CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

210038 Bijlage 1 Gebiedsvisie Stationsgebied

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 18 mei 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Bijlagen19.141 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Privé automobiliteit en logistiek De Leidse Ring Noord (LRN) is in de belangrijkste drager van het interne autonetwerk van de stad en zorgt voor een goede autobereikbaarheid. Vanaf de Leidse Ring Noord zijn de bestemmingen en parkeerlocaties in het stationsgebied bereikbaar.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Het stationsgebied, het Morspoortterrein, de Connexxionlocatie en de binnenstad worden autoluw, waardoor extra ruimte ontstaat voor lopen, fietsen en vergroening. De kleine Leidse straatjes krijgen een klinkerbestrating van gevel tot gevel, zoals dat ook in de historische binnenstad is terug te vinden, en geen aparte rijbaan voor auto's. Ze zijn toegankelijk voor bestemmingsverkeer, hulpdiensten, verhuizingen en logistieke diensten, zoals pakketbezorgers.

45

Logistiek in het stationsgebied

46

Laden en lossen De logistiek van de nieuwe bebouwing wordt inpandig opgelost en is zo min mogelijk zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Ingangen van de logistieke ruimten, zoals magazijnen en opslagruimtes, worden zo geplaatst dat vrachtverkeer via korte rijroutes haar bestemming kan bereiken. De Stationsweg is open voor logistiek verkeer voor de bevoorrading van winkels op de Stationsweg. De gemeente maakt afspraken met de winkeliers over het gebruik van kleine voertuigen (kleinste maat vrachtwagen of bestelbus) en stelt zogenaamde venstertijden in, die voorkomen dat logistiek verkeer zich tijdens de spits en winkelopeningstijden in het stationsgebied bevindt.

Parkeren In het toekomstige stationsgebied kan zeer beperkt (langs de Morssingel) op straat geparkeerd worden. Parkeerplaatsen worden voor het grootste deel ondergebracht in gebouwde parkeergarages. Er kunnen voor mindervaliden parkeerplaatsen op straat gemaakt worden, als andere vormen van toegankelijkheid ontoereikend zijn. De omvang van de parkeergarages is passend bij de voor het gebied afgegeven parkeernormen. Het grootste aanbod van parkeerplaatsen bevindt zich momenteel in het Morssingelblok en op het Morspoortterrein. Op het Morspoortterrein is een reservering opgenomen voor een parkeervoorziening. Nader onderzoek is nodig om de precieze omvang en inpassing van het aantal parkeerplaatsen te bepalen.

Logistieke routes

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Verkeersstromen Als het doorgaand autoverkeer op de Morsweg en de Rijnsburgerweg verminderd wordt, biedt dat het stationsgebied veel kansen. Fietsers en voetgangers krijgen zo meer ruimte, kruispunten worden overzichtelijker en minder belast. Deze straten worden door deze ingreep verkeersveiliger. aantrekkelijker. Er ontstaat meer ruimte voor groen ingerichte straten en de belasting van verkeersgeluid en -uitstoot vermindert. De mogelijke verdrijvingseffecten van autoverkeer naar andere plekken moet verder onderzocht worden, evenals de concrete maatregelen waarop deze ingreep vormgegeven kan worden. De versterking van de noord-zuid verbinding op het LBSP en verschillende aansluitingen op de Leidse Ring Noord kunnen niet los van elkaar gezien worden.

47

Caption text Impressie Stationsplein Zeezijde en Bargelaan

48

49

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Bouwenveloppen, rooilijnen en straten

50

5.2 De gebouwen in het stationsgebied

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Uit het oogpunt van duurzaam ruimtegebruik, het maximaal benutten van de ligging nabij het Knooppunt Leiden Centraal, het aanbieden van voldoende nieuwe woningen en werkplekken én het bijdragen aan de levendigheid van het stationsgebied, is er een intensief bouwprogramma voor het stationsgebied samengesteld. Voor de kern van het stationsgebied (Rijnsburgerblok, Morssingelblok, Buslocatie en Trafolocatie) wordt voor dit programma een bijzonder gebouwtype voorgesteld. We noemen dit type: sokkel en bovenbouw. Door dit gebouwtype kunnen kleinschalige straten hand in hand gaan met een fors bouwprogramma.

51

Bouwhoogte exclusief bovenbouwen

52

Tien tot zestien meter hoge sokkels (drie à vier verdiepingen) vormen de straatwanden. Bovenop elke sokkel komen één of meer bovenbouwen, die terug liggen ten opzichte van de straatgevels. Zo ontstaat er, in aanvulling op de bestaande Stationsweg en Schipholweg, een netwerk van kleine straten (de Leidse straatjes) van 10 tot 12 meter breed, die in schaal aansluiten op de historische binnenstad. De straten krijgen veel licht, de warmte van de zon is voelbaar. De hogere bovenbouwen zijn minder zichtbaar vanuit de openbare ruimte. In vaktermen wordt dit terug liggen een ‘setback’ genoemd. De bovenbouwen staan onderling op voldoende afstand. Uitzicht, zonlicht en privacy van de woningen, buitenruimten en kantoorruimte zijn daardoor gewaarborgd.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

In de plinten van de sokkels is ruimte voor wonen en werken, maar ook voor andere functies, vooral langs de doorgaande straten (o.a. de Stationsweg) en de pleinen. Het Stationsplein aan de centrumzijde wordt omringd door horeca, een bioscoop en een supermarkt. Langs het Ballonpad liggen op de begane grond de lobby en het restaurant van een hotel.

53

Bouwhoogte bovenbouwen

54

De hoogte van de bovenbouwen varieert van 70 meter hoog, langs het spoor en aan het Schuttersveld, tot 30 meter aan de binnenstadzijde. De overgang van nieuwe bebouwing naar de bestaande lagere bebouwing langs de singel en in de historische binnenstad is geleidelijk uitgevoerd.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Op twee plekken worden andere gebouwtypes voorgesteld. In het Morspoortterrein wordt de basis gevormd door bouwblokken met groene binnenhoven, waarvan het middelste blok een hoogteaccent heeft. Langs het spoor kan het sokkel-bovenbouw type nog eenmaal terugkeren. Op de Connexxionlocatie is een autovrije straat bedacht, met aan weerszijden (voornamelijk) woningbouw. Aan de zijde van de Boerhaavelaan worden de woning drie en vier verdiepingen hoog. Aan de zijde van het spoor zijn de woningen vier verdiepingen hoog, met soms accenten tot zes verdiepingen.

55

Setbacks: bovenbouw springt terug ten opzichte van de onderbouw

56

De stad is ongekend populair. De vraag naar woningen en werkplekken in de grote steden in de Randstad is groot. Om op een duurzame manier aan de vraag te voldoen, is door verschillende overheden afgesproken om vooral te bouwen rondom OV-knooppunten. In Leiden worden daarom woningen, werkplekken, en voorzieningen toegevoegd rondom Knooppunt Leiden Centraal. Om de visie op het stationsgebied werkelijkheid te maken, staan de volgende stedenbouwkundige bouwstenen voor ogen.

4.1 Het stationsgebied: verantwoord ruimtegebruik, levendige stadsentree

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Bouwen in de buurt van stations is aantrekkelijk omdat het een grote bijdrage levert aan duurzame mobiliteit. Wonen en werken in de directe omgeving van een station leidt tot duurzaam reizen, vanwege intensiever gebruik van openbaar vervoer en minder autoritten binnen en naar het stations-

57

Slankheid bovenbouwen en zicht op lucht tussen de bovenbouwen

58

5.3 Slankheid en ruimte tussen torens Het stationsgebied wordt gebouwd in een relatief hoge dichtheid. Om voldoende licht en openheid in het gebied te krijgen zijn de bovenbouwen slank van vorm. Dit wil zeggen dat de bovenbouw ‘footprint’ zo slank en compact mogelijk is. Onder de footprint wordt verstaan: het bruto vloeroppervlak plus de buitenruimtes. Bovenbouwen zijn zo geplaatst dat het effect van een dichte ‘wand’ van gebouwen (waar je niet tussendoor kunt kijken) geminimaliseerd wordt. Voor de minimale afstand tussen bovenbouwen wordt 20 meter aangehouden. Bij de lage bovenbouwen aan de centrumzijde (kavels H5 en K34) kan deze afstand kleiner worden. Slankheid van de bovenbouwen en zicht tussen bovenbouwen is vooral belangrijk voor het uitzicht vanaf een aantal cruciale plekken in de omgeving: uitgang Centraal Station, route Beestenmarkt-Steenstraat, omgeving Molen de Valk, de Morspoort, aanrijroute Plesmanlaan. Als uitgangspunt voor het hele stationsgebied geldt dat de footprint van kantoor etage (bovenbouw) maximaal 900 m2 is. De footprint van een woontoren of toren met een andere functie, zoals een hotel, is maximaal 600 m2.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Beperkte uitzonderingen op deze regel zijn bespreekbaar. Van de ontwerpers wordt gevraagd verschillende oplossingen met elkaar te vergelijken. Aangetoond moet worden dat het onderste uit de kan is gehaald wat betreft slankheid en 'zicht op lucht' gezien vanaf relevante standpunten op ooghoogte (plekken in de omgeving, inclusief het centrum, waarvandaan de torens opvallend in beeld zijn). De stedenbouwkundige supervisor neemt hierover een besluit.

59

Onderzoek zichtbaarheid bovenbouwen

60

Onderzoek zichtbaarheid bovenbouwen: de onderzochte posities

Deze afbeelding toont een ‘optelsom’ van zichtbaarheid vanaf de belangrijkste zichtlijnen vanuit de binnenstad. Niet te verwarren met de bouwhoogtes voor de bovenbouw, zoals die voor de bebouwing in het stationsgebied zijn vastgelegd. Voor het stationsgebied geldt een 'getrapte' bouwenvelop met drie zones, met een hoogtebeperking van respectievelijk 30, 50 en 70 meter langs het spoor en aan het Schuttersveld.

Legenda 80-100% zichtbaar 60-80% zichtbaar 40-60% zichtbaar 20-40% zichtbaar 0-20% zichtbaar

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

De afbeelding toont ‘als dan scenario’s’. Dus: ‘als een toren zo hoog is dan is de zichtbaarheid zo groot’. De kleurstelling laat de mate van zichtbaarheid zien. Niet bezien vanuit een enkele zichtlijn, maar als een optelsom van alle zichtlijnen samen, zoals die zijn ingetekend op het bovenstaande kaartje. Groen betekent dat het bouwoppervlak nauwelijks tot niet zichtbaar is. Paars geeft aan dat het bouwoppervlak juist goed zichtbaar is. Dit laatste geldt bijna voor alle bouwhoogtes boven de 70 meter. Bouwhoogtes tot aan 70 meter zullen vanaf de historische binnenstad niet tot nauwelijks zichtbaar zijn. Vaak is een kleine verschuiving in standpunt voldoende om de zichtbaarheid sterk te wijzigen. Hogere gebouwen verdwijnen dan achter bomen of andere gebouwen, of komen juist weer tevoorschijn. Vanuit grote open ruimtes of lineaire ruimtes (gracht, singel) die 'in de richting' van het stationsgebied liggen, zal de zichtbaarheid sterker zijn.

61

Onderzoek zichtbaarheid bovenbouwen

62

Onderzoek zichtbaarheid bovenbouwen: de onderzochte posities

Legenda 80-100% zichtbaar 60-80% zichtbaar 40-60% zichtbaar 20-40% zichtbaar 0-20% zichtbaar

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Deze afbeelding toont een ‘optelsom’ van zichtbaarheid vanaf een aantal posities aan de zeezijde van het station. De afbeelding toont ‘als dan scenario’s’. Dus: ‘als een toren zo hoog is dan is de zichtbaarheid zo groot’. De kleurstelling laat de mate van zichtbaarheid zien. Niet bezien vanuit een enkele zichtlijn, maar als een optelsom van alle zichtlijnen samen, zoals die zijn ingetekend op het bovenstaande kaartje.

63

Molenbiotopen in het stationsgebied

64

5.4 Molenbiotoop In het Singelpark, aan de rand van het plangebied, staan de molens ‘De Valk’ en ‘De Put’ langs de Leidse singel. De twee molens hebben een cultuurhistorische waarde en een maatschappelijke functie. ‘De Valk’ als molenmuseum en ‘De Put’ als werkende graanmolen, waar eigen gemaald meel wordt verkocht. Ook zal staan de molens net buiten het projectgebiedsvisie, de ontwikkelingen in het stationsgebied hebben invloed op de zogenaamde molenbiotoop; de leefomgeving van deze molens. Ze verdienen een respectvolle aanpak.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

In overleg met de provincie en de eigenaren van de molens worden afspraken gemaakt op welke wijze de waarden van de molenbiotopen worden geborgd.

65

Caption text Plankaart Stationsgebied

66

67

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

T EP C N O C

6

PLEK VAN ONTMOETING

“Ik wens vooral een plek in het stationsgebied voor kunst van en/of podium voor jonge kunstenaars om zo het gebied vrolijker en levendiger te maken. En om met kunst ook de Leidse identiteit te laten zien. “

Het stationsplein staat voor ontmoeten. Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt, in het stationsgebied word je gastvrij en vriendelijk ontvangen. Er is hier altijd wat te doen en een ontmoeting, spontaan of op afspraak, is hier meer dan vanzelfsprekend. De omgeving is toegankelijk ingericht en heeft een bruisende uitstraling. Het is er levendig, gezellig en er heerst een en al bedrijvigheid.

Een levendige, groene openbare ruimte

6.1 Openbare ruimte

Bij het vergroenen van het stationsgebied wordt aandacht besteed aan een scala aan plekken en ruimtes: •

• •

de groene omkadering van het stationsgebied van de Plesmanlaan, het Schuttersveld, de Rijnsburgerweg en de Singel wordt uitgebreid met de Bargelaan, Schipholweg en de Stationsweg de twee stationspleinen, de entrees van de stad, worden bijvoorbeeld omzoomd met bomen; kunst, in de vorm van objecten in de openbare ruimte, zal een plek krijgen in de pocketparkjes. De pleinen en in de straatjes worden zo min mogelijk gebruikt voor het plaatsen van objecten. Bestaande en nieuwe gebouwen kunnen verrijkt worden met kunst en ornamenten, waarbij de rijke historie van Leiden een bindend thema kan zijn

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Bij de herinrichting van het stationsgebied wordt daarom veel aandacht besteed aan de openbare ruimte. Naast een ruim aanbod van nieuwe woon- en werkplekken worden de straten, pleinen en parkjes in het gebied vernieuwd en opnieuw ingericht. Een andere lang gekoesterde wens van de stad Leiden gaat ook daarmee in vervulling: het maken van een veel groener stationsgebied. Het groen in het stationsgebied stimuleert de toegankelijkheid en maakt het verblijf aldaar aantrekkelijk. Het wordt een vanzelfsprekendheid om hier met elkaar af te spreken. Schaduwplekken brengen verkoeling op hete dagen en de zonliefhebbers komen ook aan hun trekken.

De vergroening van het stationsgebied dient dus twee doelen. Allereerst het maken van een aantrekkelijke, schaduwrijke openbare ruimte, waar mensen elkaar ontmoeten en zich prettig voelen en waar ze graag willen lopen, fietsen en verblijven. Het andere doel is het maken van groene ruimte met een hoge ecologische waarde, zodat er aantrekkelijke leefgebieden (biotopen) ontstaan, waar flora en fauna elkaar ontmoeten en ‘hand in hand’ samen gaan.

Openbare ruimten in het stationsgebied

69

Vergroening van het stationsgebied

70

•

• • •

uitbreiding van buurtparkjes en -pleinen in het Morssingelblok, op de kop van de Morsingel (waar het kunstwerk ‘Vierkant in Vierkant’ staat) op het Morspoortterrein en in het Rijnsburgerblok een groene inrichting met geveltuintjes en bomen van de kleine straatjes in het nieuwe stationsgebied de daken van alle laagbouw worden vergroend en ingericht op ‘slim watergebruik’ verticaal groen bekleed gedeeltelijke de gevels van nieuwe gebouwen.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Er is extra inspanning nodig om te vergroenen op de met rode stip aangeduide plekken in verband met beperkte ondergrondse ruimte.

71

Een groen raamwerk van ‘grote straten' Het stationsgebied is omsloten door een groene hoofdstructuur, bestaande uit de singels en de grote profielen Plesmanlaan, Schuttersveld en Rijnsburgerweg. Deze drie straten maken onderdeel uit van de aanpak voor de 'Leidse Lanen'. Waar de lanen overlappen met het stationsgebied worden de bermen maximaal vergroend en, waar mogelijk, bomen toegevoegd. In het plan voor het stationsgebied worden Bargelaan, Schipholweg en Stationsweg aangesloten op de groene structuur en verder vergroend met als doel een betekenisvolle en aantrekkelijke groene en ecologische aansluiting op de hoofdstructuren te creëren. De singels zijn een krachtig beeldmerk van Leiden, een kroonjuweel van de Leidse stadsecologie. De singeloevers krijgen internationale allure door een parkachtige transformatie waar de Leidenaar kan flaneren en ontmoeten. Dit zogenaamde ‘Singelpark’ is al deels gerealiseerd en groeit uit tot een robuust element in de groene, ecologische stadsstructuur. Het aanpassen van de oevers biedt ook kansen om extra open water te creëren, met respect voor de huidige recreatieve functie.

Conform het ‘Beeldkwaliteitsplan Singelpark’ en het handboek ‘Kwaliteit Openbare Ruimte’, worden oevers van de Morssingel en Rijnsburgersingel toegevoegd aan de wandelpromenade ‘Singelpark’. De wallekanten krijgen een ecologisch waardevolle, groene beplanting. De blauw-groene structuur van het Singelpark krijgt via Schuttersveld, Stationsweg en Morssingel een sterke verbinding met het stationsgebied. De vergroeningsplannen voor het stationsgebied liften mee met én dragen bij aan de groene ambitie voor het Singelpark.

Rust en ontmoeting: buurtparkjes en buurtpleinen Het Morspoortterreinpark, het Morssingelblokpark en de Ballontuin worden elk van een eigen parkje voorzien. In deze buurtparkjes staan rust en (spontane) ontmoeting centraal. Het Morspoortterreinpark is een mooi groen park op de overgang tussen nieuwe bebouwing en Transvaal. Het wordt een veelzijdig parkplein met speel- en sportruimte, rustige zitplekken, een rijke beplanting en mogelijk een (ondergrondse) waterberging. Het nieuwe park in het Morssingelblok wordt meer toegankelijk en aantrekkelijker gemaakt. In het hart van het blok blijft het bestaande parkje behouden.

Van:

Aantrekkelijk wandel- en recreatiegebied (Singelpark Leiden, impressie) Naar:

72

De groene Singel: een robuust element in ecologische stadsstructuur

Beplanting verhoogt de biodiversiteit (Rijnsburgersingel, Leiden)

Het krijgt een lichte make-over met een ecologische passende groene inrichting, zitplekken en sportspelvoorzieningen. De Ballontuin is een intiem nieuw parkje grenzend aan het Ballonpad. Het wordt ingericht om in de directe nabijheid van het drukke OV-knooppunt een stille plek te maken waar het heerlijk rustig zitten is en waar je elkaar in alle rust kan ontmoeten. Op de kop van de Morsingel, tegenover het Museum van Volkenkunde, wordt een grote open groene ruimte gemaakt met veel aandacht voor kruiden en grote bomen, passend bij de signatuur van het Singelpark. Inrichting en ontwerp worden afgestemd aan de aanwezigheid en zichtbaarheid van het kunstwerk ‘Vierkant in Vierkant’.

De stationspleinen: de groene, levendige entrees van de stad De twee stationspleinen zijn belangrijke entrees van de stad. Het zijn pleinen waarmee de stad zich bij binnenkomst laat zien, aan haar bewoners, gebruikers en bezoekers. Zij geven de eerste indruk van de stad, die in de toekomst veel groener wordt dan nu het geval is. En ook veel levendiger: de stationspleinen worden de centrale pleinen in het gebied, waar levendigheid en

ontmoeting centraal staat. De vergroening staat daar ten dienste van. Voor het Stationsplein Centrumzijde is een karakteristieke trechtervorm bedacht, met aan de zijde van het busstation en het taxipallet een pleinwand, die de route naar het centrum via de Stationsweg mooi inleidt. Deze bijzondere pleinvorm splitst het plein in twee zones: het vierkante deel tussen busstation en taxipalet, en een taps toelopend deel richting Stationsweg. In de verdere uitwerking kan het vierkante deel aan drie zijden omzoomd worden met bomen: langs het busstation, Stationsweg en taxipalet. Het taps toelopende deel krijgt een bomenrij, die de logische verlenging kan worden van de bestaande bomenrij aan de Stationsweg. Natuurlijk wordt ook rekening gehouden met de jaarlijkse viering van Leidens Ontzet, op 3 oktober bij de herinrichting. Het moet sowieso mogelijk zijn om in de toekomst de Leidse kermis op het Stationsplein en de Stationsweg in volle glorie op te tuigen. Voor het plein bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) moet een keuze gemaakt worden over de inrichting van wat nu nog het taxipalet is. Hier kan een grote bovengrondse fietsenstalling gemaakt worden met bijzondere gevels (een mooi kunstwerk,

Van:

Groene oase in de stad (St. Andrews, Bromley-by-Bow, Londen)

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Naar:

Buurtparkjes: ruimte voor ontmoeten en bewegen en ecologie

Ontmoetingsplek voor de buurt (Norrebrohus, Kopenhagen)

73

een watergordijn, een dynamische lichtgevel of een combinatie van dit alles). Een alternatief is om op zoek te gaan naar een andere locatie voor het tekort aan fietsenstallingen (ondergronds of onder het spoor) en op de plek van het taxipalet een stationspark aan te leggen met een theehuis of koffiebar als ontmoetingsplek. In hoofdstuk 6 worden de zes deelgebieden in het stationsgebied Leiden verder toegelicht. De grootte, de soortkeuze en de inpassing van de bomen op de stationspleinen is onderwerp van nadere uitwerking, waarbij de ruimte voor wortelgroei bijzondere aandacht vraagt: de ondergrond ligt immers vol met obstakels (de Schipholweg-tunnel, ondergrondse bouwdelen en kelders en vitale kabels en leidingen). Bij de uitwerking zal ook blijken of er ruimte is voor boomspiegels, open grond rond de bomen met beplanting of nog meer plantvakken. Het Stationsplein Zeezijde (aan de kant van het LUMC) is aan twee kanten omsloten door de stoere gebouwen, ‘Level’ en ‘De Kijker’. Deze gebouwen krijgen voorlangs een rij van bomen. Hoewel de pleinen aan centrum- en zeezijde heel verschillend zijn, is het plan om ze in te richten met dezelfde 3-zijdige boomaanplant. Het plein kan door de ondiepe ligging van de stallingsgarage tot de keuze leiden voor groenvakken met zitranden, zodat

bomen extra wortelruimte krijgen. Dit dient nader onderzocht te worden. De boomaanplant langs de Bargelaan vormt de derde 'groene rand' van het stationsplein aan de kant bij het LUMC. Het is het voornemen het plein aan te sluiten op de voorziene ‘Hartlijn’, de groene landschappelijke wandelroute die de toegang vormt van het LBSP. De bermen kunnen verder voorzien worden van een kruidenrijke vegetatie, die aansluit op de medicinale beplanting van de ‘Hartlijn’.

Bargelaan De Bargelaan vormt de verbinding tussen het LUMC en de Rijnsburgerweg en is de entree vanuit de OV knooppunt naar het LBSP. Aan het stationsplein ligt het ‘Level’gebouw, dat onder andere het stadskantoor huisvest. Op de Bargelaan ligt een veelheid aan opgaves en ruimteclaims, die elk om specifieke aandacht en een samenhangende aanpak vragen. De Bargelaan zal ruimte moeten bieden aan grote stromen voetgangers, fietsers, bussen en kiss and ride en zal een herkenbaar entree van het LBSP worden. De Bargelaan zal vergroenen, waarbij wordt aangesloten op de bestaande groenstructuren van het TerWeepark, de Rijnsburgerweg en de in aanleg zijnde hartlijn vanuit het LBSP.

Van:

Plein omzoomd door bomen (Parade plein, s’Hertogenbosch) Naar:

74

Vergroening van het stationsplein Centrumzijde en de Stationstraat

Zitplekken op het plein (Eibikon town centre)

Met name door een gezellig stationsplein, de goede oversteekbaarheid van rijbanen en de verzorgde loopverbinding naar het LUMC gaat ook hier de voetganger voorop.

Om de doorstroom van het verdere verkeer op de Bargelaan te bevorderen zullen bestaande bushaltes een plek naast de rijbaan moeten krijgen, in plaats van op de rijbaan.

Het aantal voetgangers zal komende jaren stijgen, met de groei van het LBSP en de verwachte toename van het OV gebruik. De oversteekbaarheid van de Bargelaan en de bereikbaarheid van het LUMC en de toegang tot het LBSP voor de voetganger krijgt prioriteit nummer 1 bij de herinrichting. Met de toename van het aantal OV gebruikers is ook een uitbreiding van de entree van het NS station op deze plek in de nabije toekomst te verwachten.

De Kiss and Ride zal ook in de toekomst een plek op de Bargelaan behouden. Een secure inpassing is noodzakelijk, waarbij het busverkeer zo min mogelijk last zal hebben van het Kiss and Ride verkeer. Uiteraard moet de ‘Level’-garage ook goed bereikbaar blijven in de nieuwe plannen. Dit autoverkeer gaat mee met het busverkeer.

Met de groei van het aantal reizigers en met de groei aan woningen en bedrijvigheid binnen het LBSP is aan deze kant van het spoor een dringende behoefte aan uitbreiding van het aantal fietsstallingsplekken. Ondergrondse uitbreiding van de huidige de zeezijde stalling behoort tot de mogelijkheden, waarbij de entree van de stalling verlegd zal worden en het aantal overstekende fietsers op de Bargelaan geminimaliseerd wordt. Met het verleggen van dit entree ontstaat er ook meer ruimte op het stationsplein. Met het verleggen van de busroutes zal het aantal passerende bussen op de Bargelaan toenemen.

De Leidse straatjes De smalle straten in het plan voor de herinrichting van het stationsgebied, de zogenaamde Leidse straatjes (10-12 meter breed), zijn geïnspireerd op de vele smalle woonstraten in het historisch centrum van de stad. Deze straatjes worden gekenmerkt door boomaanplant en geveltuinen en door een gevel-tot-gevel bestrating van rode klinkers. Bewoners van de woningen aan de straatjes kunnen ondiepe geveltuintjes aanleggen (in de volle grond of met potplanten en -struiken). Ook wordt het toegestaan om meubilair tegen de gevel te plaatsen. De straatjes krijgen hierdoor een bijzondere, groene en intieme sfeer, die goed past bij het persoonlijke centrumkarakter van Leiden.

Van:

Geveltuin (Wevelgem)

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Naar:

Vergroening van de ‘Leidse straatjes’

Leids straatje

75

Een mix van woningen, kantoren en voorzieningen.

76

Daken en gevels De daken van de laagbouw in het stationsgebied worden deels ingericht als buitenruimte voor de bewoners en werknemers in de bovenbouw. Hier kunnen zij elkaar ontmoeten, kennis uitwisselen en samen genieten. Het grootste deel van het dakoppervlak wordt groen ingericht, met oog voor de stedelijke ecologie, die ondersteund wordt door het dakontwerp en de beplantingskeuze. Door te kiezen voor een uitgekiende opbouw van het dakpakket (aarde- en waterberging) zullen de daken bijdragen aan een robuuste groenstructuur in het stationsgebied en een rol spelen in het waterbeheer.

6.2 Toegankelijkheid Bij de inrichting van de openbare ruimte en de gebouwen in het stationsgebied wordt de toegankelijkheid voor mensen met een beperking gewaarborgd. Er komen logische, goed beloopbare routes van en naar de OV knoop. De route naar de binnenstad gaat aangeduid worden als een geleideroute, zowel tactiel als visueel waarneembaar. In de uitwerking van de pleinen en straatjes worden niveauverschillen en obstakels geminimaliseerd. Hetzelfde geldt voor de pocket parken (mini-parkjes). Ze worden goed toegankelijkheid, zodat iedere gebruiker hier aangenaam kan verpozen.

6.3 Programma

Legenda wonen werken overig max bouwenvelope

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Leiden en de regio hebben een grote woningbouwopgave uit te voeren. De krapte op de woningmarkt is groot. Het stationsgebied van Leiden is door de regio Holland Rijnland aangewezen als dé plek waar kantoren zich mogen ontwikkelen in de regio. Knooppunt Leiden Centraal is vanwege de ligging, zowel regionaal, nationaal als internationaal aantrekkelijk als kantoorlocatie.

77

Met andere overheden zijn afspraken gemaakt dat de nieuwbouwplannen, op het gebied van wonen, werken en voorzieningen, zoveel mogelijk binnen de stadsgrenzen en vlakbij hoogwaardige openbaar vervoer plekken wordt ingepast. Het stationsgebied Leiden is bij uitstek de plek voor het toevoegen van woningen en kantoren. Daardoor wordt het mogelijk het waardevolle groen aan de randen van de stad te behouden. Hierna worden de verschillende onderdelen van het programma verder toegelicht.

Wonen Leiden is een stad voor en van iedereen, dat betekent dat we bij het woonprogramma rekening houden met alle doelgroepen. De woningbouw in het stationsgebied wordt gemengd, er komen zowel sociale woningbouw als duurdere woningen in meerdere soorten en maten. Het streven is gemengde wijken op stadsniveau te realiseren.

Kantoren post-corona In 2020 heeft het thuiswerken als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus een grote vlucht genomen. Ook in de toekomst zal naar verwachting meer dan voorheen thuisgewerkt worden. De plannen voor stationsgebied Leiden bieden voldoende flexibiliteit om de veranderingen van wonen en werken op te vangen. In het stationsgebied kan goed ingespeeld worden op de nieuwe behoeften en maatregelen. Toekomstbestendige kantoren, gelegen op goed met openbaar vervoer bereikbare locaties, blijven in trek als werklocatie. Landelijke vastgoed adviseurs (JLL, Cushman & Wakefield, CBRE, Colliers International) geven in rapporten aan dat Leiden zowel voor als na corona een aantrekkelijke vestigingsplaats blijft voor kantoren.

Overige functies Het stationsgebied is gastvrij. Iedereen voelt zich welkom door de open en vriendelijke houding van de Leidenaar, de comfortabele openbare ruimte die je verleidt om verder het gebied en de stad in te trekken. In het stationsgebied is een diversiteit aan voorzieningen die bijdragen aan een bruisend verblijfsgebied.

Van de totale woningbouwopgave tot 2030 dient ten minste 30% sociale huur te zijn. Tot 2040 groeit het aantal alleenstaande als samenwonende ouderen sterk. Daarom worden gelijkvloerse woningen voor ouderen gebouwd met liften, die ook geschikt zijn als woonruimte voor bijvoorbeeld starters of kleine gezinnen.

Kantoren De stad Leiden heeft een sterke (regionale) aantrekkingskracht. Het stationsgebied is bij uitstek een locatie waar ruimte is voor extra kantoren om aan de vraag naar kantoren te voldoen. In de Regionale Kantorenstrategie Holland Rijnland is de behoefte van het aantal vierkante meters kantoren vastgelegd.

Passende horecavoorzieningen zijn essentieel om de levendigheid in het stationsgebied te bevorderen en de ontmoetingen tussen de bezoekers van het gebied te stimuleren. Ook is uitbreiding van een gepast winkelaanbod een welkome aanvulling. Niet concurrerend met de middenstand van de binnenstad, maar met een toegevoegde waarde richting gezondheid en duurzaamheid.

SP2020, overzicht programma (90%

Uit onderzoek blijkt dat in de spoorzone (omgeving Schipholweg, het stationsgebied en het Vondelkwartier) behoefte is aan 90.000 m2 extra kantoorruimte, H1 waarvan ca. 60.000 m2 in het stationsgebied.

H K125 Door de centrale ligging van Leiden in de Randstad K34 B1 is het stationsgebied aantrekkelijk voor nationale T12 en internationale (kennisgerelateerde) bedrijven. De M123 doorontwikkeling van het innovation district LBSP leidtC

tot banengroei, verdichting, meer functiemenging en ruimte voor ontmoeten. Door de uitstekende ligging en OV bereikbaarheid biedt het stationsgebied kansen voor kantoorhoudende bedrijven die de bedrijvigheid op het LBSP een impuls geven. Daarnaast is er ruimte voor kantoorconcepten voor zowel de zakelijke dienstverlening en als de kenniseconomie branche.

De Geus Morssingelblok De Lorenz + K5 Octagon Buslocatie (max) Trafolocatie Morspoortterrein Connexxionlocatie

WONEN WERKEN OVERIG* TOT ex P** m2 m2 m2 9,900 9,900 19,800 21,600 3,600 6,300 30,600 15,300 18,000 2,700 36,900 6,300 13,500 18,900 8,100 17,100 1,800 26,100 19,800 27,900 1,800 49,500 30,600 8,100 38,700 18,000 1,800 19,800

Totaal

129,600

65,700

45,000 240,300

*Overig: voorzieningen, retail, leisure, hotel/conf. en inpandige fietsenberging **Gebouwd parkeren (inpandig en/of ondergronds) is niet opgenomen in de tabel ***De tabel bevat afgeronde getallen, daarom komt het totaal niet overeen met de som van de totalen per deelgebied

Indicatief overzicht van de omvang van het te realiseren programma

De huidige dagelijkse winkels Jumbo, Aldi en Kruidvat kunnen versterkt, dan wel vernieuwd, terugkeren in het gebied.

De bovenbouwen zijn geschikt voor kantoren en middeldure huur- en koopwoningen, met op de hogere bouwlagen vrije sectorwoningen.

In het stationsgebied is ook behoefte aan maatschappelijke functies, die vooral in het Vondelkwartier en het Schipholweggebied een plek krijgen. Er is behoefte aan kinderopvang, ontmoeting (jeugd- en jongerenwerk en welzijnswerk) en voldoende speelruimte. Onderdeel van de woonopgave is ook huisvesting voor bijzondere doelgroepen.

Connexxionlocatie

In het Leidse stationsgebied zijn regionale afspraken gemaakt voor de realisatie van een kantoorprogramma van ca. 60.000m2. In de ‘Woonvisie’ is opgenomen dat van het nog te realiseren woningbouwprogramma er minimaal 30% sociale woningbouw moet worden gerealiseerd. De plaats van deze functies ligt niet vast en zal gedurende de realisatie van het plan uitkristalliseren. Het gemeentelijke projectteam zorgt er, samen met projectontwikkelaars, voor dat deze ambities worden gerealiseerd. Het stationsgebied heeft omvangrijke bezoekersstromen en kent een hoge dynamiek. Het programma zet in op een gebied met een sterke menging door een complementaire mix van functies die elkaar versterken.

6.4 Deelgebieden Het stationsgebied Leiden is onderverdeeld in vijf deelgebieden, elk met hun eigen signatuur en behoefte aan verbetering. De herinrichting van alle deelgebieden wordt nauwkeurig op elkaar afgestemd. Elk deelgebied ondersteunt op zijn eigen manier de missie om een volwaardig en kwalitatief hoogwaardig stationsgebied van de toekomst te garanderen. Dit zijn de toekomstplannen van de deelgebieden:

Morssingelblok Het eerste bouwblok van het Morssingelblok is al in ontwikkeling: het project De Geus. In het verlengde hiervan worden voor de twee bouwkavels aan het Stationsplein (H2, H3) en op het bouwkavel op het binnenterrein (H4) de sokkels gevuld met woonwerk woningen, ateliers, kleine, flexibele kantoor- en bedrijfsruimten, vermaak en gezelligheid. De vierkante meters van de huidige winkels keren er terug.

Morspoortterrein Het uitgangspunt voor het nieuwe Morspoortterrein is het maken van een woonbuurt die aansluit op het karakter van de bestaande buurt Transvaal 1. De dichtheid en bouwhoogten zijn lager dan in het centrum van het stationsgebied. Het programma is een mix van gezinswoningen, middeldure huur en (sociale) huurwoningen. De woningen rond de binnenhoven hebben voordeuren aan de straat en bestaan uit gezinswoningen met royale tuinen met de mogelijkheid voor een werkruimte aan de straat. De gezinswoningen worden gecombineerd met beneden-bovenwoningen, met tuin en/of dakterras. In de bebouwingsrand rond de hoven is ruimte voor werk- en klusruimten en gemeenschappelijke fietsenstallingen. In de bovenbouw tussen buurtpark en Singel bevinden zich appartementen voor senioren, in de bovenbouw grenzend aan het spoor sociale huurwoningen. In het bouwblok grenzend aan de Plesmanlaan worden gezinswoningen gebouwd.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Spelregels, verdeling en positie programma

De Connexxionlocatie wordt een woonlocatie met sociale woningbouw en middeldure woningen. Denk aan gezinswoningen, kleine, betaalbare appartementen voor jonge alleenstaanden en professionals, maar ook voor jonge gezinnen en eenoudergezinnen. Langs de achtertuinen van de woningen aan de Boerhaavelaan en langs de spoordijk passen drie-laagse woningen, met hoogteaccenten tot vier bouwlagen, en een kleine stadstuin. De spoorzijde van de locatie is geschikt voor huur- en koopwoningen, gestapeld tot vier bouwlagen, met hoogteaccenten tot zes bouwlagen, met incidenteel bouwhoogten tot 30 meter. Voorzieningen als flexibele kantoorruimte, kinderdagverblijf, gemeenschappelijke klusruimten en fietsenstallingen, kunnen worden opgenomen in de wanden aan de doorlopende straat. Momenteel is op deze locatie de busremise gevestigd. De ontwikkeling van dit gebied kan pas starten wanneer er een alternatief voor deze voorziening beschikbaar is.

79

De verschillende deelgebieden binnen het stationsgebied

80

Op de hoek tegenover de Morspoort is ruimte voor een bijzondere publieke functie, dat geldt ook voor de historische bunker naast de Morspoort. Voor de herhuisvesting van het Sociaal Pension, nu ondergebracht in de voormalige kazerne naast de Morspoort, is het Morspoortterrein één van de zoeklocaties die betrokken wordt in het herhuisvestingsonderzoek.

Buslocatie Voor de Buslocatie zijn in de visie vier varianten opgenomen (zie figuur H8). De ambitie is om boven het busstation, in de sokkel, kantoren in de twee bouwlagen te realiseren. Hierboven komt een kantooren een woongebouw met een collectief dak. In de plint langs het Stationsplein zijn opgangen mogelijk naar de kantoren en afhankelijk van de grootte van het busstation is plek voor detailhandel en horeca.

Trafolocatie De bovenbouw aan de zijde van het treinstation is aantrekkelijk voor kantoren voor een of enkele grote(re) gebruikers. In de plint komen flexibele kantoren met horecagelegenheid. De toren aan de zijde van de Plesmanlaan is geschikt voor sociale huurwoningen met op de hogere verdiepingen middeldure huurappartementen. De sokkel biedt ruimte voor flexibele kantoorconcepten.

Taxipalet

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Op het Taxipalet bevinden zich momenteel een fietsenstalling en de taxistandplaats. Nader onderzoek is nodig op welke wijze deze plek kan worden verbeterd. In paragraaf 8.6 worden enkele voorstellen gedaan die nader onderzocht moeten worden.

81

Caption text Impressie Stationsplein

82

83

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

7

PLEK VAN VERGROENING EN VERDUURZAMING

“Grote bomen en zo veel mogelijk groen zijn belangrijk voor het klimaat en het welbevinden van alle mensen die in het stationsgebied wonen, werken en verblijven.“

Dit hoofdstuk vormt de leidraad voor het maken van keuzes op het gebied van duurzaamheid tijdens de gebiedsontwikkeling. Het benoemt de eisen waaraan de bouwplannen en de plannen voor de inrichting van de openbare ruimte moeten voldoen. De kavelpaspoorten, die op basis hiervan worden vastgesteld, leggen deze eisen vast per deelproject. Verder dient voor elk inrichtingsplan voor de openbare ruimte vooraf een duurzaamheidspakket vastgesteld te worden. Daarnaast is het belangrijk een goed overzicht op te stellen van de doelen voor de afzonderlijke duurzaamheidsambities (concreet: een integraal programma van eisen (PvE) voor duurzaamheid). Aan de hand hiervan kunnen afspraken gemaakt over de bijdragen van elke partij (publiek én privaat), die bij de verwezenlijking van de gebiedsvisie betrokken is. Het integrale PvE voor duurzaamheid zal opgesteld moeten worden in een vorm die 'monitoring' (rekenen en meten) van de effecten mogelijk maakt.

7.1 Vergroening Het kwam in het vorige hoofdstuk ook al aan de orde: de vergroening van het stationsgebied draagt in belangrijke mate bij aan het realiseren van diverse ambities die voor het stationsgebied gelden. Het draagt bij aan de wens om de stationsomgeving aantrekkelijker te maken. Er gaat zoveel mogelijk groene aanplant bijkomen, waarbij altijd wordt gelet op andere ruimtelijke claims, zodat deze elkaar niet in de weg gaan zitten. Er zijn veel manieren waarop vergroening kan bijdragen. Groenvoorzieningen kunnen hittestress verminderen en de gevolgen van heftige regenbuien vertragen en bufferen. Groen versterkt ook de stedelijke biodiversiteit. De huidige groeninrichting blijft bestaan en verbeterd en vindt aansluiting bij de nieuwe groenblauwe voorstellen.

Hiermee bedoelen we de groene natuur in de vorm van bomen, planten enz. en de blauwe natuur in de vorm van water. Bij de (her)inrichting staat een robuuste stijl voor ogen, die een omgeving creëren waar insecten en kleine dieren zich thuis voelen. Dit draagt bij aan een ecologisch veerkrachtige leefomgeving die het nieuwe stationsgebied wordt nagestreefd. Het stationsgebied moet ook klimaatadaptief worden; er moet rekening gehouden worden met alle weersinvloeden: hitte en kou, droogte en overvloedige regenval. Door onder andere gebruik te maken gebruik van biodivers groen kan hierop ingespeeld worden. De ‘receptuur’ voor de biodiverse stedelijke vergroening bestaat uit verschillende ingrediënten. In de volgende paragrafen wordt hier verder op ingegaan.

Gecombineerde groenvoorzieningen Bij het ontwerpen van het nieuwe stationsgebied worden kleine groenstroken en groene restruimtes, zogenaamd versnipperd groen, zoveel mogelijk voorkomen. Door van grotere aaneengesloten plekken uit te gaan ontstaat ‘groene massa’, waarbinnen een robuuste biodiversiteit met een zo groot mogelijke diversiteit aan soorten tot ontwikkeling kan komen.

Groen in ieder seizoen De seizoenen in Nederland worden goed zichtbaar en voelbaar in de omgeving rond Knooppunt Leiden Centraal. Dat kan door bijvoorbeeld voorjaarsbloeiers zoals stinsen te planten, maar ook door bloeiende struiken en bomen met bijzondere herfstkleuren aan het straatbeeld toe te voegen. Uit onderzoek blijkt dat het herkennen van de seizoenen mensen ondersteunt bij hun psychisch welbevinden, het maakt ze gelukkiger. Seizoensgroen kan zo binnen de stedelijke omgeving rond het station een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid en welzijn.

Biotopen Binnen het stationsgebied Leiden worden voor specifieke insecten, bijen en vlinders, maar ook voor libellen en vogels geschikte leefgebieden ontwikkeld. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de bestaande groene kwaliteit die het gebied nu al heeft én de aanwezige kansen in het Stationsgebied. Door binnen het ontwerp hierop te concentreren komt iedereen die in het nieuwe stationsgebied woont, werkt of verblijft regelmatig in aanraking met deze bijzondere soorten. De natuur in de stad kan zo echt beleefbaar worden en er ontstaat een positief natuurgevoel.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

Het stationsgebied van de toekomst wordt veilig, duurzaam, gezond en groen. Duurzaam denken en duurzaam handelen is altijd ‘top of mind’ bij elke keuze die wordt gemaakt voor de bouwplannen en herinrichting van het stationsgebied. Alle duurzame mogelijkheden dragen daaraan bij, zoals duurzame energie en mobiliteit, klimaatadaptie, biodiversiteit en vitaliteit.

85

Kruidentuin Een kruidenrijke vegetatie vormt, ook in de stad, de basis van een goed ontwikkelde biodiversiteit. Het is dan ook een belangrijk element in de plannen over het groenontwerp van het stationsgebied. Er worden buurtparkjes voorgesteld en op de daken van de laagbouw is ruimte voor kruidenrijke tuintjes. Hierdoor is het hele jaar door nectar beschikbaar voor insecten, bijen en vlinders. Het bloeiseizoen kan daardoor langer aanhouden, door bij de groenaanplant rekening te houden met de bloeiperiodes. Bijvoorbeeld door stinsen te planten die in de lente al nectar bieden, gecombineerd met groene gevels met kamperfoelie (nectar in de zomer) en klimop (late nectar). Ook bij de selectie van bomen gaat de voorkeur uit naar nectarrijke soorten. De voedselketen voor insecten en kleine dieren krijgt ook aandacht in het stationsgebied. Aanwezige insecten, bijen en vlinders (rupsen) zijn voedsel voor libellen, vogels en vleermuizen.

Inheemse soorten Het is algemeen bekend dat een inheemse vegetatie een grotere bijdrage aan de biodiversiteit levert dan bomen, struiken of kruiden van buiten Nederland. Met inheemse soorten wordt de flora en fauna in een bepaald gebied bedoeld, die daar al sinds lange tijd van nature voorkomen. Bij de ontwerpen van de groene ruimte wordt daarom graag met inheemse soorten gewerkt. Dat geldt altijd voor kruiden en struiken. Voor bomen wordt soms een uitzondering gemaakt, omdat een deel van de inheemse bomen in de stedelijke omgeving niet gezond oud kan worden. Bomen van buiten Nederland worden daarom soms vervangen door soorten met Europese herkomst. Het idee is dat de bijbehorende fauna, door het opschuiven van de klimaatzones, op de langere termijn kan aansluiten. De Europese bomen vormen op deze manier de ‘ecologische voorhoede’ van de toekomst (het nieuwe inheems).

Een voorbeeld van kruidenrijke vegetatie op daken en in buurtparkjes

Natuurinclusieve stad, een compleet ecosysteem Een natuurinclusieve stad, waar de natuur niet alleen optimaal gebruikt wordt, maar ook wordt gespaard en verzorgd, levert een duurzaam leefgebied op, waar mens én natuur voordeel bij hebben. Het is belangrijk om bij het nieuwe ontwerp van het stationsgebied zoveel mogelijk kansen voor de natuur te scheppen. Dieren hebben plekken nodig om te rusten, eten te zoeken en voort te planten. Om hieraan te voldoen is een variatie aan ecologisch groen nodig, met kruidenrijk grasland, bomen en struiken. Er is een variatie aan mogelijkheden om hier invulling aan te geven. Sommige dieren, zoals vogels en vleermuizen, hebben hun verblijven in de bebouwing van de stad. Daarvoor kunnen speciale voorzieningen in muren en onder daken aangebracht. Met de aanleg van kruidenrijke plantengroei, in combinatie met kleine tuintjes gevuld met kruidenplanten, struiken met een hoogte van 1 tot 5 meter hoog, bomen, boomgroepen en parkachtige structuren, kan goed worden bijgedragen aan de ecologische inrichting. Hoe meer diversiteit binnen het groen wordt gerealiseerd, hoe meer diersoorten duurzaam een plek zullen vinden. En hoe meer samenhang er ontstaat tussen alle soorten, hoe groter de kans van slagen om een leefklimaat te creëren dat lang in stand kan blijven.

Abiotische factoren Bij het in detail ontwerpen van de groene omgeving moet rekening gehouden worden met het bodemtype, de zuurgraad en het grondwater. Dit zijn de zogenaamde abiotische factoren. Daarnaast zijn er binnen een stedelijke omgeving groeiplaatsfactoren die aandacht vragen, omdat ze sterk afwijken van die in de natuur. Denk aan schaduw veroorzaakt door gebouwen, hitte-ontwikkeling door verstening en droogte door de aanwezigheid van verhard oppervlak.

Een voorbeeld van een groene geveltuin

Denk aan de aanwezigheid van ondergrondse bebouwing en infrastructuur (kabels en leidingen) en dus beperkte wortelruimte Bij de vergroeningsopgave moet hier goed rekening mee gehouden worden, zodat het groen gezond oud kan worden. Iedere locatie moet onderzocht worden op ruimte en groeimogelijkheden voor bomen. Er moet ook gelet worden op het belang van duister en het vermijden en voorkomen van lichtvervuiling. Dat geldt zowel voor de openbare ruimte (Beleidsplan Verlichting Openbare Ruimte), als voor bebouwing in het stationsgebied.

7.2 Duurzame mobiliteit In het gebiedsontwerp wordt zwaar ingezet op duurzame mobiliteit. Reizigers laten de auto staan ten faveure van actieve mobiliteit. Fietsers en wandelaars krijgen de ruimte. Het stationsgebied wordt een belangrijk duurzaam OV knooppunt waar alle vervoersmodaliteiten samenkomen, zoals treinen en bussen, de fiets en deelauto’s op loopafstand van het station.

In het stationsgebied wordt het gebruik van zeroemissie voertuigen gestimuleerd, bijvoorbeeld door het inrichten van gecentraliseerde en gebundelde laadinfrastructuur en het aanbieden van elektrische deelvoertuigen. Zero-emissie transport zal voornamelijk gaan bestaan uit elektrische voertuigen en bakfietsen. Vanaf 2025 geldt er een ‘Zero-Emissie zone’ voor de logistiek van de hele Leidse binnenstad, waarmee het einddoel van zero-emissie mobiliteit voor logistiek binnen handbereik is. Het parkeren voor bewoners en bezoekers aan het stationsgebied en de binnenstad gebeurt niet op straat. Als onderdeel van de ‘Agenda Autoluwe Binnenstad’ is het de ambitie om het stationsgebied autoluw te maken. Nader onderzoek is nodig om te bepalen voor welke doelgroepen, op welke wijze en in welke omvang het parkeren wordt gefaciliteerd. In de gebiedsvisie zijn reserveringen voor (ondergrondse) parkeergarages opgenomen op het Morspoortterrein (M2 en M3, zie kaart) en het Morssingelblok. Deze garages kunnen plekken voor bezoekers combineren met parkeerruimte voor de bewoners en werknemers van het Morspoortterrein en Morssingelblok, het busstation en de Trafo-locatie.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

In de wijk komen voldoende flex-werkplekken voor algemeen gebruik, voor bewoners die in kleinere appartementen wonen. Iedere bewoner kan zo ‘thuiswerken’ in eigen wijk. Het is de wens een aanbod voorzieningen ‘om de hoek’ aan te bieden, zoals een fietsenmaker, een supermarkt (beide al aanwezig), een klein fitnesscentrum en andere aantrekkelijk buurtprogramma. Door dit aanbod worden bewoners bijna ‘aan huis’ op hun wenken bediend, waarmee een belangrijk deel van de potentiële reisbewegingen wordt voorkomen.

Zoals eerder aangegeven maakt de auto grotendeels plaats voor wandelen en fietsen. Naast het bestaande openbaar vervoer moet een ruim aanbod van deelmobiliteit beschikbaar komen. De reizigers krijgen duurzame alternatieven aangeboden voor hun reis naar of uit het stationsgebied. Bijvoorbeeld met de methode Mobility as a Service (MaaS), dat gezamenlijk en gedeeld gebruik van vervoersmiddelen van auto’s, scooters of fietsen stimuleert. Deelauto's kunnen worden aangeboden in een compacte parkeeroplossing binnen de ontwikkeling van het Morssingelblok. Met smartphones en apps kunnen vervoersmiddelen op afstand en vroegtijdig worden gereserveerd.

Het nieuwe inheems: Europese bomen spelen in op klimaatverandering

Fietskoeriers als alternatef voor de witte koeriersbusjes

87

7.3 Watermanagement Waterberging vormt een belangrijk onderdeel bij de uitvoering van de bouwplannen in het stationsgebied. Hiermee wordt de tijdelijke opvang van (regen)water bedoeld. Bij de uitvoering van de plannen moet met twee belangrijke zaken rekening gehouden worden. Allereerst moet de toename van verhard oppervlak gecompenseerd worden. De regels van het Hoogheemraadschap schrijven voor dat nieuw wateroppervlak aangelegd moet worden bij de aanleg van extra verhard oppervlak. Ten tweede moet het stationsgebied weersextremen als gevolg van klimaatverandering kunnen weerstaan. Hevige buien mogen niet tot wateroverlast en waterschade leiden. Om te beginnen zal overal in het gebied een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd, waarbij hemelwater wordt afgevoerd richting singel. Het wordt vertraagd afgevoerd of houdt het water vast, zodat het rioolstelsel bij extreme buien niet overbelast raakt. Voor het vasthouden van water, ook wel het bufferen van water genoemd, zijn verschillende technieken. Natuurlijke oplossingen in de vorm van een groene omgeving of meer technische oplossingen, zoals ‘polderdaken’, een combinatie van groen met wateropslag op daken en ‘waterkratjes’ onder bestrating.

Gegeven ‘de drukte’ in de ondergrond, veroorzaakt door kabels en leidingen, kelders en een grote tunnel, is de toepassing van kratjes in het stationsgebied niet voor de hand liggend, maar wordt wel overwogen. Het Hoogheemraadschap, de instantie die zorgt voor het waterbeheer in Nederland, geeft mee dat 15% van het oppervlak van de toegenomen verharding gecompenseerd moet worden in de vorm van open water. Een mogelijkheid voor het maken van nieuw open water binnen het stationsgebied ligt langs de

88

Wateradaptatie in de openbare ruimte met een speelaanleiding en een verkoelende verblijfsplek

singel. Tussen de Morspoort en het Schuttersveld kan het bestaande water op enkele plekken verbreed worden. Uiteraard zal hierbij rekening gehouden moeten worden met bestaande bomen en zeker ook met het recreatieve karakter van de singel. De Leidenaar die genietend van het mooie weer in het gras aan het water een plekje vindt. Het fraaie is dat deze vorm van watercompensatie hand in hand kan gaan met het versterken van biodiversiteit. Een geleidelijke overgang van berm naar water draagt bij aan extra wateroppervlak en aan de transformatie van een technische groene singeloever naar een meer natuurvriendelijke singeloever. Alternatieve oplossingen, in de vorm van open water langs de singel, zal met het Hoogheemraadschap besproken worden. Dat geldt ook voor de waterbuffering op elk nieuw te realiseren kavel in het stationsgebied. In de Leidse ‘Hemelwaterverordening’ zijn hier richtlijnen voor afgegeven. In overleg met het Hoogheemraadschap zou ook deze buffering binnen de kavels meegenomen kunnen worden in de 15% compensatieregeling. Een prettige bijkomstigheid is dat waterbuffering binnen de kavels kan bijdragen aan het versterken van biodiversiteit binnen het stationsgebied. Bijvoorbeeld met het toepassen van de polderdaken, waarbij de planten profiteren van het opgeslagen water en de juiste groene inrichting een aantrekkende werking hebben op insecten en vogels.

7.4 Klimaatadaptatie Het is belangrijk een klimaatadaptief stationsgebied te realiseren, met een weloverwogen ontwerp dat oplossingen biedt voor extreme weersomstandigheden.

Zonnepanelen op een gevel

Daarom zal bij elk gebouw- en openbare ruimteontwerp rekening worden gehouden met hitte en de opvang en afvoer van regenwater. In het stationsgebied worden schaduwrijke gebieden gerealiseerd om hittestress te voorkomen. Het is de ambitie om in de openbare ruimte (straten, pleinen en parkjes) een gemiddelde van minimaal 50% schaduw te garanderen (bij hoogste zonnestand). Er komt schaduw door het aanplanten van groen en door rekening te houden met de bouwhoogte en de stand van de zon. Bij de keuze van groen zal goed gekeken worden welke kruidenmengsels, struik- en boomsoorten zich kunnen aanpassen aan de klimaatverandering. Zeker gezien het feit dat in een sterk stedelijke omgeving klimaatextremen zich uitvergroten. Horizontale oppervlakken worden deels warmtewerend of verkoelend ingericht, om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen. Groene oppervlakten zijn verkoelend en dragen bij aan het versterken van de groenstructuur en de ruimtelijke kwaliteit van het gebied.

In het stationsgebied is duurzame energie het nieuwe normaal. Door de hoge dichtheid van het stationsgebied en de al aanwezige bebouwing is het niet mogelijk een volledig energie neutraal gebied te ontwikkelen. Binnen de mogelijkheden die er wel zijn, wordt een slim en duurzaam energieconcept ontwikkeld, aan de hand van de volgende bouwstenen: vraagbeperking, collectieve warmte en koude, en lokale opwekking van duurzame elektriciteit. Het beperken van de energievraag is een belangrijke eerste stap voor een duurzaam energiesysteem. Om afkoeling van gebouwen te beperken wordt gekeken naar een optimale verhouding in de gevel tussen open en dicht. Met balkons op de zuidgevel kunnen overstekken (horizontaal overstekende bouwsels) gemaakt worden. Door te kiezen voor goed geïsoleerde gevels, efficiënte ventilatiesystemen, compacte bouw en energiebeperkende ingrepen wordt de energievraag van een gebouw verder beperkt. Kierdichting, een hoge isolatiewaarde van muren en daken en zonwerende eigenschappen van de ramen leveren ook een aanzienlijke bijdrage. Bodemenergie is een eenvoudig systeem. Er wordt voorzien in duurzame, collectieve warmte en koude. In de zomer wordt koud water uit de bodem gebruikt om de gebouwen te verkoelen en wordt het door de zon opgewarmde water weer in de bodem gestopt wordt.

In de wintermaanden is het proces precies omgekeerd, dan zorgt het warme water voor aangename binnentemperaturen. Om dit systeem te laten werken moeten de koude en warmtebronnen uit elkaar liggen, anders beïnvloeden ze elkaar negatief. De ondergrond moet daarom onderverdeeld worden in zones voor koude en warmteopslag. En er moet controle zijn dat er niet teveel water wordt onttrokken.

GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED

In de stedelijke omgeving van het stationsgebied is voldoende waterberging van wezenlijk belang. Het doel is om schade aan bebouwing en voorzieningen te vermijden, ook bij extreem hevige neerslag. De lat wordt hoog gelegd: een piekbui van 90 mm/u, die eens in de 250 jaar voorkomt, wordt de ambitie. Oplossingen worden gezocht in het aanbrengen van zogenaamde waterbergingsvoorzieningen in de openbare ruimte, bovengronds en indien nodig ondergronds, en op de daken van de laagbouw. In de openbare ruimte wordt het water eerst afgevoerd via het riool. Wanneer er meer neerslag valt dan het rioleringsstelsel kan verwerken, is het mogelijk het water te verplaatsen naar de waterberging. In noodgevallen kan afstroming plaatsvinden naar het watersysteem.

7.5 Duurzame energie

Powernest: opwekking van elektriciteit met zon- en windenergie

Keermuur met hergebruik van straatstenen

89

In een bodemenergieplan zullen alle exacte bronlocaties per deelgebied nauwkeurig worden uitgewerkt.

7.6 Circulaire economie

Bij een monobron worden de koude en de warme voorraad boven elkaar wordt opgeslagen. De toepassing van monobronnen (soms in combinatie met warmtepompen) kan in sommige gevallen ook genoeg energie besparen. Omdat hiervoor slechts één boring (bron) nodig is, zijn deze systemen goedkoper en meer rendabel.

De transitie naar een circulaire economie wordt steeds wenselijker. De gemeente Leiden heeft zich voorgenomen om meer te doen dan waar het wettelijk minimum om vraagt. Het stationsgebied moet de transitie naar de circulaire economie aanjagen door marktpartijen uit te nodigen om de beste circulaire innovaties te bedenken.

Om de energie uit de bodem optimaal te kunnen benutten is onderzoek nodig naar het meest efficiënte systeem. De gemeente zal hierop regie voeren. Voor de levering van direct warm tapwater aan woningen en de toevoer van water bij extreem koude temperaturen, kan gebruik gemaakt worden van het warmtenet.

Om het duurzaamheidsthema circulariteit concreet te maken, zijn er zes bouwstenen voor dit thema geformuleerd: nieuwe verdien-modellen, grondstoffen-besparing, hernieuwbare materialen, direct hergebruik door urban mining (het herwinnen van grondstoffen uit producten die oud of versleten zijn), grondstoffenbesparing door recycling en remontabelheid (schroefbare onderdelen in de bouwconstructie).

Lokale opwek van duurzame energie is waardevol, maar voor het stationsgebied een uitdaging. De ruimte is schaars door het grote aantal woningen en kantoorruimte. De daken van de laagbouw worden gebruikt voor vergroening en klimaatadaptatie. Om zoveel mogelijk lokaal energie op te wekken zullen zonnepanelen en windturbines een belangrijk onderdeel moeten zijn van het gebouwontwerp. Denk aan zonnepanelen geïntegreerd in de zuidgevel, zonnekronen (zonnepanelen op het dak) en kleine windturbines op de hoogbouw. De laagbouw kan niet benut worden voor zonnepanelen omdat hier de voorkeur gegeven wordt aan de combinatie van leefkwaliteit (aantrekkelijk groen dak), ondersteuning van de biodiversiteit en de waterbuffering. Voor het stationsgebied wordt daar waar de dichtheid hoog is de wettelijke eis BENG 3 (bijna Energie Neutrale Gebouwen) gehanteerd. Daar waar er een lagere dichtheid is, is meer ruimte voor duurzame opwek en wordt een hogere score (BENG 1) geambieerd.

90

Gebruikte materialen worden geïdentificeerd en gecategoriseerd in BIM-modellen om toekomstige upcyclingmogelijkheden te bevorderen. Park 20|20

Op basis van deze bouwstenen en passend bij de kernmerken van het stationsgebied, zijn de volgende uitgangspunten op het gebied van circulariteit geformuleerd. Deze bouwstenen worden verder uitgewerkt wanneer de plannen voor het stationsgebied concreet worden gemaakt in bouw- en inrichtingsplannen. Verlaag de milieudruk van materialen. In het stationsgebied geldt een MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) waarde van minimaal 0,8. Bij de realisatie van de plannen wordt de markt uitgedaagd om een ontwerp te maken met een nog lagere MPG-waarde. Naarmate de tijd vordert kan worden toegewerkt naar betere prestaties, zoals een MPG van 0,6 in 2025.

Collectieve daktuinen dragen bij aan klimaatadaptatie en gemeenschapszin

Stimuleer biobased, hernieuwbare materialen. Voorkom het gebruik van beton zoveel mogelijk, door ruimte te bieden voor ontwikkelaars die constructies van hout willen realiseren. Dit is ook mogelijk in hybride vorm: hout in combinatie met beton en/of staal. Ook voor de gevels en inbouw zijn veel betaalbare biobased producten beschikbaar die de kwaliteit (akoestiek, brandveiligheid) borgen en ook garant staan voor gebruikscomfort.. Met biobased materialen worden natuurlijke materialen bedoeld. Multifunctioneel ruimtegebruik vraagt om minder grondstoffen. In het hoogstedelijke stationsgebied worden functies gestapeld. Dit multifunctioneel ruimtegebruik leidt tot grondstoffenbesparing en slim ruimtegebruik, op kavelniveau en op straatniveau. Denk aan het integreren van zonnepanelen in gevels en het realiseren van groene verblijfsplaatsen op daken. Groenstructuren, al dan niet hellend, worden aantrekkelijk gemaakt voor mensen om hierop te gaan zitten(zonder meubilair te gebruiken). Het kunnen ook‘zitjes’ zijn, die worden gecombineerd met plantenbakken. Vormen bepalen mede de benodigde grondstoffen. Hoe meer geveloppervlak een gebouw heeft, hoe meer grondstoffen nodig zijn voor de bouw van het gebouw. U-vormige gebouwen vragen meer grondstoffen dan een gesloten blok of een rond gebouw. Remontabel bouwen is de standaard.

De gebouwen moeten na gebruik (deels) uit elkaar gehaald kunnen worden en op een volgende locatie weer opgebouwd. De afgifte van een zogenaamd materialenpaspoort van het gebouw draagt hieraan bij.

7.7 Vitaal en gezond Het stationsgebied van de toekomst wordt het kloppende hart van de gezonde stad die Leiden wil zijn. De thema’s vitaliteit en gezondheid zijn belangrijke uitgangspunten en worden meegenomen in samenhang met de hiervoor behandelde thema’s. Voor het stationsgebied zijn zes bouwstenen geformuleerd voor het ontwerpproces, die elk hun vitale en gezonde bijdrage leveren: sociaal maatschappelijk participeren, mentaal welbevinden, toegang tot (basis)voorzieningen, fysiek functioneren, kwaliteit van de leefomgeving en ruimte voor zingeving. Deze bouwstenen worden concreet gemaakt wanneer de visie voor het stationsgebied wordt omgezet in concrete bouw- en inrichtingsplannen. Hierbij hanteren we de volgende uitgangspunten: Het stationsgebied nodigt uit tot beweging. Wandelen, fietsen en andere actieve mobiliteit dragen bij aan de gezondheid van mensen. In het stationsgebied wordt lichamelijke beweging gestimuleerd. Denk aan aantrekkelijke voetpaden in de openbare ruimte, geschikt voor wandelaars en fanatieke hardlopers of een promenade langs de Singel waar wandelaars, fietsers en skaters in een aantrekkelijke omgeving ’hun rondje’ kunnen maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10070561/1