Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen_Toelichting
Tekst van het document
Wet- en regelgeving
Geluidsbeleid gemeente Leeuwarden Algemeen Voor geluid vanwege evenementen gelden geen wettelijke normen en grenswaarden. Om die reden heeft de gemeente Leeuwarden een eigen geluidsbeleid vastgesteld waarin onder andere maximale geluidnormen zijn vastgelegd. De normen die hierin zijn opgenomen zijn gebaseerd op de Nota Limburg en hebben tot doel het voorkomen van onduldbare hinder bij geluidgevoelige objecten zoals woningen. Voor de dag/avondperiode gaat het dan om borging van spraakverstaanbaarheid en in de nacht om het voorkomen van slaapverstoring. Voor dit plan is voor het muziekgeluid van evenementen aansluiting gezocht bij de uitgangspunten en de normen van de beleidsregel. Uitgangspunten gemeentelijk geluidsbeleid Het uitgangspunt van het gemeentelijk geluidsbeleid is het voorkomen van onduldbare hinder. Dat wordt gedaan met een tweeledige benadering. De gemeente Leeuwarden hanteert voor muziekgeluid twee uitgangspunten waaraan gelijktijdig moet worden voldaan: het toetsen van de maximale belasting van de bron op de gevel van een geluidgevoelig object;
31
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen de gevelnorm te bepalen op de binnennorm verhoogd met de gevelwering van woningen, zodanig dat geen onduldbare hinder optreedt. Tevens geldt dat een evenement niet meer geluidruimte krijgt dan het nodig heeft. De uitgangspunten en de normen van de beleidsregel zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. Verder is het met de Best Beschikbare Technieken (BBT) mogelijk om de muziek aan de bronzijde zodanig aan te passen, dat steeds wordt voldaan aan beide normen. Dat werkt voor alle soorten van muziek. Het toepassen van de BBT wordt als maatregel voorgeschreven in de geluidsontheffing. Geluidswaarden Muziekevenementen In dit plan wordt uitgegaan van geluidswaarden voor dB(A) en dB(C). De volgende waarden zijn vastgelegd voor muziekevenementen met een hogere geluidsvolume: voor het geluidsniveau in de geluidgevoelige objecten (binnenniveau): -
50 dB(A) en 75 dB(C) in de dag- en avondperiode;
-
25 dB(A) en 50 dB(C) in de nachtperiode;
op de gevels van geluidgevoelige objecten: 70 dB(A) en 95 dB(C) in de dag- en avondperiode 45 dB(A) en 70 dB(C) in de nachtperiode; Waar geen woningen staan of waar niet bij woningen gemeten kan worden geldt de waarde op een referentiepunt. Bij een muziekevenement leveren de lage tonen in het muziekgeluid een belangrijke bijdrage aan de ervaren hinder. Om de hinder als gevolg van lage tonen voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken, heeft de gemeente een dB(C)-geluidsniveau opgenomen. Het C-filter is ontwikkeld voor hoge geluidniveaus en weegt de lagere frequenties op een andere manier dan het A-filter. Daarnaast zijn er tijdstippen verbonden aan deze geluidsnormen en gelden er rustperiodes. De dag/avondperiode betreft de periode vanaf 07.00 tot 23.00 uur op maandag tot en met donderdag. En op vrijdag en zaterdag of een dag voorafgaand aan een nationale feestdag tot 24.00 uur. De nachtperiode betreft de periode van 23.00 uur of 24.00 uur tot 07.00 uur, afhankelijk van de dag. Overige evenementen Voor overige evenementen in De Groene Ster zijn geen specifieke geluidswaarden opgenomen. Bij de beoordeling van een evenement wordt aangesloten bij de geluidswaarden zoals we die kennen uit het Activiteitenbesluit. Dit betreft de volgende waarden: Dagperiode (07.00 – 19.00 uur): Avondperiode (19.00 – 23.00 uur): Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur):
50 dB(A); 45 dB(A); 40 dB(A).
Op- en afbouwwerkzaamheden Naast de geluidsbelasting als gevolg van een evenement, kan ook geluid ontstaan als gevolg van op- en afbouwwerkzaamheden. Hiervoor zijn eveneens geen specifieke geluidswaarden opgenomen. En wordt ook aangesloten bij de geluidswaarden uit het Activiteitenbesluit: Dagperiode (07.00 – 19.00 uur): Avondperiode (19.00 – 23.00 uur): Nachtperiode (23.00 – 07.00 uur):
50 dB(A); 45 dB(A); 40 dB(A).
32
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen 5.1.4
Conclusie
Uit het onderzoek van DGMR, M.2020.0146.02.R001 volgt dat bij het organiseren van muziekevenementen en overige evenementen in De Groene Ster binnen de regels van het plan sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening. Om een en ander te borgen zijn in het plan regels opgenomen die vanuit ruimtelijk oogpunt relevant zijn om een voldoende beschermingsniveau voor geluidgevoelige objecten in de omgeving te garanderen. Tevens blijkt uit het onderzoek dat met deze normen de voorgenomen evenementen kunnen worden georganiseerd. De partiële herziening is daarmee uitvoerbaar.
5.2
Trillingen
Het is mogelijk dat trillingen kunnen ontstaan vanwege evenementen. Hiervoor zijn twee mogelijke oorzaken: trillingen kunnen optreden door het springen van mensen; lage tonen van muziekgeluid. Voor trillinghinder zijn er echter geen specifieke normen voor evenementen. Voor trillinghinder door bijvoorbeeld railverkeer is een afstandsindicatie voor een nadere beoordeling, in het algemeen 100 meter en in bijzondere situaties 250 meter. Woningen in De Groene Ster liggen op grotere afstand. De kans op trillingen bij woningen in De Groene Ster door het springen van mensen is door de afstand verwaarloosbaar. Het terrein heeft een zachte ondergrond en er zijn waterpartijen waardoor trillingen vroegtijdig uitdoven. In het rapport van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (STAB), nr. 40829, is aangegeven dat laagfrequent geluid niet alleen gehoord, maar ook gevoeld kan worden. Dan moet het laagfrequente geluid wel een hoog geluidniveau hebben. Dat volgt uit de bevindingen van Tokita en Nakamura die de hinder van laagfrequent geluid van vliegtuigen hebben onderzocht. Uit dat onderzoek blijkt dat pas bij blootstelling aan hoge geluidniveaus (75 dB of meer) sprake was van een drukkend gevoel op de borst of het gevoel trillingen waar te nemen. Het gaat hierbij om het geluidsniveau waaraan mensen worden blootgesteld, in dat geval het geluidsniveau binnenshuis.
Zulke geluidniveaus worden met dit plan in woningen niet mogelijk gemaakt.
5.3
Verkeer en parkeren
5.3.1
Wet- en regelgeving
Voor het beoordelen van de verkeer- en parkeersituatie zijn de bereikbaarheid evenemententerrein, de verkeersveiligheid en de parkeerfaciliteiten belangrijke parameters.
van
het
Voor de beoordeling van het verkeer geldt geen specifieke wet- of regelgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt daarom gebruik gemaakt van praktijkrichtlijnen van het CROW. De verkeersveiligheid is eveneens gestoeld op praktijkrichtlijnen van het CROW. Voor het parkeren geldt het gemeentelijk parkeerbeleid opgenomen in het Parkeerbeleidsplan gemeente Leeuwarden 2015. Daaruit blijkt dat bij iedere functie het parkeren zoveel mogelijk op eigen terrein moet plaatsvinden dan wel dat gebruik kan worden gemaakt van openbare parkeerterreinen of -garages, mits deze voldoende capaciteit bieden. 5.3.2
Onderzoek
Ten behoeve van het planMER heeft Witteveen en Bos onderzoek gedaan naar de bereikbaarheid en de verkeersveiligheid. Uit dit onderzoek blijkt het volgende.
33
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen Bereikbaarheid Uit het onderzoek blijkt dat tijdens een muziekevenement met 15.000 aanwezigen de inrichting van de wegenstructuur/-ontsluiting, het kruispunt in de N355 ter plaatse van de toegang naar De Groene Ster in combinatie met de verkeerslichteninstallatie, het bijbehorende verkeersaanbod niet goed kan verwerken waardoor verkeersoverlast ontstaat. Deze overlast doet zich met name voor tijdens de start en het einde van een evenement. Maar ook tijdens overige evenementen kan sprake zijn van verkeersoverlast. Met name de capaciteit van de opstelstroken naar het Groene Stergebied blijkt tekort te schieten indien reguliere instellingen van de verkeerslichten worden gehanteerd. Het plangebied is voor alle verkeersmodaliteiten bereikbaar. De ontsluiting voor autoverkeer is op orde, maar schiet bij veel autoverkeer tegelijk tekort (zoals hiervoor al is betoogd). Voor fietsverkeer is de beschikbare capaciteit van de fietspaden voldoende. Het plangebied is ook goed bereikbaar per bus. Tijdens de start en het einde van een evenement (op piekmomenten) zal de capaciteit van de reguliere busverbinding flink tekortschieten.
Organisatoren van evenementen kunnen dit oplossen door extra bussen te laten rijden tussen het NS-station en de bushalte aan de N355 bij de entree van het plangebied en eventuele andere parkeerlocaties. Dit in overleg met de concessieverlener en concessiehouder. De inrichting van de wegen biedt voldoende capaciteit voor het extra verkeer als gevolg van de evenementen die op grond van dit plan mogelijk worden gemaakt. Alleen voor de parallelweg in combinatie met de oversteek voor voetgangers en de fietsoversteek blijkt de capaciteit te klein. Hier kunnen zonder maatregelen onveilige situaties ontstaan. Een verkeersregelaar kan deze onveiligheid sterk verminderen. Parkeren In het gebied is veel ruimte om te parkeren. Parkeren vindt hierbij plaats op de aanwezige verharde parkeerplaatsen in het gebied (maximaal 1.109 plaatsen) en in de aangrenzende bermen (maximaal 460 plaatsen). Voor recreanten wordt tijdens muziekevenementen een parkeerterrein vrijgehouden aan de westkant van het gebied (127 parkeerplaatsen en nabijgelegen berm). Deze worden niet gebruikt bij evenementen. In totaal zijn er dus 1569 parkeerplaatsen beschikbaar bij evenementen (1109 + 460). Bij muziekevenementen zullen aanvullende parkeerterreinen elders moeten worden gebruikt waarbij dan gebruik wordt gemaakt van pendelbussen, zodat bezoekers van- en naar het evenement kunnen vanaf deze locatie.
Tijdens overige evenementen bieden de parkeerplaatsen voldoende capaciteit. Maatregelen Door het treffen van maatregelen is het mogelijk om een grote hoeveelheid verplaatsingen tijdens evenementen op te kunnen vangen. Zoals beschreven in de publicatie 'Verkeer bij evenementen' van het CROW, wordt het uitvoeren van een mobiliteitsanalyse en het opstellen van een mobiliteitsplan aanbevolen, met name wanneer het evenement meer dan 5.000 mensen trekt. Hierna worden enkele voorbeelden van maatregelen genoemd: Mobiliteitsmanagement: maatregelen die zorgen voor een verschuiving/verdeling van de verkeersstromen naar andere vervoerswijzen of in de tijd; maatregelen gericht op het stimuleren en faciliteren van verplaatsingen te voet, per fiets, met het openbaar vervoer, met pendeldiensten, georganiseerd (bus)vervoer en taxidiensten; mensen die gebruik maken van de auto verleiden om multimodaal te reizen; inzet van extra openbaar vervoer boven op de reguliere dienstverlening; maximum aantal kaarten verkopen met parkeerplaats om te voorkomen dat er te veel auto's naar het plangebied komen.
34
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
Verkeersmanagement: maatregelen om de stromen autoverkeer in goede banen te leiden alsmede het parkeren van de auto's; gebruik maken van diverse parkeerterreinen in/om de stad in combinatie met pendelbusdiensten; het inzetten van verkeersregelaars ten behoeve van de doorstroming (en veiligheid); het aanpassen van de regelscenario's van verkeersregelinstallaties. Crowdmanagement: maatregelen rond het voorkomen en verhelpen van extreme pieken in de stromen (buiten de poort) die tot gevaarlijke situaties kunnen leiden; de begin- en eindtijd van het evenement buiten de reguliere spitsperiode (07.00 uur - 09.00 uur en 16.00 uur - 18.00 uur) om plannen; het organiseren van een voorprogramma en nazit om de in- en uitstroom van mensen te spreidenwaardoor de piekbelasting afneemt. Voor alle evenementen, en daarmee alle alternatieven, is er een duidelijke verslechtering van de bereikbaarheid en verkeersveiligheid te verwachten. Deze verslechtering is begrijpelijk, aangezien evenementen doorgaans leiden tot een toename van het verkeer, zonder dat er specifieke maatregelen worden genomen om de nadelige effecten te minimaliseren of te compenseren. Het is echter uitdagend, zo niet onmogelijk, om het effect van maatregelen te duiden zonder gedetailleerde informatie over de specifieke aard van het betreffende evenement.
Evenementen zijn per definitie unieke situaties en vereisen maatwerk als het gaat om het nemen van verkeersmaatregelen. Elke evenementorganisator die een evenementenvergunning aanvraagt is verplicht een draaiboek aan te leveren. Onderdeel van dit draaiboek is het hoofdstuk 'Bereikbaarheid'. In dit hoofdstuk wordt beschreven wat de effecten van de verkeersmaatregelen zijn. De beschreven verkeersmaatregelen richten zich op het zo goed mogelijk beheersen van het verkeer dat naar het evenement komt (verkeersstromen) en wat ervan weggaat. Hierbij moet de organisatie aangeven of er voldoende parkeergelegenheid beschikbaar is, waar deze zich bevindt, en of er bijvoorbeeld elders in de stad parkeren met pendeldiensten wordt gefaciliteerd. Daarnaast moet worden aangegeven hoe het openbaar vervoer en de fietsbereikbaarheid (inclusief routes en fietsenstallingen) zijn geregeld. Bij het afsluiten van wegen moet een afzettingsplan op plattegrond worden aangegeven waarbij wordt aangegeven wat de gevolgen zijn voor bestemmingsverkeer; gemotoriseerd verkeer, voetgangers, fietsers en overige verkeer. De organisator geeft aan op welke dagen en tijden er een afsluiting zal zijn en hoe deze afsluiting wordt uitgevoerd (hekken, type borden, inzet verkeersregelaars). Bij het afsluiten van het hoofdwegennet of belangrijke fietsroutes is daarnaast het aanleveren van een omleidingsplan verplicht.
Het omleidingsplan wordt aangeleverd op een plattegrond met bebordingsplan (inclusief data en tijden), inzet verkeersregelaars (met locatie) en hoofd- en subroutes uit verschillende richtingen. Bij evenementen met een hoger risico (grotere evenementen van 2000 bezoekers of meer of evenementen waarbij om andere redenen een verhoogd risico is) moet er in aanvulling op het draaiboek een veiligheidsplan worden ingediend. Voor het onderdeel verkeer betekent dit een risicoanalyse verkeer en vervoer. Hierbij wordt de kans (laag, midden, hoog) op de volgende risico's ingeschat en wat daarbij de preventie maatregelen zijn: verkeersstremming; aanrijding; aanrijding met letsel; ordeproblemen bij buspendeldiensten en treinreizigers; verkeersproblemen bij buspendeldiensten; vervoersproblemen bij treinreizigers; verkeerd achtergelaten voertuigen;
35
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen taxiblokkades; uitgevallen treinen en bussen; stremmingen door halers/brengers; mensen op de (snel)weg; tekort parkeerruimte; paniek in bus/trein; problemen met toegankelijkheid evenemententerrein en directe omgeving. Daarnaast wordt in het veiligheidsplan gevraagd na te denken over crowdmanagementmaatregelen (het systematisch analyseren en door gerichte maatregelen verminderen van risico´s, die ontstaan, wanneer (veel) mensen bij elkaar komen). De organisatie levert hierbij een plan aan waarin gestuurd wordt op de volgende aspecten: toevoer van bezoekers (het is van belang dat de bezoekers gespreid naar het evenement komen, om te voorkomen dat grote opstoppingen rond het evenemententerrein ontstaan en hoe dit wordt gerealiseerd); afvoer van bezoekers (om opstoppingen bij de afvoer van bezoekers te voorkomen, moet aandacht besteed worden aan het gespreide vertrek van de bezoekers en hoe wordt dit gerealiseerd); spreiding van bezoekers over het terrein; voorkomen van overcrowding. Verder moet bij evenementen met een verhoogd risico een bezoekersanalyse worden gemaakt. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de vervoersmiddelen die door deelnemers en/of bezoekers van het evenement worden gebruikt.
Op- of afschalen van de verkeersmaatregelen moet op last van de gemeente of hulpdiensten altijd georganiseerd worden. 5.3.3
Conclusies
Er kan weliswaar zonder maatregelen sprake zijn van overlast als gevolg van het verkeer en het parkeren en van verkeersonveilige situaties, maar door het nemen van maatregelen tijdens de evenementen kan dit in grote mate en tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt. Dat wordt vóór het verlenen van de evenementenvergunning beoordeeld en indien nodig worden extra maatregelen afgesproken. Verkeer en parkeren leiden om die reden dan ook niet tot een onuitvoerbaar plan.
5.4
Natuurwaarden
5.4.1
Wet- en regelgeving
De wet- en regelgeving op het gebied van natuur is vastgelegd in de Wnb. In de Wnb is onder ander de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld (gebiedsbescherming). Dit betreft de Natura 2000-gebieden die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Natuurgebied Groote Wielen, aan de andere kant van de Groningerstraatweg, is aangewezen als Natura 2000-gebied. Verder is de Wnb gericht op het beschermen van bos (beschermd op grond voormalige Boswet), bepaalde in de wet genoemde soorten dieren en planten (soortenbescherming) en bevat het bepaling omtrent vergunningverlening, schadevergoeding, toezicht en beroep. Voor het Natura 2000-gebied Groote Wielen zijn instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld, onder andere voor specifieke doelsoorten zoals de meervleermuis, porseleinhoen en de kemphaan. Om deze
36
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen doelstellingen te behalen heeft de provincie Fryslân een beheerplan vastgesteld. Hierin zijn onder meer maatregelen vastgelegd voor het behoud en herstel van het gebied en de doelsoorten. Daarnaast gelden op provinciaal niveau de Verordening Wet natuurbescherming Fryslân 2017 en de Verordening Romte Fryslân 2014. De Verordening Wet natuurbescherming betreft een op provinciaal niveau gespecificeerde uitwerking van bepalingen uit de Wnb. Het betreft onder meer vrijgestelde soorten, houtopstanden en faunabeheer. De Verordening Romte biedt de juridische kaders en de visie op het NNN, natuur buiten het NNN en weidevogelparels en weidevogelkansgebieden. 5.4.2
Onderzoek
Zoals aangegeven, ligt ten noorden van recreatiegebied De Groene Ster, op circa 60 meter van het plangebied, het Natura 2000-gebied Groote Wielen. Groote Wielen is voor dit plan onder meer van belang in verband met de aanwezigheid van de kwalificerende habitatrichtlijnsoort meervleermuis binnen het plangebied. Omdat significant negatieve effecten op deze soort niet op voorhand kunnen worden uitgesloten is een passende beoordeling uitgevoerd. Deze bevat tevens een advies Natuurwaarden. In de passende beoordeling staat de vraag centraal of het planvoornemen uitvoerbaar is ten aanzien van de natuurwetgeving. De passende beoordeling is opgenomen in bijlage 3 van de toelichting. De passende beoordeling ligt eveneens ten grondslag aan het natuuronderzoek dat in het kader van het plan-MER is uitgevoerd. Het plan-MER is opgenomen in bijlage 7 van de toelichting. In de natuuronderzoeken zijn de volgende aspecten onderzocht. invloed van het planvoornemen op Natura 2000-gebieden in het kader van de gebiedsbescherming; invloed van het planvoornemen op het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid; invloed van het planvoornemen op beschermde flora en fauna in het kader van de soortenbescherming. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van de gebiedsbescherming en soortenbescherming.
Voor de resultaten van het onderzoek ten aanzien van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid over het NNN, natuur buiten het NNN en weidevogels wordt verwezen naar paragraaf 4.3 van deze toelichting. Gebiedsbescherming Uit het natuuronderzoek komt naar voren dat het houden van evenementen geen significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden, mits voorwaarden in acht worden genomen. Deze zijn vertaald in maatregelen waaraan moet worden voldaan bij de uitvoering van een evenement. Het betreft de volgende maatregelen: Om negatieve effecten op foeragerende en langsvliegende meervleermuizen te voorkomen, mag verlichting bij evenementen niet direct uitstralen op het oppervlaktewater. Een uitzondering hierop is het gebruik van (vleermuisvriendelijke) amberkleurige of rode verlichting. Bij de aanvraag voor een muziekevenement (evenementenvergunning) moet een lichtplan worden opgesteld. Deze aanvraag wordt per ommegaande naar het bevoegd gezag (provincie Fryslân) gestuurd. Zij bepalen vervolgens of zij voldoende informatie hebben met betrekking tot eventuele vergunningverlening en toezicht in het kader van de Wnb. Voorafgaand aan het evenement vindt een lichtschouw plaats. Om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige delen van Natura 2000-gebieden is een Aerius-berekening uitgevoerd.
Uit deze berekening blijkt dat het planvoornemen geen toename van stikstofdepositie tot gevolg heeft. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. Muziekevenementen klein ruimtegebruik mogen geen gebruik maken van aggregaten. Dit geldt zowel tijdens het muziekevenement als tijdens de op- en afbouwwerkzaamheden. Zij kunnen de stroom afnemen via het bestaande elektriciteitsnet in het gebied.
37
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen 2.
3.
4.
Overige evenementen mogen eveneens geen gebruik maken van aggregaten tijdens het evenement en tijdens de op- en afbouwwerkzaamheden. Ook zij kunnen de stroom via het bestaande elektriciteitsnet afnemen. Indien mobiele werktuigen met een dieselverbrandingsmotor worden gebruikt tijdens het evenement en bij de op- en afbouw, moet naast diesel ook de brandstoftoevoeging AdBlue worden gebruikt. Voor alle evenementen geldt dat gedurende het evenement en tijdens de op- en afbouw alleen gebruik mag worden gemaakt van elektrische scooters, quads en soortgelijke voertuigen.
Soortenbescherming Uit de passende bordeling komt naar voren dat negatieve effecten op beschermde, mits wordt voldaan aan enkele voorwaarden. Ook deze zijn vertaald in maatregelen. Om verstoring van broedende vogels en aantasting van verblijfplaatsen van algemene zoogdier- en amfibieënsoorten te voorkomen, moet binnen een week voorafgaand aan de opbouw van een muziekevenement een ecologische schouw worden uitgevoerd. Op basis van deze schouw wordt bepaald of het evenement maatregelen moet nemen ter bescherming van soorten. Bosschages mogen voor beperkte activiteiten worden gebruikt, mits uit de ecologische schouw blijkt dat dit ook daadwerkelijk kan. Ter bescherming van de broedvogels wordt jaarlijks een broedvogelmonitoring uitgevoerd in het plangebied. De informatie over de broedvogels levert kennis op over de ontwikkeling van de broedvogelpopulatie van de soorten in het gebied. Tevens kan het als input dienen bij de ecologische schouw. De met ruigte begroeide oevers die geschikt leefgebied kunnen zijn voor de waterspitsmuis mogen niet worden gebruikt ten behoeve van evenementen. Om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen, mag verlichting bij evenementen niet direct uitstralen op het oppervlaktewater. Een uitzondering hierop is het gebruik van (vleermuisvriendelijke) amberkleurige of rode verlichting.
Bij de aanvraag voor een muziekevenement (evenementenvergunning) moet een lichtplan worden opgesteld. Deze aanvraag wordt per ommegaande naar het bevoegd gezag (provincie Fryslân) gestuurd. Zij bepalen vervolgens of zij voldoende informatie hebben met betrekking tot eventuele vergunningverlening en toezicht in het kader van de Wnb. Voorafgaand aan het evenement vindt een lichtschouw plaats. De grasvelden die worden gebruikt ten behoeve van het evenement worden maximaal één week voorafgaand aan de eerste opbouwdag van een evenement gemaaid door de gemeente Leeuwarden (conform de Gedragscode Soortenbescherming Gemeenten). Dit is ter bescherming van de aanwezige amfibieën en grondgebonden zoogdieren. Door de trillingen van de maaimachine vluchten zij weg naar geschikt leefgebied in de nabijheid. Door het maaien worden de grasvelden ongeschikt voor deze soorten. Ecologisch werkprotocol Uit het voorgaande blijkt het organiseren van een evenement ecologische maatregelen moeten worden genomen om effecten op beschermde soorten tegen te gaan. Het is hierbij niet alleen van belang dat rekening wordt gehouden met de huidige situatie ten aanzien de beschermde soorten. Maar dat ook kan worden ingespeeld op toekomstige ontwikkelingen en verspreiding van de soort.
In het Ecologisch werkprotocol, als onderdeel van de passende beoordeling, is de werkwijze beschreven om verbodsovertredingen ten aanzien van beschermde soorten te voorkomen. En wordt eveneens invulling gegeven aan de algemene zorgplicht van de Wnb. In het protocol wordt beschreven wanneer maatregelen moeten worden uitgevoegd, wat er moet gebeuren, door wie de maatregel wordt uitgevoerd en wat het doel is. Iedere evenementenorganisator moet zich houden aan dit werkprotocol indien dit van toepassing is.
38
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen 5.4.3
Conclusie
Uit de verrichte natuuronderzoeken blijkt dat, mits wordt voldaan aan enkele voorwaarden, het voorliggend plan uitvoerbaar is. Om een en ander te borgen zijn in de regels aanvullende bepalingen opgenomen die vanuit ruimtelijk oogpunt relevant zijn om voldoende bescherming te bieden voor de natuur.
5.5
Bodem
5.5.1
Wet- en regelgeving
Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Daarbij zijn de bodemkwaliteitsnormen uit de Wet bodembescherming van belang. Wanneer sprake is van ingrepen in de bodem moet ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Dit plan voorziet echter niet in dergelijke ingrepen in de bodem, zodat dat type onderzoek niet noodzakelijk is. 5.5.2
Onderzoek
Situatie bodem Van oorsprong bestaat de grond in De Groene Ster uit veen. Bij de aanleg van het recreatieterrein (in de jaren '60 vorige eeuw) is de bodem opgehoogd. Hiervoor is klei, veen en zand gebruikt. De bodem van het plangebied is zettingsgevoelig waardoor wateroverlast kan ontstaan. De Groene Ster is een recreatiegebied wat ook in de huidige situatie door veel recreanten wordt gebruikt. Hierdoor is de bodem op plekken al meer verdicht geraakt. In het plangebied is om die reden op een aantal plaatsen al drainage aangelegd om wateroverlast zoveel mogelijk te voorkomen. Het tijdelijk gebruik ten behoeve van evenementen heeft echter ook effecten op de dichtheid en daarmee de waterdoorlaatbaarheid van de bodem. Een voorbeeld van een effect is bijvoorbeeld de situatie van het gras. Een (tijdelijk) intensief gebruik, zoals ook bij een evenement het geval is, zal bijna altijd enige vorm van schade veroorzaken. Bodemonderzoeken Er zijn twee onderzoeken uitgevoerd naar de bodemkundige situatie ter plaatse van het plangebied, onder meer gericht op de mogelijkheden voor het gebruik ten behoeve van evenementen: 1. 2.
Bodemonderzoek Groene Ster (Antea Group - 16 november 2018); Verbetering afwatering De Groene Ster (Antea Group - 7 oktober 2019).
De betreffende onderzoeken zijn als bijlage 4 en 5 bij deze toelichting opgenomen. Het gebruik van de bodem is niet gewijzigd na deze onderzoeken, waardoor deze nog een juiste weergave van de situatie geven. Bodemonderzoek Groene Ster Dit onderzoek is met name gericht op het in kaart brengen van het ondiepe bodemprofiel en om inzicht te krijgen in de verdichting van de bodem, waarbij in acht is genomen dat het terrein wordt gebruikt ten behoeve van evenementen. Uit dit onderzoek bleek het volgende: het plangebied van De Groene Ster heeft een opgebrachte toplaag (variërend in dikte van 0,20 - 1,00 m) van zand wat op het voormalige maaiveld is aangebracht. Onder deze toplaag bevindt zich het oorspronkelijke bodemprofiel, bestaande uit slappe tot zeer slappe veen- en kleilagen; de grondwaterstanden kunnen in natte perioden tot dicht onder het maaiveld voorkomen; door de variërende toplaag heeft de bodem ook een variërend waterbergend vermogen. Daar waar de uit zand bestaande toplaag (goed waterdoorlatend) dikker is, kan de bodem in natte perioden meer water opslaan dan daar waar een dunne of plaatselijk geen toplaag aanwezig is;
39
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen door verschil in belastingen, dikte van de toplaag en verschillen in het oorspronkelijk bodemprofiel kunnen ongelijk zettingen optreden die ingesloten laagtes veroorzaken waardoor wateroverlast zal ontstaan. Verdichtingen in de toplaag zullen dit effect versterken. In dit onderzoek is aanbevolen om een aanvullend bodemonderzoek/terreininspectie uit te voren gericht op de activiteiten met betrekking tot evenementen. Verbetering afwatering De Groene Ster Dit tweede onderzoek vloeide voort uit de aanbeveling en heeft een verdiepend karakter. Het onderzoeksgebied is hierbij verdeeld in deelgebieden die het meest intensief worden gebruikt door de evenementen. Per deelgebied zijn specifieke aanbevelingen gedaan en maatregelen voorgesteld ter verbetering van de afwatering en vermindering wateroverlast. Het doel hiervan is onder meer dat de werkzaamheden voor de op- en afbouw van evenementen onder droge omstandigheden kunnen plaatsvinden, bezoekers van evenementen zo min mogelijk hinder te laten ondervinden van een natte toplaag, herstel van het gras/de grasmat en de toplaag kan plaatsvinden en in de toekomst problemen (zoveel mogelijk) kunnen worden vermeden. Er is al begonnen met de uitvoering van de maatregelen in de grotere velden.
In de komende jaren zullen de maatregelen voor alle gebieden worden uitgevoerd. Bij het beheer en regulier onderhoud in het gebied (door de gemeente Leeuwarden) worden ook de voorgestelde maatregelen in acht genomen. En festivalorganisatoren nemen ook waar nodig maatregelen tijdens een evenement, bijvoorbeeld door doorgroeibare pvc-matten aan te brengen onder podia en het werken met bodembeschermende rijplaten bij werkzaamheden buiten de paden. Ook moet bij schade aan het terrein de organisator dit herstellen. 5.5.3
Conclusie
Gelet op het voorgaande en de maatregelen die (gaan) worden genomen, staat de fysieke gesteldheid van de bodem de uitvoerbaarheid van dit plan niet in de weg.
5.6
Water
5.6.1
Wet- en regelgeving
Voor elk bestemmingsplan dat in procedure wordt gebracht is op grond van het Besluit ruimtelijke ordening een toets op wateraspecten door het waterschap vereist. Hier is dat Wetterskip Fryslân. In dit geval kan worden volstaan met een digitale watertoets. De met het bestemmingsplan beoogde ontwikkelingen hebben niet of nauwelijks (tijdelijk) invloed op de kwaliteit of het beheer van water. 5.6.2
Onderzoek
Er is een digitale watertoets uitgevoerd. De uitkomst van deze watertoets is opgenomen in bijlage 6 bij deze toelichting. De uitkomst van de watertoets is: geen waterschapsbelang. Er hoeft daarom geen verdere procedure bij Wetterskip Fryslân doorlopen te worden. Uit de ingevulde gegevens blijkt namelijk dat het plan geen invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving. Watersysteem Het plangebied is al lange tijd intensief in gebruik als recreatiegebied. Het plan vraagt geen aanpassing van het huidige watersysteem of extra verhardingsoppervlakte ten opzichte van de huidige situatie. Waterkwaliteit De evenementen trekken bezoekers en verkeer aan. Vanwege het tijdelijke karakter van de evenementen
40
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen heeft dit geen permanente invloed op de waterkwaliteit. Voorzieningen met afvalstoffen, zoals toiletten, moeten worden aangesloten op de aanwezige riolering of het afvalwater moet worden afgevoerd. Hierdoor is er geen sprake van een verontreiniging van het oppervlaktewater. Daarnaast moet het evenemententerreinen na afloop schoon gemaakt worden waardoor afval weinig tot geen effect heeft op de verontreiniging van het oppervlaktewater. Invloed op waterafvoer Door betreding en gebruik van de ligweiden raakt de toplaag van de bodem plaatselijk verdicht (zie ook par. 5.5 over de bodem). Bovendien is het terrein niet overal even vlak. Hierdoor wordt de afvoer van regenwater en de grasgroei bemoeilijkt. Dit leidt op sommige locaties tot wateroverlast. Om de waterafvoer te bevorderen is daarom een drainagesysteem aangelegd. Daarmee is de waterafvoer verbeterd. Omdat wateroverlast tijdens evenementen ook hinderlijk is voor de gebruikers, worden indien nodig door de organisator maatregelen getroffen tijdens evenementen. Na de evenementen zal controle plaatsvinden of het drainagesysteem nog werkt. 5.6.3
Conclusie
Uit het onderzoek is gebleken dat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet wordt beperkt door de watersituatie.
5.7
Erfgoed en landschap
5.7.1
Wet- en regelgeving
Rijksbeleid De belangrijkste wettelijke basis voor het behoud van erfgoed is per 1 juli 2016 de Erfgoedwet. De kern van deze wet is dat, wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven (in situ). Wanneer dit niet mogelijk is, worden archeologische resten opgegraven en elders bewaard (ex situ). Daarnaast dient ieder ruimtelijk plan vanwege de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) een analyse van cultuurhistorische waarden van het plangebied te bevatten. Voor zover in een plangebied sprake is van erfgoed, dient ook aangegeven te worden op welke wijze met cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten archeologie rekening wordt gehouden. Provinciaal beleid In de Verordening Romte Fryslân 2014 heeft de provincie bepaald dat de plantoelichting van een plan in het landelijk gebied een ruimtelijkekwaliteitsparagraaf bevat waarin, voor zover noodzakelijk, wordt aangegeven op welke wijze: a.
b.
het plan rekening houdt met de draagkracht van het landschap voor de opvang en inpassing van nieuwe functies, op grond van een analyse van de samenhang van de ondergrond, netwerken en nederzettingspatronen; het plan invulling geeft aan de blijvende herkenbaarheid van de landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, zijnde de structuren van provinciaal belang zoals die, met inbegrip van een richtinggevend advies, per deelgebied of gebiedsoverschrijdend zijn omschreven in de structuurvisie Grutsk op 'e Romte.
'Grutsk op 'e Romte' (verder: 'Grutsk') is de provinciale thematische structuurvisie die het beleidskader vormt voor de landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorie. Gemeentelijk beleid In de Nota Archeologische Monumentenzorg Leeuwarden (AMzL) 2018 is de archeologische koers voor de komende jaren uitgezet. Met een eigen archeologisch beleidsplan maakt de gemeente de eigen keuzes voor alle betrokkenen helder. Het brengt duidelijk naar voren hoe en waarom de gemeente zorg draagt voor haar kwetsbare bodemarchief en welke consequenties dat heeft. Dit beleid is afgestemd met dat van
41
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen de provincie, maar geeft wel een eigen invulling aan de manier waarop Leeuwarden omgaat met archeologie. In deze nota is voor de gehele gemeente in kaart gebracht welke archeologische verwachtingswaarden op verschillende locaties aanwezig zijn. Dit beleid is vertaald in een paraplubestemmingsplan 'Partiële herziening Archeologie' (vastgesteld op 11 november 2020). 5.7.2
Onderzoek
Archeologische waarden Het voorliggende plan voorziet niet in het toestaan van bodemingrepen anders dan het aanbrengen van tijdelijke voorzieningen voor het verankeren van voorzieningen ten behoeve van evenementen (zogenoemde 'haringen' in verschillende soorten en maten). Het is dan ook van belang om inzicht te hebben in de archeologie van het gebied. In het op 11 november 2020 vastgestelde bestemmingsplan 'Leeuwarden - Partiële herziening Archeologie' gericht op bescherming van archeologische waarden kent het overgrote deel van het plangebied de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 6. Op enkele kleine locaties in het plangebied geldt een iets hogere verwachtingswaarde (Waarde - Archeologie 5 of Waarde - Archeologie 3). De regelingen die voor deze dubbelbestemmingen gelden, zijn gericht op het verplichten tot nader onderzoek van de archeologie wanneer er sprake is van bodemingrepen met een omvang van ten minste 100 m2 , 2.500 m2 en 10.000 m2 . Deze regelingen zijn niet beperkend voor de uitvoering van dit plan, omdat er geen sprake is van bodemingrepen met een dergelijke omvang. Nader archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
Cultuurhistorische waarden Uit de CHK2 van Fryslân blijkt dat het gebied een cultuurhistorische waarde bevat, namelijk de restanten van een schans ter weerszijden van de Groninger Straatweg die in 1672 op gezag van Hendrik Casimir is aangelegd. Dit ter verdediging van de stad Leeuwarden tegen vijandelijke troepen. In 'Grutsk' zijn voor het gebied geen verdere waarden vermeld. Het plangebied raakt een klein deel van deze voormalige schans. Deze is bovengronds niet meer zichtbaar. Het gebiedje kan worden ingezet ten behoeve van het kamperen bij een muziekevenement groot ruimtegebruik. Aangezien er dus niet wordt gebouwd en er ook niet wordt gegraven is er geen sprake van verstoring van deze waarde.
42
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
Figuur 4. Contouren van de schans uit 1672
Landschapskenmerken Het recreatiegebied De Groene Ster heeft in de jaren '60 van de vorige eeuw zijn huidige vorm gekregen. Het gebied heeft een (water)parkachtige inrichting met een duidelijk contrast tussen vegetatieve en waterrijke vlakken. Dit maakt het een gevarieerd gebied met open- en gesloten ruimten. Doordat de evenementen tijdelijk zijn, zowel het gebruik als de bouwwerken, wordt er geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke kenmerken van het gebied. De kenmerken zullen slechts tijdelijk minder zichtbaar zijn .
Figuur 5. Fragment topografische kaart uit 1950
43
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen De uitvoering van het bestemmingsplan leidt niet tot aantasting van de archeologische en cultuurhistorische waarden, noch leidt het tot permanente veranderingen in het landschap. Er is wel sprake van een tijdelijk landschappelijk effect. Tijdens evenementen zijn bezoekers aanwezig en is het gebied meer 'bebouwd' door podia en faciliteiten waardoor het contrast tussen groen en blauw minder herkenbaar is. In De Groene Ster blijft voldoende ruimte over waar het recreatiegebied in gebruikelijke toestand beleefd kan worden. 5.7.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt niet beperkt door archeologische, cultuurhistorische en landschapswaarden.
5.8
Luchtkwaliteit
5.8.1
Wet- en regelgeving
In de Wet milieubeheer zijn normen voor luchtkwaliteit opgenomen. Deze normen zijn bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, tegen te gaan. Als maatgevend voor de luchtkwaliteit worden de gehalten fijnstof (PM10 ) en stikstofdioxide (NO2 ) gehanteerd. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2025) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijnstofconcentratie (PM10 ) van minder dan 18 µg/m3 en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2 ) van minder dan 10 µg/m3 . De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m3 (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). De huidige luchtkwaliteit ter plaatse is dus zeer goed. Plannen die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan luchtverontreiniging zijn op grond van het besluit 'niet in betekenende mate' (NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Een plan voldoet hieraan wanneer de planbijdrage van NO2 en PM10 maximaal 3 % van de jaargemiddelde grenswaarden bevat. In dat geval is er geen toetsing aan de grenswaarden van luchtkwaliteit nodig. Er is alleen een NIBM-grens vastgesteld voor NO2 en PM10 . De concentraties van PM10 en PM2,5 hangen sterk met elkaar samen en in de praktijk blijkt dat als er wordt voldaan aan de grenswaarde voor PM10 , dit ook het geval is voor PM2,5 .
Daarom is PM2,5 niet als apart criterium beschouwd. Voor de overige stoffen waarvoor in bijlage 2 van de Wm grenswaarden zijn opgenomen, zijn in het laatste decennium nergens in Nederland overschrijdingen van de grenswaarde opgetreden. Deze stoffen zijn daarom niet opgenomen in de NIBM-tool. 5.8.2
Onderzoek
Om aan te tonen dat een project niet in betekende mate bijdraagt, is de NIBM-tool gebruikt. In deze tool wordt onder worstcase (stedelijke) omstandigheden getoetst of een project/plan als NIBM kan worden aangemerkt. De input voor de tool is de hoeveelheid extra verkeer en het aandeel vrachtverkeer hierin als gevolg van een plan/project. Tot slot dient ook het jaar van planrealisatie te worden opgegeven. In het kader van het plan-MER is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (zie hoofdstuk 4 in bijlage 7 van de toelichting). Geconstateerd is dat de achtergrondconcentraties tussen de 5,0 - 7,5 µg NO2 /m3 en tussen de 10,6 - 11,0 µg PM10 /m3 liggen (peiljaar 2030). De achtergrondconcentratie van PM2,5 is niet nader beschouwd, maar onder de 10 µg PM2,5 /m3 . Voor het planvoornemen is de NO2 -concentratietoename van het extra verkeer in het slechtst denkbare geval minder dan 1,2 µg/m3 , namelijk 0,57 µg/m3 . De PM10 -concentratie van extra verkeer bedraagt 0,08 µg/m3 . De tool geeft als conclusie dat voor het planvoornemen geen nader onderzoek nodig is.
44
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen 5.8.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt niet beperkt door de luchtkwaliteit.
5.9
Externe veiligheid
5.9.1
Wet- en regelgeving
De overheid heeft de afgelopen jaren veiligheidsnormen met betrekking tot risico's als gevolg van ongevallen met gevaarlijke stoffen vastgelegd die in acht moeten worden genomen en waarmee zowel op het gebied van milieu als op het gebied van de ruimtelijke ordening rekening moet worden gehouden. Bij een ontwikkeling waarbij (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan of waarbij het aantal aanwezige personen kan toenemen, moet er worden getoetst aan de regelgeving die geldt voor externe veiligheid, zoals het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Onderdeel van het veiligheidsbeleid is dat de afwegingen ten aanzien van risico's op ongevallen die doden en gewonden tot gevolg kunnen hebben, duidelijk zichtbaar moeten worden gemaakt en niet langer onbewust of impliciet plaatsvinden. 5.9.2
Onderzoek
Gemeente Leeuwarden heeft de FUMO gevraagd om een advies uit te brengen over de externeveiligheidsaspecten van dit bestemmingsplan. Het advies van de FUMO is als bijlage 8 bij deze toelichting gevoegd. Daaruit blijkt het volgende: Uit de inventarisatie van de risicobronnen die rondom het plangebied liggen, volgt dat het transport van gevaarlijke stoffen over de Groningerstraatweg de enige relevante risicobron is. Maatgevend voor het risico is het vervoer van LPG. FUMO beoordeelt het plangebied als kwetsbaar object, op grond waarvan het externe veiligheidsrisico als gevolg van een ongeval met LPG moet worden beoordeeld. De FUMO heeft een onderzoek naar de externe veiligheidssituatie uitgevoegd. Hieruit blijkt dat er geen belemmering is met betrekking tot het plaatsgebonden risico; er wordt voldaan aan de grenswaarde van 10-6 per jaar. Daarnaast is een groepsrisicoberekening verricht waarbij is geconstateerd dat het groepsrisico toeneemt als gevolg van het planvoornemen. Een verantwoording van het groepsrisico is daarom noodzakelijk. Deze toename bedraagt echter minder dan 10% van de oriëntatiewaarde. De FUMO heeft wel een kanttekening geplaatst bij het aantal ritten LPG. De cijfers zijn van enkele jaren geleden.
Inmiddels zijn verscheidene LPG-tankstations in de omgeving opgeheven, waardoor het aantal transporten ook minder zal zijn, waardoor het risico (feitelijk) ook minder is. Op grond van artikel 8, tweede lid van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan in dit geval worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Dit houdt in dat alleen hoeft te worden ingegaan op de zelfredzaamheid en hulpverlening. Om dit te kunnen verantwoorden is advies aan Brandweer Fryslân gevraagd (zie ook bijlage 9 bij deze toelichting). Brandweer Fryslân voorziet in het plangebied: geen knel-/aandachtspunt met betrekking tot de opkomsttijd; een aandachtspunt met betrekking tot het bluswater, maar ziet geen noodzaak tot het voorschrijven van maatregelen. Gezien de kans op een ongeval is het realiseren van een bluswatervoorziening een vergaande maatregel; een aandachtspunt met betrekking tot zelfredzaamheid en adviseert om via het evenementen
45
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen uitvoeringsbeleid (of op andere manier) te borgen dat een evenementenorganisatie zich voorbereid op het extern veiligheidsscenario, waarbij rekening wordt gehouden met een ontvluchtingsrichting van de Groningerstraatweg af; geen knel- of aandachtspunt met betrekking tot de bereikbaarheid. Op basis van het voornoemde is het college van burgemeester en wethouders van mening dat de toename van het groepsrisico dan ook aanvaardbaar is, mede gelet op het feit dat deze evenementen niet het gehele jaar plaatsvinden. Aanvullend wordt opgemerkt dat de evenementenvergunning, de uitvoering van een specifiek evenement, altijd wordt gecontroleerd door de brandweer. Deze stelt o.a. eisen aan compartimentering, BHV-organisatie en calamiteitenroutes. Hiervoor worden ook voorschriften opgenomen in de evenementenvergunning. 5.9.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van het plan wordt niet beperkt door externe veiligheidsaspecten.
5.10 Milieubelasting (hinder) van kamperen 5.10.1
Wet- en regelgeving
Het kamperen tijdens een muziekevenement groot ruimtegebruik vormt een onderdeel van de nieuwe mogelijkheden die dit plan biedt. Hoewel in de vorige paragrafen al diverse milieuaspecten aan de orde zijn gekomen die mee van invloed zijn op de aanvaardbaarheid van het kamperen, is de milieubelasting (hinder) voor de omwonenden als gevolg van het kamperen nog niet aan de orde gesteld. In deze paragraaf wordt op dat aspect ingegaan. Bij het beoordelen van de milieubelasting (hinder) van kamperen kan de normstelling uit de Wet milieubeheer worden gebruikt. Deze wet bepaalt kort samengevat dat inrichtingen niet tot een onevenredige milieubelasting mogen leiden voor omwonenden. Hoewel het tijdelijke kamperen als gevolg van dit plan niet direct als inrichting kan worden beschouwd, kan bij de beoordeling daarvan wel de systematiek van die beoordeling volgens de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering worden toegepast. In deze uitgave zijn richtafstanden voor (bedrijfs)activiteiten opgenomen die bedoeld zijn om onevenredige milieubelasting van gevoelige functies als woningen te voorkomen. De afstanden hangen samen met de aard van de activiteiten en met de omgeving waarin de gevoelige functie zich bevindt. De afstanden zijn afgestemd op de situatie waarbij een gevoelige functie in een rustig woongebied staat. 5.10.2
Onderzoek
Uit de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering blijkt dat de afstand die tussen een kampeerbedrijf (met SBI-bedrijfscode - 2008: 553) en woningen wordt geadviseerd, tenminste 50 m moet bedragen. Dit is de afstand die hoort bij een situatie waarbij de gevoelige functie in een rustig gebied staat. Wanneer deze afstand wordt toegepast tussen de gebieden waar op grond van dit plan bij muziekevenementen met groot ruimtegebruik mag worden gekampeerd en kwetsbare objecten als woningen nabij het plangebied, dan blijkt dat deze afstand uitsluitend voor de woningen op de adressen Alddiel 11 en 13 relevant is. In figuur 6 is weergegeven tot waar het kamperen kan plaatsvinden, waarbij geen sprake is van een onevenredige milieubelasting (hinder).
46
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
Figuur 6. Afstand van 50 m tussen woningen op de adressen Alddiel 11 en 13 en de gebieden waar gekampeerd kan worden op grond van dit bestemmingsplan. 5.10.3
Conclusie
De uitvoerbaarheid van dit plan wordt niet beperkt als gevolg van een onevenredige milieubelasting van de woningen Alddiel 11 en 13 doordat binnen de 50 meter geen kamperen mogelijk wordt gemaakt (zie ook verbeelding).
47
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
48
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
Hoofdstuk 6
Juridische vormgeving
Dit hoofdstuk moet nog nader worden uitgewerkt. Eén van de onderdelen is het toelichten van de wijze waarop de mitigerende maatregelen uit de passende beoordeling in dit plan zijn verwerkt.
6.1
Toelichting op het juridische systeem
In dit hoofdstuk wordt de inhoud van de partiële herziening toegelicht en wordt aangegeven hoe de uitgangspunten hun juridische vertaling in het eigenlijke plan hebben gekregen. De bepalingen die betrekking hebben op de te onderscheiden bestemmingen, zijn vastgelegd in de regels en op de verbeelding. De partiële herziening geeft aan voor welke doeleinden de gronden zijn bestemd. De partiële herziening valt onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De partiële herziening is opgezet volgens de wettelijke regelgeving en qua systematiek volgens de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.
6.2
Toelichting achtergrond regels
In paragraaf 3.2 is het planvoornemen beschreven. Vervolgens is in hoofdstuk 5 onderzocht of het planvoornemen uitvoerbaar is waarbij de relevante omgevingsaspecten zijn betrokken waaronder natuur, geluid en verkeer/parkeren. Ten behoeve van deze toets is tevens een Milieueffectrapport opgesteld. Op basis van deze onderzoeken is bekeken of de gemeentelijke wensen voor (muziek)evenementen in De Groene Ster uitvoerbaar zijn c.q. of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Hierbij spelen in het gebied diverse belangen die bepalen of het planvoornemen aanvaardbaar is: het belang van omwonenden voor het behoud van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat (bijvoorbeeld qua geluid en verkeersveiligheid); het belang van recreanten om in het gebied te kunnen blijven recreëren; het belang van natuur waarop geen onaanvaardbare negatieve effecten mogen optreden; het belang van evenementenorganisatoren voor het kunnen organiseren van een evenement dat aantrekkelijk is voor bezoekers; het belang van andere gebruikers van het gebied, zoals de recreatieve ondernemers, die niet onevenredig mogen worden belemmerd in hun activiteiten. Op basis van de uitvoerbaarheid van het planvoornemen, tezamen met een afweging van de belangen, is de uiteindelijke keuze gemaakt over de kaders (regels) voor (muziek)evenementen die zijn opgenomen in voorliggende partiële herziening.
De belangenafweging is opgenomen in bijlage 12 van de toelichting.
6.3
Regels (hoofdopzet)
In dit geval is sprake van een partiële herziening van het bestemmingsplan 'Leeuwarden – Recreatiegebied Groene Ster'. De voorliggende partiële herziening is daarmee een toevoeging op de bestaande regels van het bestemmingsplan. Hiermee wordt een (tijdelijk) medegebruik voor gronden ten behoeve van muziekevenementen en overige evenementen mogelijk gemaakt. In de regels van deze partiële herziening zijn niet alle hoofdstukken en artikelen uit het bestemmingsplan integraal opgenomen. Waar dit niet is gebeurd, zijn de regels van overeenkomstige toepassing verklaard. De regels zijn onverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels;
49
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In de Inleidende regels zijn algemene artikelen opgenomen die voor het gehele plan van belang zijn. In artikel 1 zijn omschrijvingen opgenomen van de in het plan voorkomende relevante begrippen. In deze partiële herziening zijn de begrippen opgenomen die aanvullend zijn op de begrippen van het bestemmingsplan. Deze begrippen blijven dan ook van toepassing op dit plan. In artikel 2 is vastgelegd op welke wijze dient te worden gemeten. Ook hiervoor geldt dat wat hier is benoemd een aanvulling is op wat in het bestemmingsplan staat. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In de bestemmingsregels zijn de bestemmingen en de gebruiksmogelijkheden van de betreffende gronden aangegeven. De bestemmingen zijn op alfabetische volgorde opgenomen. In dit geval zijn op de gronden waar de evenementen zijn voorzien twee bestemmingen van toepassing: de bestemming 'Natuur' en de bestemming 'Recreatie – Dagrecreatie'. Alleen deze bestemmingen zijn opgenomen in de voorliggende partiële herziening. Voor de regels van deze bestemmingen geldt dat niet alles uit het bestemmingsplan integraal is opgenomen. Alleen de bestemmingsomschrijving en specifieke gebruiksregels zijn opgenomen in de voorliggende partiële herziening.
Hierin zijn aanvullingen gedaan. Aanvullende bouwregels zijn niet nodig vanwege de tijdelijkheid van de bebouwing. In de bestemmingsomschrijving is het toegestane gebruik opgesomd. Hierin is het bestaand gebruik op basis van het bestemmingsplan cursief gedrukt. De aanvullingen ten opzichte van het bestemmingsplan staan “gewoon” afgedrukt. Daarnaast zijn in de bestemming specifieke gebruiksregels opgenomen. Hierin staan de regels waaraan muziekevenementen en overig evenementen moeten voldoen. Het betreft regels waaronder dit (tijdelijke) medegebruik is toegestaan. In paragraaf 6.3 volgt een nadere toelichting op de regels die relevant zijn voor deze partiële herziening. Hoofdstuk 3 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat regels die in hun algemeenheid voor de hele partiële herziening gelden. En dus niet alleen zijn beperkt tot de betreffende bestemming. Het betreft een (landelijke) standaard voor de anti-dubbeltelbepaling, aanvullende algemene gebruiksregels en een aanvullende overige regel. Hoofstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit hoofdstuk geeft regels over hoe om te gaan met bouwwerken en het gebruik vallend onder het overgangsrecht en over de benaming van de partiële herziening.
6.4
Toelichting op de aanvullende regels
In deze paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen zoals deze in de regels zijn opgenomen en op de verbeelding zijn weergegeven, beschreven. De aanvullende regels die van toepassing zijn op de evenementen, zijn middels aanduidingen weergegeven. Gebiedsindeling evenementen De evenementen die met deze partiële herziening mogelijk worden gemaakt beslaan niet allemaal hetzelfde gebied. Hiervoor is een gebiedsindeling gemaakt in de vorm van een aanduiding en een beschrijving in de regels (waaronder in de begrippen).
50
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen
Het gebied waar muziekevenementen met een groot ruimtegebruik mogen plaatsvinden is op de verbeelding weergegeven als 'overige zone - muziekevenement groot ruimtegebruik'. Voor muziekevenementen met een klein ruimtegebruik geldt de aanduiding 'overige zone - muziekevenement klein ruimtegebruik'. In de begrippenlijst is een definitie van de beide gebieden opgenomen, waarbij wordt verwezen naar een kaart in de bijlagen van de regels (bijlage 2 en 3). Voor de 'overige evenementen' geldt dat deze het hele plangebied mogen gebruiken. Voor deze evenementen is dan ook geen extra aanduiding opgenomen. Specifieke gebruiksregels Per soort evenement gelden specifieke gebruiksregels. In hoofdstuk 3 van deze toelichting is het voornemen beschreven. In de specifieke gebruiksregels zijn deze uitgangspunten vertaald naar een juridisch, planologische regeling. Sommige regels gelden alleen voor specifieke gebieden. Deze gebieden zijn apart aangeduid op de verbeelding. De specifieke gebruiksregels zijn als volgt opgebouwd: Algemene gebruiksregels muziekevenementen Dit zijn regels die gelden voor zowel muziekevenementen klein ruimtegebruik als muziekevenementen groot ruimtegebruik. Het betreft onder andere de volgende onderwerpen: het aantal evenementen dat per kalenderjaar mag plaatsvinden en maximaal aantal evenementendagen.
Deze aantallen gelden voor beide soorten muziekevenementen tezamen; voorwaarden voor het uitvoeren van een ecologische schouw vóór de eerste opbouwdag van een muziekevenement. Dit is voorwaarde die volgt uit de passende beoordeling. In het Ecologisch werkprotocol is deze maatregel nader uitgewerkt. Dit protocol is gekoppeld aan de regels en geldt als voorwaarde voor het kunnen houden van een muziekevenement. De organisator moet zich hieraan houden; bepaling dat de bosschages, met een enkele uitzondering, niet mogen worden gebruikt ten behoeve van een muziekevenement; de begin- en eindtijden van de muziekevenementen met de daarbij behorende maximaal toegestane geluidswaarden. Hierbij is onderscheid gemaakt in muziekevenementen mét kampeerterrein en zonder kampeerterrein. Voor beide soorten muziekevenementen geldt dezelfde maximaal toegestane geluidsbelasting. Alleen de begin- en eindtijd van de muziekevenementen is anders. Ook zijn regels voor de maximaal toegestane geluidswaarden op referentiepunten opgenomen; voorwaarden voor verlichting tijdens een muziekevenement.
Deze volgen uit de passende beoordeling; regels met betrekking tot de op- en afbouwwerkzaamheden, waaronder het aantal dagen voor alle muziekevenementen tezamen (maximaal 48), de toegestane tijden waarop de werkzaamheden mogen plaatsvinden en de maximaal toegestane geluidswaarden gedurende deze tijden; voorwaarden voor het parkeren. In bijlage 5 van de regels is een kaart opgenomen waarop de parkeerplaatsen zijn aangegeven. Gebruiksregels muziekevenementen groot ruimtegebruik Dit betreft enkele regels die specifiek gelden voor muziekevenementen met een groot ruimtegebruik. Algemeen Voor een muziekevenement groot ruimtegebruik gelden specifieke bepalingen als het gaat om het maximaal toegestane aantal evenementen (maximaal 1), duur van het evenement (maximaal 5 dagen) en de periode waarin het muziekevenement mag plaatsvinden (1 augustus t/m 14 oktober). Daarnaast geldt voor deze muziekevenementen dat deze ook (deels) in bosschages mogen plaatsvinden. Dit betreft het kamperen (voor uitleg zie hierna onder de kop 'kamperen') en de mogelijkheid voor het
51
bestemmingsplan Partiële herziening bestemmingsplan Leeuwarden - Recreatiegebied Groene Ster t.b.v. evenementen plaatsen van een klein podium. Dit laatste is alleen mogelijk in een klein deel van de bosschages binnen de bestemming 'Natuur'. Deze gronden hebben de aanduiding 'overige zone – klein podium' en hiervoor gelden aanvullende voorwaarden. Kamperen Het kamperen voor bezoekers is beperkt tot de evenementendagen en een aantal aansluitende dagen vóór en na het evenement. Daarnaast is het gebruik van kampeermiddelen anders dan tenten beperkt tot alleen verhard terrein. Voor het kamperen door de crew gelden specifieke regels. Ook mag slechts in bepaalde gebieden (en onder voorwaarden) worden gekampeerd: kamperen is toegestaan op gazons en overige grasvelden die zijn weergegeven op bijlage 1 van de regels; kamperen is toegestaan op de parkeerterreinen en langs ontsluitingswegen die zijn opgenomen in bijlage 5 van de regels; kamperen is toegestaan in de bosschages met de aanduiding 'overige zone – kamperen in bosschages'. kamperen is toegestaan In de bosschages met de aanduiding 'overige zone – kamperen in 2 meter zone'. In beperkte delen van dit gebied mag worden gekampeerd. In bijlage 6 van de regels is een kaart opgenomen waarop deze delen zijn aangegeven. Deze regels volgen uit de passende beoordeling.