210006 Bijlage 1 Visie Stadstuinieren
Tekst van het document
Visie Stadstuinieren Leiden
Meer ruimte om samen duurzaam te tuinieren in Leiden
januari 2021
Inhoudsopgave 1. INLEIDING......................................................................... 7 2. INVENTARISATIE...............................................................12 2.1. Wat is er al?........................................................................... 12 2.1.1.
Vormen van stadstuinieren............................................................ 14
2.1.2.
Initiatiefnemers............................................................................. 27
2.2. Behoefte aan stadstuinieren.................................................... 28 2.3. Ontwikkelingen...................................................................... 30 2.3.1.
Landelijk........................................................................................ 30
2.3.2. Trends specifiek in Leiden.............................................................. 31
2.4. Analyse bestaande situatie...................................................... 31 2.4.1.
Sterke en zwakke punten.............................................................. 32
2.4.2. Kansen en bedreigingen................................................................ 32
2.5. Kaders................................................................................... 33 2.6. Conclusies inventarisatie......................................................... 36
3. VISIE............................................................................... 37 3.1. Kwalitatieve impulsen door stadstuinieren............................... 37 3.2. Speerpunten........................................................................... 38 3.3. Toekomstbeelden................................................................... 39 3.4. Gebruik van grond................................................................. 45
2
4. UITVOERING................................................................... 47 4.1. Uitvoeringsstrategie................................................................ 47 4.1.1.
Planning ....................................................................................... 47
4.1.2.
Organisatie en financiële consequenties......................................... 48
4.1.3.
Faciliteren en stimuleren................................................................ 49
4.2. Kansen bij stedelijke ontwikkeling en herinrichting................... 52 4.3. Bijzondere aspecten en aandachtspunten................................ 56 4.3.1.
Gezondheidsaspecten tuinieren in de openbare ruimte.................. 56
4.3.2. Medegebruik van de gebouwen van de volkstuinen...................... 58 4.3.3. Verkoop van oogst ....................................................................... 58 Colofon..................................................................................................... 59
BIJLAGEN............................................................................ 61 Bijlage 1 – Begrippenlijst............................................................................ 62 Bijlage 2 - Overzicht stadstuinen Leiden..................................................... 63 Bijlage 3 – Inventarisatie volkstuinparken .................................................. 66 Bijlage 4 – Behoefte aan stadstuinieren...................................................... 67 Bijlage 5 - Kansrijke locaties ...................................................................... 72 Bijlage 6 - Onderzoek studenten ............................................................... 90
3
4
Stel je voor…. Je stapt op een zonnige zaterdag uit je woning voor een boodschap…. Direct zie je buurt genoten bezig in de buurttuin. De buurttuin is een levendig stukje groen waar ooit het saaie gazon lag. Hier maak je al snel een praatje, help je mee in de tuin met wieden of je schuift, zoals mijn oudere buurman, toevallig even aan rond koffietijd. De oogst is leuk maar is eigenlijk bijzaak geworden. Je ziet en spreekt opeens die buurtgenoot die je anders nooit zag. En de jaarlijkse straatsoepdag uit eigen tuin wordt elk jaar drukker. De boodschappen kunnen wel even wachten. Wandelend door de wijk haal je je wekelijkse groentepakket bij die bijzondere stadstuinder die alles weet van eetbaar groen. Leuk om onderweg te zien dat je omgeving anders is geworden, overal zijn tuintjes ontstaan. Soms zoemend van de insecten, soms eetbaar of geurend en bloeiend maar altijd met veel liefde opgezet. Onderweg naar het Tuinpark kom je langs dat kantoorgebouw waar je vroeger niemand zag. Nu zitten er in de pauze mensen op zelfgemaakte bankjes een broodje te eten. Soms plukt er iemand een paar blaadjes rucola of wat radijsjes uit de tuin om zijn broodje wat meer pit te geven. De mensen van de tuinploeg herkennen mij nu en de schoffel gaat de lucht in als ik passeer.
De tuinparken zijn goed bereikbaar met de fiets en hebben nu ook kleine tuintjes van 20, 30, 40 en 50 m2 waardoor er opeens veel meer mensen een tuintje kunnen onderhouden. In het tuinpark kom je ook om even langs de kunstenaar te lopen, benieuwd wat er nu weer in zijn tuin staat. Leuk dat de kunstroute van beginnende kunstenaars nu door het tuinpark loopt. Het lijkt trouwens wel of de wandelclub, die elke morgen door het tuinpark loopt met de dag groter wordt Er komen steeds meer buurtbewoners in het tuinpark. Een park waar altijd mensen zijn, waar je verser dan vers je groente oogst, altijd tijd is voor een praatje en waar steeds meer leuke initiatieven ontstaan. O ja, Morgen kun je weer in alle tuinparken “struinen in de tuinen”, de parken bieden ook dit jaar een breed programma aan kleinkunst en muziek uit de regio.
5
6
1. INLEIDING Leiden is een compacte stad, een van de meest dichtbevolkte steden van de randstad. Met grote opgaven op het gebied van woningbouw, veranderende behoeften van bewoners, biodivers vergroenen en klimaatverandering. De druk op de openbare ruimte en het groen neemt met de groei van het aantal bewoners steeds meer toe. Voor de leefbaarheid en het Leids vestigingsklimaat is voldoende kwalitatief groen een voorwaarde. Stadstuinieren draagt bij aan de doelen van de stad.
Stadstuinieren: In deze visie staat stadstuinieren1 voor: samen op een natuurvriendelijke manier (moes) tuinieren. Groenten, fruit, noten, kruiden, paddenstoelen en bloemen telen. Natuur vriendelijk (ecologisch) staat voor: zorgzaam omgaan met bodem, water, oogst en natuur; geen kunstmest en geen gif. Dit zorgt ook voor een gezondere bodem.
In Leiden zijn op veel plekken in de stad al bewoners actief met stadstuinieren: naast de schooltuinen, de volkstuinen en de stadstuinen in Park Matilo zijn er kleine en grotere buurt(moes)tuinen, kruidenplukbakken en een voedselbos. Voor een overzicht van de grotere tuinen, zie bijlage 1. En meer Leidenaren hebben behoefte om te stadstuinieren, dat blijkt uit onderzoek en wachtlijsten. Stadstuinieren en sociale cohesie Bij de veranderende behoeften van de stadsbewoners is ook de behoefte aan buiten zijn, contact met de natuur/werken in de natuur en aan het zelf kweken van voedsel. Stads tuinieren maakt dit mogelijk. Stadstuinieren in de vorm van buurt(moes)tuinen kan al op een relatief kleine oppervlakte. Het is leuk, gezond en zinvol. Voor de mensen die samen tuinieren en voor de buurtbewoners die mee kunnen genieten van de mooie tuin en het enthousiasme van de tuinders. Door samen te tuinieren ontmoeten mensen elkaar, wat bij kan dragen aan de sociale cohesie en leefbaarheid. Die ervaring is ook opgedaan bij Samen aan de Slag, buren leren elkaar (beter) kennen, raken meer betrokken bij de buurt en zijn soms beter bereikbaar voor maatschappelijk zorgverleners. Stadstuinen geven groen meerwaarde Stadstuinieren heeft nog meer positieve effecten.
De stad wordt er mooier van, mensen komen in beweging, het ontspant, het draagt bij aan een ecologisch waardevolle inrichting2, mensen ervaren de natuur en het draagt bij aan de circulaire lokale economie. Ervaring leert dat mensen door tuinieren hun vaardigheden ontwikkelen en daar soms ook hun beroep van maken. De coronamaatregelen maakten deze meerwaarde dit voorjaar extra zichtbaar: er werd aanzienlijk meer gewandeld op de volkstuinparken, het aantal aanvragen voor een volkstuin en voor een stadstuin in Park Matilo nam sterk toe. Mensen wilden naar buiten en zagen de mogelijkheden in de eigen omgeving. 1 2
Stadstuinieren onderscheidt zich van de veelgehoorde term stadslandbouw omdat het zich beperkt tot de stad en niet gaat over de stad-landrelaties en veeteelt hier niet onder valt. Zie ook beleidsvoorstel 14 van de ecologische adviezen
7
Stadstuinieren en biodivers vergroenen/klimaatadaptatie Stadstuinieren kan een bijdrage leveren aan het biodivers vergroenen van de stad. In buurt(moes)tuinen, volkstuinen en stadstuinen komt binnen de tuinen een grote variatie aan gebruik en beplanting voor. Hierdoor vindt een breed scala aan soorten een leefgebied. De ecologische winst van de stadstuin hangt af van de nulsituatie (verharding, gazon, weiland, etc.), de inrichting, de kennis van natuurontwikkeling bij de tuinders en de wijze van tuinieren. Ook kan stadstuinieren bijdragen aan klimaatadaptatie, denk aan verkoeling en waterretentie. Anderzijds kan stadstuinieren bemoeilijkt worden door de klimaatverandering (droogte, hittestress). Stadstuinieren en gezond voedsel Stadstuinieren lijkt nieuw. Echter vroeger moest de stad zichzelf voeden. In de stad werden veel groenten gekweekt en ook wel vee gehouden (een koe of varken in de achtertuin). Ook zag men groentetuinen in de stadsrand, net buiten de stadsmuur/wal. Fruit en andere producten die meer oppervlakte vroegen kwamen uit het ommeland. Door de toegenomen mogelijkheden voor transport en mechanisatie is de voedselproductie uit de stad verdwenen en uit het zicht geraakt van de stadsbewoner. Nu willen steeds meer mensen weten waar hun eten vandaan komt, duurzaam en gezond voedsel, voedsel zelf kweken of het dichtbij rechtstreeks van de boer of tuinder kunnen kopen.
De uitbraak van corona dit voorjaar triggerde veel mensen, men werd zich meer bewust van de waarde van voedsel. Men ging hamsteren, omdat men onzeker was of er wel voldoende voedsel beschikbaar zou zijn en blijven met het gevolg tekorten bij de voedselbanken, weer gevolgd door acties om producten te doneren aan de voedselbanken. Boeren en tuinders konden hun producten niet oogsten door gebrek aan arbeiders en konden hun producten niet meer kwijt aan de horeca. In enkele weken bleek de vraag naar lokaal voedsel behoorlijk toegenomen, om ondernemers te steunen en vanwege lege schappen. Overschotten en tekorten, waar we eerder niet bij stilstonden. Het belang van lokale producenten en nationale voedselvoorziening wordt belangrijker. Met de buurtmoestuinen en de volkstuinen gaan we de Leidse bevolking niet voeden. Moestuinieren draagt echter wel bij aan het bewustzijn van het voedselsysteem. En wat is leuker dan samen een maaltijd te maken van de oogst van de tuin, samen te eten?! Zo leer je elkaar nog beter kennen. Aanleiding voor deze visie Het college ziet de positieve effecten van stadstuinieren voor Leiden en haar bewoners en wil stadstuinieren faciliteren en bevorderen. Echter de ruimte in de stad is beperkt en de middelen zijn bescheiden. Hierdoor kunnen grotere initiatieven vaak geen definitieve/langjarige plek vinden.
Afspraken met verschillende initiatiefnemers zijn niet consistent. Soms krijgen initiatieven subsidie, andere initiatieven moeten een marktconforme grondprijs betalen. Er is geen eenduidige lijn. Ook wordt al jaren gesproken over de openstaande compensatie van de in het verleden opgeheven volkstuinen. Voldoende aanleiding om een visie op te stellen waarin wordt aangegeven hoe Leiden met stadstuinieren om wil gaan. Dit is een koers voor de lange termijn die de richting van het handelen stuurt.
8
Doel Visie stadstuinieren De ruimte in de stad is beperkt, maar er is voldoende ruimte voor de Leidenaren om te stadstuinieren. Het gemeentebestuur wil stadstuinieren faciliteren en bevorderen. Hoe, waar en onder welke voorwaarden wordt in deze visie uitgewerkt. De visie geeft inzicht in de behoefte aan stadstuinieren, de bestaande afspraken, knelpunten, kansen en bedreigingen en meerwaarde voor de stad, zoals versterken van de sociale cohesie door samen te tuinieren. Deze visie biedt ook handvatten voor: • Nieuwe contracten met bestaande huurders, zoals de Leidse Bond van Amateurtuinders (LBA) • Eenduidige omgang met verzoeken gebruik openbare ruimte • Eenduidige omgang met verzoeken gebruik gronden • De rol die de gemeente kan innemen om stadstuinieren te faciliteren en/ of aan te jagen Afbakening Visie stadstuinieren Stadstuinieren is samen op natuurvriendelijke wijze (moes)tuinieren. Hoewel individueel tuinieren in tuin, op balkon of dak ook bijdraagt aan een aantal doelen van de stad, zoals prettige en gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie, gaan we daar in deze Visie stadstuinieren niet op in. Vanuit de samenwerking met de universiteit (Leiden Kennisstad) doen we wel onderzoek naar hoe we bewoners kunnen bewegen hun particuliere tuin te vergroenen.
We gebruiken deze resultaten onder andere om in 2021 diverse acties op te zetten om bewoners te stimuleren hun tuin te vergroenen in het kader van het Jaar van de Tuin. Deze Visie gaat ook NIET over: • Voedselvisie of voedselstrategie • Relatie stad-platteland, boer dichter bij de stad brengen, streekmarkten, etc. • Zorgboerderijen of andere initiatieven op grond van zorginstellingen • Korte ketens, distributie • Gezondere en/of duurzamer voedselkeuzes. In deze visie ligt de focus op het gebruik van de openbare ruimte/gemeentegrond en de sociale aspecten van het samen natuurvriendelijk tuinieren. En niet op de voedselvoorziening en de economische aspecten.
9
Bron: www.stadslandbouwnederland.nl
Proces Deze visie is tot stand gekomen met inbreng van vele collega’s van gemeentelijke teams van de clusters Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (NDE, RIB, RO, MO en GVM), van team Beleid Maatschappelijke Ontwikkelings (teams Onderwijs en Gezondheid) en extern van o.a. Vereniging Leidse Schooltuinen, Leidse Bond van Amateurtuinders, Stichting Leiden Oogst, Het Zoete Land, IVN/Groendichterbij 071, Stichting Singelpark, Stadstuinen Matilo, IVN/ Groendichterbij71, Vrij Groen, Voedselbos Okkerheide, Ideewinkel, studenten Antropologie en een studente Biologie van Universiteit Leiden. In de periode december 2019 – maart 2020 is geïnventariseerd wat er in Leiden al is, wat de behoefte aan stadstuinieren is en waar stadstuinders tegen aan lopen. Ook is gesproken met de beleidsmedewerkers/contactpersonen stadslandbouw van gemeente Den Haag en Amsterdam over de ervaringen in deze steden. Er is met de stakeholders gesproken, intern en extern. In deze periode heeft het Stadspanel een enquête ingevuld over de behoefte aan stadstuinieren. De conceptvisie is gedeeld met de interne stakeholders en de externe georganiseerde stakeholders. In juni is een enquête over buurttuinen op doemee.Leiden.nl geplaatst. De visie m.b.t. de eetbare schoolpleinen is besproken met de werkgroep Bewegen & Gezondheid vanuit de Leidse Educatieve Agenda.
Gedurende het hele proces zijn veel tuinen bezocht en is ook met aanwezigen gesproken.
10
Leeswijzer Deze visie bestaat uit vier hoofdstukken. Na de inleiding volgt de inventarisatie (hoofdstuk2). Hierin is de bestaande situatie beschreven van de verschillende vormen van stadstuinieren en hun waarde voor de Leidse samenleving. Ook wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan ontwikkelingen en de sterke en zwakke kanten van stadstuinieren in Leiden nu evenals kansen en bedreigingen. In hoofdstuk 3 volgt de visie. Hier kijken we vooruit. In hoofdstuk 4 is de uitvoeringsstrategie beschreven, evenals een aantal praktische uitwerkingen.
11
2. INVENTARISATIE In dit hoofdstuk wordt de bestaande situatie in kaart gebracht. Wat gebeurt er al in gemeente Leiden op het gebied van stadstuinieren? Wat is de waarde daarvan voor de Leidse samenleving? En wat is de behoefte aan stadstuinieren in Leiden. Ook zijn de trends, sterke en zwakke kanten, kansen en bedreigingen in beeld gebracht. 2.1. Wat is er al? In Leiden zijn verschillende locaties en vormen waarin enthousiast ge(moes)tuinierd wordt. Van tuinderij Het Zoeteland tot schooltuin Zilverdistel, van Morsmoes tot volkstuinpark Cronesteyn, van biodiversiteitstuin Vrij Groen tot voedselbos Okkerheide. Stadstuinen liggen verspreid door de hele stad. Meestal op gemeentegrond, soms op grond van een woning corporatie of op particulier terrein. Zie bijlage 2 voor een overzicht.
12
Figuur 1. Overzichtskaart stadstuinieren
13
2.1.1. Vormen van stadstuinieren De volgende vormen zijn te onderscheiden: • Schooltuinen • Volkstuinen • Stadstuinen • Buurt(moes)tuinen • Eetbare schoolpleinen • Professionele tuinen zonder winstoogmerk (CSA) Schooltuinen Bestaande situatie Schooltuinen kennen - net als volkstuinen - in Leiden een lange geschiedenis. In 1926 startte de Vereniging Leidse schooltuinen aan de Fruinlaan als een initiatief van notabelen en gesteund door de Hortus. In 1937 werd de tuin verplaatst naar wat nu de Tuin van Noord heet, de Distelvlinder (2.100 m2). Destijds was het leren telen van groente voor eigen voedselvoorziening een belangrijke reden om schooltuinen te starten. Schooltuinen kregen later een bredere natuureducatieve functie en de kinderen kwamen onder schooltijd. In de jaren ’80 volgden ’De Akkerdistel’ in polderpark Cronesteyn (ca 2.500 m2), ‘Distelvink’ in de wijk Stevenshof (2.100 m2) en ‘Zilverdistel’ (2 kruidencirkels van elk 150 m2 in de tuin van verzorgingshuis Rijn en Vliet) in Boshuizen. ‘De Melkdistel’ (320 m) in Archeologisch park Matilo (Roomburg) werd in 2011 in gebruik genomen. De oppervlakte van de schooltuinen is ruim 0,7 ha. Op de ‘Zilverdistel’ na liggen ze in de hoofdgroenstructuur.
Figuur 2.1. Schooltuinen, tuinieren bij de ‘Distelvink’ (bron: Marian Kathmann)
14
Figuur 2.2. De aardappeloogst van de Schakel (bron: Marian Kathmann)
Op een schooltuin verzorgen kinderen 7 maanden (april – oktober) een eigen tuintje. Ze gaan hier wekelijks naar toe. De drie grote complexen hebben ieder een bijenstal, een kruidentuin, een kleine beestjestuin en een algemeen deel voor andere gewassen, zoals granen en pompoenen. Speciale projecten zoals goudsbloemzalf maken of soep maken van geoogste gewassen zijn een vast onderdeel van schooltuinieren. Jaarlijks maken zo’n 30 schoolgroepen, 600 tot 700 kinderen, gebruik van een schooltuin. Voor scholen voor wie dit te intensief is zijn er alternatieven: groepstuinen (1x/2 weken) of snuffelbezoeken. Alleen de schooltuin in Park Matilo is openbaar toegankelijk. De anderen zijn beschermd door een hek. Er komen veel mensen op de schooltuinen. Als het hek openstaat en vrijwilligers aanwezig zijn mag je als bezoeker naar binnen en dat gebeurt vaak. De historische tuinschuur Doevestate, op de ‘Akkerdistel’ wordt in de winter gebruikt door wijngaard Matilo. Op drie complexen wordt met Leidse imkers samengewerkt. Wanneer er ruimte is op een schooltuin wordt deze tijdelijk in gebruik gegeven bij Gemiva-svg. Gemiva-svg verzorgt het onderhoud van de schooltuinen door mensen met een beperking. De schooltuinen zijn in beheer bij de Vereniging Leidse Schooltuinen (VLS). VLS stelt de Leidse basisscholen jaarlijks in de gelegenheid om te schooltuinieren.
Vrijwilligers (circa 70 personen), ondersteund door het bestuur en een centrale coördinator, zorgen voor het reilen en zeilen op de tuinen. Ook leerkrachten en tuinouders zijn belangrijk voor het kunnen uitvoeren van het jaarlijkse programma.
15
VLS wil graag meer kinderen bereiken, ondersteunt enkele scholen met een tuin bij de school. VLS staat open voor mensen die willen helpen bij het verzorgen van de tuinen. VLS participeert in lokale en regionale netwerken zoals Groen Dichterbij71, Open buurttuinendag, Leiden zoemt, citizen science (burgerwetenschap). Er wordt samen met Het Zoete Land biologisch plantgoed ingekocht. Waarden De waarden van schooltuinieren zijn: • Voor het kind: - Zelf groenten verzorgen én oogsten, het proces van zaadje tot eetbaar gewas - Kinderen eten gemakkelijker groenten - Ervaren dat tuinieren leuk is en trots zijn op het resultaat - Natuurbeleving: beestjes in de tuin, kruidentuin, vijver, bijenstal, graanakker en meer respect voor de natuur - Schooltuinen blijven in het geheugen van jongeren (ervaring bij o.a. Vrij Groen, stadstuinen Matilo en Ons Buiten) - Het opdoen van buitenschoolse ervaringen - “In een schooltuin leren kinderen zoveel met hoofd, hart en handen, daar kan bijna geen les op school tegenop” • Voor het onderwijs: - Onderzoekend leren zoals dat op de schooltuin gebeurt, past in de kerndoelen van het onderwijs. - Schooltuinieren past in het curriculum bijv. bij natuuronderwijs. Zo kan verbinding tussen theorie en praktijk gelegd worden. • Biodiversiteit: - Natuurlijk tuinieren - Alle zaad-en plantmateriaal is biologisch. Ook de violen.
- Sociale samenhang: - Betrokkenheid van vrijwilligers, interactie tussen vrijwilligers en kinderen, - Opa’s en oma’s die komen kijken en meegenieten - Samen trots zijn op het resultaat. Kortom op de schooltuinen ligt een rijke schoolomgeving te wachten op nog meer kinderen. Volkstuinen Een volkstuin is een lapje grond waarop groente en/of siergewassen geteeld worden en waarop meestal een huisje, een schuurtje of een kas staat. Kenmerkend voor volkstuinen is dat getuinierd wordt in verenigingsverband. De werkzaamheden beperken zich niet tot de eigen tuin, het tuinpark wordt gezamenlijk onderhouden. Volkstuinieren is actieve recreatie. Historie Volkstuinen kennen een lange geschiedenis in Nederland en zo ook in Leiden. Groentetuinen lagen in vorige eeuwen al aan de rand van steden. Volkstuinen hadden in het begin een pure nutsfunctie, het waren groentetuinen; ze lagen vaak op particuliere grond. Zo’n 100 jaar geleden kwam er een nieuw soort tuin, de recreatieve tuin, onder het motto zelf tuinieren is goed voor lichaam en geest en maakt de mens gelukkig. Naast groente en aardappelen ging men fruit en siergewassen telen. Ook mocht de volkstuinder een huisje neerzetten om het gereedschap op te bergen en dat ook kon worden gebruikt voor verblijf. Tuinieren werd als
16
een verheffende activiteit gezien, dat ging soms zelf zo ver dat er siertuinen moesten komen en moestuinen niet meer mochten. In de Tweede Wereldoorlog werden ze weer benut voor de voedselproductie. Na de Tweede Wereldoorlog nam de verstedelijking toe en werd een volkstuin meer een plek om te ontsnappen aan de stadsdrukte (bron: volkstuinen De Groene Motor, H+N+S en AVVN). In 1911 ontstonden de eerste volkstuinen in Leiden. In de loop van de tijd kwamen er in Leiden tuinen/complexen bij, werden weer opgeheven en/of werden verplaatst en ging de gemeente de grond verhuren aan de volkstuinverenigingen. Bestaande situatie Op dit moment zijn er zes volkstuinparken: Tuinpark
Oppervlakte Aantal Oppervlakte Functie tuinen Jaar van aanleg (ha)* tuinen tuinen (m2) huidige locatie
Cronesteyn
11,2
308
250
Moes-sier/verblijf
1982
O.T.V
5,1
125
150-300
Moes-sier/verblijf
1962
Ons Buiten
16,3
479
40-100-300
Buurt-moes-sier/ verblijf
1957
Oostvliet
5,3
125
300
Moes-sier/verblijf
1965
Roomburg
3,4
98
150-300
Moes-sier/verblijf
1960
Het Zonneveld 1,6
126
60-120-200
Moes-sier
1942
*Gegevens van gemeente, juni 2020. Oppervlakte Zonneveld is exclusief uitbreiding * v erblijfstuin wil zeggen dat er een huisje staat en dat er overnacht kan worden in de zomer. Figuur 3. Overzicht volkstuinen in Leiden
De totale oppervlakte is circa 43 ha. Totaal zijn er 1.261 volkstuinen, waarvan de meeste tuinen verblijfstuinen zijn met een oppervlakte tussen 150 en 300 m2. Het gebruik varieert van (vrijwel) helemaal moestuin en siertuin tot recreatieve tuin, waar tuinieren niet de hoofdrol speelt. In het overgrote deel van de tuinen wordt actief getuinierd. Op alle tuin parken zijn verblijfstuinen met huisjes, behalve bij Het Zonneveld. De tuinen zijn hier gemiddeld kleiner. Op Ons Buiten zijn buurttuinen van 40 m2, zonder opstallen. Ook op park Cronesteyn en Het Zonneveld zijn kleinere tuinen. Een klein gedeelte van de tuinen is versteend en soms zijn er illegale bouwsels. Wanneer tuinen vrijkomen, worden deze geïnspecteerd door de taxatiecommissie. Illegale bouwsels en te veel aan verharding worden dan verwijderd. De nieuwe huurder krijgt een tuin die aan de normen voldoet. Ieder tuinpark wordt beheerd door een tuinvereniging. De tuinvereniging regelt het reilen en zeilen op het tuinpark. De Leidse Bond van Amateurtuinders is de overkoepelende organisatie. De LBA heeft functies als belangenbehartiging, het faciliteren van de tuinverenigingen o.a. door de uitgifte van de gronden die door de gemeente beschikbaar zijn gesteld. De LBA is aanspreekpunt voor de gemeente namens de zes tuinverenigingen. Het is bijzonder dat in Leiden een bond is die de tuinverenigingen vertegenwoordigt.
Dit is maar in een enkele andere gemeente in Nederland het geval (bijv. Amsterdam). Er is een huurcontract tussen gemeente Leiden en LBA dat loopt tot najaar 2021 (zie par. 2.2.3).
17
De volkstuinparken liggen in de hoofdgroenstructuur (zie figuur 14) en de groene hoofdstructuur van Leiden en vormen met hun oppervlakte van 43 ha een belangrijk onderdeel daarvan. De tuinparken zijn jaarrond openbaar toegankelijk. Tuinverenigingen organiseren projecten samen met enkele scholen, zorginstellingen, KNNV en Naturalis. Met name bij Ons Buiten maken bewoners uit de omgeving een ommetje. Vier van de zes tuinparken hebben het nationaal keurmerk ‘natuurlijk tuinieren’3, bij de andere twee is dit in voorbereiding. Voor een overzicht van de activiteiten wordt verwezen naar bijlage 3.
Figuur 4. Volkstuinparken
3
18
Tuinen kunnen het keurmerk krijgen wanneer ze voldoen aan belangrijke uitgangspunten van natuur-en milieuvriendelijk tuinieren en nadat ze een tweejarig advies- en begeleidingsproject hebben doorlopen. Meer informatie www.avvn.nl
Waarden In de afgelopen jaren is door verschillende instanties onderzoek gedaan naar de waarde van volkstuinenparken in een stedelijke omgeving. De waarden van volkstuinparken zijn in het algemeen:4 • Natuur/biodiversiteit: - Oase van rust, grote aaneengesloten oppervlakte groen. - Variatie aan beplanting zorgt voor beschutting en voedsel voor dieren. Hotspot aan stadsnatuur (bron: Engels onderzoek en rapport ‘Ecologische kansen in Leiden’ door de stadsecoloog, bSR 237, 2019) - Natuurlijk tuinieren als bijdrage aan een gezonde en actieve bodem en aan biodiversiteit • Sociale samenhang: - Variatie aan volkstuinders en daarmee ontmoeting tussen jong en oud, uiteenlopende culturele en sociale achtergrond, opleidingen, aard, verschillende nationaliteiten, migratieachtergronden, etc. Een mix die je in de gemiddelde woonstraat niet tegenkomt. - Volkstuinenverenigingen zijn vrijwilligersorganisaties. - Tuinvereniging zijn hechte gemeenschap, mensen trekken samen op en delen lief en leed. - Verbinding met de bewoners uit de omgeving en medegebruikers • Oogst: - Onbespoten, zelf geteelde groente, fruit en kruiden - Van ouderwetse groentetuin naar aantrekkelijke plek voor jonge gezinnen die gezond voedsel willen verbouwen.
• Medegebruik: - Wandelen en genieten van de mooie omgeving of hardlopen - Ontmoetingsplekken voor buurtbewoners - Samenwerking met scholen, zorginstellingen, voedselbank, etc. waardoor kinderen, ouderen en anderen gebruik kunnen maken van hetgeen de volkstuin biedt. - Samenwerking met kunstenaars of culturele instellingen, etc. waardoor meer en andere bezoekers naar een tuinpark komen • Gezondheid: - Ontspanning door te tuinieren, leuke hobby. Volkstuinders zijn significant meer tevreden met hun leven en oudere volkstuinders voelen zich significant minder eenzaam dan buren zonder volkstuin - Bewegen en fit blijven door te tuinieren. Enkele feiten5: 84% van de mensen met een volkstuin voldoen naar eigen zeggen aan de Nederlandse norm voor gezond bewegen; in de controlegroep is dit 62%. Volkstuinders ouder dan 62 jaar gaan significant minder vaak naar de huisarts dan ouderen zonder volkstuin.
4 5
Bron: Volkstuinen de Groene Motor, HNS en AVVN Bron: Alterra 2010.
19
Volkstuinieren is meer dan oogsten, het is een manier van leven. Op de Leidse volkstuinparken zijn deze waarden in meer of mindere mate terug te vinden. Compensatieafspraken over verloren gegane volkstuinen Door het opheffen van volkstuinen voor stadsuitbreiding, uitbreiding begraafplaats Rhijnhof en een eventueel bedrijventerrein in de Oostvlietpolder zijn volkstuinen verloren gegaan. In 1998 is een convenant gesloten tussen de Leidse Bond van Amateurtuinders (LBA) en de gemeente over compensatie. Afgesproken is dat verdwenen en tuinen die nog moeten verdwijnen 1 op 1 gecompenseerd worden. Hiervan resteert anno 2020 nog 5 ha. Bij het opstellen van de Visie Oostvlietpolder is rekening gehouden met compensatie van volkstuinen. In 2012 zijn nieuwe tuinen aangelegd bij OTV. In het bestemmingsplan Oostvlietpolder (2016) is mogelijk gemaakt dat, aansluitend aan de tuinparken O.T.V en Oostvlietpolder, nog ruim 2 ha volkstuinen met de bestemming ‘recreatie-volkstuinen 2’ kan worden gerealiseerd. Dit gaat om tuinen van 50-150 m2, de oppervlakte bebouwing max. 15 m2 mag zijn en de bebouwing niet mag worden gebruikt voor nachtverblijf. Deze uitbreiding is nog niet gerealiseerd. LBA heeft in 2018 in haar gesprekken met de gemeente aangegeven dat zij bereid is het convenant met de gemeente een andere vorm te geven.
“Niet langer staat reële compen satie van 5 ha volkstuinen voorop, maar (een forse bijdrage aan het doel waar alle volkstuinverenigingen in Leiden zich achter scharen: meer groen voor meer mensen in Leiden”, zo staat in de Visie 2018 van LBA. Randvoorwaarde is dat de compensatie deels, maar minimaal voor de helft, als volkstuin6 wordt gerealiseerd. De andere helft kan ook in nieuwe organisatievormen of vernieuwende vormen als Het Zoete Land, stadstuinen, e.d. Daarnaast wil LBA een compensatie met subsidiemogelijkheden voor een betere verbinding tussen de volkstuin en de omgeving (meer mensen op de tuinen) en verduurzaming van de tuinparken. Gemeente Leiden heeft nog € 791.000 gereserveerd voor compensatiemaatregelen, aanleg van nieuwe tuinen. Stadstuinen Stadstuinen zijn een variant op volkstuinen. Het is een tussenvorm tussen de volkstuinen en buurtmoestuinen. De tuinen worden gebruikt om te moestuinieren en de verenigingsstructuur van volkstuinen ontbreekt. Wel heeft iedere tuinder een eigen lapje grond. Ook kan er een gezamenlijk deel zijn. Een voorbeeld zijn bijv. de Doe-tuinen in Haarlem. Stadstuinen in Park Matilo Historie In Leiden is deze vorm van tuinieren te vinden in Park Matilo. Deze stadstuinen komen voort uit een burgerinitiatief en liggen op de plek van een voor malig, niet meer in gebruik zijnde, complex volkstuinen.
Het burgerinitiatief wilde hier tuintjes voor de wijk, met een beperkte oppervlakte en een sociale functie. In 2012 zijn de stadstuinen geopend als onderdeel van het nieuw aangelegde Park Matilo.
6
20
Dus in verenigingsverband.
Bestaande situatie De oppervlakte is 0,75 ha. Hierop liggen 103 tuintjes, waarvan 57 stuks van 25 m2 en 46 van 50m2. Er is een gemeenschappelijke kas en drie gemeenschappelijke opstallen waarin gereedschap kan worden opgeborgen. Ook anderen maken gebruik van de schuur, zoals de handboogvereniging. De tuinen zijn bedoeld voor bewoners van de wijken Meerburg en Roomburg. Ook andere Leidenaren zijn welkom, maar bewoners van Meerburg en Roomburg hebben voorrang. Er wordt natuurvriendelijk geteeld. Op de tuintjes mogen geen perceelsafscheidingen worden aangebracht. Ook mogen geen bomen geplant worden, klein fruit mag niet hoger zijn dan 1,5 meter. Op de tuinen mogen geen verharde paden worden aangelegd en ook zijn constructies als gereedschapskisten, kweekbakken of speeltoestellen op de tuintjes niet toegestaan. Hierdoor hebben de stadstuinen een meer open en gezamenlijk karakter dan de volkstuinparken. Er zijn tuinen die als productietuin worden gebruikt, op andere tuinen staan vooral bloemen en er is ook een tuin waarin verfplanten worden gekweekt. De stadstuinen hebben een sociaal, ecologisch en educatief karakter en nadrukkelijk een ontmoetingsfunctie. De stadstuinen zijn een integraal onderdeel van het park. De ontsluiting van het park loopt tussen de twee tuindelen door en via de tuindelen kan men naar park wandelen.
De tuinen zijn openbaar toegankelijk Daar wordt veel gebruik van gemaakt. Er is samenwerking met de andere tuinders in Park Matilo. De tuinen zorgen voor verbinding en ontmoeting tussen de bewoners van de omliggende wijken en ook tussen de oudere wijk Meerburg en het nieuwere Roomburg. De stadstuinen in Park Matilo zijn in beheer bij de Stichting Stadstuinen Leiden. Het bestuur van de stichting regelt de uitgifte van de tuintjes.
Figuur 5. Stadstuinen in Park Matilo (februari 2020)
21
Waarden De waarden van stadstuinen komen grotendeels overeen met die van de volkstuinen. De oppervlakte is kleiner, waardoor er de omgevingsinvloeden een grotere rol spelen. • Natuur/biodiversiteit: - Natuurlijk /ecologisch tuinieren levert een bijdrage aan een gezonde en actieve bodem en aan biodiversiteit - Door natuurvriendelijk tuinieren de mogelijkheid om in de praktijk kennis op te doen over natuur en milieu - Rustige plek in drukke omgeving • Sociale samenhang: - Variatie aan tuinders en daarmee ontmoeting tussen jong en oud, uiteenlopende culturele en sociale achtergrond, opleidingen, aard, etc. - Tuinders trekken samen op bij beheer en onderhoud van de tuin - Verbinding met de bewoners uit de omgeving en medegebruikers. Bij de stadstuinen in Park Matilo speelt dit extra omdat er vooral mensen uit de omliggende wijken tuinieren. • Oogst: - Onbespoten, zelf geteelde groente, klein fruit, kruiden en bloemen - Aantrekkelijke plek voor jonge gezinnen die gezond voedsel willen verbouwen. • Medegebruik: - Wandelen en genieten van de mooie omgeving - Ontmoetingsplek voor buurtbewoners - Medegebruik van opstallen door buurtbewoners/verenigingen • Gezondheid: - Ontspanning door te tuinieren, leuke hobby. - Bewegen en fit blijven door te tuinieren. • Veiligheid: - Voor het park en de parkgebruikers hebben de stadstuinen een positief effect.
’s Zomers zijn er tussen zonsopgang en zonsondergang mensen op de tuin. Buurt(moes)tuinen In deze categorie valt een grote variatie aan ‘tuinen’. Wat ze gemeenschappelijk hebben is de functie voor de bewoners in de buurt. Naast buurt(moes)tuinen vallen ook (eetbare) tiny forests7 en voedselbossen waar de bewoners actief een rol spelen in deze categorie, evenals Groentepark Bontekoe. Bestaande situatie In Leiden is al een aantal buurt(moes)tuinen. Dit varieert van een groentetuin als Morsmoes tot bakken met kruiden in het Huijgenspark. Van de stadswijngaard in Park Matilo tot het Kwekersplein. Voor een overzicht zie bijlage 2. Naast de grotere buurttuinen zijn er in de stad her en der ook kleine (gevel)tuintjes, die soms door een persoon en soms door een groepje onderhouden worden. De buurt(moes)tuinen liggen veelal in de openbare ruimte, soms op grond van een woningcorporatie.
7
22
IVN heeft inmiddels ook een model ontwikkeld voor een eetbaar tinyforest. O.a. bij de Julianaschool in Bussum en bij het kindercentrum Nobel in Hulst zijn deze in 2019 aangeplant.
De ervaring leert dat het veel tijd en energie kost om tot een goed lopende buurt(moes)tuin te komen. Tijd voor de ontwikkeling van de tuin zelf en de bodem en tijd en energie om de contacten op te bouwen en de tuin te organiseren.
Figuur 6. Buurt(moes)tuinen Lobeliadal en buurttuin Oase in de Merenwijk (boven), Bakker Korffstraat en ir. Driessenstraat (april 2020)
Figuur 7. Voedselbos Okkerheide (mei 2020
23
Waarden De waarden van stadstuinen komen grotendeels overeen met die van de volkstuinen. De oppervlakte is kleiner, waardoor er de omgevingsinvloeden een grotere rol spelen. • Natuur/biodiversiteit: - Natuurlijk /ecologisch tuinieren levert een bijdrage aan een gezonde en actieve bodem en aan biodiversiteit - Door natuurvriendelijk tuinieren de mogelijkheid om in de praktijk kennis op te doen over natuur en milieu • Sociale samenhang: - Ontmoeting tussen deelnemers, jong en oud, uiteenlopende culturele en sociale achtergrond, opleidingen, aard, etc. En ontmoeting met bewoners uit de omgeving. • Oogst: - Bij een moes/kruidentuin: onbespoten, zelf geteelde groente, klein fruit, kruiden en bloemen • Gezondheid: - Ontspanning door te tuinieren, leuke hobby - Bewegen en fit blijven door te tuinieren • Fijne leefomgeving: - Tuinen zorgen voor variatie, een aanvulling op het gemeentegroen. Vaak meer kleur en afwisseling. Biodiversiteitstuin Vrij Groen Vrij Groen is een duurzame inspiratietuin, in 2010 opgezet en beheerd door de Ideewinkel. Tuinierders en bezoekers kunnen hier zien, proeven, ruiken en meemaken wat je kunt doen met eetbaar en natuurvriendelijk groen in de stad en gebruik van oud en herbruikbaar materiaal in de tuin. Er zijn een moestuin, fruittuin, bloemen en kruiden en een kerst bomenasiel. De tuin heeft een educatieve functie.
Vrij Groen heeft al op meerdere plekken gezeten, ook tijdelijk in Oegstgeest. Men is gestart met 7.500 m2, later was een 1 ha beschikbaar. Een poging van Vrij Groen om te landen in de Oostvlietpolder (4.000 m2) is niet gelukt door weerstand in de buurt (vrees voor verkeersaantrekkende werking, rommelig beeld, minder uitzicht), te hoge huurprijs en een moeizaam en langdurig proces. Nu zit Vrij Groen aan de Ommedijkseweg 30 bij een kunstenaar; de oppervlakte is 750 m2. Men heeft de zoektocht gestopt. Eetbare schoolpleinen Een eetbaar schoolplein is een schoolplein waar ook eetbare planten te vinden zijn. Dit kunnen moestuin- of kruidenbakken zijn of fruitbomen/bessenstruiken, een minivoedselbosje of een moestuin in de volle grond. Een eetbaar schoolplein kan een onderdeel zijn van een groen schoolplein of juist een aanzet tot vergroenen van het schoolplein.
24
Bestaande situatie Er is een aantal scholen met eetbare schooltuinen in Leiden. Voorbeelden zijn: (niet uitputtend) • Het Marecollege, VO. Moestuinieren, oogsten, koken en verkopen in de Gezonde Schoolkantine. De schoolmoestuin is het vertrekpunt bij verschillende vakken. • Woutertje Pieterseschool heeft een aparte plek op het schoolplein met moestuintjes • De Brug heeft een moestuin, fruitstruiken en een kasje. • Vrije School Mareland heeft een kruidentuin en voorjaar 2020 samen met groengroep Groenoord Zuid het eerste Tiny Forest (aan de Haarlemmerweg) geadopteerd. • De Pionier, grenzend aan het Huyghpark maakt gebruik van de buurtkruidentuin, een samenwerking met de Vrienden van het Singelpark • De Pacellischool had 20 jaar voor ieder kind een eigen schooltuintje. Dit is bij de verbouwing verloren gegaan • Montessorischool Apollo heeft een schoolnatuurtuin. De meeste scholen met een moestuin werken samen met VLS, zo worden gezamenlijk zaden besteld.
Figuur 8. Eetbare schoolpleinen, Bredeschool Merenwijk en Marecollege (april /mei 2020) Bron onderste foto: Marecollege
25
Waarden • Educatief: - Direct in beeld bij de leerlingen, ze zien de gewassen groeien - Eenvoudig onderdeel te maken van het curriculum - Ook te realiseren bij VO-scholen • Beleving/sfeer: - Draagt bij aan een groen schoolplein, wat aantrekkelijker is dan alleen verharding. - Bloemen, bijen, vlinders, e.d. Professionele tuinen zonder oogstwinstmerk Het gaat hier om professionele stadslandbouwbedrijven/tuinderijen die door de gemeenschap gedragen worden (CSA) en geen winstoogmerk hebben. Community supported agriculture (CSA) of gemeenschapslandbouw is een vorm van landbouwbedrijf waarbij de burgers lid of deelnemer worden van de tuinderij/boerderij tegen een vast bedrag per jaar en daarmee recht hebben op een deel van de oogst. Op deze manier is de tuinder/boer zeker van een inkomen en de burger van vers en gezond voedsel. Meestal mogen de leden zelf oogsten De leden zijn meestal sterk betrokken bij het bedrijf8.
Figuur 9. Het Zoete Land (foto’s door Jessica Zwartjes)
8
26
Voor meer informatie zie www.voedselanders.nl waar ook een documentaire is te zien. Of kijk op www.hetzoeteland.nl
Bestaande situatie In Leiden is biologische tuinderij Het Zoete Land, een CSA-bedrijf. Het Zoete Land ligt op de hoek Cronesteinkade/Zoeterwoudsesingel. De tuin bestaat sinds 2013 en heeft een oppervlakte van 3.600 m2. Er zijn 125 oogstdeelnemers, meestal meerpersoonshuishoudens. 125 deelnemers is het maximum bij de beschikbare oppervlakte. Daarnaast kan een bloemenabonnement worden afgesloten. Deze tuin wordt beheerd door Stichting Leiden Oogst9. Deze huurt een professionele tuinder in die leidinggeeft aan circa 35 vrijwilligers. Op de tuin worden regelmatig schoolklassen ontvangen en wordt met scholen samengewerkt. Wekelijks komen de bewoners van de naastgelegen Lorentzhof op bezoek voor een speciaal programma. Het Zoete Land is tevens een broedplaats voor professionele tuinders.
Waarden De waarden van een CSA in het algemeen en van Het Zoete Land in het bijzonder zijn: • Educatief: - Er komen regelmatig schoolklassen in het kader van bio- of voedselles, of als excursie • Natuur/biodiversiteit: - Biologisch tuinieren levert een bijdrage aan een gezonde en actieve bodem en aan vergroten biodiversiteit - Afhankelijk van locatie en opzet beplanting die zorgt voor beschutting en voedsel voor dieren • Sociale samenhang: - Sterk betrokken leden - Vrijwilligers die wekelijks of nog vaker komen helpen - Samenwerking met scholen en de Lorentzhof waardoor kinderen en ouderen gebruik kunnen maken van hetgeen de tuinderij biedt. - Verbinding met de bewoners uit de omgeving die langs komen • Oogst: - Biologisch geteelde groente, kruiden, bloemen en fruit • Medegebruik: - Openbare tuin, geschikt voor een ommetje - Scholen en de Lorentzhof • Gezondheid: - Gezond voedsel - Beweging voor vrijwilligers en bezoekers • Lokale economie: - Deelnemers genieten samen van de opbrengsten en dragen samen de kosten en de risico’s. Dit versterkt het gevoel van eigenaarschap. 2.1.2. Initiatiefnemers Het initiatief tot stadstuinieren kan op allerlei plekken in de samenleving ontstaan. Ooit ontstonden volkstuinen en schooltuinen als particulier initiatief. De Voedselbank wilde een voedseltuin, wat leidde tot Groentepark Bontekoe. Vrij Groen was een initiatief van de Ideewinkel.
Stichting Leiden Oogst ging aan de slag met tuinderij Het Zoete Land en beheert nu ook het Groentepark Bontekoe (aan de Bontekoestraat), waar groenten voor de Voedselbank gekweekt worden. Vereniging Vrienden van het Singelpark wil graag eetbare gewassen 9
Stichting Leiden Oogst beheert ook Groentepark Bontekoe, in het Bontekoepark
27
in het Singelpark en verzorgt de kruidenbakken in het Huigpark. Bewoners, buurtverenigingen, stichtingen, scholen, in principe kan iedereen een initiatief nemer zijn. Sommige buurttuinen zijn voortgekomen uit het gemeentelijk aanjaagprogramma Samen aan de Slag, zoals de buurttuin aan het Magda de Haasstraat en aan de Bakker Korffstraat. Groen Dichterbij 071 Veel initiatieven worden ondersteund door Groen Dichterbij 071, een programma van IVN samen met de gemeente (Samen aan de Slag en ECDW/team Natuur-en duurzaamheids educatie). Met het platform wil men de initiatieven ondersteunen en het netwerk van initiatieven versterken. IVN heeft bij de provincie Zuid-Holland subsidie aangevraagd voor de ondersteuning van het netwerk. Gemeente Leiden (Beheer Openbare Ruimte) draagt ook financieel bij. Informatie is te vinden op www.ivn.nl > groendichterbij > groendichterbij071. 2.2. Behoefte aan stadstuinieren In 2015 zijn in de Stads- en wijkenquête vragen over de interesse in (volks)tuinen gesteld. In 2020 zijn aan het LeidenPanel vragen gesteld over stadstuinieren. Uit beide enquêtes blijkt dat de Leidenaren duidelijk interesse in en behoefte aan stadstuinieren hebben. Dit beeld wordt ondersteund door de wachtlijst bij de volkstuinen, waar begin 2020 ruim 300 belangstellenden stonden10 (1.261 tuinen beschikbaar). De wachttijd voor een volkstuin is 3-6 jaar.
Bij Het Zoete Land is een wachtlijst van circa 60 oogstdeelnemers (125 oogstdeelnemers mogelijk) en een aantal vrijwilligers. Stadstuinen Matilo heeft een korte wachtlijst van 5-6 personen, dat lost zich meestal in de loop van het jaar op. Stads-en wijkenquete 2015 In de stads- en wijkenquête zijn vragen gesteld over de belangstelling voor het huren van een (volks)tuin, hoe men die zou willen gebruiken en hoe ver men bereid is om te reizen. De enquête werd door ruim 1.800 mensen ingevuld. Meer informatie is te vinden in bijlage 4. 10% van de Leidenaren was in 2015 geïnteresseerd in het huren van een (volks)tuin. De meerderheid zou een tuin (mede)gebruiken voor het verbouwen van groenten, ruim de helft wil een tuin voor de rust of als zomer-buitenverblijf. Bijna de helft van de Leidenaren die geïnteresseerd zijn in het huren van een tuin wil een kleine tuin en een derde een middelgrote tuin. Een tiende van de respondenten wil een tuin delen met anderen. Bij driekwart van de geïnteresseerden hing de voorkeur voor de omvang van de tuin af van de daaraan verbonden kosten. Stadspanel 2020 In februari 2020 zijn vragen over de behoefte aan stadstuinieren voorgelegd aan het LeidenPanel. De vragenlijst is door 312 respondenten ingevuld. Voor de resultaten, zie bijlage 4 De helft van de respondenten tuiniert al in eigen tuin, op eigen balkon of op een volkstuin.
10 W anneer men een volkstuin wil, komt men op de wachtlijst. Op dat moment betaalt men een inschrijvingsbijdrage, men wordt uitgenodigd voor activiteiten waaronder de werkdagen voor onderhoud van het tuinpark. Daarmee krijgen geïnteresseerden een idee wat er komt kijken bij volkstuinieren. Mensen kiezen voor een bepaald tuinpark en komen daar op de wachtlijst.
28
Een derde heeft geen belangstelling voor stadstuinieren. Een zesde deel heeft wel belangstelling, maar tuiniert nog niet. De belangrijkste redenen om niet te tuinieren zijn gebrek aan tijd of gebrek aan een tuin. Een kwart van degenen die willen tuinieren heeft belangstelling voor een gezamenlijke buurtmoestuin of een buurtmoestuin met een eigen tuintje. De helft van de respondenten wil een stadstuin in de nabijheid, op maximaal 1 kilometer afstand. De respondenten willen de tuin gebruiken voor het kweken van groente of voor de rust/als buitenverblijf in de zomer. Er is gevraagd wat de gemeente kan doen om stadstuinieren te stimuleren. Bijna de helft geeft aan dat meer tuinen beschikbaar stellen zou helpen. En een derde geeft aan dat meer informatie beschikbaar gesteld kan worden. Ook een derde vindt dat het niet nodig dat de gemeente hier meer aan doet.
Figuur 10. Wat kan de gemeente doen om het leuker of makkelijker te maken om samen met anderen te tuinieren (% van mensen die tuinieren of daar belangstelling voor hebben, meer antwoorden mogelijk (StadsPanel 2020)
Doemee.Leiden In juni 2020 zijn op Doemee.Leiden.nl vragen gesteld over met name buurttuinen. 83% van de participanten heeft interesse om samen met anderen in de buurt te tuinieren. 59% van deelnemers weet een goede plek voor een buurt(moes)tuin. Geïnteresseerden hebben vooral informatie nodig over locaties en hoe een buurt(moes)tuin op te zetten.
29
2.3. Ontwikkelingen 2.3.1. Landelijk De belangrijkste trends die van invloed zijn op stadstuinieren zijn: • Verdichting in de steden • Klimaatverandering en klimaatadaptatie • Afname biodiversiteit • Individualisering • Globalisering versus lokale producten • Meer gemaksproducten versus uitgebreid koken, duurzaam en willen weten waar je eten vandaan komt.
Figuur 11. Trends in Nederland
30
2.3.2. Trends specifiek in Leiden De trends in Leiden wijken niet af van het gemiddelde in Nederland. Bijzonder voor Leiden is dat het een dichtbebouwde stad is, waar gebiedsgebruik en leefkwaliteit in een wankel evenwicht verkeren11 en die nog grote bouwopgave heeft met gevolg verdere verdichting in de stad. Er wordt op veel plekken gebouwd of er zijn bouw/herstructureringsplannen in ontwikkeling. Het aantal inwoners neemt naar verwachting toe van 125.000 nu naar 137.000 in 2029. Sportparken omgevormd naar wijksportparken. De druk op de (groene) ruimte neemt toe. Leiden heeft een relatief jonge bevolking, al komen gezinnen met jonge kinderen relatief minder voor dan in de vijftig grootste gemeenten van Nederland. In de komende tien jaren neemt het aandeel 65-plussers aanzienlijk toe (tot 26,6% van de 137.000 inwoners). Het aandeel 18-26 jaar neemt af.12 2.4. Analyse bestaande situatie In de gesprekken met ambtenaren, initiatiefnemers en stakeholders zijn de thema’s, de sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen voor stadstuinieren in Leiden geïnventariseerd.
Figuur 12. Thema’s rond stadstuinieren (opgehaald tijdens de inventarisatie)
11 Bron: Ecologische kansen in de gemeente Leiden, bSR rapport 327, 2019 12 Programmabegroting Leiden
31
2.4.1. Sterke en zwakke punten Sterke en zwakke punten hebben betrekking op de bestaande situatie. Sterke punten in Leiden zijn: • Er is een aanzienlijk aantal initiatieven en een mix aan stadstuinieren, van voedselbos tot CSA - tuinderij, van schooltuin tot buurt(moes)tuin. • Woningcorporaties Portaal, De Sleutels en Ons Doel staan positief tegenover stadstuinieren en zien een positieve bijdrage aan de leefbaarheid in de wijk. Portaal en Ons Doel willen ontwikkeling samen met de gemeente oppakken. • Volkstuinen zijn jaarrond openbaar toegankelijk. Vooral bij Ons Buiten maken buurtbewoners hier gebruik van. Wandelen over de tuinparken is tijdens de Corona-maatregelen aanzienlijk toegenomen. Zwakke punten zijn: • Leiden is een compacte stad en daardoor is de ruimte voor grotere initiatieven zoals biodiversiteitstuin Vrij Groen, stadstuinderijen en nieuwe volkstuinen zeer beperkt. • Buurttuinen blijken niet in alle wijken alleen op vrijwilligers te kunnen draaien, er is ondersteuning/begeleiding nodig. • Er is weinig informatie beschikbaar en het is voor initiatiefnemers lastig om de weg te vinden, geen eenduidig aanspreekpunt. 2.4.2. Kansen en bedreigingen Kansen en bedreigingen komen voort uit ontwikkelingen.
Kansen voor stadstuinieren zijn: • Aanpak van Samen aan de Slag, hun kennis en ervaring om mensen hun straat te laten vergroenen, kan breder worden ingezet voor stadstuinieren/buurt(moes)tuinen. • Duurzame verstedelijking maakt integrale oplossingen voor bouwen en tuinieren mogelijk, zoals bij Rijnvliet in Utrecht is te zien. • Leiden is SDG-gemeente (Leiden4globalgoals). Stadstuinieren sluit aan bij en kan een bijdrage leveren aan verschillende duurzame ontwikkelingsdoelen (sdg’s 2, 3, 4, 11, 12, 13). • Leiden heeft de duurzame ontwikkelingsdoelen ingedeeld in 3 thema’s: mens & maatschappij, mens & milieu en mens, werk & samenwerken. Stadstuinieren raakt vooral aan de eerste twee thema’s, de doelen 2,3,4, 11, 12, en 13: geen honger, goede gezondheid en welzijn, kwaliteit van onderwijs, duurzame steden en gemeenschappen, verantwoorde consumptie en productie en klimaatactie.
32
Figuur 13. Duurzame Ontwikkelingsdoelen
Bedreigingen voor stadstuinieren zijn: • Toenemende verstedelijking en druk op de ruimte. • Bezuinigingen waardoor de noodzakelijke ondersteuning niet gegeven kan worden. • Niet alle bewoners houden van moestuinen in de omgeving. 2.5. Kaders Beleidskaders voor stadstuinieren zijn: • Beleidsakkoord Samen maken we de stad 2018-2022 Stadstuinieren draagt bij aan de doelen die in het Beleidsakkoord ‘Samen maken we de stad’ zijn opgenomen: - Werken aan een groen, sociaal en ondernemend Leiden - Groener, gezonder en duurzamer Leiden - Iedereen doet mee • Groene Kansenkaart Dit is een uitwerking van de nota ‘Versterken en verbinden’. De aantrekkelijkheid van Leiden als vestigingsplaats voor burgers en bedrijven is gebaat bij een groene omgeving. Tendensen zijn: - Ontstenen en vergroenen, van privé tuinen naar collectieve tuinen en openbare ruimte. Bij het verdichten van de stad zal het groen vaker gezamenlijk gebruikt worden. De Leidse hofjes zijn een mooi voorbeeld. - Compact vergroenen in de buurt. Bijvoorbeeld het vergroenen van gebouwen, aanleg van tiny forests, postzegelparkjes en moestuinen. Deze nieuwe vormen versterkt het groen dicht in de woonomgeving en maakt het groen zichtbaar. - Verbeteren verbindingen in de stad en tussen stad en buitengebied.
• Omgevingsvisie Leiden 2040 1.0 (2019) - In de omgevingsvisie zijn de waarden van de stad beschreven: delen en overdragen, verbonden, compact en nabij, groen versterken, historie koesteren, waterstad en de stad is van ons allemaal.
33
Figuur 14. Iconen waarden van Leiden (bron: Omgevingsvisie 1.0)
Bij de waarde ‘groen versterken’ is benoemd dat de stad in een rijk landschap ligt, maar dat er binnen de stad relatief weinig groen is. Groen dat er wel is, wordt gekoesterd. Naast de parken, plantsoenen en kleinere groene plekken. “Veel Leidenaren zetten zich ervoor in om groen aan de stad toe te voegen.” In de verhaallijn ‘Leiden groene en gezonde stad’ is dit uitgewerkt. “In de verdere groei van Leiden combineren we verstedelijking met groen en gezondheid. Voor iedereen is groen dichtbij: zichtbaar in de straat, betekenisvol, met een hoge belevingswaarde, als ontmoetingsplekken, in hofjes en in openbaar toegankelijke stadstuinen, langs gevels, op daken en in daktuinen. Nieuw groen is in de regel collectief of openbaar groen, zo kan het meer functies vervullen”. • Nota Versterken en Verbinden (2013) In deze nota is de hoofdgroenstructuur van de stad vastgelegd. • Leiden biodivers en klimaatbestendig vergroenen Voor een gezonde en klimaatneutrale stad is vergroening een speerpunt. Vergroenen van de stad helpt om de impact van klimaatverandering te verminderen. Klimaatverandering leidt tot langere droge perioden, hogere temperaturen in de stad en heviger regenbuien. Leiden gaat zichtbaar vergroenen door: - Verbeteren kwaliteit bestaand groen - Extra groen in de stad - Verbinden van groengebieden. Stadstuinieren kan een bijdrage leveren aan de eerste twee thema’s.
• Bomenbeleidsplan en bomenverordening Leiden is zuinig op haar bomen. De gemeente heeft de beschermde bomen (beschermde solitaire bomen, boomstructuren en boomgebieden) vastgelegd op de Groene Kaart. Deze bomen mogen niet zonder vergunning gekapt worden. Ook de solitaire bomen in de openbare ruimte met een stamomtrek van 45 cm of meer (gemeten op 130 cm hoogte) zijn beschermd. • Beleidskader Vastgoed Het beleidskader Vastgoed maakt een duidelijk onderscheid tussen de gemeente als verhuurder en als subsidiegever. Het beleidskader vastgoed gaat uit van uniforme en marktconforme tarieven voor iedereen. Burgers en instellingen hebben zelf de verantwoordelijkheid op zoek te gaan naar een accommodatie die voor hen betaalbaar is. Als een instelling/ initiatief de grondprijs niet kan betalen kan men subsidie aanvragen. Als de gemeente de instelling/ het initiatief belangrijk genoeg vindt, zal zij subsidie verstrekken. Deze regels gelden als een initiatief bij VGM binnenkomt. In het Beleidskader is niets opgenomen over volkstuinen en gebruik van de openbare ruimte. Hierover is ook niets in de grondprijzenbrief opgenomen.
34
Figuur 15. Hoofgroenstructuur van Leiden
In 2019 is het rapport ‘Ecologische kansen in de gemeente Leiden, investeren in een basiskwaliteit natuur’ opgesteld door de stadsecoloog Leiden/Bureau Stadsnatuur. Het college heeft besloten negenentwintig van de eenendertig adviezen over te nemen. Enkele daarvan raken de visie stadstuinieren, zoals “ontzie bij ruimtelijke ontwikkeling groengebieden als parken en volkstuincomplexen, geef ruimte aan ecologische invulling van gazons in samenwerking met buurtbewoners en het omgaan met braakliggende terreinen”.
35
2.6. Conclusies inventarisatie Uit de inventarisatie blijkt: • In Leiden wordt al op veel plekken en in verschillende vormen gestadstuinierd. Er zijn volkstuinen, schooltuinen, stadstuinen Matilo, diverse grotere en kleinere buurttuinen, een voedselbos, enkele schoolpleinen met eetbare gewassen (eetbare schoolpleinen) en Het Zoete Land (een CSA-bedrijf). • Stadstuinieren heeft vele positieve effecten voor de Leidse samenleving, voor de beleving van de buitenruimte en voor de mensen persoonlijk. • Er is behoefte in de stad aan meer stadstuinieren in Leiden. • Er kunnen nog nieuwe volkstuinen worden gerealiseerd in de Oostvlietpolder. Dit is opgenomen in het bestemmingsplan Oostvlietpolder. • Leiden heeft (op de Oostvlietpolder na) geen ruimte voor grote nieuwe locaties om te stadstuinieren. • Wel is er ruimte voor buurttuinen en voor kleinere initiatieven. • Het kost tijd (in de zin van jaren) en veel energie om tot een goedlopende stadstuin te komen. Buurt(moes)tuinen kunnen niet altijd alleen op vrijwilligers draaien, maar vragen ondersteuning, bijv. van buurt/welzijnswerk. • De gemeentelijke organisatie rond stadstuinieren is niet eenduidig en er is geen duidelijk aanspreekpunt voor initiatiefnemers. • Afspraken met initiatieven met betrekking tot huur en juridische status zijn niet eenduidig en niet uitlegbaar.
• Sommige zaken die nu niet mogen, zijn nader te overwegen: zo mogen gebouwen van de tuinverenigingen momenteel niet mede gebruikt worden door andere maatschappe lijke groepen, het overschot aan oogst van volkstuinen en Het Zoete Land mag niet verkocht worden.
36
3. VISIE In deze visie staat stadstuinieren voor: samen op een natuurvriendelijke manier (moes) tuinieren, groenten, fruit, noten, kruiden, paddenstoelen en bloemen kweken. Natuurvriendelijk (ecologisch) betekent zorgzaam omgaan met bodem, water, oogst en natuur; geen kunstmest en geen gif. Dit zorgt voor een bijdrage aan de biodiversiteit en voor een gezondere bodem. Dit hoofdstuk omvat drie onderdelen: de meerwaarde van stadstuinieren (3.1), de speer punten voor de toekomst van stadstuinieren (3.2) en toekomstbeelden voor de zes vormen van stadstuinieren: schooltuinen, volkstuinen, stadstuinen, buurt(moes)tuinen, eetbare schoolpleinen en tuinderijen zonder winstoogmerk (3.3). 3.1. Kwalitatieve impulsen door stadstuinieren Leiden is een dichtbevolkte stad met weinig ruimte. De druk op de openbare ruimte en het groen neemt met de groei van de stad steeds verder toe. Het is van groot belang voor de leefbaarheid en het Leids vestigingsklimaat om in de stad voldoende kwalitatief groen te houden. De stedelijke ruimte zullen we zoveel mogelijk moeten vergroenen terwijl de bestaande groene ruimte zo goed mogelijk benut moet worden. Stadstuinieren kan hieraan bijdragen.
Stadstuinieren is geen doel op zich maar draagt bij aan de doelen van de stad: een prettige en gezonde leefomgeving, sociale cohesie klimaatadaptatie, vergroenen, verbeteren van de biodiversiteit, beleven van de natuur en educatie, duurzaam, lokale en circulaire economie. Stadstuinieren en sociale cohesie Stadstuinieren in de vorm van buurt(moes)tuinen past goed in de woonomgeving. Zoals ook blijkt uit de enquête van het Stadpanel vinden mensen het belangrijk dat een buurttuin dichtbij is. Samen tuinieren vlak bij huis, “op de hoek van de straat” is voor veel mensen haalbaar. Dit geldt ook bij de stadstuinen en de volkstuinen. Volkstuinverenigingen zijn hechte gemeenschappen. Stadstuinieren is leuk, gezond en zinvol. Voor de mensen die samen tuinieren én voor de buurtbewoners die mee kunnen genieten van de mooie tuin en het enthousiasme van de tuinders. Door samen te tuinieren ontmoeten mensen elkaar, wat bij kan dragen aan de sociale cohesie en leefbaarheid. Stadstuinen geven groen meerwaarde Steeds meer mensen willen duurzaam en gezond voedsel en weten waar hun eten vandaan komt. Stadstuinieren, samen op een natuurvriendelijke manier (moes)tuinieren, biedt daarvoor de mogelijkheid. Stadstuinieren kan al op een relatief kleine oppervlakte. Stadstuinieren heeft, naast een bijdrage aan de sociale cohesie meer positieve effecten.
De stad wordt er mooier van, mensen komen in beweging, het ontspant, het draagt bij aan een ecologisch waardevolle inrichting13, mensen ervaren de natuur en het draagt bij aan de circulaire lokale economie. Ervaring leert dat mensen door tuinieren hun vaardigheden