210006 Bijlage 1 Visie Stadstuinieren
Tekst van het document
13 Zie ook beleidsvoorstel 14 van de ecologische adviezen
37
ontwikkelen en daar soms ook hun beroep van maken. Om deze redenen stelt de gemeente de grond, (een deel van) de openbare ruimte, beschikbaar voor stadstuinieren. Multifunctioneel gebruik van grootschalig groen Door de functie stadstuinieren toe te voegen nemen de kansen op meer multifunctioneel gebruik van het groen toe. Als tegenhanger van het toevoegen van buurttuinen in de woonwijken zouden de Leidse tuinparken (volkstuinen) naast de tuinfunctie een meer parkachtige functie kunnen krijgen. Er zijn mogelijkheden om de functie van de volkstuinen te verbreden zonder de kwaliteit van de volkstuinen te verminderen. Te denken valt aan: • wandelroutes • sport en spel voor kinderen van de volkstuinders en uit de buurt • goed toegankelijk voor mindervaliden • collectieve moes- of pluktuinen • natuur- en milieuvriendelijke inrichting en beheer • samenwerking en netwerkvorming op het gebied van cultuur, onderwijs, sport en zorg. Op de website van landelijke bond AVVN, www.avvn.nl, zijn voorbeelden te vinden van (recreatief) medegebruik van volkstuinen. Klimaatadaptatie Groene tuinen vangen water op en zorgen voor verkoeling. Dit speelt zeker wanneer versteende oppervlakte in stadstuinen worden omgezet. Vergroten biodiversiteit Natuurvriendelijk tuinieren is het uitgangspunt bij stadstuinieren.
Afhankelijk van de uitgangssituatie (bijvoorbeeld gazon) levert natuurvriendelijk tuinieren een bijdrage aan het bodemleven en daarmee weer voedsel voor insecten, vogels, etc. Plekken met een hoge ecologische waarde komen niet in aanmerking voor stadstuinieren. 3.2. Speerpunten Op basis van de inventarisatie komen we tot de volgende speerpunten om stadstuinieren duurzaam en meer mogelijk te maken in Leiden: • Meer ruimte voor stadstuinieren in Leiden, waarbij het initiatief bij de bewoners ligt en de gemeente inspireert en faciliteert; • Invulling van de mogelijkheid voor volkstuinen in de Oostvlietpolder; • Meer buurt(moes)tuinen. In iedere wijk minimaal één buurt(moes)tuin mogelijk maken; • Meer mogelijkheid bieden voor kleinschalige straat/ stadstuiniermogelijkheden; • Meer mensen kennis laten maken met stadstuinieren; • Bijdragen aan een praktische vertaling van de kerndoelen van onderwijs op de school tuinen. Vaak begint hier de ervaring met tuinieren. En schooltuinen worden (semi) openbaar; • Meer eetbare schoolpleinen, een plek op het schoolplein met eetbare gewassen. Zodat ook die kinderen die niet naar een schooltuin gaan, gewassen zien groeien en ervan kunnen proeven; • Versterken van de maatschappelijke functie van de volkstuinen en van de verbinding met de omgeving. Meer variatie in (omvang) van tuinen op bestaande complexen.
38
Figuur 16. Samen tuinieren (foto Jessica Zwartjes)
3.3. Toekomstbeelden Onderstaand wordt het toekomstbeeld voor de verschillende vormen van stadstuinieren geschetst. Toekomstbeeld schooltuinen De waarden van de schooltuinen (zie par 2.1.1) willen we kinderen mee blijven geven. Jong geleerd is oud gedaan. De schooltuin is de basis voor de natuur- en voedselbewuste burger en de stadstuinder van de toekomst. De schooltuinen dragen bij aan een praktische invulling van de kerndoelen van het onderwijs. Voor de toekomst is het oog gericht op het laten schooltuinieren van zoveel mogelijk kinderen. Schooltuinen zijn semi-openbaar, overdag -wanneer er toezicht is14 - toegankelijk. Op deze manier worden ze meer onderdeel van de Leidse groenstructuur. Wat is er leuker dan na school aan je vader, moeder, opa, oma je tuintje te laten zien? Of over de schooltuin lopen tijdens je parkbezoek? Wanneer er ruimte beschikbaar is, kan deze in de toekomst ook door buurtbewoners gebruikt worden om te tuinieren (seizoenstuin).
14 Toezicht is noodzakelijk, de schooltuinen in Park Matilo, hebben veel last van vandalisme.
39
Toekomstbeeld volkstuinen De Leidse volkstuinparken vormen een integraal onderdeel van de hoofdgroenstructuur. Het zijn jaarrond openbaar toegankelijke parken (van zonsopgang tot zonsondergang) waarin volkstuinen een belangrijke rol spelen. De Leidse volkstuinparken zijn verbonden met hun omgeving en worden actief gebruikt door de omgeving. Iedereen is er welkom en voelt zich welkom. Volkstuinparken stralen uit dat je er welkom bent als bezoeker. Door openbare functies en activiteiten, ook voor niet-leden, trekken de tuinparken bezoekers, jong en oud. Het is een leuke plek om naar toe te gaan, je kunt er genieten van rust en van de natuur. Er zijn soms natuurexcursies of kleinschalige culturele activiteiten of open dagen met een thema (“struinen door de tuinen”, “tuinfest”, etc). Tuinverenigingen hoeven dit niet allemaal zelf te organiseren, andere organisaties zullen hun kansen zien. Soms is het ook een kwestie van aansluiten bij activiteiten die toch al in de stad georganiseerd worden. Ook de verenigingsgebouwen worden waar mogelijk door anderen voor maatschappelijke activiteiten gebruikt. Van muziekvereniging, tot buurtvereniging maar ook voor kinderfeestjes e.d. Op de tuinparken is veel variatie aan omvang van tuinen. Van kleine moestuinen (bijv. 20-30 m2) zonder opstallen tot grotere tuinen (tot 300 m2) met een huisje.
Door de variatie aan omvang van tuinen kan beter op de behoefte aan tuinieren en de beperkte tijd die veel mensen hebben worden ingespeeld en kunnen meer mensen tuinieren op een volkstuin. Kleine tuinen kunnen ook als proeftuin dienen voor beginnende stadstuinders. Uitgangspunt is dat op termijn 20% van de tuinen kleiner is dan 100 m2. Naast de tuinen die verhuurd worden aan een tuinder zijn er gezamenlijke tuinen, bijv. voor scholen, een zorginstelling of een buurtmoestuin. Ook zijn er bijzondere plekken als een vlindertuin, moerastuin. Alle tuinparken hebben het nationaal keurmerk natuurlijk tuinieren. Volkstuinparken leveren een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen door te verduurzamen en de oppervlakte verharding op de tuinen tot een minimum te beperken. De oeverbeschoeiing wordt waar mogelijk vervangen door natuurvriendelijke oevers. Hierdoor krijgen tuinparken een maatschappelijke meerwaarde. Deze ontwikkeling gaat geleidelijk, omdat tuinen die vrijkomen (3-4% per jaar), deels in kleine tuinen worden omgezet. We onderzoeken samen met de LBA hoe de maatschappelijke functie van de volkstuinen en de verbinding met de omgeving verder versterkt kan worden. Dit is maatwerk per tuinpark die binnen de hoofdlijnen van de visie kunnen worden uitgewerkt.
40
Compensatie De gemeente wil het lang lopende compensatiedossier uiterlijk in 2024 afsluiten. De ruimte in de stad is beperkt, de stad is veranderd en de behoeften aan stadstuiniervormen ook. De enige mogelijkheid die de gemeente ziet voor de compensatie van volkstuinen is de ruim 2 ha nieuwe volkstuinen die in het bestemmingsplan Oostvlietpolder is opgenomen. Dit bestemmingsplan is in 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze compensatie betreft de uitvoering van eerder door de raad vastgesteld beleid/vastgestelde kaders. In overleg met de LBA/de tuinverenigingen kan deze grond in gebruik worden genomen. De gemeente zal geen verdere studie doen om de compensatie elders te laten plaatsvinden. Dit is reeds uitvoerig gedaan en heeft niet tot andere reële opties geleid15. Nadere uitwerking Nadere uitwerking van dit toekomstbeeld zal in nauw overleg met LBA en de volkstuinverenigingen plaatsvinden. Waar en hoe kleinere tuinen of andersoortige tuinen gerealiseerd worden zal per tuinpark verschillen. Dit geldt ook voor het medegebruik van het verenigingsgebouw. Iedere tuinvereniging maakt hiervoor een plan, waarbij ruimtelijke en natuurlijke kwaliteitsverbetering wordt meegenomen. De randvoorwaarden, beoordelingscriteria en de planning voor deze plannen worden opgenomen in het nieuwe huurcontract dat 1 november 2021 ingaat.
Afspraken over het in gebruik nemen van in het bestemmingsplan gereserveerde grond in de Oostvlietpolder, het gebruik van de tuinparken, natuurvriendelijk tuinieren en de tarieven zullen eveneens worden vastgelegd bij het vernieuwen van het huurcontract in 2021. Toekomstbeeld stadstuinen De stadstuinen in Park Matilo zijn een waardevolle aanvulling op volkstuinen. En spelen in op de behoefte aan kleinere tuinen. Ook dragen ze bij aan het programma in Park Matilo. Deze vorm van tuinieren past uitstekend bij stadstuinieren. Ondanks de beperkte ruimte in de stad zijn er mogelijkheden om meer stadstuinen in deze vorm te realiseren. Het minimumaantal is 10 tuinen van 25 m2 met een gezamenlijk schuurtje voor gereedschap. Suggesties voor het benutten van openbare ruimte voor stadstuinen zijn opgenomen in hoofdstuk 4. De organisatie en opzet kunnen als voorbeeld dienen voor andere tuinen, ook voor de wat grotere buurtmoestuinen. Bij de realisatie van nieuwe parken of herinrichting van bestaande parken onderzoeken we of stadstuinen kunnen worden toegevoegd. Toekomstbeeld buurt(moes)tuinen In de toekomst zien we een scala aan buurt(moes)tuinen in Leiden. Van heel klein, 50 m2 waar 3-4 mensen samen tuinieren, tot grotere tuinen, van enkele honderden m2. Hoe groot
15 In 2016 is onderzoek gedaan naar mogelijkheden voor compensatie. 18 Locaties zijn onderzocht: een strook boven Ons Buiten, diverse locaties in het Cronesteynpark, in de Oostvlietpolder, langs de Europaweg, tussen de Rijnlandroute en Stevenshof en de dierenweide in het Hooghkamerpark.De raad is hierover op 31 mei 2016 geïnformeerd, zie https://leiden.notubiz.nl/document/3885175/1/22.%20Brief%20College%20 B&W%20d.d.310516%20Aangeboden%20locaties%20compensatie%20volkstuinen. Op basis hiervan is besloten tot 2 ha compensatie in de Oostvlietpolder en een uitbreiding van het Zonneveld.
41
een buurt(moes)tuin moet zijn hangt af van de behoeften en ervaring van de deelnemers. Vooral een moestuin is veel werk. De WUR (Wageningen Universiteit) geeft in haar brochure ‘Buurtmoestuin zo gedaan’ aan dat voor beginners 10 m2 voldoende is. Om het hele jaar verse groente en fruit te kunnen oogsten wordt 50 m2 per persoon als richtlijn gegeven. Er is ruimte genoeg voor buurt(moes)tuinen van deze omvang. Van echte tuin tot buurtboomgaardje. Ook veel kale gevels met een lapje groen ervoor lenen zich om te laten begroeien, bijv. met druiven. Ze liggen in hofjes tussen flats waar nu alleen gras is. De saaie en vaak verlaten ruimte vrolijkt erdoor op en aanwonenden kijken vanuit hun huis op uit. Buurt(moes)tuinen kunnen ook in een park op een weinig gebruikte plek of op een wijksportpark, waar ze net andere mensen trekken als degenen die er toch al komen om te sporten. Niet alle scholen maken gebruik van de schooltuinen, bijv. omdat ze te ver weg zijn. Buurt(moes)tuinen zouden ook door scholen benut kunnen worden, of om te tuinieren of educatief.
Figuur 17. Een buurt(moes)tuin kan al op een klein stukje grond of in een bak, Lavendeltuin en kruidentuin Strobloem (mei 2020)
Buurttuinen, centraal in wijken, kunnen bijdragen aan sociale cohesie. Om die reden is de ambitie om in iedere wijk een buurt(moes)tuin mogelijk te maken.
42
Buurtmoestuinen zijn te onderscheiden in buurttuinen waar men gezamenlijk tuiniert en buurtmoestuinen met een gezamenlijk deel en een klein stukje (paar m2) individueel, om dat te verbouwen wat men graag zelf wil16. Uitgangspunten voor een buurt(moes)tuin • Bij de start doen minimaal 4-5 mensen mee. • De initiatiefnemer beheert de tuin. De gemeente heeft het recht de tuin weer terug te nemen als de initiatiefnemers stoppen of de tuin niet meer wordt beheerd (de tuin blijft openbare ruimte). • Bouwsels, kassen, pergola’s, schuurtjes, e.d. zijn niet toegestaan. Paden worden niet verhard. • De tuin is openbaar toegankelijk, maar mag worden afgesloten met een hekje. • De buurt(moes)tuin wordt begrensd door een heg, max 60 cm hoog. Dit om inlopen van honden, katten, spelende kinderen, e.d. tegen te gaan en de planten te beschermen. • Natuurvriendelijk/ecologisch tuinieren. Geen kunstmest, geen gif en zo veel mogelijk zorgen voor een gezonde bodem. Er wordt er geen grond/tuinaarde op basis van turf toegepast. Toegepast organisch materiaal heeft zo veel mogelijk een lokale herkomst17. • Afspraken worden in een convenant vastgelegd. • De gemeente houdt het recht om een grond weer terug te nemen als deze niet meer wordt beheerd of als initiatiefnemers stoppen. De grond blijft openbare ruimte. Voorwaarden voor een locatie • Passend in het bestemmingsplan.
• In het zicht van woningen, zodat buurtbewoners een oogje in het zeil kunnen houden. • Gemiddeld 5 minuten lopen voor de deelnemers aan de tuin (ervaringscijfer onderzoek WUR). • Geen kabels en leidingen in de ondergrond. • Buiten de kroon van bomen (en daarmee buiten het wortelgestel). Bomen zorgen voor vochtonttrekking en voor schaduw en kunnen daarmee ‘overlast’ veroorzaken voor de buurt(moes)tuin. De gemeente kapt geen bomen voor realisatie van buurt(moes)tuinen, want bomen hebben een belangrijke rol voor de stad (biodiversiteit, verkoeling, etc) • Watervoorziening in de omgeving: oppervlaktewater, grondwater of opvang van regenwater • Niet te dicht bij doorgaande/drukke weg of het spoor in verband met vervuiling en bij het spoor slijtage van rails en bovenleidingen. • Draagvlak van de buurt. • De milieuhygiënische bodemkwaliteit voor een moestuin is zodanig dat de gewassen gegeten kunnen worden. Is dit niet het geval dan kunnen alleen niet-eetbare gewassen worden gekweekt of kan in bakken worden gemoestuinierd. • De tuin kan op grond van de gemeente, van een woningcorporatie of op particuliere grond liggen. Toestemming van de grondeigenaar is verplicht. • In principe geen stadstuin op braakliggende grond. Dit zijn vaak hotspots van biodiversiteit. 16 In Utrecht komen beide vormen voor.
Bij buurtmoestuinen met een eigen gedeelte betaalt men een eigen bijdrage van enkele tientjes per jaar. Gezamenlijk zijn plekken voor wat grovere groenten (courgettes, pompoenen, aardappels), bessenstruiken, fruitbomen, composthoop, etc. 17 De winning van turf/ het afgraven van veen draagt op grote schaal bij aan klimaatverandering en aantasting van ecosystemen.
43
Grotere buurttuinen Het gaat hier om tuinen die een grotere oppervlakte nodig hebben maar wel een gezamenlijk karakter hebben. Bijvoorbeeld voedselbos Okkerheide met een oppervlakte van 2.500 m2. Nieuwe vragen voor een locatie van een voedselbos zijn niet uit te sluiten, voedselbossen zijn in. Voor initiatieven van deze omvang – hoe interessant ook – is niet of nauwelijks ruimte beschikbaar binnen de bebouwde kom. In de Oostvlietpolder is de open ruimte bestemd voor natuur, weidevogels in een open landschap. Mogelijk biedt park Cronesteyn ruimte of wellicht is in een enkele wijk een wat groter stukje grond beschikbaar. Toekomstbeeld eetbare schoolpleinen Om een aantal eerdergenoemde redenen is het belangrijk dat kinderen in aanraking komen met eetbare gewassen en moestuinieren. Zo draagt moestuinieren bij aan een positieve houding van kinderen tegenover gezond eten. Gemeente Leiden vindt het belangrijk dit zaadje al op jonge leeftijd te planten. Schooltuinen en buurttuinen kunnen daarbij een rol spelen, maar ook eetbare schoolpleinen. Onder schoolplein verstaan we in dit geval ook de buitenruimte van kinderdagverblijven en BSO’s. Een eetbaar schoolplein heeft wat ruimte om te moestuinieren of er staan eetbare gewassen (fruitbomen, klein fruit, e.d.). Eetbare schoolpleinen vormen een aanvulling op de schooltuinen, ze zijn dagelijks in het zicht bij de kinderen.
Het initiatief voor een eetbaar schoolplein ligt bij de directie van de school of organisatie. De gemeente, team NDE, kan adviseren. Een moestuin op het schoolplein is een van de onderwerpen van het landelijke programma Jong Leren Eten. Als de gemeente mogelijke medefinancieringspartijen signaleert (zoals Fonds 1818 of provincie) maakt zij dit kenbaar bij de scholen. Toekomstbeeld professionele tuinen zonder oogstwinstmerk (CSA) Biologische CSA-tuinderijen zijn belangrijk voor de stadsbewoners, dat blijkt uit de belangstelling in andere steden. In Leiden blijkt dat uit de belangstelling en de wachtlijst voor Het Zoete Land. Om de bereikbaarheid voor en de betrokkenheid van bewoners te waarborgen is het belangrijk dat ze in de stad of direct tegen de stad een plek krijgen. Zodat de stadsbewoners er gemakkelijk heen kunnen om te oogsten, om te helpen en zich verbonden voelen met het bedrijf. Ook voor het bezoek van scholen en anderen is die locatie belangrijk. De minimale oppervlakte voor een CSA-tuin is zo’n 1.500 m2. Voorwaarden voor een locatie • Openbaar (minimaal tussen zonsopkomst en zonsondergang). • Passend in het bestemmingsplan. • Oppervlakte van minimaal 1.500 m2. Bij kastuinbouw kan dit kleiner, kassen zijn echter moeilijk in te passen in het stadsbeeld.
• Aanwezigheid of mogelijkheid voor een schuur als verblijfsruimte, opslag van gereedschap, materialen en voorraad. • Grond moet geschikt zijn voor het telen van gewassen, geen bodemverontreiniging. • Geen kabels en leidingen in de ondergrond. • Buiten de kroon van bomen (en daarmee buiten het wortelgestel). De gemeente kapt geen bomen voor realisatie van stadstuinen, want ze hebben een belangrijke rol voor de stad (biodiversiteit, verkoeling, etc)
44
• Watervoorziening in de omgeving: schoon oppervlaktewater, grondwater of opvang van regenwater. • Niet te dicht bij doorgaande/drukke weg of het spoor in verband met vervuiling en bij het spoor slijtage van rails en bovenleidingen. • Draagvlak van de buurt. • De tuin kan op grond van de gemeente, van een woningcorporatie of op particuliere grond liggen. Toestemming van de grondeigenaar is verplicht. In het geval de tuin op grond van de gemeente ligt wordt een overeenkomst opgesteld. • Terrein beschikbaar voor lange termijn, minimaal vijf jaar, om de bodem te kunnen verbeteren, te investeren in voorzieningen en relaties met oogstdeelnemers, vrijwilligers en de omgeving op te bouwen. De ruimte in de stad is beperkt. Hiervoor geldt hetzelfde als bij de grotere buurtinitiatieven, het is lastig om een plek te vinden. We staan positief tegenover nieuwe initiatieven. Wanneer zich een initiatief aandient zal gezamenlijk gezocht moeten worden naar ruimte en/of een beoogde locatie moeten worden beoordeeld. 3.4. Gebruik van grond Contractduur Voor initiatiefnemers is het belangrijk om zekerheid te hebben. Dan kunnen zij investeren in hun tuin, in de bodem en in de contacten. Om een gezonde, biologische en vruchtbare bodem te realiseren is het nodig om gedurende langere tijd natuurvriendelijk en met verstand van zaken te tuinieren. Een gezonde bodem levert een betere opbrengst.
Voor de volkstuinen, de schooltuinen, stadstuinen Matilo en tuinderijen zonder winstoogmerk, zoals Het Zoete Land, is een contractduur van 10 jaar gewenst, met verlenging. Bij de start van een nieuwe tuin kan in eerste instantie worden uitgegaan van 3 jaar, zodat een tuin zich kan bewijzen. Contracten met buurtinitiatieven voor drie jaar en met periodes van 3 jaar verlengen. Dit geeft meer zekerheid dan jaarlijks verlengen, waardoor men ook in de tuin, de bodem en de relaties kan investeren. Contracten worden voor verlenging geëvalueerd. Bij de 10 -jarige contracten vindt een tussenevaluatie plaats na vijf jaar. Een uitzondering is als de grond tijdelijk beschikbaar is, er binnen enkele jaren gebouwd gaat worden of de grond een andere functie krijgt. Dat kan alleen met een jaarcontract. Grondprijs Stadstuinieren heeft waarde voor de Leidse gemeenschap. Stadstuinieren is een maatschappelijke activiteit, geen commerciële. Dit is het uitgangspunt bij het bepalen van de grondprijs. Het uitgangspunt voor het bepalen van de grondprijs voor volkstuinen en stadstuinderijen stadstuinieren is dat de grondprijs niet meer dan kostendekkend is (integrale kostprijs zoals kosten voor contractbeheer, controle, eigendomslasten, afschrijving en rente over investeringen, bijdragen voor onderhoud, etc).
Op de volkstuinen hebben de volkstuinders een eigen lapje grond, dat niet openbaar is, hiervoor betalen zij huur aan gemeente. Bij stadstuinderijen zonder winstoogmerk is de grondwaarde onderdeel van de prijs die deelnemers betalen voor het groente- en fruitabonnement. Bij buurttuinen en stadstuinen wordt het gebruik als tuin beschouwd als beheer van de openbare ruimte. Deze grond wordt om niet beschikbaar gesteld.
45
46
4. UITVOERING Om de visie stadstuinieren met de speerpunten en toekomstbeelden te realiseren wordt een uitvoeringsstrategie voorgesteld. Deze bestaat uit meerdere onderdelen die in paragraaf 4.1 worden beschreven. Voorts komen in paragraaf 4.2 de kansen voor stadstuinieren bij (her) ontwikkeling van gebieden en/of herinrichting van de openbare ruimte aan de orde. In paragraaf 4.3 worden enkele bijzondere aspecten beschreven rondom gezondheid, medegebruik en openbaarheid van locaties en verkoop. 4.1. Uitvoeringsstrategie In de uitvoeringsstrategie zijn 4 hoofdlijnen te onderscheiden: 1. Basis op orde - Behouden wat er is: zorgvuldig omgaan met bestaande organisaties en initiatieven. - Afspraken beter vastleggen: zorgen voor goede, eenduidige juridische en financiële afspraken vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten met de diverse vormen van stadstuinieren. 2. Stimuleren: mogelijk maken van nieuwe stadstuinen, vooral van buurt(moes)tuinen 3. Realisatie nieuwe volkstuinen realisatie volkstuinen in de Oostvlietpolder. 4. Kansen pakken: gelijktijdig kansen voor stadstuinieren grijpen bij ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichtingen. Het uitgangspunt is dat (groepen) bewoners het initiatief nemen en de gemeente faciliteert. 4.1.1. Planning In deze visie is aangegeven wat de gemeente Leiden wil met stadstuinieren.
De beschikbare capaciteit en financiële middelen zijn beperkt, daarom krijgt de visie stapsgewijs gestalte. Bij dit alles geldt dat aandacht voor behoud van wat er inmiddels is gerealiseerd in de stad belangrijk is en blijft. 2021-2022, de basis op orde De eerste stap, ‘de basis op orde’, uit te voeren in 2021-2022, omvat: • Afstemmen interne organisatie rond stadstuinieren; • Faciliteren van initiatieven voor buurttuinen via Samen aan de Slag en waar nodig ondersteuning via buurt/welzijnswerk; • Actualiseren contracten voor de volkstuinen, schooltuinen en Het Zoete Land met het doel meerjarig duurzaam gebruik van gronden voor stadstuinieren mogelijk te maken; • Stimuleren eetbare schoolpleinen via NDE en het programma Jong Leren Eten18; • Kansen grijpen bij ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichtingen. 2022-2023, stimuleren In de volgende stap wordt meer ingezet op stimuleren van stadstuinieren en uitbreiding van het aantal buurttuinen. Deze stap, uit te voeren in 2022-2023, omvat: • Uitwerken communicatiestrategie en -acties om stadstuinieren te stimuleren; • Juridisch mogelijk maken maatschappelijk medegebruik verenigingsgebouwen volkstuinen;
18 H et landelijke programma Jong Leren Eten loopt tot eind 2020. Het zal worden verlengd. Het is nog niet bekend tot wanneer wordt verlengd.
47
• Juridisch mogelijk maken dat overschot oogst bij volkstuinen en initiatieven verkocht mag worden (kleinschalig, niet-commerciële verkoop); • Kansen blijven grijpen bij ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichting. 2021-2024, uitbreiding volkstuinen De derde stap is het realiseren van uitbreiding van volkstuinen in de Oostvlietpolder, uiterlijk in 2024. Dit vraagt tijd en nadere afstemming. Dit mede gezien de twijfels die leven bij bewoners en gebruikers van de Oostvlietpolder en de betrokken tuinverenigingen over deze locatie. De intentie van de gemeente is om het compensatiedossier uiterlijk in 2024 af te ronden. Vanaf 2021 kan dit dossier verder worden opgepakt. De compensatie wordt gelimiteerd door de ruimte op de locatie in de Oostvlietpolder en het beschikbare krediet. In de periode 2021-2024 zullen in samenwerking met de LBA de plannen voor meer maatschappelijke verbinding en activiteiten op de tuinparken worden uitgewerkt. 4.1.2. Organisatie en financiële consequenties Organisatorische voorwaarden Om stadstuinieren te faciliteren en stimuleren zijn de volgende voorwaarden van belang: • Duidelijke gemeentelijke organisatie en afstemming tussen teams. De initiatiefnemer krijgt een duidelijke ingang/aanspreekpunt bij de gemeente; • Eenduidige juridische en financiële afspraken met organisaties en initiatiefnemers.
Financiële consequenties De uitvoering van deze visie wordt zo veel mogelijk opgepakt binnen de huidige organisatie. Hieronder vallen onder andere het faciliteren van initiatieven en het actualiseren van contracten. Voor het faciliteren van buurt(moes)tuinen zijn de volgende jaarlijkse kosten voorzien voor de gemeente: • Kosten bodemonderzoek – reservering van € 10.000 per jaar (via milieudienst) • Kosten voor grondverbetering bij buurttuinen, teelaarde met voldoende bodemvruchtbaarheid als uitgangspunt voor de tuin – reservering van € 10.000 per jaar • Kosten voor levering haagmateriaal en hekje – de initiatiefnemers planten de haag zelf en zorgen zelf voor de beplanting binnen de haag – reservering van € 6.000 per jaar • Website opzetten/bijhouden- € 4.000 per jaar. Totaal € 30.000 structureel. Deze kosten kunnen voor de jaren 2021 en 2022 worden gedekt vanuit het budget buurtinitiatieven. Voor het realiseren van extra volkstuinen is een krediet beschikbaar van € 791.000 voor uitvoerings- en plankosten Dat is een beperkt bedrag. Er is nog geen kostenraming voor de uitbreiding. Gezien de huidige financiële situatie van de gemeente is dit krediet het maximum aan financiële middelen dat de gemeente nog beschikbaar heeft voor het compensatiedossier.
48
4.1.3. Faciliteren en stimuleren Tuinieren, in welke vorm dan ook, heeft positieve effecten voor de stad. Het uitgangspunt van deze Visie is dat initiatieven ontstaan bij de bewoners. Alleen wanneer bewoners het initiatief nemen, voelen zij eigenaarschap en nemen verantwoordelijkheid voor hun plan. De rol van de gemeente is te stimuleren en te faciliteren. De gemeente schept de voorwaarden om te kunnen stadstuinieren.
Wanneer je een schip wilt gaan bouwen Breng dan geen mensen bijeen Om timmerhout te sjouwen Of te tekenen alleen Voorkom dat ze taken ontvangen Deel evenmin plannen mee Maar leer eerst mensen verlangen Naar de eindeloze zee Antoine de Saint-Exupéry
Hoe kunnen we bewoners laten verlangen naar stadstuinieren? Communicatie en informatie is van groot belang. Dit blijkt uit het StadsPanelonderzoek over stadstuinieren (zie h2) en onderzoek van studenten Culturele Antropologie (zie bijlage 5). Een aantal ideeën: • Starten met een campagne vlak voor het seizoen (vroege voorjaar) • Boekje stadstuinieren (uit de serie bomen in de stad, water, Leiden lekker wild etc.) • Serie over stadstuinen in Leiden en/of “tuinieren voor dummies” op Sleutelstad tv • De buurttuin van de week • Zaden (groente) uitdelen op gemeentelijke kantoren, bij buurthuizen, op de markt • Borden op plaatsen waar een buurttuin mogelijk is “hier kan jullie buurttuin ontstaan” • Inzetten van een of meerdere ambassadeurs • Benutten van het bestaande groene netwerk (Ideewinkel, Stichting Leiden Oogst, IVNIVN, netwerk van professionele biologische tuinders, e.d.) Na vaststelling van de visie kan de promotie en communicatie verder worden uitgewerkt.
49
Figuur 18. Omgeving Woerdens Verlaat, mei 2014
Succesfactoren Succesfactoren, zoals gebleken bij andere gemeenten die stadstuinieren/stadslandbouw willen bevorderen, zijn: • Erkenning en waardering voor stadstuinders. • Maak stadstuinieren zichtbaar. Een kaart met initiatieven biedt inspiratie, zie bijv. Amsterdam (https://maps.amsterdam.nl/stadslandbouw) of een website met informatie over stadstuinieren zoals www.stadslandbouwdenhaag.nl of www.groenarnhem.nl die inspireert en informeert. Er zijn veel inspirerende voorbeelden in Leiden, Nederland en België. Een website kan die informatie ontsluiten. Voor Leiden staat een kaart met initiatieven op de website van IVN > groendichterbij071. Echter deze is niet compleet en wordt niet meer bijgehouden. Om stadstuinieren zichtbaar te maken is het noodzakelijk deze kaart up to date te houden. Zorg voor goede informatie op de website van de gemeente over aanpak en aanspreekpunt (zie bijv. amsterdam.nl > wonen en leefomgeving > zelfbeheer/medebeheer of een aparte website. Bewoners willen vaak wel, maar weten de weg niet. Daarnaast is het belangrijk om bij buurt(moes)tuinen goed aan te geven wat wel/niet mag. Bijvoorbeeld geen bouwsels en huisjes, dan kun je snel weer terug naar openbaar groen/gras. • Benut ook andere social media om informatie te geven en te enthousiasmeren. • Eén aanspreekpunt naar buiten en intern.
Een persoon met een warm hart voor stads tuinieren met een emailadres en een telefoonnummer. Een persoon die op een manier initiatieven kan bevragen zodat er realistische goed onderbouwde plannen worden
50
ingediend. Een persoon die ook intern kan zorgen dat aanvragen tijdig afgehandeld worden en niet blijven liggen. Die intern ook het belang van stadstuinieren kan uitleggen en discussies beslechten. En die mee kan denken in slimme oplossingen. • Goede voorlichting over natuurvriendelijk tuinieren en biodiversiteit. Dit kan door informatie, educatie en korte handleidingen (quick guide).
Figuur 19. Kaart Amsterdam met initiatieven
51
4.2. Kansen bij stedelijke ontwikkeling en herinrichting In de bestaande situatie kan het lastig zijn om een plek te vinden voor stadstuinieren, omdat in de openbare ruimte veel functies samen komen. Wanneer er bij nieuwe ontwikkelingen en herinrichtingen rekening mee gehouden wordt, kunnen direct goede voorwaarden gecreëerd worden. Stadstuinieren kan zo een integraal onderdeel van de omgeving worden. Het streven is minimaal een buurt(moes)tuin in iedere wijk. Kansrijke situaties Kansrijke situaties voor buurt(moes)tuinen in het algemeen in Leiden zijn: • Grote grasvelden (vaak ook tussen woningen in jaren ’60-’70 wijken) • Hoven • Plantsoentjes • Grasveldjes • Speelplekken (zonder de speelwaarde aan te tasten • Versteende plekken • Bedrijfsterreinen In bijlage 5 is een aantal voorbeelden/suggesties uitgewerkt, om te laten zien wat er mogelijk is in de stad. We leggen locaties voor buurt(moes)tuinen niet van tevoren vast, omdat het succes van een buurttuin sterk afhangt van nabijheid voor de deelnemers en de ligging ten opzichte van andere functies in de wijk. Dat bepaalt ook de aantrekkelijkheid van een locatie. Het initiatief moet vanuit de bewoners zelf komen. Er zal dus per initiatief gekeken moeten worden wat de locatie kan zijn. De voorbeelden/suggesties dienen ook als inspiratie bij herinrichting/groot onderhoud van de openbare ruimte.
Woonomgeving In het Ontwikkelperspectief Leiden ZuidWest is reeds gedacht aan buurt(moes)tuinen en waar die in de wijk ontwikkeld zouden kunnen worden. Ook in ontwikkelperspectieven voor andere wijken zou hier aandacht aan besteed moeten worden. Een inspirerend voorbeeld is de nieuwe eetbare wijk Rijnvliet (Leidse Rijn, gemeente Utrecht). Daarin ligt centraal een park met een voedselbos, staan er eetbare gewassen in de openbare ruimte en krijgt iedere bewoner een fruitboom in de tuin. Wateropvang wordt gecombineerd met eetbaar groen.
52
Figuur 20. De Meerhof als voorbeeld (bron: Ontwikkelperspectief Leiden Zuidwest juli 2019)
53
Figuur 21. Inspiratie Eetbare Woonwijk Rijnvliet (bron: ambitiedocument eetbare woonwijk Rijnvliet, okt. 2019).
Wijksportparken Ook bij de ontwikkeling van wijksportparken kan er ruimte zijn voor een buurtmoestuin. Bij de wijksportparken is het de bedoeling dat deze meer gebruikt worden, de hele dag door. Een combinatie van sporten door de kinderen met een gezamenlijke (moes)tuin voor de ouders brengt meer leven in het wijk(sport)park. Daken Bij bestaande bouw is het vaak lastig om op daken een openbare gezamenlijke buurt(moes)-tuin aan te leggen. Wanneer er bij nieuwbouw rekening mee gehouden wordt, kan dat wel. In het land zijn al meerdere voorbeelden van daktuinen gerealiseerd. Meestal zijn deze tuinen, onderdeel van een complex woningen, alleen toegankelijk voor de gebruikers.
54
Figuur 22. Openbare tuin in het Dakpark Rotterdam (foto’s van website www.dakparkrotterdam.nl)
Figuur 23. De Dakakker Rotterdam ligt op een bestaand kantoorgebouw (bron: www.dakakker.nl). De tuin wordt gebruikt voor educatie en excursies. De groenten worden in het restaurant gebruikt.
55
4.3.
Bijzondere aspecten en aandachtspunten
4.3.1. Gezondheidsaspecten tuinieren in de openbare ruimte Geschiktheid van de bodem (Moes)tuinieren begint bij de bodem. Planten hebben water en voedingsstoffen nodig om te kunnen groeien en bloeien Bij de bodemkwaliteit maken we onderscheid tussen bodemvruchtbaarheid en chemische bodemkwaliteit. Bodemvruchtbaarheid (ook wel cultuurtechnische bodemkwaliteit genoemd) is het vermogen van de bodem om de planten van water en voedingsstoffen te voorzien. Chemische bodemkwaliteit richt zich op de chemische stoffen en verontreinigingen in de bodem. Met name dit laatste kan risico’s opleveren bij (moes)tuinieren. In zijn algemeenheid is het risico dat moestuinieren en groenten/fruit uit die tuin eten leidt tot gezondheidsklachten laag. Veel van de verontreinigingen komen niet in de eetbare delen gewassen terecht. Bessen/vruchten zijn vrij risicoloos. Op de website atlasleefomgeving.nl staat: “Als een moestuin ligt op voormalige landbouwgrond, ver van industrie en verkeer, zal er waarschijnlijk weinig aan de hand zijn. Veel tuinen zijn echter aangelegd op opgebrachte grond, langs spoorwegen of grond die andere functies heeft gehad. In dat geval is er een risico op bodem- en grondwatervervuiling. Chronische effecten op de gezondheid zijn mogelijk als mensen langdurig groenten eten uit sterk vervuilde moestuinen, langdurige worden blootgesteld aan stof van sterk vervuilde bodems (bijv.
in de omgeving van oude metallurgische industrie.” Bij buurtmoestuinen gaat het vaak meer om het samen tuinieren dan om de productie van groente en kruiden. Bij buurtmoestuinen is de frequentie van het eten uit de moestuin beperkt tot hooguit een enkele keer per week of maand. Gezamenlijke buurtmoestuinen zijn niet gericht op grote productie en/of voeding van een gezin. Maar er is een risico. Behalve via de spijsvertering kan dat ook zijn via de huid of bij inademing. Een aandachtspunt bij jonge kinderen is lood (via hand-mond). Het risico hangt af van een aantal aspecten: • De vorm van tuinieren: moestuin of niet eetbare tuin • Moestuin: welke gewassen (bessen, vruchten, soort groente zoals bladgroente, penen en knollen) • Moestuin teeltwijze: volle grond, bakken met grond of substraat? • Moestuin: hoeveel en hoe vaak wordt er gewas van deze moestuin gegeten? • Hygiëne bij het werken in de tuin • Aard en mate van bodemverontreiniging.
56
Wat betekent die voor stadstuinieren in Leiden? De binnenstad van Leiden heeft een antropogene ophooglaag, waarvan bekend is dat die verontreinigingen bevat zoals PAK’s en verhoogde waarden van metalen. In de binnenstad is het niet aan te bevelen te gaan moestuinieren in de volle grond /openbare ruimte. Afwegingsschema Voor de overige wijken geldt dat bij voorstellen voor stadstuinen de volgende werkwijze gevolgd zou moeten worden: 1. Bepalen wat de locatie is van de beoogde gezamenlijke (moes)tuin. Eerst controleren of er getuinierd kan worden of dat kabels en leidingen en/of bomen en/of andere functies dit onmogelijk maken. 2. Nagaan of er bodemverbetering nodig is op die locatie. De teeltlaag (bovenste 30-50 cm) zal niet altijd geschikt zijn om te tuinieren (bestrating of andere functies) en moet dan worden vervangen door teelaarde. In dat geval moet de aangevoerde grond gekeurd worden en geschikt zijn voor (moes)tuin. Als dit het geval is, kan er met weinig risico ge(moes)tuinierd worden. Indien er geen bodemverbetering nodig is, verder kijken: 3. Achterhalen wat er van de historie van de locatie bekend is. 4. Op basis van de historie bepalen of de bodem verdacht of onverdacht is voor bodem verontreiniging. 5. Nagaan of er (recent) bodemonderzoek op of nabij de locatie bekend is. Indien er onderzoek bekend is, bepalen of locatie geschikt is voor een (moes)tuin. 6.
Is situatie niet verdacht dan kan er met weinig risico ge(moes)tuinierd worden. Als de situatie wel verdacht is zijn er drie mogelijkheden: • Deze locatie niet in gebruik nemen als (moes)tuin • Moestuinieren in bakken die gevuld worden met schone, nieuwe moestuingrond • Specifiek bodemonderzoek doen gebaseerd op de verdenking en op basis van de resultaten afwegen of je hier kunt (moes)tuinieren of dat andere locatie gezocht moet worden. Bij kleinere initiatieven is het makkelijk om in bakken te moestuinieren. Bij grotere (> 250 m2 moestuin) wordt dat kostbaar. In dat geval zou bij twijfel over de situatie bodemonderzoek gedaan moeten worden. Een aandachtspunt is dat voor delen van Leiden PFAS boven de landelijke norm ligt. De landelijke norm zegt niets over voedselproductie. We weten nog niet wat de humane risico’s van PFAS zijn. Dit is een aandachtspunt. Actie Voorgaande betekent dat bij iedere initiatief bekeken het afwegingsschema wordt gevolgd en op basis daarvan besloten wordt wat wel/niet haalbaar is.
57
Gezondheidsrisico’s tuinieren in de openbare ruimte Naast het in par 4.4.1 genoemde risico van bodemverontreiniging kan de bodem ook besmet zijn door mest en uitwerpselen van geïnfecteerde landbouwhuisdieren, door honden/katten en wilde dieren zoals ratten en muizen. In poep kunnen eitjes van de spoelworm bij honden zitten waardoor kinderen ziek kunnen worden. Een toxoplasmose infectie kan via kattenpoep bij de mens terecht komen. Daarom is hygiëne bij moestuinieren belangrijk: handen wassen na het moestuinieren, ook als je handschoenen hebt gedragen. Zorg dat je schoenen en sokken schoon zijn en materialen schoonmaken. En geoogste gewassen goed schoonmaken voor ze gegeten worden. Actie Het voorstel is om buurtmoestuinen te voorzien van een haag met een klaphekje, dat voorkomt dat honden en katten te gemakkelijk binnenlopen. En waar nodig informatie geven over hygiëne bij moestuinieren. 4.3.2. Medegebruik van de gebouwen van de volkstuinen Op zit moment mogen de verenigingsgebouwen op de volkstuinen niet aan anderen beschikbaar gesteld worden. Dit is opgenomen in het contract. Bij de keuze om meer mensen naar de volkstuinen te krijgen voor meerdere activiteiten past het dat deze gebouwen ook door anderen gebruikt kunnen worden, natuurlijk met respect voor het eigendom van de volkstuin. De tuinvereniging beslist over het al dan niet toelaten van andere organisatie.
De verenigingsgebouwen kunnen bijv. gebruikt worden voor het IVN, door buurtverenigingen, e.d. Het gaat om gebruik voor maatschappelijke doelen. Hierdoor kan de verbinding met de wijken en de omwonenden, de sociale en duurzaamheidsfunctie versterkt worden. Denk hierbij aan de start van excursies en lezingen door bijv. IVN of andere groene organisaties, een muziekgroep die niet thuis kan oefenen omdat ze dan geluidsoverlast veroorzaken, bijeenkomst voor ouderen, etc. Actie Om dit mogelijk te maken, moet de huidige clausule uit het huurcontract met LBA geschrapt worden en vervangen worden door een andere waarin het gebruik voor maatschappelijke activiteiten (nadrukkelijk geen commerciële activiteiten) wordt geregeld. 4.3.3. Verkoop van oogst Gezamenlijk moestuinieren is, met uitzondering van de professionele tuinderijen, vooral bedoeld om de oogst zelf te nuttigen. In de contracten van de gemeente met LBA en met Het Zoete Land is opgenomen dat er geen verkoop mag plaatsvinden van de producten. Bij Het Zoete Land betaalt de oogstdeelnemer voor de oogst via een abonnement. De ervaring leert dat er op sommige momenten een overschot aan oogst is, zowel in de volkstuin als bij Het Zoete Land. Om andere Leidenaren te laten meegenieten van het overschot en voedselverspilling te voorkomen is het voorstel om verkoop van overtollige oogst aan de straat mogelijk te maken.
Juridisch is dit mogelijk, mits kleinschalig. Actie Dit mogelijk maken in de contracten die met verschillende partijen worden afgesloten.
58
Colofon Opgesteld in opdracht van de gemeente Leiden door Arja Nobel Met inbreng van vele collega’s van gemeentelijke teams van de clusters Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (NDE, RIB, RO, MO en GVM) en extern van o.a. Vereniging Leidse School tuinen, Leidse Bond van Amateurtuinders, Stichting Leiden Oogst, Het Zoete Land, IVN/ Groendichterbij 071, Stichting Singelpark, Stadstuinen Matilo, Annemarie van Dam (IVN/Vrij Groen/Ideewinkel), Ckees van Oijen (Ideewinkel/Groenideecafé), Marijtje Mulder, Tim Zeegers, Ant Brandenburg, werkgroep LEA Bewegen & Gezondheid (onderwis), studenten Antropologie (Mony Klaus, Anande Schot, Adrienne de Zoeten en Rutger de Valk) en studente Biologie (Inge Dedding) van Universiteit Leiden Foto’s: Marian Kathmann, Jessica Zwartjes, Arja Nobel, Marecollege januari 2021
59
60
BIJLAGEN
61
Bijlage 1 – Begrippenlijst • Buurttuin – een tuin waar buurtbewoners samen (moes)tuinieren. In deze visie valt onder het begrip buurttuin een grote variatie aan ‘tuinen’. Wat ze gemeenschappelijk hebben is de functie voor de bewoners in de buurt. Naast buurt(moes)tuinen vallen ook (eetbare) tiny forests19 en voedselbossen (zoals Okkerheide) waar de bewoners actief een rol spelen in deze categorie, evenals Groentepark. • CSA - Community supported agriculture (CSA) of gemeenschapslandbouw is een vorm van landbouwbedrijf waarbij de burgers lid of deelnemer worden van de tuinderij/ boerderij tegen een vast bedrag per jaar en daarmee recht hebben op een deel van de oogst. Op deze manier is de tuinder/boer zeker van een inkomen en de burger van vers en gezond voedsel. Meestal mogen de leden zelf oogsten De leden zijn meestal sterk betrokken bij het bedrijf20. • Eetbaar schoolplein - Een schoolplein waar ook eetbare planten te vinden zijn. Dit kunnen moestuin- of kruidenbakken zijn of fruitbomen/bessenstruiken, een minivoedselbosje of een moestuin in de volle grond. • LBA – Leidse Bond van Amateurtuinders, koepel van de volkstuinverenigingen in Leiden • Stadstuinieren- samen op een natuurvriendelijke manier tuinieren. • Schooltuin - Op een schooltuin in Leiden verzorgen kinderen 7 maanden (april – oktober) een eigen tuintje. Ze gaan hier wekelijks naar toe.
Ieder complex heeft ook een bijenstal, een kruidentuin en een algemeen deel voor andere gewassen, zoals granen en pompoenen. • Stadslandbouw – het telen, oogsten en afzetten van voedsel in of in de nabijheid van een stad. Onder stadslandbouw valt ook veeteelt en de kweek van vissen voor consumptie. Dit kan vakmatig of hobbymatig zijn. Stadslandbouw is in ontwikkeling en er doen verschillende definities de ronde. • Stadstuinen Matilo - Stadstuinen Matilo is een tussenvorm tussen de volkstuinen en buurtmoestuinen. De tuinen worden gebruikt om te moestuinieren en de verenigingsstructuur van volkstuinen ontbreekt. Wel heeft iedere tuinder een eigen lapje grond. Ook kan er een gezamenlijk deel zijn. • Stadstuinieren – samen op een natuurvriendelijk manier (moes)tuinieren. Stadstuinieren is een begrip dat in Leiden wordt gebruikt. In veel andere gemeenten gebruikt men het bredere begrip stadslandbouw. • Volkstuin - Een volkstuin is een lapje grond waarop groente en/of siergewassen geteeld worden en waarop meestal een huisje, een schuurtje of een kas staat. Kenmerkend voor volkstuinen is dat getuinierd wordt in verenigingsverband. De werkzaamheden beperken zich niet tot de eigen tuin, het tuinpark wordt gezamenlijk onderhouden. • VLS – Vereniging Leidse Schooltuinen
19 IVN heeft inmiddels ook een model ontwikkeld voor een eetbaar tinyforest. O.a. bij de Julianaschool in Bussum en bij het kindercentrum Nobel in Hulst zijn deze in 2019 aangeplant. 20 Voor meer informatie zie www.voedselanders.nl waar ook een documentaire is te zien. Of kijk op www.hetzoeteland.nl
62
Bijlage 2 - Overzicht stadstuinen Leiden In dit overzicht zijn de grotere tuinen opgenomen. Er zijn daarnaast nog verschillende kleine initiatieven van enkele bakken of een m2 tuin. Schooltuinen – www.schooltuinenleiden.nl • De Distelvlinder (Tuin van Noord) • De Akkerdistel (park Cronesteyn • De Distelvink (Stevenshof) • De Zilverdistel (Rijn en Vliet, Boshuizen) • De Melkdistel (Archeologisch park Matilo) Volkstuinparken – www.lba-leiden.nl • Cronesteyn – www.tvcronesteyn.nl • O.T.V. (Onderlinge Tuinvereniging) – www.tuinverenigingotv.nl • Ons Buiten - www.onsbuitenleiden.nl • Oostvliet – www.oostvliet.eu • Roomburg • Het Zonneveld – www.hetzonneveld.nl Stadstuinen • Stadstuinen Matilo – www.stadstuinenleiden.nl Buurttuinen – o.a.
op www.ivn.nl > groendichterbijleiden • Tuin Koolwitjespad • Buurttuin Cliviadal – Begoniadal • Buurttuin Lobeliadal • Gezamenlijke tuin Lavendeltuin • Buurttuin Oase – Valkenpad- meerdere groepen actief in het buurthuis beheren stukje van de tuin • Buurttuin De Tomaat – Smellekenspad • Geveltuinen Groenoord Noord – Veehalstraat • Gezamenlijke tuin Oranjerie – Oranjerie (bij centraal wonen project) • Buurttuin Maredijkbuurt – Tamboerpad • Groenbeheer en geveltuinen Zeeheldenbuurt • Kwekerijplein – Kwekerijplein – www.kwekerijplein.nl • Speeltuinvereniging De Doorbraak – Katoenpark 1 – www.svdedoorbraak.nl • Tuin Zwartehandspoort – Zwartehandspoort – borders met vaste planten en struiken • Buurttuin Pottebakkersgang – Pottebakkersgang • Straattuinen Uiterstegracht – Uiterstegracht • Kweektuin Singelpark – bij Museum van Oudheden • Morslint – Opaalstraat – www.morslint.wordpress.com • Buurthuis Morschwijk – Topaaslaan 19 • Stoeptuinen Lingestraat - Lingestraat
63
Buurtmoestuin/eetbaar • Plukroute en kruidenbak – Forellenpad • Kruidenpluktuin Strobloem – Strobloem • Surinaamse moestuin - Roekenpa • Drakentuin – Daendelspad (groente, fruit, kruiden, bloemen en een groene draak) – www.gemiva-svg.nl • Groentepark Bontekoe – Bontekoestraat (16 moestuinbakken waar groenten voor de Voedselbank gekweekt worden) – www.groenteparkbontekoe.nl • Kruidentuin Leiden – Ir. Driessenstraat • Kruidenplukbakken Huigpark • Moestuinieren bij Radius – Opaalstraat 1 – www.radiuswelzijn.nl • Morsmoes – Robijnstraat • Buurttuin Tuinstad – Pieter de la Courtstraat – tussen de duplexwoningen Pieter de la Courstraat en Pioenstraat serie tuintjes aaneengesmeed tot buurttuin met moestuin bakken en fruitbomen. Door smalle doorgang naast huizenblokken bereikbaar.
Op grond van woningcorporatie Ons Doel • Moestuin Nico van der Horstpark, op grond van Ons Doel • Middeleeuwse tuin Matilo– Park Matilo – kloostertuin met kruiden – www.matilo.nl • Romeinse tuin – Park Matilo – bakken met keukenkruiden, geneeskrachtige kruiden, bloemen voor bijen en parfum – www.historischetuinenmatilo.nl • Stadswijngaard Park Matilo – bewoners werken hier samen en verwerken oogst op oogstdag – www.historischetuinenmatilo.nl • Stadsboomgaard Augustuspad – Augustuspad • Vrij Groen – Ommedijkseweg 30 Voedselbossen • Voedselbos Okkerheide – Veerpolderpad – www.okkerheide.nl Eetbare schoolpleinen • Het Marecollege • Woutertje Pieterseschool • De Brug • Vrije School Mareland • De Pionier • De Pacellischool Professionele tuin zonder winstoogmerk (CSA) • Het Zoete Land – www.hetzoeteland.nl Overig • Moestuin Haardstee – kinderboerderij Merenwijk – www.dehaardstee.nl. Hier worden groenten, kruiden en fruit gekweekt.
64
Zorgtuinen (op grond van de zorginstelling) Deze vallen buiten de visie omdat ze niet in de openbare ruimte liggen. Opgenomen om overzicht compleet te maken. Hoeve Cronesteyn Hoeve Cronesteyn, een voormalige melkveehouderij, is een zorg- en activiteitencentrum van Gemiva-svg. Cliënten met een verstandelijke beperking doen hier arbeidsmatige, dienstver lenende en recreatieve activiteiten. Er is een grote tuin met twee kassen, een boomgaard met kippenhok, een geraniumasiel, een winkel en diverse andere werkruimtes. Ecotuin DZB- Nachtegaallaan Hier verbouwt men ecologische groenten en fruit met mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Zij werken aan hun persoonlijke werkgerelateerde doelen, doen ervaring op en bereiden zich voor op de arbeidsmarkt. De groenten worden in het seizoen verkocht aan cateringbedrijven, restaurants en aan particulieren. Op deze voormalige gemeentelijke kwekerij zijn meer tuinen en initiatieven, samen met Gemiva en Wellantcollege. Zo wordt hier het gf(t)-afval dat opgehaald wordt in het schillenboerproject gecomposteerd. Mensen zonder tuin wilden wel graag hun groenteafval apart houden en daarom hebben ze emmertjes die opgehaald worden Moestuin Philadelphia - Pesthuislaan Deze kleine moestuin ligt bij Phila del Art, onderdeel van Philadelphia.
65
Bijlage 3 – Inventarisatie volkstuinparken Aangeleverd door LBA, februari 2020
66
Bijlage 4 – Behoefte aan stadstuinieren Stads-en wijk enquête 2015 In de stads- en wijkenquête zijn vragen gesteld over de belangstelling voor het huren van een (volks)tuin, hoe men die zou willen gebruiken en hoe ver men bereid is om te reizen. De enquête werd door ruim 1.800 mensen ingevuld. Meer informatie is te vinden in bijlage 3. Voor de resultaten zie https://leiden.incijfers.nl/Onderzoeksbank. 3% van de respondenten had al een volkstuin. 10% van de Leidenaren was in 2015 geïnteresseerd in het huren van een (volks)tuin. 80% daarvan zou een tuin (mede)gebruiken voor het verbouwen van groenten. 56% zou de tuin gebruiken voor de rust of als zomer-buiten verblijf. Inwoners uit Binnenstad-Noord (17%) en 35-54-jarigen (15%) waren vaker dan gemiddeld geïnteresseerd in het huren van een tuin. Lager opgeleide Leidenaren waren minder vaak geïnteresseerd (6%).
Figuur 4.1. Gewenst gebruik van een (volks)tuin (Stads-en wijkenquête 2015)
46% van de Leidenaren die geïnteresseerd zijn in het huren van een tuin wil een kleine tuin, 36% een middelgrote. 10% wil graag een tuin delen met anderen. Bij 74% van de geïnteresseerden hing de voorkeur voor de omvang van e tuin af van de daaraan verbonden kosten.
67
Figuur 4.2 Overzicht gewenste omvang van te huren tuin (Stads-en wijkenquête 2015)
67% van de geïnteresseerden wilde maximaal 3 km reizen naar een (volks)tuin. Voor 22% was tussen de 3 en maximaal 5 km acceptabel.
68
Stadspanel 2020 In februari 2020 zijn vragen over de behoefte aan stadstuinieren voorgelegd aan het LeidenPanel. De vragenlijst is door 312 respondenten ingevuld. Een derde van de respondenten heeft geen belangstelling voor stadstuinieren. Zo’n 40% tuiniert in eigen tuin of op hun balkon. 7% tuiniert op een volkstuin. Een paar mensen noemen een andere plek, zoals in een hofjestuin, als vrijwilliger bij een schooltuin of Het Zoete Land. 16% heeft wel belangstelling, maar tuiniert nog niet. Aan deze laatste respondenten (circa 50 personen) is gevraagd wat de reden is dat ze nog niet tuinieren. De belangrijkste redenen zijn gebrek aan tijd of gebrek aan een tuin. Soms is het er nog niet van gekomen of weet men niet waar het kan. Aan zowel de mensen die nog niet tuinieren als die al wel tuinieren is gevraagd voor welke vormen van stadstuinieren men (nog meer) belangstelling heeft. Bij beide groepen heeft men verreweg de meeste belangstelling voor tuinieren in eigen tuin/op eigen balkon/dakterras (45 respectievelijk 41%). Dit wordt gevolgd door buurtmoestuinen gezamenlijk (16 resp. 13%) en buurtmoestuinen met een eigen tuintje (11 resp. 12%). Vervolgens is gevraagd hoe men die stadstuin (niet de tuin bij het huis) gebruikt of zou willen gebruiken. Een aantal opties is voorgelegd en men heeft aangegeven of men dat zeker, misschien of zeker niet zou doen.
De respondenten hebben een voorkeur voor het kweken van groente of de rust/als buitenverblijf in de zomer. Een derde zal zeker contact maken met anderen/medetuinders.
Figuur 4.3. Overzicht (gewenst) gebruik van een stadstuin (StadsPanel 2020)
Er is gevraagd welke afstand men bereid is af te leggen naar een stadstuin. Een kwart wil dat de tuin niet verder dan 500 m weg is, nog eens een derde wil maximaal een kilometer reizen. 91% kiest voor een afstand van maximaal 3 km.
69
schien, of zeker niet zal gaan doen. Groente verbouwen: dat zou 60% zeker doen, en 55% wil zo’n tuin voor de rust of als ‘buitenverblijf’. Veel mensen gaan er zeker (43%) of misschien (47%) bloemen kweken. Het contact met andere mensen is voor een derde iets wat ze zeker zien gebeuren, en ruim de helft ziet dat misschien gebeuren. 17% zou het zeker als speelruimte voor kinderen zien, 63% zeker niet. Hier zitten natuurlijk (ook) mensen zonder kinderen bij. Figuur 4: Als u beschikking heeft of zou hebben over een tuin, zoals een volkstuin of buurtmoestuin, waarvoor gebruikt u die bij voorkeur? Groente verbouwen Bloemen kweken Speeltuimte voor de kinderen
20%
17%
5%
47%
43%
Voor de rust / als buitenverblijf in de zomer Contact maken met andere mensen / medetuinierders
35%
60%
63% 33%
55%
53%
34%
zeker
10%
misschien
12% 12%
zeker niet
Figuur 4.4. Maximale afstand die de Leidenaar bereid is te reizen naar een stadstuin (StadsPanel 2020)
Ook is gevraagd wat de gemeente kan doen om stadstuinieren te stimuleren. Bijna de helft 4 helpen. En een derde geeft aan dat meer geeft aan dat meer tuinen beschikbaar stellen zou informatie beschikbaar gesteld kan worden. Ook een derde vindt dat het niet nodig dat de gemeente hier meer aan doet.
Figuur 4.5. Wat kan de gemeente doen om het leuker of makkelijker te maken om samen met anderen te tuinieren (% van mensen die tuinieren of daar belangstelling voor hebben, meer antwoorden mogelijk (StadsPanel 2020)
70
Tot slot is aan iedereen een aantal stellingen voorgelegd. Een ruime meerderheid vindt dat De bereidheid om meer dan 3 km. te reizen voor een tuin is klein moestuinen in een woonwijk thuishoren. 80% denkt dat samen tuinieren voor betere contactenhoe in de zorgen. spelen kosten (een mee in dan Er is gevraagd verbuurt men kan wil reizen omVoor naarruim een een tuin derde te gaan. Een de kwart wil dat debeetje) tuin niet verder 500 meter is, nog eens een derde wil maximaal een kilometer reizen en voor nog eens ruim een derde de beslissing om te gaan stadstuinieren.
mag het maximaal 3 km. weg zijn.
Figuur 5: Welke maximale afstand bent u bereid te reizen naar een tuin (die niet direct bij uw woning ligt)? ca. 500 m (ca. 10 minuten lopen)
23%
ca. 1 km (ca. 20 minuten lopen)
33%
ca. 3 km (ca. 15 minuten fietsen)
35%
ca. 5 km (ca. 25 minuten fietsen)
5%
ca. 7 km (ca. 35 minuten fietsen) meer dan 7 km dat maakt me niet uit
3% 1% 2%
Figuur 4.6. Overzicht stellingen en reacties (StadsPanel 2020)
De gemeente zou meer tuinen en meer informatie beschikbaar kunnen stellen tussen 2015 enzou 2020 Op deVerschil vraag wat de gemeente kunnen doen om stadstuinieren te stimuleren zegt bijna de helft (44%) In 2015 waren de vragenstellen vooralzou gericht op interesse volkstuinen. 2020informatie zijn meer beschikbaar dat meer tuinen beschikbaar helpen. Ruim eenvoor derde zegt dat erInmeer vormen van stadstuinieren aangegeven: van volkstuin tot vrijwilligerswerk bij een gesteld kan worden. Een derde vindt het niet nodig dat de gemeente hier meer aan doet.schooltuin of Het Zoete Land. Ook zijn twee typen buurtmoestuinen genoemd, al dan niet met eigen
tuintje. Dezou definitie die gebruikt is voor stadstuinieren was: samenofnatuurvriendelijk moes met Figuur 6: Wat de gemeente kunnen doen om het voor u leuker makkelijker te maken tuinieren. Groente, fruit en kruiden telen met de ook bloemen te kweken. anderen te gaan stadstuinieren? (% van mensen diemogelijkheid tuinieren ofom daar belangstelling voor hebben, meer antwoorden mogelijk) Bij de vraag over de afstand die men bereid is af te leggen naar de stadstuin, kon in 2015 gekozen worden uit deMeer afstanden 3 km, 5stellen km, 7 km, meer dan 7 km. Dit past bij de vragen 44% tuinen beschikbaar over volkstuinen die vaak op wat grotere afstand liggen. In 2020 kon men kiezen uit kortere afstanden, omdat bekend is dat buurtmoes Meer informatie over deook mogelijkheden voorveel buurtmoestuinen 36% tuinen vooral succesvol zijn als ze dichtbij liggen. Naast de afstanden die in 2015 gekozen Een aanspreekpunt over de mogelijkheden buurtmoestuinen konden worden zijn 500 m envoor 1 km toegevoegd. 24% Ondersteuning bij het ontwikkelen van mijn plan voor stadstuinieren
13%
Anders, nl.
6%
Ik vind dit niet nodig
32%
5
71
Bijlage 5 - Kansrijke locaties Kansrijke locaties voor buurt (moes)tuinen in het algemeen zijn : 1. Delen van de grote grasvelden rond flats, bijv. in De Hoven en in de Slaaghwijk 2. Hofjes tussen flats 3. Plantsoentjes 4. Grasveldjes 5. Delen van een speeltuin (zonder de speelwaarde aan te tasten) 6. Parken 7. Speelplekken (zonder de speelwaarde aan te tasten) 8. Versteende plekken 9. Bedrijfsterreinen
De voorbeelden zijn puur ter illustratie Eetbare haag Van bessenstruiken kun je een heerlijke, eetbare haag maken. Je kunt daarbij kiezen uit rode, witte en zwarte bessen of kruisbessen. Een gemengde haag is natuurlijk ook een optie. Een vereiste is wel dat de struiken voldoende zon krijgen om een goede bessenoogst te krijgen. Plant de struiken in het vroege voorjaar (of in het najaar) op ongeveer 50 cm van elkaar in de grond en werk daarbij een flinke lading compost door de grond in het plantgat. Bessenstruiken hebben voldoende vocht en voeding nodig; breng daarom elk voorjaar een lading compost rond de voet aan. Als je op de juiste manier snoeit kun je elk jaar een rijke oogst aan bessen verwachten! Een andere optie voor een ‘eetbare’ omheining is een hekwerk waar je kleinfruit langs leidt zoals bramen, frambozen, taybessen of Japanse wijnbessen. Eetbare hagen Eleagnus umbellata ‘Red Cascade’ In die zelfde tijd hebben we bij ons in de wijk eetbare hagen tot 1,50 m hoogte aangelegd. Naast de bekende bessenstruiken in allerlei kleuren hebben we ook geëxperimenteerd met struiken waarvan ik niet wist of ze goed in een lage haag te houden zouden zijn: Cornus mas, (gele kornoelje), Aronia (appelbes), Lonicera Cearulea (honingbes), Crataegus monogyna (meidoorn), Amelanchier Lamarckii, (krentenboompje) en ook een vruchtselectie van de Eleagnus umbellata, ‘Red Cascade’ (olijfwilg).
Deze laatste is een mooie karakteristieke struik/boom, maar met drie tot vier keer per jaar bijknippen lijkt deze ook goed in een haag te groeien. Het leuke is dat de talrijke vruchten aan de binnenkant van de struik zitten en dus niet door de snoei gehinderd worden. In een ander deel van de wijk hebben we in een andere soort olijfwilg aangeplant: Eleagnus angustifolia. Hoewel het zilverkleurige blad een mooi accent geeft, is het een echte afrader voor in een haag. Hij groeit dermate snel dat de struik/boom nauwelijks klein te houden is en de vruchtzetting is veel minder.
72
1. Grotere grasvelden Wonen in graszicht
Wonen aan de gaarde
73
Gras en schaatsen
74
Tuinen en schaatsen
Tuinen, sport en schaatsen
75
2. Hoven Hof met gras
Hof met een postzegelpark
76
Speelhof
Speel en moeshof
3. Plantsoentjes Groene straat
77
Groene eetbare straat
4. Grasveldjes Groene postzegel
78
Groene eetbare postzegel
79
5. Speeltuin Speeltuin
Eetbare speeltuin
80
6. Parken Parkrand
Park een gouden randje
81
Park
82
Park met eetbaar kantje
7. Speelplekken Speeltuin
83
Speel / eettuin
8. Versteende stukjes stad Stenig plein
84
Plein met gezamenlijke tuinen
85
Versteende plek
Versteende plek met fruit bomen
86
Buurttuinen
9. Bedrijfstereinen Bedrijf met grastuin
87
Gemeenschappelijke bedrijfstuin
Losse tuinen op een bedrijfsterrein
88
Kantoor met grastuin
Kantoortuin
89
Bijlage 6 - Onderzoek studenten Vier studenten van de Universiteit Leiden, Culturele Antropologie hebben onderzoek gedaan naar de behoefte aan stadstuinieren en hoe dat te faciliteren. Door de maatregelen i.v.m. het Coronavirus moest het veldonderzoek worden omgezet in een literatuuronderzoek. Daarnaast is nog met enkele Leidenaren gesproken. Hen is gevraagd waarom ze (willen) stadstuinieren en wat daarvoor nodig is. Onderstaand een samenvatting van het onderzoekresultaat. Samenvattend blijkt uit onze bevindingen dat het faciliteren van contact tussen buurt bewoners onderling én tussen buurtbewoners en het project, belangrijk is voor de deelname aan stadstuinieren. Evenals het geven van basisinformatie. 1. Bevindingen literatuur Er is in Leiden behoefte aan stadstuinieren. De behoefte kan echter nog worden vergroot. Aan de hand van literatuuronderzoek zijn wij erachter gekomen dat dit kan worden bereikt door in te spelen op verschillende soorten motivaties van buurtbewoners. Antikainen (2010) onderscheid drie vormen van motivatie: intrinsieke, extrinsieke en sociale motivatie. In dit gedeelte zullen wij deze drie vormen van motivatie behandelen. Alle drie de vormen van motivatie hebben hun eigen voordelen en kunnen leiden tot een grotere behoefte aan stadstuinieren onder de buurtbewoners.