210038 Bijlage 1 Gebiedsvisie Stationsgebied
Tekst van het document
Bijlage 1
Gebiedsvisie Stationsgebied April 2021
Inhoudsopgave 1 VOORWOORD9 10 2 INLEIDING Een nieuwe gebiedsvisie
11
2.1 Het stationsgebied toen en nu
12
2.2 Duurzaamste Kilometer van Nederland
13
3 VISIE OP HET STATIONSGEBIED VAN DE TOEKOMST
16
3.1 Kwaliteiten, knelpunten, kansen en uitdagingen
17
3.2 Drie verhaallijnen
20
Visie op plek van verbinding Visie op plek van ontmoeting Visie op plek van vergroening en verduurzaming
3.3 Gebiedswaarden en gebiedskwaliteiten
23
4 STEDENBOUWKUNDIGE BOUWSTENEN
28
4.1 Het stationsgebied: verantwoord ruimtegebruik, levendige stadsentree29 4.2 Een duurzaam stationsgebied
29
4.3 Wonen en werken in het stationsgebied
29
4.4 Verenigen van oud en nieuw
30
4.5 De vergroening van het stationsgebied
31
4.6 Een efficiënte, aantrekkelijke mobiliteitsknoop
32
4.7 Een bereikbaar stationsgebied
33
4.8 Kwaliteit passend bij de entree van de stad
33
5 PLEK VAN VERBINDING 5.1 Mobiliteit en gebouwen in het stationsgebied
36 37
Mobiliteit voor een bereikbaar, levendig en gezond stationsgebied Voetganger en fiets met stip op 1 Spoordijk Fietsroutes en stallingen Openbaar vervoer: Knooppunt Leiden Centraal en bussen Bus en tram MaaS, taxi en Kiss & Ride Privé automobiliteit en logistiek
5.2 De gebouwen in het stationsgebied
51
5.3 Slankheid en ruimte tussen torens
61
5.3 Molenbiotoop
67
6 PLEK VAN ONTMOETING 6.1 Openbare ruimte
70 71
Een levendige, groene openbare ruimte Een groen raamwerk van ‘grote straten' Rust en ontmoeting: buurtparkjes en buurtpleinen De stationspleinen: de groene, levendige entrees van de stad Bargelaan De Leidse straatjes Daken en gevels: innovatieve vergroening
6.2 Toegankelijkheid
79
6.3 Programma
79
Wonen Kantoren Kantoren post-corona Overige functies Spelregels, verdeling en positie programma
6.4 Deelgebieden
81
Morssingelblok Connexxionlocatie Morspoortterrein Buslocatie Trafolocatie Taxipalet
7 PLEK VAN VERGROENING EN VERDUURZAMING
86
7.1Vergroening87 Gecombineerde groenvoorzieningen Groen in ieder seizoen Biotopen Kruidentuin Inheemse soorten Natuurinclusieve stad, een compleet ecosysteem Abiotische factoren
7.2 Duurzame mobiliteit
91
7.3 Klimaatadaptatie
92
7.4 Duurzame energie
92
7.5 Circulaire economie
93
7.6 Vitaal en gezond
94
8 DEELGEBIEDEN EN KAVELONTWIKKELING
98
8.1 Morspoortterrein
99
8.2 Morssingelblok
105
8.3 Connexxionlocatie
109
8.4 Buslocatie
113
8.5 Trafolocatie
119
8.6 Taxipalet
121
9 ONTWIKKELSTRATEGIE128 9.1 Drie bouwprojecten in ontwikkeling
129
9.2 Ontwikkelingen in de omgeving
130
9.3 Ontwikkeling Knooppunt Leiden Centraal en de deelgebieden 132 9.4 Tijdelijke situatie: van oud naar nieuw
133
9.5 Uitvoerbaarheid
134
Maakbaarheid Economische haalbaarheid Ruimtelijke procedures Participatie en draagvlak Marketing en branding
BEGRIPPENLIJST
138
Caption textin relatie tot de context Plangebied
6
7
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
8
1
VOORWOORD
Leiden, april 2021 – Het Leidse stationsgebied van de toekomst is straks een geweldige stadswijk, met een mooie mix aan functies. Een bruisend gebied dat de Leidenaren trots maakt, omdat het een belangrijke waarde toevoegt aan onze mooie stad. Een plek van verbinding, ontmoeting en vergroening. Onze stad is ongekend populair en vervult een steeds prominentere rol, regionaal en nationaal. Leiden Centraal heeft zich ontwikkeld tot het zesde station van Nederland: Knooppunt Leiden Centraal. Het is hét knooppunt dat Leiden verbindt met de regio, de rest van het land en de wereld. Steeds meer mensen willen in Leiden wonen en werken. Veel professionals hebben een baan op het Leiden Bio Science Park. Dat zal in de toekomst alleen maar meer worden, vanwege de uitbreiding van deze Leidse economische topsector. Dat betekent automatisch meer bedrijvigheid en behoefte aan beweeglijkheid.
en beoordeeld, zodat kansen en vraagstukken met betrekking tot duurzame verstedelijking toekomstbestendig opgepakt kunnen worden. Het is een vervolg op de gebiedsagenda uit 2019. De visie vervangt het stedenbouwkundige plan uit 2012. Onder het motto ‘Samen maken we het stationsgebied’ is deze gebiedsvisie tot stand gekomen met bijdragen vanuit onze stad en regio. Een samenwerking van bewoners, onderne¬mers en gebiedspartners. We willen iedereen die een bijdrage heeft geleverd hartelijk danken. Uw bijdrage is heel waardevol. De vaststelling van de gebiedsvisie is het begin van de toekomst van het Leidse stationsgebied. We hopen dat we ook na vaststelling opnieuw op uw betrokkenheid mogen rekenen, zodat we samen van het stationsgebied van de toekomst een succes maken.
Er gaat de komende jaren veel gebeuren in het stationsgebied. Dit biedt kansen om het gebied, als schakel tussen twee verschillende Leidse stadsdelen, de historische binnenstad en het innovatieve Leiden Bio Science Park, aan elkaar te verbinden.
Voor deze opgaven samen hebben we een gebiedsvisie gemaakt. Een visie die aangeeft welke plannen de gemeente Leiden heeft met het gebied. Met welke gebiedsopgaven hebben we te maken en hoe laten we die zo goed mogelijk op elkaar aansluiten? Hoe zorgen we ervoor dat wat er in het gebied gebeurt, passend is en elkaar versterkt? In de gebiedsvisie worden deze ontwikkelingen en opgaven van het Leidse stationsgebied in samenhang bekeken, gewogen
Van links naar rechts: Ashley North Wethouder Duurzaamheid, Mobiliteit & Beheer Openbare Ruimte Fleur Spijker Wethouder Duurzame Stedelijke Ontwikkeling Paul Dirkse Wethouder Kennis, Onderwijs, Sport en Financiën
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
Er moeten extra woningen gebouwd worden met voorzieningen die bijdragen aan energietransitie. Het gebruik van trein en fiets groeit sterk, terwijl het centrum meer en meer autoluw wordt. Dat vraagt om investeringen in mobiliteit. Leiden moet zich de komende jaren ook voorbereiden op klimaatsverandering, dat vraagt om een verbeterde infrastructuur voor warmte, riolering en de herinrichting van de openbare ruimte.
9
2
INLEIDING
“Het belangrijkste vind ik dat het stationsgebied groen en verzorgd oogt. Het blijft nu armoedig en kil overkomen.“
Een nieuwe gebiedsvisie Deze nieuwe gebiedsvisie gaat over de gebiedsontwikkeling en de toekomst van het Leidse stationsgebied: hoe maken we van de drukste plek van Leiden een hoogwaardig openbaar vervoer (OV) knooppunt in een aantrekkelijk stationsgebied?
In deze concept gebiedsvisie wordt de verdere ontwikkeling van het stationsgebied omschreven. Vanuit deze visie kan de gemeente verder met de uitwerking van de verschillende deelprojecten met marktpartijen, woningcorporaties en andere stakeholders. Dit vraagt om voorzetting van het reeds doorlopen participatieproces, die uit vijf fases bestaat. Tijdens de eerste fase in het participatieproces (2019) is de Gebiedsagenda stationsgebied Leiden opgesteld, waarin op basis van acht agendapunten de vertrek- en gesprekspunten zijn opgenomen voor een integrale aanpak van de nieuwe inrichting van het stationsgebied ter vervanging van het stedenbouwkundige plan uit 2012: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
De IDENTEIT als basis Een goed OV-KNOOPPUNT voor nu en straks Wonen en werken in een nieuw stuk STAD Gewoon DUURZAAM doen Een excellente OPENBARE RUIMTE Het gebied is zo sterk als haar VERBINDINGEN Een voedingsbodem voor INNOVATIES Lang leve de TIJDELIJKE SITUATIE
Tijdens de informatiefase die daarop volgde (mei/ juni 2020) is breed gecommuniceerd en geïnformeerd over de inhoud van de gebiedsagenda. Ook is getoetst of de gebiedsagenda de belangrijkste uitgangspunten en daarmee gesprekspunten betrof voor de verdere participatie. Tijdens de meedenkfase (zomer 2020) is input verzameld bij honderden Leidenaren en stakeholders voor de inrichting van de gebiedsvisie. Al deze informatie is verzameld in dit concept gebiedsvisie. Tijdens de reflectiefase, die in het eerste kwartaal van 2021 plaatsvond, zijn alle geschetste scenario’s per deelgebied opnieuw besproken met een brede achterban. Dat heeft geresulteerd in deze nieuwe aangescherpte versie van de gebiedsvisie. De gebiedsvisie die nu voor u ligt, legt de basis voor de ontwikkeling van het stationsgebied, die in totaal nog 10 tot 15 jaar in beslag zal gaan nemen.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
In 2012 is het Stedenbouwkundig Plan 2012 vastgesteld voor de herontwikkeling van het stationsgebied. Sinds die tijd heeft de wereld niet stilgestaan. Diverse bouwontwikkelingen zijn gestart en ook al afgerond. En er zijn in de tussentijd ook nieuwe besluiten genomen. Zo is de locatie van het nieuw te ontwikkelen busstation gewijzigd en is in 2018 het stationsgebied onderdeel geworden van de Duurzaamste Kilometer van Nederland. En knooppunt Leiden Centraal staat inmiddels goed bij het Rijk op de agenda om een MIRT verkenning te starten. MIRT staat voor Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, een initiatief van de Nederlandse overheid. Hierin worden op landelijk niveau de knelpunten en oplossingen op het gebied van transport, logistiek en infrastructuur behandeld voor een veilig, goed bereikbaar en duurzaam Nederland.
11
Met als eindresultaat: een compleet mobiliteitsknooppunt waar de wereld aan je voeten ligt én waar je wordt uitgenodigd Leiden te ontdekken vanwege de aantrekkelijke stadsentrees. Een OVknooppunt als middelpunt van een groeiende stad, waar geschiedenis en toekomst hand in hand gaan. Met een historische binnenstad, een universiteit, veel kunst en cultuur en het moderne Innovation District Leiden Bio Science Park (LBSP), de grootste Life Sciences & Health campus van Nederland. Het stationsgebied wordt een bruisende en hoogwaardige verblijfplaats waar verbinding, ontmoeting en vergroening & verduurzaming centraal staan. Deze drie thema’s zijn het kompas voor de herinrichting en verdere ontwikkeling van het stationsgebied. Ze vormen het cement van deze gebiedsvisie. Voordat we u meenemen in deze verhalen kijken we kort terug op de geschiedenis van het stationsgebied en de huidige situatie.
2.1 Het stationsgebied toen en nu Het eerste station Leiden werd in 1843 officieel geopend, gebouwd op duinwallen op grondgebied van de gemeente Oegstgeest. Het station en de omgeving waren direct een plek van ‘ontmoeten’, met de sfeer van een plantsoen. Het groen waaierde uit van de lommerrijke, statige Rijnsburgerweg naar de Rijnsburgersingel, de Morssingel en de Stationsweg. Het was een fijne plek waar de Leidenaren met elkaar afspraken bij Koffiehuis Zomerzorg voor een goed gesprek en een heerlijk kopje koffie.
Leiden is van oudsher een plek van passanten. Mensen zijn altijd gastvrij ontvangen. Gevluchte lakenmakers, Pilgrim Fathers, arbeiders, wetenschappers, studenten en Nobelprijswinnaars, iedereen vond en vindt zijn weg in Leiden. Al in de 17e eeuw trok de universiteit studenten aan uit heel Noord-Europa. Nu zijn dat studenten van over de hele wereld. De bloei van de Lakenindustrie en de invloed van al deze mensen lieten hun sporen na in de stad. Tot op de dag van vandaag draagt deze rijke historie bij aan voortgaande groei van Leiden.
Historische foto van een stationsgebied
Het station is in de loop der jaren veranderd, meegegroeid met de tijd. Het is het belangrijkste verkeerscentrum van de stad geworden, met de kernfunctie mobiliteit. Leiden is ongekend populair. Het station vervult in veel opzichten een steeds prominentere rol, regionaal en nationaal, als OVknooppunt, maar ook als woon- en werkplaats. De vraag naar woon- en werkplekken is en blijft hoog. De komst van meer mensen naar de stad betekent automatisch meer drukte en bedrijvigheid. Het gebruik van trein en fiets groeit sterk, terwijl de auto meer en meer uit het centrum wordt geweerd.
2.2 Duurzaamste Kilometer van Nederland Sinds 2019 ligt het stationsgebied in de ‘Duurzaamste Kilometer van Nederland’, dat wordt gevormd door het stationsgebied en de Schipholweg, tot aan het begin van de Willem de Zwijgerlaan. Bewoners, bedrijven, de gemeente Leiden, waterschap en de provincie ZuidHolland zetten zich gezamenlijk in voor het gebruik van innovatieve energiebronnen, vernieuwend waterbeheer, vergroening tegen hitte en vóór betere luchtkwaliteit, hergebruik van (bouw)materialen en andere duurzame oplossingen. Een unieke samenwerking van meer dan twintig partijen. Deze zogenaamde ‘Green Deal’ sluit aan bij het beleid van het Leidse college, dat duurzame verstedelijking als prioriteit heeft gesteld. Deze overeenkomst past bij de toekomstige Omgevingswet.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
Station Leiden Centraal wordt Knooppunt Leiden Centraal: hét OV-knooppunt in een sterk verstedelijkte regio met zo’n 400.000 inwoners. Het Leidse station heeft zich ontwikkeld tot het zesde station van Nederland. Het verbindt Leiden met alle gemeenten in de regio, de rest van het land en de wereld, door de snelle verbinding met Schiphol en vice versa. Het is een functioneel station, in een rommelige en versteende omgeving waar de verkeersveiligheid in het geding is gekomen. Een onpersoonlijke plek met een haastige sfeer, die niet uitnodigt om er langer te blijven. Het station en de spoorlijnen vormen een gevoelsmatige barrière tussen twee bijzondere stadsdelen:
de historische binnenstad en het innovatieve, internationale Leiden Bio Science Park (LBSP). Alle reden om het stationsgebied grondig aan te gaan pakken.
“The Field” in de Duurzaamste Kilometer: een circulaire hotspot met showcases die uiting geven aan circulaire bouwmogelijkheden
13
Caption text Plangebied
14
15
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
3
VISIE OP HET STATIONSGEBIED VAN DE TOEKOMST
Het Leidse stationsgebied is een bruisende en hoogwaardige verblijfsplek waar ontmoeting en verbinding centraal staan, midden in de compacte stad Leiden. Een prachtige stadsentree met veel groen; een geliefde plek waar je graag bent en blijft hangen omdat het er prettig aanvoelt. Een gebied dat de Leidenaren trots maakt, vanwege de toegevoegde waarde aan hun stad. De dagelijks meer dan honderdduizend reizigers en bezoekers voelen zich welkom omdat er veel te zien en te beleven valt. Velen zullen stationsgebied Leiden gaan zien als de ontdekking van Leiden.
De herzieningsplannen van het stationsgebied staan niet op zichzelf. Er zijn veel lopende gebiedsontwikkelingsprojecten in Leiden aan de gang of worden voorbereid. Al deze initiatieven trekken de stad Leiden naar een hoger plan en staan in relatie tot elkaar. In de ‘Omgevingsvisie Leiden 2040’ wordt de samenhang hiervan besproken en nader toegelicht. Het geeft een gemeenschappelijke visie en richting aan de groei en ontwikkeling van Leiden, zodat het geen ratjetoe wordt. Deze gebiedsvisie is allesomvattend over datgene waaraan het toekomstige stationsgebied moet voldoen. Het is een instrument passend binnen het ‘Leids Planproces’ en afgestemd op projecten en visies in de hele omgeving. In de planvorming wordt toegewerkt naar een levendig en kwalitatief hoogwaardig stationsgebied; een duurzaam stadsdeel. Het draagt bij aan de invulling van de ontwikkeling van de ‘Duurzaamste Kilometer van Nederland’, het Leidse verstedelijkingsopgave en de groei van de kenniseconomie.
In de gebiedsvisie zijn de actuele ambities, beleid en eerdere besluiten ingepast. Door de vaststelling van de visie worden deze zaken geborgd en op een heldere en eenduidige manier vastgelegd voor de toekomstige duurzame ontwikkeling van het Stationsgebied. Het is duidelijk dat de gebiedsvisie vooruit loopt op zaken. Het roept terechte vragen op als “Is dit allemaal waar te maken’ en ”Hoe kan deze visie worden neergezet terwijl er nog zoveel onzekerheden zijn? Er moet nog zoveel worden uitgezocht.” Juist daarom is deze gebiedsvisie zo waardevol. Het zorgt voor een stip aan de horizon. Het maakt aan iedereen duidelijk wat de visie op het gebied is en welke wensen, doelen en richtlijnen er gesteld worden voor de toekomstige ontwikkeling van het stationsgebied. Dat betekent dus ook dat niet alles doorgaat, zoals in deze gebiedsvisie wordt voorgesteld. In sommige gevallen beschrijft de visie verschillende alternatieven, varianten en opties. Daarin moeten keuzes gemaakt worden. Verschillende opgaven vragen nog om nader onderzoek.Het kan zijn dat in de loop der jaren blijkt dat een voorstel niet haalbaar is en er kunnen zich ook nieuwe vragen aandienen die om een oplossing vragen. Al met al zorgt deze gebiedsvisie voor kaders die houvast geven aan wat de komende jaren ontworpen, ontwikkeld en gebouwd gaat worden.
3.1 Kwaliteiten, knelpunten, kansen en uitdagingen Om alles goed op elkaar af te stemmen en een gedegen plan te realiseren heeft de gemeente veel informatie verzameld. Verder is in samenwerking met deskundigen, waaronder het stedenbouwkundigbureau PosadMaxwan, het gebied kritisch geanalyseerd. De belangrijkste conclusies van al deze inspanningen zijn samengevat in onderstaande opsomming van kwaliteiten, knelpunten, kansen en uitdagingen. Het zijn belangrijkste uitgangspunten geweest bij de totstandkoming van deze gebiedsvisie. Kwaliteiten: • De primaire functie van het stationsgebied is en blijft een mobiliteitsknooppunt. • Het station Leiden is het kloppend hart van het regionale mobiliteitssysteem • in Holland – Rijnland.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
In het stationsgebied van de toekomst komt heel veel samen. Het stationsgebied is de belangrijkste binnenstedelijke ontwikkelingslocatie in de regio Holland Rijnland. Het station Leiden Centraal vormt het hart van het stedelijke en regionale openbaar vervoer netwerk en ontwikkelt zich tot Knooppunt Leiden Centraal.
17
Caption analyse Selectie text kwaliteiten knelpunten, kansen en uitdagingen
18
• •
•
Meer dan 100.000 mensen reizen dagelijks via het station de stad in en uit. Nergens in Nederland liggen een historisch stadscentrum en een innovatief centrum als het LBSP, zo dicht bij elkaar. Het station Leiden kent geen voor- en achterkant en is centraal in het gebied gelegen.
Kansen en uitdagingen: • Het stationsgebied moet een aantrekkelijke, gastvrije entree van de stad worden. Het visitekaartje van de stad. • In de nieuwe situatie moet het stationsgebied een plek worden waar het fijn is om te verblijven; een plek van verbinding, ontmoeting en vergroening. • In het dicht verstedelijkte stationsgebied moeten de verschillende functies zoveel mogelijk tot hun recht komen. Dat betekent dat er slim en zorgvuldig met de beperkte ruimte moet worden omgegaan. • Met de beschikbaarstelling van de rijkssubsidie ‘Woningbouwimpuls’ wordt een groot deel betaalbare woningen gerealiseerd. • Het sterk versteende stationsgebied moet in veel opzichten een duurzame upgrade krijgen. Met de inzet van groene energie, duurzame mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en innovatieve vergroeningsvormen. Legenda kwaliteiten kansen/ uitdagingen knelpunten
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
Knelpunten: • De verschillende verkeersstromen in het huidige stationsgebied zijn niet logisch met elkaar verbonden. Voetgangers, fietsers, bussen en auto’s zitten elkaar in de weg die voor onveilige situaties kunnen zorgen. • De overstapfunctie van trein naar bus en omgekeerd is niet goed geregeld. • Diverse openbare ruimtes rondom het station zijn onaantrekkelijk en onoverzichtelijk. • En er zijn te weinig stallingsplaatsen voor fietsers. • Het spoor vormt een fysieke en mentale barrière tussen twee bijzondere stadsgebieden. Het splitst de historische binnenstad van het innovatie district LBSP. De toegangspoortjes in het station en smalle onderdoorgangen dragen hier sterk aan bij. • De capaciteit van de stationshal is te laag, het reiscomfort is onvoldoende.
19
• •
•
•
•
•
•
•
•
Het stationsgebied ligt in de ‘Duurzaamste Kilometer van Nederland’. Op deze strategische plek kan gezondheidswinst behaald worden, door vol in te zetten op duurzaam bouwen en duurzame mobiliteit. Het stationsgebied reikt tot aan het Singelpark, een kilometerslang stadspark dat het historische centrum van Leiden omringt met water en groen. Met de aanleg van nieuw groen in het stationsgebied ontstaat een optimale aansluiting op de ‘Groene Hoofdstructuur Leiden’. De verbindingsfunctie van het stationsgebied moet optimaal worden benut, omdat het stationsgebied midden tussen twee bijzondere stadsgebieden in ligt: de historische binnenstad en het LBSP. Het stationsgebied moet optimaal bereikbaar zijn met het openbaar vervoer en in belangrijke mate bijdragen aan een ‘walkable city’; vanuit het stationsgebied moeten veel voorzieningen op comfortabele wijze te voet of met de fiets bereikbaar zijn. Er moet de reiziger meer kwaliteit worden geboden. Bijvoorbeeld door een directe verbinding van trein- en busstation. Met het thema ‘Leiden Fietsstad’ is het beleid erop gericht om het fietsverkeer met 40% te laten toenemen. Met een hoogwaardig fietsnetwerk moet het stationsgebied optimaal bereikbaar zijn voor de fietsers. Het aantal fietsenstallingen moet worden uitgebreid.
Gebruik van ‘placemaking’ in de tijdelijk situatie waarin alle bouwactiviteiten plaatsvinden, kan een bijdrage leveren aan de beleving, bereikbaarheid en leefbaarheid van het gebied. Het stationsgebied is straks een nieuw stukje Leiden om trots op te zijn.
3.2 Drie verhaallijnen Gebaseerd op het verleden, heden en de behoeften en wensen van de toekomst zijn vervolgens drie verhaallijnen beschreven, als resultaat van de participatie over de identiteit van het stationsgebied. Ze passen bij het karakter en de ambities van het toekomstige stationsgebied: 1. 2. 3.
20
Plek van verbinding Plek van ontmoeting Plek van vergroening & verduurzaming
Het stationsgebied van de toekomst verbindt de Leidenaren door hun gedeelde trots op dit nieuwe stukje stad met (inter)nationaal aanzien. Een mobiliteitsknooppunt met aan beide zijden van het station stationspleinen en een diversiteit aan functies, dat zorgt vooreena gastvrije ontvangst voor iedereen!
In de volgende paragrafen nemen we u mee in de visie op deze drie verhaallijnen.
Visie op plek van verbinding Elk gebied is zo sterk als haar verbindingen; tussen mensen, maar ook tussen de regio, stadsdelen, gebouwen en de natuur, met groen en water. Hoe sterker de verbindingen, hoe groter de kans dat een gebied goed functioneert als compact geheel. Er ontstaat rondom het OV-knooppunt een nieuwe stedelijke buurt, met een bijzonder levendig karakter, die verschillende functies verbindt: reizen, wonen, werken, studeren, winkelen en ontspannen. Om te beginnen verbindt het stationsgebied de Leidenaren met elkaar. Door een gevoel van hernieuwde trots op dit levendige stuk stad. Vanwege de prachtige en welkome stadsentrees, waar veel te zien en te beleven valt in een aantrekkelijke en rijk gemengde stadswijk. Door het gastvrije karakter van het gebied en de organische verbinding met de binnenstad en het LBSP. Mensen in alle verschijningen verplaatsen zich in het stationsgebied en worden hier met elkaar verbonden.
Rond 2030 is Centraal Station Leiden getransformeerd tot een ‘Knooppunt Leiden Centraal’. Een mobiliteitsknooppunt dat 400.000 Leidenaren en inwoners van de Leidse regio bedient. Treinstation, busstation en fietstenstallingen worden hier perfect met elkaar verbonden. Het Knooppunt Leiden Centraal ontsluit het grootste deel van de stad en de omliggende regio, op het landelijke intercitynetwerk. Met directe verbindingen tussen luchthaven Schiphol, Amsterdam, Haarlem, Utrecht, Den Haag en Rotterdam. Verder maakt het stationsgebied de stad tot een geheel, waar alles op loop- of fietsafstand ligt. Er ontstaat een gebied waar het Leidse verleden, heden en de toekomst vloeiend in elkaar gaan overlopen. De ’oude’ universitaire kennis en cultuur van de historische binnenstad krijgen via het stationsgebied een vanzelfsprekende aansluiting met het moderne innovatie district LBSP. Het stationsgebied verbindt ten slotte door de diversiteit aan bebouwing: hoog met laag, groot met klein, nieuw met oud. Woon- en kantoortorens met internationale allure worden verbonden met gastvrije ontmoetingsplekken en historische stadsbuurten van de Leidse binnenstad.
Visie op plek van ontmoeting Het stationsgebied wordt een levendige en bruisende plaats waar ontmoeten centraal staat. Niet alleen voor Leidse bewoners of bezoekers, maar ook voor reizigers die hun overstaptijd goed willen benutten en worden verleid om nét even langer te blijven. Op afspraak of een toevallige ontmoeting. Langdurig of kortstondig.
Het stationsgebied van de toekomst staat voor ontmoeten. Bewust en spontaan, vluchtig en lang. Als stad van internationale kennis heeft Leiden altijd nieuwe mensen vriendelijk ontvangen. Juist in het stationsgebied van de toekomst treedt de warme, gastvrije Leidenaar een ander open en eerlijk tegemoet.
De sfeer in het stationsgebied is warm en gezellig. De stationspleinen nodigen uit voor een hapje, een drankje, boodschappen doen, winkelen en sociaal vermaak. Mede door het uitgekiende aanbod aan horeca, winkels, vrijetijds-, sport- en spelvoorzieningen, wordt het zowel overdag als in de avond een aangename plek voor vertier en ontmoeting. Binnen bepaalde zones mag niet gerookt worden, zoals op de stationspleinen en het busstation. ‘Knappe koppen’, innovatieve bedrijven en duurzame ondernemers ontmoeten elkaar in de aantrekkelijke openbare ruimte van het stationsgebied, met veel activiteit op straat. Je kan hier wonen en werken, midden in de stad, direct gelegen aan een breed uitgerust mobiliteitsknooppunt. Wie je ook bent en waar je ook vandaan komt, de hoofdentree van de stad ontvangt je met open armen en je voelt je snel thuis in deze nieuwe, levendige en rijk gemengde, stedelijke buurt. Het wordt een gewilde ontmoetingsplek, waar mensen graag ‘blijven hangen’ om op een aangename manier tijd met elkaar door te brengen. Hier ga je niet alleen naartoe als je met het openbaar vervoer reist, hier spreek je met elkaar af.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
Jong en oud, Leidenaren , studenten en toeristen. Leiden sluit niemand uit. Iedereen vindt zijn of haar weg in het gastvrije stationsgebied van de toekomst.
21
De bezoekersaantallen aan Leiden zullen stijgen en veel mensen gaan dankzij het verleidelijke stationsgebied de stad Leiden ontdekken en vaker terug komen om er opnieuw en langer te verblijven.
Visie op plek van vergroening en verduurzaming Op dit moment sluit de inrichting van het stationsgebied onvoldoende aan bij de kansen van duurzame verstedelijking. De herinrichting van dit stadsdeel is een uitgelezen mogelijkheid om hier verandering in aan te brengen. Het stationsgebied van de toekomst wordt in alle opzichten groen en duurzaam, in de straten, op de pleinen en in de bebouwing. Het is er toegankelijk, gezond en veilig. Het complete stationsgebied krijgt een groene en ecologische boost. Bestaand groen wordt verbeterd en vindt aansluiting met een nieuw netwerk van groen ingerichte straten en straatjes, die over het hele stationsgebied uitwaaieren en verbonden worden met het Singelpark. Ook is het stationsgebied de plek voor groen, denk aan verticaal groen, gevel- en daktuinen. Het onderwerp ‘duurzaamheid’ bestaat voor het stationsgebied uit zes verschillende thema’s: duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, duurzame energie, circulariteit, biodiversiteit en vitaliteit. De duurzaamheidsthema’s staan niet op zichzelf en kunnen elkaar versterken: de som is meer dan de losse delen. Het integreren en combineren van deze duurzaamheidsthema’s in het stedenbouwkundig ontwerp biedt de kans om voor het stationsgebied een unieke signatuur te ontwikkelen, die passend is bij de ‘Duurzaamste Kilometer van Nederland’.
Daarbij wordt er bewust geprioriteerd per duurzaamheidsthema om een balans te vinden in ambities en maatregelen die aansluiten bij de fysieke, technische en financiële ruimte. De afbeelding maakt duidelijk welke prioriteit wordt gegeven aan de specifieke thema’s. Duurzame mobiliteit wordt toegepast bij de aanpassingen van bestaande vervoersstromen. Er komt veel ruimte voor voetgangers en fietsers. Bestaande en nieuwe fietspaden vormen een toegankelijk fietsnetwerk. De auto is te gast en voor het busvervoer wordt ingezet op zero-emissie vervoer, zodat ook de lucht in het gebied gezonder wordt. Duurzaam energiegebruik is het nieuwe normaal bij inrichting van het stationsgebied.
Bij klimaatadaptatie wordt rekening gehouden met de verschillende klimaatinvloeden, zoals neerslag, droogte, warmte en hitte. Door het gebruik van hitte-proof daken en muren kan buitenwarmte zo min mogelijk de gebouwen binnendringen. Verder maken ingenieuze constructies het mogelijk om overtollig regenwater op te slaan danwel af te voeren In het nieuwe stationsgebied is ruimte voor de beste innovaties op het gebied van circulariteit. Bijvoorbeeld door zo min mogelijk gebruik te maken van grondstoffen die de aardbodem verarmen en reststoffen opnieuw in te zetten in het systeem zelf. Leiden krijgt een vitaal stationsgebied waar mobiliteit op spierkracht, zoals wandelen en fietsen, wordt gestimuleerd en waar groene en schone oplossingen bijdragen aan een gezond milieu. Duurzame horeca- en retailconcepten, met focus op gezondheid, dragen bij aan een gezonde leefstijl.
3.3 Gebiedswaarden en gebiedskwaliteiten In het verlengde van de verhaallijnen ‘verbinding’, ‘ontmoeting’ en ‘vergroening & verduurzaming’ onderscheiden we vijf gebiedswaarden en vier gebiedskwaliteiten waar het stationsgebied van de toekomst aan moet voldoen. Gebiedswaarden zijn de belangrijkste zichtbare en voelbare waarden die de aanblik en beleving van het nieuwe stationsgebied bepalen. Gebiedskwaliteiten geven de fysieke sterke punten van het stationsgebied van de toekomst weer. Hiermee kan het stationsgebied zich sterk profileren.
GEBIEDSWAARDEN
bruisend Het stationsgebied is een bruisend gebied. Er heerst een hoogstedelijke en dynamische leefomgeving waar altijd iets te doen is. Het is hier levendig, gezellig en er is veel bedrijvigheid.
gastvrij Het stationsgebied is gastvrij. Iedereen voelt zich welkom door de open en vriendelijke houding van de Leidenaar, de comfortabele openbare ruimte die je verleidt om verder het gebied en de stad in te trekken, en de veelvoud aan voorzieningen. Het stationsgebied verwelkomt je.
groen Het stationsgebied voelt groen. Letterlijk, in de vorm van stedelijk groen op de pleinen, in de straten en in de bebouwing. En figuurlijk, in de zin van duurzaamheid, gezondheid en veiligheid. Hergebruik van historische gebouwen, circulariteit, duurzame energie en mobiliteit, klimaatadaptie en biodiversiteit, en vitaliteit staan hoog in het vaandel in het stationsgebied van de toekomst. In het stationsgebied denken en handelen we groen en duurzaam
hoogwaardig Het stationsgebied staat voor topkwaliteit. Alles wat hier wordt ontwikkeld en georganiseerd, is toonaangevend en hoogwaardig: de gebouwen zijn toekomstbestendig, de inrichting van de openbare ruimte is van goede k waliteit, het openbaar vervoer is zeer gebruiksvriendelijk en in de voorzieningen, het aanbod en de dienstverlening staat service voor op.
innovatief
stationspleinen Het station Leiden kent geen voor- en achterkant. Aan beide kanten van het station nodigt een stationsplein je uit om in het stationsgebied te verblijven én om de stad verder te ontdekken. De stationspleinen maken het stationsgebied een unieke, bruisende ontmoetingsplek.
mobiliteitsknooppunt Stationsgebied Leiden biedt een compleet aanbod aan mobiliteit. Hoogwaardige vormen van mobiliteit die gestructureerd in elkaar overlopen vormen het centrum van het stationsgebied: een OV-knooppunt dat in verbinding staat met de regio, Nederland en de wereld, gericht op trein, bus, taxi, fietsers en voetgangers. Het mobiliteitsknooppunt zorgt voor een natuurlijk komen en gaan van passanten en fungeert daarmee als plek van ontmoeten en verbinding.
blend van functies In het stationsgebied is altijd wat te doen door de organische functiemening en het intensieve ruimtegebruik. In het stationsgebied is een diversiteit aan voorzieningen op het gebied van wonen, werken, vrije tijd en reizen. Deze lopen natuurlijk in elkaar over en maken het stationsgebied een bruisend verblijfsgebied. NB: uitgangspunt is dat het stationsgebied complementair is op de binnenstad. De voorzieningen in het stationsgebied dienen
ligging in compacte stad Stationsgebied Leiden ligt in de compacte stad Leiden. In deze ‘walkable city’ is een groot en gevarieerd aanbod op loopafstand bereikbaar vanaf het stationsgebied. Het stationsgebied verbindt deze compacte stad tot 1 geheel. De compacte stad zorgt ook voor een menselijke maat: zowel in de stad als in het stationsgebied voelen bezoekers zich welkom en veilig, en vinden zij gemakkelijk de weg.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
GEBIEDSKWALITEITEN
Het stationsgebied is vooruitstrevend. We ontwikkelen, werken, reizen en leven hier met (behulp van) de nieuwste technieken. Dit doen we niet door het wiel opnieuw uit te vinden, maar door te leunen op de bewezen innovaties van onze voorvaders. Zoals we in Leiden gewend zijn. In het stationsgebied denken en handelen we innovatief. Daar waar het kan en daar waar het moet. Zo maken we het stationsgebied toekomstbestendig.
niet te concurreren met de binnenstad.
23
1. Innovation District Leiden Bio Science Park (BLSP) Het grootste West-Europese kenniscluster voor biopharma-onderzoek, met ruim 100 biomedische bedrijven en 150 life sciences & health-organisaties. Ze vormen de belangrijkste economische motor van de Leidse regio. In de toekomst komen hier ook woningen met extra groene voorzieningen.
8. Infraproject Leidse Ring Noord Dit project realiseert een sterk verbeterde verkeersstroom voor auto’s, in de stad Leiden, waardoor elders, bussen, fietsen en voetgangers meer ruimte krijgen.
7. Transvaal 1 Een gemengde, kleinschalige buurt.
6. De Spoorzone Verzamelnaam voor diverse ontwikkelingen in het Vondelkwartier, de Schipholweg en het stationsgebied.. Dit wordt een sterk gemengd, hoogwaardig stedelijk gebied, met ruim 5.000 nieuwe woningen, werklocaties en in het hart Knooppunt Leiden Centraal.
Caption textin relatie tot andere projecten in directe context Plangebied
24
2. De Geus Multifunctioneel gebouw met bioscoop annex congrescentrum met diverse horeca, en commerciële ruimtes (supermarkt), gecombineerd met een woontoren en een grote ondergrondse, publieke fietsenstalling.
3. Lorentz Complex met kantoorruimtes en twee woontorens met ondergronds de grootste publieke fietsstalling van Leiden (ca 4800 plekken). De derde toren van het project bevat kantoor units.
5. Project Centrumroute Dit project is onderdeel van het verbeteren van de busverbinding tussen Zoetermeer en Leiden CS. Het draagt bij aan de bereikbaarheid van provincie en de stad, vermindert autoverkeer en verbetert de leefbaarheid en de kwaliteit van de openbare ruimte.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
4. Octagon Opvallend gebouw met twee gezichtsbepalende achthoekige woontorens, een hotel, commerciële ruimtes en een inpandige parkeergarage.
25
4
STEDENBOUWKUNDIGE BOUWSTENEN
“Maak het openbaar vervoersknooppunt en de bereikbaarheid van dat knooppunt prioriteit één in de gebiedsontwikkeling.“
De stad is ongekend populair. De vraag naar woningen en werkplekken in de grote steden in de Randstad is groot. Om op een duurzame manier aan de vraag te voldoen, is door verschillende overheden afgesproken om vooral te bouwen rondom OV-knooppunten. In Leiden worden daarom woningen, werkplekken, en voorzieningen toegevoegd rondom Knooppunt Leiden Centraal. Om de visie op het stationsgebied werkelijkheid te maken, staan de volgende stedenbouwkundige bouwstenen voor ogen.
4.1 Het stationsgebied: verantwoord ruimtegebruik, levendige stadsentree Bouwen in de buurt van stations is aantrekkelijk omdat het een grote bijdrage levert aan duurzame mobiliteit. Wonen en werken in de directe omgeving van een station leidt tot duurzaam reizen, vanwege intensiever gebruik van openbaar vervoer en minder autoritten binnen en naar het stationsgebied. Door in de omgeving van een station de ruimte optimaal en duurzaam te benutten worden meerdere doelen behaald. Het vermindert de druk op de groene omgeving en compact, gestapeld bouwen is efficiënt en energiezuinig.
4.2 Een duurzaam stationsgebied
4.3 Wonen en werken in het stationsgebied Duurzaam en meervoudig ruimtegebruik rondom het Knooppunt Leiden Centraal houdt in dat er flink gebouwd zal gaan worden om nieuwe woningen, werkplekken en voorzieningen te kunnen toevoegen. Bij de ontwikkeling van de bouwplannen komt ook de vraag aan de orde: Hoeveel en hoe hoog kan er gebouwd worden? Op deze vraag wordt in paragraaf 5.2 nader ingegaan: ‘De gebouwen in het stationsgebied’. De behoefte om in een hoogstedelijke en dynamische omgeving, in de buurt van een OV-knooppunt, te wonen en te werken is groot. Er is nog steeds behoefte aan nieuwe kantoren gesitueerd in populaire omgevingen zoals een OV-knooppunt. Verouderde kantoorgebouwen en kantoren die langs de snelweg liggen zijn steeds minder gewild. Het stationsgebied wordt een buurt met een breed scala aan woningen en werkplekken. Je kunt wonen of werken langs het spoor, met uitzicht over de stad, in hogere gebouwen langs het spoor, of wat lager, met uitzicht over de straten en pleinen met bomen.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
Het stedenbouwkundig plan is volledig afgestemd op het maken van een duurzaam stationsgebied. Bij de keuzes voor de, sloop, nieuwbouw en herinrichting van het stationsgebied staan de zes duurzaamheidsthema’s centraal. Ze niet op zichzelf maar versterken elkaar:
het geheel is meer dan de som der delen. Het integreren en combineren van de duurzaamheidsthema’s is passend voor een gebied dat onderdeel uitmaakt van de ‘Duurzaamste Kilometer van Nederland’. De inzet op duurzaamheid moet passend zijn voor het gebied: elke toepassing van de duurzaamheidsthema’s moet aansluiten bij de fysieke, technische en financiële ruimte en mogelijkheden van het stationsgebied. Voor uitwerking zie het hoofdstuk 'Plek van vergroening en verduurzaming’.
Leiden maakt onderdeel uit van belangrijke spoorverbinding in de Randstad.
Zes duurzaamheidthema’s voor Stationsgebied Leiden
27
Wonen of werken wordt ook mogelijk vlak boven de groen ingerichte daken van de laagbouw, ook wel 'sokkels' genoemd. Er komen ook woningen en werkplekken aan de straat, of vlak erboven, in de laagbouw van de nieuwe gebouwen. Woningen die direct aan de straat liggen hebben geveltuintjes en liggen, ondanks de nabijheid van het Knooppunt Leiden Centraal, in een rustige omgeving waar weinig auto's rijden.
4.4 Verenigen van oud en nieuw Het stationsgebied is de schakel tussen twee sterk van elkaar verschillende karakteristieke stadsdelen van Leiden: de historische binnenstad en het moderne innovatie district LBSP. In de plannen voor het stationsgebied wordt aan de bestaande verbindingen een aantal nieuwe straten, pleintjes en parkjes toegevoegd, waardoor in het hart van het stationsgebied een fijnmazige buurt ontstaat. Door veel aandacht te besteden aan de koppeling tussen de straten, pleinen en parkjes worden de twee stadsdelen met elkaar verbonden. Bovendien wordt een bijzondere inspanning gevraagd om de onderdoorgangen van het spoor voor alle gebruikers (voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer) aantrekkelijker en sociaal veiliger te maken, met voldoende capaciteit voor de toekomst. In het hart van het stationsgebied is de maat van de nieuwe bouwblokken en de bijbehorende straatjes vergelijkbaar met die van de historische binnenstad. De straatjes en pleinen die ook in de binnenstad liggen worden hierdoor direct in het stationsgebied ervaren. Door een combinatie van laagbouw met terugliggende hogere gebouwen worden aantrekkelijke en lichte straten, pleinen en groene ruimtes gemaakt.
Wonen en werken in het stationsgebied
28
Doordat de hogere gebouwen terug liggen ten opzichte van de straat en de straatgevel, worden ze vanaf de straat als minder aanwezig ervaren. Vanuit het oogpunt van verstedelijking, de realisatie van met name woningen en kantoren, is het stationsgebied de belangrijkste verdichtingslocatie van de stad. Dat uit zich ook in de hoogte: hier bevindt zich de grootste concentratie hoogbouw. De hoogte van nieuwe gebouwen sluit, met de bouwhoogte van de sokkel, aan op de bestaande omliggende stadsdelen. De nieuwe lagere gebouwen komen aan de stadszijde te liggen. De gebouwen worden niet hoger dan 30 meter, voor een goede verbinding met de lagere gebouwen in het historisch centrum. De nieuwe hoge woon- en kantoortorens worden vooral langs de spoordijk gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 70 meter. Deze bouwhoogte van 70 meter komt overeen met de maximum bouwhoogte zoals beschreven in de ‘Leidse hoogbouwvisie’ uit 2007. Mocht in de nieuwe bouwplannen voor het stationsgebied dit maximum worden overschreden, dan staat bij de locatiekeuze van een dergelijk hoog gebouw de nabijheid van de historische binnenstad centraal. De hoge nieuwbouw langs het spoor mag de belangrijkste zichtlijnen vanuit de binnenstad (Rapenburg, Oude Rijn, Oude Vest) niet verstoren. Dat betekent dat een bouwhoogte van meer dan 70 meter eigenlijk alleen mogelijk op de Trafolocatie.
Variatie in bouwhoogtes is voor de toekomstige skyline zeer waardevol. Dergelijke variatie, in combinatie met bijzondere vormgeving van de bovenkant van het gebouw, zijn belangrijke voorwaarden in de uitwerking.
Verenigen van oud en nieuw in bouwblokgrootte
4.5 De vergroening van het stationsgebied Het nieuwe stationsgebied zal een groene metamorfose ondergaan. Vergroening draagt op allerlei manieren bij aan het aantrekkelijk, aangenaam en duurzaam maken van de omgeving. Bomen dienen in de zomer als schaduwplekken. Het hele jaar rond zorgt het groen voor kleurwisselingen die de seizoenen volgen. Buurtparkjes en groene bermen dragen bij aan de hoeveelheid zachte - niet bestrate - ondergrond. Het zijn plekken waar gras, bloemen, struiken en bomen een kans krijgen en die bijdragen aan de biodiversiteit en het verwerken van regenwater. De kleinere straatjes zijn verhard maar worden met bomen ingeplant. Langs de gevels van deze straatjes wordt de aanleg van geveltuintjes gestimuleerd en zijn planten en struiken in potten toegestaan. De grotere plekken en pleinen in het stationsgebied, waaronder de twee stationspleinen, worden omzoomd met bomen. In het profiel van de Plesmanlaan, het Schuttersveld en de Bargelaan worden de bestaande groene bermen versterkt of nieuw aangelegd. Deze bermen krijgen de juiste breedte om bomen te kunnen planten. De Stationsweg en Steenstraat worden een echte groene loper naar de binnenstad, doordat ze sterk vergroend worden.
In aanvulling op de groen ingerichte openbare ruimte worden ook de daken groen ingericht. Ze krijgen een rol in het waterbeheer door het bouwen van waterbergingen. Hiervoor wordt een dik dakpakket aangelegd met ruimte voor voldoende grond en wateropslag. Mossen en grassen, maar ook struiken en kleine bomen, zorgen voor vergroening van de daken, dat goed zichtbaar is vanuit de straten, doordat het groen wordt doorgezet tot de dakranden van de sokkels. Bovendien zijn de groene daken zichtbaar vanuit de bovenbouw als ‘vijfde gevel’, het dak van de sokkels. De vergroening ondersteunt de stedelijke ecologie, hierbij wordt ook rekening gehouden met de vogels en vleermuizen, die zich in gebouwen genesteld hebben. We kiezen voor een uitgebalanceerde samenhang van de groene inrichting, met wel overdachte keuzes voor planten- en boomsoorten en zorgen voor duurzaam beheerplan voor het groen in het stationsgebied. Groene daken zijn onderdeel van het ecologisch netwerk: bijen, vlinders en insecten vinden er makkelijk hun weg. De details van het groenontwerp komen uitgebreid aan bod in het Hoofdstuk 7 'Plek van vergroening en duurzaamheid'.
4.6 Een efficiënte, aantrekkelijke mobiliteitsknoop
De groene en ecologische kwaliteit van de singels wordt verder uitgebreid en sluit aan op het Singelpark, een zes kilometer lang wandelpad langs de singels van de stad, waar ook de Hortus Botanicus deel van uitmaakt. De inrichting van de Morssingel en de open ruimte aan de singel tegenover het Museum voor Volkenkunde worden hierin meegenomen. Verder wordt meer groene ruimte gemaakt met gras, planten, struiken en bomen.
Er valt op dit punt veel te verbeteren. Knooppunt Leiden Centraal bestaat naast het treinstation uit het busstation, fietsenstallingen, Kiss-and-Ride voorzieningen en taxistandplaatsen.
Verenigen van oud en nieuw in bouwhoogte
Stedelijk groen: verschillende typen op meerdere niveaus
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
De capaciteit van de stationshal is onvoldoende en de verschillende verkeersstromen rondom het station zijn onlogisch ingericht. Diverse openbare ruimtes rondom het station zijn onaantrekkelijk en onoverzichtelijk.
29
Dat geldt ook voor de overstapfuncties tussen bus en trein. Er is een tekort aan fietsenstallingen en de spoordijk vormt een fysieke en mentale barrière tussen twee bijzondere stadsgebieden: de binnenstad en het innovatie district LBSP. Belangrijke elementen voor de versterking van het huidige OV-knooppunt zijn: een efficiënt, overzichtelijk en bebouwd busstation met een inpandige wachtruimte, een interne verbinding tussen het busstation en het treinstation, verruimde stationshallen met nieuwe stationsgevels aan beide zijden, een verbreding van de NS passage, meer ruimte in het interieur rondom de OV-poortjes, een vernieuwd en mogelijk deels overkapt plein, grote ruime inpandige fietsenstallingen met korte looplijnen naar de OVterminal en voldoende goed bereikbare opstelplekken voor Kiss & Ride, taxi's en aanbod van deelmobiliteit. Daarvoor is betrokkenheid van onder andere het Rijk, ProRail, NS en de provincie Zuid-Holland essentieel. De vernieuwing van knooppunt Leiden Centraal is een onderdeel van een nationale MIRT verkenning geworden, waarin deze partijen gezamenlijk de toekomst voor Knooppunt Leiden Centraal gaan uitwerken. Deze gebiedsvisie biedt ruimte voor de vernieuwing van het stationsgebied.
Het knooppunt gaat als geheel beter functioneren, onder andere door de vele manieren waarop het station bereikbaar wordt en de diverse mogelijkheden om de reis vanaf Knooppunt Leiden Centraal voor te zetten.
4.7 Een bereikbaar stationsgebied In het huidige stationsgebied zijn auto's en bussen nog nadrukkelijk aanwezig. Vaak domineren ze het straatbeeld en bepalen ze de inrichting van de openbare ruimte. Er zijn er veel conflicten tussen bus-, fiets- en voetgangersstromen. Het bestaande busstation overheerst het karakter van het stationsplein.
Een efficiënte mobiliteitsknoop
30
Op de Stationsweg is de verkeersveiligheid in het geding. Auto's, bussen en fietsers delen dezelfde rijbaan en de ruimte voor voetgangers is beperkt. In de toekomst wordt het hart van het stationsgebied ingericht op gebruik door voetgangers en fietsers. De auto is te gast, conform het besluit ‘Agenda Autoluwe Binnenstad’, waarin is opgenomen om het stationsgebied autoluw te maken en de busroutes via Centrumroute en de Bargelaan te laten lopen. De bestaande en nieuwe verbindingen voor langzaam verkeer bieden een veelheid aan routes door het gebied. Stationsplein, Stationsweg en Steenstraat zonder bussen bieden meer ruimte en kwaliteit aan voetgangers en fietsers en voorkomt onveilige situaties en kruisingen tussen busverkeer en voetgangers- en fietsersstromen. De Stationsweg en de Steenstraat worden daarmee een kwalitatief hoogwaardige entree naar de stad voor fietsers en voetgangers. Het ontvlechten van stromen is bovendien noodzakelijk om de toekomstige groei van vooral het aantal fietsers en voetgangers het hoofd te bieden. Het continueren van de huidige situatie, waarbij bussen, fietsers, voetgangers, auto’s, bestelbusjes en vrachtwagens van dezelfde rijbaan gebruik maken, zal met de verwachte groei in de toekomst, de situatie verder doen verslechteren. Daarom is het nodig om, met het oog op de toekomst, heldere keuzes te maken.
De Stationsweg en Steenstraat als fiets- en voetgangers entree betekent ook dat voor busverkeer goede, betrouwbare en verkeersveilige routes gerealiseerd moeten worden. Een van de belangrijke routes waar dit goed mogelijk is, is via de Bargelaan en het Schuttersveld. Het Schuttersveld, kruispunt Rijnsburgerweg en de Bargelaan zullen hiervoor opnieuw ingericht moeten worden, evenals de aansluiting tussen Plesmanlaan en Stationsweg.
Faciliteren van de modalshift: voetganger op één
De mogelijkheden voor parkeren in het stationsgebied worden beperkt. Dat sluit goed aan op het streven naar duurzame mobiliteit en een autoluwe Leidse binnenstad. We verwachten echter nog wel bezoekers die met de auto naar het gebied komen, ook zijn er bewoners met een vergunning en deelmobiliteit moet een plek krijgen. Hiervoor is parkeerruimte nodig. Die parkeerplaatsen worden allemaal inpandig, ondergronds en/of bovengronds. Waar en in welke omvang dit precies gerealiseerd kan worden is nog een onderzoeksopgave. In het stationsgebied zelf zijn hiervoor twee mogelijke locaties aangeduid.
4.8 Kwaliteit passend bij de entree van de stad
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
De gebruikskwaliteit en visuele kwaliteit van bebouwing en openbare ruimte zijn van een hoog niveau. De gebouwen zijn toekomstbestendig, het openbaar vervoer is gebruiksvriendelijk, service, gemak en comfort staan voorop. De beeldkwaliteit van gebouwen en openbare ruimte in het stationsgebied is vastgelegd in een ‘Beeldkwaliteitsplan’. Het bestaande Beeldkwaliteitsplan voor het stationsgebied zal na het vaststellen van deze gebiedsvisie een update ondergaan om aan te sluiten bij de in deze visie vastgelegde ambities.
Kwaliteit borgen met Beeldkwaliteitsplan en betrekken Supervisor
31
Caption text Impressie Morssingelblok
32
33
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
5
PLEK VAN VERBINDING
“Doordat busroutes en fietspad elkaar meerdere keren kruisen, is het onveilig. Probeer veilige fiets- en wandelroutes te maken, los van busbanen.“
In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de mobiliteit en de gebouwen in het stationsgebied en de toekomst van de twee molens die Leiden rijk is. Het nieuwe groen in het stationsgebied dat vervlochten wordt met de bestaande groenstructuren, wordt verder toegelicht in Hoofdstuk 7.
5.1 Mobiliteit en gebouwen in het stationsgebied In het stationsgebied wordt het steeds drukker. We willen betrouwbaar openbaar vervoer en moeten ervoor zorgen dat gevaarlijke verkeerssituaties tussen de voetganger, fietser, de bus en het overige vervoer zoveel mogelijk worden voorkomen. Omdat er soms te weinig plek beschikbaar is moeten keuzes gemaakt worden. Daarbij is de volgende prioriteit van kracht: de fietsers en voetgangers staan bovenaan, gevolgd door openbaar vervoer, vervolgens deelmobiliteit (MaaS, taxi) en als laatste privé autogebruik en vrachtvervoer.
Mobiliteit voor een bereikbaar, levendig en gezond stationsgebied De verstedelijking in de Randstad neemt de laatste jaren een grote vlucht. Meer mensen zoeken de stad op om er te werken en te wonen. Een toename van woningen, kantoren en voorzieningen betekent ook een sterke mobiliteitsgroei, waaronder het gebruik van trein en fiets. Zoals al kort beschreven in hoofdstuk 2 en 4 maken deze ontwikkelingen en het belang van duurzame mobiliteit het nodig de mobiliteitsopgave voor het stationsgebied te herzien. Rekening houdend met het algemene mobiliteitsbeleid van de stad Leiden als geheel, dat zich onder andere focust op het autoluw maken van het centrum.
Voetganger en fiets met stip op 1 In de plannen voor het stationsgebied voor de aanleg van een aantrekkelijke en veilige openbare ruimte, staan de voetgangers en fietsers allereerst voor ogen. Er wordt aandacht besteed aan een hoogwaardige groene inrichting. Levendige plinten dragen bij aan de sociale veiligheid op straat. Routes zijn logisch en overzichtelijk. In de kern van het stationsgebied en op het Morspoortterrein is de auto te gast, in straten die gedeeld worden met voetgangers en fietsers. Reizigers te voet komen vanaf Knooppunt Leiden Centraal de stad binnen via de twee stationspleinen. De pleinen zijn gastvrij, ruim en overzichtelijk. Ze zijn het startpunt van goed zichtbare en duidelijke routes naar de binnenstad, het LUMC, het LBSP en andere kenmerkende bestemmingen. Dit betekent dat de Stationsweg en de Steenstraat primair worden ingericht voor voetgangers en fietsers. Voor bussen zijn alternatieve routes beschikbaar met ruimte voor groei en waar verkeersveiligheid de boventoon voert. Uit eerste verkenningen blijkt dat dit goed te realiseren is en dat tegelijkertijd de verkeersveiligheid verbeterd kan worden. Onder andere door de oversteek voor voetgangers te verbeteren, de middenberm te verbreden, de kiss en ride voorziening beter in te richten.
Fietsers krijgen bij het kruispunt Bargelaan/ Rijnsburgerweg meer ruimte op de weg en er wordt vaker groenlicht aangeboden. Een belangrijk verschil tussen de twee stationspleinen is dat het plein aan de LUMC zijde de voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer een eigen rijbaan hebben. Dit maakt het mogelijk om verkeersveilige ontwerpen te realiseren. Zo wordt het busverkeer richting de binnenstad onderzocht. Kan de route Morsweg/Rijnzichtbrug, in combinatie met een vermindering van het autoverkeer, geschikt gemaakt kan worden voor busverkeer?
Spoordijk Om de verbinding tussen de stadsdelen aan weerszijden van de spoordijk te verbeteren verdienen de afmetingen en de inrichting van de onderdoorgangen onder de spoorlijnen (oftewel spoorbundel Plesmanlaan, Joop Walenkamptunnel en Rijnsburgerweg) veel aandacht. De huidige passages onder de spoorbundel zijn voor snelverkeer acceptabel, ze bieden voldoende capaciteit en veiligheid.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
Verbinding is één van de belangrijkste functies van het stationsgebied. De stad Leiden wordt hier verbonden met de regio, met Nederland en de wereld. Verkeersstromen komen hier samen, met een compleet en duurzaam Knooppunt Leiden Centraal in de schijnwerpers. Het stationsgebied verbindt ook de stad tot één geheel; verleden, heden en toekomst worden verenigd. Oude en nieuwe stadsdelen worden aaneen geschakeld. En de Leidenaren zelf? Die die vinden elkaar door hun trots op dit nieuwe stadsdeel.
35
Een fijnmazig voetgangersgebied
36
Voor langzaam verkeer schieten ze echter te kort: de capaciteit en kwaliteit zijn onvoldoende en ze passen niet bij het gewenste niveau van het stationsgebied van de toekomst. Er zijn herinrichtingsvoorstellen nodig die inzetten op aantrekkelijke, sociaal veilige onderdoorgangen. Ze moeten maximaal ruimte bieden aan langzaam verkeer en schoon, ruim en licht zijn. Op het gebied van verlichting is veel te winnen. Bij de herinrichting moet gebruik gemaakt worden van hoogwaardige robuuste, materialen. Ook de stationspassage verdient aandacht. In de MIRT-verkenning wordt de wens geuit om eventuele opgangen naar het spoor toe te voegen. Het kerngebied blijft goed bereikbaar voor bestemmingsfietsverkeer, waaronder de fietsenstallingen en voorzieningen. De Joop Walenkamptunnel geeft toegang tot het LUMC en direct omliggende gebieden.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
De onderdoorgangen Plesmanlaan en Rijnsburgerweg zijn voor fietsers en voetgangers beperkt qua breedte. Met de groei van het voetgangers- en fietsverkeer (verwachte groei van fietsstromen +40%) en het benadrukken van de hoofdfietsroute over de flanken van het stationsgebied zullen beide onderdoorgangen moeten worden verbreed. Dit speelt ook bij de Joop Walenkamptunnel die gebruikt wordt door fietsers en voetgangers. Verbreding voor fietsers en voetgangers aan de zuidzijde is nodig. Aan de noordzijde moet onderzocht worden of een voetgangersverbinding gemaakt kan worden. De uitwerking van de transformatie van de verschillende onderdoorgangen zal een belangrijk onderdeel zijn van de MIRT verkenning.
37
Netwerk van fietsverbindingen; doorgaande routes over de ‘flanken‘
38
Fietsroutes en stallingen Het wordt aantrekkelijk om met de fiets naar het station te gaan als er voldoende en hoogwaardige fietsenstallingen zijn. In de huidige situatie is er sprake van een groot aantal kleinere en grote stallingen, deels tijdelijk in de openbare ruimte. De gebiedsvisie voor het stationsgebied voorziet in een aantal grote ondergrondse en mogelijk een aantrekkelijk vormgegeven bovengrondse stalling. De fietsenstallingen worden goed vindbaar en bereikbaar gemaakt. Ze dienen ruimte te bieden aan fietsen, deelfietsen, buiten-formaat fietsen, klein elektrisch vervoer (scooter, step, duo- en monowheels) en bijbehorende diensten. De populariteit van fietsen zal de komende jaren verder stijgen. De prognose van ProRail komt voor Leiden uit op circa 19.500 plekken in 2030. In het stationsgebied is inmiddels een goed begin gemaakt met de uitbreiding van capaciteit door de grote fietsenstalling gerealiseerd onder Lorentz (4.800 plekken) en worden voorbereidingen getroffen voor een forse stalling onder De Geus (circa 3.000 plekken). Voor de langere termijn zijn nog verschillende locaties in studie:
• • •
een uitbreiding van de stalling onder het stationsplein aan de kant van het LUMC een ondergrondse stalling aan de centrumzijde, evenwijdig aan de spoordijk een bovengrondse stalling op de locatie van het huidige taxipallet een bovengrondse staling onder de spoordijk, toegankelijk vanuit de tunnel Rijnsburgerweg.
Mogelijke nieuwe fietsenstalling
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
•
39
Caption text tussen de verschillende onderdelen van het Knooppunt Leiden Centraal Samenhang
40
Openbaar vervoer: Knooppunt Leiden Centraal en bussen Knooppunt Leiden Centraal is een belangrijk onderdeel van de MIRT-verkenning, die in opdracht van het ministerie I&W is opgesteld, in samenwerking met regionale en landelijke partijen. Niet alleen het station, maar ook een goed ingericht busstation bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit en succes van de overstapfunctie van Knooppunt Leiden Centraal. Bovendien moet het parkeren van fietsen optimaal geregeld zijn.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
Het busstation Leiden Centraal blijft op de huidige locatie en wordt daar vernieuwd. Er zijn mogelijkheden om boven het busstation te bouwen. Deze opties worden behandeld in het hoofdstuk over de kavels (kavel B1, busstation). De uiteindelijke bouwkundige en programmatische mogelijkheden (bijvoorbeeld inpandig en overdekt) worden verder onderzocht in de MIRTverkenning. Ook de mogelijkheden voor aansluiting op het NS station krijgen aandacht in deze studie. Op de Connexxionlocatie is de busremise gevestigd. Voor de remise worden alternatieve locatie(s) zodat daar op termijn woningbouw gerealiseerd kan worden.
41
Busstation en busroutes
42
Bus en tram Omdat verkeersveiligheid en groeibestendigheid hoofdzaken zijn, wordt ingezet op een busvrije Stationsweg en Steenstraat. Bereikbaarheid, verkeersveiligheid en betrouwbare routes (op tijd rijden) voor bussen zijn belangrijk voor het functioneren van Knooppunt Leiden Centraal. De bussen rijden daarom straks via een aantal routes die zoveel mogelijk aan alle gestelde eisen voldoen. Voor de HOV- en streekbussen richting Katwijk en Noordwijk loopt de route via de Plesmanlaan. Richting Zoetermeer rijden de bussen over de Centrumroute en de Bargelaan. Voor de stadslijnen die door de Breestraat rijden zijn de volgende opties in beeld: 1. 2.
via Bargelaan, Schuttersveld en Turfmarkt via Morsweg en Rijnzichtbrug.
Deze twee voorstellen zijn in de agenda ‘Autoluw’ opgenomen om nader uit te werken.
GEBIEDSVISIE STATIONSGEBIED
De nieuwe busroutes, in combinatie met de verwachte groei van fietsstromen, vragen om structurele ingrepen, inclusief verbredingen van de onderdoorgangen onder de spoorbundel. De mogelijkheid om in de verre toekomst een tramverbinding toe te voegen aan de route Plesmanlaan, via het stationsgebied (Bargelaanzijde) naar het Schuttersveld, moet ook mogelijk blijven.
43
Het stationsgebied is het domein voor langzamverkeer: Hoofdroutes autoverkeer en parkeergarages aan de randen.
44
MaaS, taxi en Kiss & Ride Een Kiss & Ride voorziening is belangrijk voor het functioneren van Knooppunt Leiden Centraal. Voor het halen en brengen van treinreizigers moet de nieuwe Kiss & Ride voorziening aantrekkelijker en veiliger worden, zodat verkeersconflicten worden voorkomen. Op de Bargelaan zijn hiervoor verschillende opties die nader uitgewerkt moeten worden. De nieuwe invulling voor de taxistandplaats vraagt nader onderzoek. Wat is het minimale aantal benodigde taxistandplaatsen en passen die op de huidige locatie? In paragraaf 8.6 wordt hier uitgebreid op ingegaan. In het stationsgebied wordt het gebruik van duurzame vervoerwijzen gestimuleerd. Door de autoafhankelijkheid terug te dringen wordt de impact van autogebruik op de openbare ruimte verkleind. Dit gebeurt door het aanbieden van deelmobiliteit in openbare parkeergarages van fiets, step, scooter en auto, door Mobility as a Service (MaaS) en mogelijk ook met Mobility Hubs (zogenaamde plekken met aanbod van deelmobiliteit) in of buiten het stationsgebied.