CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmaplan Volhoudbaar 2

Informatieve bijeenkomst - oranjezaal 19 april 2023, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Achterliggende stukken18.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

initiatieven van bewoners om biodiversiteit te vergroten.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

We vergroten het bewustzijn door natuureducatie op scholen en stimuleren

27

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

28

We willen kringlopen sluiten om de uitstoot van CO2 te verminderen en grondstoffen te behouden. Zodat er in 2050 niet zoiets als ‘afval’ bestaat.

H6. Circulariteit en Afvalvrij Leeuwarden 6.1 Maatschappelijke opgave Het behoud van grondstoffen in de kringloop Onze huidige manier van consumeren en produceren zorgt voor een tekort aan grondstoffen. Steeds meer bedrijven realiseren zich dat zij te sterk afhankelijk zijn geworden van grondstoffenlevering uit het buitenland. Er is sprake van hoge grondstofprijzen door toenemende schaarste. De wereldwijde productie van materialen en goederen is verantwoordelijk voor de helft van de uitstoot van CO2. De winning van grondstoffen zorgt bovendien voor milieuvervuiling en biodiversiteitsverlies. Bijvoorbeeld door de kap van bossen en winning van grondstoffen in mijnen. Dit maakt het noodzakelijk om kringlopen te sluiten.

6.2 Ambitie De komende jaren investeren we in een circulaire economie. We zetten in op de nationale ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Dit betekent dat er in 2050 geen afval meer is. In 2030 willen we als tussendoel 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiele brandstoffen).

6.3 Strategie

kunnen leveren. Vanwege de omvang van de activiteiten in Leeuwarden met betrekking tot bouw en maakindustrie overwegen we hierop te focussen. We verwachten dat we vanuit onze activiteiten ten aanzien van inkoop en woningbouw bij kunnen dragen aan de nieuwe nationale doelen.

Bewustwording is van belang We werken zowel binnen als buiten de organisatie aan circulariteit. We geven het goede voorbeeld als gemeente en werken aan bewustwording bij bedrijven en inwoners. We zetten in op een economie die leidt tot: andere en nieuwe werkgelegenheid, toekomstbestendig ondernemen en economische kansen. We stimuleren circulaire innovaties samen met onze campussen. In ons nieuwe beleidskader economie vormen brede welvaart en circulaire economie de uitgangspunten.

6.4 Doelen en activiteitenlijnen

We richten ons op onze speerpuntsectoren We stimuleren de gemeentelijke economische speerpunt-sectoren Watertechnologie en Agrofood. In deze sectoren willen we uitblinken en innovaties ontwikkelen die wereldwijd kunnen worden toegepast. We maken gebruik van de kennis van bedrijven en kennisinstellingen in onze gemeente. Met de WaterCampus, Energie Campus, Kenniscampus, Dairy Campus, onze mbo- en hboinstellingen en de RuG Campus Fryslân hebben we een divers en breed pallet aan kennis en kunde om in te zetten voor een circulaire economie.

We geven ruimte aan experimenteren en leren en willen

En we richten ons op sectoren met de meeste impact Het Rijk werkt aan concrete doelen voor het besparen van grondstoffen bij verschillende productgroepen. De impact

gaan opschalen en versnellen Op dit moment zit de circulaire economie nog volop in de ontwikkel- en experimenteer fase. We willen zo snel mogelijk opschalen en versnellen. Voor die versnelling is ook een duidelijke beleidsstrategie vanuit de nationale overheid nodig. In het nieuwe Nationaal Programma Circulaire

van grondstoffenbesparing is beoordeeld door te kijken naar klimaat, milieuvervuiling, biodiversiteit en leverings­ risico’s. Volgens het Rijk kunnen de productgroepen kunststoffen, consumptiegoederen, bouw en maakindustrie de meeste impact maken. Wij gaan in onze uitvoeringsagenda op basis hiervan bekijken hoe wij hieraan een bijdrage

7 https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/brieven_regering/detail?id=2022D31376&did=2022D31376

We gaan in 2023 aan de slag met een nieuwe uitvoeringsagenda waarin de doelen en activiteitenlijnen worden opgenomen. Naast de uitvoeringsagenda van circulaire economie zijn er meerdere beleidsdocumenten of plannen die nu, of in de toekomst, invulling geven aan een circulaire gemeente zoals ‘afvalvrij Leeuwarden’, het beleidskader economie en de ’Roadmap circulair inkopen’.

Weigeren Heroverwegen Verminderen Hergebruik product Repareren Reviseren Hergebruik onderdelen Nieuwe toepassingen Hergebruik grondstoffen Terugwinnen energie

Circulariteitsstrategieën (R-ladder)

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

We gebruiken de circulaire verwerkingsladder In eerste instantie richten we ons op het voorkomen van grondstoffenverbruik en het herontwerpen van producten (weigeren en heroverwegen). Daarna willen we het materiaal- en grondstoffenverbruik verminderen en de levensduur verlengen (hergebruik, repareren, reviseren en nieuwe toepassingen).

Economie (NPCE)7, komen meer concrete doelen en acties op het gebied van circulaire economie te staan. Dit helpt ons bij het concreet worden en prioriteren in onze nieuwe gemeentelijke uitvoeringsagenda Circulaire Economie. Deze gaan we in 2023 opstellen.

29

Programma Volhoudbaar

Circulaire Economie Innovatie en bedrijvigheid

Circulair bouwen

Doel: Top drie meestgunstige ontwikkelregio

Doel: Circulair bouwen is de norm in 2030

Europa 2030

Afvalvrij Leeuwarden

Circulair inkopen

Doel: 30kg restafval per inwoner per jaar in

Doel: Maximaal circulair inkopen in 2025

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

2030

30

Om tot een circulaire economie te komen in de gemeente Leeuwarden verwachten we in de uitvoeringsagenda in te

zoeken we de mogelijkheden om het aanbod van biobased producten lokaal te kunnen stimuleren. Mogelijkerwijs

energieprijzen flink duurder zijn geworden. Dit stimuleert om bewuster om te gaan met materialen en spullen. We

zetten op de volgende pijlers en doelen:

bieden we agrariërs hiermee ook een nieuw verdienmodel.

1. Innovatie en bedrijvigheid We willen een gunstige vestigingsplaats zijn voor circulaire bedrijven en startups en sluiten aan bij de provincie brede ambities8. Bedrijven moeten de transitie naar circulair doormaken. De transitie naar een circulaire economie draagt bij aan het verlagen van de vraag naar grondstoffen en zorgt voor nieuwe businessmodellen. Wij willen de bedrijven daarbij ondersteunen. Aansluitend op het Rijksbeleid zetten we in op grondstoffen en materialen maar ook op water- en energiereductie bij bedrijven, het hergebruiken van materialen en het monitoren van de voortgang.

3. Afvalreductie bij huishoudens Afvalvrij in 2050 met als tussendoel 30 kg restafval per inwoner in 2030. In september 2019 is de grondstoffenvisie huishoudelijk afval vastgesteld. Hierin zijn 3 doelstellingen opgenomen: maximaal 100 kilo restafval per inwoner in 2022, maximaal 30 kilo restafval in 2034 en afvalvrij in 2050. Daarbij is gekozen om met de strategie ‘Goed terecht in Leeuwarden’ te werken aan een afvalvrije gemeente. Het hanteren van een prijsprikkel (diftar) staat hierbij centraal, in combinatie met aanvullende service op herbruikbare reststromen en inzet van communicatie. De komende jaren gaan we dit beleid door ontwikkelen.

zijn in Fryslân sterk in de samenwerking vanuit ketens. We blijven investeren in samenwerking als actief lid van Circulair Friesland. We werken nauw samen met de kennisinstellingen als opdrachtgever en als stageplek. We delen kennis en zijn een voorbeeld voor andere gemeenten. We werken in Europees verband om kennis op te halen, te delen en projecten te ontwikkelen. We hebben hierin een ondersteunende, adviserende en faciliterende rol.

We helpen de bedrijven in onze gemeente actief bij hun verduurzamingsopgaven. Dit doen we door zelf of via onze partners zoals de Vereniging Circulair Friesland advies te geven over circulariteit en toekomstbestendig ondernemen. Via een innovatiefonds stimuleren we de circulaire- en de energietransitie voor bedrijven. Via dit fonds willen in 2023 en 2024 minimaal 10 bedrijven of kennisinstelling helpen met circulaire innovaties. We willen bedrijven die zich richten op circulaire economie graag uitnodigen om zich te vestigen in onze gemeente. Bij het aantrekken van bedrijven (acquisitie), richten we ons hier specifiek op.

in tendertrajecten op gebieds- en gebouwniveau en door als gemeente het goede voorbeeld te geven. Daarnaast willen we werken aan een prijsvraag in samenwerking met de Rijksbouwmeester en één lokale woningcorporatie. We werken aan afspraken waaraan bouwers, ontwikkelaars en woningcorporaties zich kunnen committeren. Ook onder8 https://www.fryslan.frl/circulaire-economie 9 https://www.wijkopencirculair.frl/

6.5 Onze rol We investeren in samenwerken en delen van kennis De afgelopen jaren heeft het onderwerp circulaire economie in Friesland steeds meer aandacht gekregen. Doordat inwoners en bedrijven in toenemende mate inzien dat de huidige manier van produceren en consumeren niet houdbaar is. Bovendien wordt er ook een financiële prikkel gevoeld doordat grondstoffen door de inflatie en hoge

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

2. Circulair bouwen Circulair bouwen is voor onze gemeente de norm in 2030 Om onze doelen te bereiken dagen we bouwers, ontwikkelaars en woningcorporaties uit om zoveel mogelijk circulair en biobased te bouwen en te ontwikkelen. Dit doen we

4. Circulair Inkopen Maximaal circulair inkopen in 2025 We kopen als organisatie circulair in volgens de ‘Friese aanpak rondom Circulair Inkopen9’. Om dit te stimuleren werken we jaarlijks aan minimaal 10 circulaire inkoop projecten. Met de kennis die we met deze projecten opdoen ontwikkelen we verder. We dragen bij aan de ontwikkeling van circulair inkopen in Fries verband en meten de voortgang van onze inspanningen via de Friese Monitor Circulair inkopen. Deze samenwerking bestaat uit Provincie Fryslân, Wetterskip Fryslan, de andere Friese gemeentes en Circulair Friesland. Gezamenlijk werken wij met een monitoringsystematiek waarin wij de voortgang bijhouden.

Onze rol als inkoper van circulaire producten willen we optimaal benutten. Voor het terugbrengen van grondstoffengebruik bij productgroepen zijn we sterk afhankelijk van de nationale kaders. Op basis van het nieuwe Rijksbeleid gaan we bekijken welke flankerende activiteiten een bijdrage kunnen leveren.

31

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

32

We gaan voor een ‘Volhoudbare gemeentelijke organisatie’ in 2030: een klimaatneutrale, klimaatadaptieve, biodiverse en circulaire organisatie met duurzaamheid in het DNA.

H7. Eigen organisatie 7.1 Maatschappelijke opgave In de vorige hoofdstukken hebben we duidelijk gemaakt waarom we werken aan thema’s als de energietransitie, klimaataanpassing, biodiversiteit en circulariteit. Al deze opgaven raken ook onze eigen organisatie. We willen daarom ook onze bedrijfsvoering, onze manier van werken en onze competenties op orde brengen.

7.2 Ambitie We gaan voor een ‘Volhoudbare gemeentelijke organisatie’ Concreet betekent dit een gemeentelijke organisatie die volgens de principes van Volhoudbaar werkt. De onderwerpen uit onze programmalijnen werken door in onze eigen organisatie. Onze ambitie is dan ook dat de gemeente in 2030 een klimaatneutrale, klimaatadaptieve, biodiverse en circulaire organisatie is, waarbij duurzaamheid in het DNA zit. We willen als gemeente het goede voorbeeld geven zodat we andere organisaties kunnen inspireren. Het is van belang om zelf de basis op orde te hebben, zodat we als een geloofwaardige partner worden gezien in de opgaven die voor ons liggen. Dat vraagt nieuwe en soms aanvullende manieren van werken.

We willen en moeten het samen doen De duurzaamheidsopgave waar we voor staan is enorm. Daarnaast hebben we te maken met krapte op de arbeidsmarkt. We willen daarom investeren in onze eigen collega’s, zodat we ze de vaardigheden en kennis aanreiken om dingen duurzamer en anders te gaan doen. Zowel intern als extern met partnerorganisaties. Werken aan duurzaamheidsthema’s is populair omdat het betekenis en voldoening geeft. Daarom denken we op deze manier ook een bijdrage te leveren aan aantrekkelijk werkgeverschap. Meten is weten We vinden het belangrijk om te zien welke voortgang we maken en hierover te communiceren. In periodieke rapportages van het CO2- en grondstoffenverbruik van onze eigen organisatie willen we de voortgang van ons uitvoeringsplan laten zien en we bekijken op welke manieren we de informatie kunnen delen. Deze informatie is ook voor het management en collega’s van belang om te kunnen sturen. Aan het delen van de informatie zullen we ook aandacht besteden.

Het starten van een Green Office Veel onderwijsinstellingen en een aantal gemeenten werken vanuit een zogenaamde Green Office (groen kantoor). Green Offices zijn vaak ondergebracht bij de afdeling facilitaire dienstverlening en richten zich op de verduurzaming van het eigen vastgoed, de eigen bedrijfsvoering, inkoop, personeelsbeleid en het leeraanbod. Het personeel van een Green Office bestaat meestal uit een mix personeel en van student-medewerkers . Een Green Office zorgt enerzijds voor aandacht voor duurzaamheid in het onderwijs, onderzoek en de bedrijfsvoering, en voor het betrekken van de organisatie bij duurzaamheidsthema’s. We zijn hierdoor geïnspireerd en willen ook met een eigen Green Office aan de slag gaan als middel om tot een Volhoudbare organisatie komen. We overwegen hierbij om deel te nemen aan het netwerk van Green Offices.

We willen en moeten samen werken aan verduurzaming. We investeren daarom in onze eigen collega’s, zodat we ze de vaardigheden en kennis aanreiken om dingen duurzamer te gaan doen.

7.3 Strategie

en inspireren te promoten, willen we dat iedereen zich bewust wordt van de omvangrijke opgave, maar tegelijkertijd ook concrete adviezen, hulp en uitgangspunten krijgt aangereikt om zelf aan de slag te gaan.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Naar een duurzame manier van werken Om een volhoudbare organisatie te worden, zullen we gezamenlijk naar een nieuwe manier van werken moeten. Dit leidt tot nieuwe keuzes en nieuwe werkwijzen. Een veranderproces leidt ook tot ook onzekerheid. We willen die onzekerheid op een positieve manier benaderen, we doen het immers met het oog op duurzaamheid. Door het leren

33

Programma Volhoudbaar Een klimaatneutrale organisatie Doel: Klimaatneutraal in 2030

Eigen organisatie Een klimaatadaptieve organisatie en stimuleren biodiversiteit

Een circulaire organisatie Doel: Minder materiaalgebruik en een organisatie zonder afval

Doel: Minder materiaalgebruik en een organisatie zonder afval.

Duurzaamheid in het DNA Doel: Collega’s leren en gaan aan de slag met duurzaamheid op het werk en thuis

Het starten van de Green Office Doel: Aandacht voor duurzaamheid in het onderwijs, onderzoek en (betrekken)

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

bedrijfsvoering

34

7.4 Doelen en activiteitenlijnen Om onze ambitie te bereiken hebben we 5 activiteitenlijnen met bijbehorende doelen. 1. Een klimaatneutrale organisatie Het begrip klimaatneutrale organisatie betekent dat onze organisatie voor haar energiegebruik geen uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen meer heeft. Dit willen we bereiken door onze uitstoot sterk te verminderen, eigen duurzame energie opwek en door compensatie van CO2-uitstoot. In 2030 willen we als gemeente klimaatneutraal zijn. 2. Een klimaatadaptieve organisatie en stimuleren biodiversiteit We willen dat de organisatie voorbereid is op extreem weer. Om de effecten hiervan op te vangen, gaan we de organisatie klimaatadaptief maken en biodiversiteit stimuleren. We gaan nog nadere doelen benoemen, maar beginnen met het analyseren en stimuleren van klimaatadaptieve en biodiversiteitsmaatregelen bij panden en omliggende terreinen, die we zelf in eigendom hebben.

• Duidelijk maken wat we moeten opbouwen aan kennis en vaardigheden en wat we moeten afbouwen aan huidige manieren van werken. • Een energiecoach voor alle collega’s en gericht duurzaamheidsadvies. • Nader te bepalen doelen. 5. Het starten van de Green office en uitvoeringsaanpak We starten een Green Office (groen kantoor), (meer uitleg hierover staat bij 7.3 strategie). In 2023 werken we aan een uitvoeringsaanpak richting 2030. Een projectleider en team dat samen met collega’s aan de verduurzaming van de eigen organisatie werkt. We richten ons hierbij op de doelen en hiervoor genoemde activiteitenlijnen. We gebruiken deze doelen in het programma om nu al een start te maken. In de nog op te stellen uitvoeringsagenda voor de eigen organisatie zullen we dit

verder gaan uitwerken. Dit betekent overigens niet dat we wachten met de uitvoering totdat de uitvoeringsagenda gereed is. We voeren nu al acties uit en gaan als het nieuwe programmaplan is vastgesteld een tandje bijzetten.

7.5 Onze rol We willen de komende collegeperiode als gemeente nog meer het goede voorbeeld geven en de verandering in de markt stimuleren, we willen als gemeente van onze eigen dilemma’s leren en hebben de ambitie om koploper te zijn. We willen ook ons eigen gedrag veranderen, anders denken en anders doen! Hierdoor kunnen we met steeds meer mensen de verandering in gang zetten. Dit is niet alleen iets voor “de duurzaamheidsafdeling”, experts en duurzaamheidexperts, maar iets voor iedereen binnen de gemeente. Door zelf aan de slag te gaan leren en doen we!

4. Duurzaamheid in het DNA We willen ervoor zorgen dat collega’s zelf en in teams aan de slag kunnen. Hier horen de volgende inspanningen en doelen bij: • Collega’s krijgen de kans om een opleiding te doen en/of een inspiratiesessies. • Duurzaamheid is vast onderdeel van de ontwikkelgesprekken. • Bij onze projecten en gebiedsontwikkelingen gaan we uit van uitstootvrij, circulair en klimaatadaptief.

We starten met een Green Office. Een fysieke plek waar collega’s samen aan de verduurzaming van de eigen organisatie werken.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

3. Een Circulaire organisatie We willen een circulaire organisatie worden. Dit betekent een organisatie die gebruik maakt van minder materialen en een organisatie zonder afval. Bijbehorende doelen: • Maximaal circulair inkopen in 2025. • 50 procent minder grondstoffen gebruiken in 2030 ten opzichte van 2019. • Jaarlijks ten minste 10 projecten circulair inkopen.

35

36

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

H8. Organiseren van het Programma We willen via het programma Volhoudbaar verschillende doelen bereiken en veranderingen in gang zetten. Dit doen we door samenhangende activiteiten op te pakken. In dit hoofdstuk geven we aan hoe we dit doen door te omschrijven hoe we de organisatie van het programma vormgeven.

8.1 Programma-organisatie

(vacature). Deze 6 thematrekkers zorgen voor het opstellen en uitvoeren van de uitvoeringsagenda’s. Ook zijn zij verantwoordelijk voor het realiseren van de acties en inspanningen van hun thema. De thematrekkers houden zich met hun teams bezig met vakinhoudelijke vraagstukken, beleid en uitvoering.

• De programmaondersteuning: Hierin zit de strategisch communicatieadviseur, de adviseur planning en control en monitoring, de programmasecretaris en de programma-adviseur. In onderstaand figuur zijn deze rollen in een figuur naast elkaar gezet. Dit overzicht geeft inzicht in hoe de verantwoordelijkheden verdeeld zijn.

Rollen Ten aanzien van de programma-organisatie onderscheiden we een aantal rollen. Dit zijn: 1. De bestuurlijke opdrachtgever: is bestuurlijk eigenaar van het programma. De bestuurlijke opdrachtgever stelt ambities en doelen, bepaalt de koers en gaat over de bestuurlijke samenwerking (raad, college en samenwerkingspartners). 2. De ambtelijke opdrachtgever: is ambtelijk eigenaar van het programma. De ambtelijk opdrachtgever is verantwoordelijk voor het vormgeven van de voorwaarden, zodat het programma uitgevoerd wordt. Hij/zij is ambtelijk eindverantwoordelijk en legt verantwoording af aan de bestuurlijk opdrachtgever.

samen met het hele programmateam. • De thematrekkers: Binnen Volhoudbaar hebben we zes thematrekkers op de terreinen energie, duurzame mobiliteit (aandachtsgebied binnen de pijler energie met een eigen trekker), circulariteit, biodiversiteit, klimaataanpassing en de eigen organisatie

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

3. Het programmateam: het programmateam bestaat uit een programmamanager, thematrekkers en programmaondersteuning. • De programmamanager: de programmamanager zorgt ervoor dat het programma vorm krijgt, stuurt op inhoud aan en brengt het programma tot een goed einde. De programmamanager zorgt voor de uitvoering van het programma en dat de doelen dichterbij komen. De programmamanager doet dit

37

Het management in de lijnorganisatie Diverse managers in de gemeente hebben een rol bij

de verandering in gang te zetten. Ook komen er nieuwe verantwoordelijkheden voor de lijnorganisatie bij. De pro-

het programma. Het management heeft profijt van het programma omdat deze de doelen van de lijnorganisatie sneller verwezenlijkt en daarnaast voor ondersteuning zorgt. Een belangrijke rol van het lijnmanagement is om capaciteit en financiële middelen te leveren voor het programma en de daarmee samenhangende activiteiten. De lijnmanagers zijn functioneel verantwoordelijk en gaan over het personeelsmanagement.

grammaorganisatie helpt hierbij. De programmaorganisatie heeft zowel richting de ambtelijke directie als de lijnorganisatie een adviserende rol. Ook ten aanzien van de organisatie (door)ontwikkeling. De verantwoordelijkheid voor die doorontwikkeling ligt bij de directie en lijnorganisatie.

In Leeuwarden zijn de volgende afdeling nauw betrokken bij het programma Volhoudbaar: • Sector Duurzame Omgevingskwaliteit; • Sector Inrichting- Beheer en Buitenruimte; • Sector Gebiedszaken Economie en Bedrijfsvoering, • Het Project- en programmamanagementbureau (PMB); • Het Shared Service Centre. Daarnaast zijn ook andere sectoren betrokken bij aangrenzende onderwerpen als onderwijs, energie-armoede of gezondheid van de leefomgeving.

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

8.2 Coördinatierol en faciliteren bij strategie en regie

38

Het programma coördineert en maakt samen met de lijn keuzes Onze organisatie heeft al veel kennis en ervaring ten aanzien van de opgaven die voor ons liggen, maar er komt de komende jaren veel werk bij. Vanuit de rijksoverheid komen er klimaatmiddelen en subsidies en daarvoor willen we meer organisatiecapaciteit (zie ook Hoofdstuk 12 Financiën). Dit is ook hard nodig, want de hoeveelheid activiteiten neemt zeer snel toe. De complexiteit van de onderwerpen is groot en het lijkt haast of iedere dag er wel iets verandert. Daarom moeten we ook keuzes maken in wat we wel en niet oppakken. En wanneer we dit gaan doen. Keuzes over wat wel en niet oppakken worden gemaakt door het programmateam samen met de opdrachtgevers. Het programmaplan vormt hiervoor samen met de 5 uitvoeringsagenda’s (zie paragraaf 8.3) de basis.

Voor de uitvoering van het programma kiezen we voor een coördinatierol Dit is een lichte organisatievorm met een klein kernteam, waarbij we veel samenwerken met de bestaande lijnorganisatie. De bestaande verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden verandert niet. Gezien de complexiteit is deze manier van organiseren ook verstandig. Want we gaan de grote uitdaging niet realiseren met een kleine groep experts in een programmateam alleen. En verder willen we

8.3 Sturing

met een klein team wendbaar blijven.

• het prioriteren; • bewaken van de voortgang; • het communiceren over deze voortgang.

De kennis, slagkracht en ervaring om de organisatie te versterken, ligt grotendeels in de lijn. De verantwoordelijkheden willen we zoveel mogelijk in de lijn houden, want een programma-organisatie is een tijdelijk instrument om

Verschillende manieren van sturing zijn relevant met betrekking tot het programma. Programmasturing De inhoudelijke sturing van het programma bestaat uit: • het coördineren; • het plannen en (mee)ontwikkelen; • het inzetten van veranderingen;

De programmamanager geeft dit vorm in samenwerking met het programmateam. De opdrachtgever van de pro-

grammamanager is de directeur van het Fysiek Domein en deze legt verantwoording af aan de bestuurlijk opdrachtgever. Sturing vanuit de lijnorganisatie Veel van de sturing vindt via de lijnmanagers plaats. In de organisatie werken we al volop aan het onderwerp. Het programma is een instrument dat zorgt voor de verdere doorontwikkeling van de onderwerpen en doorgroei van de bestaande organisatie. Knopen doorhakken Bij de ambtelijke directeur, die ook opdrachtgever is, ligt de uiteindelijke doorzettingsmacht. Dit kan nodig zijn als er een keer onduidelijkheid is over te maken keuzes of dat zich een onverwachte situatie voordoet en knopen doorgehakt moeten worden. De ambtelijk directeur kan ingrijpen op de lijn. De programmamanager en de thematrekkers hebben hierin een adviserende rol. Programmaplan en 5 uitvoeringsagenda’s In samenhang met het programmaplan worden uitvoeringsagenda’s opgesteld voor de thema’s. De thematrekkers nemen bij het opstellen en uitvoeren van de uitvoeringsplannen de regie. In deze collegeperiode worden 2 nieuwe uitvoeringsplannen opgesteld: voor biodiversiteitsherstel en voor de eigen organisatie. Daarnaast worden de uitvoeringsagenda’s op het gebied van energie en circulaire economie herijkt. De uitvoeringsagenda voor klimaataanpassing is voorlopig actueel. In totaal gaat het dus om 5 uitvoeringsagenda’s die samenhangen met het programma.

8.4 Overleggen We onderscheiden een aantal overleggen op programmaniveau: • Het programmateam met de thematrekkers komt 1 keer per maand bij elkaar. • Het overleg met de ambtelijk opdrachtgever vindt 1 keer per maand plaats. Aan dit overleg nemen de ambtelijk opdrachtgever, programmamanager en programma-­ adviseur deel.

• Het overleg met de bestuurlijk opdrachtgever vindt 1 keer per 6 weken plaats. Aan dit overleg nemen de ambtelijk

Werkgroep Klimaatadaptatie

opdrachtgever, programmamanager, programma-adviseur, programmasecretaris en, afhankelijk van de agenda, leden van het programmateam deel. Thematrekkers en overleggen: • De thematrekkers overleggen ook met de bestuurlijk opdrachtgever over de uitvoeringsagenda’s en thema’s. Dit vindt plaats via de sector en thematische portefeuillehouder overleggen. De thematrekkers organiseren dit in afstemming met het lijnmanagement. • De thematrekkers organiseren ook de overleggen met de eigen werkgroepen. En er zijn overleggen van de thematrekkers met het verantwoordelijke lijnmanagement over de uitvoering van de uitvoeringsagenda’s.

Overleg structuur Programma Volhoudbaar

Week 1

Week 2

Week 3

Week 4

Week 5

Week 6

Week 7

Week 8

Week 9

Week 10

Week 11

Week 12

- Programmateam

- Programmateam - Thematrekkers

- Programmateam - Thematrekkers - Ambtelijke opdrachtgever - Bestuurlijke opdrachtgever

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

- Programmateam - Ambtelijke opdrachtgever

39

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

40

We houden via monitoring onze inspanningen bij en wat deze inspanningen opleveren en wat voor maatschappelijk effect we bereiken. Dit houden we zelf bij en via externe expertise.

H9. Monitoren Om te beoordelen of de programmalijnen en daarmee het programma Volhoudbaar op koers ligt, monitoren we de voortgang. Daardoor kunnen we ook tijdig bijsturen als dat nodig is. Monitoring doen we zowel via de Planning & Control cyclus (P&C cyclus) als via eigen monitoring. In dit hoofdstuk leggen we nader uit wat dit betekent en hoe we dit gaan doen.

waar we staan. Op basis van de uitkomsten van de externe monitoring gaan we aanbevelingen ophalen en wordt het programma tussentijds bijgestuurd. In de externe analyse wordt naast naar de output en outcome (zie hierna) ook gekeken naar de verbeterdoelen voor onze organisatie, die we in hoofdstuk 2 benoemd hebben (paragraaf 2.2.). We willen deze externe monitor in 2024 uitvoeren.

9.1 Via de P&C cyclus

We monitoren inspanningen, output & outcome We houden onze inspanningen bij, output is hetgeen wat onze inspanningen oplevert. De inspanningen en output houden we bij vanuit de werkgroepen en thematrekkers (zie 8.1) die werken aan de 5 uitvoeringsagenda’s.

Een aantal programmalijnen is al verder uitgewerkt. Voor deze programmalijnen zijn er ook uitvoeringsagenda’s met concrete inspanningen en doelen vastgesteld. We monitoren de voortgang van deze inspanningen en doelen via de normale P&C cyclus. Binnen de P&C cyclus is er een begroting, een voortgangsrapportage en een jaarrekening. In de begroting staan de doelstellingen van de verschillende onderdelen van het programma. Ook wordt aangegeven wat we in het aankomende begrotingsjaar gaan doen om die doelstellingen te bereiken. In de voortgangsrapportages wordt vervolgens aangegeven wat de status is van deze doelstellingen. Aan het einde van het jaar verantwoorden we de resultaten van het programma in de jaarrekening.

9.2 Via eigen monitoring

Externe monitor We gaan ook externe expertise inzetten. We willen een onafhankelijke en een onbevooroordeelde analyse van

Outcome wordt niet alleen bepaald door inspanning van de gemeente Leeuwarden Via onze inspanningen en output hebben we invloed op outcome. Maar de outcome wordt ook beïnvloed door externe factoren. Denk bijvoorbeeld aan Rijksbeleid, de energie- en grondstofprijzen, de economische conjunctuur en veranderingen in de samenleving. Momenten van monitoren Het monitoren van het programma Volhoudbaar is een continu proces. Regelmatig volgen we de inspanningen binnen het programma en brengen we deze in kaart. Het monitoren van het programma via de P&C instrumenten loopt gelijk op met de P&C cyclus.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Doelen Inspanningen Netwerk Voor het programma en de programmalijnen is een model, het ‘Doelen Inspanningen Netwerk (DIN)’ gebruikt. Dit model wordt geactualiseerd zodra er nieuwe uitvoeringsagenda’s zijn. Ook voor de uitvoeringsagenda’s gaan we dit model gebruiken. Via dit model geven we aan welke inspanningen we leveren. En hoe deze inspanningen bijdragen aan de doelstellingen.

Het maatschappelijk effect dat we willen bereiken is de outcome. Dit volgen we aan de hand van een aantal indicatoren. Dit houden we bij via de afdeling Statistiek die gebruik maakt van diverse bronnen (zie in bijlage 2 Outcome indicatoren en informatiebronnen). Op dit moment hebben we een aantal indicatoren benoemd, om goed inzicht te krijgen in waar we staan. Mogelijk breiden we deze later uit op basis van nieuwe inzichten. Doel is om dan nog beter inzicht te krijgen in waar we staan.

41

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

42

We willen dat inwoners en collega’s kunnen bijdragen aan een Volhoudbare toekomst. In de communicatie willen we daarom handelings­perspectief bieden en handvatten om hiermee concreet aan de slag te gaan.

H10. Communicatie In dit hoofdstuk leggen we uit welke strategie en aanpak we kiezen voor communicatie. Waarbij we communiceren op het niveau van het totale programma en ten aanzien van de 5 programmalijnen en de daaraan verbonden uitvoeringsagenda’s.

10.2 Communicatiestrategie Programma Volhoudbaar

10.1 De opgave

Volhoudbaar stelt de onderliggende thema’s in staat om hun werk goed te doen en om hierin synergie te bereiken. De communicatie heeft dan ook als primaire doel om bij te dragen aan de doelstellingen van programma Volhoudbaar (en daaronder vallen de thema’s).

Inzet op betekenisgeving voor medewerkers en inwoners De wens om duurzaam te veranderen is er bij een groeiende groep mensen. Maar komt het gedrag ook overeen met die intentie? Wordt de urgentie genoeg gevoeld? Ook is het niet altijd duidelijk voor medewerkers en inwoners hoe zij in hun eigen kunnen situatie bijdragen. Als je niet weet hoe je impact kunt maken, is het gevoel al snel dat iemand anders dat beter kan doen.

Communicatieframe en communicatieaanpak per uitvoeringsagenda De verschillende programmalijnen (thema’s) van Volhoudbaar hebben elk hun eigen uitgewerkte communicatiestrategie, die aansluit bij de 5 uitvoeringsagenda’s. Deze communicatiestrategieën zijn afgestemd op de doelstellingen en doelgroepen per thema.

Het voelt soms als een enorm grote opgave en dat is het ook. Het gevaar schuilt erin dat mensen in de ’’het heeft toch geen zin meer’’ of ‘’ik maak het verschil niet’’ stand schieten. Dat is in de communicatie over duurzame thema’s een blijvende uitdaging. Toch zijn er ook genoeg mensen die laten zien dat het kan.

We doen het samen, we doen het voor nu en onze toekomst; voor een ‘Volhoudbaar Leeuwarden’.

Daarnaast draagt de communicatie over het programma Volhoudbaar bij aan het krijgen en behouden van het totale overzicht (programma breed) en het communiceren over de resultaten/de voortgang (10%). De communicatiestrategieën per thema staan samengevat in strategische communicatieframes (model van Betteke Ruler). Zie bijlage 3 Communicatieframes Circulaire economie en Klimaatadaptatie. We gaan nog frames opstellen voor Energie, Biodiversiteit en de Eigen organisatie.

We willen dat inwoners en collega’s kunnen bijdragen aan een Volhoudbare toekomst. Hierbij willen we handelingsperspectief bieden en handvatten om hiermee aan de slag te gaan. De communicatie rondom Volhoudbaar heeft daarom de specifieke focus op: • Betekenisgeving; • Bewustwording van de urgentie; • Handelingsperspectief bieden; • Enthousiasmeren en doen aanjagen; • Samenhang en voortgang. Doelgroepen Voor programma Volhoudbaar ligt de focus vooral intern. Dit omdat we alleen intern over het programma communiceren en extern voornamelijk over de verschillende onderliggende duurzame thema’s. Dat is namelijk herkenbaarder voor onze inwoners. Primaire doelgroep voor communicatie over het programma is daarom de interne organisatie. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • Kerngroepleden van de Volhoudbaar thema’s en de ambassadeurs per sector, • Gemeente breed. We maken gebruik van de ‘Ambassadeursstrategie’

Communicatiedoel Het via een programma werken aan deze doelstellingen is van belang voor de organisatie omdat het complexe afdelingsoverstijgende vraagstukken zijn. Dit vraagt om samenwerking en integraal werken tussen verschillende afdelingen. Goede communicatie is hierbij van belang.

Professionele en persoonlijke netwerken van de medewerkers worden steeds belangrijker voor organisaties. Informatie gedeeld door medewerkers via persoonlijk contact geeft een groter bereik dan via een algemene communicatiekanalen. We ontvangen de boodschap het liefst van een gelijke die we veelal vinden in ons eigen netwerk.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

We willen alle medewerkers en inwoners van gemeente Leeuwarden in staat stellen om bij te dragen aan een Volhoudbaar Leeuwarden. En dat is ook nodig want we kunnen het als gemeente niet alleen. Ergens moet je in elk geval weten waar je kan beginnen. Wat is je handelingsperspectief en waarvoor doen we het? Met de communicatie over Volhoudbaar en de onderliggende programmalijnen zijn deze 2 vragen (en de antwoorden hierop) onze uitgangspunten voor de communicatie.

De communicatie richting verschillende doelgroepen loopt voor 90% vanuit de verschillende thema’s en de daarbij horende projecten en activiteiten uit de bijbehorende uitvoeringsagenda’s.

‘Alle medewerkers en inwoners van gemeente Leeuwarden kunnen (en moeten) bijdragen aan een Volhoudbaar Leeuwarden.’ Dit is een belangrijk doel van Volhoudbaar.

43

Ook vinden we onze eigen collega de meest betrouwbare woordvoerder (aldus de Edelman Trustbarometer). De boodschap van de organisatie moet authentiek en menselijk zijn Daarom is het voor de organisatie belangrijk dat de medewerker in zijn eigen netwerk praat over zijn of haar eigen positieve (duurzame) ervaringen. Dit sluit aan bij het werk en de belevingswereld van de collega’s.

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Ambassadeurs op verschillende niveaus Intern zoeken we, binnen onze stakeholders, ambassadeurs op verschillende niveaus in de organisatie. En ook kijken we welke invloed deze binnen eigen omgeving/sector afdeling (kunnen) hebben om het verhaal en doel van Volhoudbaar verder te brengen.

44

De inzet van ambassadeurs • Samen aan doelen en richting mijlpaalmomenten werken Hierbij is de input vanuit de ambassadeurs van groot belang. Zij zijn het directe contact met de doelgroep en communicatie is hierbij niet alleen zenden maar ook ontvangen/ een wisselwerking. Zo kan er samen gewerkt worden om draagvlak te vergroten. • Maak het de ambassadeur gemakkelijk Communicatieformats, kernboodschappen, beelden moeten makkelijk beschikbaar zijn. Maar eventueel ook extra coaching; hoe presenteer je de boodschap in de organisatie. • Acties en bijeenkomsten De persoonlijke benadering werkt nog altijd het beste. Interactie met de doelgroep en de ambassadeurs. Dit maakt het waardevolle uitwisselingen die het draagvlak vergroten. Uitgangspunten van de communicatie ‘Whats in it for them’ In de huidige communicatie houden we altijd rekening met wat het de collega oplevert. We maken het zo concreet mogelijk en vertalen het naar de belevingswereld/werk van die collega.

Daarnaast communiceren we over het gemeenschappelijk belang van verduurzaming namelijk een gelukkig en

10.3 Activiteitenlijnen

gezond leven voor iedereen.

Eind 2022 zal er een afstudeeronderzoek communicatie plaatsvinden met als hoofdvraag:

We vieren de successen en geven het goede voorbeeld We lichten de eerdere projecten en resultaten op een positieve manier uit. We koppelen het aan positieve resultaten (wat levert het ons op of wat voorkomen we ermee). Ook laten we zien dat meerdere collega’s/ sectoren hier (al) aan werken (we doen het met elkaar). We laten ambassadeurs op diverse plekken in de organisatie hiervoor aan het woord en vanuit hun eigen perspectief ervaringen delen. Eerlijk en transparant Het gaat en hoeft niet allemaal in een keer. Voor velen is het nog een leerproces. Maar ook met kleine stappen kunnen collega’s een bijdrage leveren. En we willen leren van wat er goed ging maar ook wat de volgende keer misschien beter anders kan. We communiceren hier eerlijk en open over als een gezamenlijk proces. ‘Samen naar een Volhoudbaar Leeuwarden’ Ook over eventuele ‘verliezen’ communiceren we eerlijk. Als we zaken anders gaan organiseren zullen er misschien ook zaken zijn die we moeten laten/niet meer doen. Het belang hiervan en wat ertegen overstaat communiceren we ook duidelijk. Eenduidig & herkenbaar We communiceren eenduidig en herkenbaar. Hiervoor maken we gebruik van telkens dezelfde bewoordingen, termen en met name kernboodschappen. Daarnaast is er een duidelijke Volhoudbaar huisstijl doorgevoerd.

Door de herhaling en consistentie van de boodschap en uitingen blijkt duidelijk dat het om Volhoudbaar gaat en blijft de informatie beter hangen bij de ontvangers.

Intern onderzoek

Hoe kan communicatie eraan bijdragen dat het thema ‘duurzaamheid/ Volhoudbaar’ beter kan landen in (de werkwijze van) de organisatie.

Dit bestaat deels uit deskresearch over hoe de organisatie en haar communicatie is ingericht. Daarnaast zal er ook kwalitatief onderzoek worden gedaan door gesprekken met verschillende sectoren over wat de duurzame thema’s voor hen betekenen en hoe dit terugkomt in hun werk. Daarbij is een belangrijke vraag wat zij hierbij eventueel extra nodig hebben om dit in hun (dagelijkse) werk te laten landen. De uitkomsten hiervan worden meegenomen in de uitvoering van de communicatie en participatie van Volhoudbaar 2.0. Verhalen verbinden In de uitgangpunten voor de communicatie is dit al benoemd. Dit willen we voor Volhoudbaar 2.0 nog verder uitwerken. We werken samen aan een Volhoudbaar Leeuwarden; nu en in de toekomst. Dit is de kernboodschap van Volhoudbaar. Samen met elkaar/ collega’s, inwoners en ondernemers. We kunnen het niet alleen, we moeten niet op elkaar wachten maar samen aan de slag. Ieder op zijn of haar eigen manier, binnen de eigen mogelijkheden en samenwerken waar dit kan. Op weg naar een gezamenlijke toekomst van ons allemaal. Nu voor ons maar ook voor de toekomstige generaties na ons. Het verhaal van een Volhoudbaar Leeuwarden Een verhaal wordt beter gedragen (door interne ambassadeurs) als het een verhaal is dat uit de mensen zelf komt en waar ze zichzelf (of elementen van hun eigen thema/ werk) in herkennen.

Om dit verhaal vorm te geven beginnen we bij het kernteam Volhoudbaar. Via een Storytelling sessie willen we de kernelementen vinden om tot een gemeenschappelijk verhaal te komen. Dit wordt de basis voor ‘Volhoudbaar Leeuwarden’. Het moet een gedragen verhaal zijn met de reden waarom we (persoonlijk) hieraan werken, voor nu en de toekomst. Daarnaast delen we verhalen vanuit de eigen (successen van onze) medewerkers. Project- en procescommunicatie We vertellen intern de voortgang en het succes van verschillende projecten. Ook om andere collega’s te inspireren en te stimuleren.

10.4 Participatie Volhoudbaar worden we samen. Daarom willen we dat zowel collega’s als inwoners participeren ofwel meedoen om te komen tot een Volhoudbaar Leeuwarden. We zoeken daarom bewust de samenwerking en het dialoog op. Zowel intern als extern. Participatie krijgt vooral vorm en uitwerking binnen de 5 uitvoeringsagenda’s van Volhoudbaar. Het programma en de communicatie hierover faciliteren hierin.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

45

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

46

Samen weten en kunnen we meer. We werken daarom vanuit de gemeente samen met het bedrijfsleven, het onderwijs en onze inwoners.

H11. Samenwerken In dit hoofdstuk gaan we in op de strategie achter samenwerken vanuit het Programma Volhoudbaar en beschrijven we met wie er wordt samengewerkt, zowel intern als extern.

11.1 Strategie Teamwork (Together Everyone Achieves More!) Gezien de ingewikkelde context van de opgave is het belangrijk om het samen te doen. We gaan daarom alle vraagstukken met groepen collega’s oppakken. Samen weten en kunnen we meer. Ook letten we erop dat we de diversiteit bewaken. We hebben namelijk verschillende kwaliteiten nodig om de klussen waarvoor we staan te klaren. Eerst willen we analyseren en koers bepalen, het team samenstellen en dan gaan we over tot actie!

Samenwerking en rolbepaling

of stellen – juridische en ruimtelijke – kaders. In veel

We werken aan verschillende transities10, die in verschillende fasen zitten. Transities verlopen van experimenteren en versnellen naar een nieuwe stabiele situatie. En daartegenover staat ook dat de huidige systemen en werkwijzen afbreken, wat eerst leidt tot chaos. Bij de samenwerking met partijen is het nuttig om je te beseffen in welke fase we met de transitie zitten om vanuit daar te bekijken welke samenwerkingsverbanden nodig zijn. Elk thema, elke fase vraagt om een andere aanpak en rol van onze organisatie.

gevallen trekken we met andere overheden gezamenlijk op. Het zogenaamde NSOB11 model helpt ons bij het bepalen van onze rol en positie en met wie we op welke wijze de samenwerking zoeken.

We sturen als gemeente. We doen dit vanuit een reagerende of anticiperende rol. Zoeken actief de samenwerking, pakken het zelfstandig op

Voor de uitvoeringsagenda’s die gekoppeld zijn aan het programma Volhoudbaar, leggen we de focus op zaken waar we zelf een actieve rol kunnen vervullen. Vaak gaat het daarbij over onze rol in de gebouwde omgeving. In het landelijk gebied vervullen we wel een rol, maar daarbij is onze rol vooral gericht op de samenwerking, lobby, beleid en ruimtelijke ordening. En minder op het daadwerkelijk initiëren en realiseren. In het landelijk gebied liften we mee op de uitvoering vanuit bijvoorbeeld het Wetterskip en de Provincie.

Verbindingen leggen tussen verschillende organisaties De gemeente kan de doelen uit dit programma niet alleen behalen. Samenwerking met externe partijen is nodig. Vanuit het programma en de themalijnen werken we met veel partijen samen. Bij de transities en innovaties werken we vanuit het zogenaamde Quadrupple Helix model. Hierbij werken we vanuit overheid, onderwijs, bedrijfsleven en maatschappij samen om de maatschappelijke opgaven op te pakken. We willen vanuit het programma de krachten bundelen en verbindingen leggen tussen de krachten van deze partijen.

Lokale kracht

Samenwerking Kennis kracht

Ondernemers kracht

10 Sturing in transities | Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (nsob.nl) 11 Model van Nederlandse School van Openbaar Bestuur

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Publieke kracht

47

11.3 Interne samenwerking Ook intern werken we veel samen, dit doen we door:

We faciliteren duurzame initiatieven van bewoners, zoals energiecoöperaties

11.2 Extere samenwerking

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

We werken met veel externe partijen samen aan de verduurzaming. In deze paragraaf geven we op hoofdlijnen aan hoe we externe samenwerkingen oppakken. We werken samen met:

48

• Clusterorganisaties en samenwerkingsverbanden: door middel van dit soort samenwerking treffen we bedrijven, kennisinstellingen en andere overheden. Samen bepalen we koers, maar we gaan ook actief met elkaar aan de slag. • Bewonersinitiatieven: we faciliteren duurzame initiatieven van bewoners. In Fryslân en Leeuwarden zijn bijvoorbeeld veel energiecoöperaties, die op innovatieve wijze verduurzamingsacties oppakken. • Andere overheden: de transities waaraan we werken zijn

relevant voor een veel groter gebied dan de gemeente Leeuwarden. Daarom werken we ook samen met verschillende overheden. Bij veel activiteiten werken we op Fries schaalniveau. Dit doen we door samen op te trekken via overkoepelende samenwerkingsverbanden. • Bedrijven: we werken met diverse bedrijven en bedrijvenverenigingen samen. • Onderwijs en kennisinstellingen: in Leeuwarden besteden mbo-, hbo- en wo-instellingen veel aandacht aan duurzaamheidsvraagstukken. We maken gebruik van de kennis door de inzet van stagiairs, werken samen aan projecten en zetten onderzoeksvragen uit. Ook werken we met het onderwijs en de campussen aan de toepassing van pilotprojecten.

• Samenwerking met de rest van de organisatie: zie hoofdstuk 7, 8 en 10 voor meer informatie hoe we duurzaamheid in de haarvaten van de organisatie willen krijgen en hoe het programma zich tot de rest van de organisatie verhoudt. • Samenwerking met andere programma’s, agenda’s en opgaven in de organisatie: naast Volhoudbaar werken we aan een aantal andere grotere programma’s, opgaven, agenda’s en projecten die ook kunnen bijdragen aan de doelstellingen van Volhoudbaar of in ieder geval raakvlakken hebben met Volhoudbaar. • Een bijdrage te leveren aan visievorming en beleidsontwikkeling: op verschillende terreinen worden nieuwe beleidsproducten ontwikkeld. Sommige hebben een directe verbinding met de thema’s vanuit het programma Volhoudbaar. Bijvoorbeeld het beleidskader Water, het beleidskader Groen en het nieuwe beleidskader van Economische Zaken, waarin de strategie voor de overgang naar een circulaire economie geformuleerd wordt. Deze visies en beleidsdocumenten hebben raakvlakken met het programma en de samenhangende uitvoeringsagenda’s. We leveren vanuit onze inhoudelijke trekkers een bijdrage aan deze documenten.

zaamheidsvraagstukken. We werken samen aan onderzoeksvraagstukken en de toepassing van pilotprojecten.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

In Leeuwarden beste­den mbo-, hbo- en wo-instellingen veel aandacht aan duur-

49

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

50

Voor klimaatadaptatie, vergroening van de stad en het vergroten van biodiversiteit, zijn er vanuit het coalitieakkoord budgetten beschikbaar gesteld.

H12. Financiën Het programma Volhoudbaar en de samenhangende uitvoeringsagenda’s worden gefinancierd vanuit verschillende budgetten. In dit hoofdstuk gaan we in op de beschikbare budgetten.

12.1 Algemeen en inzet klimaatmiddelen Financiering programmateam Het programmateam, overkoepelende programma-­ activiteiten en een deel van de ambtelijke inzet worden gefinancierd vanuit diverse budgetten. Deze budgetten zijn ook toewijsbaar aan de uitvoering van diverse activiteiten. De inzet van geld voor het programma is daarmee niet als zodanig te onderscheiden in de begroting. Daarnaast zijn er diverse ‘gelabelde budgetten’. Die zijn specifiek voor uitvoeringsagenda’s en programmaonderdelen. Het budgethouderschap is voor een groot deel bij de sectoren belegd en niet bij het programmateam. Met uitzondering van de middelen uit het klimaatakkoord. Hierbij ligt de regie vanuit het programma en worden stapsgewijs middelen toebedeeld aan de sectoren. Geld voor de uitvoering van het klimaatakkoord We ontvangen vanuit het Rijk geld voor het uitvoeren van het Klimaatakkoord. Deze gelden beheren en bewaken we vanuit het programma. Dit geld wordt voor diverse onderdelen binnen het programma ingezet.

Verwachte nieuwe klimaatgelden Incidenteel

2023

2024

2025

2026

Klimaat en energie 2.377.000 2.398.000 2.420.000 Ntb

12.2 Energietransitie

op basis van huidige inzichten, mogelijk ingezet voor de volgende onderdelen van het programma: • Energietransitie - Uitvoering en intensivering van de Leeuwarder Energieagenda (LEA) - Duurzame mobiliteit - Netwerkproblematiek - MKB en energie • Circulaire Economie • Eigen organisatie • Programma- en projectondersteuning (communicatie, monitoring, planning en control, projectmatige ondersteuning en coördinatie)

Energie en klimaat valt primair onder de regie van de sector Duurzame Omgevingskwaliteit (DOK). Voor energie en klimaat zijn de volgende budgetten beschikbaar. Deze middelen zijn primair gekoppeld aan de Leeuwarder Energie­agenda (LEA) die in dit programma in 2024 van­ wege hogere ambities geüpdatet wordt. Ook de middelen bij 12.1 zullen voor een groot gedeelte benut worden voor de uitvoering en doorontwikkeling van deze agenda.

Klimaatmiddelen zijn ook bedoeld voor ‘Landbouw en Landgebruik’. Dit valt buiten het programma Volhoudbaar. Maar we helpen wel bij het verdelen en monitoren van de inzet van deze middelen vanuit het Programma. Hoe de middelen definitief ingezet kunnen worden, is afhankelijk van de ministeriële regeling en de voorwaarden uit een subsidiebeschikking van het Rijk. Want de middelen voor de uitvoering van het klimaatakkoord worden uitgekeerd in de vorm van een Specifieke uitkering. Hiervoor wordt begin 2023 een ministeriële regeling opgesteld en vervolgens ontvangen wij een beschikking. Voor de daadwerkelijke inzet van deze extra middelen gaan we werken met afsprakenkaders. In de afsprakenkaders worden afspraken tussen de ambtelijk opdrachtgever van het programma en de sectoren vastgelegd. In een afsprakenkader wordt op hoofdlijnen omschreven welke aanvullende inspanningen gedaan worden waarvoor de middelen worden ingezet en welke middelen vanuit het klimaatakkoord daarvoor benodigd is. De extra inspanningen zijn in een later stadium ook terug te vinden in de nieuwe uitvoeringsagenda’s (zie ook 8.3. uit hoofdstuk 8 organiseren).

Structureel Energie en klimaat Structureel

2023

Energie en klimaat 922.500

2024

2025

2026

922.500

922.500

922.500

Incidenteel Energie en klimaat Incidenteel

2023

2024

2025

2026

Energiecoaches

300.000

300.000

300.000

300.000

Inflatiemiddelen MKB

500.000

500.000

Voor de uitvoering van de LEA is € 422.500 structureel beschikbaar. Vanuit het coalitieakkoord is hier vanaf 2023 structureel € 500.000 aan toegevoegd. Deze € 500.000 is voor de thema’s Energie en Klimaat en is verwerkt als budgetten voor DOK. Daarnaast is vanuit het coalitieakkoord incidenteel 4 keer € 300.000 beschikbaar gesteld voor de energiecoaches. Tenslotte is in het kader voor inflatiemaatregelen voor ondernemers 2 keer € 500.000,- beschikbaar gesteld voor het inzetten van een energiecoach MKB voor ondernemers en een nog op te zetten subsidieregeling. Subsidies Voor de energietransitie is een aantal subsidies van het rijk toegekend. De uitvoering hiervan wordt de komende periode gedaan. Dit gaat om de volgende regelingen:

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Incidenteel

Het geld voor de uitvoering van het klimaatakkoord wordt,

51

• Energiearmoede & Isolatie 2022-2023 (€ 3.337.651) • Proeftuin Aardgasvrije Wijken (€ 3.932.562)

Ook is in het coalitieakkoord structureel € 750.000 opgenomen voor ‘het vergroenen van de stad’. Dit is voor het

Incidenteel Incidenteel is voor Biodiversiteit geen budget beschikbaar

• Volkshuisvestingsfonds Leeuwarden Oost (€ 20.568.165) 2021 - 2031*

vervangen van bomen maar ook deels voor het aanplanten van nieuwe bomen. Deze middelen zijn zowel voor klimaataanpassing als biodiversiteitsherstel. Waar deze middelen voor worden ingezet, wordt in 2023 verder uitgewerkt in de zogenaamde Vergroeningsstrategie.

gesteld binnen het coalitieakkoord. Wel zijn er incidentele middelen beschikbaar vanuit het fonds energie, klimaat en biodiversiteit. Zie punt 12.7.

Het project Verduurzaming Leeuwarden Oost is een zelfstandig project dat onder het programma Leeuwarden Oost valt, maar raakt ook de doelstelling van het programma Volhoudbaar (klimaataanpassing, energiebesparing). Voor Leeuwarden Oost wordt uiteindelijk ook € 9,5 mln. gemeentelijke cofinanciering beschikbaar gesteld.

*

De verwachting is dat de regelingen in enige vorm worden verlengd, maar op dit moment is daar nog geen duidelijkheid over en wordt hiervoor in dit programmaplan niets opgenomen.

Incidenteel Klimaataanpassing Incidenteel

2023

Klimaataanpassing 25.000

2024

2025

2026

25.000

25.000

25.000

Voor de uitvoering van het Plan van aanpak van klimaataanpassing, en bijbehorende kosten, is in de huidige begroting € 25.000 beschikbaar.

12.3 Klimaataanpassing Het onderdeel Klimaataanpassing valt qua regie onder sector Inrichting en Beheer Buitenruimte (IBB). De uitvoering van Klimaataanpassing wordt voor het grootste deel gefinancierd vanuit het vastgestelde Programma Water en Riolering (PWR). Structureel Klimaataanpassing

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Structureel

52

2023

2024

2025

2026

Klimaataanpassing (op basis van 3.127.000 3.127.000 3.127.000 3.127.000 het PWR) Vergroenen met bomen (middelen 750.000 coalitieakkoord)

750.000

750.000

De dekking van klimaataanpassing komt uit het Programma Water en Riolering (PWR) In het PWR zit dekking voor: • Uitvoeren Plan van aanpak (€ 175.000) • Investeringen voor bovengrondse infra (€ 105.000) • Voorziening voor ondergrondse infra (€ 2.917.000) In totaal betreft dit € 3.127.000.

750.000

Subsidies In het kader van klimaatadaptatie zijn al subsidies vanuit het rijk toegekend. Werkzaamheden worden de komende periode voorbereid en uitgevoerd. Het gaat dit geval om de Impulsregeling klimaatadaptatie (€ 3.676.718 incl. BTW). Ook wordt er op dit moment gewerkt aan de aanvraag van een derde tranche van de impulsregeling. In de loop van 2023 wordt hier duidelijkheid over verwacht.

12.5 Circulaire economie Voor Circulaire economie zijn geen eigen budgetten beschikbaar gesteld in het coalitieakkoord De sector Gebiedsontwikkeling, Economie en Bedrijfsvoering (GEB) treedt op als trekker van circulair economie en werkt hierbij intensief samen met andere sectoren en dan vooral de sector Duurzame Omgevingskwaliteit (DOK) en het Shared Service Center (SSC). In het kader van Circulaire economie zijn geen extra budgetten beschikbaar gesteld vanuit het coalitieakkoord. Wel is er bestaande ambtelijke capaciteit voor Circulaire economie. Voor Circulaire economie moeten we per jaar bekijken welke klimaatmiddelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld worden, wat we hiervan kunnen toekennen aan Circulaire economie en wat we voor dat budget kunnen realiseren. Dit wordt opgenomen in het ‘Uitvoeringsplan Circulaire economie’. Ook de middelen vanuit de bestaande organisatie, onder andere vanuit Economische Zaken, worden hiervoor ingezet. Evenals het fonds dat hierna worden beschreven bij 12.7.

12.4 Biodiversiteit

Incidenteel

Biodiversiteit wordt uitgevoerd in de sector Duurzame omgevingskwaliteit (DOK). In de vorige programmaperiode 2018-2022 was voor dit thema geen dekking beschikbaar. Vanuit het coalitieakkoord is voor biodiversiteit budget beschikbaar. Het gaat om € 250.000 structureel. Dit zal grotendeels ingezet worden voor ambtelijke capaciteit.

Circulaire economie

Structureel Biodiversiteit Structureel

2023

2024

2025

2026

Biodiversiteit

250.000 250.000 250.000 250.000

Incidenteel Inflatiemiddelen Innovatiefonds

2023

2024

2025

2026

250.000

In het kader van inflatie maatregelen voor ondernemers is eenmalig € 250.000 voor 2 jaren (2023 en 2024) opgenomen voor het stimuleren van ondernemers. Deze middelen zijn bedoeld om in te zetten op innovatie in de energietransitie en de circulaire economie, om op die manier het MKB toekomstbestendig te maken. Rapportage over dit onderdeel gaat via projectverantwoording inflatiepakket ondernemers.

12.6 Eigen organisatie Eigen organisatie is ook een nieuw thema binnen Volhoudbaar Voor Eigen organisatie is vanaf 2023 jaarlijks € 200.000 aan klimaatmiddelen beschikbaar. Deze middelen gaan we inzetten omdat we gaan werken aan het reduceren van de broeikasgassen waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Daarnaast zullen we zoveel mogelijk bestaande middelen moeten inzetten en/of her-prioriteren binnen bestaande middelen.

12.7 Overige Fondsen Naast de genoemde gelabelde budgetten (bovenstaand), zijn er in het nieuwe coalitieakkoord een drietal ‘fondsen’ beschikbaar. Deze fondsen zijn gevuld met geld uit incidentele middelen. We benoemen onderstaand de 2 fondsen die grootste raakvlakken hebben met het programma Volhoudbaar. Voor Energie, Klimaat en Biodiversiteit is een fonds (RES069) van € 10 miljoen De spelregels en voorwaarden van dit fonds zijn nu nog in ontwikkeling. Tegen de tijd dat het programmaplan definitief is, zullen de kaders van de fondsen ook bekend zijn. Het programmateam vervult een aanjaagfunctie voor de voorbereiding van plannen voor dit fonds en draagt ook zelf projecten aan vanuit de uitvoeringsagenda’s.

bijvoorbeeld aan verduurzaming van de binnenstad (groen en autoluw) en mobiliteitsprojecten in de Spoorzone. Subsidies We houden in de gaten welke nieuwe subsidiekansen er zijn. Zowel op nationaal als Europees niveau.

Europese subsidies De gemeente Leeuwarden is deelnemer van Europapact Fryslân. Dit is een samenwerkingsverband van diverse Friese gemeenten en de Provincie Friesland. Vanuit dit samenwerkingsverband zijn er diverse mogelijkheden voor Europese subsidies met betrekking tot het onderwerp duurzaamheid. Wij zullen hierbij gezamenlijk optrekken.

Op dit moment lopen ook al Europese projecten op gebied van duurzaamheid, zoals: • Horizon 2020 project Path2LC (€ 116.000 subsidie) • Energy Cities/EU City Facilities (€ 60.000 subsidie) • Interreg project SAVE (€ 47.000 subsidie) Recent hebben we ook een toekenning gekregen voor het Interreg-project Active Cities (duurzame en gezonde mobiliteit). Ook zijn er nieuwe aanvragen in voorbereiding op het gebied van klimaatadaptieve bedrijventerreinen en energiearmoede.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Voor Strategische ontwikkeling is een fonds (RES071) van € 15 miljoen Ook dit fonds komt in aanmerking voor (onderdelen van) het programma Volhoudbaar. Met name op het gebied van circulaire economie en duurzame mobiliteit. Denk hierbij

Rijkssubsidies Voor 2023 zullen we ons onder meer richten op het Nationaal Isolatieprogramma en de derde tranche van de Impulsregeling klimaatadaptatie.

53

54

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Bijlagen Programma Volhoudbaar 2.0 Bijlage 1: Strategie, beleidskaders, programma en uitvoeringsagenda’s (stand 2022)............................................... 56 Bijlage 2: Staat van Volhoudbaar - Outcome indicatoren...........................................................................................................................................57 Bijlage 3: Communicatieframes Circulaire Economie en Klimaatadaptatie................................................................................... 58

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

55

Bijlage 1: Strategie, beleidskaders, programma en uitvoeringsagenda’s (stand 2022) Mobiliteit

Energie

Afval

Mobiliteitsvisie (2019) (niet vastgesteld)

Transitievisie warmte (2021)

Grondstoffenbeleid; onderdeel huishoudelijk afval (2019)

Gemeentelijk Mobiliteitsplan (eind 2023)

RES 1.0 (2021) (herijking 2.0 in 2023)

Beleidskader Duurzame mobiliteit: Fiets (2023)

Beleidskader Energie (2024)

Circulair

Klimaataanpassing

Biodiversiteit

Eigen organisatie

Vastgoed

Visie

Strategie

Beleid (Tactisch)

Uitvoeringsplan en Invoeringsplan Goed terecht in Leeuwarden (2020)

Beleidskader economie: innovatie (2023)

Beleidskader Biodiversiteit (2023)

Nota Vastgoed 2020

Beleidskader Duurzame mobiliteit: elektrische laadinfrastructuur (2023) Programma’s

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Uitvoering (Operationeel)

56

Programma Volhoudbaar 2.0 (2023 – 2026) Uitvoeringsprogramma Duurzame mobiliteit: Fiets (2023)

LEA 2021-2024 (herijking in 2024)

Uitvoeringsprogramma Duurzame Mobiliteit: Verkeersveiligheid (2023) Uitvoeringsprogramma Duurzame Mobiliteit: 30km wegen (2023)

Uitvoeringsplan en Invoeringsplan Goed terecht in Leeuwarden (2020)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=77fbfd35-4768-4861-b724-54986bf797a5