Proloog, jaarverslag 2022
Tekst van het document
samenwerking en samenwerking met het CvB; Verdere verbetering van inbreng GMR naar “opbouwend maar wel kritisch”; Verdere invulling geven aan goed werkgeverschap; Verdere verbetering van de communicatie met de achterban (de MR-en van de scholen en Personeel, Ouders en leerlingen). Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2020 • 5
C. Financiële analyse Liquiditeit De Dit kengetal geeft aan of een schoolbestuur in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen (betaling van alle kortlopende schulden). Bij een liquiditeit (current ratio) lager dan 1,0 wordt een schoolbestuur geadviseerd om scherper te kijken naar liquiditeitsbegroting.
C1. Kengetallen
Solvabiliteit Dit kengetal geeft de verhouding aan tussen eigen en vreemd vermogen en laat hiermee zien: • De mate waarin de bezittingen (op de activazijde van de balans) zijn gefinancierd met eigen vermogen (incl. voorzieningen); • De mate waarin een schoolbestuur in staat is om op langere termijn aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Berekening Solvabiliteit = (eigen vermogen + voorzieningen) / totale passiva. De signaleringswaarde is 0,3.
De algemene reserve bedraagt op 31 december 2022 € 3.374. Vanwege de aanpassing van de bekostiging van schooljaar naar kalenderjaar is de algemene reserve afgenomen met € 1.411 (oude vordering OCW die is afgeboekt) De signaleringswaarden van de PO-raad was in de oude situatie nog 35. Deze zal vanwege deze afboeking nog moeten worden bijgesteld. Dit zal in de loop van 2023 plaats vinden.
Solvabiliteit 0,80 0,70 0,60 0,50 0,40 0,30 0,20 0,10 0,00
2017
2018 Proloog
2019
2021
Vergelijkbare stichtingen
De signaleringswaarde van de PO-raad was in de oude situatie nog minimaal 35. Dit betekent dat stichting Proloog voor een goede financiële huishouding minimaal 35% eigen vermogen diende hebben ten opzichte van het balanstotaal. Deze zal vanwege de afboeking van de vordering nog moeten worden bijgesteld. Dit zal in de loop van 2023 plaats vinden. De signaleringswaarde OCW bovenmatig eigen vermogen bedraagt voor stichting Proloog bedraagt maximaal € 6.350. Dit betekent dat er bij stichting Proloog geen sprake is van bovenmatig eigen vermogen.
6•
2020
2022
2023
Signalering
De komende jaren wordt een negatief resultaat verwacht. Dit wordt met name veroorzaakt door een hogere druk op de energieprijzen en de inflatie. De financiële effecten worden verder beschreven bij onderdeel D Meerjarenperspectief.
Berekening Liquiditeit = vlottende activa / kortlopende schulden. De Inspectie houdt bij het kengetal liquiditeit (current ratio) rekening met de grootte van de totale baten van het bestuur. • Klein: Besturen met totale baten minder dan € 3 miljoen (signaleringswaarde: <1,5) • Middel: Besturen met totale baten tussen € 3 en € 12 miljoen (signaleringswaarde: <1) • Groot: Besturen met totale baten meer dan € 12 miljoen (signaleringswaarde: <0,75) De huidige liquiditeitspositie vereist een strakke monitoring. Stichting Proloog voldoet aan de norm zoals deze is gesteld door de PO-Raad (0,75). Ook hier geldt dat de aanpassing van de bekostiging van schooljaar naar boekjaar een negatief effect heeft op de liquiditeit. De vooruitontvangen subsidiegelden voor school en omgeving (Proloog penvoerder) en verbetering basisvaardigheden zorgen er voor dat de liquiditeiten eind 2023 € 5.046 bedragen.
Liquiditeit 3,00 2,50 2,00 1,50 1,00 0,50 0,00
2017
2018 Signalering
2019
2020
Proloog
Signaleringswaarde Hoeveel eigen vermogen heeft een onderwijsinstelling (school of samenwerkingsverband passend onderwijs) redelijkerwijs nodig voor een gezonde bedrijfsvoering, en wanneer is het mogelijk te veel? Om daar een indicatie voor te hebben, hanteert de Inspectie van het Onderwijs vanaf 2020 de ‘signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen’. De signaleringswaarde gaat over het publieke deel van het eigen vermogen, dus exclusief privaat vermogen.
2021
2022
2023
Vergelijkbare stichtingen
De signaleringswaarde van stichting Proloog bedraagt:
2022
Signaleringswaarde:
6.349.532
Eigen vermogen
3.373.403
Percentage
62,53%
Binnen stichting Proloog is derhalve geen sprake van bovenmatig eigen vermogen.
Meer info: www.schoolbesturenopdekaart.nl (bestuursnummer 41850) voor andere kengetallen en ratio’s. Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2022 • 7
C2. Analyse resultaat Algemeen In onderstaand overzicht zijn de cijfers opgenomen van de jaarrekening 2022 in vergelijking tot 2021 en de begroting 2022.
Tevens zijn de verschillen weergegeven tussen de beide jaarrekeningen en de jaarrekening 2022 ten opzichte van de begroting 2021.
2022
Begroting 2022
2021
Verschil 20222021
Verschil 2022Begroting 2022
30.313
27.619
27.478
2.835
2.693
• Overige overheidsbijdragen en -subsidies
778
312
424
354
466
• Overige baten
741
803
1.058
-317
-62
Totaal baten
31.832
28.735
28.960
2.872
3.110
x € 1.000,-
Post
Afwijking x € 1.000,-
Verklaring
Rijksbijdragen OCW
+ 2.693
De loonkloof tussen het primair en voortgezet onderwijs is gedicht. Dit akkoord werd op 22 april 2022 ondertekend door de vakbonden en de PO-Raad. Kort daarna in juni 2022 lag er een nieuw onderhandelaarsakkoord met aanvullende afspraken over het ouderschapsverlof, professionalisering en een loonsverhoging. De gevolgen van de nieuwe CAO zijn volledig gecompenseerd middels een stijging van de reguliere rijksbijdragen van circa € 2,5 miljoen (circa 7%). Als gevolg van de vereenvoudiging bekostiging PO wordt de bekostiging voor personele lumpsum vanaf 1 januari 2023 omgezet van een schooljaarbekostiging naar kalenderjaarbekostiging. Als gevolg hiervan is de vordering die normaal gesproken op 31 december 2022 op de balans zou staan, niet inbaar is afgeboekt ten laste van de rijksbijdragen (-1.411.000). Het afboeken van deze vordering doet geen afbreuk aan de lopende bezwaarprocedure die de PO-raad namens een aantal schoolbesturen in gang heeft gezet. Voor de financiering van de nieuwkomersvoorzieningen in de gemeente Leeuwarden is 941 aan aanvullende subsidie ontvangen. Tenslotte heeft er eind december een aanvullende uitkering plaatsgevonden vanuit het samenwerkingsverband Fryslan (+146). Vanwege de NT2 voorziening is er aanvullende rijksbijdragen ontvangen.
Tevens wordt op basis van de detail begroting ingeschat dat er voor de komende periode nog circa 450 aan aanvullende subsidie kan worden aangevraagd.
Overige overheidsbijdragen
+ 466
Voor het schooljaar 2022-2023 zijn er vijftien scholen van Proloog (2021-2022: 11) waaraan de gemeente een subsidie heeft toegekend in het kader van het project Kansen voor Kinderen. De totale subsidie voor schooljaar 2022-2023 os toegenomen naar 423 (+190). Voor de facilitering van de noodopvang voorzieningen is vanuit de OHBA regeling door de gemeente Leeuwarden 173 beschikbaar gesteld. Vanwege de stijgende energie en grondstofprijzen is de vergoeding voor energielasten voor gymzalen verhoogd naar 97.
Baten • Rijksbijdragen OCW
Lasten • Personeelslasten
26.097
22.647
22.411
3.683
-3.450
• Afschrijvingen
998
936
927
71
-63
• Huisvestingslasten
2.764
2.214
2.498
266
-550
• Overige instellingslasten
2.552
2.889
2.426
126
337
Totaal lasten
32.411
28.685
28.262
4.149
-3.726
Financiële baten en lasten
-17
-13
-20
3
-5
Resultaat
-597
37
678
-1.275
-704
8•
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2022 • 9
Post
Afwijking x € 1.000,-
Overige baten
- 62
Personele lasten
- 3.447
Verklaring Er is een eindafrekening opgesteld voor de Taalschool. Verwacht was een tekort van circa 100. Dit tekort is volledig teniet gedaan door de toerekening van de NPO gelden en lagere vervangingskosten. Hierdoor wordt een bijdrage vanuit Proloog en PCBO voor de voorzienig Taalschool niet verwacht wat wel was begroot (-30). Daarnaast zijn de detacheringskosten lager dan in de begroting rekening mee gehouden vanwege het stoppen van de detachering van een onderwijsadviseur (uitdienst) en de begeleider jonge kind (uitdienst) -30. Op vrijdag 20 mei is een nieuw CAO akkoord afgesloten. In dit CAO-akkoord dat in is gegaan met terugwerkende kracht per 1 januari 2022, wordt de loonkloof tussen het primair en voortgezet onderwijs gedicht. Dit zorgt voor een hoger salaris en dat maakt het aantrekkelijker om in het primair onderwijs te werken. Ook is er een extra beloning voor schoolleiders. De extra loonkosten als gevolg van de nieuwe CAO bedragen ongeveer 1,6 miljoen op jaarbasis en zijn volledig gecompenseerd door het ministerie van OCW. Op 1 december 2021 is daarnaast een NT2 voorziening voor nieuwkomers gestart. De nieuwe NT2 voorziening was niet meegenomen in de begroting 2022 van Proloog. Proloog is hiervoor penvoerder.
Op basis van de financiele verantwoording over 2022 is de NT2 voorziening resultaat neutraal zijn echter is er voor in totaal 1,1 miljoen aan aanvullende personele lasten voor 2022 (met name personeel niet in loondienst) gerealiseerd. De hogere loonkosten worden daarnaast beinvloed door hogere vervangingskosten (-534), hogere inhuur derden als gevolg van de inzet van personeel op NPO gelden en een gedeeltelijke premievrijstelling van het participatifonds (+140).
Afschrijvingen
- 63
Huisvestingslasten
- 550
Overige instellingslasten
+ 209
In 2022 was het noodzakelijk om 2 interim schooldirecteuren in te huren (-207). De incinetle advieskozten waren daarnaast lager dan waar in de begroting rekening mee is gehouden waardoor de totale kosten van advies en inhuur 161 hoger waren dan waar in de begroting rekening mee was gehouden. De kosten voor projecten zijn lager dan waar in de begroting rekening mee is gehouden (-370). Dit wordt met name veroorzaakt door de niet bestede NPO gelden. Voor de NPO gelden is het mogelijk om deze gelden uiterlijk eind schoooljaar 2023-2024 te besteden. Voor een zorgvuldige besteding wordt gebruik gemaakt
Financiële baten en lasten
-5
De spaarrente was gemiddeld in 2022 negatief. De positieve spaarrekening zorgde dan ook voor extra rentelasten (-5). De jaarlijkse overige financiele lasten zijn al jaren stabiel (10).
10 •
De werkelijke afschrijvingslasten zijn hoger dan waar in de begroting rekening mee is gehouden. Dit heeft te maken met investeringen op projecten die in 1x worden afgeschreven en ten laste van het project worden gebracht. Vanwege de incidentele financiering is ervoor gekozen om deze in 1x af te schrijven. In het begin van 2022 hadden we nog te maken met hogere schoonmaak (-86), energiekosten (-96) en keukenbenodigheden (-38) als gevolg van Covid-19. Op basis van de nieuwer CO2 meters willen we zorgen dat er doelmatig en niet onnodig wordt geventileerd. Daarnaast zijn de extra schoonmaakwerkzaamheden in de loop van 2022 afgebouwd. De dotatie aan de voorziening onderhoud is vanwege stijgende grondstofprijzen herijkt en gestegen naar 750 (-247). Het incidenteel onderhoud is opnieuw hoger mede vanwege problematiek met bestaande gebouwen (-262).
C3. Financiering
•
In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de uitvoering van het beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille.
• •
Algemeen Proloog heeft de beschikking over een rekening courant krediet bij de Rabobank van € 875.000,-. Treasury De wettelijke kaders voor het beleid inzake beleggen, lenen en financiële derivaten zijn opgenomen in de ‘Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2017’ (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, 1 juli 2017). Afgeleid van deze regeling heeft stichting Proloog een treasurystatuut opgesteld. Beleid en de uitvoering ten aanzien van het beleggen en belenen De algemene doelstellingen van het treasurybeleid van Stichting Proloog zijn: • het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde middelen tegen acceptabele condities; • het minimaliseren van de kosten van het verkrijgen van financiële middelen; • het optimaliseren van het rendement van eventuele tijdelijk overtollige liquide financiële middelen; • het beheersen van financiële risico’s die aan de financiële posities en geldstromen zijn verbonden; het registreren van transacties in de administratie; • het vormen van adequate dossiers;
een goede interne en externe informatievoorziening over de uitvoering van het treasurybeleid; het nakomen van wettelijke verplichtingen inzake bovenstaande.
Omvang van de beleggingen en beleningen Lening Stichting Greencrowd: In 2013 is een lening van € 24.050,- aangegaan met de Stichting Greencrowd ten behoeve van de aanleg van zonnepanelen op De Potmarge. De lening kent twee tranches: a. € 12.000,- af te lossen in vijf jaar annuïtair met vaste rente van 4%; einddatum looptijd tot 1 augustus 2018. b. € 12.050,- af te lossen in tien jaar annuïtair met vaste rente van 6%; einddatum looptijd tot 1 augustus 2023.
Daarnaast heeft Proloog de beschikking over de volgende kredietfaciliteiten in rekening courant:
Kasstroomoverzicht
Rabobank
Krediet 875.000
Saldo 4.98500
Het kasstroomoverzicht is in de jaarrekening opgenomen. Uit dit overzicht blijkt dat het saldo aan liquide middelen in 2022 is toegenomen met € 3.418,. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een operationeel positief resultaat over 2022 (+207), door gemeente Leeuwarden afgeloste voorfinanciering verbouwing IKC Wiarda (+500)en de vooruitontvangen subsidies PSO (600) en verbetering basisvaardigheden (1.041).
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2022 • 11
C4. Begroting
Resultatenrekening
Begroting 2023 (x € 1.000)
• Rijksbijdragen OCW
30.686
• Overige overheidsbijdragen
419
• Overige baten
619
Totaal baten
31.725
• Personeelslasten
25.623
• Afschrijvingen
932
• Huisvestingslasten
3.233
• Overige instellingslasten
2.928
Totaal lasten
32.717
Saldo financiële baten en lasten
De begroting 2023 is door het College van Bestuur vastgesteld op 5 december 2022 en door de Raad van Toezicht goedgekeurd op 21 december 2022 na positief advies door de GMR (20 december 2022). De gemeenteraad van de gemeente Leeuwarden heeft de begroting 2023 nog niet in behandeling genomen. De begroting sluit met een negatief exploitatieresultaat van € 1.000.
-8
Totaal resultaat Waarvan
-1000
Eenmalige aanvullende kosten NPO 22-23
-628
Stijging energielasten
-750
Genormaliseerd resultaat
378 Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
12 •
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2020 • 13
D. Meerjarenperspectief Uitgangspunten meerjarenperspectief Stichting Proloog heeft in lijn met de uitgangspunten van de PO-Raad de volgende normen vastgesteld als het gaat om de kengetallen solvabiliteit en liquiditeit: signaal PO-raad norm Proloog solvabiliteit
30%
35%-45%
liquiditeit
0,75
0,75-1,25
Stichting Proloog heeft als ambitie de solvabiliteit en de liquiditeitsnorm structureler hoger te stellen dan de normen zoals opgenomen in de signaallijst PO-Raad. Dit heeft de volgende redenen: • Proloog heeft onder verscherpt toezicht gestaan van het ministerie van OCW en Gemeente Leeuwarden. Hierdoor wordt voorzichtigheid betracht. • De uitkomsten uit de risicoparagraaf geven aanleiding tot een hogere buffer. Met name de risico’s m.b.t. de gemeentelijke herindeling en de personele risico’s geven aanleiding tot een hogere norm.
Koersplan 2023-2027 Het koersplan 2023-2027 is ten tijde van het opstellen van de begroting 2023 nog niet gereed. In de meerjarenbegroting hebben we daarom ook nog geen rekening gehouden met extra uitgaven als gevolg van de uitwerking van het koersplan 2023-2027. Wel is er in de meerjarenbegroting rekening mee gehouden dat de energiekosten de komende jaren structureel hoger zijn. Mede gezien de krappe liquiditeitspositie geeft dit een extra uitdaging om extra financiële middelen vrij te spelen voor het koersplan. In het meerjarenperspectief is nu rekening gehouden met het volgende: • er wordt € 2.000 gereserveerd voor vervangingsinvesteringen ICT • de huidige budgetten voor goed werkgeverschap worden gecontinueerd (€ 800) • de huidige budgetten voor goed onderwijs en ontwikkelingsaanbod worden gecontinueerd (€ 220)
Vereenvoudiging bekostiging Vanaf januari 2023 heeft het primair onderwijs te maken met een vereenvoudiging van de bekostiging. Aanleiding voor een eenvoudiger bekostigingssystematiek is het feit dat het ‘oude’ systeem als complex, sturend en lastig voorspelbaar wordt gezien. Daardoor sluit die onvoldoende aan bij de sturingsfilosofie van de lumpsum, namelijk dat schoolbesturen vrij zijn om binnen de wettelijke kaders de beschikbare middelen naar eigen inzicht te besteden voor de realisatie van hun onderwijskundige doelen. Op basis van de meest recente informatie zal de nieuwe bekostiging structureel leiden tot een lagere rijksbijdrage (-€ 135). Hierbij is vooralsnog sprake van een overgangsregeling van 4 jaar, wat inhoudt dat in de jaren 2023 t/m 2026 de bekostiging met -€ 33 wordt verlaagd.
Daarnaast zal de vereenvoudiging leiden tot de volgende effecten voor het meerjarenperspectief: • De vordering op OCW verdwijnt per 31 december 2022 (31-12-2021 € 1.441); incidenteel. Voor de afwikkeling van deze vordering is op het moment van schrijven van deze begroting nog een bezwaar onderhanden. Het ministerie van OCW is namelijk niet voornemens de schoolbesturen te compenseren voor deze afboeking. • Mocht er sprake zijn van een negatief besluit op dit bezwaar dan leidt de afboeking tot een verlaging van het weerstandsvermogen met hetzelfde bedrag. • De fusiecompensatie middelen zijn eind 2022 ineens ontvangen en zijn geen onderdeel meer van de rijksbekostiging vanaf 2023.
Aanpassing voorziening Groot onderhoud niet haalbaar voor 2023 De voorziening Groot onderhoud is een manier om de kosten voor onderhoud aan huisvesting te verwerken in de jaarrekening. Deze voorziening zou per 2023 worden gewijzigd. Schoolorganisaties hebben echter onvoldoende tijd om adequaat te anticiperen op deze wijziging. PO-Raad en VO-raad hebben hierover samen met OCW een brief gestuurd aan de Raad voor de Jaarverslaggeving. De sectororganisaties verwachten dat schoolbesturen het onderhoud tot en met 2023 in de jaarcijfers kunnen verwerken op dezelfde wijze als dat ze dit voor het kalenderjaar 2021 hebben gedaan. Bron: PO-raad
• •
het opbouwen van voorziening per onderhoudsinvestering het activeren van onderhoud
De huidige methode van egaliseren van de onderhoudskosten die Proloog - net als vele andere schoolbesturen - al enkele jaren heeft toegepast, is na goedkeuring niet meer toegestaan. Na intern onderzoek blijkt dat de keuze voor activering van het onderhoud dan het beste aansluit bij de financiële huishouding van Proloog. In het meerjarenperspectief is nu rekening gehouden met de oude systematiek inzake het groot onderhoud.
Personele bezetting en leerlingenaantallen Kengetal
2022-2023
2023-2024
2024-2025*
2025-2026*
3.493
3.445
3.412
3.420
Personele bezetting in FTE (scholen) - excl. projecten als NPO. Te verdelen in:
231
233
231
231
• Bestuur/Management
20
20
20
20
• Personeel primair proces
186
187
186
186
• Ondersteunend personeel
25
26
25
25
Leerlingenaantallen
14 •
Wijziging verwerking groot onderhoud (uitgesteld) In afwachting van goedkeuring van het wetsvoorstel worden schoolbesturen beperkt in de vrijheid wat betreft de verwerking van het onderhoud. Naar verwachting gaat het hierbij vanaf boekjaar 2024 om de volgende keuzes:
*Prognose
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
is bij de meerjarenbegroting geen rekening gehouden met deze compensatie dan wel een structurele compensatie.
liquiditeit en solvabiliteitspositie kunnen blijven behouden.
Meerjarenbegroting 1
Activa
Het komend jaar zullen we gebruiken om scenario’s uit te werken die ervoor zorgdragen dat we ook voor de komende jaren een goede
Werkdrukverlagende middelen
Totaal
Werkdrukverlagende middelen 2022-2023 (5/12 deel)
409.057
Werkdrukverlagende middelen 2021-2022 (7/12 deel)
533.869
Totaal inkomsten
942.926
Personele uitgaven
878.981
Materiële uitgaven
17.324
Totaal uitgaven
896.305
Saldo (nog te besteden 2023)
46.621
16 •
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
1.2
Materiële vaste activa
1.2.1
• Gebouwen en terreinen
1.511
1.472
1.459
1.446
1.433
1.2.2
• Inventaris en apparatuur
2.605
2.017
3.079
2.881
2.691
1.2.3
• Andere vaste bedrijfsmiddelen
450
675
817
966
1.118
4.565
4.164
5.355
5.293
5.511
660
673
687
700
714
0
0
0
0
0
Totaal vaste activa Naast de energielasten zal, als gevolg van inflatie stijgingen, er druk ontstaan op de algehele financiële huishouding. Dit brengt mee dat we de komende jaren verwachten dat zonder extra prijsbijstellingen vanuit het ministerie van OCW er een steeds negatiever financieel beeld ontstaat.
31-12-2023
Vaste activa
Activa In de meerjarenbegroting is er rekening mee gehouden dat de energielasten de komende jaren structureel hoger zullen zijn als gevolg van stijgende energietarieven, leveringstarieven en hogere energiebelasting. Voor 2023 is € 375 miljoen beschikbaar gesteld aan het onderwijs voor compensatie van deze stijgende energielasten. Onduidelijk is hoe dit bedrag wordt verdeeld dan wel of er sprake zal zijn van een structurele compensatie aan het onderwijs. Dit zal in juni 2023 duidelijk worden. Derhalve
31-12-2022
Vlottende activa 1.5
Vorderingen
1.5.1
• Debiteuren
1.5.2
• OCW
1.5.7
• Overige vorderingen
726
741
755
770
786
1.5.8
• Overlopende activa
331
338
344
351
358
Totaal vlottende activa
1.717
1.751
1.786
1.822
1.859
Liquide middelen
5.046
2.290
371
432
155
Totaal activa
11.328
8.205
7.513
7.547
7.525
1.7
Ref. Toelichting 1.2.1 In 2022 is een bijdrage betaald van 400 aan het binnenklimaat Oldenije. Voor de komende jaren is in afwachting van een duurzaam intergaal huisvestingsplan en de aanpassing van de systematiek omtrent de verwerking van groot onderhoud geen extra investeringen opgenomen. Bij de voorziening onderhoud is wel de dotatie verhoogd naar 750. 1.5.2. De vordering op OCW is als gevolg van de vereenvoudiging bekostiging verlaagd naar 0,- in afwachting van een positieve uitspraak op het beroepsschrift. 1.2.2 In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met investeringen in devices (€ 2.000) 1.5.7 De liquiditeit zal in 2023 dalen door de besteding van de in 2022 vooruitontvangen subsidies school en omgeving en verbetering basisvaardigheden en in 2023 als gevolg van de n de verwachte herinvesteringen in ICT (€ 2.000). Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
2
Passiva
31-12-2022
31-12-2023
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
2.1
Eigen vermogen
2.1.1
Algemene reserve
2.102
1.914
2.070
1.914
1.751
2.1.2
Bestemmingsreserves
1.272
450
145
145
145
Totaal vermogen
3.374
2.364
2.215
2.059
1.896
2.2
Voorzieningen
2.2.1
Personeelsvoorzieningen
560
500
650
700
700
2.2.2
Voorziening onderhoud
1.249
1.345
1.441
1.537
1.633
Totaal voorzieningen
1.809
1.845
2.091
2.237
2.333
2.3
2.2.1 129
111
93
75
57
727
742
756
771
787
1.006
1.026
1.047
1.068
1.089
2.4
Kortlopende schulden
2.4.3
Crediteuren
2.4.6
Belastingen en premies sociale verzekeringen
2.4.7
Schulden terzake van pensioenen
297
303
309
315
321
2.4.8
Overige kortlopende schulden
603
615
627
640
653
2.4.9
Overlopende passiva
3.383
1.200
374
381
389
Totaal kortlopende schulden
6.016
3.886
3.113
3.176
3.239
Totaal passiva
11.328
8.205
7.513
7.547
7.460
18 •
Ref. 2.1.1
2.1.2
Langlopende schulden Totaal langlopende schulden
In de meerjarenverwachting is rekening gehouden met de volgende ontwikkelingen (op basis van referentie): Toelichting De afboeking van de vordering op OCW en verwachte negatieve resultaten zorgen voor een verlaging van het weerstandsvermogen. De bestemmingsreserve heeft betrekking op de niet bestede NPO gelden. Na verwachting zullen deze met uitzondering van de risicoreserve voor personele verplichtingen (145) eind 2024 volledig besteed zijn. De verwachting is dat vanwege de modernisering van het participatiefonds een hogere personele voorziening noodzakelijk is (zie ook risicoparagraaf ).
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2020 • 19
Staat van baten en lasten
2023
2024
2025
2026
2027
Baten 30.686
28.712
29.303
29.854
30.499
• Overige overheidsbijdragen en -subsidies
409
335
335
335
335
• Overige baten
619
610
621
632
643
Totaal baten
31.715
29.657
30.258
30.821
31.478
• Personeelslasten
25.623
23.215
23.924
24.527
25.002
• Afschrijvingen
932
561
794
813
961
3.233
2.990
3.016
2.992
3.019
• Rijksbijdragen OCW
Lasten
• Huisvestingslasten
2.928
3.030
2.671
2.642
2.695
Totaal lasten
32.717
29.796
30.405
30.975
31.676
Saldo baten en lasten
-1.002
-140
-147
-154
-199
-8
-9
-9
-9
-9
-1.010
-149
-156
-163
-208
• Overige instellingslasten
Financiële baten en lasten Netto resultaat • Vordering OCW • Fusiecompensatie (eenmalig) • Besteding NPO gelden
-810
• Energielasten (structureel?)
-750
Resultaat incl. niet structurele posten
550
20 •
-149
-156
-163
-208
Uitgangspunten bij het opstellen van het meerjarenperspectief Zoals eerder vermeld wordt het negatief resultaat voor 2023 voornamelijk veroorzaakt door stijgende energielasten. Inmiddels zijn de energieprijzen weer genormaliseerd. In de meerjarenbegroting is rekening gehouden met lagere energieprijzen. Daarnaast verwachten we dat als gevolg van inflatie en algehele prijsstijgingen er de komende jaren ook meer druk ontstaat op de algehele financiële huishouding met als gevolg een negatief resultaat voor de periode tot en met 2028. Het komend jaar zullen we nauwlettend de ontwikkelingen volgen en op basis van deze ontwikkelingen passende maatregelen treffen zoals we het afgelopen jaar ook hebben gedaan. Specifieke maatregelen die reeds al zijn genomen is het hanteren van een opslagpercentage op de projectfinanciering voor risico’s. het aanvragen van incidentele subsidies voor beleidsprojecten, strakke monitoring op de inzet van extra personeel (met name bij vervangingsvraagstukken) en het uitstellen van meerjarige investeringen in meubiliar, leermiddelen en ICT.
De meerjarenbegroting houdt verder rekening met: Rijksbijdragen OCW • Een verwachte stijging van de rijksbijdragen van 2% per jaar. • Een stabilisatie van de werkdrukverlagende middelen en onderwijsachterstandsmiddelen. • De aanvullende subsidies zoals NPO, verbetering basisvaardigheden zullen resultaatneutraal worden besteed. • In de rijksbijdragen is rekening gehouden met een daling van de bekostiging in verband met de opheffing van twee brinnummers. Hiervoor worden er fusiemiddelen ontvangen voor de periode 2020 t/m 2025. In de meerjarenbegroting is er rekening mee gehouden dat de fusiemiddelen de daling van de rijksbekostiging zullen compenseren.
Huisvestingslasten • Voor de komende jaren wordt rekening gehouden met een verhoging van de jaarlijkse dotatie aan de voorziening onderhoud naar € 750,- (was € 600,-). • Voor de komende jaren houden wij rekening met relatief hogere energiekosten dan de afgelopen jaren maar ook met een verwachte besparing vanwege energiebesparende maatregelen. Cijfermatig komt dit neer op een verwachte energielast voor 2024 van € 950 en het streven naar een energielast voor 2027 van 900. Overige instellingslasten • In de jaren 2022-2024 is sprake van extra projectkosten vanwege de uitvoering van de programma’s in het kader van het NPO en Verbetering basisvaardigheden. • Daarna zullen de overige instellingslasten weer normaliseren.
Personele lasten • Een verwachte stijging van de personele lasten van 2% per jaar • Een verwachte daling van de personele lasten vanwege het beëindigen van de projecten NPO en verbetering basisvaardigheden vanaf 2023. Afschrijvingslasten • De afschrijvingslasten zullen in 2024 en 2025 lager zijn vanwege uitstel van herinvesteringen in devices.
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2022 • 21
D1. Rapportage Het risicobeheersingssysteem waarborgt dat tijdig risico’s worden gesignaleerd. Het risicobeheersingssysteem is te verdelen in de rollen en verantwoordlijkheden binnen de organisatie (zie onderstaand organogram) en de wijze van rapportering over resultaten.
Raad van Toezicht De Raad van Toezicht ziet toe op het functioneren van het College van Bestuur en heeft een aantal (instemmings)bevoegdheden
Organogram
die beschreven zijn in de statuten zoals de begroting en de jaarrekening. De Raad van Toezicht volgt alle belangrijke ontwikkelingen binnen Proloog. Naast toezichthouder is de Raad van Toezicht een klankbord voor het College van Bestuur.
Remuneratiecommissie
Auditcommissie Onderwijs
DirecteurenBeraad
De commissie bestaat uit 2 leden van de Raad van Toezicht en doet voorstellen aan de RvT over de beloning en de overige arbeidsvoorwaarden van het bestuur.
De commissie bestaat uit 2 leden van de Raad van Toezicht en heeft periodiek overleg met het College van Bestuur en de directeur onderwijs over onderwijskundige zaken (o.a. monitorverslag).
Het Directeuren Beraad adviseert het College van Bestuur op beleidsniveau en vindt de dialoog plaats over ‘halffabricaten’, zodat er betrokkenheid is en meegedacht kan worden over de verdere uitwerking. Het DB is een professionele lerende organisatie waar (nieuwe) kennis wordt gedeeld, die meedenkt en meebeslist. Het DB vindt (gemiddeld) maandelijks plaats. Op uitnodiging worden gasten uitgenodigd (b.v. beleidsmedewerkers, directeuren, MR).
Auditcommissie Financiën De Raad van Toezicht richt zich in beide rollen op thema’s als strategie, governance, bedrijfsvoering, financiën, kwaliteitszorg en risicomanagement. Daarnaast vervult de Raad van Toezicht de rol van werkgever voor het College van Bestuur.
De commissie bestaat uit 2 leden van de Raad van Toezicht en heeft periodiek overleg met het College van Bestuur en de directeur bedrijfsvoering over financiële zaken (o.a. de begroting, management rapportage en de jaarrekening).
College van Bestuur Het CvB is eindverantwoordelijk en legt verantwoording af aan de Raad van Toezicht over het gevoerde (meerjaren)beleid binnen de stichting. Het College van Bestuur is leidinggevende van de schooldirecteuren en van de directeur bedrijfsvoering, directeur onderwijs en de senior stafmedewerker P&O. Er zijn 3 thema’s die worden aangestuurd vanuit het CvB: Onderwijs Bedrijfsvoering Personeelszaken
22 •
GMR De GMR geeft gevraagd en ongevraagd advies en is gesprekspartner voor de bestuurder. Op verschillende terreinen hebben zij instemmingsrecht zoals het bestuursformatieplan. De bevoegdheden van de GMR zijn nader beschreven in de wet om de medezeggenschap (WMS).
Regieoverleg De voorzitter van elke projectgroep heeft overleg met de leden van het kernteam in het regie-overleg. Hierin worden de ontwikkelingen en voortgang binnen de projectgroepen gedeeld en verbonden aan ontwikkelingen binnen het stafbureau, en aan projecten en programma’s.
Kernteamoverleg In het Kernteamoverleg zijn de directeuren bedrijfsvoering en onderwijs, de Sr. stafmedewerker P&O en het CvB vertegenwoordigd. Dit is een informerend overleg waar tevens op operationeel niveau besluiten kunnen worden genomen over reguliere lijnactiviteiten van het stafbureau. Ook wordt in het Kernteam besloten over aan het onderwijs ondersteunende en kader stellende activiteiten die wegens wetgeving moeten worden ontplooid. Het Kernteamoverleg vindt wekelijks plaats. Op uitnodiging worden gasten uitgenodigd (b.v. beleidsmedewerkers, directeuren, GMR, Raad van Toezicht).
in het regie-overleg. Meerdere onderling verbonden projecten kunnen samen een programma vormen. Een project heeft altijd een opdrachtgever.
Klankbordgroep DB De klankbordgroepen hebben als functie de leden van het stafbureau te voorzien van advies over thema’s op het gebied van onderwijs, bedrijfsvoering en personeelszaken.
Projectgroepen DB Een project bestaat uit een projectleider en projectleden. Het is een tijdelijke organisatievorm met mensen vanuit verschillende disciplines, waarin een concreet specifiek eindresultaat wordt opgeleverd. De halffabricaten en eindproducten worden in het DB gepresenteerd en tussentijds afgestemd
Stafbureau Het stafbureau faciliteert de scholen op het vlak van onderwijs, personeelszaken, financiën, huisvesting en communicatie. Het stafbureau kent een hiërarchisch opgebouwde structuur.
Afdeling Bedrijfsvoering De afdeling bedrijfsvoering begeleidt de scholen op het gebied van financiën, huisvesting en pr & communicatie.
Afdeling Onderwijs De afdeling onderwijs begeleidt de scholen op het gebied van onderwijskundig beleid en uitvoering.
Afdeling P&O De afdeling P&O begeleidt de scholen op het gebied van personeelszaken en de uitvoering hiervan.
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2022 • 23
E. Risicoparagraaf Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden In onderstaande paragraaf zijn de risico’s voor Proloog nader beschreven. Dit betreffen risico’s van financiële aard. In deze risicoparagraaf zijn geen risico’s opgenomen met betrekking tot onderwijsprestaties. Modernisering participatiefonds per 1 augustus 2022 Het participatiefonds draagt al jaren zorg voor de vergoeding en uitbetaling van de volledige werkloosheidsuitkering. De modernisering houdt voor ons als schoolbestuur in dat er vanaf 1 augustus 2022 een eigen bijdrage van 50% van de werkloosheidskosten is verschuldigd. De werkgever kan een verzoek indienen om de eigen bijdrage te verlagen tot 10% in het geval het ontslag voldoet aan één van de beëindigingsgronden in het reglement en als het schoolbestuur voldoet aan de inspanningsverplichting om het ontslag te voorkomen. Op basis van informatie van het participatiefonds zal de premie van het vervangingsfonds (nu 4% van de loonkosten) vooralsnog niet dalen waardoor stichting Proloog met extra personele lasten wordt geconfronteerd.
24 •
Op basis van een rapportage, ontvangen van het participatiefonds (februari 2020), blijkt dat er voor oud-medewerkers van Proloog over de periode van 2016 t/m 2020 er € 2,3 miljoen aan uitkeringen is uitbetaald door het participatiefonds. Op basis van een scenarioberekening over de periode 2016 t/m 2020 zou een eigen bijdrage van € 875 (gemiddeld € 175 per jaar) verschuldigd zijn. Gelukkig worden de uitkeringen van vóór 1 augustus 2022 niet in rekening gebracht. Alleen een eigen bijdrage voor uitkeringen die worden veroorzaakt door uitdiensttreding vanaf 1 augustus 2022 komen voor rekening van Proloog.
Risico: Stijging personele lasten Risico inschatting: Impact: Hoog Kans: Hoog Getroffen maatregelen: Lasten afgelopen 5 jaar in kaart gebracht Risicoanalyse uitgevoerd. Netto risico: Impact: Hoog Kans: Hoog Te treffen maatregelen: • Gesprekkencyclus optimaliseren in het personeelsbeleid • Begeleiding door de leidinggevende van de medewerkers gedurende de loopbaan intensiveren • Schatting kosten: 175 (per jaar) Risico-eigenaar: College van Bestuur
Toename van de personele risico’s en verplichtingen (WNRA, WAB, WGA, ZW) Het kabinet streeft naar structurele verbeteringen van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Een goed werkende arbeidsmarkt is van groot belang voor economische groei. Er zijn en worden wijzigingen doorgevoerd in de flexwet, ontslagrecht en de werkloosheidswet. De invoering van de WAB en de WNRA, nieuwe cao’s en andere ontwikkelingen dwingen schoolbesturen diverse aspecten van het bestaande personeelsbeleid tegen het licht te houden. Voor het primair onderwijs is dit extra urgent vanwege de terugtrekkende beweging van het participatie- en vervangingsfonds. Voor het openbaar onderwijs speelt nog de normalisatie van de rechtspositie van ambtenaren.
De belangrijkste ontwikkelingen op dit gebied zijn: De invoering van de WAB per 1 januari • 2020 (Wet arbeidsmarkt in balans) en de gevolgen voor het vervangingsbeleid De invoering van de WAB per 1 januari • 2020 (Wet arbeidsmarkt in balans) en de gevolgen voor het aannamebeleid en ontslagrecht De invoering van de WNRA per 1 januari • 2020 (Wet normalisering rechtspositie ambtenaren) Eigen risicodragerschap WGA • Eigen risicodragerschap Ziektewet • De invoering van kindcentra en de • gevolgen voor de personele invulling (eventuele nieuwe functies en werkgeverschap) De verhoging van de pensioengerechtigde • leeftijd De impact van gevolgen op het gebied • van CAO
Risico: • Flexibiliteit in het personeelsbestand • Voldoen aan wet- en regelgeving • Verhoging personele kosten door transitievergoedingen en boventallig personeel Bruto risico: Impact: Hoog Kans: Hoog Getroffen maatregelen: • Huidige ontwikkelingen volgen en juridische ondersteuning • Flexpool • De flexibele schil is teruggebracht en de omvang in FTE wordt maandelijks gemonitord. • Europese aanbesteding inhuur van derden • Herverzekering WGA Netto risico: Impact: Hoog Kans: Middel Schatting kosten: PM Risico-eigenaar: College van Bestuur
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2022 • 25
Stijgende grondstof- en energieprijzen en tekort aan (bouw)materialen Er zijn verschillende oorzaken voor stijgende grondstof en energieprijzen en een tekort aan bouwmaterialen. Het is onduidelijk in hoeverre er sprake is van een tijdelijke stijging van de prijzen en tekorten of dat dit voor een langere periode zich voordoet. Het is ook nog onduidelijk of deze stijgende materiële uitgaven ook worden gecompenseerd in een hogere rijksbijdrage dan wel een verlaging van bijvoorbeeld de energiebelasting.
Risico: • Hogere energielasten • Hogere investeringskosten voor nieuw en verbouw • Hogere materiele kosten Bruto risico: Impact: Hoog Kans: Hoog Getroffen maatregelen: Energiekosten Actieve regeling en monitoring van gas en electra verbruik Bouwprojecten (Europese) aanbesteding van bouwprojecten, diensten en leveringen Gedetailleerde begrotingen van nieuwbouwprojecten en het uitvoeren van periodieke second opinions op de investeringsbegrotingen. Materieel Meerjarige contracten wat betreft de levering van materiaal met duidelijke afspraken over indexatie van prijzen. Netto risico: Impact: Hoog Kans: Middel Schatting kosten: PM Risico-eigenaar: College van Bestuur
26 •
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2022 • 26
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Proloog Bijlagen Jaarverslag 2020 • 27
Stafbureau Proloog Fonteinland 11, 8913 CZ Leeuwarden 234 7520 | info@proloog.nl | www.proloog.nl 28(058) •
Jaarrekening 2022
Leeuwarden, 30 mei 2023
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Jaarstukken 2022
Inhoudsopgave B
Jaarrekening
B.1 B.1.1 B.1.2 B.1.3 B.1.4
Grondslagen Balans per 31 december 2022 Staat van baten en lasten 2022 Kasstroomoverzicht 2022 Toelichting jaarrekening - Toelichting op de onderscheiden posten van de balans - Model G: Geoormerkte doelsubsidies OCW - Niet uit de balans blijkende verplichtingen - Model E: Overzicht verbonden partijen - Toelichting op de onderscheiden posten van de staat van baten en lasten - WNT
C
Overige gegevens
C.1 C.2 C.3
Controleverklaring Bestemming exploitatiesaldo Gebeurtenissen na balansdatum
D
Bijlagen
D.1 D.2
Gegevens over de rechtspersoon Nevenfuncties Raad van Toezicht
Pagina
3 7 9 10 11 24 26 27 28 42
45 47 48
50 51
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1
Grondslagen voor de jaarrekening 1. Algemeen Activiteiten van het bevoegd gezag In deze jaarrekening zijn de activiteiten van Stichting Proloog in de gemeente Leeuwarden verantwoord. De jaarrekening is opgesteld op het niveau van het bevoegd gezag. Grondslagen voor de jaarrekening De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de Jaarverslaggeving. Deze bepalingen zijn van toepassing op grond van de Regeling Jaarverslaggeving Onderwijs en Richtlijn 660. Activa en passiva worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen. Continuïteitsveronderstelling: Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling van de entiteit.
Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management zich oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen van deze schattingen van toekomstige opbrengsten, kasstromen en resultaten afwijken; deze schattingen zijn omgeven door onzekerheden als gevolg van wijzigingen in economische en marktomstandigheden. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen: ◾ Inschattingen en aannames die worden gedaan ter bepaling van de voorziening voor onderhoud, jubilea, duurzame inzetbaaheid en personeel.
Pagina 3
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1
Grondslagen voor de jaarrekening 2. Balans Vaste activa Materiële vaste activa De investeringen in meubilair, ICT en onderwijsleerpakket zijn gewaardeerd tegen aanschafwaarde verminderd met de cumulatieve afschrijvingen. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven. De schoolgebouwen zijn in eigendom van de gemeente en worden op de balans niet opgenomen. Met ingang van 2005 worden de investeringen in meubilair en ICT op de balans gewaardeerd tegen de aanschafwaarde verminderd met de afschrijvingen. Met ingang van 2006 worden ook de investeringen in het onderwijsleerpakket (OLP) geactiveerd. De eerste afschrijving vindt plaats in het jaar volgend op het jaar van de investering (jaar t+1). Bij meubilair worden leerlingsets, docentensets en kasten altijd geactiveerd. Voor overig meubilair geldt een ondergrens van € 1.000. Voor ICT en OLP wordt een ondergrens gehanteerd van € 1.000,- maar in het geval er sprake is van investeringen in onderwijsmethoden en configuratiesets, wordt geen ondergrens gehanteerd. Deze investeringen worden derhalve altijd geactiveerd. Investeringen die beneden de drempelbedragen blijven, worden ten laste van de exploitatie gebracht. Software wordt, met uitzondering van aan leermethoden gerelateerde software, niet geactiveerd. De projectgerelateerde activa worden afgeschreven over de duur van het project.
De indeling in activagroepen en afschrijvingstermijnen is in een administratieve procedure vastgelegd: Gebouwen Onderwijshuisvesting 40 jaar Pand Fonteinland 30 jaar Op het pand Fonteinland 11 wordt afgeschreven rekening houdende met een restwaarde van 50% van de WOZ-waarde. Verbouwingen Pand Fonteinland
10 jaar
Meubilair Leerlingsets Docentensets Kasten Overig
15 jaar 15 jaar 20 jaar variërend van 10 tot 25 jaar
ICT Netwerk Touchscreens Servers Configuratiesets/laptops
5 jaar 7 jaar 6 jaar 4 jaar
OLP (Leer)methoden Overige OLP
8 jaar 15 jaar
Indien van toepassing, zijn de materiële vaste activa verminderd met afboekingen door duurzame waardevermindering, verkoop, tenietgaan of buitengebruikstelling.
Pagina 4
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1
Grondslagen voor de jaarrekening 2. Balans Vlottende activa Vorderingen De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen voor oninbaarheid. Overlopende activa De waardering van de overlopende activa geschiedt tegen de nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Financiële Instrumenten Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen en schulden, als financiële derivaten verstaan. Stichting Proloog maakt uitsluitend gebruik van primaire financiële instrumenten. Reserves Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en de bestemmingsreserves. Conform de jaarverslaggevingsvoorschriften van OCW, is het exploitatieresultaat over 2022 in de reserves per 31-12-2022 verwerkt. De in de jaarrekening gepresenteerde balans is derhalve ná resultaatbestemming. Een nadere uiteenzetting van de reserves is opgenomen in de toelichting op de balans. Reserves worden gevormd conform de door het bestuur/Raad van Toezicht daartoe genomen besluiten. Ook de onttrekkingen aan de reserves geschieden conform daartoe strekkende bestuursbesluiten. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor: . Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang onzeker doch redelijk in te schatten is; .
Bestaande risico’s ter zake te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is, maar het tijdstip niet; . Verplichting tot het maken van bepaalde kosten die in een volgend boekjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong (mede) vindt in het boekjaar of in een daaraan voorafgaand boekjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal verslagjaren. Er zijn in dit kader voorzieningen getroffen voor: . . . .
Jubilea Personeel Duurzame inzetbaarheid Onderhoud
De jubileumvoorziening wordt tegen contante waarde opgenomen, de overige personele voorzieningen (personeel en duurzame inzetbaarheid) zijn tegen nominale waarde gewaardeerd. De onderhoudsvoorziening is gevormd voor het gelijkmatig spreiden van lasten over een aantal verslagjaren, als de oorsprong voor die lasten ligt in het huidige of in voorgaande verslagjaren. Aan de voorziening wordt gedoteerd op basis van het meerjarenonderhoudsplan ten laste van de exploitatierekening. Uitgaven worden rechtstreeks aan de gevormde voorzieningen onttrokken
Pagina 5
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1
Grondslagen voor de jaarrekening 2. Balans Vlottende passiva Langlopende schulden De langlopende schulden worden na de eerste waardering gewaardeerd tegen nominale waarde. Winst of verlies wordt in de winst-en-verliesrekening opgenomen zodra de verplichtingen niet langer op de balans worden opgenomen, alsmede via het amortisatieproces. Het verschil tussen de boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde op basis van de effectieve rente is gezien de resterende looptijd beperkt en hier wordt dan ook geen rekening mee gehouden in de waardering. De kredietrisico's zijn eveneens beperkt. De egalisatierekening investeringssubsidies is bestemd voor de aanschaf van activa in het kader van de zogenaamde 1e inrichting (onderwijsleerpakket en meubilair) waarvoor van de gemeente Leeuwarden een bedrag is ontvangen. Op deze activa wordt regulier afgeschreven. De afschrijvingslasten worden jaarlijks ten laste van deze post gebracht. Kortlopende schulden De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De verplichtingen betreffen de binnen één jaar vervallende schulden. Overlopende passiva De overlopende passiva zijn tegen nominale waarde opgenomen.
3. Grondslagen voor de bepaling van het resultaat Algemeen Voor de bepaling van het exploitatiesaldo is het baten- en lastenstelsel gehanteerd. De lasten en de baten worden toegerekend aan de perioden waarop ze betrekking hebben. Verliezen worden genomen zodra ze bekend zijn. Winsten worden genomen zodra ze gerealiseerd zijn. De afschrijvingslasten zijn conform de afschrijvingstermijnen berekend. Eventuele buitengewone baten en lasten worden verantwoord in de staat van baten en lasten. Opbrengsten Subsidies, niet zijnde investeringssubsidies, worden als bate verantwoord zodra waarschijnlijk is dat de desbetreffende subsidies zullen worden ontvangen en voorzover de hiermee samenhangende bestedingen zijn verricht. Rente Rentebaten worden tijdsevenredig verantwoord op basis van de effectieve rentevoet van de betreffende actiefpost.
Pagina 6
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1.1
Balans per 31-12-2022 (na resultaatbestemming)
1
ACTIVA 31-12-2022 €
€
31-12-2021 €
€
Vaste activa 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3
Materiële vaste activa Gebouwen en terreinen Inventaris en apparatuur Andere vaste bedrijfsmiddelen
1.511.749 2.604.742 449.577
1.170.324 3.049.403 492.472 4.566.069
4.712.199
Vlottende activa 1.5 1.5.1 1.5.2 1.5.7 1.5.8
1.7
Vorderingen Debiteuren OCW Overige vorderingen Overlopende activa
659.686 726.446 330.977
231.763 1.411.271 769.272 148.490 1.717.109
2.560.796
Liquide middelen
5.045.485
2.392.653
Totaal vlottende activa
6.762.593
4.953.449
11.328.662
9.665.647
Totaal activa
Pagina 7
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1.1
Balans per 31-12-2022 (na resultaatbestemming)
2
PASSIVA 31-12-2022 €
2.1
Eigen vermogen
2.1.1 2.1.2
Algemene reserve Bestemmingsreserves
€
2.101.568 1.271.835
31-12-2021 €
3.331.079 639.000 3.373.403
2.2 2.2.1 2.2.3
Voorzieningen Personeelsvoorzieningen Overige voorzieningen
560.118 1.248.930
3.970.079
547.286 1.069.133 1.809.049
2.3 2.3.3
Langlopende schulden Langlopende schulden
129.258
1.616.419
158.833 129.258
2.4 2.4.3 2.4.7
Kortlopende schulden Crediteuren Belastingen en premies sociale verzekeringen 2.4.8 Schulden terzake pensioenen 2.4.9 Overige kortlopende schulden 2.4.10 Overlopende passiva
158.833
727.535 1.006.145
654.190 946.271
297.487 602.686 3.383.099
291.025 341.301 1.687.530
Totaal passiva
Pagina 8
€
6.016.952
3.920.316
11.328.662
9.665.647
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1.2 Staat van baten en lasten over 2022
Begroting 2022
2022
2021
€
€
€
Baten Rijksbijdragen OCW Overige overheidsbijdragen en -subsidies Overige baten
30.312.783 777.902 741.107
27.619.494 312.320 802.750
27.477.631 423.585 1.058.178
Totaal baten
31.831.792
28.734.561
28.959.394
Lasten Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten
26.097.308 998.228 2.764.130 2.551.522
22.647.055 935.622 2.213.942 2.888.729
22.411.198 927.466 2.497.617 2.425.535
Totaal lasten
32.411.188
28.685.348
28.261.816
Saldo baten en lasten
579.396-
49.213
697.578
5
17.279-
12.630-
20.228-
596.675-
36.583
677.350
3 3.1 3.2 3.5
4 4.1 4.2 4.3 4.4
Financiële baten en lasten
Nettoresultaat
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Pagina 9
B.1.3
Kasstroomoverzicht 31-12-2022 €
31-12-2021 €
€
€
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten
579.396-
697.578
Aanpassingen voor: - Afschrijvingen
998.227
927.467
192.630 1.190.857
98.900 1.026.367
843.687 2.096.635 2.940.323
522.048939.800 417.753
- Mutaties voorzieningen Veranderingen in vlottende middelen: - vorderingen - kortlopende schulden
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest
3.551.783
Investeringen materiële vaste activa Desinvesteringen materiële vaste activa
20.228-
17.279-
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
2.141.697
17.279852.098 -
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
20.228559.545 -
852.098-
559.545-
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende schulden Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten Mutatie liquide middelen Beginstand liquide middelen Eindstand liquide middelen
32.261 23.462-
0 29.57529.575-
8.799
2.652.832
1.570.723
2.392.653 5.045.485
Mutatie liquide middelen
821.930 2.392.653 2.652.832
Pagina 10
1.570.723
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1.4
Toelichting behorende tot de balans
1
Activa
1.2
Materiële vaste activa Aanschaf-
Cum. afschr.
Boekwaarde
Investeringen
prijs
en waarde-
1 januari
2022
minderingen
2022
31-12-2021
tm 2021
1.2.1
1.2.2 1.2.3
Gebouwen en terreinen
Inventaris en apparatuur Andere vaste bedrijfsmiddelen
Totaal materiële vaste activa 1.2.2
€ 2.141.241
€ 970.917
€ 1.170.324
€ 400.000
2.141.241
970.917
1.170.324
-
9.210.582 2.713.649
6.161.180 2.221.175
3.049.402 492.472
374.354 77.744
11.924.231
8.382.355
3.541.874
452.098
14.065.472
9.353.272
4.712.198
852.098
Inventaris en apparatuur Aanschaf-
Cum. afschr.
Boekwaarde
Investeringen
prijs 31-12-2021
en waarde-
1 januari
2022
minderingen
2022
tm 2021
1.2.2.a Schoolmeubilair 1.2.2.b Kantoormeubilair 1.2.2.c ICT
1.2.3
3.580.156 210.675 5.419.752
2.306.583 33.627 3.820.970
1.273.572 177.048 1.598.782
126.811 16.104 231.439
9.210.583
6.161.180
3.049.402
374.354
Andere vaste bedrijfsmiddelen Aanschaf-
Cum. afschr.
Boekwaarde
Investeringen
prijs
en waarde-
1 januari
2022
31-12-2021
minderingen
2022
tm 2021
1.2.3.a Leermiddelen 1.2.3.b Overig
2.482.280 231.369
2.106.645 114.532
375.634 116.838
72.194 5.549
2.713.649
2.221.176
492.472
77.744
In 2022 is de verbouwing van de Oldenije gerealiseerd. Stichting Proloog heeft voor klimaattechnische verbeteringen en verduurzaming een bijdrage gedaan in de verbouwing van € 400.000,Deze bijdrage wordt afgeschreven in 40 jaar.
Pagina 11
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
B.1.4
Toelichting behorende tot de balans
1
Activa
1.2
Materiële vaste activa
Desinv.
Afschr.
Aanschaf-
Cum. afschr.
Boekwaarde
2022
2022
prijs
en waarde-
31 december
minderingen
2022
tm 2022
€ -
€ 58.575
€ 2.541.241
€ 1.029.492
€ 1.511.749
-
58.575
2.541.241
1.029.492
1.511.749
-
819.014 120.638
9.584.936 2.791.393
6.980.195 2.341.813
2.604.742 449.577
-
939.652
12.376.329
9.322.008
3.054.320
-
998.227
14.917.570
10.351.500
4.566.069
Desinv.
Afschr.
Aanschaf-
Cum. afschr.
Boekwaarde
2022
2022
prijs
en waarde-
31 december
minderingen
2022
tm 2022
-
169.620 14.045 635.350
3.706.967 226.779 5.651.191
2.476.203 47.672 4.456.319
1.230.765 179.107 1.194.871
-
819.014
9.584.937
6.980.195
2.604.742
Desinv.
Afschr.
Aanschaf-
Cum. afschr.
Boekwaarde
2022
2022
prijs
en waarde-
31 december
minderingen
2022
tm 2022
-
97.467 23.171
2.554.474 236.919
2.204.112 137.702
350.361 99.216
-
120.638
2.791.393
2.341.814
449.577
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Pagina 12
B.1.4
Toelichting behorende tot de balans
1
Activa
1.5
Vorderingen 31-12-2022 €
1.5.1 1.5.2 1.5.7
Debiteuren OCW Overige vorderingen Personeel Overige - Vervangingsfonds - Overige overheden (gemeente) - Overige
Overlopende activa Vooruitbetaalde kosten Overige - Kruisposten - Waarborgsom
€
-266
363.121 375.699
502.446 267.092 726.446
769.272
327.977
141.290
3.000 -
7.200
Totaal vorderingen
€ 231.763 1.411.271
-12.374
Totaal overlopende activa
1.5.2
€ 659.686 -
Totaal overige vorderingen 1.5.8
31-12-2021
330.977
148.490
1.717.109
2.560.796
Vordering OCW Per 1 januari 2023 is de bekostiging van het primair onderwijs na wetswijziging vereenvoudigd. Daarmee is de bekostigingssystematiek gewijzigd.Bij de overgang van de oude naar de nieuwe bekostigingssystematiek zijn schoolbesturen door de regelgeving en besluitvorming van de minister met een groot materieel probleem geconfronteerd. Waar de schoolbesturen in een (school)jaar normaal gesproken 100% aan bekostiging ontvangen, is dat in de overgang naar de nieuwe bekostigingssystematiek circa 93% voor het schooljaar 2022/23. Schoolbesturen in de PO-sector werden daardoor in de periode augustus tot en met december 2022 door de minister met circa 7% gekort op hun bekostiging. Dit komt voor ons schoolbestuur neer op € 1.411.271 (31-12-2021). Voorzichtigheidshalve is dit bedrag niet als vordering op de balans per 31 december 2022 opgenomen. De minister stelt zich op het standpunt dat dit materieel grote probleem voor het schoolbestuur slechts “een boekhoud-technische correctie [is] aangezien de totale bekostiging van het Rijk naar scholen niet wijzigt door de vereenvoudiging”. De overgang van een oude naar een nieuwe bekostigingssystematiek is echter niet louter een papieren exercitie; de keuzes die daarbij worden gemaakt hebben werkelijk een negatief effect op het onderwijsproces.
De keuze van de minister om de schoolbesturen in 2022 fors minder bekostiging toe te kennen heeft reële consequenties. Vandaar dat ons schoolbestuur samen met circa 230 schoolbesturen, juridisch begeleid door advocatenkantoor Stibbe en gecoördineerd vanuit de PO-Raad, gezamenlijk bezwaar hebben gemaakt tegen de beschikkingen voor de laatste vijf maanden van 2022. Dit bezwaar is op 30 november 2022 door de minister ongegrond verklaard. De financiële belangen en de relevante juridische vragen n.a.v. de beslissing op bezwaar van de minister zijn het volgens ons waard om de kwestie aan een onafhankelijke partij, zijnde de bestuursrechter, voor te leggen. Daarom hebben wij besloten om gezamenlijk met ruim 220 schoolbesturen een beroep bij de rechtbank Midden-Nederland in te stellen tegen de beslissing op bezwaar van de minister. Op het moment van dit schrijven loopt deze beroepsprocedure nog en is niet bekend wanneer hierin uitspraak volgt.
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Pagina 13
B.1.4
Toelichting behorende tot de balans
1
Activa
1.5
Vorderingen
1.5.7
Overige vorderingen Personeel Dit betreft nog in te houden bedragen bij medewerkers voor o.a. verstrekte voorschotten, nog te verrekenen vorderingen en te verrekenen betalingen inzake WKR. Overige De overige vorderingen kunnen als volgt worden gespecificeerd: 31-12-2022
31-12-2021
- Overige overheden (gemeente) Nieuwbouw / verbouw Oldenije
363.121
-
Nieuwbouw / verbouw Wiarda
-
500.000
Vandalisme
-
2.446
363.121
502.446
319.149
257.651
6.523
5.324
- Overige Nog te ontvangen bedragen Te vorderen reïntegratie Te vorderen participatiefonds
7.591
Overig nog te factureren kosten
42.436
4.117
375.699
267.092
In de nog te ontvangen bedragen is de vordering Arbeidsmarkt toelage (€ 171.766,-) opgenomen 1.5.8
Overlopende activa Vooruitbetaalde kosten Dit betreffen lasten die betrekking hebben op 2023, maar waarvan de facturen van de leveranciers in 2022 zijn betaald (bijvoorbeeld abonnements- en licentiekosten 2022). Waarborgsommen De waarborgsommen hebben betrekking op borg welke betaald is voor het gebruiken van tablets van stichting Snappet.
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Pagina 14
B.1.4
Toelichting behorende tot de balans
1
Activa
1.7
Liquide middelen 31-12-2022
1.7.1 1.7.2
1.7.2
31-12-2021 €
€
Kasmiddelen Tegoeden op bank- en girorekeningen
5.045.485
229 2.392.424
Totaal liquide middelen
5.045.485
2.392.653
Banken Rekening courant Bankrekening scholen Bedrijfsspaarrekening
2.987.743 57.742 2.000.000
568.554 73.870 1.750.000
Saldo op 31 december 2022
5.045.485
2.392.424
De kredietfaciliteit rekening courant bij de Rabobank bedraagt € 875.000. Het pand Fonteinland 11 te Leeuwarden geldt als zekerheid voor de financiering.
Het saldo liquide middelen is fors hoger eind 2022 ten opzichte van eind 2021. Dit wordt veroorzaakt door onder andere de ontvangen subsidie School en omgeving (€ 600.000) waarvan stichting Proloog penvoerder is namens 3 schoolbesturen, de ontvangen subsidie verbetering basisvaardigheden (€ 1.041.000,-) en de van de gemeente terugontvangen voorfinanciering verbouwing IKC Wiarda (€ 500.000). De besteding van de subsidies zal in 2023 plaats vinden.
Eshuis Registeraccountants B.V. Voor waarmerkingsdoeleinden behorend bij controleverklaring d.d. 30 mei 2023
Pagina 15
B.1.4
Toelichting behorende tot de balans
2
Passiva
2.1
Eigen vermogen Mutaties 2022 Bestemming Overige resultaat mutaties
Saldo 31-12-2021 2.1.1 2.1.2
Algemene reserve Algemene reserve Bestemmingsreserve publiek Reserve 1e waardering Reserve huisvesting Reserve NPO
Totaal vermogen
3.331.079
-1.455.260
0 -
-
639.000 639.000 3.970.079
Saldo 31-12-2022
225.750
2.101.568
-
0 -
858.585 858.585
-225.750 -225.750
1.271.835 1.271.835
-596.675
-
3.373.403
Algemene reserve De algemene reserve is een reserve die is opgebouwd uit in het verleden behaalde exploitatieresultaten en heeft als belangrijkste doel een noodzakelijke buffer te creëren voor mindere tijden. In 2022 is aan de algemene reserve € -1.455.260 ontrokken. Het negatieve resultaat wordt in belangrijke mate veroorzaakt door de administratieve afboeking van de vordering OCW (€ 1.411.271,-). Reserve NPO Voor de niet bestede NPO gelden is een bestemmingsreserve gevormd. De bestemmingsreserve bestaat uit de nog te besteden NPO gelden scholen (€ 1.127.000) en een risico reserve voor personele risico's (145.000).