CConstaterende datLeeuwarden
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmaplan Volhoudbaar 2

Informatieve bijeenkomst - oranjezaal 19 april 2023, gemeente LeeuwardenBij agendapunt: Achterliggende stukken18.445 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Programma Volhoudbaar 2.0 Maart 2023

Colofon | PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Programma Volhoudbaar 2.0

2

2023-2027 Gemeente Leeuwarden

Foto’s: Gemeente Leeuwarden, Vereniging Circulair Friesland, GreenInclusive, energiecoöperatie NEO Visuals: David Jansen, Visser en de Graef communicatie Vormgeving: Visser en de Graef communicatie Uitgave: Maart 2023

Leeuwarden Volhoudbaar Verandering is hard nodig De oude manier van leven is eindig en is geen toekomstgerichte strategie. We moeten VOLHOUDBAAR worden. Hiermee bedoelen we leven op een manier die vol te houden is voor zowel mens als planeet. Volhoudbaar naar een verre toekomst waarin generaties na ons ook een mooi bestaan hebben.

‘’En ze leefden nog lang en gelukkig’’ De tekst waar sprookjes mee eindigen. Hoe ziet een lang en gelukkig leven eruit voor de meeste mensen? Geluk zou je kunnen vertalen naar ‘brede welvaart’. Voldoende inkomen, een dak boven je hoofd, een goede gezondheid, goed onderwijs, een gezond milieu, een fijne leefomgeving, sociale verbondenheid tussen mensen en de mogelijkheid om jezelf te ontplooien en veiligheid.

Volhoudbaar is het Zuid-Afrikaanse woord voor Sustainable. Volhoudbaar sluit volgens ons beter aan bij wat we beogen dan het Nederlandse woord duurzaamheid. Volhoudbaar betekent voor ons dat er continu aandacht moet

nu doen over 20-50 jaar nog vol te houden? Tegenover volhoudbaar staat onhoudbaar. Om Volhoudbaar te worden moeten we afscheid nemen van onhoudbaar gedrag.

We streven naar een toekomstbestendige economie vol duurzame innovatie en een aantrekkelijke binnenstad, we streven naar een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving die mensen met elkaar verbindt en (positieve) gezondheid stimuleert, we streven naar versterking van de gemeente als het hart van een bijzondere groenblauwe regio waarbij water, natuur en open ruimte gekoesterd worden.

Friezen zijn zelfs het gelukkigst van Nederland En dat is ook helemaal niet zo gek. Cultuurbesef, trots, mienskip en eigenzinnigheid karakteriseren de inwoners. Friesland is een parel van een provincie. Een plek met veel groen, water, schone lucht en ruimte. Deze waarden maken de Fries gelukkiger dan geld. Friesland biedt alle uitgangspunten voor een gelukkig leven. Gemeente Leeuwarden ligt in deze mooie provincie en speelt als hoofdstad natuurlijk een belangrijke rol.

Het klimaat is wereldwijd razendsnel aan het veranderen We nemen meer dan onze planeet aan grondstoffen te bieden heeft. Tegelijkertijd produceren we nog steeds teveel afval en brengen we verontreinigende stoffen in onze lucht, bodem en water. Doordat economische groei nog steeds voorop wordt gezet en onze milieu-impact enorm is, wordt onze leefomgeving steeds minder fijn en veilig om te verblijven. Bosbranden, stormen, droogte, watertekort, overstromingen; de effecten zijn overal te merken.

We willen die verandering tot stand brengen in alle ontwikkelingen in onze leefomgeving Die verandering is een gegeven, geen keuze: onze leefomgeving gáát de komende jaren ingrijpend veranderen. Grote maatschappelijke opgaven zoals de energietransitie, klimaatadaptatie en woningbouw vragen om inzet én om ruimte. Niet alles kan overal, niet alles kan samen, niet alles kan tegelijk en niet alles kan op korte termijn. Keuzes maken is nodig en doen we aan de hand van de 3 ontwikkelprincipes van de gemeentelijke Omgevingsvisie: Vergroenen, Verbinden en Verwaarden.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

zijn voor ons handelen. Is hoe we het

We streven geluk, brede welvaart, na in alles wat we doen in de leefomgeving

3

Programma Volhoudbaar 2023 – 2027 in vogelvlucht

Programma Volhoudbaar 2.0

‘We vergroenen – we gaan uit van emissievrij, circulair en adaptief’

Een duurzame Leeuwarder leefomgeving, gemeentelijke organisatie en samenleving, waarin we duurzaam als vertrekpunt zien en we duurzaam denken en doen.

- Coalitieakkoord

Duurzame Energie

Klimaataanpassing

Biodiversiteit & Ecologie

Circulaire Economie

Eigen Organisatie

Leeuwarden heeft in 2050 een klimaatneutrale energie- en warmtevoorziening

Leeuwarden is klaar voor periodes van hitte, meer neerslag en meer droogte

Toename van biodiversiteit in 2035 in Leeuwarden

Leeuwarden heeft een volledige circulaire economie en samenleving zonder afval in 2050

Een volhoudbare gemeentelijke organisatie met volhoudbare uitgangspunten

Doelen 2030 • 60% CO2 reductie & update Leeuwarder Energieagenda. • 23% energiebesparing in de gebouwde omgeving in 2030 (herijking) • 85 % duurzame energieopwekking gebouwde omgeving (herijking) • Aardgasvrij Leeuwarden: in 2024 plannen voor 15.000 gebouwen. • Inzet op: duurzame mobiliteit en energiearmoede

Doelen 2035 • Waterberging en -afvoer: 65.000 m3 in ongeveer 75 projecten. • Hittestress: meer groen en schaduw rondom 50 warme gebieden in de gebouwde omgeving • Droogte: meer inzicht gevolgen van droogte in bebouwd gebied. • Vergroten bewustwording en klimaatadaptief handelen inwoners

Doelen 2023-2027 • Uitvoeringsagenda en werkgroep • Wettelijke basis op orde. Wet natuurbesbescherming & natuurwaardenkaart • Basiskwaliteit natuur: kansen kaart per wijk & gemeente brede ecologische structuur • Inventariseren en onderzoeken biodiversiteitskansen • Experimenteren: biodiversiteit als vertrekpunt in visies, plannen en gebiedsontwikkelingen • Vergroten bewustzijn: educatie en communicatie

Doelen 2030 • Doorontwikkeling plan van aanpak 2023-2027 • Afvalvrij in 2050 met als tussendoel 30 kg restafval per inwoner in 2030 • Maximaal circulair inkopen in 2025 als gemeente • Stimuleren en faciliteren van circulaire innovaties en projecten bij bedrijven en start-ups • Circulair bouwen is de norm in 2030 en gebruik maken van biobased materialen

Doelen 2030 • Een klimaatneutrale organisatie in 2030 door verminderen en compenseren CO2 uitstoot & eigen duurzame energie opwek • Analyseren en stimuleren van klimaatadaptieve en biodiversiteitsmaatregelen bij eigen panden en terreinen • Duurzaamheid in het DNA: leren en aan de slag met duurzaamheid op het werk en thuis • Volhoudbare uitgangspunten zoveel mogelijk meenemen bij (nieuwe) gebiedsontwikkelingen

De gemeente kleurt groen door het planten van veel bomen. We maken hiervoor een specifiek plan van aanpak

Verbeter ambities

Een andere volhoudbare manier van werken, waarbij duurzaamheid het vertrekpunt is – groen, emissievrij, circulair en adaptief

Integraler werken: Eén verhaal, coördinatie, elkaar stimuleren, planning en control, samenhang en overkoepelende communicatie, monitoring van de voortgang

Sneller, prioriteit en focus ten aanzien van de 5 programmalijnen via specifieke uitvoeringsaanpakken en uitvoeringsteams

Stevigere rol als netwerkende overheid; samenwerken met andere overheden, bewoners en (maatschappelijke) organisaties

Inhoud H1. Aanleiding & Context ..................................................................................................................................................................7 H2. Ambitie, doelen en verbeterstrategie................................................................................................................ 11 H3. Energietransitie................................................................................................................................................................................. 15 H4. Klimaataanpassing....................................................................................................................................................................... 19 H5. Biodiversiteit......................................................................................................................................................................................... 23 H6. Circulariteit en Afvalvrij Leeuwarden .............................................................................................................. 29 H7. Eigen organisatie............................................................................................................................................................................. 33 H8.

Organiseren van het Programma ........................................................................................................................... 37 H9. Monitoren ............................................................................................................................................................................................... 41 H10. Communicatie ................................................................................................................................................................................ 43 H11. Samenwerken.................................................................................................................................................................................. 47

Bijlagen Programma Volhoudbaar 2.0.......................................................................................................................... 55

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

H12. Financiën................................................................................................................................................................................................ 51

5

Volhoudbaarheid thema’s Cijfers en gegevens duurzaamheid

RGI E N E

K

E

CO2 uitstoot

Totale in gemeente Leeuwarden (in kiloton) 1400

1,2%

T

74% van de

28

inwoners van de gemeente Leeuwarden ervaart

van het totaal

weleens hinder van een veel

aantal personenauto's in

1200

AA M I L

te warm huis

gemeente Leeuwarden is

elektrisch

1000 800 600

75

is dit

wateroverlast

tegen te gaan

In heel Nederland

400

projecten om

71% van de inwoners is tevreden met de hoeveelheid groen in de gemeente

12% van de gemeentelijke oppervlakte bestaat

2%

uit bomen

200

Woningen met

1990

2018

2019

2020

2030

zonnepanelen Leeuwarden Nederland

DIVERSITEI O I T B

9 energiecoöperaties (officiële) duurzame

18,8%

in gemeente Leeuwarden

C

0

15,7% Gemiddelde afstand per inwoner

EI

R G A N I S AT I E O N GE

40%

van de medewerkers komt met de

12% het

komt met

OV naar het werk

fiets en

5620 ton CO2 Totale voetafdruk in 2021

tot dichtstbijzijnde

10 ha

C IR

ULAIR

139 kg

openbaar groen

natuurgebied

per inwoner

0,6 km

23 Pluk- en moestuinen

63 verschillende bijensoorten

41%

Restafval per inwoner per jaar

van de inwoners

ergert zich regelmatig aan

rondslingerend vuil in de

woonomgeving

in gemeente Leeuwarden

in de gemeente. Bij goed beheer is de leefomgeving

10 circulair

potentieel geschikt voor

ingekochte projecten

91soorten

per jaar

H1. Aanleiding & Context 1.1 Beleidscontext ‘De mens veroorzaakt een snelle opwarming van de aarde’ Dat was de heldere, maar tegelijkertijd confronterende conclusie van wetenschappers in het meest recente IPCC rapport. ‘Alleen als er nu snel ingrijpende en grootschalige maatregelen worden genomen, is een stijging van de temperatuur met meer dan 1,5 tot 2 graden nog te voorkomen.’ Bij meer dan 2 graden zijn de gevolgen voor onze aarde en leefomgeving onomkeerbaar. In het klimaatakkoord van Parijs in 2015 is daarom besloten de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Zodat de opwarming van de aarde binnen de 1,5 à 2 graden blijft. In Nederland is het tegengaan van opwarming uitgewerkt in het Klimaatakkoord Het belangrijkste doel van het Klimaatakkoord is om in 2030, 49% minder CO2-uitstoot te hebben in vergelijking met 1990. In 2050 moet de uitstoot van CO2 met 95% afgenomen zijn. In het regeerakkoord is de doelstelling voor 2030 verder opgehoogd tot 60% CO2–reductie. Voor het bereiken van deze doelen is ook extra inzet vanuit de gemeenten nodig. Het Rijk heeft in oktober 2022 duidelijkheid gegeven over de financiële middelen die voor het oppakken van deze opgave naar de gemeenten gaan richting 20301 (zie ook hoofdstuk 12 Financiën).

afwegen en maken van keuzes in beleid. Dit is nodig omdat we als gemeente voor veel opgaven staan. We zullen naar een nieuwe normaal en manier van leven toewerken, waarbij we duurzamere keuzes maken. Het coalitieakkoord is ambitieus ten aanzien van de Volhoudbaar-onderwerpen energie, klimaataanpassing, biodiversiteit en circulaire economie. Aansluitend op het Rijksbeleid worden de inspanningen verhoogd. Zo verhogen we ons doel van 49% CO2 besparing naar 60% CO2 besparing in 2030. Ook dit programma benut de omgevingsvisie als richting gevend instrument In onze omgevingsvisie wordt aangegeven hoe we op gebiedsniveau afwegingen en keuzes maken. Deze keuzes maken we aan de hand van het 3x3-model. We hebben 3 ambities die als uitgangspunt dienen voor de te volgen koers. Er zijn 3 ontwikkelprincipes die helpen om de juiste keuzes te maken: Vergroenen, Verbinden en Verwaarden. En die keuzes werken we uit naar 3 verschillende gebiedstypen: stad, dorpen en buitengebied. Zowel in de omgevingsvisie, het coalitieakkoord als dit programmaplan wordt duurzaamheid als vertrekpunt gezien voor de ontwikkeling van projecten.

1.2 Programma Volhoudbaar maakt werk van een duurzame gemeente

gen en wordt er een nieuw Bestuursakkoord gesloten.

versterking natuurlijk kapitaal (inclusief biodiversiteit) en circulair denken en doen. Volhoudbaar is toekomstgericht, robuust, verbonden en inclusief (ongedeeld). Het normaal op basis van deze volhoudbaarheids-principes, is een nieuwe normaal. Om te komen tot dit nieuwe normaal moeten we veranderen.

Dit programmaplan is een uitwerking van duurzaamheidsambities in het coalitieakkoord In het akkoord ‘Nu investeren in de Toekomst’ zijn uitgangspunten genoemd voor de periode 2022-2027 voor het

Met het programma willen we zorgen dat de gemeente Leeuwarden, ‘Volhoudbaar’ wordt. Volhoudbare principes zijn gebaseerd op aspecten als gedeelde belangen: gelijkheid, gezondheid, brede welvaart,

1 https://vng.nl/sites/default/files/2022-10/Brief-medeoverheden-uitvoeringsmiddelen-KE-beleid.pdf en zie ook het hoofdstuk financiën (hoofdstuk 12)

Dit programmaplan formuleert geen nieuw beleid, maar geeft aan hoe we doelstellingen willen bereiken In het coalitieakkoord, en vanuit eerdere beleidsdocumenten, zijn doelen en ambities geformuleerd die voor het programma Volhoudbaar relevant zijn. Daarnaast wordt vanuit de bestaande lijnorganisatie nieuw duurzaamheidsbeleid ontwikkeld. In bijlage 1 hebben we inzichtelijk gemaakt hoe het programma zich verhoudt tot bestaand beleid en beleid dat de komende periode wordt ontwikkeld. Het programma is vooral bedoeld om te sturen op het halen van de doelen van het beleid, het neerzetten van de bijbehorende organisatie en het bereiken van samenhang en synergie tussen de beleidsvelden. Gezamenlijk hebben we een aantal verbeterdoelen geformuleerd Het gaat om een meerjarige aanpak, waarmee we willen werken aan complexe duurzaamheidsopgaven die met elkaar samenhangen. Het programma bewaakt hierbij de samenhang tussen ambitie en visie, projecten en alle thema’s, want alles staat met elkaar in verbinding. Via de programma-aanpak werken we aan meer voorspelbare zaken en kunnen we ook inspelen op onverwachte nieuwe ontwikkelingen.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Gezamenlijk met provincie vraagstukken oppakken Ook in het Bestuursakkoord van de Provincie Fryslân wordt ‘Brede Welvaart’ genoemd als hoofddoelstelling. En er wordt ingezet op leefbaarheid, inclusie, circulariteit en vergroening. Dit biedt mogelijkheden om gezamenlijk vraagstukken op te pakken. In 2023 zijn er Provinciale verkiezin-

De programma-aanpak ondersteunt en inspireert naar volhoudbare werkwijze Dat we voor enorme opgaven staan, is inmiddels duidelijk. Opgaven die we alleen samen, met elkaar, kunnen oplossen. Het programma Volhoudbaar is bedoeld om de verschillende thema’s binnen de organisatie aan te jagen en collega’s te ondersteunen en inspireren op weg naar een volhoudbare werkwijze. De realisatie van het programma is alleen haalbaar wanneer hier organisatiebreed aan gewerkt wordt. Dit programmaplan is dan ook tot stand gekomen in nauwe samenwerking met verschillende mensen binnen de gemeentelijke organisatie.

7

De opgaven zijn niet opgelost over 4 jaar. Maar vanuit het programma maken we de verbinding tussen abstracte ‘op de verdere toekomstgerichte’ ambities en wat we concreet tot en met 2027 gaan oppakken. Met dit programmaplan willen we ook keuzes maken en prioriteiten leggen Dit programmaplan dient om helderheid te geven over rollen en verantwoordelijkheden. En ook om een gezamenlijk beeld te hebben bij de visie, opgave en inspanningen. We willen ook prioriteiten leggen. Daarom zijn er thema’s en inspanningen benoemd die we willen oppakken. Dit gebeurt vaak nog op hoofdlijnen, maar vormt wel het vertrekpunt voor 5 uitvoeringsagenda’s die aan Volhoudbaar zijn verbonden. Een programma coördineert dus niet alleen, maar vanuit de programma-aanpak maak je ook keuzes.

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Het programmateam coördineert de activiteiten vanuit één verhaal We weten dat er meerdere manieren zijn om onze doelen te bereiken. Maar via heldere planning, monitoring en control van het geheel willen we planmatig werken. In dit programmaplan is hier dan ook aandacht voor. We weten dat de opgave complex is en dat er veel partijen intern en extern aan bijdragen. We proberen deze belangen bij elkaar te brengen en willen eigenaarschap en handelingsperspectief creëren. Zowel binnen de organisatie als daarbuiten.

8

Het is onze wens om zo concreet mogelijk te communiceren, zodat helder is waar we staan, wat we met elkaar willen en doen en op welke manier iedereen kan meedoen. In dit programmaplan, maar ook in de samenhangende uitvoeringsagenda’s hebben we dan ook aandacht voor communicatie en samenwerking.

Leeswijzer Hoofdstuk 1 heeft de context en aanleiding van de opgave van het programma Volhoudbaar beschreven. In hoofdstuk 2 worden vervolgens de visie en ambitie van het programma weergegeven. In de hoofdstukken 3 t/m 7 beschrijven we per pijler de ambities en concrete activiteiten. Hoofdstuk 8 geeft een overzicht van de organisatie van het programma, waarna hoofdstuk 9 de monitoring en programmasturing bevat. Hoofdstuk 10 beschrijft vervolgens de communicatie, hoofdstuk 11 de interne en externe samenwerking en tot slot beschrijft hoofdstuk 12 de financiën.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

9

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

10

We werken aan een leefbare en duurzame gemeente, voor nu en de toekomstige generaties.

H2. Ambitie, doelen en verbeterstrategie Invulling geven aan de energietransitie, aanpassen aan het veranderende klimaat, een toename van de biodiversiteit, het inrichten van een circulaire economie en het realiseren van een volhoudbare organisatie. Dat zijn de opgaven op weg naar een Volhoudbaar Leeuwarden.

2.1 Ambitie Als gemeente Leeuwarden staan we voor een grote opgave en werken we aan een leefbare en duurzame gemeente, voor nu en de toekomstige generaties. Daarnaast zijn er internationale en nationale afspraken waar wij invulling aan geven. In de gemeente Leeuwarden is ons uitgangspunt:

“We vergroenen: we gaan voor een emissievrije, circulaire, biodiverse en klimaatadaptief ingerichte leefomgeving”.

We doen dit in nauwe samenhang met de andere 2 ontwikkelprincipes: • “We verbinden: we gaan voor een leefomgeving die uitnodigt tot ontmoeting en beweging; waarbij de bereikbaarheid, inclusiviteit, veiligheid en gezondheid verbeteren”. • “We verwaarden: we voegen kwaliteit toe aan de leefomgeving en dragen bij aan ‘brede welvaart”.

Veranderen van ons gedrag Alleen het nemen van technische maatregelen is niet voldoende, meer dan ooit is het nodig om het gedrag te veranderen naar een andere, duurzame ‘mindset’. Het veranderen van gedrag is geen individuele zaak, maar vraagt om collectieve acties. Een aanpak en acties waarbij iedereen mee kan doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen mee kan doen is het van belang om voldoende investeringsruimte, kennis en tijd te creëren. Elementen waar het in veel gevallen nu nog aan ontbreekt. Binnen onze gemeentelijke organisatie, maar ook daarbuiten. Ander gedrag begint met andere ambities We richten ons als gemeente op brede welvaart en niet meer alleen op materiële en economische welvaart. Het gaat bij brede welvaart ook om zaken als gezondheid, onderwijs, milieu en leefomgeving, sociale cohesie, persoonlijke ontplooiing en (on)veiligheid. Bovendien betreft het niet alleen de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’, maar ook de effecten van onze manier van leven op het welzijn van mensen ‘elders’ (buiten de regio) en ‘later’ (toekomstige generaties). Om de ontwikkeling van brede welvaart bij te houden volgen we de monitor van het CBS. Het CBS maakt daarbij een verbinding naar de 17 Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties2.

“Een duurzame Leeuwarder leefomgeving, gemeentelijke organisatie en samenleving, waarin we duurzaam als vertrekpunt zien en we duurzaam denken en duurzaam doen”.

2.2 Verbeterstrategie Bij deze overkoepelende ambitie hoort een strategie. Vervolgens hebben we deze strategie vertaald naar concrete verbeterdoelen voor onze organisatie, waarmee we de komende tijd aan de slag willen gaan. Ook deze verbeterdoelen worden hier gepresenteerd. Onze strategische uitgangspunten: 1. Besparen van energie en grondstoffen Besparen van energie en grondstoffen zorgt er direct voor dat onze economie en maatschappij minder afhankelijk worden van externe factoren en bespaart kosten. Besparen van energie en grondstoffen zorgt er ook voor dat we geen duurzame alternatieven hoeven te bedenken en realiseren. En besparen heeft direct een gunstig effect op het terugbrengen van emissies.

Vanuit het programma Volhoudbaar leggen we ten aanzien van het begrip brede welvaart de focus op milieu en leefomgeving.

2.1 Programmadoelen

daarin een leidend en een verbindend principe.

Overkoepelende ambitie programma Volhoudbaar We gaan met elkaar aan de slag voor meer groen, minder uitstoot, aanpassing aan het klimaat en circulariteit. De overkoepelende ambitie van ons programma luidt:

zoeken we daarom ook de samenwerking met andere programma’s en projecten, zoals Leeuwarden Oost en Spoorzone, maar ook de grote woningbouwprogramma’s. We kunnen daarmee synergie behalen.

2 https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2021/20/monitor-brede-welvaart-de-sdg-s-2021 & Regionale Monitor Brede Welvaart toont grote verschillen stad en platteland (cbs.nl)

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Duurzaamheid als leidend en verbindend principe Het is een integraal uitgangspunt van het gemeentelijk beleid en de bedrijfsvoering. Het gaat om duurzame ontwikkeling waarbij we rekening houden met de gevolgen van ons handelen. Nu en in de toekomst. Duurzaamheid is

2. Betaalbaarheid voor iedereen We vinden het belangrijk dat de transities zo soepel mogelijk verlopen en dat we rekening houden met iedereen. Betaalbaarheid is daarbij belangrijk. We willen bijdragen, en ervoor zorgen, dat iedereen voor duurzame en comfortabele oplossingen kan gaan. Iedereen heeft recht op een duurzame woning, die comfortabel is en waarbij de woonlasten betaalbaar blijven. De kloof tussen arm en rijk willen we kleiner maken en niet groter. Vanuit ons programma

11

3. Integrale aanpak: CO2 is belangrijk maar niet exclusief belangrijk De ambities om CO2 te besparen zijn hoog en dit is noodzakelijk. Maar we moeten ons niet blindstaren op CO2 en de vraagstukken ten aanzien van biodiversiteit, de grondstoftekorten en sociale vraagstukken zoals armoede en arbeidsmarktvraagstukken vergeten. Daarom kiezen we ook voor een programmatische aanpak. We willen verbindingen leggen, maar ook ons bewust zijn van andere vraagstukken die kansen bieden. En we weten ook dat als we niet integraal denken we misschien voor het ene vraagstuk een oplossing bedenken, dat juist voor een ander thema problemen geeft.

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Ook hebben we 4 verbeterdoelen voor onze werkwijze als gemeente gekozen:

12

• Volhoudbaar als vertrekpunt We kiezen als vertrekpunt van onze gemeentelijke activiteiten voor: emissievrij, circulair biodivers en klimaatadaptief. • Integraler werken Eén verhaal, eigenaarschap, elkaar stimuleren, overkoepelende planning en control, samenhang en overkoepelende communicatie, monitoring van de voortgang. • Sneller, prioriteit en meer focus Sneller, prioriteit en focus ten aanzien van de 5 programmalijnen, via 5 specifieke uitvoeringsaanpakken en 5 uitvoertingsteams. • Steviger rol als netwerkende overheid Samenwerken met ander overheden en (maatschappelijke) organisaties. Als gemeentelijke overheid komt er veel op je af. Dit vraagt per geval om een afweging. Welke rol of rollen wil je innemen en wat voor effect heeft dit op je omgeving? Wat zijn dan vervolgens de acties en instrumenten die je inzet? In de afbeelding hierna worden de uitgangspunten en de verbeterdoelen visueel weergegeven:

2.3 Programmalijnen Het programma Volhoudbaar is opgebouwd uit 5 programmalijnen: 1. Energie 2. Klimaataanpassing 3. Biodiversiteit 4. Circulaire Economie 5. Eigen organisatie Sinds 2018 werken wij via het programma Volhoudbaar aan 3 grote duurzaamheidsthema’s namelijk: Energie, Klimaataanpassing en Circulaire Economie. In de nieuwe periode van het programma voegen we 2 nieuwe onderdelen toe aan het programma Volhoudbaar: Biodiversiteit en (het verduurzamen van de) Eigen organisatie.

Deze thema’s komen terug in alle beleidsterreinen van de gemeente We benaderen duurzaamheid daarom integraal. Dit betekent ook dat we verbindingen leggen tussen verschillende maatschappelijke opgaven. In de volgende hoofdstukken - hoofdstuk 3 tot en met hoofdstuk 7 - geven per programmalijn aan: • Wat per programmalijn de belangrijkste maatschappelijke opgave is; • Wat de ambities en doelen zijn; • Via welke activiteitenlijnen we willen werken; • Welke rol we als gemeente oppakken.

organisatie en samenleving, waarin we duurzaam als vertrekpunt zien en we duurzaam denken en duurzaam doen”.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Onze ambitie:“Een duurzame Leeuwarder leefomgeving, gemeente­lijke

13

De opgave van de energietransitie is groot. De komende tien(tallen) jaren willen we ons energieverbruik fors terug­brengen. En de energie die we nog wel gebruiken, willen we duurzaam opwekken. Hierbij willen we dat de overgang naar duurzame

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

energie betaalbaar is voor iedereen en dat iedereen kan meedoen.

14

H3. Energietransitie

Over de gehele opgave van de energietransitie staan 3 stap-

3.1 Maatschappelijke opgave

3.2 Ambitie

Terugbrengen en verduurzamen van energieverbruik De opgave van de energietransitie is groot. De komende tien(tallen) jaren willen we ons energieverbruik fors terugbrengen. De energie die we nog wel gebruiken, willen we duurzaam opwekken. Hierbij gaat de manier veranderen waarop we onze gebouwen verwarmen, energie opwekken, produceren en ons verplaatsen. Van fossiele brandstof naar een duurzaam alternatief.

In 2050 een klimaatneutrale energie-en warmtevoorziening In de Leeuwarder Energieagenda (2021) is de ambitie vastgelegd dat de gemeente Leeuwarden in 2050 een klimaatneutrale energie- en warmtevoorziening heeft. Een doel hierbij is om 49% minder CO2 uit te stoten in 2030 t.o.v. 1990. Dit doel sloot destijds aan bij het Klimaatakkoord in 2019. In 2022 heeft het kabinet in haar regeerakkoord opgenomen om het CO2-bespaardoel te verhogen naar 60% (t.o.v. 1990). De uitwerking hiervan moet verankerd worden in de Klimaatwet. In het coalitieakkoord van de gemeente Leeuwarden ‘Nu investeren in de toekomst’ wordt er aangesloten bij dit nieuwe doel. Bij de volgende herziening van de Leeuwarder Energieagenda (in 2024) worden de acties die bij deze doelstelling horen verder uitgewerkt.

De energietransitie gaat gepaard met grote uitdagingen Grondstoffen voor bijvoorbeeld warmtepompen en zonnepanelen zijn schaars en isolatiemateriaal is niet altijd voorhanden. Het stroomnet kan de vraag en de teruglevering van elektriciteit niet aan. De prijs van elektriciteit en aardgas is enorm gestegen met inflatie en energiearmoede tot gevolg. Daarnaast is er tekort aan mensen die de transitie vormgeven. Een enorme uitdaging, want we willen ook dat de overgang naar duurzame energie betaalbaar is voor iedereen. En we willen dat iedereen mee kan doen!

3.3 Strategie De ambitie uit de Leeuwarder Energieagenda 2021-2024 is onderverdeeld in verschillende pijlers. Deze hebben ieder zijn eigen strategie en doel.

pen centraal3: 1. Beperk het energieverbruik; 2. Wek de (overblijvende) energiebehoefte zoveel mogelijk duurzaam op; 3. Gebruik fossiele brandstoffen efficiënt. Bij het aardgasvrij maken van onze gebouwen, kiest de gemeente voor een strategie waarbij we samen, stap voor stap, met alle betrokkenen tot een plan komen. Om zelf het goede voorbeeld te geven, krijgt het verduurzamen van de eigen organisatie een zelfstandige pijler binnen het programma (zie hoofdstuk 7 Eigen organisatie). Over de volle breedte van de energietransitie is het belangrijk om (strategisch) werkzaamheden onderling te verbinden en plannen. Op die manier kan het verduurzamen van woningen en het realiseren van nieuwe energie-infrastructuur, worden verbonden met het verbeteren van de openbare ruimte of het creëren van (toekomstbestendige) werkgelegenheid. Dit vraagt om een heldere prioriteitsstelling en een integrale blik.

3.4 Doelen en activiteitenlijnen

We leggen verbindingen en werken integraal aan oplossingen voor verschillende vraagstukken. Zoals energie-infrastructuur en de openbare ruimte. 3 Deze 3 stappen staan ook wel bekend als de Trias Energetica

• Regionale Energiestrategie 1.0 (2021) • Transitievisie warmte (2021), • Wijkuitvoeringsplannen aardgasvrij, • Meerjarige aanpak energiebesparing en energiearmoede, • Nieuwe kaders voor de opwek van duurzame energie.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

We werken vanuit de huidige Leeuwarder Energieagenda aan 6 activiteitenlijnen Waarvan 4 met een eigen doelstelling (voor 2030). Vanuit deze activiteitenlijnen worden verschillende inspanningen opgepakt die samen optellen tot het doel van die activiteitenlijn. Alle activiteitenlijnen tellen samen op tot het CO2reductie-doel. Naast de Leeuwarder Energieagenda zijn er meerdere beleidsdocumenten opgesteld of in ontwikkeling, die invulling geven aan de energietransitie:

15

We richten ons op de volgende doelen/activiteitenlijnen:

Programma Volhoudbaar

Duurzame Energie Besparing gebouwde omgeving

Opwek duurzame energie

Doel: 23% in 2030

Doel: 85% in 2030

Aardgasvrij Leeuwarden

Eigen organisatie

Duurzame mobiliteit

Innovatie en bedrijven

Doel: In 2024 plannen voor 15.000

Doel: Gemeentelijke organisatie CO2

Doel: Het opstellen van nieuw, duurzaam

Doel: Het ondersteunen van bedrijven met

gebouwen

neutraal in 2030

mobiliteitsbeleid

verduurzamen, door innovatie en actieve

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

hulp

16

1. Besparing in de gebouwde omgeving (23% in 2030) Besparing in de gebouwde omgeving gaat zowel over

die hierbij horen. We willen in het nieuwe mobiliteitsbeleid meer aandacht besteden aan het tegengaan van CO2 uit-

• Het herijken van de Leeuwarder Energieagenda in 2024:  de omstandigheden voor de energietransitie zijn constant

woningen als (bedrijfs)gebouwen. Onder andere de inzet van Energiecoaches en het begeleiden van lokale (burger) initiatieven zijn activiteiten die bijdragen aan de besparing in de gebouwde omgeving.

stoot. Door duurzame vormen van mobiliteit te stimuleren en anders te kijken naar mobiliteit.

in ontwikkeling (sinds opstellen van de LEA te maken met onder andere: capaciteitsproblemen elektriciteitsnetwerk, energiearmoede). En ook de technologie is constant in ontwikkeling. Daarom gaan we in 2024 de Leeuwarder Energie Agenda herijken.

2. Opwek van duurzame energie (85% in 2030) Bij de opwek van duurzame energie gaat het zowel over de opwek van elektriciteit als om duurzame warmte. De boring naar geothermie (aardwarmte) is hier een goed voorbeeld van. 3. Aardgasvrij Leeuwarden (in 2024 plannen voor 15.000 gebouwen) Dit betreft het aardgasvrij maken van gebouwen. De Warmtevisie geeft hiervoor de basis, de uitwerking op gebiedsniveau gebeurt in (wijk)uitvoeringsplannen. 4. Eigen organisatie (gemeentelijke organisatie van Leeuwarden CO2 neutraal in 2030) De eigen organisatie gaat ook een duurzame transitie door. Activiteiten zijn bijvoorbeeld het verduurzamen van de eigen gebouwen (eigen vastgoed), inkoop van lokale duurzame energie (van Friese projecten) en het fossielvrij maken van het wagenpark. Zie ook hoofdstuk 7 Eigen organisatie.

Naast het uitvoeren van de Leeuwarder Energieagenda (LEA) gaan we bezig met: • Het verbreden en intensiveren van onze aanpak (aanvullende acties op om de CO2-uitstoot terug te brengen). Zoals hierboven beschreven wordt, is het doel van 49% minder CO2-uitstoot in 2030, verhoogd naar 60%. Dit gebeurt op een natuurlijk moment, wanneer de huidige LEA afloopt in 2024 (zie onderstaand). Tot die tijd, geven we het besparen van energie meer prioriteit onder de huidige LEA. Energiebesparing is voor ons ook een belangrijk instrument om energiearmoede tegen te gaan en bedrijven toekomstbestendig te maken. Om de bestaande aanpak door te ontwikkelen en te intensiveren, stellen we het komende jaar daarom een ‘Meerjarenaanpak Energiebesparing en Energiearmoede’ op. Op het gebied van mobiliteit ontwikkelen we verschillende activiteiten om de CO2 -uitstoot terug te brengen. Ook in de landbouw en bij oxidatie van veenweide komt CO2 vrij. Samen met de Provincie en Wetterskip werken we samen bij activiteiten zoals via het Veenweideprogramma 2021-2030. • Het opstellen van nieuwe kaders voor duurzame energieprojecten. Het huidige ‘Plan voor de zon’ (kader voor opwek duurzame energie) geeft onvoldoende aan hoeveel energie, waar (locaties) kan worden opgewekt. Daarnaast zijn er meerdere ontwikkelingen die nieuwe kaders voor opwek

6. Duurzame mobiliteit Ook op het gebied van mobiliteit kunnen we onze uitstoot van CO2 verminderen. Het stimuleren van lopen en fietsen, plaatsen van laadpalen (en de benodigde infrastructuur) voor elektrisch rijden, de introductie van een ‘zero emissiezone’ en het stimuleren van deelmobiliteit zijn activiteiten

noodzakelijk maken. Zoals bijvoorbeeld ‘De zonneladder’ uit de provinciale verordening Romte, het werken aan lokaal eigendom bij duurzame energieprojecten en het koppelen van energieopwek aan andere duurzame opgaven zoals klimaataanpassing en biodiversiteit. Om dit beter vast te leggen, wordt er gewerkt aan nieuwe kaders voor de opwek van duurzame energie.

Per doel of inspanning kan onze rol als gemeente verschillen Voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving, besparen van energie in de gebouwde omgeving en het verduurzamen van onze eigen organisatie, nemen we een ‘regisserende rol’ in. We nemen in de gebouwde omgeving echt het voortouw om de doelstellingen te halen. Wat betreft de opwek van duurzame energie zijn we voornamelijk ‘kaderstellend’ en houden we overzicht op de verschillende bronnen die er zijn. Voor innovatie bij bedrijven is het voornamelijk ‘adviseren en stimuleren’. Bij het aardgasvrij maken van bedrijventerreinen en kantoorlocaties nemen we waar mogelijk ook een ‘regierol’ in. Bij duurzame mobiliteit kan onze rol sterk verschillen, van zowel ‘ regie’ als ‘stimulerend’. In de eigen organisatie zitten we zelf aan het stuur, en aan zet om het goede voorbeeld te geven. Vanuit de maatschappij wordt gevraagd om meer regie vanuit overheid Vanuit de maatschappij wordt steeds vaker naar de overheid gekeken om meer regie te nemen om leveringszekerheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van energie te waarborgen. Wat betreft onze rol houden wij de ontwikkelingen in de gaten, maken wij passend beleid en anticiperen wij op nieuwe kansen. In het coalitieakkoord wordt op dit punt het volgende aangegeven: “Waar dat nodig is pakken we als gemeente de regie.

Bijvoorbeeld op plekken waar collectiviteit nodig is om energie voor iedereen betaalbaar te houden.” In de toekomst kan dit betekenen dat wij zelf ook moeten investeren en ontwikkelen. De mogelijkheden op dit vlak worden daarom nader verkend.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

5. Innovatie en bedrijven Om bedrijven te helpen met verduurzamen is innovatie en actieve hulp een belangrijke factor. Voorbeelden hiervan zijn: het slim omgaan met de capaciteit van het elektriciteitsnet op bedrijventerreinen, het verstrekken van subsidies voor innovatieve energieoplossingen via het innovatiefonds en het bieden van advies via de MKB-energiecoaches.

3.5 Onze rol

17

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

18

Steeds vaker zijn er extreme buien, hebben we te maken met meer droogte en hogere temperaturen. Om deze effecten van klimaatverandering tegen te gaan werken we aan een klimaatbestendigere en groenere gemeente.

H4. Klimaataanpassing 4.1 Maatschappelijke opgave Leeuwarden voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering Steeds vaker zijn er extreme buien, hebben we te maken met meer droogte en hogere temperaturen. Klimaatverandering heeft daardoor grote gevolgen voor de gezondheid, de leefbaarheid en de economie. Het is belangrijk dat we Nederland, Fryslân en Leeuwarden voorbereiden op de gevolgen van klimaatverandering.

in de Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie en het Plan van aanpak klimaatadaptatie.

7

ambities

voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland

Kwetsbaarheid in beeld brengen

Klimaataanpassing heeft consequenties voor de inrichting van onze ruimte Met de ‘Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie’ heeft Nederland in 2015 besloten dat ons land in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is ingericht. Zo mogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de risico’s door extreem weer en overstromingen niet verder toenemen. Bestaande ruimte moet zo worden beheerd en onderhouden, dat de kans op schade en slachtoffers afneemt. Hoe we het proces van ruimtelijke aanpassingen aan klimaatverandering kunnen versnellen, is verder uitgewerkt in het ‘Deltaplan ruimtelijke adaptatie’. Dit is een gezamenlijk nationaal plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk.

Uitvoeringsagenda opstellen

Risicodialoog voeren en strategie opstellen

Meekoppelkansen benutten

Stimuleren en faciliteren

Reguleren en borgen

Handelen bij Handelen bij calamiteiten

met het programma een bijdrage leveren aan de ambitie van de Leeuwarder omgevingsvisie om in 2028 het hart te zijn van een bijzondere groenblauwe regio.

Ook lossen we de klimaatknelpunten in bestaand bebouwd gebied op. Dit doen we zoveel mogelijk in samenhang met andere projecten en duurzame uitgangspunten.

4.3 Strategie

Aan de hand van een nog te ontwikkelen ‘vergroeningstrategie’ werken we samen aan het herstel en de versterking van de groenblauwe structuren in onze gemeente. In de

4.2 Ambitie

De ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie (afbeelding hiernaast) zijn in Leeuwarden verder uitgewerkt

Stimuleren en samenwerken met andere partijen We willen inwoners en bedrijven stimuleren om mee te denken en klimaatadaptief te handelen. Daarom zetten we als gemeente in op het voeren van klimaatgesprekken met onze inwoners en bedrijven. Dit gesprek heeft als doel het bewustzijn rondom de gevolgen van klimaatverandering en de benodigde aanpassingen te vergroten. Daarnaast willen we hiermee het klimaatadaptief handelen van onze inwoners vergroten. We maken dit concreet op wijk- en buurtniveau. Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân zijn verantwoordelijk om het (watersysteem in het) landelijk gebied klimaatbestendig te maken. We werken als gemeente mee met de uitvoering van deze partijen en doen, wanneer dit relevant of nodig is, voorstellen om de aanpak te versterken. Om ervoor te zorgen dat alle initiatieven leiden tot een samenhangend en waterrobuust systeem, trekken we in een vroeg stadium (van planontwikkeling) samen op en bewaken we de gezamenlijke waterbelangen. Daarnaast werken wij samen in het Fries Bestuursakkoord Waterketen (FBWK). Dit is een samenwerking van Friese gemeenten, Wetterskip Fryslân, Vitens en de provincie Fryslân. Voor de periode 2021-2025 is een nieuw Fries Bestuursakkoord Waterketen opgesteld (FBWK) waarbij er o.a. voor klimaataanpassing wordt samengewerkt en we elkaar versterken.

Woningcorporaties hebben in Leeuwarden een aanzienlijk bezit, daarom maken we afspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties om in het toekomstige klimaat fijn te kunnen blijven wonen.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Leeuwarden heeft de ambitie om in 2035 een klimaatadaptieve gemeente te zijn Dit betekent concreet dat we de effecten van wateroverlast, hitte en droogte zoveel mogelijk willen beperken en beheersen. Dat gaat hand in hand met een groene en leefbare stad die ook in de toekomst aantrekkelijk is om in te wonen, te werken en te recreëren. Op die manier willen we

We richten ons op de gebouwde omgeving We richten ons primair op de ‘gebouwde omgeving’ en onze aanpak is voor een groot deel gekoppeld aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Dit doen we door klimaataanpassing mee te nemen bij herinrichting van gebieden, in samenhang met andere projecten of grootschalig onderhoud. Zo zorgen we dat er altijd een meer klimaatadaptieve openbare ruimte terugkomt. ‘Vergroenen, uitstootvrij, circulariteit en klimaatadaptief’ is het vertrekpunt bij nieuw vast te stellen grondexploitaties, uitleggebieden en planontwikkeling voor woningbouw en bedrijventerreinen.

strategie worden opgaven op het gebied van klimaataanpassing, gezondheid en biodiversiteit in samenhang benaderd. De vergroeningsstrategie beschrijft hoe de doelstellingen op het gebied van vergroening kunnen worden gerealiseerd en zal – zeker voor de eerstkomende jaren – ingaan op concrete maatregelen.

19

4.4 Doelen en activiteitenlijnen We werken vanuit de huidige uitvoeringsagenda klimaat-

beleidsdocumenten of plannen die nu, of in de toekomst,

Voor de periode tot 2035 richten we ons op de volgende

adaptatie (2021-2035) aan diverse doelen en activiteiten­ lijnen. Naast deze uitvoeringsagenda zijn er meerdere

invulling geven aan een klimaatadaptieve gemeente zoals ‘programma water en riolering’ en de ‘vergroeningsstrategie’.

doelen/activiteitenlijnen in zowel de gebouwde omgeving, de openbare ruimte en het landelijk gebied:

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Programma Volhoudbaar

20

Klimaataanpassing

Wateroverlast

Hittestress

Droogte

Doel: 65.000 m3 waterberging in

Doel: Extra groen en schaduw rondom

Doel: Inzicht in gevolgen van droogte in be-

ongeveer 75 projecten

50 warme gebieden

bouwd gebied.

Vergroten bewustzijn en klimaatadaptief handelen

Reguleren en borgen

Handelen bij calamiteiten

Via wetgeving en subsidies

Doel: Verkennen gevolgen van wateroverlast op de lokale vitale infrastructuur

1. Wateroverlast Realiseren van waterberging en waterafvoer rondom

5. Reguleren en borgen We stimuleren klimaataanpassing door middel van wet-

gebieden waar wateroverlast is, om zo te voorkomen dat er water in of tegen panden komt te staan en daarmee schade te beperken. In totaal gaat dit om 65.000 m3, in ongeveer 75 projecten.

en regelgeving en subsidies. Zo zullen we in 2023 een ‘hemelwaterverordening’ gaan opstellen. Door middel van de verordening, kunnen we eigenaren verplichten om regenwater op eigen terrein of dak op te slaan en gefaseerd af te voeren. Het doel hiervan is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in het bebouwd gebied zoveel mogelijk te voorkomen. Verder weten we dat nieuwbouwwoningen niet per definitie klimaatbestendig zijn. Voor nieuwe, nog te bouwen woningen gaan we daarom onderzoeken of het puntensysteem voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen vaker kan worden toegepast binnen de gemeente. Zo kunnen we op gebouwniveau een klimaatadaptieve aanpak voor hitte en wateroverlast borgen. Ook geeft het omgevingsplan mogelijkheden om minimale percentages groen voor te schrijven bij nieuwe gebieden. We onderzoeken of deze maatregel geschikt is voor onze gemeente.

2. Hittestress Realiseren van groen en schaduw rondom 50 warme gebieden om zo koele plekken te realiseren en de kans op hittestress te verkleinen. 3. Droogte Meer inzicht krijgen in de gevolgen van droogte in bebouwd gebied. We ontwikkelen onze kennis op het gebied van droogte en blijven ons bewust van de mogelijk risico’s en consequenties van droogte. Het onderzoek naar de effecten en risico’s van droogte in de gebouwde omgeving van Leeuwarden heeft aangetoond dat de effecten van droogte op de infrastructuur, woningen en groen beperkt zijn. We blijven de ontwikkelingen rondom dit onderwerp volgen. Ook gaan we samen met partners en kennisinstellingen het volgende onderzoeken: • Wat is het gevolg van droogte op de waterkwaliteit van het oppervlaktewater? • Wat zijn de gevolgen voor de grondwaterstanden bij het op grote schaal aanplanten van bomen om schaduw en verdamping te realiseren?

rondom dit thema en benutten we de kansen die dit oplevert. 4. Vergroten bewustzijn en klimaatadaptief handelen We willen het bewustzijn van inwoners (en bedrijven) stimuleren, om met ons mee te denken en klimaatadaptief te handelen.

Naast de bovengenoemde 13 nationale, kunnen regionaal of lokaal ook vitale en kwetsbare functies worden onderscheiden waarvoor extra aandacht gewenst is. Uitval of schade van zulke objecten leidt niet gelijk tot een nationale ramp, maar kunnen grote ongewenste effecten hebben. We verkennen daarom de gevolgen van wateroverlast op de lokale vitale infrastructuur. Zoals lokale elektriciteitsvoorziening en de bereikbaarheid van de stad en de hulpdiensten.

king. Daarmee geeft het RIVM aan dat er een heel warme periode aankomt die gevaarlijk kan zijn voor kwetsbare mensen, zoals zieken en ouderen. Het voorkomen van gezondheidsproblemen door warmte, vraagt een integrale aanpak vanuit verschillende domeinen. Om goed voorbereid te zijn in onze eigen lokale situatie, stellen we een lokaal hitteplan op. In een lokaal hitteplan staat wat de betrokken organisaties precies moeten doen bij een hittegolf. Hiermee zetten we de gezondheid bij hittestress centraal.

4.5 Onze rol Verantwoordelijk voor een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte in gebouwde omgeving Als beheerder en vormgever van de openbare ruimte richten we ons – als het gaat om een klimaatadaptief Leeuwarden – op de gebouwde omgeving. We zijn als gemeente verantwoordelijk voor een klimaatadaptieve inrichting van de openbare ruimte in de gebouwde omgeving. Richting inwoners en bedrijven in de bestaande gebouwde omgeving hebben we vooral een stimulerende en faciliterende rol. In het landelijk gebied werken het Wetterskip en de provincie aan een klimaatadaptieve inrichting. Zij pakken de uitvoering op. Vanuit ruimtelijke ontwikkeling en planning hebben we als gemeente een visie op de ontwikkeling van het landelijke gebied (via de omgevingsvisie) en stellen we voorwaarden aan de ontwikkeling (via het omgevingsplan). Waar mogelijk proberen we invloed te hebben op de te maken keuzes en blijven we op de hoogte van de ontwikkelingen. Dit geldt niet alleen voor de samenwerking met het Wetterskip en provincie, maar ook met andere samenwerkingspartners zoals ontwikkelaars, woningbouwcorporaties en huurdersbelangenorganisaties. Daar waar mogelijk proberen we afspraken vast te leggen in prestatieovereenkomsten.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

In het landelijk gebied rondom de stad, waaronder nadrukkelijk de Veenweiden, zijn de gevolgen van verdroging veel groter. We blijven dit agenderen bij Wetterskip Fryslân en de Provincie Fryslân en waar mogelijk maken we verbinding

6. Handelen bij calamiteiten We willen zo goed mogelijk omgaan met calamiteiten. Nationaal worden 13 vitale en kwetsbare functies onderscheiden. Deze nationale functies kunnen bij uitval leiden tot ernstige gevolgen voor heel Nederland en vragen om een aanpak op nationale schaal. De ministeries zijn eind-verantwoordelijk voor het klimaatbestendig en waterrobuust maken hiervan, voor 2050. De (netwerk)beheerders brengen hiervoor de kwetsbaarheden in beeld en treffen maatregelen als dat nodig is.

Tijdens een hittegolf treedt het nationale hitteplan in wer-

21

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

22

75% van de geteelde gewassen is afhankelijk van bijen en andere ‘bestuivers’ voor de voortplanting. Natuur en biodiversiteit is waardevol. En de mens is voor zijn voortbestaan, welzijn en voeding afhankelijk hiervan.

H5. Biodiversiteit 5.1 Maatschappelijke opgave Beschermen en verbeteren biodiversiteit De mens is voor zijn voortbestaan afhankelijk van de biosfeer: de dunne buitenste schil van de aarde waarin wij leven. Deze bestaat onder meer uit lucht die we ademen, het water dat we drinken en de bodem waar we ons voedsel op verbouwen. In de afgelopen decennia veranderen we de biosfeer in toenemende mate. Door grote uitstoot van CO2 in de lucht en teveel stikstof in de bodem en het water. De gevolgen hiervan zijn groot: klimaatcrisis, stikstofcrisis, oppervlaktewater dat vrijwel nergens van voldoende kwaliteit is en de sterk afnemende biodiversiteit. IPBES concludeert dat wereldwijd één miljoen dier- en plantensoorten met uitsterven worden bedreigd4. Men vermoedt dat er in Nederland nog slechts 15% van de oorspronkelijke biodiversiteit over is.

Het verlies van biodiversiteit is problematisch. Natuur is

werken aan uitvoeringsagenda. We werken stap voor stap

waardevol en de mens is voor zijn voortbestaan, welzijn en voeding afhankelijk hiervan. Planten en bomen produceren zuurstof. Ze bieden schaduw en verkoeling. Het bodemleven houdt onze landbouwgrond vruchtbaar en draagt bij aan schoon drink- en zwemwater. Vogels waar wij van genieten, eten de muggen die wij lastig vinden en 75% van de mondiaal geteelde gewassen is afhankelijk van bijen en andere ‘bestuivers’ voor de voortplanting5. Goed functionerende ecosystemen (en economische systemen) kunnen alleen bestaan met voldoende biodiversiteit.

aan het concreter en meetbaarder maken van onze aanpak.

5.2 Ambitie Er is nu sprake van biodiversiteitsverlies. We willen deze negatieve trend zo snel mogelijk ombuigen door ecosystemen te herstellen en de biodiversiteit vanaf te laten 2035 toenemen. Om dit herstel te bereiken zullen wij de komende jaren biodiversiteit, en dus ook een goede wateren bodemkwaliteit meenemen als zwaarwegend kader bij ontwikkeling, inrichting en beheer van onze leefomgeving. In 2030 is deze natuurinclusieve aanpak in Leeuwarden de norm. Daarnaast ambiëren we – in navolging van de provinciale ambitie – dat het aantal bedreigde soorten waar ons Leeuwarder grondgebied belangrijk voor is, elke 10 jaar met 20% af neemt door een toename van plant- en diersoorten.

In Nederland is nog 15% over van de geschatte biodiversiteit in de 18e eeuw. De laatste decennia is de afname gestabiliseerd.

In tegenstelling tot de biodiversiteit is klimaataanpassing een gemeentelijke kerntaak. Voor deze opgave ontvangt de gemeente dan ook middelen van het Rijk. Bij het uitvoeren van klimaatadaptieve projecten benutten we de kansen voor biodiversiteit.

5.3 Strategie

Een gezonde leefomgeving is een centrale doelstelling van de nieuwe omgevingswet. Gezien het belang van biodiversiteit voor een gezonde leefomgeving liggen ook hier koppelkansen.

De opgave is groot en als we de biodiversiteit daadwerkelijk willen herstellen, stopt dat niet bij de gemeentegrenzen.

Samenwerking met andere overheden

Wat betreft de strategie zetten we daarom enerzijds in op concrete plannen voor de gemeente Leeuwarden en anderzijds op een bijdrage voor heel Fryslân. Dit vraagt ook om intensieve samenwerking. We willen als gemeente nu voor het eerst beleid vaststellen voor biodiversiteitsherstel en

Om de biodiversiteit voor Friesland te kunnen herstellen is het van groot belang om samen te werken met diverse partijen. Zo is de Provincie Fryslân bevoegd gezag met betrekking tot de Wet natuurbescherming en de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De provincie heeft

4 The IPBES Global Assessment on Biodiversity and Ecosystem Services. Summary for Policymakers. 5 IPBES (2019),Summary for policymakers, p. 3, A1.

Samenwerking met andere opgaven binnen de gemeente Het belang van het verkleinen van de ecologische voetafdruk is groot. Dit kan op verschillende manieren worden bereikt. Indirect wordt hier ook aan gewerkt vanuit de andere pijlers van Volhoudbaar, zoals klimaataanpassing, circulaire economie en energietransitie.

PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

In het beleidskader biodiversiteit zal deze ambitie verder worden uitgewerkt.

Het schrijven van een beleidskader en uitvoeringsagenda Er wordt een beleidskader biodiversiteitsherstel opgesteld genaamd ‘Ruimte voor natuur’. Parallel hieraan wordt een uitvoeringsagenda biodiversiteit opgesteld met daarin de uitgewerkte inspanningen. Ook stellen we een werkgroep samen. Deze werkgroep stelt de uitvoeringsagenda op, adviseert gevraagd en ongevraagd bij plannen en projecten, neemt deel aan externe samenwerkingsverbanden en draagt zorg voor communicatie over onze inspanningen met inwoners.

23

daarbij veel kennis in huis van de biodiversiteit en gewenste ontwikkelingen. Het belang van schoon en voldoende

gebiedsprocessen in het landelijk gebied. Beide gebiedsprocessen sturen aan op een overgang naar natuur inclusie-

Bijdragen aan Europese herstelstrategie/doelen voor 2030 De Europese Commissie heeft een herstelstrategie en

water voor biodiversiteit is helder. Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor de waterhuishouding en de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water. De provincie en het Wetterskip zijn daarom belangrijke samenwerkingspartners.

ve landbouw. Daarnaast is de gemeente samenwerkingspartner binnen het Veenweideprogramma en is zij lid van de Stuurgroep Agenda Herstel Biodiversiteit.

bijbehorend actieplan gelanceerd. Dit actieplan omvat een aantal relevante doelen voor 2030.

5.4 Doelen en activiteitenlijnen Buurgemeenten zijn ook bezig om te kijken hoe zij de biodiversiteit kunnen herstellen/versterken. Aansluiting op biodiversiteitsversterkende maatregelen van andere overheden leidt tot synergie en is essentieel.

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

Samenwerken doen we door deel te nemen aan verschillende programma’s. Zo neemt de gemeente deel aan 2

24

Bijdragen aan provinciale doelen Het provincie-brede herstelplan biodiversiteit heeft een Lijst met soorten van Fries belang opgesteld. Deze soorten staan om verschillende redenen onder druk. Doel is om deze lijst elke 10 jaar met 20% in te korten. Daarnaast streeft het herstelplan een toekomstige natuur na zoals verbeeld in Natuerlik Fryslân 2050.

Als gemeente willen we een bijdrage leveren aan het bereiken van deze Europese en provinciale doelen. We zullen doelen vaststellen in het beleidskader Ruimte voor natuur. Uitvoeringsgerichte en locatiegerichte maatregelen om deze doelen te behalen, zullen uitgewerkt worden in een uitvoeringsagenda maar kunnen (voor een deel) ook worden opgenomen in de te ontwikkelen “vergroeningsstrategie” (zie hoofdstuk 4) of in ontwikkelkaders en stedenbouwkundige plannen voor specifieke gebiedsontwikkelingen. Gedacht kan worden aan de doelstellingen: • Het realiseren van een ‘basiskwaliteit natuur’ in de bebouwde kom en in het buitengebied. • Het bevorderen van plannen die de natuurkwaliteit herstellen en niet meer meewerken aan plannen in en nabij natuurgebieden die de natuurkwaliteit schaden. • Het verzorgen van aanleg en beheer van een leefgebied voor diverse (dier- en planten) soorten. • Het realiseren van een ‘Leeuwarder ecologische structuur’, waarbij we gebieden met natuur met elkaar verbinden, zodat het leefgebied van dieren en planten groter kan worden. • Geen gebruik van bestrijdingsmiddelen en van zeer zorgwekkende stoffen op onze eigen grond. • Aanstellen van een expert of deskundige om waardevolle landschapselementen vast te leggen (de geschiedenis van het landschap te laten vastleggen in een de landschapsbiografie).

• Bescherming van landschapselementen door onder andere het omgevingsplan.

We helpen (beschermde) diersoorten met de aanleg en het beheer van leefgebieden.

• Het aanplanten van extra bomen op eigen grond en regels voor kapvergunningen. • Inwoners voorlichten over het niet houden (dieren) of aanplanten (planten) van uitheemse soorten. En het bestrijden van uitheemse soorten die overlast veroorzaken (op eigen grond).

Hierbij horen mogelijk de volgende activiteitenlijnen:

Programma Volhoudbaar

Biodiversiteit & Ecologie

Wettelijke basis op orde

Basiskwaliteit natuur

Doel: Implementatie Wet

Doel: Kansenkaart per wijk &

natuurbesbescherming & natuurwaardenkaart

gemeentebrede ecologische structuur

Inventariseren en onderzoeken Doel: (Koppel)kansen vergroten biodiversiteit

Uitvoeringsagenda & team

Doel: Biodiversiteit als vertrekpunt in

Doel: Locatie- en uitvoeringsgerichte

visies, plannen en gebiedsontwikkelingen

maatregelen

Educatie & communicatie Doel: Vergroten bewustzijn PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0 |

Experimenten

25

1. De wettelijke basis op orde hebben De gemeente moet zich houden aan de Wet natuurbe-

| PROGRAMMA VOLHOUDBAAR 2.0

scherming. Deze wet beschermt soorten en natuurgebieden en is gebaseerd op Europese regelgeving. Bij het uitvoeren van haar taken moet de gemeente rekening houden met beschermde soorten en gebieden. En het omgevingsplan mag geen activiteiten mogelijk maken die beschermde soorten en beschermde natuurgebieden schaden. Zo moeten bij het beheren en maaien, beschermde dier- en plantensoorten worden ontzien. Ook bij de na-isolatie van gebouwen moet rekening gehouden worden met vleermuizen en vogels die wonen in de spouw en onder de dakpannen. We werken continue aan een betere implementatie van de Wet natuurbescherming. Daarom gaan we de komende jaren de (verplichte) natuurwaardenkaart verder ontwikkelen en gaan we aan de slag met natuurvriendelijk isoleren.

26

2. Het maken van kansenkaarten per wijk en een ontwerp voor een gemeente-brede ecologische structuur Als we ons alleen houden aan de wet kunnen we de biodiversiteit niet herstellen. Deze wet bestaat al dertig jaar en de biodiversiteit is alleen maar afgenomen. Er is dus veel meer nodig. Daarom formuleren we in het beleidskader biodiversiteit een extra ambitie met het oog op een basiskwaliteit natuur en op de Europese en provinciebrede biodiversiteitsdoelstellingen. Deze ambitie vertalen we naar een kansenkaart per wijk en een ontwerp voor een gemeente-brede ecologische structuur, waarin en waarlangs doelsoorten veilig kunnen nestelen en migreren. 3. Inventariseren en onderzoeken van biodiversiteitskansen We inventariseren en onderzoeken kansen om de biodiversiteit te kunnen vergroten: we kijken hierbij naar koppelkansen met andere thema’s en toetsen oplossingsrichtingen in gebiedsgerichte programma’s, zoals de Spoorzone, de Agenda Binnenstad en Leeuwarden-Oost. We monitoren de effecten van genomen maatregelen op de biodiversiteit. Op die manier krijgen we steeds meer inzicht in hoe we 6

biodiversiteitsherstel meetbaar kunnen maken en hoe we een toename kunnen realiseren. 4. Experimenten in gebiedsontwikkelingen, beheer en inrichting Bovenop het realiseren van een basiskwaliteit natuur (activiteitenlijn 2), experimenteren we met onze extra ambitie in bepaalde gebiedsontwikkelingen, inrichting en beheer. We stellen hiervoor kaders op en formuleren uitgangspunten voor aanbestedingen. Zo nemen we biodiversiteit mee als vertrekpunt in visies, in stedenbouwkundige plannen en in tenders bij gebiedsontwikkelingen. Daarnaast onderzoeken we wat deze doelstelling betekent voor regelgeving in het omgevingsplan en voor kaders in de ‘Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte’ (LIOR). Dit is het digitale document, waarin de technische eisen staan beschreven die door de gemeente aan de openbare ruimte worden gesteld. Onderwerpen die hier aan bod kunnen komen, zijn bijvoorbeeld het reserveren van ondergrondse groeiruimte voor bomen, kaders voor meer groen en minder stenen en kaders voor een goede waterkwaliteit. 5. Werken aan een uitvoeringsagenda en een gemeentelijk team biodiversiteitsherstel We werken aan een uitvoeringsagenda met locatiegerichte en uitvoeringsgerichte maatregelen. Ook stellen we een werkgroep samen. 6. Vergroten bewustzijn We vergroten het bewustzijn bij onze inwoners en bedrijven met betrekking tot de urgentie van de opgave.

Dit doen we bijvoorbeeld door het mogelijk maken van natuureducatie op scholen en andere plekken. Daarnaast faciliteren en stimuleren we initiatieven van bewoners(organisaties) en bedrijven om te vergroenen.

Een natuurinclusieve inrichting en beheer betekent dat water, bodem en bestaande natuursturende kaders zijn bij inrichting en beheer.

5.5 Onze rol Als gemeente verschilt de rol per thema, overleg en programma. Onze rol varieert van voorwaarden stellen, inventariseren en onderzoeken, kennis delen en/of faciliteren. De gemeente heeft geen wettelijke taken op het gebied van biodiversiteit. Maar is wel in belangrijke mate regisserend bij gebiedsontwikkelingen en het inrichten en beheren van de openbare ruimte. Ook zijn we trekker bij de Agenda Herstel biodiversiteit van het thema natuurinclusief werken en jagen we een natuurinclusieve inrichting en beheer aan.6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leeuwarden&id=77fbfd35-4768-4861-b724-54986bf797a5