische binnenstad met het Leiden Bio Science park. Het gebied dient toegankelijk en aantrekkelijk te zijn, voor reizigers en voor bewoners. De kwaliteit van de leefomgeving heeft daarom prioriteit. De kwaliteit kan worden geborgd door groen, water, kunst, cultuurhistorie, bouwstijl etc. toe te voegen aan het stationsgebied.
Het stationsgebied Leiden is een druk gebied met veel verschillende functionaliteiten: reizen, wonen, werken, ontmoeten en recreëren. Het draait dan ook minder om rust en bezinning. Cultuur zoals kunst, theater en andere recreatiemogelijkheden zijn wel onderdeel van het concept maar is niet een wettelijke voorwaarde.
3 - Negatief
2 - Neutraal
2- Neutraal
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Het stationsgebied Leiden is een zeer goed bereikbaar gebied met het OV, de fiets en ter voet, met tal van verschillende mogelijkheden om elkaar te ontmoeten. Zo zijn er parken en horecagelegenheden voor informele ontmoetingen en congreszalen voor zakelijke besprekingen. Het stationsgebied moet gebruik maken van haar toegankelijkheid en het faciliteren van ontmoetingen prioriteit geven.
Het mentaal welbevinden heeft geen prioriteit in het stationsgebied. Wel is het van belang dat reizigers en bewoners zich op hun gemak voelen in het gebied, maar dit is meer een gevolg van andere maatregelen dan een doel op zich.
In het stationsgebied wordt beweging in beperkte mate gestimuleerd. Er is weinig ruimte voor bijvoorbeeld sportvelden. Wel heeft actieve mobiliteit prioriteit en worden er op verschillende plekken wandel- en fietspaden aangelegd en op elkaar aangesloten. Ook worden er op kleine schaal parkjes gerealiseerd, waar ruimte is voor beweging.
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
2- Neutraal
2- Neutraal
2 - Neutraal
Vitaliteit
Overzicht Stationsgebied Leiden Sociaal maatschappelijk participeren
Fysiek functioneren
Toegang tot (basis) voorzieningen
Kwaliteit van de leefomgeving
Synergie met andere bouwstenen
Mobiliteit/energie: Wanneer buurtbewoners elkaar leren kennen, door bijvoorbeeld gezamenlijk te werken aan een moestuin, zijn zij wellicht sneller bereid om op andere thema’s samen te werken, zoals collectieve energie opwek en deelmobiliteit.
Mobiliteit: Door het fysiek functioneren in het stationsgebied te faciliteren door de aanleg van wandel- en fietspaden en fietsenstallingen, nemen de mogelijkheden voor actieve mobiliteit toe.
Mobiliteit: De toegang tot voorzieningen hangt samen met de infrastructuur en aangeboden mobiliteitsconcepten. Een fijnmazig wandelfietspatroon kan zodoende bijdragen aan actieve mobiliteit én vitaliteit.
Klimaatadaptatie: Groen en water dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Tegelijkertijd dragen groen en water bij aan klimaatadaptatie. Een groene omgeving vermindert bijvoorbeeld hittestress, dat beter is voor slaap en concentratie.
Spanningen met andere bouwstenen
Vitaliteit: Het faciliteren van plekken waar men elkaar kan ontmoeten, kan zorgen voor drukte in de wijk. Hierdoor kan het mentaal welbevinden van bewoners afnemen en kunnen zij de kwaliteit van de leefomgeving als minder positief gaan beschouwen.
Actieve mobiliteit en stimuleren van beweging vraagt om ruimte wat ten koste gaat van andere ruimtevragende aspecten zoals een biodiverse insectentuin (bouwsteen rijk aan soorten), de bouwstenen auto en logistiek en duurzame energie opwek.
•
• Richtinggevende (praktijk)voorbeelden •
Moestuin/collectief tuinieren Bankjes in openbare ruimte, waar ook events (picknick) kunnen worden georganiseerd. Faciliteren van ruimte voor en het organiseren van sport- en spelactiviteiten
Mentaal welbevinden
• •
Supermarkt met biologisch voedsel
Openbare ruimte met (stuk) hardlooproute (bijv. Goffertpark Nijmegen), sportparcours
•
Voorzieningen op wandelafstand van elkaar
Ruimte voor zingeving
Analyse per kavelcluster
Knooppunt Leiden Centraal
M-Kavels
H-Kavels
K-Kavels
Connexxion-Kavel
Knooppunt Leiden Centraal
De prioriteitenmix voor de 6 duurzaamheidsthema’s
Heeft prioriteit
Voor dit onderdeel wordt meer gedaan dan wettelijk minimum. Wat dit is, dat is een gesprekspunt met de markt.
2
Voor dit onderdeel volstaat wat wettelijk noodzakelijk is. Extra maatregelen zijn “nice to have”
Basis Wettelijk minimum
1
Vitaliteit
3
Duurzame mobiliteit
Dit onderdeel heeft prioriteit en moet goed geborgen zijn in het ontwerp. Het is daarmee een vertrekpunt
Circulariteit
Onderscheidend
Duurzame energie
4
Biodiversiteit
Dit onderdeel moet een onderscheidend kenmerk zijn en moet zeer duidelijk herkenbaar zijn in het ontwerp
Klimaatadaptatie
PRIORITEITENMIX
Knooppunt Leiden Centraal
Klimaatadaptatie & Biodiversiteit Prioriteringsniveau
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Suggesties voor normen
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
Knooppunt Leiden Centraal
Overstromings-bestendig
Droogte-bestendig
Hitte-proof
Waterrobuust
Rijk aan soorten
Groenblauwe netwerken
2 - Basis
3 - Heeft prioriteit
4 - Onderscheidend
3 - Heeft prioriteit
2 - Basis
2 - Basis
Maatregelen ten behoeve van wateroverlast en groen zijn bij voorkeur groen, en zijn daarmee kwetsbaar voor droogte.
Het stationsgebied is een van de belangrijkste verblijfsgebieden van de stad. Het is van belang om voldoende koele plekken te bieden, zodat bij hitte er nog steeds prettig in het gebied verbleven kan worden. Bij het ontwerpen van woonblokken hebben we speciale aandacht voor kwetsbare groepen als ouderen en kinderen.
Voldoende waterberging in deze hoog stedelijke omgeving is elementair.
Groen is van belang maar de ruimte is in eerste instantie bedoeld voor ontmoeting en als OVknooppunt. Er moet goed gekeken worden naar welke maatregelen er wel mogelijk zijn, door natuur inclusief werken.
Groen is van belang maar de ruimte is in eerste instantie bedoeld voor ontmoeting en als OVknooppunt. Een deel van de kavel, langs de Singel, is begrensd als Groene Hoofdstructuur Leiden, hier heeft het groene/blauwe netwerk prioriteit. Dit omvat echter een klein deel van deze kavel.
In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u).
Meerdere voor Leiden relevante indicatorsoorten aanwijzen per kavel. Groen/blauwe inrichting en/of gebouw hierop richten en beheer op afstemmen.
Geen afname groen/blauw binnen begrenzing van groene hoofdstructuur Leiden (GHL) Kwaliteitsverbetering binnen begrenzing GHL.
3- Negatief/ 4- Zeer negatief
2- Neutraal
Stationsgebied loopt een bijzonder kleine kans om te overstromen vanuit zee of hoofdwateren. Inzetten op de basis, bepaald in convenant klimaatbestendig bouwen is genoeg.
Voor overstromingen met een waterdiepte tot 20 cm treedt geen schade aan gebouwen op en blijven hoofdwegen begaanbaar.
2- Neutraal
De inrichting van het plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte.
Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst.
In het plangebied wordt 50% (450mm) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd.
Tenminste 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied verminderen.
2- Neutraal
2- Neutraal/ 3- Negatief
2- Neutraal
Klimaatadaptatie & Biodiversiteit Overstromings-bestendig
Synergie met andere bouwstenen
Droogte-bestendig
Klimaatadaptatie: Waterrobuust (overstromingsvrije voorzieningen/dry proofing)
Spanningen met andere bouwstenen
Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
•
Inrichting afstemmen op grondwaterstand
Knooppunt Leiden Centraal
Hitte-proof
Waterrobuust
Circulair: Hernieuwbare materialen (absorberen mogelijk minder warmte) Grondstoffenbesparing (minder verharding) Energie: Comfort (ventilatie). Vitaliteit: Mentaal welbevinden, kwaliteit leefomgeving (groene maatregelen)
Klimaatadaptatie: Overstromingsbestendig (overstromingsvrije voorzieningen/dry proofing) Vitaliteit: Mentaal welbevinden, kwaliteit leefomgeving (groene maatregelen)
Mobiliteit: Transit oriented development (hoge dichtheden, hoge ruimtedruk in boven- en ondergrond en veel verharding, weinig ruimte voor groen)
Mobiliteit: Transit oriented development (hoge dichtheden, hoge ruimtedruk in boven- en ondergrond en veel verharding, weinig ruimte voor groen)
• • •
Schaduwrijke gebieden Groen en water Stationsplein Driebergen Zeist
•
•
Ondergrondse/ bovengrondse waterberging Stationsgebied Amersfoort
Rijk aan soorten
Groenblauwe netwerken
Vitaliteit: Kwaliteit leefomgeving, natuurlijke vegetatie kan als rommelig worden gezien.
• • •
Aanplant solitaire bomen Groene overkappingen Inbouwkasten vleermuizen/vogels
• •
Continue waterstructuur bij Singel. Groene daken en gevels.
Duurzame energie
Prioriteringsniveau
Knooppunt Leiden Centraal
Vraagbeperking
Efficiëntie van opwekinstallaties
Comfort
Balancering vraag en aanbod
Vermogensvraag elektriciteit
Lokale opwek van duurzame elektriciteit
2 – Basis
3 - Heeft prioriteit
2 – Basis
4 – Onderscheidend
4 – Onderscheidend
1 – Wettelijk minimum
Voor een toekomstbestendig systeem moet een hoge belasting van het elektriciteitsnet voorkomen worden. In het stationsgebied heeft de vermogensvraag van elektriciteit dan ook prioriteit. Belangrijkste punten van aandacht zijn de piekvraag van de laadinfrastructuur van mobiliteit en de opwek van warmte. Ook de piek van opwek van zonnepanelen is een punt van aandacht.
Het kavel biedt vanwege haar hoge bebouwingsdichtheid beperkte mogelijkheden voor grootschalige energie opwek. Door verschillende oriëntaties van zonnepanelen kan de impact op het elektriciteitsnet beperkt worden. Windturbines op de hoge gebouwen is mogelijk een kans.
Wettelijke eis BENG 3
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Het kavel heeft een zeer hoge dichtheid met intensief gebruik. De energievraag is dus hoog. De vraag kan worden beperkt door te kiezen voor goed geïsoleerde ramen met hoge kierdichting, een efficiënt ventilatiesysteem, compacte bouw en slimme gebouwsturing op basis van aanwezigheid (o.a. verlichting, ventilatie, koeling en verwarming).
De ruimte in de ondergrond is beperkt. Daarom dient er een strategie te worden opgesteld voor het optimaal benutten van de beschikbare energie in de bodem.
Bij utiliteitsbouw behoort koeling al tot de standaard. Er is extra aandacht nodig voor goed functionerende gebouwinstallaties voor ventilatie, warmte en koeling.
Het aanbod van (lokaal) opgewekte duurzame energie moet gelijktijdig zoveel als mogelijk aansluiten op de vraag naar energie in het gebied. Het slim laden van elektrische auto’s en bussen en het tijdelijk opslaan van elektriciteit in batterijen en via warmtepompen in warmtebuffers kunnen hieraan bijdragen.
Suggesties voor normen
Wettelijke eis BENG 1
Borgen in KPI’s bij selectie exploitanten
Bij kantoren WELL of BREEAM
Borgen in KPI’s bij selectie exploitanten
Borgen in KPI’s bij selectie exploitanten
2-Neutraal/ 3-Negatief
2-Neutraal
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
2-Neutraal
2-Neutraal
2-Neutraal
Zon 2-Neutraal Wind 3-Negatief/ 4-Zeer Negatief
Duurzame energie
Synergie met andere bouwstenen
Spanningen met andere bouwstenen
Vraagbeperking
Efficiëntie van opwekinstallaties
Comfort
Balancering vraag en aanbod
Klimaatadaptatie: Hitte proof voorkomt koudevraag. Een lagere energievraag vraagt om minder vermogen elektriciteitsnet Circulair: Minder materialen bij compacte bouw, wat leidt tot grondstoffenbesparing.
Mobiliteit: Elektrische motoren zijn efficiënter dan verbrandingsmotoren, waardoor energie kan bijdragen aan zeroemissie vervoer. Energie: Efficiëntere installaties vragen om minder vermogen elektriciteitsnet
Klimaatadaptatie: Hitte proof Vitaliteit: Mentaal welbevinden en fysiek functioneren
Mobiliteit: Laadinfrastructuur in combinatie met elektrische batterijen en opslag in auto’s kan de vraag en het aanbod van energie sturen.
Energie: Hoge eisen comfort zorgen voor extra hoge piekvraag op bijvoorbeeld koude dagen, wat een negatief effect heeft op de bouwsteen vermogensvraag.
Circulair: Er zijn meer materialen nodig bij een hoger isolatieniveau, wat een negatieve invloed heeft op de bouwsteen grondstoffenbesparing.
• Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
Knooppunt Leiden Centraal
• •
Kierdichting meten met blow doortest. Vacuüm glas. Folies in glas, die als ze koud worden warmte doorlaten en als ze warm worden warmte reflecteren.
•
Delen van WKO bronnen door verschillende gebouwen: Centrumeiland IJburg, Kop van Zuid Rotterdam, Universiteit Utrecht en TU Delft.
Energie: Veel lokale opwek met zonnepanelen zorgt voor grote overschotten in aanbod.
Vermogensvraag elektriciteit
Energie: Vraagbeperking efficiëntie installaties.
Mobiliteit: Laadinfrastructuur vraagt om hoge vermogens van het net.
Lokale opwek van duurzame elektriciteit
Mobiliteit: In batterijen elektrische voertuigen kan lokaal opgewekte elektriciteit gelijktijdig opgeslagen worden. Klimaatadaptatie: Groene daken zorgen voor hoger rendement zonnepanelen. Energie: Balancering vraag en aanbod en vermogensvraag elektriciteitsnet. Circulair: Zonnepanelen vragen om grondstoffen. Vitaliteit: Ruimte zonnepanelen kan niet worden gebruikt ten behoeve van ontspanning. •
• •
Actief koelen van woningen met een collectieve WKO. Balansventilatie met WTW.
• •
Elektrische deelmobiliteit. Warmtebuffers bij collectieve warmtepompinstallatie.
• • •
Warmtebuffers bij collectieve warmtepompinstallatie. Slim laden e-mobiliteit. Batterij in combinatie met liften.
•
Zonnepanelen op platte daken oost/west georiënteerd en zonnepanelen op zuidgevels. Windturbines gecombineerd met zonnedak (IBIS)
Circulariteit Prioriteringsniveau
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Nieuwe verdien-modellen
Grondstoffen-besparing
Hernieuwbare materialen
Direct hergebruik door urban mining
Grondstoffenbesparing door recycling
Remontabelheid
2 - Basis
2 - Basis
1 – Wettelijk minimum
1 – Wettelijk minimum
2 - Basis
2 - Basis
De openbare ruimte bij knooppunt Leiden centraal leent zich voor het gebruik van hernieuwbare materialen, zoals inrichting van hout en biocomposieten.
Het tijdelijke pop-up kantoor tegenover de Morspoort staat symbool voor urban mining en zal op een andere locatie als geheel of in delen worden hergebruikt. Het dient als inspiratie voor urban mining op de andere kavels. Verder is er naast de openbare inrichting, zoals hergebruik bestaande tegels, weinig aanleiding voor urban mining.
Voor de bouw van woningen of de inrichting van de openbare ruimte kan gebruik worden gemaakt van producten van gerecyclede grondstoffen. Bij producten waar gebruik wordt gemaakt van beton, wordt gestuurd op recycling van zand, grind en cement. (zie ook betonakkoord)
Openbare voorzieningen worden remontabel gerealiseerd. Dit is een investering om toekomstig hergebruik en daarmee financiële waarde te behouden. Ook vergemakkelijkt het in onderhoud. In het ontwerp moet daar rekening mee gehouden worden. Dit is geen wettelijke vereiste en daarom staat dit aspect op niveau 2. De gemeente stelt een innovatief materialenpaspoort op voor de openbare ruimte.
Geen norm beschikbaar; maar het ambitieniveau moet tussen de 10 en 30% hergebruik van grind en zand liggen, afhankelijk van de toepassing van het beton.
Geen norm beschikbaar, wel kan gebruik worden gemaakt van de door DGBC ontwikkelde losmaakbaarheidsindex
2- Neutraal
1- Positief
Knooppunt Leiden centraal biedt ruimte voor een deelmobiliteitshub waardoor deelmobiliteit kan worden ingezet om in de vervoersbehoefte van de bewoners én reizigers van het station te voldoen. Fietsvoorzieningen bieden ruimte voor het opschalen van pay-per-use concepten voor fietsklemmen..
Suggesties voor normen
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
Knooppunt Leiden Centraal
2- Neutraal
Bij Knooppunt Leiden Centraal wordt ingezet op grondstoffenbesparing, door bij de bebouwingen in de openbare ruimte multifunctioneel ruimtegebruik te stimuleren. En te werken met halfopen/poreuze stenen voor het wegdek.
Geen norm beschikbaar, wel kan gebruik worden gemaakt van de door het CB’23 ontwikkelde meetmethode voor circulariteit.
MPG enkel toepasbaar voor kantoren en woongebouwen
1- Positief
2-Neutraal
3- Negatief
Circulariteit
Synergie met andere bouwstenen
Knooppunt Leiden Centraal
Nieuwe verdien-modellen
Grondstoffen-besparing
Mobiliteit: Deelmobiliteitsconcepten met pay-per-use modellen.
Klimaatadaptatie: (half)open verharding bespaart grondstoffen en werkt positief op de bouwsteen water robuust.
Hernieuwbare materialen
Grondstoffenbesparing door recycling
Remontabelheid
Klimaatadaptatie: 1 op 1 hergebruik van het bestaande wegdek, grotendeels geasfalteerd en versteend, staat op spanning met hittebestendigheid.
Spanningen met andere bouwstenen
• • Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
Direct hergebruik door urban mining
•
MaaS Deelmobiliteitshub voor fietsen en elektrische voertuigen Lease concepten of terugname garanties fietsenrekken.
• •
Multifunctioneel ruimtegebruik, bv plantenbakken gebruiken als zitmeubilair.
Biobased meubilair op Schiphol airport, gemaakt van vezels van miscanthus dat tevens wordt gegroeid op het grondgebied van Schiphol.
• •
Hergebruik van meubilair en de fietsenstalling. •
Gebruik van staal en beton met een hoog percentage gerecyclede grondstoffen. Bestrating van sloopafval
•
Samenwerking met Sweco op het gebied van materiaalpaspoorten voor de Openbare Ruimte.
Duurzame mobiliteit
Knooppunt Leiden Centraal
Zero-emissie
Transit Oriented Development
Deelconcepten/ MaaS
Actieve mobiliteit
Auto
Logistiek
4- Onderscheidend
4- Onderscheidend
4- Onderscheidend
4- Onderscheidend
4- Onderscheidend
4- Onderscheidend
Het Stationsgebied is het toonbeeld van TOD en moet voldoen aan alle logische facetten die daar bij passen.
Deelconcepten / MaaS is voor het gehele stationsgebied al de logische stap. Bij Leiden Centraal komt het allemaal samen. Daar moeten dan ook de onderscheidende maatregelen voor getroffen worden.
In het gebied moet fietsen en wandelen gestimuleerd worden. Dit moet onderscheidend zijn in de stedenbouwkundige opzet, bij voorkeur in combinatie met groen.
Bij Knooppunt Leiden Centraal is er geen ruimte voor de auto. Daarin is Leiden Centraal ook onderscheidend.
Leiden Centraal moet op innovatieve wijze en zeroemissie bevoorraad worden.
Suggesties voor normen
100% EV voertuigen (taxi’s, bussen, logistiek)
Aansluitende modaliteiten in de keten zo dichtbij mogelijk bij het station zelf.
Actieve (deel)mobiliteit zichtbaar (maar onder maaiveld in hubs) en dichtbij station. Deelconcepten dienen te voldoen aan open standaarden voor implementatie MaaS.
Parkeernorm 0. Enkel ruimte voor Zero-Emissie OV, taxivervoer en logistiek.
Ingroeimodel: (1) Zero emissie logistiek hele dag welkom, fossiel enkel op momenten aan begin/einde dag. (2) Daarna opschalen naar 100% EV.
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
3- Negatief
2- Neutraal
3- Negatief
2-Neutraal
2-Neutraal
Prioriteringsniveau
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Het Stationsgebied moet bekend staan om het feit dat er alleen wordt gewerkt met Zero-emissie modaliteiten. Van elektrische taxi’s en bussen tot aan de bevoorrading van het gebied.
2- Neutraal
Duurzame mobiliteit Zero-emissie
Synergie met andere bouwstenen
Spanningen met andere bouwstenen
Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
Duurzame energie: vehicle-to-grid laadinfra gebruiken om geparkeerde voertuigen in te zetten als buffer/opslag voor opvangen pieken/dalen elektriciteitsnet.
Knooppunt Leiden Centraal Transit Oriented Development
Deelconcepten/ MaaS
Vitaliteit: actieve mobiliteit draagt bij aan het fysiek functioneren. Klimaatadaptatie/ biodiversiteit: door actieve mobiliteit kan er meer ruimte ontstaan voor klimaatadaptatie en biodiversiteit.
Vitaliteit: goede aansluiting van ketens, bevordert het gebruik van de combinatie van OV, fietsen en lopen t.o.v. autogebruik.
Duurzame energie: snelladen van bussen en taxi’s zorgt voor zeer hoge extra pieken op het elektriciteitsnet.
Klimaatadaptie: Beperkte ruimte voor hubs
•
•
•
Zero-emissie milieuzones (Amsterdam / Arnhem) Snelladers op standplaats (Amsterdam CS)
•
Geïntegreerde grote fietsstalling (Station Utrecht CS)
Actieve mobiliteit
• •
OV-fiets en overige aanbieders Deelauto’s (diverse aanbieders) MaaS-aanbieders (o.a. uit Maas-pilots)
Auto
Logistiek
Duurzame energie: vehicle-to-grid laadinfra gebruiken om geparkeerde voertuigen in te zetten als buffer/opslag voor opvangen pieken/dalen elektriciteitsnet.
Duurzame energie: laden EV’s kan ook voor extra pieken op het elektriciteitsnet zorgen. Logistieke voertuigen zullen meer willen snelladen i.v.m.. hoge aantal km’s per dag, zorgt voor hoge pieken op het elektriciteitsnet.
• •
Shared public space (Stationsgebied Amsterdam) Ruimte voor wandelen (Stationsgebied Utrecht)
• • •
Afvalhelden LogiKonnekt Lesgo
Vitaliteit
Prioriteringsniveau
Knooppunt Leiden Centraal Sociaal maatschappelijk participeren
Mentaal welbevinden
Fysiek functioneren
Toegang tot (basis) voorzieningen
Kwaliteit van de leefomgeving
Ruimte voor zingeving
2 - Basis
2 - Basis
2 - Basis
3 - Heeft prioriteit
3 - Heeft prioriteit
1 – Wettelijk minimum
De toegang tot voorzieningen heeft bij knooppunt Leiden Centraal prioriteit. Het is een knooppunt waar verschillende vervoersmodaliteiten samenkomen, waardoor de verschillende voorzieningen goed bereikbaar zijn. Op het station zelf zijn ook tal van voorzieningen aanwezig, zoals horeca en winkels.
Knooppunt Leiden Centraal wordt dagelijks door duizenden mensen bezocht. Het is het visitekaartje van de stad. Om deze redenen is een hoge kwaliteit van de leefomgeving van belang. Daarnaast verbindt het knooppunt de historische binnenstad met het Leiden Bio Science Park. Het gebied moet functioneel én aantrekkelijk zijn. Het gebied kan aantrekkelijk worden gemaakt door het plaatsen van groen, water en kunst en het tegengaan van leegstand.
3- Negatief
3 - Neutraal
Onderbouwing van het prioriteringsniveau
Knooppunt Leiden Centraal is de plek waar duizenden mensen per dag elkaar passeren. Vanwege de goede bereikbaarheid met het OV, de fiets en ter voet is het een ideale ontmoetingsplek. Daarom dient er ruimte gecreëerd te worden voor bijvoorbeeld zakelijke ontmoetingen. Hiervoor is de ruimte echter beperkt. De koppeling van het busstation met het NSstation zou extra ruimte kunnen bieden.
Het is van belang dat het knooppunt bijdraagt aan het mentaal welbevinden van reizigers. Zij moeten met een prettige ervaring in het stationsgebied hebben. Echter heeft dit thema geen prioriteit in dit gebied maar kan de markt wel worden uitgedaagd om hier rekening mee te houden
De mogelijkheden voor sport- en speelplaatsen zijn in het knooppunt Leiden Centraal zeer beperkt. Het gebied is vooral gericht op een goede en prettige doorstroom van reizigers. Wel is er aandacht voor wandelen en fietsen. Het knooppunt wordt autoluw ingericht, met ruimte voor fietsers en wandelaars. Hierdoor wordt lichamelijke beweging gestimuleerd.
Financiële haalbaarheid (1 positief / 2 neutraal / 3 negatief / 4 zeer negatief)
2- Neutraal
2 - Neutraal
2- Neutraal
Door de functies van de gebouwen en de drukte door de reizigers zijn de mogelijkheden bij Knooppunt Leiden Centraal voor rust, bezinning, cultuur en educatie beperkt. Daarom wordt er op dit thema het niveau ‘wettelijk minimum’ gehanteerd.
2 - Neutraal
Vitaliteit
Knooppunt Leiden Centraal Sociaal maatschappelijk participeren
Synergie met andere bouwstenen
Fysiek functioneren
Toegang tot (basis) voorzieningen
Kwaliteit van de leefomgeving
Mobiliteit: Door het fysiek functioneren in Knooppunt Leiden Centraal te faciliteren door de aanleg van wandel- en fietspaden en fietsenstallingen, nemen de mogelijkheden voor actieve mobiliteit toe.
Mobiliteit: De toegang tot voorzieningen hangt samen met de infrastructuur en aangeboden mobiliteitsconcepten. Een fijnmazig wandelfietspatroon kan zodoende bijdragen aan actieve mobiliteit én vitaliteit.
Klimaatadaptatie: Groen en water dragen bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. Tegelijkertijd dragen groen en water bij aan klimaatadaptatie. Een groene omgeving vermindert bijvoorbeeld hittestress, dat beter is voor slaap en concentratie.
Actieve mobiliteit en stimuleren van beweging vraagt om ruimte wat ten koste gaat van andere ruimtevragende aspecten zoals de auto en logistiek en duurzame energie opwek.
Spanningen met andere bouwstenen
Richtinggevende (praktijk)voorbeelden
Mentaal welbevinden
• •
Bankjes in de openbare ruimte/stationshal Horecagelegenheden
•
Wandelpaden, fietspaden, fietsenstalling
• •
Groene gevels Water in de openbare ruimte (Arnhem Centrum)
Ruimte voor zingeving
M-kavels- Morspoortterein
De prioriteitenmix voor de 6 duurzaamheidsthema’s
Heeft prioriteit
Voor dit onderdeel wordt meer gedaan dan wettelijk minimum. Wat dit is, dat is een gesprekspunt met de markt.
2
Voor dit onderdeel volstaat wat wettelijk noodzakelijk is. Extra maatregelen zijn “nice to have”