CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Rapport onderzoek jeugdbeschermingsketen gemeente Leeuwarden

Besluitvorming (raad) 8 oktober 2025, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Rekenkamerrapport Jeugdbeschermingsketen29.505 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Bij een ondertoezichtstelling werkt de jeugdbeschermer samen met ouders om de nodige hulp te bieden aan de jeugdige. Wanneer de rechter het ouderlijk gezag beëindigt, wordt de jeugdbeschermer beslissingsbevoegd ten behoeve van het welzijn van het kind. Per gemeente verschilt het of het lokale team betrokken blijft bij het gezin tijdens een jeugdbeschermingsmaatregel. In 2.2 gaan we verder in op hoe dit in Leeuwarden in de praktijk werkt.

De GI’s hebben de wettelijke taak om de hulp in te zetten die het kind nodig heeft, zoals ambulante zorg, pleegzorg of zorg met verblijf. De bevoegdheid van de jeugdbeschermers is beperkt tot het inzetten van hulp voor de kinderen of voor begeleiding bij scheiding. Voor het inzetten van jeugdhulp schakelen zij de jeugdzorgaanbieders in; zelf verlenen zij geen hulp. Daarnaast hebben jeugdbeschermers geen bevoegdheid

16 Dit zijn cijfers over het hele jaar. Dus het aantal gestarte en lopende trajecten. Cijfers over het hele jaar 20204 zijn januari 2025 nog niet

beschikbaar. Wanneer een jeugdige binnen een jaar meerdere vormen van jeugdbescherming ontvangt, heeft deze ook meerdere trajecten.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

17

om hulp voor ouders in te zetten. Zij kunnen ouders/verzorgers wel wijzen op de mogelijkheden om zelf hulp te zoeken bij de sociale wijkteams, bijvoorbeeld voor schuldhulpverlening of praktische thuisondersteuning. Het is aan de ouders zelf om die hulp te zoeken of om bijvoorbeeld bij de huisarts een verwijzing naar de ggz te vragen. De jeugdbescherming kan zelf niet deze verwijzing afgeven. Wel is het mogelijk dat de rechter in de jeugdbeschermingsmaatregel als voorwaarde heeft opgenomen dat ouders of verzorgers meewerken aan bepaalde hulpverlening. De gemeente is verplicht te voorzien in door de jeugdbeschermer geïndiceerde jeugdhulp. Jeugdbeschermers zijn bevoegd zelf direct te verwijzen naar gecontracteerde specialistische jeugdhulp. Als jeugdbeschermers niet-gecontracteerde zorg willen inzetten voor Leeuwarder jeugdigen, dan vindt afstemming met het contractmanagement van de gemeente (via het JET) plaats. Er wordt dan een verzoek voor een dienstverleningsovereenkomst (DVO) gedaan voor een apart contract met de desbetreffende aanbieder.

Een OTS wordt opgelegd voor de maximale duur van een jaar. Jaarlijks wordt bepaald of de maatregel kan worden afgesloten of moet worden verlengd. De jeugdbeschermer is bevoegd om een verlenging van de OTS en een uithuisplaatsing te verzoeken bij de kinderrechter. De rechter beslist dan over een verlenging van maximaal één jaar.

Als de GI een lopende ondertoezichtstelling en/of een uithuisplaatsing niet langer nodig vindt, en om die reden niet van plan is verlenging van de maatregel te verzoeken, toetst de RvdK of de gronden voor een OTS niet meer aanwezig zijn.1718 De RvdK beoordeelt dan samen met de ouders en betrokken hulpverlening of de doelen van de jeugdbeschermingsmaatregel zijn behaald. Wanneer een maatregel stopt of wordt opgeheven, schaalt de GI volgens de samenwerkingsafspraken tussen JET en Amaryllis af naar het gebiedsteam (in Leeuwarden het sociaal wijkteam van Amaryllis 19).20 Op basis van de screening met het opvoedkwadrant beoordeelt de sociaal werker samen met de jeugdbeschermer of nog ondersteuning nodig is. Indien ondersteuning vanuit de Jeugdwet nodig is, wordt de casus overgedragen naar het JET. Uit de interviews blijkt echter dat dit niet altijd in de praktijk zo werkt. Professionals van de GI’s geven aan dat zij bij afschaling contact opnemen met het JET en niet met het sociaal wijkteam van Amaryllis2122.

De GI is ook bevoegd om een uithuisplaatsing (en verlenging ervan) te verzoeken bij een lopende OTS of voogdijmaatregel. De RvdK heeft een toetsende rol als de GI een machtiging uithuisplaatsing tussentijds wil beëindigen of niet wil verlengen. De RvdK toetst dan of de gronden voor een uithuisplaatsing niet meer aanwezig zijn. Als de jeugdbeschermer het voornemen heeft om een OTS, waarbij de uithuisplaatsing twee jaar (of langer) heeft geduurd te verlengen, heeft de RvdK een adviserende rol. De RvdK beoordeelt of het in

17 https://www.kinderbescherming.nl/documenten/2024/12/16/kwaliteitskader 18 Een tussentijdse beëindiging van de OTS verloopt via de kinderrechter. Deze wordt niet getoetst door de RvdK. 19 Samenwerkingsafspraken Amaryllis en Jeugdexpertteam. 21 maart 2024. 20 Samenwerkingsprotocol Gemeenten in Friesland. Gecertificeerde Instellingen. (4 oktober 2018) 21 Daarom is in figuur 1 de pijl voor afschaling van de GI’s naar het JET geplaatst. 22

Uit het ambtelijk hoor en wederhoor blijkt dat sinds mei 2025 in Friesland gewerkt wordt met de afsluittafel om de overdracht soepel te laten verlopen bij afsluiting. Zowel Amaryllis als het Jeugdexpertteam is onderdeel van deze afsluittafel.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

18

het belang van het kind is om de OTS en de uithuisplaatsing voort te zetten of dat een onderzoek naar een gezagsbeëindigende maatregel meer op zijn plaats is23.

Specialistische jeugdhulp Tijdens een jeugdbeschermingsmaatregel zijn de jeugdzorgaanbieders verantwoordelijk voor het uitvoeren van de specialistische jeugdhulp die door de jeugdbescherming is bepaald. In Friesland zijn door SDF ongeveer 180 zorgaanbieders gecontracteerd.

Aanvullende voorzieningen Naast de organisaties uit de figuur zijn er ook nog aanvullende voorzieningen in de jeugdbeschermingsketen.

Hulp in crisissituaties Voor crisissituaties is in Friesland een centraal aanmeldpunt georganiseerd onder de naam: Spoed4Jeugd. Dit is een samenwerking tussen Regiecentrum Bescherming en Veiligheid, GGZ-Friesland, Alliade en Jeugdhulp Friesland. Zij dragen samen zorg voor de spoedeisende jeugdhulp (inclusief gedwongen maatregelen). De triage van casuïstiek gebeurt door het aanmeldpunt. Zij beoordelen of spoedeisende jeugdhulp in vrijwillig kader mogelijk is. Ook zorgen zij voor de toeleiding van crisis naar de juiste spoedeisende jeugdhulp. 24 Het aanmeldpunt is 24 uur per dag, 7 dagen per week beschikbaar. De crisishulp start met een aanmelding. De hulp die daarop volgt is in alle gevallen in eerste instantie ambulant. Bij het aanmeldpunt vindt een interview en triage naar de juiste zorgaanbieder(s) plaats.

(Boven)regionale overleggen voor complexe casuïstiek Multidisciplinaire Aanpak (MDA) ++ is een samenwerking van organisaties op het gebied van zorg, hulpverlening, politie en justitie25 en wordt gesubsidieerd via SDF. MDA++ wordt ingeschakeld als sprake is van complexe casuïstiek met geweld in het gezin. Aanmeldingen kunnen zowel vanuit het gedwongen als het vrijwillig kader komen. Het JET en de sociale wijkteams van Amaryllis kunnen casuïstiek aanmelden bij MDA++. Als het gezin bij MDA++ komt, krijgt het gezin in één keer hulp van meerdere organisaties. De regie blijft bij de regievoerder. In het geval van een jeugdbeschermingsmaatregel is dat de jeugdbeschermer. In het vrijwillig kader kan dat het JET of Amaryllis zijn.26

Regionaal Expertiseteam Jeugd (REX) richt zich op complexe zorgvragen waar de reguliere jeugdhulp (nog) geen antwoord op heeft of niet tot overeenstemming komt met het gezin, kind of jongere over de geleverde

23 De RvdK toetst in eerste instantie het voornemen op basis van de informatie die door de GI wordt verstrekt. De RvdK bepaalt of de

informatie volstaat om een beslissing te nemen of een advies te geven, of dat ouders bij de toetsing betrokken moeten worden. Indien nodig vergaart de RvdK aanvullende informatie. Op basis van de volledige informatie weegt de RvdK af of hij instemt met het voornemen van de GI of dat het starten van een raadsonderzoek noodzakelijk is. 24 Sociaal Domein Fryslân. (z.d.) Crisishulp. Geraadpleegd van https://www.sdfryslan.nl/jeugd/crisishulp/ 25 In MDA++ Friesland werken Veilig Thuis, VNN, GGZ, OM, politie, MCL en Fier samen. 26 Bij complexe casuïstiek ligt regie altijd bij het JET, zoals bij MDA++ casuïstiek. Amaryllis heeft regie op de onderdelen die in haar takenpakket zitten. Hierdoor is veelal sprake van meerdere regisseurs in één gezin.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

19

jeugdhulp.27 Het REX Jeugd bestaat uit experts uit de jeugdhulp, de gebiedsteams, de GI’s en het onderwijs onder leiding van een onafhankelijke voorzitter. Iedereen mag aanmelden bij het REX: verwijzers, jeugdhulpaanbieders, jongeren en ouders. Het REX is gepositioneerd onder het SDF. De medewerkers van het REX zijn onafhankelijk, ook al werken ze voor een jeugdzorgaanbieder.

Jeugd Expertise Netwerk Noord-Nederland (JENN) is een bovenregionaal netwerk (Friesland, Groningen, Drenthe), aanvullend op het REX en waar de rode draden uit onopgeloste casuïstiek vanuit de drie regio’s wordt besproken. waar onopgeloste casuïstiek vanuit de drie regio’s wordt besproken. Daarnaast heeft het JENN een aantal inhoudelijke werkgroepen die zich bezighouden met het inzetten van ervaringsdeskundigen, de verklarende analyse28 en kleinschalige woonvoorzieningen.

Onafhankelijke cliëntondersteuning Indien jeugdige en ouders behoefte hebben aan iemand die hen ondersteunt in gesprekken met de gemeente (met betrekking tot de Jeugdwet of de Wmo), dan kunnen zij onafhankelijke cliëntondersteuning inzetten.29 De cliëntondersteuner kan met het gezin meedenken bij het organiseren van zorg en ondersteuning en blijft gedurende het proces naast het gezin staan. De gemeente Leeuwarden heeft voor 2025 twee partijen gecontracteerd: Windkracht en Cliënt & Co.30

Hoe stuurt de gemeente Leeuwarden op de jeugdbescherming? De gemeente Leeuwarden stuurt samen met de andere gemeenten in de regio op de jeugdbescherming door het gezamenlijk contracteren van de GI’s en het vastleggen van afspraken in de subsidieverstrekking aan de GI’s over de kwaliteit van de jeugdbescherming. SDF doet dit namens de Friese gemeenten. Er worden afspraken over tarieven en caseload vastgelegd in de contracten. SDF monitort of de GI’s voldoen aan de afspraken en wettelijke eisen. In de contracten wordt ook opgenomen dat de GI’s moeten samenwerken met de wijkteams en het voorliggend veld (zie samenwerkingsafspraken). Halfjaarlijks rapporteren de GI’s aan SDF met behulp van een vastgesteld format over trends en ontwikkelingen in de jeugdbescherming, klachten en calamiteiten, knelpunten en vastgestelde kwaliteitsindicatoren, het aantal jeugdbeschermingsmaatregelen en de financiën. Daarbij valt op dat de invulling van de rapportages en de mate van gedetailleerdheid van de informatie verschilt tussen de GI’s. De gemeenten (SDF) sturen ook door het organiseren van overlegstructuren, het opstellen van samenwerkingsafspraken en protocollen tussen ketenpartners.

In de interviews met SDF en respondenten van de gemeente op bestuurlijk en beleidsniveau is opgemerkt dat de bevoegdheid van de gemeente en de mogelijkheden om te sturen beperkt zijn als het gaat om de vorm van

27 Sociaal Domein Fryslân (2019) Regionaal Expertiseteam (REX). Notitie. 28 Dit is een landelijke tool voor professionals om samen met de jeugdige en ouder(s) inzichtelijk te maken wat de belangrijkste factoren

zijn die bijdragen aan het ontstaan, de instandhouding, verergering of vermindering van problemen. 29 Gemeente Leeuwarden. (z.d.). Cliëntondersteuning Wmo en Jeugdhulp. Geraadpleegd van https://www.leeuwarden.nl/wmo/clientondersteuning-wmo-en-jeugdhulp/ 30 Bijlage 3. Onafhankelijke cliëntondersteuning in Leeuwarden (1 oktober 2024).

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

20

jeugdhulp die in het kader van een jeugdbeschermingsmaatregel wordt opgelegd. De GI’s bepalen welke jeugdhulp in het kader van een maatregel ingezet worden moet. Dit zorgt soms voor een spanningsveld: de gemeente is verplicht om te zorgen dat de hulp beschikbaar is en betaald wordt, maar heeft geen invloed op de zwaarte van de jeugdhulp die de GI nodig acht. Daarmee kan de gemeente dus niet sturen op een deel van het jeugdhulpbudget.

Samenwerkingsafspraken en overlegstructuren De gemeente Leeuwarden heeft als taak samen te werken met de verschillende organisaties in de keten en de hulp te coördineren. De gemeente heeft daarmee de regierol en stuurt op samenwerking in de keten door samenwerkingsafspraken en financieringsvoorwaarden. Op lokaal niveau is dit neergelegd in samenwerkingsafspraken tussen de gemeente Leeuwarden en Amaryllis. De afspraken met de andere ketenpartners in de jeugdbeschermingsketen zijn op regionaal niveau vastgelegd. In de subsidiebeschikkingen van SDF worden tevens kwaliteitseisen vastgelegd.

Lokale afspraken Om de samenwerking tussen Amaryllis en het JET goed te laten verlopen, hebben Amaryllis en gemeente Leeuwarden samenwerkingsafspraken gemaakt. 31 Hierin zijn de volgende thema’s te onderscheiden: (Aan)melding en screening. Meldingen komen binnen bij Amaryllis. Screening van de melding gebeurt volgens het opvoedkwadrant, waarmee vastgesteld wordt wie de casus oppakt. Overdracht van Amaryllis naar JET. Als uit de screening naar voren komt dat de melding thuishoort bij het JET, wordt de casus overgedragen. Ook wordt een casus overgedragen als de inzet van basisondersteuning of lichte opvoedondersteuning door Amaryllis niet (meer) passend is en/of signalen van onveiligheid ontstaan. Regie op veiligheidszaken bij jeugdigen. Op basis van onderzoek maakt Amaryllis een risicotaxatie van de veiligheid van de jeugdige, waarbij standaard wordt beoordeeld of volwassenenproblematiek een risico oplevert voor de veilige ontwikkeling van het kind, ook als er geen kindsignalen zijn. Indien uit de risicotaxatie blijkt dat er signalen zijn van onveiligheid voor het kind, dan vindt altijd een overdracht plaats naar het Jeugdexpertteam. Samenwerking in één gezin. Wanneer naast ondersteuning vanuit de Jeugdwet ook ondersteuning vanuit Wmo en/of schuldhulpverlening nodig of aanwezig is, zijn zowel de jeugdconsulent als sociaal werker betrokken in het gezin.

De sociaal werker heeft de regie op het onderdeel vanuit de Wmo en/of schuldhulpverlening en de jeugdconsulent op de ondersteuning vanuit de Jeugdwet. In de samenwerkingsafspraken is opgenomen dat zowel de sociaal werker als de jeugdconsulent de doelen van hun ondersteuningsplannen met elkaar afstemmen en dat er evaluatiemomenten worden afgesproken. Overdracht van JET naar Amaryllis. Indien de betrokken jeugdconsulent beoordeelt dat de inzet van lichte opvoedondersteuning vanuit Amaryllis nodig is, kan de casus worden overgedragen. Bijvoorbeeld 31 Samenwerkingsafspraken Amaryllis en Jeugdexpertteam. 21 maart 2024.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

21

wanneer (hoog)specialistische jeugdhulp niet meer nodig is of een melding bij het JET is binnengekomen, waarbij wordt beoordeeld dat ondersteuning vanuit de jeugdhulp niet passend is. Ook wanneer het JET betrokken is bij een jeugdige en constateert dat ondersteuning vanuit Amaryllis nodig is, kan het JET een doorverwijzing doen naar Amaryllis. Crisis. Er is sprake van een crisis als de situatie directe actie vereist om een jeugdige (en eventueel het gezin) zijn (hun) veiligheid te garanderen. De sociaal werker moet bij een crisis altijd controleren of de casus al bekend is bij het JET. Als het gezin niet bekend is bij het JET, neemt de sociaal werker contact op met Spoed4Jeugd en geeft door dat de casus wordt overgedragen naar het JET. Bij bestaande casuïstiek verwijst de sociaal werker de melder door naar het JET. Overgang van 18- naar 18+. Vanaf 18 jaar moet een voorziening vanuit een andere wet dan de Jeugdwet, zoals de Wmo, Zorgverzekeringswet (Zvw) of Wet langdurige zorg (Wlz), worden ingezet. In uitzonderlijke gevallen is het ook mogelijk dat specifieke jeugdhulp vanuit de Jeugdwet doorloopt na het 18e jaar (verlengde jeugdhulp). De beoordeling of iemand in aanmerking komt voor verlengde jeugdhulp ligt bij de Jeugdexpertteam.

In de samenwerkingsafspraken tussen JET en Amaryllis staat niets beschreven over overlegstructuren, behalve dat zij beide deelnemen aan de jeugdbeschermingstafel en MDA++ overleggen32., maatwerkoverleggen in het Veiligheidshuis en MDA++ overleggen.

Uit het interview met het JET blijkt dat de teamleider van het JET elke twee weken overleg heeft met de manager Amaryllis. Ook geeft het JET aan dat elke week jeugdconsulenten aansluiten bij overleggen van Amaryllis, om bijvoorbeeld te bespreken welke casuïstiek bij het JET hoort en welke bij Amaryllis.

Regionale afspraken Op regionaal niveau zijn afspraken vastgelegd tussen Veilig Thuis en de gebiedsteams van gemeenten in een handreiking.33 In deze handreiking zijn per dienst 34 afspraken gemaakt wat het gebiedsteam en/of Veilig Thuis doet, mogelijk aansluitende vervolgstappen en wie de verantwoordelijkheid heeft voor het te nemen besluit, het informeren van betrokkenen, de regie op vervolgstappen en het zicht op veiligheid van het cliëntsysteem35. Voor de gemeente Leeuwarden geldt dat de taken voor de gebiedsteams zijn verdeeld over Amaryllis en het JET. Daarom zijn de afspraken uit de handreiking vertaald naar lokale afspraken die zijn vastgelegd in de samenwerkingsafspraken tussen het JET en Amaryllis (zie boven). Uit het interview met het JET blijkt dat de teamleider van het JET iedere vier tot vijf weken overleg heeft met de teamleider van Veilig

32 Daarnaast nemen zij ook deel aan maatwerkoverleggen in het Veiligheidshuis. Dit zijn casusoverleggen waarbij sprake is van een

combinatie van veiligheids-, justitiële en zorgproblematiek. 33 Handreiking samenwerkingsafspraken Veilig Thuis Friesland en Gebiedsteams 34 Advies, ondersteuning, melding en veiligheidsbeoordeling, onderzoek, afsluiten zonder vervolg, overdracht, voorwaarden en vervolg, monitoren, verzoek tot onderzoek bij de RvdK, 35 Het cliëntsysteem betreft diegenen die huiselijk geweld, kindermishandeling en/of ouderenmishandeling ondergaan of begaan, alsmede degene die tot hun huishouden of gezin behoren. Ook personen die een gezaghebbende rol hebben, zoals gezaghebbende ouder, voogd, mentor of curator worden door de verantwoordelijke (gebiedsteam of Veilig Thuis) betrokken, tenzij dit een risico vormt voor het cliëntsysteem.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

22

Thuis. Ook geven zij aan dat tijdens de briefing van Veilig Thuis over FAHG-meldingen (twee keer per week) ook een jeugdconsulent van JET aansluit. Daarnaast heeft VT ook overleg met Amaryllis.

Gezamenlijke afspraken voor alle Friese gemeenten en GI’s gericht op de samenwerking liggen vast in een samenwerkingsprotocol.36 Tijdens het bestuurlijk overleg tussen de portefeuillehouders jeugd van de Friese gemeenten en de directies van de GI’s, dat minstens twee keer per jaar plaatsvindt, staan de afspraken uit dit samenwerkingsprotocol op de agenda. Denk aan monitoring van wat wel en niet goed loopt, wachtlijsten, niet aanwezige hulp, kwaliteit van geleverde zorg, jaarrapportages en transformatie. SDF initieert en organiseert dit bestuurlijk overleg. In het samenwerkingsprotocol staan ook de afspraken tussen de GI’s en de wijk- en gebiedsteams. Ook hier geldt dat de afspraken zijn vertaald naar lokale afspraken, gezien de scheiding tussen Amaryllis en het JET. In het interview met Amaryllis wordt aangegeven dat sprake is van periodieke afstemming tussen Amaryllis, het JET en de GI’s, waarbij vanuit iedere partij het management aan tafel zit. Dit overleg vindt plaats op organisatieniveau (en dus niet op casuïstiekniveau) voor het bespreken van ontwikkelingen en knelpunten.

Eenzelfde samenwerkingsprotocol is er tussen de Friese gemeenten en de RvdK (regio Noord-Nederland).37 De gemeenten en de RvdK overleggen minstens één keer per jaar over de samenwerking tussen de organisaties. De stand van zaken en ontwikkelingen op hoofdlijnen worden besproken tijdens een bestuurlijk overleg tussen de portefeuillehouders jeugd namens de Friese gemeenten en de gebiedsmanager van de RvdK. Ook voor dit overleg geldt dat SDF initieert en organiseert.

Jaarlijks evalueren de gemeenten, RvdK, Veilig Thuis en de GI’s de gemaakte samenwerkingsafspraken. Deze evaluatie wordt ambtelijk voorbereid door SDF. Hiervoor sturen de GI’s zoals hierboven beschreven een halfjaarrapportage aan het SDF.

Tot slot hebben organisaties uit het gedwongen kader twee keer per jaar het Gekira-overleg . Deelnemers van dit overleg zijn de rechtbank, de RvdK, de GI’s, de advocatuur en SDF.38 In dit overleg worden juridische ontwikkelingen en samenwerking in de keten tussen deze partijen besproken.

2.2

Functioneren van de keten In deze paragraaf wordt per thema uit het analysekader (zie bijlage 1) beschreven wat in de jeugdbeschermingsketen in Leeuwarden (en Friesland) goed gaat en/of waar nog uitdagingen zitten. We zoomen daarbij indien mogelijk in op de situatie in Leeuwarden. Daarbij merken we op dat uitdagingen en knelpunten die door de respondenten worden genoemd (deels) overeenkomen met knelpunten in een intern

36 Samenwerkingsprotocol Gemeenten in Friesland. Gecertificeerde Instellingen. (4 oktober 2018). 37

Samenwerkingsprotocol Gemeenten in Friesland. Raad voor de Kinderbescherming, regio Noord Nederland. (6 juni 2018).

38 Zie bijvoorbeeld: Notulen Gekira overleg (19 november 2024).

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

23

onderzoek van de gemeenten in 2024 naar het functioneren van de jeugdhulp en met de opvallende punten uit het jaarbericht 2023 van het Rex.

Allereerst bespreken we de kwaliteit van de samenwerking tussen organisaties. Daarna gaan we in op de kwaliteit van de samenwerking tussen organisaties en gezinnen. Tot slot beschrijven we de resultaten met betrekking tot het toezicht van de gemeente op de uitvoering en kwaliteit in de praktijk.

2.2.1

Kwaliteit van samenwerking tussen organisaties Gemeenschappelijk doel Alle organisaties in de keten hebben in principe hetzelfde doel: de veiligheid van de jeugdige waarborgen. Zo geeft een respondent aan: “Bij iedereen is de intentie om het goed te doen voor de gezinnen en samen op te trekken.” (respondent van SDF)

Veel partijen in de lokale jeugdbeschermingsketen zijn tevreden over de samenwerking. Respondenten geven aan dat sprake is van daadwerkelijke korte lijnen tussen personen en organisaties op uitvoerend, ambtelijk en bestuurlijk niveau. Een belangrijke factor hierbij is de manier waarop mensen in Friesland met elkaar omgaan. Er heerst een cultuur waarin relaties centraal staan: mensen kennen elkaar vaak goed, zowel zakelijk als persoonlijk, en weten elkaar gemakkelijk te vinden. Daarnaast wordt aangegeven dat men welwillend en betrokken is bij jeugdigen en gezinnen. Er is veel bereidheid om over eigen grenzen heen te kijken naar andere oplossingen. Zie ook onderstaand citaat: “Veel partijen staan open voor elkaar. Er wordt feedback gegeven. Als het een keer niet loopt, dan kan je het gesprek daarover aan gaan. Dit is typerend voor het noorden: de nuchterheid, korte lijntjes, we zoeken elkaar op. We vechten elkaar niet de tent uit.” (respondent van een GI)

Meerdere organisaties geven aan dat, in vergelijking met het landelijk beeld over problemen in de jeugdbeschermingsketen (die mede aanleiding zijn voor het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming), het volgens hen in Friesland minder slecht gesteld is dan in andere regio’s. Als verklaring daarvoor geven zij aan dat de lijnen kort zijn en van elkaar wordt geleerd.

Uitwerking van de rolverdeling In de samenwerkingsafspraken zijn de rollen van de verschillende organisaties vastgelegd. Respondenten geven in de interviews echter aan dat er enkele onduidelijkheden zijn in de uitwerking van de rolverdeling tussen sommige ketenpartners en dat het niet altijd duidelijk is wie de regie heeft in een casus.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

24

Rolverdeling Amaryllis en JET Zoals eerder beschreven zijn samenwerkingsafspraken opgesteld tussen Amaryllis en het JET, waarin staat beschreven wie welke taken en verantwoordelijkheden heeft. 39 Respondenten van Amaryllis en het JET merken echter op dat in de praktijk een grijs gebied bestaat, waarbij sommige samenwerkingsafspraken niet helder genoeg zijn. Zo geeft het JET aan dat casuïstiek door Amaryllis soms te snel wordt doorverwezen, terwijl zij dit vaak nog zelf kunnen oppakken. Maar ook gaat het om casuïstiek, waarbij sprake is van multiproblematiek en ondersteuning zowel voor de jeugdige(n) als ouders aanwezig is en het niet duidelijk is wie welke rol heeft. De historie van de inrichting van het wijkteam speelt volgens de respondenten een rol in deze onduidelijkheid. Sinds de oprichting van het JET is een deel van de taken van het wijkteam van Amaryllis overgeheveld naar het JET. Daarover is toen een visie opgesteld en zijn afspraken gemaakt. De vele personeelswisselingen bij het JET zorgden volgens respondenten ervoor dat de afspraken niet voor iedereen duidelijk waren, niet iedereen hetzelfde eronder verstond en verstaat en dat een continu dialoog moet worden gevoerd om ervoor te zorgen dat dit wel het geval is. Ook voor andere organisaties in de keten en gezinnen zelf is niet altijd duidelijk wat de taken en verantwoordelijkheden van het JET en het wijkteam zijn.

Het afgelopen jaar is geïnvesteerd in verduidelijking van de rollen en ondersteuning en deskundigheid van de jeugdconsulenten van het JET, zo blijkt uit een raadsbrief40 en in het interview met het JET. De jeugdconsulenten van het JET sluiten nu aan bij het casusoverleg in de sociale wijkteams. Daarnaast zijn enkele interne verbeteringen doorgevoerd bij het JET die betrekking op de bedrijfsvoering, welke mogelijk indirect van invloed zijn op de samenwerking tussen het JET en Amaryllis. Het gaat om de volgende punten: Er is een teamleider JET aangesteld met nieuwe seniormedewerkers. Er is een kwaliteitssysteem opgesteld: de werkprocessen zijn ingericht en er zijn afspraken gemaakt over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. De lijnen tussen JET en Regiecentrum Bescherming en Veiligheid/Veilig Thuis zijn korter geworden en er is een strakker proces op de FAHG-meldingen ingericht. Er is ingezet op vakmanschap consulenten, teambuilding en werken aan vertrouwen. Er is een gedragswetenschapper geworven. De klachtenbehandeling is verbeterd.

Desondanks blijft er volgens respondenten in sommige casussen nog steeds sprake van rolonduidelijkheid. Deze rolonduidelijkheid komt ook terug in de samenwerking tussen Amaryllis, JET en Veilig Thuis. Er is een regionaal document met samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis en de wijkteams 41, maar in de gemeente Leeuwarden zijn de taken van het wijkteam verdeeld tussen het JET en Amaryllis. Wat leidt tot onduidelijkheid onder professionals.

39 Samenwerkingsafspraken Amaryllis en Jeugdexpertteam. 21 maart 2024. 40

Informerende brief aan de gemeenteraad. Stand van zaken Jeugdexpertteam (23 januari 2024).

41 Handreiking samenwerkingsafspraken Veilig Thuis Friesland en gebiedsteams (september 2019).

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

25

Zo wordt als voorbeeld genoemd: “Als een sociaal werker op huisbezoek is geweest en geconstateerde signalen wil delen, moet dat met VT of het JET? In de ideale situatie wil je geen dubbel werk doen. Dat doen we nu vaak wel omdat er dan toch voor wordt gekozen beide partijen te informeren (wat overigens soms ook passend is conform de meldcode).” (een medewerker van Amaryllis)

Het JET geeft aan dat de regie op onveiligheid van het kind volgens de afspraken bij het JET ligt. Alleen als bijvoorbeeld ook sprake is van ondersteuning door Amaryllis in verband met schuldenproblematiek bij de ouders, dan is Amaryllis ook betrokken. In dat geval heeft de sociaal werker regie op het onderdeel vanuit de Wmo/schuldhulpverlening en het JET op de ondersteuning vanuit de Jeugdwet. 42 En moeten het JET en Amaryllis samenwerken en stemmen ze af wie wat oppakt. Het JET geeft aan dat dit in de praktijk goed verloopt.

Regie Er is soms onduidelijkheid over wie wanneer regie voert (inhoudelijk en procesmatig) in de keten en ook doen zich knelpunten voor met het voeren van regie. De onduidelijkheden en knelpunten met het voeren van regie doen zich voor op vijf punten: 1.

Meerdere respondenten van verschillende ketenpartners benoemen de regievoering na een verzoek tot onderzoek bij de RvdK als knelpunt. Als het JET een verzoek tot onderzoek bij de RvdK doet, houdt het JET volgens de samenwerkingsafspraken de regie tot een jeugdbeschermingsmaatregel wordt opgelegd. Respondenten van verschillende organisaties in de keten geven echter aan dat zij ervaren dat dan weinig regie wordt gevoerd. Zowel het JET als andere ketenpartners benoemen dat regievoeren moeilijk is als een onderzoek is aangevraagd bij de RvdK, ouders willen dan vaak niet (meer) meewerken.

2.

Als de RvdK niet overgaat tot een advies voor het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel en de casus terugverwijst naar het vrijwillig kader, is het ook moeilijk om de regie weer op te pakken volgens respondenten van verschillende ketenpartners. De werkrelatie tussen het gezin en de consulent van het JET is verstoord, omdat het JET een verzoek tot onderzoek heeft gedaan en daarmee de boodschap heeft gegeven dat zij geen mogelijkheden meer zien om het gezin te helpen. Vaak ziet de RvdK wel nog mogelijkheden in het vrijwillig kader. Alleen door een verzoek tot onderzoek aan te vragen, geeft dat vaak het gezin het gevoel dat zij zijn ‘opgegeven’, waardoor álsnog iets in vrijwillig kader proberen vrijwel onmogelijk wordt.

3.

Bij het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel wordt de regie van het JET overgenomen door de GI. Het JET en de GI’s geven aan dat het JET na de overdracht niet meer betrokken blijft bij de casus. Dit ervaren ketenpartners als een knelpunt. Ook vindt volgens meerdere respondenten naar hun mening geen gestructureerde overdracht plaats van het JET naar de GI’s. Het sociale wijkteam van Amaryllis blijft

42 Samenwerkingsafspraken Amaryllis en het Jeugdexpertteam. 21 maart 2024.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

26

alleen betrokken bij het gezin als de ouders zelf ondersteuning hebben in het kader van de Wmo of schuldhulpverlening. 4.

Bij het afsluiten van een maatregel, wanneer nog vrijwillige jeugdhulp nodig is, zeggen de samenwerkingsafspraken tussen Amaryllis en JET dat de GI contact opneemt met het sociale wijkteam. In de interviews is aangegeven dat de GI’s veelal contact opnemen met het JET. Door het grote verloop bij het JET is het in de praktijk vaak niet mogelijk dat dezelfde JET-medewerker van voor de maatregel ook bij afsluiting van de maatregel betrokken is. De jeugdbeschermers ervaren dit als een knelpunt.

5.

Bij de inrichting van het JET en de opdracht aan het JET is onvoldoende duidelijk meegegeven wat regie voeren bij complexe casuïstiek inhoudt. Volgens respondenten van de gemeente en het JET is het afgelopen jaar wel ingezet om hierin verbetering aan te brengen.

Inrichting en continuïteit in de keten Zoals eerder beschreven geven respondenten aan dat de lijntjes over het algemeen kort zijn tussen professionals en organisaties en dat er goede overlegstructuren in de keten zijn. Specifiek worden de overlegstructuren MDA++ en de jeugdbeschermingstafel genoemd. De Friese MDA++ bestaat al meer dan 10 jaar en wordt landelijk ook vaak als voorloper gezien. SDF en andere ketenpartners uit het gedwongen kader vinden dat de Friese MDA++ goed functioneert. Volgens hen is er commitment vanuit alle organisaties om langdurig te investeren in dit samenwerkingsverband MDA++. Ook de keuze om Veilig Thuis bestuurlijk als apart onderdeel onder te brengen bij het Regiecentrum wordt door respondenten als positief gezien voor het borgen van expertise. Daarnaast wordt tevredenheid geuit door onder andere de RvdK over de positionering en verloop van de jeugdbeschermingstafel.

Naast deze positieve signalen, worden voornamelijk veel uitdagingen en knelpunten genoemd met betrekking tot de inrichting en continuïteit in de keten. We lichten de uitdagingen en knelpunten toe die door meerdere respondenten zijn genoemd.

Bieden van tijdige en passende hulp De meest genoemde knelpunten hebben te maken met het tijdig en passend inzetten van hulp tijdens een jeugdbeschermingsmaatregel. Bijna alle respondenten geven aan dat jeugdhulp over het algemeen niet tijdig wordt ingezet. Hierin spelen de volgende factoren een rol: 1.

Wachtlijsten bij meerdere organisaties in de jeugdbeschermingsketen.

2.

De lengte van de keten, die in Leeuwarden langer is door de positionering van het JET (zie verder).

3.

Soms proberen professionals te lang in het vrijwillig kader hulp te geven, waardoor te laat wordt opgeschaald. Volgens enkele respondenten word nog te veel uitgegaan van ‘stepped care’: starten met lichte hulp en indien nodig wordt (steeds) zwaardere zorg ingezet. Ouders en jeugdigen hebben hierdoor aan het eind van de rit al veel hulpverlening voorbij zien komen. Met als gevolg dat eerst veel herstelwerk nodig is, voordat de echte behandeling kan starten.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

27

4.

Soms wordt te vroeg opgeschaald. De RvdK geeft aan dat in Friesland relatief veel casuïstiek wordt teruggelegd bij de melder en dat dus te snel wordt overgegaan op een verzoek tot onderzoek (VtO), terwijl nog opties in het vrijwillig kader mogelijk zijn. De RvdK heeft daarmee een andere visie dan de professionals in het vrijwillig kader, en meer specifiek het JET dat een VtO kan doen, over welke hulp nog mogelijk is.

Dus enerzijds zijn er casussen waarin te lang in het vrijwillig kader wordt geprobeerd en anderzijds casussen waarin te snel wordt opgeschaald. Dit is niet alleen in Friesland het geval, maar speelt volgens de respondent van de RvdK ook in andere regio’s. Een verklaring voor deze tegenstelling is dat er voorin de keten onvoldoende gezamenlijk met professionals met verschillende expertise wordt gekeken wat de oorzaken van de problematiek zijn en welke hulp daar bij past. Met het inzetten van de verklarende analyse (zie paragraaf 3.1) worden hierin stappen gezet.

Verder geven alle respondenten aan dat lang niet voor alle jeugdigen en gezinnen passend hulpaanbod beschikbaar is. Er wordt vooral passend aanbod gemist bij de overgang 18-/18+ en voor verlengde jeugdhulp, complexe casuïstiek, verblijfsplekken, alternatieven voor gesloten jeugdzorg en crisisplekken. Volgens respondenten is er een gebrek aan deze vormen van jeugdhulp. Bovendien is een beschikbare plek lang niet altijd ook de passende plek voor de desbetreffende jeugdige. De plek moet passend en veilig zijn voor de jeugdige, maar de plaatsing op die groep moet ook passend en veilig zijn voor de andere jeugdigen op de groep. Als er binnen de regio geen passende plek is, moet nu een plek worden gezocht in een andere regio.

Daarnaast zorgen de inkoop en financiering van zorg soms voor belemmeringen bij het inzetten van (tijdig) passende zorg. Als voorbeeld wordt door een jeugdhulpaanbieder genoemd dat producten zijn ingekocht, zoals verblijf met behandeling en verblijf zonder behandeling. Als een kind is geplaatst op verblijf zonder behandeling en er blijkt na diagnostiek toch behandeling nodig, dan betekent dit dat het kind naar een andere groep moet verhuizen. Volgens de respondent zou het dan mogelijk moeten zijn om het kind ambulant de behandeling op die groep te geven. Omdat dit niet bij het ingekochte product past, moeten aparte afspraken worden gemaakt met het contractmanagement van de gemeente Leeuwarden.

Het bereiken van de leeftijd van 18 jaar bij jongeren in de jeugdzorg, en daarmee de overgang van 18- naar 18+, wordt door veel organisaties als een groot knelpunt ervaren. Dit wordt ook opgemerkt in het jaarverslag 2023 van het REX.43 Het schot in de financiering tussen Jeugdwet en Wmo speelt een belangrijke rol in dit knelpunt. Als een jongere 18 jaar wordt is het mogelijk om verlengde jeugdhulp44 in te zetten. Dit wordt (op verschillende manieren) ervaren als een knelpunt. De verlengde jeugdhulp wordt volgens respondenten door gemeenten (in geval van Leeuwarden het JET) vaak gezien als ‘duur’, terwijl het juist voor continuïteit van zorg

43 Jaarbericht Expertteam Friesland 2023 incl. monitor. 44 In sommige gevallen wordt inzet van de jeugdhulp verlengd als de jeugdige 18 jaar wordt. Dan blijft de zorg onder de Jeugdwet vallen.

Dit duurt maximaal 5 jaar. De gemeente beslist of verlengde jeugdhulp wordt ingezet. Bron: https://www.regelhulp.nl/onderwerpen/vanjeugd-naar-18/vanuit-de-jeugdwet.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

28

en daarmee rust kan zorgen, aldus zorgaanbieders. Volgens deze respondenten leidt een verkeerde (financiële) prikkel ertoe dat verlengde jeugdhulp onterecht niet wordt ingezet. Daarentegen wordt door andere respondenten aangegeven dat verlengde jeugdhulp als een te makkelijke oplossing wordt gezien. Volgens hen wordt soms geroepen dat ‘verlengde jeugdhulp maar moet worden afgegeven’, omdat een toekomst- of perspectiefplan van jongeren ontbreekt. GI’s zijn verplicht om samen met de jongere vanaf 16,5 jaar een toekomstplan in te vullen, zodat afspraken worden gemaakt voor de jongere over het vervolg als de jeugdbeschermingsmaatregel met 18 jaar vervalt. Alleen door drukte en werken in de waan van de dag, wordt volgens respondenten het opstellen van een toekomstplan vergeten of te laat opgepakt, waardoor afspraken voor de jongere over wat er bij het aflopen van de jeugdbeschermingsmaatregel gebeurt ontbreken. En wordt de gemeente geconfronteerd met dat verlengde jeugdhulp de enige passende mogelijkheid is, terwijl dat had kunnen worden voorkomen. “Kinderen van 18, 19 of 20 jaar zijn niet altijd klaar voor minder intensieve hulpverlening die volgt uit de Wmo. Daar zit een leemte. Je kunt in de Wmo niet datgene organiseren wat binnen de Jeugdwet wel kan.” (Een jeugdhulpaanbieder)

Positie van het JET in de keten De gemeente Leeuwarden heeft met de inrichting van het JET volgens de ketenpartners gezorgd voor een extra schakel in de al uitgebreide en complexe jeugdbeschermingsketen. De gemeente en het JET zien het JET als een stedelijk wijkteam voor jeugd, terwijl de ketenpartners de organisatie vooral zien als een (onnodige) extra schakel in de keten. De keten wordt door het JET vanuit perspectief van ouders en kinderen nog complexer. En er is nog een extra professional waar ouders en kinderen mee te maken krijgen. “Door zo versnipperd te zijn, is de kans groter dat je geen zicht hebt op grote incidenten. Met het Toekomstscenario willen we naar een simpeler stelsel, maar een extra laag bij de gemeente helpt daar niet bij.” (Programmamanager Toekomstscenario)

Aanleiding vanuit de gemeente voor de oprichting van het JET was om de groeiende zorgvraag te beheersen. In het gedwongen kader bepaalt de GI welke zorg nodig is. Het JET heeft hierin geen rol. Echter, GI’s kunnen als zij vinden dat niet gecontracteerde zorg nodig is deze niet direct inzetten, maar moeten eerst langs het contractmanagement van de gemeente Leeuwarden voor goedkeuring van de financiering45. Dit zorgt voor een vertraging voor het inzetten van hulp, maar ook voor informatieverlies volgens respondenten van de GI’s en de jeugdhulpaanbieders. Bij elke overdracht kan informatie anders worden geïnterpreteerd of verloren gaan. Dit geldt overigens voor hele keten volgens meerdere respondenten.

Andere knelpunten met betrekking tot het functioneren van het JET

45

Dit geldt alleen wanneer het zorglandschap niet dekkend is. Dit is niet alleen in Leeuwarden het geval. Ook in andere gemeenten in Friesland moet bij inzet van niet-gecontracteerde zorg ook vooraf overlegd worden met de gemeente.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

29

Naast de positie van het JET in de keten, wordt ook het functioneren van het JET als knelpunt door respondenten ervaren. Zo wordt meerdere keren aangegeven dat binnen de organisatie sprake is van veel personeelswisselingen, waardoor het JET onvoldoende kennis en expertise in huis heeft. Vanwege het negatieve stigma op de organisatie komen volgens sommige respondenten vooral net afgestudeerden (zonder ervaring) werken bij het JET. Verder geven ketenpartners aan geen vaste contactpersonen bij het JET in casuïstiek te hebben. Zij moeten daarom in sommige gevallen naar het algemene telefoonnummer bellen om iemand te pakken te krijgen. Hierdoor hebben zij continu te maken met verschillende personen, waardoor ketenpartners (maar ook ouders en kinderen) hun verhaal of vraag en de casuïstiek moeten herhalen. Dit zorgt voor vertraging in de keten en onduidelijkheid, zowel bij ketenpartners als bij gezinnen en jeugdigen zelf, waarbij het voor de laatsten ook nog frustrerend is, om het, voor hen gevoelige, verhaal maar steeds te vertellen. Dit geschetste beeld wordt niet genoemd door het JET en de gemeente. De gemeente en het JET geven aan dat dit het afgelopen jaar verbeterd is en ook dat het ziekteverzuim onder medewerkers van het JET inmiddels is gedaald van 20% naar 5%.

In het afgelopen jaar heeft het JET volgens de gemeente aan de voorkant de aanmelding van casuïstiek beter ingericht. Er is een aanmeldteam ingericht bij het JET waar alle aanmeldingen binnenkomen. Het team voert de triage van casuïstiek uit die door de sociale wijkteams van Amaryllis zijn doorverwezen naar het JET. Het aanmeldteam bepaalt of de casus bij het JET hoort of dat de hulpvragen door Amaryllis kunnen worden opgepakt. Het aanmeldteam heeft een betere sturing op de instroom in de jeugdhulp met als voordeel dat sneller wordt gekeken of de hulpvragen kunnen worden opgepakt door Amaryllis. Daarnaast sluiten de consulenten van het JET aan bij de casusoverleggen van de sociale wijkteams en er wordt geïnvesteerd in een gezamenlijke verklarende analyse met Amaryllis in complexe casuïstiek samen met ouders en jongeren (zie hoofdstuk 3 toekomstscenario voor toelichting over de verklarende analyse).46

2.2.2

Kwaliteit van samenwerking tussen organisaties en gezin Wisselingen personeel schaadt kwaliteit hulp Veel organisaties geven aan dat het grootste knelpunt voor gezinnen en jeugdigen is dat er veel wisselingen van medewerkers zijn. Dit geldt voor alle organisaties in de keten maar is door respondent van meerdere ketenpartners expliciet als knelpunt bij het JET benoemd. Het gevolg van personeelswisselingen is dat het gezin meerdere keren wordt overgedragen naar een andere professional, niet alleen tussen organisaties maar ook binnen organisaties. Ouders en jeugdigen moeten hun verhaal continu opnieuw vertellen. Vaak gaat bij de overdracht informatie verloren; het gezin stelt zich steeds terughoudender op, korten hun verhaal in of delen bepaalde informatie niet meer. Ze voelen zich niet meer serieus genomen. “Het is niet gek als een gezin tien verschillende hulpverleners in een jaar heeft gezien.”(Een respondent van een GI)

46

In het ambtelijk ho0r- en wederhoor heeft Amaryllis aangegeven dat er inmiddels hierover overleg met de gemeente is geweest en dat deze training zal niet aan sociaal werkers worden aangeboden.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

30

Volgens het SDF en de GI’s in de regio is sprake van een dalende trend in het verloop en verzuim bij de GI’s. Door investeringen in het personeelsbeleid is een stabiel team ontstaan. Hetzelfde geldt voor Veilig Thuis. Ook de RvdK geeft aan een stabiel team te hebben.

Communicatie Zowel Amaryllis als het JET geven aan dat zij gebruik maken van begrijpelijke taal in hun communicatie, zodat deze voor alle inwoners te begrijpen is. Het JET geeft specifiek aan dat zij als organisatie veel hebben geïnvesteerd om taalniveau B1 uit te rollen binnen de organisatie.

Feitenonderzoek Overeenkomend met landelijke constateringen blijkt dat ook in Leeuwarden knelpunten door ouders worden ervaren met betrekking tot het feitenonderzoek47 in de jeugdbescherming. Voor het opleggen van een jeugdbeschermingsmaatregel, moet dit goed onderbouwd zijn met feitenonderzoek. Uit onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd blijkt dat het feitenonderzoek lang niet altijd op orde is. 48 “Bij het aanvragen van een VtO is onjuiste informatie in de aanvraag opgenomen. Vervolgens is dit verder in de keten in dossiers met knippen en plakken gebruikt.” (een ouder)

2.2.3

Toezicht van gemeente op uitvoering en kwaliteit in de praktijk Meerdere respondenten van verschillende organisaties in de jeugdbeschermingsketen geven aan dat de inkoop en contractmanagement van GI’s via SDF goed is geregeld. Via SDF houdt de gemeente toezicht op de uitvoering van de jeugdbeschermingsmaatregelen op basis van de afspraken over kwaliteitseisen in de subsidieovereenkomsten. In de regio Friesland is eerder dan landelijk ingezet op verlaging van de caseload en zijn afspraken gemaakt over de tarieven. Er zijn sturingsafspraken. GI’s moeten bepaalde normen halen (bijvoorbeeld over wachtlijsten, binnen vijf dagen contact met het gezin, binnen zes weken een plan van aanpak, etc.). Sturen op de afspraken gebeurt vooral in de gesprekken die door SDF worden gevoerd met de gecontracteerde GI’s. De GI’s leveren rapportages aan over instroom, uitstroom en of dit afwijkt van de verwachting, personeelszaken, verloop en verzuim. In de gesprekken met de GI’s worden signalen die het SDF krijgt van gemeenten besproken. Daarnaast is in de subsidiebeschikkingen opgenomen dat de GI’s onderdeel moeten uitmaken van het Toekomstscenario (zie hoofdstuk 3).

47 Feitenonderzoeken worden door de RvdK, Veilig Thuis of een GI gemaakt om te beoordelen of een jeugdbeschermingsmaatregel nodig

is. 48 Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. (juni 2022). Kwaliteit van feitenonderzoek rond de aanvraag van machtigingen voor uithuisplaatsingen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

31

3

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Het huidige jeugdbeschermingsstelsel is complex. Er is sprake van een estafettemodel. Lokale teams, Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming en Gecertificeerde Instellingen voeren na elkaar en deels overlappend hun eigen onderzoekstaken en hulpplannen uit. De hulp wordt overgedragen van organisatie naar organisatie of van professional naar professional. Kinderen en gezinnen krijgen hierdoor diverse professionals over de vloer, aan wie ze opnieuw hun verhaal moeten doen. Kinderen en gezinnen waar de veiligheid in het geding is krijgen niet tijdig de passende hulp en moeten op verschillende plekken steeds weer hun verhaal vertellen. Dit is al jaren bekend en speelt niet alleen in de gemeente Leeuwarden en in de regio Friesland, zoals in vorige hoofdstuk besproken, maar in het hele land.

Vanuit de breed gedragen overtuiging bij alle betrokken organisaties dat het anders moet en kan, is in 2021 het landelijke programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario) gestart. In opdracht van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van Justitie en Veiligheid (JenV) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) wordt in dit programma gewerkt aan de nadere vormgeving en voorbereiding van een duurzame verbetering van de kind- en gezinsbescherming. Dit vraagt enerzijds om een nieuw stelsel en anderzijds om een nieuwe manier van werken. Hiervoor zijn veranderingen nodig op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Ook in de regio Friesland en de gemeente Leeuwarden wordt gewerkt aan de voorbereiding van een verbetering van de kind- en gezinsbescherming.

In dit hoofdstuk geven we eerst een korte beschrijving van het landelijk programma en de resultaten tot nu toe van verschillende proeftuinen in het land waarin de manier van werken volgens de basisprincipes van het Toekomstscenario beproefd. Vervolgens gaan we in op hoe in de regio Friesland en de gemeente Leeuwarden wordt toegewerkt naar de principes van het Toekomstscenario. Tot slot geven we de uitdagingen aan waar Leeuwarden en de regio Friesland nog voor staan de komende jaren.

3.1

Landelijk programma Doel en basisprincipes Het doel van het Toekomstscenario is te komen tot een eenvoudiger stelsel van kind- en gezinsbescherming met meer samenhang. Het Toekomstscenario schetst op hoofdlijnen hoe de kind- en gezinsbescherming over vijf tot tien jaar eruit moet zien. Het programma beoogt dat in 2026: “… een brede, gezins-/systeemgerichte werkwijze en een slim en effectief stelsel van kind- en gezinsbescherming geconcretiseerd en waar mogelijk gerealiseerd wordt.”

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

32

Aan het Toekomstscenario liggen vier basisprincipes ten grondslag:49 1.

Gezinsgericht werken: de blik is op het hele gezin (niet alleen op het kind, maar ook op wat de ouders nodig hebben en de overige gezinsleden). Hulp en ondersteuning wordt zoveel mogelijk binnen het gezin en de directe omgeving georganiseerd. Het doel is om het gezin te versterken, zodat het kind veilig en gezond kan opgroeien met zo min mogelijk ingrijpende maatregelen.

2.

Rechtsbeschermend en transparant: de rechten van kinderen en ouders worden gewaarborgd en besluiten over jeugdbescherming zijn voorspelbaar, duidelijk en controleerbaar. Dit betekent dat de betrokkenen weten waar ze aan toe zijn en inspraak hebben en dat procedures eerlijk en inzichtelijk zijn.

3.

Eenvoudig: het systeem moet begrijpelijk en toegankelijk zijn. De drempel naar hulp is zo laag mogelijk. Professionals en gezinnen moeten snel en efficiënt de juiste hulp kunnen organiseren zonder complexe regelgeving die de effectiviteit belemmert.

4.

Lerend: het systeem is continu in ontwikkeling en leert van praktijkervaringen en evaluaties. Dit betekent dat structureel wordt gewerkt aan de verbetering van de kind- en gezinsbescherming, zodat fouten worden herkend en aangepakt en de effectiviteit van de kind- en gezinsbescherming toeneemt.

Een uitgebreide beschrijving van deze principes staat in bijlage 5. Deze principes houden structuurwijzigingen in ten opzichte van het huidige stelsel, die meer ruimte moeten maken voor een andere manier van werken die voor het gezin begrijpelijk en transparant is.

Het Toekomstscenario gaat op basis van de bovenstaande principes uit van de volgende organisatie en werkwijze50: Om het gezin of huishouden heen staat een lokaal (wijk)team dat hulp verleent. Een gezin of huishouden heeft één vast gezicht binnen het lokaal (wijk)team. Als het nodig is, werkt deze contactpersoon samen met een professional uit een regionaal veiligheidsteam. Het regionaal veiligheidsteam heeft aanvullende expertise en bevoegdheden op gebied van veiligheid en is beschikbaar voor de lokale teams in de regio. De professionals van lokale teams, regionale veiligheidsteams en specialistische aanbieders werken samen aan een duurzaam veilige situatie voor het gezin. Ze richten zich hierbij op het gehele systeem. Dicht bij deze professionals en gezinnen staat een netwerk van specialisten met kennis van en ervaring met kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld.

Deze stelselwijziging vraagt om wetswijzigingen. Dit kost tijd. De verwachting is dat de wetgeving in 2030 is aangepast, de nieuwe governance is ingericht en de werkprocessen en handelingskaders van de betrokken professionals en organisaties zijn aangepast. Gedurende deze periode van ontwikkeling is het wel nodig dat de jeugdbescherming gewaarborgd blijft, maar kunnen betrokken organisaties en professionals wel al toewerken naar het werken volgens de basisprincipes van het Toekomstscenario, onder andere middels proeftuinen. 49

Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. (z.d.)

50 Factsheet Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. April 2024

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

33

Proeftuinen en (voorlopige) resultaten In 13 proeftuinen verspreid over het land wordt de manier van werken volgens de basisprincipes van het Toekomstscenario beproefd en de daarvoor benodigde samenwerking uitgewerkt tussen lokale teams, zorgen veiligheidspartners zoals de jeugdbescherming, Veilig Thuis, de RvdK en de jeugdhulpaanbieders en de beoogde regionale veiligheidsteams. Een van proeftuinen vond plaats in de regio Friesland (zie verder). Door het signaleren van wat in de praktijk wel of juist niet kan of lukt bij het beproeven, leveren proeftuinen input voor concretisering en realisatie van het Toekomstscenario. Ook leveren proeftuinen kwalitatieve en kwantitatieve data over de nieuwe manier van werken.

De proeftuinen hebben als taak om te kijken hoe tijdige, passende en samenhangende hulp aan kinderen en volwassenen die te maken krijgen met (dreigende) onveiligheid in de thuissituatie kan worden geboden. Dit doen ze door problemen in een vroeg stadium te identificeren en waar mogelijk met preventieve maatregelen aan te pakken in plaats van te wachten op gedwongen bescherming. Met ruimte voor maatwerk en in samenwerking met de betrokkenen, door een gezamenlijke analyse te maken van wat er speelt en welk hulp nodig is (de zogenaamde verklarende analyse). Dit vraagt van de professionals een andere manier van werken, waarbij zij de tijd krijgen om met gezinnen te praten en hun benadering aan te passen aan wat werkt voor het gezin.51 De proeftuinen richten zich op het leren van ervaringen van wat wel en niet werkt voor het gezin.

Uit de vijfde voortgangsrapportage van het Toekomstscenario blijkt het volgende: In een groot deel van de gezinnen en huishoudens lukt het door integraal systeem- en mensgericht werken weg te blijven van inzet van juridische maatregelen. Bij een klein deel van de gezinnen en huishoudens lukt het niet om een jeugdbeschermingsmaatregel te voorkomen52. Het aantal regio's dat zich oriënteert op het Toekomstscenario stijgt. Inmiddels is in 34 van de 42 jeugdhulpregio’s een bestuurlijke opdracht aanwezig, gericht op de voorbereiding voor een mogelijke implementatie van (onderdelen van) het Toekomstscenario (voor Friesland zie 3.2). De ervaringen van gezinnen, huishoudens en professionals in de proeftuinen zijn overwegend positief. Zo geven de meeste gezinnen en huishoudens aan dat zij zich gehoord en serieus genomen voelen en met respect zijn behandeld. Wel ervaren zij bijvoorbeeld vertragingen bij intakes en rapportages. Professionals benadrukken dat zij in de proeftuinen meer tijd hebben voor de doelgroep, wat leidt tot betere samenwerking en een dieper begrip van de onderliggende risicofactoren. Ook geven professionals aan samen te werken vanuit verschillende disciplines. Dat bevordert een integrale aanpak en leidt tot minder fragmentatie van hulpverlening. Tegelijkertijd lopen zij tegen de grenzen van de huidige wet- en

51 Position Paper Verwey-Jonker Instituut ronde tafelgesprek Tweede Kamer (5 februari 2025) 52 Sinds 1 januari 2023 zijn de proeftuinen bij 1268 gezinnen en/of huishoudens betrokken (geweest). Bij deze gezinnen en huishoudens is

op peildatum 30 juni 2024 in totaal 109 keer een juridische maatregel ingezet (8,6 %). Dit is een lichte stijging ten opzichte van de vorige meting op 31 december 2023. Een verklaring is dat het aantal contact- en huisverboden in het tweede kwartaal van 2024 in enkele proeftuinen is gestegen. Opvallend is dat het aantal huishoudens zonder kinderen dat binnen de proeftuinen wordt geholpen ook licht toeneemt. Vooralsnog is met de huidige set aan cijfers het maatschappelijk effect van de werkwijze in de proeftuinen op landelijk niveau lastig in beeld te brengen.

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

34

regelgeving aan o.a. met betrekking tot het uitwisselen van (dossier)gegevens en het overnemen van elkaars wettelijke taken die verbonden zijn aan de afzonderlijke organisaties. Uit het actieonderzoek53 in zeven proeftuinen54 blijkt tot nu toe dat de introductie van een vast contactpersoon (of duo) (vanuit het lokaal team) voor het gezin een belangrijke verbetering is. Deze persoon is laagdrempelig en verantwoordelijk voor de coördinatie en afstemming van de betrokken hulpverleners.55 Dit leidt tot meer vertrouwen en gevoel van transparantie bij het gezin, waardoor cliënten duidelijker begrijpen wat ze kunnen verwachten van hulpverlening. Bovendien ligt in de werkwijze van de proeftuinen meer regie bij cliënten, waarbij zij samen met de hulpverleners bepalen wat het probleem is en welke aanpak het beste is. Professionals voelen zich beter in staat om maatwerk te leveren, doordat ze meer tijd hebben om met gezinnen te praten en de situatie beter te begrijpen. Er wordt meer naar het gezin als geheel gekeken. De samenwerking met verschillende disciplines zorgt voor een bredere blik op het gezin. Daarnaast is het doorbreken van het ‘estafettewerken’ en de verbeterde samenwerking tussen verschillende organisaties zoals Veilig Thuis, de jeugdbescherming en lokale wijkteams een belangrijke positieve ontwikkeling.

Lokale wijkteams hebben nu meer kennis over onveiligheid door de samenwerking met het regionale veiligheidsteam (RVT), dat ook goed is verbonden met gespecialiseerde zorginstellingen, zoals verslavingszorg en GGZ.

Belangrijke ontwikkelingen tot 2030 Ervan uitgaande dat in 2030 het nieuwe stelsel ingevoerd is, moeten in de periode de volgende zaken worden gerealiseerd om te werken volgens de basisprincipes van het Toekomstscenario 56: Versteviging van de lokale teams. Om gezinnen heen staat het lokale team dat hulp en ondersteuning biedt of organiseert met vertrouwde gezichten, waar nodig wordt samen gewerkt met een regionaal veiligheidsteam (zie verder). Op dit onderdeel is een duidelijke verbinding met de Hervormingsagenda Jeugd57 ten aanzien van het verstevigen van de lokale teams. Het inrichten van een regionaal veiligheidsteam (RVT). Binnen het Toekomstscenario neemt het RVT een belangrijke positie in. Het team moet beschikken over expertise en bevoegdheden op het gebied van veiligheidsvraagstukken in gezinnen en huishoudens. Het is de bedoeling dat de functies van de GI’s, Veilig Thuis en de RvdK in het RVT worden samengebracht. Er waren meerdere mogelijkheden voor de inrichting van het RVT.58 In november 2024 is door de opdrachtgevers (ministerie van J&V en VWS) een ontwikkelingsrichting gekozen voor de RVT’s. 59 De RVT’s worden een nieuwe eigenstandige, publiekrechtelijke organisatie (openbaar lichaam) onder decentrale sturing.60 In de RVT’s komen de 53 Verwey Jonker Instituut (2025) Op weg naar verbetering. Geraadpleegd van https://www.verwey-jonker.nl/wp-

content/uploads/2025/03/223170_223030_Op-weg-naar-verbetering.pdf 54 De proeftuin in Friesland maakt geen onderdeel uit van dit actieonderzoek. 55 Een rapportage over wat werkt wordt eind 2025 verwacht. 56 Position paper programmaleider Toekomstscenario 4 februari 2025. 57 Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028. 58 Andersson Elffers Felix. (2024). Onderzoek inrichting Regionale Veiligheidsteams. Eindrapportage. 59 Tijdens de uitvoering van het veldwerk was deze beslissing nog niet gevallen. In de interviews werd door alle organisaties aangegeven dat zij in afwachting waren van deze beslissing en dit tot een soort stilstand leidde, omdat het nog niet duidelijk was welke kant de keten op moest ontwikkelen. 60 Vijfde voortgangsrapportage Programma Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming (november 2024).

DSP-groep

RAPPORT ─ Inrichting en functionering jeugdbeschermingsketen Leeuwarden

35

functionaliteiten van VT, de GI’s en de RvdK samen. Het onafhankelijk advies van de rechter blijft. De RVT’s worden georganiseerd op de geografische schaal van de 25 veiligheidsregio’s. Uitvoering van de jeugdreclassering wordt een rijksverantwoordelijkheid. Deze ontwikkelingsrichting wordt in het voorjaar van 2025 nader uitgewerkt. Professionals werken gezins-/systeemgericht en in gezamenlijkheid (integraal) aan het effectief en duurzaam borgen van veiligheid. Er is een concept handelingskader dat verder wordt uitgewerkt in samenspel met een handreiking voor met name de lokale teams vanuit de Hervormingsagenda Jeugd. Inrichten van een kennis- en leerinfrastructuur. De praktijk wordt gefaciliteerd om samen te werken en een lerende omgeving te vormen. Organiseren van een netwerk van specialisten61 met kennis van kinderen, volwassenen en specifieke uitingsvormen van geweld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=becb9644-4ca3-427e-9b6c-0bbc760cfe02