CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie- en antwoordnota ontwerp volkshuisvestingsvisie 2020

Besluitvorming (raad) 17 februari 2021, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Volkshuisvestingsvisie 202124.022 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Reactie: We zien zeker ruimte voor het toevoegen van specifieke woonvormen, ook voor senioren. Op basis van de ingebrachte zienswijzen hebben ervoor gekozen om de onwenselijkheid van het 55+ label te laten vervallen. We willen graag meewerken aan moderne woonvormen, waar een mix van jongere en oudere senioren (of zelfs breder dan dat) prettig kan wonen. We gaan ervan uit dat bij substantiële transformatie en nieuwbouw, er ook specifieke ouderenhuisvesting wordt toegevoegd.

Dorpen Zienswijzen 

We zien dat een voorziening die van groot sociaal en maatschappelijk belang is, niet is genoemd. De mogelijkheden en de behoefte in de dorpen moeten worden onderzocht op de haalbaarheid tot het realiseren van zorgvoorzieningen/woonzorgcentrum voor (oudere) personen met een zorgvraag tot b.v. indicatiezwaarte 5/6. Het betreft dan de stap tussen ‘nog zelfstandig kunnen wonen’ en een ‘verpleegtehuis’. Zo een (kleinschalige?) woonzorgvoorziening kan financieel

pag. 38

gunstig uitpakken voor het WMO-budget en het draagt bij aan het voorkomen van vereenzaming omdat naasten (familie/vrienden etc.) gemakkelijk langskomen. Mantelzorg kan daarin wellicht ook een plaats krijgen. Het lijkt aan te bevelen om de corporatie bij de verwezenlijking te betrekken gezien hun expertise in het maatschappelijk vastgoed. (Wurkgroep Wenje yn Wergea) Er zijn ook andere kleinschalige zorgaanbieders die hier genoemd zouden kunnen worden, FIdesta. Deze laatste is gericht op kleine woonzorgvormen en bedient mensen met een zorgzwaarte tot 5/6. In zo een kleinschalige woonvorm kunnen ook kwetsbare doelgroepen een onderdak vinden en het brengt de financiële haalbaarheid in de kleinere kernen dichterbij. De vraag naar zorg in kleine woonvormen is er zeker en een woonzorgvoorziening zal een dorp nog meer een complete eenheid maken. We onderschrijven dat het gewenst is dat de corporaties het voortouw nemen als er vraag is in het segment kleine woon(zorg)vormen. In hoeverre ontwikkelen WoonFriesland en Elkien huisvesting waar ook afname van zorg mogelijk is? Onderzocht moet worden waar (in de dorpen) er behoefte is en welk mogelijkheden er liggen m.b.t. reeds aanwezig vastgoed met wellicht een win win situatie. Duidelijk is dat een dorp ‘massa’ moet hebben (Stiens, Grou), maar wellicht de nodige massa kan maken met een of meer buurdorpen zoals b.v. Wergea/Warten.

( Verhuizen binnen het dorp geeft veel minder psychische stress, ook voor eventuele achterblijvende partner, dan moeten verhuizen naar den vreemde. We onderschrijven dat het voor dorpsbewoners lastig is om te verhuizen binnen eigen dorp. Door het huidige woningtoewijzingsbeleid is de pool van woningzoekenden dusdanig groot dat men behoorlijk lang als woningzoekende moet zijn ingeschreven om als 1e belanghebbende voor een woning in eigen dorp in aanmerking te komen. We bevelen aan om een soort van voorrangsbeleid te formuleren waar een woningzoekende b.v. een extra bonus (inschrijfjaren) krijgt voor alleen een bepaald dorp. Dit kan de wachttijd aanzienlijk verkorten en voorkomt het noodgedwongen verhuizen (b.v. door lichamelijk ongemak) naar een ander dorp of stad. We onderschrijven niet dat het niet gewenst is om in de dorpen specifieke ouderenhuisvesting te realiseren. Uiteraard is het afhankelijk van de maat van het dorp, maar veel dorpen worstelen ermee dat de oudere zorgbehoevende noodgedwongen het dorp moet verlaten omdat de zorgvraag te groot is voor wat het dorp nu kan bieden. (Wurkgroep Wenje yn Wergea) De laatste jaren is er bijna geen mogelijkheid om onze jongeren in het dorp te houden en ook onze ouderen zijn veelal gedwongen om te verhuizen naar elders, simpelweg omdat er geen beschikbare woningen zijn.

Er komen steeds minder sociale huurwoningen, terwijl de vraag toeneemt en lange wachtlijsten ontstaan. Daarnaast blijkt dat in de vrije sector de vraag naar starterswoningen en seniorenwoningen alleen maar toeneemt. (Dorpsbelang Reduzum)

Reactie: Vergrijzing in onze dorpen, en dan vooral ook in de sociale huur, is een onderwerp binnen de volkshuisvesting dat we in overleg tussen corporaties, huurdersorganisaties en de dorpen verder zullen moeten uitwerken. De verschillen tussen de dorpen zijn groot, zowel qua omvang als qua toegankelijkheid van voorzieningen. Onze inzet is om ook voor oudere huurders een goede plek te hebben in de dorpen. Obstakels om (tijdig) te verhuizen naar een geschikte woning het dorp willen we wegnemen. We willen nadrukkelijk kijken of er ook moderne, specifieke ouderenhuisvesting kan worden gerealiseerd door de corporaties.

pag. 39

Rol van de gemeente Zienswijzen 

Het is goed te vernemen dat de gemeente een regierol voor haarzelf ziet weggelegd als het gaat om de begeleiding van ouderen en het langer zelfstandig wonen. Wij zien al verschillende initiatieven (in Friesland) ontstaan om hier vorm en inhoud aan te geven, zoals het programma Langer Thuis. Ook de effectieve inzet van WMO-gelden hebt u hierbij betrokken. (Woonzorg Nederland)

Reactie De vergrijzende samenleving vraagt dat er op een aantal vlakken aanpassingen plaatsvinden: voldoende geschikte woningen of woonvormen, een fysieke woonomgeving die aangepast is aan ouderen en toegankelijke voorzieningen. Dit alles ontwikkelt zich niet autonoom; soms is actief ingrijpen door de gemeente nodig. Maar wel in partnerschap met corporaties, huurdersorganisaties, bewoners en maatschappelijke organisaties.

pag. 40

Hoofdstuk 7:

als wonen niet vanzelfsprekend is

Verschil ontwerp en definitieve visie We hebben het hoofdstuk meer samengevat en een logische volgorde gegeven. Centraal staat het wat nodig is om het zelfstandig wonen te ondersteunen. We geven de sleutelpositie van corporaties nadrukken aan. De stukken over het toewijzingsbeleid zijn uit het hoofdstuk verwijderd, omdat hier in hoofdstuk 5: voldoende aanbod al uitgebreid op wordt ingegaan. De gedetailleerde uitwerking van de ontwerpvisie is verwijderd.

Huisvesting kwetsbare doelgroepen Zienswijzen 

Als wonen niet vanzelfsprekend is. Blz. 44: er zijn meer zorgaanbieders en in sommige wijken een concentratie van zorgvragers. En bij sommigen (vaak particuliere verhuurders) is sprake van een koppeling tussen wonen en zorg. Andere zorgaanbieder gewenst? Dan ben je je onderdak kwijt! Of: een club als bijv. Woonfoyers huurt woningen en particuliere flats en plaatst haar cliënten daar in. Als de kwaliteit van de zorg en begeleiding te wensen overlaat, ontstaat overlast voor omwonenden. (PEL) U spreekt glashelder uw voorkeur uit voor het beleggen van de huisvestingstaak voor kwetsbare doelgroepen bij de corporaties. Dat is een voorkeur die wij heel goed begrijpen. Dat is immers ook de wettelijke taak van de corporaties. Echter, u rept nergens over de obstakels die we daarin binnen de gemeente tegenkomen. U bent op de hoogte van het feit dat in het actieprogramma Weer Thuis veel inspanning wordt geleverd om deze obstakels te slechten, echter vooralsnog zonder concrete voortgang omdat corporaties geen garanties hebben dat zij niet voor de risico’s opdraaien van huisvesting van mensen die voor overlast en schade kunnen zorgen. U schrijft ook dat u vindt dat deze burgers zelf moeten kunnen kiezen waar zij willen wonen en van wie zij zorg willen ontvangen. Gedwongen winkelnering wordt afgekeurd.

Echter, hoe verhouden zich dergelijke uitspraken tot het conceptconvenant waarin vooralsnog staat dat burgers die via het nog op te zetten transferpunt, slechts 1 maal een aanbod van een woningcorporatie mogen weigeren. Dit in tegenstelling tot het algemene beleid. EN hoe verhouden zich deze uitspraken tot het voornemen om meer te gaan doen aan spreiding in de provincie en de trek naar de grote stad Leeuwarden een halt toe te roepen? U wekt in dit deel van de tekst op ons de indruk alsof de ambities nog onvoldoende zijn aangesloten op de realiteit en de gesprekken die al volop gaande zijn over het huisvesten van kwetsbare burgers met een ondersteuningsbehoefte. Zo is bij u als gemeente breed bekend dat een organisatie als Zienn geen andere keuze heeft dan cliënten uit te laten stromen naar particuliere verhuurders omdat er simpelweg onvoldoende passende en betaalbare woningen via corporaties worden aangeboden. Als daadwerkelijk de corporaties hiervoor de leverancier moeten zijn, nadrukkelijker dan nu het geval is, is verstopping vanwege wachttijden in de opvang en in BW-voorzieningen het onvermijdelijke gevolg. De kosten hiervan zijn groot, zowel financieel als maatschappelijk. Immers, wie als gevolg hiervan niet kan instromen in opvang of BW, verblijft vaak noodgedwongen op straat. Burgers zouden in uw visie ook zelf moeten kunnen bepalen van wie zij zorg willen ontvangen.

Dat is ook zonder meer het beste vertrekpunt. Echter, de aanvullende ondersteuning is vanaf 2021 belegd bij 1 partij. Veel keuze is er dus niet. Uw tekst roept dan ook de vraag op waar u met deze zinssnede concreet op doelt en hoe u dat zou willen organiseren? U spreekt over het belang van een warme overdracht. Wij hopen dat u zich realiseert dat een succesvolle overdracht van een langdurige, met moeite opgebouwde vertrouwensrelatie tussen begeleider en cliënt, tijd en geduld vraagt. En dat betekent dat zowel de intramurale aanbieder

pag. 41

die een cliënt helpt uitstromen, betaald moet worden, als dat de ontvangende ambulante zorgaanbieder de kosten voor zijn inzet moet kunnen declareren. Als dat niet kan, is een warme overdracht liefdewerk. Gezien de broodnodige bezuinigingen in het sociale domein, ligt hier een knelpunt met grote risico’s. Alle partijen beamen het belang van de warme overdracht, echter wanneer het op de financiering daarvan aankomt, blijkt het moeilijk om tot werkbare afspraken te komen. (Zienn) Wonen is een basisbehoefte. Ook wanneer dit niet vanzelfsprekend is. Er is op dit moment al sprake van een zeer wankel evenwicht in diverse complexen. In toenemende mate ontvangt Nieuw Elan signalen van bewoners dat de balans zoek is en dat medebewoners overvraagd worden. Als Nieuw Elan staan wij voor dat mensen prettig kunnen wonen en zich thuis kunnen voelen in de buurt. Dat geldt niet alleen voor nieuwe huurders, maar ook en vooral voor de zittende huurders. Essentieel is daarbij de inzet vanuit het sociaal domein. Er dienen waarborgen te zijn voor goede en voldoende begeleiding. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat er meer gedaan kan worden door het faciliteren van het elkaar ontmoeten. Elkaar ontmoeten en leren kennen zorgt voor meer tolerantie en wederzijds begrip.

(Nieuw Elan) Er bestaat geen twijfel over dat een goede en juiste begeleiding van kwetsbare huishoudens die zelfstandig wonen cruciaal is voor het welslagen daarvan. Dit geldt zowel voor het betreffende huishouden als voor omwonenden. Dit gegeven maakt dat er oog dient te zijn voor de draagkracht en draaglast van de omgeving. Er zijn meer instromers met een `rugzakje’ die ook hun plek in de buurt verwerven. Daarnaast is het van belang dat zorgverleners hun werkzaamheden op een efficiënte en effectieve wijze kunnen inzetten ten behoeve van deze kwetsbare bewoners. Dit zal niet voor elke doelgroep inhouden dat zij als het ware gespreid door de wijk, buurt of dorp gehuisvest moeten worden. Soms is een clustering te prevaleren boven spreiding. Bij calamiteiten is het nodig dat direct een beroep gedaan kan worden op hulpverlenende instanties. Als laatste willen wij hieraan toevoegen dat de opname van deze doelgroep met een woonurgentie door de corporaties een eindige rekbaarheid kent. Vanwege doorgaande toename zien wij de kansen op de woningmarkt voor reguliere woningzoekenden verder afnemen. (De Bewonersraad) Kwetsbare doelgroepen: spreiden en/of clusteren? U geeft aan dat goede begeleiding cruciaal is om kwetsbare huishoudens zelfstandig te laten wonen. Het herstel van de cliënt heeft dit nodig, maar het is ook noodzakelijk voor het krijgen of behouden van draagvlak in buurten.

Tevens heeft u als doelstelling om kwetsbare huurders te spreiden over de stad en de dorpen. Bovendien wilt u om deze spreiding goed vorm te geven, deze kwetsbare huishoudens primair huisvesten bij de corporaties. Er spelen diverse vraagstukken rondom concentreren of spreiden van kwetsbare groepen op verschillende schaalniveaus, waarbij geen eenduidig antwoord voorhanden is. Enerzijds is het wenselijk te spreiden als de draaglast in wijk, dorp, buurt en/of complex uit evenwicht is, anderzijds is het in verband met efficiënte inzet van middelen en snelheid in de hulp/zorgverlening, voor zorgaanbieders beter om cliënten te concentreren. Ook kan concentratie een manier zijn om overlast beter te beheersen. Gezamenlijke analyse met alle betrokkenen zal uit moeten wijzen of generieke maatregelen mogelijk zijn. Wij denken dat maatwerk en een goede ketensamenwerking in deze vraagstukken de beste oplossingen genereren. Dit vraagt regie van de gemeente als systeemverantwoordelijke en een goede samenwerking met alle partijen. WoonFriesland is er voor alle huurders, ook de meest kwetsbaren. Wij huisvesten alle mensen ongeacht kleur, afkomst of ‘rugzakje’. Veelal is immers de woning niet het probleem maar de kwaliteit en intensiteit van de begeleiding. Een soepele ketensamenwerking en contractueel vastgelegde afspraken over de begeleiding van cliënten,

pag. 42

zoals u ook in de visie voorstaat, kan immers veel problemen in de leefbaarheid voorkomen. (WoonFriesland) U beschrijft de uitdagingen van de openstelling van de Wet langdurige zorg voor mensen met een psychiatrische kwetsbaarheid per 2021 en de op handen zijnde doordecentralisatie van beschermd wonen per 2022. U gaat daarbij ook uit van verdergaande ambulantisering. De vraag is of de grenzen van de ambulantisering al niet bereikt zijn. Al lang geleden is wetenschappelijk aangetoond dat minstens zo’n 5% van de mensen met EPA aangewezen blijft op enige vorm van institutioneel wonen. Liefst natuurlijk daar waar mensen zonder EPA ook wonen, maar wel met aanpassingen in relatie tot hun blijvende beperkingen. Wij zien dat het maakbaarheidsideaal echt niet voor iedereen is weggelegd. Dus graag haken wij aan bij uw voornemen samen met verschillende partijen te onderzoeken of het gewenst is voor de doelgroep kwetsbare huishoudens specifieke woonvormen te realiseren midden in de stad. Daarbij denken wij eerder aan kleinschaligheid dan in een fenomeen als ‘grote instelling’ zoals op bladzijde 12 wordt benoemd. Meer onconventionele vormen van wonen worden in andere beleidsvoornemens behandeld maar maken naar onze mening onlosmakelijk deel uit van de brede visie op volkshuisvesting. Op bladzijde 43 schrijft u; ‘Het begint met een passende woning voor een kwetsbaar huishouden.

Maar daarnaast is het voor het zelfstandig wonen ook nodig dat gemeente, zorginstellingen en/of maatschappelijke organisaties de passende hulp en begeleiding kunnen bieden. Alle partijen moeten hun bijdrage leveren en hun inzet op elkaar afstemmen onder regie van de gemeente als systeemverantwoordelijke’. Wij missen daarin de erkenning van specifieke expertise, en daardoor professionele autonomie, waarover de gemeente per definitie niet beschikt. Dat geldt eveneens op bladzijde 45 waar u schrijft; ‘Goede begeleiding en zorg inzetten. Het is nodig dat de hele keten die gericht is op begeleiding ter voorkoming en het oplossen van woonoverlast gesloten is, zodat we (?) adequaat kunnen handelen en optreden waar dat nodig is’. (GGZ) U onderscheidt regulier wonen van wonen met zorg. U ambieert sturing op waar wonen met een vorm van zorg of ondersteuning kan worden aangeboden. Zienn levert BW (inclusief ThuisPlus) en Wlz-ggz (2021).

Wat betekent uw ambitie voor de ruimte die organisaties hebben om aanbod te ontwikkelen danwel behouden waarmee maatschappelijke problemen binnen de kaders van BW en Wlz kunnen worden opgelost? Hoever reikt de regelruimte (daadwerkelijke sturing) van de gemeente hierin en hoe verhoudt deze zich tot de professionele ruimte van een zorgaanbieder om kwetsbare mensen van passende woonruimte met ondersteuning te voorzien binnen de kaders die daarvoor op dit moment gelden? Hoe ziet u deze sturing concreet voor u en hoe ver reikt deze sturing? U ambieert goede begeleiding van kwetsbare huishoudens. U expliciteert echter niet hoe u dat beoogt te organiseren. Vanzelfsprekend delen wij uw visie dat goede begeleiding cruciaal is om toe te groeien naar zelfredzaamheid en om buurten te ondersteunen bij de sociale gevolgen die zich kunnen voordoen. Graag lezen wij echter welke keuzes hierin gemaakt gaan worden teneinde deze ambitie concreet handen en voeten te geven. Impliceert uw visie dat u daarin een verandering voor ogen hebt ten opzichte van het huidige landschap van zorg- en ondersteuningsaanbod? Of gaat deze visie er vanuit dat met het huidige landschap deze goede begeleiding voldoende geborgd is voor de komende jaren? U benoemt het financiële voordeel van clustering van woonvormen voor mensen die zorg nodig hebben.

In hoeverre staat dit haaks op de eerder geuite wens om juist weg te bewegen van geclusterde woonvormen en gedwongen winkelnering? En in hoeverre ontstaat hier een paradoxale ambitie ten opzichte van de doordecentralisatie en het willen spreiden over wijken en dorpen?

pag. 43

In punt 7 in het afsluitende hoofdstuk benoemt u een aantal randvoorwaarden voor zorgpartijen. Dit zijn bijzondere, onhaalbare randvoorwaarden vanuit de financiële structuur in het sociaal domein. De aanvullende WMO-ondersteuning is de aangewezen prestatie voor het ambulant begeleiden van kwetsbare burgers in een eigen woning. Hier is echter juist geen sprake van 24/7bereikbaarheid. De tarieven zijn daar niet op gebaseerd. Opvang bij terugval hoort evenmin bij deze vorm van ondersteuning maar is ondergebracht bij een ThuisPlus-indicatie uit het Beschermd Wonen product. Juist dit product wordt in 2022 afgeschaft, zo staat in het concept regioplan. U kunt niet verwachten van intramurale aanbieders dat zij zonder enige financiële tegenprestatie cliënten met aanvullende ambulante ondersteuning dag en nacht terzijde staan en logeeropvang aanbieden. Hier zit dus precies de tegenstrijdigheid in uw ambities: warme overdracht van intramuraal en intensief naar extramuraal en ambulant. Omdat u het zorglandschap vanaf 2021 heeft opgeknipt in deze, grofweg, twee werelden, is er een obstakel ontstaan dat bij uitstek een risicofactor vormt in de wens/opdracht om het extramuraliseren te versnellen conform de landelijke wensen, geïnspireerd door de commissie Dannenberg.

Wij begrijpen dus meer dan uitstekend wat u beoogt met de concept visie, echter uw concrete antwoorden op de vraag HOE een en ander tot het realiseren van de ambities zou kunnen leiden, zijn vooralsnog mager en nog ontoereikend voor het adresseren van de complexiteit van de problematiek van het huisvesten van kwetsbare burgers met een, al dan niet intensieve, ondersteuningsbehoefte. (Zienn) Door de vergrijzing, de decentralisatie van beschermd wonen en de uitstroom uit beschermd wonen zal een groot deel van de huurders die zijn aangewezen op sociale huur een beroep doen op zorg- en andere voorzieningen. Daarom is het belangrijk dat in de wijken waar kwetsbare huurders worden gehuisvest er voldoende voorzieningen beschikbaar zijn. Dat zijn niet alleen fysieke voorzieningen maar ook goede netwerken van professionele en, aanvullend, vrijwillige zorg en ondersteuning. Hier moet bij het uitwerken van de visie op de ongedeelde stad en vitale dorpen rekening mee worden gehouden. Een visie op “wonen en zorg”, aanvullend op uw volkshuisvestingsvisie, kan de gemeente en haar partners helpen om keuzes te maken bij het ontwikkelen van voorzieningen en voor de doelgroep geschikte woningen. (Elkien)

Reactie In de zienswijzen wijzen de partijen naar knelpunten in de hedendaagse praktijk. Wij herkennen en erkennen die ook. Een aantal van deze knelpunten komt ook nadrukkelijk terug in deze visie, voor andere lopen parallelle sporen. De nieuwe volkshuisvestingsvisie is nadrukkelijk in samenwerking met het sociaal domein ontwikkeld. Veel verschillende onderwerpen raken het woon domein, maar ook het sociaal domein. Onderwerpen als betaalbaarheid, kwetsbare doelgroepen en ouderen komen nadrukkelijk aan bod in de nieuwe visie. Het woon domein en het sociaal domein kennen hun eigen dynamiek en tussen de domeinen is ook veel beweging. Veel zienswijzen gaan in op zaken die nog niet zijn geregeld en die voor veel problemen zorgen. Met de visie willen wij die zaken herkennen, bespreekbaar maken en oplossingen zoeken. Het liefst zo snel mogelijk, maar sommige problemen hebben tijd nodig om opgelost te worden en soms lukt het gewoon ook niet. Als een aanvullende visie op wonen en zorg een versterking kan zijn voor die verbinding dan gaan wij daar samen aan werken. Wij willen ook graag gebruik maken van het aanbod van verschillende partijen om nu en in de toekomst mee te denken en werken aan oplossingen. Wij moeten daarbij niet alleen naar de gemeente Leeuwarden zelf kijken, maar ook verbindingen leggen met de Friese gemeenten. In het programma Weer Thuis zijn wij daar al mee gestart.

Samenwerken aan al deze uitdagingen moet ook een bijdrage leveren aan de versterking van het draagvlak tussen wijken en dorpen en tussen aanbieders van wonen en aanbieders van zorg. Elkaar ontmoeten en leren kennen zorgt voor meer tolerantie en wederzijds pag. 44

begrip zoals een van de partijen in haar reactie aangaf. In de doordecentralisatie van Beschermd Wonen zullen we samen ook werken aan de inrichting van het zorglandschap van de toekomst. In de zienswijzen wordt ook nadrukkelijk gewezen op de schijnbare tegenstelling tussen regulier wonen en clustering of bijzondere woonvormen. Wij zien die tegenstelling niet. In de praktijk zal het merendeel – ook van de kwetsbare doelgroepen – regulier wonen. Voor een klein deel is een specifieke woonvorm meer passend. We hebben in hoofdstuk 5 (aanbod) aangegeven dat er niet meer dan 15% van het vrijkomende aanbod via urgentie toegewezen moet worden. Daarmee zorgen we voor een goede balans. Een van de doelen van de nieuwe volkshuisvestingsvisie is de afhankelijkheid van burgers qua wonen minder groot te maken van zorgaanbieders die wonen en zorg aanbieden of van particuliere verhuurders. Wij zien hier een sleutelrol voor de woningbouwcorporaties weggelegd. Wij begrijpen ook dat wij die wens en doelstelling niet van het ene op het andere dag weten te realiseren en soms is het woon-zorg aanbod van marktpartijen de beste oplossing voor iedereen.

Woonoverlast Zienswijzen 

Opgenomen kan worden, dat er strenger zal worden toegezien op de regels (handhaving) en dat er voor notoire overlastveroorzakers speciale plaatsen worden ingericht op verspreide locaties. Het verwijderen en verspreiden van bewoners die zich niet laten corrigeren zou ook onderdeel van de visie op leefbaarheid kunnen vormen. (Stichting Vlietvaardig) U stelt vast dat woonoverlast voorkomen moet worden. Daar zijn wij het roerend mee eens. Echter, de keten van begeleiding is niet verantwoordelijk voor crimineel of asociaal gedrag. Dat zijn de wijkteams, politie en justitie. Wanneer gedragsproblematiek, hoarding, verslaving, schulden, psychiatrie en dergelijke aan de orde zijn, is het aan wijkteams om zorgaanbieders in te schakelen wanneer deze nog niet betrokken zijn. Wij zijn zeer benieuwd waarop u doelt met het willen sluiten van de keten gericht op begeleiding bij woonoverlast. U heeft als gemeente duidelijke afspraken gemaakt over de aanvullende Wmo-ondersteuning en het is daarmee grotendeels duidelijk waar deze taak primair belegd is. Ik wijs u er voor de volledigheid op dat het nog op te zetten transferpunt, een initiatief van de werkgroep Weer Thuis, in de oplossing van dit probleem een rol zal gaan spelen. (Zienn) U stelt voor dat bij huurders die wel kunnen, maar geen rekening willen houden met hun buren een grotere verantwoordelijkheid bij de corporaties ligt.

Huurders die consequent overlast veroorzaken moeten hier door de corporaties op terechtgewezen worden, zo nodig met (financiële) consequenties. Woonoverlast wordt zo corporatieverantwoordelijk gemaakt. Het is primair een verantwoordelijkheid van personen en de aanpak ervan veelal een van ketensamenwerking met betrokken partijen. Maar uiteraard nemen wij onze verantwoordelijkheid. Graag attenderen wij u op onze werkwijze in onze wijken, buurten en dorpen: Onze wijkconsulenten, buurtbeheerders en onderhoudsmedewerkers zijn onze ‘ogen en oren in de wijk’. Zij signaleren wat er in wijk, buurt en dorp bij onze huurders leeft. Zij werken wijk- en complexgericht, leggen bij problemen persoonlijk contact en zijn het vaste gezicht. Zij bemiddelen bij overlast en hebben een signalerende rol waar het kwetsbare huurders betreft. Overlast tussen buren of in de buurt bepaalt in grote mate de leefbaarheid. De overlast bestaat onder andere uit conflicten tussen buren, mensen met psychische problemen die voor onrust zorgen en problematiek rondom verslaving en hennepteelt. De wijkconsulent en de buurtbeheerder hebben een grote rol in het handhaven bij overlast. Waar nodig doet onze wijkconsulent een melding bij het gebiedsteam en/of schakelt ketenpartners in –ieder vanuit de eigen taak en verantwoordelijkheid– om escalatie te voorkomen. Wij hebben de afgelopen jaren

pag. 45

onze formatie in Leeuwarden aanzienlijk uitgebreid, juist om de leefbaarheid op peil te houden en overlast waar mogelijk te beheersen en op te lossen. Dit is ook de reden dat wij jaarlijks in onze bieding het budget voor leefbaarheid hebben uitgebreid. (WoonFriesland) Maar op het sociaal gebied en veiligheid scoort onze wijk niet goed. Helaas hebben we hier te maken met een grote drugsproblematiek, maar ook met geweldmisdrijven. Dit zorgt voor angst, onrust en overlast bij omwonende in de wijk. Mensen voelen zich niet altijd veilig daardoor. Ook merken we dat mensen gewoon hun afval op straat neer gooien, wat ervoor zorgt dat je niet die fijne leefomgeving hebt die je als buurt graag zou willen. Ondanks de inspanningen die gedaan worden blijft dit probleem bestaan en lijkt steeds erger te worden. We horen dan ook wel dat de mensen die de financiële middelen hebben om bovenstaande redenen gaan kopen of verhuizen. (Bewonersplatform Valeriuskwartier)

Reactie gemeente De driehoek tussen de gemeente, woningbouwcorporaties en de zorg willen wij versterken. Bij zorg heeft de gemeente soms direct zeggenschap als het gaat om jeugdzorg en de Wmo en soms ook niet als het om zorg via de ziektekostenverzekering en / of de wet langdurige zorg gaat. De verbinding in de driehoek raakt ook andere domeinen als de Politie en justitie, maar ook een programma als Weer Thuis. Doel is de driehoek verder te versterken en andere domeinen eraan te verbinden. Zo kunnen wij met alle partijen obstakels wegwerken en/of kleiner maken. Via leefbaarheidprojecten (gemeente en corporaties) zetten we in op een fijner woon- en leefklimaat.

Specifieke woonvormen Zienswijzen 

U ambieert onconventionele woonoplossingen op maat voor mensen die het beste gedijen in een prikkelarme omgeving. U bent ongetwijfeld op de hoogte dat deze ambitie al meer dan 8 jaar lang onderwerp van gesprek is in een werkgroep die niet tot resultaat weet te komen waar het gaat om het vinden van een passende locatie. Het nogmaals uitspreken van deze ambitie is mooi en steunen wij van harte, maar hoe denkt u de impasse van het thema onconventioneel wonen te doorbreken wanneer u in deze visie op huisvesting geen stelling neemt anders dan herhalen dat het wenselijk is om onconventioneel woningaanbod te ontwikkelen? De mensen die voor dergelijke woningen in aanmerking zouden komen, verblijven nu vaak in de nachtopvang. Dat is duur en creëert veel druk op andere cliënten die hun ondersteuning hard nodig hebben. Zolang Zienn deze mensen blijft opvangen, is het probleem minder goed voelbaar voor de stad. Dat laat onverlet dat het probleem er is en dat het wat Zienn betreft een kwestie is van het aanwijzen van een passende plek. Ondersteuning/toezicht kan op een eenvoudige manier worden georganiseerd en hoeft niet kostbaar te zijn. (Zienn)

Reactie Gemeente Leeuwarden is samen met Elkien onderzoek aan het doen naar een locatie voor onconventioneel wonen. Op deze locatie kunnen personen worden gehuisvest, die niet in een gewone woning en woonwijk kunnen wonen om diverse redenen. Wij erkennen de behoefte aan een onconventionele woonlocatie en wij wensen ook daadwerkelijk een voorziening voor onconventioneel wonen te realiseren.

Huisvesting kwetsbare jongeren Zienswijzen 

Passend huisvesten van kwetsbare jongeren. Opmerking: als zij in kleinschalige "studio's" moeten wonen zitten ze weer bij de particuliere verhuur. Waarom kunnen zij met huurtoeslag niet ook

pag. 46

gewoon in een corporatiewoning wonen met een huur tot 432,51 euro. Daar kunnen zij toch ook begeleid worden? Op zich is geen bezwaar tegen een speciaal project, maar dan wel door een corporatie. (PEL) Zienn denkt hard na over een passende woonoplossing voor jongeren die nog onvoldoende basis hebben om zelfstandig een kamer te kunnen huren. Wij steunen dus de ambitie om daarvoor een passend aanbod te ontwikkelen. Sterker nog, wij zien een stevige noodzaak om zo’n voorziening te ontwikkelen en zijn daarover concreet in gesprek met MindUp. (Zienn)

Reactie In Leeuwarden hebben wij een totaal aanbod van zorg en ondersteuning voor kwetsbare groepen. Huisvesting van jongvolwassenen is een belangrijk aandachtspunt in de volkshuisvestingsvisie, maar ook in de Wmo en de jeugdzorg. Wij blijven continu op zoek naar interessante woon- en zorgconcepten voor kwetsbare jongvolwassenen. We bieden onder voorwaarden ruimte voor het toevoegen van kleinere woningen of onzelfstandige woonruimte.

Particuliere huur Zienswijzen 

Particuliere aanbieders van woonruimte kunnen daarin ook een rol vervullen, mits zij hun verantwoordelijkheid als goede verhuurder serieus nemen. Bovendien vervult de particuliere huur een belangrijke rol als ventiel van de woningmarkt. Wij steunen om deze reden dan ook het opstellen van een lokaal akkoord met de particuliere verhuurders en vragen de gemeente om hier vaart mee te maken. Het heeft onze voorkeur om ook particuliere aanbieders een rol te geven in het vlot huisvesten van bijzondere doelgroepen, temeer omdat de opgave fors wordt, gezien alle urgenties die u wilt toekennen. (WoonFriesland)

Reactie Waar het gaat om het huisvesten van kwetsbare doelgroepen, zijn wij zeer terughoudend over waar het gaat over de rol van particuliere verhuurders. We zien zeker ruimte voor maatschappelijke organisaties die voldoende kwaliteit van wonen kunnen bieden, deze partijen kunnen specifieke doelgroepen huisvesten. We vinden het dan belangrijk dat we met deze partijen afspraken maken over de kwaliteit van wonen en begeleiding. We zetten daarnaast nog steeds in op het maken van een lokaal akkoord wonen met de overige particuliere verhuurders.

Dorpen Zienswijzen 

We onderschrijven de ambitie om te zorgen voor een goede spreiding over stad en dorpen van kwetsbare gezinnen. Nu lijkt het erop, dat er vaak een beroep op urgentie gedaan. Met als gevolg dat b.v. voor de jonge of gescheiden woningzoekende Wergeasters heel moeilijk een huurwoning is te bemachtigen in eigen dorp. (Wurkgroep Wenje yn Wergea)

Reactie: We zien dat er momenteel beperkingen zijn aan de toegankelijkheid van de sociale huur in het eigen dorp. Daar willen we met corporaties, huurdersorganisaties en dorpsbewoners naar gaan kijken. We bieden met de volkshuisvestingsvisie ook de ruimte om toe te wijzen aan woningzoekenden met binding aan het dorp.

pag. 47

Rol van de gemeente Zienswijzen 

Gemeente moet geen contracten meer afsluiten met zorgcowboys. Het weren van slechte zorgaanbieders uit kwetsbare wijken zal niet meevallen: de gemeente vindt zichzelf geen partij bij een huurovereenkomst tussen zorgaanbieder en cliënt, maar de VVD vond (LC 29/9/20 blz. 23 "Zorgverleners zijn ook huurbaas") "Wie betaalt, bepaalt." Wij begrijpen uit dit LC bericht dat de gemeente per 1/1/2021 andere WMO zorgaanbieders inschakelt. Dat lijkt ons DE gelegenheid van de koppeling zorgverlener en huurbaas af te komen! (PEL) In de visie zou ook kunnen staan dat er afspraken worden gemaakt met buurgemeenten ten aanzien van inwoners die zorg nodig hebben, opdat niet alle zware zorg in Leeuwarden geconcentreerd wordt. (Vlietvaardig) Gezamenlijke analyse met alle betrokkenen zal uit moeten wijzen of generieke maatregelen mogelijk zijn. Wij denken dat maatwerk en een goede ketensamenwerking in deze vraagstukken de beste oplossingen genereren. Dit vraagt regie van de gemeente als systeemverantwoordelijke en een goede samenwerking met alle partijen. (WoonFriesland)

Reactie Als gemeente stimuleren we dat alle betrokken partijen hun bijdrage leveren aan de keten, zodat de juiste zorg en begeleiding wordt geleverd. Er moeten goede afspraken komen tussen corporaties, zorgaanbieders en cliënten. Het gaat tenslotte om onze meest kwetsbare inwoners. We spreken nadrukkelijk met onze buurgemeenten over de bijdrage die ook regionaal geleverd moet worden om bv. uitstroom uit beschermd wonen goed te laten verlopen.

pag. 48

Hoofdstuk 8:

van visie naar uitvoering

Verschil ontwerp en definitieve visie We hebben dit hoofdstuk behoorlijk verder uitgewerkt. Er is nu aangeven dat de visie een lange termijnvisie betreft, waarin opgaven en middelen nog niet aansluiten. De verschillende beleidsstukken waarin aspecten van de volkshuisvesting verder worden uitgewerkt, zijn nu expliciet benoemd. Ook gaan we meer uitgebreid in op de mogelijkheden van de Huisvestingswet 2014.

Stip op de horizon Zienswijzen 

Hoe uitvoerbaar is de visie op korte termijn, gelet op het wettelijke harnas waarin gemeenten en corporaties zich bevinden? De iets betere woningen, waar de visie op is gegrond, komen al snel in het segment waarin de corporaties verplicht zijn om hun bezit te verkopen. Heeft de gemeente een standpunt over de, voor corporaties, knellende (landelijke) regels? (Vlietvaardig) De gemeente Leeuwarden zal zelf de nodige (financiële) inzet moeten garanderen voor de lange termijn. Het betreft hier immers een koerswijziging, die ook door opeenvolgende colleges zal moeten worden aangehouden. De visie vraagt een lange adem en de resultaten van ongedeeld en vitaal zullen pas na meerdere jaren zichtbaar worden. Hoe gaat de gemeente deze lange termijn visie borgen? Een onderbouwing en garanties naar partijen wordt in de visie gemist. Er wordt veel gevraagd, maar hoe draagt de gemeente hieraan bij? Het baart ons zorgen dat veel van de inzet van deze visie bij de corporaties wordt neergelegd. Immers de inzet van de corporaties wordt opgebracht door de huurders! Wij vragen de gemeente om hier meer balans in te brengen en de nodige garanties af te geven aan de partijen. (Nieuw Elan)

Reactie Er wordt in de zienswijzen verwezen naar de uitvoerbaarheid van de volkshuisvestingsvisie, gelet op het wettelijk kader en de financiële mogelijkheden van partijen. We delen een deel van deze zorg. We zouden graag zien dat de wetgever een ruimere taakopvatting voor corporaties vastgelegd. We zijn ons terdege bewust dat opgaven en middelen niet aansluiten, zowel niet bij de gemeente als bij de corporaties. Vandaar dat we blij zijn dat Leeuwarden gebruik kan maken van het nieuwe volkshuisvestingsfonds van het Rijk. Maar we blijven ons ook inzetten voor het afschaffen van de Verhuurderheffing en het structureel beschikbaar zetten van middelen voor de volkshuisvesting. We beseffen dat het door de opzet van de volkshuisvestingsvisie kan lijken of de financiële inzet vooral door de corporaties moet worden opgebracht. Dat is zeker niet het geval. Via onze budgetten voor leefbaarheid, zorg, ondersteuning, onderhoud en inrichting van de openbare ruimte dragen wij actief bij aan de inzet om de gemeente Leeuwarden ongedeeld en vitaal te houden.

Meerjarige afspraken en prestatieafspraken Zienswijzen 

Hier zou concreet moeten worden vermeld welke onderwerpen in de prestatieafspraken beslist aan de orde moeten komen, waarover concrete afspraken over moeten worden gemaakt en over welke onderwerpen er beslist consensus moet zijn. Wij vinden de tekst zoals nu neergelegd te vaag en tot niets verplichtend. Niets van het in de visies genoemde komt hier terug. Wij zouden hier wel een lijstje willen zien van onderwerpen/zaken die beslist in de jaarlijkse prestatieafspraken geregeld moet zijn. De gemeente heeft hier toch een grote verantwoordelijkheid gekregen van de wetgever: ‘De wetgever legt de verantwoordelijkheid voor het algemene volkshuisvestingsbeleid bij de gemeente, waar vervolgens corporaties naar vermogen aan moeten bijdragen.’

pag. 49

Het gebruik in deze tekst van het woord ‘moeten’ geeft aan dat de corporatie niet vrijblijvend de bespreking over Prestatieafspraken kan ingaan. We hopen dat in de Prestatieafspraken terug te vinden. (Wurkgroep Wenje yn Wergea)

Reactie: De volkshuisvestingsvisie 2021 hebben we met goede inbreng van de corporaties en huurdersorganisaties opgesteld. We werken al meerdere jaren met deze partners samen aan de uitvoering van het volkshuisvestingsbeleid in Leeuwarden. De wetgever geeft veel vrijheid over het wel of niet voeren van een gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid en wat daarover met corporaties en huurdersorganisaties wordt vastgelegd. De wet geeft aan dat corporaties naar redelijkheid bij moeten dragen. We hebben in de aangepaste volkshuisvestingsvisie per onderdeel concreet aangegeven welke vervolgstappen wij zien. Dit geeft naar ons idee voldoende houvast voor het opstellen van goede meerjarenafspraken.

Verbinding andere beleidsstukken Zienswijzen 

Artikel 42 Woningwet verwijst naar een woonvisie, waarvan uitmaken: o Voornemens met betrekking tot ruimtelijke ordening o wijkactieplanen o sociale aspecten o economische aspecten o onderwijs aspecten o integratie aspecten o veiligheidsaspecten. Uit de bespreking met de wethouder hebben wij begrepen, dat hier afzonderlijke stukken over zullen worden geproduceerd, met een onderlinge samenhang. Voldoet de visie daarmee aan het criterium van artikel 42 Woningwet, en zo nee, heeft dat consequenties voor de uitvoerbaarheid? Een verwijzing naar toekomstige nota’s en de onderlinge samenhang en eventueel daaruit voortvloeiende bijstellingen, lijkt ons noodzakelijk om daarmee het beleid robuust en juridisch overeind te kunnen houden

Reactie Artikel 42 van de Woningwet verwijst naar het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid. De volkshuisvestingsvisie 2021 is het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid waarnaar dit artikel verwijst. De gemeente krijgt van het Rijk1 de ruimte om de reikwijdte van de visie zelf vorm te geven. Met de corporaties en huurdersorganisaties maken we jaarlijks prestatieafspraken waarin vastligt welke bijdrage welke partij in redelijkheid kan leveren voor de uitvoering van de volkshuisvestingsvisie.

1 “De gemeente kan in haar woonvisie of volkshuisvestingsbeleid thema’s aandragen waarvan

zij vindt dat de toegelaten instellingen daarop dienen te presteren. Daarbij kan de gemeente prioriteiten en posterioriteiten vaststellen, zowel naar thema als naar wijk/buurt/stadsdeel. De gemeente kan thema’s die tot het gebied van de volkshuisvesting behoren aan de orde stellen zoals nieuwbouw van sociale huurwoningen, de gewenste ontwikkeling van de woningvoorraad (o.a. verkoop van bezit door de toegelaten instelling), betaalbaarheid en bereikbaarheid van de woningvoorraad, de huisvesting van specifieke doelgroepen, de kwaliteit en duurzaamheid van de woningvoorraad en de woonomgeving, investeringen in leefbaarheid en maatschappelijk vastgoed voor zover die tot het werkterrein van toegelaten instellingen behoren.” (Memorie van Toelichting bij de Wijzgiging van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting).

pag. 50

De genoemde onderwerpen uit de zienswijze komen in de Omgevingsvisie van de gemeente Leeuwarden terug. We hebben in de volkshuisvestingsvisie aangegeven in welke beleidsstukken we onderwerpen verder uitwerken.

Inzet gemeentelijk instrumentarium Zienswijzen 

‘Door het bepalen van een sociale grondprijs wordt betaalbare sociale huur mogelijk.’ Dit instrument zou ook kunnen worden ingezet voor realisatie van kleinschalige woonzorgvoorzieningen om zo de onrendabele top te attaqueren. (Wurkgroep Wenje yn Wergea) Opkoopbescherming en verhuurdersvergunning: PEL is hier voor! VRAAG: probleem: veel laagbouw en flats in sommige wijken zijn al opgekocht door "beleggers". Kan dat bij verkoop teruggedraaid worden? Zodat men alleen mag kopen onder de voorwaarde dat men hier zelf gaat wonen? (zelfbewoningsclausule) VRAAG: Of kan wellicht dan soms de Wet voorkeursrecht gemeenten worden toegepast: gemeente koopt, verkoopt binnen 24 uur door aan corporatie, corporatie gaat zelf verhuren of zij verkoopt met zelfbewoningsclausule (hiervoor is geen wetswijziging nodig!) de woning door aan een huishouden wat er zelf gaat wonen. (PEL) Om allerlei trucs en omzeilingen tegen te gaan pleiten wij ervoor begrippen goed te definiëren. Enkele voorbeelden: o Uitleglocaties o Binnenstedelijke transformaties o Nieuwbouw o Nieuwe hoogwaardige seniorenhuisvesting o Studentenhuisvesting in de vorm van zelfstandige studio’s. De rekensom op pagina 12 is te vaag en te vatbaar voor eigen interpretatie.

Het betreft: Wij gaan de algemene regel hanteren dat in buurten waar minder dan 30% van de woningvoorraad bestaat uit huurwoningen met een huur tot € 663,40, er bij het toevoegen van meer dan 20 woningen er minimaal 20% in de huur tot aan € 663,40 moet worden toegevoegd. Die regel neigt bovendien een papieren tijger te worden, want het is ruim geformuleerd. Er is bijvoorbeeld geen periode genoemd waarin 20 woningen worden gebouwd, is het 20 woningen per week, maand, jaar, 10 jaar? Moet 1 projectontwikkelaar 20 woningen opleveren, of is het gewoon 20 nieuwe woningen in een bepaalde tijdsperiode? Daarnaast vallen seniorenwoningen en studentenwoningen er weer buiten. Dat maakt de rekenmethode onnodig complex. Organiseer een stress-test en benader de visie als iemand die de regels wil omzeilen. (Vlietvaardig)

Reactie De huidige Huisvestingswet 2014 biedt de gemeente al instrumenten om te sturen op de woningmarkt. Momenteel maken we daar nog geen gebruik van, maar we onderzoeken de inzet daarvan wel, onder andere in het kader van het Plan van Aanpak voor de Vlietzone. Ook voor de dorpen gaan we het onderzoeken. Waar het gaat om de particuliere verhuur hopen we dat de wetgever het mogelijk gaat maken dat de gemeente ook hier actiever kan sturen; nieuwe mogelijkheden willen we zeker inzetten. We begrijpen de behoefte om een aantal begrippen uit de volkshuisvestingsvisie meer expliciet te omschrijven. In bijlage 1: gebruikte definities hebben we van de belangrijkste begrippen een

pag. 51

uitwerking gegeven. Een aantal definities komen voort uit ander beleid of wetgeving en behoeven geen nadere uitwerking, bijvoorbeeld waar het gaat om nieuwbouw, uitleglocaties of binnenstedelijke transformaties. Studentenhuisvesting is in het Afwegingskader Woningbouw Leeuwarden (2016) al gedefinieerd. Waar het gaat om hoogwaardige seniorenhuisvesting is het lastig om een precieze definiëring te geven. Het hangt b.v. af voor welke doelgroep senioren wordt gebouwd. We bedoelen hiermee dat er seniorenhuisvesting wordt gerealiseerd waar de doelgroep ook daadwerkelijk behoefte aan heeft. We hebben in de definitieve volkshuisvestingsvisie de toevoeging van sociale huur bij projecten beter toegelicht. Het betreft het toevoegen van 20% sociale huur bij projecten van 20 woningen of meer. Particuliere initiatieven voor seniorenhuisvesting horen in beginsel bij, tenzij het een heel specifiek segment bediend met aanvullende dienstverlening (zoals in een serviceflat). De precieze uitwerking zal verder worden vormgegeven in het te actualiseren Afwegingskader Woningbouw. We houden studentenhuisvesting hier nadrukkelijk buiten, omdat dit een specifiek segment op de woningmarkt is. In de praktijk zal blijken of de volkshuisvestingsvisie, maar vooral de uitwerking ervan in meerjarenafspraken, specifieke projecten en andere beleidsproducten, voldoende concreet en sluitend is.

Het is evident dat in de praktijk zich situaties gaan voordoen waarin de volkshuisvestingsvisie niet voorziet, of waarin de uitwerking anders is dan de geest van de volkshuisvestingsvisie. In dat geval zullen we via kleinschalige wijzigingen of toevoegingen (door de gemeenteraad vast te stellen) hieraan tegemoetkomen. Er is al met Vlietvaardig afgesproken de nieuwe volkshuisvestingsvisie kritisch door te nemen op uitvoerbaarheid.

Particuliere verhuurders Zienswijzen 

 

We onderschrijven het streven om ook met de particuliere huur tot een ‘lokaal akkoord wonen’ te komen. De sociale component (huisvesten van kwetsbare doelgroepen) is een verantwoordelijkheid van ons allen en niet in de laatste plaats van de particuliere huur. (Wurkgroep Wenje yn Wergea) Met de particuliere verhuurders wordt een “lokaal akkoord wonen” gesloten, wat is hiervan de juridische status? Bestuursrechtelijk/Privaatrechtelijk? (Vlietvaardig)

Reactie We blijven ons inzetten om een lokaal akkoord wonen met de particuliere verhuurders af te sluiten. Hoe we dit precies vormgeven moet nog worden bepaald, en is uiteraard ook afhankelijk van de bereidheid en behoefte van particuliere verhuurders.

pag. 52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=0b48e37d-1b54-4239-b254-2eb0b60ee4ac