Reactie- en antwoordnota ontwerp volkshuisvestingsvisie 2020
Tekst van het document
Voldoende grote woningen Zienswijzen
Er wordt (zie pagina 21) bij het berekenen van de grootte van een woning gerekend met BVO. BVO is de ruimte inclusief buitenmuren en schuine daken en is dus niet het werkelijke oppervlakte waar een bewoner gebruik van kan maken. Wil je kwalitatief hoogwaardige bouw en gebruik maken van de term BVO, dan moet gecorrigeerd worden voor muren en schuine daken. Daarnaast is het de vraag, of 65m2 BVO ook in de toekomst voldoende zal blijken. Wij denken hierbij onder meer aan de toenemende trends om thuis te werken. (Vlietvaardig) Jongeren < 23 jaar 30 vierk.m. PEL is hier op tegen! Dit is het achteraf goedpraten/ sanctioneren van kippenhokken. Anders gezegd: Soort creatief boekhouden cq. het achteraf kloppend maken. Bovendien geldt het WML va. 1/7/2019 vanaf 21 jaar, niet vanaf 23 jaar. Conclusie: Corporatiewoningen tot 432,51 moeten bij voorrang naar jongeren t.m. 20 jaar. Dit voorrangsbeleid moet blijven. Reguliere huishoudens (dat zijn geen 1 persoons huishoudens?!) minimaal 65 vierk.m. = akkoord + 10 vierk.m. extra per persoon vanaf 4 personen volgens nota. Liever va. 3 personen. Woongroep norm = o.k. (verschillend) (PEL) Er wordt in de visie in het kader van sociale woningbouw gesproken over een minimaal woonoppervlak van 65 m2 en mogelijk een extra woonoppervlak van 10 m2. Dit zijn de minimale maten van het Bouwbesluit voor een gezin met 2 kinderen.
In een gezin met 4 kinderen blijkt dan in de praktijk dat er geen goede werkplekken voor kinderen in middelbaar- en hoger onderwijs zijn om rustig te studeren.(Adviesraad Sociaal Domein) Het werken met normen voor minimale oppervlaktematen voor een woning draagt natuurlijk bij aan de kwaliteit van wonen. Dit roept echter wel bij ons de vraag op wie hier voor de rekening gaat betalen. Immers…m2zijn ook euro’s! Wie zijn benieuwd op welke wijze de gemeente hierin een bijdrage gaat leveren. (Nieuw Elan) Zoals aangegeven bij onze reactie t.b.v. hoofdstuk 2, willen wij graag de eisen die u stelt aan buiten- en binnenruimtes, architectuur en stedenbouw en geluidsprestatie gezamenlijk onderzoeken en uitwerken onder voorwaarde dat e.e.a. niet ten koste gaat van de betaalbaarheid van het wonen voor de primaire doelgroep of van onze investeringscapaciteit t.a.v. beschikbaarheid en/of verduurzaming van onze woningen. (WoonFriesland)
Reactie We hebben naar aanleiding van de zienswijzen ervoor gekozen om geen aparte normen op te nemen over de grootte van nieuwe sociale huurwoningen. We willen de discussie over welke woningkwaliteit we in Leeuwarden nastreven voeren op de juiste plek: bij de actualisatie van het Afwegingskader Woningbouw Leeuwarden. Ook de verwijzing naar stedenbouw en architectuur hebben we verwijderd; de disucssie hierover vindt plaats op andere plekken (welstandsbeleid, concrete projecten). We hebben ten aanzien van het realiseren van kleinere huisvesting voor
pag. 20
jongeren een criterium toegevoegd: corporaties mogen woningen tot 30 m² toevoegen voor jongeren met een vorm van begeleiding.
Kwaliteit van de woning Zienswijzen
Elkien die ongeveer 70 % van de woningen in deze wijk heeft, is de afgelopen jaren bezig geweest met woningverbetering van delen van de woningen in de wijk. De wijk bestaat grotendeels uit woningen die rond 1950 gebouwd zijn en daardoor zijn veel woningen vochtig, koud en erg gehorig. Wij horen verhalen van mensen uit de wijk over dat ze geluidsoverlast ervaren, schimmel in hun woning hebben en naaktslakken in huis hebben als gevolg van vocht, wat zorgt voor een ongezond leefklimaat. Dat mensen hun verwarming niet te hoog willen zetten omdat ze bang zijn voor de hoge energiekosten. (Bewonersplatform Valeriuskwartier) Vanaf ten tweede: huurwoningen moeten van voldoende kwaliteit zijn. Geluidsisolatie van bijv. verkeerslawaai van buiten naar binnen: daarvoor zijn normen gekomen. Geluidsisolatie onderling tussen de woningen is lang een vergeten gebied geweest. Maar hier wordt (energie) isolatie bijv. spouwmuurisolatie als reden misbruikt om de woningen/flats te slopen. De smoes is dat daarmee de geluidsprestatie verslechtert. Onzin: als geluid van buren wordt gemeten is dat nog precies even hard als voorheen alleen kan het harder LIJKEN omdat er minder geluid van buiten naar binnen doordringt.
Overigens is het onzin dat er tussen flats zowel horizontaal als verticaal niets mogelijk is zoals zwevende dekvloeren, zwevend plafond, geen blok CV met verticaal doorlopende leidingen, speciale mat onder de wasmachine, voorzetwandje enz. Dit zou tegelijk kunnen bij een complete renovatie en isolatie van flats. Ook voor gehorige trappenhuizen zijn oplossingen zodat het stiller wordt. (PEL) Het Bouwbesluit (aangepast per 1 juli 2020) geeft belangrijke kwaliteitselementen aan voor alle bouwwerken, waaronder ook voor veiligheid en gezondheid. Dit zijn minimale wettelijke eisen waaraan voldaan moet worden. Op het snijvlak van het bieden van kwalitatief goede woningen en de betaalbaarheid daarvan voor haar huurders, zal de woningcorporatie een afweging dienen te maken in hoeverre zij een onrendabele top (ORT) acceptabel acht. Immers de stichtingskosten/bouwkosten nemen toe! Terwijl de maximaal te vragen huurprijs voor een sociale huurwoning is gereguleerd middels het woningwaarderingsstelsel (WWS). (De Bewonersraad)
Reactie De bouwkundige kwaliteit van een deel van de woningvoorraad voldoet niet aan hedendaagse standaarden. Dit leidt tot ongewenste situatie, met geluidsoverlast of gezondheidsrisico’s. De corporaties zijn al jaren bezig de kwaliteit van hun woningvoorraad te verbeteren. De inzet vanuit de gemeente zal zijn om in het programma stedelijke vernieuwing ook duidelijk aan te geven welke gebieden met prioriteit aangepakt moeten worden. Waar dat kan willen we graag bestaande woningen verbeteren, maar dat zal niet altijd mogelijk zijn. De volkshuisvestingsvisie hanteert bij herstructurering het criterium: eerst nieuwbouw dan sloop. De financiële opgave om de bestaande woningvoorraad te verbeteren staat niet in verhouding tot de financiële middelen op de korte termijn. Vandaar dat we ons ook maximaal inzetten om extra middelen vanuit het Rijk te krijgen.
pag. 21
Kwaliteit van de buitenruimte Zienswijzen
Voor wat betreft de buitenruimte als kwaliteit van het wonen willen wij opmerken dat de visie op de fysieke leefomgeving, het openbaar groen en overige straat-inrichting als kwaliteitscriterium iel is geformuleerd. (De Bewonersraad) U gaat ervan uit dat minimaal 6 m² aan buitenruimte wordt gecreëerd. Het gaat daarbij dan zowel om nieuwbouw als bij grootschalige renovatie. Voor woningen voor jongeren die onder de 30m² zijn, rekent u minimaal 3 m² aan buitenruimte. Wij geven u op voorhand mee dat het toevoegen van buitenruimte aan de bestaande bouw betekent dat wij onacceptabele hoge kosten moeten maken. Waar baseert u deze normen op? Wat is de grondslag hiervoor? Hier staan namelijk geen opbrengsten tegenover en wel een structureel hogere TCO (Total Costs of Ownership). Gelden deze eisen ook voor de particuliere voorraad? De smalste schouders de zwaarste lasten? (WoonFriesland)
Reactie We hebben naar aanleiding van de zienswijzen de visie aangepast. We blijven de relatie leggen tussen woonkwaliteit en de hoeveelheid (of kwaliteit) van de (eigen) buitenruimte. Indien we kiezen voor specifieke eisen hiervoor, dan zal dit in het geactualiseerde Afwegingskader Woningbouw een plek krijgen. Daarmee worden de criteria voor alle ontwikkelende partijen immers gelijk.
Omgevingskwaliteit Zienswijzen
Voor wat betreft de buitenruimte als kwaliteit van het wonen willen wij opmerken dat de visie op de fysieke leefomgeving, het openbaar groen en overige straat-inrichting als kwaliteitscriterium iel is geformuleerd. Juist de openbare ruimte maakt dat een leef-, werk- en woonklimaat als aantrekkelijk worden ervaren. Het geeft wijken, buurten en kernen een eigen identiteit. Zeker gezien in samenhang met de ambitie van de ongedeelde stad en de aankomende energietransitie, zijn wij van mening dat dit onderdeel onderbelicht is. (De Bewonersraad) Uiteraard wordt de woonkwaliteit ook in hoge mate bepaald door de woonomgeving. Goede en bereikbare voorzieningen vinden wij voorwaardelijk voor wijken waarin sociale voorraad wordt toegevoegd. Voorzieningen in de wijk moeten er zijn voor jong en oud. (Nieuw Elan)
Reactie De grote variatie in de vormgeving en kwaliteit van de woonomgeving in de gemeente maakt het lastig om anders dan in algemeenheden hierover te spreken. Door omgevingskwaliteit op te nemen in de volkshuisvestingsvisie zorgen we ervoor dat we dit bij projecten nadrukkelijk als criterium meenemen.
pag. 22
Hoofdstuk 4:
volhoudbaar wonen
Verschil ontwerp en definitieve visie Het hoofdstuk is ingedikt in vergelijking met de ontwerpvisvie. Het stuk over warmtenetten is – mede vanwege de zienswijzen – sterk ingekort.
Verduurzaming Zienswijzen
De bouwkundige constructie is vooral bepalend voor de stookkosten (het lekke doos verhaal) en energiezuinige apparatuur plus ledverlichting drukken het stroomverbruik omlaag. Vastrecht, energiebelastingen ed. drijven de kosten weer op. (PEL) Voorwaarden als duurzaamheid en actieve inzet ten behoeve van verdere verduurzaming en ecologische maatregelen kunnen dit mogelijke (lijkt me sterk in kleine hechte gemeenschappen) probleem eenvoudig voorkomen. Bovendien slaat de gemeente dan 2 vliegen in 1 klap!! Verduurzamen En ecologischer worden zijn hoe dan ook keiharde eisen voor überhaupt een toekomst! (dhr. P. van der B) Dat de energietransitie grote gevolgen zal hebben, is genoegzaam bekend. Er ligt een enorme opgave. De energietransitie biedt kansen voor de volkshuisvesting. Ervaringen uit het recente verleden, waarbij het verduurzamen van woningen, wel tot een besparing van de energielasten leidde, maar zeker niet tot een verhoging van het comfort van de bewoners en waar bewoners zich nog steeds de “proefkonijnen” van de energietransitie voelen, geven aan dat zorgvuldigheid, gedegen onderzoek geboden zijn. Initiatieven dienen houdbaar en haalbaar te zijn. Het mag duidelijk zijn dat lagere woonlasten, gebruiksgemak en comfort absolute voorwaarden zijn.
Te vaak nog worden wij deelgenoot gemaakt van verhalen van huurders, die hun woonlasten beperken door minimaal te stoken en met het spreekwoordelijke dekentje om zitten. Als maatregelen wel leiden tot comfort, maar een aanslag vormen op het budget, is van volhoudbaarheid bij de huurder geen sprake! (Nieuw Elan) Wij sluiten ons geheel aan bij de constatering dat de energietransitie voor de samenleving als geheel grote gevolgen gaat hebben. Vanuit De Bewonersraad houden wij de betaalbaarheid voor huurders van de verduurzaming nauwlettend in het oog. Wij zien discussies ontstaan met betrekking tot (nog) te maken keuzes omtrent de nadere invulling van het begrip `laagst mogelijke maatschappelijke kosten versus de laagste kosten voor de eindgebruiker’ bij deze energietransitie. Dit maakt dat verdere gezamenlijke afstemming nodig is. Graag blijven wij bij deze ontwikkelingen betrokken. De corporaties hebben in dit traject een voortrekkers rol toebedeeld gekregen, een rol die zij naar ‘vermogen’ vervullen. (De Bewonersraad) U geeft aan een Warmte Transitievisie en een routekaart in voorbereiding te nemen. Het realiseren van betaalbare verduurzaming van de bestaande woningen is op dit moment de grootste opgave op de woningmarkt. WoonFriesland streeft naar betaalbare, gebruikersvriendelijke verduurzamingsoplossingen voor haar woningen.
Daarom is de betaalbaarheid van de door de gemeente gekozen warmtevoorziening voor onze huurders van groot belang. Mede gelet op de recente uitkomsten van onderzoek naar het rendement van de verduurzaming (voor de meeste woningbezitters is het te duur om hun woning te verduurzamen), uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving, vernemen wij graag van u, hoe u van plan bent onze huurders een betaalbare warmtevoorziening te kunnen blijven bieden. WoonFriesland verduurzaamt haar woningen stapsgewijs en werkt stapsgewijs toe naar een CO2-neutrale woningportefeuille. Wij hebben de laatste jaren fors geïnvesteerd in
pag. 23
kwaliteitsverbetering en verduurzaming van onze woningen. Dit heeft geleid tot het mooie resultaat dat wij eind 2019 onze ambitie voor 2021 al hebben bereikt: onze totale woningvoorraad heeft gemiddeld label B (energie-index lager dan 1,4). Dat geeft een mooie reductie in het gasverbruik en lagere energielasten voor onze huurder. De verduurzaming van woningen zal direct van invloed zijn op het huurniveau en daarmee op de betaalbaarheid. Een stapsgewijze verduurzaming betekent echter ook een stapsgewijze huurprijsontwikkeling. WoonFriesland zal dan ook stapsgewijs met name die aspecten in de verduurzaming van haar woningen aanpakken, die direct van invloed zijn op de woonlasten. Het energielabel c.q. Index is hierbij geen doel op zich. Overigens zal de komende jaren moeten blijken of we binnen de (on)mogelijkheden van corona de werkzaamheden in de kwaliteitsverbetering op dezelfde wijze en snelheid nog tot uitvoering kunnen brengen. Daarnaast worden we ook geacht om bij energierenovatie de (gebouwgebonden) energiekosten te verlagen. Dat streven ondersteunen wij, zij het dat dit een ingewikkelde opgave betreft. Het zelfs geheel kunnen/moeten wegnemen van de energiekosten is ons inziens, mede in het licht van betaalbaarheid in de bestaande bouw, een utopie, evenals het volledig verbeteren van de geluidsprestatie bij energierenovatie.
WoonFriesland zet in op versnelling van verduurzaming door te pleiten voor afschaffing van de verhuurdersheffing, om zo ook een extra impuls te kunnen geven aan de lokale economie. (WoonFriesland) Elkien heeft als doel gesteld in 2050 CO2 neutraal te zijn. Dit vergt een enorme inzet: financieel en technisch. De ingrepen in de woningen vergen ook draagvlak en medewerking van de bewoners. Belangrijkste uitgangspunt bij de inzet van Elkien is dat de ingrepen niet mogen leiden tot verhoging van de woonlasten van huidige en toekomstige huurders, dat de te nemen investeringen niet mogen leiden tot relatief hoge investeringen van Elkien en dat de gekozen systemen moeten leiden tot comfort en gemakkelijk in gebruik moeten zijn. (Elkien)
Reactie In de zienswijzen wordt de noodzaak voor verduurzaming onderschreven. Er zijn wel meerdere zorgen. Zo wordt gewezen op de enorme inzet die dit van de corporaties vraagt. Dat zien wij ook. Via de lobby richting rijk proberen we de financiële ruimte voor corporaties te vergroten. Zoals bekend heeft de gemeente niet de instrumenten of de financiële middelen om zelf de verduurzaming van de woningvoorraad ter hand te nemen. Door het leggen van een slimme verbinding tussen de energietransitie en stedelijke vernieuwing proberen wij meer efficiënte in het proces te brengen. Dit alles in het besef dat er nog een groot aantal stappen gezet moeten worden en dat er nog veel onduidelijk is. Er wordt ook met zorg gewezen op de betaalbaarheid van de verduurzaming voor huurders. Ook die zorg delen wij. Een verduurzaamde woning moet voor de huurders nog wel op te brengen zijn. Corporaties hebben de mogelijkheid om (een deel van) de kosten voor verduurzaming via een huurverhoging te compenseren, mits dit de totale woonlasten niet verhoogt. Dit is onvermijdelijk, omdat het anders de corporaties aan middelen ontbreekt om hun woningvoorraad te verduurzamen. We vinden het belangrijk dat dit transparant plaatsvindt, omdat dit noodzakelijk is voor het vertrouwen in de energietransitie.
Verduurzaming moet voor bewoners een comfortabele woning opleveren, met ingrepen die een neutrale of positieve invloed op het gebruiksgemak moeten hebben. Voor een belangrijk deel ligt dat in de maatregelen die de corporaties kiezen.
pag. 24
Warmtenet Zienswijzen
B&W hebben toegezegd "de kansen voor ultradiepe geothermie als onderdeel van de energiemix mee te nemen". Voor PEL is beslissend: WIE gaat dit onderzoeken? Die instelling moet strikt onafhankelijk zijn en ook niet via via binding hebben met bedrijven die menen hier belang bij te hebben. (Staatstoezicht op de Mijnen?) Keiharde voorwaarde: onafhankelijk onderzoek moet uitwijzen dat het veilig kan. We hebben geen behoefte aan problemen hiermee zoals in Bazel (Zwitserland) of het soort ellende zoals in Groningen! [een vragenbrief aan het SodM + hun antwoorden over geothermie is een tijdje terug ter informatie doorgestuurd aan de Raad] Het FNP-idee is begrijpelijk: Nederland is vol. Alles moet op een klein oppervlak geprutst worden: Landbouw, veeteelt, natuur, recreatie, industrie, wegen en woningen. En daar moeten bij: zonneparken en windmolenparken en ook de Noordzee raakt half vol… Dus als je in Friesland kunt vermijden dat alles buiten de 11 steden volstaat met zonneparken en windmolens, is dat op zich een aanlokkelijk idee. Water van 120 graden is stoom (4 km diep en dieper) waarmee turbines aangedreven kunnen worden. Deze stoom is onafhankelijk van de beschikbaarheid van zon en wind. Hiermee kan stroom opgewekt worden.
Als dat veel stroom is, ontstaat wellicht ook capaciteit om waterstofgas te maken en dat te gebruiken voor industrie en verwarming van woningen via het bestaande aardgasnet. Kortom: zorg voor meerdere alternatieven als aardgas wordt afgeschakeld! PEL is hier voor maar de voorwaarden zijn beperkend: eigen initiatief lijkt alleen te mogen als een warmtenet niet rendabel is… M.a.w.: dit soort initiatieven is in de stad niet gewenst omdat dat de warmtenet monopolist in de wielen zou kunnen rijden?! Mee eens: moet energieneutraal. VRAAG: waarom de opmerking "tenzij aansluiting bij een warmtenet het hoogste maatschappelijk rendement oplevert"? Wat wordt verstaan onder "maatschappelijk rendement"? (PEL) Het aansluiten van sociale huurwoningen op het commerciële warmtenet is wat ons betreft nog geen voldongen feit. Wij gaan pas over tot het aansluiten op een warmtenet als transparant is wat de kosten zijn voor de huurder op korte en lange termijn, welke investeringen dit van de corporaties vergt en dat de levering van warmte en warm tapwater voor onze huurders betaalbaar blijft en het gebruik geen afbreuk doet aan het comfort van de woning. (Elkien) Bij de aansluiting op warmtenetten gaan wij uit van een rendabele businesscase waarin altijd de optie voor elektrificatie van woningen moet zijn meegenomen als rendabel alternatief.
Niet alle woningen lenen zich voor een aansluiting op het warmtenet door te hoge benodigde investeringen. Bovendien is instemming van onze huurders vereist. U geeft aan dat u voor nieuwbouw ervan uitgaat dat de corporaties deze energieneutraal bouwen, tenzij aansluiting bij een warmtenet het hoogste maatschappelijke rendement oplevert. WoonFriesland realiseert nieuwbouw met een EPC=0 of beter en gaat er niet vanuit dat er minder maatregelen worden genomen bij aansluiting op een warmtenet. Wat als er na 30 jaar geen warmtenet meer is? Dan zit de huurder van WoonFriesland met een slechter geïsoleerde woning! De aansluiting op een warmtenet zou voordelen moeten opleveren ten opzichte van een individuele of collectieve verwarmingsoplossing, zeker gezien de tot nu toe ook bekende tijdelijke (30 jaar) businesscase. (WoonFriesland)
pag. 25
Reactie In de ontwerpvisie gaven we aan dat waar het kan aangesloten wordt op een warmtenet. Daar is in de zienswijzen terughoudend op gereageerd. Naar aanleiding daarvan hebben we in de definitieve volkshuisvestingsvisie een algemenere tekst opgenomen. We denken nog steeds dat aansluiting op een warmtenet de snelste en uiteindelijk de goedkoopste en duurzaamste wijze is om te voorzien in de warmtevraag van woningen. De ingebrachte zorgen en randvoorwaarden (betaalbaarheid, monopoly, rendement, et cetera) komen zeker in de verdere uitrol van het warmtenet aan de orde.
Verkoop huurwoningen Zienswijzen
Het verschil in bejegening van de woningcorporatie versus andere `woningmarktpartijen’ komt wel heel nadrukkelijk naar voren bij verkoop van het woningbezit door de corporatie. De eis dat de te verkopen woning minimaal een energielabel B dient te hebben is een ernstige inperking van het (volledige) eigendomsrecht. Dit klemt des te meer daar de woningcorporaties al jaren grote investeringen plegen in het woningbezit, waar het gaat om te voldoen aan het energieakkoord (2013, een overeenkomst tussen 47 maatschappelijke organisaties en overheden, waaronder Aedes). In 2021 hebben corporatiewoningen gemiddeld energielabel B! (De Bewonersraad) U stelt bij verkoop van sociale huurwoningen de eis dat deze minimaal voorzien moeten zijn van energielabel B. Het bevreemdt ons dat u eisen stelt aan het energielabel bij verkoop. Gelden deze eisen ook voor de particuliere huur- en koopvoorraad? Zo nee, dan lijkt ons een gelijk speelveld wel zo fair. Liever zien wij echter dat u deze eis laat vervallen. Corporaties werken met huurdersgeld, afkomstig van mensen met een smalle beurs. Wij zetten onze middelen liever in voor onze doelgroep en laten graag de aspirant-koper vrij in hoe hij zijn woning (stapsgewijs) wil verduurzamen en verbouwen. Dan biedt u koopstarters met een smalle beurs ook een kans. WoonFriesland verkoopt op dit moment in principe geen woningen in uw gemeente.
De uitzondering hierop vormen de woningen in een Vereniging van Eigenaren waar wij een minderheidsaandeel hebben of woningen in woningblokken waarin wij nog maar enkele woningen in eigendom hebben. In verband met het optimaliseren van ons verbeterings- en onderhoudsbeleid worden hier incidenteel woningen verkocht. Mocht echter in de toekomst substantiële verkoop van woningen toch opportuun worden, dan informeren wij u over ons voornemen tot verkoop. Wij gaan er daarbij vanuit dat eisen die worden gesteld aan de particuliere huur- en koopvoorraad, ook gelden voor de woningen van de corporaties. (WoonFriesland)
Reactie Vanwege de maatschappelijke taak van corporaties heeft de wetgever vergaande beperkingen opgelegd aan het volledig eigendomsrecht van corporaties. Dit is bijvoorbeeld uitgewerkt in de bevoegdheid van gemeente en huurdersorganisatie tot het geven van zienswijzen op beoogde verkoop. Een gemeentelijke zienswijze vloeit voort uit volkshuisvestelijke ambities. In dit geval betekent dit dat we een bepaald duurzaamheidsniveau nastreven. Juist veel kopers van voormalige huurwoningen ontbreekt het aan de middelen om een woning te verduurzamen. Gelet op de grote opgave van de energietransitie vinden wij het onverantwoord om woningen aan de koopvoorraad toe te voegen met een te laag energielabel.
Particuliere verhuurders Zienswijzen
VRAAG: hoe krijg je particuliere verhuurders zover dat ze hun woningen ook gaan isoleren? (PEL)
pag. 26
Reactie Uiteindelijk zal elke woning in Nederland via duurzame energie verwarmd worden; de route daartoe is nog gedeeltelijk ongewis. In de transitievisie Warmte geven we aan waar we in Leeuwarden welke duurzame warmtevoorziening kansrijk vinden. Dat zal daarna via wijkuitvoeringsplannen uitgewerkt worden. Daarin zal ook duidelijk worden hoe en wanneer particuliere eigenaren (van koop en huurwoningen) hun woningen moeten aanpassen om deze op duurzame wijze te verwarmen.
Rol gemeente Zienswijzen
Om de verduurzaming van onze woningen te kunnen blijven uitvoeren, is voor WoonFriesland de opschaling en vergroting van de capaciteit van het elektriciteitsnet een randvoorwaarde. Het aanbrengen van zonnepanelen en het toewerken naar het all electric maken van woningen heeft anders geen nut. Welke stappen onderneemt de gemeente hiervoor? Het is ons inziens van belang om op Friese schaal samenwerking te zoeken en in te zetten op een degelijke regie vanuit de provincie om de energie-infrastructuur goed op niveau te brengen. Voor het betaalbaar houden van de verduurzaming en de woonlasten, vragen wij de gemeente ook om na te denken over welke bijdrage de gemeente hieraan zelf kan leveren, met name inzake de diverse overheidsheffingen (WoonFriesland) Toch zien wij hierbij een breder speelveld, ook de eigenaar c.q. de particuliere verhuurder (binnen de sociale volkshuisvesting), zal zijn bijdrage moeten leveren aan deze transitie. Wij vragen ons af hoe de gemeente deze partijen gaat bewegen en welke middelen hiertoe geëigend zijn, opdat ook zij een substantieel aandeel (gaan) leveren? (De Bewonersraad) Dat vraagt van de gemeente een heldere visie en een scherpe strategie.
Als de gemeente Leeuwarden haar ambities op dit gebied wil realiseren is het noodzakelijk om samen met corporaties, huurdersorganisaties en bewoners op te trekken, een gezamenlijke visie te ontwikkelen, gezamenlijke uitgangspunten te hanteren en een marsroute uit te stippelen. Ook hierover willen we afspraken maken. (Elkien)
Reactie Hoe we de komende jaren verduurzaming gaan vormgeven wordt in 2021 in de Transitievisie Warmte opgenomen. In de totstandkoming van dit beleid worden de huurdersorganisaties en de corporaties volwaardig betrokken.
pag. 27
Hoofdstuk 5:
voldoende aanbod
Verschil ontwerp en definitieve visie We hebben in dit hoofdstuk een aantal wezenlijke wijzigingen aangebracht. Het hoofdstuk draait nadrukkelijk om de ongedeelde stad en de toegankelijkheid van de sociale voorraad. Waar het gaat om het specifiek toewijzen van woningen hebben we een belangrijke beperking ingebracht: het is gekoppeld aan specifieke gebieden en een specifieke tijd. De opsomming uit de ontwerpvisie hebben we verwijderd. In de definitieve visie sluiten we weer aan bij de normen voor zoekduur zoals die door de corporaties en huurdersorganisaties wordt gebruikt. Ook het onderdeel urgentie hebben we meer samengevat. Alleen waar het gaat om de huisvesting van statushouders geven een toelichting. Ook het onderdeel over bijzondere woonvormen is meer samengevat.
Realisatie van gemengde buurten Zienswijzen
Is het beleid van de "ongedeelde stad" erop gericht om particuliere en sociale woningbouw te plegen direct naast elkaar of gegroepeerd in verschillende delen van een (nieuwbouw)wijk in de stad? (Adviesraad Sociaal Domein) Daar waar zich kansen voordoen wil Elkien vanzelfsprekend werken aan de ongedeelde stad en vitale dorpen. Ieder dorp en iedere wijk in de gemeente Leeuwarden is uniek. Daarom is het nodig om gebiedsgericht te werken. Zeker als er stevige ingrepen nodig zijn om tot een ongedeelde wijk of een vitaal dorp te komen. Dat vraagt om een grondige analyse en visie per dorp en wijk. Deze gaat verdere dan een rekenkundige analyse van het aantal woningen in de sociale huur in relatie tot eigen woningbezit en duurdere particuliere verhuur. Wij willen ook kijken naar de huidige veerkracht en vitaliteit aan de hand van andere kenmerken van de wijk: hoe beoordelen bewoners de leefbaarheid, zijn er voldoende voorzieningen voor zorg- en ondersteuning, hoe staat het met netwerken en mantelzorg en is de wijk of het dorp voldoende veilig in de ogen van de bewoners. Aan de hand van de analyse willen we werken aan een plan van aanpak om tot een veerkrachtige wijk te komen. Hierbij worden door Elkien geen fysieke ingrepen gedaan als er niet ook een plan van aanpak is om vanuit het sociale domein de veerkracht te verbeteren.
Als er na sloop in een wijk minder sociale huurwoningen terugkomen, moet dit op andere, voor onze doelgroep aantrekkelijke locaties, worden gecompenseerd. (Elkien) Een ongedeelde stad leidt automatisch tot een evenwichtige verdeling van het aanbod sociale huur over de gemeente. Van belang is dat deze herverdeling niet mag leiden tot een verschraling van het aantal huurwoningen. Fijn en onbezorgd wonen betekent ook dat huurders kunnen wonen in de wijk van hun keuze. Voldoende aanbod moet ook betekenen dat juist bij herstructureringen bewoners ook in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. De verhalen van bewoners, die zeer verknocht zijn aan hun wijk, zijn bekend. Wat wij willen voorkomen dat de huurders uit de oudere buurten (de toekomstige herstructureringsgebieden) de stadsnomaden van Leeuwarden worden! Hierin doen wij een beroep op de gemeente dat huurders niet uit hun wijk worden weggejaagd maar dat er passende oplossingen komen voor huurders en er een passend aanbod blijft voor de laagste inkomens! Voldoende aanbod kan ook gerealiseerd worden door ruimte te bieden aan nieuwe initiatieven, zoals flexibel wonen. Eveneens dienen mogelijkheden op het gebied van wonen om afgestudeerden blijvend te binden aan de stad onderzocht moeten worden. (Nieuw Elan)
pag. 28
Realisatie van de ongedeelde stad en vitale dorpen wilt u doen o.a. via meerjarige afspraken met corporaties en alle andere verantwoordelijke organisaties, en diverse nog op te stellen programma’s en visies. Wij gaan ervan uit dat u hiermee alle betrokkenen de ruimte geeft om gezamenlijk definiëring, onderzoek, uitwerking en nader te benoemen kaders voor allerlei in het stuk benoemde kwalitatieve en kwantitatieve criteria uit te werken, inclusief de bijhorende gezamenlijke financiële kaders en de vanuit de overheid benodigde bijdragen. Onder deze voorwaarden werken wij graag mee aan de nog op te stellen meerjarige afspraken, uitvoeringsprogramma’s en een ongedeeld en vitaal Leeuwarden. (WoonFriesland) Blz. 10: de nota stelt: bij meer dan 50% sociale huur: sloop! Vervanging deels door duurdere huur en koop. Dat heet goed te zijn voor "balans in de woonsegmenten." Dit lijkt echter op: alle wijken moeten qua bevolkingsopbouw op elkaar lijken… Dit lijkt ons een onhaalbaar "gelijkheidsideaal". Vraag: wat gaat men doen bij een dure wijk die volgebouwd is? Gaat men daar dan ook over tot sloop ter wille van de mix/balans in de woonsegmenten? Bij dit verhaal over het realiseren van gemengde wijken en buurten wordt o.a. verwezen naar de definitie van gentrificatie. In feite is dat het waarop wordt gemikt als men sociale huurwoningen wil slopen t.g.v. mensen met hogere inkomens.
Het resultaat is dat lagere inkomens uit de goedkopere wijken worden verdreven. Als men dat beslist wil zal men wel elders betaalbare vervangende huurwoningen aan moeten bieden. Men wil de bevolkingssamenstelling van wijken ook veranderen door verkoop van corporatiebezit. PEL is tegen verdere verkoop van corporatiebezit. Er is al genoeg verkocht. Wil een corporatie dit echter toch, dan alleen aan de zittende huurder of bij leegstand aan een nieuwe bewoner uitsluitend met een zelfbewoningsclausule plus kettingbeding plus boete bij overtreding hiervan: we hebben al genoeg huisjesmelkers in de stad. Men wil niet meewerken aan nieuwe particuliere huurwoningen tot 663,40 huur. Dat is terecht, maar de vrees hoeft niet groot te zijn: beleggers beschouwen dat segment toch meestal als "onrendabel". Specifieke studentenhuisvesting moet men hierbij overigens niet uitsluiten. Voor nieuwbouw door woningcorporaties kan men denken aan: huur en gedeelte "Te woon" naar de formule van WoonFriesland: de huurder kan daarna onder voorwaarden die vastliggen alsnog van de corporatie kopen en later weer terug verkopen. Bijv. 1 blok huur en 1 blok "Te Woon". Sociale huur uitleg- en inbreidingslocaties: o Inbreidingslocaties: bij < 30% huurwoningen met huurprijs < 663,40 moeten bij het toevoegen van meer dan 20 woningen minimaal 20% <= 663,40 zijn.
Dat is dan 4 op de 20 woningen… Waarom dan niet simpel gezegd: voor zover er ruimte is bouwen we nieuwe woningen bij totdat we aan de 30% huurwoningen komen < 663,40 Zoals het in de nota is omschreven wordt net gedaan of het niet een bestaande buurt is maar een klein nieuw buurtje wordt toegevoegd. o Uitleglocaties: men wil 15-30% nieuwbouw sociale huurwoningen. Wij zouden kiezen voor minimaal 30%. Dat liefst de corporaties die moeten bouwen, daarmee zijn we het eens. Ook zijn we het eens met de opmerking dat je niet te veel particuliere verhuur in een buurt moet hebben. Waarom niet: vaak slecht onderhoud, huren die 150-200 euro boven het voor die woning geldende WWS zitten qua zgn. "maximaal redelijk huur", wat consequent gebeurt, terwijl de Belastingdienst hierop niet mag controleren en huurtoeslag wordt gegeven over te hoge huur. Resultaat: extra winst voor de verhuurder, huurder blij want hij/zij krijgt veel huurtoeslag, maar de verliezer is het rijksbudget voor de huurtoeslag, zodat er noodzaak ontstaat te bezuinigen. (PEL)
pag. 29
Reactie De inzet t.a.v. het realiseren van gemengde buurten wordt in belangrijke mate onderschreven. Zoals we eerder aangaven betekent dit niet dat er op straat- of complexniveau per se een menging van eigendomsvormen en inkomensgroepen moet komen. Het gaat om de nabijheid van verschillende vormen van wonen, zodat de verschillende doelgroepen elkaar daadwerkelijk tegenkomen in het dagelijkse leven. We zullen met alle betrokken partijen gaan kijken welke mix per buurt gewenst en haalbaar is, en hoe dit te realiseren valt. Per gebied zal het verschillende mixen van ingrepen zijn, bijvoorbeeld sloop en vervangende nieuwbouw wanneer dit bouwkundig noodzakelijk is. Verkoop door corporaties van complexen is zeker ook een optie. Het is duidelijk dat realisatie een (zeer) lange adem vergt. Duidelijk uitgangspunt is dat we eerst nieuw bouwen voordat er huurwoningen gesloopt worden. We werken dit uit in zowel de meerjarenafspraken en in is onderdeel van de stedelijke vernieuwing.
Realiseren van voldoende aanbod Zienswijzen
Op pagina 7 wordt geschreven: "het aantal huishoudens met de laagste inkomens groeit op lange termijn niet". Uit welke cijfers blijkt dit? (Adviesraad Sociaal Domein)
Reactie In het Woningmarktonderzoek Leeuwarden 2019 is een prognose voor de doelgroep gemaakt. Deze is met grote onzekerheden omgeven. Een autonome groei verwachten we niet, wel is het mogelijk dat bij onvoldoende aanbod in de rest van de provincie woningzoekenden in de sociale huur noodgedwongen voor Leeuwarden kiezen.
Verbreding doelgroep corporaties Zienswijzen
Wij houden ons als het sociaal verhuurbedrijf aan wet- en regelgeving, hebben volgens benchmarks de laagste huren en hebben een uitstekende piramidale opbouw van onze huren. Een groot deel van de genoemde beleidsuitgangspunten hebben wij derhalve al ingevuld, ook in uw gemeente. Voor eventuele fricties bij passende toewijzing kunnen en willen wij zo nodig een deel van onze 10% vrije ruimte inzetten. De volkshuisvestingsvisie gaat ervan uit dat de sociale huurvoorraad op het huidige niveau stabiliseert en u biedt ons de mogelijkheid om ten behoeve van de ongedeelde stad actief te worden in het koop- en duurdere huursegment. Als het sociaal verhuurbedrijf richten wij ons op onze primaire doelgroep. Echter, daar waar de noodzaak en behoefte wordt aangetoond van meer middenhuur en starterskoop en de overheid daartoe voldoende financiële middelen beschikbaar stelt (bijv. korting op de verhuurdersheffing, extra ontwikkelingsbijdragen) en het niet ten koste gaat van onze primaire taak, de sociale volkshuisvesting, willen wij graag ons steentje bijdragen. Voor wat betreft koop kunnen wij een bemiddelingsfunctie vervullen in de combinatie huur/koop naar onze preferred opdrachtnemers, waarbij de aannemer het koopdeel van het project onder onze regie, maar voor eigen rekening, uitvoert.
U wilt hogere inkomens binnen de primaire doelgroep laten instromen en u stelt voor deze inkomensgroepen voorrang te geven bij woningtoewijzing (blz. 33). U heeft echter niet onderzocht hoe groot de vraag van deze groep in Leeuwarden is en wat hun woonwensen zijn. Wel stelt u dat er pas ruimte is om de sociale woningvoorraad uit te breiden als corporaties er in
pag. 30
slagen de hogere inkomensgroepen binnen de primaire doelgroep aan te trekken (hst. 5, blz. 31). Uitbreiding van de voorraad wordt niet gekoppeld aan vraagdruk (bij onze doelgroep) maar de mate waarin we erin slagen om hogere inkomens te huisvesten. Dat staat haaks op de doelstelling van het sociaal verhuurbedrijf, met als kerntaak het huisvesten van de primaire doelgroep. (WoonFriesland) Corporaties mogen woningen aanbieden aan de doelgroep tot EUR 43574,= Er wordt hier gesproken over differentiatie in het toewijzingsbeleid. VRAAG: betekent dit dat hogere inkomens voorrang hebben op lagere inkomens in diverse gevallen? Wat dan als "maatwerk" verkocht wordt? Een andere reden is volgens de nota dat men vindt dat huurders op de huurmarkt een woon carrière kunnen doorlopen, net als kopers op de koopmarkt. De consequentie hiervan is dat men toch echt meer huurwoningen in de wat duurdere prijsklasse bij zal moeten bouwen, hoewel de vraag blijft: waarom zou een huurder die "woon carrière" wil en kan maken dan niet overstappen naar koop? (PEL) Met de visie geeft u ruimte aan de corporatie om ook de doelgroep tot €43.574 te huisvesten door te differentiëren in het toewijzingsbeleid. Uit het oogpunt van gedifferentieerde wijken is dit toe te juichen. Huurdersplatform Nieuw Elan vraagt zich echter wel af in hoeverre dit wensdenken is.
Immers zolang eigen woningbezit dusdanig wordt gesubsidieerd en gestimuleerd, zullen de hogere inkomens kiezen voor de koopwoning. Daarnaast gaat u hierin te ver in uw rol. Het is aan de corporatie en de huurdersorganisatie om hier afspraken over te maken! (Nieuw Elan)
Reactie De rijksoverheid heeft het werkveld van de volkshuisvesting onder andere gedefinieerd in het huisvesten door de corporaties van huishoudens met een inkomen tot € 43.574. Het gaat dan om huishoudens die moeten of willen huren. Aangezien de huidige vraagdruk onder de door partijen opgestelde norm ligt, betekent dit dat er de ruimte is om binnen de voorraad hier al aandacht voor te hebben. En uiteraard door het toevoegen van nieuwbouw. De corporaties zijn door de wetgever niet bedoeld om alleen de allerlaagste inkomens te huisvesten. Het goed huisvesten van de allerlaagste inkomens betekent overigens dat ook zij in gedifferentieerde buurten en complexen wonen. Hoeveel huishoudens met een inkomen meer richting de € 43.574 willen huren weten we niet precies, en dat willen we dan ook graag met partijen gaan onderzoeken.
Actief toewijzingsbeleid voor de ongedeelde stad Zienswijzen
Daartoe zou een volkshuisvestelijke noodzaak zijn en gesteld wordt dat de nodige wijken een "eenzijdige samenstelling qua type huishoudens heeft" en PEL weet dan wel hoe laat het is en jawel: "momenteel is de opgave vooral het vergroten van het aandeel hogere inkomens en gezinnen in bepaalde buurten". Terwijl er procentueel veel meer kleine huishoudens zijn (1 + 2) dan gezinnen met kinderen, moeten de eersten teruggedrongen worden t.g.v. de gezinnen met kinderen. En deze gewenste "menging" van bevolkingsgroepen zorgt er voor dat wederzijdse contacten vergroot worden? Onzin: het is ook een versluierde smoes om ongewenste doelgroepen te weren. Gezinnen gaan vooral om met gezinnen en alleenstaanden met alleenstaanden. Men kan dit betreuren en anders wensen of niet: dat zijn de feiten, uitzonderingen daargelaten. Conclusie: Sturen op de gewenste samenstelling van wijken en dorpen door woningtoewijzing is in feite een soort "Rotterdamwet light" (voor invoeren van de echte Rotterdamwet moet men aan verstrekkende criteria voldoen en dat voldoet men niet) die leidt tot het deels uitsluiten van
pag. 31
de armste inwoners. Het lijkt of het oude "doelgroepenbeleid" wat ooit door de corporaties werd uitgevoerd, terug is. Gezinnen zijn/willen dit, jongeren zijn/willen dat, ouderen zijn/willen zo enz. In feite een grove generalisatie en groepsetiketje plakkerij. Een andere reden is volgens de nota dat men vindt dat huurders op de huurmarkt een woon carrière kunnen doorlopen, net als kopers op de koopmarkt. De consequentie hiervan is dat men toch echt meer huurwoningen in de wat duurdere prijsklasse bij zal moeten bouwen, hoewel de vraag blijft: waarom zou een huurder die "woon carrière" wil en kan maken dan niet overstappen naar koop? 1. Toewijzing op basis van huishoudens grootte is er al bij Elkien. SUGGESTIE: In verband hiermee voor nieuwbouw: rijtje laagbouw met verschillende beukmaat. Dit criterium zou men ook bij de bestaande eengezinswoningen kunnen gebruiken. 2. Toewijzing op basis van inkomen? Hogere inkomens op basis van voorrang huisvesten? Tegen! Op basis van huur/inkomenscriteria hen huisvesten in de duurste corporatiewoningen. 3. Tegen! Leefstijl: wie bepaalt dat? Etiketje plakkerij op groepen; generalisatie. Je kunt niet zeggen: Jongeren zijn zus, ouderen zijn zo… Dit is de terugkeer van de v.m. Zuid-Afrikaanse thuislanden politiek… 4.
Sociale of economische binding aan dorp: gezien de grote schaarste aan sociale huurwoningen: voor wie hieraan voldoet en in dorp wil blijven: voorrang. 5. Jongeren toewijzing: fout in nota: het volledige WML geldt vanaf 21 jaar. (per 1/7/2019) Voorrang voor jongeren tot 23 jaar in goedkoopste woningen tot 432,51 euro huur i.v.m. de huurtoeslag grens voor jongeren. (Indien men recht heeft op huurtoeslag of men moet al jong een heel goed betaalde baan hebben) 6. Woningtoewijzing aan ouderen: minimumleeftijd onzin. Terecht is wel dat de 55+ categorie wordt afgeschaft. Was ook pure leeftijdsdiscriminatie van iedereen jonger dan 55 jaar, vond ook Woonbond en PEL indertijd. Waarom nu een 75+ categorie? Standpunt: Alleen VOORRANG ouderen (en gehandicapten) bij bouwkundig aangepaste woning. (bijv. categorie licht gehandicapt) Je moet kunnen zien dat de woning is aangepast. (PEL) Op bladzijde 32/22 beschrijft u hoe op basis van de politieke grondslag waar deze notitie vorm aan geeft de gronden waarop de corporaties de ruimte krijgen hun woningtoewijzing verder te differentiëren. Wellicht is daar een negende grondslag aan toe te voegen zijn de grondslag ‘spreiding van bijzondere doelgroepen’. (GGZ)
Reactie We hebben het stuk over actief toewijzingsbeleid in de definitieve visie behoorlijk ingekort t.a.v. de ontwerpvisie. De ruimte om op verschillende grondslagen actief toewijzingsbeleid te hanteren blijft. Wel hebben we aan aantal randvoorwaarden geïntroduceerd die naar onze mening voorkomen dat het instrument te snel wordt ingezet. Ten eerste kan actief toewijzingsbeleid in overleg met partijen, waarbij we de inbreng van buurtbewoners nadrukkelijk benoemen. Daarnaast vinden we het belangrijk dat toewijzingsregels beperkt blijven tot specifieke buurten of complexen. Daarbij geldt dat specifieke toewijzingsregels een tijdelijk karakter hebben. Ten slotte zijn specifieke toewijzingsregels alleen mogelijk indien de toegankelijkheid van alle doelgroepen niet in het geding is, waarbij we norm van maximaal 1 jaar zoekduur hanteren. We sluiten de inzet van eigen gemeentelijke instrumenten, onder andere op basis van de Huisvestingswet, nadrukkelijk niet uit.
pag. 32
Actief toewijzingsbeleid voor specifieke woonvormen Zienswijzen
Hoe wordt bereikt dat reeds aangepaste woningen beschikbaar blijven voor huishoudens met vergelijkbare zorgvraag? Wellicht dat in overleg met de corporaties tot een regeling/verordening kan worden gekomen. (Wurkgroep Wenje yn Wergea)
Reactie We hebben momenteel al een werkwijze waarbij aangepaste woningen in het kader van Wmo actief worden toegewezen aan huurders die deze aangepaste woningen nodig hebben.
Urgentie Zienswijzen
In de visie worden een aantal oplossingen genoemd. Dit gaat bijvoorbeeld over het urgentiebeleid, het toewijzingsbeleid en het realiseren van woningen voor andere doelgroepen. Wij werken daar niet op voorhand aan mee. Een aantal denkrichtingen in deze ontwerpvisie zullen in onze ogen niet bijdragen aan de in de visie geformuleerde ambities. Ook zien we denkrichtingen die de bedrijfsvoering van de corporatie raken en waarvoor de corporatie primair verantwoordelijk is. Juist daarom willen we gezamenlijk onderzoeken welke oplossingen daadwerkelijk bijdragen aan de ambities van de gemeente Leeuwarden en hier meerjarige afspraken over maken. (Elkien) In het onderdeel urgent huisvesten van specifieke doelgroepen lezen wij een norm terug dat (in beginsel) maximaal 15% van de vrijgekomen huurwoningen via een urgentie toegewezen kan worden. Onduidelijk is het aantal woningen dat dit betreft, deze komen namelijk niet (meer) beschikbaar voor regulier woningzoekenden. Daarbij zien wij in dit hoofdstuk zes verschillende doelgroepen terugkomen waarvoor deze urgente positie zou moeten gelden. De Huisvestingswet biedt gemeenten de grondslag om in een verordening regels vast te leggen over toe te wijzen urgentie als schaarste op de woningmarkt kan worden aangetoond.
De regeling aangaande de (woon)urgente positie voor de genoemde doelgroepen hoort naar ons inzicht niet te worden geregeld binnen de gemeentelijke volkshuisvestelijke visie. Het is van belang dat de regeling urgentie specifieke doelgroepen op een zorgvuldige wijze en in samenwerking met de betrokken partijen binnen het te voeren tripartiet overleg tot stand komt. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de draagkracht en draaglast van buurten en straten. Een goede begeleiding van de instromers achten wij van wezenlijk belang. Een andere groep bewoners die niet onvermeld kan blijven, zijn huurders die vanwege een herstructurering elders met een (herstructurerings)urgentie geplaatst moeten worden. (De Bewonersraad) Urgenties: standpunt: urgentie moet via de Huisvestingsverordening op basis van de Huisvestingswet geregeld worden. Omdat dat de meest zekere constructie is en de krapte valt niet mee! Bewijs maar dat krapte meevalt. Blz. 34 Normen urgentie: o < 3 mnd wachten: akkoord. o Moeten wel paar extra urgente groepen bij: o dak- en thuislozen (eventueel met begeleiding) Men moet klinisch afgekickt zijn van de harddrugs. VRAAG: waar zijn deze urgenties gebleven? o wijk/stads vernieuwingsurgentie? (woning wordt gesloopt) o calamiteiten (bijv. brand) o medische urgentie
pag. 33
Nota: max. 15% van het aanbod wordt bestemd voor urgenties. Opmerking: voorlopig uitgaan van deze 15% en in de praktijk zien hoe het loopt. Wij durven geen harde uitspraken te doen over het juiste percentage. Maatwerk urgentie: zorg altijd voor een soort "hardheidsclausule" voor die gevallen die anders tussen wal en schip vallen. VOORSTEL: statushouders zijn voortaan "gewone" urgenten. Zij moeten zich (met hulp) ook laten inschrijven en krijgen urgentie op basis van "dakloosheid". Een asielzoekerscentrum is een verblijfplaats maar geen woning! Alle urgente groepen zijn even urgent. Er worden geen aparte aantal woningen meer gereserveerd exclusief voor statushouders. Dit aantal is voortaan ook voor urgenties beschikbaar. (PEL) U stelt voor om zeer vergaand te differentiëren in de woningtoewijzing en om verschillende groepen voorrang (hst. 5) of urgentie te verlenen (hst. 5 en 7). Daarbij maximeert u urgenties tot 15% van het aanbod. Voor voorrang hanteert u geen maximum. Meer toewijzing met voorrang en/of urgentie zal ten koste gaan van het aanbod, de keuzevrijheid en de wachttijden van reguliere woningzoekenden, die al erg hoog zijn in uw gemeente.
Bij voorkeur onderzoeken en analyseren wij eerst gezamenlijk de knelpunten om aansluitend te bepalen welke middelen het beste ingezet kunnen worden en onder welke voorwaarden zoals garanties in zorg en begeleiding van kwetsbare doelgroepen. Het beleid van WoonFriesland voor woningtoewijzing is regulier huisvesten, tenzij. Wij doen dit omdat anders de regulier woningzoekenden te veel in de knel komen. Ook bespreken wij graag in dit kader of het reëel is om AMV’ers binnen een maand te huisvesten. Veelal zijn ze nog niet klaar om zelfstandig te wonen en is kamerbewoning voor hen de meest geschikte optie of specifiek voor jongeren gelabeld bezit. Goede begeleiding van deze groep is essentieel, voor het maken van een goede start in zelfstandig wonen en leven. Om hen binnen een maand te kunnen huisvesten, zijn wij afhankelijk van de zich voordoende mutaties. Gelet op de hoge vraag naar huurwoningen achten wij het niet wenselijk dat zij in woningen worden geplaatst die meer geschikt zijn voor andere woningzoekenden. Zorgvuldigheid gaat hierbij ons inziens voor snelheid. De vraagdruk in dorpen bijvoorbeeld moet eveneens objectief worden gemeten en geanalyseerd voordat wij overgaan tot bijsturing in toewijzing. Aan deze onderzoeken willen en kunnen wij bijdragen, mede omdat het belangrijk is voor de verfijning van ons portefeuilleplan.
Graag bespreken wij met u de noodzaak en de condities waaronder wij met voorrang en urgentie kunnen huisvesten en werken wij een en ander gezamenlijk uit in de meerjarige afspraken. (WoonFriesland) We onderschrijven dat bij urgentie in ieder geval de volgende twee groepen woningzoekenden meegenomen worden: Vanwege het bieden of geven van mantelzorg en die uit een blijf-vanmijn-lijf huis komen. (Wurkgroep Wenje yn Wergea)
Reactie Wij vinden het belangrijk dat in principe huurwoningen normaal worden toegewezen, waarbij degene met de meeste zoekduur als eerste aan beurt is. Vandaar dat er wat ons betreft terughoudend moet worden omgegaan met de inzet van urgentie; hiervoor moeten dringende redenen zijn. We hebben hier naar onze meningen een aantal stevige garanties voor ingebouwd:
Uiterlijk 15% van het vrijkomende aanbod via urgentie beschikbaar stellen Er kan alleen voor urgentie in aanmerking worden gekomen indien voldaan is aan strenge criteria (voor zowel woningzoekende als de instelling) De corporaties krijgen de mogelijkheid om specifieke woonvormen te ontwikkelen (b.v. voor jongeren), waarmee urgentie in het reguliere woningaanbod voorkomen kan worden.
pag. 34
Als gemeenten kunnen wij op verschillende manieren urgentie regelen: via een verordening, via beleid en/ of via prestatieafspraken. De gemeentelijke verantwoordelijkheden en mogelijkheden komen voort uit de Huisvestingswet 2014. De mogelijkheid om een (urgentie)verordening op te stellen hanteren we nadrukkelijk als optie, indien dit nodig blijkt om tot een goede regeling voor urgentie te komen. De volkshuisvestingsvisie biedt voor een dergelijke verordening de basis. De lijst met urgenten in de visie is wat betreft de gemeente limitatief, maar dat betekent niet dat er in overleg tussen gemeente, corporaties en huurdersorganisaties extra doelgroepen worden toegevoegd.
Dorpen Zienswijzen
Sociale of economische binding aan dorp: gezien de grote schaarste aan sociale huurwoningen: voor wie hieraan voldoet en in dorp wil blijven: voorrang. (PEL) Met interesse hebben wij gelezen dat het ontwerp een politieke grondslag biedt op basis waarvan de corporaties ruimte krijgen om op een achttal gronden hun woningtoewijzing verder te differentiëren. Dit geldt met name voor de toewijzing op basis van binding met het dorp. Dit is namelijk een onderwerp dat ook speelt in onze regio. Naast dat wij graag op de hoogte blijven van de ontwikkelingen/resultaten op dit vlak, willen wij graag hierover met u in gesprek. (Gemeente Waadhoeke en Harlingen) Woningtoewijzing sociale huurwoningen dorpen: gezien grote schaarste voorrang voor economisch en sociaal gebondenen. Denk aan jongeren die liever in dorp blijven wonen. (Stichting Vlietvaardig) Een terugkerend thema in de gesprekken is, dat regels die voor de stad Leeuwarden gelden niet altijd onverkort (zouden moeten) gelden voor de dorpen om ze leefbaar te houden. Zo zou er binnen de volkshuisvesting ook voldoende aandacht moeten zijn voor de dorpen. Waarbij opgemerkt dient te worden dat de dorpen onderling soms ook verschillen en soms juist zeer verbonden zijn. (Dorpsbelang Baard) Er is geen sociale woningbouw beschikbaar in het dorp en alle huizen zijn slechts betaalbaar voor kapitaalkrachtpatsers… (lees minimaal 400.000 euro).
Sociale woningbouw is zowel op korte als lange termijn wellicht geen optie maar een flexibelere visie, houding en regelgeving. Ten aanzien van alternatieve woonvormen biedt zowel op korte als lange termijn de dorpsbewoners de gelegenheid zich voor en met elkaar in te zetten voor een leefbaar en verbonden dorpsmaatschappij voor zowel jong als oud als rijk als modaal. (Dhr. Van der B) De laatste jaren is er bijna geen mogelijkheid om onze jongeren in het dorp te houden en ook onze ouderen zijn veelal gedwongen om te verhuizen naar elders, simpelweg omdat er geen beschikbare woningen zijn. Er komen steeds minder sociale huurwoningen, terwijl de vraag toeneemt en lange wachtlijsten ontstaan. (Dorpsbelang Reduzum) De vraagdruk in dorpen bijvoorbeeld moet eveneens objectief worden gemeten en geanalyseerd voordat wij overgaan tot bijsturing in toewijzing. Aan deze onderzoeken willen en kunnen wij bijdragen, mede omdat het belangrijk is voor de verfijning van ons portefeuilleplan. Graag bespreken wij met u de noodzaak en de condities waaronder wij met voorrang en urgentie kunnen huisvesten en werken wij een en ander gezamenlijk uit in de meerjarige afspraken. (WoonFriesland) We zouden graag zien dat de gemeente een voorkeursbeleid ontwikkelt. Dit kan handen en voeten krijgen als men een specifiek beleid ontwikkeld. Woningzoekenden zouden met betrekking tot b.v.
een bepaald dorp voorkeur kunnen aangeven en alleen voor dat dorp een aantal bonusjaren krijgen. Dit beleid zou een pilot voor b.v. 5 jaren kunnen zijn, met vervolgens
pag. 35
een evaluatie. Zo zou men actief kunnen sturen op de samenstelling van dorp zoals in Ambitie: differentiëren in toewijzingsbeleid wordt genoemd. We ondersteunen van harte om het woningtoewijzingsbeleid te nuanceren en te differentiëren ten voordele van mensen/huishoudens die economische en sociale binding hebben met een bepaald dorp. Het is gewenst om hier concreet de mogelijkheden te benoemen hoe men denkt dat dit doel kan worden bereikt. (Wurkgroep Wenje yn Wergea)
Reactie De volkshuisvestingsvisie geeft aan dat we de toegankelijkheid van de sociale woningvoorraad in de dorpen voor die huishoudens die hier expliciet voor kiezen, willen vergroten. We willen met partijen bekijken wanneer hiertoe de meeste behoefte is en hoe deze toegankelijkheid dan ook daadwerkelijk te vergroten is. De ingebrachte zienswijzen op dit onderwerp ondersteunen deze keuze.
Rol van de gemeente Zienswijzen
De Huisvestingswet biedt gemeenten de grondslag om in een verordening regels vast te leggen over toe te wijzen urgentie als schaarste op de woningmarkt kan worden aangetoond. De regeling aangaande de (woon)urgente positie voor de genoemde doelgroepen hoort naar ons inzicht niet te worden geregeld binnen de gemeentelijke volkshuisvestelijke visie. (De Bewonersraad) U geeft in dit hoofdstuk aan het belangrijk te vinden dat ook de andere gemeenten in deze provincie de ruimte hebben om hun sociale woningvoorraad te laten groeien. Hoe en met welke instrumenten gaat u realiseren dat de vraag naar sociale huurwoningen in Leeuwarden ook buiten de gemeentegrenzen zal worden bediend? (WoonFriesland)
Reactie We snappen de wens om urgentie via een verordening op basis de Huisvestingswet 2014 te regelen. Dit zou de regels voor urgentie wettelijk vastleggen. Als het nodig is, zetten we een dergelijke verordening in, maar we hopen dat we met partijen er onderling uit kunnen komen. Die ruimte is er volgens ons ook. De volkshuisvestingsvisie biedt de onderbouwing en benoeming van de verschillende groepen die voor urgentie in aanmerking komen. Dit is een (democratische) grondslag om in meerjarenafspraken en prestatieafspraken verder uit te werken. Inzet blijft om in beginsel ook de benoemde doelgroepen van urgentie op een normale manier een woning toe te wijzen. We vinden het belangrijk dat er in de stedelijke centra in Fryslân voldoende aanbod van sociale huurwoningen is. We willen hierover met de andere gemeenten en met de provincie goede afspraken over maken. Bijvoorbeeld dat andere gemeenten bovenop hun normale bouwruimte een ‘plus’ voor sociale woningbouw krijgen.
pag. 36
Hoofdstuk 6:
oude worden in de eigen woning
Verschil ontwerp en definitieve visie Ook dit hoofdstuk is behoorlijk ingedikt. Er zijn geen nieuwe onderdelen bijgekomen of verwijderd. De nadruk is blijven liggen op het zelfstandig wonen op een waardige wijze vorm te geven, met een duidelijk link naar de woonomgeving en voorzieningen.
Voldoende geschikte woningen om langer thuis te blijven wonen Zienswijzen
Per saldo zijn er wellicht voldoende geschikte woningen voor ouderen, echter deze zijn niet evenredig verdeeld over de gemeente. Hoe kan de ideale spreiding zo goed mogelijk worden bereikt. (Wurkgroep Wenje yn Wergea)
Reactie: Specifiek voor de dorpen zal, als onderdeel van de visie wonen en zorg, onderzocht moeten worden wat de exacte opgave is en hoe we deze problematiek gaan aanpakken.
Geschikte woonomgeving Zienswijzen
Ook Huurdersplatform Nieuw Elan onderschrijft de ambitie dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen woning moeten kunnen blijven wonen. Van belang is uiteraard dat er voldoende voorzieningen zijn en dat er een aanvullend sociaal netwerk is, juist ook ter voorkoming van eenzaamheid onder ouderen. Te meer ook omdat de samenleving veranderd. Daarnaast moet ook de gemeente het oud worden in eigen woning faciliteren en ondersteunen door voorzieningen hierin aan te bieden. Er moet natuurlijk voldoende en aantrekkelijk aanbod zijn voor ouderen. Maar ook de fysieke omgeving moet ingericht zijn op ouderen. Dat betekent niet alleen dat er voldoende en nabije voorzieningen moeten zijn, maar dat de gemeente ook inzet in een voor ouderen aantrekkelijke woonomgeving in alle opzichten. Ouderdom komt met gebreken. Dat zijn niet alleen maar fysieke ongemakken. Dementie is de snelst groeiende doodsoorzaak in Nederland. Verwacht wordt dat in 2040 meer dan een half miljoen Nederlanders een vorm van dementie heeft. Woning en woonomgeving zullen ook hier op aangepast moeten kunnen worden. (Nieuw Elan)
Reactie: Deze specifieke woon-zorg vraag, betreft een bredere vraag dan de reikwijdte van de volkshuisvestingsvisie. Hier is ook het zorgbeleid van de gemeente op van toepassing. De specifieke woon-zorg vragen uit de dorpen zullen worden meegenomen in de visie wonen en zorg.
Verhuizen vereenvoudigen Zienswijzen
Over ouderen en (portiek)flats zonder lift wordt niet gesproken, alleen over aanpassingen binnen de woning. Bij verkoop van eigen woning of flat en de vraag naar een goede flat met lift van de corporatie stuit men geregeld op de jaarinkomensgrenzen, ondanks het nodige vermogen door verkoop van de woning waaruit men nog jaren een deel van de huur zou kunnen betalen. Maar de criteria zoals de corporaties die hanteren kijken niet (mede) naar vermogen van de oudere
pag. 37
woningzoekende. Hetzelfde gebeurt als men een wat duurdere particuliere flat wil huren. Opnieuw kopen maar dan van een flat met lift betekent vaak nog een stukje te financieren m.b.v. een kleine hypotheek, maar gezien de leeftijd doen banken dat niet meer. (PEL) Wij zien kansen voor de doorstroming als ouderen gesteund worden in het verhuizen naar een woning, die meer past bij hun levensfase. Verhuizen wordt door mensen als een van de meest stressvolle momenten beleefd, hierin past het dat partijen kijken naar het ontzorgen van dit proces. Uiteraard moeten ouderen dit natuurlijk ook daadwerkelijk willen en betekent dit ook dat zij niet al te zeer moeten inleveren op financieel gebied. Hierover maken we graag afspraken. (Nieuw Elan) Ook geeft u aan dat er soms financiële obstakels zijn die een verhuizing belemmeren. Graag vernemen wij welke middelen u hiervoor in wilt zetten. (WoonFriesland)
Reactie Juist bij ouderen vinden we het van belang dat wanneer verhuizen gewenst is, we dit ook mogelijk maken. Door ontzorgen of het wegnemen van (financiële) barrières. We willen hier met de relevante partijen naar kijken om te zien wat haalbaar en wenselijk is.
Specifieke woonvormen Zienswijzen
Zoals bekend richt Woonzorg Nederland zich specifiek op senioren (zie ook onze position paper), hieraan ontlenen wij ook onze landelijke toelating. Inmiddels hebben wij hier veel kennis over opgebouwd, die wij vertaald hebben in een aantal woonformules specifiek voor ouderen al dan niet met een (toenemende) zorgvraag. Daar waar u in het vorige hoofdstuk (H5: voldoende aanbod) stil staat bij de wenselijkheid dat bijzondere woonvormen ruim baan moeten hebben/krijgen, beperkt u deze op basis van leeftijd voor de oudere medemens. Dit vinden wij jammer, een toewijzingscriterium voor ouderen vanaf de 75-jarige leeftijd om in aanmerking te komen voor een `seniorenwoning', maakt dat in een dergelijk complex een zeer eenzijdige en kwetsbare groep mensen wordt gehuisvest. Vaak in meer of mindere mate afhankelijk van elkaar voor kleine hulpjes, gezelligheid of een andere activiteit. Een meer diverse leeftijdsopbouw van bewoners biedt een gezonder leefmilieu en past beter in het nadenken hoe de ongedeelde stad en vitale dorpen ingericht kunnen worden. (Woonzorg Nederland)